Inhoudsopgave
Voorwoord 3
Infographic 4
Inleiding 5
1 Marktomstandigheden vragen om andere competenties 6
2 Focus op ieders talent 12
3 Medewerkers willen regie over hun ontwikkeling 16
4 Sterker leiderschap verwacht 22
5 Ontwikkelinstrumenten 26
6 Meten van succesvol talentmanagement 30
Aloysius Stichting:
“Maak medewerkers eigenaar van hun gesprekscyclus” 33
Twynstra Gudde:
“Talentmanagement doet beroep op eigen verantwoordelijkheid” 38
AWVN:
“Laat medewerkers hun eigen ontwikkelpad bepalen” 43
Onderzoeksverantwoording 46
Talentmanagement
2Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT
3.
“Als organisatie kunje over drie jaar alleen nog succesvol
zijn als je nu investeert in de ontwikkeling en inzetbaarheid
van medewerkers.”
Kobe Verdonck, CEO
Hoe zorgen we ervoor dat we als organisatie over drie jaar nog
steeds succesvol zijn? Vroeger was het eenvoudiger om die
vraag te beantwoorden. Tegenwoordig gaan de technologische
ontwikkelingen zo snel dat organisaties zichzelf voortdurend
opnieuw moeten uitvinden. Het verbaast me dan ook niet, dat
70% van de bestuurders verwacht andere competenties nodig
te hebben door de snel veranderende marktomstandigheden.
Wendbaarheid, daar draait het steeds meer om voor organisaties.
Voor HR betekent dit meer dan ooit een uitdaging. Heeft uw
organisatie het juiste talent in huis om de komende jaren de
gewenste ontwikkeling door te maken? Hoe zorgt u ervoor
dat medewerkers breder inzetbaar worden? In ons nieuwe
HR Benchmark onderzoek vroegen we HR-managers en
bestuurders hoe zij met deze vraagstukken omgaan. Maar ook
wat medewerkers zelf verwachten op het gebied van talent
management en ontwikkeling.
Uit het onderzoek komt een interessante paradox naar voren:
medewerkers willen zelf wel de regie voeren over hun ontwikkeling,
maar doen dat in de praktijk nog beperkt. Zij komen in de waan van
de dag moeilijk los van hun dagelijkse werk en hebben slecht zicht
op hun loopbaanmogelijkheden. Organisaties zouden meer kunnen
doen om de ontwikkeling van medewerkers te ondersteunen.
Met toekomstgericht HR-beleid, met leiderschap en met technologie.
Wat is er voor nodig om medewerkers in úw organisatie in beweging
te krijgen? Ik hoop dat u inspiratie put uit de praktijkverhalen in dit
rapport.
Kobe Verdonck
CEO
Voorwoord
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 3
Talentmanagement
4.
Talentmanagement:
leiderschap gevraagd
De uitkomstenvan een HR-onderzoek onder:
• 1.146 medewerkers
• 506 HR-managers
• 117 bestuurders
1. Veranderende marktomstandigheden vragen
om nieuwe competenties
70%
van de bestuurders
maakt zich zorgen
of medewerkers in
hun organisatie straks
nog over de juiste
competenties beschikken.
4. Medewerkers willen de regie over hun
ontwikkeling maar pakken deze niet altijd
5. Medewerkers ervaren weinig waarde
van het beoordelingsgesprek
6. Leiderschap nodig om medewerkers in
beweging te krijgen
‘Alles onder controle’
‘Wij maken ons zorgen’
3. Lage mobiliteit bij medewerkers
van de medewerkers
verwacht over twee
jaar nog dezelfde
functie te hebben bij
dezelfde werkgever.
65%
van de HR-managers
vindt dat medewerkers
deze regie onvoldoende
pakken.
31%
van de HR-managers heeft hierbij
een scope van 1 tot 3 jaar.
38%
van de medewerkers wil
graag de regie over hun
eigen ontwikkeling.
75%
van de medewerkers vindt dat het
beoordelingsgesprek geen toegevoegde
waarde heeft.
27%
Bestuurders verwachten van HR:
Top 3 meest gewaardeerde ontwikkelinstrumenten:
strategisch
adviseur voor
de directie
82%
coach
voor leiding-
gevenden
72%
ondersteuning
van leidinggevenden met de
juiste tools en technologie
52%
2.Werkgevers moeten daarom vooruit kijken
van de HR-managers
vindt strategische
personeelsplanning een
randvoorwaarde voor
talentmanagement.
68%
1. Opleiding en training
2. Coaching en intervisie
3. Persoonlijk ontwikkelplan
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 4
Talentmanagement
5.
links SanderKars
rechts Tristan Lavender
Stichting. Daarnaast vroegen we de Algemene Werkgeversvereniging
Nederland (AWVN) om een reactie op de onderzoeksresultaten.
Heeft u vragen of opmerkingen over de onderzoeksresultaten?
We horen het graag.
Sander Kars
sander.kars@raet.com
Tristan Lavender
tristan.lavender@raet.com
In dit rapport leest u hoe medewerkers, HR-managers en bestuurders
in Nederland aankijken tegen talentmanagement. Deze onderzoeks-
uitkomsten maken deel uit van de Raet HR Benchmark 2016.
Voor het achtste jaar op rij voerden we dit onderzoek uit. In samen-
werking met onderzoeksbureau TNS Nipo vroegen we naar de
mening van 1.146 medewerkers, 506 HR-managers en 117 bestuurders,
afkomstig uit verschillende branches. Daarnaast gingen we in gesprek
met bestuurders, HR-managers en experts van verschillende organi-
saties. Een selectie van hun verhalen vindt u in dit rapport.
We onderzochten talentmanagement vanuit verschillende invals-
hoeken. Hoe belangrijk vinden medewerkers het om zelf aan het roer
van hun ontwikkeling te staan? Welke instrumenten helpen hen daar
het best bij? Wat verwachten bestuurders van HR op het gebied van
talentmanagement? En wat ziet HR zelf als de belangrijkste uitdagingen?
Deze – en meer – vragen passeren de revue in het eerste deel van dit
onderzoeksrapport.
In het tweede deel van het rapport leest u over de praktijkervaringen
van adviesorganisatie Twynstra Gudde en onderwijsinstelling Aloysius
Respondenten Raet HR Benchmark 2016
1.146 medewerkers
506 HR-managers
117 bestuurders
Inleiding
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 5
Talentmanagement
6.
Marktomstandigheden
vragen om andere
competenties
Marktontwikkelingengaan snel. Bestuurders
maken zich zorgen of ze de juiste competenties
in huis hebben met het oog op de toekomst.
Werkgevers geven hoge prioriteit aan strategische
personeelsplanning.
1Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 6
Talentmanagement
7.
Groeien
Totaal
Overheid
Onderwijs
Zorg en welzijn
Zakelijkemarkt
Gelijk blijven
Krimpen
Weet niet
0% 20% 40% 60% 80% 100%
32%
6%
26%
37% 57%
32%
32%13%
28% 40%
55%
39% 35% 25%
34% 1%34%
1%
Meer groei dan
voorgaande jaren
De economische recessie lijkt voor
een groot deel achter de rug.
Vergeleken met voorgaande jaren
verwachten steeds meer werkgevers
te gaan groeien in aantallen mede-
werkers. Dat geldt vooral voor
werkgevers in de zakelijke markt.
Bij de overheid en in de zorg- en
welzijnssector voert krimp nog de
boventoon.
Vooral in de zakelijke markt verwachten
organisaties groei in het aantal medewerkers.
Verwachting aantal medewerkers komende 1 à 2 jaar,
volgens HR-managers
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 7
Talentmanagement
8.
Flexibele arbeidsrelaties
Om tekunnen anticiperen op
veranderende marktomstandig
heden, willen werkgevers meer
wendbaarheid van medewerkers.
Aan bestuurders legden wij de vraag
voor wat zij de komende twee jaar
verwachten aan verschuivingen
tussen medewerkers in loondienst
en flexibele arbeidsrelaties. 39% van
de bestuurders verwacht dat hun
organisatie naar verhouding meer
flexibele arbeidsrelaties zal inzetten
de komende jaren.
39% van de bestuurders verwacht dat hun
organisatie naar verhouding meer flexibele
arbeidsrelaties gaat inzetten.
Ja, relatief meer flexibele arbeidsrelaties ten
opzichte van aantal medewerkers in loondienst
Ja, relatief meer medewerkers in loondienst
ten opzichte van aantal flexibele arbeidsrelaties
Nee, de verhouding blijft hetzelfde
Weet niet
20%
38%
39%
3%
Verandert de verhouding medewerkers in loondienst versus flexibele
arbeidsrelaties de komende 2 jaar, volgens bestuurders
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 8
Talentmanagement
9.
Andere competenties
van medewerkersnodig
Bestuurders maken zich vooral
zorgen of hun organisatie de juiste
kwaliteiten in huis heeft met het oog
op de toekomst. 70% van hen ver-
wacht andere competenties nodig te
hebben door de snel veranderende
marktomstandigheden, zoals stelsel-
en wetswijzigingen, technologische
ontwikkelingen en nieuwe klant
behoeften.
Ook zien bestuurders een tekort aan
specialistische vaardigheden van
medewerkers (41%) als risico bij de
uitvoering van hun personeelsbeleid.
Daarnaast zijn zij bezorgd over
onvoldoende flexibiliteit in contract-
vormen (32%) en beperkte verander-
bereidheid bij medewerkers (ook 32%).
70% van de bestuurders verwacht andere
competenties nodig te hebben door
veranderende marktomstandigheden.
Belangrijkste risico’s personeelsbeleid, volgens bestuurders
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%
70%
17%
41%
32%
32%
23%
22%
Andere competenties nodig door
veranderende marktomstandigheden
Tekort aan specialistische vaardigheden
Onvoldoende flexibiliteit in de
contractvormen van medewerkers
Beperkte ontwikkel- en veranderbereid-
heid van medewerkers
Onvoldoende in staat om jong talent
te binden en te behouden
Kennisverlies door
uitstroom en vergrijzing
Geen opvolging klaar voor
sleutelposities
Meerdere antwoorden mogelijk
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 9
Talentmanagement
10.
“Talentmanagement kan eenkatalysator voor de
cultuur zijn. Dat begint al bij de werving. Welke
medewerkers passen bij de koers die de school wil
varen? Hebben we de juiste mensen op de juiste plek
aan boord? Investeren in talent zorgt niet alleen voor
een hogere kwaliteit van het onderwijs, maar ook
voor een goed imago. En daarmee trek je niet alleen
leerlingen, maar ook het juiste personeel aan.”
“Strategische personeelsplanning is niet statisch. Ik raad altijd aan om deze
planning elke een of twee jaar te hervalideren en toekomstscenario’s bij te
stellen op basis van het aanwezige en benodigde talent.”
Marcel Rijlaarsdam, Consultant Human Capital Management, Raet
Strategische
personeelsplanning
heeft hoge prioriteit
Net als vorig jaar geven HR-managers
hoge prioriteit aan strategische
personeelsplanning. Dit beleids
instrument staat zelfs op nummer
1 in de HR-agenda voor 2016. Bijna
80% van de HR-managers zegt aan
strategische personeelsplanning te
doen. De meeste organisaties
hanteren daarbij een scope van
een tot drie jaar. Slechts 4% van de
ondervraagden kijkt met strategische
personeelsplanning verder dan
vijf jaar. Mogelijk dat een snel
veranderende markt debet is aan
dit lage percentage.
Aanwezigheid van een strategische personeelsplanning,
volgens HR-managers
Ja, met een scope van 1 jaar
Ja, met een scope van 1 tot 3 jaar
Ja, met een scope van 3 tot 5 jaar
Ja, met een scope van meer dan 5 jaar
Nee, wij doen niet aan strategische
personeelsplanning
21%
23%
4%
38%
15%
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 10
Talentmanagement
11.
Toekomstgericht
personeelsbestand
De meeste HR-managers(43%)
zetten strategische personeels
planning in om de realisatie van
de organisatiestrategie naar de
toekomst toe te waarborgen. Een
kwart van de HR-respondenten
beschouwt strategische personeels-
planning als HR-instrument, om te
anticiperen op externe ontwikke-
lingen zoals een veranderende
markt, technologie of concurrentie.
25% van de HR-managers besteedt
aandacht aan strategische perso-
neelsplanning om tijdig in te spelen
op een eventueel tekort of overschot
aan bepaalde functiegroepen.
Belangrijkste doelen van strategische personeelsplanning,
volgens HR-managers
0% 10% 20% 30% 50%40%
Inrichten van het personeelsbestand om de organisatie-
strategie naar de toekomst toe te realiseren
Anticiperen op een veranderende marktvraag, technologie,
arbeidsmarkt, concurrentie en wet- en regelgeving
Anticiperen op een eventueel tekort of overschot aan
personeel in bepaalde functiegroepen
Al dan niet verder flexibiliseren van de organisatie (balans
flexibele arbeidsrelaties versus medewerkers in loondienst)
Inspelen op generatieverschillen in de manier waarop
medewerkers naar werk en contractvormen kijken
43%
25%
25%
5%
2%
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 11
Talentmanagement
12.
Focus op iederstalent
De meeste werkgevers richten zich bij
de uitvoering van talentmanagement op
de ontwikkeling van alle medewerkers.
Ze beschouwen talentmanagement als een
strategie om de continuïteit van de organisatie
te waarborgen en een aantrekkelijk werkgever
te blijven.
2Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 12
Talentmanagement
13.
Strategische personeelsplanning
randvoorwaarde
Bijna 70%van de ondervraagde HR-managers vindt strate-
gische personeelsplanning een randvoorwaarde voor de
uitvoering van talentmanagement. Volgens een van de
geïnterviewde organisaties in dit onderzoek, Twynstra
Gudde, vragen marktontwikkelingen continu om nieuwe
kennis en vaardigheden.
Investeren in alle medewerkers
Bestuurders bevestigen het belang van talentmanagement.
84% van hen vindt dat in de ontwikkeling van alle mede-
werkers geïnvesteerd moet worden. Bestuurders zijn overi-
gens kritisch of ze voldoende talent in huis hebben om de
huidige organisatiedoelstellingen te realiseren. Gemiddeld
geven zij deze ‘match’ een 6,7.
Benadering van talentmanagement, volgens bestuurdersIs strategische personeelsplanning volgens HR-managers een
randvoorwaarde voor talentmanagement?
(Geheel) mee eens
Niet eens, niet oneens
(Geheel) mee oneens
Weet niet
22%
4%
68%
6%
0% 20% 40% 60% 100%80%
84%
9%
6%
3%
Elke medewerker heeft talent; wij
investeren dan ook in de ontwikkeling
van alle medewerkers
Wij investeren voornamelijk in de
high-potentials binnen onze organisatie
Wij investeren voornamelijk in de functie-
groepen die de grootste bijdrage leveren
aan de organisatiedoelstellingen
Anders
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 13
Talentmanagement
14.
“Talentmanagement kan eenkatalysator voor de
cultuur zijn. Dat begint al bij de werving. Welke
medewerkers passen bij de koers die de school wil
varen? Hebben we de juiste mensen op de juiste plek
aan boord? Investeren in talent zorgt niet alleen voor
een hogere kwaliteit van het onderwijs, maar ook
voor een goed imago. En daarmee trek je niet alleen
leerlingen, maar ook het juiste personeel aan.”
“Veel werkgevers investeren in talentmanagement om de klanttevredenheid
te verhogen. In de praktijk zie ik dat ze zich hierbij vooral richten op
functiegroepen die het primaire proces het meest raken. Klanttevredenheid
wordt steeds meer een graadmeter voor succesvol talentmanagement.”
Christel Schnater, Consultant Human Capital Management, Raet
Organisatieverandering
Net als vorig jaar noemen
HR-managers de continuïteit van
hun organisatie als belangrijkste
reden voor talentmanagement.
Bestuurders hechten vooral waarde
aan aantrekkelijk werkgeverschap
en het creëren van de gewenste
cultuur. Zij zien talentmanagement
als een instrument om een
organisatieverandering te bewerk
stelligen.
Redenen voor talentmanagement
0% 10% 20% 30% 40% 50%
43%
36%
33%
43%
22%
24%
22%
33%
18%
6%
16%
20%
16%
11%
Continuïteit van de organisatie
Aantrekkelijke werkgever zijn op
de arbeidsmarkt (vinden en
behouden van talent)
Verhogen van de klanttevredenheid
Creëren van de gewenste cultuur
Verbeteren van financiële resultaten
(o.a. omzet, winst)
Vergroten van het
onderscheidend vermogen
Vergroten van de concurrentiekracht
HR-managers
Bestuurders
Meerdere antwoorden mogelijk
Extra aandacht voor talentmanagement
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 14
Talentmanagement
15.
0% 10% 20%30% 40% 50%
39%
49%
39%
37%
35%
50%
26%
15%
22%
28%
Ontwikkelen van leiderschap
Identificeren van aanwezig talent
in de organisatie
Verhogen van mobiliteit en
inzetbaarheid van medewerkers
Inzicht in benodigd talent voor
de toekomst
Inzicht in de opvolgers van
medewerkers op kritieke sleutelposities
Betere vertaling van de organisatie-
strategie naar de HR-strategie
HR-managers
Bestuurders
42%
41%
Meerdere antwoorden mogelijk
Leidinggevende moet
medewerkers in
beweging krijgen
Zowel bestuurders als HR-managers
geven aan inzicht in talent te missen.
Ze hebben slecht zicht op het talent
dat nodig is om de organisatie
strategie te realiseren en weten
ook niet goed welke talenten hun
organisatie al in huis heeft.
Bestuurders vinden dat het
verhogen van de inzetbaarheid en
mobiliteit van medewerkers prioriteit
heeft. Ze ervaren dat medewerkers
te lang op dezelfde plek binnen de
organisatie zitten. Daarbij willen ze
dat het lijnmanagement zich na
drukkelijker bezighoudt met het
voeren van de juiste gesprekken
over ontwikkeling en inzetbaarheid.
49% van de bestuurders vindt dat beter
leiderschap nodig is voor talentmanagement.
Aandachtspunten bij de uitvoering van talentmanagement
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 15
Talentmanagement
16.
Medewerkers willen
de regieover
hun ontwikkeling
Medewerkers willen zelf de regie over hun
ontwikkeling. HR-managers zijn echter nog niet
tevreden over de mate waarin medewerkers die
regie pakken. Ruim 30% van de HR-managers
vindt dat medewerkers hierin tekortschieten.
3Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 16
Talentmanagement
17.
Lage arbeidsmobiliteit
Veruit demeeste medewerkers (65%)
verwachten over twee jaar nog
steeds dezelfde functie bij dezelfde
werkgever te hebben. Een op de
zeven medewerkers (14%) denkt aan
een andere functie bij de huidige
werkgever. Slechts 7% van hen
verwacht binnen nu en twee jaar bij
een andere werkgever aan de slag te
gaan. Vergeleken met de resultaten
van ons vorige HR Benchmark-
onderzoek lijkt het alsof nog meer
medewerkers op hun huidige plek
blijven zitten.
Vooral medewerkers uit het onder-
wijs denken dat zij over twee jaar
nog hetzelfde werk bij hun huidige
werkgever doen (71%). Medewerkers
in de overheid verwachten de
meeste interne mobiliteit; een op
de vijf denkt dan een andere baan
bij dezelfde werkgever te hebben.
65% van de medewerkers verwacht de
komende twee jaar dezelfde functie bij dezelfde
werkgever te hebben.
0% 20% 40% 60% 80% 100%
Een andere baan bij mijn
huidige werkgever
Een baan bij een andere
werkgever
Geen werk meer
(bijv. baan kwijtgeraakt)
Dan ben ik gestopt met werken
(op eigen initiatief)
Anders
Geen idee
Totaal
18-24
jaar
25 - 34
jaar
35 -44
jaar
45-54
jaar
55-64
jaar
65%
52%
47%
60%
73%
68%
14% 7% 2% 6% 6%
31% 6% 12%
28% 17% 1% 7%
20% 11% 2% 7%
13% 6% 2%5%
4% 4% 16% 1% 6%2%
Dezelfde baan bij mijn
huidige werkgever
Arbeidsmobiliteit medewerkers aankomende twee jaar, naar leeftijd
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 17
Talentmanagement
18.
Ruimte voor talentbinnen functie
Veruit de meeste medewerkers vinden hun huidige baan
uitdagend genoeg om hun talent te benutten. 69% is het
met deze stelling eens. Medewerkers hebben ook het gevoel
dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan de organisatie
doelstellingen: 86% van hen is hier positief over.
Te weinig loopbaanperspectief
Medewerkers zijn minder positief over hun
loopbaanperspectief. Slechts 38% ziet voldoende
doorstroommogelijkheden. Mogelijk zijn de beperkte
doorstroommogelijkheden reden voor de lage interne
arbeidsmobiliteit.
Heeft u als medewerker voldoende loopbaanmogelijkheden?Mijn huidige baan is uitdagend genoeg om mijn talenten te
benutten
Geheel mee eens
Mee eens
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee oneens
Geheel mee oneens
22%
2%7%
51%
18%
Geheel mee eens
Mee eens
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee oneens
Geheel mee oneens
37%
5%
20%
30%
8%
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 18
Talentmanagement
19.
Medewerker wil zelfaan het
roer staan
Net als in de HR Benchmark 2014-2015 geven
medewerkers aan dat zij zelf de regie willen over hun
ontwikkeling. Ze zijn liever zelf eigenaar van hun
ontwikkelingsprogramma (75%) dan dat hun werkgever
dat voor hen bepaalt. Op de stelling of ze willen dat hun
werkgever voor hen een ontwikkelingsprogramma
opstelt, reageert namelijk maar 34% positief.
Medewerker verwacht meer steun
bij ontwikkeling
Medewerkers zijn kritisch over de (financiële) middelen
die ze krijgen aangeboden om zich te ontwikkelen.
Iets minder dan de helft (45%) vindt dat hun werkgever
voldoende mogelijkheden hiervoor aanbiedt.
Medewerkers zijn ook niet onverdeeld enthousiast
over de vrijheid en de ruimte die zij krijgen om zich te
ontwikkelen; slechts 50% is hier positief over.
Ik krijg als medewerker voldoende tijd en (financiële) middelen
ter beschikking van mijn werkgever om mij te ontwikkelen
Ik vind het als medewerker belangrijk dat ik zelf de regie heb
over mijn ontwikkelingsprogramma
Geheel mee eens
Mee eens
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee oneens
Geheel mee oneens
23%
0%2%
60%
15% Geheel mee eens
Mee eens
Niet mee eens, niet mee oneens
Mee oneens
Geheel mee oneens
34%
5%
16%
36%
9%
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 19
Talentmanagement
20.
Te druk metde waan
van de dag
Bijna tweederde (65%) van de mede-
werkers heeft de afgelopen twaalf
maanden geen opleiding gevolgd.
De meesten van hen geven aan dat
de waan van de dag hen in de weg
staat. Een kwart van de medewerkers
heeft überhaupt geen opleidings
mogelijkheden. 23% van de mede-
werkers geeft echter aan dat ze zich
net zo goed ontwikkelen in de
dagelijkse praktijk. Een opleiding is
volgens hen niet nodig.
0% 5% 10% 15% 30%25%20%
Ik ben te druk met de waan van de dag,
ik kom niet toe aan een opleiding of training
Onze organisatie biedt geen
opleidingsmogelijkheden aan
Ik ontwikkel mij net zo goed in de praktijk
en heb geen opleiding nodig
Ik haal het maximale uit mijn kunnen,
ik kan me niet meer verder ontwikkelen
Er zijn geen of onvoldoende financiële
mogelijkheden voor een opleiding
Ik vind het lastig om mijn (persoonlijke)
ontwikkeling en loopbaan concreet
vorm te geven
Mijn leidinggevende stimuleert mij te weinig
om me verder te ontwikkelen
Ik weet niet wat de mogelijkheden zijn
10%
9%
8%
6%
12%
23%
25%
25%
Meerdere antwoorden mogelijk
Redenen waarom medewerkers de afgelopen 12 maanden geen
opleiding hebben gevolgd
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 20
Talentmanagement
21.
Medewerkers pakken
regie onvoldoende
HR-managerszijn nog niet tevreden
over de mate waarin medewerkers de
regie pakken over hun ontwikkeling.
Ruim 30% van de HR-managers
vindt dat medewerkers hierin tekort-
schieten. HR-managers denken dat
de waan van de dag medewerkers
in de weg staat. Volgens hen zijn
medewerkers ook niet altijd op de
hoogte van ontwikkelmogelijkheden
en vinden zij het spannend om te
veranderen.
Bestuurders vinden vooral dat
leidinggevenden een rol moeten
spelen bij de ontwikkeling van
medewerkers. Om in de toekomst
ook team- en organisatiedoelen te
halen, moeten leidinggevenden
medewerkers stimuleren om initiatief
te nemen en zich te ontwikkelen.
Ruim 30% van de HR-managers vindt dat
medewerkers onvoldoende de regie over hun
ontwikkeling pakken.
Geheel wel
Enigszins
Neutraal
Beperkt
Geheel niet
22%
2%
29%
42%
5%
In hoeverre ervaart u als HR-manager dat uw medewerkers
daadwerkelijk de regie over hun ontwikkeling pakken?
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 21
Talentmanagement
22.
Sterker leiderschap
verwacht
Bestuurders zijnniet tevreden over de resultaten
van talentmanagement binnen hun organisatie.
Ze maken zich vooral zorgen over de ontwikkel
bereidheid van medewerkers en de kwaliteit van
het peoplemanagement in de lijn. Bestuurders
verwachten van HR meer ondersteuning aan de
lijn in de vorm van advisering, coaching en
technologie.
4Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 22
Talentmanagement
23.
Versterken van
leiderschap bij
talentontwikkeling
Bestuurdersvinden dat de uitvoering
van talentmanagement een stuk
beter kan. Ze geven de resultaten
van hun huidige talentmanagement-
beleid een 6,2. Net als vorig jaar zien
bestuurders een gebrek aan tijd en
prioriteit als grootste struikelblok.
Bestuurders zijn, nog meer dan
HR-managers, kritisch op de
ontwikkelbereidheid van mede
werkers. De kwaliteit van het
lijnmanagement moet volgens hen
ook beter. Zij vinden dat leiding
gevenden een cruciale rol spelen in
het voeren van gesprekken met
medewerkers over ontwikkeling en
inzetbaarheid, zodat medewerkers
daadwerkelijk met hun ontwikkeling
aan de slag gaan.
0% 10% 20% 30% 40% 60%50%
52%
45%
34%
24%
28%
41%
25%
34%
23%
12%
20%
19%
16%
15%
Prioriteit/tijd
Budget
Competenties people-
management in de lijn
Ontwikkelbereidheid
medewerkers
Geen duidelijke
organisatiestrategie
Draagvlak bij
lijnmanagement
Kwaliteit van de HR-afdeling
14%
3%
Draagvlak bij directie
HR-managers
Bestuurders
Meerdere antwoorden mogelijk
Struikelblokken bij de uitvoering van talentmanagement
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 23
Talentmanagement
24.
“Talentmanagement kan eenkatalysator voor de
cultuur zijn. Dat begint al bij de werving. Welke
medewerkers passen bij de koers die de school wil
varen? Hebben we de juiste mensen op de juiste plek
aan boord? Investeren in talent zorgt niet alleen voor
een hogere kwaliteit van het onderwijs, maar ook
voor een goed imago. En daarmee trek je niet alleen
leerlingen, maar ook het juiste personeel aan.”
“Leidinggevenden kunnen medewerkers meer stimuleren om zelf het
initiatief te nemen in de gesprekscyclus. Vraag medewerkers om gesprekken
goed voor te bereiden en hun ontwikkeldoelstellingen SMART te maken.”
Roy Leenders, Human Capital Management Consultant, Raet
Meer ondersteuning HR
aan het management
Bestuurders vinden dat de HR-afdeling
een rol moet spelen bij het uitvoeren
van talentmanagement. Ze willen dat
HR een strategisch adviseur voor hen
is. Ook verwachten ze van HR een
prominente rol bij het faciliteren van het
lijnmanagement. HR zou lijnmanagers
moeten coachen en voorzien van de
juiste technologie.
Wat verwachten bestuurders van de HR-afdeling op het gebied van
talentmanagement?
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 90%80%
82%
72%
52%
Strategisch adviseur voor directie
Interne coach en facilitator
voor lijnmanagers
Juiste tools en technologie
beschikbaar maken voor lijnmanagers
Uitvoeren van de administratieve
processen rondom talentmanagement
28%
2%
Bewaken of alle gesprekken
in het kader van de gesprekscyclus
op tijd uitgevoerd worden
Geen, want talentmanagement is
voornamelijk een zaak van
medewerker en lijnmanager
Meerdere antwoorden mogelijk
28%
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 24
Talentmanagement
25.
Meer ondersteunende toolsnodig
Bestuurders vinden hun HR-afdeling over het algemeen goed in
staat om de gesprekscyclus te bewaken. Zij zijn kritischer over de
ondersteuning van HR aan de lijn: 46% van hen geeft de HR-afdeling
een 6 of lager als het gaat om het beschikbaar stellen van de juiste
tools voor de uitvoering van talentmanagement.
31%
7,0 6,7 6,5 6,86,5
41%
29%
34%
23%
38%
17%
22%
30%
23%
28%
18%
31%
34%
19%
16%
16%
13%
7 1 - 58 - 10 6
Bewaken of alle gesprekken
in het kader van de
gesprekscyclus op tijd
uitgevoerd worden
Strategisch adviseur
voor directie
Interne coach
en facilitator
voor lijnmanagers
Juiste tools en technologie
beschikbaar maken
voor lijnmanagers
Uitvoeren van de
administratieve processen
rondom talentmanagement
21%
16%
Gemiddelde
Rapportcijfer
Beoordeling rol HR-managers bij talentmanagement, volgens bestuurders
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 25
Talentmanagement
26.
Ontwikkelinstrumenten
Medewerkers zijn hetmeest enthousiast over de
meerwaarde van de ontwikkelinstrumenten
opleidingen en coaching/intervisie. Ze vinden dat
confronterende instrumenten zoals persoonlijkheids-
testen en 360 graden feedback een minder grote
bijdrage leveren aan hun ontwikkeling.
5Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 26
Talentmanagement
27.
E-learning steeds
populairder
Werkgevers voerentalentmanage-
ment uit met verschillende ontwikkel
instrumenten. Opleidingen, voort-
gangsgesprekken en beoordelings-
gesprekken zijn nog steeds de meest
ingezette instrumenten. Vergeleken
met de Raet HR Benchmark 2014-
2015 zien we dat werkgevers meer
gebruik zijn gaan maken van
360 graden feedback, e-learning
en het doelstellingengesprek.
In het onderwijs pakken scholen
vooral de gesprekkencyclus op;
zij bieden vaker dan andere segmenten
voortgangsgesprekken, beoordelings
gesprekken en intervisie aan.
Werkgevers uit de zakelijke markt
besteden gemiddeld meer dan
andere segmenten aandacht aan het
doelstellingengesprek. In de overheid
wordt veel gebruik gemaakt van de
vlootschouw, terwijl zorginstellingen
meer dan gemiddeld e-learning
omarmd hebben.
Top 10 meest aangeboden ontwikkelinstrumenten, volgens HR-managers
Opleiding en training
79%
Voortgangs- of
functioneringsgesprek
74%
Beoordelingsgesprek
60%
Persoonlijk
ontwikkelingsgesprek
55%
Coaching en intervisie
54%
Loopbaangesprek
38%
Assessment
37%
360 graden feedback
35%
E-learning
32%
Doelstellingengesprek
28%
Meerdere antwoorden mogelijk
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 27
Talentmanagement
28.
Opleidingen wederom
meest gewaardeerd
Opleidingenen coaching/intervisie
dragen volgens medewerkers het
meest bij aan hun ontwikkeling.
Andere ontwikkelinstrumenten die
zij waarderen zijn het POP-gesprek,
e-learning en het doelstellingen
gesprek. Medewerkers zijn minder
positief over confronterende
instrumenten zoals persoonlijkheids-
testen, 360 graden feedback en
een beoordelingsgesprek.
“Ontwikkeling laat zich niet altijd in vaste gespreksmomenten vangen.
Het is belangrijk dat de HR-afdeling managers en medewerkers stimuleert
om voortdurend met hun ontwikkeling bezig te zijn.”
Stephan Teunissen, Consultant Human Capital Management, Raet
Top 5 meest gewaardeerde ontwikkelinstrumenten, volgens
medewerkers
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 28
Talentmanagement
Zeer grote bijdrage
Helemaal geen bijdrage
31%
4%
6%
43%
15%
Grote bijdrage
Neutraal
Geen bijdrage
Zeer grote bijdrage
Helemaal geen bijdrage
36%
6%
7%
41%
10%
Grote bijdrage
Neutraal
Geen bijdrage39%
7%
9%
38%
8%
Zeer grote bijdrage
Helemaal geen bijdrage
31%
4%
6%
43%
15%
Grote bijdrage
Neutraal
Geen bijdrage
Opleiding en training
Zeer grote bijdrage
Helemaal geen bijdrage
40%
8%
15%
28%
9%
Grote bijdrage
Neutraal
Geen bijdrage
Zeer grote bijdrage
Grote bijdrage
Neutraal
Geen bijdrage
Helemaal geen bijdrage
47%
6%
10%
28%
9%
E-learning
Coaching en intervisie
Persoonlijk
ontwikkelingsgesprek
Doelstellingengesprek
29.
Steeds meer processen
voortalentmanagement
digitaal
De voortgang en de resultaten van
de ontwikkeling van medewerkers
worden nog steeds op verschillende
manieren geregistreerd: deels op
papier, deels via Word en Excel en
deels in een centraal HR-systeem,
door de HR-afdeling. Gemiddeld
registreert 25% van de medewerkers
en managers zélf – met e-HRM – hun
gemaakte afspraken en voortgang
over ontwikkeling en inzetbaarheid.
Dat was vorig jaar 20%.
In ons onderzoek bevestigt een
van de geïnterviewde organisaties,
Aloysius Stichting, de noodzaak van
Employee Self Service en Manager
Self Service (ESS en MSS) bij de
uitvoering van talentmanagement.
Op pagina 33 kunt u meer lezen over
de visie en aanpak van Aloysius
Stichting.
Registratie en monitoring van ontwikkelinstrumenten
Meerdere antwoorden mogelijk
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 29
Talentmanagement
Voortgangs- of
functioneringsgesprek360 graden feedback
0%
25%
28%
33%
4%
29%
1%
Op papier
Word/Excel
In een e-HRM portal (ESS/MSS) do
medewerkers en managers zelf
Via een mobiele app
(op tablet of smartphone)
Wordt niet geregistreerd
Centraal HR-systeem
(door de HR-afdeling vastgelegd)
Specifiek talentmanagement-
systeem
11%
27%
29%
20%
22%
1% 0%
Coaching en intervisie Opleiding en training
Op papier
Word/Excel
In een e-HRM portal (ESS/MSS) door
medewerkers en managers zelf
Via een mobiele app
(op tablet of smartphone)
Wordt niet geregistreerd
Centraal HR-systeem
(door de HR-afdeling vastgelegd)
Specifiek talentmanagement-
systeem
22%
29%
24%
6%
11%
1%
18%
Op papier
Word/Excel
In een e-HRM portal (ESS/MSS) door
medewerkers en managers zelf
Via een mobiele app
(op tablet of smartphone)
Wordt niet geregistreerd
Centraal HR-systeem
(door de HR-afdeling vastgelegd)
Specifiek talentmanagement-
systeem
17%
23%
44%
10%
23%
1% 1%
Op papier
Word/Excel
In een e-HRM portal (ESS/MSS) door
medewerkers en managers zelf
Via een mobiele app
(op tablet of smartphone)
Centraal HR-systeem
(door de HR-afdeling vastgelegd)
Specifiek talentmanagement-
systeem
Wordt niet geregistreerd
20%
28% 27%
8%
37%
2% 0%
Op papier
Word/Excel
In een e-HRM portal (ESS/MSS) door
medewerkers en managers zelf
Via een mobiele app
(op tablet of smartphone)
Wordt niet geregistreerd
Centraal HR-systeem
(door de HR-afdeling vastgelegd)
Specifiek talentmanagement
systeemDoelstellingengesprek
30.
Meten van succesvol
talentmanagement
Werkgeversvinden het lastig om relevante data
over talentmanagement te rapporteren. Zij missen
vooral inzicht in de toekomstige behoefte aan het
soort medewerkers en aanwezige competenties
binnen de organisatie.
6Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 30
Talentmanagement
31.
Beperkt inzicht in
competenties
Ondanksde toenemende digi-
talisering van talentmanagement
processen vinden werkgevers het
nog lastig om managementinformatie
over de performance en de
competenties van medewerkers te
rapporteren. Vooral bestuurders
hechten waarde aan inzicht in de
aanwezige competenties, maar 76%
van hen geeft aan deze informatie
moeilijk boven water te krijgen.
76% van de bestuurders heeft niet eenvoudig
toegang tot data over competenties van medewerkers.
Top 5 HR-data die volgens bestuurders niet eenvoudig toegankelijk is
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 31
Talentmanagement
Doorstroom in
de organisatie
Medewerkers die op
sleutelposities zitten
Toekomstige
behoefte aan bepaald
soort medewerkers
64%
36%
79%
21%
81%
19%
Niet beschikbaarBeschikbaar
Gemiddelde
beoordelingsscores
Aanwezige competenties
medewerkers
Doorstroom in
de organisatie
Medewerkers die op
sleutelposities zitten
Toekomstige
behoefte aan bepaald
soort medewerkers
67%
33%
76%
24%
64%
36%
79%
21%
81%
19%
Niet beschikbaarBeschikbaar
Gemiddelde
beoordelingsscores
Aanwezige competenties
medewerkers
67%
33%
76%
24%
Toekomstige behoefte
soort medewerkers
Niet beschikbaarBeschikbaar
Gemiddelde
beoordelingsscores
Aanwezige competenties
medewerkers
Doorstroom in
de organisatie
Medewerkers die
sleutelposities zi
67%
33%
76%
24%
64%
36%
79%
21
Niet beschikbaarBeschikbaar
Gemiddelde
beoordelingsscores
Aanwezige competenties
medewerkers
Doorstroom in
de organisatie
Medewerkers die op
sleutelposities zitten
Toek
behoefte
soort m
67%
33%
76%
24%
64%
36%
79%
21%
81%
Gemiddelde
beoordelingsscores
Medewerkers op
sleutelposities
Aanwezige
competenties
Doorstroom
Niet beschBeschikbaar
67%
33%
7
Niet beschikbaarBeschikbaar
33%
24%
32.
Medewerker- en
klanttevredenheid als
graadmeters
Werkgeversdie de resultaten van
talentmanagement beoordelen,
kijken vooral naar het effect op de
medewerkertevredenheid (61%).
Ook klanttevredenheid zien zij als
een relevante indicator voor de
resultaten van talentmanagement.
Vooral de zorg- en welzijnssector
heeft hier oog voor. Andere populaire
kengetallen zijn: mobiliteit van mede-
werkers en (ongewenst) verloop.
Werkgevers vinden medewerkertevredenheid dé
graadmeter voor succesvol talentmanagement.
0% 10% 20% 30% 70%40% 50% 60%
Aantal gevoerde gesprekken
(voortgang, beoordeling, etc.)
Performance van de high-performers
Opleidingsbudget versus
opleidingskosten
Aantal ingevulde persoonlijke
ontwikkelingsplannen
Medewerkertevredenheid
Klanttevredenheid
Mobiliteit van medewerkers
Verloop
61%
14%
36%
29%
27%
25%
21%
13%
Meerdere antwoorden mogelijk
Meest relevante prestatieindicatoren talentmanagement,
volgens HR-managers
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 32
Talentmanagement
33.
Hoe krijg je1.000 collega’s betrokken
bij de uitvoering van een strategisch
plan? Dit vraagstuk ligt op het bord
van het management en de
HRM-afdeling van Aloysius Stichting.
De onderwijsinstelling voor speciaal
onderwijs – met ruim zestig locaties
– staat aan de vooravond van de
implementatie van het Strategisch
Plan 2016-2020. Marja van den Ouden
is directeur HRM bij Aloysius Stichting
en een van de kartrekkers: “Als je
medewerkers wilt betrekken bij een
nieuwe koers, moet je zo concreet
mogelijk zijn over de doelstellingen.
Échte organisatieverandering komt
van de werkvloer.”
“Maak medewerkers
eigenaar van hun
gesprekscyclus”
Marja van den Ouden,
directeur HRM, Aloysius Stichting
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 33
Talentmanagement
34.
Om de gewensteorganisatieverandering te
realiseren, besteedt Aloysius veel aandacht
aan performance management en
ontwikkeling. Van den Ouden:
“Talentmanagement gaat bij ons niet over
een select clubje talenten of over speciale
gaven. Iedere medewerker heeft een
ontwikkelperspectief. Het gaat erom dat je
als werkgever een omgeving biedt waarin
medewerkers in hun kracht worden gezet.
En waarin medewerkers de ruimte krijgen
om zelf de regie te pakken over hun
ontwikkeling en inzetbaarheid.”
Betrokkenheid bij doelen
‘Samen betekenisvol leren’ is de titel van
de nieuwe koers. Van den Ouden vertelt
hoe belangrijk het is om organisatiedoelen
samen met medewerkers vast te stellen:
“Leg de uitwerking van strategische doelen
zo laag mogelijk in de organisatie. Betrek
medewerkers bij de vertaling van deze
doelen naar hun eigen omgeving. Dan
krijgen doelstellingen pas echt betekenis.”
Het vertalen van de organisatiedoelstellingen
naar individuele doelstellingen ondersteunt
Aloysius Stichting met een Resultaat- en
Ontwikkelcyclus. Van den Ouden: “Dat is
onze gesprekscyclus. Medewerkers leggen
hierin resultaatafspraken vast, maar ook hun
persoonlijke ontwikkelingsplannen. Ze zijn
er bij ons zelf voor verantwoordelijk dat ze
in ontwikkeling blijven. Hoe blijf je als
medewerker vitaal – in kennis en kunde,
maar ook in je passie? Wat heb je als
medewerker nodig om prettig te kunnen
blijven werken? En hoe ga je invulling geven
aan de nieuwe koers? De leidinggevende
speelt in dit reflectieproces een cruciale rol.”
Kwaliteit van de gesprekken
Van den Ouden vindt dat de kwaliteit
van de gesprekken tussen manager en
medewerkers beter kan. “Het gaat erom dat
“Talentmanagement is niet iets voor een select clubje medewerkers.
Iedere medewerker heeft een ontwikkelperspectief.”
Marja van den Ouden, directeur HRM, Aloysius Stichting
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 34
Talentmanagement
35.
medewerkers zelf komenmet een voorstel
voor hun doelstellingen en vertellen wat ze
nodig hebben om deze doelstellingen te
halen. Het is als leidinggevende soms
verleidelijk om dit voor de medewerker in te
vullen als de medewerker hier niet uitkomt,
maar dat willen we juist niet. Daar coachen
we leidinggevenden ook op; ga niet op de
stoel van de medewerker zitten, leg het
initiatief bij henzelf. Stel de juiste vragen.
Wat ga je bijdragen aan de organisatie?
Hoe ga je dat doen en wat heb je daarvoor
nodig? Als een medewerker de antwoorden
op die vragen nog niet scherp heeft,
moet je soms het gesprek uitstellen en
de medewerker meer tijd geven om zich
goed voor te bereiden.”
Digitalisering zorgt voor meer eigenaarschap
Aloysius Stichting zit middenin de implemen
tatie van een e-HRM-systeem dat mede
werkers en managers ondersteunt bij de
gesprekscyclus. “Niemand heeft baat bij het
jaarlijks afvinken van het aantal gevoerde
functionerings- of beoordelingsgesprekken.
We willen medewerkers faciliteren bij een
gesprekscyclus waar ze zelf volledig
eigenaar van zijn; een cyclus waarin ze zelf
vastleggen welke opleidingen of intervisie
vormen ze nodig hebben en welke vervolg
stappen ze voor ogen hebben in hun
loopbaan. Ik geloof erin dat digitalisering
medewerkers helpt in dit proces.”
Analyserende rol van HR
Van den Ouden vertelt dat de rol van de
HRM-afdeling bij performance management
verder gaat dan het beschikbaar stellen van
technologie en tools. “We ondersteunen het
management bij vraagstukken als: hebben
we voldoende medewerkers op het juiste
niveau? Waar zit de kernkwaliteit van
onze organisatie? Maar belangrijker nog:
we helpen leidinggevenden het gesprek te
voeren met hun medewerkers, door ze te
coachen en te adviseren. En we gaan met
schooldirecteuren en locatiedirecteuren
in gesprek. Zij zullen steeds meer coachend
leiderschap moeten gaan tonen.”
“Leg de uitwerking van strategische doelen zo laag mogelijk in de
organisatie. Dan krijgen ze pas echt betekenis.”
Marja van den Ouden, directeur HRM, Aloysius Stichting
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 35
Talentmanagement
36.
“Medewerkers vinden hetlastig om meer
eigenaarschap over hun ontwikkeling te pakken.”
Remco Prast, locatiedirecteur, Aloysius Stichting
“Ik houd ervan als mede
werkers zelf met initiatieven
komen voor hun ontwikkeling”
Remco Prast is sinds ruim een jaar locatie
directeur bij Aloysius Stichting en verantwoor
delijk voor elf locaties in Noord-Holland. Prast
reageert positief op het onderzoeksresultaat dat
veel medewerkers aangeven de regie te willen
over hun ontwikkeling. Hij ervaart echter in de
dagelijkse praktijk dat niet alle medewerkers dit
makkelijk vinden.
“Medewerkers vinden het lastig om meer eigenaar
schap te pakken, zowel over hun ontwikkeling als
over hun bijdrage aan de organisatiedoelstellingen.
Ik houd ervan als medewerkers zelf met initiatieven
komen voor hun ontwikkeling. Vooral met het
oog op ons nieuwe Strategisch Plan 2016-2020.
Het Speciaal Onderwijs verandert snel. Onze
stichting wil bovendien topkwaliteit blijven leveren
met onder meer passend onderwijs. Medewerkers
moeten zich daarom op hun vakgebied blijven
ontwikkelen.”
Niet afhankelijk van leidinggevende
Prast vindt het belangrijk dat medewerkers zelf het
initiatief nemen in hun ontwikkeling: “Sommige
medewerkers zeggen wel eens dat ze te weinig
geholpen worden door hun leidinggevende.
Ik ben het daar niet altijd mee eens. Ik vind dat
een medewerker ook zichzelf een aantal vragen
moeten stellen. Heb ik intervisie gevraagd? Heb ik
collega’s om feedback gevraagd? Hoe kom ik over
in de klas? Houd ik mijn kennis bij? Het is niet goed
als medewerkers volledig op hun leidinggevende
leunen in hun ontwikkeling.”
Deelgenoot van Strategisch Plan
Prast coacht samen met een HR-adviseur zijn
managementteam (MT) op nieuwe competenties.
“Het MT heeft veel HR-taken op het bordje liggen.
Managers moeten in staat zijn de nieuwe koers
van Aloysius Stichting te vertalen naar hun eigen
schoolsituatie. Vervolgens gaan ze met hun
medewerkers in gesprek om hen zélf de organisatie
doelen te laten vertalen naar individuele doel
stellingen. Maar ook, om te bespreken of de ambities
van medewerkers matchen met die van de school.”
“Door de regie laag in de organisatie te leggen worden
medewerkers meer deelgenoot van het Strategisch
Plan”, vervolgt Prast. “Ik denk dat medewerkers
hierdoor meer bewust worden van hun kracht, maar
ook van hun ontwikkelpunten. Ik hoop dat ik in mei
zoveel mogelijk opleidingsverzoeken van mede
werkers krijg voor het volgende schooljaar. Dat is
namelijk een goede graadmeter voor de bereidheid
van medewerkers om zich te ontwikkelen.”
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 36
Talentmanagement
37.
“Ik houd graagzelf de regie over de ontwikkelstappen
die ik voor ogen heb.”
Wendy van Breukelen, leerkracht, Aloysius Stichting
opleidingsaanbod. En ik houd graag zelf de regie
over de ontwikkelstappen die ik voor ogen heb.”
Ruimte voor eigen ontwikkelinitiatieven
Van Breukelen vertelt dat ze zelf aan het roer staat
van haar Resultaat- en Ontwikkelcyclus. “De Intern
Begeleider en locatieleider komen regelmatig in de
klas kijken. De competentielijst die zij invullen, is de
basis voor mijn functioneringsgesprek. Naast deze
vaste momenten in de gesprekscyclus, heb ik
erg veel ruimte voor eigen ontwikkelinitiatieven.
Denk aan meelopen met collega’s die beschikken
over bepaalde competenties, of jezelf met een
videocamera opnemen en analyseren. Het is best
wel kwetsbaar om je zo op te stellen, maar het is
ook erg leerzaam.”
Meer bewustwording
Op dit moment legt Van Breukelen de voortgang
en de resultaten van haar gesprekscyclus nog in
Word vast. Ze is blij dat ze haar persoonlijke
ontwikkeling straks met een e-HRM-systeem kan
bijhouden. Ze ziet in digitalisering de mogelijkheid
om nog meer de regie te pakken. “Ik vind het
belangrijk om mijn eigen ontwikkelproces te volgen.
Welke opleidingen heb ik gevolgd? Hoe ziet mijn
persoonlijk ontwikkelingsplan eruit? Waar sta ik
over twee jaar? Het uitwerken van deze vragen
zorgt voor meer bewustwording en inzicht. Het liefst
leg ik daarom zelf zoveel mogelijk digitaal vast.”
“Belangrijk om je eigen
ontwikkelproces te kunnen
bijhouden”
Wendy van Breukelen is leerkracht bij Aloysius
Stichting. Ze hecht veel waarde aan ontwikkeling
in haar vakgebied. Afgelopen jaar heeft ze een
Master-opleiding afgerond. “Als je je wilt
ontwikkelen, moet je echt zelf de stap zetten.”
Van Breukelen is enthousiast over de ontwikkel
mogelijkheden die Aloysius Stichting biedt.
“Ik bekijk regelmatig online de opleidingsmogelijk
heden die de Aloysius Academie aanbiedt. Een
opleiding kost tijd en geld, dus ik vind het belangrijk
om mij zo goed mogelijk te verdiepen in het
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 37
Talentmanagement
38.
Afvinken of alleleidinggevenden wel
hun ontwikkel- en functionerings
gesprekken met medewerkers hebben
gevoerd? Dat is niet waar het om
draait bij talentmanagement, vindt
Robert Kaspersen, HR-manager bij
organisatieadviesbureau Twynstra
Gudde. “De verantwoordelijkheid voor
talentmanagement ligt bij ons in de
lijn”, zegt hij. “Vanuit HR faciliteren we
onze directie, leidinggevenden en
medewerkers om hun doelen te
bereiken. Daarvoor bieden we kaders
en hulpmiddelen. Maar die hulp
middelen moeten nooit een doel op
zich worden. Ze moeten bijdragen
aan de doelen van onze mensen en
van de organisatie.”
“Talentmanagement doet
beroep op eigen
verantwoordelijkheid van
managers en medewerkers”
Robert Kaspersen,
HR-manager, Twynstra Gudde
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 38
Talentmanagement
39.
“We hebben onsontwikkeld van een aanbodgestuurde
naar een vraaggestuurde HR-afdeling. We bespreken
met onze adviesgroepen hoe wij hen het best kunnen
helpen.”
Robert Kaspersen, HR-manager, Twynstra Gudde
Van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd
Tot voor kort was de rol van HR bij
Twynstra Gudde anders dan nu, vertelt
Robert Kaspersen. “Voorheen zaten we
regelmatig op de stoel van de leiding
gevende, bijvoorbeeld bij de begeleiding
van verzuimende medewerkers of
regievoering in een exittraject. Nu laten
we de organisatie veel meer vrij om zelf
invulling te geven aan het HR-beleid,
binnen bepaalde kaders.”
HR heeft zich ontwikkeld tot een vraag
gestuurde afdeling, legt Kaspersen uit.
“We leveren maatwerk, passend bij de
behoeften van managers en medewerkers.
Op het gebied van de HR-administratie
bieden wij nog steeds een uitgebreid
basispakket om leidinggevenden en mede
werkers te ondersteunen. Administratieve
HR-processen hebben we de afgelopen
periode grotendeels gestandaardiseerd en
geautomatiseerd, onder andere door de
invoering van Employee Self Service en
Manager Self Service. Dit creëert ruimte voor
ons als HR-afdeling om meer tijd te besteden
aan complexere vragen van managers en
medewerkers. We kunnen ons nu ook meer
richten op de tactische en strategische
invulling van de HR-functie binnen Twynstra
Gudde.”
Eigen verantwoordelijkheid
Die veranderende rol van HR is in versnelling
gekomen door de nieuwe organisatiestructuur
van Twynstra Gudde. Sinds 2015 kent het
bureau een holdingstructuur, met een
moederorganisatie en zelfstandige advies
groepen die geleid worden door een of
meer partners. De adviesgroepen zijn zelf
verantwoordelijk voor de uitvoering van het
HR-beleid, waaronder talentmanagement.
Kaspersen: “Als HR-afdeling schrijven we
bijvoorbeeld niet voor dat elke adviesgroep
een vlootschouw moet doen. Vaak vindt er
wel een vlootschouw plaats, op initiatief van
een groep. Wij denken dan mee over het
proces en begeleiden dit desgewenst.
In gesprek met partners kunnen we hen
helpen om op een andere manier naar hun
mensen te kijken. Een frisse blik van de
HR-afdeling helpt om subjectiviteit in een
vlootschouw te voorkomen.”
Strategische personeelsplanning
De adviesgroepen zijn zelf ook verantwoor
delijk voor strategische personeelsplanning.
Kaspersen ziet dit HR-instrument als rand
voorwaarde voor talentmanagement, net
als 68% van de HR-verantwoordelijken in
het HR Benchmark onderzoek van Raet.
“Voor Twynstra Gudde is het essentieel dat
we ons aanpassen aan de veranderende
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 39
Talentmanagement
40.
markt. Marktontwikkelingen vragenom
nieuwe proposities. Maar ook om adviseurs
met specifieke kennis en kunde. Daarom
moeten we continu vooruitkijken.”
De meeste adviesgroepen van Twynstra
Gudde hebben een strategische personeels
planning voor twee tot drie jaar. De groepen
herijken hun plannen jaarlijks op basis van
de strategische visie van de directies en
veranderingen in de markt. Elke groep stelt
een eigen businessplan op. “Een personele
paragraaf is daar een verplicht onderdeel
van”, vertelt Kaspersen. “Daarin vertalen de
groepen hun businessdoelstellingen naar
personele behoeften. Bijvoorbeeld: wat is er
nodig aan training, coaching en opleiding
voor medewerkers? Maar ook: wat voor
soort nieuwe mensen hebben we nodig?”
Medewerkers aan het roer
De vertaling van businessdoelstellingen naar
de individuele medewerker verloopt via de
gesprekkencyclus. Deze cyclus start aan het
begin van het jaar met een personal commit
ment statement van de medewerker. Hierin
beschrijven medewerkers welke bijdrage zij
gaan leveren aan de groepsdoelstellingen en
wat zij willen bereiken binnen hun ontwikkeling.
Leidinggevende en medewerker gaan hierover
samen in gesprek.
Halverwege het jaar volgt een voortgangs
gesprek en aan het einde jaar vindt een
beoordelingsgesprek plaats. Daarnaast voeren
leidinggevende en medewerker eens in de
twee à drie jaar een potentieel-prognose
gesprek, meestal op initiatief van de mede
werker. Dit gesprek is bedoeld om naar de
lange termijn te kijken: wat wil je als mede
werker de komende jaren bereiken binnen
Twynstra Gudde? Medewerkers en leiding
gevenden kunnen ook bij HR terecht als ze
eens met iemand anders willen sparren.
Kaspersen: “We leggen, bijvoorbeeld bij het
potentieel-prognosegesprek, het initiatief
bewust bij de medewerker. We willen dat
zij zelf hun verantwoordelijkheid pakken.
En dat kan ook binnen Twynstra Gudde.
We werken met professionals die ontzettend
bevlogen zijn. Die hoef je echt niet te vertellen
dat persoonlijke ontwikkeling belangrijk is.
Onze mensen willen het maximale uit
zichzelf halen. Het mooie is dat we dit ook
terugzien in de tevredenheid van onze klanten.
Dit jaar zijn we verkozen tot beste advies
bureau van Nederland in de Incompany 100.
Daar ben ik ook vanuit HR trots op. Onze
mensen maken echt het verschil.”
“Strategische personeelsplanning is een randvoorwaarde voor
talentmanagement. We moeten continu vooruitkijken om te anticiperen
op marktontwikkelingen.”
Robert Kaspersen, HR manager, Twynstra Gudde
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 40
Talentmanagement
41.
“Ik probeer projectteamsscherp te houden door de
juiste mensen aan elkaar te koppelen.”
Martijn Jansen, partner Twynstra Gudde
“Als leidinggevende ben ik
continu over ontwikkeling in
gesprek met mijn mensen.”
“Als leidinggevende moet je continu over
ontwikkeling in gesprek zijn met je mensen.
Niet alleen in de gesprekkencyclus, maar juist
ook op informele overlegmomenten.” Dat zegt
Martijn Jansen, partner bij Twynstra Gudde.
De verantwoordelijkheid voor persoonlijke
ontwikkeling moet volgens hem wel bij mede
werkers liggen. “Ik verwacht dat zij het initiatief
nemen om iets ter sprake te brengen. Maar dan
ben ik er ook voor hen. Bijvoorbeeld voorafgaand
aan een klantafspraak, of aan het einde van de
dag even met elkaar bellen vanuit de auto: dat zijn
vaak de meest waardevolle momenten. Zeker
omdat mijn mensen dan dicht op het werk en
onze klanten zitten.”
Faciliterend aan ontwikkeling
“Medewerkers bij Twynstra Gudde zijn zich ervan
bewust dat ze zelf voor een belangrijk deel verant
woordelijk zijn voor hun ontwikkeling”, vervolgt
Jansen. “Ik zie mijn eigen rol daarin vooral als een
faciliterende. Daarnaast geef ik richting vanuit onze
bedrijfsstrategie en de plek die talentontwikkeling
daarin heeft.”
Een evenwichtige teamsamenstelling is volgens
Jansen ook belangrijk voor de ontwikkeling van
medewerkers. “Ik probeer projectteams scherp te
houden door de juiste mensen aan elkaar te
koppelen. Bijvoorbeeld een senior en een medior
adviseur. Beide kunnen van elkaar leren. Zo stimuleer
je medewerkers in hun ontwikkeling: door situaties
te creëren waarin zij van elkaar kunnen leren.”
Signaalfunctie HR-afdeling
Wat verwacht Jansen van de HR-afdeling van
Twynstra Gudde? “Ik klop nu vooral bij hen aan
met vragen over de werving van nieuwe talent,
de gesprekkencyclus en beloningsvraagstukken.
Ik verwacht ook dat HR een signaalfunctie vervult
door interne en externe ontwikkelingen te volgen.
HR heeft zicht op arbeidsmarktontwikkelingen en
op dwarsdoorsnedes van de organisatie als geheel.
Dreigen we bijvoorbeeld scheef te groeien qua
leeftijdsverdeling? Of ontstaat er over meerdere
groepen heen een tekort aan een bepaald soort
talent? Ik denk dat HR een belangrijke rol kan
spelen bij het signaleren en adresseren van dat
soort ontwikkelingen.”
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 41
Talentmanagement
42.
“Samen reflecteren opde alledaagse samenwerking:
zo ontwikkel je je volgens mij het snelst.”
Mirjam Brussen, organisatieadviseur, Twynstra Gudde
onderzoek met de Universiteit Twente en verzorgt
ze onderwijs. Vijf dagen per jaar heeft ze vakdagen
met directe collega’s. “Dan pakken we een concreet
onderwerp bij de kop waar we samen beter in
willen worden. Bijvoorbeeld: hoe stel je een goede
offerte op, of hoe stel je een goede verander
diagnose? We geven elkaar feedback en kunnen
in de praktijk direct toepassen wat we van elkaar
hebben geleerd. Zo ontwikkel je je volgens mij
ook het snelst: door met elkaar te reflecteren op
de alledaagse samenwerking.”
Focus houden
Van haar leidinggevende krijgt ze veel steun en
vertrouwen, zegt Mirjam. “Hij houdt me ook kritisch
als we elkaar spreken.” Lastig vindt ze het soms
wel, om focus te houden op haar ontwikkeling.
“Als je het druk hebt met je opdrachten, word je al
snel opgeslokt door de waan van de dag. Ik heb
een persoonlijk reflectieboekje waarin ik regelmatig
opschrijf wat mij is opgevallen tijdens mijn werk en
in mijn ontwikkeling. Dat helpt mij om focus te
houden en steeds beter te worden in het adviesvak.
Ik wil in mijn vak uitgroeien tot een boegbeeld voor
anderen, zoals collega’s binnen Twynstra Gudde
dat nu voor mij zijn.”“Ik houd focus op mijn
ontwikkeling door er tijd
voor vrij te maken.”
“Als medewerker krijg je bij Twynstra Gudde veel
ruimte om je te ontwikkelen in je vak en als
persoon, maar die ruimte moet je wel zelf pakken.”
Aan het woord is Mirjam Brussen. Ze werkt al tien
jaar voor Twynstra Gudde, als organisatieadviseur
voor met name de politie en brandweer.
Organisatieontwikkeling en veranderkunde zijn
haar specialismen.
“Elke adviseur moet een bepaald aantal uren
declarabel zijn. Mijn overige uren zet ik in voor
acquisitie en vakontwikkeling.” Zo doet Mirjam
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 42
Talentmanagement
43.
Medewerkers worden honkvaster,
blijktuit het Raet HR Benchmark
onderzoek. 65% van de medewerkers
verwacht over twee jaar nog dezelfde
functie bij dezelfde werkgever te
hebben. Een verontrustend cijfer,
vindt Renske Rietbergen, manager
Business Development, Marketing
Communicatie bij de Algemene
Werkgeversvereniging Nederland
(AWVN). “Veel organisaties hebben
talentmanagement hoog op de
agenda staan, maar vinden het lastig
om medewerkers in beweging te
krijgen.” De oplossing? Stimuleer
medewerkers om zelf het initiatief te
nemen, zegt Rietbergen.
“Laat medewerkers
hun eigen ontwikkelpad
bepalen”
Renske Rietbergen,
manager Business Development, Marketing Communicatie, AWVN
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 43
Talentmanagement
44.
Medewerkers aan hetroer van hun eigen
ontwikkeling krijgen, dat is volgens Rietbergen
de grootste uitdaging. Hoe laat je het
innerlijke vuurtje van mensen ontvlammen?
Een algemeen antwoord is daar niet op te
geven, denkt ze. “Neem bijvoorbeeld beleid
dat gericht is op de duurzame inzetbaarheid
van oudere medewerkers. Het is goed dat
organisaties zulk beleid ontwikkelen. Maar
de ene oudere is de andere niet. De ene
persoon loopt op zijn 55e nog een marathon,
de andere persoon doet het op die leeftijd
liever rustiger aan. Een one-size-fits-all
aanpak werkt niet.”
Zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid
Organisaties moeten er ook voor waken dat
ze teveel in de verzorgingsmodus schieten,
zegt Rietbergen. “Het is belangrijk om in je
organisatie van laag tot hoog uit te stralen
dat medewerkers verantwoordelijk zijn voor
hun eigen ontwikkeling. Dat moet een
consistente boodschap zijn. Laat medewerkers
zelf hun ontwikkelvragen en behoeftes
uitspreken. Ga dat niet voor hen invullen.
Hoe verleidelijk dat soms ook is. Als leiding
gevende kun je in gesprek met een mede
werker bijvoorbeeld geneigd zijn om zelf
oplossingen aan te dragen. Op zo’n moment
kun je beter tegen een medewerker zeggen:
vertel jij het maar.”
Volgens Rietbergen is het wel belangrijk dat
de leidinggevende inzicht geeft in de manier
waarop de functie van de medewerker zich
gaat ontwikkelen in de toekomst: “Leg uit
hoe het werk gaat veranderen, bijvoorbeeld
door veranderende marktomstandigheden,
en bespreek met de medewerker hoe hij of
zij hierop kan anticiperen.”
Kruispuntgesprekken
Medewerkers zijn op dit moment niet
onverdeeld enthousiast over ontwikkel- en
functioneringsgesprekken, laat de HR
Benchmark zien. Waar ligt dat aan, denkt
Rietbergen? “Ik vind het te kort door de
bocht om te concluderen dat medewerkers
geen behoefte hebben aan zulke gesprekken.
Ik denk dat het nu vaak aan de invulling van
het gesprek ligt. Ook hier geldt: zorg dat
medewerkers zelf het initiatief pakken in de
gesprekkencyclus. Vraag hen de gesprekken
ook voor te bereiden. Dan ontstaat er een
gevoel van eigenaarschap en ervaren
medewerkers er meer waarde van.”
Naast de reguliere gesprekkencyclus is het
goed om ook af en toe een gesprek te voeren
dat volledig op langetermijnontwikkeling is
gericht, vindt Rietbergen. Een ‘kruispunt
gesprek’, zoals zij dat noemt. “Zie het als een
soort APK-keuring, waarbij je als medewerker
met je leidinggevende in gesprek gaat over
je inzetbaarheid en ontwikkeling.”
“Het is belangrijk om in je organisatie van laag tot hoog uit te stralen dat
medewerkers verantwoordelijk zijn voor hun eigen ontwikkeling.”
Renske Rietbergen, manager Business Development, Marketing Communicatie, AWVN
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 44
Talentmanagement
45.
Op basis vaniemands profiel geeft de app
dagelijks tips op het gebied van ontwikkeling
en vitaliteit. Medewerkers kunnen via dit
online concept ook meer inzicht krijgen in
hun financiële situatie. Daarnaast wijst de
app medewerkers op vacatures die bij hun
ontwikkeling passen.
Rietbergen: “Het bijzondere aan dit concept
is dat hij niet aan de huidige werkgever
gebonden is. Als je overstapt naar een andere
organisatie kun je Tiptrack blijven gebruiken
en blijft alle informatie van jou. Het past bij
onze visie dat de medewerker regisseur van
zijn eigen ontwikkeling is.”
Rietbergen hoopt dat Tiptrack mensen
stimuleert om eens buiten hun vertrouwde
branche naar functies te kijken. “Er is in
Nederland weinig mobiliteit tussen branches.
Terwijl bedrijven die in dezelfde branche
zitten, vaak te maken hebben met dezelfde
ontwikkelingen, en dus dezelfde krimp of
groei. Daarom is het belangrijk dat mede
werkers over de grenzen van hun eigen
branche kijken, vooral als hun eigen
organisatie krimpt en hun ontwikkeling dus
daarbuiten ligt. Welke functies zijn er in
andere branches, die passen bij mijn
competenties en ontwikkeling? Medewerkers
komen op die manier eerder in beweging.”
“Geef medewerkers het initiatief in de
gesprekkencyclus. Dan ontstaat er een gevoel van
eigenaarschap en ervaren medewerkers meer
waarde van de gesprekken.”
Renske Rietbergen, manager Business Development, Marketing Communicatie, AWVN
Om ontwikkeling en mobiliteit te stimuleren,
moeten organisaties volgens Rietbergen ook
gaan nadenken over andere contractvormen.
“Denk aan het aanbieden van een contract
voor drie jaar, in plaats van een contract voor
onbepaalde tijd. Dat maakt medewerkers
ervan bewust dat ze niet een baan voor het
leven hebben.”
Mobiele app
De AWVN wil zelf ook een bijdrage leveren
aan de duurzame inzetbaarheid van werkend
Nederland. Daarvoor ontwikkelt de vereniging
op dit moment een online concept, Tiptrack,
dat medewerkers stimuleert om hun
ontwikkeling en inzetbaarheid in eigen hand
te nemen. Het concept bestaat uit een
interactieve app en een digitaal platform.
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 45
Talentmanagement
46.
In 2015 isde Raet HR Benchmark voor de
achtste keer uitgevoerd. Het kwantitatieve
onderzoek is uitgevoerd door onderzoeks
bureau TNS Nipo, in opdracht van Raet.
Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen:
Kwantitatief: online onderzoek onder
1.146 medewerkers in loondienst,
506 HR-managers en 117 bestuurders,
werkzaam bij publieke en private
organisaties in Nederland.
Kwalitatief: 6 interviews met HR-
eindverantwoordelijken, bestuurders en
experts over actuele HR-ontwikkelingen
en 6 interviews met lijnmanagers en
medewerkers.
Onderzoeksverantwoording
Verdeling respondenten kwantitatief onderzoek
Naar omvang bedrijf Medewerkers HR-managers
Organisaties met 100 tot 250 medewerkers 223 106
Organisaties met 250 tot 1.000 medewerkers 342 152
Organisaties met meer dan 1.000 medewerkers 581 248
Naar branche Medewerkers HR-managers
Onderwijs 116 54
Overheid 180 49
Zorg welzijn 244 99
Zakelijke markt 606 305
Overige onderzoekspecificaties
- Het kwantitatieve onderzoek heeft online plaatsgevonden in augustus-september 2015.
- Respondenten zijn grotendeels afkomstig uit het TNS Nipo panel.
- Ook zijn respondenten geworven onder de relaties van Raet en de leden van de
Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement Organisatieontwikkeling (NVP).
- De interviews hebben plaatsgevonden in de periode september-oktober 2015.
- Alle percentages genoemd in het onderzoek zijn afgerond naar hele getallen.
Hierdoor kan het totaal afwijken van 100%.
- In een aantal gevallen konden respondenten meerdere antwoorden geven.
Daarom kunnen de totalen van de antwoorden 100% overstijgen.
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 46
Talentmanagement
47.
Lees meer overde
Raet HR Benchmark 2016
Bent u ook benieuwd naar de onderzoeksresultaten op
het gebied van e-HRM?
Download het onderzoeksrapport
‘E-HRM: meer dan technologie’ en krijg antwoord op
vragen als:
• Welke HR-processen hebben organisaties gedigitaliseerd
via e-HRM?
• Wat zijn de opbrengsten van e-HRM?
Gemeente Almelo
“E-HRM past bij Het Nieuwe Werken en
modern werkgeverschap”
François Kroes, manager HR en Facilitaire Zaken
De Zellingen
“Interne communicatie bepalend voor
succes e-HRM”
Huub Lauwrier, HR-manager en
Teuni van Wijngaarden, bestuurder
Universiteit Twente
“Begin met strategie, niet met technologie”
Prof. Dr. Tanya Bondarouk, hoogleraar HRM
Met verhalen van:
Raet HR Benchmark 2016: TALENTMANAGEMENT 47
Talentmanagement
48.
Plotterweg 38 |3821 BB Amersfoort
T +31 (0)33 4506 506 | www.raet.nl
Over Raet
Raet is gespecialiseerd in HR-cloudoplossingen en daaraan gerelateerde services. Onze oplossingen
creëren eenvoud en eenheid en geven managers en HR-professionals bij meer dan 10.000 organisaties
dagelijks controle over hun HR-zaken. Daarnaast bieden we 1,7 miljoen medewerkers altijd en overal de
mogelijkheid om hun HR-zaken te regelen in één geïntegreerd systeem, vanaf elk gewenst device.
Ook verzorgen we 1,2 miljoen uitkeringen per maand voor pensioenfondsen en verzekeraars.
Raet is sinds 1965 actief in Nederland en een opkomende speler op de internationale markt. Raet en
haar ruim 1.100 medewerkers opereren vanuit meer dan 15 landen wereldwijd, waaronder Nederland,
Spanje, België, Peru, Chili en Argentinië.