Sessie 7: Planvan aanpak
van
Projectidee
via
Projectvoorstel
naar
Plan van Aanpak
2.
Waar staan wedan: ?
Projectvoorstel <
Plan van Aanpak <
Ontwerp <
Initiatief / Idee !
Definitie
Ontwerp
Voorbereiding
Detail ontwerp <
Realisatie
Projectopbrengst <
Overdracht <
Nazorg
3.
Plan van Aanpak= Projectplan
• PvA = Projectplan = Projectdefinitie
• Document wat een gedetailleerde
beschrijving geeft van een project
• Maakt voor iedereen duidelijk wat er
moet gebeuren
• Maakt duidelijk welke stappen gezet
moeten gaan worden
• Legt taken, verantwoordelijkheden en
bevoegdheden vast.
Achtergronden, maak analyse!
•Waar komt de vraag vandaan?
Waarom, aanleiding, vervolg op eerder project?
• Wie is de opdrachtgever?
Persoon – Organisatie?
• Wie is de opdrachtnemer?
Persoon – Organisatie?
• Trechter de informatie van ‘groot’ naar ‘klein’, van overzicht
naar inzicht
6.
Project Scope
Project Scope= afbakening van een project
• Binnen de scope = wat doe je wel
• 1 project met … deelprojecten
• Buiten de scope = wat doe je niet!
7.
Projectgrenzen, wat doenwe niet!
• Wat is de ‘scope’ van het project
• Duidelijk aangeven wat er wel in zit en
wat er niet in zit
• Kader het;
– Hoe breed, hoe lang, hoe diep
– Hoeveel budget
– Wat is de deadline
• Welke randvoorwaarden zijn er
8.
Projectresultaat, wat ishet einddoel?
• Doelstelling van het project
• Probleemstelling
• Beknopte omschrijving van de context
en het projectresultaat
9.
Projectactiviteiten, wat doenwe?
• Wees zo volledig mogelijk in alle
activiteiten
• Groepeer in logische volgorde
• Groepeer op vergelijkbare niveaus (fase,
groep)
• ‘Lange halen, snel thuis’ is meestal een
omweg
10.
Projectdoelen: SMART/SMUR
• SMART:Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch,
Tijdgebonden
• SMUR: Specifiek, Meetbaar, Uitdagend, Realistisch
…voor eigen organisatie en voor leveranciers
…voor de opdrachtgever
…voor de projectorganisatie
11.
Tussenresultaten = Milestones!
• Activiteiten kennen een uitkomst; dus
afzonderlijke resultaten worden geleverd
• Verzameling van tussenproducten kan het
projectresultaat zijn
• Milestone; = punt dat bereikt moet worden
om verder te gaan
12.
Beheers: G OK I T
Jij hebt het project in de vingers als je GOKIT beheerst:
•
•
•
•
•
G: Geld
O: Organisatie
K: kwaliteit
I: Informatie
T: Tijd
en risico’s
en samenwerken
en resultaat
en besluiten
en planning
Organisatie
•
•
•
•
•
Welke mensen vraagje
Waarom juist deze mensen?
Spreek af hoe je samenwerkt
Maak instructies en werkmethoden
Leg taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden vast.
15.
Kwaliteit
•
•
•
•
Manage de verwachting,spreek af wat je oplevert.
Stel je kengetallen vast
Zet de kengetallen in je QA plan
Stuur het project met continue verbeter stappen
met PDCA
16.
Informatie
• Informeer allestakeholders
• Alle projectleden hebben plicht om
Informatie te brengen
en
Informatie te halen
• Maak een goed documentatieplan.
• Maak gebruik van bekende overleg methoden
17.
Tijd
•
•
•
•
Maak een planningvoor het hele project
Stel je tussendoelen (milestones)
Prioriteer je werkzaamheden
Laat je niet afleiden van de doelen!
18.
Opdracht 1
• Zoekin de “extra opdrachten” de begrippentrainer en
maak online het kruiswoordraadsel.
• Dit kruiswoordraadsel is ook op PDF te maken, lever
deze in bij de docent ter controle van de goede
antwoorden!
19.
Afsluitende opdracht, maakeen PvA!
• Schrijf voor een opdrachtgever een plan van aanpak volgens de
vaste PvA structuur. Deze structuur is te vinden in de map
“extra opdrachten”
• Heb je geen opdrachtgever, neem dan een casus naar keuze:
DropCo; Spartavus, of Amalia
te vinden in map “extra opdrachten”
• Lever dit PvA in bij de docent!