Vraag 53 Stricturenna een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
3.
NEC (1/2) Enterocolitis,waarschijnlijk multifactorieel. Mn distale ileum & colon ascendens Voornamelijk bij prematuren op IC, eerste 1-3wkn Patho: afname darmwandperfusie> ischemie>afbraak mucosa>ingang voor bacterien en lucht.
4.
NEC (2/2) X-boz: normaal dilatatie pneumatosis intestinalis & portaal veneus gas vrij lucht Therapie: NPO Operatie indicicatie: perforatie Strictuur (30-60 dgn! erna): 80% colon, mn flexura lienalis
5.
Vraag 53 Stricturenna een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
6.
Vraag 54 Inhet geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
7.
Pulmonary sling (1/2)Linker a pulm komt uit de rechter en verloopt tussen oesophagus en trachea en comprimeert rechter hoofdbronchus. Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus. Radiologyassistant.nl
8.
Pulmonary sling (2/2)Anomalie van Li a.pulm Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus Asymmetrische longinflatie tnv Re Geassocieerd met congenitale hartzkt, complete trachearingen,anomalie Re bronchus Donnelly 16
9.
Vraag 54 Inhet geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
10.
Vraag 55 Karakteristiekvoor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
11.
Acute laryngotracheobronchitis (1/2)Meest voorkomende bovenste luchtweg obstructie bij kinderen 6 md-3 jaar (dus jonger dan bij epiglottitis!) Parainfluenxa, RSV Blafhoest Spontane genezing na 3-7 dgn X: subglottische vernauwing ‘steeple sign’(AP) distentie van hypopharynx (lateraal) normale epiglottis (lateraal)
Vraag 55 Karakteristiekvoor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien A. Juist B. Onjuist C. Weet niet NB: Verdikte aryepiglottische plooien en epiglottis bij epiglottitis Zeer ernstige bacteriële infectie
14.
Vraag 56 Zowelpulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. PIE ontstaat eerder dan BPD. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
15.
PIE vs. BPD(1/2) PIE: Interstitieel lucht in peribronchiale en perivasculaire ruimte. Verhoogde alveolaire druk > perforatie Beademde neonaten <1 e week X: lucencies bubblelike/lineair Complicaties: Pneumothorax. –medist, -pericard. Donelly 32,Weissleder837
16.
PIE vs. BPD(2/2) BPD Longchade door O2-toxiciteit en barotrauma van respiratoire therapie. Prematuren met langduring O2 support Ontstaat na 2 e week. X: Hazy density en na x wkn bubblelike lucencies
17.
Vraag 56 Zowelpulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. PIE ontstaat eerder dan BPD. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
18.
Vraag 57 Meconiumileus is geassocieerd met cystic fibrosis. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
19.
Meconium ileus Accumulatievan taai meconium in distale ileus Vrijwel alleen bij CF kind. X: Dunnedarm obstructie ‘ zeepbellen’ patroon (lucht-meconium mix)
20.
Vraag 57 Meconiumileus is geassocieerd met cystic fibrosis. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
21.
Vraag 58 Eenmetafyse hoekfractuur is sterker geassocieerd met kindermishandeling dan een epifysiolysis A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 59 Eenonderdeel van Tetralogie van Fallot is linkerventrikel hypertrofie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
30.
Vraag 60 Biliaireatresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
31.
Biliaire atresie Congenitaleobstructie van biliaire systeem. Focale/totale afwezigheid van extrahepatische galwegen. Wel aanwezige intrahepatische galwegen. Meerdere subtypes Geassocieerd met trisomie 18 en polysplenie AO: hepatobiliare scintigrafie: geen visualisatie v radiopharmacon excretie in duodenum. T/ chirurgie
32.
Belangrijkste DD bijpersisterende icterus bij 4 wkn oude baby is neonatale hepatitis, hiervoor namelijk geen operatie geïndiceerd.
33.
Vraag 60 Biliaireatresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
34.
Vraag 61 Eenrectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
35.
M Hirschprung (1/2)Afwezigheid van ganglioncellen (incomplete craniocaudale migratie van embryologische neuroblasten) in distale deel van het colon: denervatie>hypertoniciteit en obstructie Smal kaliber ter plaatse, proximaal gedilateerd. Veel vaker bij jongens Diagnosestelling dmv rectumbiopsie
36.
M Hirschprung (2/2)Normaal heeft het rectum de breedste diameter van linkszijdige colon Bij m Hirschprung: rectum-sigmoid ratio <1
37.
Vraag 61 Eenrectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
38.
Vraag 62 Somszijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
39.
Foetale lobuatie Embryologischbestond de nier uit meerdere lobules die fuseren en groeien. Foetale lobualatie,incomplete fusie van de renale lobules, wordt soms gezien bij volwassenen. US/CT/MR: gladde indentaties van niercortex tussen de pyramides. DD corticale scarring. Dit wordt gezien thv de pyramiden.
40.
41.
Vraag 62 Somszijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
42.
Vraag 63 Alseen nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
43.
Dubbelsysteem Twee ureterendraineren 1 nier Incomplete vs. Complete duplicatie. Complete duplicatie Orthotopische ureter: draineert onderpool en mondt in op normale plek. Ectopische ureter: draineert bovenpool en mondt in mediaal-inferior tov orthotopische ureter(Weigert-Meyer regel).
Vraag 63 Alseen nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
47.
Vraag 64 Deossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 64 Deossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
50.
Vraag 65 Eennormaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
51.
Septische arthritis Meesturgente diagnose om te excluderen in patiënt met een pijnlijk gewricht vanwege gewrichtsdestructie (dus tijdens de dienst en het Woord valt = aan de bak) X-bekken: insensitief en een normale X sluit het niet uit. Echo: intra-articulair vocht Afwezigheid van intra-articulair vocht sluit septische arthritis uit.
52.
Vraag 65 Eennormaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
53.
Vraag 66 Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. Dit past bij ischaemie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
54.
Ischemie en DWI(1/2) Diffusion-weighted imaging Beweging van watermoleculen in weefsel. Bij bewegingsvrijheid > signaalverlies Bij bewegingsrestrictie > meer signaal Apparent diffusion coefficient map Correctie voor andere factoren dan diffusie, die invloed hebben op het DWI beeld. Dus bij diffusierestrictie=hoog signaal op DWI en laag op ADC
55.
Ischemie en DWI(2/2) Voorbeelden van diffusie restrictie Acute infarct Abces Epidermoid cyste
56.
Vraag 66 Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. Dit past bij ischaemie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
57.
Vraag 67 Bijschizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 67 Bijschizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
61.
Vraag 68 Kenmerkendvoor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Achterste schedelgroeve RIP’sKomt vaker bij kinderen dan volwassenen voor Top4: Cerebellair astrocytoom Medullablastoom Ponsglioom Ependymoom Nb: cerebellair astrocytoom: Cysteus +/- aankleurende wandstandige nodule. Volledig solide
65.
Vraag 68 Kenmerkendvoor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
66.
Vraag 69 Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
67.
Conus medullaris Normaalbij kinderen: craniaal of tot niveau L2-L3. Bij tethered cord syndroom ligt het onder niveau L2-L3. Thetered cord: neurologische en orthopedische aandoeningen geassocieerd met kort dik filum en lage conus
68.
Vraag 69 Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
69.
Beeld 170 CT-opnamesvoor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Beeld 170 CT-opnamesvoor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
72.
Beeld 171 Jongenvan 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
73.
Beeld 171 Jongenvan 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
74.
75.
Beeld 172 Depijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
76.
77.
Beeld 172 Depijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Editor's Notes
#4 Oorzaak wrs multifactureel: premature ruptuur van de membranen, preeclampsie, DM, multiparieteit, vroege voeding, ateriele en veneuze navellijnen. Therapie bestaat uit NPO en AB. Perforatie (vaak binnen 36 uur), operatie. Blickman, Req 70 en Donnelly 86
#5 Bij perforatie verdenking: li laterale decubitus opname Perforaties: 2/3 gaat gepaard met vrij lucht, 1/3 gepaard met vrij vocht
#8 Karateristiek vanwege het feit dat dit de neige vasculaire anomalie tussen trachea en oesophagus.
#12 Laterale X maak je om epiglottitis uit te sluiten. (primer 827) Weissleder 827, blickman 14
#20 ) Abdominal scout radiograph shows marked distention of the small bowel and a &quot;soap bubble&quot; appearance in the right side of the abdomen (arrows), a finding suggestive of mottled air and feces Weissleder 846, radiograhics, donnelly 92
#21 Dit ittt tot meconium plug syndroom: functioneel immatuur colon.
#28 Dus probleem met septumplaatsing: asymmetrisch en beide tussenschotten ontmoeten elkaar niet.
#41 Arch Dis Child Educ Pract Ed 2007; 92: ep152-ep158 doi:10.1136/adc.2007.126680 Illuminations Renal revision: from lobulation to duplication—what is normal? Helen Williams