Behind her back 1

474 views

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
474
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
59
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Behind her back 1

  1. 1. Behind her Back Proloog
  2. 2. Langzaam spoelen golven van zeewater het land op. Het water likt aan het zand van het strand, en neemt wat zandkorrels mee op weg terug naar alle andere liters water waar de zee mee gevuld is. Terwijl een nieuwe golf van water zich weer naar het land toe werkt, loopt een jonge vrouw voorzichtig door het toch wat koude water.
  3. 3. Het is begin juli, maar het echte zomerse weer dat ze gewend is heeft zich nog niet laten zien. Langzaam tilt ze haar voet op, waardoor ze wat water meeneemt dat haastig terug in zee valt. Ze lacht, ze houdt er van met het water te spelen, hoe kinderlijk dat ook mag zijn.
  4. 4. Aandachtig tuurt ze over het water, waar geen einde aan lijkt te komen. Opeens breekt de zon door, en kan ze voor het eerst sinds tijden weer genieten van een heerlijk ’s morgens zonnetje. Even kijkt ze om zich heen, maar trekt dan haar T-shirt over haar hoofd en trekt haar korte broekje uit.
  5. 5. In haar ondergoed laat ze zich in het water zakken. Niet dat ze ver de zee in gaat, in tegendeel, ze blijft aan het randje zitten, waar de golven aankomen en vervolgens weer terug gaan. Afwezig laat ze haar hand door het water bewegen, dat het koud is maakt haar nu niks meer uit.
  6. 6. Voorzichtig om niet helemaal nat te worden, laat ze zich wat achterover hangen zodat de zon precies op haar gezicht straalt. Een lach vormt zich om haar lippen, even voelt het weer oud en vertrouwd, zoals het vroeger ooit was geweest.
  7. 7. Vroeger, toen ze hier bijna elke dag kwam, en dat als ze niet kwam, ze het de volgende dag inhaalde. Toen ze nog klein was, en geen idee had gehad van wat er nog allemaal stond te gebeuren. Ze weet het nog goed, de middagen dat ze hier door bracht. Met haar hond, of anders haar oudere broer. Ze weet nog dat ze uren konden spelen, met alleen een schepje en een emmer.
  8. 8. Verdrietig denkt ze terug aan die tijd, tot het opeens merkbaar donkerder wordt. Het lijkt alsof de zon geen zin meer heeft, want hij verdwijnt achter een grote grijze wolk. Kwaad kijkt ze omhoog, en wil net vloeken als ze opeens voetstappen achter zich hoort. Geschrokken staat ze op, en in een flits schiet het haar te binnen hoe stom ze op het moment bezig is.
  9. 9. Ze probeert zich een beetje te bedekken met haar armen, en dan speciaal haar veel te veel met kant bedekte BH. Zodra ze zich omdraait laat ze haar armen weer zakken. ‘Ik schrok me dood Phil,’ mompelt ze met een zucht van opluchting.
  10. 10. ‘Wat bezield jou om hier zo te gaan zitten?’ vraagt haar broer haar afkeurend. ‘Ik liet me even meeslepen.’ mompelt ze terwijl ze haar T-shirt uit zijn ene hand, en haar broekje uit zijn andere hand trekt. ‘Uhum,’ Zucht hij alleen maar terwijl ze zich snel aankleed.
  11. 11. ‘Waar dacht je aan?’ Vraagt hij voorzichtig als hij haar speurend om zich heen ziet kijken. ‘Aan.. Je weet wel.’ zegt ze plots met een fluisterende toon. Om hem even niet aan te kijken bukt ze zich en raapt haar slippers op. ‘Aah, dat..’ zegt hij begrijpend.
  12. 12. ‘Maar hoe vaak moet ik nou nog zeggen dat het onzin is?’ vraagt hij geïrriteerd. ‘Phil..’ Begint ze zuchtend. ‘Ik hoor het toch?’ ‘Het is vast gewoon een kinderlijke grap, niks om je zorgen om te maken.’ mompelt hij kwaad. Verdrietig kijkt ze hem aan. Ze haat het als hij zo doet, ze háát het.
  13. 13. ‘Maar vind je het dan niet raar? Waarom zoeken ze niet een ander slachtoffer?’ fluistert ze wanhopig terwijl ze hem bij zijn arm pakt. ‘Je snapt toch wel dat ik bang ben?’ vraagt ze hoopvol terwijl ze hem aankijkt. Hij zegt niks en maakt haar hand los. ‘Het enige waar ik bang voor ben is dat mijn zusje niet meer voor zichzelf kan zorgen.’ zegt hij voordat hij bij haar weg beent.
  14. 14. Een paar seconden blijft ze verbaasd staan, maar dan rent ze achter hem aan. ‘Phil! Phil wacht nou!’ roept ze kwaad terwijl ze haar slipper uittrekt en hem tegen zijn hoofd raakt. ‘En nog iets.. Stop met dat “Phil” van je, want het werkt niet meer.’ zegt hij terwijl hij de slipper in haar handen duwt.
  15. 15. Verdrietig kijkt ze toe hoe hij al snel tussen de duinen verdwijnt en verloren laat ze zich in het zachte zand zakken. Ze waren altijd zo close geweest, zij en Philip. Vele mensen hadden zich verbaasd over het feit dat ze nooit ruzie maakten. Maar die tijd was over, wist ze nu. Haar broer snapt niks van wat ze door moet staan, alleen maar omdat hij een vriendin heeft die er altijd voor hem is, en zij maar alleen is.
  16. 16. Ze begint de lange stenen trappen die naar een grote parkeerplaats leiden op te lopen, terwijl ze nog steeds om de paar stappen om zich heen kijkt. Als ze al bijna boven aan is, laat ze zich op een stenen trede zakken en vouwt haar handen in elkaar. Ze tuurt weer over het strand, dat duidelijk verlaten is.
  17. 17. Voorzichtig voelt haar hand in haar broekzak, waar een horloge in zit. Ze haalt het eruit en kijkt hoe laat het is. Half zeven, ze had nu de eerste wandelaars al wel verwacht. Maar aan de andere kant, de dingen zouden hier wel erg veranderd zijn, nadat ze zo’n lange tijd is weg geweest.
  18. 18. Ze zucht, en wil het horloge weer terug stoppen, maar dan ziet ze dat er een briefje uit haar broekzak steekt. Schichtig kijkt ze over het strand en richting de parkeerplaats. Er is niemand te zien, het enige leven is afkomstig van wat meeuwen die vechten om een oud frietje.
  19. 19. Als laatste laat ze haar blik richting de duinen glijden, waar haar broer net is verdwenen. Dan haalt ze het briefje uit haar zak, en vouwt het voorzichtig open. Gevaar ligt altijd op de loer.
  20. 20. Nadat ze het papiertje even snel heeft bekeken gooit ze het geïrriteerd van zich af. Ze weet nog goed dat ze dat ding kreeg. Het was de laatste avond dat ze hier was, en ze ging samen met Philip naar de chinees. Had hij het zonet in haar broekzak gestopt? Ze kon zich moeilijk indenken dat het daar al die jaren gezeten heeft.
  21. 21. Moe legt ze haar handen in haar hoofd. Ze had toen gedacht dat het een teken was voor iets dat stond te gebeuren, maar nu, zeven jaar later, weet ze niet meer waarom ze al die tijd op een of ander wonder heeft gehoopt. Zuchtend staat ze op en loopt de trap verder op.
  22. 22. Als ze op de parkeerplaats is aangekomen, blijft ze even staan en schuift haar tweede slipper weer om haar voet. Ze kijkt weer even om zich heen voordat ze verder loopt naar haar blauwe auto. Met een rilling steekt ze de sleutel in het slot en maakt het portier open.
  23. 23. Tekst

×