• Like
  • Save
Benedict Wydooghe   Flaneren  In Cyberspace
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Benedict Wydooghe Flaneren In Cyberspace

  • 1,275 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,275
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • Goedemorgen God… u bent met veel. Het doet mij een plezier dat u met zo velen de gezondheid wil bevorderen. En dan nog via een omgeving die niet eens bestaat. Via het internet. Mag ik u even enkele vragen stellen? We maken het wat interactief, een beetje web 2.0, als het ware. Ik ga van mijn sokkel weg en stel u vragen. U steekt uw hand op of niet. Het is eenvoudig. Wie kent het begrip web 2.0? Wie heeft een facebook? Wie kent het begrip avatar? Wie heeft een avatar? Wie voelt zich één met zijn avatar? Wie kent het begrip blog of wiki? Wie heeft een blog of een wiki? OK. Ik ben gerustgesteld. Ik pas onmiddellijk het niveau van mijn presentatie aan. Zodat ik u iets kan leren, iets kan vertellen. Want met internet weet je maar nooit. Mensen kunnen nu zelf dingen opzoeken en leren en daar sta je dan op een studiedag, als spreker. En iedereen weet het al. Vlug even opgezocht. Op Google, wikipedia. Dat weten wij al lang man, wat kom jij hier nog vertellen… Ik weet het, het is al elf uur in de voormiddag. U verlangt natuurlijk al naar het aperitief dat u te wachten staat net voor de gezonde maaltijd. Maar voor u aan de porto en de wijn gaat, heb ik nog een oersaaie presentatie en 263 dia’s. Enfin. Hartelijk welkom. Vandaag kijken we binnen in de digitale wereld. De presentatie heet Flaneren in cyberspace en ik ben Benedict Wydooghe. Niet zolang geleden lazen we dat de helft van de jongeren de computer prefereert in plaats van de buitenlucht. Ja, u hoort het goed, ongeveer vijftig procent van de jeugd kiest voor een verblijf op internet of in games in plaats van de ‘echte’ wereld. Die cijfers gelden niet alleen voor jongeren. Ook volwassenen en senioren vinden in de computer een nieuwe omgeving. Voor hen is ‘online gaan’ net als wandelen in een omgeving. Er is geen aparte cyberspace. Vraag die hier aan de orde is, is hoe kunnen we gezond gedrag stimuleren en promoten via cyberspace. Ik sta hierbij niet alleen als wetenschapper of als onderzoeker, maar ook als vader en zoon en als vormingswerker en onderwijzer, en als een rebelse afstammeling van een zogenaamd gezonde stamboom (…) want wie de werkelijkheid bekijkt vanuit één bril, ziet niet veel.
  • Dit is ook wat Niezsche aangeeft in dit citaat. Maar het citaat zegt meer dat toepasselijk is op de netwerkomgeving. Wat is internet? In essentie gaat het om enen en nullen, om bits en bites. Maar om het onbegrijpbare begrijpbaar te maken, hebben we metaforen nodig. En dat is precies was we deden… metaforen bedenken om het internet te bezweren. Communicatie is enkel mogelijk als de werkelijkheid voor iedereen toegankelijk is. Het werd een ruimtelijke metafoor die de ongekende techniek grijp- en begrijpbaar maakte, alsof het internet zich in de publieke ruimte afspeelt. Het begon allemaal met het begrip the informationsuperhighway. Dat was 5840 dagen geleden. begrip raakte in onbruik, de technologie bleef. Tegenwoordig spreken we over internet. Al Gore introduceerde eind 1993 de “elektronische snelweg”. Het beeld verwijst naar zijn vader die echte snelwegen aanlegde. Bovendien zorgde die aanleg voor welvaart in de zilveren jaren vijftig en de gouden jaren zestig. Gore gebruikte de metafoor om een gelijkaardige economische heropleving te suggereren.
  • Sindsdien staat het internetlexicon bol van ruimtelijke concepten: het web is een kluwen van verbindingen en lijkt op een kaart van een middeleeuwse stad, de matrixruimte verwijst naar een rationeel stadsplan zoals New York, een net lijkt op een uitspansel, de metropool. Snelle en trage digitale wegen verbinden ons via toegangspoorten, de servers. Amerikaanse pioniers spraken over de elektronische grens, een te ontdekken werelddeel, een Wilde Westen met eigen wetten: een WWW. Castells heeft het over De melkweg van het internet, Maurice De Hond over De vijfde dimensie en domeinnamen verwijzen naar natiestaten. In China, waar censuur hoogtij viert, spreekt men van The Great Firewall. In de begindagen van de cyberwereld werden recordbedragen uitgegeven aan domeinnamen en sites krijgen de status van schaarse bouwgrond. Het leek wel op het 19 de eeuwse Parijs van stadsarchitect Hausmann, een stad die opnieuw verkaveld wordt. Cyberarchitecten lieten zich royaal financieren om de bouwterreinen van domeinen, sites, homes en rooms te voorzien. De werf kan je niet betreden, aan de buitenkant hangt een bordje “under construction.” Web 1.0 was geboren.
  • Sommigen spreken van een cyberodyssee. Hoewel de cyberodyssee het laatste decennium een andere route volgde dan verwacht - dat is het noodlot van elke odyssee - is de impact ervan niet minder groot. Maar is die ruimtelijke metafoor de enige mogelijke? Neen, in Afrika bekijkt men het computerscherm als een kampvuur waar verhalen vertelt worden. Deskundigen spreken vergelijken het wereld wijde web met onze hersenen. Het is een mooie metafoor, ware het niet dat onze hersenen niet om de twee jaar verdubbelen in omvang. Vergeet niet dat het ultieme doel van Google is om van Artificiële Intelligentie te creëren.
  • In de begindagen vergelijkt men het met de grootste bibliotheek ter wereld waar het licht uit is en de boeken door elkaar liggen. En toen kwam Google. Google werd het ijkingspunt, het jaar nul. Sindsdien spreken informatiehistorici van Before Google en After Google. Maar Google maakte geen onderscheid tussen info die ongecontroleerd of verantwoord was, maakte geen onderscheid tussen nonchalant of wetenschappelijk. Hoe weet je hoe waardevol, hoe relevant of hoe juist de informatie is die voor je ligt? Om dit probleem de wereld uit te helpen is het nodig dat ons doelpubliek kritisch leren info verzamelen en verwerken.
  • Als informatiesamenleving ter sprake komt, pleiten onderzoekers steevast voor de ontwikkeling en de integratie van informatievaardigheden. Met mondjesmaat worden deze informatievaardigheden in de eindtermen ingeschreven. Over de uitvoering ervan willen wij ons niet uitspreken. Maar deze basisvaardigheid is in elk geval te weinig zichtbaar.
  • Om u tijdens deze presentatie scherp te houden zal ik maar één leugen vertellen.
  • De campagne van het federaal geneesmiddelenagentschap is raak. Ik had de advertentie gezien in de metro. Tot twee keer toe, maar ik noteerde de website niet. Toen ik via Google de website zocht heb ik me sufgezocht. Mijn hele zaterdagnamiddag was er aan. Gelukkig betaalt men de sprekers hier goed. Zie: www.fagg.be en www.geneesmiddelen-via-internet.be . Deze laatste site startte een zeer goede campagne.
  • Laat ons niet vergeten dat wie met zijn gezondheid in de problemen zit, uitermate kwetsbaar is op internet. Wikipedia is zich bewust van het effect dat ze kan sorteren. De informatie kan onjuist of onvolledig zijn. Van de medewerkers is niet (altijd) bekend wie zij zijn. De artikelen kunnen anoniem, en soms vanuit onbekende motieven gewijzigd worden. Er kunnen onder deskundigen inzichten bekend zijn die in deze artikelen niet voorkomen. Beschouw de artikelen in Wikipedia (en internet in het algemeen) nooit als enige gezaghebbende bron. De artikelen in Wikipedia zijn geen vervanging voor een consultatie bij een arts. Diepgaande medische kennis is op een bepaald niveau niet begrijpelijk voor een breed lezerspubliek.
  • Google is god geworden. We raadplegen tegenwoordig meer google dan god. Afraden? In geen geval, maar er is meer dan deze robot. Er zijn ook onderwerpsgidsen, en dat zijn verzamelingen van links, samengesteld door deskundigen. Mensen laten zich leiden, vormen meningen door tussenpersonen: journalisten, docenten en professionelen. U dus. Het is dan ook hard nodig dat u opgemerkt wordt op dat internet. Ik heb de laatste dagen wat gesurft en het is ongelofelijk welke onzin je kan vinden. Professionelen moeten zich meer laten opmerken op dat internet.
  • 5000 dagen geleden bestond nog niets van dit alles. Waar zullen we binnen 5000 dagen staan? Dat is de vraag. Wie had 5000 dagen geleden durven denken dat we zouden communiceren met bankautomaten in plaats van met bankbedienden?
  • In allerlei vormen begeven wij ons op het web 2.0. Ik maak via Twitter een praatje met mijn buurman. Iets wat ik anders nauwelijks doe, want de man is bejaard en zit al in zijn pyjama als ik thuiskom. Ik gebruik Slideshare om mijn presentaties te delen, ik koop en verkoop via E-bay en informatie stockeer ik online via mijn Wiki, ik heb on-line bladwijzers via Delicious om tekstmateriaal terug te vinden en oma vraagt nooit meer om familiefoto’s: dank u wel Flickr en Picassa. Collega’s leren me kennen via Linked in. Mijn oudste zoon speelt, chat en gaat internet op met zijn nieuwe Playstation. De afgedankte Playstation II staat op de kamer van de jongere kinderen. Onze Lowie is 10 . Af en toe lees ik zijn opstelletje op zijn blog. Ons Marie is vijf en houdt van Youtube. Zelf maakte ze nog geen filmpjes, denk ik, hoop ik… ze wil vooral K3 zien, zegt ze. De kleinste kan net niet boven tafel kijken maar houdt nu al van die knopjes en de muis, tot ergernis van de rest van het gezin. En mijn vrouw? Die kijkt naar soaps, terwijl ik mijn sociale vaardigheden oefen, op facebook met haar vriendinnen.
  • Wie zich op het web begeeft kan dit in verschillende hoedanigheden. Als een toerist die evidente locaties bezoekt, met aandacht voor gevels en vitrines. Het kan als speurder of kraker, als detective of politieagent die al dan niet rechtmatig in huizen dringt. In dit diepe of onzichtbare web ontdekt de speurder de internetzolders en de magazijnen. Het zijn databases en kistjes vol met persoonlijke documenten: liefdesbrieven, foto’s, mails en gespreksfragmenten uit het verleden. Recentelijk vergeleken Angelo Vermeulen en Antoon Van den Braembussche het vertoeven in de netwerkruimte met het flaneren. Van den Braembussche kent u al langer als filosoof. Angelo Vermeulen is minder bekend. Hij is dokter in de biologie en ontwierp een biologische pc. De stadsbeleving lijkt op een internetervaring… Het doelloze rondslenteren van uitgesproken flaneurs zoals Charles Baudelaire, Oscar Wilde en André Gide lijkt op mijn en uw internetgedrag. Flaneren was in de negentiende eeuw een nieuwe omgangsvorm in een nieuwe publieke ruimte die het onverwachte en de verrassing centraal stelde. Van Walter Benjamin weten we dat de flaneur geen toerist is, maar iemand die zich in zijn eigen stad interesseert en alle monumenten links laat liggen. Vermeulen en Van den Braembussche gaven hun boek de toepasselijke titel Baudelaire in cyberspace. Stap mee in het voetspoor van Baudelaire…
  • De nieuwe stadsbewoner bij uitstek, de flaneur wordt in het midden van de negentiende eeuw geboren: pal in het centrum van de industriële revolutie. Net als de internetter, pal in het centrum van de digitale revolutie. Zijn gedrag typeert de internettende mens. Net zoals de stad het gedrag van de mens verandert, dringt nu de digitalisering diep door in het dagelijkse denken en doen. Een praatje, een roddel, een groet, of ja, zelfs flirt of een knipoog naar een onbekende. In cyberspace speelt het maatschappelijke en het persoonlijke leven af. De stadsarchitect Haussmann voorzag Parijs van een netwerk van straatverbindingen en gevels, vaak ging het om wegen die nergens heen leiden of façades waarachter niets te vinden was. Onder dat geheel legde Haussmann een onzichtbaar maar noodzakelijk riolennetwerk. De riolen waren noodzakelijk om het functioneren van de stad te garanderen. Ook web 2.0 kent zijn duistere kanten. Later kwamen de metroverbindingen, liften en telefoonverbindingen. De flaneur is de acteur of de toeschouwer bij het theater van de straat. De jonge André Gide maakt het allemaal mee en schrijft dat hij zich laat meevoeren op het imperiaal van een omnibus, wandelt in het Bois de Boulogne, bezoekt de opera, daarna naar een nieuwe tentoonstelling van Gauguin, Van Gogh en Cézanne, “onmogelijk om deze dagen niet naar het Louvre te gaan.” Het probleem van de flaneur is zijn engagement: de flaneur engageert zich niet. Hij is hoogstens gechoqueerd door het beeld van de arme straatkinderen. We komen hier later op terug, bij het probleem van de digitale kloof.
  • De thuishaven van de Parijse flaneur was dan ook niet het bordeel, maar het café, de democratische opvolger van het aristocratische salon. Welke plek kies ik? Second Life, Facebook of Netlog? Het maakte de boulevardier niet zoveel uit. Eén voor één zijn het cafés waar je binnenloopt. Zijn voornaamste kwaliteit bestaat uit een feilloos gevoel voor timing: op het juiste moment op de juiste plaats. Het flaneren is een spel tussen de oude en de nieuwe tijd, een duik in de anonimiteit van de menigte, en dan weer een terugval in de geborgenheid van de eigen stand.
  • Gevoelloos? Voor jongeren zeker niet, net alsof we via een telefoon niet emotioneel zouden betrokken geraken in een gesprek. Maar internet is niet tastbaar, voelbaar, argumenteert men soms. Je ‘voelt’ de virtuele wereld niet. Toch wel. Het gedicht van Baudelaire, A une passante, beschrijft hoe hij tijdens het flaneren een vrouw kruist waarop hij in een fractie van een seconde verliefd wordt. Een even intense als vluchtige liefde, die in het voorbijgaan plaatsvindt. Het is vergelijkbaar met wat op internet kan gebeuren. Sterker, gevoelens op internet zijn soms even hevig als in het fysieke leven. En dat er al eens iets fout kan lopen, spreekt voor zich. Het bericht op de volgende dia maakt veel duidelijk… Ik laat u even lezen…
  • Cyberspace is niet langer een virtuele realiteit, maar een reële virtualiteit. Wie er flaneert, weet de digitale sociale codes te vergelijken met “echte” sociale vaardigheden, en echte communicatie. De hit van de sociale netwerksites is zo groot dat dit ten koste gaat van het aantal uren dat mensen online porno kijken. In de hele internetgeschiedenis is dit nooit gezien. Zijn relatiedrama’s op Facebook spannender dan de plot van internetporno? Wellicht wel.
  • Of je nu samenwerkt, meewerkt of tegenwerkt, of je nu vergadert, inspeelt op dingen, cyberspace blijft een plaats waar je kritisch bent en omgaat met kritiek, waar je een petitie ondertekent, waar je assertief bent of geplaagd wordt, waar jongeren de grens tussen pesten, plagen en stalken aftasten, waar verdriet en rouwprocessen, boosheid of woede tot uiting komen, een plaats waar we grappen maken en die bekijken, waar we lachen en vloeken, het is een plaats waar assertiviteit kan omslaan in agressiviteit. Enfin, ook op internet vertonen we sociaal gedrag. En daar kunnen we ons maar beter van bewust zijn.
  • Dat sociaal vaardig zijn uit zich in de chat. Chattaal staat bol van de afko’s, symbolen of emoticons. Kom we doen een korte kwis. Engelse woorden doen hun intrede, lidwoorden vallen weg. 60% van de jongeren neemt deze taal ook over in hun spreken, 40% schrijft ze op papier. Deze taal doet informeel aan, en is dat ook. Als er dergelijke taalelementen opduiken in papers kunnen docenten het daar al eens moeilijk mee hebben. Is dit een taalverrijking of een taalverarming? Is het een voordeel dat studenten verschillende ‘registers’ kunnen opentrekken? Topless meetings zijn vergaderingen waar het gebruik van laptops, pda’s en andere elektronica uit den boze zijn en Wilfen is het ronddolen op het web, niet meer wetend waar je eigenlijk naar zoekt. What was I looking for?
  • Voor velen is ‘online gaan’ even vreemd als ‘elektriciteiten’. Er is géén aparte cyberspace. Voor velen kwam het ‘sociale internet’ tot leven op Facebook. En na de ontdekking volgde ontnuchtering. Het vormingswerk wordt zich bewust dat een profiel het imago versterkt, helpt bij het aantrekken van medewerkers en een band schept tussen collega’s, vormingswerkers en cliënten. Sinds kort promoten musea, culturele centra, jeugdhuizen en bibliotheken zich via Facebook. Zo hopen ze op bekendheid en het lukt hen nog aardig ook. Waarom zou de huisarts of uw organisatie dit niet doen?
  • Cyberpesten, het onderwerp kwam onlangs in het nieuws toen een Brits 15 jarig meisje zelfmoord pleegde na herhaalde pesterijen via FaceBook. De cijfers over cyberspesten lopen spreken tot de fantasie en schetsen ook van de Vlaamse jeugd geen fraai beeld. Sommige onderzoeken spreken dat 1/10 jongeren slachtoffer werd, andere onderzoekers spreken van 1/3 en ½. Nu, wat er ook van aan is: cyberpesten gebeurt. Eén jongere op vijf zou dader geweest zijn. Nu, in hoeverre de cijfers de realiteit weerspiegelen is niet altijd duidelijk, wel duidelijk is dat jongeren zelf aangeven dat ze dit een belangrijk probleem vinden. Problematisch is dat slechts 1 op 2 gepeste jongeren praat over zijn of haar probleem. Het gaat om een complexe problematiek die uiteraard niet alleen bij jongeren voorkomt. Volwassenen kunnen elkaar pesten op het werk, of jongeren slagen er in om volwassen te pesten. Vaak ligt het cyberpesten in het verlengde van het reël pesten. Is het erger dan normaal pesten? Onderzoekers hebben de neiging om te stellen van wel: het is anoniemer, sneller, komt de slaapkamer binnen… Ouders laten doorgaans een andere mening horen: het is traceerbaar en dus ook snel indijkbaar. Maar daarvoor moeten ouders en kinderen wel met elkaar spreken. http://www.cyberpesten.be/beschermencyberpesten.htm
  • En het begint al heel vroeg. Kijk deze info. Zeer creatief opgemaakt… Dat was gisterenavond. Zoon begon er spontaan over. En das goed. Toch ff aangedaan.. Van mijn reactie.
  • Op het symposium ‘Zelfdoding en internet’ worden de eerste resultaten van het project Preventie 2.0 voorgesteld.  Online praten ze over zelfdodingsgedachten kan helpen of net niet… Jongeren bellen amper met de Zelfmoordlijn.  Sinds de Zelfmoordlijn in 2005 is gestart met online hulpverlening , is het aantal jongeren dat gebruik maakt van de Zelfmoordlijn bijna verdubbeld.  Het aanbod van online hulpverlening verlaagt de drempel voor jongeren om de stap naar hulpverlening te zetten. Web 2.0 biedt ons ook nieuwe kansen om jonge potentiële suïcidepogers te bereiken zonder dat ze zelf actief naar ons moeten op zoek gaan. Het pionierswerk dat we met de hulp van Trendwolves en Netlog kunnen uitvoeren, krijgt er de nodige aandacht.
  • Nu, om tot een evenwichtig beeld te komen is het misschien handig om niet alleen naar ontwikkelingen in het verleden te kijken. Ook de toekomst heeft één ander in petto. “ The future has already arrived” naar een citaat van William Gibson, je weet wel de SF-auteur die het begrip cyberspace lanceerde in 1984.
  • Een eerste evolutie die nu zijn intrede doet is de overgang van een 2D ruimte naar een 3D ruimte. Veel jongeren gebruiken een nickname of hebben een avatar. Wie onder u heeft een nickname? Het is een opstapje in de virtuele wereld. Soms leidt het tot het uitwisselen van de echte gegevens, soms blijven mensen elkaar ook jarenlang aanspreken met hun nicks. Een groot deel van het sociale leven van jongeren speelt zich af achter het scherm: de gsm of de pc. In huiselijk verband zijn er gezinnen met zich regelmatig herhalende conflicten tussen ouders en kinderen over overmatig gebruik en over hun internetgedrag. Andere gezinnen maken afspraken en bij een grote meerderheid zijn er geen conflicten.
  • Flaneren gaat over kijken en bekeken worden. Hoe meer we ons online tonen, hoe sterker je digitale reputatie overeenkomt met de realiteit. Avatarprofiel(en) bepalen mee wie we zijn. Is het toevallig dat deze flaneurs zoals Oscar Wilde, André Gide en Charles Baudelaire nadachten over hun rol die zij speelden in de publieke ruimte? Dat zij precies wisten hoe zij zich lieten fotograferen? Dat zij hun imago tot in de puntjes verzorgden? Ze dachten na over hun voorkomen, iets wat wij nu een profiel of een avatar noemen. Anonieme nicknames hebben afgedaan. We willen échte mensen met échte foto’s van échte gebeurtenissen. De ontwikkeling zet ons aan tot zelfreflectie in termen van authenticiteit en reputatiemanagement (wat een lelijk woord, trouwens). Anonieme citaten zijn niet meer ernstig en je eigen, ondertekende teksten en beelden worden gelinkt aan je profiel en je autoriteit.
  • Thuiskomen van school… De 3D wereld houdt ook verband met het steeds groter wordende computergeheugen en het feit dat dit steeds minder plaats inneemt. De Wet van Moore (1965) stelt dat de capaciteit van een computerchip tweejaarlijks verdubbelt en zijn volume halveert.
  • Huiswerk maken…
  • Het brengt ons bij de gamerswereld. Je hoefde deze zomer niet naar Boston om te ontdekken wat de rol van games kan zijn in deze context. Games kunnen je lichaam en geest in conditie houden Games kunnen je motorische vaardigheden aanleren en verscherpen Games kunnen je informeren (serious gaming) En misschien kunnen games je helpen om slecht gewoonten af te leren (conditionering) Natuurlijk is het ook de vraag bij dergelijke initiatieven in hoeverre het gaat om werkelijk meetbare effecten of in hoever het om commerciële initiatieven gaat, want gaming is big business.
  • Vergelijkbaar met google Earth: je installeert een stukje software op je pc en dan kun je het programma gebruiken waar je wenst, zonder dat alle data op je harde schijf terecht komen. 3D, dokter Tulp zou jaloers zijn. Kent u dokter Tulp nog? Neen?
  • Deze dia is zwart, we tasten daarvoor nog te veel in het duister. Na de 3D toepassingen volgt het web of things. Internet in de voorwerpen. Airbags voorzien van sensoren en internetaansluiting zodat er bij een accident onmiddellijk een signaal wordt gegeven aan de hulpdiensten. De koelkast van de toekomst kent zijn eigen inhoud. De kast is voorraadbeheerder, commandopost in de keuken, het verbindingscentrum tussen ons en de winkel, en aanstuurder van de keukenapparaten. In de week hebben we haast, in het weekend willen we uitgebreid tafelen. De koelkast helpt. Halen we de diepvriespizza eruit, dan zet de koelkast de oven aan op de juiste temperatuur. Toetsen we Dinner with friends in dan helpt de koelkas ons met het menu volgens de gasten en voorziet hij ons van recepten en eetprogramma's op tv. Wat we niet in huis hebben, kunnen we online bestellen. Wat bijna over tijd is staat prioritair op ons te consumeren lijstje. Bovendien is de koelkast verbonden met onze winkelkar. Wat hebben we nodig? Wie komt er dit weekend thuis? Waarom zouden we deze koelkast niet verbinden aan de actieve voedingsdriehoek? Ook winkelen van thuis uit kan. De koelkast leent zich tot apparaat met hersens: het is immers het saaiste en minst geëvolueerde toestel in de keuken. Wie een fornuis koopt, vindt het immers leuk om in de pan te roeren, en elk decennium evolueerden die: van gas naar elektriciteit, naar inductie en microwaves.
  • Deze dia is wit. We zijn verblind door onze fantasie. Maar toch. Het is de mens, niet de voorwerpen die verbonden worden met het internet. Er zijn ondertussen al enkele voorbeelden.
  • Vijftien jaar geleden vertaalde Karin Spaink het cyborgmanifest van Donna Haraway. Spaink deed meer dan het vertalen alleen, ze schreef er een uitgebreide inleiding bij. En die inleiding was nodig. De taal en het betoog van Harraway leek op een verre toekomst. Het cyborgmanifest heeft tegenwoordig weinig aan actualiteitswaarde ingeboet. Haraway toont dat allerlei tweedelingen achterhaald zijn en creëert het nieuwe perspectief van de cyborg, een kruising tussen mens en machine. En deze cyborg is ondertussen overal aanwezig. Het heeft geen zin om de oude tweedelingen in leven te houden, interessanter is te zoeken naar nieuwe perspectieven. In het cyborgmanifest dat volgend jaar zijn 25 ste verjaardag viert, toont Donna Haraway dat tweedelingen thuishoren in een industrieel tijdperk en aldus achterhaald zijn in de informatiesamenleving. De kunst van Haraway bestond er in om een nieuw en emancipatorisch perspectief te creëren. De cyborg als kruising van mens en machine is ondertussen overal aanwezig. Iedereen heeft vanaf een zekere leeftijd inbouwapparaten en we bedienen ons van machines die ons kracht geven.
  • Niet bestemd voor kinderogen. Het debat gaat terug tot in de zestiende eeuw. Sinds de boekdrukkunst groeide het aantal instrumenten om kinderen uit de volwassen wereld te houden. De kinderwereld werd afgeschermd met gescheiden slaapkamers, het onderwijs, jeugdverenigingen, jongerenliteratuur… Die gescheiden wereld, die vijfhonderd jaar lang groeide, wordt door internet in één decennium vernietigd. Onschuldige kinderblikken worden geconfronteerd met dingen die we zelf pijnlijk vinden. In die vijfhonderd jaar verlaagde onze pijnlijkheidsdrempel heel drastisch, dat weten we van de historicus en socioloog Norbert Elias. En zolang we de eigen pijnlijkheidsdrempel niet beschouwen als een historisch product, is het moeilijk om met kinderen te dialogeren over schrik, schaamte en seksualiteit én hen sociaal weerbaar te maken. Vijftien jaar geleden reageerde de goegemeente gechoqueerd op deze beelden. Wie goed kijkt ziet dat de poppetjes sterk lijken op vruchtbaarheidsbeeldjes uit de oudheid. Misschien zijn ze dat: vruchtbaarheidsbeeldjes uit de cyberoertijd. Inmiddels verschoof de pijnlijkheidsgrens in de andere richting. We lachen dit weg, maar wie loopt niet verveeld bij het zien van onkuise tienermeisjes, of van kinderen die elkaar verrot schoppen terwijl een mobiele telefoon filmt? Wie breeddenkend is argumenteert dat er altijd al achterpoortjes waren om te doen wat niet mag, te proeven, te experimenteren. Wie wat smaller denkt, wie niet zo van brede perspectieven houdt, stelt dat internet geen achterpoortje is, maar de stadspoort van Babylon die zonder ophaalbrug wagenwijd openstaat. Maar is dat wel zo? Populaire media bieden geen (gelukkig?) juist beeld: hun lijst valkuilen tijdens het flaneren is gigantisch lang. Overdrijving is nooit ver weg. Wetenschappelijk onderzoek en gezond verstand relativeren. Wat moet ik een vertekend beeld hebben gehad van wat seksualiteit was…
  • Ook deze publicatie zet een juiste toon. De meeste tieners moet je niets te vertellen over internetrisico’s. Door vallen en opstaan maken ze geregeld onprettige dingen mee. Hoe sterker ze in hun schoenen staan, hoe beter ze er mee omgaan. De mediamisleiding is groot. Evaring leert dat oneerbare voorstellen doorgaans niet van onbekenden komen, maar van leeftijdsgenoten, familie of vrienden. En wees gerust: de meeste jongeren gaan er niet op in. Mogen we op onze twee oren slapen12 tot 14 jarigen het kwetsbaarst zijn: zij praten minst met hun ouders over seks en als jonge puber zijn ze erg beïnvloedbaar. Bovendien doen zij zich graag ouder voor. Op internet is dat eenvoudig. Precies daarom heeft deze groep steun of begeleiding nodig: ze stellen zich ongedekt op en hebben geen wapens
  • Het onderzoek in Nederland in 2006 telde 10.000 respondenten en is representatief voor Vlaanderen.
  • De meeste jongeren gaan niet in op de seksuele verzoeken. Ze geven aan het niet te willen en blokkeren de ander desnoods. Wie er wel op ingaat (1/3 jongens, 1/10 meisjes / cam: 1% jongens, 2% meisjes) doet dit omdat ze het leuk of spannend vinden, niet omwille van onderdrukking. Er zijn groet verschillen inzake de beleving van seksueel getinte ervaringen. 62% van de meisjes vindt het niet leuk om zo’n vragen te krijgen, tegenover 13% van de jongens. De anonimiteit maakt deze ervaringen toch een pak minder vervelend dan in real life. Druk of dwang wordt echt wel als vervelend omschreven. Internetopvoeding van pubers komt neer op seksuele opvoeding. Strategieën om er niet op in te gaan zijn: negeren, zeggen dat ze het niet willen en blokken. Anderen zijn nog assertiever: “ik ben geen camhoer.”
  • Om af te ronden wil ik nog iets zeggen over de digitale kloof. Om te beginnen past het beeld opnieuw perfect in de ruimtelijke metafoor van het internet. Het beeld van de digitale kloof roept misverstanden in het leven. Die misverstanden leiden bijgevolg tot foute oplossingen of strategieën die niet werken. Eerdere pogingen om zielige groepen aan de pc te zetten mislukten, omdat het uitgangspunt niet deugde. Mensen moeten zich niet aan de techniek aanpassen, maar omgekeerd, de technologie moet zich aan de mens aanpassen. Het begrip ‘digitale kloof’ laat zich niet zien in de tegenstellingen tussen jong en oud, arm en rijk, blank en zwart, man en vrouw, leerkracht en leerling, hulpvrager en hulpverlener.
  • De digitale kloof. Deze screenshot vat samen waar het bij de digitale kloof om draait. Althans, het cliché ervan. Dit is wat Google afbeeldingen ons vertelt over de kloof: ze is te overbruggen, te dichten, met goedkope pc’s voor de derde wereld en een goed beleid, we zien senioren en kinderen, we zien beelden uit de derde wereld en een leerkracht, bij een leerling. Nu is het zo dat een steeds kleinere groep mensen niet over een pc beschikt en geen toegang tot internet heeft. Even dachten we dat we er waren, dat de kloof gedicht was. Ja? Maar… het is niet omdat je een computer hebt, dat je die ook kan gebruiken. Het is niet omdat steeds meer mensen een PC bezitten dat het probleem opgelost is. De kloof verschuift van bezit naar gebruik. Deze uitspraak illustreert dat voortreffelijk.
  • Ik had de laatste jaren het geluk om mensen te leren kennen die wonen, leven en werken in de onderkant van onze samenleving. We noemen ze arm, kansarm, ongeletterd… we hebben er verschillende benamingen voor bedacht. Mensen in armoede gebruiken technologie op verschillende wijze. Bekijk deze drie uitspraken. Er is een groep die nooit beroep doet op nieuwe technologieën, we zien een groep selectieve gebruikers en een groep gesofisticeerde gebruikers. Hun getuigenissen tonen dat en verschillen in wezen niet van andere groepen: je vindt deze driedeling van negatie tot technologische omarming bij vrijwel alle categorieën mensen: ja, zelfs bij docenten in het hoger onderwijs. Als je weet dat 15 tot 18 procent van de Vlamingen laaggeletterd is, kan dit uiteraard niet alleen de armen treffen. Zo, het eerste misverstand is bij deze uit de weg geruimd: digitale ongeletterdheid vinden we overal. Er ontstaat een kloof tussen wie ICT inzet voor het verbeteren van zijn positie en wie dat niet kan. Hier gaat het om het verwerven van digitale vaardigheden: ict-vaardigheden, informatievaardigheden en sociale vaardigheden. Deze ict-uitsluiting zal de reden zijn voor een maatschappelijke uitsluiting, belangrijker dan de kleur van je huid, je geslacht of je leeftijd.
  • Nog een misverstandje. Voor de volledigheid. In de meeste discussies over de digitale kloof blijft het ontwikkelingsproces van de technologie buiten schot. De geschiedenis toont dat early adopters altijd jong, wit, man en hoog opgeleid zijn. Na verloop van tijd worden andere groepen bereikt en is er een fractie achterblijvers. Hier speelt een fundamenteler probleem, namelijk een eenzijdig gebruikersbeeld in de ontwerpfase. Uitsluiting begint al in een vroeg stadium. Daardoor wordt het probleem bij de slachtoffers gelegd die een inhaalbeweging moeten doen.
  • De bestaande vormen van sociale ongelijkheid (naar klasse, leeftijd, sekse en etniciteit) worden niet bevestigd in onderzoek.
  • Zo, het is tijd om mijn presentatie te finaliseren. Laat ons eerlijk zijn. Ontsnappen aan het web is onmogelijk. Crossmediaal.
  • Hoeveel keer heb ik dit al herschreven? Besluitend: Pas je initiatieven aan, aan de doelgroep. Flaneer, op een gepaste wijze. Met kleine kinderen ga je spelen in een parkje en eenmaal ze het parkje gewoon zijn kijk je van op een bankje toe. Senioren leer je het stadsplan, het verkeersreglement en het openbaar vervoer kennen. Zo kunnen ze zelf op verkenning. Dat zijn informatievaardigheden. Je kan ze beleefd de weg leren vragen of ze uitleggen dat je bij het liften niet in elke auto stapt. Dat zijn sociale vaardigheden. Kortom leer ze e-vaardig zijn, of leer flaneren: het is zowel een intellectuele als een sociale bezigheid. Een belangrijke taak voor het vormingswerk ligt in het helpen onderscheiden van informatie: wat is waardevol en wat is nep. Wanhopige of zieke mensen nemen immers snel hun toevlucht tot magische, commerciële of ideologische nepoplossingen. Hun zoek- en vindgedrag baadt in een nevelige magische waas. Hen wapenen moet vroeg gebeuren. Flaneren niet alleen kijken naar de omgeving om je heen, maar is ook jezelf verkopen. Maak dat je organisatie zichtbaar en vindbaar is op dat internet. Als ik nu intuïtief zoek naar gezondheidsinfo kom ik bij een reeks charletans terecht die me viagra willen verkopen. En zeg nu zelf. U weet ondertussen dat ik vijf kinderen heb. Bij de anticonceptie, daar zou ik moeten terechtkomen. De digitale kloof is een mythe. Internet is om een evoluerend landschap en mensen reizen er met verschillende snelheden. En daar zijn we ons beter van bewust. Gezondheidspromotie is in de digitale wereld meer dan ooit nodig. Een oproep: deskundige sta op en maak u bekend op het net. Zodat men weet hoe betrouwbaar info is. De powerpointpresentatie kunt u downloaden via slideshare. Ik dank u voor uw aandacht. Eén van de vele versies van deze tekst kun je nalezen op http://gameovergames.skynetblogs.be. De powerpointpresentatie kunt u downloaden via slideshare.

Transcript

  • 1. Flaneren in cyberspace B e n e d i c t W y d o o g h e E-xpertisecentrum E-Cultuur & Nieuwe geletterdheid KATHO - IPSOC Oktober 2009
  • 2.
    • “ Met niets in de werkelijkheid hebben we direct contact: het onbekende wordt gekend via wat bekend is. Kennen is het inruilen van oude metaforen voor nieuwe .”
    • Nietzsche
  • 3. DIGITALE KLOOF domeinen ADRESBALK De melkweg van het internet SITES ROOMS De Matrixruimte HOME WEB MAIL Trage verbindingen Cyberodyssee The Great Firewall Web123 Surfen of slenteren EEN INTERNE S T Vijfde dimensie De digitale stad Het Transgalactisch Liftershandboek Server = toeganspoort DO NOT ENTER Under Construction ROBINSONLIJST
  • 4.  
  • 5. Informatiecontext VOLUME TAAK BELANG BG Weinig Leren Weten GOOGLE Veel Vinden Toegang AG Overvloed Selecteren Waarderen
  • 6.  
  • 7. Wie gezondheidsinformatie zoekt moet kritisch zijn: praat met. Een bevraging leert dat veel Belgen niet weten dat op internet veel verdachte info circuleert. Surfers checken zelden of een site betrouwbaar is. Het onderzoek leert dat de huisarts de voornaamste bron van gezondheidsinfo is, op de hielen gezeten door internet. Soms nemen patiënten op basis van de internetinfo het heft eigen in handen, zij het vaak voor eerder onschuldige zaken. Nagaan welke de bedoelingen zijn van een site, is noodzakelijk: commercieel, ideologisch, informatief.
  • 8.
    • 73% zoekt medische info
    • 47% zoekt naar voeding, dieet en vermageren
    • 40% zoekt info over ernstige ziekten
    • 35% over geneesmiddelen en vaccins
    • 30% over lichaamsbeweging en sport
    • 25% over alternatieve geneeswijzen
  • 9. Wie geneesmiddelen koopt via het net doet dit beter via sites met dit logo. Vrijwel alle internetgeneesmiddelen zijn namaak, waardeloos of ronduit gevaarlijk. Op aandringen van Europa is geneesmiddelenverkoop via internet niet langer verboden, weliswaar enkel uit erkende apotheken en voor geneesmiddelen zonder voorschrift. Nu, de nood aan internetbestellingen is klein in Vlaanderen omdat er hier zoveel apotheken zijn. De wet zet apothekers aan klanten te verplichten om medicijnen af te halen om zo advies mee te geven. Geneesmiddelen opsturen is niet verboden.
  • 10.  
  • 11. Een tab die de meeste gebruikers niet aanklikken. De overlegpagina, daar vind je informatie over de hete hangijzers en hoe je nieuwe informatie kan interpreteren. De teksten kunnen algemene kennis bieden maar mogen niet leiden tot diagnose of behandeling. Mensen spelen graag deskundige en onderzoeker, maar websites zijn vaak goed gemaakt en zien er vaak eerlijk en professioneel uit, terwijl ze dat helemaal niet zijn. En hier ligt volgens mij een eerste taak voor deze sector: hoe kom je als leek in aanraking met gedegen informatie? Hoe kan ik de info beoordelen in eenvoudige categorieën: gaande van nonsens en bedrog, over commercieel, ideologisch of wetenschappelijk.
  • 12.  
  • 13. INFORMATIE-VAARDIG SOCIAAL VAARDIG ICT-VAARDIG ? Web 0.0 4.0 5.0…
  • 14.  
  • 15. “ Flaneren is de middenweg tussen het ongekende en het gekende. De plek is gekend, maar de invulling ervan verrast.” “ Het is als Parijzenaar in Parijs ronddolen en verrast worden door een charmante buurt of een ongewone situatie .”
  • 16.
    • Web 2.0 is not a technological revolution, it’s a social revolution. Web 2.0 is an attitude.
      • Master thesis “Blogs : A Global Conversation”
  • 17.
    • “ Een feilloos gevoel voor timing: op het juiste moment op de juiste plaats.”
    • “ Een duik in de anonimiteit van de menigte, en dan weer een terugval in geborgenheid.”
    • Geert Mak
  • 18.  
  • 19.
    • DS. 21 september 2007 : Bedrieger bedrogen
    • Sana (27) en Adnan (32) uit Sarajevo flaneren op internet en lopen elkaar tegen het lijf in een chatroom. Sana noemt zich Slatkica (schatje) en Adnan is er Princ Radosti (Prins van het Geluk). Ze vertellen elkaar alles over hun beslommeringen en hun slechte huwelijk. 'Plots was ik fantastisch verliefd. Ik dacht dat ik iemand vond die me begreep', aldus Sana. Als ze besluiten elkaar te ontmoeten is de verbazing groot. 'Ik vind het moeilijk te geloven dat Slatkica, die me lieve woordjes fluisterde en me begreep, de vrouw is met wie ik getrouwd ben en die me al die jaren nooit dergelijke dingen vertelde', zei Adnan. Beiden beschuldigen elkaar van overspel en beslissen te scheiden.
  • 20.  
  • 21.  
  • 22. Acroniemenstress? WILF
  • 23.  
  • 24.  
  • 25.  
  • 26.  
  • 27.  
  • 28.  
  • 29.  
  • 30.  
  • 31.  
  • 32.  
  • 33. http://www.visiblebody.com/TutorialMovie
  • 34.  
  • 35. TOEKOMST
  • 36. VERRE VERRE TOEKOMST
  • 37.
    • TEGENGESTELDE ZEKERHEDEN VERDWIJNEN
    • Man / vrouw ………….GENDER
    • Mens / machine……...CYBORG
    • Openbaar / privé ……CYBERSPACE
    • Natuur / cultuur …….. .E-NVIRONMENT
    • Thuis / werk ……….....E_WORK
    • Tekst / beeld …………MULTIMEDIA
    • Produ- / consument …PROSUMENT
    • Hier / daar…………….E-LOCATIE
    • Arm / rijk………………E-CONOMIE
    • Jong / oud …………… E-VARING
    • Blank / zwart…………. E-TNICITEIT
    • Leerkracht / leerling…. E-LEREN
    • Hulpverlener / -vrager..E-MANCIPATIE
    • Waar, wie of wat ben ik?
    • CYBER FLANEUR?
  • 38.  
  • 39. “ De meeste tieners hoef je niets te vertellen over netrisico’s.” “ Ze zijn digitaal gepokt en gemazeld.” “ De zwakste groep zijn de 12 tot 14 jarigen.”
  • 40.
    • “ Haar ogen waren net zo blauw als op internet.”
  • 41.
    • 57% meisjes kreeg seksuele verzoeken (47% cam)
    1/4 jongens en 1/5 meisjes had afgelopen half jaar seks via internet 10-18 jarigen 39% heeft TV op kamer 96% is online met piek op 15 jaar 7/10 praten over hun Internet-gedrag met hun ouders Ouders onderschatten de internettijd van hun kinderen. 57% chat regelmatig “ De seksualisering van de maatschappij is een fabel.” “De toegankelijkheids-drempel verlaagde.” Virtueel uitgaan is leuker dan een avondje uit. Corrigerende boodschappen uit de onmiddellijke omgeving bepalen of men overgaat tot imitatiegedrag 40% van de jongens kreeg een seksueel verzoek (11% cam) “ Wat je in elk geval niet moet doen is schrikken van de opgewonden media. Bange ouders hebben aantoonbaar meer opvoedkundige moeite dan zij die het hoofd koel houden.”
  • 42.
    • ‘ Kinderlokkers ’ liegen niet over hun leeftijd en hun seksinteresse. 13 tot 15-jarigen die op de uitnodiging ingaan, seksen meermaals. De helft van de slachtoffers voelt verliefd- of verbondenheid met de dader . Weinig plegers gebruiken geweld. Jongeren die eenzaam, depressief, twijfelen aan hun geaardheid of een moeilijke ouderrelatie hebben, zijn kwetsbaar .
  • 43. De digitale kloof voorbij B e n e d i c t W y d o o g h e Expertisecentrum E-Cultuur IPSOC - KATHO
  • 44.  
  • 45. “ Zij die technologie maken doen maar wat, vooral voor de mensen die geld hebben. Maar naar ons wordt niet omgekeken. Ze zouden eens wat meer naar ons moeten luisteren en rekening met ons houden, zowel met onze kleine portemonnee als met hoe eenvoudig wij maar zijn.” “ Als ik thuis ben en ik heb efkes tijd, dan ga ik wel achter mijn laptop zitten en dat typ ik wel iets in. Dat is wel gemakkelijk, want met de computer schrijf ik minder fouten dan gewoon. Want als ik fouten schrijf dan komt daar en rood lijntje en dan moet ik naar het woordenboek gaan…” “ Ik heb nood aan contacten met mensen, anders kwijn ik helemaal weg. Ik kan er niet tegen om alleen te zitten. En door die technologie kan ik toch met veel mensen spreken, met de chat zo hé. Ik vind dat plezant.”
  • 46.  
  • 47. Digitale kloof E-mancipatie / E-ngagement Statisch Dynamisch Negatief Positief Tweedeling in specialist en digibeet Netwerk waar iedereen betrokken is Technische benadering, eenrichting Culturele benadering, dialoog Onderwijs, eenmalige cursus Vormingswerk, levenslang Uniformiteit Diversiteit
  • 48. Van wieg tot graf
  • 49.
    • Flaneren_in_cyberspace_final.docx
    • Flaneren_in_cyberspace_final.final.docx
    • Flaneren_in_cyberspace_final.forreal.docx
    • Flaneren_in_cyberspace_version2.docx
    • Flaneren_in_cyberspace_absolutelyfinal.docx
    • Flaneren_in_cyberspace_final.2.docx
    • Flaneren_in_cyberspace_final.3.docx
    • Flaneren_in_cyberspace_ working.docx
    • Expertisecentrum E-Cultuur: http://gameovergames.skynetblogs.be
  • 50. Deze presentatie op http://www.slideshare.net/benedictwydooghe Verder lezen…
    • In volgorde van belang:
    • LINC & SPK. (2009). Aanbevelingen inzake digitale kloof voor de Vlaamse regering .
    • Frissen V., Cultuur als confrontatie. De mythe van de digitale kloof. http://sadan.wdfiles.com/local--files/2-digitale-kloof/Mythe_digitale_kloof.pdf
    • Vermeulen, A. & Van den Braembussche, A. (2008) . Baudelaire in cyberspace. http://www.angelovermeulen.net/data/vault/VandenBraembussche&Vermeulen_BiC_Dialoog5.pdf : VUB-Press. Verder werken de volgende websites de metafoor verder uit: http://www.sociology.mmu.ac.uk/vms/vccc/s1/s1_2/printer.php , http://www.ceramicstoday.com/articles/050498.htm , http://www.groene.nl/2001/0145/sp_spektakel.html en http://www.raynbird.com/essays/Passage_Flaneur.html .
    • Laermans, R. (1999). De stad als sociaal kunstwerk: een sociologische visie . In: Raymaekers, B. e.a. (Red.). De mens en zijn wereld morgen. Leuven: Universitaire Pers Leuven.
    • Loeckx, A. (1999). De architectuur van de eenentwintigste-eeuwse stad. Plaatsen voor plaatsloosheid .  In: Raymaekers, B. e.a. (Red.). De mens en zijn wereld morgen . Leuven: Universitaire Pers Leuven.
    • Zie ook: http://sadan.wikidot.com/2-digitale-kloof