Ontwikkelingen zorgsector (BMC,2008)
Figuur 2. Maatschappelijke trends doorontwikkeld naar de zorgsector
Anders en beter
Verantwoordelijkheid
naar draagkracht
Zorg dichtbij
Gezond opgroeien
en ouder worden
Primaire proces
Organiserend
vermogenNieuwe
schaarste
Uitvoeringskracht
Duurzaamheid
Participatie
Krimp
3.
Vijf bouwstenen
1. Nuldelijn;preventie, informatie, mantelzorg en zelfmanagement
2. Huisarts en gemeente als gezamenlijke poortwachter;
sleutelrol voor wijkverpleegkundige
3. Laagdrempelige zorg dichtbij huis
4. Diagnose en laagcomplexe (para)medische behandeling in de eerste lijn;
(overhevelen van zorgelementen van de tweede naar de eerste lijn en de
finetuning van deze herverkaveling)
5. Effectieve koppeling met professionals en specialisten in de tweede lijn
4.
• Zelfverantwoordelijkheid vande burger en zijn/haar omgeving
staan centraal
• In te zetten middelen door gemeenten zijn informatie en preventie
• Gemeenten sturen aan op zelfmanagement en zorgen voor een
optimale benutting van ondersteunings- en zorgpotentie
1
Nuldelijn
preventie, informatie, mantelzorg en zelfmanagement
5.
• Eerste lijngroeit naar forse anderhalvelijn
• Intramurale zorg zo lang mogelijk uitstellen
• Huisarts en gemeente vervullen een poortwachtersfunctie
met wijkverpleegkundige
Huisarts en gemeente als
gezamenlijke poortwachter
sleutelrol voor wijkverpleegkundige
6.
• Groter verschiltussen zorgverlening decentraal en centraal
• GGZ-aanbieders gaan de wijk in
• Ouderenzorg ordenen in en rond de wijk
3
Laagdrempelige zorg dichtbij huis
7.
Diagnose en laagcomplexe(para)medische
behandeling in de eerste lijn
(overhevelen van zorgelementen van de tweede naar de eerste lijn en de ‘finetuning’
van deze herverkaveling)
• Ruime anderhalvelijns zorgcentra, die (para)medische
beroepen bundelen
• Doorverwijzing in beperkte mate
• Extramurale zorg bieden en coördineren vanuit het zorgcentrum
• Gemeenten en zorgverzekeraars stimuleren en faciliteren
gezamenlijk de zorgcentra
8.
Effectieve koppeling metprofessionals
en specialisten in de tweede lijn
5
• Grote ziekenhuizen en intramurale zorgvoorzieningen zijn
niet meer nodig
• Deel van de bekostiging van ziekenhuizen en intramurale
zorgvoorzieningen verhuizen naar de wijk
• Ziekenhuizen en intramurale zorgvoorzieningen worden
verplicht zich te richten op de kerntaken op medisch
specialistisch gebied
9.
Figuur 6. Weergaveversterking eerste en anderhalve lijnszorg en specialisatie tweedelijnszorg
Terugloop van zorgkosten
en zorgconsumptie
GEZONDHEIDSCENTRUM
THUISZORG
NAZORG
SPECIALIST
Gezondheidscentrum
• Opvang van toename
laagcomplexe zorgconsumptie
• Veel laagcomplexe behandelingen
vinden dichtbij en direct plaats
• Versterking 1e lijn:
Huisarts werkt samen met
maatschappelijk werk,
diëtist, apotheek, tandarts,
fysiotherapeut en wijk-
verpleegkundige (thuiszorg)
• Lagere doorstroom naar duurdere
ziekenhuiszorg, winst ten minste
1 miljard op diagnositiek
Bovenregionaal
ziekenhuis
Zorghotel
• Op strategische plekken in
Nederland
• Zeer hoogwaardige
complexe zorg
• Nazorg in lokale setting,
bv zorghotel
• Halvering kosten per zorgdag
• Verbetering welbevinden in
hotelformule
• Aansluiting tussen cure
en care
• Sturing ziekenhuis gaat richting
facilitymanagement, zorgverlening en
facilitering ervan worden ontkoppeld (alleen
facilitaire contractering)
• Maatschappen doen direct zaken met
zorgverzekeraar (medische contractering)
• Specialisten in ziekenhuis worden ontlast
• Kennis en en expertise wordt optimaal benut
• Versterking 2e lijn gebeurt door realisatie
schaalvoordelen en concentratie op
specialistische gestandaardiseerde zorg
• Kwaliteit en doelmatigheid van specialistische
zorg verbetert
• Verbetering reactievermogen op gedifferen-
tieerde decentrale behoeften in regio
• Recovery functie geen core business en
uitbesteed aan (zorg)hotels
Regionaal ziekenhuis
10.
Eerst ambitie, danorganisatie-
inrichtingen sturing
Figuur 8. Vier scenario’s voor gemeenten op basis van visie op sturing en organisatie
Scenariomodel van vier ontwikkelrichtingen
Meervoudig, geen
centrale aansturing
Enkelvoudig
Centrale sturing
Gefragmenteerd
Tijdelijk
Organisatie
Vaste structuur
Uitbestedingsmodel
UitvoeringsmodelSamenwerkingsmodel
Faciliteringsmodel
Manoeuvres in
de markt
Retro in control
Maatschappelijke
Carrousel
Dynamiek in
de flashmob
Visie op sturing
Visie op organisatie
11.
Werkproces vragen bijinvoering ‘Zorg Dichtbij’
Figuur 9. Relevante vragen in het werkproces (bron: BMC)
ContracterenArrangement VerantwoordenToegang
Keuze:
Op welke schaal organiseert
u de toegang: lokaal of regi-
onaal? Op stedelijk niveau of
wijkgericht?
Keuze:
Maakt u bij de organisatie van
de toegang onderscheid tussen
doelgroepen?
Keuze:
Waar belegt u de toegang?
Doet u dat onder directe
gemeentelijke verantwoorde-
lijkheid of gemandateerd naar
aanbieders?
Keuze:
Stuurt u op resultaten (outco-
me) of op producten (output)?
Keuze:
Hoe breed of smal organiseert
u de toegang?
Keuze:
Op welke schaal organiseert
u de arrangementen: lokaal of
regionaal? Op stedelijk niveau
of wijkgericht?
Keuze:
Stuurt u op resultaten (outco-
me) of op producten (output)?
Keuze:
Welke disciplines betrekt u
bij het organiseren van het
arrangement? Wordt dat smal
ingestoken (sectoraal) of breed
(intersectoraal)?
Keuze:
Op welke schaal contracteert
u: lokaal of regionaal? Op ste-
delijk niveau of wijkgericht?
Keuze:
Stuurt u op resultaten (outco-
me) of op producten (output)?
Keuze:
Welke keuze maakt u in het
geval van resultaatsturing:
maatschappelijk aanbesteden,
bestuurlijk aanbesteden, pgb /
pvb?
Keuze:
Welke vorm kiest u voor het
contracteren: subsidie of aan-
besteden?
Keuze:
Op welke schaal organiseert u
de verantwoording?
Keuze:
Welke vorm kiest u voor de
verantwoording: verticaal of
horizontaal?
Keuze:
Welke vorm van horizontale of
verticale verantwoording kiest
u?
Keuze:
Hoe meet u resultaten en
maatschappelijke effecten?
12.
• Gemeente heeftstrakke regie.
• Kostenheersing is het motief
• Voornamelijk kleinere gemeenten
• Gemeente is ‘leidend in de samenleving’
• Integrale benadering vanuit meerdere leefgebieden
• Gemeente exclusieve probleemeigenaar van maatschappelijke vraagstukken;
• Gemeentelijke organisatie is relatief groot en strak professioneel-bureaucratisch
georganiseerd;
• Standaard van de publieke professionals zeer hoog
• Gemeente selecteert en contracteert zorgaanbieders
Retro in control
het uitvoeringsmodel
13.
• Gemeente besteedtalle organisatieonderdelen uit
• Vanuit een kleine kern onderhoudt gemeente een netwerk van
(sub)contractrelaties met tal van publieke en private organisaties die
publieke diensten aanbieden
• Gemeente voert regie en wordt door samenleving verantwoordelijk geacht
• Gemeente koopt aanbod in met aanbestedingsmethodieken, beheersen kosten door concurrentie,
of door inkoop van resultaten met vast budget, waarbij concurrentie plaatsvindt op basis van
kwaliteit
• Gemeenten sluiten vanuit democratisch vastgestelde strategische doelstellingen contracten en
subcontracten af met publiek en private partijen
• Gemeente en aannemende partijen hebben een scherpe opdrachtgever – opdrachtnemerrelatie,
contracten zijn zakelijk en per definitie tijdelijk
• Zorgaanbieders formuleren het arrangement, organiseren en voeren het arrangement uit
• Gemeente bepaalt methodieken van de toegang, tezamen met budgetten
en resultaten
Manoeuvres in de markt
het uitbestedingsmodel
14.
• Publieke domeinis volwaardige netwerksamenleving zonder centrale speler
• Duurzame maatschappelijke coalities: geïnstitutioneerde alliantie tot tijdelijke projectmatige
samenwerking
• Gemeente heeft haar traditionele rol van zorgzaamheid verandert in een rol die meer gericht is
op de ontwikkeling van een moderne maatschappij met zelfstandige, verantwoordelijke burgers
• Besef dat de oplossing van maatschappelijke vraagstukken of collectieve doelstellingen
als welzijn, gezondheid of zorg alleen nog door samenwerking kunnen worden bereikt;
de hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de overhead zijn getemperd
• De gemeente staat voor de taak staat om deel te nemen aan de netwerken en om
maatschappelijke coalities te sluiten met publieke én private partners
• Gemeente is ondernemer en dient mee te denken over en mee te werken aan oplossingen
• Generalisten, die meerdere professionele disciplines combineren, zijn verantwoordelijk voor
vraagverheldering en uitvoering en realiseren oplossingen in nulde en eerste lijn
• Ontkokering
• Eén plan, één gezin en één regisseur
Maatschappelijke Carrousel
het inkoop- en samenwerkingsmodel
15.
• Gemeente isgekrompen tot organisatie die werk uitbesteedt met als uitgangspunt het
zelfoplossend vermogen van mensen en informele netwerken. Lokale overheid faciliteert,
zo nodig
• Ook woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen en scholen zijn kernorganisaties die
personeel tijdelijk inhuren
• Het uitgangspunt voor de overheid is de netwerksamenleving (Castels)
• Er is sprake van kleine ‘holle’ werkorganisaties waaraan steeds wisselend en steeds
tijdelijk invulling wordt gegeven door individuele zelfstandige opererende werknemers
en burgers
• Gemeente is overgestapt van controle en beleid naar regie en programma’s
• Vraagverheldering wordt belegd bij klant/cliënt die arrangement formuleert en
organiseert
Dynamiek in de flashmob
het faciliteringsmodel