Nu ben Ik gekomen

535 views

Published on

Voorganger mevr ds Sijtsma - van Oeveren
Organist dhr Meinema
Luister mee via audioserver.nl of kerknoordwolde.nl

Published in: Spiritual, Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
535
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Nu ben Ik gekomen

  1. 1. Welkom op deze 2 de adventszondag Voorganger ds Sijtsma - van Oeveren Organist dhr Meinema Thema: Nu ben Ik gekomen!
  2. 2. <ul><li>Lied vdd G 118 – 1, 2 </li></ul><ul><li>Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen. </li></ul>
  3. 3. 1. Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen. Verlos mij van mijn bange pijn! Zie, heel mijn hart staat voor U open en wil, o Heer, uw tempel zijn.
  4. 4. O Gij, wien aard' en hemel zingen, verkwik mij met uw heilge gloed. Kom met uw zachte glans doordringen, o zon van liefde, mijn gemoed!
  5. 5. 2. Vervul, o Heiland, het verlangen, waarmee mijn hart uw komst verbeidt! Ik wil in ootmoed U ontvangen, mijn ziel en zinnen zijn bereid.
  6. 6. Blijf in uw liefde mij bewaren, waar om mij heen de wereld woedt. O, mocht ik uwe troost ervaren: doe intocht, Heer, in mijn gemoed!
  7. 7. Welkom op deze 2 de adventszondag Voorganger ds Sijtsma - van Oeveren Organist dhr Meinema Thema: Nu ben Ik gekomen!
  8. 8. <ul><li>Ps. 24 : 4, 5 </li></ul><ul><li>Gij poorten, </li></ul>
  9. 9. Ps. 24 : 4 Gij poorten, heft uw hoofd omhoog, aloude deur, maak wijd uw boog, laat uw verheven koning binnen. Wie is die vorst zo groot in eer, die sterke held? Het is de HEER, die alle macht kan overwinnen.
  10. 10. Ps. 24 : 5 Gij poorten, heft uw hoofd omhoog, aloude deur, maak wijd uw boog, ruim baan voor de verheven koning.
  11. 11. Wie is die vorst zo groot in kracht? Het hoofd van 's hemels legermacht! Hij komt, Hij maakt bij ons zijn woning.
  12. 12. <ul><li>Stil gebed </li></ul><ul><li>Votum en groet </li></ul>
  13. 13. <ul><li>P 25 – 9 </li></ul><ul><li>Sla op mijn ellende d'ogen, </li></ul>
  14. 14. Ps. 25 : 9 Sla op mijn ellende d'ogen, zie mijn moeite, mijn verdriet, neem mijn zonden uit meedogen gunstig weg, gedenk die niet.
  15. 15. Red mij en bewaar mijn ziel, wil, mijn God, mij niet beschamen, want ik schuil bij U, ik kniel met uw ganse volk tezamen.
  16. 16. <ul><li>Genadeverkondiging </li></ul>
  17. 17. <ul><li>Gez. 117: 4 </li></ul><ul><li>'k Lag machteloos gebonden </li></ul>
  18. 18. Gez. 117 : 4 'k Lag machteloos gebonden - Gij komt en maakt mij vrij! Ik was bevlekt met zonden - Gij komt en reinigt mij!
  19. 19. Het leven was mij sterven tot Gij mij op deedt staan. Gij doet mij schatten erven, die nimmermeer vergaan.
  20. 20. <ul><li>Wetslezing </li></ul>
  21. 21. <ul><li>ELB 308 – 1 </li></ul><ul><li>Doorgrond mijn hart en ken mijn weg, o Heer. </li></ul>
  22. 22. Elb. 308 : 1 Doorgrond mijn hart en ken mijn weg, o Heer. Beproef me en zie wat niet is tot uw eer. Is soms de weg die 'k ga niet goed voor mij; Leid me op de eeuw'gen weg, Heer, maak mij vrij!
  23. 23. <ul><li>Gebed om verlichting met de Heilige Geest </li></ul>
  24. 24.   Kindernevendienst project 2009. “ Gods licht schijnt overal.”
  25. 25. Gods licht schijnt overal
  26. 26. <ul><li>Gods licht schijnt overal </li></ul>
  27. 27. De tempel van Jeruzalem waar alles heilig is. Daar brengt de engel nieuwe hoop, licht in de duisternis. Op bergen en in dalen, in tempel, huis en stal Gods liefde straalt waar mensen zijn. Het licht schijnt overal.
  28. 28.    Maria's huis in Nazareth, het is maar heel gewoon. Daar spreekt de engel Gabriël van God en van zijn zoon. Op bergen en in dalen, in tempel, huis en stal, Gods liefde straalt waar mensen zijn. Het licht schijnt overal.
  29. 29.   Wij gaan naar de kindernevendienst. Tot straks.
  30. 30. <ul><li>Lezen Jozua 5: 2 t/m 5 </li></ul><ul><li>  5: 8 t/m 6: 2  (NBG ’51) </li></ul>
  31. 31. Besnijdenis en Pascha te Gilgal. 2 Te dien tijde zeide de HERE tot Jozua: Maak u stenen messen en besnijd de Israëlieten opnieuw, ten tweeden male. 3 Toen maakte Jozua zich stenen messen en hij besneed de Israëlieten op de Heuvel der voorhuiden. 4 Dit nu was de reden, waarom Jozua hen besneed: al het volk van het mannelijk geslacht,
  32. 32. dat uit Egypte getrokken was, alle krijgslieden waren in de woestijn onderweg gestorven, nadat zij uit Egypte getrokken waren. 5 Want al het volk dat uitgetrokken was, was besneden geweest, maar al het volk dat geboren was in de woestijn onderweg na de uittocht uit Egypte, had men niet besneden.
  33. 33. 8 Toen het gehele volk zich tot de laatste man toe had laten be-snijden, bleven zij waar zij waren in de legerplaats, totdat zij hersteld waren. 9 En de HERE zeide tot Jozua: Heden heb Ik de smaad van Egypte van ulieden afgewenteld. Daarom noemt men die plaats Gilgal, tot op de huidige dag.
  34. 34. 10 Terwijl de Israëlieten te Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, des avonds, in de vlakten van Jericho; 11 en zij aten, daags na het Pascha, van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroost koren, op dezelfde dag. 12 En het manna hield op, daags nadat zij van de opbrengst van het land hadden gegeten.
  35. 35. Dus hadden de Israëlieten geen manna meer, maar zij aten dat jaar van wat het land Kanaän opleverde. De val van Jericho 13 Het gebeurde nu, terwijl Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen opsloeg –
  36. 36. zie, daar stond een man tegenover hem met een uitgetrokken zwaard in de hand. Jozua trad op hem toe en vroeg hem: Behoort gij tot ons of tot onze tegenstanders? 14 Doch hij antwoordde: Neen, maar ik ben de vorst van het heer des HEREN. Nu ben ik gekomen. Toen wierp Jozua zich op zijn aangezicht ter aarde, boog zich neer en zeide tot hem:
  37. 37. Wat heeft mijn heer tot zijn knecht te zeggen? 15 En de vorst van het heer des HEREN zeide tot Jozua: Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed dit.
  38. 38. 6 1 Intussen had Jericho de poort gesloten; het was volkomen gesloten voor de Israëlieten; niemand kon daar uit of in gaan. 2 En de HERE sprak tot Jozua: Zie, Ik geef Jericho met zijn koning, de krachtige helden, in uw macht.
  39. 39. <ul><li>ELB 434b refr. 2 refr </li></ul><ul><li>God zal met u zijn, </li></ul>
  40. 40. God zal met u zijn, God is Immanuël. God zal met u zijn, de God van Israël;
  41. 41. 2 Jezus is de Koning, Hij is nu nog klein. Straks zal Hij de Redder van de wereld zijn. Ver weg in het oosten, waar wij gaan of staan, Hij is onze Koning, Hij kent onze naam...
  42. 42. God zal met ons zijn, God is Immanuël. God zal met ons zijn, de God van Israël.
  43. 43. <ul><li>Matheus 1 : 18 t/m 25 </li></ul><ul><li>De geboorte van Jezus </li></ul>
  44. 44. 18  De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. 19  Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
  45. 45. 20  Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zeide: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. 21  Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven.
  46. 46. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden. 22  Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: 23  Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons.
  47. 47. 24  Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. 25  En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.
  48. 48. <ul><li>Gez. 125 : 1, 2, 5 </li></ul><ul><li>O kom, o kom, Immanuël, </li></ul>
  49. 49. Gez. 125 : 1 O kom, o kom, Immanuël, verlos uw volk, uw Israël, herstel het van ellende weer, zodat het looft uw naam, o Heer! Weest blij, weest blij, o Israël! Hij is nabij, Immanuël!
  50. 50. Gez. 125 : 2 O kom, Gij wortel Isaï, verlos ons van de tyrannie, van alle goden dezer eeuw, o Herder, sla de boze leeuw. Weest blij, weest blij, o Israël! Hij is nabij, Immanuël!
  51. 51. Gez. 125 : 5 O kom, die onze Heerser zijt, in wolk en vuur en majesteit. O Adonai die spreekt met macht, verbreek het duister van de nacht. Weest blij, weest blij, o Israël! Hij is nabij, Immanuël!
  52. 52. <ul><li>“ Nu ben Ik gekomen” </li></ul>
  53. 53. <ul><li>Gez. 127 : 1, 3, 5 </li></ul><ul><li>Gaat, stillen in den lande, </li></ul>
  54. 54. Gaat, stillen in den lande, uw Koning tegemoet, de intocht is ophanden van Hem die wondren doet. Gij die de Heer verwacht, laat ons v&quot; &quot; r alle dingen Hem ons hosanna zingen. Hij komt, Hij komt met macht.
  55. 55. Hoort toe, gij zwaarbeproefden, uw Koning is niet ver! Voor wie in 't duister toefden, rijst nu de morgenster. De Heer geeft in de nood zijn wonderbare bijstand; Hij slaat de laatste vijand, Hij overwint de dood.
  56. 56. Juicht nu, trots al uw zorgen, de Koning komt met macht. Ons, in zijn hart geborgen heeft Hij zo rijk bedacht. Nu zullen angst en pijn en toorn ons nooit meer schaden. God wil, in zijn genade, dat wij zijn kindren zijn.
  57. 57. <ul><li>Dankgebed en Voorbeden </li></ul>
  58. 58. Collecte 1 ste voor de kerktelefoon 2 de voor de eigen gemeente
  59. 59. <ul><li>Gez. 148 : 1, 2 </li></ul><ul><li>Wees wellekom, Immanuël, </li></ul>
  60. 60. Gez. 148 : 1 Wees wellekom, Immanuël, in vlees en bloed ons metgezel, ons Heiland en behoeder! Wees wellekom, o Godes Zoon, die komt van uit uws Vaders troon, ons aller Heer en broeder!
  61. 61. Welkom, welkom, die ons harten, onze smarten komt genezen, welkom moet ons Jezus wezen!
  62. 62. Gez. 148 : 2 Uw heerlijkheid en godlijk licht wordt nu vertoond voor ons gezicht met al zijn gulden klaarheid; de vaadren zagen dit van ver als in de nacht de morgenster, nu schijnt de zon in waarheid.
  63. 63. Welkom, welkom, die ons harten, onze smarten komt genezen, welkom moet ons Jezus wezen!
  64. 64. <ul><li>Zegen </li></ul>
  65. 65. Gez. 456 : 3 Amen, amen, amen! Dat wij niet beschamen Jezus Christus onze Heer, amen, God, uw naam ter eer!

×