1
17 april 2014
Rijnsburg
2
17 Nisan
Genesis 8:4
En de ark rustte in de zevende maand,
op den zeventienden dag der maand,
op de bergen van Ararat.
3
terugblik vorige keer (I)
aansporingen om (:23-25):
• vast te houden aan de belijdenis van de hoop
(:23);
• op elkaar acht te geven tot aanvuring van
liefde i.t.t. de gewoonte om de onderlinge
bijeenkomst te verzuimen (:24,25).
4
terugblik vorige keer (II)
de ernst van de situatie (:26-31)
• de vreselijke verwachting van oordeel en de
felheid van vuur (:26-27);
• de Zoon van God met voeten treden en "het
bloed van het (nieuwe) verbond" onheilig
achten (:28,29);
• de Heer zal zijn volk (=Israël) oordelen (:30).
herinnering aan vroeger dagen (:31-34)
• begin Handelingen-tijd
• zware vervolgingen: smaad, gevangenschap,
roof van bezittingen.
5
Hebreeën 10
35 Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs,
die een ruime vergelding heeft te wachten.
6
3:6 ... Zijn huis zijn wij, indien wij de
vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen,
tot het einde onverwrikt vasthouden.
4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid
toegaan tot de troon der genade...
10:19 Daar wij dan, broeders, volle
vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het
heiligdom door het bloed van Jezus...
vrijmoedigheid eerder in 'Hebreeën':
7
Hebreeën 10
35 Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs,
die een ruime vergelding heeft te wachten.
lett.
welke (= vrijmoedigheid) |heeft
een grote beloning
8
Hebreeën 10
36 Want gij hebt volharding nodig,
om, de wil van Gods doende,
te verkrijgen hetgeen beloofd is.
lett. verduring
> ONDER-BLIJVEN
(i.t.t. wegvluchten)
9
Hebreeën 10
36 Want gij hebt volharding nodig,
om, de wil van God doende,
te verkrijgen hetgeen beloofd is.
hier o.a.:
de belijdenis van de hoop vast houden,
de vrijmoedigheid niet wegwerpend, enz.
10
Hebreeën 10
36 Want gij hebt volharding nodig,
om, de wil van Gods doende,
te verkrijgen hetgeen beloofd is.
11
Hebreeën 10
37 Want nog een korte, korte tijd,
en Hij, die komt,
zal er zijn en niet op Zich laten wachten,
citaat uit Jes.26:20 LXX
12
20 Kom, MIJN VOLK, ga in uw binnenkamers,
en sluit uw deuren achter u;
verberg u EEN KORTE TIJD,
tot de gramschap over is.
21 Want zie, de HERE verlaat zijn plaats
om de ongerechtigheid
der bewoners van de aarde
an hen te bezoeken...
-Jesaja 26-
lett. het land
13
Hebreeën 10
37 Want nog een korte, korte tijd,
en Hij, die komt,
zal er zijn en niet op Zich laten wachten,
of: het komende,
nl. het gericht
14
Want wel wacht HET GEZICHT nog
tot de bestemde tijd,
maar het spoedt zich
zonder falen naar het einde;
als het vertoeft, verbeid het,
want komen zal het gewis;
uitblijven zal het niet.
-Habakuk 2:3-
= van het aanstaand gericht
15
Hebreeën 10
38 en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven;
maar als hij nalatig wordt,
dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.
citaat uit Habakuk 2:4
3x in het NT:
Rom.1:17 & Gal.3:11
16
Hebreeën 10
38 en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven;
maar als hij nalatig wordt,
dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.
ook geciteerd uit Habakuk 2 (:4, LXX)
17
Hebreeën 10
39 Doch wij hebben niets van doen
met nalatigheid,
die ten verderve leidt,
doch met geloof,
dat de ziel behoudt.
... veel kaf onder het koren maar
de geadresseerden worden als
koren aangeschreven.
18
Hebreeën 10
39 Doch wij hebben niets van doen
met nalatigheid,
die ten verderve leidt,
doch met geloof,
dat de ziel behoudt.
19
Hebreeën 10
39 Doch wij hebben niets van doen
met nalatigheid,
die ten verderve leidt,
doch met geloof,
dat de ziel behoudt.
lett.
tot-in verwerving van-ziel
20
Hebreeën 11
1 [Het] geloof nu is de zekerheid der dingen,
die men hoopt,
en het bewijs der dingen,
die men niet ziet.
Gr. hupo-stasis (> hypothese)
> lett. onder-staan (>onderstelling)
= aanname
21
Hebreeën 11
1 Het geloof nu is de zekerheid der dingen,
die men hoopt,
en het bewijs der dingen,
die men niet ziet.
lett. van zaken die worden verwacht
22
Hebreeën 11
1 Het geloof nu is de zekerheid der dingen,
die men hoopt,
en het bewijs der dingen,
die men niet ziet.
lett.
overtuiging [van wat] niet wordt geobserveerd
23
Hebreeën 11
2 Want door dit [geloof]
is aan de ouden een getuigenis gegeven.
hier: vroegere generaties
vergl. Mat.15:2
24
Hebreeën 11
2 Want door dit [geloof]
is aan de ouden een getuigenis gegeven.
= hun portret in de Schriften
25
Hebreeën 11
3 Door het geloof verstaan wij,
dat de wereld door het woord Gods
tot stand gebracht is,
zodat het zichtbare niet ontstaan is
uit het waarneembare.
26
Hebreeën 11
3 Door het geloof verstaan wij,
dat de wereld door het woord Gods
tot stand gebracht is,
zodat het zichtbare niet ontstaan is
uit het waarneembare.
lett. de aeonen
27
Hebreeën 11
3 Door het geloof verstaan wij,
dat de wereld door het woord Gods
tot stand gebracht is,
zodat het zichtbare niet ontstaan is
uit het waarneembare.
lett. toebereid zijn
(vergl. St.Vert.)
Matteus 4:21
28
Hebreeën 11
3 Door het geloof verstaan wij,
dat de wereld door het woord Gods
tot stand gebracht is,
zodat het zichtbare niet ontstaan is
uit het waarneembare.
lett.
... niet uit fenomenen
het geobserveerde is geworden.
29
Hebreeën 11
3 Door het geloof verstaan wij,
dat de wereld door het woord Gods
tot stand gebracht is,
zodat het zichtbare niet ontstaan is
uit het waarneembare.
de aeonen
het geobserveerde
het woord Gods
geen fenomenen
30
Hebreeën 11
4 Door het geloof heeft Abel
Gode een beter offer gebracht dan Kain;
hierdoor werd van hem getuigd,
dat hij rechtvaardig was,
daar God getuigenis gaf aan zijn gaven,
en hierdoor spreekt hij nog,
nadat hij gestorven is.
lett. meer slachtoffer
vergl. 10:8
31
Hebreeën 11
4 Door het geloof heeft Abel
Gode een beter offer gebracht dan Kain;
hierdoor werd van hem getuigd,
dat hij rechtvaardig was,
daar God getuigenis gaf aan zijn gaven,
en hierdoor spreekt hij nog,
nadat hij gestorven is.
32
Hebreeën 11
4 Door het geloof heeft Abel
Gode een beter offer gebracht dan Kain;
hierdoor werd van hem getuigd,
dat hij rechtvaardig was,
daar God getuigenis gaf aan zijn gaven,
en hierdoor spreekt hij nog,
nadat hij gestorven is.
33
Hebreeën 11
4 Door het geloof heeft Abel
Gode een beter offer gebracht dan Kain;
hierdoor werd van hem getuigd,
dat hij rechtvaardig was,
daar God getuigenis gaf aan zijn gaven,
en hierdoor spreekt hij nog,
nadat hij gestorven is.

Hebreeen studie 21

  • 1.
  • 2.
    2 17 Nisan Genesis 8:4 Ende ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand, op de bergen van Ararat.
  • 3.
    3 terugblik vorige keer(I) aansporingen om (:23-25): • vast te houden aan de belijdenis van de hoop (:23); • op elkaar acht te geven tot aanvuring van liefde i.t.t. de gewoonte om de onderlinge bijeenkomst te verzuimen (:24,25).
  • 4.
    4 terugblik vorige keer(II) de ernst van de situatie (:26-31) • de vreselijke verwachting van oordeel en de felheid van vuur (:26-27); • de Zoon van God met voeten treden en "het bloed van het (nieuwe) verbond" onheilig achten (:28,29); • de Heer zal zijn volk (=Israël) oordelen (:30). herinnering aan vroeger dagen (:31-34) • begin Handelingen-tijd • zware vervolgingen: smaad, gevangenschap, roof van bezittingen.
  • 5.
    5 Hebreeën 10 35 Geeftdan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten.
  • 6.
    6 3:6 ... Zijnhuis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, tot het einde onverwrikt vasthouden. 4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade... 10:19 Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus... vrijmoedigheid eerder in 'Hebreeën':
  • 7.
    7 Hebreeën 10 35 Geeftdan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten. lett. welke (= vrijmoedigheid) |heeft een grote beloning
  • 8.
    8 Hebreeën 10 36 Wantgij hebt volharding nodig, om, de wil van Gods doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is. lett. verduring > ONDER-BLIJVEN (i.t.t. wegvluchten)
  • 9.
    9 Hebreeën 10 36 Wantgij hebt volharding nodig, om, de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is. hier o.a.: de belijdenis van de hoop vast houden, de vrijmoedigheid niet wegwerpend, enz.
  • 10.
    10 Hebreeën 10 36 Wantgij hebt volharding nodig, om, de wil van Gods doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is.
  • 11.
    11 Hebreeën 10 37 Wantnog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, citaat uit Jes.26:20 LXX
  • 12.
    12 20 Kom, MIJNVOLK, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u EEN KORTE TIJD, tot de gramschap over is. 21 Want zie, de HERE verlaat zijn plaats om de ongerechtigheid der bewoners van de aarde an hen te bezoeken... -Jesaja 26- lett. het land
  • 13.
    13 Hebreeën 10 37 Wantnog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, of: het komende, nl. het gericht
  • 14.
    14 Want wel wachtHET GEZICHT nog tot de bestemde tijd, maar het spoedt zich zonder falen naar het einde; als het vertoeft, verbeid het, want komen zal het gewis; uitblijven zal het niet. -Habakuk 2:3- = van het aanstaand gericht
  • 15.
    15 Hebreeën 10 38 enmijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen. citaat uit Habakuk 2:4 3x in het NT: Rom.1:17 & Gal.3:11
  • 16.
    16 Hebreeën 10 38 enmijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen. ook geciteerd uit Habakuk 2 (:4, LXX)
  • 17.
    17 Hebreeën 10 39 Dochwij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt. ... veel kaf onder het koren maar de geadresseerden worden als koren aangeschreven.
  • 18.
    18 Hebreeën 10 39 Dochwij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.
  • 19.
    19 Hebreeën 10 39 Dochwij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt. lett. tot-in verwerving van-ziel
  • 20.
    20 Hebreeën 11 1 [Het]geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. Gr. hupo-stasis (> hypothese) > lett. onder-staan (>onderstelling) = aanname
  • 21.
    21 Hebreeën 11 1 Hetgeloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. lett. van zaken die worden verwacht
  • 22.
    22 Hebreeën 11 1 Hetgeloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. lett. overtuiging [van wat] niet wordt geobserveerd
  • 23.
    23 Hebreeën 11 2 Wantdoor dit [geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven. hier: vroegere generaties vergl. Mat.15:2
  • 24.
    24 Hebreeën 11 2 Wantdoor dit [geloof] is aan de ouden een getuigenis gegeven. = hun portret in de Schriften
  • 25.
    25 Hebreeën 11 3 Doorhet geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
  • 26.
    26 Hebreeën 11 3 Doorhet geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. lett. de aeonen
  • 27.
    27 Hebreeën 11 3 Doorhet geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. lett. toebereid zijn (vergl. St.Vert.) Matteus 4:21
  • 28.
    28 Hebreeën 11 3 Doorhet geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. lett. ... niet uit fenomenen het geobserveerde is geworden.
  • 29.
    29 Hebreeën 11 3 Doorhet geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. de aeonen het geobserveerde het woord Gods geen fenomenen
  • 30.
    30 Hebreeën 11 4 Doorhet geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kain; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. lett. meer slachtoffer vergl. 10:8
  • 31.
    31 Hebreeën 11 4 Doorhet geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kain; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
  • 32.
    32 Hebreeën 11 4 Doorhet geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kain; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
  • 33.
    33 Hebreeën 11 4 Doorhet geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kain; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.