Zondagavond 8 december Wie is Hij?

220 views

Published on

Thema: Wie is Hij?
Voorganger Ds. Poot
Organist. Dhr. Pesman

Meeluisteren op www.kerknoordwolde.nl

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
220
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Zondagavond 8 december Wie is Hij?

  1. 1. Wie is Hij? Voorganger: Ds. Poot Organist: dhr. Pesman
  2. 2. Gaat, stillen in den lande Gezang 127 vers 1, 2 en 7
  3. 3. Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  4. 4. Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  5. 5. allen: Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  6. 6. Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  7. 7. allen: Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  8. 8. Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  9. 9. Wie is Hij? Voorganger: Ds. Poot Organist: dhr. Pesman
  10. 10. O HEER, mijn God, Psalm 145 vers 1
  11. 11. Psalm 145 (LvdK) ` t. A.C. den Besten ; m. Genève 1562
  12. 12. Psalm 145 (LvdK) ` t. A.C. den Besten ; m. Genève 1562
  13. 13. Stil Gebed & Votum en Groet Klein Gloria Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  14. 14. O HEER, mijn God, Psalm 145 vers 4
  15. 15. Psalm 145 (LvdK) ` t. A.C. den Besten ; m. Genève 1562
  16. 16. Psalm 145 (LvdK) ` t. A.C. den Besten ; m. Genève 1562
  17. 17. Geloofsbelijdenis
  18. 18. O HEER, mijn God, Gezang 257
  19. 19. Halleluja eeuwig dank en ere (LvdK 257) t. A. Rutgers; m. Herrnhut 1748
  20. 20. Halleluja eeuwig dank en ere (LvdK 257) t. A. Rutgers; m. Herrnhut 1748
  21. 21. Gebed
  22. 22. Jesaja 11 : 1-12 (NBG 51) De Messias en het vrederijk 1 En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. 2 En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN;
  23. 23. 3 ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; 4 want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden.
  24. 24. 5 Gerechtigheid zal de gordel zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen. 6 Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden;
  25. 25. 7 de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; 8 dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.
  26. 26. 9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. 10 En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn.
  27. 27. 11 En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee. 12 En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.
  28. 28. Weest blij Gezang 125 vers 1
  29. 29. O kom, o kom, Immanuël (LvdK 125) t. W. Barnard; m. anoniem
  30. 30. O kom, o kom, Immanuël (LvdK 125) t. W. Barnard; m. anoniem
  31. 31. Johannes 1 : 1-5 (NBG 51) Het vleesgeworden Woord 1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
  32. 32. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; 5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.
  33. 33. Weest blij Gezang 125 vers 3
  34. 34. O kom, o kom, Immanuël (LvdK 125) t. W. Barnard; m. anoniem
  35. 35. O kom, o kom, Immanuël (LvdK 125) t. W. Barnard; m. anoniem
  36. 36. Mattheus 1 : 1-6 & 15-25 (NBG 51) Geslachtsregister 1 Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham. 2 Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broeders,
  37. 37. 3 Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram, 4 Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon, 5 Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï, 6 Isaï verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
  38. 38. 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.
  39. 39. 17 Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
  40. 40. De geboorte van Jezus 18 De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest.
  41. 41. 19 Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. 20 Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zeide: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen,
  42. 42. want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. 21 Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden. 22 Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
  43. 43. 23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons. 24 Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich.
  44. 44. 25 En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.
  45. 45. Hoe zal ik U ontvangen Gezang 117 vers 1 en 3
  46. 46. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  47. 47. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  48. 48. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  49. 49. Hoe zal ik U ontvangen (LvdK 117) v. J.J.L. ten Kate, C.B. Burger; m. J. Crüger
  50. 50. Wie is Hij?
  51. 51. HEER, denk aan David en zijn eed. Psalm 132 vers 3 en 10
  52. 52. Ps. 132 : 3 Efratha heeft uw naam gemeld, het veld weerklonk: de HEER is daar! Kom ga nu mee ter bedevaart; nu staat zijn zetel opgesteld waar Davids mare wordt bewaard.
  53. 53. Ps. 132 : 10 Daar staat de troon al opgericht, daar zetelt de gezalfde Zoon, in Davids stad, op Davids troon, al wie Hem haatten schamen zich en bloeien zal zijn koningskroon!"
  54. 54. Dankgebed en voorbeden
  55. 55. Inzameling van onze gaven 1ste Bouw en onderhoud 2de voor eigen gemeente
  56. 56. Gaat, stillen in den lande Gezang 127 vers 1
  57. 57. Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  58. 58. Gaat stillen in den lande (Lvdk 127) t. J. Rist; v. S.P. de Roos, J. Wit; m. 16e eeuw
  59. 59. Zegen 3 x amen

×