Yvonne zuchtte enhaalde even diep
adem. Ze schrok zich een ongeluk,
maar het was Myrthe maar die voor de
deur stond. Bij het zien van haar beste
vriendin leek ze gelijk al wat te
kalmeren. Haar hart stopte met het
proberen zich een weg uit haar borst te
bonken, en haar ademhaling werd ook
weer wat rustiger. Myrthe keek haar
door het raam verwonderd aan, en
Yvonne deed gauw de deur voor haar
open.
3.
“Wat is erin vredesnaam met jou aan
de hand?” was het eerste dat Myrthe
vroeg zodra ze binnen stond. “Je ziet
eruit alsof je een geest hebt gezien, en
vanwaar die koffer?”
Yvonne sloot even haar ogen. Ze was
Myrthe helemaal vergeten in haar
paniek om te vertrekken. Wat had ze
gedaan als Myrthe niet voor haar deur
had gestaan? Was ze dan zonder iets te
zeggen zomaar vertrokken?
Waarschijnlijk wel.
4.
Yvonne opende haarogen weer en zag
Myrthes bezorgde gezicht. Nu moest
ze uit gaan leggen wat er aan de hand
was, en ze wist niet zeker of ze dat wel
kon. Vertrekken zat er vanavond in
ieder geval niet meer in. Ze zuchtte.
“Ik leg zo wel uit wat er aan de hand
is. Ga maar alvast zitten, dan leg ik Isa
even terug in bed.”
Myrthes frons werd dieper. “Oké,” zei
ze met tegenzin.
5.
Nadat ze eenverbaasde Isa weer in
haar bedje had gelegd, liep Yvonne
terug naar de woonkamer, en zag ze
dat Myrthe, die inmiddels was gaan
zitten, de brief op de grond had
gevonden en hem nu aan het lezen
was. Yvonne slikte, en ging op de bank
zitten. Vanaf daar moest ze
aanschouwen dat Myrthes ogen groter
en groter werden naarmate ze het
einde van de brief naderde.
6.
Myrthe legde debrief op haar schoot
en keek Yvonne met vuurspuwende
ogen aan. “De klootzak.”
Door die woorden sprongen Yvonnes
ogen weer vol met tranen, en ze
knipperde om ze binnen te houden.
“Ja,” fluisterde ze met een brok in haar
keel.
“Dit meent hij toch zeker niet? Hij
denkt toch niet serieus dat hij dit kan
winnen?”
7.
Yvonne keek meteen ruk omhoog.
“Wat?”
“Hij heeft zes maanden geen pogingen
gedaan om contact te zoeken met jou
of – belangrijker nog – met Isa, en nu
denkt hij dat een rechter hem de
voogdij over zijn dochter zal geven?
Hém, in plaats van jou? No way.”
“N-niet?” vroeg Yvonne zachtjes.
8.
“Nee, wat denkjij dan? Denk jij dat hij
dit zal winnen?”
Yvonne knikte. “Ja. Hij heeft vast een
mooi huis in plaats van een te krap
appartement en hij heeft verder
financieel gezien ook de mogelijkheden
om Isa goed op te voeden.”
“En heb je al aan de emotionele kant
gedacht? Hij heeft Isa het afgelopen
half jaar geen enkele keer gezien, hij
heeft helemaal geen band met haar!”
“Dat is waar…” mompelde Yvonne,
nog steeds niet helemaal overtuigd.
9.
Ineens fronste Myrthehaar
wenkbrauwen, alsof ze zich plotseling
iets bedacht. “Waar was jij net naartoe
op weg?” vroeg ze argwanend.
Yvonne ontweek haar blik, en
antwoordde niet.
“Yv… Probeerde je ervandoor te
gaan?” Myrthe keek haar streng aan.
“Misschien…” zei Yvonne. Ze voelde
zich net een betrapte tiener.
10.
“Yv!” zei Myrthegeschokt. “Dat kan je
toch niet zomaar doen? Dan ben je
illegaal bezig!”
“Ik weet het,” mompelde Yvonne.
“Maar wat moet ik anders doen?”
“Wat dacht je van het verstandige?
Dat wat er voor zal zorgen dat je Isa
zonder problemen kan houden? Waar
wilde je überhaupt heen gaan?”
Yvonne haalde haar schouders op.
“Dat wist ik nog niet. Daar waar ik
een goedkoop vliegticket naartoe kon
krijgen…”
11.
Myrthe schudde ongelovighaar
hoofd. “Niet te geloven.”
“Ik raakte in paniek!” zei Yvonne
verdedigend. “Vind je het heel gek?”
“Nee, sorry,” zei Myrthe. “Ik ben
alleen wel blij dat ik je tegen heb
kunnen houden. Had je me eigenlijk
wel gebeld als je echt was gegaan?”
Yvonne schudde beschaamd haar
hoofd. “Ik denk het niet. Het was
gewoon nog niet in me op gekomen.”
12.
“Hmm,” zei Myrthe.
Yvonneschaamde zich diep, en ze was
blij dat Myrthe voor haar deur had
gestaan op het moment dat ze wilde
vertrekken. Wie weet waar ze morgen
anders had gezeten, met waarschijnlijk
heel veel spijt… Maar wacht eens –
“Waarvoor ben je hier eigenlijk naartoe
gekomen?”
“Hè? O, ik was mijn sleutels hier
vergeten. Ik stond voor m’n deur, en ik
kon er niet in.”
Yvonne schudde haar hoofd. Typisch
Myrthe.
13.
Even was hetstil, maar Myrthe begon
al gauw weer te praten. “Het is nu te
laat, maar morgen gaan we op zoek
naar een goede advocaat. Je hebt er
geen, toch?”
Er ging een schok door Yvonne heen.
Ze had een advocaat nodig.
Natuurlijk. Hoe ging ze die in
vredesnaam betalen? “Nee,” zei ze
met trillende stem. “En die kan ik me
ook echt niet permitteren.” Ze voelde
dat er weer een paniekaanval aan zat
te komen.
14.
Myrthe fronste haarwenkbrauwen.
“Nee, dat wordt nog lastig. Maar ik
kan misschien wel iets regelen…”
“O?” Yvonne keek haar verrast aan.
“Ik wist niet dat jij connecties hebt in
de advocatenwereld?”
Myrthe haalde haar schouders op.
“Mijn neef is advocaat. Ik kan het heel
goed met hem vinden, en het is echt
een goede jongen, dus er valt vast wel
tot een compromis te komen.”
15.
“Het enige compromisdat voor mij
betaalbaar is, is een prijs van nul
euro,” zei Yvonne met een zucht. “Ik
kan nu al amper rondkomen, Myr.”
Myrthe knikte. “Ik weet het. Het zal
inderdaad moeilijk worden… Maar
we gaan morgen gewoon naar Tygo
toe, dan zien we dan wel verder, oké?”
16.
Yvonne knikte. “Isgoed.” Ze gaapte,
en toen merkte ze pas hoe moe ze
eigenlijk was.
Myrthe merkte het kennelijk ook op,
want ze zei: “En nu naar bed jij. Ik blijf
vannacht wel hier, straks loop je weer
weg.”
“Myr, dat doet ik echt niet,” zei
Yvonne verontwaardigd.
“Weet ik toch, lieverd. Maar je bent in
geen staat om nu alleen te zijn, dus ik
blijf toch. Daar zijn we vriendinnen
voor.”
17.
Met een zwakglimlachje stond
Yvonne op. “Dank je,” mompelde ze.
“Wil jij in mijn bed, of-”
“Nee, zeg, ben je mal. Jij hebt je slaap
hard nodig. Hup, wegwezen en
slapen. Voor negen uur
morgenochtend wil ik je niet zien,” zei
Myrthe streng, maar met een zachte
blik in haar ogen.
18.
Yvonne wenste Myrtheeen goede
nacht en liep toen naar de slaapkamer.
Ze schopte haar schoenen uit en ging
met kleren en al in bed liggen. Zodra
haar hoofd haar kussen raakte, viel ze
in slaap.