Beantwoord onderstaande vraagin een
zin/zinnen!
1. Wanneer is, volgens jou, angst voor
technologie ontstaan? Wie heeft er
vooral angst voor technologie?
2. Wat is een digibeet?
3. Wat is een ‘digital native’?
4. Ben je het eens met de volgende
stelling? Waarom (niet)? ‘Wie
tegenwoordig geen toegang tot internet
heeft, kan niet meer mee en heeft
minder kansen in de maatschappij.’
Hieronder staan woordendie uit de tekst
komen. In de tekst zijn ze onderstreept.
Sorteer alle begrippen in categorieën.
De hoeveelheid categorieën en het aantal
begrippen per categorie mag je zelf bepalen.
Licht bij elk begrip toe (mondeling) waarom je
dat begrip bij de categorie hebt geplaatst. De
categorieën moeten gebaseerd zijn op de tekst.
14.
computers Engelse arbeiders
deIndustriële Revolutie armoede
Luddieten doodstraf
weefgetouw bejaarden
Jos De Haan verslaafd
hoog inkomen sociale uitsluiting
voor 1960 geboren mechanische apparaat
stuk gaan digital natives
computerland proces (dat zich herhaalt)
Bang voor bytes– doordringen tot de
tekst
Odd one out
Welk woord hoort niet in het rijtje thuis? De eerste drie
woorden komen telkens uit de tekst (in de tekst staan
de woorden in fluo gemarkeerd).
Geef argumenten en gebruik informatie uit de tekst.
digibeet – technofoob – digital immigrant – analfabeet
cyborg – Frankenstein – robot – androïde
(werkwoorden!) slopen – mollen – slijten – afbreken
18.
‘Bang voor bytes’– doordringen tot de
tekst
Pas Rogers’ theorie toe op de introductie
van Facebook. Bespreek hoe (en
wanneer) jij, jouw vrienden, familie
(broers, zussen, ouders, tantes, ooms,
grootouders ...) en kennissen de stap
naar Facebook maakten. Plaats hen (en
jezelf) in de tabel van Rogers.
Doe hetzelfde met
Twitter/… .
19.
‘Op de meestescholen zijn de lessen
leesvaardigheid gericht op het juist
kunnen beantwoorden van vragen bij
teksten. De toetsvorm is inmiddels de
onderwijsvorm geworden’
(Levende Talen, december 2012)
20.
Harde feiten
• 1op 7 volwassen Vlamingen leest te slecht om
te kunnen functioneren in een
(kennis)maatschappij als de onze (Bohnenn,
2004)
• Grote verschillen op basis
van SES
(socio-economische status)
21.
Harde feiten
Vlaamse jongeren:
+lokaliseren van specifieke informatie in een
tekst
- minder goed in het structurerend en
beoordelend lezen van informatieve teksten (cf.
academische geletterdheid)
- minder goed in het reflecteren over teksten en
interpreteren van globale inhoud van tekst
(PISA 2009; Periodieke Peiling Nederlands,
2010).
22.
Harde feiten
- Leerlingenzijn te weinig kritisch ingesteld
t.o.v. activerende en persuasieve teksten
(Periodieke peiling Nederlands 2010)
- Pisa-index plezier in lezen voor Vlaanderen
23.
Leesonderwijs: praktijk
• Vragenbeantwoorden
• Eén tekst
• Identificeren en reproduceren van lokale
elementen
• Kwaliteit
leesmethoden
daalt naargelang
de ‚onderwijsstroom’
Alledaagse mysteries &Duurzaam
onderwijs?
• Laat leerlingen in een informatierijke omgeving
werken.
• Laat toe dat leerlingen eigen informatiebronnen
inbrengen en toevoegen.
• Vraag leerlingen om te presenteren wat ze
gevonden hebben en ook te reflecteren op het
proces ...
• Vat samen wat de leerlingen leerden
• Alle vakken
36.
Alledaagse mysteries &Duurzaam
onderwijs?
• Laat leerlingen in een informatierijke omgeving
werken.
• Laat toe dat leerlingen eigen informatiebronnen
inbrengen en toevoegen.
• Vraag leerlingen om te presenteren wat ze
gevonden hebben en ook te reflecteren op het
proces ...
• Vat samen wat de leerlingen leerden
• Alle vakken
38.
1 Opdracht uitgevoerd?
2Beoordelend lezen?
Bronnen?
3 Taalgebruik?
4 Duidelijkheid?
5 Aantrekkelijkheid
• Peerevaluatie op de blog + persoonlijke feedback
door de leerkracht + afsluitende evaluatie plenair
INTEGRATIE!
Leesmotivatie &
didactiek?
• ABC!(Decy &
Ryan)
• Beloon inspanning
en prestatie• Lees in stilte, discussieer
met medeleerlingen over
het lezen (=actief en
interactief lezen)
• Verhoog de intrinsieke
motivatie (=tekstkeuze,
opdrachten, ...)
44.
Lezen?
• Verbanden tussenonderdelen in de tekst
leggen
• Link met kennis van de wereld tot stand
brengen
• Bedoeling van de schrijver van een tekst
achterhalen en opvolgen = tekstsoort
• Strategisch lezen: leesstijl en strategieën
aanpassen aan een bepaalde taak
45.
Goede lezers
• Verwerkeninformatie uit verschillende
tekstsoorten op een verschillende manier.
• Kunnen informatie verwerken uit
verschillende tekstsoorten.
• Lezen actief
– voorspellen
– betekenis bevragen
– reflecteren (voor, tijdens en na)
46.
Krachtige didactiek
• Toetsvormvs. Onderwijsvorm!
• Grote variatie aan boeiende teksten
• Verschillende manieren van lezen
• Zinvolle taken die passen bij de teksten
• Leesdoel/uitdaging voor het lezen
• Lezen legt verbanden met eigen kennis van de
wereld en andere informatie
• Aandacht voor interactie en reflectie
49.
Even terugblikken –didactiek?
• 1, 2 share
• ‘Iedereen schrijft’
• Activeren voorkennis
• In stilte lezen, luidop praten over het lezen
• Rode draad/teasers
• Doelstellingen aan het begin
• Aandacht voor reflectie achteraf – koppeling
doelstellingen