1
3 juli 2014
Rijnsburg
2
terugblik:
Hebr.11: de vele geloofsgetuigen
Hebr.12:1-3:
"de leidsman en voleinder van het geloof"
= Jezus
 om de vreugde die Hem was voorgesteld
de schande niet heeft geacht
 gezeten aan Gods rechterhand
3
Hebreeën 12
3 Vestigt uw aandacht dan op Hem,
die zulk een tegenspraak van de zondaren
tegen Zich heeft verdragen,
opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
4
Hebreeën 12
4 Gij hebt nog niet
ten bloede toe weerstand geboden
in uw worsteling tegen de zonde,
5
Hebreeën 12
4 Gij hebt nog niet
ten bloede toe weerstand geboden
in uw worsteling tegen de zonde,
6
Hebreeën 12
5 en gij hebt de vermaning vergeten,
die tot u als tot zonen spreekt:
Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren
niet gering,
en verslap niet,
als gij door Hem bestraft wordt,
7
Hebreeën 12
5 en gij hebt de vermaning vergeten,
die tot u als tot zonen spreekt:
Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren
niet gering,
en verslap niet,
als gij door Hem bestraft wordt,
8
Hebreeën 12
5 en gij hebt de vermaning vergeten,
die tot u als tot zonen spreekt:
Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren
niet gering,
en verslap niet,
als gij door Hem bestraft wordt,
9
Hebreeën 12
5 en gij hebt de vermaning vergeten,
die tot u als tot zonen spreekt:
Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren
niet gering,
en verslap niet,
als gij door Hem bestraft wordt,
10
Hebreeën 12
5 en gij hebt de vermaning vergeten,
die tot u als tot zonen spreekt:
Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren
niet gering,
en verslap niet,
als gij door Hem bestraft wordt,
11
Hebreeën 12
6 want wie Hij liefheeft,
tuchtigt de Here,
en Hij kastijdt iedere zoon,
die Hij aanneemt.
12
Hebreeën 12
6 want wie Hij liefheeft,
tuchtigt de Here,
en Hij kastijdt iedere zoon,
die Hij aanneemt.
lett. geselt
> de verdrukkingen de Hebreeën)
>>
13
14
Hebreeën 12
7 Als tuchtiging hebt gij dit te dragen:
God behandelt u als zonen.
Want is er wel een zoon,
die door zijn vader niet getuchtigd wordt?
= wat jullie verduren is discipline
15
Hebreeën 12
7 Als tuchtiging hebt gij dit te dragen:
God behandelt u als zonen.
Want is er wel een zoon,
die door zijn vader niet getuchtigd wordt?
lett. naartoe + brengen
elders: offeren >>
16
17
Hebreeën 12
7 Als tuchtiging hebt gij dit te dragen:
God behandelt u als zonen.
Want is er wel een zoon,
die door zijn vader niet getuchtigd wordt?
18
Hebreeën 12
8 Blijft gij echter vrij van de tuchtiging,
welke allen ondergaan hebben,
dan zijt gij bastaards, en geen zonen.
19
Hebreeën 12
8 Blijft gij echter vrij van de tuchtiging,
welke allen ondergaan hebben,
dan zijt gij bastaards, en geen zonen.
= onechte zonen
20
Hebreeën 12
9 Voorts, de tuchtiging van
onze vaders naar het vlees
hebben wij ondergaan
en wij zagen tegen hen op;
zullen wij ons dan niet nog veel meer
onderwerpen aan de Vader der geesten,
en leven?
lett.
vaders van het vlees van ons
21
Hebreeën 12
9 Voorts, de tuchtiging van
onze vaders naar het vlees
hebben wij ondergaan
en wij zagen tegen hen op;
zullen wij ons dan niet nog veel meer
onderwerpen aan de Vader der geesten,
en leven?
22
Hebreeën 12
9 Voorts, de tuchtiging van
onze vaders naar het vlees
hebben wij ondergaan
en wij zagen tegen hen op;
zullen wij ons dan niet nog veel meer
onderwerpen aan de Vader der geesten,
en leven?
vaders van het vlees
=> vader van de geesten
23
Hebreeën 12
9 Voorts, de tuchtiging van
onze vaders naar het vlees
hebben wij ondergaan
en wij zagen tegen hen op;
zullen wij ons dan niet nog veel meer
onderwerpen aan de Vader der geesten,
en leven?
24
Hebreeën 12
10 Want zij hebben ons voor luttele dagen
naar hun beste weten getuchtigd,
maar Hij doet het tot ons nut,
opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid.
25
Hebreeën 12
10 Want zij hebben ons voor luttele dagen
naar hun beste weten getuchtigd,
maar Hij doet het tot ons nut,
opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid.
=afgezonderd
<=> profaan, alledaags
26
Hebreeën 12
11 Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf
geen vreugde, maar smart te brengen,
doch later brengt zij hun,
die erdoor geoefend zijn,
een vreedzame vrucht,
die bestaat in gerechtigheid.
27
Hebreeën 12
11 Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf
geen vreugde, maar smart te brengen,
doch later brengt zij hun,
die erdoor geoefend zijn,
een vreedzame vrucht,
die bestaat in gerechtigheid.
28
Hebreeën 12
11 Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf
geen vreugde, maar smart te brengen,
doch later brengt zij hun,
die erdoor geoefend zijn,
een vreedzame vrucht,
die bestaat in gerechtigheid.
29
Hebreeën 12
12 Heft dan de slappe handen op
en strekt de knikkende knieen,
30
Hebreeën 12
13 en maakt een recht spoor met uw voeten,
opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake,
doch veeleer geneze.
> Spreuken 4:26
"Laat uw voet een effen pad inslaan
en laten al uw wegen vast zijn."
31
Hebreeën 12
13 en maakt een recht spoor met uw voeten,
opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake,
doch veeleer geneze.
= de kreupele (lees: aarzelende)
LXX 1Kon.18:21 >
32
1Kon.18:21
Toen naderde Elia tot het gehele volk
en zeide: Hoelang zult gij
aan beide zijden mank gaan?
Indien de HERE God is, volgt Hem na;
maar indien het de Baal is, volgt hem na.
33
Hebreeën 12
14 Jaagt naar vrede met allen
en naar de heiliging,
zonder welke niemand de Here zal zien.
34
Hebreeën 12
14 Jaagt naar vrede met allen
en naar de heiliging,
zonder welke niemand de Here zal zien.
heiliging = de Heer zien
35
Hebreeën 12
15 Ziet daarbij toe,
dat niemand verachtere van de genade Gods,
dat er geen bittere wortel opschiete
en verwarring stichte,
en daardoor zeer velen zouden besmet worden.
36
Hebreeën 12
15 Ziet daarbij toe,
dat niemand verachtere van de genade Gods,
dat er geen bittere wortel opschiete
en verwarring stichte,
en daardoor zeer velen zouden besmet worden.
37
Hebreeën 12
15 Ziet daarbij toe,
dat niemand verachtere van de genade Gods,
dat er geen bittere wortel opschiete
en verwarring stichte, en daardoor
zeer velen zouden besmet worden.
38
Hebreeën 12
15 Ziet daarbij toe,
dat niemand verachtere van de genade Gods,
dat er geen bittere wortel opschiete
en verwarring stichte, en daardoor
zeer velen zouden besmet worden.
> Deut.29:18
>>
39
Deuteronomium 29:18
Laat er daarom onder u geen man of vrouw,
geen geslacht of stam zijn,
wier hart zich nu van de HERE, onze God,
afwendt om de goden dezer volken
te gaan dienen;
laat er onder u geen wortel zijn,
die gif of alsem voortbrengt.
40
Hebreeën 12
15 Ziet daarbij toe,
dat niemand verachtere van de genade Gods,
dat er geen bittere wortel opschiete
en verwarring stichte, en daardoor
zeer velen zouden besmet worden.
41
Hebreeën 12
15 Ziet daarbij toe,
dat niemand verachtere van de genade Gods,
dat er geen bittere wortel opschiete
en verwarring stichte, en daardoor
zeer velen zouden besmet worden.
42
Hebreeën 12
16 Laat niemand een hoereerder zijn,
of onverschillig als Esau,
die voor een spijze
zijn eerstgeboorterecht verkocht.
figuurlijk?
> afgoderij
(judaïsme > Gal.4:3,8-10)
of letterlijk?
zoals in Hebr.13:4
43
Hebreeën 13:4
Het huwelijk zij in ere bij allen
en het bed onbezoedeld,
want hoereerders en echtbrekers
zal God oordelen.
44
Hebreeën 12
16 Laat niemand een hoereerder zijn,
of onverschillig als Esau,
die voor een spijze
zijn eerstgeboorterecht verkocht.
= onheilige, profaan
45
Hebreeën 12
16 Laat niemand een hoereerder zijn,
of onverschillig als Esau,
die voor een spijze
zijn eerstgeboorterecht verkocht.
vergl. Hebr.11:23
46
Hebreeën 12
17 Want gij weet, dat hij later,
toen hij toch de zegen wilde erven,
afgewezen werd,
want toen vond hij geen plaats voor berouw,
hoewel hij het onder tranen zocht.
47
Hebreeën 12
17 Want gij weet, dat hij later,
toen hij toch de zegen wilde erven,
afgewezen werd,
want toen vond hij geen plaats voor berouw,
hoewel hij het onder tranen zocht.
lett. bezinning
nl. van Izaak
48
Hebreeën 12
17 Want gij weet, dat hij later,
toen hij toch de zegen wilde erven,
afgewezen werd,
want toen vond hij geen plaats voor berouw,
hoewel hij het onder tranen zocht.
bezinning om gezegend te worden

Hebreeen studie 26

  • 1.
  • 2.
    2 terugblik: Hebr.11: de velegeloofsgetuigen Hebr.12:1-3: "de leidsman en voleinder van het geloof" = Jezus  om de vreugde die Hem was voorgesteld de schande niet heeft geacht  gezeten aan Gods rechterhand
  • 3.
    3 Hebreeën 12 3 Vestigtuw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
  • 4.
    4 Hebreeën 12 4 Gijhebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde,
  • 5.
    5 Hebreeën 12 4 Gijhebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde,
  • 6.
    6 Hebreeën 12 5 engij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt,
  • 7.
    7 Hebreeën 12 5 engij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt,
  • 8.
    8 Hebreeën 12 5 engij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt,
  • 9.
    9 Hebreeën 12 5 engij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt,
  • 10.
    10 Hebreeën 12 5 engij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt,
  • 11.
    11 Hebreeën 12 6 wantwie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt.
  • 12.
    12 Hebreeën 12 6 wantwie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. lett. geselt > de verdrukkingen de Hebreeën) >>
  • 13.
  • 14.
    14 Hebreeën 12 7 Alstuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? = wat jullie verduren is discipline
  • 15.
    15 Hebreeën 12 7 Alstuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? lett. naartoe + brengen elders: offeren >>
  • 16.
  • 17.
    17 Hebreeën 12 7 Alstuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt?
  • 18.
    18 Hebreeën 12 8 Blijftgij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen.
  • 19.
    19 Hebreeën 12 8 Blijftgij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen. = onechte zonen
  • 20.
    20 Hebreeën 12 9 Voorts,de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven? lett. vaders van het vlees van ons
  • 21.
    21 Hebreeën 12 9 Voorts,de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven?
  • 22.
    22 Hebreeën 12 9 Voorts,de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven? vaders van het vlees => vader van de geesten
  • 23.
    23 Hebreeën 12 9 Voorts,de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven?
  • 24.
    24 Hebreeën 12 10 Wantzij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Hij doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid.
  • 25.
    25 Hebreeën 12 10 Wantzij hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Hij doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid. =afgezonderd <=> profaan, alledaags
  • 26.
    26 Hebreeën 12 11 Wantalle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.
  • 27.
    27 Hebreeën 12 11 Wantalle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.
  • 28.
    28 Hebreeën 12 11 Wantalle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.
  • 29.
    29 Hebreeën 12 12 Heftdan de slappe handen op en strekt de knikkende knieen,
  • 30.
    30 Hebreeën 12 13 enmaakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. > Spreuken 4:26 "Laat uw voet een effen pad inslaan en laten al uw wegen vast zijn."
  • 31.
    31 Hebreeën 12 13 enmaakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. = de kreupele (lees: aarzelende) LXX 1Kon.18:21 >
  • 32.
    32 1Kon.18:21 Toen naderde Eliatot het gehele volk en zeide: Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de HERE God is, volgt Hem na; maar indien het de Baal is, volgt hem na.
  • 33.
    33 Hebreeën 12 14 Jaagtnaar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.
  • 34.
    34 Hebreeën 12 14 Jaagtnaar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. heiliging = de Heer zien
  • 35.
    35 Hebreeën 12 15 Zietdaarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.
  • 36.
    36 Hebreeën 12 15 Zietdaarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.
  • 37.
    37 Hebreeën 12 15 Zietdaarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.
  • 38.
    38 Hebreeën 12 15 Zietdaarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden. > Deut.29:18 >>
  • 39.
    39 Deuteronomium 29:18 Laat erdaarom onder u geen man of vrouw, geen geslacht of stam zijn, wier hart zich nu van de HERE, onze God, afwendt om de goden dezer volken te gaan dienen; laat er onder u geen wortel zijn, die gif of alsem voortbrengt.
  • 40.
    40 Hebreeën 12 15 Zietdaarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.
  • 41.
    41 Hebreeën 12 15 Zietdaarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.
  • 42.
    42 Hebreeën 12 16 Laatniemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor een spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. figuurlijk? > afgoderij (judaïsme > Gal.4:3,8-10) of letterlijk? zoals in Hebr.13:4
  • 43.
    43 Hebreeën 13:4 Het huwelijkzij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen.
  • 44.
    44 Hebreeën 12 16 Laatniemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor een spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. = onheilige, profaan
  • 45.
    45 Hebreeën 12 16 Laatniemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor een spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. vergl. Hebr.11:23
  • 46.
    46 Hebreeën 12 17 Wantgij weet, dat hij later, toen hij toch de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht.
  • 47.
    47 Hebreeën 12 17 Wantgij weet, dat hij later, toen hij toch de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht. lett. bezinning nl. van Izaak
  • 48.
    48 Hebreeën 12 17 Wantgij weet, dat hij later, toen hij toch de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht. bezinning om gezegend te worden