Neurovragen deel 2April 2011
Vraag 119Onderscheid tussen een lacunair infarct en een Virchow-Robin ruimte kan beter met FLAIR-gewogen MRI-opnamen dan met T2-gewogen MRI-opnamen worden gemaakt.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Virchow robin spacesInvaginaties van de subarachnoidale ruimte in het brein, geassocieerd met leptomeningeale vaten. Basale kernenCentrum semiovaleNabij de commisura anteriorIn de corona radiataPeri-insulair
Virchow robin spacesMeestal volgen zij de signaalintensiteit van CSFHypointens op T1 en PDHyperintens op T2Hypointens op FLAIRDe FLAIR is de beste onderscheidende sequentie tov witte stof laesies omdat perivasculaire ruimten isointens blijven tov CSF terwijl ws-laesies hyperintens zijn.
Virchow robin spaces vs lacunair infarctVerwarrend is dat een vasculaire lacune op een virchow robin space kan lijken op de FLAIRBeiden zijn hypointens op de FLAIRRequesists blz 345
Vraag 119Onderscheid tussen een lacunair infarct en een Virchow-Robin ruimte kan beter met FLAIR-gewogen MRI-opnamen dan met T2-gewogen MRI-opnamen worden gemaakt.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 120De gyrus precentralis heeft een motorische functie.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Gyrus precentralis ligt net ventraal van de sulcus centralis
Vraag 120De gyrus precentralis heeft een motorische functie.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 121Een 21-jarige man heeft last van spierstijfheid en ataxie van de romp en vertoont choreatische bewegingen. Op een MRI van de hersenen ziet u ijzerdeposities in de basale ganglia met een focaal gebiedje van verhoogd signaal op de T2-gewogen opnamen in de globus pallidus; het ‘eye-of-the-tiger’ sign.De ziekte van Hallervorden-Spatz is waarschijnlijker dan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Creutzfeld-JacobSnel progressieve, zeldzame dementerende ziekte 7e decade80% normale CT20% heeft snel progressieve atrofieMRI (80% afwijkingen)Billaterale, symmetrische verhoogde SI in putamen en nuclei caudatus op T2Later: atrofie + verhoogde SI in alle basale kernen, thalamus en occiptale cortex
Ziekte van Hallervorden-SpatzAutosomaal recessieve ziekteProgressieve dementie + spasmenKarakteristiek is de accumulatie van ijzer in de globus pallidus, nucleus ruber, en substantia nigraMR:Verlaagde SI op T2Soms ook verhoogde SI in globus pallidus en wittestof door gliosis en demyelinisatieEye of the tiger sign: dramatische ijzerstapeling in de basale kernen met een centrale spot van verhoogde SI in de globus pallidus op T2
MRI image shows iron deposits in the basal ganglia, the so-called eye-of-the-tiger sign
Vraag 121Een 21-jarige man heeft last van spierstijfheid en ataxie van de romp en vertoont choreatische bewegingen. Op een MRI van de hersenen ziet u ijzerdeposities in de basale ganglia met een focaal gebiedje van verhoogd signaal op de T2-gewogen opnamen in de globus pallidus; het ‘eye-of-the-tiger’ sign.De ziekte van Hallervorden-Spatz is waarschijnlijker dan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 122Op een MRI van de hersenen ziet u een cysteuze structuur in de sella turcica, met suprasellaire uitbreiding. U maakt aanvullend een CT-scan. Deze toont calcificaties in de wand van de laesie.Deze laatste bevinding maakt een Rathke cleft cyste minder waarschijnlijk.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Rathke’s cleft cystEmbryologische overblijfsel van Rathke’s pouch (neuroectoderm dat opstijgt van de mondholte naar de sella om een deel van de hypofyse te vormen)Kan compressie geven op hypofyseweefsel en daardoor klachten geven als hypopituitarisme, diabetes insipidus, hoofdpijn en gezichtsvelduitvalMeestal asymptomatisch
Rathke’s cleft cystMR:Goed afgensbare massa’sHoge of lage SI op T1 (mucineuze proteinen)Hoog SI op T2CT:HypodensVaak niet aankleurend
Rathke’s cleft cystDD: craniopharyngioom en hypofysebloedingAanwezigheid van calcificaties, solide componenten en/of aankleurende delen maakt een Rathke’s cyste meer onwaarschijnlijkBehandeling: aspiratie of verwijdering
Vraag 122Op een MRI van de hersenen ziet u een cysteuze structuur in de sella turcica, met suprasellaire uitbreiding. U maakt aanvullend een CT-scan. Deze toont calcificaties in de wand van de laesie.Deze laatste bevinding maakt een Rathke cleft cyste minder waarschijnlijk.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 123Bij partiële agenesie van het corpus callosum ontbreekt vaker het genu dan het splenium.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Ontwikkeling corpus callosumAgenesie in 0.7%Toevallen en mentale retardatieOntwikkeling van anterieur genu naar posterieur spleniumHet rostrum is het laatse deel dat wordt aangelegdHierdoor bij partiele agenesie is het splenium afwezig of splenium + rostrum
Corpus callosum agenesieGeassocieerd met:ColpocephalieHigh-riding 3e ventrikelIncomplete formatie van de hypocampusInterhemisferische cyste of lipoomAfwezigheid van gyrus cingulatusAfwezig septum pellucidum
Vraag 123Bij partiële agenesie van het corpus callosum ontbreekt vaker het genu dan het splenium.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 124Bij lissencefalie is er sprake van een vergroot aantal gyri en sulci.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
lissencephalyPachygyria (incomplete lissencephalie)Korte, brede, vervette gyri Congenitale abnormaliteit waarbij de sulci en gyri niet normaal zijn ontwikkeldAgyri  (complete lissencephaly):Geen sulci zijn gevormdDoor abnormale vorming van de oppervlakkige cortexCMV infectie geeft kans op pachygyria
Vraag 124Bij lissencefalie is er sprake van een vergroot aantal gyri en sulci.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 125Bij het Dandy-Walker syndroom is de achterste schedelgroeve in het merendeel der gevallen vergroot.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet 
Dandy WalkerDandy-walker malformatieDandy-Walker variantMega cisterna MagnaObstructie van CSF outflow door foramen van Magendie en LushkaHierdoor uitzetting 4e ventrikel en protrusie tussen cerebellaire hemisferenHierdoor kan de vermis niet worden gevormd en wordt de fossa posterior groter
Vraag 125Bij het Dandy-Walker syndroom is de achterste schedelgroeve in het merendeel der gevallen vergroot.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet 
Vraag 126De meerderheid van de patiënten met een Chiari II-malformatie heeft tevens een tethered cord. A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Chiari malformatiesChiari-I: verplaatsing van cerebellaire tonsillen onder het foramen magnum (>5mm)Chiari-III: encephalocele en Chiari-II bevindingenChiari-IV: ernstige cerebellaire hypoplasie
Chiari-II malformatieMeest voorkomende= Arnold Chiari malformatieAbnormale neurolatie heeft als gevolg een kleine fossa posterior, verplaatsen van de hersenstam naar caudaal en herniatie van dde tonsillen en vermis door het foramen magnum, myelomeningocele4e ventrikel wordt gecomprimeerd waardoor hydrocephalus
Chiari-II malformatieBij bijna iedereen:Tethered cord met lumbosarcrale  myelocele of meningomyeloceleEvt een lipoom van het filum
Vraag 126De meerderheid van de patiënten met een Chiari II-malformatie heeft tevens een tethered cord. A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 127Neurofibromatosis type I (de ziekte van Von Recklinghausen) is geassocieerd met het schwannoom van de nervus vestibulocochlearis.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
NF-150% autosomaal dominant2 of meer van de volgende bevindingen:>6 café au lait vlekken2 of meer Lisch nodules (hamartomen)2 of meer neurofibromen of 1 of meer plexiforme neurofibromenAxilaire of inguinale sproeten1 of meer ossale dysplasien of pseudoartroseNervus opticus glioomEen eerstegraads familielid met NF-1
NF-IINF-I:NF-II   10:1‘MIS ME’MultipleInheritedSchwannomas (nVIII)MeningeomasEpendimomas
Vraag 127Neurofibromatosis type I (de ziekte van Von Recklinghausen) is geassocieerd met het schwannoom van de nervus vestibulocochlearis.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 128Durale ectasieën zijn onder andere geassocieerd met de ziekte van Marfan.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
MarfanAorta dillatatieAorta dissectieCoactatioLens dislocatieArachnodactilyPectus excavatumOsteopenieDolichocephaly
Pes planus
Scoliose
Ligamenteuze laxiteit
Glaucoom
Mitraalklep regurgitatie
Blauwe scleraeMarfanDurale ectasien kunnen worden gezien bij Marfan (ook bij NF-I)Hierbij:Verwijding van het kanaalVerdunning van het bot ter plaatseVerwijding van de neuroforaminaVergrootte interpediculaire afstandMeningocele formatie
Vraag 128Durale ectasieën zijn onder andere geassocieerd met de ziekte van Marfan.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 129Zowel M. Forestier (Diffuse Idiopathische Skelet Hyperostosis, DISH) als M. Bechterew (spondylitis ankylopoëtica) worden gekenmerkt door een rigiditeit van de wervelkolom met overbruggende calcificaties op de röntgenfoto van de wervelkolom. Indien de verkalkingen een golvend verloop vertonen, met telkens een anterieure uitbochting op het niveau van de discus, pleit dit meer voor Bechterew.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
DISHOssificatie langs de anterieure (en in mindere mate laterale) aspect van de wervelkolomHyperostosis op de lokaties waar pezen en ligamenten aanhechtenLigamenteuze ossificatiePara-articulaire osteofyten
DISHCriteria:Ossale overbrugging (osteofytformatie) ter plaatse van 4 of meer aaneensluitende wervelcorporaTussenwervelruimte blijft behoudenGeen SI-itis of facet-ankyloseringVan anterieur heeft de wervelkolom een ‘bumpy’ uiterlijk waarbij het meeste bot is gevormd ter plaatse van de discusPosterieure osteofyten zijn zeldzaam
Verschil DISH & M.BechterwDe ossificatie is aanwezig in het anterieure longitudinale ligamentTussenwervelruimte is behoudenFacet gewrichten zijn niet aangedaanGeassocieerd met SI-itisSquaring van de wervelcorporaFacet gewrichten zijn aangedaanSyndesmofyt formatie (bamboo spine)
DISH
Vraag 129Zowel M. Forestier (Diffuse Idiopathische Skelet Hyperostosis, DISH) als M. Bechterew (spondylitis ankylopoëtica) worden gekenmerkt door een rigiditeit van de wervelkolom met overbruggende calcificaties op de röntgenfoto van de wervelkolom. Indien de verkalkingen een golvend verloop vertonen, met telkens een anterieure uitbochting op het niveau van de discus, pleit dit meer voor Bechterew.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Vraag 130Astrocytomen en ependymomen zijn de twee meest voorkomende primaire neoplasmata van het ruggenmerg.In vergelijking met astrocytomen nemen ependymomen gemiddeld meer lengte van het ruggenmerg in.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Astrocytomen40% van spinale tumorenMeest voorkomend bij kinderen + volwassenen 3-5de decadeTWK meest aangedaanHypercellulaire tumoren, groot, vaak niet goed afgrensbaarVaak is het hele wervelkanaal aangedaan
Astrocytomen (2)Gemiddelde lengte 7 wervelcorportaKunnen cysteuze component bevattenHemorrhagie ongewoonVaak aankleuring, kan inhomogeen (itt eopendymoom)Geassocieerd met NF1
EpendymomenVaak meer focaalGemiddeld 3.6 wervelcorpora lang (kan tot 15)Geassocieerd met NF2Goed afgrensbaarKan hemorrhagieVaak oedeem rondom de tumorAankleuring, scherp afgrensbaarMeest vaak de CWK5 jaars overleving 80%
ependymoomastrocytoom
Vraag 130Astrocytomen en ependymomen zijn de twee meest voorkomende primaire neoplasmata van het ruggenmerg.In vergelijking met astrocytomen nemen ependymomen gemiddeld meer lengte van het ruggenmerg in.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
184. T1-gewogen MRI-opname zonder gadolinium en een tweetal gradiënt- echo MRI-opnamen.De bloeding links occipitaal is waarschijnlijk het gevolg van hypertensie en niet van amyloïd angiopathie.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
Deze bloeding bevindt zich corticaal.Hypertensieve bloeding voorkeursplek:2/3 Basale kernenAmyloide angiopathieNeerslag van amyloide in de media en adventitia van de kleine en medium-sized vaten in de cerebrale cortex en leptomeningenBasale kernen blijven gespraardNiet geassocieerd met systemische amyloidose
184. T1-gewogen MRI-opname zonder gadolinium en een tweetal gradiënt- echo MRI-opnamen.De bloeding links occipitaal is waarschijnlijk het gevolg van hypertensie en niet van amyloïd angiopathie.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
185. CT-opname in botsetting en T1-gewogen MRI-opname van een laesie rechts frontaal.De usurering van het schedelbot pleit tegen de diagnose arachnoïdale cyste.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet 
Arachnoidale cysteIsointens tov CSF op alle sequentiesCorticale venen worden verplaatstBone remoddeling komt voorBot kan dunner worden of geremoddeld waarschijnlijk door pulsaties of langzame groei
185. CT-opname in botsetting en T1-gewogen MRI-opname van een laesie rechts frontaal.De usurering van het schedelbot pleit tegen de diagnose arachnoïdale cyste.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet 
186. Transversale T2- en FLAIR-gewogen MRI-opnamen, sagittale T1-gewogen MRI-opname na toediening van gadolinium.De meest waarschijnlijke diagnose is medulloblastoom.
Tumor fossa posteriorMidlineSolide tumor4e ventrikel met uitbreiding in foramina van LushkaHydrocephalus4e ventrikel niet verplaatst
Pediatric Infratentoriele neoplasmata
186. Transversale T2- en FLAIR-gewogen MRI-opnamen, sagittale T1-gewogen MRI-opname na toediening van gadolinium.De meest waarschijnlijke diagnose is medulloblastoom.onjuist
187. Transversale FLAIR-gewogen MRI-opname, coronale en sagittale T1-gewogen MRI-opnamen na gadolinium.Het beeld past goed bij sarcoïdoseA. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
sarcoidoseMeest voorkomende presentatie:Chronische basale leptomeningitis met betrokkenheid van de thalamus, hypofysesteel, nervus opticus en chiasmaEvt parenchymateuze nodules
187. Transversale FLAIR-gewogen MRI-opname, coronale en sagittale T1-gewogen MRI-opnamen na gadolinium.Het beeld past goed bij sarcoïdoseA. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet
188. Zie onderstaande sagittale T2-gewogen MRI-opname.De structuur aangewezen met de pijl is het tectum.A. Juist			B. Onjuist		C. Weet niet

Neurovragen deel 2[1]

  • 1.
  • 2.
    Vraag 119Onderscheid tusseneen lacunair infarct en een Virchow-Robin ruimte kan beter met FLAIR-gewogen MRI-opnamen dan met T2-gewogen MRI-opnamen worden gemaakt.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 3.
    Virchow robin spacesInvaginatiesvan de subarachnoidale ruimte in het brein, geassocieerd met leptomeningeale vaten. Basale kernenCentrum semiovaleNabij de commisura anteriorIn de corona radiataPeri-insulair
  • 4.
    Virchow robin spacesMeestalvolgen zij de signaalintensiteit van CSFHypointens op T1 en PDHyperintens op T2Hypointens op FLAIRDe FLAIR is de beste onderscheidende sequentie tov witte stof laesies omdat perivasculaire ruimten isointens blijven tov CSF terwijl ws-laesies hyperintens zijn.
  • 5.
    Virchow robin spacesvs lacunair infarctVerwarrend is dat een vasculaire lacune op een virchow robin space kan lijken op de FLAIRBeiden zijn hypointens op de FLAIRRequesists blz 345
  • 6.
    Vraag 119Onderscheid tusseneen lacunair infarct en een Virchow-Robin ruimte kan beter met FLAIR-gewogen MRI-opnamen dan met T2-gewogen MRI-opnamen worden gemaakt.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 7.
    Vraag 120De gyrusprecentralis heeft een motorische functie.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 8.
    Gyrus precentralis ligtnet ventraal van de sulcus centralis
  • 10.
    Vraag 120De gyrusprecentralis heeft een motorische functie.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 11.
    Vraag 121Een 21-jarigeman heeft last van spierstijfheid en ataxie van de romp en vertoont choreatische bewegingen. Op een MRI van de hersenen ziet u ijzerdeposities in de basale ganglia met een focaal gebiedje van verhoogd signaal op de T2-gewogen opnamen in de globus pallidus; het ‘eye-of-the-tiger’ sign.De ziekte van Hallervorden-Spatz is waarschijnlijker dan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 12.
    Creutzfeld-JacobSnel progressieve, zeldzamedementerende ziekte 7e decade80% normale CT20% heeft snel progressieve atrofieMRI (80% afwijkingen)Billaterale, symmetrische verhoogde SI in putamen en nuclei caudatus op T2Later: atrofie + verhoogde SI in alle basale kernen, thalamus en occiptale cortex
  • 14.
    Ziekte van Hallervorden-SpatzAutosomaalrecessieve ziekteProgressieve dementie + spasmenKarakteristiek is de accumulatie van ijzer in de globus pallidus, nucleus ruber, en substantia nigraMR:Verlaagde SI op T2Soms ook verhoogde SI in globus pallidus en wittestof door gliosis en demyelinisatieEye of the tiger sign: dramatische ijzerstapeling in de basale kernen met een centrale spot van verhoogde SI in de globus pallidus op T2
  • 15.
    MRI image showsiron deposits in the basal ganglia, the so-called eye-of-the-tiger sign
  • 16.
    Vraag 121Een 21-jarigeman heeft last van spierstijfheid en ataxie van de romp en vertoont choreatische bewegingen. Op een MRI van de hersenen ziet u ijzerdeposities in de basale ganglia met een focaal gebiedje van verhoogd signaal op de T2-gewogen opnamen in de globus pallidus; het ‘eye-of-the-tiger’ sign.De ziekte van Hallervorden-Spatz is waarschijnlijker dan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 17.
    Vraag 122Op eenMRI van de hersenen ziet u een cysteuze structuur in de sella turcica, met suprasellaire uitbreiding. U maakt aanvullend een CT-scan. Deze toont calcificaties in de wand van de laesie.Deze laatste bevinding maakt een Rathke cleft cyste minder waarschijnlijk.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 18.
    Rathke’s cleft cystEmbryologischeoverblijfsel van Rathke’s pouch (neuroectoderm dat opstijgt van de mondholte naar de sella om een deel van de hypofyse te vormen)Kan compressie geven op hypofyseweefsel en daardoor klachten geven als hypopituitarisme, diabetes insipidus, hoofdpijn en gezichtsvelduitvalMeestal asymptomatisch
  • 19.
    Rathke’s cleft cystMR:Goedafgensbare massa’sHoge of lage SI op T1 (mucineuze proteinen)Hoog SI op T2CT:HypodensVaak niet aankleurend
  • 20.
    Rathke’s cleft cystDD:craniopharyngioom en hypofysebloedingAanwezigheid van calcificaties, solide componenten en/of aankleurende delen maakt een Rathke’s cyste meer onwaarschijnlijkBehandeling: aspiratie of verwijdering
  • 21.
    Vraag 122Op eenMRI van de hersenen ziet u een cysteuze structuur in de sella turcica, met suprasellaire uitbreiding. U maakt aanvullend een CT-scan. Deze toont calcificaties in de wand van de laesie.Deze laatste bevinding maakt een Rathke cleft cyste minder waarschijnlijk.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 22.
    Vraag 123Bij partiëleagenesie van het corpus callosum ontbreekt vaker het genu dan het splenium.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 23.
    Ontwikkeling corpus callosumAgenesiein 0.7%Toevallen en mentale retardatieOntwikkeling van anterieur genu naar posterieur spleniumHet rostrum is het laatse deel dat wordt aangelegdHierdoor bij partiele agenesie is het splenium afwezig of splenium + rostrum
  • 26.
    Corpus callosum agenesieGeassocieerdmet:ColpocephalieHigh-riding 3e ventrikelIncomplete formatie van de hypocampusInterhemisferische cyste of lipoomAfwezigheid van gyrus cingulatusAfwezig septum pellucidum
  • 27.
    Vraag 123Bij partiëleagenesie van het corpus callosum ontbreekt vaker het genu dan het splenium.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 28.
    Vraag 124Bij lissencefalieis er sprake van een vergroot aantal gyri en sulci.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 29.
    lissencephalyPachygyria (incomplete lissencephalie)Korte,brede, vervette gyri Congenitale abnormaliteit waarbij de sulci en gyri niet normaal zijn ontwikkeldAgyri (complete lissencephaly):Geen sulci zijn gevormdDoor abnormale vorming van de oppervlakkige cortexCMV infectie geeft kans op pachygyria
  • 31.
    Vraag 124Bij lissencefalieis er sprake van een vergroot aantal gyri en sulci.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 32.
    Vraag 125Bij hetDandy-Walker syndroom is de achterste schedelgroeve in het merendeel der gevallen vergroot.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet 
  • 33.
    Dandy WalkerDandy-walker malformatieDandy-WalkervariantMega cisterna MagnaObstructie van CSF outflow door foramen van Magendie en LushkaHierdoor uitzetting 4e ventrikel en protrusie tussen cerebellaire hemisferenHierdoor kan de vermis niet worden gevormd en wordt de fossa posterior groter
  • 36.
    Vraag 125Bij hetDandy-Walker syndroom is de achterste schedelgroeve in het merendeel der gevallen vergroot.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet 
  • 37.
    Vraag 126De meerderheidvan de patiënten met een Chiari II-malformatie heeft tevens een tethered cord. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 38.
    Chiari malformatiesChiari-I: verplaatsingvan cerebellaire tonsillen onder het foramen magnum (>5mm)Chiari-III: encephalocele en Chiari-II bevindingenChiari-IV: ernstige cerebellaire hypoplasie
  • 39.
    Chiari-II malformatieMeest voorkomende=Arnold Chiari malformatieAbnormale neurolatie heeft als gevolg een kleine fossa posterior, verplaatsen van de hersenstam naar caudaal en herniatie van dde tonsillen en vermis door het foramen magnum, myelomeningocele4e ventrikel wordt gecomprimeerd waardoor hydrocephalus
  • 40.
    Chiari-II malformatieBij bijnaiedereen:Tethered cord met lumbosarcrale myelocele of meningomyeloceleEvt een lipoom van het filum
  • 41.
    Vraag 126De meerderheidvan de patiënten met een Chiari II-malformatie heeft tevens een tethered cord. A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 42.
    Vraag 127Neurofibromatosis typeI (de ziekte van Von Recklinghausen) is geassocieerd met het schwannoom van de nervus vestibulocochlearis.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 43.
    NF-150% autosomaal dominant2of meer van de volgende bevindingen:>6 café au lait vlekken2 of meer Lisch nodules (hamartomen)2 of meer neurofibromen of 1 of meer plexiforme neurofibromenAxilaire of inguinale sproeten1 of meer ossale dysplasien of pseudoartroseNervus opticus glioomEen eerstegraads familielid met NF-1
  • 44.
    NF-IINF-I:NF-II 10:1‘MIS ME’MultipleInheritedSchwannomas (nVIII)MeningeomasEpendimomas
  • 45.
    Vraag 127Neurofibromatosis typeI (de ziekte van Von Recklinghausen) is geassocieerd met het schwannoom van de nervus vestibulocochlearis.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 46.
    Vraag 128Durale ectasieënzijn onder andere geassocieerd met de ziekte van Marfan.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 47.
    MarfanAorta dillatatieAorta dissectieCoactatioLensdislocatieArachnodactilyPectus excavatumOsteopenieDolichocephaly
  • 48.
  • 49.
  • 50.
  • 51.
  • 52.
  • 53.
    Blauwe scleraeMarfanDurale ectasienkunnen worden gezien bij Marfan (ook bij NF-I)Hierbij:Verwijding van het kanaalVerdunning van het bot ter plaatseVerwijding van de neuroforaminaVergrootte interpediculaire afstandMeningocele formatie
  • 54.
    Vraag 128Durale ectasieënzijn onder andere geassocieerd met de ziekte van Marfan.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 55.
    Vraag 129Zowel M.Forestier (Diffuse Idiopathische Skelet Hyperostosis, DISH) als M. Bechterew (spondylitis ankylopoëtica) worden gekenmerkt door een rigiditeit van de wervelkolom met overbruggende calcificaties op de röntgenfoto van de wervelkolom. Indien de verkalkingen een golvend verloop vertonen, met telkens een anterieure uitbochting op het niveau van de discus, pleit dit meer voor Bechterew.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 56.
    DISHOssificatie langs deanterieure (en in mindere mate laterale) aspect van de wervelkolomHyperostosis op de lokaties waar pezen en ligamenten aanhechtenLigamenteuze ossificatiePara-articulaire osteofyten
  • 57.
    DISHCriteria:Ossale overbrugging (osteofytformatie)ter plaatse van 4 of meer aaneensluitende wervelcorporaTussenwervelruimte blijft behoudenGeen SI-itis of facet-ankyloseringVan anterieur heeft de wervelkolom een ‘bumpy’ uiterlijk waarbij het meeste bot is gevormd ter plaatse van de discusPosterieure osteofyten zijn zeldzaam
  • 58.
    Verschil DISH &M.BechterwDe ossificatie is aanwezig in het anterieure longitudinale ligamentTussenwervelruimte is behoudenFacet gewrichten zijn niet aangedaanGeassocieerd met SI-itisSquaring van de wervelcorporaFacet gewrichten zijn aangedaanSyndesmofyt formatie (bamboo spine)
  • 59.
  • 60.
    Vraag 129Zowel M.Forestier (Diffuse Idiopathische Skelet Hyperostosis, DISH) als M. Bechterew (spondylitis ankylopoëtica) worden gekenmerkt door een rigiditeit van de wervelkolom met overbruggende calcificaties op de röntgenfoto van de wervelkolom. Indien de verkalkingen een golvend verloop vertonen, met telkens een anterieure uitbochting op het niveau van de discus, pleit dit meer voor Bechterew.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 61.
    Vraag 130Astrocytomen enependymomen zijn de twee meest voorkomende primaire neoplasmata van het ruggenmerg.In vergelijking met astrocytomen nemen ependymomen gemiddeld meer lengte van het ruggenmerg in.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 62.
    Astrocytomen40% van spinaletumorenMeest voorkomend bij kinderen + volwassenen 3-5de decadeTWK meest aangedaanHypercellulaire tumoren, groot, vaak niet goed afgrensbaarVaak is het hele wervelkanaal aangedaan
  • 63.
    Astrocytomen (2)Gemiddelde lengte7 wervelcorportaKunnen cysteuze component bevattenHemorrhagie ongewoonVaak aankleuring, kan inhomogeen (itt eopendymoom)Geassocieerd met NF1
  • 64.
    EpendymomenVaak meer focaalGemiddeld3.6 wervelcorpora lang (kan tot 15)Geassocieerd met NF2Goed afgrensbaarKan hemorrhagieVaak oedeem rondom de tumorAankleuring, scherp afgrensbaarMeest vaak de CWK5 jaars overleving 80%
  • 65.
  • 66.
    Vraag 130Astrocytomen enependymomen zijn de twee meest voorkomende primaire neoplasmata van het ruggenmerg.In vergelijking met astrocytomen nemen ependymomen gemiddeld meer lengte van het ruggenmerg in.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 67.
    184. T1-gewogen MRI-opnamezonder gadolinium en een tweetal gradiënt- echo MRI-opnamen.De bloeding links occipitaal is waarschijnlijk het gevolg van hypertensie en niet van amyloïd angiopathie.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 68.
    Deze bloeding bevindtzich corticaal.Hypertensieve bloeding voorkeursplek:2/3 Basale kernenAmyloide angiopathieNeerslag van amyloide in de media en adventitia van de kleine en medium-sized vaten in de cerebrale cortex en leptomeningenBasale kernen blijven gespraardNiet geassocieerd met systemische amyloidose
  • 69.
    184. T1-gewogen MRI-opnamezonder gadolinium en een tweetal gradiënt- echo MRI-opnamen.De bloeding links occipitaal is waarschijnlijk het gevolg van hypertensie en niet van amyloïd angiopathie.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 70.
    185. CT-opname inbotsetting en T1-gewogen MRI-opname van een laesie rechts frontaal.De usurering van het schedelbot pleit tegen de diagnose arachnoïdale cyste.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet 
  • 71.
    Arachnoidale cysteIsointens tovCSF op alle sequentiesCorticale venen worden verplaatstBone remoddeling komt voorBot kan dunner worden of geremoddeld waarschijnlijk door pulsaties of langzame groei
  • 72.
    185. CT-opname inbotsetting en T1-gewogen MRI-opname van een laesie rechts frontaal.De usurering van het schedelbot pleit tegen de diagnose arachnoïdale cyste.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet 
  • 73.
    186. Transversale T2-en FLAIR-gewogen MRI-opnamen, sagittale T1-gewogen MRI-opname na toediening van gadolinium.De meest waarschijnlijke diagnose is medulloblastoom.
  • 74.
    Tumor fossa posteriorMidlineSolidetumor4e ventrikel met uitbreiding in foramina van LushkaHydrocephalus4e ventrikel niet verplaatst
  • 75.
  • 76.
    186. Transversale T2-en FLAIR-gewogen MRI-opnamen, sagittale T1-gewogen MRI-opname na toediening van gadolinium.De meest waarschijnlijke diagnose is medulloblastoom.onjuist
  • 77.
    187. Transversale FLAIR-gewogenMRI-opname, coronale en sagittale T1-gewogen MRI-opnamen na gadolinium.Het beeld past goed bij sarcoïdoseA. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 79.
    sarcoidoseMeest voorkomende presentatie:Chronischebasale leptomeningitis met betrokkenheid van de thalamus, hypofysesteel, nervus opticus en chiasmaEvt parenchymateuze nodules
  • 80.
    187. Transversale FLAIR-gewogenMRI-opname, coronale en sagittale T1-gewogen MRI-opnamen na gadolinium.Het beeld past goed bij sarcoïdoseA. Juist B. Onjuist C. Weet niet
  • 81.
    188. Zie onderstaandesagittale T2-gewogen MRI-opname.De structuur aangewezen met de pijl is het tectum.A. Juist B. Onjuist C. Weet niet