• Like
Com s 5
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Com s 5

  • 191 views
Uploaded on

 

More in: Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
191
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1.
  • 2. Ik draai me om, en kijk in ogen, die ik totaal niet verwacht. Ik sta vlak voor de ogen, en haastig ga ik een paar stappen achteruit. Maar dat was een verkeerde beslissing. Ik voel dat opeens de grond onder mijn voet verdwijnt. Ik slaak een gilletje, en probeer evenwicht te vinden met mijn andere voet.
  • 3. Even val ik achterover, maar dan grijpt een hand mijn arm, en sluit zich om mijn arm. De hand trekt mijn arm en ik terug. Ik kom vlak voor hem neer, en zucht. “Bedankt,” fluister ik. “Geen dank,” glimlacht hij. Even smelt ik voor die lach, maar dan herinner ik de ernst van deze situatie.
  • 4. “Wat doe jij hier?” vraag ik agressief. Ik sla mijn armen over elkaar en kijk hem aan. “Nou, nou, kan het aardiger?” vraagt hij boos. “Nee, ik wil eerst weten wat je hier doet, voordat je jezelf gaat voorstellen!” zeg ik toonloos. Hij fronst even met zijn wenkbrauwen. “Ik ben hier om redenen die ik niet kan uitleggen. En jij? Wat doe jij hier, dan?” zegt hij.
  • 5. “Gaat je niets aan,” zeg ik pissig. Ik draai me om en wil weg lopen, als ik voetstappen hoor. Achter me voel ik de jongen verstijven. Vlug draai ik me om, en de jongen komt op me af lopen. “kom mee, snel wegwezen hier,” fluistert hij en hij rent weg, mij met zich meesleurend.
  • 6. Op een gegeven moment is hij verdwenen. “Waar ben je?” fluistert ze. Dan voelt ze een hand om de hare omklemmen en haar omlaag trekken. Ze slaakt weer een gilletje, en ze voelt een hand op haar mond. “Stil, anders horen ze je,” fluistert de jongen in haar oor. Ze ontspant even, en voelt dan dat de jongen wel heel erg dicht bij haar zit.
  • 7. “Kom maar, volgens mij zijn ze weg,” fluistert de jongen na een flink aantal minuten. Ik wil overeind komen, maar hij houdt haar tegen. “Wacht, ik ga even kijken of ze echt weg zijn,” fluistert hij en hij glipt weg achter de boom. Ik wil hem achterna gaan, maar iets weerhoudt mij ervan.
  • 8. Een of twee minuten wacht ik, en dan is de jongen terug. Hij haalt diep adem. “Ik heb niemand gezien. Dus het lijkt me veilig,” zegt hij. “Mag ik nu weten wie je bent?” vraag ik. “Tuurlijk, als jij je naam ook zegt. Kom op, weg van deze heuvel,” zegt hij en hij trekt me mee naar beneden.
  • 9. “Mijn naam is Matthew, en die van jou?” vraagt hij als we beneden staan. “Luna,” mompel ik. Plotseling voel ik me verlegen. Matthew die mij van een vreselijke val heeft kunnen behoeden en daarna me meesleurde van de heuvel af. “Heb je geen achternaam?” vraag ik nieuwsgierig. “Nee, gewoon Matthew,” zegt hij na een lichte aarzeling.
  • 10. “Wat is er? Durf je je achternaam niet te zeggen? Ben je een crimineel?” lacht Luna. “Ik ben geen crimineel hoor, maar ik vind dat een achternaam niet belangrijk is,” zegt hij lachend. “Goed, als jij die van jou niet zegt, dan zeg ik die van mij ook niet,” zeg ik boos.
  • 11. “Daar hoef je niet boos van te worden. Ik was helemaal niet van plan om dat te vragen,” zegt Matthew nonchalant. “Maar zullen we hier weg gaan, ik denk dat hier elk uur een bewaker komt,” zegt Matthew en hij kijkt mij vragend aan. “Hoe weet je dat zo zeker?” vraag ik.
  • 12. “Het is een vermoeden dat aansluit op die voetstappen, niet?” zegt Matthew, nadat hij nog eens om zich heen gekeken heeft. “Waar woon je?” vraag ik nieuwsgierig. “Dat is niet belangrijk. Kom op, niemand in de buurt dus we kunnen weg gaan,” zegt hij na een tijdje.
  • 13. “Je moet uit NortonCity komen, aangezien ik je al eens gezien heb, op school,” speculeer ik. Hij haalt zijn schouders op, en loopt door. Boos blijf ik staan. “Mag ik niet weten wie je bent, of ben je maar een verschijning?” zeg ik boos. “Luister, Luna, het doet er niet toe wie ik ben,” zegt Matthew als hij ook stopt en zich omdraait naar mij.
  • 14. “Voor mij doet het er wel toe,” antwoord ik boos, “Je hebt mijn leven gered, twee keer zelfs, dan wil ik wel graag weten wie mijn held is.” Hij zucht, en draait zich om en loopt verder. “Hé!” roep ik, en ik ren achter hem aan. Als ik hem ingehaald heb, pak ik zijn schouder vast en draai hem om. “Wil je me dan wel vertellen waarom je het niet vertelt?” vraag ik hoopvol.
  • 15. “Omdat ik iemand ben, waarvan je het totaal niet verwacht. Daarom vertel ik het niet,” zegt Matthew. Dan kijkt hij diep in mijn ogen, en mijn adem stokt. “En ik denk dat jij ook niet wilt vertellen wie jij bent, niet?” vraagt hij, terwijl zijn ogen in die van mij boren. Ik schud mijn hoofd en blijf Matthew aan kijken.
  • 16. “Je wilt mij dus wel vertellen wie je bent?” vraagt hij verbaasd. “Als ik vertel wie ik ben en alles, vertel jij dan ook alles?” vraag ik hoopvol. Hij schudt zijn hoofd, “Zo gemakkelijk gaat dat niet,” lacht hij. Teleurgesteld laat ik mijn schouders hangen, en Matthew moet nog harder lachen. “O, nee,” zegt hij opeens.
  • 17. “Wat?” vraag ik verbaasd, nadat ik de grijns van mijn gezicht heb geveegd. “Heb je al enig idee hoe laat het is?” vraagt hij geschokt. “Nee,” antwoord ik en ik kijk op mijn klokje. ’23:47’ geeft die aan. “O, shit,” vloek ik. Ik begin te rennen maar Matthew houdt me tegen. “Wat ga je doen?” vraagt hij verbaasd.
  • 18. “Naar huis!  Wat dacht jij, dan?” vraag ik. “Nou, de meeste mensen nemen normaal afscheid, vooral mensen die net door iemand gered is,” zegt hij, met een glimlach op zijn gezicht. Ik word boos, mijn handen trillen. “Wat denk je wel!? Weet je niet hoe diep ik in de puree zit?” sis ik. “Dat geldt ook voor mij hoor,” zegt hij droogjes.
  • 19. “Maar ik kan wel een smoesje verzinnen, dus zo erg is dat weer niet,” zegt hij. “Nou, dat geldt niet bij mij thuis. Ik heb het al bij mijn ouders verbruid door te moeten nablijven,” zeg ik. “Ik kan je helpen, om langs je ouders te komen. Maar wel met een simpel leugentje. Akkoord?” vraagt hij. Ik knik, en zucht. “Als het zo nodig moet,” zeg ik.
  • 20. “Ga gewoon naar huis, en als je ouders er naar vragen, zeg dat je de hele avond bij iemand huiswerk hebt zitten maken,” zegt hij na een tijdje. “Ja, goed bedacht, maar als ik huiswerk heb zitten maken, waar zijn mijn spullen dan?” vraag ik. “Nog steeds bij mij?” vraagt hij aarzelend. “Oké, maar wat als ze me niet geloven?” vraag ik.
  • 21. “Dan zeg je maar, dat ze mij moet bellen, dan bewijs ik dat!” zegt Matthew, met een twinkeling in zijn ogen. “Dan moet ik je achternaam toch hebben als ik je telefoonnummer wil opzoeken,” zeg ik. Even twijfelt hij, maar dan antwoordt hij toch. “Alours,” fluistert hij, en dan loopt hij weg. Verbijsterd blijf ik staan, met een gevoel dat ik niet kan plaatsen.