Flexibiliteit als
uitgangspunt voor een
nieuwe taalmethode:
ICT als meerwaarde
Dinsdag 11 maart 2014 - 3e ronde: 9.00 - 10.30 uur
dr. Wim de Boer, Afûk. w.deboer@afuk.nl
drs. Albert Walsweer, NHL, a.walsweer@nhl.nl
De vragen…
• welke ideeën & ervaringen bestaan t.a.v. de inzet
van ICT om onderwijs flexibeler te maken?
• een nieuwe aanpak van een taalmethode: ICT,
flexibiliteit, relevantie en bruikbaarheid staat
centraal
• reflectie op deze methode in ontwikkeling
• ontwerponderzoek aanpak van (Reeves, 2011):
wat kan/moet de rol van lerarenopleidingen en
netwerken van leraren zijn?
Programma
09.00 Welkom
09.10 ICT als meerwaarde? (1)
09.20 Nieuwe vormen van taalleren en -evalueren
09.30 ICT als meerwaarde… flexibiliteit, relevantie en bruikbaarheid
09.45 ICT als meerwaarde? (2)
- Groepswerk
- Presentatie groepen
10.00 Ontwerpaanpak en rol leraren (-opleiding) in
methodeontwikkeling
10.10 Ontwerpaanpak?!
- Groepswerk
- Presentatie groepen
10.20 Discussie en conclusies
ICT als meerwaarde…
• Bedenk 1 voorbeeld waar ICT een meerwaarde
biedt in (taal)onderwijs
– Waar zit de meerwaarde?
– Is het de ict die het verschil maakt
– Hoe is het zo in te zetten dat het een meerwaarde is?
• Bespreek dit met je collega
• Centraal: aantal voorbeelden bespreken
Project Boppeslach
Opdracht Wim (AFÛK): Maak een methode voor het Frysk en gebruik
daarbij (de meerwaarde van) ICT.
Opdracht Albert (NHL Hogeschool): Vertaal de werkwijze van het
lectoraat Taalgebruik & Leren naar een digitale en meertalige context.
Die werkwijze is: Leerlingen doen samen onderzoek en we observeren
daarbij het taalgebruik (ook van de leerkracht)
Overlap: (1) Waarmee laten we ze leren? De methode, bronnen en
materialen, en (2) Hoe wordt dat getoetst?
Uitdaging voor ons beide: Laten we die twee projecten samenbrengen.
We staan (nog maar) aan het begin: Gezamenlijke oriëntatie is gestart
in januari 2014. Iedere vorm van ondersteuning is vandaag gewenst.
Visie op (taal) leren (1)
1. Traditioneel: Deelvaardigheden in (aparte) methodes; Evaluatie
van producten (nadruk op spelling, technisch lezen)
2. Strategisch: Methode, structuur, transfer; Procesgerichte toetsing
3. Taakgericht: Samenhangende taaltaken (methodisch); Observatie +
methode-afhankelijke en onafhankelijke toetsen
4. Communicatief: Actualiteit; Dossiers (van producten)
5. Interactief: Prototypen (doelen, uitgangspunten, didactische
kaarten, voorbeelden); Observatie + methode-onafhankelijk
6. Thematisch cursorisch: Leerkracht ontwerpt ‘programma’ (met
leerlingen); Observaties
7. Taal in alle vakken (in ontwikkeling): Taalmethode wordt
losgelaten; Toetsing (nog) niet specifiek
Gebruik van ‘bronnen en materialen’ en ‘toetsing’ (Van
den Akker, 2003)
Visie op (taal) leren (2)
Het (schoolse) leren gaat soms vanzelf (natuurlijk), soms is instructie nodig, maar meestal is leren
cultureel van aard (Gee, 2004). In die zin wijzen we geen enkele visie af, maar wij willen zelf vorm
geven aan (taal) leren vanuit het idee dat…
• Leerlingen zich ontwikkelen als (volwaardige) participanten in communities of practice
(Wenger, 1998). Schools leren gaat om kwalificatie, socialisatie en subjectivatie (Biesta,
2009). Dus:
• Leerlingen doen (gezamenlijke) ervaringen op, m.b.v. authoritative sources.
• De kwaliteit van de interactie met de leerkracht (Wells, 1999; Alexander, 2004) en tussen
leerlingen onderling (Mercer & Littleton, 2007) bepaalt de kwaliteit van het (taal) leren.
• Niet het aanbod (een programma, of werkwijze) staat centraal, maar aanleidingen o.b.v.
initiatieven van de leerlingen zelf.
• Verschillen tussen leerlingen zijn het uitgangspunt van leren.
• Kennis staat centraal in het curriculum (Bereiter, 2002)
• IDEAAL: Kinderen sleutelen gezamenlijk aan kennis en produceren in dat proces nieuwe
(bruikbare) kennis. In dat proces wordt taal gebruikt, en ontwikkelt een kind taal.
Wat wij (lectoraat Taalgebruik & Leren) willen?
• Experimenteren met nieuwe vormen van
(taal) leren, samen met leerkrachten;
• = ˙Samen onderzoeken˙
• Ontwerpen van werkwijzen
• Ontwerpen van interventies
• Ontwerpen van manieren om het (taal) leren
te evalueren (observatie-instrumenten)
Visie op (taal) leren (3)
Wat wij doen?
Vijfstappen Onderwijskundig WatdoejemetICT? Taalgebruikleerlingen Taalgebruikleerkracht
Erkomtiets
binnen(1)
Inspiratie
Creëren vaneenKBE, bijvoorbeeld
voorkennis(individueel) wordt
gezamenlijkebasis enaangevuld
metauthoritativesources
Brainstormend,vrijelijke
associatie,reagerenopelkaaretc.
Welketaal?
Introductie
Welketaal?
Dialogischgesprek,(voor)kennis
centraal
Vrijeexploratie
(2)
Samenwerken,denkenenpraten
Werken methetmateriaal
Idem alshierboven
Samenwerken,denkenen praten
Aantekeningenmaken
Ondersteunenpeerinteractie
Authoritativesource
Onderzoeknaar
hetmateriaal
(3)
Procescentraal
Peerinteractie (‘exploratorytalk’)
Logboeksamen onderzoeken
Kennisconstructie:bronnen
beschikbaar
Taalgebruik:Ervaringopdoen in
genres
Ondersteunengroepswerk
Initiërenvanklassikale ‘verslag-
kringen’
Bronnenontsluiten
OBSERVATIE:Inzichti(krijgen) n
watleerlingenmoeten doen en
watzewerkelijkdoen
Rapportage/
uitwisselen(4)
Productcentraal Presenteren
Feedbackontvangenengeven
InitiërenenOndersteunen
Gespreksleider(structuur)
Expert(inhoud/kennis)
OBSERVATIE
Verbredenen
verdiepen(5)
Leerlingenzoekenverder…
Aanleidingversus aanboden
gerichte‘instructie’.
Meertaligebronnenraadplegen
Overleggen
Schrijven
Presenteren
Publiceren
OBSERVATIE
NATUURONDERWIJS, SAMEN ONDERZOEKEN, DIGITAAL, METHODISCH, MEERTALIG
ICT als meerwaarde
Regisseur vs. uitvoerder
methodeslaaf?!?
Leermiddelen gebruik
• De methode belangrijkste hulpmiddel
• Leraren gaan flexibel met de methode om.
• Ruim een derde van de leermiddelen zelf ontwikkeld of
gevonden.
• Zoeken niet gemakkelijk: gevonden leermiddelen vaak
niet aansluiten bij wat leraren zoeken
• Er is weinig stimulans om gebruik te maken van vrij
beschikbare (digitale) leermiddelen
• Eigen en gevonden leermiddelen voornamelijk ingezet
om te oefenen, om uit te leggen en te demonstreren,
te remediëren.
• Toekomst: aandeel eigen of gevonden leermiddelen zal
toenemen
ICT als meerwaarde?
Taalzee,
http://www.taalzee.nl/
Got It
http://www.got-it.nl/
Take it Easy
http://www.takeiteasy.nu/
LINGO Online:
http://www.magma-studios.com/games/lingo-online
Richtlijnen
• Maak programma’s Interactief: met directe feedback, adaptiviteit
• Gebruik digitale prentenboeken om woordenschatontwikkeling en verhaalbegrip te
bevorderen.
• Gebruik computerprogramma om het fonemisch bewustzijn en letterkennis te stimuleren
• Gebruik bij woordenschatsoftware veel herhaling van nieuwe woorden (consolidatie) en het
aanbieden van nieuwe woorden in verschillende contexten (verdiepen van woordkennis).
• Gebruik ICT voor begrijpend luisteren voor het luisteren naar verhalen en dialogen waar ze
met de leerkracht en klasgenoten over kunnen praten
• Gebruik bij ICT voor het systematisch oefenen van technisch lezen en spelling, gericht op
inslijpen (automatisering) van de vaardigheid in aansluiting met (de structuur/didactiek van)
methodemateriaal
• Gebruik bij ICT voor begrijpend lezen om leerlingen samen te laten werken aan oefeningen,
zodat ze erover kunnen praten/discussiëren.
Wetting, H. (2012) Handreiking digitale leermiddelen taal in po en vo.
Flexibiliteit in/voor…
• Inhoud en doelen (curriculum)
• Didaktiek (inhoud, differentiatie, klasse-organisatie,
groeps-/individueel leren)
• Verschijningsvorm (print, digitaal, tablet, digibord)
• Nieuwe vormen van leren (gamification, serious
games, adaptive learmodules)
• Evaluatie (learning analytics, assessment for learning,
integratie LVS met ELO)
• Kenmerken dosenten & school (tijd, doelen,
leerlingen, bevoegdheid, …)
Jierplan/kursus meitsje
Lestiid: ..... minuten wyks Nivo’s fan de
bern yn de
klasse:
 Foar it grutste part Frysktalich
 Mikst
 Foar it grutste part
Hollânsktalich
Foarkar
media:
 Gebrûk digiboerd
 Gebrûk tablets
 Gebrûk laptop/
kompjûter
 Gebrûk papieren
(wurk)boek
 ....
Hokker
persintaasje fan
de tiid besteegje
oan:
Harkje: ..... %
Lêze: ..... %
Prate: ..... %
Skriuwe: ..... %
Wurdskat: ..... %
Foarkar
ynhâld:
 Aktualiteit
 Tema’s:
o Seizoenen
o Sport
o Kultuer
o Feesten
o ....
 ...
Hokker einnivo:  A1
 A2
 B1
 B2
Differinsjaasje:  Beheind
 Foar in part
 Safolle mooglik
Leerplannen middenbouw
6 onderzoeks-
projecten
Thema “natuur”
20 uur zelfstandig
werken aan
spelling – “game”
10 methodische
lessen
(woordschat,
spelling)
Thema feest
10 methodische
lessen
(woordschat,
spelling)
Thema Fryslân
25 events:
Frysk op de dyk
Wurdt oersette
It nijs
Moaiste wurd
Beppes ferhaal
15 webquests
in groepjes van 2-
4
Thema: Fryske
Kanon
5 kleine taalgames
(woordenschat,
woordbeeld)
20 werkbladen bij
Tsjek (nieuws)
Serious game
“brief foar de
kening” (uitspraak)
Leerplannen middenbouw
6 onderzoeks-
projecten
Thema “natuur”
20 uur zelfstandig
werken aan
spelling – “game”
10 methodische
lessen
(woordschat,
spelling)
Thema feest
10 methodische
lessen
(woordschat,
spelling)
Thema Fryslân
25 events:
Frysk op de dyk
Wurdt oersette
It nijs
Moaiste wurd
Beppes ferhaal
15 webquests
in groepjes van 2-
4
Thema: Fryske
Kanon
5 kleine taalgames
(woordenschat,
woordbeeld)
20 werkbladen bij
Tsjek (nieuws)
Serious game
“brief foar de
kening” (uitspraak)
zelfstandig werken aan
spelling
15 webquests
10 methodische lessen. Thema
Fryslân
20 werkbladen bij Tsjek
6 onderzoeks-projecten
Thema “natuur”
ICT als meerwaarde
Meer
- ... keuze in media
- ... differentiatie
- ... materialen en didactieken (leerplannen)
- Cursorisch
- Games
- Adaptieve onderdelen
- Taal in vakken
- ...
- Overzicht in die leerplannen
- Manieren om aan te passen, toe te voegen
- Learning analytics
- Opties voor (formatieve) evaluatie
Dus meer
- flexibiliteit
- “Eigenaarschap van het leerplan”
Flexibiliteit in de nieuwe taalmethode:
ICT als meerwaarde?
In groepjes:
- Biedt deze aanpak volgens jullie meerwaarde?
- Wat zijn de sterkte punten?
- Wat zijn de zwakke punten?
- Wat zijn jullie aanbevelingen?
Presentatie groepen
Ontwerpaanpak en rol leraren (-
opleiding) in methodeontwikkeling
Development research
Ontwerpaanpak in
methodeontwikkeling
Ontwerpaanpak en rol leerkrachten en taalcoördinatoren
(1) De projecten worden ontwikkeld i.s.m. allerlei
partijen
(1) Vooronderzoek (o.b.v. literatuur)
(2) Prototyping: Ontwerp, uitvoeren, evalueren, aanpassen
(cyclisch: 2007 Ruimte voor leren; 2010 Taalgebruik en
Leren; 2014 Project Boppeslach)
(3) Effectmeting (discourse analyse)
(2) De observatie-instrumenten zijn (en worden)
ontwikkeld samen met leerkrachten (Prominent
Feature Analysis)
Ontwerpaanpak in
methodeontwikkeling
- Wat zou de rol van leraren/lerarenopleiding
kunnen en moeten zijn?
- Biedt deze aanpak volgens jullie meerwaarde?
- Wat zijn de sterkte punten?
- Wat zijn de zwakke punten?
- Wat zijn jullie aanbevelingen?
Discussie en conclusies

Flexibiliteit als uitgangspunt voor een nieuwe taalmethode: ICT als meerwaarde

  • 1.
    Flexibiliteit als uitgangspunt vooreen nieuwe taalmethode: ICT als meerwaarde Dinsdag 11 maart 2014 - 3e ronde: 9.00 - 10.30 uur dr. Wim de Boer, Afûk. w.deboer@afuk.nl drs. Albert Walsweer, NHL, a.walsweer@nhl.nl
  • 2.
    De vragen… • welkeideeën & ervaringen bestaan t.a.v. de inzet van ICT om onderwijs flexibeler te maken? • een nieuwe aanpak van een taalmethode: ICT, flexibiliteit, relevantie en bruikbaarheid staat centraal • reflectie op deze methode in ontwikkeling • ontwerponderzoek aanpak van (Reeves, 2011): wat kan/moet de rol van lerarenopleidingen en netwerken van leraren zijn?
  • 3.
    Programma 09.00 Welkom 09.10 ICTals meerwaarde? (1) 09.20 Nieuwe vormen van taalleren en -evalueren 09.30 ICT als meerwaarde… flexibiliteit, relevantie en bruikbaarheid 09.45 ICT als meerwaarde? (2) - Groepswerk - Presentatie groepen 10.00 Ontwerpaanpak en rol leraren (-opleiding) in methodeontwikkeling 10.10 Ontwerpaanpak?! - Groepswerk - Presentatie groepen 10.20 Discussie en conclusies
  • 4.
    ICT als meerwaarde… •Bedenk 1 voorbeeld waar ICT een meerwaarde biedt in (taal)onderwijs – Waar zit de meerwaarde? – Is het de ict die het verschil maakt – Hoe is het zo in te zetten dat het een meerwaarde is? • Bespreek dit met je collega • Centraal: aantal voorbeelden bespreken
  • 5.
    Project Boppeslach Opdracht Wim(AFÛK): Maak een methode voor het Frysk en gebruik daarbij (de meerwaarde van) ICT. Opdracht Albert (NHL Hogeschool): Vertaal de werkwijze van het lectoraat Taalgebruik & Leren naar een digitale en meertalige context. Die werkwijze is: Leerlingen doen samen onderzoek en we observeren daarbij het taalgebruik (ook van de leerkracht) Overlap: (1) Waarmee laten we ze leren? De methode, bronnen en materialen, en (2) Hoe wordt dat getoetst? Uitdaging voor ons beide: Laten we die twee projecten samenbrengen. We staan (nog maar) aan het begin: Gezamenlijke oriëntatie is gestart in januari 2014. Iedere vorm van ondersteuning is vandaag gewenst.
  • 6.
    Visie op (taal)leren (1) 1. Traditioneel: Deelvaardigheden in (aparte) methodes; Evaluatie van producten (nadruk op spelling, technisch lezen) 2. Strategisch: Methode, structuur, transfer; Procesgerichte toetsing 3. Taakgericht: Samenhangende taaltaken (methodisch); Observatie + methode-afhankelijke en onafhankelijke toetsen 4. Communicatief: Actualiteit; Dossiers (van producten) 5. Interactief: Prototypen (doelen, uitgangspunten, didactische kaarten, voorbeelden); Observatie + methode-onafhankelijk 6. Thematisch cursorisch: Leerkracht ontwerpt ‘programma’ (met leerlingen); Observaties 7. Taal in alle vakken (in ontwikkeling): Taalmethode wordt losgelaten; Toetsing (nog) niet specifiek Gebruik van ‘bronnen en materialen’ en ‘toetsing’ (Van den Akker, 2003)
  • 7.
    Visie op (taal)leren (2) Het (schoolse) leren gaat soms vanzelf (natuurlijk), soms is instructie nodig, maar meestal is leren cultureel van aard (Gee, 2004). In die zin wijzen we geen enkele visie af, maar wij willen zelf vorm geven aan (taal) leren vanuit het idee dat… • Leerlingen zich ontwikkelen als (volwaardige) participanten in communities of practice (Wenger, 1998). Schools leren gaat om kwalificatie, socialisatie en subjectivatie (Biesta, 2009). Dus: • Leerlingen doen (gezamenlijke) ervaringen op, m.b.v. authoritative sources. • De kwaliteit van de interactie met de leerkracht (Wells, 1999; Alexander, 2004) en tussen leerlingen onderling (Mercer & Littleton, 2007) bepaalt de kwaliteit van het (taal) leren. • Niet het aanbod (een programma, of werkwijze) staat centraal, maar aanleidingen o.b.v. initiatieven van de leerlingen zelf. • Verschillen tussen leerlingen zijn het uitgangspunt van leren. • Kennis staat centraal in het curriculum (Bereiter, 2002) • IDEAAL: Kinderen sleutelen gezamenlijk aan kennis en produceren in dat proces nieuwe (bruikbare) kennis. In dat proces wordt taal gebruikt, en ontwikkelt een kind taal. Wat wij (lectoraat Taalgebruik & Leren) willen?
  • 8.
    • Experimenteren metnieuwe vormen van (taal) leren, samen met leerkrachten; • = ˙Samen onderzoeken˙ • Ontwerpen van werkwijzen • Ontwerpen van interventies • Ontwerpen van manieren om het (taal) leren te evalueren (observatie-instrumenten) Visie op (taal) leren (3) Wat wij doen?
  • 9.
    Vijfstappen Onderwijskundig WatdoejemetICT?Taalgebruikleerlingen Taalgebruikleerkracht Erkomtiets binnen(1) Inspiratie Creëren vaneenKBE, bijvoorbeeld voorkennis(individueel) wordt gezamenlijkebasis enaangevuld metauthoritativesources Brainstormend,vrijelijke associatie,reagerenopelkaaretc. Welketaal? Introductie Welketaal? Dialogischgesprek,(voor)kennis centraal Vrijeexploratie (2) Samenwerken,denkenenpraten Werken methetmateriaal Idem alshierboven Samenwerken,denkenen praten Aantekeningenmaken Ondersteunenpeerinteractie Authoritativesource Onderzoeknaar hetmateriaal (3) Procescentraal Peerinteractie (‘exploratorytalk’) Logboeksamen onderzoeken Kennisconstructie:bronnen beschikbaar Taalgebruik:Ervaringopdoen in genres Ondersteunengroepswerk Initiërenvanklassikale ‘verslag- kringen’ Bronnenontsluiten OBSERVATIE:Inzichti(krijgen) n watleerlingenmoeten doen en watzewerkelijkdoen Rapportage/ uitwisselen(4) Productcentraal Presenteren Feedbackontvangenengeven InitiërenenOndersteunen Gespreksleider(structuur) Expert(inhoud/kennis) OBSERVATIE Verbredenen verdiepen(5) Leerlingenzoekenverder… Aanleidingversus aanboden gerichte‘instructie’. Meertaligebronnenraadplegen Overleggen Schrijven Presenteren Publiceren OBSERVATIE NATUURONDERWIJS, SAMEN ONDERZOEKEN, DIGITAAL, METHODISCH, MEERTALIG
  • 10.
  • 12.
  • 13.
  • 15.
    Leermiddelen gebruik • Demethode belangrijkste hulpmiddel • Leraren gaan flexibel met de methode om. • Ruim een derde van de leermiddelen zelf ontwikkeld of gevonden. • Zoeken niet gemakkelijk: gevonden leermiddelen vaak niet aansluiten bij wat leraren zoeken • Er is weinig stimulans om gebruik te maken van vrij beschikbare (digitale) leermiddelen • Eigen en gevonden leermiddelen voornamelijk ingezet om te oefenen, om uit te leggen en te demonstreren, te remediëren. • Toekomst: aandeel eigen of gevonden leermiddelen zal toenemen
  • 16.
  • 17.
  • 18.
  • 19.
  • 20.
  • 21.
    Richtlijnen • Maak programma’sInteractief: met directe feedback, adaptiviteit • Gebruik digitale prentenboeken om woordenschatontwikkeling en verhaalbegrip te bevorderen. • Gebruik computerprogramma om het fonemisch bewustzijn en letterkennis te stimuleren • Gebruik bij woordenschatsoftware veel herhaling van nieuwe woorden (consolidatie) en het aanbieden van nieuwe woorden in verschillende contexten (verdiepen van woordkennis). • Gebruik ICT voor begrijpend luisteren voor het luisteren naar verhalen en dialogen waar ze met de leerkracht en klasgenoten over kunnen praten • Gebruik bij ICT voor het systematisch oefenen van technisch lezen en spelling, gericht op inslijpen (automatisering) van de vaardigheid in aansluiting met (de structuur/didactiek van) methodemateriaal • Gebruik bij ICT voor begrijpend lezen om leerlingen samen te laten werken aan oefeningen, zodat ze erover kunnen praten/discussiëren. Wetting, H. (2012) Handreiking digitale leermiddelen taal in po en vo.
  • 22.
    Flexibiliteit in/voor… • Inhouden doelen (curriculum) • Didaktiek (inhoud, differentiatie, klasse-organisatie, groeps-/individueel leren) • Verschijningsvorm (print, digitaal, tablet, digibord) • Nieuwe vormen van leren (gamification, serious games, adaptive learmodules) • Evaluatie (learning analytics, assessment for learning, integratie LVS met ELO) • Kenmerken dosenten & school (tijd, doelen, leerlingen, bevoegdheid, …)
  • 23.
    Jierplan/kursus meitsje Lestiid: .....minuten wyks Nivo’s fan de bern yn de klasse:  Foar it grutste part Frysktalich  Mikst  Foar it grutste part Hollânsktalich Foarkar media:  Gebrûk digiboerd  Gebrûk tablets  Gebrûk laptop/ kompjûter  Gebrûk papieren (wurk)boek  .... Hokker persintaasje fan de tiid besteegje oan: Harkje: ..... % Lêze: ..... % Prate: ..... % Skriuwe: ..... % Wurdskat: ..... % Foarkar ynhâld:  Aktualiteit  Tema’s: o Seizoenen o Sport o Kultuer o Feesten o ....  ... Hokker einnivo:  A1  A2  B1  B2 Differinsjaasje:  Beheind  Foar in part  Safolle mooglik
  • 24.
    Leerplannen middenbouw 6 onderzoeks- projecten Thema“natuur” 20 uur zelfstandig werken aan spelling – “game” 10 methodische lessen (woordschat, spelling) Thema feest 10 methodische lessen (woordschat, spelling) Thema Fryslân 25 events: Frysk op de dyk Wurdt oersette It nijs Moaiste wurd Beppes ferhaal 15 webquests in groepjes van 2- 4 Thema: Fryske Kanon 5 kleine taalgames (woordenschat, woordbeeld) 20 werkbladen bij Tsjek (nieuws) Serious game “brief foar de kening” (uitspraak)
  • 25.
    Leerplannen middenbouw 6 onderzoeks- projecten Thema“natuur” 20 uur zelfstandig werken aan spelling – “game” 10 methodische lessen (woordschat, spelling) Thema feest 10 methodische lessen (woordschat, spelling) Thema Fryslân 25 events: Frysk op de dyk Wurdt oersette It nijs Moaiste wurd Beppes ferhaal 15 webquests in groepjes van 2- 4 Thema: Fryske Kanon 5 kleine taalgames (woordenschat, woordbeeld) 20 werkbladen bij Tsjek (nieuws) Serious game “brief foar de kening” (uitspraak)
  • 27.
    zelfstandig werken aan spelling 15webquests 10 methodische lessen. Thema Fryslân 20 werkbladen bij Tsjek 6 onderzoeks-projecten Thema “natuur”
  • 34.
    ICT als meerwaarde Meer -... keuze in media - ... differentiatie - ... materialen en didactieken (leerplannen) - Cursorisch - Games - Adaptieve onderdelen - Taal in vakken - ... - Overzicht in die leerplannen - Manieren om aan te passen, toe te voegen - Learning analytics - Opties voor (formatieve) evaluatie Dus meer - flexibiliteit - “Eigenaarschap van het leerplan”
  • 35.
    Flexibiliteit in denieuwe taalmethode: ICT als meerwaarde? In groepjes: - Biedt deze aanpak volgens jullie meerwaarde? - Wat zijn de sterkte punten? - Wat zijn de zwakke punten? - Wat zijn jullie aanbevelingen? Presentatie groepen
  • 36.
    Ontwerpaanpak en rolleraren (- opleiding) in methodeontwikkeling Development research
  • 37.
    Ontwerpaanpak in methodeontwikkeling Ontwerpaanpak enrol leerkrachten en taalcoördinatoren (1) De projecten worden ontwikkeld i.s.m. allerlei partijen (1) Vooronderzoek (o.b.v. literatuur) (2) Prototyping: Ontwerp, uitvoeren, evalueren, aanpassen (cyclisch: 2007 Ruimte voor leren; 2010 Taalgebruik en Leren; 2014 Project Boppeslach) (3) Effectmeting (discourse analyse) (2) De observatie-instrumenten zijn (en worden) ontwikkeld samen met leerkrachten (Prominent Feature Analysis)
  • 38.
    Ontwerpaanpak in methodeontwikkeling - Watzou de rol van leraren/lerarenopleiding kunnen en moeten zijn? - Biedt deze aanpak volgens jullie meerwaarde? - Wat zijn de sterkte punten? - Wat zijn de zwakke punten? - Wat zijn jullie aanbevelingen?
  • 39.

Editor's Notes

  • #23 Curriculum flexibility: Custom made curricula based on school and teacher (pupil) choices and characteristics; Didactical/pedagogical flexibility: Options for different learning styles, content, differentiation, class organization, group & individual learning; Presentation flexibility: Custom made based presentation on school and teacher (pupil) choices and characteristics, digital white/blackboard, digital teacher assistant, use on mobile devices and tablets, crossed media/blended learning, printing on demand; New learning options: Serious games, gamification, personal learning, adaptive learning modules; Evaluating learning options: Smart learning analytics, evaluation tools and instruments, integrated as part of learning activities; General usability requirements: Ease of use, well-arranged, accessible, motivating, actual, scalable, easy to manage.