Pathologische agressie
Heeft weinigte maken heeft met feitelijke vraag.
Mogelijke oorzaken:
Dronkenschap, druggebruik en
psychiatrische aandoeningen
7
8.
Welke typen agressiefgedrag kunnen worden onderscheiden?
Quiz vraag 2
1. Gericht op zichzelf (A-gedrag)
2. Gericht op de organisatie (B-gedrag)
3. Gericht op de medewerker/persoon (C-gedrag)
4. Gericht om fysiek geweld te plegen (D-gedrag)
9.
Wat zijn dekenmerken van agressie uit de C categorie?
(gericht op de medewerker)
Quiz vraag 3
A.
B.
C.
D.
Kritiek op het beleid
Schande spreken
Fysieke dreiging
Klagen/excuses
Huilen
Fysieke dreiging
Belediging
Intimideren
Fysieke dreiging
Zelfverwonding
Vernieling
Medewerker aanvallen
B categorie: Organisatie
A categorie: Zichzelf
D categorie: Fysiek geweld
In
samenwerki
ng met
10.
Wat is escalatiereducerendbij agressie uit de C categorie?
(gericht op de medewerker)
Quiz vraag 8
A.
B.
C.
D.
Meeveren
Uitleggen
Afronden
Even negeren
Tot de orde roepen
Voor de keuze stellen
Veiligheid
Parate houding
Proportionele (re)actie
Meeveren
Uitleggen
Afronden
B categorie: Organisatie
A categorie: Zichzelf
D categorie: Fysiek geweld
11.
1. Gericht opzichzelf
(A-gedrag)
2. Gericht op het systeem/ de organisatie
(B-gedrag)
3. Gericht op de andere
(C-gedrag)
3 soorten agressief gedrag
12
Herkennen
Interactieven (I’s) enDominanten (D’s) hebben een
ACTIEF gedragsprofiel
Structuurzoekers (S ‘en) en Concencieusen (C’s) hebben
een REACTIEF gedragsprofiel
18.
Herkennen
Het is gemakkelijkerom I’s en D’s te herkennen
vanwege hun verbaal gedrag
C’s en S’en zijn introverter en plaatsen zichzelf minder
prominent op de voorgrond ….
Maar kunnen wel grensoverscheidend gedrag vertonen
19.
I’s enS’en prefereren om relaties aan te gaan
D’s en C’s willen graag de situatie beheersen
Herkennen
20.
Dominant
Geef directeantwoorden, wees kort en zakelijk, wees
vooral resultaatgericht
Als je het niet met ze eens bent, lever dan geen
kritiek op hun karakter
Stel vragen die beginnen met ‘wat’, vermijd ‘waarom’
of ‘hoe’ vragen
Als je het met ze eens bent, stem dan in met de
feiten, niet met de persoon
21.
Invloed
Geef zede kans om hun ideeën en gevoelens te
uiten, over koetjes en kalfjes te praten en een
persoonlijk gesprek aan te knopen
Reik ze ideeën aan over hoe zij hun woorden kunnen
omzetten in daden
Zorg dat er tijd is voor motiverende en plezierige
activiteiten
Zorg voor warme, betrokken en democratische
relaties met anderen
22.
Stabiliteit
Stel oprechtebelangstelling in hen als mens
Haast ze niet, wees geduldig
Ideeën moeten ordelijk aan hen worden voorgesteld;
Stel vragen die beginnen met ‘hoe’ om hun
standpunt naar boven te krijgen.
23.
Conscientieus
Verzeker zedat je niet van plan bent ze voor
verrassingen te stellen en dat je
Absoluut niet verwacht dat er zich vervelende
dingen zullen voordoen
Wees precies, onderbouw je ideeën met logica en
informatie
Als je het niet met ze eens bent, geef dan geen
kritiek op hun inzet of prestaties
Wie heeft waarlast van
(op een schaal van 10-1)?
Dominante
stijl
Gebrekkige
controle
over de
situatie
Gebrek aan
instemming
10
D
I
6
C
S
2
I
D
1
S
C
26.
Wie heeft waarlast van
(op een schaal van 10-1)?
Dominante
stijl
Gebrek
aan
voorspel-
baarheid
Gebrek
aan
privacy
10
S
C
6
C
S
2
D
D
1
I
I
27.
D
I
S
C
Grootste angst
Dat ermisbruik van jou wordt gemaakt
Dat je wordt afgewezen of dat men jou
niet mag
Dat je wordt gevraagd te veranderen
Dat je kritiek krijgt; dat je te weinig
kwaliteit in huis hebt
28.
Koppeling ABC (D)agressie en de
DISC rollen
Instrumenteel (D en I) --> verbaal actief
Niet instrumenteel (S en C) --> (non) verbaal
reactief
29.
Casus
1. In tweetalleninschatten wat de communicatiestijl is
van de persoon in de casus.
2. Inschatten of er spanning of angst vanuit de beiden
stijlen zijn.
3. Eigen stijl versus de ander.
4. Wat zou je nu anders kunnen doen?
Narcist
Herkennen:
• Overtuiging bijzonderte zijn
• Gevoelens van grootheid
• Grote behoefte aan bewondering
• Gebrek aan empathie, exploitatie van anderen
• Bij krenking: gevaar voor agressie
• Negeren, spel niet meespelen
36.
Borderline
• Onvermogen totstabiele relaties
• Gevoelig voor verlating
• Voortdurende gevoelens van leegte en
verveling
• Sterk wisselende stemmingen
• Woede uitbarstingen
• Impulsief gedrag
• Zelfbeschadiging
• Lage frustratietolerantie
• Meeveren, luisteren
37.
Anti Sociale
• Gebrekaan schuldgevoel/normbesef
• Leert niet uit ervaring
• Geen empathie
• Onvermogen tot relaties
• Impulsief
• Lage frustratietolerantie
• Neiging tot gewelddadigheid
• Meebewegen en D GEDRAG
38.
Obsessief Compulsief
• Preoccupatie met ordelijkheid,
perfectionisme
• Snel veroordelend
• Geen humor, star
• Bij verstoring routine -> Agressie
• Meebewegen en D GEDRAG
39.
Afronden en huiswerk
•Huiswerk: lees h3 en h4 en houd je ‘logboek’
bij.
• In map zelfreflectie invullen n.a.v. dag 1
• Onderwerpen volgende keer:
• Communicatiestijlen, slecht nieuwsgesprek,
ziekteverzuim, feedback geven op
functioneren.
Editor's Notes
#3 Hier vragen we naar de ervaringen na de laatste cursus. Zijn er agressiegevallen geweest? Hoe is dat aangepakt? Wat heb je toen aan de cursus gehad of juist gemist.
#5 Werkgever heeft de plicht om goed te zorgen vh personeel en te voorkomen dat zij ziek kunnen worden.
#18
Test uitslag?
Bij elkaar zetten van de stijlen en daarna uitleg geven.
Kleur het verhaal hierbij met anekdotes en de info vanuit de How Company
#26 Hier laten we de stijlen die bij elkaar horen bij elkaar gaan staan.
Ieder een hoek.
Hoe kijken we naar de ander?
Zet de bovenstijlen in duo’s in combi met onderstijlen.
Opdracht: Vertel de ander iets over jouw laatste vakantie en overdrijf in je eigen stijl.
Wat roept het gedrag op jou af?
#32 Psychiatrische stoornissen aan de hand van maatschappelijk gedrag: parkeren..herkenbaar?