TrainingsleerHoofdstuk 4Martin Breedijk
Gedragscode SM&O HoorcollegeAls je hierbinnen gaat kies je voor een hoor college; het woord zegt het al, ga zitten en luister.Mits de docent toestemming heeft gegeven, mag je gebruik maken van een computer, maar GA VOORAAN zitten!!Computer gebruik is alléén toegestaan ten behoeve van de les.Niet eten en drinken.We spreken elkaar aan op het navolgen van deze gedragscode.
UithoudingsvermogenIs het vermogen om dynamische of statische arbeid zo lang mogelijk vol te houdenOnderscheid naar:Hoeveelheid gebruikte spiermassaEnergievoorzieningAard van de spiercontractie
OverzichtLokaal UithoudingsvermogenAlgemeen UithoudingsvermogenAëroobAnaëroobAëroobAnaëroobDynamischStatischDynamischStatischDynamischStatischDynamischStatischUITHOUDING
Lokaal uithoudingsvermogenInspanning waarbij de actieve spiermassa kleiner is dan 1/6 tot 1/7 van de totale spiermassaLokaal aëroob dynamisch uithoudingsvermogenLokaal aëroob statisch uithoudingsvermogenLokaal anaëroob dynamisch uithoudingsvermogenLokaal anaëroob statisch uithoudingsvermogen
Lokaal aëroob dynamisch uithoudingsvermogenVoorbeeld curlbeweging van de armenDe perifere doorbloeding en de spierstofwisseling zullen de prestatie dominerenCardiovasculaire systeem is slechts tussenschakel
Lokaal aëroob statisch uithoudingsvermogenSpiermassa kleiner dan 1/6 tot 1/7 totale spiermassa en intensiteit lager dan 15% maximale krachtBetekenis hiervan is gering.In het kader van de revalidatie van hartpatiënten trainen.
Lokaal anaëroob statisch en dynamisch uithoudingsvermogenHet lokaal anaëroob statisch en dynamisch uithoudingsvermogen is in de sportpraktijk niet relevant en zal daarom niet besproken worden.
Het Algemeen Aëroob UithoudingsvermogenHet statische algemeen aëroob uithoudingsvermogen is in de sportpraktijk niet relevant en zal daarom niet besproken worden.Bij het maximale aërobe uithoudingsvermogen zijn de volgende componenten van belang:AdemminuutvolumeHet hartdebiet (=slagvolume X hartfrequentie)HemoglobinegehalteDe zuurstofextractie ter hoogte van de spierenKan men bepalen door het meten van de VO2max
VO2 MAXMaximale hoeveelheid zuurstof die de spieren per tijdseenheid kunnen verbruiken
Kan je meten door sporters aan een maximaaltest te onderwerpen op een ergometer
VO2max weergegeven per kilogram lichaamsgewicht, b.v. 70ml.min-1.kg-1
De VO2max is voor een groot deel erfelijk bepaald, trainingseffect is 15 tot 20%Gemiddelde waardes VO2 max.VO2 max. boven de 70 duiden op een zeer goed algemeen aëroob uithoudingsvermogen
VO2 max. onder de 60 is middelmatig
VO2 max. sedentaire (niet bewegen) volwassen mannen 35 tot 45 en vrouwen 25 tot 35Alle waardes in ml.min-1.kg-1
VO2 max. testenIn laboratorium of veld
Belangrijk is de test bewegingsspecifiek af te nemen, dus voetballers niet laten fietsenLopers halen op een loopband hogere VO2 max. dan op een fietsergometer en omgekeerdVoor minder getrainde mensen is het effect minder groot
VO2 MAX test in de praktijk
Anaërobe en aërobe drempelUit recente studies blijkt dat een determinerende factor voor de duurprestatie is hoeveel procent van de VO2 max een atleet langdurig kan volhoudenHiervoor gebruiken we het begrip anaërobe drempelDie intensiteit van inspanning (snelheid) waarboven melkzuur zich begint op te hopen in de spieren en het bloed
Bepalen (an)aërobe drempelVia lactaat of via verhouding O2/CO2In de praktijk vind bepaling vaak plaats met lactaat meting. Hierbij worden verschillende grenzen gehanteerd:Aërobe drempel 2mmol.l-1 Onder deze waarde vindt de energielevering voornamelijk aëroob plaats.Anaërobe drempel 4mmol.-1 Boven deze waarde vindt de energielevering voornamelijk anaëroob plaatsDit noemt men de MAXLASS (Maximale Lactaat Steady State), 20 min tot 1 uur vol te houdenHet gebied er tussen in noemen we het aërobe/anaërobe overgangsgebeid. Hierin spreekt men van de lactaat steady state
De lactaatcurveTraining kan ook zorgen voor hogere piekNiet iedereen gebruikt dus dezelfde grenzenVerschuiving van de lactaatcurve door trainingBij dezelfde snelheid lagere lactaatwaardeDeze curve is veel steilerhttp://www.sparrenweg.info/superrunner/images/gevorderden2.jpg
Oxycontest curve
Testen in de praktijk zonder lactaatConconi testVoordeel makkelijk te organiserenGoed reproduceerbaarNadeelNiet iedereen heeft de Conconi knik (25% niet)Protocol zie boeksport-manni.de
Testen in de praktijk zonder lactaatVIAD testVoordeel NauwkeurigerMakkelijk te organiserenNadeelGevoel voor snelheid vereistProtocol blokken van 800 tot 1200 m lopen met 1’ pauze passief. Beginnen 5 blokken onder VIADhttp://www.sparrenweg.info/superrunner/images/gevorderden3.jpg
UurtestMAXLASS (Maximale Lactaat Steady State), is de intensiteit die men in wedstrijden 20 minuten tot maximaal 1 uur kan volhouden.Hoe kun je dit vertalen in een test (voorbeeld lopen)Laten we eens een voorbeeld nemen.
Grafieken
Effecten aeroob uithoudingsvermogen trainingAanpassingen aan het cardiovasculaire systeemAanpassingen ter hoogte van de spieren
Aanpassingen aan het cardiovasculaire systeem in rustToename van het hartvolume door grotere ventriculaire holtenDaling van de rustpols (bradycardie) na een lange periode van training (van 70/80 naar 40/50 gemiddeld voor mannen)Toename van het slagvolumeToename van de bloedvoorziening rond de spierenVerbeterde capillarisatieMeer capillairenVerbeterde intramusculaire bloedverdeling
Aanpassingen aan het cardiovasculaire systeem bij submaximale inspanningToename in slagvolume Bij een gelijke submaximale inspanning per kilogram spier minder bloed nodig
Aanpassingen aan het cardiovasculaire systeem bij maximale inspanningToename van VO2max, verhoogd zuurstof aanbodtoegenomen zuurstofopname in de spierenMaximale hartdebiet neemt sterk toeToename van het maximale slagvolumeGeen verandering in Hfmax, hoogstens een lichte afnameGrotere spiermassa kan worden ingezet
Aanpassingen aan het cardiovasculaire systeem niet hart en vaatsysteemVergroting  respiratorisch oppervlak in de longenVergroting diffusie capaciteit capillairen in de longblaasjesVerbetering van de ademhalingsefficiëntie
Aanpassingen op spierniveauToename hoeveelheid myoglobineToename oxidatieve capaciteit van de spierHoeveelheid glycogeen bij eenzelfde inspanning zal dalen door toename in vetverbrandingLagere lactaatconcentratie bij eenzelfde inspanning. Oorzaak; betere vetverbranding, snellere toename zuurstofverbruik, verbeterde eliminatie lactaat (tabel 39 p. 100)
Algemeen anaëroobuithouingsvermogenAfhankelijk van de volgende factoren:Dynamische en statische krachtCoördinatieContractiesnelheidAntropometrische kenmerkenLenigheidMax. capaciteit anaërobe energielevering
Testen anaërobe uithoudingsvermogenMeten van vermogen of de hoogste uitwendige arbeid. B.v verticale sprongtest (jump and reach)Anaerobe capaciteitstesten meten de maximale inspanning gedurende een bepaalde duur (30 tot 120 sec)Meest gebruikte is Wingate test http://www.youtube.com/watch?v=20GzJGp1oQY&feature=related
Lactaat, enkele feitenConcentratie in het bloed is altijd lager dan in de cel.Bij een actieve pauze (65% van de max.) zal het lactaat twee keer zo snel worden geëlimineerd (normaal 60 min)Hoogste lactaatwaarden na inspanningen van 40 tot 90 sec.
Algemeen Specifiek Nog een keer bekekenAlgemeen uithoudingsvermogenEigenschap om een inspanning waarbij grote spiergroepen betrokken zijn gedurende lange tijd vol te houdenDeze eigenschap is aspecifiek met een mogelijkheid tot transfer naar andere sportenTendens in de topsport is dat het aandeel specifiek uithoudingsvermogen aan belang wint.
Aandachtspunten specifieke trainingOntwikkeling van de capaciteit om intensieve inspanningen vol te houden zelfs bij vermoeidheidVermogen om gedurende wedstrijd tempo te kunnen variërenUitvoeren van optimale en efficiënte techniekTrainen van capaciteit om aan het einde van de wedstrijd snelheid op te voerenKweken wilskracht om een maximale inspanning te leveren
Bepalen geschikte HF om op te trainenPercentage van de HF maxPercentage van verschil Hfmax en HfrustHftraining = Hfrust + %(Hfmax – Hfrust)Laatste is de beste methode!
Trainingsmethodologische indelingVier grote groepenDe duurmethodeDe intervalmethodeDe herhalingsmethodeDe wedstrijd- en controlemethode
De duurtrainingOnonderbroken inspanning die ligt in de aërobe zoneExtensieve duurtrainingIntensiteit 85-90% van anaërobe drempel (lactaat 1.5 tot 3 mmol.l-1)HF 60-80% van de HF bij anaërobe drempelDuur: 30-100’1 herhalingGeen pauze
De duurtrainingIntensieve duurtrainingIntensiteit 90-100% van anaërobe drempel (lactaat 3 tot 4 mmol.l-1HF 80-100% van de HF bij anaërobe drempel Duur: 30-100’Duur: blokken van 10-30’ totaal 45-60’2-6 herhalingPauze 2-3’ actiefWisselende duurtrainingEen extensieve duurtraining met (korte) blokjes intensieve duurtraining er inFartlekmethodeLijkt sterk op interval training

Trainingsleer week 1.4 hva sjabloon 2011

  • 1.
  • 2.
    Gedragscode SM&O HoorcollegeAlsje hierbinnen gaat kies je voor een hoor college; het woord zegt het al, ga zitten en luister.Mits de docent toestemming heeft gegeven, mag je gebruik maken van een computer, maar GA VOORAAN zitten!!Computer gebruik is alléén toegestaan ten behoeve van de les.Niet eten en drinken.We spreken elkaar aan op het navolgen van deze gedragscode.
  • 3.
    UithoudingsvermogenIs het vermogenom dynamische of statische arbeid zo lang mogelijk vol te houdenOnderscheid naar:Hoeveelheid gebruikte spiermassaEnergievoorzieningAard van de spiercontractie
  • 4.
  • 5.
    Lokaal uithoudingsvermogenInspanning waarbijde actieve spiermassa kleiner is dan 1/6 tot 1/7 van de totale spiermassaLokaal aëroob dynamisch uithoudingsvermogenLokaal aëroob statisch uithoudingsvermogenLokaal anaëroob dynamisch uithoudingsvermogenLokaal anaëroob statisch uithoudingsvermogen
  • 6.
    Lokaal aëroob dynamischuithoudingsvermogenVoorbeeld curlbeweging van de armenDe perifere doorbloeding en de spierstofwisseling zullen de prestatie dominerenCardiovasculaire systeem is slechts tussenschakel
  • 7.
    Lokaal aëroob statischuithoudingsvermogenSpiermassa kleiner dan 1/6 tot 1/7 totale spiermassa en intensiteit lager dan 15% maximale krachtBetekenis hiervan is gering.In het kader van de revalidatie van hartpatiënten trainen.
  • 8.
    Lokaal anaëroob statischen dynamisch uithoudingsvermogenHet lokaal anaëroob statisch en dynamisch uithoudingsvermogen is in de sportpraktijk niet relevant en zal daarom niet besproken worden.
  • 9.
    Het Algemeen AëroobUithoudingsvermogenHet statische algemeen aëroob uithoudingsvermogen is in de sportpraktijk niet relevant en zal daarom niet besproken worden.Bij het maximale aërobe uithoudingsvermogen zijn de volgende componenten van belang:AdemminuutvolumeHet hartdebiet (=slagvolume X hartfrequentie)HemoglobinegehalteDe zuurstofextractie ter hoogte van de spierenKan men bepalen door het meten van de VO2max
  • 10.
    VO2 MAXMaximale hoeveelheidzuurstof die de spieren per tijdseenheid kunnen verbruiken
  • 11.
    Kan je metendoor sporters aan een maximaaltest te onderwerpen op een ergometer
  • 12.
    VO2max weergegeven perkilogram lichaamsgewicht, b.v. 70ml.min-1.kg-1
  • 13.
    De VO2max isvoor een groot deel erfelijk bepaald, trainingseffect is 15 tot 20%Gemiddelde waardes VO2 max.VO2 max. boven de 70 duiden op een zeer goed algemeen aëroob uithoudingsvermogen
  • 14.
    VO2 max. onderde 60 is middelmatig
  • 15.
    VO2 max. sedentaire(niet bewegen) volwassen mannen 35 tot 45 en vrouwen 25 tot 35Alle waardes in ml.min-1.kg-1
  • 16.
    VO2 max. testenInlaboratorium of veld
  • 17.
    Belangrijk is detest bewegingsspecifiek af te nemen, dus voetballers niet laten fietsenLopers halen op een loopband hogere VO2 max. dan op een fietsergometer en omgekeerdVoor minder getrainde mensen is het effect minder groot
  • 18.
    VO2 MAX testin de praktijk
  • 19.
    Anaërobe en aërobedrempelUit recente studies blijkt dat een determinerende factor voor de duurprestatie is hoeveel procent van de VO2 max een atleet langdurig kan volhoudenHiervoor gebruiken we het begrip anaërobe drempelDie intensiteit van inspanning (snelheid) waarboven melkzuur zich begint op te hopen in de spieren en het bloed
  • 20.
    Bepalen (an)aërobe drempelVialactaat of via verhouding O2/CO2In de praktijk vind bepaling vaak plaats met lactaat meting. Hierbij worden verschillende grenzen gehanteerd:Aërobe drempel 2mmol.l-1 Onder deze waarde vindt de energielevering voornamelijk aëroob plaats.Anaërobe drempel 4mmol.-1 Boven deze waarde vindt de energielevering voornamelijk anaëroob plaatsDit noemt men de MAXLASS (Maximale Lactaat Steady State), 20 min tot 1 uur vol te houdenHet gebied er tussen in noemen we het aërobe/anaërobe overgangsgebeid. Hierin spreekt men van de lactaat steady state
  • 21.
    De lactaatcurveTraining kanook zorgen voor hogere piekNiet iedereen gebruikt dus dezelfde grenzenVerschuiving van de lactaatcurve door trainingBij dezelfde snelheid lagere lactaatwaardeDeze curve is veel steilerhttp://www.sparrenweg.info/superrunner/images/gevorderden2.jpg
  • 22.
  • 23.
    Testen in depraktijk zonder lactaatConconi testVoordeel makkelijk te organiserenGoed reproduceerbaarNadeelNiet iedereen heeft de Conconi knik (25% niet)Protocol zie boeksport-manni.de
  • 24.
    Testen in depraktijk zonder lactaatVIAD testVoordeel NauwkeurigerMakkelijk te organiserenNadeelGevoel voor snelheid vereistProtocol blokken van 800 tot 1200 m lopen met 1’ pauze passief. Beginnen 5 blokken onder VIADhttp://www.sparrenweg.info/superrunner/images/gevorderden3.jpg
  • 25.
    UurtestMAXLASS (Maximale LactaatSteady State), is de intensiteit die men in wedstrijden 20 minuten tot maximaal 1 uur kan volhouden.Hoe kun je dit vertalen in een test (voorbeeld lopen)Laten we eens een voorbeeld nemen.
  • 26.
  • 27.
    Effecten aeroob uithoudingsvermogentrainingAanpassingen aan het cardiovasculaire systeemAanpassingen ter hoogte van de spieren
  • 28.
    Aanpassingen aan hetcardiovasculaire systeem in rustToename van het hartvolume door grotere ventriculaire holtenDaling van de rustpols (bradycardie) na een lange periode van training (van 70/80 naar 40/50 gemiddeld voor mannen)Toename van het slagvolumeToename van de bloedvoorziening rond de spierenVerbeterde capillarisatieMeer capillairenVerbeterde intramusculaire bloedverdeling
  • 29.
    Aanpassingen aan hetcardiovasculaire systeem bij submaximale inspanningToename in slagvolume Bij een gelijke submaximale inspanning per kilogram spier minder bloed nodig
  • 30.
    Aanpassingen aan hetcardiovasculaire systeem bij maximale inspanningToename van VO2max, verhoogd zuurstof aanbodtoegenomen zuurstofopname in de spierenMaximale hartdebiet neemt sterk toeToename van het maximale slagvolumeGeen verandering in Hfmax, hoogstens een lichte afnameGrotere spiermassa kan worden ingezet
  • 31.
    Aanpassingen aan hetcardiovasculaire systeem niet hart en vaatsysteemVergroting respiratorisch oppervlak in de longenVergroting diffusie capaciteit capillairen in de longblaasjesVerbetering van de ademhalingsefficiëntie
  • 32.
    Aanpassingen op spierniveauToenamehoeveelheid myoglobineToename oxidatieve capaciteit van de spierHoeveelheid glycogeen bij eenzelfde inspanning zal dalen door toename in vetverbrandingLagere lactaatconcentratie bij eenzelfde inspanning. Oorzaak; betere vetverbranding, snellere toename zuurstofverbruik, verbeterde eliminatie lactaat (tabel 39 p. 100)
  • 33.
    Algemeen anaëroobuithouingsvermogenAfhankelijk vande volgende factoren:Dynamische en statische krachtCoördinatieContractiesnelheidAntropometrische kenmerkenLenigheidMax. capaciteit anaërobe energielevering
  • 34.
    Testen anaërobe uithoudingsvermogenMetenvan vermogen of de hoogste uitwendige arbeid. B.v verticale sprongtest (jump and reach)Anaerobe capaciteitstesten meten de maximale inspanning gedurende een bepaalde duur (30 tot 120 sec)Meest gebruikte is Wingate test http://www.youtube.com/watch?v=20GzJGp1oQY&feature=related
  • 35.
    Lactaat, enkele feitenConcentratiein het bloed is altijd lager dan in de cel.Bij een actieve pauze (65% van de max.) zal het lactaat twee keer zo snel worden geëlimineerd (normaal 60 min)Hoogste lactaatwaarden na inspanningen van 40 tot 90 sec.
  • 36.
    Algemeen Specifiek Nogeen keer bekekenAlgemeen uithoudingsvermogenEigenschap om een inspanning waarbij grote spiergroepen betrokken zijn gedurende lange tijd vol te houdenDeze eigenschap is aspecifiek met een mogelijkheid tot transfer naar andere sportenTendens in de topsport is dat het aandeel specifiek uithoudingsvermogen aan belang wint.
  • 37.
    Aandachtspunten specifieke trainingOntwikkelingvan de capaciteit om intensieve inspanningen vol te houden zelfs bij vermoeidheidVermogen om gedurende wedstrijd tempo te kunnen variërenUitvoeren van optimale en efficiënte techniekTrainen van capaciteit om aan het einde van de wedstrijd snelheid op te voerenKweken wilskracht om een maximale inspanning te leveren
  • 38.
    Bepalen geschikte HFom op te trainenPercentage van de HF maxPercentage van verschil Hfmax en HfrustHftraining = Hfrust + %(Hfmax – Hfrust)Laatste is de beste methode!
  • 39.
    Trainingsmethodologische indelingVier grotegroepenDe duurmethodeDe intervalmethodeDe herhalingsmethodeDe wedstrijd- en controlemethode
  • 40.
    De duurtrainingOnonderbroken inspanningdie ligt in de aërobe zoneExtensieve duurtrainingIntensiteit 85-90% van anaërobe drempel (lactaat 1.5 tot 3 mmol.l-1)HF 60-80% van de HF bij anaërobe drempelDuur: 30-100’1 herhalingGeen pauze
  • 41.
    De duurtrainingIntensieve duurtrainingIntensiteit90-100% van anaërobe drempel (lactaat 3 tot 4 mmol.l-1HF 80-100% van de HF bij anaërobe drempel Duur: 30-100’Duur: blokken van 10-30’ totaal 45-60’2-6 herhalingPauze 2-3’ actiefWisselende duurtrainingEen extensieve duurtraining met (korte) blokjes intensieve duurtraining er inFartlekmethodeLijkt sterk op interval training