Brief aan de Galaten 
-26- 
zonen – lotgenieters - vrijheid
4. Toen echter het complement van de tijd 
kwam, -vaardigde .God zfZijn .Zoon af, |geboren๏* 
uuit een vrouw, |geboren๏* ononder de wet, 
afvaardiging van Zijn Zoon : bijzondere missie  het kruis 
geworden uit een vrouw : Maria/Mirjam/Israël/Juda 
geworden onder de wet : Thora van Mozes 
(stond allang vast dat die zou verdwijnen) 
Hebreeën 8:5-13
Nu heeft Hij echter een zoveel voortreffelijker bediening 
ontvangen, zoals Hij ook van een beter verbond Middelaar 
is: dat in betere beloften is vastgelegd. Hebr. 8:6 
Immers, als dat eerste onberispelijk geweest was, zou 
er voor een tweede geen plaats zijn gezocht. Hebr. 8:7
Want berispend zegt Hij tegen hen: Zie, de dagen komen, 
spreekt de Heer, dat Ik met het huis van Israël en met 
het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten. Hb. 8:8
niet overeenkomstig het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten 
heb, op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land 
Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn verbond en Ik heb 
geen acht op hen geslagen, zegt de Heer. Hb.8:9 
beter verbond
Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal 
na die dagen, zegt de Heer: Ik zal Mijn wetten in hun verstand 
geven en Ik zal die in hun hart schrijven Ik zal hun tot een God 
zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hb. 8:10
En zij zullen beslist niet ieder zijn naaste en ieder zijn 
broeder onderwijzen en zeggen: Ken de Heer. Want zij allen 
zullen Mij kennen, van klein tot groot onder hen. Hb.8:11
Want Ik zal wat hun ongerechtigheden betreft genadig zijn en hun 
zonden en wetteloosheden beslist niet meer herinneren. 
Hb. 8:12 
genadig zijn = hileos = bescherming 
 vergelijk: hilasmos (bescherming), 
hilastèrion (beschermdeksel)
Als Hij spreekt van een nieuw, heeft Hij het eerste verouderd. 
En wat oud is en bouwvallig (gammel), is nabij de verdwijning. 
Hb.8:13 
Situatie van het oude 
verbond, door Jeremia 
al uitgesproken.
Galaten 4:5 
opdat Hij .hen, die ononder de wet zijn, 
uitkooptfc, opdat wij het zoonschap 
krijgenc. 
losgekocht, uitgekocht van 
onder de wet : 
zoon-plaatsing / zoonschap 
Vrij!
6. Omdat jullie ecnu zonenmf zijn, -vaardigt .God de 
geest van zfZijn .Zoon af nbin onze .hartenf, die 
|roept*: ‘Abba! .Vader!’, Rom.8:14-17 
zoon = volwassenheid 
(geen kind meer, eerst kind van God) 
geest van Zijn Zoon – aanzettende kracht tot –
6. Omdat jullie ecnu zonenmf zijn, -vaardigt .God de 
geest van zfZijn .Zoon af nbin onze .hartenf, die 
|roept*: ‘Abba! .Vader!’, Rom.8:14-17 
de geest van het zoonschap, die roept: Abba, Vader! 
onze Heer zelf: Marcus 14:32-36 
want zovelen door de geest van God geleid 
worden, deze zijn zonen van God. 
Romeinen 8:14
En zij kwamen op een plaats waarvan de naam Gethsémané 
was, en Hij zei tegen Zijn discipelen: Ga hier zitten totdat Ik 
gebeden zal hebben. Marcus 14:32 
Gethsémané = olijfpers(bak)
En Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee en begon 
ontdaan en zeer angstig te worden Marcus 14:33 
ontdaan en zeer angstig: 
zeer ontsteld en zeer bedrukt 
Hij was mens!
en Hij zei tegen hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de 
dood toe; blijf hier en waak. Marcus 14:34 
zeer bedroefd: smart, leed, grief, pijn 
De Heer: waakt en bidt 
Discipelen: sliepen 
Beeld van: 
de Heer nu en vele gelovigen
En toen Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich ter aarde en bad 
dat, als het mogelijk was, dat uur aan Hem voorbij zou gaan. 
Marcus 14:35 
Wat als God Hem wel gespaard had? 
 oneindig verlies! 
Voor God, voor de Zoon en de schepselen
En Hij zei: Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem 
deze drinkbeker van Mij weg, maar niet wat Ik wil, maar wat U 
gehoorzaamheid van de Zoon in ootmoedige gezindheid 
….tot de dood, ja de dood van het kruis Filippenzen 2
7. zodat je niet langer slaafmf bent, maar zoonmf; 
indien echter zoonf, dan +ook lotgenieterf van God, 
dodoor Christus. 
De lotgenieter: iemand die een 
lot(s)deel ontving en geniet  op aarde: Israël 
 in de hemel : lichaam van Christus
1. Ik |zeg echter: opogedurende al* de tijd dat de 
lotgenieter een onmondige is, |is hij niet* van meer 
belang dan een slaaf, terwijl hij heer |is van alles, 
2. maar is hij ononder toezichthouders* en 
beheerders gesteld tot* de door* de vader voor-genomen 
tijd. 
Lotgenieter: door erven het lotdeel verkrijgen 
eerst kind (onmondige), staat gelijk aan slaaf zijn 
 onder toezicht van beheerder(s)/paidagogos, totdat… 
 Situatie van Israël onder de Thora van Mozes
3. Zo waren +ook wíj, toen wij onmondigenmf waren, 
ononder de grondbeginselen* van de wereld tot slaaf 
°gemaakt๏f. Kol.2:8 Galaten 4:3 
de grondbeginselen* 
van de wereld = wetten, rituelen, voorschriften over het 
doen en laten van mensen (cultuur!) 
Alle religies stemmen daarin overeen: wetten/regels die het 
leven reguleren, gebondenheid/slavernij – geen vrijheid.
7. zodat je niet langer slaafmf bent, maar zoonmf; 
indien echter zoonf, dan +ook lotgenieterf van 
God, dodoor Christus. 
Lotdeelgenieters – daarbij gezegend : 
Efeziërs 1:3; 2:6,7 onze toekomst!
8. Maar destijds, toen jullie inderdaad geen* °besef* 
hadden van God, -slaafdenf jullie voor goden .die dat 
van nature niet |zijn. 
Jullie weten dat julie heidenen 
waren, weggetrokken naar de 
stomme afgoden. 
Zo lieten jullie je meevoeren. 
1 Corinthiërs 12:2 
duisternis!
Onze Alueim is in de hemelen, 
Hij doet al wat Hem behaagt. 
Hun afgoden zijn zilver en goud, 
het werk van mensenhanden: 
zij hebben een mond, maar spreken niet; 
zij hebben ogen, maar zien niet; 
zij hebben oren, maar horen niet; 
zij hebben een neus, maar ruiken niet; 
hun handen, die tasten niet; 
hun voeten, die gaan niet; 
er komt geen geluid uit hun keel. 
Laat wie ze maken hun gelijk worden, 
al wie op hen vertrouwt. Psalm 115:3-8
9. ecMaar nu jullie God |kennen, meer* ecnog, dodoor God 
|gekend zijn, hoe kunnen jullie je weer |omkerenf opotot de 
zwakkezv en armezv grondbeginselen,* wewaarvoor jullie weer 
van voren* af aan |willen -slavenzv? 
1. Galaten mochten God leren kennen 
2. Zij kennen Hem nu in Zijn liefde 
3. Zij kennen Hem doordat Hij Christus opwekte 
4. Zij kennen ook Zijn gerechtigheid 
5. Zij weten dat God hén kent
GALATEN26

GALATEN26

  • 1.
    Brief aan deGalaten -26- zonen – lotgenieters - vrijheid
  • 2.
    4. Toen echterhet complement van de tijd kwam, -vaardigde .God zfZijn .Zoon af, |geboren๏* uuit een vrouw, |geboren๏* ononder de wet, afvaardiging van Zijn Zoon : bijzondere missie  het kruis geworden uit een vrouw : Maria/Mirjam/Israël/Juda geworden onder de wet : Thora van Mozes (stond allang vast dat die zou verdwijnen) Hebreeën 8:5-13
  • 3.
    Nu heeft Hijechter een zoveel voortreffelijker bediening ontvangen, zoals Hij ook van een beter verbond Middelaar is: dat in betere beloften is vastgelegd. Hebr. 8:6 Immers, als dat eerste onberispelijk geweest was, zou er voor een tweede geen plaats zijn gezocht. Hebr. 8:7
  • 4.
    Want berispend zegtHij tegen hen: Zie, de dagen komen, spreekt de Heer, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten. Hb. 8:8
  • 5.
    niet overeenkomstig hetverbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb, op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn verbond en Ik heb geen acht op hen geslagen, zegt de Heer. Hb.8:9 beter verbond
  • 6.
    Want dit ishet verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heer: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hb. 8:10
  • 7.
    En zij zullenbeslist niet ieder zijn naaste en ieder zijn broeder onderwijzen en zeggen: Ken de Heer. Want zij allen zullen Mij kennen, van klein tot groot onder hen. Hb.8:11
  • 8.
    Want Ik zalwat hun ongerechtigheden betreft genadig zijn en hun zonden en wetteloosheden beslist niet meer herinneren. Hb. 8:12 genadig zijn = hileos = bescherming  vergelijk: hilasmos (bescherming), hilastèrion (beschermdeksel)
  • 9.
    Als Hij spreektvan een nieuw, heeft Hij het eerste verouderd. En wat oud is en bouwvallig (gammel), is nabij de verdwijning. Hb.8:13 Situatie van het oude verbond, door Jeremia al uitgesproken.
  • 10.
    Galaten 4:5 opdatHij .hen, die ononder de wet zijn, uitkooptfc, opdat wij het zoonschap krijgenc. losgekocht, uitgekocht van onder de wet : zoon-plaatsing / zoonschap Vrij!
  • 11.
    6. Omdat jullieecnu zonenmf zijn, -vaardigt .God de geest van zfZijn .Zoon af nbin onze .hartenf, die |roept*: ‘Abba! .Vader!’, Rom.8:14-17 zoon = volwassenheid (geen kind meer, eerst kind van God) geest van Zijn Zoon – aanzettende kracht tot –
  • 12.
    6. Omdat jullieecnu zonenmf zijn, -vaardigt .God de geest van zfZijn .Zoon af nbin onze .hartenf, die |roept*: ‘Abba! .Vader!’, Rom.8:14-17 de geest van het zoonschap, die roept: Abba, Vader! onze Heer zelf: Marcus 14:32-36 want zovelen door de geest van God geleid worden, deze zijn zonen van God. Romeinen 8:14
  • 13.
    En zij kwamenop een plaats waarvan de naam Gethsémané was, en Hij zei tegen Zijn discipelen: Ga hier zitten totdat Ik gebeden zal hebben. Marcus 14:32 Gethsémané = olijfpers(bak)
  • 14.
    En Hij namPetrus, Jakobus en Johannes met Zich mee en begon ontdaan en zeer angstig te worden Marcus 14:33 ontdaan en zeer angstig: zeer ontsteld en zeer bedrukt Hij was mens!
  • 15.
    en Hij zeitegen hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe; blijf hier en waak. Marcus 14:34 zeer bedroefd: smart, leed, grief, pijn De Heer: waakt en bidt Discipelen: sliepen Beeld van: de Heer nu en vele gelovigen
  • 16.
    En toen Hijiets verder gegaan was, wierp Hij Zich ter aarde en bad dat, als het mogelijk was, dat uur aan Hem voorbij zou gaan. Marcus 14:35 Wat als God Hem wel gespaard had?  oneindig verlies! Voor God, voor de Zoon en de schepselen
  • 17.
    En Hij zei:Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem deze drinkbeker van Mij weg, maar niet wat Ik wil, maar wat U gehoorzaamheid van de Zoon in ootmoedige gezindheid ….tot de dood, ja de dood van het kruis Filippenzen 2
  • 18.
    7. zodat jeniet langer slaafmf bent, maar zoonmf; indien echter zoonf, dan +ook lotgenieterf van God, dodoor Christus. De lotgenieter: iemand die een lot(s)deel ontving en geniet  op aarde: Israël  in de hemel : lichaam van Christus
  • 19.
    1. Ik |zegechter: opogedurende al* de tijd dat de lotgenieter een onmondige is, |is hij niet* van meer belang dan een slaaf, terwijl hij heer |is van alles, 2. maar is hij ononder toezichthouders* en beheerders gesteld tot* de door* de vader voor-genomen tijd. Lotgenieter: door erven het lotdeel verkrijgen eerst kind (onmondige), staat gelijk aan slaaf zijn  onder toezicht van beheerder(s)/paidagogos, totdat…  Situatie van Israël onder de Thora van Mozes
  • 20.
    3. Zo waren+ook wíj, toen wij onmondigenmf waren, ononder de grondbeginselen* van de wereld tot slaaf °gemaakt๏f. Kol.2:8 Galaten 4:3 de grondbeginselen* van de wereld = wetten, rituelen, voorschriften over het doen en laten van mensen (cultuur!) Alle religies stemmen daarin overeen: wetten/regels die het leven reguleren, gebondenheid/slavernij – geen vrijheid.
  • 21.
    7. zodat jeniet langer slaafmf bent, maar zoonmf; indien echter zoonf, dan +ook lotgenieterf van God, dodoor Christus. Lotdeelgenieters – daarbij gezegend : Efeziërs 1:3; 2:6,7 onze toekomst!
  • 22.
    8. Maar destijds,toen jullie inderdaad geen* °besef* hadden van God, -slaafdenf jullie voor goden .die dat van nature niet |zijn. Jullie weten dat julie heidenen waren, weggetrokken naar de stomme afgoden. Zo lieten jullie je meevoeren. 1 Corinthiërs 12:2 duisternis!
  • 23.
    Onze Alueim isin de hemelen, Hij doet al wat Hem behaagt. Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van mensenhanden: zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; zij hebben oren, maar horen niet; zij hebben een neus, maar ruiken niet; hun handen, die tasten niet; hun voeten, die gaan niet; er komt geen geluid uit hun keel. Laat wie ze maken hun gelijk worden, al wie op hen vertrouwt. Psalm 115:3-8
  • 24.
    9. ecMaar nujullie God |kennen, meer* ecnog, dodoor God |gekend zijn, hoe kunnen jullie je weer |omkerenf opotot de zwakkezv en armezv grondbeginselen,* wewaarvoor jullie weer van voren* af aan |willen -slavenzv? 1. Galaten mochten God leren kennen 2. Zij kennen Hem nu in Zijn liefde 3. Zij kennen Hem doordat Hij Christus opwekte 4. Zij kennen ook Zijn gerechtigheid 5. Zij weten dat God hén kent