Dirk Van Heuven
Antwerpen
15/10/2013
Salongesprek

De stedenbouwkundige herstelvordering
Uitwisseling van ervaringen, vanuit het standpunt
van de bouwovertreder
1
De vier (sub)handhavingsluiken
• Preventieluik: de staking
• (Repressieluik: de straffen)
• Reparatieluik: het herstel
• (Transactieluik: het vergelijk)

2
Preventieluik: begrip en inleiding
• Artikel 6.1.47 e.v. VCRO: staking van de in overtreding verrichte
werken / handelingen of het strijdig gebruik

‘De in artikel 6.1.5 vermelde ambtenaren, agenten of officieren van
gerechtelijke politie kunnen mondeling ter plaatse de onmiddellijke
staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik bevelen
indien zij vaststellen dat het werk, de handelingen of de wijzigingen
een inbreuk vormen, vermeld in artikel 6.1.1, of wanneer niet voldaan
is aan de verplichting van artikel 4.7.19, §4.’

3
Preventieluik: procedure
•

Onmiddellijke staking der werken

•

Kennisgeving van proces-verbaal van vaststelling binnen 8 dagen per
‘beveiligde’ zending of deurwaardersexploot

•

Binnen 8 dagen na kennisgeving bekrachtiging door de bevoegde
stedenbouwkundige inspecteur en mededeling van de bekrachtiging binnen
de twee werkdagen per beveiligde zending

•

Vordering tot opheffing (voorzitter rechtbank eerste aanleg zoals in kort
geding)

•

Miskenning van een stakingsbevel: administratieve geldboete van 5000 euro
(mogelijkheid: verzoek tot kwijtschelding, vermindering of uitstel)

4
Discussiepunten
• Stakingsbevel als alternatief voor de herstelvordering?
•
•

vb. stakingsbevel voor permanente bewoning van meer dan 10 jaar
Kan het herstel nog gevorderd worden?

• Tweede stakingsbevel terwijl beroepsprocedure tegen eerste
stakingsbevel nog lopende is,
•
•
•

Risico op cascade van administratieve geldboetes?
Negatie recht op hoger beroep?
Schending gelijkheidsbeginsel?

5
Reparatieluik: de herstelvordering
• Fysiek of pecuniair herstel van de stedenbouwkundige overtreding
(herstelmaatregel)
• Op vordering van het college van burgemeester en schepenen /
stedenbouwkundige inspecteur (publieke herstelvordering) of op
vordering van derde benadeelden (private herstelvordering)

• Het advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid als
ontvankelijkheidsvereiste bij de publieke herstelvordering
• Mogelijk voor de strafrechter en / of de burgerlijke rechter
– opeenvolgende publieke herstelvordering behoeft het advies van de Hoge Raad
voor het Handhavingsbeleid
6
Reparatieluik: de herstelmaatregelen
• 3 soorten herstelmaatregelen*:
– herstel in de vorige toestand (= afbraak of staking gebruik)
– bouw – of aanpassingswerken
– meerwaarde (= geldboete)

* Kunnen gecombineerd worden

7
Reparatieluik: de maatregelen
• Wanneer welke herstelmaatregel?
– Herstel in de vorige toestand / staking strijdig gebruik:
• miskenning van het stakingsbevel
• wanneer de handeling in strijd is met de stedenbouwkundige voorschriften
aangaande de voor het gebied toegelaten bestemmingen
– Meerwaarde:
in alle overige gevallen: meerwaarde, behoudens bij 'onevenredige miskenning'
van de goede plaatselijke ordening

8
Reparatieluik: de maatregelen
• Voorrangsregel:
– bij de publieke herstelvordering primeert steeds de vordering van de
GSI op deze van het CBS (ook al is het door hem gevorderde minder
zwaar)
– in combinatie met een private herstelvordering kiest de rechter de
maatregel die hem passend lijkt

9
Reparatieluik: verjaring
• Pro memorie: situatie vóór het decreet van 4 juni 2003
– het strafbare feit van instandhouding van stedenbouwkundige overtredingen was
een voortdurend misdrijf. Samen met het aflopend – primaire - misdrijf was er
een voortgezet misdrijf. Dit alles belemmerde de facto de verjaring van
stedenbouwmisdrijven en – door toepassing van de regel van artikel 26 V.T.Sv. –
ook de daarop geënte herstelvorderingen
– artikel 26. V.T.Sv.: ‘De burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf
verjaart volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere
wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van de
schade. Zij kan echter niet verjaren voor de strafvordering’
– conclusie: ongeacht wanneer het primaire misdrijf plaats vond kon altijd het
herstel gevorderd worden voor de burgerlijke rechtbank of strafrechtbank
(=onverjaarbaar)
10
Reparatieluik: verjaring
• Pro memorie: het Verjaringsdecreet van 4 juni 2003
– 'De strafsanctie voor het instandhouden van inbreuken, bedoeld in het

eerste lid,

1°,

2°,

3°,

6°

en

7°,

geldt

niet

voorzover

de

handelingen, werken, wijzigingen of het strijdige gebruik niet gelegen zijn
in de ruimtelijk kwetsbare gebieden,

voorzover ze geen onaanvaardbare

stedenbouwkundige hinder veroorzaken voor de omwonenden of voorzover ze

geen

ernstige

inbreuk

vormen

op

de

essentiële

stedenbouwkundige

voorschriften inzake de bestemming krachtens het ruimtelijk uitvoeringsplan of
plan van aanleg (artikel 146, derde lid DRO)’
– Cassatie 2 mei 2006: functiewijziging = ogenblikkelijk misdrijf
11
Reparatieluik: verjaring
•

Verjaringsregel voor de publieke herstelvordering (6.1.41.)
–

in ruimtelijk kwetsbaar gebied: door verloop van TIEN JAAR te rekenen vanaf de dag waarop
het misdrijf gepleegd werd. Maar instandhouden blijft strafbaar dus in feite ONVERJAARBAAR

–

in openruimtegebied: door verloop van TIEN JAAR te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf
gepleegd werd. Openruimtegebied= landelijke en recreatiegebieden aangewezen op plannen van
aanleg en de gebieden aangewezen op ruimtelijk uitvoeringsplan die sorteren onder de categorieën
landbouw, recreatie of de subcategorie gemengd openruimtegebied (behoudens VEN).
Instandhouden is niet meer strafbaar

–

buiten ruimtelijk kwetsbaar gebied en buiten openruimtegebied: door verloop van VIJF
JAAR, te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf gepleegd werd. Instandhouden is niet meer
strafbaar

–

maar zonder dat afbreuk gedaan wordt aan de gemeenrechtelijke stuitings- of
schorsingsgronden of aan artikel 26 V.T.Sv. Tevens wordt voorzien in een bijkomende
schorsingsgrond n.a.v. de minnelijke schikking en de bemiddelingspogingen
12
Reparatieluik: verjaring
• Overgangsbepaling voor de nieuwe verjaringsregels (7.7.4.)
– nieuwe termijnen gelden slechts vanaf 1 september 2009. De totale duur van
de verjaringstermijn mag evenwel niet meer bedragen dan de termijnen vermeld
in artikel 2262bis, §1, tweede en derde van het Burgerlijk Wetboek (5 na
kennisname - 20 jaar na de feiten ) indien het recht om de herstelvordering in te
stellen ontstaan is voor 1 september 2009, opnieuw zonder afbreuk te doen aan
de gemeenrechtelijke stuitings- of schorsingsgronden en aan artikel 26 V.T.Sv.

– Oude stedenbouwinbreuken kunnen langere verjaringstermijn hebben dan
nieuwe! Gelijkheidsbeginsel?

13
Reparatieluik: verjaring
• Verjaring van de private herstelvordering?
– een dergelijke vordering steunt op artikel 1382 B.W.
– zodoende enkel toepassing van artikel 2262bis, §1 tweede en derde lid
B.W., artikel 26 V.T.Sv. en de gemeenrechtelijke stuitings- en schorsingsgronden
•

Discussiepunt: onderscheiden verjaringsregime publieke en private
herstelvorderingen verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel?

14
Maar …. de GSI is bijzonder creatief in
het ‘uitvinden’ van nieuwe misdrijven
• Na de depenalisering van het
instandhoudingsmisdringsmisdrijf, sloeg de GSI terug
met volstrekt nieuwe, onverjaarbare
‘voortzettingsmisdrijven’ en –fouten
– Bestemmingsmisdrijf
– Gewoontemisdrijf

15
Uiteenlopende rechtspraak …
•

Cassatie 10 en 17 januari 2012: erkenning voortzettingsleer voor bestemmingsmisdrijven?

•

Gent 9 maart 2012: ‘De appellante tracht aldus ten onrechte toch nog aan het begrip
instandhouden’ in de zin van artikel 6.1.1, lid 1, 1° VCRO […] een
beperkende betekenis te geven, teneinde aan de gevolgen van de
tussengekomen depenalisering van het instandhoudingsmisdrijf tenzij in
ruimtelijk kwetsbaar gebied (te dezen niet van toepassing) te kunnen
ontkomen. Deze interpretatie vindt echter geen steun in de wet, noch
in de rechtspraak en de rechtsleer.’

•

Gent 15 juni 2012: ‘Permanente bewoning, volgend op een eerder onvergunde functiewijziging
maakt een voortzettingsmidrijf uit. De voorzetting bestaat uit opeenvolgende
aflopende actieve daden eigen aan de bewoning, en de verjaring van dat
voorzettingsmidrijf kan maar een aanvang nemen als er geen dergelijke
daden meer worden gesteld.’

•

Antwerpen 8 november 2012 : ‘de gedraging van instandhouding kan niet heromschreven worden als
een handeling van voortgezet gebruik, ongeacht de aard van de norm
(vergunning of gewestplan) die bij strijdige gebruik zou zijn overtreden’
16
•

Cassatie 8 februari 2013 (3x):
erkenning voorzettingsleer voor bestemmingsmisdrijven?

•

Cassatie 6 december 2011: ‘voor gewoontemisdrijven loopt de verjaring
niet zolang blijvend handelingen tot gebruik
worden gesteld’
• Wil wetgever?
• Schending gelijkheidsbeginsel?

17
Wat na een definitief herstelvonnis?
•

Specifieke bevoegdheid van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid
inzake de invordering van dwangsommen (6.1.21.)

‘De Hoge Raad kan op gemotiveerd verzoek beslissen dat een opeisbaar
geworden dwangsom, vermeld in artikel 6.1.41, § 3, slechts gedeeltelijk
ingevorderd wordt, of dat deze invordering tijdelijk wordt opgeschort. De
Hoge Raad houdt bij zijn beoordeling in het bijzonder rekening met de door
de overtreder gestelde handelingen en genomen engagementen met het
oog op een correcte uitvoering van de hoofdveroordeling.’
•

Regularisatie mogelijk na definitief afbraakvonnis?

18
Raad van State 4 maart 2013
•

‘Het grondwettelijk principe van de scheiding der machten en het fundamentele beginsel dat de
rechterlijke beslissingen alleen kunnen worden gewijzigd door de aanwending van rechtsmiddelen
raken de openbare orde. Deze beginselen verzetten er zich tegen dat de uitvoerende macht, in
casu de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid na het arrest tot verwerping van de opheffing
van of (tijdelijke) opschorting van de looptijd van de dwangsom en ondanks het verzet van de
verzoekende partij, de invordering door deze laatste van de opeisbare dwangsom tijdelijk
opschort’
–

–

•

Vlaams Gewest (GSI)
 Vlaams Gewest (Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid)
Raad van State zet bepaling uit VCRO buiten spel zonder zelfs maar een prejudiciële vraag
aan het GWH te stellen

Voorziening in cassatie
(HRH houdt verzoeken aan tot uitspraak HvC)

19
Discussie!
• …

20
Gegevens
Dirk Van Heuven
dvanheuven@publius.be
PUBLIUS
Cogels Osylei 61 2600 Antwerpen Belgium
t +32 (0)3 270 33 50 f +32 (0)3 270 33 51
www.publius.be

21

Salongesprek

  • 1.
    Dirk Van Heuven Antwerpen 15/10/2013 Salongesprek Destedenbouwkundige herstelvordering Uitwisseling van ervaringen, vanuit het standpunt van de bouwovertreder 1
  • 2.
    De vier (sub)handhavingsluiken •Preventieluik: de staking • (Repressieluik: de straffen) • Reparatieluik: het herstel • (Transactieluik: het vergelijk) 2
  • 3.
    Preventieluik: begrip eninleiding • Artikel 6.1.47 e.v. VCRO: staking van de in overtreding verrichte werken / handelingen of het strijdig gebruik ‘De in artikel 6.1.5 vermelde ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie kunnen mondeling ter plaatse de onmiddellijke staking van het werk, van de handelingen of van het gebruik bevelen indien zij vaststellen dat het werk, de handelingen of de wijzigingen een inbreuk vormen, vermeld in artikel 6.1.1, of wanneer niet voldaan is aan de verplichting van artikel 4.7.19, §4.’ 3
  • 4.
    Preventieluik: procedure • Onmiddellijke stakingder werken • Kennisgeving van proces-verbaal van vaststelling binnen 8 dagen per ‘beveiligde’ zending of deurwaardersexploot • Binnen 8 dagen na kennisgeving bekrachtiging door de bevoegde stedenbouwkundige inspecteur en mededeling van de bekrachtiging binnen de twee werkdagen per beveiligde zending • Vordering tot opheffing (voorzitter rechtbank eerste aanleg zoals in kort geding) • Miskenning van een stakingsbevel: administratieve geldboete van 5000 euro (mogelijkheid: verzoek tot kwijtschelding, vermindering of uitstel) 4
  • 5.
    Discussiepunten • Stakingsbevel alsalternatief voor de herstelvordering? • • vb. stakingsbevel voor permanente bewoning van meer dan 10 jaar Kan het herstel nog gevorderd worden? • Tweede stakingsbevel terwijl beroepsprocedure tegen eerste stakingsbevel nog lopende is, • • • Risico op cascade van administratieve geldboetes? Negatie recht op hoger beroep? Schending gelijkheidsbeginsel? 5
  • 6.
    Reparatieluik: de herstelvordering •Fysiek of pecuniair herstel van de stedenbouwkundige overtreding (herstelmaatregel) • Op vordering van het college van burgemeester en schepenen / stedenbouwkundige inspecteur (publieke herstelvordering) of op vordering van derde benadeelden (private herstelvordering) • Het advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid als ontvankelijkheidsvereiste bij de publieke herstelvordering • Mogelijk voor de strafrechter en / of de burgerlijke rechter – opeenvolgende publieke herstelvordering behoeft het advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid 6
  • 7.
    Reparatieluik: de herstelmaatregelen •3 soorten herstelmaatregelen*: – herstel in de vorige toestand (= afbraak of staking gebruik) – bouw – of aanpassingswerken – meerwaarde (= geldboete) * Kunnen gecombineerd worden 7
  • 8.
    Reparatieluik: de maatregelen •Wanneer welke herstelmaatregel? – Herstel in de vorige toestand / staking strijdig gebruik: • miskenning van het stakingsbevel • wanneer de handeling in strijd is met de stedenbouwkundige voorschriften aangaande de voor het gebied toegelaten bestemmingen – Meerwaarde: in alle overige gevallen: meerwaarde, behoudens bij 'onevenredige miskenning' van de goede plaatselijke ordening 8
  • 9.
    Reparatieluik: de maatregelen •Voorrangsregel: – bij de publieke herstelvordering primeert steeds de vordering van de GSI op deze van het CBS (ook al is het door hem gevorderde minder zwaar) – in combinatie met een private herstelvordering kiest de rechter de maatregel die hem passend lijkt 9
  • 10.
    Reparatieluik: verjaring • Promemorie: situatie vóór het decreet van 4 juni 2003 – het strafbare feit van instandhouding van stedenbouwkundige overtredingen was een voortdurend misdrijf. Samen met het aflopend – primaire - misdrijf was er een voortgezet misdrijf. Dit alles belemmerde de facto de verjaring van stedenbouwmisdrijven en – door toepassing van de regel van artikel 26 V.T.Sv. – ook de daarop geënte herstelvorderingen – artikel 26. V.T.Sv.: ‘De burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf verjaart volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van de schade. Zij kan echter niet verjaren voor de strafvordering’ – conclusie: ongeacht wanneer het primaire misdrijf plaats vond kon altijd het herstel gevorderd worden voor de burgerlijke rechtbank of strafrechtbank (=onverjaarbaar) 10
  • 11.
    Reparatieluik: verjaring • Promemorie: het Verjaringsdecreet van 4 juni 2003 – 'De strafsanctie voor het instandhouden van inbreuken, bedoeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° en 7°, geldt niet voorzover de handelingen, werken, wijzigingen of het strijdige gebruik niet gelegen zijn in de ruimtelijk kwetsbare gebieden, voorzover ze geen onaanvaardbare stedenbouwkundige hinder veroorzaken voor de omwonenden of voorzover ze geen ernstige inbreuk vormen op de essentiële stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming krachtens het ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg (artikel 146, derde lid DRO)’ – Cassatie 2 mei 2006: functiewijziging = ogenblikkelijk misdrijf 11
  • 12.
    Reparatieluik: verjaring • Verjaringsregel voorde publieke herstelvordering (6.1.41.) – in ruimtelijk kwetsbaar gebied: door verloop van TIEN JAAR te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf gepleegd werd. Maar instandhouden blijft strafbaar dus in feite ONVERJAARBAAR – in openruimtegebied: door verloop van TIEN JAAR te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf gepleegd werd. Openruimtegebied= landelijke en recreatiegebieden aangewezen op plannen van aanleg en de gebieden aangewezen op ruimtelijk uitvoeringsplan die sorteren onder de categorieën landbouw, recreatie of de subcategorie gemengd openruimtegebied (behoudens VEN). Instandhouden is niet meer strafbaar – buiten ruimtelijk kwetsbaar gebied en buiten openruimtegebied: door verloop van VIJF JAAR, te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf gepleegd werd. Instandhouden is niet meer strafbaar – maar zonder dat afbreuk gedaan wordt aan de gemeenrechtelijke stuitings- of schorsingsgronden of aan artikel 26 V.T.Sv. Tevens wordt voorzien in een bijkomende schorsingsgrond n.a.v. de minnelijke schikking en de bemiddelingspogingen 12
  • 13.
    Reparatieluik: verjaring • Overgangsbepalingvoor de nieuwe verjaringsregels (7.7.4.) – nieuwe termijnen gelden slechts vanaf 1 september 2009. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer bedragen dan de termijnen vermeld in artikel 2262bis, §1, tweede en derde van het Burgerlijk Wetboek (5 na kennisname - 20 jaar na de feiten ) indien het recht om de herstelvordering in te stellen ontstaan is voor 1 september 2009, opnieuw zonder afbreuk te doen aan de gemeenrechtelijke stuitings- of schorsingsgronden en aan artikel 26 V.T.Sv. – Oude stedenbouwinbreuken kunnen langere verjaringstermijn hebben dan nieuwe! Gelijkheidsbeginsel? 13
  • 14.
    Reparatieluik: verjaring • Verjaringvan de private herstelvordering? – een dergelijke vordering steunt op artikel 1382 B.W. – zodoende enkel toepassing van artikel 2262bis, §1 tweede en derde lid B.W., artikel 26 V.T.Sv. en de gemeenrechtelijke stuitings- en schorsingsgronden • Discussiepunt: onderscheiden verjaringsregime publieke en private herstelvorderingen verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel? 14
  • 15.
    Maar …. deGSI is bijzonder creatief in het ‘uitvinden’ van nieuwe misdrijven • Na de depenalisering van het instandhoudingsmisdringsmisdrijf, sloeg de GSI terug met volstrekt nieuwe, onverjaarbare ‘voortzettingsmisdrijven’ en –fouten – Bestemmingsmisdrijf – Gewoontemisdrijf 15
  • 16.
    Uiteenlopende rechtspraak … • Cassatie10 en 17 januari 2012: erkenning voortzettingsleer voor bestemmingsmisdrijven? • Gent 9 maart 2012: ‘De appellante tracht aldus ten onrechte toch nog aan het begrip instandhouden’ in de zin van artikel 6.1.1, lid 1, 1° VCRO […] een beperkende betekenis te geven, teneinde aan de gevolgen van de tussengekomen depenalisering van het instandhoudingsmisdrijf tenzij in ruimtelijk kwetsbaar gebied (te dezen niet van toepassing) te kunnen ontkomen. Deze interpretatie vindt echter geen steun in de wet, noch in de rechtspraak en de rechtsleer.’ • Gent 15 juni 2012: ‘Permanente bewoning, volgend op een eerder onvergunde functiewijziging maakt een voortzettingsmidrijf uit. De voorzetting bestaat uit opeenvolgende aflopende actieve daden eigen aan de bewoning, en de verjaring van dat voorzettingsmidrijf kan maar een aanvang nemen als er geen dergelijke daden meer worden gesteld.’ • Antwerpen 8 november 2012 : ‘de gedraging van instandhouding kan niet heromschreven worden als een handeling van voortgezet gebruik, ongeacht de aard van de norm (vergunning of gewestplan) die bij strijdige gebruik zou zijn overtreden’ 16
  • 17.
    • Cassatie 8 februari2013 (3x): erkenning voorzettingsleer voor bestemmingsmisdrijven? • Cassatie 6 december 2011: ‘voor gewoontemisdrijven loopt de verjaring niet zolang blijvend handelingen tot gebruik worden gesteld’ • Wil wetgever? • Schending gelijkheidsbeginsel? 17
  • 18.
    Wat na eendefinitief herstelvonnis? • Specifieke bevoegdheid van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid inzake de invordering van dwangsommen (6.1.21.) ‘De Hoge Raad kan op gemotiveerd verzoek beslissen dat een opeisbaar geworden dwangsom, vermeld in artikel 6.1.41, § 3, slechts gedeeltelijk ingevorderd wordt, of dat deze invordering tijdelijk wordt opgeschort. De Hoge Raad houdt bij zijn beoordeling in het bijzonder rekening met de door de overtreder gestelde handelingen en genomen engagementen met het oog op een correcte uitvoering van de hoofdveroordeling.’ • Regularisatie mogelijk na definitief afbraakvonnis? 18
  • 19.
    Raad van State4 maart 2013 • ‘Het grondwettelijk principe van de scheiding der machten en het fundamentele beginsel dat de rechterlijke beslissingen alleen kunnen worden gewijzigd door de aanwending van rechtsmiddelen raken de openbare orde. Deze beginselen verzetten er zich tegen dat de uitvoerende macht, in casu de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid na het arrest tot verwerping van de opheffing van of (tijdelijke) opschorting van de looptijd van de dwangsom en ondanks het verzet van de verzoekende partij, de invordering door deze laatste van de opeisbare dwangsom tijdelijk opschort’ – – • Vlaams Gewest (GSI)  Vlaams Gewest (Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid) Raad van State zet bepaling uit VCRO buiten spel zonder zelfs maar een prejudiciële vraag aan het GWH te stellen Voorziening in cassatie (HRH houdt verzoeken aan tot uitspraak HvC) 19
  • 20.
  • 21.
    Gegevens Dirk Van Heuven dvanheuven@publius.be PUBLIUS CogelsOsylei 61 2600 Antwerpen Belgium t +32 (0)3 270 33 50 f +32 (0)3 270 33 51 www.publius.be 21