Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Over overtuigingen en visies in onderwijs

1,113 views

Published on

Deze presentatie gaf ik op 6 oktober aan het Alfa-College in Groningen. In de presentatie ga ik in op enkele wortels van (onderwijs)-overtuigingen en bespreek ik verschillende tegenstellingen die in onderwijsdiscussies bestaan. Deels is dit gebaseerd op het boek 'When to trust the experts' van Daniel Willingham (vertaald als 'Wat kunnen we kinderen echt leren' en het artikel dat ik schreef voor Pedagogische Studiën over Rousseau versus Arendt in de iPad-klas.

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Over overtuigingen en visies in onderwijs

  1. 1. Hallo,
  2. 2. Ik ben Pedro De Bruyckere! (@thebandb)
  3. 3. www.TheEconomyofMeaning.com Mythes! Blog
  4. 4. Ook:
  5. 5. Vertaald: DANIELT.WILLINGHAMWATWEKINDERENECHTKUNNENLEREN ISBN 978 94 014 3542 0 www.lannoocampus.be Daniel T. Willingham doceert als professor psychologie aan de University of Virginia. Zijn onderzoek is gericht op de toepassing van cognitieve psychologie bij educatie. Hij is columnist voor American Educator en schreef de bestsellers Why don’t students like school? en Raising kids who read. Zijn werk is vertaald in veertien talen. Pedro De Bruyckere is pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent en bestrijdt mythes over onderwijs en leren. Hij is de auteur van De jeugd is tegenwoordig, Jongens zijn slimmer dan meisjes en Ik was 10 in 2015. WANNEER KUN JE ‘EXPERTEN’ VERTROUWEN? GOEDE WETENSCHAP VOOR GOED ONDERWIJS Devoortdurendeevolutievanpedagogische en onderwijskundige wetenschappen zorgt voor een over-aanbod aan nieuwe inzichten en mogelijke toepassingen. Dat maakt het voor ouders, onderwijsprofessionals en beleidsmensen moeilijk te bepalen welke conclusies ze moeten trekken en welk advies te volgen. Alle adviezen lijken ‘gebaseerd op onderzoek’, maar de resultaten spreken elkaar vaak tegen. In dit boek toont bestsellerauteur Daniel T. Willingham hoe je feit van fictie kunt onderscheiden. Hij beschrijft wat goede wetenschap is, hoe je die kunt herkennen en waarom we vaak zo goedgelovig zijn voor slecht onderbouwde en foute claims. Wat we kinderen echt kunnen leren biedt een praktische methode om bewust te leren omgaan met onderwijsonderzoek en -voorschriften. Zo kun je als ouder of onderwijsprofessional door de bomen het bos weer zien. DANIEL T. WILLINGHAMVERTAALD EN BEWERKT DOOR PEDRO DE BRUYCKERE wat we kinderen echt kunnen leren OVER FEITEN EN FICTIE IN ONDERWIJS
  6. 6. Diepe pedagogiek!
  7. 7. Hoe overtuig je mensen?
  8. 8. Wij hebben allemaal overtuigingen.
  9. 9. Gevaar: Confirmation bias
  10. 10. Ook wel: horen wat je wil horen
  11. 11. 2 meta-overtuigingen:
  12. 12. Wetenschap versus natuur
  13. 13. Zie ook:
  14. 14. Of:
  15. 15. In onderwijs?
  16. 16. “Wetenschaps”argumenten: • Wetenschap is de beste manier om de wereld te begrijpen. • Leren wordt bepaald door wetten die op alle kinderen van toepassing zijn.
  17. 17. Concreet: (maar fout!)
  18. 18. Aka: the Loch Ness Monster of Education!
  19. 19. Waar komt het vandaan?
  20. 20. Wie bedacht het?
  21. 21. Dale?
  22. 22. Bale?
  23. 23. Glaser?
  24. 24. Glasser?
  25. 25. National Training Laboratories (NTL)?
  26. 26. De vorm komt uit een van de oudste theorieën over multimediaal leren:
  27. 27. Dale, E. (1969)
  28. 28. Nog ouder:
  29. 29. John Adams (1910) Order of concreteness: (1) the real object, for which anything else is a more or less inefficient substitute; (2) a model of the real object; (3) a diagram dealing with some of the aspects of the object; and (4) a mere verbal description of the object”
  30. 30. Beide zijn niet helemaal fout, eigenlijk.
  31. 31. Maar:
  32. 32. De percentages???
  33. 33. Eerste echte onderzoek: 2007 Lalley and Miller, 2007
  34. 34. Conclusie: zorgwekkend fout. Lalley and Miller, 2007
  35. 35. Gelukkig:
  36. 36. “Natuur”argumenten: • Intuïtie is een geldige manier om de wereld te begrijpen. • De individuele ervaring is de beste manier om de wereld te begrijpen. • De natuur bevat sterke verborgen krachten en verborgen potentieel.
  37. 37. Concreet: (maar fout!)
  38. 38. Idem:
  39. 39. Does school kill creativity? é Sir Ken Robinson
  40. 40. De wortels?
  41. 41. Verlichting versus Romantiek
  42. 42. Locke versus Rousseau
  43. 43. Verlichting?
  44. 44. Mentaliteitsverandering na 1750.
  45. 45. Ratio primeert op geloof.
  46. 46. Geloof in maakbaarheid van de mens.
  47. 47. “Plus est en vous.”
  48. 48. = “Jij kan alles worden.”
  49. 49. Logisch gevolg: “De Ontdekking van het Kind.” (Ariès, 1973)
  50. 50. Locke versus Rousseau
  51. 51. Locke § Voorloper behaviorisme Tabula rasa
  52. 52. Locke § Strikte opvoeding Tabula rasa
  53. 53. Locke § Strikte opvoeding => Optimale zelfdiscipline Tabula rasa
  54. 54. Locke § Strikte opvoeding => Vorming van de geest Tabula rasa
  55. 55. Rousseau § Gevoel
  56. 56. Rousseau § Natuurlijke goedheid van de mens
  57. 57. Rousseau § Kind is actief en onderzoekend wezen (=> Piaget)
  58. 58. Maar: Rousseau noch Locke deden onderzoek. PW2 Ontwikkelingspsychologie: begrippenkader 59
  59. 59. Natuurlijk leren? Zelfs bij Rousseau mentor nodig.
  60. 60. Maar Rousseau populairder dan ooit.
  61. 61. Maar ook 2 tegengeluiden.
  62. 62. Locke vandaag: Evidence-Based Education
  63. 63. Maar:
  64. 64. Evidence based ≠ recept.
  65. 65. Echte wetenschap ≠ recept.
  66. 66. Evidence based = hoe Evidence based ≠ wat Evidence based ≠ waarom
  67. 67. Ander tegengeluid = pedagogisch
  68. 68. Biesta, Furedi, Masschelein & Simons, Meijer,…
  69. 69. Arendt: School = School?
  70. 70. De vijf ‘echte’ discussies:
  71. 71. Leren versus onderwijzen
  72. 72. Hoeveel verantwoordelijkheid en zelfstandigheid bij kind?
  73. 73. Rol van de leerkracht?
  74. 74. Op welke manier moet de leeromgeving authentiek zijn?
  75. 75. Hoe maak je het curriculum progressief?
  76. 76. Conservatief is nodig voor progressie. (zie H. Arendt)
  77. 77. Taak onderwijs
  78. 78. 2 taken volgens, euh, pdb:
  79. 79. 1. opbouwen van ‘repertoire’
  80. 80. ‘Repertoire’ = qua inhoud én aanpak
  81. 81. Repertoire = basis voor professionalisme
  82. 82. 2. ‘Amateur’ zijn
  83. 83. Repertoire = basis voor “amateurs-liefhebbers” (zie Masschelein en Simons, 2012)
  84. 84. En besef:
  85. 85. “Een visie hebben is belangrijker dan welke visie je hebt.” Cfr. Daniel Muijs
  86. 86. Dank!

×