Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

2019 Feb 24 - 19:00 -ds. Rozeboom - Wat kun je doen?

16 views

Published on

Ds. Rozeboom over Esther 8 en 9

Published in: Spiritual
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

2019 Feb 24 - 19:00 -ds. Rozeboom - Wat kun je doen?

  1. 1. Welkom Thema: wat kun je doen? Voorganger: Ds. Piet Rozeboom Organist: Johannes de Vries
  2. 2. Lied voor de Dienst: Gezang 393: De dag, door uwe gunst ontvangen,
  3. 3. De dag, door uwe gunst ontvangen (LvdK 393) v. J. van der Waals; m. C.C. Scholefield
  4. 4. De dag, door uwe gunst ontvangen (LvdK 393) v. J. van der Waals; m. C.C. Scholefield
  5. 5. De dag, door uwe gunst ontvangen (LvdK 393) v. J. van der Waals; m. C.C. Scholefield
  6. 6. De dag, door uwe gunst ontvangen (LvdK 393) v. J. van der Waals; m. C.C. Scholefield
  7. 7. Welkom Thema: wat kun je doen? Voorganger: Ds. Piet Rozeboom Organist: Johannes de Vries
  8. 8. Mededelingen Intochtslied: Psalm 99: 1 en 3 God is Koning, Hij sticht zijn heerschappij.
  9. 9. Psalm 99 (LvdK) t. A.C. den Besten; m. Genève 1562
  10. 10. Psalm 99 (LvdK) t. A.C. den Besten; m. Genève 1562
  11. 11. Stil gebed Aanvangswoord en groet Zingen als glorialied: Psalm 99: 8
  12. 12. Psalm 99 (LvdK) t. A.C. den Besten; m. Genève 1562
  13. 13. Overweging Zingen Gezang 285: 1, 2 en 3 Geef vrede, Heer, geef vrede,
  14. 14. Geef vrede, Heer, geef vrede (LvdK 285) t. J. Nooter; m. anoniem 1539
  15. 15. Geef vrede, Heer, geef vrede (LvdK 285) t. J. Nooter; m. anoniem 1539
  16. 16. Geef vrede, Heer, geef vrede (LvdK 285) t. J. Nooter; m. anoniem 1539
  17. 17. Geef vrede, Heer, geef vrede (LvdK 285) t. J. Nooter; m. anoniem 1539
  18. 18. Geef vrede, Heer, geef vrede (LvdK 285) t. J. Nooter; m. anoniem 1539
  19. 19. Geef vrede, Heer, geef vrede (LvdK 285) t. J. Nooter; m. anoniem 1539
  20. 20. Gebed om de Heilige Geest Schriftlezing: Ester 8: 3 - 8 Bevelschrift ten gunste van de Joden (NBV)
  21. 21. 3 Opnieuw wendde Ester zich tot de koning. Huilend viel ze aan zijn voeten en smeekte hem het verderfelijke plan te verijdelen dat Haman, de nakomeling van Agag, tegen de Joden had beraamd. 4 De koning stak Ester de gouden scepter toe, waarna ze opstond, voor de koning ging staan
  22. 22. 5 en zei: ‘Als het de koning goeddunkt en hij mij goedgezind is, als het de koning juist lijkt en hij op mij gesteld is, laat er dan een schrijven uitgaan dat de brieven herroept die geschreven zijn door Haman, de zoon van Hammedata, de nakomeling van Agag, waarin zijn plan staat om in alle provincies van het rijk de Joden uit te roeien. 6 Want hoe zou ik het onheil dat mijn volk treft kunnen aanzien? Hoe zou ik het uitroeien van mijn familie kunnen aanzien?’
  23. 23. 7 Koning Ahasveros zei tegen koningin Ester en tegen de Jood Mordechai: ‘Hamans bezittingen heb ik al aan Ester gegeven en hijzelf is aan de paal gehangen omdat hij de Joden om het leven wilde brengen. 8 Stel nu zelf, in naam van de koning, een verordening op schrift die volgens u in het belang van de Joden is, en verzegel die met de koninklijke zegelring. Want wat geschreven is in naam van de koning en verzegeld met de zegelring van de koning kan niet worden herroepen.’
  24. 24. Zingen Gezang 21: 3 en 5 (Welgelukzalig is ieder te noemen,)
  25. 25. Alles wat adem heeft love de Here (LB 146c) v. A. den Besten; m. Ansbach 1664
  26. 26. Alles wat adem heeft love de Here (LB 146c) v. A. den Besten; m. Ansbach 1664
  27. 27. Alles wat adem heeft love de Here (LB 146c) v. A. den Besten; m. Ansbach 1664
  28. 28. Alles wat adem heeft love de Here (LB 146c) v. A. den Besten; m. Ansbach 1664
  29. 29. Schriftlezing: Ester 9: 1 - 10 De vijanden verslagen Ester 9: 20 - 23 Voorschriften voor het poeriemfeest (NBV)
  30. 30. 1 De dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, brak aan, de dag waarop het bevel en de wet van de koning zouden worden uitgevoerd, de dag waarop de vijanden van de Joden hen in hun macht hoopten te krijgen. Maar het omgekeerde gebeurde: het waren juist de Joden die hun belagers in hun macht kregen. 2 Die dag sloten de Joden zich in alle steden aaneen, in alle provincies van koning Ahasveros’ rijk, om hen die op hun ondergang uit waren om te brengen. Niemand hield stand tegen de Joden, want angst voor hen had zich van alle volken meester gemaakt.
  31. 31. 3 De hoofden van alle provincies, de satrapen, de gouverneurs en de koninklijke ambtenaren steunden de Joden uit angst voor Mordechai. 4 Mordechai had immers een hoge positie in het paleis en zijn faam verbreidde zich over alle provincies; hij werd hoe langer hoe machtiger. 5 De Joden sloegen met het zwaard op al hun vijanden in en zaaiden dood en verderf, ze deden met hun belagers wat ze wilden. 6 In de burcht van Susa doodden ze niet minder dan vijfhonderd man.
  32. 32. 7 Ook doodden ze Parsandata, Dalfon en Aspata, 8 Porata, Adalja en Aridata, 9 Parmasta, Arisai en Aridai en Waizata, 10 de tien zonen van Haman, de zoon van Hammedata, de vijand van de Joden. Maar hun bezittingen raakten ze met geen vinger aan.
  33. 33. 20 Mordechai stelde al deze gebeurtenissen op schrift en hij stuurde brieven naar de Joden in alle provincies van koning Ahasveros’ rijk, of ze nu dichtbij woonden of ver weg. 21 Daarin verplichtte hij hen ertoe om elk jaar opnieuw zowel de veertiende als de vijftiende dag van de maand adar te vieren, 22 omdat dit de dagen waren waarop de Joden rust gekregen hadden en niet meer door hun vijanden werden bedreigd, en omdat dit de maand was waarin droefheid was veranderd in vreugde en waarin rouw was veranderd in feest.
  34. 34. Ze moesten er dagen van feestmalen en feestvreugde van maken, dagen waarop ze elkaar lekkernijen stuurden en geschenken gaven aan de armen. 23 De Joden gaven gevolg aan wat Mordechai hun schreef, en maakten zo een vast gebruik van iets waarmee ze zelf al een begin hadden gemaakt.
  35. 35. Zingen Opw. 351 / ELb. 214 Jezus geeft een loflied in ons hart.
  36. 36. Jezus geeft een loflied in ons hart (EL 214) t. & m. G. Kendrick; v. R. Zuiderveld, J. Visser
  37. 37. Jezus geeft een loflied in ons hart (EL 214) t. & m. G. Kendrick; v. R. Zuiderveld, J. Visser
  38. 38. Jezus geeft een loflied in ons hart (EL 214) t. & m. G. Kendrick; v. R. Zuiderveld, J. Visser
  39. 39. Jezus geeft een loflied in ons hart (EL 214) t. & m. G. Kendrick; v. R. Zuiderveld, J. Visser
  40. 40. Verkondiging “wat kun je doen?”
  41. 41. Verkondiging “wat kun je doen?”
  42. 42. Zingen Opw. 378 / ELb. 213: Ik wil jou van harte dienen
  43. 43. Ik wil jou van harte dienen (EL 213) t. R. Gillard; m. J. Stainer; v. R. Zuiderveld
  44. 44. Ik wil jou van harte dienen (EL 213) t. R. Gillard; m. J. Stainer; v. R. Zuiderveld
  45. 45. Ik wil jou van harte dienen (EL 213) t. R. Gillard; m. J. Stainer; v. R. Zuiderveld
  46. 46. Ik wil jou van harte dienen (EL 213) t. R. Gillard; m. J. Stainer; v. R. Zuiderveld
  47. 47. Ik wil jou van harte dienen (EL 213) t. R. Gillard; m. J. Stainer; v. R. Zuiderveld
  48. 48. Dienst der gebeden Inzameling van gaven Slotlied: Zingen Opw. 249 / ELb. 212: Heer wat een voorrecht…
  49. 49. Heer, wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. Gaither, B. Gaither; v. H. Lieberton
  50. 50. Heer, wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. Gaither, B. Gaither; v. H. Lieberton refrein:
  51. 51. Heer, wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. Gaither, B. Gaither; v. H. Lieberton
  52. 52. Heer, wat een voorrecht (EL 212) t. & m. W.J. Gaither, B. Gaither; v. H. Lieberton refrein:
  53. 53. Zegen Zingen Amen, amen, amen
  54. 54. Gezegende week gewenst en tot volgende zondag

×