Veel toegepaste houtsoorten
Hout,een natuurlijk vezelmateriaal
• Wat zegt het filmpje over:
– Hardhout en zachthout
– Loofbomen en naaldbomen
– Langzaam groeiende
bomen
• Eigen huis & tuin, 9
april, Verschillende
soorten hout
• https://youtu.be/mblLKTw2O5o?
list=PLTzkbgie4taaLG2fyYiL-
NJa5TdfBzHbG
• Praxis Bouwmarkt; 2:46
2
3.
Europees eiken
Amerikaans eik,inlandse
zomereik, wintereik
• Europese loofhoutsoort
• Geelbruin tot donkerbruin
kernhout
• Matig grove tot grove nerf
• Duurzaamheid afhankelijk van
de kwaliteit
• Toepassing
– ramen, deuren en kozijnen.
Bouwkundige constructie bij
monumentale gebouwen,
tegenwoordig alleen bij
restauraties. Tuinhout
3
4.
Dark Red
Meranti
• Zuid-oostAziatisch
loofhout
• Licht tot donderrood
• Toepassing
– lichtrode alleen voor
binnentimmerwerk
– Donkere soorten voor
ramen, deuren en
kozijnen
– Grove nerf
4
Merbau
• Zuid-oost Aziatisch
loofhout
•Donkerrood, gele
streepjes, vettig, geel
spinthout (bloeden
van merbau)
• Toepassing voor o.a.
ramen, deuren en
kozijnen
6
7.
Okoumé
• Afrikaanse loofhoutsoort
•Kleur
– Het kernhout kan in kleur
variëren van licht grijsroze tot
rossig bruin. Het hout heeft
geen opvallende geur of
smaak. Grijsblauwe
verkleuring in contact met
ijzer, in contact met messing
lichtbruin.
• Toepassing
– Okoumé is zeer geschikt
voor het vervaardigen van
triplex
7
8.
Vurenhout
(Fijnspar)
• Europese naaldhoutsoort
•Lichtgeel, ovale kwasten
– Kernhout is licht van kleur;
iets donkerder dan het
spinthout
– Geen harsgeur
• Toepassing
– Balken, trappen, ramen,
deuren, kozijnen,
kappen
8
9.
Grenenhout
(Pijnboom = ‘groveden’)
• Europese
naaldhoutsoort
• Donkergeel
– Kernhout is donker
• Harsgeur
• Toepassing; vloeren,
ramen,deuren en
kozijnen, plafonds,
dakoverstekken
9
10.
Western red cedar
Ceder
•Amerikaanse naaldhoutsoort
• Rode kernhout, wit spinthout;
– veel kleurvariaties
• Verkleurd naar zilvergrijs
• Zacht maar bezit een grote
natuurlijke duurzaamheid
• Toepassing
– binnen- en
buitenbetimmeringen,
kozijnen, ramen en deuren,
dakranden en dakbeschot
10
11.
Bomen
1.Loofbomen
– Loofhout
– Bladverliezend>
‘Hardhout’
1.Naaldbomen
– Naaldhout
– Naaldhoudend >>
‘Zachthout’
– Vuren en grenen wordt veel gebruikt.
– Ruim voorradig in Nederland &
Scandinavië
NB: Niet al het hardhout is hard!!
11
11
12.
Groeiringen
Vroeg- en laathout
•Vroeghout
• In het voorjaar gegroeid.
Lichter van kleur.
Dunwandige cellen
• Laathout (zomergroei):
dunnere ringen
• Met name bij naaldhout
is het verschil tussen
vroeg- en laathout goed
zichtbaar
• Tropisch hout heeft
minder verschil in vroeg-
en laathout: minder
seizoensverschillen
• Het hout is dan
gelijkmatiger van
opbouw 12
Groeiringen bij naaldhout
13.
De boomstam
• Cambium
–Dit is het gebied waarin de breedtegroei
van de boom plaatsvindt door continue
celdeling
– Voor bouwkundige toepassingen worden
bast en schors verwijderd
• Kernhout
Het donkere, volgroeide hout (in de
kern), bepalend voor de duurzaamheid,
timmerhout.
Het beste deel van de boom: sterk (trek
en druk) en duurzaam.
• Spinthout
Het lichtgekleurde, onvolgroeide hout,
niet duurzaam. Gevoelig voor houtrot.
13
13
14.
Sterkte van hout
De sterkte van hout is in de
lengterichting van de vezel
dus in de lengterichting van de
boom (trek, druk en buiging)
De kwetsbaarste kant voor
vocht is de kopse kant
dus beschermen
tegen inwateren!
14
14
15.
• Rondhout
– boomstamzonder
takken en schors >
• Plaatmateriaal van
hout
– Zie verderop
15
16.
Hout is eennatuurlijk (vezel-)materiaal
Drogen van hout
• Hygroscopisch
– Hout werkt altijd!
• Hout neemt de vochtigheid van de
omgeving aan en krimpt of zwelt
daardoor
– Bij (te snel) drogen
scheurvorming
– ‘Groen hout’ = niet gedroogd
hout
– Houtvochtigheidsgraad
• Percentage vocht ten opzichte van ‘droog’
hout)
• Krimp bij droging tot onder de 30-40%
vocht
• Droog hout circa 15% vocht, afh. van
relatieve luchtvochtigheid in de lucht
16
16
17.
Werking en krimp
17
•Binnenin het hout werkt
het hout ongelijk
1. in vezelrichting (=lengterichting,
=longitudinaal)
• Minste krimp
1. in de houtstraal richting (=radiaal)
2. in jaarringrichting (= tangentiaal)
• Meeste krimp
– In de verhouding van circa 1:10:17
• Vervormingen
– 1=gebogen
– 2=krom
– 3=scheluw
– 4=hol
Bron: nl.wikipedia.org/wiki/Werken_(hout)
18.
Zagen van hout
Verschillendezaagwijzen
• De twee uitersten:
1. Tangentiaal gezaagd
• Langs het hart zagen
• ‘en dosse’ (‘vlam’)
• Weinig zaagverlies,
maar meer kromtrekken >
1. Radiaal gezaagd
• Naar het hart toe zagen
• kwartiers gezaagd >>
• veel zaagverlies,
maar minder kromtrekken
18
18
19.
Houttoepassingen in debouw
• kozijnen, ramen en deuren
• gevelbekleding
• aftimmeringen
• Balklagen in kap, en vloerconstructies
19
20.
Houttoepassingen in debouw
• Houtskeletbouw
(HSB)
– De draagconstructie
(wanden, vloeren en dak)
is opgebouwd uit frames
– Houten stijl- en regelwerk
met beschieting van
multiplex
– opgevuld met
isolatiemateriaal
20
21.
Houttoepassingen in debouw
• Massivholzbau
– Vrij onbekend in Nederland
– Massieve bouwelementen
van gelamineerd hout
21
22.
Wat is demaximale lengte
van een houten balk?
Gelamineerd hout
– Samengestelde balken
van gezaagde houten
planken
1. in de breedterichting door
verlijming op elkaar >
2. in lengterichting verbonden
door vingerlassen >>
22
22
23.
Verbeterd én
gevingerlast gelamineerdhout
Door het verwijderen van de slechte delen,
kwasten (noesten) ontstaat verbeterd én
gevingerlast gelamineerd hout >
23
23
Algemeen: Tropisch
loofhout
Tropisch
loofhout
+ Am.
naaldhout
NaaldhoutEur.
Loof-
hout
Voorbeeld:
Dichtheid:
(= volumieke massa)
[kg/m3]
Hoog
600 – 1000
Hard
450-900
kg/m3
350-450 450 kg/m3
Zacht
Laag
300
kg/m3
Duurzaamheids
klassen:
(tegen houtrot door
vocht)
I
hoog
II III IV V
laag
25
Hout & duurzaamheid
Naast de natuurlijke duurzaamheid van de houtsoort is de volumieke massa
van belang Rood = naaldhout
25
26.
Algemeen: Tropisch
loofhout
Tropisch
loofhout
+ Am.
naaldhout
NaaldhoutEur.
Loof-
hout
Voorbeeld: Teak
Afzelia
Iroko
Azobé
(GWW)
WRCedar.
Oregon
pine
(Douglas)
Robinia
Merbau
Mahonie
DR
Merantie
Eiken
Lariks
Vuren
Dennen
Grenen
Okoumé
Beuken
Berken
Dichtheid:
(= volumieke massa)
[kg/m3]
Hoog
600 – 1000
Hard
450-900
kg/m3
350-450 450 kg/m3
Zacht
Laag
300
kg/m3
Duurzaamheids-
klassen:
(tegen houtrot door
vocht)
I
hoog
II III IV V
laag26
Duurzaamheid
Naast de natuurlijke duurzaamheid van de houtsoort is de volumieke massa
van belang Rood = naaldhout
26
27.
Welke houtsoorten kiesje?
De bekende? De goedkoopste?
• Kies een houtsoort die
past bij de gewenste
prestatie
– Verder kijken dan de
bekende houtsoorten
– https://youtu.be/vjx30k91UiA
– 1:16 FSC Nederland
27
Aantasting van hout
2.doorscheuren >>
(door te snel drogen)
3.door biologische aantasting >>>
– Plantaardige aantasting
– Houtrot door schimmels (vochtgehalte 21-25%)
• Bruine rot: het hout verkleurd (roodstreperig) en vertoond
scheurtjes
• Wit rot: veroorzaakt door elfenbankje
– Dierlijke aantasting door insecten >
• Houtwesp: eenmalig
• Bij hoge luchtvochtigheid (50-95%)
• Houtworm:) larven van 6mm, herkenbaar aan de ronde
uitvliegopeningen van 1 to 2 mm en het boormeel + geluid
• Huisboktor, groter dan de houtworm, naaldhout.
2929
Plaatmaterialen
bezoek aan debouwmarkt!!
• Fineer >
de boomstam geschild tot millimeter
dunne houtplaten met behoud van
houtstructuur
• Multiplex >>
plaatmateriaal van hout, bestaande uit
kruislings op elkaar gelijmde fineerlagen
1. Triplex = 3 lagen
2. Multiplex = 5 lagen of meer
3. Betonplex = Multiplex met fenolfilmlaag.
Dit is een betonbekisting met olie,
waardoor de plaat gemakkelijk los komt
van het beton
4. Underlayment = goedkope multiplex
voorzien van tong en groef verbinding
• OSB plaat >>>
– Verlijmde houtspaanders
3131
1
2
3 4
32.
Plaatmaterialen vervolg
• Meubelplaat>
– vurenhouten latten met tweezijdig triplex.
• Spaanplaat >>
– plaatmateriaal van verlijmde en geperste kleine
houtspaanders, goedkoop, gelijke sterkte in beide richtingen
(aftimmeringen, vloerplaat, etc.)
– NB: met huidige lijmen (Formaldehyde) is er weinig
vochtopname en dus weinig uitzetting door vocht) meer.
Formaldehyde emissie geeft prikkeling in keel en ogen
• MDF >>>
– MDF = medium density fibreboard
– gemakkelijk te zagen, gladde ondergrond, snel timmerhout,
gevoelig voor vocht (aftimmeringen, balie meubels)
– HDF = high density fibreboard
• Board
– Hardboard: geperste (hout-)vezelplaat (aftimmering, achterwand kasten).
– Zachtboard: idem, zacht en poreus en daardoor geluidabsorberend (prikbord).
• HWC >>>>
– houtwolcement plaat, samengeperste houtvezels met een
open structuur. Vaak in combinatie met PS-schuim.
Toegepast als buitenplafonds (geluidabsorberend en
warmte-isolerende) 3232
Indeling boomsoorten
• Loofbomenzijn (meestal)
bladverliezend en leveren loofhout,
ook wel hardhout genoemd.
• Hoewel het gemiddelde loofhout
sterker en harder is dan gemiddeld
naaldhout, is de term hardhout
misleidend want er zijn vele zachte
houtsoorten onder de loofbomen (bijv.
wilgen, populieren) en ook harde
houtsoorten onder de naaldbomen
(bijv. taxus).
• Naaldbomen zijn (meestal)
bladhoudend en leveren naaldhout,
ook wel zachthout genoemd.
Naaldbomen kunnen i.p.v. naalden ook
schubvormige bladeren hebben of
brede 'naalden'.
• Naast het verschil in loofhout en
naaldhout is het van belang inzicht te
hebben hoe de opbouw van het hout is
gegroeid. 34
35.
Opbouw van hout
•Hout is dus heterogeen
– de samenstelling is niet
in alle richtingen gelijk en
gelijkmatig
– Voor de eigenschappen
van een houtsoort is met
name de diktegroei van
de boomstam van belang
– Een langzame groei geeft
een hoger dichtheid en
dus een hogere
duurzaamheid
35
Verschil tussen kernhout en spinthout is hier goed zichtbaar.
36.
Opbouw van hout
•Cambium
– Dit is het gebied waarin de breedtegroei van de boom plaatsvindt door
continue celdeling
– Voor bouwkundige toepassingen worden bast en schors verwijderd
• Kernhout
– zwaarder en harder dan het spinthout
– Bij een aantal houtsoorten, zoals berk, els, haagbeuk en gewone
esdoorn vinden we geen kernhout omdat het spinthout tijdens het ouder
worden van de boom niet in kernhout verandert. Het hart van de stam
verhout niet, dit blijft gevoelig voor aantasting door schimmels
• Spinthout
– voert de voedingsstoffen van de wortels naar de bladeren. Oudere
cellen in het spinthout krijgen een steeds dikkere wand en sterven op de
duur af. Het spinthout gaat daar over in kernhout.
– Spinthout heeft meestal een andere (lichtere) kleur dan het kernhout
36
Microscopische opbouw van
hout
Hetmateriaal van de celwand geeft het hout zijn
stevigheid en hardheid
•dikke celwanden en/of kleine cellen vinden we in
hard en zwaar hout
•grote cellen met geringe wanddikte vinden we in
zacht en licht hout
– De soortelijke massa van het celwandmateriaal is
namelijk voor alle houtsoorten gelijk, nl. 1,54 kg/dm3
38
39.
Eigenschappen
• Hout isanisotroop
de eigenschappen
van het materiaal zijn
niet in alle richtingen
gelijk
39
40.
Minor Makelaardij, BouwkundeA 40
Houtsoorten
Naaldhoutsoorten:
•Vurenhout (IV)
•Dennenhout (IV)
•Grenenhout (IV)
•Lariks (III)
•Western red ceder (II)
•Oregon pine (Douglas) (III
40
Station
Arnhem
– Na bijna20 jaar is
station Arnhem
eindelijk af - RTL
NIEUWS
• https://youtu.be/
PoqXE8bCMWs
• 1:33
– Station Arnhem:
Op pad met de
architect
• 2:13
• https://youtu.be/y8
I8ct3cevU
47
48.
IJzer (Fe) 7.900kg/m3
grondstof: ijzererts
H.15 Staal = Fe + C
• Gietijzer
(= Fe met teveel Koolstof)
(bovenste afbeeldingen)
• Staal
(= Fe met weinig Koolstof (max. 1,9%)
(onderste afbeeldingen)
48
lijf
flens
48
49.
Voordelen staal:
Staal (Femet weinig Koolstof)
1. Sterk
– hoge trek- en druksterkte, bezwijksterkte
hoger dan de vloeisterkte
• De eigenschappen worden verbeterd door
bewerking bijv. smeden of walsen)
– Voordat staal bezwijkt zal het eerst flink
doorbuigen
• Het bezwijken van een staalconstructie
kondigt zich aan door vervorming
• Dus voorspelbaar; zie grafiek >>
1. Eenvoudige verbindingen
– Las- en boutverbindingen
1. Gunstige eigenschappen
– voor constructie: sterkte, elasticiteit,
gewicht, rek, uitzetting
1. Lichte constructies
– De constructie is in staal lichter dan
beton
4949
50.
Nadelen van staal:
1.Gedrag bij brand
• Plastisch gedrag bij
temperaturen > 450 °C
• Dus je moet het beschermen
tegen brand door:
1. Bekleding met een
plaatmateriaal
• vroeger asbest, nu
cementvezelplaat
• of met stucwerk
1. Spuitwerk (kunststof schuim)
2. Inpakken in beton
2. Roest
• corrosie door oxidatie
50
1 2 3
50
Speciale staalsoorten
kleur enbescherming door de oxidehuid. Beschermd tegen verdergaande
corrosie door de oxidatiehuid zelf (corrosie = reactie met zuurstof = ‘roest’)
• Corten steel >
– corrosian tensioned steel
• RVS >>
– ‘Roestvrijstaal’ of
roestvaststaal
– legering van staal met
chroom) (erg duur)
– Oxidehuid beschermt de
rest van het metaal 5252
53.
1. Warm gevormdwarm gewalst dikwandig constructiestaal
Staal bewerken
Staal wordt gesmolten in de Hoogovens en gewalst tot blokken of plaatstaal. Daarna verder gewalst
tot constructie profielen of staalplaat. De staalplaat kan verder koud worden geprofileerd
53
Bron: www.oldtimerautosite.nl
2. Koud gevormd koud geprofileerd
tot dunwandige profielen van dunne staalplaat
Profileren door middel van:
•Walsen, of
•‘zetten’ (gezette staalplaat)
>> Walsen
>> Walsen
>> Walsen
53
54.
1. Toepassing warm
gewalststaalBron: www.infosteel.be/nl/
Links: H, C, L en I-profiel
Rechtsboven: staalbetonliggers
Rechtsonder: raatliggers
Linksboven: Damwandprofielen
onder: buisprofielen
54
55.
2. Toepassing koudgevormdstaal
1. Constructiestaal
Linksboven: staalbouwskelet met metal
stud profielen. Linksonder: Sigma-
profiel Bron: www.infosteel.be/nl/
2. Overige
• Kozijnprofielen
• geprofileerde staalplaat
voor dak of gevelbekleding
• Sandwichpaneel
Middenboven: kozijnprofielen (afbeelding: Jansen AG
ongeïsoleerd profiel!). Rechtsboven: geprofileerde
staalplaat als gevelbekleding. Rechtsonder :
sandichpanelen (hier als dakplaat)
• Staal – knippen en
zetten
• Vogtenstaal
• 0:56
• http://www.youtube.com/watch
?
v=TuV1jYSIZ_k&feature=youtu
be_gdata_player
55
56.
Bevestigingsmiddelen
1. Klinknagels >
2.Bout en moer >>
3. Lasverbinding >>>
– door hitte verandering in het staal, fabrieks-
omstandigheden, voorverwarmen, etc. Het
uitgangspunt is daarom dat er niet gelast wordt op
de bouwplaats
4. Felsverbinding >>>>
– Bijv. bij een dakplaat van zink 5656
57.
Staal
kleur & bescherming
1.Schilderen
2. Duplex systeem
bestaat uit twee handelingen:
i.Verzinken (foto rechts)
• Thermisch: dompelen in een gesmolten zinkbad
• Mechanisch: spuiten of verven met zinkrijke verf
i.Moffelen
• Poedercoating aanbrengen op staal of aluminium
en onder hoge temperatuur laten uitharden (foto
onder)
57
57
• Duinhuis Terschelling
•Reynaersbv
• 2:13
https://youtu.be/os1B2hJ_BcI?list=PLhMiP9-
pl9qUNE3rA8v3BmwqLio3FG_zh
Aluminium
Voor 1 kg Al benodigd 4 kg Bauxiet erts en 20 kWh energie
(1400°C). Dit is veel!
Aluminium (Al) 2.700 kg/m3
Zilverkleurig. Grondstof: bauxiet
5959
Voor- en nadelenAl:
• Licht in gewicht
• Oxidehuid
– Bestand tegen vocht en
verdergaande corrosie,
door een beschermende
oxidelaag Al2O3
– Hoge duurzaamheid
• Goed reinigbaar
1. Lage sterkte
– 1/3 x Fe
1. Duurder dan staal
2. Hoge
uitzettingscoëfficiënt
– uitzetting bij hogere temperatuur
– 2 x Fe
1. Hoge elasticiteit (rek)
– (3 x Fe)
1. Wordt aangetast door
kalk en cement
2. Energie
– Kost veel energie bij de productie
6161
Koper
Oxidatie:
• Kleurt bruin:in droge
omgeving >
• Kleurt groen: in natte
omgeving >>
– NB: Vaak fabrieksmatig al
voorbehandeld.
Rechtsonder: Nemo Science
center, Renzo Piano,
Amsterdam >>>> 6464
65.
Voor- en nadelenCu:
1. Hoge duurzaamheid
– Hoge corrosieweerstand door
oxidelaag
1. Goede
eigenschappen:
– Zit tussen Al en Fe
qua treksterkte, elasticiteit en
uitzetting
– Hoge geleiding
(electra, aarding)
– Buigbaar
– Legeringen (met Ni, Zn, Pb) geeft
verbeterde eigenschappen
• bijv. messing en brons
1.Kostbaar
– duurder dan dakpannen,
bitumen en zink
2.Hoge uitzettings-
coëfficient
– Aandachtspunt bij dak- en
gevelplaten
3.Zwaar
6565
1. Bladzink >
Dakgoten,dak- en
gevelbekleding,
bekleding van dakranden
2. Verzinken van staal >>
Aanbrengen d.m.v.:
• Thermisch verzinken
– in dompelbad van zink (450˚C)
• Spuiten, verven
• Electrolyse
Toepassingen zink:
6767
68.
Voor- en nadelenzink:
• Oxidehuid
– Heeft een beschermende
oxidelaag
– Levensduur in landelijke
omgeving tot 50 jaar
(laagddikte 60 μm)
– Zink is minder oplosbaar in
water dan dan lood;
• Beschermt andere
metalen
– Zink wordt dan als eerste
aangetast
• Goed soldeerbaar
• Legeringen
– Heeft als legering nog betere
eigenschappen. Bijv. Titaanzink
met Titaan, Cu en Al.
• Milieuvervuilend
– opgeloste zink is schadelijk
voor het milieu. Dus slijtage
door oplossing in water
• Kostbaar
– Als dakbedekking is het
duurder dan bitumen, maar
goedkoper dan koper
• Oxidelaag wordt
aangetast door zuren en
zouten
6868
69.
Tot slot:
Lood (Pb)11.400 kg/m3
Kleur: blauwgrijs..
Grondstof: Loodglans PbS
‘Bladlood’
6969
70.
70
• Voor waterdichteaansluitingen
– bijv. boven of onder een kozijn,
latei, nok, zijwangen dakkapel
– Tegenwoordig vaak met kunststof
folie
• Als bladlood
– onder een dakkapel
• Als ‘voetlood’
– de aansluiting van het platte
dak met opgaand
gevelmetselwerk
• Als ‘loketten’ >>
– de aansluiting van het
pannendak
met opgaand gevelmetselwerk
• Glas in lood
Toepassingen lood:
70
71.
Voor- en nadelenlood:
1. Goed buigbaar
– Aankloppen met een hamer.
Door hoge kruip (rek) neemt
het makkelijk de vorm aan
v.d. constructie
1. Hoge
corrosieweerstand
– door de oxidehuid (grijs)
1. Zwaar
2. Beperkte afmetingen
3. Eigenschappen
– Lage treksterkte,
lage elasticiteit,
hoge uitzettingscoëfficiënt
4. Giftig
• Oplossing in water is het giftig
• Tegenwoordig verboden: loden
drinkwaterleidingen en loodmenie
(als behandeling van houten
balkkopen)
5. Wordt aangetast
– door zuren, basen (kalk) en vers
hout
7171
#3 Bij restauraties wordt gebruik gemaakt van afwijkende houtmaten.
#13 De diktegroei van een boom gebeurt aan de buitenkant, in het cambium. In ons klimaat is de groei over het jaar genomen niet constant; in het voorjaar en de zomer is de groeisnelheid hoger dan in najaar en winter. Hierdoor tekenen zich de groeiringen als "jaarringen" af met relatief breed "vroeghout" en smal "laathout". Vaak is er verschil in kleur en hardheid tussen het vroeg- en laathout.
#17 Het werken van hout.
Een wisselend vochtgehalte veroorzaakt vervorming, wat het "werken" van hout wordt genoemd. De dieperliggende oorzaak is dat door een wisselend vochtgehalte ongelijke krimp en zwelling in het hout optreedt. Bij het drogen van vers hout zijn in houtdelen verschillende vervormingen waarneembaar, waarbij ook scheurvorming kan optreden.
Bijvoorbeeld het kromtrekken van hout is een direct gevolg van een wisselend vochtgehalte.
Let op: Zwellen en krimpen. De zwel- en krimpeigenschappen van hout bevinden zich in de drie houtanatomische richtingen, in vezelrichting (=lengterichting, =longitudinal), in de houtstraal richting (=radiaal) en in jaarringrichting (= tangentiaal) zeer verschillend en verhouden zich ongeveer als 1:10:17.
#21 Om nu te weten welke houtsoort je waar toe kunt passen, zonder dat het bijvoorbeeld binnen een paar jaar gaat rotten of krom gaat trekken en scheuren, is het van belang om te weten hoe hout is opgebouwd. Bij de opbouw van hout kunnen we naaldhout en loofhout onderscheiden.
#36 Kernhout. In de kern van de stamdoorsnede van een oudere boom vinden we het kernhout, wat is gevormd uit het spinthout. Het kernhout is meestal zwaarder en harder dan het spinthout. Bij een aantal houtsoorten, zoals berk, els, haagbeuk en gewone esdoorn vinden we geen kernhout omdat het spinthout tijdens het ouder worden van de boom niet in kernhout verandert. Het hart van de stam verhout niet, dit blijft gevoelig voor aantasting door schimmels.
Spinthout. Buiten het kernhout bevindt zich het spinthout. Het door de wortels opgenomen water met voedingszouten wordt door het spinthout naar de bladeren gevoerd, waar het onder invloed van zonlicht en koolzuur wordt omgezet in koolhydraten. Oudere cellen in het spinthout krijgen een steeds dikkere wand en sterven op de duur af. Het spinthout gaat daar over in kernhout. Spinthout heeft meestal een andere (lichtere) kleur dan het kernhout. Van versgezaagde bomen is het vochtgehalte van het spinthout meestal hoger dan van het kernhout. Spinthout is meestal zachter dan kernhout.
#38 Bij de vorming van de cel is de celwand beperkt tot een dun vliesje dat later zal verdikken. In de celwanden komen verdunningen voor die stippels worden genoemd, deze stippels verzekeren de transport van stoffen van de ene celruimte naar de naburige cel.
De celruimte is de ruimte die omsloten is door de celwand. Bij levende cellen is deze ruimte gevuld met voedingsstoffen. De intercellulaire ruimtes ontstaan tussen de verschillende aangrenzende cellen. En de middenlamel is een speciale laag die de aan elkaar grenzende cellen met elkaar verbindt.
#39 Vergelijk deze structuur met de honingraat van bijen.