Innovatieve clusters en ruimtelijk beleid –
een economische insteek
dr. Kris Debisschop
2
de uitdaging(en)
• vandaag: reflecteren en beslissen over de relevantie van “innovatieve clusters” als
strategisch thema in Witboek BRV, en suggesties voor concrete operationalisering,
vetrekkende van een economische insteek
• link tussen innovatieve clusters en ruimtegebruik: inderdaad een onbeschreven blad,
dus pionierswerk is hier aan de orde
• beleidsnota Muyters rond clusterbeleid: sprake van ‘speerpuntsectoren’ en ‘innovatieve
bedrijfsnetwerken’, doch opvallende afwezige “bedrijfsnetwerken rond circulaire economie”
+ géén link met ruimtelijke impact
• Fase 1 Innovatieve Bedrijfsnetwerken AIO: projecten vooral gericht op samenwerking,
promotie en kennisuitwisseling, echter zonder aandacht voor ruimte als drager
• Witboek BRV: slechts zeer beperkt en vaag verwezen naar innovatieve clusters:
• op p. 34-36 in onderdeel 4.4.1: ‘sterke ruimtelijke ruggengraat voor een kenniseconomie’.
• op p.60 : “… dat er ‘in het oosten vanVlaanderen’ ruimte moet zijn voor ‘circulaire economie’”.
3
er is controverse over de al dan niet effectiviteit van clusterbeleid
• effectiviteit van clusterbeleid tegenwoordig in academische literatuur
nadrukkelijker in vraag gesteld
• aanhoudende vaagheid in definitie van ‘een cluster’
• vraag of clusterbeleid de échte onderliggende problemen van marktfalen aanpakt
• (te) positieve focus op agglomeratieve externaliteiten terwijl kostenexternaliteiten
en transactie- en coördinatiekosten worden geminimaliseerd
• geen aandacht voor balans van externaliteiten noch de evolutie van deze balans;
ook geen aandacht voor middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten die
locatie van economische activiteiten determineren
• verticale interventies specifiek voor bedrijven of sectoren of horizontale interventies
al dan niet met een gebiedsspecifieke component?
4
(innovatieve) ‘clusters’ zijn per definitie elastisch, fluïde én mobiel;
ruimtelijk beleid moet zich hiervan bewust zijn
• (innovatieve) ‘clusters’:
• eerder complexe adaptieve en open systemen, die zich niet administratief noch ruimtelijk
laten begrenzen
• kennen niet alleen een kennis/R&D component maar ook een (proef)productiecomponent
die gefaciliteerd moet kunnen worden op dezelfde site
• kunnen evolueren langsheen verschillende paden met veranderende locatiebehoeften owv
externe schokken en/of omwille van (on)balans tussen agglomeratie- en
kostenexternaliteiten en transactie- en coördinatiekosten
• vb. beleidsmaatregel studie CE Genk: “begeleid start-ups in incubatoren bij integratie in (lokale)
bedrijventerreinen
• impliceert beperkte houdbaarheidsdatum van locatie-specifiek clusterbeleid (voor
zover al relevant), én dus van gevoerd ruimtelijk beleid
• zoniet dubbel risico van “onder-begrensde” ruimtelijke interventies en van
ongeschikte gebiedspecifieke, al dan niet horizontale interventies
• “sequentieel meervoudig ruimtegebruik” als inrichtingsprincipe van bedrijventerreinen
gelet op adaptatie van clusters (cfr. principes circulaire economie, bijv. in bouwsector)
5
(innovatieve) ‘clusters’ zijn per definitie elastisch, fluïde én mobiel;
ruimtelijk beleid moet zich hiervan bewust zijn (2)
groei en adaptatie van (innovatieve) ‘clusters’
# bedrijven
(type)
agglomeratie-effect
jonge cluster
Opt. 1Opt. 2
mature cluster
6
(innovatieve) ‘clusters’ zijn per definitie elastisch, fluïde én mobiel;
ruimtelijk beleid moet zich hiervan bewust zijn (3)
• modern ruimtelijk beleid = denken en faciliteren in termen van adaptatie
• vb. suggestie joint bio- en petrochemical cluster haven van Antwerpen en haven van Gent
• vb. EnergyVille: initieel in Leuven, nu gezamenlijke vestiging in Genk met ruimtelijke manifestatie
• integreert ‘minimale totale ruimtelijke kosten’ met P&L logica van bedrijven owv
(andere) te capteren agglomeratievoordelen en ander schaalniveau van netwerken
• vraagt zoeken naar positieve economische drivers om deze beleidsdoelstelling te bereiken
mét positieve weerslag op P&L
• vb. verticale magazijnbouw Kuehne&Nagel in Duitsland
7
sectorale grenzen vervagen, waardoor ruimtelijke segmentatie
niet (meer) verdedigbaar is ihkv échte clustervorming
8
neem ruimtebehoeften als vertrekpunt, zet in op ‘minimale totale
ruimtelijke kosten’ en vorm op basis daarvan ruimtelijk beleid
• er moet ALTIJD vertrokken van inzicht in ruimtelijke structuur en DNA van de (lokale)
economie
• essentieel gebleken in studie ‘Circulaire economie Poort Genk’ en het opzetten van
innovatieve bedrijfsnetwerken die inzetten op circulaire economie
• verwijst ook naar pad-afhankelijkheid
• creëert inzicht in lokale en bovenlokale ruimtelijke dragers van het economisch weefsel, en
in de mate waarin bijvoorbeeld hoogte transportkosten/kwaliteit van mobiliteit (goederen én
mensen) impact heeft op ruimtelijke structuur
• nu nog te weinig structurele aandacht voor gevraagde of te verwachten
ruimtebehoefte van (innovatieve) clusters
• vb. Blue Energy in Oostende
9
neem ruimtebehoeften als vertrekpunt, zet in op ‘minimale totale
ruimtelijke kosten’ en vorm op basis daarvan ruimtelijk beleid
ruimtebehoeften
impact op ruimte
ruimtelijk beleid
maak een
‘behaaglijke’
driehoek
10
inzetten op “integratief agglomeratiebeleid” vertrekkende van
comparatieve voordelen is mogelijk beter dan ‘clusterbeleid’
• integratief: dynamisch proceselement leidend tot integratie met diverse
beleidsoverschrijdende elementen zoals verweving (vb. maakindustrie en creatieve
sector) en multifunctionaliteit, innovatieve mobiliteitsnetwerken, ecosystemen (water,
natuur, energie), circulaire economie, woonvoorzieningen en zelfs city marketing
• agglomeratiebeleid: dynamische balans tussen
• het genereren/versterken van specifieke agglomeratie externaliteiten die innovativiteit (of
productiviteit) verhogen door fysieke nabijheid, én
• het verkleinen van negatieve kostenexternaliteiten, én
• het verkleinen van hoge transactie- en coördinatiekosten
• comparatieve voordelen die voortvloeien uit de manier waarop (innovatieve) goederen
en diensten worden geproduceerd (in vergelijking met andere goederen/diensten en
andere plaatsen)
• ruimtelijk beleid (belangrijk) onderdeel van dergelijk beleid, dat zich nooit geïsoleerd
noch leidend noch beperkend mag opstellen
11
inzetten op “integratief agglomeratiebeleid” vertrekkende van
comparatieve voordelen is mogelijk beter dan ‘clusterbeleid’ (2)
• minstens én hoogstens fluïditeit van (innovatieve) ‘clusters’ middels ruimtelijk beleid
faciliteren zonder op enig moment beperkend te zijn
• kiezen van passende ruimtelijke schaal én locatie voor het capteren van
agglomeratieve externaliteiten
• zoeken naar (wederzijdse) versterking van sociaal-economische én ruimtelijke weefsel
op diverse schaalniveaus
• evolueren van projectgericht ruimtelijk beleid naar netwerkgericht ruimtelijk beleid,
met de stad als driver voor economische performantie van bedrijven
• introduceren van dynamische planningsinstrumenten gericht op interbestuurlijke co-
productie
• noodzaak om te experimenteren met industrieel beleid, dus ook met ruimtelijk beleid
(vb. via regelluwe zones)  vraagt ook grondige analyse ex ante versus ex post
moet ruimtelijk beleid maw nog
zélf innovatieve clusters
ondersteunen?

Innovatieve clusters_kris_debisschop_presentatie

  • 1.
    Innovatieve clusters enruimtelijk beleid – een economische insteek dr. Kris Debisschop
  • 2.
    2 de uitdaging(en) • vandaag:reflecteren en beslissen over de relevantie van “innovatieve clusters” als strategisch thema in Witboek BRV, en suggesties voor concrete operationalisering, vetrekkende van een economische insteek • link tussen innovatieve clusters en ruimtegebruik: inderdaad een onbeschreven blad, dus pionierswerk is hier aan de orde • beleidsnota Muyters rond clusterbeleid: sprake van ‘speerpuntsectoren’ en ‘innovatieve bedrijfsnetwerken’, doch opvallende afwezige “bedrijfsnetwerken rond circulaire economie” + géén link met ruimtelijke impact • Fase 1 Innovatieve Bedrijfsnetwerken AIO: projecten vooral gericht op samenwerking, promotie en kennisuitwisseling, echter zonder aandacht voor ruimte als drager • Witboek BRV: slechts zeer beperkt en vaag verwezen naar innovatieve clusters: • op p. 34-36 in onderdeel 4.4.1: ‘sterke ruimtelijke ruggengraat voor een kenniseconomie’. • op p.60 : “… dat er ‘in het oosten vanVlaanderen’ ruimte moet zijn voor ‘circulaire economie’”.
  • 3.
    3 er is controverseover de al dan niet effectiviteit van clusterbeleid • effectiviteit van clusterbeleid tegenwoordig in academische literatuur nadrukkelijker in vraag gesteld • aanhoudende vaagheid in definitie van ‘een cluster’ • vraag of clusterbeleid de échte onderliggende problemen van marktfalen aanpakt • (te) positieve focus op agglomeratieve externaliteiten terwijl kostenexternaliteiten en transactie- en coördinatiekosten worden geminimaliseerd • geen aandacht voor balans van externaliteiten noch de evolutie van deze balans; ook geen aandacht voor middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten die locatie van economische activiteiten determineren • verticale interventies specifiek voor bedrijven of sectoren of horizontale interventies al dan niet met een gebiedsspecifieke component?
  • 4.
    4 (innovatieve) ‘clusters’ zijnper definitie elastisch, fluïde én mobiel; ruimtelijk beleid moet zich hiervan bewust zijn • (innovatieve) ‘clusters’: • eerder complexe adaptieve en open systemen, die zich niet administratief noch ruimtelijk laten begrenzen • kennen niet alleen een kennis/R&D component maar ook een (proef)productiecomponent die gefaciliteerd moet kunnen worden op dezelfde site • kunnen evolueren langsheen verschillende paden met veranderende locatiebehoeften owv externe schokken en/of omwille van (on)balans tussen agglomeratie- en kostenexternaliteiten en transactie- en coördinatiekosten • vb. beleidsmaatregel studie CE Genk: “begeleid start-ups in incubatoren bij integratie in (lokale) bedrijventerreinen • impliceert beperkte houdbaarheidsdatum van locatie-specifiek clusterbeleid (voor zover al relevant), én dus van gevoerd ruimtelijk beleid • zoniet dubbel risico van “onder-begrensde” ruimtelijke interventies en van ongeschikte gebiedspecifieke, al dan niet horizontale interventies • “sequentieel meervoudig ruimtegebruik” als inrichtingsprincipe van bedrijventerreinen gelet op adaptatie van clusters (cfr. principes circulaire economie, bijv. in bouwsector)
  • 5.
    5 (innovatieve) ‘clusters’ zijnper definitie elastisch, fluïde én mobiel; ruimtelijk beleid moet zich hiervan bewust zijn (2) groei en adaptatie van (innovatieve) ‘clusters’ # bedrijven (type) agglomeratie-effect jonge cluster Opt. 1Opt. 2 mature cluster
  • 6.
    6 (innovatieve) ‘clusters’ zijnper definitie elastisch, fluïde én mobiel; ruimtelijk beleid moet zich hiervan bewust zijn (3) • modern ruimtelijk beleid = denken en faciliteren in termen van adaptatie • vb. suggestie joint bio- en petrochemical cluster haven van Antwerpen en haven van Gent • vb. EnergyVille: initieel in Leuven, nu gezamenlijke vestiging in Genk met ruimtelijke manifestatie • integreert ‘minimale totale ruimtelijke kosten’ met P&L logica van bedrijven owv (andere) te capteren agglomeratievoordelen en ander schaalniveau van netwerken • vraagt zoeken naar positieve economische drivers om deze beleidsdoelstelling te bereiken mét positieve weerslag op P&L • vb. verticale magazijnbouw Kuehne&Nagel in Duitsland
  • 7.
    7 sectorale grenzen vervagen,waardoor ruimtelijke segmentatie niet (meer) verdedigbaar is ihkv échte clustervorming
  • 8.
    8 neem ruimtebehoeften alsvertrekpunt, zet in op ‘minimale totale ruimtelijke kosten’ en vorm op basis daarvan ruimtelijk beleid • er moet ALTIJD vertrokken van inzicht in ruimtelijke structuur en DNA van de (lokale) economie • essentieel gebleken in studie ‘Circulaire economie Poort Genk’ en het opzetten van innovatieve bedrijfsnetwerken die inzetten op circulaire economie • verwijst ook naar pad-afhankelijkheid • creëert inzicht in lokale en bovenlokale ruimtelijke dragers van het economisch weefsel, en in de mate waarin bijvoorbeeld hoogte transportkosten/kwaliteit van mobiliteit (goederen én mensen) impact heeft op ruimtelijke structuur • nu nog te weinig structurele aandacht voor gevraagde of te verwachten ruimtebehoefte van (innovatieve) clusters • vb. Blue Energy in Oostende
  • 9.
    9 neem ruimtebehoeften alsvertrekpunt, zet in op ‘minimale totale ruimtelijke kosten’ en vorm op basis daarvan ruimtelijk beleid ruimtebehoeften impact op ruimte ruimtelijk beleid maak een ‘behaaglijke’ driehoek
  • 10.
    10 inzetten op “integratiefagglomeratiebeleid” vertrekkende van comparatieve voordelen is mogelijk beter dan ‘clusterbeleid’ • integratief: dynamisch proceselement leidend tot integratie met diverse beleidsoverschrijdende elementen zoals verweving (vb. maakindustrie en creatieve sector) en multifunctionaliteit, innovatieve mobiliteitsnetwerken, ecosystemen (water, natuur, energie), circulaire economie, woonvoorzieningen en zelfs city marketing • agglomeratiebeleid: dynamische balans tussen • het genereren/versterken van specifieke agglomeratie externaliteiten die innovativiteit (of productiviteit) verhogen door fysieke nabijheid, én • het verkleinen van negatieve kostenexternaliteiten, én • het verkleinen van hoge transactie- en coördinatiekosten • comparatieve voordelen die voortvloeien uit de manier waarop (innovatieve) goederen en diensten worden geproduceerd (in vergelijking met andere goederen/diensten en andere plaatsen) • ruimtelijk beleid (belangrijk) onderdeel van dergelijk beleid, dat zich nooit geïsoleerd noch leidend noch beperkend mag opstellen
  • 11.
    11 inzetten op “integratiefagglomeratiebeleid” vertrekkende van comparatieve voordelen is mogelijk beter dan ‘clusterbeleid’ (2) • minstens én hoogstens fluïditeit van (innovatieve) ‘clusters’ middels ruimtelijk beleid faciliteren zonder op enig moment beperkend te zijn • kiezen van passende ruimtelijke schaal én locatie voor het capteren van agglomeratieve externaliteiten • zoeken naar (wederzijdse) versterking van sociaal-economische én ruimtelijke weefsel op diverse schaalniveaus • evolueren van projectgericht ruimtelijk beleid naar netwerkgericht ruimtelijk beleid, met de stad als driver voor economische performantie van bedrijven • introduceren van dynamische planningsinstrumenten gericht op interbestuurlijke co- productie • noodzaak om te experimenteren met industrieel beleid, dus ook met ruimtelijk beleid (vb. via regelluwe zones)  vraagt ook grondige analyse ex ante versus ex post
  • 12.
    moet ruimtelijk beleidmaw nog zélf innovatieve clusters ondersteunen?