Vier stellingen Economische groei en werkgelegenheid in een welvarende, grensregio als Zuid-Oost Nederland is slechts duurzaam mits continue investeringen in technologische verniewing, innovatie en meer algemeen kennis zowel binnen, als buiten de grenzen van de eigen regio. Technologische vernieuwing en innovatie doorkruist het hele spectrum van industri ële en diensten activiteiten in allerlei verschillende vormen en soorten: van incrementele industriële innovatie tot creatieve destructieve innovatie; in extreme gevallen organisatorische innovatie zonder onderzoek. Vanuit regionaal perspectief is het van groot belang zich wat kennis betreft “ smart ” te specialiseren. Daarbij is de uitdaging voor het regionaal technologie en innovatiebeleid dubbel: keuzes maken in het uitbouwen/versterken van min of meer unieke kennisniches; terzelfdertijd oog hebben voor nieuwe kansrijke lokale kennisniches . De “lifetec” kenniscluster is een goed voorbeeld van smart specialisatie van Zuid-Oost Nederland.
3.
1. Kennis eninnovatie Welvaart hangt samen met economische productie en deze vindt plaats door inzet van arbeid en kapitaal, gebundeld met behulp van bestaande kennis. Het inzetten van meer arbeid en kapitaal lijdt uiteindelijk tot verminderde meeropbrengsten (activering arbeidsmarkt, kapitaalmarkt). Vanuit regionaal perspectief zijn ook (groot-)stedelijke agglomeratie effecten met het aantrekken van arbeid en kapitaal van buiten de regio uiteindelijk niet duurzaam. Op termijn leiden zij ook tot verminderde meeropbrengsten (congestie), niet tot duurzame regionale groei (vgl. Eindhoven met Maastricht). Bestaande indicatoren wijzen op het feit dat de private investeringen in kennis in Nederland relatief laag liggen vergeleken met andere landen en ook vergeleken met de politieke ambities. Vanuit regionaal perspectief scoort Zuid-Oost Nederland (Noord-Brabant/Limburg) wel als ‘innovation leading’ regio: samen met de omliggende regio’s (ELAt) vormt ZON de meest centraal gelegen kennisregio van Europa.
2. ZON binneneen heterogene Europese omgeving Europese landschap is verre van homogeen: landen als Zweden, Zwitserland, Finland, Denemarken, zelfs Duitsland hebben een betere Innovatie score dan de VS. Groot verschil tussen verschillende innovatie componenten: private vs publieke kennisinvesteringen; aanwezigheid van high-tech sectoren, onderzoekslaboratoria van (vroegere) Europese MNO, academische ziekenhuizen, publieke kenniscentra en iniversiteiten, etc. Regionale kennisclusters gebaseerd op sterke specialisatie bestaan doorheen heel Europa, vergelijkbaar met de VS met zijn sterke concentratie aan zowel de Oost- als Westkust. De vele Europese initiatieven zoals de ERA, de European Higher Education Area, de ERC, de JTI (Artemisia, ENIAC), het EIT zijn illustraties van de sterk gefragmenteerde aard van het onderzoeks- en innovatiebeleid in Europa met ongeco ö rdineerde nationale, soms regionale beleidsprioriteiten, overlappingen en gebrek aan kritische massa. Daar bovenop een veelal “gesloten” nationaal en/of regionaal wetenschap, technologie en innovatie beleid.
3. SMART regionale specialisatie Regionale SMART specialisatie vindt plaats binnen een Europese context: gebruik makend van de mogelijkheden tot particularisatie, benchmarking en evaluatie op Europees niveau Transformatie van regionale kennis SWOT in regionale SMART specialisatie: wat is niche uniek aan bestaande regionale kennis:
9.
4. Lifetec alsSMART specialisatie voor Zuid-Oost Nederland +ELAt Koppeling tussen lokale kennisclusters en een lokale gesofisticeerde vraag: ingredienten: wereld onderzoeksexpertise op het gebied van nano-electronica, embedded systrems, medische apparatuur, academische ziekenhuizen en een vergrijzende bevolking met hoog inkomen . Concrete uitwerking binnen de lifetec kenniscluster: Gemeenschappelijk gebruik van appartuur en opschaling naar hogere kwaliteit Transparant maken van becshikbare kennisiinfrastructuur van competenties: platform meetings, databases, Strategische analyse van de verschillende kennis gaps in de verschillende business chains. Maken van keuzes tbv convergentie en samenwerking in business en onderzoek. Activering van “lifetec” kennis met betrekking tot start-ups van ondernemers in de academische wereld; mogelijkheden van post-doctorale opleidingen (integrale master opleiding life sciences, MBA in life sciences) Euregio “lifetec” gebied: Leuven Bio, Lifetech Aachen, Bioli è ge
10.
Lifetec sciences TTR NL TTR BE TTR DE Total Added value (mln euro) 1270 550 940 2760 Jobs 18900 7200 16400 42.500
Conclusies Complexiteitvan innovatiebeleid: weinig economisch houvast. Marktfalen biedt weinig aanknopingspunten om te achterhalen hoe een indicator zich verhoudt tot efficiënt beleid: Regionale beleid biedt vanuit dit perspectief veel meer concrete aanknopingspunten: SWOT omzetten in SMART specialisatie Leren uit eigen ervaring en de successen en fouten van andere Europese regio’s: Belang focus en massa ook in het hoger onderwijs en industrieel onderzoek? Aanwakkeren van spin-outs naast starters? Regionale dimensies ook belangrijk vanuit breder maatschappelijk perspectief: voorbeeld Brainport Eindhoven: “innovation is in the air”? Belang grensoverschrijdend buitenland: Complementariteit met beleid van de buren; Gezamenlijk optrekken Europa (JTI, EIT, etc.) Quid met betrekking tot rest van de wereld (India, Saoedi-Arabi ë )?
15.
Onderliggende innovatie gegevens European Innovation Scoreboard 2007 – Current performance The data used in this report is the most recent available from the sources shown in Annex C as on 18 October 2007. For the EU the average value shown is that of the EU27, except, due to missing data for EU27 respectively EU25, EU25 for indicators 1.3, 3.5, 5.2 and 5.3 and EU15 for indicator 3.4. For the indicators based on CIS-4 data, EU averages are not available from Eurostat. The EU averages for indicators 2.4, 3.1, 3.2, 3.3, 3.6, 4.3 and 4.4 are weighted estimates based on CIS-4 country data available from Eurostat. The EU averages for these CIS indicators are thus not official Eurostat estimates.