Trainingsopbouw
Warmingup intensiteit
Dynamisch
rekken
quadriceps
Specifieke w-
up
Lichaamskenmerken
Expl.
kracht
Uith.
vermogen
Kracht uith.
vermogen
techniek
lenigheid
snelheid
Interval of duuractiviteit
trainingszone
s
Hartrequentie
Energiesystemen
Anaeroob ATP
Aeroob
zuurstof Glucose
Fitheid meten
Huidplooi /
BMI
coopertest
Shutllerun
Hangtest
Sit and
reach
gezondheid
Hart en vaat
ziekten
risicofactore
nlevenspatroo
n
Rode bloedcellen
trainingslee
r
Fosfaatsystee
m
Melkzuursystee
m
oud
Doel
- Leren maken van een trainingsschema;
- Kennis vergroten over trainingsprincipes
- Kennis vergroten over energiesystemen;
- Kennis vergroten over gezondheidsaspecten;
- Inzicht in lichaamskenmerken en het omzetten naar
trainingsdoeleinden;
- Leren meten van je eigen fitheid;
- Verschil leren herkennen tussen kracht- en cardiotraining;
- Het leren opbouwen van een training.
Wat is trainen?
Middel waardoor het lichaam zich (na herstel) verbetert
ten opzichte van voor de training
Meten-Trainen-Meten
Opbouw
- Opdracht 4a: kennis opdoen;
- Opdracht 4b: beweeg ik wel genoeg;
- Opdracht 5a: 0-meting (kijken hoe je ervoor staat);
- Opdracht 5b: maken van het trainingsschema (FITT – principe),
trainen, eindmeting en conclusie;
- Mondeling (verdedigen van je trainingsschema).
Opdracht 4a
Een gezonde levensstijl:
- Gevarieerd eten;
- Voldoende bewegen;
- Ontspanning;
Risicofactoren hart- en
vaatziekte:
- Roken;
- Alcohol;
- Cholesterol
- Stress;
- Aanleg;
- Overgewicht;
- Ouder worden.
Opdracht 4b
Opdracht 4b
Bepalen van intensiteit:
- Mate van energie (lactaatmeting, VO2max);
Lactaatmeting
- Hartslag meting (Hfmax, Hfrust, Hfres);
- Subjectief inschatten.
Opdracht 5a
Opdracht 5a
Bepalen verhoudingen van je lichaam:
- BMI (Body Mass Index);
- Huidplooimeting (vetpercentage);
- Nanogram (in relatie tot je leeftijd).
Opdracht 5b
Opdracht 5b
Uitgangspunten trainingsschema
- Na arbeid volgt rust (supercompensatie):
- (F) 3 keer in de week is een must om resultaat te verkrijgen;
- (I) kun je op verschillende manieren bepalen. We willen een objectieve
meting, dus percentage van je maximale hartfrequentie, of bij
krachtraining percentage van je maximale kracht;
- (T) Voorbeeld: 2 series van 10 > 2 series van 15 > 3 series van 10 >
series van 15;
- (T) Uitleg en plaatjes.
Energiesystemen
Anaëroob Aëroob
Creatinefosfaat
systeem(alactisch)
- CP systeem;
- Ligt opgeslagen in de cellen;
- Direct voorhanden;
- Snel uitgeput (0-6 seconden).
Melkzuursysteem (lactisch)
- Glucose
- Voor directe maximale
inspanning tot 1 minuut;
- Restproduct melkzuur
Zuurstof systee
- Glucose + zuurstof
- Maximale inspanning duurt
langer
dan 1 minuut;
- Duurt lang voordat het systeem
op gang komt;
- Lang te gebruiken
- Levert veel ATP
- Waarde voor energie:
ATP (Adenosine TriFosfaat)
Powerpoint bsm Trainingsleer

Powerpoint bsm Trainingsleer

  • 1.
    Trainingsopbouw Warmingup intensiteit Dynamisch rekken quadriceps Specifieke w- up Lichaamskenmerken Expl. kracht Uith. vermogen Krachtuith. vermogen techniek lenigheid snelheid Interval of duuractiviteit trainingszone s Hartrequentie Energiesystemen Anaeroob ATP Aeroob zuurstof Glucose Fitheid meten Huidplooi / BMI coopertest Shutllerun Hangtest Sit and reach gezondheid Hart en vaat ziekten risicofactore nlevenspatroo n Rode bloedcellen trainingslee r Fosfaatsystee m Melkzuursystee m oud
  • 2.
    Doel - Leren makenvan een trainingsschema; - Kennis vergroten over trainingsprincipes - Kennis vergroten over energiesystemen; - Kennis vergroten over gezondheidsaspecten; - Inzicht in lichaamskenmerken en het omzetten naar trainingsdoeleinden; - Leren meten van je eigen fitheid; - Verschil leren herkennen tussen kracht- en cardiotraining; - Het leren opbouwen van een training.
  • 3.
    Wat is trainen? Middelwaardoor het lichaam zich (na herstel) verbetert ten opzichte van voor de training Meten-Trainen-Meten
  • 4.
    Opbouw - Opdracht 4a:kennis opdoen; - Opdracht 4b: beweeg ik wel genoeg; - Opdracht 5a: 0-meting (kijken hoe je ervoor staat); - Opdracht 5b: maken van het trainingsschema (FITT – principe), trainen, eindmeting en conclusie; - Mondeling (verdedigen van je trainingsschema).
  • 5.
    Opdracht 4a Een gezondelevensstijl: - Gevarieerd eten; - Voldoende bewegen; - Ontspanning; Risicofactoren hart- en vaatziekte: - Roken; - Alcohol; - Cholesterol - Stress; - Aanleg; - Overgewicht; - Ouder worden.
  • 6.
  • 7.
    Opdracht 4b Bepalen vanintensiteit: - Mate van energie (lactaatmeting, VO2max); Lactaatmeting - Hartslag meting (Hfmax, Hfrust, Hfres); - Subjectief inschatten.
  • 8.
  • 9.
    Opdracht 5a Bepalen verhoudingenvan je lichaam: - BMI (Body Mass Index); - Huidplooimeting (vetpercentage); - Nanogram (in relatie tot je leeftijd).
  • 10.
  • 11.
    Opdracht 5b Uitgangspunten trainingsschema -Na arbeid volgt rust (supercompensatie): - (F) 3 keer in de week is een must om resultaat te verkrijgen; - (I) kun je op verschillende manieren bepalen. We willen een objectieve meting, dus percentage van je maximale hartfrequentie, of bij krachtraining percentage van je maximale kracht; - (T) Voorbeeld: 2 series van 10 > 2 series van 15 > 3 series van 10 > series van 15; - (T) Uitleg en plaatjes.
  • 12.
    Energiesystemen Anaëroob Aëroob Creatinefosfaat systeem(alactisch) - CPsysteem; - Ligt opgeslagen in de cellen; - Direct voorhanden; - Snel uitgeput (0-6 seconden). Melkzuursysteem (lactisch) - Glucose - Voor directe maximale inspanning tot 1 minuut; - Restproduct melkzuur Zuurstof systee - Glucose + zuurstof - Maximale inspanning duurt langer dan 1 minuut; - Duurt lang voordat het systeem op gang komt; - Lang te gebruiken - Levert veel ATP - Waarde voor energie: ATP (Adenosine TriFosfaat)

Editor's Notes

  • #6 Verdiepingsstof alleen voor het VWO, zowel bij de vragen als de theorie uit het boek
  • #7 Blz 126 boek