15 januari 2015
Rijnsburg
Paulus in 'Handelingen'
terugblik
 Tot dusver gaat het nog steeds over Saulus.
Pas in 13:9 wordt Saulus Paulus.
 Saulus moest zijn bezoek aan Jeruzalem
afbreken vanwege een beraamde
moordaanslag (9:23-29).
 Saulus vertrekt via Caecarea naar zijn
vaderstad Tarsus (9:30). Tot 11:25 noemt
Lucas hem niet meer (=ongeveer 8 jaar).
terugblik
 In deze tussentijd beschrijft Lucas hoe
Petrus de poort naar de natiën opent (>
Cornelius).
 Paulus zelf over zijn Tarsus-periode in
Galaten 1:21:
"Daarna ben ik gegaan naar de streken van
Syrie en van Cilicie."
19 Zij dan, die verstrooid werden
door de verdrukking,
welke in verband met Stefanus plaats vond
(...)
Handelingen 11
vermeld in 8:1-3
... met in de hoofdrol Saulus van Tarsus
> het Joodse volk verwerpt 'de kroon'
(=Stefanus)
19 (...) trokken verder tot Fenicie,
Cyprus en Antiochie toe,
zonder tot iemand het woord te spreken
dan alleen tot de Joden.
Handelingen 11
Fenicië
19 (...) trokken verder tot Fenicie,
Cyprus en Antiochie toe,
zonder tot iemand het woord te spreken
dan alleen tot de Joden.
Handelingen 11
was dat ongehoorzaamheid?
Petrus in het huis van Cornelius, Handelingen 10:
40 Hem heeft God ten derden dage opgewekt
en heeft gegeven, dat Hij verscheen,
41 niet aan het gehele volk,
doch aan de getuigen,
die door God tevoren gekozen waren,
aan ons, die met Hem gegeten
en gedronken hebben,
nadat Hij uit de doden was opgestaan;
42 en Hij heeft ons geboden
HET VOLK te prediken en te betuigen,
dat Hij het is, die door God is aangesteld
tot rechter over levenden en doden.
20 Doch er waren onder hen
enige Cyprische en Cyreense mannen,
die, te Antiochie gekomen,
ook tot de Grieken spraken
en hun de Here Jezus predikten.
Handelingen 11
20 Doch er waren onder hen
enige Cyprische en Cyreense mannen,
die, te Antiochie gekomen,
ook tot de Grieken spraken
en hun de Here Jezus predikten.
Handelingen 11
ANTI = in-plaats-van, OCHIE > 'hebben'
> deze stad wordt het centrum van de
Evangelieverkondiging i.p.v. Jeruzalem
> Jeruzalem HAD het, Antiochie HEEFT het.
20 Doch er waren onder hen
enige Cyprische en Cyreense mannen,
die, te Antiochie gekomen,
ook tot de Grieken spraken
en hun de Here Jezus predikten.
Handelingen 11
lett. Grieksen (= Hellenisten)
hier: geassimileerde Joden
(= niet-Joods levend)
20 Doch er waren onder hen
enige Cyprische en Cyreense mannen,
die, te Antiochie gekomen,
ook tot de Grieken spraken
en hun de Here Jezus predikten.
Handelingen 11
lett. evangeliserend de Heer Jezus,
d.w.z. Jezus is Heer
Handelingen 10 (Caecarea):
het Evangelie naar 'de vreemdeling in de poorten'
Handelingen 11 (Antiochie):
het Evangelie naar de vervreemde Joden
(=Grieksen)
21 En de hand des Heren was met hen,
en een groot aantal kwam tot het geloof
en bekeerde zich tot de Here.
Handelingen 11
Uitdrukking uit het OT
vaak negatief (de hand des Heren was tegen...)
Ex.9:3; Deut.2:15, enz.
ook positief:
1Kon.18:46; 2Kon.3:15; Jes.59:1 (verlossende hand)
21 En de hand des Heren was met hen,
en een groot aantal kwam tot het geloof
en bekeerde zich tot de Here.
Handelingen 11
lett. gelovende (= het Woord be-amen)
geen twee fases: eerst komen en dan geloven
21 En de hand des Heren was met hen,
en een groot aantal kwam tot het geloof
en bekeerde zich tot de Here.
Handelingen 11
22 En het bericht daarvan
kwam de gemeente van Jeruzalem ter ore
en zij vaardigden Barnabas af naar Antiochie.
Handelingen 11
lett. het woord
22 En het bericht daarvan
kwam de gemeente van Jeruzalem ter ore
en zij vaardigden Barnabas af naar Antiochie.
Handelingen 11
• was bekend onder de apostelen; 4:36
• een neef van Marcus (Kol.4:10) in wiens huis de
gemeente van Jeruzalem samenkwam; 12:12
• geboren op Cyprus; 4:36
• een Leviet (4:36) en bekwaam bijbelleraar (11:26)
23 Toen deze aankwam
en de genade *Gods zag,
verheugde hij zich
en wekte allen op om
naar het voornemen van hun hart
de Here trouw te blijven;
Handelingen 11
verwante woorden: charis
23 Toen deze aankwam
en de genade Gods zag,
verheugde hij zich
en wekte allen op om
naar het voornemen van hun hart
de Here trouw te blijven;
Handelingen 11
23 Toen deze aankwam
en de genade Gods zag,
verheugde hij zich
en wekte allen op om
naar het voornemen van hun hart
de Here trouw te blijven;
Handelingen 11
lett. te blijven bij de Heer (d.w.z. de genade!)
24 want hij was een goed man,
vol van de Heilige Geest en van geloof.
En een brede schare
werd de Here toegevoegd.
Handelingen 11
vrijgevig (4:36);
ontfermde zich over Saulus (9:27)
24 want hij was een goed man,
vol van de Heilige Geest en van geloof.
En een brede schare
werd de Here toegevoegd.
Handelingen 11
lett. vol van heilige Geest = van geloof
24 want hij was een goed man,
vol van de Heilige Geest en van geloof.
En een brede schare
werd de Here toegevoegd.
Handelingen 11
25 En hij vertrok naar Tarsus
om Saulus te zoeken;
en toen hij hem gevonden had,
bracht hij hem naar Antiochie.
Handelingen 11
zich bewust van Saulus roeping
voor de natien!? (9:15)
25 En hij vertrok naar Tarsus
om Saulus te zoeken;
en toen hij hem gevonden had,
bracht hij hem naar Antiochie.
Handelingen 11
26 En het geschiedde, dat zij een vol jaar
in de gemeente gastvrij ontvangen werden
en een brede schare leerden
en dat de discipelen het eerst te Antiochie
Christenen genoemd werden.
Handelingen 11
26 En het geschiedde, dat zij een vol jaar
in de gemeente gastvrij ontvangen werden
en een brede schare leerden
en dat de discipelen het eerst te Antiochie
Christenen genoemd werden.
Handelingen 11
26 En het geschiedde, dat zij een vol jaar
in de gemeente gastvrij ontvangen werden
en een brede schare leerden
en dat de discipelen het eerst te Antiochie
Christenen genoemd werden.
Handelingen 11
lett. christianen
Noemt u zich 'christen'?
nog 2x in het NT
Hand.26:28
Maar Agrippa zeide tot Paulus:
Gij wilt mij wel spoedig
als Christen laten optreden!
1Petrus 4:16
Indien hij echter als Christen lijdt,
dan schame hij zich niet,
maar verheerlijke God onder die naam.
27 En in die dagen kwamen profeten
van Jeruzalem te Antiochie;
Handelingen 11
lett. kwamen-omlagen
> Antiochie lag lager dan Jeruzalem
28 en een uit hen, genaamd Agabus,
stond op en gaf door de Geest te kennen,
dat een grote hongersnood zou komen
over het gehele rijk,
die dan ook gekomen is onder Claudius.
Handelingen 11
28 en een uit hen, genaamd Agabus,
stond op en gaf door de Geest te kennen,
dat een grote hongersnood zou komen
over het gehele rijk,
die dan ook gekomen is onder Claudius.
Handelingen 11
lett. de bewoonde-wereld
28 en een uit hen, genaamd Agabus,
stond op en gaf door de Geest te kennen,
dat een grote hongersnood zou komen
over het gehele rijk,
die dan ook gekomen is onder Claudius.
Handelingen 11
niet overal tegelijkertijd
29 En de discipelen besloten,
dat elk van hen naar draagkracht
iets zenden zou tot ondersteuning
van de broeders, die in Judea woonden;
Handelingen 11
29 En de discipelen besloten,
dat elk van hen naar draagkracht
iets zenden zou tot ondersteuning
van de broeders, die in Judea woonden;
Handelingen 11
in 12:25: Jeruzalem
typerend:
Judea moet worden voorzien van brood...
30 dit deden zij ook
en zij zonden het aan de oudsten
door de hand van Barnabas en Saulus.
Handelingen 11
niet aan de apostelen in Jeruzalem
(vergl. 15:2,4,6,22,23, enz.)
> daarom wordt dit bezoek aan Jeruzalem
niet vermeld in de Galaten-brief.

Paulus voetsporen 6

  • 1.
  • 2.
    terugblik  Tot dusvergaat het nog steeds over Saulus. Pas in 13:9 wordt Saulus Paulus.  Saulus moest zijn bezoek aan Jeruzalem afbreken vanwege een beraamde moordaanslag (9:23-29).  Saulus vertrekt via Caecarea naar zijn vaderstad Tarsus (9:30). Tot 11:25 noemt Lucas hem niet meer (=ongeveer 8 jaar).
  • 3.
    terugblik  In dezetussentijd beschrijft Lucas hoe Petrus de poort naar de natiën opent (> Cornelius).  Paulus zelf over zijn Tarsus-periode in Galaten 1:21: "Daarna ben ik gegaan naar de streken van Syrie en van Cilicie."
  • 4.
    19 Zij dan,die verstrooid werden door de verdrukking, welke in verband met Stefanus plaats vond (...) Handelingen 11 vermeld in 8:1-3 ... met in de hoofdrol Saulus van Tarsus > het Joodse volk verwerpt 'de kroon' (=Stefanus)
  • 5.
    19 (...) trokkenverder tot Fenicie, Cyprus en Antiochie toe, zonder tot iemand het woord te spreken dan alleen tot de Joden. Handelingen 11
  • 6.
  • 7.
    19 (...) trokkenverder tot Fenicie, Cyprus en Antiochie toe, zonder tot iemand het woord te spreken dan alleen tot de Joden. Handelingen 11 was dat ongehoorzaamheid?
  • 8.
    Petrus in hethuis van Cornelius, Handelingen 10: 40 Hem heeft God ten derden dage opgewekt en heeft gegeven, dat Hij verscheen, 41 niet aan het gehele volk, doch aan de getuigen, die door God tevoren gekozen waren, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden was opgestaan; 42 en Hij heeft ons geboden HET VOLK te prediken en te betuigen, dat Hij het is, die door God is aangesteld tot rechter over levenden en doden.
  • 9.
    20 Doch erwaren onder hen enige Cyprische en Cyreense mannen, die, te Antiochie gekomen, ook tot de Grieken spraken en hun de Here Jezus predikten. Handelingen 11
  • 11.
    20 Doch erwaren onder hen enige Cyprische en Cyreense mannen, die, te Antiochie gekomen, ook tot de Grieken spraken en hun de Here Jezus predikten. Handelingen 11 ANTI = in-plaats-van, OCHIE > 'hebben' > deze stad wordt het centrum van de Evangelieverkondiging i.p.v. Jeruzalem > Jeruzalem HAD het, Antiochie HEEFT het.
  • 12.
    20 Doch erwaren onder hen enige Cyprische en Cyreense mannen, die, te Antiochie gekomen, ook tot de Grieken spraken en hun de Here Jezus predikten. Handelingen 11 lett. Grieksen (= Hellenisten) hier: geassimileerde Joden (= niet-Joods levend)
  • 13.
    20 Doch erwaren onder hen enige Cyprische en Cyreense mannen, die, te Antiochie gekomen, ook tot de Grieken spraken en hun de Here Jezus predikten. Handelingen 11 lett. evangeliserend de Heer Jezus, d.w.z. Jezus is Heer
  • 14.
    Handelingen 10 (Caecarea): hetEvangelie naar 'de vreemdeling in de poorten' Handelingen 11 (Antiochie): het Evangelie naar de vervreemde Joden (=Grieksen)
  • 15.
    21 En dehand des Heren was met hen, en een groot aantal kwam tot het geloof en bekeerde zich tot de Here. Handelingen 11 Uitdrukking uit het OT vaak negatief (de hand des Heren was tegen...) Ex.9:3; Deut.2:15, enz. ook positief: 1Kon.18:46; 2Kon.3:15; Jes.59:1 (verlossende hand)
  • 16.
    21 En dehand des Heren was met hen, en een groot aantal kwam tot het geloof en bekeerde zich tot de Here. Handelingen 11 lett. gelovende (= het Woord be-amen) geen twee fases: eerst komen en dan geloven
  • 17.
    21 En dehand des Heren was met hen, en een groot aantal kwam tot het geloof en bekeerde zich tot de Here. Handelingen 11
  • 18.
    22 En hetbericht daarvan kwam de gemeente van Jeruzalem ter ore en zij vaardigden Barnabas af naar Antiochie. Handelingen 11 lett. het woord
  • 19.
    22 En hetbericht daarvan kwam de gemeente van Jeruzalem ter ore en zij vaardigden Barnabas af naar Antiochie. Handelingen 11 • was bekend onder de apostelen; 4:36 • een neef van Marcus (Kol.4:10) in wiens huis de gemeente van Jeruzalem samenkwam; 12:12 • geboren op Cyprus; 4:36 • een Leviet (4:36) en bekwaam bijbelleraar (11:26)
  • 20.
    23 Toen dezeaankwam en de genade *Gods zag, verheugde hij zich en wekte allen op om naar het voornemen van hun hart de Here trouw te blijven; Handelingen 11 verwante woorden: charis
  • 21.
    23 Toen dezeaankwam en de genade Gods zag, verheugde hij zich en wekte allen op om naar het voornemen van hun hart de Here trouw te blijven; Handelingen 11
  • 22.
    23 Toen dezeaankwam en de genade Gods zag, verheugde hij zich en wekte allen op om naar het voornemen van hun hart de Here trouw te blijven; Handelingen 11 lett. te blijven bij de Heer (d.w.z. de genade!)
  • 23.
    24 want hijwas een goed man, vol van de Heilige Geest en van geloof. En een brede schare werd de Here toegevoegd. Handelingen 11 vrijgevig (4:36); ontfermde zich over Saulus (9:27)
  • 24.
    24 want hijwas een goed man, vol van de Heilige Geest en van geloof. En een brede schare werd de Here toegevoegd. Handelingen 11 lett. vol van heilige Geest = van geloof
  • 25.
    24 want hijwas een goed man, vol van de Heilige Geest en van geloof. En een brede schare werd de Here toegevoegd. Handelingen 11
  • 26.
    25 En hijvertrok naar Tarsus om Saulus te zoeken; en toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochie. Handelingen 11 zich bewust van Saulus roeping voor de natien!? (9:15)
  • 27.
    25 En hijvertrok naar Tarsus om Saulus te zoeken; en toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochie. Handelingen 11
  • 28.
    26 En hetgeschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochie Christenen genoemd werden. Handelingen 11
  • 29.
    26 En hetgeschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochie Christenen genoemd werden. Handelingen 11
  • 30.
    26 En hetgeschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochie Christenen genoemd werden. Handelingen 11 lett. christianen Noemt u zich 'christen'?
  • 31.
    nog 2x inhet NT Hand.26:28 Maar Agrippa zeide tot Paulus: Gij wilt mij wel spoedig als Christen laten optreden! 1Petrus 4:16 Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam.
  • 32.
    27 En indie dagen kwamen profeten van Jeruzalem te Antiochie; Handelingen 11 lett. kwamen-omlagen > Antiochie lag lager dan Jeruzalem
  • 33.
    28 en eenuit hen, genaamd Agabus, stond op en gaf door de Geest te kennen, dat een grote hongersnood zou komen over het gehele rijk, die dan ook gekomen is onder Claudius. Handelingen 11
  • 34.
    28 en eenuit hen, genaamd Agabus, stond op en gaf door de Geest te kennen, dat een grote hongersnood zou komen over het gehele rijk, die dan ook gekomen is onder Claudius. Handelingen 11 lett. de bewoonde-wereld
  • 35.
    28 en eenuit hen, genaamd Agabus, stond op en gaf door de Geest te kennen, dat een grote hongersnood zou komen over het gehele rijk, die dan ook gekomen is onder Claudius. Handelingen 11 niet overal tegelijkertijd
  • 36.
    29 En dediscipelen besloten, dat elk van hen naar draagkracht iets zenden zou tot ondersteuning van de broeders, die in Judea woonden; Handelingen 11
  • 37.
    29 En dediscipelen besloten, dat elk van hen naar draagkracht iets zenden zou tot ondersteuning van de broeders, die in Judea woonden; Handelingen 11 in 12:25: Jeruzalem typerend: Judea moet worden voorzien van brood...
  • 38.
    30 dit dedenzij ook en zij zonden het aan de oudsten door de hand van Barnabas en Saulus. Handelingen 11 niet aan de apostelen in Jeruzalem (vergl. 15:2,4,6,22,23, enz.) > daarom wordt dit bezoek aan Jeruzalem niet vermeld in de Galaten-brief.