Update 26

393 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
393
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
7
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Update 26

  1. 1. Na die woorden is het even stil in de kamer. Mijn hart lijkt stil te staan. Zwanger? Dat meent ze toch zeker niet? Een baby? Van haar en Robert? Het begint me te duizelen en ik zink neer op de bank achter me. Allerlei gedachten razen door mijn hoofd, maar ik krijg ze niet op een rijtje, ik ben te geschokt om ook maar een woord uit mijn mond te krijgen.
  2. 2. Dagmar staat Mariska nog steeds aan te kijken, totaal onbeweeglijk. Mariska heeft ondertussen haar ogen neergeslagen en ze friemelt rusteloos met haar handen. Dit stond vast niet in haar planning, ineens een baby erbij. Na wat een eeuwigheid lijkt te duren zegt Dagmar met schorre stem: “O. Van Robert?” Daarna zakt ze naast mij neer op de bank.
  3. 3. Mariska knikt. “Ja, van Robert,” zegt ze met trillende stem. “Hij is de vader.” “En… Hoe lang al?” vraagt Dagmar. “Weet ik niet. Ik ben er vanochtend achter gekomen. Ik was al een paar weken de hele tijd misselijk, en vooral ’s ochtends. De eerste week dacht ik dat ik gewoon een griepje had, of zoiets, maar na twee weken begon ik toch wel achterdochtig te worden en toen heb ik bij de drogist een zwangerschapstest gekocht.” Mariska slikt even.
  4. 4. “En hij bleek dus positief te zijn,” zegt Dagmar. Mariska knikt weer. “Ja. Ik had voor de zekerheid twee tests gekocht, en de tweede was ook positief. Ik was er niet echt blij mee, maar ik dacht wel dat er mógelijkheden zouden zijn, weet je wel? Dat het allemaal wel weer goed zou komen. Maar toen ik het aan Robert vertelde…” Ze haalt trillerig adem en er verschijnen weer tranen in haar ogen.
  5. 5. “Hij werd gewoon helemaal gek. Hij raakte in paniek en zei dat ik het onmiddellijk weg moet laten halen. Dat is misschien ook wel het beste idee, want wat moet ik nou met een baby? Ik kan het moeilijk weer aan jou geven.” Ik verstijf en ik hoor Dagmar naast me slikken. Mariska heeft niks door – ze kijkt nog steeds naar haar friemelende handen – en praat gewoon verder.
  6. 6. “Ik zei natuurlijk dat het mijn keuze is wat er gebeurd, omdat het mijn buik is. Hij zei dat hij niet vader wilde worden, nooit niet. Toen zei hij dat ik voor hem gewoon een flirt ben, gewoon voor de lol. Dat… dat oudere vrouwen veel… beter zijn dan die van zijn eigen leeftijd…” Ik knijp mijn ogen dicht. Dit wil ik allemaal absoluut niet weten. Die keer dat ik haar kamer binnenliep toen ze bezig waren was al erg genoeg.
  7. 7. “En toen liep hij het appartement uit. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien, maar ik denk niet dat hij nog terug komt. En nu zit ik hier, met die baby.” Mariska barst in snikken uit en begint hevig te trillen. Dagmar kijkt wanhopig naar mij. Wat moeten we nu in vredesnaam doen? Ze is familie, dus we moeten haar wel helpen, maar hoe?
  8. 8. “O, God,” zegt Mariska dan ineens, en ze haalt hortend en stotend adem. “Wat is er?” vraagt Dagmar geschrokken. “Heb je ergens pijn?” Mariska schudt haar hoofd. “Nee, nee… Het is alleen… Wat ben ik een slet, zeg!” Verbaasd kijk ik mijn moeder aan. Ik denk er wel zo ongeveer hetzelfde over, maar ik had niet verwacht het uit haar mond te horen.
  9. 9. “Het ongeluk is nog maar zo kort geleden! Alexander is nog maar pas dood, en ik ben nu al weer met andere mannen in de weer. Ik ben verdorie zwánger! Hoe kan ik hem dit nou aandoen? En mezelf? Sinds zijn dood voel ik elke dag, de hele dag, een steek van gemis. Hoe heb ik ooit met Robert kunnen aanpappen?” Tranen stromen over Mariska’s wangen, en ze is nog amper verstaanbaar.
  10. 10. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik had er geen idee van dat ze zich zo voelde, al had ik het natuurlijk wel kunnen bedenken. In mijn ogen was ze gewoon een onmenselijk monster, dat geen gevoelens kende. Maar ze hield wel degelijk van Alexander, heel veel zelfs. Nu lijkt het me logisch, wat deed ze anders al die jaren met hem?
  11. 11. Dagmar schraapt haar keel. “Als je wilt kan je hier wel een poosje blijven. Dan zit je niet alleen in dat appartement.” Ik kijk haar verbaasd aan. Wat? Maakt ze een grapje? Zij wil de vrouw die ik pas geleden nog uit mijn leven gebannen heb weer met ons laten samenwonen? Ook Mariska kijkt verbaasd. “Meen je dat? Want als het mag…”
  12. 12. Dagmar knikt. “Ja, ik meen het. Je kunt in deze staat niet alleen zijn. Zeker niet nu je zwanger bent.” “Oké. H-heel erg bedankt. Dat meen ik.” Mariska kijkt Dagmar dankbaar aan, maar Dagmar kijkt haar niet in de ogen. Het is duidelijk dat zij ook niet goed weet wat ze met de situatie aan moet.
  13. 13. “We moeten zo maar even wat spullen gaan halen… Lynn, wil jij ondertussen het bed in de logeerkamer opmaken?” Dagmar kijkt me smekend aan. Ik zucht, maar dan knik ik. “Is goed.” “Oké,” zegt Dagmar dankbaar. “Mariska, zullen wij dan gaan? We gaan wel met mijn auto.” Mariska knikt en staat op, nog steeds trillend op haar benen.
  14. 14. Ik blijf op de bank zitten en kijk Dagmar en Mariska na, terwijl zij het huis uit lopen. Dan doe ik mijn ogen dicht en slaak ik een diepe zucht. Wat een ellende. Hoe kon dit nou weer gebeuren? En, een betere vraag: waarom? In vredesnaam, wáárom? Ik schudt mijn hoofd en sta op. Zwelgen in zelfmedelijden heeft nu ook geen zin, al zou ik het maar al te graag doen.
  15. 15. Mijn hoofd begint te bonken en ik wrijf over mijn slapen om de hoofdpijn tegen te gaan, terwijl ik mezelf de trap op sleep. Uit de linnenkast haal ik een schoon dekbedovertrek en laken, en zo snel als ik kan maak ik het bed in de logeerkamer op. Ik heb geen zin om daar lang rond te hangen, het doet me denken aan de tijd na het ongeluk, toen alle ellende begon.
  16. 16. Ik sjok naar mijn kamer, ga op mijn bed liggen en sluit mijn ogen. Ik wil even weg van deze wereld, van mijn leven. Maar mijn hoofd en gedachten laten het niet toe. Op mijn netvlies zie ik van alles langskomen. Danny, die over ongeveer negen maanden de oom van mijn broertje of zusje zal zijn. De gedachte doet me rillen. Nu is de kans op een toekomst met hem helemaal verkeken.
  17. 17. Ook zie ik Tirza langskomen. Op momenten als deze mis ik haar het meest. Momenten dat ik het even niet meer aankan, dat ik iemand nodig heb om mee te praten, die me kan troosten… Maar nee, ik heb haar uit mijn leven gebannen. Nu lijkt dat het stomste dat ik ooit gedaan heb…
  18. 18. Wordt Vervolgd

×