Do's & Dont's
van een goed selectie gesprek
Jan Prins
Talent Search en Performance
Succes is geen toeval
De leider zet de toon
War for talent
GEDRAG
Competenties zij
bekwaamheden die
uitdrukking komen
waarneembaar ged
KENNIS & VAARDIGHEDEN
WAARDEN & NORMEN
DRIJFVEREN
INTELLIGENTIE (IQ, SQ &
EQ)
Wetenschappelijke inzichten
• Primacy effect
• Halo en Horn effect
• Contrast effect
• Negatieve informatiebias
• Interviewer sollicitant simularity
• Uiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering
Een interview is geen gesprek !
5 do's
1. Bereid je voor
• Lees het CV
• Lees het functie profiel
• Social media
• Bedenk
• Vragen
2. Houd een STAR interview
Wat was het Resultaat van je actie?
Wat kwam eruit?
Hoe is het afgelopen?
Wat had je anders kunnen doen?
Wat had je kunnen voorkomen?
Hoe ga je het de andere keer doen?
RAWelke Acties heb je ondernemen?
Hoe was je aanpak? Wat hielp je
En Toen Wat belemmerde je?
Wat heb je vervolgens gezegd en/of
gedaan
En toen?
En hoe reageerde de andere?
TS
Wat was je Taak?
Wat was je rol?
Wat werd er van je verwacht?
Wat wilde je bereiken?
Wat verwachtte je van jezelf in die
situatie?
Wat vond je dat je moest doen?
Kun je een Situatie beschrijven
waarin…
Wat was de situatie?
Wat gebeurde er?
Wie waren er bij betrokken?
Waar speelde de situatie zich af?
Wanneer speelde deze situatie?
3. Creëer een relaxte sfeer
• 10 minuten koetjes en kalfjes
• Gemeenschappelijkheid
• 50/50 gesprek
4. Neem de tijd
• Ga net zo lang door tot je zelf een oordeel hebt
• Reserveer tijd voor uitloop
• Vraag naar referenties
5. Wees persoonlijk
• Laat je empatische kant zien
• Zoek naar passie
• Onderzoek de motivatie
• Vraag gerust naar negatieve kanten
Een interview is een visitekaartje!
5 dont's
1. Onduidelijke procedure
• Zorg dat deze helder is
• Dat iedereen hem kan uitleggen
• Dat er geen tegenstrijdige uitlatingen worden
gedaan
2. Interview in sales mode
• 20/80
• Stel open vragen
• Houd het doel in de gaten
3. Kandidaat in onzekerheid laten
• Houd persoonlijk contact
• Vraag naar alternatieve opties
• Vraag wat naar eventuele reden om zich alsnog
terug te trekken
• Negatief oordeel: direct afwijzen
4. Arrogante opstelling
• IT 2.0 is een aanbod markt
• Sales begint na het interview
5. Niet talent gericht denken
• Denk breder dan het functie profiel
• Denk lange termijn
• Geef tips aan je kandidaat
Talent performance voor de manager
TMA competentie model
Competentie selectie
Competentie match

10 do's en donts van een selectie interview

  • 1.
    Do's & Dont's vaneen goed selectie gesprek Jan Prins
  • 2.
    Talent Search enPerformance Succes is geen toeval De leider zet de toon War for talent
  • 3.
    GEDRAG Competenties zij bekwaamheden die uitdrukkingkomen waarneembaar ged KENNIS & VAARDIGHEDEN WAARDEN & NORMEN DRIJFVEREN INTELLIGENTIE (IQ, SQ & EQ)
  • 5.
    Wetenschappelijke inzichten • Primacyeffect • Halo en Horn effect • Contrast effect • Negatieve informatiebias • Interviewer sollicitant simularity • Uiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering
  • 6.
    Een interview isgeen gesprek ! 5 do's
  • 7.
    1. Bereid jevoor • Lees het CV • Lees het functie profiel • Social media • Bedenk • Vragen
  • 8.
    2. Houd eenSTAR interview Wat was het Resultaat van je actie? Wat kwam eruit? Hoe is het afgelopen? Wat had je anders kunnen doen? Wat had je kunnen voorkomen? Hoe ga je het de andere keer doen? RAWelke Acties heb je ondernemen? Hoe was je aanpak? Wat hielp je En Toen Wat belemmerde je? Wat heb je vervolgens gezegd en/of gedaan En toen? En hoe reageerde de andere? TS Wat was je Taak? Wat was je rol? Wat werd er van je verwacht? Wat wilde je bereiken? Wat verwachtte je van jezelf in die situatie? Wat vond je dat je moest doen? Kun je een Situatie beschrijven waarin… Wat was de situatie? Wat gebeurde er? Wie waren er bij betrokken? Waar speelde de situatie zich af? Wanneer speelde deze situatie?
  • 9.
    3. Creëer eenrelaxte sfeer • 10 minuten koetjes en kalfjes • Gemeenschappelijkheid • 50/50 gesprek
  • 10.
    4. Neem detijd • Ga net zo lang door tot je zelf een oordeel hebt • Reserveer tijd voor uitloop • Vraag naar referenties
  • 11.
    5. Wees persoonlijk •Laat je empatische kant zien • Zoek naar passie • Onderzoek de motivatie • Vraag gerust naar negatieve kanten
  • 12.
    Een interview iseen visitekaartje! 5 dont's
  • 13.
    1. Onduidelijke procedure •Zorg dat deze helder is • Dat iedereen hem kan uitleggen • Dat er geen tegenstrijdige uitlatingen worden gedaan
  • 14.
    2. Interview insales mode • 20/80 • Stel open vragen • Houd het doel in de gaten
  • 15.
    3. Kandidaat inonzekerheid laten • Houd persoonlijk contact • Vraag naar alternatieve opties • Vraag wat naar eventuele reden om zich alsnog terug te trekken • Negatief oordeel: direct afwijzen
  • 16.
    4. Arrogante opstelling •IT 2.0 is een aanbod markt • Sales begint na het interview
  • 17.
    5. Niet talentgericht denken • Denk breder dan het functie profiel • Denk lange termijn • Geef tips aan je kandidaat
  • 19.
  • 20.
  • 21.
  • 22.

Editor's Notes

  • #3 Optimaal inzetten en ontwikkelen van de medewerkers Iedereen heeft talenten De kunst is om ze in te zetten Marc Lammers Lionel Messi A org hire A people B org hire C people Kwaliteit is meest stimulerende factor. Sterker dan mentale en persoonlijke weerzin
  • #4 Hoe dieper hoe moeilijker ontwikkelbaar Bij sommigen mensen zie je sneller wat voor vlees je in de kuip hebt dan bij de ander Gedrag is eenvoudig observeerbaar Oorzaak van dat gedrag is veel lastiger. Probleem van traditioneel assessment. Solliciatie gesprek.
  • #6 .Primacy effect 1e indruk bepaalt het eindbeeld Halo- en Horneffect Positie / negatieve indrukken worden gegeneraliseerd naar andere eigenschappen Bijvoorbeeld: een docent geeft wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Automatisch gaat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren. Dit verschijnsel werd geformuleerd door de psycholoog Edward Thorndike in 1920. Contrasteffect Beïnvloeding door eerdere kandidaten. Bijv. Negatieve informatiebias Negatieve aspecten worden zwaarder beoordeeld dan de positieve Interviewer sollicitant simularity Kandidaten worden beter beoordeeld als ze qua gedrag en persoonlijkheid meer overeenkomen met de interviewer Uiterlijke kenmerken en (sekse)stereotypering Uiterlijke on/aantrekkelijkheid reduceert objectiviteit van interviewer In 1975 werd door Clifford aangetoond dat fysiek aantrekkelijke personen intelligenter worden geschat Er zijn veel beroepen waarbij men het niet van de eerste indruk moet hebben, maar daar wel vaak op beoordeeld wordt.
  • #7 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #8 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #10 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #11 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #12 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #13 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #14 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #15 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #16 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #17 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #18 Informatieoverdracht Verbale informatie (10% van de boodschap);Wat er feitelijk wordt gezegd Paralinguïstische informatie (30% van de boodschap);Wat er wordt toegevoegd, intonatie, accent, interpunctie, stemvolume, tempo etc Non verbale informatie (60 % van de uiteindelijke betekenis);Lichaamshouding, beweging, gelaatsuitdrukkingen, kleding, etc
  • #20 Pagina 185 boek