Projectmanagement
04/04/2013
Inhoud
 Algemene inleiding tot projectmanagement
 De levenscyclus van een project
 Rode draden: risicoanalyse – de business case – het
  projectplan
 De mensen rond een project
 Change management
Algemene inleiding
 Een project:
    Een tijdelijke organisatievorm, met een duidelijk begin
     en einde
    Op basis van een geheel aan activiteiten
    Begrensde middelen
    Doel is het opleveren van een concreet eindresultaat
    Binnen een business case
Algemene inleiding
 De meerwaarde van projectmanagement:
   Goed gedefinieerd en afgebakend
   Kadert in een efficiënte en resultaatgerichte overheid (itt
    taakgericht)
   Optimaal aanwenden beschikbare middelen
   Transversaal werken ipv hiërarchisch werken
Algemene inleiding
 Methodieken:
   PMBoK: Project Management Body of Knowledge:
       1987, VS, Project Management Institute (PMI)
   PRINCE2: Projects in Controlled Environments:
       UK, Office of Government Commerce
   Beiden lijken sterk op elkaar, maar Prince 2 is meer
    resultaatgericht, meer procesgericht en complexer
    wanneer volledig toegepast
   Maar! Pragmatisch toepassen naargelang project en
    organisatie!
Levenscyclus van een project
 5 basisfasen:
    Initiatief
    Opstart
    Initialisering
    Uitvoering
    Afsluiten
Levenscyclus van een project
 Stap 1: initiatief
    Wat willen we? Idee, doelstellingen, scope
    Globale aanpak: hoe willen we het resultaat bereiken?
    Opmaken van de business case: belang, toegevoegde
     waarde, haalbaarheid (kosten/baten)
    Nog geen projectleider
Levenscyclus van een project
 Stap 2: Opstart
    Vastleggen projectverantwoordelijken, oa projectleider
    Doelstellingen en scope verder op punt stellen
    Afhankelijkheden, randvoorwaarden, beperkingen
    Te realiseren eindproducten: globaal
    Business case verder op punt stellen: eerste raming
     werklast, middelen
    1eprojectplan opstellen: uitwerken plan en doorlooptijd
    Meestal vastgelegd in een projectmandaat
Levenscyclus van een project
 Stap 3: Initialisatie
    Doelstellingen en scope
    Projectresultaten in detail met kwaliteitsverwachtingen en
     acceptatiecriteria
    Projectaanpak: initieel projectplan – vaststellen activiteiten
    Raming middelen
    Projectorganisatie en besluitvorming: wie beslist wanneer en
     wat?
    Risicoanalyse
    Meestal in project initiatie document (PID) + business
     case, projectplan, communicatieplan, projectkwaliteitsplan
Levenscyclus van een project
 Stap 4: uitvoering
    Projectplan opvolgen: voortgang, timing
    Beheer van de middelen
    Aansturen projectmedewerkers
    (Tussentijdse) validaties door stuurgroep/sponsor
    Continue beheer van risico’s
    Communicatie
    Aandacht voor weerstanden!
Levenscyclus van een project
 Stap 5: Afsluiten
    Na validatie van het eindresultaat door de SG
    Zorgen voor continuïteit: kennisoverdracht, verankering
     in organisatie, etc
    Lessons learned
    Formeel ontlasten projectteam
Rode draden
 Risicoanalyse
 Business case
 Projectplan
Rode draad:risico’s
 Vaststellen van de risico’s
 Kans en impact
               Heel hoog (1)
                Hoog (2)


      Kans     Gemiddeld (3)


                Laag (4)
               Heel laag (5)



                               Laag (3)   Gemiddeld (2)   Hoog (1)



                                            Impact
Rode draad: risico’s
 Tolerantielijn vaststellen
 Tegenmaatregelen: acceptatie, preventie,
  vermindering, calamiteit, overdragen
Rode draad: business case
 De hoeksteen van een project!
 Bepaalt of een project nog levensvatbaar is – meestal
  actualisatie bij iedere faseovergang
 Inhoud:
   Alternatieven
   Verwachte toegevoegde waarde
   Kosten
Rode draad: projectplan
 Vaststellen van de verschillende fasen
 Vaststellen producten per fase. Kan via
  productdecompositiestructuur (PDS) of
  productstroomschema (PSS)
 Vaststellen van de mijlpalen: einde/begin van een fase
 Vaststellen per fase en per product: mensen, middelen,
  vaardigheden
De mensen rond een project
 Projectleider
 Projectsponsor
 Stuurgroep
 Werkgroepen
 Projectteam
 Ambassadeurs
 Stakeholders/belanghebbenden
De mensen rond een project
 Projectleider
    Verantwoordelijke dagelijks beheer: aansturing en
     uitvoering, beheer middelen, beheer veranderingen,
     opleveren producten, etc
    Stuurt het projectteam aan
    Beheert de relaties met de hiërarchie, stakeholders, etc
    Rapporteert aan de stuurgroep
    Moet goed kunnen omgaan met mensen, weerstand en
     moet goed kunnen communiceren
De mensen rond een project
 Projectsponsor
    Meestal bovenaan de hiërarchie
    Drijvende kracht: eigenaar en bewaker business case,
     bevestigt mandaat projectleider
    Zorgt dat project de doelstellingen haalt
    Bewaakt de scope
    Ziet er op toe dat de risico’s bewaakt worden
    Rapporteert en escaleert naar management
    Zit de stuurgroep voor
De mensen rond een project
 Stuurgroep
    Dragen de eindverantwoordelijkheid
    Management by exception
    Valideren de (tussentijdse) producten
    Geven al dan niet groen licht na iedere fase en bij
     afsluiten project
    Stellen de middelen ter beschikking
    Vertegenwoordigen de verschillende belangen
    Ook mensen met weerstand!
De mensen rond een project
 Projectteam
    Zij voeren het project uit olv projectleider
    Meestal technische mensen, specialisten, ed


 Werkgroepen
   Indien nodig
   Worden geleid door de leden van het projectteam of
    door projectleider zelf
De mensen rond een project
 Ambassadeurs
    Is vooral interessant voor afdeling- of
     entiteitsoverschrijdende projecten
    Krijgen stand van zaken
    Communiceren naar hun “achterban” en koppelen
     vragen/problemen terug
    Maken “reclame” voor het project en sporen al vroeg
     weerstand op
De mensen rond een project
 Stakeholders/belanghebbenden:
    Hebben belang bij de uitvoering van het project en het
     resultaat, maar zijn geen gebruikers
    Zoveel mogelijk betrekken: focusgroepen, bevragingen,
     crowdsourcing
Changemanagement
 Iedereen moet veranderen…
Behalve… ik
Change management
 John Kotter “Onze ijsberg smelt”
Change management
 Jef Staes “Mijn organisatie is een oerwoud”
Change management
 http://www.youtube.com/watch?v=XT3zrD4vwLw
Change management
Change management
 Burning platform
Change management: Kubler Ross
Change management
 Twee soorten weerstand: positief en negatief, die je op
  twee manieren kan benaderen
 Weerstand is altijd een goed teken, want toont
  betrokkenheid! Apathie is erger!
 Hoe omgaan met weerstand?
Change management
 Communicatie: whole brain-model van Ned Hermann
Kernprofiel per kwadrant




   ANALYST        INNOVATOR

ORGANISATOR       COMMUNICATOR




             35
Focus per kwadrant



        HOE         WAT
 > uitdenken        > uitvinden

   ANALYST          INNOVATOR

ORGANISATOR         COMMUNICATOR

   WANNEER          WIE
  > uitvoeren       > uitdragen

               36
Kernexpertise per kwadrant



     Planmatig        Initiatief en
        werken        verbetering

      ANALYST         INNOVATOR

 ORGANISATOR          COMMUNICATOR

Resultaatgericht      Succesvol
         werken       werken en
                      samen-
                 37
                      werken
Hoe communiceer ik ?


      logisch, creatief,
    structuur, suggestief,
       details motiverend

    ANALYST INNOVATOR

ORGANISATOR      COMMUNICATOR

   concreet,     mensgericht,
 doelgericht,    participerend,
     nuchter     dialoog
            38
Hoe neem ik beslissing ?


    analytisch, intuïtief
      objectief, visionair
alles uitzoeken van buiten cirkel

     ANALYST INNOVATOR

ORGANISATOR     COMMUNICATOR

  gefundeerd overleg
   planmatig Inlevend
    middelen win-win
    i.f.v. doel39
Wat heb ik nodig ?


    Geef me Maak me
details, logica enthousiast

     ANALYST INNOVATOR


ORGANISATOR       COMMUNICATOR

      Wees        Laat me voelen
 pragmatisch      dat je me
                  begrijpt
             40
Hoe ga ik om met spanning of druk ?


        Trekt zich Daagt uit,
   terug, vermijdt verandert van
          conflict onderwerp

        ANALYST INNOVATOR

   ORGANISATOR COMMUNICATOR

Versterkt controle, Probeert
         defensief spanning weg
                    te praten
               41
Hoe ga ik om met verandering ?


      Ik hou alles Ik kick op
liefst bij ‘t oude verandering


      ANALYST INNOVATOR

ORGANISATOR COMMUNICATOR

      Ik neem Ik kies voor
berekend risico verandering in
                 harmonie met
              42
                 anderen
Hoe kunnen anderen me motiveren ?



   Appreciatie      Meegaan met
voor mijn werk,     enthousiasme,
  respect voor      belangstelling
        details     tonen
      ANALYST       INNOVATOR

ORGANISATOR         COMMUNICATOR
   To the point     Open en warme
communicatie,       dialoog,
  me zelf laten     persoonlijke
       beslissen    attentie
               43
Change management
 Conclusie:
    Communicatie
    Visie
    Leidende coalitie
    Quick-wins
 Nancy De Vogelaere
  nancy.devogelaere@ond.vlaanderen.be
       NancyDVogelaere


 Ann Lips
   ann.l@klasse.be
        ann_lips

04042013 inspiratiesessie projectmanagement changemanagement

  • 1.
  • 2.
    Inhoud  Algemene inleidingtot projectmanagement  De levenscyclus van een project  Rode draden: risicoanalyse – de business case – het projectplan  De mensen rond een project  Change management
  • 3.
    Algemene inleiding  Eenproject:  Een tijdelijke organisatievorm, met een duidelijk begin en einde  Op basis van een geheel aan activiteiten  Begrensde middelen  Doel is het opleveren van een concreet eindresultaat  Binnen een business case
  • 4.
    Algemene inleiding  Demeerwaarde van projectmanagement:  Goed gedefinieerd en afgebakend  Kadert in een efficiënte en resultaatgerichte overheid (itt taakgericht)  Optimaal aanwenden beschikbare middelen  Transversaal werken ipv hiërarchisch werken
  • 5.
    Algemene inleiding  Methodieken:  PMBoK: Project Management Body of Knowledge:  1987, VS, Project Management Institute (PMI)  PRINCE2: Projects in Controlled Environments:  UK, Office of Government Commerce  Beiden lijken sterk op elkaar, maar Prince 2 is meer resultaatgericht, meer procesgericht en complexer wanneer volledig toegepast  Maar! Pragmatisch toepassen naargelang project en organisatie!
  • 6.
    Levenscyclus van eenproject  5 basisfasen:  Initiatief  Opstart  Initialisering  Uitvoering  Afsluiten
  • 7.
    Levenscyclus van eenproject  Stap 1: initiatief  Wat willen we? Idee, doelstellingen, scope  Globale aanpak: hoe willen we het resultaat bereiken?  Opmaken van de business case: belang, toegevoegde waarde, haalbaarheid (kosten/baten)  Nog geen projectleider
  • 8.
    Levenscyclus van eenproject  Stap 2: Opstart  Vastleggen projectverantwoordelijken, oa projectleider  Doelstellingen en scope verder op punt stellen  Afhankelijkheden, randvoorwaarden, beperkingen  Te realiseren eindproducten: globaal  Business case verder op punt stellen: eerste raming werklast, middelen  1eprojectplan opstellen: uitwerken plan en doorlooptijd  Meestal vastgelegd in een projectmandaat
  • 9.
    Levenscyclus van eenproject  Stap 3: Initialisatie  Doelstellingen en scope  Projectresultaten in detail met kwaliteitsverwachtingen en acceptatiecriteria  Projectaanpak: initieel projectplan – vaststellen activiteiten  Raming middelen  Projectorganisatie en besluitvorming: wie beslist wanneer en wat?  Risicoanalyse  Meestal in project initiatie document (PID) + business case, projectplan, communicatieplan, projectkwaliteitsplan
  • 11.
    Levenscyclus van eenproject  Stap 4: uitvoering  Projectplan opvolgen: voortgang, timing  Beheer van de middelen  Aansturen projectmedewerkers  (Tussentijdse) validaties door stuurgroep/sponsor  Continue beheer van risico’s  Communicatie  Aandacht voor weerstanden!
  • 12.
    Levenscyclus van eenproject  Stap 5: Afsluiten  Na validatie van het eindresultaat door de SG  Zorgen voor continuïteit: kennisoverdracht, verankering in organisatie, etc  Lessons learned  Formeel ontlasten projectteam
  • 13.
    Rode draden  Risicoanalyse Business case  Projectplan
  • 14.
    Rode draad:risico’s  Vaststellenvan de risico’s  Kans en impact Heel hoog (1) Hoog (2) Kans Gemiddeld (3) Laag (4) Heel laag (5) Laag (3) Gemiddeld (2) Hoog (1) Impact
  • 15.
    Rode draad: risico’s Tolerantielijn vaststellen  Tegenmaatregelen: acceptatie, preventie, vermindering, calamiteit, overdragen
  • 16.
    Rode draad: businesscase  De hoeksteen van een project!  Bepaalt of een project nog levensvatbaar is – meestal actualisatie bij iedere faseovergang  Inhoud:  Alternatieven  Verwachte toegevoegde waarde  Kosten
  • 17.
    Rode draad: projectplan Vaststellen van de verschillende fasen  Vaststellen producten per fase. Kan via productdecompositiestructuur (PDS) of productstroomschema (PSS)  Vaststellen van de mijlpalen: einde/begin van een fase  Vaststellen per fase en per product: mensen, middelen, vaardigheden
  • 18.
    De mensen rondeen project  Projectleider  Projectsponsor  Stuurgroep  Werkgroepen  Projectteam  Ambassadeurs  Stakeholders/belanghebbenden
  • 19.
    De mensen rondeen project  Projectleider  Verantwoordelijke dagelijks beheer: aansturing en uitvoering, beheer middelen, beheer veranderingen, opleveren producten, etc  Stuurt het projectteam aan  Beheert de relaties met de hiërarchie, stakeholders, etc  Rapporteert aan de stuurgroep  Moet goed kunnen omgaan met mensen, weerstand en moet goed kunnen communiceren
  • 21.
    De mensen rondeen project  Projectsponsor  Meestal bovenaan de hiërarchie  Drijvende kracht: eigenaar en bewaker business case, bevestigt mandaat projectleider  Zorgt dat project de doelstellingen haalt  Bewaakt de scope  Ziet er op toe dat de risico’s bewaakt worden  Rapporteert en escaleert naar management  Zit de stuurgroep voor
  • 22.
    De mensen rondeen project  Stuurgroep  Dragen de eindverantwoordelijkheid  Management by exception  Valideren de (tussentijdse) producten  Geven al dan niet groen licht na iedere fase en bij afsluiten project  Stellen de middelen ter beschikking  Vertegenwoordigen de verschillende belangen  Ook mensen met weerstand!
  • 23.
    De mensen rondeen project  Projectteam  Zij voeren het project uit olv projectleider  Meestal technische mensen, specialisten, ed  Werkgroepen  Indien nodig  Worden geleid door de leden van het projectteam of door projectleider zelf
  • 24.
    De mensen rondeen project  Ambassadeurs  Is vooral interessant voor afdeling- of entiteitsoverschrijdende projecten  Krijgen stand van zaken  Communiceren naar hun “achterban” en koppelen vragen/problemen terug  Maken “reclame” voor het project en sporen al vroeg weerstand op
  • 25.
    De mensen rondeen project  Stakeholders/belanghebbenden:  Hebben belang bij de uitvoering van het project en het resultaat, maar zijn geen gebruikers  Zoveel mogelijk betrekken: focusgroepen, bevragingen, crowdsourcing
  • 26.
    Changemanagement  Iedereen moetveranderen… Behalve… ik
  • 27.
    Change management  JohnKotter “Onze ijsberg smelt”
  • 28.
    Change management  JefStaes “Mijn organisatie is een oerwoud”
  • 29.
  • 30.
  • 31.
  • 32.
  • 33.
    Change management  Tweesoorten weerstand: positief en negatief, die je op twee manieren kan benaderen  Weerstand is altijd een goed teken, want toont betrokkenheid! Apathie is erger!  Hoe omgaan met weerstand?
  • 34.
    Change management  Communicatie:whole brain-model van Ned Hermann
  • 35.
    Kernprofiel per kwadrant ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR 35
  • 36.
    Focus per kwadrant HOE WAT > uitdenken > uitvinden ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR WANNEER WIE > uitvoeren > uitdragen 36
  • 37.
    Kernexpertise per kwadrant Planmatig Initiatief en werken verbetering ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR Resultaatgericht Succesvol werken werken en samen- 37 werken
  • 38.
    Hoe communiceer ik? logisch, creatief, structuur, suggestief, details motiverend ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR concreet, mensgericht, doelgericht, participerend, nuchter dialoog 38
  • 39.
    Hoe neem ikbeslissing ? analytisch, intuïtief objectief, visionair alles uitzoeken van buiten cirkel ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR gefundeerd overleg planmatig Inlevend middelen win-win i.f.v. doel39
  • 40.
    Wat heb iknodig ? Geef me Maak me details, logica enthousiast ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR Wees Laat me voelen pragmatisch dat je me begrijpt 40
  • 41.
    Hoe ga ikom met spanning of druk ? Trekt zich Daagt uit, terug, vermijdt verandert van conflict onderwerp ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR Versterkt controle, Probeert defensief spanning weg te praten 41
  • 42.
    Hoe ga ikom met verandering ? Ik hou alles Ik kick op liefst bij ‘t oude verandering ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR Ik neem Ik kies voor berekend risico verandering in harmonie met 42 anderen
  • 43.
    Hoe kunnen anderenme motiveren ? Appreciatie Meegaan met voor mijn werk, enthousiasme, respect voor belangstelling details tonen ANALYST INNOVATOR ORGANISATOR COMMUNICATOR To the point Open en warme communicatie, dialoog, me zelf laten persoonlijke beslissen attentie 43
  • 44.
    Change management  Conclusie:  Communicatie  Visie  Leidende coalitie  Quick-wins
  • 46.
     Nancy DeVogelaere nancy.devogelaere@ond.vlaanderen.be NancyDVogelaere  Ann Lips ann.l@klasse.be ann_lips