1
Temp
Maart 2015 InfoPensioenen
25
Overzicht
relevante
wetgeving
19/12/2014
–10/3/2015
3-4
Contractuele
tewerkstelling
weegt vooral
door op
lokaal vlak
1-3
Pensioen
troubles? Ethias
gidst u met
twee praktische
boeken
uw pensionering wil bijverdienen.
Ook de situatie bij overlijden en
het overlevingspensioen voor de
nabestaanden worden belicht.
“De pensioenproblematiek leeft
heel fel”, vertelt Silvy Tomassetti
over het waarom van het dubbele
initiatief. “Het gaat dan ook om
een complexe materie. Onze dien
sten worden overstelpt met vra
gen. Je merkt dat mensen vanaf
de leeftijd van 50 jaar willen
weten waar ze aan toe zijn.”
“Daarom is de inhoud van elk
boek zo logisch en praktisch
mogelijk opgebouwd”, zegt Ber
nard Fransolet. “We illustreren
uitvoerig met concrete voorbeel
den uit de praktijk. Daarnaast
citeren we telkens de betrokken
wetgeving.”
Systemen blijven
verschillend
Twee boeken zijn het dus gewor
den. En dat is nodig. Want hoe
wel de pensioensystemen voor
lokale mandatarissen en statutaire ambtenaren de jongste
jaren naar elkaar zijn toegegroeid, blijven de verschillen
bestaan. “Wat de pensioenleeftijd en loopbaanvoorwaar
den betreft, is er inderdaad meer eenvormigheid gekomen.
Maar de formules waarmee het pensioen voor de ambte
naar en dat van de mandataris worden berekend, zijn totaal
verschillend”, zegt Silvy Tomassetti. Voor de carrièreduur
van het mandatarispensioen worden de volle maanden in
verkozen mandaten geteld. Voor
de statutaire ambtenaren steunt
de pensioenberekening op het
aantal gewerkte dienstjaren.
Daar gelden bovendien ook een
aantal gelijkgestelde periodes
waarin je niet hebt gewerkt maar
die toch mee in rekening worden
gebracht voor het pensioen.
Verstrenging voorwaarden
De pensioenhervormingen
voor statutairen en mandatarissen zitten in het vaarwa
ter van de algemene pensioenhervorming. “We bevinden
ons momenteel in een overgangsfase”, zegt Silvy Tomas
setti. “Vervroegd pensioen kan vandaag op een leeftijd van
61,5 jaar en mits een loopbaan
van 40 jaar. Vanaf 2016 wordt
die leeftijd opgetrokken naar
62 jaar. Het regeerakkoord van
de regering Michel I voorziet nog
een verdere verstrenging. Tegen
2019 zou de leeftijd voor ver
vroegd pensioen geleidelijk klim
men naar 63 jaar, op voorwaarde
dat je dan een loopbaan van
42 jaar kunt voorleggen.”
“Het is nu al zo dat een amb
tenaar minstens 40 dienstjaren
nodig heeft om toegang te krij
gen tot het pensioen”, zegt Ber
nard Fransolet. “Vroeger waren
er dat 5. Voor een mandataris is
de vereiste loopbaanduur even
eens opgetrokken naar 40 jaar.
Vroeger volstond een mandaat
duur van 1 jaar.”
Diplomabonificatie
Voor statutaire ambtenaren ligt
ook het punt van de diploma
bonificatie op de sociale onder
handelingstafel. “De studiejaren
die nodig zijn voor het behalen van een hoger diploma dat
toegang geeft tot een bepaalde functie, worden vandaag
nog meegeteld voor zowel de carrièreduur voor het recht
op pensioen als voor de berekening van het pensioenbe
drag. In de toekomst wil men deze jaren enkel nog laten
meetellen voor het pensioenbedrag zelf, en dus niet meer
voor het tijdstip waarop men zijn pensioenrechten kan ope
nen. Deze laatste hervormingen zijn nog niet definitief: ze
zijn meer dan waarschijnlijk, maar moeten
nog langs het parlement,” zegt Bernard
Fransolet.
Studiejaren
Dit verder verstrengen van de pen
sioenvoorwaarden zal de leeftijd waarop
een vervroegd pensioen mogelijk wordt
steeds dichter tegen de wettelijke pen
sioenleeftijd doen aanleunen. “Je moet
immers zowel de minimumleeftijd als
het minimum aantal dienstjaren berei
ken om met vervroegd pensioen te kunnen gaan”, zegt
Silvy Tomassetti. “Indien de hogere studiejaren niet meer
meetellen, kom je straks met een minimum loopbaanver
eiste van 43 jaar gemakkelijk in de buurt van de wettelijke
Silvy Tomassetti:
“Voor de statutaire
ambtenaren
gelden een aantal
gelijkgestelde
periodes waarin je
niet hebt gewerkt
maar die toch mee
in rekening worden
gebracht voor het
pensioen.”
Bernard Fransolet:
“Lokale besturen
hebben expertise
nodig voor het
beheer van een
tien- tot twintigtal
pensioendossiers.
Dat is niet
efficiënt.”
Voor de carrièreduur van
het mandatarispensioen
worden de volle maanden
in verkozen mandaten
geteld. Voor de statutaire
ambtenaren steunt de
pensioenberekening op het
aantal gewerkte dienstjaren.
∆
3.
1
Temp
Maart 2015 InfoPensioenen
35
Overzicht
relevante
wetgeving
19/12/2014
–10/3/2015
3-4
Contractuele
tewerkstelling
weegt vooral
door op
lokaal vlak
1-3
Pensioen
troubles? Ethias
gidst u met
twee praktische
boeken
pensioenleeftijd, die vandaag nog 65 jaar bedraagt maar
waarschijnlijk zal worden opgetrokken naar 66 jaar in 2025
en 67 jaar in 2030.”
Mandatarisverzekering
Vooralsnog blijft het mandatarispensioen uitgesloten
van aansluiting bij het pensioenfonds van de Dienst
voor de Bijzondere Socialezekerheidsstelsels (DIBISS,
het vroegere RSZPPO). Bernard Fransolet: “Lokale
besturen beschikken dus niet over de mogelijkheid om
het mandatarispensioen via de DIBISS te financieren,
terwijl het beheer van die pensioenen net heel complex
kan zijn en specifieke kennis vereist. Er is dus expertise
nodig op lokaal niveau, voor het beheer van een tien-
tot twintigtal pensioendossiers. Dat is niet efficiënt.
Ethias biedt de lokale besturen daarom een oplossing
aan in de vorm van de Mandatarisverzekering. Die heeft
niets dan voordelen. Het leidt niet enkel tot tijdswinst
voor de lokale besturen. Het budgetbeheer wordt ook
eenvoudiger en overzichtelijker, omdat bij aanvang dui
delijk is wat er maand na maand moet worden gefinan
cierd. Lokale besturen kunnen zo elke nare verrassing
uitsluiten.”
Lokale overheden stellen steeds meer contractanten
tewerk. En ze stellen in verhouding meer contractanten
tewerk dan de federale en gewestelijke overheden. De
pensioenen komen daardoor meer en meer onder druk te
staan en dat geldt zowel voor de pensioenen van de con
tractanten als die van de statutairen.
Doordat contractanten, de contractuele medewerkers bij
de overheid, onder de werknemersregeling vallen, hebben
ze een ander statuut dan de statutaire ambtenaren. Ener
zijds zijn de contractanten niet onderworpen aan dezelfde
sociale bijdragen, anderzijds genieten zij een minder gun
stig pensioenregime dan de statutairen.
Contractuele tewerkstelling bij de overheid
weegt vooral door op lokaal vlak
De pensioenreglementering in lokale besturen en
De pensioenen van de lokale mandatarissen zijn uit
gegeven door Ethias in samenwerking met uitgeve
rij Vanden Broele. U kunt een exemplaar bekomen via
de website van de uitgever (www.uitgeverij.vanden
broele.be). Wat de lokale mandatarissen betreft, organi
seert Ethias dit voorjaar nog verschillende studiedagen
waarop het boek zal worden aangeboden. Beide boeken
zijn ook verkrijgbaar in de boekhandel.
Ethias organiseert daarnaast op eenvoudige vraag
pensioenopleidingen voor onder andere lokale pen
sioenbeheerders en hun toekomstig gepensioneerden.
Voor meer info, contacteer solutions@ethias.be.
STATUTAIREN OF CONTRACTANTEN?
Verschillen
Zoals te lezen in de tabel hieronder, zijn er opvallende ver
schillen tussen de diverse overheden. De federale over
heid werkt nog relatief veel met statutaire ambtena
ren, de regionale en lokale niveaus zetten volop in op
contractanten.
De provinciale en plaatselijke besturen
zullen de financiële gevolgen moeten
dragen van het feit dat het aandeel
statutaire personeelsleden gedaald is.
∆
4.
1
Temp
Maart 2015 InfoPensioenen
45
Overzicht
relevante
wetgeving
19/12/2014
–10/3/2015
3-4
Contractuele
tewerkstelling
weegt vooral
door op
lokaal vlak
1-3
Pensioen
troubles? Ethias
gidst u met
twee praktische
boeken
Eind september 2013 werkten er bij de federale over
heid 227.159 personen, bij de gemeenschaps- en gewest
overheden waren dat er 449.058. Op het lokale vlak (de
provinciale en plaatselijke overheden) werkten er op het
zelfde moment 360.906 personen. Sinds de opeenvol
gende staatshervormingen ligt het zwaartepunt van de
tewerkstelling op regionaal en lokaal vlak. En precies daar
treft men vooral de contractanten aan.
Gevolgen voor de pensioenfinanciering
op lokaal vlak
Voor deze opmars van het aantal contractanten bij de
lokale besturen zijn er twee belangrijke verklaringen:
flexibiliteit en financiële redenen. Maar er is ook een keer
zijde aan de medaille: de provinciale en plaatselijke bestu
ren zullen de financiële gevolgen moeten dragen van het
feit dat het aandeel statutaire personeelsleden gedaald
is. De pensioenen van de statutairen op lokaal vlak wor
den immers gefinancierd door een solidariteitsmechanisme,
aangevuld met een aantal correcties. Het vroegere com
plexe systeem van vijf pensioenpools is recent sterk ver
eenvoudigd. Daardoor blijft er vandaag nog slechts één
gesolidariseerde pensioenpool van de provinciale en lokale
besturen over. De besturen zullen aan die pool vanaf
Elke overheid, zeker de lokale, heeft er alle belang
bij om voor zichzelf de juiste berekeningen te
maken. Dat is echter niet altijd eenvoudig. Omdat
contractanten en statutairen onder een ander stel
sel vallen, zijn vergelijkingen immers niet evident.
De geïntegreerde simulatietool Publi-Plan van Ethias
biedt die mogelijkheid echter wel. Met Publi-Plan
kunnen (lokale) besturen niet alleen simulaties laten
maken maar ook grafieken, tabellen en rapporten
genereren. Ze kunnen er pensioenberekeningen voor
de eerste pijler mee maken en er meteen ook de aan
vullende pensioenplannen bij betrekken.
2016 een wettelijke pensioenbijdrage betalen van 34%
(= 41,50% – 7,50%). Dat wordt uiteraard berekend op de
weddemassa van de in dienst zijnde statutaire ambtena
ren. Maar omdat het aantal statutairen onder druk staat –
zoals duidelijk blijkt uit bovenstaande tabel –, wordt ook
de weddemassa waarop de bijdragen worden berekend
kleiner. Met andere woorden, ook de financiering van de
statutaire pensioenen komt onder druk te staan. Daarom
besliste de DIBISS (vroegere RSZPPO) om per bestuur een
responsabiliseringsbijdrage aan te rekenen. Die wordt
bepaald door de helft van het verschil tussen de pensioen
last uit het verleden enerzijds en de wettelijke pensioenbij
drage van het lopende jaar anderzijds.
Jean-Paul Parmentier
Raadgever Directies Collectiviteiten
Tabel: Ambtenaren versus contractanten bij de verschillende overheden in België
Ambtenaren Contractanten
Federaal
Federale overheid 76,67% 23,33%
Gemeenschappen en gewesten
Vlaams Gewest /Gem. 59,49% 40,51%
Waals Gewest 31,20% 68,80%
Brussels Gewest 16,43% 83,57%
Franse Gemeenschap 61,10% 38,90%
Duitstalige Gemeenschap 51,47% 48,53%
Lokaal niveau
Vlaanderen 39,93% 60,07%
Wallonië 32,41% 67,59%
Brussel 37,90% 62,10%
(Bron: Rapport Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 – bijlage 2.3. Toekomst van de pensioenen in de overheidssector)
De federale overheid werkt nog
relatief veel met statutaire ambtenaren,
de regionale en lokale niveaus zetten
volop in op contractanten.
∆
5.
1
Temp
Maart 2015 InfoPensioenen
55
Overzicht
relevante
wetgeving
19/12/2014
–10/3/2015
3-4
Contractuele
tewerkstelling
weegt vooral
door op
lokaal vlak
1-3
Pensioen
troubles? Ethias
gidst u met
twee praktische
boeken
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Jean-Michel Bourdoux, Prins-Bisschopssingel 73, 3500 Hasselt E-MAIL infopensioenen@ethias.be
REDACTIE Departement Pensioenoplossingen GRAFISCH CONCEPT Perplex, Aalst REALISATIE EN PRODUCTIE Wolters Kluwer, Mechelen
Overzicht relevante wetgeving
19 december 2014 – 10 maart 2015
Cumulatie van overlevingspensioen met onderbrekingsuitke-
ring bij loopbaanonderbreking
De cumulatie van een pensioen en een onderbrekingsuitke-
ring bij een loopbaanonderbreking in de openbare sector,
is in principe onmogelijk. Dat blijft zo, maar de cumulatie-
regels zijn wel versoepeld.
Koninklijk besluit van 19 december 2014 houdende rege
ling van de cumul van onderbrekingsuitkeringen, in het kader van
loopbaanonderbreking, met een overlevingspensioen,
BS 12 januari 2015.
Minimumpensioen voor zelfstandigen en werknemers
gelijkgeschakeld
Vanaf 1 augustus 2016 wordt het minimumpensioen voor
zelfstandigen volledig afgestemd op de bedragen van het
gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers.
Het minimum rustpensioen voor alleenstaande zelfstandi-
gen en het minimum overlevingspensioen voor zelfstan-
digen worden verhoogd tot het overeenstemmend bedrag
in het stelsel van de werknemers. Het rustpensioen als
gezinshoofd was al gelijkgeschakeld.
Programmawet van 19 december 2014, BS 29 december 2014
(art. 207-208 PW 2015).
Pensioensparen: taks op het langetermijnsparen gedaald,
maar versnelde inning
Om het pensioensparen aan te moedigen, heeft de Rege-
ring de belasting op uitgekeerde pensioenspaarkapitalen
(3de pijler) verlaagd vanaf het aanslagjaar 2016. Het tarief
van de ‘taks op het langetermijnsparen’ is gedaald van
10% tot 8%, voor alle reserves die in het kader van het
pensioensparen worden gestort vanaf 1 januari 2015.
De taks op het langetermijnsparen van 10%, op de tot
31 december 2014 opgebouwde reserves in het kader van
het pensioensparen, wordt daarentegen wel versneld geïnd.
Programmawet van 19 december 2014, BS 29 december 2014
(art. 103 tot en met art. 113 PW 2015).
Pensioensparen: toepassingsregels bedrijfsvoorheffing afge-
stemd op daling ‘taks op het langetermijnsparen’
Het KB van 20 januari 2015 stemt de toepassingsre-
gels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing (BV)
op bezoldigingen, pensioenen en werkloosheidsuitkerin-
gen met bedrijfstoeslag, die vanaf 1 januari 2015 worden
betaald of toegekend, af op de in de programmawet van
19 december 2014 voorziene daling van de ‘taks op het
langetermijnsparen’.
Koninklijk besluit van 20 januari 2015 tot wijziging van het
KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op uitkeringen
in het kader van het pensioensparen, BS 27 januari 2015.
Gesolidariseerd pensioenfonds RSZPPO: bijdragevoet 2015
en 2016 politiezones en lokale besturen daalt
Het bijdragepercentage dat de lokale politiezones (ex-
pool 5) aangesloten bij het Gesolidariseerd pensioen-
fonds van de RSZPPO moeten betalen voor 2015 daalt met
1,5% door inzet van reserves uit het Amortisatiefonds. Om
dezelfde reden vermindert ook de basispensioenbijdrage-
voet voor de besturen ex-pool 1 en de besturen die zich na
31 december 2011 hebben aangesloten bij het fonds aan
verminderde bijdragevoet, zij het met slechts 0,5%. Midde-
len uit het Reservefonds zorgen voor een bijkomende ver-
mindering van de basispensioenbijdragevoet van 1,5% voor
de besturen ex-pool 1.
Koninklijk besluit van 19 december 2014 tot uitvoering van
de artikelen 16, eerste lid en 22, § 3, van de wet van 24 oktober
2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioe
nen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en
plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot
wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds
voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bij
zondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse
wijzigingsbepalingen voor de jaren 2015, 2016 en 2017
(BS 13 januari 2015).
Verdere versoepeling van de cumulatiewetgeving in het stel-
sel van de werknemers
Het KB voert een nieuwe versoepeling door in de cumula-
tieregeling voor de werknemers. De nieuwe regeling maakt
een onbeperkte cumulatie mogelijk tussen het genot van
een rustpensioen als werknemer en beroepsinkomsten
vanaf 1 januari van het jaar waarin de betrokkene 65 jaar
wordt (zonder loopbaanvoorwaarde) of vóór die leeftijd
met een loopbaanvoorwaarde van 45 jaar op de ingangs-
datum van zijn eerste Belgische rustpensioen. Verder wor-
den ook de sancties bij overschrijding van de toegelaten
grenzen voor cumul verder versoepeld. Het pensioen wordt
voortaan niet meer geschorst maar slechts verminderd
in verhouding tot de mate van overschrijding. De nieuwe
regeling is voor het eerst van toepassing op de beroeps
inkomsten van het jaar 2015.
Koninklijk besluit van 20 januari 2015 tot wijziging van arti
kel 64 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vast
stelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en over
levingspensioen voor werknemers (BS 23 januari 2015).
∆