16 jan. 2013
1
Rijnsburg
de vorige keer:
 "de hoofdsom van het gezegde" (8:1)

 de aankondiging van een nieuw verbond
(8:8)

2
Hebreeën 8

niet zoals het verbond,
dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen bij de hand nam
om hen uit het land Egypte te leiden,
(...)
9

3
Hebreeën 8

niet zoals het verbond,
dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen BIJ DE HAND NAM
om hen uit het land Egypte te leiden,
(...)
9

4
Hebreeën 8

(...)
want zij hebben zich niet gehouden
aan mijn verbond
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd,
spreekt de Here.
9

5
Hebreeën 8

(...)
want zij hebben zich niet gehouden
aan mijn verbond
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd,
spreekt de Here.
9

6
Hebreeën 8

Want dit is het verbond,
waarmede Ik Mij verbinden zal
aan het huis Israels na die dagen,
spreekt de Here:
(...)
10

7
Hebreeën 8

Want dit is het verbond,
waarmede Ik Mij verbinden zal
aan het huis Israels na die dagen,
spreekt de Here:
(...)
10

8
Hebreeën 8

(...)
IK ZAL mijn wetten in hun verstand leggen,
en Ik zal die in hun harten schrijven,
en Ik zal hun tot een God zijn
en zij zullen Mij tot een volk zijn.
10

9
1.
2.
3.
4.
5.
6.

IK ZAL een nieuw verbond sluiten
IK ZAL het verbond maken
IK ZAL mijn wetten in hun verstand geven
IK ZAL ze in hun harten schrijven
IK ZAL hun tot een God zijn
IK ZAL jegens hun ongerechtigheden
genadig zijn
7. IK ZAL hun zonden geenszins meer
gedenken

10
Hebreeën 8

(...)
Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen,
en Ik zal die in hun harten schrijven,
en Ik zal hun tot een God zijn
en zij zullen Mij tot een volk zijn.
10

11
Hebreeën 8

En niet langer zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11

12
Hebreeën 8

En niet langer zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11

13
Hebreeën 8

En niet langer zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11

14
Want bergen zullen wijken, en heuvelen
wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van
u niet wijken, en HET VERBOND MIJNS
VREDES zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw
Ontfermer.
(...)
13 En al uw kinderen zullen van den HEERE
geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal
groot zijn.
10

-Jesaja 54- (St.Vert.)

15
Hebreeën 8

En niet langer zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11

16
Hebreeën 8

Want Ik zal genadig zijn
over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
12

17
Hebreeën 8

Want Ik zal genadig zijn
over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
12

18
Hebreeën 8

Als Hij spreekt van een nieuw verbond,
heeft Hij daarmede
het eerste voor verouderd verklaard.
En wat veroudert en verjaart,
is niet ver van verdwijning.
13

19
Hebreeën 8

Als Hij spreekt van een nieuw verbond,
heeft Hij daarmede
het eerste voor verouderd verklaard.
En wat veroudert en verjaart,
is niet ver van verdwijning.
13

20
Hebreeën 9

Nu had ook wel het eerste verbond
bepalingen voor de eredienst
en een heiligdom voor deze wereld.
1

21
Hebreeën 9

Nu had ook wel het eerste verbond
bepalingen voor de eredienst
en een heiligdom voor deze wereld.
1

22
eerste
(=oude)
verbond

tweede
(=nieuwe)
verbond

Levitisch
priesterschap

KoningPriester naar
Melchizedek

wereldlijk
heiligdom

hemels
heiligdom

23
Hebreeën 9

Want er was een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2

24
Hebreeën 9

Want er was een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2

Ex.25:31-40

25
Hebreeën 9

Want er was een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2

Ex.25:23-30
Ex.40:4
Lev.24:5,6

26
Hebreeën 9

Want er was een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2

27
Hebreeën 9

en achter het tweede voorhangsel was een
tent, genaamd het heilige der heiligen,
3

28
Hebreeën 9

met een gouden reukofferaltaar
en de ark des verbonds,
rondom met goud overtrokken (...)
4

29
Hij (=Aäron) zal ook een WIEROOKVAT vol
vurige kolen nemen van het altaar, van voor het
aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol
reukwerk van welriekende specerijen, klein
gestoten; en hij zal het binnen den voorhang
dragen.
12

Leviticus 16 (St.Vert.)

30
Hebreeën 9

met een gouden reukofferaltaar
en de ark des verbonds,
rondom met goud overtrokken (...)
4

31
Hebreeën 9

(...) waarin zich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4

32
Hebreeën 9

(...) waarin zich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4

Ex.16:33,34

33
Hebreeën 9

(...) waarin zich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4

Num.17:8-10

34
Hebreeën 9

(...) waarin zich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4

Ex.25:16
Deut.10:3-5:
het tweede stel

35
Hebreeën 9

daarboven waren de cherubs der heerlijkheid,
die het verzoendeksel overschaduwen;
hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden
treden.
5

Ex.25:18-22

36
En de cherubim zullen hun beide vleugelen
omhoog uitbreiden, bedekkende met hun
vleugelen het verzoendeksel; en hun
aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de
aangezichten der cherubim zullen naar het
verzoendeksel zijn.
21 En gij zult het verzoendeksel boven op de
ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die
Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
20

Exodus 25 (St. Vert.)

37
Hebreeën 9

daarboven waren de cherubs der heerlijkheid,
die het verzoendeksel overschaduwen;
hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden
treden.
5

38

Hebreeen 15

  • 1.
  • 2.
    de vorige keer: "de hoofdsom van het gezegde" (8:1)  de aankondiging van een nieuw verbond (8:8) 2
  • 3.
    Hebreeën 8 niet zoalshet verbond, dat Ik met hun vaderen maakte ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, (...) 9 3
  • 4.
    Hebreeën 8 niet zoalshet verbond, dat Ik met hun vaderen maakte ten dage, dat Ik hen BIJ DE HAND NAM om hen uit het land Egypte te leiden, (...) 9 4
  • 5.
    Hebreeën 8 (...) want zijhebben zich niet gehouden aan mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here. 9 5
  • 6.
    Hebreeën 8 (...) want zijhebben zich niet gehouden aan mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here. 9 6
  • 7.
    Hebreeën 8 Want ditis het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israels na die dagen, spreekt de Here: (...) 10 7
  • 8.
    Hebreeën 8 Want ditis het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israels na die dagen, spreekt de Here: (...) 10 8
  • 9.
    Hebreeën 8 (...) IK ZALmijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. 10 9
  • 10.
    1. 2. 3. 4. 5. 6. IK ZAL eennieuw verbond sluiten IK ZAL het verbond maken IK ZAL mijn wetten in hun verstand geven IK ZAL ze in hun harten schrijven IK ZAL hun tot een God zijn IK ZAL jegens hun ongerechtigheden genadig zijn 7. IK ZAL hun zonden geenszins meer gedenken 10
  • 11.
    Hebreeën 8 (...) Ik zalmijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. 10 11
  • 12.
    Hebreeën 8 En nietlanger zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. 11 12
  • 13.
    Hebreeën 8 En nietlanger zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. 11 13
  • 14.
    Hebreeën 8 En nietlanger zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. 11 14
  • 15.
    Want bergen zullenwijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en HET VERBOND MIJNS VREDES zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer. (...) 13 En al uw kinderen zullen van den HEERE geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn. 10 -Jesaja 54- (St.Vert.) 15
  • 16.
    Hebreeën 8 En nietlanger zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. 11 16
  • 17.
    Hebreeën 8 Want Ikzal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken. 12 17
  • 18.
    Hebreeën 8 Want Ikzal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken. 12 18
  • 19.
    Hebreeën 8 Als Hijspreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning. 13 19
  • 20.
    Hebreeën 8 Als Hijspreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning. 13 20
  • 21.
    Hebreeën 9 Nu hadook wel het eerste verbond bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. 1 21
  • 22.
    Hebreeën 9 Nu hadook wel het eerste verbond bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. 1 22
  • 23.
  • 24.
    Hebreeën 9 Want erwas een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; 2 24
  • 25.
    Hebreeën 9 Want erwas een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; 2 Ex.25:31-40 25
  • 26.
    Hebreeën 9 Want erwas een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; 2 Ex.25:23-30 Ex.40:4 Lev.24:5,6 26
  • 27.
    Hebreeën 9 Want erwas een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; 2 27
  • 28.
    Hebreeën 9 en achterhet tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, 3 28
  • 29.
    Hebreeën 9 met eengouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken (...) 4 29
  • 30.
    Hij (=Aäron) zalook een WIEROOKVAT vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen. 12 Leviticus 16 (St.Vert.) 30
  • 31.
    Hebreeën 9 met eengouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken (...) 4 31
  • 32.
    Hebreeën 9 (...) waarinzich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aaron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds; 4 32
  • 33.
    Hebreeën 9 (...) waarinzich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aaron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds; 4 Ex.16:33,34 33
  • 34.
    Hebreeën 9 (...) waarinzich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aaron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds; 4 Num.17:8-10 34
  • 35.
    Hebreeën 9 (...) waarinzich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aaron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds; 4 Ex.25:16 Deut.10:3-5: het tweede stel 35
  • 36.
    Hebreeën 9 daarboven warende cherubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden. 5 Ex.25:18-22 36
  • 37.
    En de cherubimzullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn. 21 En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. 20 Exodus 25 (St. Vert.) 37
  • 38.
    Hebreeën 9 daarboven warende cherubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden. 5 38