Procedure aspecten van
planschade
mr. Joris Geens
mr. Olivier Verhulst
Inhoud
 Decretale grondslag
 Startfeit
 Verjaring
 Bevoegde rechtbank
 Vormvereiste
 Partijen
 Vorderingsgrond
 Bewijsvoering voorwaarden
 De taak van de deskundige
 Dadingsovereenkomst
Decretale grondslag
 Art. 2.6.1 – 2.6.3 VCRO
 Overgangsbepaling art. 7.4.11 VCRO
 VCRO van toepassing op plannen van aanleg die vanaf 1
september 2009 (opnieuw) voorlopig worden aangenomen
of opnieuw worden vastgesteld
 Vorderingen uit eerdere plannen van aanleg: art. 35 – 36 van
het Coördinatiedecreet van 22 oktober 1996 (DRO), zoals die
gold op 31 augustus 2009
 Art. 1382 B.W.? Art. 16 G.W. en art. 1 EAP EVRM?
GBOL?
Startfeit
 Art. 2.6.2, §1, 6e lid VCRO
 Startfeit = de daad die de minwaarde van het goed
tot uiting brengt
 “Het recht op planschadevergoeding ontstaat ofwel bij
een overdracht onder bezwarende titel van het goed,
ofwel bij inbreng van het goed in een vennootschap,
ofwel bij de weigering van een vergunning om te
bouwen of voor het verkavelen van gronden, ofwel bij
het afleveren van een negatief stedenbouwkundig
attest”
Startfeit
 Negatief Stedenbouwkundig attest
 Art. 5.3.1 VCRO
 Het stedenbouwkundig attest geeft op basis van een plan aan
of een overwogen project in redelijkheid de toets aan de
stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele
verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening
zal kunnen doorstaan
 = het project zal de toets in redelijkheid niet doorstaan
Startfeit
 DRO: S.A. nr. 1 en nr. 2
 Attest nr. 1 voldoende
• Cass. 7 november 2014, nr. C.14.0028.N
 Stedenbouwkundig uittreksel
• Brussel, 27 september 2016
• <-> “Stedenbouwkundig attest” (in VCRO en DRO)
 Inhoud aanvraag stedenbouwkundig attest
 Loutere doel creatie startfeit toelaatbaar (geen werkelijk
bouwintentie noodzakelijk)
• Rb. Brussel 9 juni 2011, Res Jur. Imm. 2012, afl. 1, 98.
 Tip: vraag toch duidelijk aan wat je wil realiseren
• In het licht van een mogelijke integrale schadevergoeding
• Cfr. tendens in de rechtspraak
Startfeit
 Overdracht onder bezwarende titel
 DRO: “overdracht van het goed”
• Schenking, erfopvolging
 VCRO: “… onder bezwarende titel”
• Vergoeding noodzakelijk
• Partijen kunnen bedingen dat het recht op planschadevergoeding niet
mee wordt overgedragen aan de koper. De verkoper behoudt belang en
hoedanigheid om vordering in te stellen.
 Inbreng in vennootschap
 Voor het eerst in VCRO, maar vindt zijn oorsprong in rechtspraak
• Inbreng = overdracht waarbij minwaarde wordt gerealiseerd. Overdracht gebeurt
immers in ruil voor aandelen, waar een waarde tegenover staat.
Startfeit
 Weigering van een vergunning om te bouwen of te
verkavelen
 Definitieve weigering
 Datum van kennisname
• Cass. C.07.0608.N/2, 3 september 2009.
 Startfeit moet zich hebben voorgedaan vóór de
dagvaarding
 Cass. 11 september 1997, Arr. Cass. 1997, 345
Verjaring
 Art. 2.6.2, §1, in fine VCRO
 Recht op planschadevergoeding kan niet meer
ontstaan
 Na verloop van 5 jaar te rekenen vanaf de datum van
inwerkingtreding van het plan
• RUP: 14d na publicatie B.S.
• DRO: 10 jaar
 Opgeschort gedurende 5 jaar in het geval er een bouw
of verkavelingsverbod is t.g.v. een onteigeningsbesluit,
tenzij onteigeningsbesluit eerder zou vallen
Verjaring
 Vorderingsrecht vervalt binnen één jaar na de
dag waarop het recht op
planschadevergoeding is ontstaan (startfeit)
 Kan in iedere stand van het geding worden
opgeworpen
 Ook in graad van beroep
• Antwerpen 3 oktober 2006, 2005/AR/1890, onuitg
Bevoegde rechtbank
 Rechtbank Eerste aanleg
 Art. 2.6.3, 1e lid VCRO
 Art. 624 Ger.W.
 Betreft geen zakelijke rechtsvordering, doch
vordering aangaande schadevergoeding
(persoonlijke rechtsvordering)
 O.m. woonplaats van de verweerder
Vormvereiste
 Staat bewijs onroerend goed
 Overzicht van eigendommen in het bezit in het Vlaamse Gewest
 Andere, bebouwde of onbebouwde, gronden of aandelen in een
vennootschap die als hoofddoel het beheer van onroerende
goederen heeft
 Precieze aanduiding kadastrale gegevens van de gronden en de
aandelen
 Aangaande de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het
RUP
 Per aangetekende brief gericht aan de griffie van de bevoegde
rechtbank én aan de verwerende partij en aan haar raadsman
 Binnen de 6 maanden na inleiding van de zaak (dagvaarding) en
uiterlijk voor de eerste rechterlijke uitspraak over de grond van
de zaak
Vormvereiste
 Op straffe van definitief verval van het recht op
planschade
• Toets GwH nr. 139/2012, 14 november 2012
 Opname register RUP
 Art. 2.2.2, §1, 7° VCRO: register bij een RUP is
niet rechtscheppend
• RvS nr. 235.173, 21 juni 2016
Partijen
 Eisende partij
 Niet alle schade, evenmin eenieder die schade heeft
geleden ingevolge bouwverbod
 De eigenaar, of een ander zakelijk gerechtigde kan
aanspraak maken op de vergoeding
 Bij verkoop van een onroerend goed kan de koper
contractueel bedingen het recht op
planschadevergoeding niet mee over te dragen
• Overeenkomst bijbrengen om belang en hoedanigheid te
bewijzen
• Is beding überhaupt nodig?
– Brussel 19 mei 2015, T.G.R. 2015, blz. 242.
Partijen
 Eisende partij
 “Verhoogd met lasten en kosten”
• Art. 2.6.2, §1 VCRO
• Niet alle kosten en lasten
 Cass. 7 november 2009 , C.08.0494.N/1
• Duinendecreet
Partijen
 Verwerende partij
 Art. 2.6.3, 2e lid VCRO
 Overheid die het RUP opmaakte waardoor
planschade is ontstaan
• Boskaart? Signaalgebieden? Betonstop?
Vorderingsgrond planschade
 Art. 2.6.2 ev. VCRO
 Alternatieve vorderingsgronden?
 Art. 1 EAP EVRM
 Art. 16 G.W.
 Quasi-onteigening / GBOL
 1382 B.W.
Bewijsvoering - inhoudelijke
beoordeling
 In werking getreden RUP
 Startfeit
 Gronden kwamen voor bebouwing in
aanmerking (decretale voorwaarden)
 Was het perceel objectieve bouwgrond
 Niet vereist te bewijzen dat effectief een SBV zou
kunnen worden bekomen
• Geen rekening houden met stedenbouwkundig beleid
• GwH nr. 164/206, 22 december 2016
• <-> Cass. 20 november 1990
Bewijsvoering en inhoudelijke
beoordeling
 Voorwaarden
 Perceel gelegen aan een voldoende uitgeruste weg
 Perceel komt stedenbouwkundig en
bouwtechnisch voor bebouwing in aanmerking
 Perceel is gelegen binnen een bebouwbare zone
 50m-regel
 Technische beoordeling vaak via deskundige
 Begroting vergoeding
 Via deskundige
De deskundige
 Begroting van de schade en technische
beoordeling criteria
 Gehouden tot zijn opdracht en niet ruimer
 Enkel rechtbank kan opdracht aanpassen
 Art. 962 Ger.W.
 Enkel technisch onderzoek, geen juridische
appreciatie
 Art. 11 Ger.W.
Dadingsovereenkomst
 Vanaf dat recht op planschade is ontstaan
 Voordien is er geen vorderingsrecht
 2044 B.W.
Dank voor de aandacht
mr. Joris Geens
mr. Olivier Verhulst

Planschade de procedurele aspecten 20 oktober 2017

  • 1.
    Procedure aspecten van planschade mr.Joris Geens mr. Olivier Verhulst
  • 2.
    Inhoud  Decretale grondslag Startfeit  Verjaring  Bevoegde rechtbank  Vormvereiste  Partijen  Vorderingsgrond  Bewijsvoering voorwaarden  De taak van de deskundige  Dadingsovereenkomst
  • 3.
    Decretale grondslag  Art.2.6.1 – 2.6.3 VCRO  Overgangsbepaling art. 7.4.11 VCRO  VCRO van toepassing op plannen van aanleg die vanaf 1 september 2009 (opnieuw) voorlopig worden aangenomen of opnieuw worden vastgesteld  Vorderingen uit eerdere plannen van aanleg: art. 35 – 36 van het Coördinatiedecreet van 22 oktober 1996 (DRO), zoals die gold op 31 augustus 2009  Art. 1382 B.W.? Art. 16 G.W. en art. 1 EAP EVRM? GBOL?
  • 4.
    Startfeit  Art. 2.6.2,§1, 6e lid VCRO  Startfeit = de daad die de minwaarde van het goed tot uiting brengt  “Het recht op planschadevergoeding ontstaat ofwel bij een overdracht onder bezwarende titel van het goed, ofwel bij inbreng van het goed in een vennootschap, ofwel bij de weigering van een vergunning om te bouwen of voor het verkavelen van gronden, ofwel bij het afleveren van een negatief stedenbouwkundig attest”
  • 5.
    Startfeit  Negatief Stedenbouwkundigattest  Art. 5.3.1 VCRO  Het stedenbouwkundig attest geeft op basis van een plan aan of een overwogen project in redelijkheid de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening zal kunnen doorstaan  = het project zal de toets in redelijkheid niet doorstaan
  • 6.
    Startfeit  DRO: S.A.nr. 1 en nr. 2  Attest nr. 1 voldoende • Cass. 7 november 2014, nr. C.14.0028.N  Stedenbouwkundig uittreksel • Brussel, 27 september 2016 • <-> “Stedenbouwkundig attest” (in VCRO en DRO)  Inhoud aanvraag stedenbouwkundig attest  Loutere doel creatie startfeit toelaatbaar (geen werkelijk bouwintentie noodzakelijk) • Rb. Brussel 9 juni 2011, Res Jur. Imm. 2012, afl. 1, 98.  Tip: vraag toch duidelijk aan wat je wil realiseren • In het licht van een mogelijke integrale schadevergoeding • Cfr. tendens in de rechtspraak
  • 7.
    Startfeit  Overdracht onderbezwarende titel  DRO: “overdracht van het goed” • Schenking, erfopvolging  VCRO: “… onder bezwarende titel” • Vergoeding noodzakelijk • Partijen kunnen bedingen dat het recht op planschadevergoeding niet mee wordt overgedragen aan de koper. De verkoper behoudt belang en hoedanigheid om vordering in te stellen.  Inbreng in vennootschap  Voor het eerst in VCRO, maar vindt zijn oorsprong in rechtspraak • Inbreng = overdracht waarbij minwaarde wordt gerealiseerd. Overdracht gebeurt immers in ruil voor aandelen, waar een waarde tegenover staat.
  • 8.
    Startfeit  Weigering vaneen vergunning om te bouwen of te verkavelen  Definitieve weigering  Datum van kennisname • Cass. C.07.0608.N/2, 3 september 2009.  Startfeit moet zich hebben voorgedaan vóór de dagvaarding  Cass. 11 september 1997, Arr. Cass. 1997, 345
  • 9.
    Verjaring  Art. 2.6.2,§1, in fine VCRO  Recht op planschadevergoeding kan niet meer ontstaan  Na verloop van 5 jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van het plan • RUP: 14d na publicatie B.S. • DRO: 10 jaar  Opgeschort gedurende 5 jaar in het geval er een bouw of verkavelingsverbod is t.g.v. een onteigeningsbesluit, tenzij onteigeningsbesluit eerder zou vallen
  • 10.
    Verjaring  Vorderingsrecht vervaltbinnen één jaar na de dag waarop het recht op planschadevergoeding is ontstaan (startfeit)  Kan in iedere stand van het geding worden opgeworpen  Ook in graad van beroep • Antwerpen 3 oktober 2006, 2005/AR/1890, onuitg
  • 11.
    Bevoegde rechtbank  RechtbankEerste aanleg  Art. 2.6.3, 1e lid VCRO  Art. 624 Ger.W.  Betreft geen zakelijke rechtsvordering, doch vordering aangaande schadevergoeding (persoonlijke rechtsvordering)  O.m. woonplaats van de verweerder
  • 12.
    Vormvereiste  Staat bewijsonroerend goed  Overzicht van eigendommen in het bezit in het Vlaamse Gewest  Andere, bebouwde of onbebouwde, gronden of aandelen in een vennootschap die als hoofddoel het beheer van onroerende goederen heeft  Precieze aanduiding kadastrale gegevens van de gronden en de aandelen  Aangaande de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het RUP  Per aangetekende brief gericht aan de griffie van de bevoegde rechtbank én aan de verwerende partij en aan haar raadsman  Binnen de 6 maanden na inleiding van de zaak (dagvaarding) en uiterlijk voor de eerste rechterlijke uitspraak over de grond van de zaak
  • 13.
    Vormvereiste  Op straffevan definitief verval van het recht op planschade • Toets GwH nr. 139/2012, 14 november 2012  Opname register RUP  Art. 2.2.2, §1, 7° VCRO: register bij een RUP is niet rechtscheppend • RvS nr. 235.173, 21 juni 2016
  • 14.
    Partijen  Eisende partij Niet alle schade, evenmin eenieder die schade heeft geleden ingevolge bouwverbod  De eigenaar, of een ander zakelijk gerechtigde kan aanspraak maken op de vergoeding  Bij verkoop van een onroerend goed kan de koper contractueel bedingen het recht op planschadevergoeding niet mee over te dragen • Overeenkomst bijbrengen om belang en hoedanigheid te bewijzen • Is beding überhaupt nodig? – Brussel 19 mei 2015, T.G.R. 2015, blz. 242.
  • 15.
    Partijen  Eisende partij “Verhoogd met lasten en kosten” • Art. 2.6.2, §1 VCRO • Niet alle kosten en lasten  Cass. 7 november 2009 , C.08.0494.N/1 • Duinendecreet
  • 16.
    Partijen  Verwerende partij Art. 2.6.3, 2e lid VCRO  Overheid die het RUP opmaakte waardoor planschade is ontstaan • Boskaart? Signaalgebieden? Betonstop?
  • 17.
    Vorderingsgrond planschade  Art.2.6.2 ev. VCRO  Alternatieve vorderingsgronden?  Art. 1 EAP EVRM  Art. 16 G.W.  Quasi-onteigening / GBOL  1382 B.W.
  • 18.
    Bewijsvoering - inhoudelijke beoordeling In werking getreden RUP  Startfeit  Gronden kwamen voor bebouwing in aanmerking (decretale voorwaarden)  Was het perceel objectieve bouwgrond  Niet vereist te bewijzen dat effectief een SBV zou kunnen worden bekomen • Geen rekening houden met stedenbouwkundig beleid • GwH nr. 164/206, 22 december 2016 • <-> Cass. 20 november 1990
  • 19.
    Bewijsvoering en inhoudelijke beoordeling Voorwaarden  Perceel gelegen aan een voldoende uitgeruste weg  Perceel komt stedenbouwkundig en bouwtechnisch voor bebouwing in aanmerking  Perceel is gelegen binnen een bebouwbare zone  50m-regel  Technische beoordeling vaak via deskundige  Begroting vergoeding  Via deskundige
  • 20.
    De deskundige  Begrotingvan de schade en technische beoordeling criteria  Gehouden tot zijn opdracht en niet ruimer  Enkel rechtbank kan opdracht aanpassen  Art. 962 Ger.W.  Enkel technisch onderzoek, geen juridische appreciatie  Art. 11 Ger.W.
  • 21.
    Dadingsovereenkomst  Vanaf datrecht op planschade is ontstaan  Voordien is er geen vorderingsrecht  2044 B.W.
  • 22.
    Dank voor deaandacht mr. Joris Geens mr. Olivier Verhulst