UITHOUDING

    • Link met gezondheid
    • Link met duursporten
    • Link met recuperatievermogen van sporters
    •…
= het vermogen om dynamische of statische arbeid
     zo lang mogelijk vol te houden


 AËROOB                                    ANAËROOB
                                                                          STATISCH
                       ~ ENERGIELEVERING




      UITHOUDINGSVERMOGEN                                        ~ AARD SPIERCONTRACTIE




                          ~ GEBRUIKTE                                     DYNAMISCH
                          SPIERMASSA

 LOKAAL                                        ALGEMEEN

< 1/6 van spiermassa                          > 1/6 van spiermassa
In deze cursus…

Deel 1: algemeen AËROOB uithoudingsvermogen
   1.1 Wat?
   1.2 Meten van het algemeen aëroob uithoudingsvermogen: VO2max
   1.3 Effect van specifieke training op het aëroob uithoudingsvermogen


Deel 2: algemeen ANAËROOB uithoudingsvermogen
   2.1 Wat?
   2.2 Meten van het algemeen anaëroob uithoudingsvermogen:
      vermogens- en capaciteitstests
   2.3 Effect van specifieke training op het anaëroob
      uithoudingsvermogen

Deel 3: de uithoudingsgrens: grens tussen aëroob en
  anaëroob uithoudingsvermogen
DEEL 1: Algemeen aëroob
             uithoudingsvermogen
                       1.1 Wat?
•   Welke inspanningen?
       - Grootmotorisch: > 1/6 vd spieren
       - Energielevering: oxidatieve verbranding



•   Voorbeelden?
1.2 Meten van het algemeen aëroob
       uithoudingsvermogen: VO2max

•   VO2max:
    = max. zuurstofopname
    = max. hoeveelheid zuurstof die de spieren per
    tijdseenheid kunnen verbruiken
VO2max = resultante van:

1. Zuurstoftoevoer (AH)
    - Ademminuutvolume
      (Ademvolume x ademfrequentie)

2. Zuurstoftransport
    - Hartdebiet
       (slagvolume x hartfrequentie)

    - Bloedsomloop
              (Vasodilatatie)

3. Zuurstofverwerking vd spieren
    - Hemoglobinegehalte
    - O2 extractie thv de spieren
Maximale zuurstofopname (VO2max)

•   VO2max:
    = max. hoeveelheid zuurstof die de spieren per
    tijdseenheid kunnen verbruiken

    = is maat voor het algemeen aëroob
    uithoudingsvermogen

    = bepaalt in sterke mate hoe lang een aërobe
    inspanning kan volgehouden worden
Bepaling van VO2max



                            VO2max
v




    3’    6’    9’   12’
                           tijd
Directe bepaling van VO2max: meting



  VO2
VO2max                                       OPGAVE




                            Progressief stijgende belasting




           30   35     40           45
                                           Snelheid
                                           (m/sec)
Absolute en relatieve VO2max

►   Absoluut:
        - Uitgedrukt in liter/min
        - Sedentair: 3-3.5 l/min
          Topatleten: 5-6 l/min

►   Relatief:
        - Uitgedrukt in milliliter/min/kg lichaamsgewicht
        - Belangrijk bij:
               * sporten waarbij het eigen LG moet
                 overwonnen worden (lopen, basketbal,…)
               * vergelijking van 2 atleten met andere
                 lichaamsbouw (geslacht, grootte,…)
        - Sedentair: 25-45 ml/min/kg
          Topatleten: 75-80 ml/min/kg
Specificiteit van het uithoudingsvermogen

►   Hogere VO2max waarden bij “specifieke inspanning”:
       - Roeiers: meten op roeiergometer
       - Fietsers: meten op fietsergometer
       -…
►   Als er geen specifieke ergometers zijn…:
         - Specifieke inspanningstests (zwemmolen, specifieke
         inspanningstests,…)

        - Draagbare meetsystemen: meten tijdens wedstrijd
        tennis, schermen,…
1.3 Effect van specifieke training op het
     aëroob uithoudingsvermogen
•   Drie trainingseffecten:

       1. Aanpassingen op het cardiovasculair stelsel

       2. Aanpassingen ter hoogte van de longen

       3. Aanpassingen ter hoogte van de spieren
Aanpassingen tijdens RUST
Slagvolume ↑: (70 →120ml)


  - Sporthart: dikkere wand → krachtiger
  - Sporthart: grotere holtes → meer bloed
Rust HF ↓ (“bradycardie”): (70 → 40 sl/min)

Longen: grotere longen, meer bloedvaten,
betere O2 uitwisseling


Spieren:
  - Aantal bloedvaten ↑ (4 → 7 blvn/spv)
  - Meer en grotere mitochondrieën/vezel
  - Meer myoglobine in spieren
  - Meer oxidatieve enzymen
  - Groter glycogeengehalte
  - Meer vetgebruik, minder glycogeen
Aanpassingen tijdens
               SUBMAXIMALE INSPANNING
Longen: grotere longen, meer bloedvaten, betere
O2 uitwisseling

Slagvolume ↑ (zie rust)

Lagere HF bij zelfde intensiteit: efficiëntere
werking van het hart!


Minder bloed nodig voor zelfde spiercontracties:
  - Spieren kunnen betere O2 verwerken
   (meer mitochondrieën)
  - Meer aërobe enzymen
Aanpassingen tijdens
 SUBMAXIMALE INSPANNING: VO2max
- Kan met 20-40% toenemen!!

- Hogere VO2max bij uithoudingssporters:
      Marathonlopers: 75-80 ml/min/kg
      Volleybal: 55-60 ml/min/kg
      Verspringen: 50-55 ml/min/kg
      Gymnastiek: 45-50 ml/min/kg

- Invloed van trainingsprogramma: afhankelijk
van erfelijkheid
        “Responders” & “Non-responders”
Aanpassingen tijdens
        MAXIMALE INSPANNING: VO2max
1. Zuurstoftoevoer (AH)
    - Ademminuutvolume
      (Ademvolume x ademfrequentie)

2. Zuurstoftransport
    - Hartdebiet
       (slagvolume x hartfrequentie)

    - Bloedsomloop
              (Vasodilatatie)

3. Zuurstofverwerking vd spieren
    - Hemoglobinegehalte
    - O2 extractie thv de spieren
In deze cursus…

Deel 1: algemeen AËROOB uithoudingsvermogen
   1.1 Wat?
   1.2 Meten van het algemeen aëroob uithoudingsvermogen: VO2max
   1.3 Effect van specifieke training op het aëroob uithoudingsvermogen


Deel 2: algemeen ANAËROOB uithoudingsvermogen
   2.1 Wat?
   2.2 Meten van het algemeen anaëroob uithoudingsvermogen:
      vermogens- en capaciteitstests
   2.3 Effect van specifieke training op het anaëroob
      uithoudingsvermogen

Deel 3: de uithoudingsgrens: grens tussen aëroob en
  anaëroob uithoudingsvermogen
Algemeen anaëroob
             uithoudingsvermogen
                     2.1 Wat?

•   Welke inspanningen?
       - Grootmotorisch: > 1/6 vd spieren
       - Energielevering: anaërobe energielevering
           → Alactisch
           → Lactisch

•   Voorbeelden?
       - Zuiver anaërobe inspanning:
         max. 120 sec.
2.2 Meten van het algemeen anaëroob
uithoudingsvermogen: vermogens- en
          capaciteitstesten
►   Alactisch anaëroob uithoudingsvermogen: VERMOGEN
►   Lactisch anaëroob uithoudingsvermogen: CAPACITEIT

    Arbeid             Vermogen


                                           Capaciteit




                                               t
VERMOGENSTEST: alactisch

►   Alactisch:
             Dus kort, maar maximaal!

►   Vermogenstest: meet hoogste geleverde arbeid tijdens
    korte maximale inspanning waarbij het alactisch systeem
    wordt uitgeput

►   Voorbeelden: hoogtesprong, krachtenplatform,…
                           Vermogen
                  Arbeid              Capaciteit




                                         t
CAPACITEITSTEST: lactisch

►   Lactisch:
             Dus middellang (30-120 sec.), maar maximaal!

►   Capaciteitstest: meet hoogste geleverde arbeid tijdens een
    middellange maximale inspanning waarbij het ATP-CP en
    vnl het lactische systeem wordt uitgeput

►   Voorbeelden: wingate test,…
                           Vermogen
                  Arbeid              Capaciteit




                                         t
LACTAATMETINGEN bij CAPACITEITSTESTS
►   Lactaatmetingen:
           Meting in bloed: vingerprik of oorprik
           Meting in de spier: biopsie
           Bloedwaarden << spierwaarden
LACTAATMETINGEN bij CAPACITEITSTESTS
►   Lactaatconcentratie:
            Afhankelijk van de duur vd inspanning
LACTAATMETINGEN bij CAPACITEITSTESTS
►   Lactaatafbraak:
              Lever, nieren, hart, hersenen,…
              Resynthese van glycogeen
              Metingen: na insp lang genoeg wachten
              Herstel tot rustwaarden: kan tot 1u duren!
              Afhankelijk van soort recuperatie!!
LACTAATMETINGEN
                bij VERSCHILLENDE SPORTEN
►   Zie boek: beschrijvingen van:
               Zwemmen
               Roeien
               Boksen
               Schermen
               Tennis
               Gewichtheffen
               Wielrennen
               Langlaufen
               Autosport
               Valschermspringen

             Eigen sport


Te kennen en kunnen uitleggen waarom er al dan niet hoge lactaatwaarden
   gevonden worden.
2.3 Effect van specifieke training op het
    anaërobe uithoudingsvermogen

1. Kleinere lactaatophoping voor zelfde
    submaximale belasting
         Lager zuurstofdeficiet
         Verbeterde lactaateliminatie


 2. Grotere lactaatophoping bij maximale inspanning
         Atleet kan de lactaatophoping beter verdragen
In deze cursus…

Deel 1: algemeen AËROOB uithoudingsvermogen
   1.1 Wat?
   1.2 Meten van het algemeen aëroob uithoudingsvermogen: VO2max
   1.3 Effect van specifieke training op het aëroob uithoudingsvermogen


Deel 2: algemeen ANAËROOB uithoudingsvermogen
   2.1 Wat?
   2.2 Meten van het algemeen anaëroob uithoudingsvermogen:
      vermogens- en capaciteitstests
   2.3 Effect van specifieke training op het anaëroob
      uithoudingsvermogen

Deel 3: de uithoudingsgrens: grens tussen aëroob en
  anaëroob uithoudingsvermogen
De uithoudingsgrens: grens tussen aëroob
   en anaëroob uithoudingsvermogen
  Hoe snel mag/moet ik lopen om een bepaalde inspanning lang vol te houden?

 = intensiteit (snelheid) waaraan een inspanning
 kan volgehouden worden (“niet in het rood gaan”)
     vb: marathonlopers, wielrenners,… houden HF in het oog


 = wordt uitgedrukt in
    - % van de VO2max
    - % van de HFmax

 = stérk afhankelijk van soort energielevering
 (aëroob of anaëroob)
Het typisch verloop van de lactaatcurve



                                  OPGAVE



                  OMSLAGPUNT 2


            OMSLAGPUNT 1
                                              Anaërobe drempel
                                              Aërobe drempel




     Aërobe energielevering anaërobe
                   Aërobe + energielevering
                    Anaërobe
                     energielevering
Aërobe drempel – anaërobe drempel

•   Inspanning aan de aërobe drempel:
        - 2 mM lactaat in bloed
        - Inspanning die “oneindig lang” kan
    volgehouden worden (erg weinig lactaat)

•   Inspanning aan de anaërobe drempel:
       - 4 mM lactaat in bloed
       - Inspanning die “relatief lang” kan
         volgehouden worden (20min-1u)
       - Tempo waaraan marathons,… ideaal worden
         gelopen
•   Inspanning boven de anaërobe drempel:
       - Meer dan 4 mM lactaat in het bloed
       - Inspanning die slechts kort kan volgehouden
    worden (erg veel lactaat)
Belang van lactaatcurve?
                 TRAININGSZONES
►   Boven anäerobe drempel (+4mM):
       - Maximale intensiteit
       - Verleggen tolerantiegrens lactaat
       - WEERSTANDSTRAINING
►   Aan anaërobe drempel (4mM):
       - Submaximaal, maar wel intensief
       - INTENSIEVE DUURTRAINING
►   Aan aërobe drempel (2mM):
       - Submaximaal, extensief
       - EXTENSIEVE DUURTRAINING: basisuithouding
Belang van lactaatcurve?
        TRAININGSZONES: PRAKTISCH
►   Labo-onderzoek, progressief stijgende belasting
►   HF-meting (“polar”) én lactaat-meting
►   Curve: HF tov La


                                        OPGAVE
                                                               Extensieve duurtr.:
                                                               140-160 sl/min
                                                               Intensieve duurtr.:
                                                               160-180 sl/min
                                                               Weerstandtr.:
                                                               180-200 sl/min


                                                 HF (sl/min)
         100   120   140   160   180   200
Belang van lactaatcurve?
TRAININGSZONES: PRAKTISCH
Belang van lactaatcurve?
EVALUATIE VAN GETRAINDHEID


                    Op anaërobe drempel:
                    aan hogere snelheid lopen



                    Meer verzuring aankunnen,
                    later opgeven

3 uithoudingsvermogen les1

  • 1.
    UITHOUDING • Link met gezondheid • Link met duursporten • Link met recuperatievermogen van sporters •…
  • 2.
    = het vermogenom dynamische of statische arbeid zo lang mogelijk vol te houden AËROOB ANAËROOB STATISCH ~ ENERGIELEVERING UITHOUDINGSVERMOGEN ~ AARD SPIERCONTRACTIE ~ GEBRUIKTE DYNAMISCH SPIERMASSA LOKAAL ALGEMEEN < 1/6 van spiermassa > 1/6 van spiermassa
  • 3.
    In deze cursus… Deel1: algemeen AËROOB uithoudingsvermogen 1.1 Wat? 1.2 Meten van het algemeen aëroob uithoudingsvermogen: VO2max 1.3 Effect van specifieke training op het aëroob uithoudingsvermogen Deel 2: algemeen ANAËROOB uithoudingsvermogen 2.1 Wat? 2.2 Meten van het algemeen anaëroob uithoudingsvermogen: vermogens- en capaciteitstests 2.3 Effect van specifieke training op het anaëroob uithoudingsvermogen Deel 3: de uithoudingsgrens: grens tussen aëroob en anaëroob uithoudingsvermogen
  • 4.
    DEEL 1: Algemeenaëroob uithoudingsvermogen 1.1 Wat? • Welke inspanningen? - Grootmotorisch: > 1/6 vd spieren - Energielevering: oxidatieve verbranding • Voorbeelden?
  • 5.
    1.2 Meten vanhet algemeen aëroob uithoudingsvermogen: VO2max • VO2max: = max. zuurstofopname = max. hoeveelheid zuurstof die de spieren per tijdseenheid kunnen verbruiken
  • 6.
    VO2max = resultantevan: 1. Zuurstoftoevoer (AH) - Ademminuutvolume (Ademvolume x ademfrequentie) 2. Zuurstoftransport - Hartdebiet (slagvolume x hartfrequentie) - Bloedsomloop (Vasodilatatie) 3. Zuurstofverwerking vd spieren - Hemoglobinegehalte - O2 extractie thv de spieren
  • 7.
    Maximale zuurstofopname (VO2max) • VO2max: = max. hoeveelheid zuurstof die de spieren per tijdseenheid kunnen verbruiken = is maat voor het algemeen aëroob uithoudingsvermogen = bepaalt in sterke mate hoe lang een aërobe inspanning kan volgehouden worden
  • 8.
    Bepaling van VO2max VO2max v 3’ 6’ 9’ 12’ tijd
  • 9.
    Directe bepaling vanVO2max: meting VO2 VO2max OPGAVE Progressief stijgende belasting 30 35 40 45 Snelheid (m/sec)
  • 10.
    Absolute en relatieveVO2max ► Absoluut: - Uitgedrukt in liter/min - Sedentair: 3-3.5 l/min Topatleten: 5-6 l/min ► Relatief: - Uitgedrukt in milliliter/min/kg lichaamsgewicht - Belangrijk bij: * sporten waarbij het eigen LG moet overwonnen worden (lopen, basketbal,…) * vergelijking van 2 atleten met andere lichaamsbouw (geslacht, grootte,…) - Sedentair: 25-45 ml/min/kg Topatleten: 75-80 ml/min/kg
  • 11.
    Specificiteit van hetuithoudingsvermogen ► Hogere VO2max waarden bij “specifieke inspanning”: - Roeiers: meten op roeiergometer - Fietsers: meten op fietsergometer -…
  • 12.
    Als er geen specifieke ergometers zijn…: - Specifieke inspanningstests (zwemmolen, specifieke inspanningstests,…) - Draagbare meetsystemen: meten tijdens wedstrijd tennis, schermen,…
  • 13.
    1.3 Effect vanspecifieke training op het aëroob uithoudingsvermogen • Drie trainingseffecten: 1. Aanpassingen op het cardiovasculair stelsel 2. Aanpassingen ter hoogte van de longen 3. Aanpassingen ter hoogte van de spieren
  • 14.
    Aanpassingen tijdens RUST Slagvolume↑: (70 →120ml) - Sporthart: dikkere wand → krachtiger - Sporthart: grotere holtes → meer bloed Rust HF ↓ (“bradycardie”): (70 → 40 sl/min) Longen: grotere longen, meer bloedvaten, betere O2 uitwisseling Spieren: - Aantal bloedvaten ↑ (4 → 7 blvn/spv) - Meer en grotere mitochondrieën/vezel - Meer myoglobine in spieren - Meer oxidatieve enzymen - Groter glycogeengehalte - Meer vetgebruik, minder glycogeen
  • 15.
    Aanpassingen tijdens SUBMAXIMALE INSPANNING Longen: grotere longen, meer bloedvaten, betere O2 uitwisseling Slagvolume ↑ (zie rust) Lagere HF bij zelfde intensiteit: efficiëntere werking van het hart! Minder bloed nodig voor zelfde spiercontracties: - Spieren kunnen betere O2 verwerken (meer mitochondrieën) - Meer aërobe enzymen
  • 16.
    Aanpassingen tijdens SUBMAXIMALEINSPANNING: VO2max - Kan met 20-40% toenemen!! - Hogere VO2max bij uithoudingssporters: Marathonlopers: 75-80 ml/min/kg Volleybal: 55-60 ml/min/kg Verspringen: 50-55 ml/min/kg Gymnastiek: 45-50 ml/min/kg - Invloed van trainingsprogramma: afhankelijk van erfelijkheid “Responders” & “Non-responders”
  • 17.
    Aanpassingen tijdens MAXIMALE INSPANNING: VO2max 1. Zuurstoftoevoer (AH) - Ademminuutvolume (Ademvolume x ademfrequentie) 2. Zuurstoftransport - Hartdebiet (slagvolume x hartfrequentie) - Bloedsomloop (Vasodilatatie) 3. Zuurstofverwerking vd spieren - Hemoglobinegehalte - O2 extractie thv de spieren
  • 18.
    In deze cursus… Deel1: algemeen AËROOB uithoudingsvermogen 1.1 Wat? 1.2 Meten van het algemeen aëroob uithoudingsvermogen: VO2max 1.3 Effect van specifieke training op het aëroob uithoudingsvermogen Deel 2: algemeen ANAËROOB uithoudingsvermogen 2.1 Wat? 2.2 Meten van het algemeen anaëroob uithoudingsvermogen: vermogens- en capaciteitstests 2.3 Effect van specifieke training op het anaëroob uithoudingsvermogen Deel 3: de uithoudingsgrens: grens tussen aëroob en anaëroob uithoudingsvermogen
  • 19.
    Algemeen anaëroob uithoudingsvermogen 2.1 Wat? • Welke inspanningen? - Grootmotorisch: > 1/6 vd spieren - Energielevering: anaërobe energielevering → Alactisch → Lactisch • Voorbeelden? - Zuiver anaërobe inspanning: max. 120 sec.
  • 20.
    2.2 Meten vanhet algemeen anaëroob uithoudingsvermogen: vermogens- en capaciteitstesten ► Alactisch anaëroob uithoudingsvermogen: VERMOGEN ► Lactisch anaëroob uithoudingsvermogen: CAPACITEIT Arbeid Vermogen Capaciteit t
  • 21.
    VERMOGENSTEST: alactisch ► Alactisch:  Dus kort, maar maximaal! ► Vermogenstest: meet hoogste geleverde arbeid tijdens korte maximale inspanning waarbij het alactisch systeem wordt uitgeput ► Voorbeelden: hoogtesprong, krachtenplatform,… Vermogen Arbeid Capaciteit t
  • 22.
    CAPACITEITSTEST: lactisch ► Lactisch:  Dus middellang (30-120 sec.), maar maximaal! ► Capaciteitstest: meet hoogste geleverde arbeid tijdens een middellange maximale inspanning waarbij het ATP-CP en vnl het lactische systeem wordt uitgeput ► Voorbeelden: wingate test,… Vermogen Arbeid Capaciteit t
  • 23.
    LACTAATMETINGEN bij CAPACITEITSTESTS ► Lactaatmetingen:  Meting in bloed: vingerprik of oorprik  Meting in de spier: biopsie  Bloedwaarden << spierwaarden
  • 24.
    LACTAATMETINGEN bij CAPACITEITSTESTS ► Lactaatconcentratie:  Afhankelijk van de duur vd inspanning
  • 25.
    LACTAATMETINGEN bij CAPACITEITSTESTS ► Lactaatafbraak:  Lever, nieren, hart, hersenen,…  Resynthese van glycogeen  Metingen: na insp lang genoeg wachten  Herstel tot rustwaarden: kan tot 1u duren!  Afhankelijk van soort recuperatie!!
  • 26.
    LACTAATMETINGEN bij VERSCHILLENDE SPORTEN ► Zie boek: beschrijvingen van:  Zwemmen  Roeien  Boksen  Schermen  Tennis  Gewichtheffen  Wielrennen  Langlaufen  Autosport  Valschermspringen  Eigen sport Te kennen en kunnen uitleggen waarom er al dan niet hoge lactaatwaarden gevonden worden.
  • 27.
    2.3 Effect vanspecifieke training op het anaërobe uithoudingsvermogen 1. Kleinere lactaatophoping voor zelfde submaximale belasting  Lager zuurstofdeficiet  Verbeterde lactaateliminatie 2. Grotere lactaatophoping bij maximale inspanning  Atleet kan de lactaatophoping beter verdragen
  • 28.
    In deze cursus… Deel1: algemeen AËROOB uithoudingsvermogen 1.1 Wat? 1.2 Meten van het algemeen aëroob uithoudingsvermogen: VO2max 1.3 Effect van specifieke training op het aëroob uithoudingsvermogen Deel 2: algemeen ANAËROOB uithoudingsvermogen 2.1 Wat? 2.2 Meten van het algemeen anaëroob uithoudingsvermogen: vermogens- en capaciteitstests 2.3 Effect van specifieke training op het anaëroob uithoudingsvermogen Deel 3: de uithoudingsgrens: grens tussen aëroob en anaëroob uithoudingsvermogen
  • 29.
    De uithoudingsgrens: grenstussen aëroob en anaëroob uithoudingsvermogen Hoe snel mag/moet ik lopen om een bepaalde inspanning lang vol te houden? = intensiteit (snelheid) waaraan een inspanning kan volgehouden worden (“niet in het rood gaan”) vb: marathonlopers, wielrenners,… houden HF in het oog = wordt uitgedrukt in - % van de VO2max - % van de HFmax = stérk afhankelijk van soort energielevering (aëroob of anaëroob)
  • 30.
    Het typisch verloopvan de lactaatcurve OPGAVE OMSLAGPUNT 2 OMSLAGPUNT 1 Anaërobe drempel Aërobe drempel Aërobe energielevering anaërobe Aërobe + energielevering Anaërobe energielevering
  • 31.
    Aërobe drempel –anaërobe drempel • Inspanning aan de aërobe drempel: - 2 mM lactaat in bloed - Inspanning die “oneindig lang” kan volgehouden worden (erg weinig lactaat) • Inspanning aan de anaërobe drempel: - 4 mM lactaat in bloed - Inspanning die “relatief lang” kan volgehouden worden (20min-1u) - Tempo waaraan marathons,… ideaal worden gelopen
  • 32.
    Inspanning boven de anaërobe drempel: - Meer dan 4 mM lactaat in het bloed - Inspanning die slechts kort kan volgehouden worden (erg veel lactaat)
  • 33.
    Belang van lactaatcurve? TRAININGSZONES ► Boven anäerobe drempel (+4mM): - Maximale intensiteit - Verleggen tolerantiegrens lactaat - WEERSTANDSTRAINING ► Aan anaërobe drempel (4mM): - Submaximaal, maar wel intensief - INTENSIEVE DUURTRAINING ► Aan aërobe drempel (2mM): - Submaximaal, extensief - EXTENSIEVE DUURTRAINING: basisuithouding
  • 34.
    Belang van lactaatcurve? TRAININGSZONES: PRAKTISCH ► Labo-onderzoek, progressief stijgende belasting ► HF-meting (“polar”) én lactaat-meting ► Curve: HF tov La OPGAVE Extensieve duurtr.: 140-160 sl/min Intensieve duurtr.: 160-180 sl/min Weerstandtr.: 180-200 sl/min HF (sl/min) 100 120 140 160 180 200
  • 35.
  • 36.
    Belang van lactaatcurve? EVALUATIEVAN GETRAINDHEID Op anaërobe drempel: aan hogere snelheid lopen Meer verzuring aankunnen, later opgeven