Welkom 
Voorganger ds dan Admirant 
organist Joh de Vries 
Thema: “Van feest tot feest”
VDD ELB 362 – 1, 3, 4, 5 
God in ons midden
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
God in ons midden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
Welkom 
Voorganger ds dan Admirant 
organist Joh de Vries 
Thema: “Van feest tot feest”
G 157 – 1, 7 
Hoe helder staat de morgenster
Hoe helder staat de morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
Hoe helder staat de morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
Hoe helder staat de morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
Hoe helder staat de morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
Hoe helder staat de morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
Hoe helder staat de morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
Stil gebed 
Votum en groet 
Ere zij de Vader en de Zoon 
En de Heilige Geest, 
Als in den beginne, nu en immer, 
En van eeuwigheid tot 
eeuwigheid. 
Amen.
P 68 – 2, 3 
Draagt op een lied, aan Hem gewijd
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Psalm 68 (LvdK) t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
Lezing van de belofte van het 
Nieuwe Verbond: Jer. 31
31 Zie, er komen dagen, spreekt 
de HEERE, dat Ik met het huis van 
Israël en met het huis van Juda 
een nieuw verbond zal sluiten, 
32 niet zoals het verbond dat Ik 
met hun vaderen gesloten heb op 
de dag dat Ik hun hand vastgreep 
om hen uit het land Egypte te 
leiden –
Mijn verbond, dat zij verbroken 
hebben, hoewel Ík hen getrouwd 
had, spreekt de HEERE. 
33 Voorzeker, dit is het verbond 
dat Ik na die dagen met het huis 
van Israël sluiten zal, spreekt de 
HEERE: Ik zal Mijn wet in hun 
binnenste geven en zal die in hun 
hart schrijven. Ik zal hun tot een 
God zijn en zíj zullen Mij tot een 
volk zijn.
34 Dan zullen zij niet meer 
eenieder zijn naaste en eenieder 
zijn broeder onderwijzen door te 
zeggen: Ken de HEERE, want 
zij zullen Mij allen kennen, vanaf 
hun kleinste tot hun grootste toe, 
spreekt de HEERE. Want Ik zal hun 
ongerechtigheid vergeven en aan 
hun zonde niet meer denken.
De Tien Woorden, 
Ex. 20
1 Toen sprak God al deze woorden: 
2 Ik ben de HEERE, uw God, Die u 
uit het land Egypte, uit het 
slavenhuis, geleid heeft. 
3 U zult geen andere goden voor 
Mijn aangezicht hebben.
4 U zult voor uzelf geen beeld 
maken, geen enkele 
afbeelding van wat boven in de 
hemel, of beneden op de aarde of 
in het water onder de aarde is. 
5 U zult zich daarvoor niet 
neerbuigen, en die niet dienen, 
want Ik, de HEERE, uw God, ben 
een na-ijverig God, Die de misdaad 
van de vaderen vergeldt aan de 
kinderen,
aan het derde en 
vierde geslacht van hen die Mij 
haten, 6 maar Die barmhartigheid 
doet aan duizenden van hen die Mij 
liefhebben en Mijn geboden in acht 
nemen. 
7 U zult de Naam van de HEERE, 
uw God, niet ijdel gebruiken, want 
de HEERE zal niet voor onschuldig 
houden wie Zijn Naam ijdel 
gebruikt.
8 Gedenk de sabbatdag, dat u die 
heiligt. 
9 Zes dagen zult u arbeiden en al 
uw werk doen, 
10 maar de zevende dag is de 
sabbat van de HEERE, uw 
God. Dan zult u geen enkel werk 
doen, u, noch uw zoon, noch uw 
dochter,
noch uw slaaf, noch uw slavin, 
noch uw vee, noch uw vreemdeling 
die binnen uw poorten is. 
11 Want in zes dagen heeft de 
HEERE de hemel en de aarde 
gemaakt, de zee, en al wat erin is, 
en Hij rustte op de zevende dag. 
Daarom zegende de HEERE de 
sabbatdag, en heiligde die.
12 Eer uw vader en uw moeder, 
opdat uw dagen verlengd worden 
in het land dat de HEERE, uw God, 
u geeft. 
13 U zult niet doodslaan. 
14 U zult niet echtbreken . 
15 U zult niet stelen. 
16 U zult geen vals getuigenis 
spreken tegen uw naaste.
17 U zult niet begeren het huis 
van uw naaste. U zult niet begeren 
de vrouw van uw naaste, noch zijn 
slaaf, noch zijn slavin, noch zijn 
rund, noch zijn ezel, noch iets wat 
van uw naaste is.
P 99 – 6, 8 
In een dichte wolk sprak Hij …
Psalm 99 (LvdK) t. A.C. den Besten; m. Genève 1562
Psalm 99 (LvdK) t. A.C. den Besten; m. Genève 1562
Gebed bij de opening 
van het Woord.
ELB 469 
Wil je wel geloven, dat het ….
Wil je wel geloven (AWN 3.9) t. H. Lam; m. W. ter Burg
Wil je wel geloven (AWN 3.9) t. H. Lam; m. W. ter Burg
Wil je wel geloven (AWN 3.9) t. H. Lam; m. W. ter Burg
Wij gaan, tot straks!
Lezen: Zach. 12 : 10 t/m 14
10 Maar over het huis van David en 
over de inwoners van Jeruzalem 
zal Ik de Geest van de genade en 
van de gebeden uitstorten. Zij 
zullen Mij aanschouwen, Die zij 
doorstoken hebben. Zij zullen over 
Hem rouw bedrijven, als met de 
rouwklacht over een enig kind; en 
zij zullen over Hem bitter klagen, 
zoals men bitter klaagt over een 
eerstgeborene.
11 Op die dag zal in Jeruzalem de 
rouwklacht groot zijn, zoals de 
rouwklacht van Hadad-Rimmon in 
het dal van Megiddo. 
12 Het land zal rouw bedrijven, elk 
geslacht afzonderlijk: het geslacht 
van het huis van David afzonderlijk 
en hun vrouwen afzonderlijk, het 
geslacht van het huis van Nathan 
afzonderlijk en hun vrouwen 
afzonderlijk,
13 het geslacht van het huis van 
Levi afzonderlijk en hun vrouwen 
afzonderlijk, het geslacht van 
Simeï afzonderlijk en hun vrouwen 
afzonderlijk, 
14 al de overige geslachten: elk 
geslacht afzonderlijk en hun 
vrouwen afzonderlijk.
Lezen: Zach. 14 : 16 t/m 21
16 Het zal geschieden dat al de 
overgeblevenen van alle 
heidenvolken die tegen Jeruzalem 
zijn opgerukt, van jaar tot jaar 
zullen opgaan om zich neer te 
buigen voor de Koning, de HEERE 
van de legermachten, en om het 
Loofhuttenfeest te vieren.
17 Het zal geschieden dat er geen 
regen zal vallen op hem die uit de 
geslachten van de aarde niet zal 
opgaan naar Jeruzalem om zich 
voor de Koning, de HEERE van de 
legermachten, neer te buigen. 
18 Als het geslacht van de 
Egyptenaren,
waarop geen regen is gevallen, 
niet zal opgaan en komen, dan zal 
de plaag komen waarmee de 
HEERE de heidenvolken zal treffen 
die niet zullen optrekken om het 
Loofhuttenfeest te vieren. 
19 Dit zal de straf zijn voor de 
zonde van Egypte en de straf voor 
de zonde van alle heidenvolken die 
niet zullen opgaan om het 
Loofhuttenfeest te vieren.
20 Op die dag zal op de bellen van 
de paarden staan: HEILIG VOOR DE 
HEERE. En de potten in het huis 
van de HEERE zullen zijn als de 
sprengbekkens voor het altaar.
21 Ja, al de potten in Jeruzalem en 
in Juda zullen voor de HEERE van 
de legermachten heilig zijn, zodat 
allen die willen offeren, zullen 
komen en ervan nemen om erin te 
koken. Op die dag zal er geen 
Kanaäniet meer zijn in het huis van 
de HEERE van de legermachten.
Lezen: Joh. 7 : 37 t/m 39
37 En op de laatste, de grote dag 
van het feest, stond Jezus daar en 
riep: Als iemand dorst heeft, laat 
hij tot Mij komen en drinken. 
38 Wie in Mij gelooft, zoals de 
Schrift zegt: Stromen van levend 
water zullen uit zijn binnenste 
vloeien.
39 (En dit zei Hij over de Geest, 
Die zij die in Hem geloven, 
ontvangen zouden; want de Heilige 
Geest was er nog niet, omdat Jezus 
nog niet verheerlijkt was.)
P 133 
Zie toch hoe goed, het is …
Psalm 133 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 133 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 133 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 133 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Psalm 133 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
Van feest tot feest
ELB 150 – 1, 3 
Ruis, o Godstroom der genade
Ruis, o Godsstroom der genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
Ruis, o Godsstroom der genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
Ruis, o Godsstroom der genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
Ruis, o Godsstroom der genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
Dankgebed en voorbeden
Collecte 
1ste Open Doors 
2de eigen gemeente
P 87 
Op Sions berg sticht ….
Psalm 87 (LvdK) t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
Psalm 87 (LvdK) t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
Psalm 87 (LvdK) t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
Psalm 87 (LvdK) t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
Zegen, 
3 x amen
Van feest tot feest

Van feest tot feest

  • 1.
    Welkom Voorganger dsdan Admirant organist Joh de Vries Thema: “Van feest tot feest”
  • 2.
    VDD ELB 362– 1, 3, 4, 5 God in ons midden
  • 3.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 4.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 5.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 6.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 7.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 8.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 9.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 10.
    God in onsmidden (ZGz 113) t. A.F. Troost; m. anoniem, 19e eeuw
  • 11.
    Welkom Voorganger dsdan Admirant organist Joh de Vries Thema: “Van feest tot feest”
  • 12.
    G 157 –1, 7 Hoe helder staat de morgenster
  • 13.
    Hoe helder staatde morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
  • 14.
    Hoe helder staatde morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
  • 15.
    Hoe helder staatde morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
  • 16.
    Hoe helder staatde morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
  • 17.
    Hoe helder staatde morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
  • 18.
    Hoe helder staatde morgenster (LvdK 157) t. & m. Ph. Nicolai; v. J.W. Schulte Nordholt
  • 19.
    Stil gebed Votumen groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  • 20.
    P 68 –2, 3 Draagt op een lied, aan Hem gewijd
  • 21.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 22.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 23.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 24.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 25.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 26.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 27.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 28.
    Psalm 68 (LvdK)t. W. Barnard; m. Straatsburg 1539 / Genève 1551
  • 29.
    Lezing van debelofte van het Nieuwe Verbond: Jer. 31
  • 30.
    31 Zie, erkomen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, 32 niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden –
  • 31.
    Mijn verbond, datzij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. 33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
  • 32.
    34 Dan zullenzij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.
  • 33.
  • 34.
    1 Toen sprakGod al deze woorden: 2 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft. 3 U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
  • 35.
    4 U zultvoor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. 5 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen,
  • 36.
    aan het derdeen vierde geslacht van hen die Mij haten, 6 maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen. 7 U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.
  • 37.
    8 Gedenk desabbatdag, dat u die heiligt. 9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, 10 maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter,
  • 38.
    noch uw slaaf,noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is. 11 Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.
  • 39.
    12 Eer uwvader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft. 13 U zult niet doodslaan. 14 U zult niet echtbreken . 15 U zult niet stelen. 16 U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.
  • 40.
    17 U zultniet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn slaaf, noch zijn slavin, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is.
  • 41.
    P 99 –6, 8 In een dichte wolk sprak Hij …
  • 42.
    Psalm 99 (LvdK)t. A.C. den Besten; m. Genève 1562
  • 43.
    Psalm 99 (LvdK)t. A.C. den Besten; m. Genève 1562
  • 44.
    Gebed bij deopening van het Woord.
  • 45.
    ELB 469 Wilje wel geloven, dat het ….
  • 46.
    Wil je welgeloven (AWN 3.9) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 47.
    Wil je welgeloven (AWN 3.9) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 48.
    Wil je welgeloven (AWN 3.9) t. H. Lam; m. W. ter Burg
  • 49.
  • 50.
    Lezen: Zach. 12: 10 t/m 14
  • 51.
    10 Maar overhet huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.
  • 52.
    11 Op diedag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo. 12 Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,
  • 53.
    13 het geslachtvan het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 14 al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.
  • 54.
    Lezen: Zach. 14: 16 t/m 21
  • 55.
    16 Het zalgeschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren.
  • 56.
    17 Het zalgeschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen. 18 Als het geslacht van de Egyptenaren,
  • 57.
    waarop geen regenis gevallen, niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heidenvolken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. 19 Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heidenvolken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren.
  • 58.
    20 Op diedag zal op de bellen van de paarden staan: HEILIG VOOR DE HEERE. En de potten in het huis van de HEERE zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar.
  • 59.
    21 Ja, alde potten in Jeruzalem en in Juda zullen voor de HEERE van de legermachten heilig zijn, zodat allen die willen offeren, zullen komen en ervan nemen om erin te koken. Op die dag zal er geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de HEERE van de legermachten.
  • 60.
    Lezen: Joh. 7: 37 t/m 39
  • 61.
    37 En opde laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. 38 Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.
  • 62.
    39 (En ditzei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.)
  • 63.
    P 133 Zietoch hoe goed, het is …
  • 64.
    Psalm 133 (LvdK)t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 65.
    Psalm 133 (LvdK)t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 66.
    Psalm 133 (LvdK)t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 67.
    Psalm 133 (LvdK)t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 68.
    Psalm 133 (LvdK)t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. L. Bourgeois 1551
  • 69.
  • 70.
    ELB 150 –1, 3 Ruis, o Godstroom der genade
  • 71.
    Ruis, o Godsstroomder genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
  • 72.
    Ruis, o Godsstroomder genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
  • 73.
    Ruis, o Godsstroomder genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
  • 74.
    Ruis, o Godsstroomder genade (EL 150) t. W. Mühlpforth; m. J.A. Freylinghausen 1704
  • 75.
  • 76.
    Collecte 1ste OpenDoors 2de eigen gemeente
  • 77.
    P 87 OpSions berg sticht ….
  • 78.
    Psalm 87 (LvdK)t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
  • 79.
    Psalm 87 (LvdK)t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
  • 80.
    Psalm 87 (LvdK)t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
  • 81.
    Psalm 87 (LvdK)t. Barnard, K. Heeroma; m. Genève 1562
  • 82.