OASeS - Onderzoeksgroep Armoede,    Institut des Sciences Humaines et Sociales   Sociale Uitsluiting en de StadOnderzoek n...
Inhoudstafel   INLEIDING ....................................................................................................
3.2.   RESULTATEN VAN HET KWANTITATIEVE ONDERZOEK ............................................... 264.     KWALITATIEVE AN...
B.      IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 80C.      IN VLAANDEREN...
B.      IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 124C.      IN VLAANDEREN ...
A.   KWANTITATIEVE ENQUÊTE VOOR ALLE BELGISCHE OCMW’S .................................... 172B.   INTERVIEWHANDLEIDINGEN ...
Inleiding       Op vraag van de POD Maatschappelijke Integratie hebben de Universiteiten vanLuik en Antwerpen een onderzoe...
1. Theoretische inleiding1.1. Vergrijzing van de samenleving en opname in een rusthuis.        De vooruitgang in de genees...
Hoewel de bejaarde vaak het idee van een rusthuis verwerpt, komt er een momentwaarop dit de laatste mogelijkheid is om teg...
A.     Het wettelijk pensioen    Het is onmogelijk om in een pagina het complexe Belgische pensioenstelsel uit teleggen. W...
B.     Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO)       De IGO is een uitkering die bejaarden met onvoldoende inkomsten onder bep...
taken, alleen eten, zich aankleden en wassen, zich verplaatsen, sociale contacten teonderhouden en communiceren. De maande...
door voorzieningen, professionele zorgverleners of mantelzorgers (Vlaams Zorgfonds,2005). Aangezien de zorgverzekering enk...
1.3. Analyse van de wettelijke bronnen        Vooraleer we beginnen met de evaluatie van het Koninklijk Besluit, is het nu...
de opname van een bejaarde in een rusthuis dateert van 1998. In die periode heeft de Raadvan Maatschappelijk Welzijn van e...
Deze mening verschilt sterk van de stelling van de SP.a. Zij zijn sinds langvoorstander van de afschaffing van de onderhou...
centrum voor maatschappelijk welzijn verhaald op de onderhoudsplichtigen van debegunstigde tot beloop van het bedrag waart...
Art 85: Bij artikel 98 van dezelfde wet werd een derde paragraaf toegevoegd die als volgtgaat: «§3. In afwijking van §2 ka...
E.         Over de toepassing van de wet       Het artikel 98 § 3 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare Cen...
de documenten die wij hebben bestudeerd, denken we echter bij benadering devoornaamste tendensen van deze wil te kunnen om...
2. Methodologie2.1. Kwantitatief deel       De kwantitatieve vragenlijst13 bestaat uit verschillende stappen: in een eerst...
de verblijfskosten van hun ouder of grootouder die wordt geholpen door het           OCMW. Belangrijk: aangezien er meerde...
In het geval dat de OCMWs het document wel hadden ontvangen, maar nog niethadden gereageerd, was sprake van verschillende ...
2.2. Kwalitatief deel         De voorgaande fasen hebben eveneens een eerste schets mogelijk gemaakt voor eenkwalitatieve ...
verschillende steekproef opgebouwd. Zo zouden de data uit de verschillende OCMWs metelkaar kunnen worden vergeleken, ondan...
Ondanks deze twee problemen wordt elke provincie vertegenwoordigd in desteekproef. Er bestaan enkele verschillen, maar het...
B.       Selectie van de contactpersonen       Teneinde de effecten van de invoering van het eenheidsbarema te kunnenevalu...
inwoners en met meer dan 50.000 inwoners, en de 19 gemeenten van Brussel), werd eenbijkomende ontmoeting met de ontvanger ...
niet worden gegarandeerd. Voor hen werd dan een nieuwe datum overeengekomen.Meestal konden de geselecteerde gesprekspartne...
3. Resultaten van het kwantitatieve onderzoek3.1. Omschrijving van de steekproef       De steekproef bestaat uit 363 respo...
Tabel 3: Verdeling (in %) van de gemeenten al naargelang er veel of weinig bejaarden ouder dan 80jaar wonen, per regio16. ...
3.2. Resultaten van het kwantitatieve onderzoekTabel 6: Percentage OCMW’s die verklaren over één of meerdere rustoorden te...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van be...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van bejaarden in een rusthuis

2,606 views

Published on

Op vraag van de POD Maatschappelijke Integratie hebben de Universiteiten van Luik en Antwerpen een onderzoek uitgevoerd dat "de gevolgen van het invoeren van een eenheidsbarema voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen van bejaarden in een rusthuis" wil evalueren.

Het onderzoek omvat twee luiken. Ten eerste is er een kwantitatieve enquête waarbij een beroep werd gedaan op de medewerking van alle Belgische OCMW’s. Ten tweede is er het kwalitatieve luik waarbij een steekproef van representatieve OCMW’s (60) in België werd geselecteerd, opdat de onderzoekers de kans zouden krijgen in contact te komen met personen die te maken hebben met de problematiek van de onderhoudsplicht: de voorzitters van de OCMW’s, de maatschappelijk werkers, een aantal ontvangers en de onderhoudsplichtigen zelf.

In april 2006 werd een eerste tussentijds rapport overhandigd aan de begeleidingscommissie. Daarin werden de vorderingen beschreven van het kwantitatieve luik. Het rapport dat nu voorligt, bevat de resultaten van het volledige onderzoek. Voor het kwantitatieve deel werd rekening gehouden met later binnengekomen vragenlijsten.

Tenslotte wordt ook het verband tussen het kwantitatieve en kwalitatieve deel van het onderzoek belicht. In het eerste deel schetsten we de achtergrond van het onderzoek. Met behulp van enkele theoretische begrippen trachten we meer klaarheid te brengen in de problematiek. Daarna wordt de methodologie uiteengezet. De kwantitatieve gegevens worden gepresenteerd aan de hand van verklarende tabellen en grafieken. Bij de voorstelling van de resultaten van het kwalitatieve onderzoek wordt de structuur van de ‘vragenlijst’ zo goed mogelijk, maar niet helemaal gevolgd: sommige vragen worden onder één titel geïntegreerd. Ten slotte worden besluiten en de toekomstperspectieven gegeven.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,606
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Onderzoek naar de effecten van een eenheidsschaal voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van bejaarden in een rusthuis

  1. 1. OASeS - Onderzoeksgroep Armoede, Institut des Sciences Humaines et Sociales Sociale Uitsluiting en de StadOnderzoek naar de effecten van een eenheidsschaalvoor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van bejaarden in een rusthuis Studie in opdracht van de POD Maatschappelijke Integratie Onderzoeksrapport Promotoren: Marie-Thérèse CASMAN Jan VRANKEN Onderzoekers: Larissa HUMPERS Christophe MAIRESSE Lotte PEETERS Sylvie PETIT Augustus 2006
  2. 2. Inhoudstafel INLEIDING ...................................................................................................................................... 1 1. THEORETISCHE INLEIDING ................................................................................... 2 1.1. VERGRIJZING VAN DE SAMENLEVING EN OPNAME IN EEN RUSTHUIS. ......................... 2 1.2. BELANGRIJKSTE INKOMSTEN ......................................................................................... 3 A. HET WETTELIJK PENSIOEN ................................................................................................ 4 B. INKOMENSGARANTIE VOOR OUDEREN (IGO)................................................................... 5 C. TEGEMOETKOMING VOOR HULP AAN BEJAARDEN (THAB) ............................................. 5 D. DE ZORGVERZEKERING ..................................................................................................... 6 1.3. ANALYSE VAN DE WETTELIJKE BRONNEN ..................................................................... 8 A. BEGRIP ONDERHOUDSPLICHTIGE ...................................................................................... 8 B. ANALYSE VAN DE VRAGEN AAN DE SENAAT .................................................................... 8 C. ANALYSE VAN DE WETSVOORSTELLEN .......................................................................... 10 D. ANALYSE VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 3 SEPTEMBER 2004............................... 12 E. OVER DE TOEPASSING VAN DE WET ................................................................................ 13 F. ANALYSE VAN DE WIL VAN DE WETGEVER ..................................................................... 13 2. METHODOLOGIE ...................................................................................................... 15 2.1. KWANTITATIEF DEEL .................................................................................................... 15 2.2. KWALITATIEF DEEL ...................................................................................................... 18 A. STEEKPROEFTREKKING VOOR DE KWALITATIEVE GESPREKKEN .................................... 18 a) Voor Wallonië................................................................................................................. 19 b) Voor de 19 gemeenten van Brussel ................................................................................ 20 c) Voor Vlaanderen............................................................................................................. 20 d) Opmerkingen .................................................................................................................. 20 B. SELECTIE VAN DE CONTACTPERSONEN ........................................................................... 21 C. CONTACTEREN VAN DE GESELECTEERDE OCMWS ....................................................... 22 D. IN VLAANDEREN LAGEN DE ZAKEN ENIGSZINS ANDERS................................................. 23 3. RESULTATEN VAN HET KWANTITATIEVE ONDERZOEK ........................... 24 3.1. OMSCHRIJVING VAN DE STEEKPROEF .......................................................................... 24 II
  3. 3. 3.2. RESULTATEN VAN HET KWANTITATIEVE ONDERZOEK ............................................... 264. KWALITATIEVE ANALYSE:................................................................................... 514.1. STRUCTUUR VAN DE ANALYSE ...................................................................................... 51A. OVER HET VERLOOP VAN DE INTERVIEWS ...................................................................... 52B. OVER DE VOORSTELLING VAN HET ONDERZOEK ............................................................ 52C. WAT BETREFT DE INHOUD VAN DE INTERVIEWS ............................................................. 534.2. WELKE TERUGVORDERINGSPROCEDURE WERD TOEGEPAST VÓÓR DE INSTELLING VAN HET EENHEIDSBAREMA? WELKE WAS DE EVOLUTIE VAN DEZE PROCEDURE MET DE INSTELLING VAN DE NIEUWE WETGEVING? ........................................................... 54A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 54B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 54C. IN VLAANDEREN ............................................................................................................. 584.3. WELK ZIJN DE MOEILIJKHEDEN BIJ DE RECUPERATIE VAN DE ONDERHOUDSBIJDRAGEN? WAT WAS DE EVOLUTIE VAN DE TERUGVORDERING MET DE INSTELLING VAN DE NIEUWE WETGEVING? ........................................................... 63A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 63B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 64C. IN VLAANDEREN ............................................................................................................. 654.4. WERD DE ONDERHOUDSBIJDRAGE VÓÓR DE INSTELLING VAN HET EENHEIDSBAREMA SOMS AANGEPAST (GEDAALD) IN FUNCTIE VAN DE ZORGEN EN DE DIENSTEN AANGEBODEN DOOR DE ONDERHOUDSPLICHTIGE AAN DE BEJAARDE? HOE IS DE HUIDIGE SITUATIE? .............................................................................................. 68A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 68B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 68C. IN VLAANDEREN ............................................................................................................. 704.5. WAS U VOORSTANDER VAN EEN EENHEIDSBAREMA OP NATIONAAL NIVEAU ? HOE HEBT U GEREAGEERD OP HET KB WAT BETREFT HET EENHEIDSBAREMA? .............. 71A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 71B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 71C. IN VLAANDEREN ............................................................................................................. 764.6. WELK ZIJN DE REACTIES OP HET KB MET BETREKKING TOT DE MOGELIJKHEID VOLLEDIG AFSTAND TE DOEN VAN TERUGVORDERING MET INSTEMMING VAN DE GEMEENTE? ................................................................................................................... 79A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 79 III
  4. 4. B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 80C. IN VLAANDEREN ............................................................................................................. 834.7. HOE HEBT U GEREAGEERD OP HET VERHOGEN VAN DE INKOMENSDREMPEL WAARONDER TERUGVORDERING ONMOGELIJK IS? .................................................... 91A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 91B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 91C. IN VLAANDEREN ............................................................................................................. 934.8. HOE HEBT U GEREAGEERD OP DE MOGELIJKHEID OM REKENING TE HOUDEN MET HET KADASTRAAL INKOMEN BIJ DE TERUGVORDERING............................................. 95A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 95B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ........................................ 95C. IN VLAANDEREN ............................................................................................................. 974.9. HOE HEBT U GEREAGEERD OP DE MOGELIJKHEID OM OP INDIVIDUELE WIJZE AF TE WIJKEN VAN HET EENHEIDSBAREMA OMWILLE VAN BILLIJKHEIDSREDENEN?........ 99A. SAMENVATTING .............................................................................................................. 99B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 100C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1034.10. HOE EN WANNEER WERD HET EENHEIDSBAREMA EFFECTIEF IN WERKING GESTELD ?.................................................................................................................... 108A. SAMENVATTING ............................................................................................................ 108B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 108C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1124.11. HEEFT DIT BESLUIT DE MANIER VAN WERKEN VAN U OF VAN UW COLLEGA’S VERANDERD ? .............................................................................................................. 115A. SAMENVATTING ............................................................................................................ 115B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 115C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1174.12. DENKT U DAT DE NIEUWE SCHAAL BETER IS AANGEPAST AAN DE DAGELIJKSE REALITEIT? .................................................................................................................. 120A. SAMENVATTING ............................................................................................................ 120B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 120C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1214.13. DENKT U DAT DE INSTELLING VAN HET EENHEIDSBAREMA HEEFT GELEID TOT EEN VERANDERING VAN HET GEVRAAGDE BEDRAG AAN DE ONDERHOUDSPLICHTIGEN? ... ...................................................................................................................................... 124A. SAMENVATTING ............................................................................................................ 124 IV
  5. 5. B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 124C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1294.14. DENKT U DAT HET KB VOOR MEER SOCIALE RECHTVAARDIGHEID ZORGT? ......... 131A. SAMENVATTING ............................................................................................................ 131B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 131C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1334.15. HOE SCHATTEN VOORZITTERS EN MAATSCHAPPELIJK WERKERS ELKAARS OPINIE OVER HET BETREFFENDE KB IN EN WAT DENKEN ZE OVER DE REACTIES VAN DE ONDERHOUDSPLICHTIGEN? ........................................................................................ 134A. SAMENVATTING ............................................................................................................ 134B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 134C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1394.16. HOE HEBBEN DE ONDERHOUDSPLICHTIGEN GEREAGEERD OP HET KB? ................ 143A. SAMENVATTING ............................................................................................................ 143B. IN WALLONIË EN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ...................................... 143C. IN VLAANDEREN ........................................................................................................... 1534.17. DENKT U DAT ER NOG VERBETERINGEN NODIG ZIJN? .............................................. 1595. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN.................................................................... 1615.1. BETREFFENDE HET MAATSCHAPPELIJK WERK: ........................................................ 161A. TUSSEN HET BELANG VAN FAMILIEVERBANDEN EN HET BEHEERSDISCOURS............... 161B. DE KENNIS VAN DE INFORMATIE EN HET GEBRUIK VAN INFORMATICA ........................ 1625.2. DE TOEPASSINGEN VAN HET KONINKLIJK BESLUIT ................................................. 163A. DE INSTELLING VAN HET EENHEIDSBAREMA ................................................................ 163B. AFSCHAFFING VAN DE ONDERHOUDSPLICHT MET AKKOORD VAN DE GEMEENTE........ 165C. DE TOEPASSING VAN DE BILLIJKHEIDSREDENEN .......................................................... 166D. GEBREK AAN DE TOEPASSING VAN DE WETGEVING...................................................... 167E. HET STANDPUNT VAN DE ONDERHOUDSPLICHTIGEN .................................................... 1675.3. NAAR EEN UNIFORMISERING? .................................................................................... 1686. BIBLIOGRAFIE......................................................................................................... 1696.1. INTERNETREFERENTIES .............................................................................................. 1717. BIJLAGEN .................................................................................................................. 172 V
  6. 6. A. KWANTITATIEVE ENQUÊTE VOOR ALLE BELGISCHE OCMW’S .................................... 172B. INTERVIEWHANDLEIDINGEN ......................................................................................... 175a) Interviewhandleiding voor de voorzitters van het OCMW........................................... 175b) Interviewhandleiding voor de maatschappelijk werkers van het OCMW .................... 180c) Interviewhandleiding voor de ontvangers van het OCMW .......................................... 185d) Interviewhandleiding voor de onderhoudsplichtigen.................................................... 190e) Interviewhandleiding voor de OCMW’s die volledig afstand hebben gedaan van terugvordering............................................................................................................... 193 VI
  7. 7. Inleiding Op vraag van de POD Maatschappelijke Integratie hebben de Universiteiten vanLuik en Antwerpen een onderzoek uitgevoerd dat "de gevolgen van het invoeren van eeneenheidsbarema voor tussenkomsten van onderhoudsplichtigen van bejaarden in eenrusthuis" wil evalueren. Het onderzoek omvat twee luiken. Ten eerste is er een kwantitatieve enquêtewaarbij een beroep werd gedaan op de medewerking van alle Belgische OCMW’s. Tentweede is er het kwalitatieve luik waarbij een steekproef van representatieve OCMW’s (60)in België werd geselecteerd, opdat de onderzoekers de kans zouden krijgen in contact tekomen met personen die te maken hebben met de problematiek van de onderhoudsplicht:de voorzitters van de OCMW’s, de maatschappelijk werkers, een aantal ontvangers en deonderhoudsplichtigen zelf. In april 2006 werd een eerste tussentijds rapport overhandigd aan debegeleidingscommissie. Daarin werden de vorderingen beschreven van het kwantitatieveluik. Het rapport dat nu voorligt, bevat de resultaten van het volledige onderzoek. Voor hetkwantitatieve deel werd rekening gehouden met later binnengekomen vragenlijsten.Tenslotte wordt ook het verband tussen het kwantitatieve en kwalitatieve deel van hetonderzoek belicht. In het eerste deel schetsten we de achtergrond van het onderzoek. Met behulp vanenkele theoretische begrippen trachten we meer klaarheid te brengen in de problematiek.Daarna wordt de methodologie uiteengezet. De kwantitatieve gegevens wordengepresenteerd aan de hand van verklarende tabellen en grafieken. Bij de voorstelling vande resultaten van het kwalitatieve onderzoek wordt de structuur van de ‘vragenlijst’ zogoed mogelijk, maar niet helemaal gevolgd: sommige vragen worden onder één titelgeïntegreerd. Ten slotte worden besluiten en de toekomstperspectieven gegeven. 1
  8. 8. 1. Theoretische inleiding1.1. Vergrijzing van de samenleving en opname in een rusthuis. De vooruitgang in de geneeskunde en de daling van het geboortecijfer hebben totgevolg dat de levensverwachting van de bevolking stijgt. Daardoor is de populatie gevoeligaan het verouderen. Demografen voorspellen dat in 2050 één vierde van de Belgischebevolking ouder wordt dan 65 jaar en dat het aandeel van de 80-plussers blijft stijgengedurende de volgende decennia indien de levensomstandigheden hetzelfde blijven. Opwereldvlak betekent dit volgens voorspellingen van de Verenigde Naties1, dat binnen 50jaar het aantal 60-plussers meer dan verdrievoudigt, gaande van 606 miljoen naar meer dan2 miljard. De stijging van het aantal 80-plussers zal nog sterker zijn: van 69 miljoen in2000 naar 379 miljoen in 2050. In de ontwikkelde landen zal het aandeel van 60-plussersvan zo’n 8 procent in 2000 stijgen naar ongeveer 33 procent in 2050. Delevensverwachting op zijn beurt zou in de ontwikkelde landen met 7 jaar stijgen,respectievelijk van 63 naar 75 jaar en van 75 naar 82 jaar. Deze ontwikkeling verplicht de samenleving zich te bezinnen over de positie van debejaarde in onze samenleving. Vanaf een zekere leeftijd wordt het voor een alleenstaandesoms moeilijk zelfstandig thuis te blijven. Daarnaast stelt men de laatste decennia eenblijvende en sterke vermindering van het intergenerationeel samenwonen vast2. Nochtansis door de afhankelijkheid van de bejaarde de hulp van een derde nodig. Een groeiendaandeel ouderen woont samen, het belangrijkste deel heeft geen andere oplossing dan voorzijn noden de publieke diensten aan te spreken. De vergrijzing van de bevolking heeft dusvérstrekkende gevolgen voor de sociale diensten. Er is immers sprake van een toename vanhulpbehoevende personen, zowel op financieel als op sociaal vlak. Samen met de groei vande vergrijzing en een toename van het aantal alleenstaande personen, stijgt zo ook de vraagnaar specifieke hulp. De vergrijzing van de bevolking gaat bovendien gepaard met eenvervrouwelijking van het oudste deel van de bevolking en dus met de toename van hetaantal alleenstaanden tengevolge van de verandering in de familiale structuren. Teneinde een plaats te vinden voor de ouderen in de maatschappij, bestaat vandaagde dag de trend om ouderen zolang mogelijk thuis te houden. Het idee daarachter is dat dethuis een vertrouwde plaats is die moeilijk kan worden vergeleken met een rusthuis. Het isechter voor vele ouderen niet mogelijk thuis te blijven wonen zonder actieve deelname vande familie of van regelmatige hulp van de omgeving. Vandaag wordt de combinatie vanformele professionele hulp en informele hulp door familie en omgeving als een succesvolleoplossing gezien. Als het onmogelijk wordt thuis te blijven, bestaan er aangepastestructuren om het verlies van autonomie op te vangen en die een alternatief bieden voor hetrusthuis. Voorbeelden hiervan zijn dagopvangcentrums, bejaardenverenigingen, systemenvan afstandsbewaking, thuishulp en thuisverzorging. Deze laatste laten aan de bejaarde degrootst mogelijke autonomie toe, in hun vertrouwde omgeving.1 World Population Prospects, The 2000 Revision, Highlights, Population Divison, Departement ofEconomic and Social Affairs, United Nations, New-York, 2001.2 Er bestaat zeker verticale solidariteit binnen de familie, maar er is in België te weinig hulp opdat dekinderen hun beroepsleven met de thuiszorg voor hun ouders zouden kunnen combineren. Het samenwonenmet de bejaarde ouders gaat daardoor dan ook sterk achteruit. 2
  9. 9. Hoewel de bejaarde vaak het idee van een rusthuis verwerpt, komt er een momentwaarop dit de laatste mogelijkheid is om tegemoet te komen aan de hulpbehoevendheid.Niettemin voelen veel ouderen zich na de opname in een rusthuis totaal nutteloos. Thuis, aldan niet in familieverband, voelen ze zich nog nuttig. Opdat de opname in een rusthuis zo goed mogelijk zou verlopen en opdat deaanpassing van de bejaarde optimaal zou zijn, is het belangrijk dat de oudere zelf actiefdeelneemt aan de beslissingen die bij zijn plaatsing worden gemaakt: de beslissing teworden opgenomen, de keuze van het rusthuis, enzovoort.3 Eenmaal de beslissing tot opname is gevallen, moeten er stappen wordenondernomen om de opname in de praktijk te brengen. De keuze van het rusthuis is nietaltijd gemakkelijk. Problemen kunnen ontstaan op vlak van beschikbare plaatsen, dekostprijs, het comfort en de locatie (ofwel dicht bij de woonplaats van de bejaarde of dichtbij de woonplaats van de kinderen ofwel geen van beide). Daarbij komt dat het zoeken naareen plaats in een rusthuis meestal dringend is ten gevolge van een plotsgezondheidsprobleem of een sociaal probleem. De meest voorkomende reden om in eenrusthuis te worden opgenomen zijn gezondheidsproblemen, de onmogelijkheid om langerde dagelijkse taken op te nemen en het verlangen om de eenzaamheid te doorbreken. Deaanpassing aan een rusthuis verschilt tenslotte heel erg van de ene persoon tot de andere.Vele factoren spelen hierin mee: de gezondheid, de plaats van het rusthuis maar vooral desociale banden van de bejaarde met zijn omgeving, met name zijn familie. De solidariteitbinnen een familie is complex omdat die inherent ongelijk is. Het hangt om te beginnenheel erg af van de socio-demografische factor (het al dan niet hebben van kinderen) enverschilt zeer sterk van persoon tot persoon. Ieder helpt de personen die men het liefstheeft, en dat zijn niet noodzakelijk de personen die er het meeste behoefte aan hebben. De vergrijzing van de bevolking heeft een gevoelige impact op de huisvesting vande ouderen. Reeds vandaag merkt men een evolutie in de vraag. De rusthuizen voorziensteeds minder rusthuisbedden en steeds meer RVT-bedden. Door de thuiszorg en de hulpdie ermee samenhangt, wordt een opname in een rusthuis uitgesteld en hebben de mensendie uiteindelijk worden opgenomen vaak een grotere zorg nodig door hun hogere leeftijd.De vraag naar rusthuisbedden daalt dan ook, wat de rusthuizen ertoe verplicht zich tespecialiseren in de zorg van hun bewoners. De schaarste aan plaatsen en hun stijgende kostdoen niet verwachten dat dit fenomeen in de komende jaren zal afnemen.1.2. Belangrijkste inkomsten Na een korte inleiding over vergrijzing, buigen we ons over de materiële middelenwaarover de bejaarden beschikken om aan hun behoeften tegemoet te komen. Dit deel wildan ook een overzicht bieden van de verschillende bronnen van inkomsten. Drietegemoetkomingen voor oudere personen (IGO, THAB en de zorgverzekering) wordenbehandeld.3 Casman, M-T, & Lenoir, V. (1998). Oud worden in een rusthuis: rust of onrust? Onderzoek voor hetMinisterie van Tewerkstelling en Gelijke Kansen. Luik: Universiteit Luik. 3
  10. 10. A. Het wettelijk pensioen Het is onmogelijk om in een pagina het complexe Belgische pensioenstelsel uit teleggen. We beperken er ons dan ook toe van enkele grote lijnen in herinnering te brengen. Een eerste belangrijk punt is dat het merendeel van de pensioenen ‘verdiend’ zijn, watbetekent dat de betrokkene tijdens zijn loopbaan bijdragen heeft betaald. Het Belgischepensioenstelsel is gebaseerd op repartitie, wat betekent dat die bijdragen worden gebruiktom de pensioenen te betalen van de mensen die op dat ogenblik met pensioen zijn. Het bedrag van het pensioen is vrijwel altijd lager dan de wedde of het loon, wat eenvermindering betekent van de beschikbare middelen en dikwijls van de levensstandaard.Daarom kiezen heel wat personen tijdens hun actieve leven voor een bijkomendespaarformule om hun pensioen aan te vullen. Dit zijn de "extralegale pensioenen". Het pensioensysteem is de laatste jaren erg veranderd. Vroeger varieerde depensioengerechtigde leeftijd voor mannen en vrouwen en werd de duur van hetprofessionele leven niet in rekening gebracht. Mannen konden hun aanvraag indien tussende 60 en 65 en vrouwen vanaf 60. Dit veranderde onder invloed van de Europese Unie dietot doel had de verschillen tussen mannen en vrouwen weg te werken en daarmeebovendien budgetproblemen wilde op lossen. De pensioensleeftijd is nu 65 jaar voor mannen en zal hetzelfde worden voorvrouwen vanaf 2009. Nu ligt de pensioensleeftijd voor vrouwen op 64 jaar. Depensioensuitkering hangt af van het aantal gewerkte jaren, van de lonen en wedden, van hetstatuut (zelfstandige, ambtenaren, loontrekkende) en van de gezinssituatie. Qua statuut ishet zo dat de ambtenaren een hoger pensioen hebben dan de loontrekkenden. Zelfstandigenontvangen de laagste pensioenen. Hoewel er een pensioensleeftijd bestaat, kunnen werkenden altijd vrijwillig een"vervroegd pensioen" aanvragen. Deze formule is slechts mogelijk voor mensen tussen de60 en 65 met een minimumcarrière van 35 jaar (sinds 1 januari 2005). Er bestaat ook hetzogenaamde "brugpensioen". Dit is geen echt pensioen, noch een vervroegd pensioenaangezien het door de werkgever wordt aangeboden aan een werknemer vanaf 58 jaar. Viadit pensioen wordt het verlies van een baan op latere leeftijd opgevangen. In afwachtingvan zijn pensioensleeftijd ontvangt de werknemer een werkloosheidsvergoeding die 60%bedraagt van zijn laatste bruto salarisplafond samen met een bijdrage van de werkgever. In het geval van het overlijden van een echtgenoot of echtgenote, kan een persoononder welbepaalde voorwaarden een "overlevingspensioen" ontvangen. De preciezevoorwaarden voor deze formule zijn onder andere de duur van het huwelijk en de leeftijdvan de betrokkene. Dit pensioen wordt opgegeven wanneer de betrokkene depensioensleeftijd bereikt. Een "tijdelijk overlevingspensioen" kan evenwel wordengekregen gedurende de 12 maanden na het overlijden als de betrokkene niet direct aan dehierboven vermelde voorwaarden voldoet. 4
  11. 11. B. Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) De IGO is een uitkering die bejaarden met onvoldoende inkomsten onder bepaaldecondities kunnen aanvragen. Deze aanvraag kan samen met die voor het wettelijk pensioenworden ingediend behalve als de bejaarde al een pensioen, een tegemoetkoming voorgehandicapten of het leefloon ontvangt. In deze gevallen is een verzoek niet nodig. Omechter voor deze uitkering in aanmerking te komen, is een aanvraag voor de uitkering vaneen wettelijk pensioen verplicht. Sinds 2001 vervangt de IGO het GIB (Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden), watdus een uitdovend stelsel is. Op 1 januari 2005 ontvingen 21.818 mensen nog het oudeGIB. Daarnaast waren er 70.292 ontvangers van de Inkomensgarantie voor Ouderen. Intotaal gaat het dus om 92.110 personen. Dit is een daling met 4.472 of 4,6% ten opzichtevan 1 januari 2004; een voortzetting van de trend die in 2002 begon. Dit komt onder meeromdat meer ouderen volledige pensioenrechten hebben opgebouwd en geen beroep moetendoen op (aanvullende) uitkeringen. De meerderheid (70,2%) van de rechthebbenden zijn –vaak alleenstaande – vrouwen, wat te maken heeft met hun langere levensverwachting enmet hun minder stevige arbeidsloopbanen. De leeftijd om recht op deze uitkering te hebben, ligt voorlopig op 64 jaar. In 2009wordt dit 65 jaar. Bejaarde mensen kunnen een aanvraag indienen, of ze nu gehuwd ofsamenwonend zijn, zolang ze maar in België gedomicilieerd zijn. Bij de berekening van deIGO wordt rekening gehouden met het kadastraal inkomen en/of met het roerend inkomenen met beroepsinkomsten of andere vergoedingen die aan de aanvrager of zijn/haar partnerworden uitbetaald. Eventuele vergoedingen door de OCMW’s, uitkeringen voorgehandicapten, alimentatie voor kinderen en onderhoudskosten worden niet in rekeninggebracht. Naar schatting zal een alleenstaand persoon per maand over 686,24 euro per maandbeschikken en een samenwonend persoon over 457,49 euro (cijfers vastgesteld door deRijksdienst voor Pensioenen op 1 december 2005). Elke verandering in de sociale situatievan de betrokkene die een wijziging in de bijdrage of van de toekenning van de bijdragezelf kan betekenen, moet worden gemeld.C. Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) De THAB is een uitkering die sinds 1 november 1989 kan worden toegekend aanmensen met verminderde zelfstandigheid. Het bedrag van deze uitkering hangt af van demate waarin de bejaarde van derden afhankelijk is. Om van de THAB te kunnen genieten,moet de bejaarde zijn rechten op een pensioen doen gelden en ouder zijn dan 65 jaar. Zoalsbij de IGO, moet de bejaarde in België wonen, maar hoeft hij niet noodzakelijk deBelgische nationaliteit te hebben. Zo kunnen ook vluchtelingen van deze tegemoetkominggenieten. Personen die vóór hun 21ste van een verhoogde kinderbijslag wegens handicaphebben genoten, zijn mogelijke kandidaten voor deze uitkering. Aanvraag moet wordeningediend in de gemeente waar de betrokkene gedomicilieerd is of permanent verblijft. Deze uitkering hangt dus af van de mate van afhankelijkheid van de betrokkene.Deze wordt onderzocht door een medisch team en rangschikt de bejaarden die een THABaanvragen in vijf categorieën. Deze rangschikking is gebaseerd op het vermogen van debetrokkene om een aantal gewone dagelijkse taken uit te voeren zoals: huishoudelijke 5
  12. 12. taken, alleen eten, zich aankleden en wassen, zich verplaatsen, sociale contacten teonderhouden en communiceren. De maandelijkse bijdragen schommelen tussen de 69,82en 468,70 euro, afhankelijk van de categorie waaronder men valt. De uitkering hangt ookin zekere mate af van de inkomsten van de betrokkene en van de partner, van hun roerendeen onroerende goederen en van hun kadastraal inkomen. De THAB wordt bij de IGOgevoegd. Elke verandering in de sociale situatie moet worden gemeld zodat de uitkeringkan worden verminderd of verhoogd. Sinds 1 januari 2003, genieten ook gehandicapten enmensen in een rusthuis van een volledige uitkering. Personen in gevangenschap ofinternering hebben geen recht op deze bijdrage. De THAB is niet de enige uitkering voor mensen met een handicap of verminderdezelfstandigheid. De wet van 27 februari 1987 stelde al een "integratie-uitkering" voor, diehet gebrek aan maatschappelijke integratie opvangt. Voor de eerste categorie zijn demaximale bedragen 81,70 euro per maand en voor de vijfde categorie 753,27 euro permaand. De "inkomensvervangende tegemoetkoming" op zijn beurt, biedt aan demindervalide financiële hulp als zijn handicap een derde of meer van zijn loon doetverliezen. De maximale uitkeringen hebben drie niveaus. 417 euro per maand voor heteerste niveau en 834,56 euro voor niveau C. Deze twee uitkeringen kan men ook na depensioensgerechtigde leeftijd (65 jaar) ontvangen tenzij de THAB voordeliger is. Deuitkeringen worden afzonderlijk geëvalueerd, geval per geval. Tijdens dit onderzoekworden bepaalde criteria gecheckt en wordt de zelfstandigheid van de betrokkenenagegaan.Hoewel alle Belgen op deze uitkeringen een beroep kunnen doen, is aangetoond dat er eenverschil tussen de drie gewesten bestaat (Union des Villes et des Communes wallonnes etbruxelloises). Vlamingen maken meer gebruik van de THAB dan Brusselaars en Walen. Erwerd dus besloten de OCMW’s te sensibiliseren over de mogelijkheden voor hulp voorbejaarden.D. De zorgverzekering Vanaf 1 oktober 2001 kunnen zorgbehoevenden in Vlaanderen een beroep doen opde zorgverzekering. Deze vindt haar wettelijke basis in het decreet van 30 maart 1999houdende de organisatie van de zorgverzekering (Vlaams Zorgfonds, 2005: 5). Hetinitiatief tracht een antwoord te bieden op het vergrijzingsprobleem en definancieringsproblemen die hieruit voortvloeien. De hoge levensverwachting heeft een stijgende behoefte naar zorg gecreëerd.Acute, medische aandoeningen worden tegenwoordig immers vaak met succes vermedenof genezen. Daardoor stijgt het aantal chronische zieken met als gevolg dat(hoog)bejaarden vaker afhankelijk zijn van anderen in hun dagelijkse leven (Cantillon,2004). Tegelijk met die stijgende zorgbehoefte constateren we de teloorgang van detraditionele, goedkope zorgverlening die meestal door thuisblijvende vrouwen werdgeleverd. Zorg dient daarom meer en meer te worden uitbesteed op de markt (Cantillon,1999: 272-281). Deze vermarkting heeft zware financiële gevolgen die één van de nieuwesociale risico’s vormen waarmee onze samenleving wordt geconfronteerd (zie Breda e.a.,2003; Van Buggenhout e.a., 2001: 460). De zorgverzekering tracht in te spelen op dit risico door aan zorgbehoevenden eengeheel of gedeeltelijke dekking van kosten te bieden voor niet-medische zorgen verleend 6
  13. 13. door voorzieningen, professionele zorgverleners of mantelzorgers (Vlaams Zorgfonds,2005). Aangezien de zorgverzekering enkel een Vlaamse aangelegenheid is, werd zebuiten de bestaande institutionele sociale zekerheidskaders ontworpen. De socialezekerheid is immers een federale bevoegdheid. In Wallonië bestaat nog geenzorgverzekering, omdat de vergrijzing zich er trager voltrekt en omdat financiële middelenontbreken om een eigen verzekering op te zetten (Rottiers, 2005). De dagelijkse uitvoering van de Vlaamse zorgverzekering is decretaal toevertrouwdaan zorgkassen. Deze worden opgericht door een ziekenfonds of eenverzekeringsmaatschappij en moeten daartoe worden erkend door het Vlaams zorgfonds.Dat staat op zijn beurt in voor het beheer van de Vlaamse zorgverzekering en subsidieerten controleert de zorgkassen. Daarnaast beheert het Vlaams zorgfonds ook de reserves dieworden aangelegd met het oog op dekking van de toekomstige uitgavenverplichtingen(Vlaams Zorgfonds, 2005: 47). Het basisstramien van de Vlaamse zorgverzekering gaat terug naar het model vanBeveridge: elke Vlaming ouder dan 25 jaar dient zich aan te sluiten bij een zorgkas,waaraan hij een bijdrage van 25 euro moet leveren. Alle volwassen burgers en huishoudensdragen zo bij in de collectieve kosten, bovenop de belastingsgelden (Rottiers, 2005).Oorspronkelijk kwamen enkel zeer zwaar zorgbehoevenden die thuis werden verzorgd inaanmerking voor een uitkering. Daarna werd het toepassingsgebied gradueel uitgebreidnaar bewoners van residentiële voorzieningen (Vlaams Zorgfonds, 2005: 7). Momenteelbedraagt de financiële vergoeding voor mantelzorg of professionele thuiszorg 95 euro permaand. De uitkeringen voor residentiële zorg bedragen 125 euro per maand. Volgens de oorspronkelijke regels konden enkel personen die in Vlaanderen ofBrussel wonen, lid worden en uitkeringen genieten van de zorgverzekering. Bovendienwas het aanvankelijk de bedoeling enkel Vlaamse zorgverleners te ondersteunen. Dezeoorspronkelijke regels botsten echter met het werklandbeginsel dat door Europa wordtgehanteerd en aldus diende het decreet te worden aangepast. Voortaan is de zorgverzekering dan ook verplicht voor alle Europese onderdanendie in Vlaanderen werken. Ook kan de verzekering niet langer verplicht worden opgelegdaan Vlaamse inwoners die in het buitenland werken. Voor inwoners van Wallonië en deDuitstalige gemeenschap geldt een uitzondering. Voor hen is de zorgverzekering nooitverplichtend. Het argument dat men hiervoor aanvoert is dat de situatie van deinternationale migrant niet vergelijkbaar is met iemand die vanuit Wallonië of Brussel inVlaanderen komt werken. Voor de groep van hoogbejaarden blijkt de zorgverzekering een zekere garantie tebieden tegen een welvaartsdaling. De eventuele zware zorgonkosten worden bovendienvergoed via een universele uitkering in plaats van een (vernederende) bijstandsregeling. Dedirecte relaties met de descendenten worden zo ook minder op de proef gesteld. (Breda e.a,2003: 112). De uitgekeerde bedragen zijn betekenisvol, al zullen daarmee de kosten voorvelen lang niet volledig worden gedekt. Het succes bij de beoogde doelgroep is dan ookgroot (Breda, 2004: 29). 7
  14. 14. 1.3. Analyse van de wettelijke bronnen Vooraleer we beginnen met de evaluatie van het Koninklijk Besluit, is het nuttig dewettelijke context waarin het KB tot stand kwam, te schetsen. In eerste instantie wordt hetbegrip ‘onderhoudsplichtige’ verduidelijkt. Vervolgens zal deze paragraaf meer specifiekop de vragen van de senaat ingaan en op de wetsvoorstellen om daarna de nieuwewetgeving en de wil van de wetgever uit te diepen.A. Begrip onderhoudsplichtige Het begrip onderhoudsplicht wordt beschreven in hoofdstuk V van het BurgerlijkWetboek: "Verplichtingen die uit het huwelijk of de afstamming ontstaan". In het kadervan een financiële tegemoetkoming voor de opname van een bejaarde in een rusthuis kande deelname van de volgende personen worden aangevraagd: − Art 203 BW: De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, het toezicht, de opvoeding en de opleiding van hun kinderen. Deze situatie is in het geval van opname van de bejaarde in een rusthuis echter zeldzaam. − De echtgenoten (Art 203 BW). − De langstlevende echtgenoot is gehouden tot de verplichting ten aanzien van de kinderen van de vooroverleden echtgenoot van wie hij niet de vader of de moeder is, binnen de grenzen van hetgeen hij heeft verkregen uit de nalatenschap van de vooroverlevende en van de voordelen die deze hem mocht hebben verleend bij huwelijkscontract, door schenking of bij testament (Art 203 § 2 BW). − Art 205 BW: De kinderen zijn levensonderhoud verschuldigd aan hun ouders en hun andere bloedverwanten in de opgaande lijn die behoeftig zijn. − Schoonzonen en schoondochters zijn eveneens en in dezelfde omstandigheden levensonderhoud verschuldigd aan hun schoonouders (Art 206 BW). Deze verplichting houdt echter op wanneer een van de schoonouders hertrouwt, wanneer de echtgenoot die de band creëert of de kinderen van het huwelijk overleden zijn of in het geval van echtscheiding. − Geadopteerden en geadopteerden door volledige adoptie en hun nakomelingen tegenover de adoptant en/of de vader en moeder en omgekeerd (Art 364 BW). Er is echter geen enkele onderhoudsplicht tussen adoptiegrootouders en hun kleinkinderen of omgekeerd. − Het artikel 33 §4 van de wet van 8 april 1965 legt vast dat een uit zijn ouderlijke rechten ontzette persoon geen alimentatie op zijn kind kan verhalen. − Het OCMW kan niet méér recupereren dan het bedrag dat effectief in de maand van de aanvraag tot recuperatie werd betaald. − Als meerdere onderhoudsplichtigen in de verblijfskosten van een betrokkene tussenkomen, kan het OCMW slechts een bedrag gelijk aan de sociale uitkering gedeeld door het aantal onderhoudsplichtigen van elke onderhoudsplichtige recupereren (principe van het kindsdeel).B. Analyse van de vragen aan de senaat Zonder te willen pretenderen volledig te zijn, kunnen we vaststellen dat de eerstevraag die wordt gesteld in de senaat omtrent de bijdrage van de onderhoudsplichtigen bij 8
  15. 15. de opname van een bejaarde in een rusthuis dateert van 1998. In die periode heeft de Raadvan Maatschappelijk Welzijn van elk OCMW een barema voor terugvordering opgesteld,die overigens moest worden voorgelegd aan de hogere administratieve overheden. Toen alrezen vragen naar de mate waarin deze schaal werd toegepast evenals naar de verschilleninzake de terugvordering bij onderhoudsplichtigen die ze eventueel zouden veroorzaken. Volgens Dhr. Destexhe4 (MR) heeft onderzoek5 bij 20 OCMWs uitgewezen datvoor eenzelfde situatie sommige OCMWs een bedrag terugvorderen dat tot 10 keer hogerlag dan bij andere OCMW’s. Hoewel deze resultaten allicht wat werden aangedikt, is hetduidelijk dat er grote verschillen tussen de OCMWs konden worden vastgesteld.Daarnaast stelde Dhr. Destexhe6 zich ook de vraag hoe de dossiers worden behandeld alsvreemdelingschap de opname van een bejaarde in een rusthuis bemoeilijkt. Het isinderdaad soms moeilijk rekening te houden met bepaalde inkomsten uit het buitenland.Nochtans zijn de OCMWs door de wet verplicht het geheel aan inkomsten in de procedurevan de toekenning van sociale uitkeringen in rekening te brengen. Sinds 14 januari 2004 constateren we bij Mevr. Christel Geerts (SP.A-Spirit) eensterke interesse7 voor het thema van de onderhoudsplicht bij de opname van bejaarden ineen rusthuis. Sindsdien werd een vraag naar de instelling van een uniform barema voor alleOCMWs aangekaart. Mevr. Marie Arena (PS) meldde dat ze graag deterugvorderingsplicht facultatief zag. Zij vindt dat de keuze van de verdeling van ditbedrag in de gemeenschap een lokale politieke zaak zou moeten zijn. Teneinde de familiesmet een laag inkomen te beschermen, vindt Mevr. Arena dat de drempel waarbij deterugvordering onmogelijk wordt, zou moeten worden verhoogd8. De mogelijkheid om afte wijken van dit barema omwille van billijkheid, wordt als heel belangrijk gezien endaaraan zal geen enkele wijziging worden gebracht. Sinds 22 januari 2004 werd het debat over de tussenkomst dooronderhoudsplichtigen complexer. De toepassing van de mogelijkheid van het bedrag af tewijken omwille van billijkheidsredenen, werd zeer verschillend toegepast in deverschillende OCMWs. De vraag werd gesteld naar wat de elementen kunnen zijn die inrekening worden gebracht bij deze beslissingen. Hoe kunnen we de verschillen tussen deOCMWs vermijden, zonder de vrijheid in de beslissing aan te tasten? Een zeer strikterichtlijn voor de interpretatie van billijkheid in een bepaalde situatie is niet gewenst omdateen zekere vrijheid voor het OCMW belangrijk is. Maar sommige elementen zoudenkunnen helpen. Er groeide een voorstel om de wet op een uniformere manier toe te passen. Parallel met dit voorstel tot uniformiteit, beklemtoonde Mevr. Annemie Van deCasteele (VLD) het feit dat de solidariteit binnen de familie een belangrijk begrip is en datde VLD die behouden zou willen zien. Mevr. Van de Casteele drukte uit dat «mensenmoeten worden aangezet om zelf voor hun oude dag te sparen maar dat in bepaaldegevallen mensen door de gemeenschap moeten worden geholpen».4 Vraag n° 1447 op 13 november 1998.5 Deze enquête werd gepubliceerd in het tijdschrift l’Union nationale des mutualités libres met de referentie:Maison de repos et obligation d’entretien, Profil, n° 43, januari – februari 1998, pp. 10 – 11.6 Vraag n° 1451 op 16 november 1998.7 Vraag n°3-145 op 14 januari 2004, vraag n°3-99 op 22 januari 2004, vraag n°3-516 op 23 december 2004,vraag n°3-3625 op 25 oktober 2005, vraag n°3-1063 op 23 maart 2006.8 Op 14 januari 2004 werd de terugvorderingsdrempel op ongeveer 14 000 € gesteld, vermeerderd met 2500 €per persoon ten laste. 9
  16. 16. Deze mening verschilt sterk van de stelling van de SP.a. Zij zijn sinds langvoorstander van de afschaffing van de onderhoudsplicht. Zij vinden het adequaat om delokale autoriteiten te laten beslissen welke politiek ze willen volgen. Ze zijn echter niettegen een eenheidsbarema voor de terugvordering. Ze zijn ook voorstander van deverhoging van de drempel waaronder terugvordering onmogelijk wordt omdat dit eenzeker deel van de terugvordering zou kunnen weghalen bij mensen met een laag inkomen. Mevr. Arena (PS) meent dat het in deze wetswijziging interessant zou zijn om nietenkel de minimumdrempel te herzien, maar ook de maximumdrempel van mogelijketerugvorderingen bij de onderhoudsplichtigen, teneinde de uniformiteit in deterugvordering door de OCMWs te verhogen. Mevr. Arena betreurt echter het gebrek aanprecieze statistieken betreffende de interventies van de OCMWs. Recentere vragen9 die we bij de Senaat hebben waargenomen, gaan vooral over heteffect van de instelling van het eenheidsbarema en over de hoogst opgeëiste bedragen. Wezullen in de evaluatie de verschillende verwachtingen zo goed mogelijk proberen tebeantwoorden.C. Analyse van de wetsvoorstellen Opnieuw, zonder volledig te willen zijn in het bespreken van de verschillendewetsvoorstellen die het Koninklijk Besluit van 3 september 2004 (BS: 27 september 2004)voorafgingen, proberen we in onderstaande discussie de belangrijkste argumenten en huncorresponderende voorgestelde oplossingen op een rij te zetten. Het eerste wetsvoorstel dat we aankaarten betreft de totale afschaffing van deonderhoudsplicht van de kinderen in het geval dat een bejaarde in een rusthuis wordtopgenomen. Dit wetsvoorstel werd een eerste keer neergelegd op 14 december 2000, eneen tweede keer op 30 oktober 2003 door Dhr. Jan Peeters (SP.a) en Mevr. Magda DeMeyer (SP.a). Dit voorstel argumenteert dat de toepassing van onderhoudsplicht sterkvarieert van OCMW tot OCMW. De totale terugvorderingsom zou laag zijn en deterugvordering vereist moeilijke en dure administratieve stappen. Dezeterugvorderingpolitiek zou daarenboven niet interessant zijn voor de Staat aangezien deonderhoudsplichtigen 80% van hun tussenkomst fiscaal kunnen aftrekken. Wat deonderhoudsplichtigen betreft, vermelden de auteurs van het wetsvoorstel dat deonderhoudsbijdrage niet enkel duur kan uitvallen maar ook tot zware familieruzies kanleiden. De auteurs stellen eveneens dat het moeilijk is voor een bejaarde die in een rusthuiswordt opgenomen, om ook nog eens financieel afhankelijk te worden van de kinderen. Deauteurs vragen zich ten slotte af waar de logica zit om terug te vorderen in geval vanopname in een rusthuis, maar niet bij andere vormen van sociale hulp aan bejaarden, zoalsthuishulp. Meer concreet zou dit wetsvoorstel vooral het artikel 98 § 2 vervangen door: "Dekosten van de maatschappelijke dienstverlening, met uitzondering van deze bedoeld inartikel 97, eerste lid, 4°, worden eveneens krachtens een eigen recht door het openbaar9 Vraag nº3-1823 van Dhr. Vandenberghe op 9 december 2004 ; Vraag nº3-516 van Mevr. Christel Geerts op23 december 2004 ; Vraag nº3-3625 van Mvr. Geerts op 25 oktober 2005 ; Vraag nº 3-1063 van Mvr.Christel Geerts op 23 maart 2006 10
  17. 17. centrum voor maatschappelijk welzijn verhaald op de onderhoudsplichtigen van debegunstigde tot beloop van het bedrag waartoe zij gehouden zijn voor de verstrekte hulp.Het voorstel liet dus geen enkel alternatief aan de gemeenschappen. Deze laatste zoudendus de kosten door deze beslissing teweeg gebracht, moeten vergoeden. Het tweede voorstel dat we aankaarten, richt zich op het verbeteren van toepassingvan onderhoudsplicht als de ouders in een rusthuis worden geplaatst. Dit voorstel werd op12 juli 2002 door Dhr. Luc Goutry (CD&V) en Mevr. Greta DHondt (CD&V) neergelegd.Het doelt op het feit dat voor vele bejaarden, de verblijfkosten in een rusthuis zeer hoogzijn in vergelijking met het toegekende pensioen. Enkele bijkomende bijdragen zoals detegemoetkoming voor hulp aan bejaarden en de zorgverzekering in Vlaanderen kunnendeze inkomsten aanvullen. De auteurs drukken echter op het belang niet te lang te wachtenom de pensioensbijdrage van de armsten omhoog te trekken zodat zij de welvaartsstijgingbeter kunnen volgen en minder op de onderhoudsplichtigen moeten terugvallen. De auteursvinden het echter niet opportuun om het beroep op de onderhoudsplichtigen simpelweg afte schaffen. In vele families kan men immers spontaan op de familiale solidariteit rekenen,zodat veel families pas op het OCMW beroep doen als ze echt niet anders kunnen. Volgensde auteurs zou de afschaffing van de onderhoudsplicht niet alleen de onderhoudsplichtigendie spontaan tussenkomen kunnen ontmoedigen, maar zullen ook bejaarden wordenaangemoedigd zich onvermogend te maken bij opname in het rustoord. Op deze manierzouden de tussenkomsten door de OCMW’s fel kunnen stijgen. De auteurs stellen dan ookeen redelijke, vaste bijdrage op basis van een eenheidsbarema voor, rekening houdend metde kosten die door de onderhoudsplichtigen moeten worden gedragen en met de anderebronnen van inkomsten (belangrijke onroerende goederen). De maximum interventie zou375€ per maand en per onderhoudsplichtige bedragen. Het volgende voorstel betreft de instelling van een uniforme regelgeving in deonderhoudsplicht van de kinderen in het geval van de opname van bejaarden in eenrusthuis. Dit voorstel werd op 12 juli 2002 door Mevr. Yolande Avontroodt (VLD)neergelegd. Zij pleit voor een rechtvaardige en eenvormige terugvordering gebaseerd opgelijkaardige elementen als bij het voorstel van 12 juli 2002 door Dhr. Goutry en Mevr.Greta DHondt. Mevr. Avontroodt drukt echter op het belang van uniformiteit in debedragen verleend aan mensen die van de hulp van het OCMW genieten. In een wetsvoorstel van 18 augustus 2003 pleiten Mevr. Avontroodt en Mevr.Maggie De Block (VLD) nog steeds vóór een eenheidsbarema, maar dringen ze ook aan opuniformiteit in de notie van billijkheid in de terugbetaling door onderhoudsplichtigen.Volgens de auteurs zou een strikte opsomming van de redenen tot billijkheid niet wenselijkzijn maar zou het vastleggen van bepaalde criteria in een ministerieel rondschrijven hetverschil in interpretaties kunnen beperken. Het wetsvoorstel van 18 mei 2004 voorziet in de artikels 85 en 86, betreffende deuitéénzetting van de motieven van de mogelijkheid om volledig af te wijken van deterugbetaling van de verblijfskosten van een bejaarde in een rusthuis door deonderhoudsplichtigen. De gemeentelijke autoriteit moet echter akkoord gaan met dezebeslissing. Op het moment dat het OCMW niet voor deze mogelijkheid kiest, kan men nogaltijd een individuele afwijking motiveren omwille van billijkheidsredenen. Concreetwordt deze motivering volbracht in de wijziging van artikels 98 en 100bis van deOrganieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor MaatschappelijkWelzijn, waarvan de artikels hieronder worden weergegeven. 11
  18. 18. Art 85: Bij artikel 98 van dezelfde wet werd een derde paragraaf toegevoegd die als volgtgaat: «§3. In afwijking van §2 kan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijnalgemeen afzien van het verhalen van de maatschappelijke dienstverlening verleend aanpersonen die ten laste zijn genomen in instellingen, waar bejaarden worden gehuisvest, opde onderhoudsplichtigen, met de goedkeuring van de gemeentelijke overheid».Art 86: Artikel 100bis, eerste alinea van dezelfde wet, werd vervangen door volgendealinea: «Onverminderd artikel 98§3, kan het Openbaar Centrum voor MaatschappelijkWelzijn slechts afzien van het bepalen van de bijdrage van de begunstigde vanterugvordering of het verhaal bedoeld in de artikelen 98 §§1 en 2, 99 en 100, bij eenindividuele beslissing en om redenen van billijkheid die in de beslissing worden vermeld».D. Analyse van het Koninklijk Besluit van 3 september 200410 Bij de analyse van dit Koninklijk Besluit focussen we op de elementen die eendirecte impact hebben op de problematiek van het tussenkomen van deonderhoudsplichtigen in de opname van een bejaarde in een rusthuis. Onze analyse gaatdus voornamelijk over de artikels 7 en 9 van dit Koninklijk Besluit. Het artikel 7 legt de drempel vast waaronder geen enkele recuperatie mogelijk is.Meer bepaald: « kan geen verhaal worden uitgeoefend tegen de onderhoudsplichtige alszijn netto belastbaar inkomen van het voorlaatste kalenderjaar voorafgaand aan het jaarwaarin over de uitoefening wordt beslist, het bedrag van 16.681,99 EUR, verhoogd met2.335,48 EUR voor elke persoon ten laste, niet overschrijdt…. » De tweede alinea van het artikel 7 betreft het in rekening brengen van het kadastraalinkomen. Als het netto belastbaar inkomen van de onderhoudsplichtige minder of gelijk isaan de drempel waaronder terugvordering onmogelijk wordt, maar dezeonderhoudsplichtige over een zeker aantal onroerende goederen beschikt met eenkadastraal inkomen van 2000 € of meer, is het netto belastbaar inkomen van deonderhoudsplichtige meer dan drie maal het kadastraal inkomen. De wet definieert eenberekening van het kadastraal inkomen die rekening houdt met het aantal personen tenlaste als deze hoger of gelijk is aan drie. Het kadastraal inkomen neemt de onroerendegoederen voor persoonlijk professioneel gebruik niet in aanmerking. Het artikel 9 van hetzelfde Koninklijk Besluit voert het eenheidsbarema voorterugvordering als volgt in: « volgt het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijneen door de minister bevoegd voor maatschappelijke integratie vastgestelde schaal vantussenkomsten, waarvan het kan afwijken bij een individuele beslissing en mits in achtname van bijzondere omstandigheden die in de beslissing worden gemotiveerd. »10 Wijziging van het Koninklijk Besluit van 9 mei 1984 doorgevoerd in het artikel 13, tweede alinea, 1°, vande wet van 7 augustus 1974 over het recht op een bestaansminimum en van het artikel 100bis, 1ste paragraaf,van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn. 12
  19. 19. E. Over de toepassing van de wet Het artikel 98 § 3 van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare Centravoor Maatschappelijk Welzijn creëert een duidelijke mogelijkheid om integraal afstand tedoen van terugvordering. De uitvoering van het barema, en de mogelijkheid ervan afstand te doen omwillevan billijkheidsredenen, noodzaakt het samenbrengen van de interpretaties vanverschillende artikels. Volgens het artikel 9 van het Koninklijk Besluit van 3 september2004 dat hierboven wordt vermeld, moet het OCMW een eenheidsbarema hanteren datwordt opgesteld door de Minister van Maatschappelijke Integratie. Volgens hetzelfdeartikel kan het OCMW op persoonlijk initiatief een uitzondering maken op de toepassingvan het barema als dit verantwoord wordt in functie van de persoonlijke situatie van deonderhoudsplichtige. Volgens het artikel 100bis § 2 van de Organieke Wet van 8 juli 1976 van deOpenbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn kan het OCMW «slechts afzien van hetbepalen van de bijdrage van de begunstigde, van de terugvordering of het verhaal, bij eenindividuele beslissing en om redenen van billijkheid die in de beslissing worden vermeld.Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn moet niet optreden wanneer dekosten of de inspanningen hieraan verbonden niet opwegen tegen het verwachte resultaat». Het samenvoegen van deze twee artikels kan tot verwarring leiden. Volgens deorganieke wet kan het OCMW afzien van de terugvordering omwille van het principe vanbillijkheid. Maar zou het een persoonlijke beslissing kunnen nemen die afstand doet van deuitvoering van het barema, zonder echter van de totale terugvordering af te zien? Hetartikel 9 van het Koninklijk Besluit impliceert dat dit mogelijk zou zijn, terwijl deorganieke wet enkel het geval van een integraal niet-terugvorderen voorziet, zij hetomwille van billijkheid, zij het omwille van rentabiliteitsredenen11 . Wat het begrip billijkheid betreft, hebben heel wat wetsvoorstellen de idee van eenstriktere beschrijving van de toepassing ervan naar voren gebracht. De OCMWs blijvenechter vrij om dit begrip naar hun persoonlijke interpretatie te gebruiken. Het artikel 98van de organieke wet van 8 juli 1976 van de Openbare Centra voor MaatschappelijkWelzijn bepaalt wel dat het centrum verplicht is het geheel van de kosten van demaatschappelijke dienstverlening terug te vorderen als de betrokken persoon12 met opzeteen onjuiste of onvolledige verklaring heeft afgelegd. In gevallen van fraude of poging totfraude wordt evenzeer de verplichting tot terugvordering opgelegd, zelfs bij eenpersoonlijke uitzondering omwille van billijkheid of bij een integraal niet-terugvorderenmet akkoord van de gemeentelijke autoriteit.F. Analyse van de wil van de wetgever Het is moeilijk de wil van de wetgever duidelijk te definiëren en te analyserenomdat geschreven bronnen hieromtrent zeldzaam of zelfs onbestaande zijn. Op basis van11 Onder "rentabiliteitsredenen" verstaan we de situaties waar het OCMW niet moet terugvorderen omdat dekosten of de inherente stappen die aan de terugvordering zijn verbonden, het verwachte resultaat overtreffen.12 De financiële situatie van deze persoon is van weinig belang. 13
  20. 20. de documenten die wij hebben bestudeerd, denken we echter bij benadering devoornaamste tendensen van deze wil te kunnen omschrijven. Het belangrijkste element van het Koninklijk Besluit van 3 september 2004 betreftongetwijfeld een wil naar eenvormigheid. Ongeacht of de wetsvoorstellen deonderhoudsplicht wilden behouden of afschaffen, stelden ze allen eenvormigheid voor.Vóór het opstellen van deze wet, was er immers geen enkele garantie voor deonderhoudsplichtigen dat ze een rechtvaardige behandeling in de financiële tussenkomstzouden ontvangen. Parallel aan deze wil tot uniformiteit, werd toch een zeker lokaleautonomie toegelaten. Aangezien de situatie in elke gemeente sterk varieert, was het nodigeen wet te installeren die aanpasbaar is aan de lokale realiteit. Aangezien de situatie vanelke onderhoudsplichtige binnen eenzelfde gemeente ook sterk kan variëren, was hetonvermijdelijk de OCMWs een zekere discretionaire ruimte te bieden die voldoende wasom alle mogelijke situaties te dekken. Bij de wetsvoorstellen die we hiervoor behandelden, merkten we dat economischeoverwegingen aanwezig waren in alle betogen, of ze nu pro of contra deterugvorderingsprocedure waren. Een volledige afstand van terugvordering maaktebijvoorbeeld administratieve besparingen mogelijk, terwijl de toepassing van heteenheidsbarema de terugvordering van bedragen toeliet die voor een goed functioneren vanhet OCMW noodzakelijk zijn. Hoewel dit financieel aspect niet als belangrijkste elementin de wil van de wetgever kan worden gezien, is het toch aanwezig. De verschillende politieke vertegenwoordigers hebben zich voor het KoninklijkBesluit hoofdzakelijk op deze elementen gebaseerd. Het gebruik van een eenheidsbaremazou een gelijkheid in de behandeling van onderhoudsplichtigen moeten bewerkstelligen.Het eenheidsbarema zou overal gemakkelijk toepasbaar moeten zijn. De gemeentenbehouden echter een zekere autonomie met de mogelijkheid integraal afstand te doen vanterugvordering. Hoewel deze beslissing in bepaalde situaties minder toepasbaar zoukunnen zijn, hebben de voorstanders ervan in het parlement hoogstwaarschijnlijk eentoelaatbaar compromis gevonden. Op dezelfde manier werd de mogelijkheid om eenzekere autonomie aan de OCMWs in de behandeling van de dossiers te laten, noodzakelijkgevonden door de meeste auteurs van de wetsvoorstellen die wij hebben behandeld. Demogelijkheid om individueel en op een gemotiveerde manier uitzonderingen te maken opde algemene regel, zou de diversiteit van de lokale situaties moeten kunnen opvangen. 14
  21. 21. 2. Methodologie2.1. Kwantitatief deel De kwantitatieve vragenlijst13 bestaat uit verschillende stappen: in een eerste faseconsulteerden de onderzoekers de verschillende documenten omtrent het thema. Dezeinformatie werd aangevuld via interviews met de verschillende partijen die actief zijnbinnen het OCMW. De zo verzamelde informatie diende als basis voor zowel dekwantitatieve als de kwalitatieve analyse. Bij de opstelling van de vragenlijst werd eerst een schema uitgewerkt met debelangrijkste elementen. Daarnaast werd beslist dat de enquête maximaal twee pagina’smocht bedragen. De enquête was zowel zeer doelgericht als beknopt, teneinde een hogerespons mogelijk te maken. Een combinatie van meerkeuzevragen en vragen naarcijfergegevens werd unaniem het meest geschikt bevonden. De OCMWs werden viaverschillende wegen en indien nodig ook herhaaldelijk ertoe aangezet om aan de enquêtesdeel te nemen. De items van de vragenlijst zijn de volgende: Algemeen: - Plaats van het OCMW - Gegevens van een contactpersoon van het OCMW teneinde bijkomende informatie te kunnen verkrijgen indien nodig - Beschikt het OCMW over een rusthuis of niet? - Ziet het OCMW af van de integrale terugvordering na de instelling van het eenheidsbarema? - Vorderde het OCMW reeds terug vóór de invoering van het eenheidsbarema? - Beschikte het OCMW over een afzonderlijk barema vóór de invoering van het eenheidsbarema? - Brengt het nieuwe barema meer billijkheid in vergelijking met vroeger? Voor 2003 en 2005: - Wordt er altijd, soms of nooit een sociaal onderzoek gevoerd in verband met de onderhoudsplicht van bejaarden in het rusthuis? - Het aantal dossiers van het OCMW: het gaat hier om het aantal bejaarden die aan het OCMW een vraag voor steun hebben ingediend omwille van behoeftigheid. - Het aantal dossiers van het OCMW waarvoor er onderhoudsplichtigen zijn die een deel van de verblijfskosten betalen: onder de dossiers van de bejaarden die steun van het OCMW verkregen, is er een deel waarvan de onderhoudsplichtigen een deel van de kosten van de steun terugbetalen. - Het aantal onderhoudsplichtigen die hun onderhoudsplicht vervullen: het gaat hier om het aantal personen dat verzocht werd tussen te komen in een deel van13 Zie bijlage 15
  22. 22. de verblijfskosten van hun ouder of grootouder die wordt geholpen door het OCMW. Belangrijk: aangezien er meerdere onderhoudsplichtigen voor éénzelfde persoon kunnen zijn (meerdere kinderen), kunnen er meer onderhoudsplichtigen zijn dan dossiers. - Het aantal personen die niet als onderhoudsplichtigen werden weerhouden aangezien hun inkomsten onder de inkomensdrempel vallen (worden niet meegerekend als onderhoudsplichtigen). - Het totaal bedrag van opgeëiste terugbetalingen per jaar. - Het totaal bedrag van uitgevoerde terugbetalingen per jaar. - Het aantal onderhoudsplichtigen waarvoor het OCMW de eis tot terugbetaling heeft laten vallen omwille van billijkheidsredenen (worden niet meegerekend als onderhoudsplichtigen). - Het aantal onderhoudsplichtigen waarvoor het OCMW de terugvordering heeft laten vallen omwille van rentabiliteitsredenen (worden niet meegerekend als onderhoudsplichtigen). Vervolgens werden een aantal andere variabelen toegevoegd, op basis van cijfersvan het NIS en het OCMW-zakboekje. Het gaat om: - Het aantal personen per gemeente - Het aantal personen ouder dan 80 jaar per gemeente - De welvaart van de gemeente: hieronder wordt het totale inkomen van de gemeente per hoofd verstaan. Eenmaal de verschillende items waren geselecteerd en gecorrigeerd, werd eenproefenquête gedaan bij personen die rechtstreeks bij de problematiek waren betrokken.Hierbij beoogden we na te gaan of men de vragen begrijpelijk en ondubbelzinniginterpreteerde. Het was ook belangrijk erop te letten dat het invullen van de enquête niet teveel tijd in beslag nam. Daarvoor werden een tiental OCMWs gecontacteerd. Ze werdenuitgekozen voor de regios Brussel, Namen, Luik en Vlaanderen. Er werden systematischebijeenkomsten georganiseerd met de secretarissen van de OCMWs. Zij werden immers alsmeest gepast gezien om aan de enquête deel te nemen. In de mate van het mogelijke werdook de aanwezigheid van de ontvangers geregeld, teneinde te kunnen discussiëren over deexacte terminologie van de vragen met een financiële inhoud. Door bijeenkomsten met desecretarissen, de ontvangers en soms met de voorzitters en/of maatschappelijk werkers vanverschillende OCMW’s van verschillende grootte en uit verschillende types gemeenten,kon de vragenlijst worden verduidelijkt en aangepast aan de situatie op het veld. De geteste vragenlijst werd opnieuw kritisch bekeken en tenslotte goedgekeurddoor het begeleidingscomité. Het document werd in twee talen op het internet terbeschikking gesteld van de respondenten en de POD zond het per e-mail door naar alleOCMWs in België. De vragenlijst werd vergezeld met een brief ter introductie van hetonderzoek en voorafgegaan door een brief van de POD Maatschappelijke Integratie. Teneinde de respons te maximaliseren werd per mail een herinnering opgezondenvóór de streefdatum op 15 maart. Deze twee stappen hebben in elke taalzone een grootaantal ingevulde vragenlijsten opgeleverd. Daarna werd opnieuw per e-mail en telefonischcontact opgenomen met de OCMW’s die nog niet hadden gereageerd. Niet alle OCMW’sbleken het document te hebben ontvangen en daarom werd het opnieuw opgestuurd naar debetrokken personen. 16
  23. 23. In het geval dat de OCMWs het document wel hadden ontvangen, maar nog niethadden gereageerd, was sprake van verschillende situaties: 1. Bepaalde OCMWs die nog niet werden geconfronteerd met de onderhoudsplicht of die niet over een rusthuis beschikten, dachten het document niet te moeten invullen. Na verduidelijking werden deze vragenlijsten toch beantwoord. 2. Een aantal OCMWs weigerden deel te nemen om verschillende redenen: door tijdsgebrek, uit principe, of omdat ze werden overbevraagd. Sommigen OCMWs vulden wel het eerste blad in, omdat het daar over globalere vragen ging die minder zoekwerk vragen. 3. Bepaalde OCMWs die geen volledig ingevulde vragenlijst konden of wilden terugbezorgen, of die dachten dat de streefdatum voorbij was, werden onder aandrang van de onderzoekers er toch toe gebracht de vragenlijst terug te sturen. Besluit We besluiten dat de verschillende stappen die we hierboven hebben beschreven,hebben toegelaten een redelijk hoge respons te bereiken, zeker voor een enquête van dezesoort. De informatie die werd verzameld geeft ons een uitstekend en betrouwbaar beeldvan de toestand. 17
  24. 24. 2.2. Kwalitatief deel De voorgaande fasen hebben eveneens een eerste schets mogelijk gemaakt voor eenkwalitatieve interviewhandleiding over de verschillende thema’s die direct met hetKoninklijk Besluit van 3 september 2004 waren verbonden. De items die in hetkwalitatieve deel werden opgenomen, zijn zoals de naam "handleiding14" het zegt,richtlijnen die de belangrijke vragen in kaart brengen. Het gaat dus niet om eenhandleiding die strikt moet worden gevolgd. De handleiding bevat zowel elementen die betrekking hebben op de periode die aande nieuwe wet voorafgaat, op de overgangsperiode als op de periode na de invoering vanhet barema. Begrippen zoals billijkheid, familiale solidariteit, sociale rechtvaardigheid enafstand doen van de onderhoudsplicht (al dan niet op integrale wijze) werden onderzocht. Bepaalde punten zouden geen betekenis hebben als ze niet in hun context werdengeplaatst. De vermelding van het betrokken OCMW, van de rol van de persoon in kwestieen van de gemeente waarin het OCMW zich bevindt is noodzakelijk. In het geval van deonderhoudsplichtigen is de situatie waarvoor ze tussenkomen eveneens belangrijk omoverhaaste conclusies te vermijden. De handleiding werd eveneens aangepast in functie van de betrokken persoon en depolitiek van het OCMW wat betreft de terugvordering. Daartoe werd de handleidingonderverdeeld naargelang van de functie van de ondervraagde (voorzitter, maatschappelijkwerker, onderhoudsplichtige) en bevat ze ook meer doelgerichte secties, onder meerbetreffende de integrale afschaffing van terugvordering. Ook de kwalitatieve vragenlijst werd aan een aantal proefpersonen voorgelegd, aldan niet samen met het kwantitatieve deel. Ten slotte werd, parallel aan de opstelling van een interviewhandleiding, een lijstgemaakt met verschillende soorten praktische informatie aan de hand waarvan we 60OCMW’s konden selecteren die representatief zijn voor het geheel. Deze selectie hieldrekening met de verdeling naar provincies en met de karakteristieken die eigen zijn aan eengemeente. De lijst bevat gegevens inzake het al dan niet beschikken over een rusthuis, hetaantal inwoners per gemeente, de namen van de voorzitters en hun politieke strekking,enzovoort. Laten we nu eens kijken hoe deze selectie, vertrekkend van de gegevens over elkegemeente in België, in zijn werk ging.A. Steekproeftrekking voor de kwalitatieve gesprekken Aangezien de selectiecriteria van de OCMWs in Wallonië en Brussel verschildenvan deze die algemeen gangbaar waren voor heel België, werd voor die OCMWs een14 De gespreksgids wordt in de bijlage opgenomen. 18
  25. 25. verschillende steekproef opgebouwd. Zo zouden de data uit de verschillende OCMWs metelkaar kunnen worden vergeleken, ondanks de inherente verschillen in elk OCMW.a) Voor Wallonië Het was niet mogelijk om een louter willekeurige steekproef van OCMWs tetrekken. De kleine OCMW’s zijn dan immers sterk in de meerderheid (zie grafiek) en zezouden teveel worden vertegenwoordigd. Verdeling van de Waalse OCMW’s volgens de omvang van de gemeente 48 Gemeenten met minder dan 15.000 inwoners 9 Van 15 001 tot 50 000 inwoners Meer dan 50 001 inwoners 205 Grafiek 1: Verdeling van de Waalse OCMWs volgens de omvang van de gemeente. Om deze ongelijke verdeling op te vangen, werd de steekproef geconstrueerd opbasis van Artikel 6 van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centravoor Maatschappelijk Welzijn, aan de hand van quota’s. Om de quota’s in de steekproef inevenwicht te kunnen brengen, werd de groep die de gemeenten van 50.001 tot 150.000inwoners vertegenwoordigde, samengebracht met de groep die de gemeenten van meer dan150.000 inwoners vertegenwoordigde. Op basis van deze quota’s, werd de steekproef(N=27) uniform over de verschillende categorieën uitgevoerd (9 OCMWs per categorie). Op basis van deze indeling werd de steekproef zo getrokken dat elke provinciewerd vertegenwoordigd, teneinde de geografische verschillen in rekening te kunnenbrengen. Deze geografische verdeling liet echter niet toe dat elke provincie precies volgensdezelfde proportie werd vertegenwoordigd. Twee factoren liggen aan de basis van dezeongelijke spreiding. Ten eerste is, voor gemeenten van meer dan 50.001 inwoners, degrootte van de steekproef gelijk aan de grootte van de bevolking. Het is dus niet mogelijkeen gelijke vertegenwoordiging voor elke provincie te verzekeren. Ten tweede was hetnodig gesprekken te organiseren met de OCMWs die gedeeltelijk of volledig van deterugvordering hebben afgezien. De kwantitatieve vragenlijst liet echter toe de lijst wat bijte schaven. De OCMWs die deze beslissing hadden genomen, waren relatief zeldzaam,vooral in Wallonië en het was niet nodig om de geografische ligging als selectie-element inrekening te brengen. 19
  26. 26. Ondanks deze twee problemen wordt elke provincie vertegenwoordigd in desteekproef. Er bestaan enkele verschillen, maar het is onwaarschijnlijk dat ze een echteimpact hebben op de verzamelde.b) Voor de 19 gemeenten van Brussel De steekproeftrekking gebeurde hier niet volgens geografische ligging. Ook hetcriterium van omvang van de gemeente was niet relevant, aangezien het onmogelijk waselke categorie gelijk te vertegenwoordigen. Daarom werd een totaal willekeurigesteekproef getrokken, volgens een speciale functie in de Excel werkbladen. In totaalwerden er uit de 19 Brusselse gemeenten, 8 uitgekozen om aan het onderzoek deel tenemen.c) Voor Vlaanderen In het Vlaamse Gewest weerhielden we voor de kwalitatieve bevraging alle negencentrumsteden (van de 13) die op onze kwantitatieve enquête reageerden. Dezecentrumsteden liggen volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in eengrootstedelijk of regionaal-stedelijk gebied. Een centrumstad oefent een centrale functie uitvoor zijn omgeving, onder andere op het vlak van werkgelegenheid, verzorging, onderwijs,cultuur en ontspanning. In de tweede plaats hebben we ernaar gestreefd om een gelijke spreiding terealiseren over de verschillende Vlaamse provincies. Tot slot namen we vier gemeenten inonze selectie op die hebben besloten om bij artikel 98 § 3 de onderhoudsplicht metakkoord van de gemeente volledig af te schaffen. De provincie Antwerpen is 7 keervertegenwoordigd, de provincies Limburg en Oost-Vlaanderen beide 6 keer. Voor West-Vlaanderen werden er 5 OCMW’s bevraagd en in Vlaams-Brabant 3 OCMW’s. Deongelijke spreiding is een gevolg van de moeilijkheid om binnen de vooropgesteldetijdspanne een afspraak te maken met de oorspronkelijk aangeschreven OCMW’s, waarvansommige wel bereid waren om mee te werken, maar dan pas na degemeenteraadsverkiezingen.d) Opmerkingen In het geval van een weigering van het OCMW, werd een alternatief OCMWuitgekozen uit de steekproeflijst. Deze stap was echter niet in alle situaties toepasbaar.Voor gemeenten van meer dan 50.000 inwoners was dit onmogelijk aangezien allegemeenten van 50.000 inwoners en meer reeds in de steekproef werden opgenomen.Aangezien (in Wallonië) de OCMWs die volledig afstand hebben gedaan vanterugvordering zeldzaam zijn, konden we ook hen niet vervangen bij weigering. 20
  27. 27. B. Selectie van de contactpersonen Teneinde de effecten van de invoering van het eenheidsbarema te kunnenevalueren, is het nodig de personen te ontmoeten die rechtstreeks met de toepassing ervante maken krijgen. Afgezien van de oprichters van het project en de leden van hetbegeleidingscomité zijn de betrokken personen: - Op het niveau van de OCMWs: De voorzitters: Als verantwoordelijken van de activiteiten binnen de OCMWs, vormen de voorzitters goede gesprekspartners. Hun mening over de themas die werden aangekaard in deze studie is één van de elementen die nodig zijn voor een kwalitatieve analyse. Als het niet mogelijk was de voorzitter te ontmoeten, moest deze zich laten vertegenwoordigen door iemand die ervaring had met het probleem. De secretarissen: De secretarissen waren al gecontacteerd om de kwantitatieve vragenlijst in te vullen als centrale coördinatoren binnen het OCMW. Zij namen de coördinatie tussen het kwalitatieve en kwantitatieve luik op zich, en de selectie van de personen die werden aangesproken. De ontvangers: Als de invoering van het barema een financiële weerslag had, dan waren de ontvangers daar zeker van op de hoogte. Dit is dan ook de reden dat meerdere ontvangers in het kader van het onderzoek werden bezocht. De maatschappelijk werkers verantwoordelijk voor de huisvestingsdossiers: Voor elke bejaarde die met steun van het OCMW in een rusthuis werd opgenomen, werd een maatschappelijk werker aangesteld om de situatie te evalueren. Deze tussenkomende partij heeft dus een direct zicht op de specifieke situatie. Ook de maatschappelijk werkers vormen daarom interessante gesprekspartners. Via dit contact konden de onderzoekers ook contact opnemen met de onderhoudsplichtigen, zonder daarbij natuurlijk tegen de regels van hun beroepsethiek in te gaan. - Binnen de familie: De onderhoudsplichtigen waarvan een financiële tussenkomst vereist was: Zoals eerder werd aangehaald, was een tussenkomst van de maatschappelijk werkers nodig om de onderhoudsplichtigen te kunnen ontmoeten. Aangezien ze niet direct konden worden gecontacteerd was een gerichte selectie hier moeilijker. De onderzoekers hebben echter gestreefd om zo veel mogelijk van hen te ontmoeten. Het is immers erg interessant te polsen naar hun mening over de onderhoudsplicht, het eenheidsbarema, enzovoort. Voor elk geselecteerd OCMW werd de voorzitter, maatschappelijk werker en in demate van het mogelijke een onderhoudsplichtige geïnterviewd. In elke categorie van desteekproef (de gemeenten met minder dan 15.000 inwoners, met 15.000 tot 50.000 21
  28. 28. inwoners en met meer dan 50.000 inwoners, en de 19 gemeenten van Brussel), werd eenbijkomende ontmoeting met de ontvanger van het OCMW geregeld.C. Contacteren van de geselecteerde OCMWs Eenmaal de interviewhandleiding door het begeleidingscomité werd goedgekeurden de selectie van OCMWs was voltooid, werden de gesprekspartners gecontacteerd omeen afspraak te maken. De onderzoekers wilden onmiddellijk met de voorzitters van deOCMWs in contact komen om hen het onderzoek uit te leggen. In Wallonië en Brusselwas dit contact niet altijd mogelijk om verschillende redenen. In de meeste gevallenwerden ze gecontacteerd via een tussenpersoon of andere personen (maatschappelijkwerkers, verantwoordelijken voor maatschappelijk werk, de directeur van het rusthuis). Bijhet contact met een tussenpersoon werd een brief met de doelstellingen van de studieopgestuurd, zodat ze de vraag van de onderzoekers aan de gewenste gesprekspartnerskonden overbrengen. Bij die brief werd nog een tweede brief gevoegd. Dit om het depersonen die contact moesten opnemen met de eventuele onderhoudsplichtigengemakkelijker te maken. Omwille van professionele zwijgplicht moesten de stappen voorde onderhoudsplichtigen via een tussenpersoon worden genomen. Hoewel de meerderheid van de betrokkenen goed meewerkte, weigerden een aantalOCMWs om deel te nemen aan de studie, meestal door een gebrek aan tijd. Daarom werdeen tweede selectie ondernomen. Soms wijzigden de onderzoekers de selectie omdat eenaantal OCMWs weinig medewerking vertoonden. De duur van het onderzoek liet immersniet toe om lang op het antwoord van een OCMW te wachten. Doordat het maken van afspraken soms erg langzaam verliep, viel deinterviewperiode langer uit dan voorzien. Vaak moesten de interviewers veel stappenondernemen om een afspraak vast te leggen, hoewel er in de meeste gevallen geenproblemen waren. Vooral de voorzitters waren moeilijk te bereiken. De redenen dat menweigerde waren velerlei: een gebrek aan tijd (vooral bij de voorzitters), moeilijkheden omhet OCMW met deze afspraak akkoord te laten gaan, de vrees (niet altijd toegegeven) nietsaan het onderzoek te kunnen bijdragen, het gevoel dat een collega meer competent was omhet interview te laten afnemen, het gebrek aan communicatie binnen het OCMW waardoorde informatie de juiste persoon niet bereikte, enzovoort. Vaak waren bijkomendeadministratieve stappen nodig. Zo was voor de deelname van een aantal OCMWs en voorhet vastleggen van een datum voor het interview het akkoord van de leden van het comiténodig. Tijdens de bezoeken zelf rezen andere problemen op. De eisen die inherent warenaan het onderzoek werden vaak slecht begrepen of ontvangen, soms door een gebrek aancommunicatie binnen het OCMW. Zo gebeurde het verschillende keren dat de personenwaarmee moest worden gesproken gezamenlijk het interview wilden afnemen. In dit gevalwerd nogmaals verduidelijkt dat het belangrijk was dat elke betrokkene individueel konworden ondervraagd en soms ging men daarop in. De voorzitters vroegen echter dikwijlsde aanwezigheid van een derde aan, wat werd aanvaard door de onderzoeksgroep.Verschillende gesprekspartners hadden bovendien weinig tijd waardoor het interviewbeperkt moest blijven. De onderzoekers werden dan ook gedwongen tot flexibiliteit op hetvlak van de timing en moesten zich dan enkel richten op de belangrijkste punten van hetinterview. Er werd eveneens getracht de ontmoetingen van personen in éénzelfde OCMWop dezelfde dag te organiseren. Wat de voorzitters betreft kon hun aanwezigheid echter 22
  29. 29. niet worden gegarandeerd. Voor hen werd dan een nieuwe datum overeengekomen.Meestal konden de geselecteerde gesprekspartners worden ontmoet. In de andere gevallenheeft men zich door een derde laten vertegenwoordigen. Het grootste probleem betrof het vinden van onderhoudsplichtigen. Dit probleemkan gedeeltelijk worden verklaard doordat vele OCMW’s amper worden geconfronteerdmet de problematiek. Vooral bij kleine en armere OCMW’s is dit het geval. In het laatstegeval beschikken potentiële onderhoudsplichtigen immers vaak over een inkomen lagerdan de inkomensdrempel. Ten slotte hebben een deel van de onderhoudsplichtigen die viaeen contactpersoon van het OCMW werden aangesproken, geweigerd deel te nemen aanhet onderzoek. Ook de contactpersonen zelf werden beperkt door gebrek aan tijd omonderhoudsplichtigen te vinden. Om de lage deelname te kunnen rechtzetten heeft deonderzoeksgroep andere wegen opgezocht. Er werden kleine zoekertjes geplaatst vooronderhoudsplichtigen die spontaan aan het onderzoek wilden deelnemen in kranten zoals"Le Ligeur" en "En Marche" voor Wallonië en in “Visie” voor Vlaanderen. Ten slotte werdde onderhoudsplichtigen die werden geïnterviewd, gevraagd of zij de onderzoekers metandere onderhoudsplichtigen in contact konden brengen. Hoewel deze stappen dedeelname heeft uitgebreid, werd het verhoopte aantal onderhoudsplichtigen niet bereikt.D. In Vlaanderen lagen de zaken enigszins anders... In Vlaanderen lagen de zaken enigszins anders. Daar was er geen enkel probleemom de voorzitters te ontmoeten, alhoewel de meerderheid onder hen (vooral dan die vankleinere OCMWs) erop stonden dat ze werden bijgestaan door de maatschappelijke werkerdie deze dossiers beheert. Sommige interviews met maatschappelijk werkers bestonden uitmeerdere personen van de sociale dienst. Ook de interviews zelf verliepen erg vlot.en we stelden een behoorlijke tot zeergrote vertrouwdheid met de aangekaarte problematiek vast. Wellicht heeft dit te makenmet de grotere actualiteit van het probleem in Vlaanderen, getuige daarvan de behandelingop de bekende ja-en-neenpagina in het weekblad Knack. Zeer recent wordt een debatgevoerd over de veel te hoge kosten van opname in een rusthuis (en/of de veel te lagemiddelen waarover de bejaarden beschikken). 23
  30. 30. 3. Resultaten van het kwantitatieve onderzoek3.1. Omschrijving van de steekproef De steekproef bestaat uit 363 respondenten, wat ons een zeer bevredigend resultaatlijkt. Over heel België heeft 61,7% van de OCMW’s geantwoord op onze enquête.Tabel 1: Verdeling van de ontvangen enquêtes volgens de regio waartoe het OCMW behoort Regio % nBrussel 84.2 16Vlaanderen 62.9 193Wallonië 58.8 154 Tabel 1 toont een oververtegenwoordiging van het aantal participerende OCMW’sin Brussel. Maar liefst 84.2% van de Brusselse OCMW’s heeft deelgenomen aan hetonderzoek (16 OCMW’s op een totaal van 19). In Wallonië en Vlaanderen zijn het aantalreacties vergelijkbaar: 62.9% Vlaamse en 58.8% Waalse OCMW’s vulden de vragenlijstin. Deze bevredigende cijfers maken een statistische analyse, inbegrepen regionalevergelijkingen, mogelijk.Tabel 2: Verdeling van de ontvangen enquêtes volgens de omvang van het OCMW15 Omvang van het OCMW % nKlein 63.4 241Middelgroot 56.4 102Groot 74.1 20 We stellen vast dat de grote OCMW’s het grootste antwoordpercentage vertonen. Ditkan worden verklaard door het feit dat deze OCMW’s het meest worden geconfronteerdmet de problematiek rond de onderhoudsplicht en zij er bijgevolg het meest over kunnenvertellen. Ze hebben natuurlijk ook meer en gespecialiseerd personeel ter beschikking. Demiddelgrote OCMW’s vertonen het laagste antwoordpercentage. De zwakke deelname van middelgrote OCMW’s kan gedeeltelijk worden verklaarddoor de afwezigheid van competente personen om de vragenlijst in te vullen en het gebrekaan interesse. De kleine OCMW’s worden weinig geconfronteerd met de problematiek enbijgevolg kan men daar de vragenlijsten vaak vlot invullen. Maar bij de middelgroteOCMW’s is het probleem rond de onderhoudsplicht absoluut geen prioriteit en dedeelname aan dit onderzoek brengt misschien een werkbelasting met zich mee die te grootis in verhouding tot hun interesse in de problematiek. Andere thema’s hebben een hogereprioriteit.15 De omvang van het OCMW werd gedefinieerd op basis van artikel 6 van de organieke wet betreffende deopenbare centra van maatschappelijk welzijn, die dateert van 8 juli 1976, waarbij de methode van quota’swordt gebruikt. Om een evenwicht tussen de quota’s te krijgen, hergroeperen we de gemeenten van 50.000tot 150.000 inwoners die gefusioneerd zijn met de categorie van gemeenten + 150.000 inwoners. Voor meerinformatie: zie het deel over de methodologie van het kwantitatieve deel. 24
  31. 31. Tabel 3: Verdeling (in %) van de gemeenten al naargelang er veel of weinig bejaarden ouder dan 80jaar wonen, per regio16. Brussel Vlaanderen Wallonië n Van 0 tot 25%: 6.3 26 23.4 87 « De jonge gemeenten » Van 26 tot 50%: % ouder dan 80 « De gemiddeld jonge gemeenten» 12.4 27.1 23.4 90 jaar Van 51 tot 75%: 6.3 25.5 29.2 95 « De gemiddeld oude gemeenten » Van 76 tot 100%: 75 21.4 24 90 « De oude gemeenten » Op het eerste gezicht merken we op dat Brussel sterk verschilt van de twee andereregio’s. In Vlaanderen en Wallonië is de verdeling tussen de vier categorieën immers vrijvergelijkbaar. Daarentegen stellen we in Brussel vast dat 75% van de gemeenten zichbevindt in de categorie met de meeste ouderen. Daarmee moeten we dan ook rekeninghouden.Tabel 4: Verdeling (in %) van de verschillende gemeenten in functie van gemiddeld jaarlijkse bruto-inkomen per inwoner (schijven per 1000 euro)17 Brussel Vlaanderen Wallonië n Van 0 tot 25%: 37.5 10.4 41.6 90 « De arme gemeenten» Van 26 tot 50%:Welvaart van de « De gemiddeld arme gemeenten» 25 24 26 90 gemeente Van 51 tot 75%: 12.5 29.7 20.8 91 « De gemiddeld rijke gemeenten» Van 76 tot 100%: 25 35.9 11.7 91 « De rijke gemeenten » We stellen vast dat in Wallonië zich de meeste arme gemeenten bevinden.Vlaanderen onderscheidt zich daarentegen door het grootste aandeel rijke gemeenten.Brussel bevindt zich tussen deze twee uitersten, het dichtst aansluitend bij Wallonië.16 De verhouding tussen het aantal personen ouder dan 80 jaar per gemeente en het aantal inwoners pergemeente is verdeeld in vier categorieën volgens percentielen: de eerste schijf: 25% van de gemeenten waarer het minste personen ouder dan 80 jaar zijn, de vierde schijf: 25% van de gemeenten waar zich de meestepersonen ouder dan 80 jaar bevinden. De twee overige schijven bevinden zich daartussen.17 De inkomsten van de gemeenten zijn eveneens verdeeld in vier categorieën, volgens percentielen, opdezelfde manier als voor het aandeel personen ouder dan 80 jaar in een gemeente. 25
  32. 32. 3.2. Resultaten van het kwantitatieve onderzoekTabel 6: Percentage OCMW’s die verklaren over één of meerdere rustoorden te beschikken: voor alleOCMW’s, per regio en volgens omvang. Ja Nee nTotaal 41.3 (150) 58.7 (213) 363 Brussel 100 (16) 0 (0) 16 Regio Vlaanderen 46.6 (90) 53.4 (103) 193 Wallonië 28.6 (44) 71.4 (110) 154 Klein 25.7 (62) 74.3 (179) 241 Omvang Middelgroot 68.6 (70) 31.4 (32) 102 Groot 90 (18) 10 (2) 20 We stellen grote regionale verschillen vast wat betreft de aanwezigheid van eenpubliek rustoord. Het lijkt dat alle Brusselse OCMW’s uit de steekproef één of meerdereeigen rustoord(en) bezitten. Dit cijfer bedraagt 46,6% voor Vlaanderen en 28,6% voorWallonië. Wat betreft de omvang van het OCMW zijn het natuurlijk de grootste OCMW’sdie over een rustoord kunnen beschikken (90%). We stellen eveneens vast dat bijna één opvier klein OCMW over zijn eigen rustoord beschikt. De middelgrote OCMW’s kunnen wepositioneren tussen de twee met 68,6% die een rustoord bezitten. Het aandeel personen ouder dan 80 jaar in de gemeenten en de rijkdom van degemeente beïnvloeden in geen geval het feit of er al dan niet een rustoord aanwezig is.Tabel 7: Percentage van OCMW’s die al dan niet volledig afstand doen van de terugvordering bijonderhoudsplichtigen: voor alle OCMW’s, per regio en volgens omvang. Ja Nee nTotaal 5.6 (20) 94.4 (340) 360 Brussel 6.3 (1) 93.7 (15) 16 Regio Vlaanderen 9.4 (18) 90.6 (174) 192 Wallonië 0.7 (1)18 99.3 (151) 152 Van 0 tot 25% 4.5 (4) 95.5 (84) 88 Van 26 tot 50% 5.6 (5) 94.4 (85) 90 Welvaart Van 51 tot 75% 12.1 (11) 87.9 (80) 91 Van 76 tot 100% 0 (0) 100 (91) 91 De regionale verschillen zijn voldoende uitgesproken in het geval van dezevariabele. Weinig OCMW’s uit de steekproef (5,6% = 20 OCMW’s) hebben de beslissinggenomen om - met akkoord van de gemeente - volledig af te zien van de terugvordering.Met 9,4% (of 18 OCMW’s) is Vlaanderen de regio die het meest heeft geopteerd voor demogelijkheid om de onderhoudsplicht af te schaffen. In de tabel lijkt het of ook Brusselmet zijn 6,3% het aandeel van Vlaanderen benadert. Dit resultaat geeft echter eenvertekend beeld: het werd immers berekend op slechts 16 OCMW’s, waarvan er één18 Het kan verrassend lijken voor de lezer dat er hier wordt vermeld dat slechts één OCMW in Walloniëafstand doet van terugvordering terwijl in het tussentijds rapport stond vermeld dat dit aantal vier bedroeg.Toen de onderzoekers echter contact opnamen met deze vier OCMW’s in het kader van het kwalitatieveonderzoek, bleek dat zij geen afstand hadden gedaan van terugvordering, maar gewoon reeds lange tijd nietmeer waren geconfronteerd met het probleem. De verzamelde gegevens moesten bijgevolg wordengecorrigeerd. 26

×