Oberon nieuwe tijden mei 2013

7,865 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
7,865
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6,558
Actions
Shares
0
Downloads
26
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Oberon nieuwe tijden mei 2013

  1. 1. Nieuwe tijdenin onderwijsen opvangEen advies van het veld aan de regeringOberon-NieuweTijden-omslagDEF 16-09-2009 11:39 Pagina 1
  2. 2. Oberon-NieuweTijden-omslagDEF 16-09-2009 11:39 Pagina 2
  3. 3. Utrecht, september 2009Nieuwe tijden in onderwijs en opvangEen advies van het veldaan de regeringOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 1
  4. 4. 1 Inleiding 32 Toespraak staatssecretaris Sharon Dijksma 53 Toespraak Staatssecretaris Jetta Klijnsma 94 Pedagogische kernwaarden en leidraden 135 Modellen voor nieuwe schooltijden 195.1 Schooltijden in Nederland: huidige situatie 195.2 Huidige schooltijden: knelpunten in kaart gebracht 225.3 Drie modellen van nieuwe tijden 236 De werkagenda 337 Toekomstperspectief 378 Relevante Informatie 39InhoudsopgaveOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 2
  5. 5. 3Het kabinet wil het voor mannen en vrouwen met kinderen makkelijker maken om werk enzorg te combineren. Een sluitend arrangement van onderwijs, voor-, tussen- en naschoolseopvang en vrijetijdsactiviteiten zoals sport en cultuur, is hierbij van belang1. Het bevordertde ontwikkelingskansen van kinderen en stelt beide ouders in staat te werken. Op verzoekvan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid hebben Oberon en Duin projectmanagement een symposiumgeorganiseerd om de contouren van die infrastructuur af te tasten. Op het symposium Naarnieuwe tijden in onderwijs en opvang hebben vertegenwoordigers van onderwijs, kinderop-vang, ouders, werkgevers, werknemers en wetenschappers voor de komende jaren een werk-agenda voor de regering opgesteld2. De werkagenda is een advies van het veld aan deregering om de weg vrij te maken voor experimenten en invoering van nieuwe modellenvoor onderwijs en opvang voor kinderen van 0-12 jaar en hun ouders. Inmiddels is er veelvraag naar de uitkomsten van het symposium, naar informatie over nieuwe modellen enmogelijkheden om die te implementeren. Op het symposium is ook de ArgumentenkaartSchooltijden gepresenteerd. De kaart is in opdracht van het project Andere Tijden in onder-wijs en opvang ontwikkeld als hulpmiddel voor ouders, leerkrachten, schoolbesturen enschoolleiders die de discussie over nieuwe schooltijden willen aangaan.In deze brochure hebben we de uitkomsten van het symposium voor u samengevat engerangschikt.We openen met de toespraken van de staatssecretarissen Jetta Klijnsma(SZW) en Sharon Dijskma (OCW).Vervolgens treft u de voordracht aan van JeanetteDoornenbal, lector aan de Hanze Hogeschool in Groningen, over pedagogische kernwaardenen leidraden. Daarop volgt een overzicht van de knelpunten van de huidige schooltijden eneen beschrijving van nieuwe tijdenmodellen, inclusief praktijkvoorbeelden en een samen-vatting van de bijdrage van Frank Kalshoven over de school die 52 weken per jaar open is.Vervolgens treft u de werkagenda aan, voorzien van een toelichting.We sluiten af met eenkorte schets van het toekomstperspectief en een slotpleidooi van Alexander Rinnooy Kan, devoorzitter van de SER.1. Inleiding1 Brief Sluitende dagarrangementen en tussenschoolse opvang (31322, nr. 36).2 Symposium Naar nieuwe tijden voor onderwijs en opvang, 18 mei 2009, Pulchri studio Den Haag.Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 3
  6. 6. 4Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 4
  7. 7. 2. Toespraak staatssecretaris Sharon Dijksma(Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)Dames en heren,Dank voor deze werkagenda. En bedankt ook voor de positieve grondhouding, bij de zoek-tocht naar andere tijden in onderwijs en opvang, die tot die agenda geleid heeft.Wat vandaag allemaal op tafel is gekomen, en wat nu al een tijdje rond zoemt in het land,heeft naar mijn gevoel veel te maken met een botsing tussen oude vormen en nieuwegedachten – als ik mag refereren aan een oud socialistisch strijdlied. De schooltijden van nustammen uit een andere tijd. Uit de tijd van vóór de industriële revolutie, toen de meestemensen nog leefden van de landbouw en kinderhanden hard nodig waren om de oogstbinnen te halen. Uit de tijd, dat het gros van de mensen tussen de middag een warme maal-tijd at. Uit de tijd dus, dat lange zomervakanties en lange pauzes aansloten bij de behoeftenvan de mensen van toen.Wij, mensen van nu, hebben andere behoeften. En als ik een grotesprong in de geschiedenis mag maken, dan is het de motie Van Aartsen- Bos geweest, dieons in ons dagelijks leven de ruimte biedt om die behoeften na te leven.Want met die motieviel er voor ouders eindelijk echt iets te kiezen. En werd eindelijk afgerekend met de vanzelf-sprekende aanname, dat moeders elke dag thuis zijn om de kinderen na school op tevangen. (Uiteraard met het bekende kopje thee).Wat ook heeft geholpen en nog helpt, is de ontwikkeling van brede scholen. Gestimuleerddoor OCW, maar in de praktijk van onderop vormgegeven, door scholen die actief maat-schappelijke partners zoeken. Een brede school in de wijk biedt optimale ontwikkelings-kansen voor kinderen. Zo’n school kan samenwerken met het consultatiebureau of eensteunpunt voor opvoedingsvragen, of met de plaatselijke muziekschool of een voetbalclub.Niet voor niets heb ik de brede school wel eens de school van de onbegrensde mogelijk-heden genoemd. De school waar we onze eigentijdse Nederlandse droom waar kunnenmaken: optimale ontwikkelingkansen voor kinderen bieden en ouders de kans geven werken opvoeding te combineren.5Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 5
  8. 8. 6Nieuwe tijden in onderwijs en opvangToespraak staatssecretaris Sharon DijksmaIk wil daarom de obstakels waar brede scholen nu tegen aan lopen uit de weg ruimen. Somsis het door ruimtegebrek voor brede scholen best moeilijk om zo veel functies te combi-neren. We hebben daar een regeling voor opgesteld, die eind april gelanceerd is. Per bredeschool is er maximaal een half miljoen beschikbaar om bestaande huisvesting uit te breidenof meer multifunctioneel in te richten. Aanvragen kunnen nog tot 30 juni 2009 wordeningediend – dus, zeg ik: maar daar gebruik van! We zien dat bij het vormgeven van nieuwedagarrangementen, vaak brede scholen betrokken zijn. Maar brede school of niet, voor alle-maal geldt dat het niet eenvoudig is om tot een evenwichtige verdeling van onderwijs,opvang en andere activiteiten te komen. Het is een kwestie van passen en meten. Maatwerk,dus. Scholen kunnen zelf het beste bepalen wat voor hun het beste werkt. In samenspraakmet ouders – dat hebben we ook vastgelegd in wetgeving over medezeggenschap.Soms heb je politieke macht nodig om iets gedaan te krijgen; om de randvoorwaarden tescheppen waaronder nieuwe initiatieven kunnen gedijen. Denk aan de motie Van Aartsen-Bos. Maar die initiatieven kunnen alleen maar aansluiten op de behoeften van de mensendie het aangaat, als die mensen zelf het heft in handen nemen. Ouders, schoolleiders,leraren, en kinderopvangondernemers dus, als het gaat om het organiseren van andereschooltijden en een aantrekkelijk dagarrangement. Zulke veranderingen moeten vanonderop komen, willen ze succesvol worden. Dat is een van de lessen die we van Dijssel-bloem hebben geleerd. Betekent dit dat we als overheid niks meer doen? Natuurlijk niet.Scholen die aan de gang willen met een andere dagindeling, wil ik graag tegemoet komen.Daarom ga ik de komende tijd meer informatie over sluitende dagarrangementen ver-spreiden. Meer precies: kennis over goede voorbeelden, zodat scholen daaruit kunnenputten. Bovendien wordt er gewerkt aan een stappenplan, waarmee scholen straks heelgericht aan de slag kunnen bij het ontwerpen van een nieuwe dagindeling.Want laten weeerlijk zijn: daar komt wel het nodige bij kijken. Je bent daar niet zo een, twee, drie uit. Kin-deren, ouders, leraren en opvangmedewerkers moeten zich per slot van rekening senangvoelen bij andere schooltijden.Ondanks dat het afwegen van wensen, behoeften en mogelijkheden een ingewikkeldeSudoku kan opleveren, zijn er inmiddels veel scholen die sluitende arrangementen bieden.Ze hebben een geheel in elkaar gesmeed, waarvan de onderdelen onderwijs, voor- tussen-en naschoolse opvang en sport en cultuur, een logische samenhang vertonen. U hebt voor-gesteld om onderzoek te doen naar wat nou een goede dagindeling is.Want gek genoeghebben we dat nooit wetenschappelijk onderzocht.We weten dus helemaal niet of vijfkwartier pauze beter is dan drie kwartier. En of zes weken vakantie beter is dan vier. UwOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 6
  9. 9. 7Nieuwe tijden in onderwijs en opvangToespraak staatssecretaris Sharon Dijksmasuggestie om dat te onderzoeken, neem ik graag van u over. Maar ik wil dat ook koppelenaan de nieuwe praktijken met andere schooltijden. Want ook uit het reilen en zeilen vandeze voorlopers kunnen we informatie winnen, waar navolgers hun voordeel mee kunnendoen. Bovendien wil ik die initiatieven, die goed onderbouwd zijn en in de startblokkenstaan, de kans geven om daadwerkelijk te starten. Juridisch zitten daar een paar haken enogen aan, maar ik beloof u dat ik ga uitzoeken hoe we deze experimenteerruimte kunnenscheppen. Bij deze experimenten staat voor mij een zaak voorop: nieuwe dagarrangementenmoeten de ontwikkelingskansen van kinderen bevorderen en de deelname aan de arbeids-markt door ouders niet belemmeren.Want daar is het ons uiteindelijk allemaal om te doen. Kinderen maximaal uitdagen enouders maximaal in staat stellen om maatschappelijk mee te doen! De samenleving isveranderd. De tijden van de samenleving zijn veranderd. Nu de schooltijden nog, voorscholen die dat willen! Uw werkagenda is na vandaag ook de mijne.Vanaf nu zijn wepartners in time!Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 7
  10. 10. 8Nieuwe tijden in onderwijs en opvangOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 8
  11. 11. 9Dames en heren,Het doet ook mij genoegen hier te mogen spreken voor een select gezelschap van mensenuit het onderwijs en de opvang, met ouders, werkgevers en werknemers, vertegenwoordi-gers van gemeenten en de mensen uit de wetenschap.Het is goed in dit gezelschap te kunnen praten over nieuwe tijden die aanstaande zijn inonderwijs en opvang. Het is bovendien goed om te zien dat ook aan u de veranderingen inde samenleving niet voorbij gaan en u daar tijdig op in wilt spelen.Waarbij het belang vanhet kind, van alle kinderen, voorop staat. Maar vooral voorop blìjft staan.Want er kan nogzoveel veranderen. Een kind kan alleen maar goed opgroeien als de thuissituatie goed is. Alsde basis goed is. Als we beide ouders in staat stellen te werken, economische zelfstandig tezijn. Als gezorgd wordt voor goed onderwijs en goede opvang. Kortom als een goede dag-indeling voor het hele gezin de combinatie van arbeid en zorg niet in de weg staat.Economische zelfstandigheid van beide ouders is juist in tijden van deze crisis van belang.De crisis vindt namelijk vooral plaats in mannenberoepen. Kijk naar de cijfers van hetafgelopen jaar en dan zien we een stijging van de werkloosheid onder mannen met 19.000,terwijl de werkloosheid onder vrouwen in diezelfde periode met 26.000 daalde. De econo-mische crisis treft dus mannen harder dan vrouwen. Economen voorspellen een structureleverschuiving in de economie van conjunctuurgevoelige beroepen, in industrie en vervoerwaar veel mannen werken, naar de dienstverlening en de zorgverlening, die – traditioneel –vrouwvriendelijker is. En nu dus ook crisisbestendiger. Bijna 60 procent van alle vrouwenwerkt momenteel. De meesten nog altijd in deeltijd. Maar het gemiddelde aantal uren stijgt.Wat we ook zien is dat door de recessie meer vrouwen op zoek naar werk gaan. Dat was inhet verleden, bij eerdere recessies ook het geval. Uit nood geboren om het bedreigde gezins-inkomen veilig te stellen. Maar ook lijken vrouwen zich door de recessie meer bewust teworden dat het niet noodzakelijk is dat zij altijd om drie uur op het schoolplein staan en datzij een belangrijke rol kunnen en moeten spelen in het gezinsinkomen. De crisis bewijst dushet belang van economische zelfstandigheid van vrouwen en van de Taskforce deeltijdplus.Ook moeten we op langere termijn rekening houden met vergrijzing en toenemende3. Toespraak Staatssecretaris Jetta Klijnsma(Sociale Zaken enWerkgelegenheid)Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 9
  12. 12. 10Nieuwe tijden in onderwijs en opvangpersoneelstekorten in bepaalde sectoren. Ook deze crisis houdt een keer op.We krijgen hoedan ook te maken met een vergrijsde samenleving. Met een grote uitstroom van arbeids-krachten die onherroepelijk tot krapte op de arbeidsmarkt zal leiden. Ook daarom is groterearbeidsdeelname van vrouwen van belang. Als we daarop anticiperen, laten we dantegelijkertijd het economisch herstel benutten voor een betere verdeling van betaalde enonbetaalde arbeid.De bestaande hindernissen die mannen en vrouwen ondervinden als ze de taken binnen- enbuitenshuis beter willen verdelen, moeten we weghalen. Daarbij spelen veel onderwerpeneen rol: verlof, arbeidstijden en flexibiliteit. Er is momenteel een enorm woud aan verlof-regelingen. We hebben de ene regeling op de andere gestapeld. In wetten, in cao’s en opandere manieren. Het is hoog tijd voor een modernisering, voor flexibilisering van debestaande regelingen voor verlof. Eigen invloed op werktijden is eveneens belangrijk voorhet combineren van arbeid en zorg. Het is duidelijk dat mensen behoefte hebben aan meervrijheid. Ook willen ze meer invloed kunnen uitoefenen op de manier waarop de werkdagwordt ingericht. Meer vrijheid is vaak een sleutel om te komen tot een hogere participatie-graad. Minister Donner en ik hebben dan ook een notitie over verlof en arbeidstijden naar deKamer gestuurd en naar maatschappelijke organisaties, waaronder de werkgevers- en werk-nemersorganisaties.Sluitende dagarrangementen zijn bij de combinatie van arbeid en zorg een belangrijkelement. Met een sluitend dagarrangement kunnen de keuzemogelijkheden van oudersworden vergroot om zowel te kunnen werken als te kunnen zorgen.Daar hebben dus ook kinderen belang bij. Ik begon met te zeggen dat een kind alleen goedkan opgroeien als de basis goed is. Dat betekent ook dat een kind te allen tijde mee moetkunnen doen.Thuis, op school en de activiteiten daarbuiten. Dat moet als het ware vloeiendin elkaar overlopen. Dat gaat niet vanzelf. Daar moet je voorwaarden voor scheppen. Moge-lijkheden voor creëren. Geld mag nooit de reden zijn dat een kind ergens niet aan mee kandoen. Mag eigenlijk nooit een belemmering zijn om plezierig op te groeien. Of dat nu is ineen éénoudergezin. Of ouders nu werken of niet. Als je vader nou een uitkering ontvangt ofje moeder in de bijstand zit; ieder kind moet mee kunnen doen. En daar moeten we devoorwaarden voor scheppen. Zorgen dat het kan.Want ieder kind is in wezen gelijk. Alleende praktijk wijst nog weleens anders uit.Vorige week nog meldde het Sociaal en CultureelPlanbureau dat ongeveer een half miljoen van de 2,5 miljoen Nederlandse kinderen tussende 5 en 18 jaar geen deel uitmaakt van sportclubs of culturele activiteiten. Om de dood-eenvoudige reden dat er geen geld voor is. Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het gaatToespraak Staatssecretaris Jetta KlijnsmaOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 10
  13. 13. 11Nieuwe tijden in onderwijs en opvangom gegevens van vóór 2008.Van vóór het moment dat we als kabinet extra geld uittrokkenom kinderen te helpen.Vervolgonderzoek zal moeten aantonen of onze doelstelling om hetaantal kinderen dat om financiële redenen niet meedoet, in deze kabinetsperiode met dehelft te verminderen, wordt gehaald. Het SCP-rapport maakt duidelijk dat er dus heel veelkinderen niet in de gelegenheid zijn om te sporten. Om een muziekinstrument te lerenbespelen of zelfs te internetten. Dat remt hen in hun ontwikkeling. Dat kan en mag niet zozijn.We hebben als kabinet veel geld voor armoedebestrijding uitgetrokken. In totaal bijnaeen half miljard euro. Daarvan is 80 miljoen speciaal voor kinderen bestemd. Inmiddels is inzo’n 200 gemeenten, waar in totaal circa 290.000 kinderen – 72 procent van alle arme kin-deren in Nederland – in arme gezinnen wonen, het convenant ‘Kinderen doen mee!’afgesloten. Daarmee hebben we met de gemeenten de afspraak gemaakt om samen tewerken met allerlei verenigingen op gebied van sport en cultuur, maar ook met scholen encentra voor jeugd en gezin. Dit is een mooi resultaat. En het gevolg van integraliteit ensamenwerking op gemeentelijk niveau.Veel van die activiteiten vinden na schooltijd plaats en als we het dan toch hebben overnieuwe tijden in onderwijs en opvang dan zouden we dat moeten synchroniseren. Dat is inmijn visie een absolute noodzaak. En dan kom je uit op een stelsel van brede dagarrange-menten voor alle kinderen waarin alle activiteiten samen worden gevoegd: onderwijs,opvang, sport en cultuur. Als er zoveel mensen mee bezig zijn, is een goede centrale regie enorganisatie onontbeerlijk. Ik weet uit ervaring dat gemeenten daarin veel in kunnen bete-kenen.Sluitende dagarrangementen, combinaties van onderwijs, opvang, sport en cultuur kunneneen belangrijke bijdrage leveren aan de kansen voor kinderen en aan economische zelfstan-digheid van mannen én vrouwen. U staat vandaag voor de uitdaging met elkaar een belang-rijke stap te zetten.Ik wens u daarbij veel succes.Toespraak Staatssecretaris Jetta KlijnsmaOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:42 Pagina 11
  14. 14. 12Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 12
  15. 15. Afscheid van het agrarisch schooltijdenmodelSpreken over nieuwe tijden voor onderwijs en opvang impliceert dat er oude tijden zijn diehun langste tijd hebben gehad. Bedoeld worden dan de schooltijden die al meer dan twee-honderd jaar praktisch onveranderd zijn gebleven en die gebaseerd zijn op een agrarischesamenleving. Lange zomervakanties, voldoende rust tussen de middag zodat er warmgegeten kan worden, rond negen uur starten en rond vier uur stoppen. Dat dagritme enjaarrooster maakten het mogelijk dat de kinderen buiten en na schooltijd voldoende tijdhadden om mee te helpen in het boerenbedrijf.Dat agrarische uurrooster/dagritme werkt door tot de dag van vandaag. In Nederland gaanbasisschoolkinderen 940 uren per jaar verplicht naar school. Uitgaande van een volledigdagarrangement (52 weken per jaar, 5 dagen per week, 11 uren per dag), blijven er 1920 urenop jaarbasis over. Of een ander rekensommetje: uitgaande van 180 verplichte schooldagenverdeeld over een schooljaar plus twaalf vakantieweken, betekent dat er vier volle vijfdaagseweken per jaar resteren.Wat te doen met die‘lege’ tijd? Kunnen we die‘lege’ tijd nietbenutten om tegemoet te komen aan de veranderende eisen die gesteld worden aan onder-wijs en opvang als gevolg van veranderingen in het gezin en de samenleving?We noemen de vraag naar meer opvang buiten de verplichte schooluren als gevolg van detoename van het aantal tweeverdieners – in Nederland het anderhalfscenario.We noemende intensieve kennissamenleving als gevolg waarvan de prestaties van alle kinderenomhoog moeten:Talentontwikkeling voor alle kinderen en kansenbeleid voor kinderen dieminder bevoorrecht zijn. Het verklaart de vraag om meer én betere leertijd, om extra activi-teiten in de zomer en na schooltijd: verdiepende voor kinderen die achterlopen en verbre-dende voor kinderen die het aankunnen.We noemen de erosie van de opvoedendebetekenis van de gemeenschap, waardoor het onderwijs met allerlei opvoedende takenwordt belast: seksuele opvoeding, gezonde leefstijl, overdracht van waarden en normen.Het tweede milieu, de basisschool zoals we die al lang kennen, bereidt de huidige generatiekinderen kennelijk onvoldoende voor op een goede overgang van gezin (eerste milieu) naarsamenleving. De functie en taken van het tweede milieu staan ter discussie. Het moet134. Pedagogische kernwaarden en leidradenJeannette Doornenbal, Lector Integraal Jeugdbeleid, Hanzehogeschool GroningenOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 13
  16. 16. breder en dieper. De niet te stuiten opmars van de brede school met zijn schillen van onder-wijs, opvang, welzijn en zorg moet in dat kader begrepen worden. Evenals het gesprek vanvandaag over een sluitend dag- en jaararrangement van onderwijs en opvang.Ik ben gevraagd u vandaag een idee te geven van de pedagogische kwaliteitseisen die aandie nieuwe tijden gesteld zouden moeten worden. Ik doe dat in een aantal stappen. Ik gaachtereenvolgens in op de vragen:Waar moet het plaatsvinden? Waarom daar? Wat moetdaar gebeuren? Hoe moet het gebeuren? En tot slot wie moet het doen? Omwille van de tijddoe ik dit kort. U kunt mijn bijdrage beschouwen als een eerste pedagogische opmaat.Waar?Welk dag- en jaararrangement we ook kiezen, het zou bedoeld moeten zijn voor alle kin-deren. Onderwijs en opvang vinden plaats in pedagogische basisvoorzieningen in de wijkdie toegankelijk zijn voor alle kinderen. De keuze voor het insluiten van alle kinderen is nietvanzelfsprekend. Een belangrijke reden om de oude tijden ter discussie te stellen, is deonbenutte tijd van vooral arme kinderen in achterstandsituaties.Tijdens de lange zomer-vakanties verliezen zij veel van het geleerde, terwijl hun leeftijdgenootjes uit de rijkeremilieus er heel veel bij hebben geleerd (Gladwell 2008; Duquet e.a. 2006). En na schooltijdnemen ze niet deel aan de naschoolse activiteiten of buitenschoolse opvang. Zij gaan naarhuis, hangen rond op straat of zitten achter de computer. Zij profiteren dus niet van hetvrijwillige extra aanbod en de relatief dure opvang. Deze week werd opnieuw bevestigd ineen onderzoek van SCP (2009) dat kinderen die opgroeien in armoede veel minder gebruikmaken van naschoolse activiteiten, minder vaak deelnemen aan het verenigingsleven, aansport en culturele activiteiten. Armoede heeft voor kinderen cognitieve, fysieke en socialegevolgen. Dat hoor je ook terug in het veld:“Met de naschoolse activiteiten die weaanbieden, bereiken we vaak niet de kinderen die het hardst nodig hebben.”Tegen de achtergrond van de lege tijd van kansarme kinderen is de strategie van de verplichtverlengde schooldag begrijpelijk. Het gevolg daarvan is echter doelgroepenbeleid:Verplichtvoor arme kinderen om hun lege/ niet nuttig bestede tijd te vullen, vrijwillig voor rijkerekinderen die nauwelijks lege tijd hebben. Maar onderwijs en opvang zijn pedagogischebasisvoorzieningen die van uitstekende kwaliteit zouden moeten zijn en die binnen hetbereik van alle kinderen zouden moeten liggen. Dat impliceert een versterking en verstevi-ging van het gewone, het ‘mediocre’zegt de socioloog Sennett (2008).Van de pedagogischebasisvoorzieningen in de buurt, de gemeenschap.14Nieuwe tijden in onderwijs en opvangJeanette Doornenbal Pedagogische kernwaarden en leidradenOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 14
  17. 17. Waarom daar?Ik zeg nadrukkelijk gemeenschap, omdat onderwijzen, opvangen en opvoeden van kinderenhet beste gebeurt in een sociale gemeenschap. Kinderen worden een individu door deel tenemen aan de gemeenschap. In die zin is er geen scheiding tussen het individuele en hetsociale. Door de huidige nadruk op individualisering en risicotaxatie vergeten we de voe-dende en opvoedende functie van de gemeenschap. Een gemeenschap wordt gekenmerktdoor tijdigheid (er zijn), continuïteit, collectiviteit (elkaar helpen en steunen) en wederzijdseafhankelijkheid (De Vos e.a. 2009). Sociaal-wetenschappelijk onderzoek ondersteunt hetinzicht dat de gemeenschap van belang is voor het opgroeien van kinderen. Kinderen die instabielere buurten opgroeien hebben minder gedrags- en emotionele problemen; er zijnminder depressieve klachten als bewoners toezicht houden op elkaars kinderen en mindercriminaliteit en huiselijk geweld. Als er meer sociale hulp en steun is rond gezinnen, zijnouders minder onzeker, ouder-kindrelaties zijn steviger ingebed en kinderen ontwikkelenzich cognitief en sociaal-emotioneel beter. Kortom, om kinderen op te laten groeien totsociaal verantwoordelijke en empathische mensen, is een gemeenschap nodig, wat lang-durige en persoonlijke relaties veronderstelt.Omwille van het kind en omwille van de gemeenschap zouden de nieuwe pedagogischeinfrastructuren – de brede scholen en Centra voor Jeugd en Gezin – zich moeten ontwikkelentot vitale pedagogische basisvoorzieningen in de wijk voor alle kinderen van 0 tot 23 jaar.Waartoe?Wat zouden het waartoe, de doelen, van die pedagogische basisvoorzieningen kunnen zijn?Ik zoek het antwoord bij de filosofe Hannah Arendt (1994). Hoe we de tijd van kinderen ookverdelen en indelen, we moeten ons bewust zijn dat opvoeden en onderwijzen geen mid-delen zijn om iets anders te bereiken dan de persoonsvorming van kinderen die dat zonderde hulp en steun van volwassenen niet kunnen. Met het gegeven dat kinderen geborenworden - met hun nataliteit zegt Arendt – hebben volwassenen de plicht kinderen op tevoeden en te onderwijzen. Dat is eindig, leren overigens niet. Elke volwassen generatie heeftde plicht om het culturele erfgoed over te dragen aan de volgende generatie. Zo begrepenzijn opvoeden en onderwijzen per definitie conservatief. Maar daarnaast moet er voldoendeopenheid en nieuwsgierigheid zijn. De wereld is niet af, de wereld vraagt erom om telkensopnieuw op orde te worden gebracht.Volgens Arendt is het doel van opvoeden en onder-wijzen dan ook ervoor te zorgen dat kinderen nieuwe burgers worden in een oude wereld. Endaartoe neemt de volwassene het kind op de schouders en laat het over de muur heen15Nieuwe tijden in onderwijs en opvangJeanette Doornenbal Pedagogische kernwaarden en leidradenOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 15
  18. 18. kijken, om een beeld te gebruiken van de historisch pedagoog Lea Dasberg (1980). Maar devolwassene spijkert de wereld niet dicht, hij biedt ruimte voor het nieuwe, het andere.Van belang is dus een dialoog onder ouders en professionals en tussen ouders en professio-nals over de inhoud, over cultuur in de meest brede betekenis van het woord.Wat is met hetoog op een geleefd verleden en een open toekomst de moeite waard om over te dragen?Hoe?Om dit hooggestemde ideaal te kunnen verwezenlijken, moeten de pedagogische basis-voorzieningen pedagogische kwaliteit leveren. Een groot woord.Wat valt daarover tezeggen? Op dit moment wordt veel verwacht van evidence based werken, werken metmethode’s en programma’s waarvan wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat zeeffect sorteren. Hoewel evidence based werken de kwaliteit van professioneel werken ver-groot, is het zeker niet het hele verhaal. Het werken met effectieve programma’s ontkenthet belang van algemeen werkzame factoren (Doornenbal 2007).Van zogenaamde‘whatworks’principes, zoals aansluiten bij de leefwereld van ouders en kinderen, bij de ontwikke-lingsfase van kinderen, houding en communicatie, voldoende professionaliteit. Laten we eenaantal van de algemeen werkzame factoren benoemen waar rekening mee gehouden moetworden bij het ontwerp van een dekkend dag- en jaararrangement.Wie zelf kinderen heeft of met ze werkt, ervaart dagelijks hoe lastig het is de balans tevinden tussen bijvoorbeeld binden en loslaten, tussen sturen en de teugels laten vieren. Bijhet opvoeden krijgen we onherroepelijk te maken met dit soort spanningsverhoudingen.Bewustzijn van die spanningsverhoudingen en ze weten te hanteren, zijn wezenlijkekenmerken van pedagogische kwaliteit. In de pedagogiek noemen we die spannings-verhoudingen pedagogische antinomieën (Meijer 1996). Letterlijk vertaald zijn dit tegen-wetten. Een antinomie is een spanningsverhouding tussen twee polen en die spanning magniet verdwijnen. Sterker, als de ene pool geofferd wordt ten gunste van de andere verdwijntde spanning en daarmee de opvoeding. Laten we een paar antinomieën benoemen. Debalans tussen het oude en het nieuwe, het vaste en het vloeiende, waar we eerder overspraken is zo’n pedagogische antinomie. Ook de spanning tussen het individuele en hetsociale, wat we zagen toen we spraken over de gemeenschap. Kinderen zijn geen individuzonder de ander; ze worden een individu doordat ze leven in sociale verbanden.Voor detijdsindeling van kinderen betekent dit de erkenning van de waarde van de tijd die kinderendoorbrengen in het sociale weefsel. De kwaliteit hiervan is van groot belang.16Nieuwe tijden in onderwijs en opvangJeanette Doornenbal Pedagogische kernwaarden en leidradenOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 16
  19. 19. Ik wil nog vier antinomieën noemen die we bij de verdeling en indeling van de tijd vankinderen goed voor ogen moeten houden (Doornenbal 2007; Blok 2008). Bekend zijnwaarschijnlijk de exploratiebalans, de balans tussen veiligheid en uitdaging, en de balanstussen liefde en gezag, ook wel aangeduid als autoritatieve opvoedingsstijl. Ik noem ze hieromdat beide balansen onder druk staan.Ten eerste dreigt het gevaar dat onder druk van hetveiligheidsoffensief wordt vergeten dat kinderen ook de ruimte nodig hebben om hunwereld op eigen kracht te verkennen. En daarbij kun je wel eens uit een boom vallen. Maarzonder veiligheid en continuïteit kunnen kinderen zich niet hechten. Dus niet achttienvolwassenen op één dag. Kinderen hebben een ontwikkelingsomgeving nodig waar veilig-heid en uitdaging elkaar in balans houden. En dit vraagt veel van zowel de materiële als deimmateriële inrichting.Van de binnen- en buitenruimtes, de materialen en methodes ener-zijds en het pedagogisch klimaat anderzijds.Ten tweede dreigt de balans tussen liefde en gezag - onder druk van de ervaring dat kin-deren zich niet meer weten te gedragen, dat de normen vervagen en onfatsoenlijk gedragbijna gewoon wordt gevonden - door te slaan naar de harde aanpak. Er wordt gepleit voordirect ingrijpen achter de voordeur, verplichte opvoedingsondersteuning, doorzettings-macht, openlijk vernederen, opvoedingskampementen. Maar we weten dat kinderen zichhet beste ontwikkelen in relaties waarin opvoeders met zachte hand het gezag uitoefenen.Het gaat om de balans tussen minimale controle en maximale steun.Bij het denken over nieuwe tijden voor kinderen speelt zeker ook de balans tusseninspannen en ontspannen.We weten dat door voldoende leertijd, oefening, herhaling enfeedback de prestaties van kinderen toenemen. Aanleg is niet voldoende.Voor talentontwik-keling zijn discipline en inspanning nodig. Maar als kinderen de hele dag op hun tenenmoeten lopen, vinden we dat pedagogisch niet verantwoord. Er is ook tijd nodig om je tekunnen vervelen, met een knuffel op de bank te zitten of vrij te spelen met vriendjes envriendinnetjes.Vrienden en buiten spelen noemen kinderen zelf als de allerbelangrijksteingrediënten van aantrekkelijke buitenschoolse opvang (Boogaard e.a. 2008).En als we het over inspannen hebben, dan moeten we daarbij ook oog hebben voor debalans tussen zinvol en betekenisvol leren. Zinvol is wat met het oog op cultuuroverdrachtnoodzakelijk is om te leren: foutloos spellen, de tafels van 10 bijvoorbeeld. Maar wat voor deleerkracht zinvol is, is voor veel kinderen betekenisloos.Weer die stomme topografie. Zegaan zich vervelen of misdragen, spijbelen, of proberen calculerend de eindstreep halen. Omte leren moet de taak als betekenisvol worden ervaren; dat leidt tot betrokkenheid en stimu-leert de motivatie. In onderwijs en opvang zouden we de initiële nieuwsgierigheid vankinderen, hun verbeeldingskracht, moeten zien te behouden en te prikkelen. Culturele bete-17Nieuwe tijden in onderwijs en opvangJeanette Doornenbal Pedagogische kernwaarden en leidradenOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 17
  20. 20. kenissen maak je je niet eigen door consumptie, maar door deelname aan de cultuur.Wellicht dat we deze antinomieën, deze pedagogische pijlers, als volgt kunnen samen-vatten: kinderen ontwikkelen zich het beste als er hoge doelen aan ze worden gesteld en zedaarbij maximaal worden ondersteund. Rekening houdend met verschil.Verschil in leeftijd,sekse, etniciteit, sociaal-economische en culturele achtergrond en aanleg.Wie?Dit alles staat of valt met de professionals: de leerkrachten, vakleerkrachten, pedagogischmedewerkers en kinderwerkers. Het staat of valt met hun algemene kennis, hun vakkennis,hun pedagogische en didactische vaardigheden, hun houding naar ouders en kinderen enlast but not least met hun communicatieve vaardigheden. Zij zijn degenen die in de nieuwedag- en jaararrangementen de verlangde pedagogische kwaliteit moeten realiseren. Datbetekent investeren. Investeren in professionals, in hun opleiding en in kennisontwikkelingover wat werkt bij wie. Als we dat niet kunnen realiseren, dan heb ik liever oude tijden métdan nieuwe tijden zònder pedagogische kwaliteit.18Nieuwe tijden in onderwijs en opvangJeanette Doornenbal Pedagogische kernwaarden en leidradenReferentiesArendt, H. (1994). Tussen verleden en toekomst. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.Blok, M. (2008) Op zoek naar een geïntegreerd curriculum voor Vensterschool Stadspark. Groningen: Lectoraat Inte-graal Jeugdbeleid Hanzehogeshool Groningen.Boogaard, M., R. Fukkink & C. Felix (2008). Chillen, skaten, gamen. Opvattingen over kwalitatief goede buitenschoolseopvang in Nederland. Amsterdam: SCO Kohnstamm.Dasberg, L. (1980). Pedagogiek in de schaduw van het jaar 2000 of hulde aan de hoop. Meppel/Amsterdam: Boom.Doornenbal, J. (2007). De brede school als open leergemeenschap. Lectorale rede. Groningen: Hanzehogeschool Gro-ningen.Duquet, N, I. Glorieux, I. Laurijssen,Y. van Dorsselaaer (2006). Wit krijt schrijft beter. Schoolloopbanen van allochtonejongeren in beeld. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.Gladwell, M. (2008) Uitblinkers. Amsterdam: ContactJehoel-Gijbers, G. (2009) Kunnen alle kinderen meedoen? Den Haag: SCP.Meijer,W. (1996). Stromingen in de pedagogiek. Baarn: Intro.Sennett, R. (2008). The craftsman. London:Yale University Press.Vos, H. de, A. Glebbeek & R.Wielers (2009). Overheidsonmacht ion de jeugdzorg: een pleidooi voor omwegbeleid. (invoorbereiding)Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 18
  21. 21. 5.1 Schooltijden in Nederland:huidige situatieOp de meeste basisscholen is momenteel een traditio-nele indeling van de schooldag en schoolweek vantoepassing.• De meeste scholen voor primair onderwijs in Neder-land werken met een ochtendlesprogramma, eenmiddagpauze en een middaglesprogramma. Deschool begint om 8.30 uur (soms 8.45 uur). De och-tendschooltijd duurt dan vaak tot 12.00 uur (12.15uur).• Op de woensdagochtend wordt vaak iets langerdoorgewerkt (een kwartier). Meestal wordt ditkwartier, dat op de woensdag langer gewerkt wordtin vakantiedagen of studiedagen vrij gegeven aan dekinderen (ongeveer 10 uur per jaar).• De woensdagmiddag is een vrije middag voor dekinderen. Op vrijdagmiddag hebben ook veel kin-deren van de onderbouwgroepen vrij. Op de meestescholen worden in de onderbouwgroepen minderlesuren gegeven en in de bovenbouwgroepen meer.• De middagpauze duurt ongeveer vijf kwartier. Dekinderen gaan naar huis of er zijn overblijfmogelijk-heden op school . Soms onder begeleiding vanouders, soms met ingehuurde professionele opvang.Dan volgt het middagprogramma van 2 uur of 2 uuren 15 minuten. Dat betekent dus, dat de middag-schooltijd gemiddeld begint rond 13.15 uur en eindigtom 15.15 uur.Op sommige scholen wordt een continuroostergehanteerd, waarbij alle kinderen op school eten, aldan niet onder begeleiding van de leerkracht of eenoverblijfouder. De middagpauze duurt dan een halfuur;de kinderen gaan om 14.30 uur (of 14.45 uur) naarhuis of de opvang.Sinds 1 augustus 2006 zijn er mogelijkheden voor195. Modellen voor nieuwe schooltijdenDit hoofdstuk opent met een beschrijving vande huidige schooltijden in Nederland en deknelpunten daarvan voor ouders, kinderen,werkgevers, scholen en instellingen voorkinderopvang. Daarna komen drie modellenvan nieuwe tijden voor onderwijs en opvangaan de orde, inclusief praktijkvoorbeelden.Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 19
  22. 22. flexibilisering van de schooltijden. Het wettelijke voor-schrift, dat scholen niet langer dan 5,5 uur per dagmogen lesgeven, vervalt. Scholen moeten wel zorgenvoor een evenwichtige verdeling van activiteiten overde dag.De onderwijstijd over acht schooljaren blijft minimaal7520 uur, dat is gemiddeld 940 uur. Meer uren mag(vóór 1 augustus 2006 was dit aantal uren minimaal:onderbouw 4 x 880 uur en bovenbouw 4 x 1000 uur).Voor de groepen 3 tot en met 8 mogen scholen maxi-maal 7 keer per jaar een vierdaagse schoolweekinroosteren (bovenop de weken die al vierdaags zijnvanwege een algemene feestdag waarop de schoolgesloten is). Alles moet duidelijk in de schoolgids voorde ouders verwoord worden.Het huidige arrangement van onderwijs en opvangkent twee varianten3.20Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijdenSchooltijden in internationaal perspectiefEr zijn drie soorten roosters in de West-Europeselanden:— Mediterraan rooster: een ochtend- en middag-programma met een lunchpauze van 1½ à 2 uur.Dit is het geval in Frankrijk, Spanje, Portugal,Luxemburg en België. De school eindigt tussen16.00 en 17.00 uur, afhankelijk van de begintijden de leeftijd van het kind.— Angelsaksisch rooster: een ochtend- en middag-programma met een lunchpauze van 1 uur à 5kwartier. De school eindigt tussen 15.15 en 15.30uur. Landen met dit rooster zijn: Nederland,Ierland, Engeland en Schotland.— Scandinavisch rooster: een programma tot 14.00uur met een korte lunchpauze van 20 minuten àeen half uur. Voor jongere kinderen eindigt hetprogramma om 12 .00 uur en is er geenverplichte lunchpauze. Dit is het geval inDenemarken en Noorwegen. Zweden heeft eeniets langere lunchpauze. Finland heeft voor deoudere kinderen ook wel programma’s tot16.00 uur.— De overige landen hebben afwijkende roosters:alleen ’s ochtends lessen, alternerend ’s ochtendsen ’s middags lessen, of scholen met verschillenderoosters naar keuze.BRON: NJI, SCHOOL MET VIJF O’S, JUNI 20083 Brochure De KindAgenda, kwalitijd voor het kind, stuurgroep Hilversum, december 2008Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 20
  23. 23. 21Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijden8.30uurmaandagdinsdagwoensdagdonderdagvrijdag7.30uur13.15uur15.00uurOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsThuisThuisThuisThuis18.30uurThuisThuisThuisOnderwijsThuisThuis12.00uurmaandagdinsdagwoensdagdonderdagvrijdag7.30uur12.00uur13.15uur15.00uurOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsTSOTSOTSOBSO18.30uurBSOBSOBSOVSOVSOVSOVSOVSOBSOOnderwijsTSO8.30uurVSO: voorschoolse opvang, TSO: tussenschoolse opvang, BSO: buitenschoolse opvangVariant 1: Voor kinderen van ouders die geen gebruik maken van tussenschoolse en buitenschoolse opvang(waar bijvoorbeeld één van beide ouders werkt of één ouder een zgn. schooltijdbaan heeft) ziet de dag er alsvolgt uit:Variant 2: Voor kinderen van ouders die wél gebruik maken van tussenschoolse en buitenschoolse opvang:Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 21
  24. 24. 5.2 Huidige schooltijden: knelpunten inkaart gebrachtVoor de direct betrokkenen levert de traditioneleinrichting van de schooldag tal van knelpunten op.Het project Andere Tijden in onderwijs en opvang4heeft deze knelpunten samen met ouders, vertegen-woordigers van scholen, kinderopvang en werkgeversgeïnventariseerd en in een Argumentenkaart metvoor- en nadelen van huidige schooltijden onderge-bracht. De Argumentenkaart werd op het symposiumoverhandigd aan staatssecretaris Dijksma van OCW,staatssecretaris Klijnsma van SZW, directeur directieEmancipatie Ferdi Licher van OCW en SER- voorzitterAlexander Rinnooy Kan.Kinderen:• onrustige dag- en weekindeling;• veel wisseling in begeleiding en pedagogisch kli-maat;• te lange overblijftijd, zonder uitdagend aanbod;• slecht georganiseerde, onderbezette overblijf van telage kwaliteit;• heen en weer gesleep naar verschillende locaties(verkeersveiligheid);• heen en weer gesleep naar clubjes;• druk op de woensdagmiddag qua clubjes en sport-training;• opsplitsing tussen BSO- en niet-BSO kinderen;• verschillende opvangregimes vanwege capaciteits-probleem kinderopvang.Ouders:• gedwongen keuze van parttime-dagen op woensdagen vrijdag vanwege vrije woensdag en vrijdag-middag;• onmogelijkheid van baan met langere reistijd inverband met sluitingstijden voorzieningen;• geen garantie op kindplaats BSO vanwege wacht-lijsten kinderopvang, met name op maandag,dinsdag en donderdag;• kwetsbare combinaties van formele en informeleopvang (onrust, gesleep met de kinderen);• concentratie van vrije tijdsactiviteiten op woensdag-middag en na schooltijd; geen afstemming sport enclubjes met BSO-programma;• versnippering en niet afgestemde tijden en activi-teiten van school en opvang (bijvoorbeeld studie-dagen);• verschillende tijden van onderbouw en bovenbouw;• onrust vanwege vele haal-en brengmomenten op dedag (verkeer, veiligheid);• niet altijd beschikbaar zijn van goede voorschoolseopvang (VSO);• klachten van het kind over slecht georganiseerdetussenschoolse opvang (TSO)• mismatch tussen duur van de schoolvakanties envakantiedagen van ouders;• geen energie voor carrièrestappen vanwege over-belasting en slechte werk-privé balans, o.a. vanwegeontbreken van sluitend dagarrangement.Werkgevers:• beperkte inzetbaarheid van personeel op alle dagenin de week en alle dagen in het jaar vanwege school-22Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijden4 Het project Andere Tijden in onderwijs en opvang is een samenwerkingsverband van VOS/ABB, BOinK, MOgroep Kinderopvang en HetKinderopvangfondsOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 22
  25. 25. tijden en schoolvakanties (productiviteitverlies/-discontinuïteit bedrijfsvoering);• beperkte inzetbaarheid van personeel (bijvoorbeeldop andere locaties) vanwege openingstijden opvang-voorzieningen;• slechte werk-privé balans bij werknemers met jongekinderen (spitsuurgeneratie); risico op uitvalvanwege stress en dreigende overbelasting;• grijs verzuim door werknemers met kinderen inverband met schoolvrije dagen;• lange, minder productieve‘vakantieperiode’; lastigeafstemming van vakanties onder collega’s met enzonder schoolgaande kinderen.Scholen:• belofte van VSO is niet waar te maken (te kleinevraag, locatie niet geschikt, niet organiseerbaar doorkinderopvang);• ontevreden‘klanten’; ouders spreken de school aanop het gebrek aan kindplaatsen BSO;• steeds minder vrijwilligers voor TSO; groeiendgebrek aan overblijfmoeders vanwege groei van dearbeidsparticipatie;• toename werkdruk leerkrachten (invallen uit nood);opstartproblemen na de TSO;• kansen op creatieve uitwisseling met personeel vanopvang niet benut;• inefficiënt gebruik van gebouwen (incl. buiten-ruimtes) en middelen;• verschil in regelgeving en toezicht in onderwijs enkinderopvang.Kinderopvang:• korte aaneengesloten BSO-tijd vanwege versnip-perde schooldag; biedt minder kans op aantrekkelijkaanbod (bijvoorbeeld de combinatie met vrijetijds-activiteiten);• tekort aan kindplaatsen op maandag, dinsdag endonderdag; onderbenutting op woensdag en vrijdag;• schaarste aan personeel vanwege relatief kleinaantal werkuren voor BSO-medewerkers;• inefficiënt gebruik van schoolgebouwen en tekortaan opvanglocaties;• mogelijkheden voor versterking binnen- en buiten-schools leren niet benut.5.3 Drie modellen van nieuwe tijdenIn de ontwikkeling van nieuwe tijden voor onderwijsen opvang kunnen drie modellen wordenonderscheiden die momenteel op diverse plaatsen inNederland worden voorbereid en soms ook algeïmplementeerd zijn:• het 5 gelijke dagenmodel met onderwijs van 08.30 –14.30 uur• het bioritme-model met een verlengde middag-pauze• het 7 tot 7- model.Op het symposium Nieuwe tijden zijn deze driemodellen door vertegenwoordigers van bij de uitvoe-ring betrokken organisaties toegelicht en samen metde deelnemers telkens op twee zaken bekeken:• Wat zijn de voordelen hiervan voor kinderen, wer-kende ouders en aanbieders?• Is dit een werkzaam model en wat is er nodig om deontwikkeling en implementatie te versnellen en vanwie vraagt dit actie?23Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijdenOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 23
  26. 26. Model 1. Het 5 gelijke dagenmodel24Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijdenKarakteristiek:• vijf identieke schooldagen• geen vrije woensdagmiddag en vrijdagmiddag• aaneengesloten blok onderwijs van 8.30 – 14.30 uur(variant 8.15 – 14.15 uur)• lunchpauze met leerkrachten in de klas (geen apartetussenschoolse opvang)• aanvangstijdstip voorschoolse opvang afhankelijkvan startmoment onderwijsGerealiseerd:• Tilburg: basisschool De Boemerang samen met Kin-derstad (nieuwe school, nieuwe wijk)• Utrecht/ Leidse Rijn: basisschool De Ridderhof.Variant vrijdagmiddag vrij voor onderbouw• Almere: basisschool De Droomspiegel (nieuweschool, nieuwe wijk)• Rotterdam: Dominicusschool per augustus 2009(bestaande school)• Capelle aan den IJssel: Basisschool WestIn voorbereiding:• De KindAgenda, Hilversum, stedelijke stuurgroepmet alle schoolbesturen en SKH kinderopvang: startmet twee pilotscholen schooljaar 2009-2010(bestaande scholen)• Vensterschool van de Toekomst, Groningen: stede-lijke werkgroep met alle scholen voor openbaaronderwijs en de kinderopvang SKSGmaandagdinsdagwoensdagdonderdagvrijdag7.30uur12.00uurOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijs BSO18.30uurBSOBSOBSOVSOVSOVSOVSOVSOBSO8.30uurOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijs14.30uur12.45uurPauzePauzePauzePauzePauzeOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 24
  27. 27. “Voor ons is het belang van de kinderen leidend”Ervaringen met het 5 gelijke dagenmodel in Tilburgdoor Peter de Baar, schoolleider basisschool de Boe-merangPeter de Baar is directeur van basisschool deBoemerang in Tilburg. Hij heeft op deze school het5 gelijke dagenmodel ingevoerd en weet uit ervaringwelke voordelen het oplevert en ook tegen welkeknelpunten scholen zullen oplopen. Peter de Baargeeft aan dat niet zozeer het belang van ouders maarhet belang van de kinderen leidend is geweest om tekiezen voor een andere dag- en weekindeling op zijnschool. De belangrijkste opbrengst is voor hem derust en regelmaat in het dagritme van de kinderen.De voordelenHet continurooster is veiliger (maar twee keer doorhet verkeer) en gemakkelijker voor ouders (afstem-ming werktijden, twee haal/brengmomenten). Voorde kinderen van de Boemerang is het tussen demiddag geen race meer tegen de klok en zorgt degezamenlijke lunch met alle kinderen voor minderopstartproblemen in de middag. Dat is ook eenbelangrijk voordeel voor de leerkrachten. De kin-deren hebben eerder vrij op alle dagen van de weeken daarom meer tijd om te spelen en ‘af te spreken’.Voor de naschoolse opvang, die de Boemerang aan-biedt met de kinderopvangorganisatie Kinderstad,biedt dit rooster meer ruimte om een aantrekkelijkactiviteitenprogramma’s op te zetten. Daarmee zijner volgens De Baar ook meer mogelijkheden omsociaal en gezond gedrag van kinderen te stimu-leren. Het is in Tilburg gelukt om een goede afstem-ming te realiseren met de sportclubs qua program-mering van activiteiten op de woensdagmiddag.Hetnieuwe rooster is goed in te passen in de urennor-mering en de geldende regels rond rust- en werk-tijden voor leerkrachten. Teamleden kunnen eerderin de middag starten met afronding en voorberei-ding van lessen.Wat is er nodig voor een bredere implementatievan het 5 gelijke dagenmodel?— een goede communicatie met ouders en MR. Oudershebben hun dagelijks ritme ingericht op de tradi-tionele tijden en wijziging van tijden is eenbehoorlijke ingreep. Om het benodigde draag-vlak te krijgen is een fikse voorbereidingstijd eninvestering in communicatie nodig.— Een soepele opstelling van de onderwijsinspectie.In Tilburg blijkt de onderwijsinspectie – ondanksuitgebreide argumentatie van de school – degezamenlijke lunch niet als lestijd te zien waar-door de tijden alsnog moesten worden aangepast.Vanuit Hilversum, de KindAgenda wordt hetbelang benadrukt van een coulante omgang metde urennormen, met name in de overgangsfase.— Maximale mogelijkheden voor een inpandigeBSO- voorziening: in Rotterdam, Dominicus-school, is de ervaring dat dit de deelname aan deBSO vergroot en de overgang naar een anderurenmodel vergemakkelijkt.— Kritische heroverweging van de plicht omopvang vóór schooltijd (VSO) aan te bieden;door de kleine schaal en de korte duur is ditorganisatorisch nauwelijks rond te krijgen.25Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijdenDE PRAKTIJK AAN HET WOORDOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 25
  28. 28. Model 2. Het bioritme-model (of verlengde middagpauzemodel)Karakteristiek• Het leren volgt het bioritme van de kinderen:‘s ochtends op gang komen, leren op momenten vanmaximale alertheid 10.00 –12.00 (leren en presteren)en 14.30 – 16.30 (repeteren)• De lange middagpauze is voor eten, rusten, sportenen allerlei activiteiten, verzorgd door de kinderop-vang.• Leerkrachten gebruiken middagpauze voor voor-bereiding, vergadering, bijscholingGerealiseerd• Gouda: Basisschool de Oosterweide in samenwer-king met kinderopvang Quadrant• Rotterdam, Delft in het kader van projectenverlengde onderwijstijd• Zwolle: Bioritmeschool VeerezonIn voorbereiding• Groningen: in het kader van het project De Venster-school van de toekomst26Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijdenOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsmaandagdinsdagwoensdagdonderdagvrijdag7.30uur12.00uurOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijsOnderwijs18.30uurVSOVSOVSOVSOVSO BSOBSOBSOBSOBSO8.30uur14.30uur16.30uurBSOBSOBSOBSOThuis/BSOOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 26
  29. 29. 27Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijden“ Een geweldige kans voor onze kinderen”Motieven voor overgang naar het bioritmemodel inGroningen, door Susanne de Wit, projectleider DeVensterschool van de toekomst, Petra Wolswijk,manager SKSG, Monique Beuving, leerkacht.Groningen heeft met zijn vensterscholen altijd vooropgelopen in de ontwikkeling naar brede scholen. Nuvoelt men de noodzaak om met de schooltijden aan deslag te gaan omdat ook hier de basisscholen en dekinderopvang de nadelen van een verbrokkeld dag-arrangement voelen. Er is grote ontevredenheid overhet overblijven en ook de tweedeling buitenschoolseopvang en naschoolse activiteiten wordt ervaren alseen onnatuurlijke en onnodige scheiding. Maarvooral ziet men kansen voor de kinderen als deverschillende partijen meer afstemmen en samen-werken en toewerken naar een integrale organisatie.MaatwerkOm die redenen werken het bestuur voor openbaaronderwijs en de SKSG Kinderopvang aan verbete-ringen in het dagarrangement dat Groninger oudersen kinderen wordt aangeboden. Vertrekpunt is lokaalmaatwerk; een model dat past bij de leerlingenpopu-latie en de buurt of wijk waarin de school en dekinderopvang staan. Twee scholen gaan aan de slagmet het 5 gelijke dagenmodel, twee met tijden volgensde bioritme aanpak en één school en kinderopvang-locatie werken toe naar een integraal kindcentrum.De bioritme-aanpakDe twee betrokken scholen kiezen voor een combi-natie van bioritme en verlengde schooldag. Deschooldag stopt dan voor de kinderen om 16.30. Voorde kinderen van werkende ouders is er daarna deopvang met o.a. huiswerkbegeleiding. De leerlingenkrijgen extra taal en rekenen en de lange periodetussen de middag is voor sport, ontspanning en cultu-rele activiteiten. De belangrijkste reden is dat dezekinderen een extra impuls nodig hebben en op dezewijze meer kansen krijgen om zich breed te ontwik-kelen. Een doorlopend arrangement van onderwijs,opvang en vrije tijd kan daarin voorzien. De leer-krachten doen al actief mee; de gezamenlijke teamshebben de opbouw van de stof in het ochtendroosterop het bioritme aangepast en die gaat men komendschooljaar al gebruiken. Ondertussen onderzoekt menook de mogelijkheden van combinatiefuncties voorpersoneel dat zowel in de school als in de opvang ende vrije tijdssfeer werkzaamheden uitvoert. Dat geeftvoor de kinderen vertrouwde gezichten. Degesprekken met de vrijetijdssector over activiteiten inde verlengde middagpauzeblok zijn gestart. Metingang van augustus 2010 hopen de scholen met denieuwe dagindeling te kunnen werken. Mits de finan-ciering van de verschoven verdeling van onderwijs- enopvangtijd kan worden geregeld.Wat is er nodig voor een bredere implementatievan het bioritme-model?— structurele financiering van de niet-onderwijsurenin de verlengde middagpauze. Gouda, waar nueen aantal jaren met het model is gedraaid, wijstop de onzekere basis wanneer deze uren metincidentele gemeentelijke subsidies moetenworden bekostigd.— De mogelijkheid om BSO-uren en gelden opandere tijdstippen op de dag in te zetten.— Creëren van een vrijplaats (door rijksoverheid)om dit model neer te kunnen zetten en daarmeeverder te ontwikkelen: harmonisatie van kwali-teitsregels van BSO, onderwijs en naschoolseactiviteiten— Afschaffen van de BTW-heffing op combinatie-functiesDE PRAKTIJK AAN HET WOORDOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 27
  30. 30. 28Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijden“De school die 52 weken per jaar open is”Frank Kalshoven, directeur Argumentenfabriek,columnist en econoom geeft college over de eco-nomie van het onderwijs.Nog steeds is de fabrieksfluit van de 19eeeuw inNederland te horen. En wel in de vorm van deschoolbel die nog elke dag start en einde van delessen aangeeft. De schoolbel is één van de illustra-ties voor de overtuiging van Kalshoven dat descholen van de 21eeeuw nog steeds functioneren als19eeeuwse organisaties. Hij herkent de arbeids-intensieve productiewijze in het industriële tijdperkin de wijze waarop het Nederlandse onderwijs isgeorganiseerd, in de school als centrale plek van hetproductieproces ‘onderwijs’, in de minutieuze dagin-deling, de bulkproductie en de hiërarchische ver-houdingen.Die industriële productiewijze liep vast in de 20eeeuw en werd ingrijpend veranderd. Zo niet deschoolorganisatie en dat is bijzonder.Kalshoven stelt de vraag: “Wat is, gegeven— De stand van de techniek, — Het gedrag/ devoorkeuren van klanten, — De prijs van de produc-tiemiddelen, — De stand van de pedagogie, — De(wettelijk vastgelegde) eindtermende beste manier om een ‘school’ te organiseren?”Als econoom komt hij tot de volgende karakteris-tieken:(1):— De school moet zich omvormen van ‘fabriek’naar kennisintensieve dienstverlener.— De school is net als andere dienstverleners 52weken per jaar open en vakantie wordt opge-nomen in overleg.— Het is mogelijk permanente in te stromen en deopleidingsduur is variabel Openingstijden van07.00 tot 19.00 uur (0-12 jaar)(2)— Onderwijs is maatwerk voor iedere leerling/student— Het onderwijs is ICT-intensief, zowel in deprimaire als ondersteunende processen.— Alle leerlingen hebben een laptop; naast eenfysieke is er een virtuele leeromgeving(3)— Het dienstverleningsconcept is breed, metuiteenlopende dienst-, markt-, formule-combinaties:.Met bijv. (gezond) eten en drinken (po)Met bijv. studentondernemingen (vo en mbo)Met bijv. consultatiebureau (po)— Arbeid: meer arbeidsdeling en een hogerearbeidsproductiviteit— Financieel: meer inkomstenstromen, per saldogoedkoper dan de huidige organisatiewijzeDe kern in de omslag is de benadering van onder-wijs als dienstverlening aan ouders en kinderen. Opveel scholen wordt al hard gewerkt en zijn ele-menten van de karakteristieken terug te vinden.Maar wanneer zijn alle scholen – net als anderedienstverleners – 52 weken in de week open?Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 28
  31. 31. 29Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijdenModel 3. De 7 tot 7 school (diverse vormen van integrale kindcentra met aaneengeslotenprogramma)Op diverse plaatsen in het land werken basisscholenen kinderopvangorganisaties aan het concept vanintegrale kindcentra dat werkt met een dagvenstervan 7.00 tot 19.00 uur.Karakteristiek• aaneengesloten programma; afwisseling in blokkenmet onderwijs, opvang, sport en ontspanning;• het gehele jaar open• één loket voor ouders en kinderen;• eenduidig pedagogisch beleid;• één team van medewerkers vanuit verschillendedisciplines;• concentratie van voorzieningen in één gebouw;• diverse bestuurlijke varianten (koepelorganisatiemet verschillende voorzieningen; holdingmodel metwerkmaatschappijen; joint venture tussen school enkinderopvang e.d).Gerealiseerd (deels)• Almere: Het Meesterwerk (integrale inhoudelijkesamenwerking; één team, één manager, één loketvoor ouders)• Almere: Particuliere basisschool Bizziekids Basics enBizzieKids buitenschoolse opvang.In voorbereiding:• Zutphen e.o: Educatieve centra voor 0 - 16 jarigen• Ede: de Parapluschool• De Sterrenschool7.00uur19.00uurmaandag SportOntspanningdinsdag kunst-cultuur ZorghuiswerkbegeleidingwoensdagKinderopvangOnderwijs 5,5 uur p.d.Sportdonderdag Onderwijs 5,5 uur p.d.kunst-cultuurvrijdagOnderwijs 5,5 uur p.d.ZorghuiswerkbegeleidingSportOntspanningOntspanningOntspanningOnderwijs 5,5 uur p.d.Onderwijs 5,5 uur p.d.Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 29
  32. 32. 30Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijden“Scheiding tussen twee werelden doorbreken”Sjaak Scholten, algemeen directeur stichtingArchipel, schoolbestuur voor openbaar onderwijs inZutphen e.o., werkt aan het omvormen van scholentot educatieve centra.Wat willen kinderen, wat willen ouders, wat willenschoolleiders? Met die vragen zijn ze in Zutphengestart. Zelf had het schoolbestuur al besloten eenactieve rol te willen spelen in een ontwikkeling dieze signaleert: de vorming van brede scholen, eengrote behoefte van werkende ouders aan opvang,een kwalitatief sterker wordende kinderopvang ende nieuwe verantwoordelijkheden van de schoolmet betrekking tot aansluiting met de kinderopvang(motie van Aartsen/ Bos) Met de opbrengst vanenquètes en gesprekken worden de contouren vande gewenste educatieve centra steeds scherper. Erontstaat draagvlak en enthousiasme voor een plekwaar onderwijs en kinderopvang hand in handgaan, waar samen met het welzijnswerk, de muziek-school en sportclubs allerhande activiteiten wordenaangeboden, aangevuld met zorg- en opvoedings-ondersteuning. En dat voor kinderen van 0 tot 16jaar.Met welke instrumenten krijg je een educatiefcentrum van de grond?Scholten benadrukt allereerst het belang van één lei-dende educatieve visie, gedragen door debelanghebbenden en uitvoerende partners. Er is éénintegraal curriculum nodig waarin iedere partnervanuit zijn professie zijn bijdrage aan het leren ende ontwikkeling van de kinderen levert. Het dag-programma volgt het bioritme van de kinderen.Wanneer leren ze het beste en het snelst? Wat is debeste tijdstip voor ontspanning of juist fysiekeactiviteiten?Je hebt één organisatie nodig met een herkenbare enstimulerende leiding. En om het personeel van hettoekomstige educatieve centrum met de juistecompetenties uit te rusten moet er een uitgebreidplan voor deskundigheidsbevordering komen.In Zutphen e.o.zijn de samenwerkingspartners op aldeze fronten bezig.Wat is nodig voor een bredere implementatie vanhet 7 tot 7 model?— richtinggevende uitspraken van de overheid;— experimenten mogelijk maken;— uitbreiden van de Wet Kinderopvang tot eenbasisvoorziening ter wille van alle kinderen;— middelen om het proces van omvorming vanscholen te ondersteunen;— educatieve centra bouwen in plaats van afzon-derlijke scholen;— de tussenschoolse opvang onder de bekostigingvan de Wet Kinderopvang brengen;— helderheid over bestuurlijke en juridische vorm-gevingDE PRAKTIJK AAN HET WOORDOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 30
  33. 33. 31Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijden“Publiek-private samenwerking in een integraalkindcentrum: een pleidooi voor het coöperatie-model”Geert de Wit, directeur Kinderstad, kinderopvan-gonderneming in Tilburg e.o. zoekt samen metscholen naar nieuwe bestuurlijke vormen voorsamenwerking.Een woud van regelgevingWil je een naadloze aansluiting realiseren van kin-deropvang op primair onderwijs en vice versa – eensamenwerking van een private en een publiekepartij – dan beland je in een woud van juridische,financiële en fiscale regelgeving. Regels en rand-voorwaarden die meespelen in de keuze van eenbesturingsmodel. Geert de Wit heeft dat samen meteen financieel-juridisch adviesbureau in kaartgebracht. En werd daar niet vrolijker van. “Willenwe het integrale kindcentrum dichterbij brengen,dan zullen de knelpunten en obstakels voortvarendmoeten worden opgepakt”. Ook door de rijksover-heid.Twee modellen onder de loepOnderwijs en kinderopvang zijn te divers georgani-seerd en verschillen vaak teveel in omvang,financieringsvorm, werkgebied e.d. om op instel-lingsniveau zonder meer te kunnen integreren. Ineen eerste exercitie naar een goede samenwerkings-vorm komt De Wit uit op de personele unie en decoöperatieve vereniging.In de personele unie is er sprake van een gezamen-lijke aansturing en wederzijdse benoeming van(deels) dezelfde bestuurders en eventuele toezicht-houders. De beide rechtspersonen – schoolbestuuren kinderopvangonderneming – blijven autonoomfunctioneren. De samenwerking wordt vastgelegdin dienstverleningsovereenkomsten.Uit Kansen voor Kinderen: Educatief centrum, meerdan onderwijsStichting Archipel, november 2008“Ik zou graag zien dat een educatief centrum, met alhaar activiteiten, openstaat voor àlle kinderen, dusook voor kinderen waarvan de ouders niet allebeiwerken. Dan ben je met recht een sociaal hart vande wijk” (schooldirecteur).“Omdat ik onregelmatig werk heb ik niet op vastedagen opvang nodig. Tot nu toe regel ik dit metfamilie en vrienden maar het zou fijn zijn als dat viade officiële opvang kon” (ouder).MOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 31
  34. 34. 32Nieuwe tijden in onderwijs en opvangModellen voor nieuwe schooltijdenDe Wit ziet hier bezwaren opdoemen vanuit de Wetprimair onderwijs (WPO). Staat deze wet, met zijnbijzonderheden op het gebied van bijvoorbeeldbenoemingsbeleid, een personele unie überhaupttoe? Ook ziet hij een flink fiscaal obstakel met btw-belaste onderlinge diensten die met een fiscale een-heid niet is op te lossen (vanwege hoofdelijkeaansprakelijkheid). Een ander bezwaar lijkt deinflexibiliteit van de bestuursvorm: wat als eenderde partij wil toetreden?In de coöperatieve vereniging lijken bovenge-noemde problemen eerder op te lossen. De ‘consti-tuerende partijen’ participeren in de verenigingwaarbij de coöperatie eigenaar wordt van het con-cept kindcentrum. Partijen werken op basis vangelijkwaardigheid samen en blijven verantwoorde-lijk voor kwaliteit en vormgeving van hun eigenwerksoort en bijbehorende financiering.Ook hier zullen een aantal juridische en fiscalevragen verder moeten worden uitgezocht.De Wit zet ze op een rij:Pleidooi voor discussie en onderzoek— afwegen van de twee voorkeursvarianten perso-nele unie en coöperatieve vereniging— uitzoeken van juridische en fiscale vraagstukken— discussie met veld en overheden over scenario’sen indien mogelijk de keuze voor een voorkeurs-variant— mogelijke aanpassing van sectorspecifieke en/offiscale regelgeving.Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 32
  35. 35. 336. De werkagendaToelichting op dewerkagendaIn de werkagendazijn de uitkomstenvan het symposiumsamengevat inbeknopte beschrij-vingen van wat ermoet gebeuren enwie dat moet gaandoen.We lichten deagendapunten en debijbehorende uit-gangspunten op devolgende pagina’snader toe.Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 33
  36. 36. Punt 1: Geef experimenten de ruimteMomenteel worden er op diverse plaatsen in Neder-land nieuwe arrangementen van onderwijs en opvangontwikkeld en soms ook al geïmplementeerd. Het iszaak deze pioniers in onderwijs en kinderopvang teondersteunen, experimenten mogelijk te maken en deweg vrij te maken van belemmeringen in termen vanbeleid en regelgeving. Aandachtspunten zijn:• proeftuinen/vrijplaatsen voor ontwikkeling eninvoering van verschillende modellen;• indien nodig aanpassen van regelgeving, toezicht enfinancieringsvoorwaarden (zie ook agendapunt 3);• creëer mogelijkheden voor bundeling van financie-ringsstromen;• ruimere interpretatie van toezichtkader van debetrokken inspecties en toewerken naar integraaltoezicht.Punt 2: Monitoring, informatie & communicatieMonitor de huidige innovatieve praktijk, identificeeren beschrijf de werkzame modellen en zorg voor ver-spreiding van kennis en informatie. Aandachtspuntenzijn:• volg en evalueer de innovatie met een monitorNieuwe schooltijden;• beschrijf modellen van nieuwe schooltijden en de roldaarin van diverse partners;• actieve communicatierol van het rijk in samenspelmet de branche, verspreiding van goede voorbeeldenen ervaring;• accentueren van keuzevrijheid met betrekking totmodellen;• streven van lokaal maatwerk (stad-platteland; leer-lingenpopulatie, wijk/ buurt etc);• aanjagen van het lokale debat.Punt 3: Pas de regelgeving aanAanpassing van de regelgeving, in casu de Wet kinder-opvang wat betreft de definitie van BSO,VSO en TSO isaan de orde. Het gaat om:• de omschrijving van BSO als zijnde opvang voor enna schooltijd past niet meer overal. Nieuwe tijden-modellen vragen om flexibele inzet van BSO-uren opde dag, onder meer in het kader van het bioritmemodel / verlengde middagpauze;• heroriëntatie op de vorm en verantwoordelijkhedenvoor opvang vóór schooltijd (VSO);• heroriëntatie op TSO als belangrijke schakel in hetdagarrangement.Punt 4: Maak een soepele overgangsregeling voorscholenScholen zitten vast aan een minimum van 7520 uuronderwijstijd over acht schooljaren. Schoolbredeinvoering van nieuwe tijden betreft ook leerlingen diein de onderbouw relatief minder dan 940 uur per jaaronderwijs hebben gehad en vereist derhalve:• coulant omgaan met nieuwe (jaar-)urenverdelings-tabel;• creatief meedenken door de inspectie.Punt 5: Wetenschappelijke onderbouwingStimuleer wetenschappelijk onderzoek naar effectenvan nieuwe schooltijden op kinderen, ouders, professi-onals en werkgevers. Aandachtspunten zijn:• beschrijving van bestaande pedagogische inzichtenover schooltijden;• bundelen en stimuleren van relevante lopendeonderzoeksprogramma’s;• opzet van een onderzoeksagenda voor pedagogischeonderbouwing van nieuwe modellen;• kennisontwikkeling over effecten van aanpassingvan schooltijden op het welbevinden van kinderen,34Nieuwe tijden in onderwijs en opvangDe werkagendaOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 34
  37. 37. ouders, werknemers in de onderwijs- en opvang-sector.Punt 6: Ontwerp integrale bedrijfsmodellenIntegrale pedagogische basisvoorzieningen vereisenintegrale bedrijfsmodellen voor onderwijs en opvang.• inventarisatie, verkenning en beschrijving vandiverse scenario’s: juridisch, bestuurlijk, organisato-risch en financieel;• in kaart brengen en wegnemen van belemmerenderegelgeving;• stimuleren van lokale samenwerkingsvormen tussenbasisscholen en kinderopvangvoorzieningen.Punt 7: Vergemakkelijk het aanstellen van combina-tiefunctionarissenCombinatiefuncties worden als een belangrijkeaanwinst beschouwd, met name wat betreft deverbinding tussen de disciplines opvang en onderwijs.De aanstelling ervan stuit echter nog steeds opproblemen. Men pleit derhalve voor:• waar mogelijk opvolgen van de adviezen van deTaskforce Combinatiefuncties voor combinatie-functies in onderwijs en opvang;• met name snel wegnemen van de BTW-heffing bijdetachering van personeel in combifuncties.Punt 8: Bundel lokaal beleid en middelenInbedding in lokaal onderwijs- en jeugdbeleid is vanbelang. Gemeenten kunnen het speelveld vooropvang en onderwijs beter bespeelbaar maken, metname door:• verbinding te maken tussen lokaal onderwijs-,welzijn-, sport- en cultuurbeleid (onder meer deinitiatieven verlengde leertijd, verlengde schooldag,brede school);• ontschotting van beleidsterreinen en afstemmen ofbundelen van financieringsstromen;• de mogelijkheden en overlegstructuur van de LokaleEducatieve Agenda (LEA) te benutten.Punt 9: Stimuleer multifunctionele huisvestingIntegrale voorzieningen gedijen het beste onder ééndak. De ontwikkeling van multifunctionele accommo-daties wordt belemmerd door te nauwe interpretatievan het gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid enbeleid ten aanzien van accommodaties voor welzijn,sport en cultuur.• stimuleer samenwerken onder één dak (in zowelbestaande als nieuwe gebouwen);• harmoniseer regelgeving voor verschillende functiesin één gebouw;• ondersteun gemeenten bij de ontwikkeling vanintegraal accommodatiebeleid.Punt 10: Zet een stip op de horizonDe huidige schooltijden zullen op steeds grotereschaal flexibeler worden ingezet, nieuwe dagarrange-menten van onderwijs en opvang dienen zich aan. Eris in dat verband behoefte aan een richtinggevendkader, te formuleren door de rijksoverheid in overlegmet de betrokken partijen. Een heldere omschrijvingvan het einddoel over 5 à 10 jaar, namelijk een geïnte-greerde pedagogische basisvoorziening voor alle kin-deren van 0-12 jaar. Belangrijke uitgangspunten zijn:• de plicht om voorzieningen van uitstekende pedago-gische kwaliteit te bieden;• het recht van alle kinderen op maximale ontplooiingvan hun talenten;• een toegankelijk aanbod voor alle kinderen, nietalleen voor kinderen van werkende ouders, geendoelgroepenonderscheid;• het principe van ongedeeld spelen, leren en ontwik-kelen.35Nieuwe tijden in onderwijs en opvangDe werkagendaOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 35
  38. 38. 36Nieuwe tijden in onderwijs en opvangOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 36
  39. 39. Anki Duin en Michiel van der GrintenDe brede aandacht voor het symposium en de uitkomsten ervan maken duidelijk dat hetmaatschappelijk debat over vernieuwing van de pedagogische infrastructuur in Nederlandis geopend5. De huidige schooltijden mogen op de helling en de weg kan worden vrijge-maakt voor de ontwikkeling en invoering van nieuwe modellen voor onderwijs en opvang. Inwelke vorm en op welke schaal dat proces de komende jaren gestalte gaat krijgen is op ditmoment nog moeilijk te voorspellen. Aan ambitie en inspiratie in het veld ontbreekt het inieder geval niet. Uit de werkagenda komt naar voren dat de rijksoverheid nu de kans heeftom het momentum te benutten door samen met gemeenten en inspecties ruim baan temaken voor innovaties en experimenten en door ondersteuning te bieden in de vorm vanmonitoring, onderzoek en communicatie.Één van de uitdagingen in dat verband betreft het opnieuw inrichten van het speelveld. Deinvoering van nieuwe tijden voor onderwijs en opvang raakt aan een groot scala vanbeleidslijnen die de afgelopen jaren vanuit verschillende departementen min of meerseparaat zijn ingezet of ondersteund. De opkomst van brede scholen en multifunctioneleaccommodaties bijvoorbeeld is in dit verband uiterst relevant, evenals de invoering vancombinatiefuncties voor sport en cultuur. Hetzelfde geldt voor voor- en vroegschoolseeducatie en de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen.Toch lijkt de discussieover school- en opvangtijden vooralsnog aan deze velden voorbij te zijn gegaan. Om tevoorkomen de uitvoerende partijen op lokaal niveau verstrikt raken in uiteenlopende oftegenstrijdige opdrachten is het zaak om op landelijk niveau de inspanningen op de diversevelden te verbinden en op één lijn brengen.Een andere uitdaging betreft de mate waarin het rijk inhoudelijk sturing geeft. De bood-schap van het symposium is helder: de vernieuwing die nu in het veld wordt gerealiseerd,verdient ondersteuning. Er is een duidelijke behoefte aan een stip op de horizon, eenbehoefte aan een heldere beschrijving wat dat is“een pedagogische basisvoorziening vooralle kinderen van 0-12 jaar van uitstekende kwaliteit”. De rijksoverheid kan daarin haar rolnemen en samen met het veld een koers uitzetten en daarmee het beginpunt markeren vaneen maatschappelijke innovatie met verstrekkende gevolgen voor kinderen en ouders. DeWerkagenda in deze brochure – het advies van het veld aan het kabinet – biedt daarvoor eenuitstekend vertrekpunt.377. Toekomstperspectief5 Zie ook de publicaties in de media, hoofdstuk 6.Oberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 37
  40. 40. “De huidige schooltijden moeten op de helling”Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de SociaalEconomische RaadDe huidige schooltijden moeten op de helling. Het ishoog tijd voor modernisering. Nederlandse rege-lingen schieten ernstig tekort waardoor veel talentwordt verkwist en dat kunnen we ons niet meer per-mitteren. Nog voor de volgende kabinetsformatiemoeten er flinke stappen worden gezet op weg naareen stabiele omgeving waarin kinderen van 0 tot 12jaar zich optimaal kunnen ontplooien, aldus SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan.Het moderne gezin vraagt om andere tijdenNet als eerdere sprekers benadrukt Rinnooy Kandat de traditionele schooltijden een overblijfsel zijnuit de tijd van voor de industriële revolutie, geënt ophet gezinsmodel waarin de moeder overdag klaar-staat voor de kinderen en het huishouden. Maarsteeds meer huishoudens voldoen niet meer aan datbeeld: er is een groeiend aantal alleenstaande oudersen tweeverdieners. Als beide ouders werken vol-doen de schooltijden niet meer.Investeren in toekomstige generatiesHet sociaal economische belang van goede kind-voorzieningen is ongelooflijk belangrijk. Nederlandkan het zich niet permitteren om het talent van kin-deren niet maximaal te ontwikkelen. Taalachter-standen, sociale uitsluiting, schooluitval…..dat allesstaat haaks op het idee van actieve participatie.Integrale voorzieningen waarin kennisontwikkeling,sport, cultuur, welzijn en zorg hand in hand gaan,kunnen de ontplooiingskansen van kinderen en hunmaatschappelijke integratie bevorderen. Investerenin kinderen en kindvoorzieningen is investeren in detoekomst.Iedereen is nodigDe SER heeft in een recent advies aandachtgevraagd voor het belang van voldoende adequaatopgeleide en breed inzetbare mensen om de concur-rentie met opkomende economieën aan te kunnen.De dreigende krapte op de arbeidsmarkt, zeker ookin publieke sectoren als opvang en onderwijs, vraagtom inzetbaarheid en actieve participatie van zoveelmensen in het arbeidsproces. Dus ook van vadersen moeders van jonge schoolgaande kinderen. Aan-passing van schooltijden kan moeders over de streephalen meer uren te werken; bedrijven kunnen demogelijkheden uitbreiden om werktijden flexibel inte delen.Geen woorden maar dadenRinnooy Kan vindt het tempo van de moderniseringvan onderwijs en opvang te laag. Er zijn flinkestappen nodig. De wil in het veld is er, maar de wegnog niet. Juist de rijksoverheid zou ruim baanmoeten bieden aan die organisaties die inzetten opvernieuwing, maar die daarbij nog 20eeeuwsgedachtegoed, structuren, regels en wetgeving ophun pad vinden. De SER toont zich bereid omadvies uit te brengen over het tijdenvraagstuk. Rin-nooy Kan riep staatssecretaris Dijksma op om onderhet motto ‘geen woorden maar daden’ voortvarendmet de werkagenda aan de slag te gaan.38Nieuwe tijden in onderwijs en opvangToekomstperspectiefOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 38
  41. 41. Relevante publicaties• Argumentenkaart Schooltijden, een uitgave van hetproject Andere Tijden in onderwijs en opvang, mei2009• Biologisch ritme en schoolprogramma, NederlandsJeugdinstituut, april 2005• Kansen voor Kinderen, stichting Archipel, november2008• De KindAgenda, kwalitijd voor het kind, stuurgroepde KindAgenda Hilversum, december 2008• School met de vijf O’s , Nederlands Jeugd Instituut ,juli 2008• De Sterrenschool, kaartenboek over het concept ster-renschool, de Argumentenfabriek, 2008• DVD Ouders over schooltijden, project Andere Tijdenin onderwijs en opvang, september 2009Aandacht in de media, naar aanleiding van het sym-posium:• SER:“Grote schoolvakantie is ouderwets”(Trouw,2009)• “Schooltijden moeten op de helling”(De TwentscheCourant Tubantia, mei 2009)• “Snel aanpassing schooltijd”(De Gelderlander, 2009)• “Schooltijden: botsing oude vormen en nieuwegedachten”(Bredeschool.nl, mei 2009)Organisaties• Project Andere Tijden in onderwijs en opvang, initia-tief van VOS/ABB, Mogroep Kinderopvang, BOPinK,het Kinderopvangfonds. Ondersteunt scholen bijovergang naar nieuwe schooltijden, verspreidt goodpractices en organiseert masterclasses en stimuleerthet debat in het veld en de publieke discussie. Con-tact via anderetijdeninonderwijsenopvang@xs4all.nl• Netwerkbureau Kinderopvang, begeleidt in opdrachtvan het ministerie van OCW scholen en kinderopvan-gorganisaties in de realisatie van voldoende buiten-schoolse opvang. Contact viawww.netwerkbureaukinderopvang.nl• Nederlands Jeugd instituut, Expertisecentrum overjeugd en opvoeding. Contact via ww.nji.nl• ECO3, Het Expertisecentrum Ontwikkeling, Opvangen Onderwijs voor 0-12 jarigen. Contact viawww.eco3.nl• Stuurgroep de KindAgenda, gezamenlijke schoolbe-sturen en SKH kinderopvang die proces naar 5 gelijkedagenmodel in Hilversum begeleidt. Contact viawww.kindagenda.nl• Oberon, onderzoeks- en adviesbureau voor de onder-wijs- en welzijnssector. Contact via www.oberon.eu398. Relevante InformatieOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 39
  42. 42. Websites• www.anderetijdeninonderwijsenopvang.nl• www.bredeschool.nl• www.eco3.nl• www.hetkinderopvangfonds.nl• www.hetmeesterwerk.nl• www.kindagenda.nl• www.minocw.nl• www.minszw.nl• www.netwerkbureaukinderopvang.nl• www.nji.nl/bredeschool• www.oberon.eu• www.sterrenschool.nl• www.taskforce-deeltijdplus.nl• www.werkendeouders.nl40Nieuwe tijden in onderwijs en opvangRelevante InformatieOberon-NieuweTijden 16-09-2009 11:43 Pagina 40
  43. 43. COLOFONOpdrachtgevers:Ministerie van OCW en Ministerie van SZWUitgave:Oberon & Duin projectmanagementSamenstelling:Michiel van der Grinten (Oberon)Anki Duin (Duin Projectmanagement)Vormgeving:Cas de Vries, Dvada, UtrechtFotografie:Sijmen HendriksDrukUSP bv, UtrechtISBN978 90 77737 51 4© 2009 Oberon & Duin projectmanagementNiets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden, op wat voor wijze dan ook, of opgeslagen worden in eengegevensbestand zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.Oberon-NieuweTijden-omslagDEF 16-09-2009 11:39 Pagina 3
  44. 44. onderzoek & adviespostbus 14233500 bk utrechttel. : 030 - 230 60 90fax : 030 - 230 60 80e-mail : info@oberon.euinternet :www.oberon.euonderzoek & adviesVoor u ligt de brochure Nieuwe tijden in onderwijs en opvang. Het kabinet wil het voormannen en vrouwen met kinderen makkelijker maken om werk en zorg te combineren.Een sluitend arrangement van onderwijs, voor-, tussen- en naschoolse opvang envrijetijdsactiviteiten zoals sport en cultuur, is hierbij van belang. Het bevordert deontwikkelingskansen van kinderen en stelt beide ouders in staat te werken. Op hetsymposium Naar nieuwe tijden in onderwijs en opvang zijn de contouren van dieinfrastructuur verkend. Vertegenwoordigers van onderwijs, kinderopvang, ouders,werkgevers,werknemers en wetenschappers hebben voor de regering een werkagendavoor de komende jaren opgesteld. In deze brochure zijn de uitkomsten van hetsymposium op overzichtelijke wijze gerangschikt. De brochure bevat goede praktijk-voorbeelden, toespraken, citaten en natuurlijk ook de werkagenda zelf, voorzien vaneen toelichting. Achterin zijn overzichten opgenomen van relevante websites,organisaties en publicaties.Op het symposium is ook de Argumentenkaart Schooltijdengepresenteerd. De brochure en de Argumentenkaart zijn gratis (exclusief verzendkos-ten) verkrijgbaar bij Oberon.In opdracht vanenOberon-NieuweTijden-omslagDEF 16-09-2009 11:40 Pagina 4

×