Kinderradiologie   VGT voorjaar 2011 CGouw
Vraag 53 Stricturen na een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
NEC (1/2) Enterocolitis, waarschijnlijk multifactorieel. Mn distale ileum & colon ascendens Voornamelijk bij prematuren op IC, eerste 1-3wkn Patho: afname darmwandperfusie> ischemie>afbraak mucosa>ingang voor bacterien en lucht.
NEC (2/2) X-boz:  normaal dilatatie  pneumatosis intestinalis & portaal veneus gas vrij lucht Therapie: NPO Operatie indicicatie: perforatie Strictuur (30-60 dgn! erna):  80% colon, mn flexura lienalis
Vraag 53 Stricturen na een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 54 In het geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Pulmonary sling (1/2) Linker a pulm komt uit de rechter en verloopt tussen oesophagus en trachea en comprimeert rechter hoofdbronchus. Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus. Radiologyassistant.nl
Pulmonary sling (2/2) Anomalie van Li a.pulm Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus  Asymmetrische longinflatie tnv Re Geassocieerd met congenitale hartzkt, complete trachearingen,anomalie Re bronchus Donnelly 16
Vraag 54 In het geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 55 Karakteristiek voor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Acute laryngotracheobronchitis (1/2) Meest voorkomende bovenste luchtweg obstructie bij kinderen 6 md-3 jaar (dus jonger dan bij epiglottitis!) Parainfluenxa, RSV Blafhoest Spontane genezing na 3-7 dgn X:  subglottische vernauwing ‘steeple sign’(AP) distentie van hypopharynx (lateraal) normale epiglottis (lateraal)
Acute laryngotracheobronchitis (2/2 )
Vraag 55 Karakteristiek voor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet  NB: Verdikte aryepiglottische plooien en epiglottis bij epiglottitis Zeer ernstige bacteriële infectie
Vraag 56 Zowel pulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. PIE ontstaat eerder dan BPD. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
PIE vs. BPD (1/2) PIE:  Interstitieel lucht in peribronchiale en perivasculaire ruimte. Verhoogde alveolaire druk > perforatie Beademde neonaten <1 e  week X: lucencies bubblelike/lineair  Complicaties: Pneumothorax. –medist, -pericard. Donelly 32,Weissleder837
PIE vs. BPD (2/2) BPD Longchade door O2-toxiciteit en barotrauma van respiratoire therapie.  Prematuren met langduring O2 support Ontstaat na 2 e  week. X: Hazy density en na x wkn bubblelike lucencies
Vraag 56 Zowel pulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. PIE ontstaat eerder dan BPD. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 57 Meconium ileus is geassocieerd met cystic fibrosis. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Meconium ileus Accumulatie van taai meconium in distale ileus Vrijwel alleen bij CF kind.  X:  Dunnedarm obstructie ‘ zeepbellen’ patroon (lucht-meconium mix)
Vraag 57 Meconium ileus is geassocieerd met cystic fibrosis. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 58 Een metafyse hoekfractuur is sterker geassocieerd met kindermishandeling dan een epifysiolysis  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Kindermishandeling # Radiologyassistant.nl
Corner en bucket handle## Corner# Bucket handle# T ibia, dist femora, prox humeri Vaak bilateraal
Vraag 58 Een metafyse hoekfractuur is sterker geassocieerd met kindermishandeling dan een epifysiolysis  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 59 Een onderdeel van Tetralogie van Fallot is linkerventrikel hypertrofie.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Normale cor ontwikkeling Tetralogievanfallot.nl
Tetralogie van Fallot (1/2) Meest voorkomende cyanotische congenitale hartziekte X: boot-shaped heart
Tetralogie van Fallot (2/2) Rechter ventrikel outflow tract obstructie Ventrikel septum defect Overrijdende aorta Rechter ventrikel hypertrofie
Vraag 59 Een onderdeel van Tetralogie van Fallot is linkerventrikel hypertrofie.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 60 Biliaire atresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Biliaire atresie Congenitale obstructie van biliaire systeem. Focale/totale afwezigheid van extrahepatische galwegen.  Wel aanwezige intrahepatische galwegen. Meerdere subtypes Geassocieerd met trisomie 18 en polysplenie AO:  hepatobiliare scintigrafie: geen visualisatie v radiopharmacon excretie in duodenum. T/ chirurgie
Belangrijkste DD bij persisterende icterus bij 4 wkn oude baby is neonatale hepatitis, hiervoor namelijk geen operatie geïndiceerd.
Vraag 60 Biliaire atresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 61 Een rectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
M Hirschprung (1/2) Afwezigheid van ganglioncellen (incomplete craniocaudale migratie van embryologische neuroblasten) in distale deel van het colon:  denervatie>hypertoniciteit en obstructie Smal kaliber ter plaatse, proximaal gedilateerd.  Veel vaker bij jongens Diagnosestelling dmv rectumbiopsie
M Hirschprung (2/2) Normaal heeft het rectum de breedste diameter van linkszijdige colon Bij m Hirschprung: rectum-sigmoid ratio <1
Vraag 61 Een rectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 62 Soms zijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Foetale lobuatie Embryologisch bestond de nier uit meerdere lobules die fuseren en groeien. Foetale lobualatie,incomplete fusie van de renale lobules, wordt soms gezien bij volwassenen.  US/CT/MR: gladde indentaties van niercortex  tussen  de pyramides.  DD corticale scarring. Dit wordt gezien thv de pyramiden.
 
Vraag 62 Soms zijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 63 Als een nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Dubbelsysteem Twee ureteren draineren 1 nier Incomplete vs. Complete duplicatie. Complete duplicatie Orthotopische ureter: draineert onderpool en mondt in op normale plek. Ectopische ureter: draineert bovenpool en mondt in mediaal-inferior tov orthotopische ureter(Weigert-Meyer regel).
Reflux Onderpool Ectopische inmonding  Ureterocele Obstructie Bovenpool
 
Vraag 63 Als een nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 64 De ossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
CRITOE Volgorde: Capitellum Radius Internal epicondyle Trochlea Olecranon External epicondyle
Vraag 64 De ossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 65 Een normaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Septische arthritis Meest urgente diagnose om te excluderen in patiënt met een pijnlijk gewricht vanwege gewrichtsdestructie  (dus tijdens de dienst en het Woord valt = aan de bak) X-bekken: insensitief en een normale X sluit het niet uit. Echo:  intra-articulair vocht Afwezigheid van intra-articulair vocht sluit septische arthritis uit.
Vraag 65 Een normaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 66   Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. Dit past bij ischaemie.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Ischemie en DWI (1/2) Diffusion-weighted imaging Beweging van watermoleculen in weefsel. Bij bewegingsvrijheid > signaalverlies Bij bewegingsrestrictie > meer signaal  Apparent diffusion coefficient map Correctie voor andere factoren dan diffusie, die invloed hebben op het DWI beeld. Dus bij diffusierestrictie=hoog signaal op DWI en laag op ADC
Ischemie en DWI (2/2) Voorbeelden van diffusie restrictie Acute infarct  Abces Epidermoid cyste
Vraag 66   Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. Dit past bij ischaemie.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 67 Bij schizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Schizencephalie Karakteristiek: Spleet wordt begrensd door grijze stof.  Dit itt porencephalie waarbij de spleet met gliotisch weefsel wordt begrensd.
Schizencephalie
Vraag 67 Bij schizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 68 Kenmerkend voor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Ponsglioom Vergroting van hersenstam of exofytische groei Homogeen hyperintens op T2
Ponsglioom T1   T2
Achterste schedelgroeve RIP’s Komt vaker bij kinderen dan volwassenen voor Top4: Cerebellair astrocytoom Medullablastoom Ponsglioom Ependymoom Nb: cerebellair astrocytoom:  Cysteus +/- aankleurende wandstandige nodule.  Volledig solide
Vraag 68 Kenmerkend voor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule.  A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Vraag 69   Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Conus medullaris Normaal bij kinderen: craniaal of tot niveau L2-L3. Bij tethered cord syndroom ligt het onder niveau L2-L3.  Thetered cord: neurologische en orthopedische aandoeningen geassocieerd met kort dik filum en lage conus
Vraag 69   Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4.   A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Beeld 170 CT-opnames voor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Arterioveneuze fistel tussen een of meerdere cerebrale arterielen en v. van Galen
Beeld 170 CT-opnames voor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Beeld 171 Jongen van 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
Beeld 171 Jongen van 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
 
Beeld 172 De pijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
 
Beeld 172 De pijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet

Kinderradiologie

  • 1.
    Kinderradiologie VGT voorjaar 2011 CGouw
  • 2.
    Vraag 53 Stricturenna een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 3.
    NEC (1/2) Enterocolitis,waarschijnlijk multifactorieel. Mn distale ileum & colon ascendens Voornamelijk bij prematuren op IC, eerste 1-3wkn Patho: afname darmwandperfusie> ischemie>afbraak mucosa>ingang voor bacterien en lucht.
  • 4.
    NEC (2/2) X-boz: normaal dilatatie pneumatosis intestinalis & portaal veneus gas vrij lucht Therapie: NPO Operatie indicicatie: perforatie Strictuur (30-60 dgn! erna): 80% colon, mn flexura lienalis
  • 5.
    Vraag 53 Stricturenna een necrotiserende enterocolitis (NEC) komen vaker voor in het rechter hemi-colon dan in het linker hemi-colon. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 6.
    Vraag 54 Inhet geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 7.
    Pulmonary sling (1/2)Linker a pulm komt uit de rechter en verloopt tussen oesophagus en trachea en comprimeert rechter hoofdbronchus. Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus. Radiologyassistant.nl
  • 8.
    Pulmonary sling (2/2)Anomalie van Li a.pulm Karakteristieke compressie: achterzijde trachea, voorzijde oesophagus Asymmetrische longinflatie tnv Re Geassocieerd met congenitale hartzkt, complete trachearingen,anomalie Re bronchus Donnelly 16
  • 9.
    Vraag 54 Inhet geval van een pulmonary sling verloopt de linker arteria pulmonalis tussen de trachea en de oesophagus. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 10.
    Vraag 55 Karakteristiekvoor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 11.
    Acute laryngotracheobronchitis (1/2)Meest voorkomende bovenste luchtweg obstructie bij kinderen 6 md-3 jaar (dus jonger dan bij epiglottitis!) Parainfluenxa, RSV Blafhoest Spontane genezing na 3-7 dgn X: subglottische vernauwing ‘steeple sign’(AP) distentie van hypopharynx (lateraal) normale epiglottis (lateraal)
  • 12.
  • 13.
    Vraag 55 Karakteristiekvoor acute laryngotracheobronchitis (virale croup) is de zwelling van de epiglottis en aryepiglottische plooien A. Juist B. Onjuist C. Weet niet NB: Verdikte aryepiglottische plooien en epiglottis bij epiglottitis Zeer ernstige bacteriële infectie
  • 14.
    Vraag 56 Zowelpulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. PIE ontstaat eerder dan BPD. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 15.
    PIE vs. BPD(1/2) PIE: Interstitieel lucht in peribronchiale en perivasculaire ruimte. Verhoogde alveolaire druk > perforatie Beademde neonaten <1 e week X: lucencies bubblelike/lineair Complicaties: Pneumothorax. –medist, -pericard. Donelly 32,Weissleder837
  • 16.
    PIE vs. BPD(2/2) BPD Longchade door O2-toxiciteit en barotrauma van respiratoire therapie. Prematuren met langduring O2 support Ontstaat na 2 e week. X: Hazy density en na x wkn bubblelike lucencies
  • 17.
    Vraag 56 Zowelpulmonaal interstitieel emfyseem (PIE) als bronchopulmonale dysplasie (BPD) is een gekende complicatie bij beademde neonaten. PIE ontstaat eerder dan BPD. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 18.
    Vraag 57 Meconiumileus is geassocieerd met cystic fibrosis. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 19.
    Meconium ileus Accumulatievan taai meconium in distale ileus Vrijwel alleen bij CF kind. X: Dunnedarm obstructie ‘ zeepbellen’ patroon (lucht-meconium mix)
  • 20.
    Vraag 57 Meconiumileus is geassocieerd met cystic fibrosis. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 21.
    Vraag 58 Eenmetafyse hoekfractuur is sterker geassocieerd met kindermishandeling dan een epifysiolysis A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 22.
  • 23.
    Corner en buckethandle## Corner# Bucket handle# T ibia, dist femora, prox humeri Vaak bilateraal
  • 24.
    Vraag 58 Eenmetafyse hoekfractuur is sterker geassocieerd met kindermishandeling dan een epifysiolysis A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 25.
    Vraag 59 Eenonderdeel van Tetralogie van Fallot is linkerventrikel hypertrofie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 26.
    Normale cor ontwikkelingTetralogievanfallot.nl
  • 27.
    Tetralogie van Fallot(1/2) Meest voorkomende cyanotische congenitale hartziekte X: boot-shaped heart
  • 28.
    Tetralogie van Fallot(2/2) Rechter ventrikel outflow tract obstructie Ventrikel septum defect Overrijdende aorta Rechter ventrikel hypertrofie
  • 29.
    Vraag 59 Eenonderdeel van Tetralogie van Fallot is linkerventrikel hypertrofie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 30.
    Vraag 60 Biliaireatresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 31.
    Biliaire atresie Congenitaleobstructie van biliaire systeem. Focale/totale afwezigheid van extrahepatische galwegen. Wel aanwezige intrahepatische galwegen. Meerdere subtypes Geassocieerd met trisomie 18 en polysplenie AO: hepatobiliare scintigrafie: geen visualisatie v radiopharmacon excretie in duodenum. T/ chirurgie
  • 32.
    Belangrijkste DD bijpersisterende icterus bij 4 wkn oude baby is neonatale hepatitis, hiervoor namelijk geen operatie geïndiceerd.
  • 33.
    Vraag 60 Biliaireatresie wordt gekenmerkt door vrijwel afwezige intrahepatische galwegen . A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 34.
    Vraag 61 Eenrectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 35.
    M Hirschprung (1/2)Afwezigheid van ganglioncellen (incomplete craniocaudale migratie van embryologische neuroblasten) in distale deel van het colon: denervatie>hypertoniciteit en obstructie Smal kaliber ter plaatse, proximaal gedilateerd. Veel vaker bij jongens Diagnosestelling dmv rectumbiopsie
  • 36.
    M Hirschprung (2/2)Normaal heeft het rectum de breedste diameter van linkszijdige colon Bij m Hirschprung: rectum-sigmoid ratio <1
  • 37.
    Vraag 61 Eenrectum/sigmoid index van >1 maakt de diagnose Hirschsprung zeer onwaarschijnlijk. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 38.
    Vraag 62 Somszijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 39.
    Foetale lobuatie Embryologischbestond de nier uit meerdere lobules die fuseren en groeien. Foetale lobualatie,incomplete fusie van de renale lobules, wordt soms gezien bij volwassenen. US/CT/MR: gladde indentaties van niercortex tussen de pyramides. DD corticale scarring. Dit wordt gezien thv de pyramiden.
  • 40.
  • 41.
    Vraag 62 Somszijn intrekkingen zichtbaar in de buitencontour van een nier. Dit kan zijn ter plaatste van een papil of tussen twee papillen . Bij foetale lobulatie is de intrekking tussen twee papillen in gelegen. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 42.
    Vraag 63 Alseen nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 43.
    Dubbelsysteem Twee ureterendraineren 1 nier Incomplete vs. Complete duplicatie. Complete duplicatie Orthotopische ureter: draineert onderpool en mondt in op normale plek. Ectopische ureter: draineert bovenpool en mondt in mediaal-inferior tov orthotopische ureter(Weigert-Meyer regel).
  • 44.
    Reflux Onderpool Ectopischeinmonding Ureterocele Obstructie Bovenpool
  • 45.
  • 46.
    Vraag 63 Alseen nier een compleet dubbelsysteem heeft, treedt reflux eerder op in het onderpoolssysteem dan in het bovenpoolssysteem. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 47.
    Vraag 64 Deossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 48.
    CRITOE Volgorde: CapitellumRadius Internal epicondyle Trochlea Olecranon External epicondyle
  • 49.
    Vraag 64 Deossificatiekernen rond de elleboog verschijnen volgens een vrij vast patroon. De ossificatiekern van de radiuskop verschijnt eerder dan de ossificatiekern van de trochlea. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 50.
    Vraag 65 Eennormaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 51.
    Septische arthritis Meesturgente diagnose om te excluderen in patiënt met een pijnlijk gewricht vanwege gewrichtsdestructie (dus tijdens de dienst en het Woord valt = aan de bak) X-bekken: insensitief en een normale X sluit het niet uit. Echo: intra-articulair vocht Afwezigheid van intra-articulair vocht sluit septische arthritis uit.
  • 52.
    Vraag 65 Eennormaal X-bekken sluit een septische arthritis van de heup met een 95% waarschijnlijkheid uit. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 53.
    Vraag 66 Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. Dit past bij ischaemie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 54.
    Ischemie en DWI(1/2) Diffusion-weighted imaging Beweging van watermoleculen in weefsel. Bij bewegingsvrijheid > signaalverlies Bij bewegingsrestrictie > meer signaal Apparent diffusion coefficient map Correctie voor andere factoren dan diffusie, die invloed hebben op het DWI beeld. Dus bij diffusierestrictie=hoog signaal op DWI en laag op ADC
  • 55.
    Ischemie en DWI(2/2) Voorbeelden van diffusie restrictie Acute infarct Abces Epidermoid cyste
  • 56.
    Vraag 66 Bij een prematuur wordt 4 dagen na de moeizame geboorte een MRI van de hersenen gemaakt. Er is een gebied zichtbaar met hoog signaal op de DWI en laag signaal op de ADC-map. Dit past bij ischaemie. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 57.
    Vraag 67 Bijschizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 58.
    Schizencephalie Karakteristiek: Spleetwordt begrensd door grijze stof. Dit itt porencephalie waarbij de spleet met gliotisch weefsel wordt begrensd.
  • 59.
  • 60.
    Vraag 67 Bijschizencephalie verloopt een spleet van het ventrikelsysteem naar het hersenoppervlak. Kenmerkend voor schizencephalie is dat deze spleet bekleed is met gliotisch hersenweefsel. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 61.
    Vraag 68 Kenmerkendvoor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 62.
    Ponsglioom Vergroting vanhersenstam of exofytische groei Homogeen hyperintens op T2
  • 63.
  • 64.
    Achterste schedelgroeve RIP’sKomt vaker bij kinderen dan volwassenen voor Top4: Cerebellair astrocytoom Medullablastoom Ponsglioom Ependymoom Nb: cerebellair astrocytoom: Cysteus +/- aankleurende wandstandige nodule. Volledig solide
  • 65.
    Vraag 68 Kenmerkendvoor een ponsglioom is een cysteuze tumor met een aankleurende randnodule. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 66.
    Vraag 69 Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 67.
    Conus medullaris Normaalbij kinderen: craniaal of tot niveau L2-L3. Bij tethered cord syndroom ligt het onder niveau L2-L3. Thetered cord: neurologische en orthopedische aandoeningen geassocieerd met kort dik filum en lage conus
  • 68.
    Vraag 69 Bij een à terme pasgeborene mag de conus medullaris reiken tot niveau L3-L4. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 69.
    Beeld 170 CT-opnamesvoor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 70.
    Arterioveneuze fistel tusseneen of meerdere cerebrale arterielen en v. van Galen
  • 71.
    Beeld 170 CT-opnamesvoor en na intraveneus contrast van een 3-jarig meisje met hoofdpijn. De beelden passen bij een vena Galeni aneurysma. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 72.
    Beeld 171 Jongenvan 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 73.
    Beeld 171 Jongenvan 2 jaar. Beschaduwing op X-thorax gezien. Een neurenterogene cyste is de meest waarschijnlijke diagnose. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 74.
  • 75.
    Beeld 172 Depijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 76.
  • 77.
    Beeld 172 Depijl staat bij de tip van de umbilicale arterielijn. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet

Editor's Notes

  • #4 Oorzaak wrs multifactureel: premature ruptuur van de membranen, preeclampsie, DM, multiparieteit, vroege voeding, ateriele en veneuze navellijnen. Therapie bestaat uit NPO en AB. Perforatie (vaak binnen 36 uur), operatie. Blickman, Req 70 en Donnelly 86
  • #5 Bij perforatie verdenking: li laterale decubitus opname Perforaties: 2/3 gaat gepaard met vrij lucht, 1/3 gepaard met vrij vocht
  • #8 Karateristiek vanwege het feit dat dit de neige vasculaire anomalie tussen trachea en oesophagus.
  • #12 Laterale X maak je om epiglottitis uit te sluiten. (primer 827) Weissleder 827, blickman 14
  • #18 Gezien DD Xthorax bubblelike lucencies.
  • #20 ) Abdominal scout radiograph shows marked distention of the small bowel and a &amp;quot;soap bubble&amp;quot; appearance in the right side of the abdomen (arrows), a finding suggestive of mottled air and feces Weissleder 846, radiograhics, donnelly 92
  • #21 Dit ittt tot meconium plug syndroom: functioneel immatuur colon.
  • #28 Dus probleem met septumplaatsing: asymmetrisch en beide tussenschotten ontmoeten elkaar niet.
  • #32 Donelly 113, weisleder 852, blickman 103
  • #36 Rectum en viarable amount van meer proximale colon zijn aangedaan. GEEn skip lesions Donelly 94, weissleder 850
  • #40 Radiopaedia.org
  • #41 Arch Dis Child Educ Pract Ed 2007; 92: ep152-ep158 doi:10.1136/adc.2007.126680 Illuminations Renal revision: from lobulation to duplication—what is normal? Helen Williams
  • #45 Learningradiology.com Weissleder857 Donelly 132
  • #52 Soms kan je op X tekenen zien van iets wijdere gewrichtsspleet, verplaatsing van het femur en afwezige fatplanes tussen spieren. Donnelly 193
  • #56 Radiologyassistant Donnelly 215
  • #58 Subarachnoidale ruimte-laterale centrikel. Bevat liquor. Migratie anomalie
  • #59 Porenecpahalie: post infarct of post hemorrhagisch
  • #60 Schizencephaly associated with psychosis Robert C Alexander a , Ashwin A Patkar b , Jocelyne S Lapointe c , Sean W Flynn d , William G Honer d
  • #64 www.pedsoncologyeducation.com
  • #71 : CT angiography axial image showing enlarged median prosencephalic vein ( large arrow) with multiple arterial feeders ( small arrows). www.ispub.com
  • #75 http://www.ajronline.org/content/194/3_Supplement/S26/F35.expansion