SlideShare a Scribd company logo
1 of 10
Download to read offline
Visie op ICT
Onderwerp 1: Blended learning en hybride leren: Wat is het? Waarom zegt professor Jan Elen van KUL
"onderwijs zal blended zijn of zal niet zijn"? Wat kan het veranderen in je school? Waarom is het zinvol
om een cursus te redesignen aan de hand van blended learning? Wat met Corona? Wat is een MOOC?
Blended learning is de Engelse benaming voor gemixt leren. We kunnen gemixt leren door gebruik
te maken van verschillende leervormen waar wij dan één leervorm van maken. Deze ene
gecombineerde leervorm noemen we dan de blended learning oplossing. Het gaat dus veel verder
dan alleen klassieke trainingen of e-learning. We kunnen ook leren van Webinars, YouTube-video’s
of boeken. Alles waar we iets uit kunnen leren valt binnen blended learning.
Hybride leren heeft 2 betekenissen. Ten eerste is het een combinatie van on- en off- campus. Dit wil
zeggen dat we zowel face-to-face les hebben maar ook online les gaan krijgen (hybride leren).
Een andere betekenis van Hybride leren is de combinatie van school of werkplekleren/stage.
Professor Jan Elen zegt dat het onderwijs vaak alleen bestaat uit contactonderwijs of uit een
wisselwerking is tussen contact- en onlineonderwijs. Blenden Learning (contact- en onlineonderwijs)
zou een goede werkwijze zijn, zeker in deze hoogtechnologische tijd. Dit geld vooral voor
hogescholen. Op deze manier is het meer toegankelijk. De nieuwe technologieën en wat we
vandaag allemaal kunnen doen, zijn heel positief. We moeten hier dan ook gebruik van maken.
Bij blended learning kan je in een korte tijd, een veel groter publiek aanspreken. Hierbij komt ook
nog dat leerlingen die van ver komen en niet lang op school moeten zijn, de les gewoon van thuis
kunnen volgen. Het kan ook zorgen voor een betere band met je docenten en het verwerken van
opdrachten op eigen tempo.
Door een cursus te redisignen kunnen de leerervaringen van studenten verbeteren. Door de
afwisseling van het fysiek leren en online leren kunnen de studenten op vele manieren betrokken
geraken bij de leerstof en leren. Als je overschakelt van alleen fysiek onderwijs naar blended learning
moet je je cursus herbekijken want niet alles wat je fysiek deed kan ook online.
Tijdens Corona moest iedereen opeens overschakelen naar Blended Learning. Blended learning was
de oplossing voor het niet in contact komen met elkaar. Alle lessen gingen online door en je moest
taken maken die je achteraf online ook indiende.
MOOC is de afkorting van Massive Open Online Course. Het is een onlinecursus waar iedereen zich
kan voor inschrijven en waar ook nog is tienduizenden mensen aan kunnen deelnemen. Hier komt
nog is bij dat zo een deelname helemaal gratis is.
Onderwerp 2: SAMR: wat is het en geef een voorbeeld van toepassing in je onderwijscontext. Bedenk
een analoge activiteit (bijv. taak op papier) en digitaliseer ze via SAMR tot op niveau van Redefinition.
SAMR is een model dat het gebruik van technologie in het onderwijs helpt te selecteren, gebruiken
en evalueren. Het doel van dit model is je leeruitkomst veranderen. SAMR bestaat uit vier niveaus:
1. Substitution (vervanging): Op dit niveau vervangt de technologie iets bestaands zonder een
meerwaarde. Dit kan bijvoorbeeld gaan van een fysieke bibliotheek die een digitale bibliotheek
wordt met onder andere e-books.
2. Augmentation (uitbreiding): Hier vervang je iets bestaands door iets nieuws. Bij dit niveau komt
wel een meerwaarde kijken. Een voorbeeld hiervan is dat je een fysiek whiteboard vervangt door
een online whiteboard waar je op elkaar kan reageren.
3. Modification (aanpassing): Bij dit niveau gebruik je technologie om een deel van een leeropdracht
via technologie aan te passen of te veranderen. Dit kan bijvoorbeeld gaan van een taak uitwerken in
een PowerPoint of een blog in plaats van op papier.
4. Redefinition (herdefiniëring): Hier wordt technologie iets noodzakelijk. Je wilt dingen toepassen
die zonder technologie onmogelijk zijn. Een voorbeeld hiervan is een eigen website maken.
Een voorbeeld hiervan uit mijn eigen onderwijscontext is een samenvatting maken in Word in
plaats van op papier
Analoge taak: Ze weten wat meer over Halloween en weten welk voorwerp bij welke figuur past
(heks en een bezem/heksenhoed, duivel en een drietand, pompoen heeft een gezichtje, …)
1. We hebben het over het thema Halloween maar de fysieke boeken hierover zijn op in de bib.
Hierdoor heb ik maar een e-book genomen die wel nog beschikbaar waren.
2. Na het boek weten we wat meer over de personages die voorkomen tijdens Halloween en wat ze
bij zich hebben waardoor we ze extra goed herkennen. Een voorbeeld hiervan is een heks die altijd
een bezem bij heeft waar ze op kan vliegen. Na dat de kinderen samen de juiste prentjes bij elkaar
hebben gelegd in de klas, maken ze individueel dezelfde oefening online waarbij op het einde ook
komt te staan hoe goed ze het hebben gedaan.
3. De volgende les mogen ze zelf naar foto’s zoeken die ze associëren met Halloween en aanduiden
wat het voorwerp is dat bij de personages horen. Zo wordt de vorige les nog wat opgefrist.
4. Als laatste heb ik een PowerPoint meegenomen waar ik de opdracht van de kinderen op laat zien.
Nu is het de bedoeling dat ze bij het figuurtje dat ze krijgen op de computer, het bijpassende
voorwerp tekenen.
Onderwerp 3: T-Pack: wat is het en wat betekent het voor jou als leraar. Argumenteer waarom het nog
zo vaak fout loopt in lagere scholen wanneer ICT (Media) wordt geïntegreerd. Op welke van de drie
componenten moet jij nog het meeste leerwinst boeken?
T-pack is de afkorting voor Technological (ICT) Pedagogical (didactiek) Content (vakinhoud)
Knowledge. Het T-pack kan de leraar helpen met een keuze te maken over hoe hij het best inzet op
ICT en hoe hij de leerstof op een begrijpelijke en ordelijke manier kan presenteren met behulp van
ICT.
Het loopt vaak nog wel is mis in de lagere school als het aankomt op ICT. Dit komt doordat de
leerkrachten zelf vaak geen of amper een opleiding hiervoor gekregen hebben.
Ik moet me zelf nog wat verdiepen in de component van ICT. Ik weet al wel wat over ICT en dan
vooral de basis. Ik ben van mening dat de basis alleen niet genoeg is als je leerkracht bent.
Onderwerp 4: Eindtermen ICT: Wat zijn in Vlaanderen de eindtermen. Wat is er aan het gebeuren in
het secundaire onderwijs?
Eindtermen in Vlaanderen:
- De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken
om hen te ondersteunen bij het leren.
- De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
- De leerlingen kunnen zelfstandig oefenen in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
- De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
- De leerlingen kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven.
- De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken,
verwerken en bewaren.
- De leerlingen kunnen ICT gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen.
- De leerlingen kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier
te communiceren.
De eindtermen voor het secundaire onderwijs zijn op 1 september 2023 gemoderniseerd. Nu zijn er
geen vakgebonden en/of vakoverschrijdende eindtermen meer zijn en gaan de eindtermen
opgedeeld zijn in sleutelcompetenties. ICT noemt nu digitale competenties.
Onderwerp 5: Vier in balans: Wat is het en wat loopt er vaak fout in scholen? Pas dit toe op een
stageschool of een school die je kent. Waar zitten de problemen? Wanneer ik zeg dat alles staat en
valt met een goeie visie, klopt dat dan? Geef een voorbeeld van techniek gedreven beslissingen.
Vier in balans is een model waarbij beschreven staat wat er nodig is om ICT goed te gebruiken in
onderwijsinstellingen. Dit model is opgebouwd uit vier bouwstenen: visie, deskundigheid,
infrastructuur en inhoud en toepassingen. De naam van het model zegt het zelf, deze vier moeten in
balans zijn en dan wordt ICT goed gebruikt.
In scholen loopt het stukje van deskundigheid fout. De meeste leerkrachten weten niet hoe ze ICT
kunnen gebruiken en dan vooral de leerkrachten die al lang in het onderwijs staan. Hierbij komt ook
nog is dat de nodige infrastructuur vaak niet aanwezig is. Niet alle scholen hebben de mogelijkheid
op laptops of tablets aan te schaffen.
In mijn stageschool zit het probleem vooral in infrastructuur. Ze hebben in de klas wel een computer
staan, alleen is er nooit wifi waardoor ze de computer ook niet kunnen gebruiken.
Alles staat en valt met een goede visie. Klassen krijgen van het schoolhoofd vaak wel de
mogelijkheid om een laptop of tablet te gebruiken. Als je een slechte visie hebt, ga je deze nooit
gebruiken.
Een techniek gedreven beslissing dat tijdens mijn middelbare schoolperiode plaatsvond is het
vervangen van alle krijtborden door whiteboards waar je en iets kunt op projecteren maar ook nog
altijd op kan schrijven.
Onderwerp 6:
Fake news en clickbait: krijg je als gewone mens nog neutraal nieuws?
Fake news betekent letterlijk vals nieuws.
Clickbait daar en tegen betekent dat ze een aantrekkelijke titel gaan maken zodat de mensen hier
rapper op zouden klikken. Vaak is de titel veelbelovend en is het artikel zelf juist het tegenover
gestelde.
Op de dag van vandaag gaat er meer fake news rond dan dat we denken. We moeten dus heel
kritisch zijn bij het lezen van artikels.
Wanneer ik zeg dat je zoekresultaten in Google beperkt worden zoals je filmkeuze in Netflix wat bedoel
ik daar dan mee?
In Netflix worden vaak voorstellen gegeven ’die je misschien leuk vindt’. Netflix baseert zich hierbij
op je zoekgeschiedenis en welk genre films/series je vaak kijkt. In Google is dit juist hetzelfde, die
baseren zich ook op je zoekgeschiedenis/voorkeuren.
Wat is deepfake en waarom moet het je verontrusten?
Deepfake is een audiovisuele versie van fake news en dit is in een opmars. Ze vertrekken van een
bestaand beeld en dit wordt helemaal bewerkt. De bedoelingen hiervan zijn vaak slecht. Ik denk
hierbij aan de naaktfoto’s die drie weken geleden rondgingen van bekende Vlamingen waarbij ook
deepfake gebruikt was.
We hebben de natuurlijke reflex om tekstkritisch te bekijken en beelden te aanvaarden als waarheid, is
dat nog steeds een goed idee?
We moeten niet alleen kritisch kijken naar teksten maar ook naar afbeeldingen door alle nieuwe
technologieën.
Onderwerp 7: Auteursrecht en plagiaat: wat mag nu eigenlijk wel en wat niet?
Plagiaat: Je doet aan plagiaat wanneer je doet dan het werk van een ander, het werk van jou is.
Wanneer je het werk van een ander wilt gebruiken moet je aan bronvermelding doen. Zo is het
meteen duidelijk van waar je je informatie hebt.
Auteursrecht is het recht dat de persoon heeft die het (vb. artikel, film,..) gemaakt heeft. Hier gaat
het om dat de persoon die iets gemaakt heeft ook beschermd wordt. Om het werk van een auteur te
gebruiken moet je toestemming vragen. Het is illegaal om dit werk te kopiëren of te verspreiden
zonder toestemming.
Wat zijn de meest gemaakte fouten in onderwijs?
Studenten weten vaak niet dat ze aan bronvermelding moeten doen of er wordt niet geleerd hoe je
een bronvermelding moet maken.
Hoe kan je nakijken of een leerling iets al dan niet zelf heeft geschreven?
Er bestaan verschillende software die meteen aangeven of er plagiaat gepleegd is of niet.
Onderwerp 8: Flipped Classroom: wat is het?
In een flipped classroom verwerken de studenten zelfstandig de leerstof thuis voor de les aan de
hand van video’s of online lessen. In de les zelf is er dan tijd voor diepgaande activiteiten, huiswerk,
interactie en discussies over die leerstof.
Bedenk een goede case voor je school (instructie wel in de klas, niet thuis).
Ik geef al uitleg in de klas dat ik een filmpje ga doorsturen waar ik zelf een liedje inzing. Thuis leren
de kinderen het liedje vanbuiten zodat we er de volgende les in de slag mee aan de slag kunnen.
Moet je die filmpjes als onderwijzer zelf maken?
De filmpjes kunnen gemaakt worden door de onderwijzer zelf maar online is er ook een groot
aanbod te vinden van filmpjes.
Kan dit door kinderen (Jonatan academie)?
Filmpjes kunnen ook gemaakt worden door oudere kinderen. Het hangt dus af van de leeftijd.
Zie je een verband en /of mogelijkheden bij verbeteren of differentiatie?
Ik vind dit een verbetering voor de studenten. De studenten kunnen zo op hun eigen tempo de
leerstof verwerken. Hierbij komt ook nog is dat de leerlingen de filmpjes kunnen terugspoelen
wanneer het even te snel ging of ze het ni begrijpen.
Mogelijkheden bij Corona?
Bij Corona was het ook vaak zo dat de leerkracht een filmpje opneemt. Zo had je tijd om alles rustig
te bekijken thuis en je opdrachten te maken. Als je dan naar de klas kwam kon je gericht vragen
stellen een de leerkracht.
Onderwerp 9:
Onderzoek heeft uitgewezen dat wie schrijft bij het noteren in de les meer onthoudt dan wie tikt op
een pc. Hoe zou dat kunnen komen? (denk aan hoe traag je schrijft en hoe snel sommigen kunnen
tikken tov wat de leerkracht zegt)
Iets typen gaat vaak vanzelf en je moet er niet echt bij nadenken. Wanneer je iets schrijft met de
hand duurt dit vaak lang. Je moet ook harder nadenken wanneer je iets op papier schrijft waardoor
je brein meer onthoudt.
In dat geval geef ik aan studenten steeds het advies dat ze leerlingen moeten doen vertalen. Van het
ene medium naar het andere (tekst, stilstaand beeld, bewegend beeld en geluid) Leg uit waarom je dat
beter zo doet.
Als je een samenvatting maakt, maak je het best gebruik van verschillende mediums. Zo kan je bij
tekst een afbeelding zetten zodat je het beter kunt visualiseren en zo ook beter onthoudt.
Onderwerp 10: Webquests: Wat is het?
Het woord webquest zegt het al zelf: het is een speurtocht op het web. Het zijn educatieve
opdrachten waarbij je de informatie moet vinden op het internet.
Wat zijn de bouwstenen?
De bouwstenen van een webquest zijn de noodzakelijke dingen waar een webquest uit moet
bestaan. Deze bouwstenen zijn: inleiding, opdracht, werkwijze, informatiebronnen, de
beoordelingspagina en een afsluiter. Deze bouwstenen zorgen er mede voor dat de studenten de
webquest tot een goed einde kunnen brengen.
Goeie voorbeelden en verzamelsites?
 http://zunal.com/
 https://webquests.nl/site/
Onder welke Eindterm (diamant) valt dit?
De eindterm die op een Webquest van toepassing is: ‘De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor
hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren’
Zie je kansen voor differentiatie?
Ja, er kan heel makkelijk differentiatie zijn in een webquest. Ik denk hier meteen aan makkelijke en
moeilijkere oefeningen. Je kan een webquest ook individueel maken, maar dit kan ook in groep.
Binnen welke vakgebieden?
Een Webquest kan binnen bijna alle vakgebieden gebruikt worden zolang de opdrachten duidelijk
zijn. Een vak waar een Webquest wel moeilijk te gebruiken is, is wiskunde.

More Related Content

Similar to Visie op ICT.docx

Visie op ICT taak.pdf
Visie op ICT taak.pdfVisie op ICT taak.pdf
Visie op ICT taak.pdfcatharinavdb
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docxsarahstynen
 
Visie op ICT 1.pdf
Visie op ICT 1.pdfVisie op ICT 1.pdf
Visie op ICT 1.pdfamber844235
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfNoahDehoper
 
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdfVisie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdfLiseVanrillaer
 
Visie op ICT afgewerkt.pdf
Visie op ICT afgewerkt.pdfVisie op ICT afgewerkt.pdf
Visie op ICT afgewerkt.pdfGilissenElke
 
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdfxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdfEvyDeSaeger
 
Opdracht B ICT.pdf
Opdracht B ICT.pdfOpdracht B ICT.pdf
Opdracht B ICT.pdfYentheDesmet
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfIsaliJacobs
 
visie op ICT B Noa Savoné.pdf
visie op ICT B Noa Savoné.pdfvisie op ICT B Noa Savoné.pdf
visie op ICT B Noa Savoné.pdfssusereecfe4
 
Opdracht visie op ICT docx
Opdracht visie op ICT docxOpdracht visie op ICT docx
Opdracht visie op ICT docxMoriauMarthe
 

Similar to Visie op ICT.docx (20)

Visie op ICT taak.pdf
Visie op ICT taak.pdfVisie op ICT taak.pdf
Visie op ICT taak.pdf
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Visie op ICT 1.pdf
Visie op ICT 1.pdfVisie op ICT 1.pdf
Visie op ICT 1.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT
Visie op ICTVisie op ICT
Visie op ICT
 
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdfVisie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT afgewerkt.pdf
Visie op ICT afgewerkt.pdfVisie op ICT afgewerkt.pdf
Visie op ICT afgewerkt.pdf
 
Visie op IC1.pdf
Visie op IC1.pdfVisie op IC1.pdf
Visie op IC1.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
ICTopdrachtB.docx
ICTopdrachtB.docxICTopdrachtB.docx
ICTopdrachtB.docx
 
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdfxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Opdracht B ICT.pdf
Opdracht B ICT.pdfOpdracht B ICT.pdf
Opdracht B ICT.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
visie op ICT B Noa Savoné.pdf
visie op ICT B Noa Savoné.pdfvisie op ICT B Noa Savoné.pdf
visie op ICT B Noa Savoné.pdf
 
Opdracht visie op ICT docx
Opdracht visie op ICT docxOpdracht visie op ICT docx
Opdracht visie op ICT docx
 

Visie op ICT.docx

  • 1. Visie op ICT Onderwerp 1: Blended learning en hybride leren: Wat is het? Waarom zegt professor Jan Elen van KUL "onderwijs zal blended zijn of zal niet zijn"? Wat kan het veranderen in je school? Waarom is het zinvol om een cursus te redesignen aan de hand van blended learning? Wat met Corona? Wat is een MOOC? Blended learning is de Engelse benaming voor gemixt leren. We kunnen gemixt leren door gebruik te maken van verschillende leervormen waar wij dan één leervorm van maken. Deze ene gecombineerde leervorm noemen we dan de blended learning oplossing. Het gaat dus veel verder dan alleen klassieke trainingen of e-learning. We kunnen ook leren van Webinars, YouTube-video’s of boeken. Alles waar we iets uit kunnen leren valt binnen blended learning. Hybride leren heeft 2 betekenissen. Ten eerste is het een combinatie van on- en off- campus. Dit wil zeggen dat we zowel face-to-face les hebben maar ook online les gaan krijgen (hybride leren). Een andere betekenis van Hybride leren is de combinatie van school of werkplekleren/stage. Professor Jan Elen zegt dat het onderwijs vaak alleen bestaat uit contactonderwijs of uit een wisselwerking is tussen contact- en onlineonderwijs. Blenden Learning (contact- en onlineonderwijs) zou een goede werkwijze zijn, zeker in deze hoogtechnologische tijd. Dit geld vooral voor hogescholen. Op deze manier is het meer toegankelijk. De nieuwe technologieën en wat we vandaag allemaal kunnen doen, zijn heel positief. We moeten hier dan ook gebruik van maken. Bij blended learning kan je in een korte tijd, een veel groter publiek aanspreken. Hierbij komt ook nog dat leerlingen die van ver komen en niet lang op school moeten zijn, de les gewoon van thuis kunnen volgen. Het kan ook zorgen voor een betere band met je docenten en het verwerken van opdrachten op eigen tempo. Door een cursus te redisignen kunnen de leerervaringen van studenten verbeteren. Door de afwisseling van het fysiek leren en online leren kunnen de studenten op vele manieren betrokken geraken bij de leerstof en leren. Als je overschakelt van alleen fysiek onderwijs naar blended learning moet je je cursus herbekijken want niet alles wat je fysiek deed kan ook online. Tijdens Corona moest iedereen opeens overschakelen naar Blended Learning. Blended learning was de oplossing voor het niet in contact komen met elkaar. Alle lessen gingen online door en je moest taken maken die je achteraf online ook indiende. MOOC is de afkorting van Massive Open Online Course. Het is een onlinecursus waar iedereen zich kan voor inschrijven en waar ook nog is tienduizenden mensen aan kunnen deelnemen. Hier komt nog is bij dat zo een deelname helemaal gratis is.
  • 2. Onderwerp 2: SAMR: wat is het en geef een voorbeeld van toepassing in je onderwijscontext. Bedenk een analoge activiteit (bijv. taak op papier) en digitaliseer ze via SAMR tot op niveau van Redefinition. SAMR is een model dat het gebruik van technologie in het onderwijs helpt te selecteren, gebruiken en evalueren. Het doel van dit model is je leeruitkomst veranderen. SAMR bestaat uit vier niveaus: 1. Substitution (vervanging): Op dit niveau vervangt de technologie iets bestaands zonder een meerwaarde. Dit kan bijvoorbeeld gaan van een fysieke bibliotheek die een digitale bibliotheek wordt met onder andere e-books. 2. Augmentation (uitbreiding): Hier vervang je iets bestaands door iets nieuws. Bij dit niveau komt wel een meerwaarde kijken. Een voorbeeld hiervan is dat je een fysiek whiteboard vervangt door een online whiteboard waar je op elkaar kan reageren. 3. Modification (aanpassing): Bij dit niveau gebruik je technologie om een deel van een leeropdracht via technologie aan te passen of te veranderen. Dit kan bijvoorbeeld gaan van een taak uitwerken in een PowerPoint of een blog in plaats van op papier. 4. Redefinition (herdefiniëring): Hier wordt technologie iets noodzakelijk. Je wilt dingen toepassen die zonder technologie onmogelijk zijn. Een voorbeeld hiervan is een eigen website maken. Een voorbeeld hiervan uit mijn eigen onderwijscontext is een samenvatting maken in Word in plaats van op papier Analoge taak: Ze weten wat meer over Halloween en weten welk voorwerp bij welke figuur past (heks en een bezem/heksenhoed, duivel en een drietand, pompoen heeft een gezichtje, …) 1. We hebben het over het thema Halloween maar de fysieke boeken hierover zijn op in de bib. Hierdoor heb ik maar een e-book genomen die wel nog beschikbaar waren. 2. Na het boek weten we wat meer over de personages die voorkomen tijdens Halloween en wat ze bij zich hebben waardoor we ze extra goed herkennen. Een voorbeeld hiervan is een heks die altijd een bezem bij heeft waar ze op kan vliegen. Na dat de kinderen samen de juiste prentjes bij elkaar hebben gelegd in de klas, maken ze individueel dezelfde oefening online waarbij op het einde ook komt te staan hoe goed ze het hebben gedaan. 3. De volgende les mogen ze zelf naar foto’s zoeken die ze associëren met Halloween en aanduiden wat het voorwerp is dat bij de personages horen. Zo wordt de vorige les nog wat opgefrist. 4. Als laatste heb ik een PowerPoint meegenomen waar ik de opdracht van de kinderen op laat zien. Nu is het de bedoeling dat ze bij het figuurtje dat ze krijgen op de computer, het bijpassende voorwerp tekenen.
  • 3. Onderwerp 3: T-Pack: wat is het en wat betekent het voor jou als leraar. Argumenteer waarom het nog zo vaak fout loopt in lagere scholen wanneer ICT (Media) wordt geïntegreerd. Op welke van de drie componenten moet jij nog het meeste leerwinst boeken? T-pack is de afkorting voor Technological (ICT) Pedagogical (didactiek) Content (vakinhoud) Knowledge. Het T-pack kan de leraar helpen met een keuze te maken over hoe hij het best inzet op ICT en hoe hij de leerstof op een begrijpelijke en ordelijke manier kan presenteren met behulp van ICT. Het loopt vaak nog wel is mis in de lagere school als het aankomt op ICT. Dit komt doordat de leerkrachten zelf vaak geen of amper een opleiding hiervoor gekregen hebben. Ik moet me zelf nog wat verdiepen in de component van ICT. Ik weet al wel wat over ICT en dan vooral de basis. Ik ben van mening dat de basis alleen niet genoeg is als je leerkracht bent.
  • 4. Onderwerp 4: Eindtermen ICT: Wat zijn in Vlaanderen de eindtermen. Wat is er aan het gebeuren in het secundaire onderwijs? Eindtermen in Vlaanderen: - De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren. - De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier. - De leerlingen kunnen zelfstandig oefenen in een door ICT ondersteunde leeromgeving. - De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving. - De leerlingen kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven. - De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren. - De leerlingen kunnen ICT gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen. - De leerlingen kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren. De eindtermen voor het secundaire onderwijs zijn op 1 september 2023 gemoderniseerd. Nu zijn er geen vakgebonden en/of vakoverschrijdende eindtermen meer zijn en gaan de eindtermen opgedeeld zijn in sleutelcompetenties. ICT noemt nu digitale competenties.
  • 5. Onderwerp 5: Vier in balans: Wat is het en wat loopt er vaak fout in scholen? Pas dit toe op een stageschool of een school die je kent. Waar zitten de problemen? Wanneer ik zeg dat alles staat en valt met een goeie visie, klopt dat dan? Geef een voorbeeld van techniek gedreven beslissingen. Vier in balans is een model waarbij beschreven staat wat er nodig is om ICT goed te gebruiken in onderwijsinstellingen. Dit model is opgebouwd uit vier bouwstenen: visie, deskundigheid, infrastructuur en inhoud en toepassingen. De naam van het model zegt het zelf, deze vier moeten in balans zijn en dan wordt ICT goed gebruikt. In scholen loopt het stukje van deskundigheid fout. De meeste leerkrachten weten niet hoe ze ICT kunnen gebruiken en dan vooral de leerkrachten die al lang in het onderwijs staan. Hierbij komt ook nog is dat de nodige infrastructuur vaak niet aanwezig is. Niet alle scholen hebben de mogelijkheid op laptops of tablets aan te schaffen. In mijn stageschool zit het probleem vooral in infrastructuur. Ze hebben in de klas wel een computer staan, alleen is er nooit wifi waardoor ze de computer ook niet kunnen gebruiken. Alles staat en valt met een goede visie. Klassen krijgen van het schoolhoofd vaak wel de mogelijkheid om een laptop of tablet te gebruiken. Als je een slechte visie hebt, ga je deze nooit gebruiken. Een techniek gedreven beslissing dat tijdens mijn middelbare schoolperiode plaatsvond is het vervangen van alle krijtborden door whiteboards waar je en iets kunt op projecteren maar ook nog altijd op kan schrijven.
  • 6. Onderwerp 6: Fake news en clickbait: krijg je als gewone mens nog neutraal nieuws? Fake news betekent letterlijk vals nieuws. Clickbait daar en tegen betekent dat ze een aantrekkelijke titel gaan maken zodat de mensen hier rapper op zouden klikken. Vaak is de titel veelbelovend en is het artikel zelf juist het tegenover gestelde. Op de dag van vandaag gaat er meer fake news rond dan dat we denken. We moeten dus heel kritisch zijn bij het lezen van artikels. Wanneer ik zeg dat je zoekresultaten in Google beperkt worden zoals je filmkeuze in Netflix wat bedoel ik daar dan mee? In Netflix worden vaak voorstellen gegeven ’die je misschien leuk vindt’. Netflix baseert zich hierbij op je zoekgeschiedenis en welk genre films/series je vaak kijkt. In Google is dit juist hetzelfde, die baseren zich ook op je zoekgeschiedenis/voorkeuren. Wat is deepfake en waarom moet het je verontrusten? Deepfake is een audiovisuele versie van fake news en dit is in een opmars. Ze vertrekken van een bestaand beeld en dit wordt helemaal bewerkt. De bedoelingen hiervan zijn vaak slecht. Ik denk hierbij aan de naaktfoto’s die drie weken geleden rondgingen van bekende Vlamingen waarbij ook deepfake gebruikt was. We hebben de natuurlijke reflex om tekstkritisch te bekijken en beelden te aanvaarden als waarheid, is dat nog steeds een goed idee? We moeten niet alleen kritisch kijken naar teksten maar ook naar afbeeldingen door alle nieuwe technologieën.
  • 7. Onderwerp 7: Auteursrecht en plagiaat: wat mag nu eigenlijk wel en wat niet? Plagiaat: Je doet aan plagiaat wanneer je doet dan het werk van een ander, het werk van jou is. Wanneer je het werk van een ander wilt gebruiken moet je aan bronvermelding doen. Zo is het meteen duidelijk van waar je je informatie hebt. Auteursrecht is het recht dat de persoon heeft die het (vb. artikel, film,..) gemaakt heeft. Hier gaat het om dat de persoon die iets gemaakt heeft ook beschermd wordt. Om het werk van een auteur te gebruiken moet je toestemming vragen. Het is illegaal om dit werk te kopiëren of te verspreiden zonder toestemming. Wat zijn de meest gemaakte fouten in onderwijs? Studenten weten vaak niet dat ze aan bronvermelding moeten doen of er wordt niet geleerd hoe je een bronvermelding moet maken. Hoe kan je nakijken of een leerling iets al dan niet zelf heeft geschreven? Er bestaan verschillende software die meteen aangeven of er plagiaat gepleegd is of niet.
  • 8. Onderwerp 8: Flipped Classroom: wat is het? In een flipped classroom verwerken de studenten zelfstandig de leerstof thuis voor de les aan de hand van video’s of online lessen. In de les zelf is er dan tijd voor diepgaande activiteiten, huiswerk, interactie en discussies over die leerstof. Bedenk een goede case voor je school (instructie wel in de klas, niet thuis). Ik geef al uitleg in de klas dat ik een filmpje ga doorsturen waar ik zelf een liedje inzing. Thuis leren de kinderen het liedje vanbuiten zodat we er de volgende les in de slag mee aan de slag kunnen. Moet je die filmpjes als onderwijzer zelf maken? De filmpjes kunnen gemaakt worden door de onderwijzer zelf maar online is er ook een groot aanbod te vinden van filmpjes. Kan dit door kinderen (Jonatan academie)? Filmpjes kunnen ook gemaakt worden door oudere kinderen. Het hangt dus af van de leeftijd. Zie je een verband en /of mogelijkheden bij verbeteren of differentiatie? Ik vind dit een verbetering voor de studenten. De studenten kunnen zo op hun eigen tempo de leerstof verwerken. Hierbij komt ook nog is dat de leerlingen de filmpjes kunnen terugspoelen wanneer het even te snel ging of ze het ni begrijpen. Mogelijkheden bij Corona? Bij Corona was het ook vaak zo dat de leerkracht een filmpje opneemt. Zo had je tijd om alles rustig te bekijken thuis en je opdrachten te maken. Als je dan naar de klas kwam kon je gericht vragen stellen een de leerkracht.
  • 9. Onderwerp 9: Onderzoek heeft uitgewezen dat wie schrijft bij het noteren in de les meer onthoudt dan wie tikt op een pc. Hoe zou dat kunnen komen? (denk aan hoe traag je schrijft en hoe snel sommigen kunnen tikken tov wat de leerkracht zegt) Iets typen gaat vaak vanzelf en je moet er niet echt bij nadenken. Wanneer je iets schrijft met de hand duurt dit vaak lang. Je moet ook harder nadenken wanneer je iets op papier schrijft waardoor je brein meer onthoudt. In dat geval geef ik aan studenten steeds het advies dat ze leerlingen moeten doen vertalen. Van het ene medium naar het andere (tekst, stilstaand beeld, bewegend beeld en geluid) Leg uit waarom je dat beter zo doet. Als je een samenvatting maakt, maak je het best gebruik van verschillende mediums. Zo kan je bij tekst een afbeelding zetten zodat je het beter kunt visualiseren en zo ook beter onthoudt.
  • 10. Onderwerp 10: Webquests: Wat is het? Het woord webquest zegt het al zelf: het is een speurtocht op het web. Het zijn educatieve opdrachten waarbij je de informatie moet vinden op het internet. Wat zijn de bouwstenen? De bouwstenen van een webquest zijn de noodzakelijke dingen waar een webquest uit moet bestaan. Deze bouwstenen zijn: inleiding, opdracht, werkwijze, informatiebronnen, de beoordelingspagina en een afsluiter. Deze bouwstenen zorgen er mede voor dat de studenten de webquest tot een goed einde kunnen brengen. Goeie voorbeelden en verzamelsites?  http://zunal.com/  https://webquests.nl/site/ Onder welke Eindterm (diamant) valt dit? De eindterm die op een Webquest van toepassing is: ‘De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren’ Zie je kansen voor differentiatie? Ja, er kan heel makkelijk differentiatie zijn in een webquest. Ik denk hier meteen aan makkelijke en moeilijkere oefeningen. Je kan een webquest ook individueel maken, maar dit kan ook in groep. Binnen welke vakgebieden? Een Webquest kan binnen bijna alle vakgebieden gebruikt worden zolang de opdrachten duidelijk zijn. Een vak waar een Webquest wel moeilijk te gebruiken is, is wiskunde.