Voedselinfectie: je wordtziek van de aanwezigheid
van een bepaalde hoeveelheid micro-organismen.
Voedselvergiftiging: je wordt ziek van het gif
(toxine) van het micro-organisme.
GEVOLG VOEDSELBEDERF
8.
Maatregelen om voedselbederfte voorkomen:
• controleer temperaturen
• controleer verpakkingen
• voorkom/beperk kruis- en nabesmetting
• scheid bewerkte en rauwe producten
• deel koelkasten duidelijk in
• dek producten af
• ontdooi producten in koelkast, gebruik lekbak
i.v.m. drip
• snel terugkoelen
• houd koelketen gesloten
VOEDSELBEDERF
9.
Naast alle genoemdeoorzaken van voedselbederf,
kunnen mensen ook ziek worden van stoffen in
voedsel die een allergische reactie veroorzaken.
Deze stoffen worden allergenen genoemd.
Vanaf 13 december 2014 moeten bedrijven over
onverpakte producten informatie geven ten aanzien
van de mogelijke aanwezigheid van allergenen.
Allergenen
10.
Er is eenverschil tussen een voedselallergie en een
voedselintolerantie.
Allergenen
11.
Voedselallergie: reactie opvoedsel door het
immuunsysteem. Het afweersysteem van ons
lichaam ziet allergenen als ziekmakende
indringers en produceert anti-stoffen.
Deze chemische stoffen kunnen o.a.
ademhalingsproblemen, huidaandoeningen en
hartproblemen veroorzaken.
De anafylactische shock is levensbedreigend.
Allergenen
12.
Voedselintolerantie: het lichaamreageert direct op
bepaalde stoffen, bijv. lactose en gluten.
Lactose-intolerantie: het lichaam kan geen lactose
(melksuiker) verteren.
Glutenintolerantie: gluten beschadigen de
darmwand van de dunne darm waardoor opname
van voedingsstoffen vermindert.
Allergenen
13.
Er worden 14groepen allergenen onderscheiden.
Granen die gluten bevatten en producten op basis
van glutenbevattende granen.
Sojabonen en producten op basis van soja.
Selderij, bladselderij, knolselderij en producten op
basis van selderij.
Allergenen
14.
Mosterd en productenop basis van mosterd.
Aardnoten en producten op basis van aardnoten
(=pinda’s).
Noten: amandelen, hazelnoten, walnoten,
cashewnoten, pecannoten, paranoten,
pistachenoten, macadamianoten en producten op
basis van noten.
Sesamzaad en producten op basis van sesamzaad.
Allergenen
15.
Schaaldieren en productenop basis van
schaaldieren.
Vis en producten op basis van vis.
Eieren en producten op basis van eieren.
Melk en producten op basis van melk waar nog
lactose in voorkomt.
Allergenen
16.
Weekdieren: slakken, oesters,mosselen.
Lupinezaden en producten op basis van
lupinezaden.
Zwaveldioxide en sulfiet.
Allergenen
17.
Mondeling: het personeelgeeft op vraag van de
gast de benodigde informatie.
Risico: niet goed geïnformeerd personeel
(leerlingen, invalkrachten, weekendhulp).
Gasten informeren
18.
Schriftelijk:
• allergeneninformatie apartin de menukaart
opnemen en ernaar verwijzen middels iconen bij
gerechten;
• een aparte allergenenkaart maken;
• allergeneninformatie digitaal ter beschikking
stellen.
Gasten informeren
Let op!
Alle gegevensover allergenen in het bedrijf moeten
altijd schriftelijk of digitaal beschikbaar zijn voor:
• gasten
• personeel
• Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
Gegevens