‘k Heb Jezusnodig (EL 435) t. M. Tuinder; m. S.J. Loh
31.
‘k Heb Jezusnodig (EL 435) t. M. Tuinder; m. S.J. Loh
32.
De kinderen mogennaar de kinder-
nevendienst en wij lezen uit de Bijbel.
33.
1 Koningen 19vers 1 t/m 11 HSV
1Achab vertelde Izebel alles wat Elia had gedaan,
en hoe hij allen, te weten al de profeten, met het
zwaard had gedood. 2Toen stuurde Izebel een
bode naar Elia om te zeggen: De goden mogen zó
en nog erger met mij doen, als ik morgen om
deze tijd uw leven niet zal maken als het leven
van één van hen. 3Toen hij dat zag, stond hij op
en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba,
dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar
achter.
34.
4Hijzelf liep echtereen dagreis de woestijn
in, ging onder een bremstruik zitten en bad
om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg.
Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben
niet beter dan mijn vaderen.
5Hij ging onder een bremstruik liggen
slapen, en zie, een engel raakte hem aan en
zei tegen hem: Sta op, eet.
35.
6Hij keek op,en zie, aan zijn hoofdeinde lag een
koek, op kolen gebakken, en een kruik water. Hij
at en dronk en ging vervolgens weer liggen.
7De engel van de HEERE kwam voor de tweede
maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de
weg zou te zwaar voor u zijn.
8Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de
kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig
nachten, tot aan de berg van God, de Horeb.
36.
Openbaring van Godaan Elia
9Hij ging daar een grot in en overnachtte er.
En zie, het woord van de HEERE kwam tot
hem, en Hij zei tegen hem: Wat doet u hier,
Elia?
10Hij zei: Ik heb mij zeer voor de HEERE, de
God van de legermachten, ingezet. De
Israëlieten hebben immers Uw verbond
verlaten,
37.
Uw altaren omvergehaalden Uw profeten met
het zwaard gedood. Ik alleen ben overgebleven,
en zij staan mij naar het leven om het mij te
benemen. 11Maar Hij zei: Ga naar buiten en ga op
de berg staan, voor het aangezicht van de HEERE.
En zie, de HEERE ging voorbij, en een grote en
sterke wind, die bergen spleet en rotsen in
stukken brak, voor het aangezicht van
de HEERE uit. Maar de HEERE was niet in de
wind. Na deze wind kwam er een
aardbeving, maar de HEERE was ook niet in de
aardbeving.
38.
Mattheus 24 vers1 t/m 13 HSV
De tekenen van het einde van de wereld
1En Jezus ging weg en vertrok uit de tempel; en
Zijn discipelen kwamen naar Hem toe om Hem
op de gebouwen van de tempel te wijzen.
2Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ziet u dit
alles? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen
op de andere steen gelaten worden die niet
afgebroken zal worden. 3Toen Hij op de Olijfberg
zat, gingen de discipelen naar Hem toe toen zij
alleen waren,
39.
en zeiden: Zegons, wanneer zullen deze
dingen gebeuren? En wat is het teken van
Uw komst en van de voleinding van de
wereld?
4En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Pas
op dat niemand u misleidt.
5Want velen zullen komen onder Mijn
Naam en zeggen: Ik ben de Christus; en zij
zullen velen misleiden.
40.
6U zult horenvan oorlogen en geruchten van
oorlogen; pas op, word niet verschrikt, want al
die dingen moeten gebeuren, maar het is nog
niet het einde.
7Want het ene volk zal tegen het andere volk
opstaan, en het ene koninkrijk tegen
het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden
zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in
verscheidene plaatsen. 8Maar al die dingen
zijn nog maar een begin van de weeën.
41.
9Dan zullen ziju overleveren aan verdrukking en
u doden, en u zult door alle volken gehaat
worden omwille van Mijn Naam.
10En dan zullen er velen struikelen en zij zullen
elkaar overleveren en elkaar haten.
11En er zullen veel valse profeten opstaan en die
zullen er velen misleiden.
12En doordat de wetteloosheid zal toenemen, zal
de liefde van velen verkillen.
13Maar wie volharden zal tot het einde, die zal
zalig worden.
42.
Hebreeën 11 vers1 t/m 6 HSV
Geloofsgetuigen
1Het geloof nu is een vaste grond van de dingen
die men hoopt, en een bewijs van de zaken die
men niet ziet. 2Hierdoor immers hebben de
ouden een goed getuigenis gekregen. 3Door het
geloof zien wij in dat de wereld tot stand
gebracht is door het Woord van God, en wel
zo dat de dingen die men ziet, niet ontstaan zijn
uit wat zichtbaar is. 4Door het geloof heeft Abel
God een beter offer gebracht dan Kaïn.
43.
Daardoor kreeg hijgetuigenis dat hij
rechtvaardig was; dit heeft God met het
oog op zijn gaven getuigd. En door
dit geloof spreekt hij nog, nadat hij
gestorven is. 5Door het geloof werd Henoch
weggenomen, opdat hij de dood niet zou
zien. En hij werd niet gevonden, omdat God
hem weggenomen had.
44.
Vóór zijn wegnemingkreeg hij namelijk
het getuigenis dat hij God behaagde.
6Zonder geloof is het echter
onmogelijk God te behagen. Want wie
tot God komt, moet geloven dat Hij is, en
dat Hij beloont wie Hem zoeken.
QR-code voor uwgift.
1/3 van de gift is voor de 1ste Neemias
1/3 van de gift is voor de eigen gemeente
1/3 voor de vernieuwbouw van de kerk
Wordt aan het einde opnieuw getoond.
Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
68.
Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
69.
Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
70.
Vervuld van uwzegen (LB 425) t. R. Zuiderveld; m. traditional Wales
71.
QR-code voor uwgift.
1/3 van de gift is voor de 1ste Neemias
1/3 van de gift is voor de eigen gemeente
1/3 voor de vernieuwbouw van de kerk
Wordt aan het einde opnieuw getoond.