de vorige keer:
"de hoofdsom van het gezegde" (8:1)
de aankondiging van een nieuw verbond
(8:8)
2
3.
Hebreeën 8
niet zoalshet verbond,
dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen bij de hand nam
om hen uit het land Egypte te leiden,
(...)
9
3
4.
Hebreeën 8
niet zoalshet verbond,
dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen BIJ DE HAND NAM
om hen uit het land Egypte te leiden,
(...)
9
4
5.
Hebreeën 8
(...)
want zijhebben zich niet gehouden
aan mijn verbond
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd,
spreekt de Here.
9
5
6.
Hebreeën 8
(...)
want zijhebben zich niet gehouden
aan mijn verbond
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd,
spreekt de Here.
9
6
7.
Hebreeën 8
Want ditis het verbond,
waarmede Ik Mij verbinden zal
aan het huis Israels na die dagen,
spreekt de Here:
(...)
10
7
8.
Hebreeën 8
Want ditis het verbond,
waarmede Ik Mij verbinden zal
aan het huis Israels na die dagen,
spreekt de Here:
(...)
10
8
9.
Hebreeën 8
(...)
IK ZALmijn wetten in hun verstand leggen,
en Ik zal die in hun harten schrijven,
en Ik zal hun tot een God zijn
en zij zullen Mij tot een volk zijn.
10
9
10.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
IK ZAL eennieuw verbond sluiten
IK ZAL het verbond maken
IK ZAL mijn wetten in hun verstand geven
IK ZAL ze in hun harten schrijven
IK ZAL hun tot een God zijn
IK ZAL jegens hun ongerechtigheden
genadig zijn
7. IK ZAL hun zonden geenszins meer
gedenken
10
11.
Hebreeën 8
(...)
Ik zalmijn wetten in hun verstand leggen,
en Ik zal die in hun harten schrijven,
en Ik zal hun tot een God zijn
en zij zullen Mij tot een volk zijn.
10
11
12.
Hebreeën 8
En nietlanger zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11
12
13.
Hebreeën 8
En nietlanger zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11
13
14.
Hebreeën 8
En nietlanger zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11
14
15.
Want bergen zullenwijken, en heuvelen
wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van
u niet wijken, en HET VERBOND MIJNS
VREDES zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw
Ontfermer.
(...)
13 En al uw kinderen zullen van den HEERE
geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal
groot zijn.
10
-Jesaja 54- (St.Vert.)
15
16.
Hebreeën 8
En nietlanger zullen zij
een ieder zijn medeburger,
en een ieder zijn broeder leren,
zeggende:
Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen,
van de kleinste tot de grootste onder hen.
11
16
17.
Hebreeën 8
Want Ikzal genadig zijn
over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
12
17
18.
Hebreeën 8
Want Ikzal genadig zijn
over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
12
18
19.
Hebreeën 8
Als Hijspreekt van een nieuw verbond,
heeft Hij daarmede
het eerste voor verouderd verklaard.
En wat veroudert en verjaart,
is niet ver van verdwijning.
13
19
20.
Hebreeën 8
Als Hijspreekt van een nieuw verbond,
heeft Hij daarmede
het eerste voor verouderd verklaard.
En wat veroudert en verjaart,
is niet ver van verdwijning.
13
20
21.
Hebreeën 9
Nu hadook wel het eerste verbond
bepalingen voor de eredienst
en een heiligdom voor deze wereld.
1
21
22.
Hebreeën 9
Nu hadook wel het eerste verbond
bepalingen voor de eredienst
en een heiligdom voor deze wereld.
1
22
Hebreeën 9
Want erwas een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2
24
25.
Hebreeën 9
Want erwas een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2
Ex.25:31-40
25
26.
Hebreeën 9
Want erwas een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2
Ex.25:23-30
Ex.40:4
Lev.24:5,6
26
27.
Hebreeën 9
Want erwas een tent ingericht, de voorste,
waarin de kandelaar
en de tafel met de toonbroden stonden;
deze werd het heilige genoemd;
2
27
28.
Hebreeën 9
en achterhet tweede voorhangsel was een
tent, genaamd het heilige der heiligen,
3
28
29.
Hebreeën 9
met eengouden reukofferaltaar
en de ark des verbonds,
rondom met goud overtrokken (...)
4
29
30.
Hij (=Aäron) zalook een WIEROOKVAT vol
vurige kolen nemen van het altaar, van voor het
aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol
reukwerk van welriekende specerijen, klein
gestoten; en hij zal het binnen den voorhang
dragen.
12
Leviticus 16 (St.Vert.)
30
31.
Hebreeën 9
met eengouden reukofferaltaar
en de ark des verbonds,
rondom met goud overtrokken (...)
4
31
32.
Hebreeën 9
(...) waarinzich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4
32
33.
Hebreeën 9
(...) waarinzich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4
Ex.16:33,34
33
34.
Hebreeën 9
(...) waarinzich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4
Num.17:8-10
34
35.
Hebreeën 9
(...) waarinzich bevonden
een gouden kruik met het manna,
de staf van Aaron,
die gebloeid had,
en de tafelen des verbonds;
4
Ex.25:16
Deut.10:3-5:
het tweede stel
35
36.
Hebreeën 9
daarboven warende cherubs der heerlijkheid,
die het verzoendeksel overschaduwen;
hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden
treden.
5
Ex.25:18-22
36
37.
En de cherubimzullen hun beide vleugelen
omhoog uitbreiden, bedekkende met hun
vleugelen het verzoendeksel; en hun
aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de
aangezichten der cherubim zullen naar het
verzoendeksel zijn.
21 En gij zult het verzoendeksel boven op de
ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die
Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
20
Exodus 25 (St. Vert.)
37
38.
Hebreeën 9
daarboven warende cherubs der heerlijkheid,
die het verzoendeksel overschaduwen;
hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden
treden.
5
38