ENCYCLOPEDIE
FUNCTIONELE ONTWERPEN
Stichting Triple A   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
ONDERWIJSVISIE   1




ONDERWIJSVISIE
2   ONDERWIJSVISIE
ONDERWIJSVISIE   3




INLEIDING

            In dit deel van de encyclopedie verwoorden wij het ‘waarom’ van het ontwerpen
            van nieuwe ondersteunende systemen.


            Naast de veroudering van de huidige systemen, verandert de omgeving en de
            onderwijswereld. Dit brengt, ook voor ondersteunende systemen, nieuwe vragen
            met zich mee en leidt tot nieuwe behoefte.


            Voor het uitwerken van een eerste functionele ontwerp hebben wij het expliciteren
            van onze (gezamenlijke) onderwijsvisie nodig gehad. Van daaruit konden wij de
            slag maken naar wat wij willen van nieuwe systemen.


            Om die reden hebben wij ook de onderwijsprocessen, volgend uit de onderwijsvisie,
            gedefinieerd. Het resultaat is de onderwijsprocesplaat die in dit document opge-
            bouwd wordt tot een totaaloverzicht.


            Het gedachtegoed in dit document hanteren wij als uitgangspunt voor de beschrijving
            van functionaliteit in alle door ons opgestelde functionele ontwerpen.
4   ONDERWIJSVISIE




                     INHOUDSOPGAVE

                                     Inleiding                                                         3

                                     Verschillende redenen voor nieuwe systemen                        6
                                         Het onderwijssysteem: processen in een onderwijsinstelling    8

                                     De onderwijsprocessen vanuit deelnemersperspectief                9
                                         Inschrijven en overdracht van deelnemergegevens              10
                                         Leervraag arrangeren                                          11
                                         Onderwijscatalogus                                           12
                                         Roosteren en prognotiseren                                   14
                                         Middelen                                                     16
                                         Primair proces ondersteuning                                 17
                                         Diplomering en uitschrijven                                  18
                                         Externe verantwoording en overdracht deelnemergegevens       19

                                     Het totaalbeeld van de onderwijsprocessen                        21
ONDERWIJSVISIE   5




ONDERWIJSVISIE
6   ONDERWIJSVISIE




                     VERSCHILLENDE REDENEN VOOR NIEUWE SYSTEMEN

                                     Er zijn verschillende redenen voor de behoefte aan nieuwe systemen. De ervaring
                                     dat de huidige systemen niet meer voldoen is een belangrijke component. Een
                                     andere behelst een (her)nieuw(d)e blik op de (toekomstige) veranderingen in het
                                     onderwijs.


                                     ‘De huidige systemen voldoen niet meer’
                                     - Veel van de huidige systemen zijn gebaseerd op technologie van de jaren ’90 en
                                      zijn daarmee verouderd
                                     - De (onderwijs)wereld verandert, dus ook de functionele eisen die gesteld worden
                                      aan ondersteunende systemen
                                     - De omvang van (veel van) de huidige systemen is enorm toegenomen waardoor
                                      de systemen vrijwel onbeheersbaar zijn geworden (bijvoorbeeld het afnemen van
                                      de performance en de complexiteit van wijzigingen op de functionaliteit)
                                     - De huidige systemen zijn, met het oog op de destijds belangrijk geachte eis dat er
                                      zo min mogelijk geïmporteerd en geëxporteerd moest worden, gesloten systemen
                                      met grote complexiteit
                                     - De nieuwe systematiek in het mbo-onderwijs (zoals het inschrijven in domeinen
                                      en eventuele toekomstige regelgeving) kan met de huidige systemen onvoldoende
                                      ondersteund worden
                                     - De grotere variëteit in opleidingen, cursussen en leermogelijkheden die de onder-
                                      wijsinstellingen bieden wordt niet voldoende ondersteund door de huidige systemen.


                                     ‘Het onderwijs is in beweging’
                                     Veranderingen in de maatschappij, nieuwe inzichten over het leren en nieuwe
                                     technologische mogelijkheden beïnvloeden het onderwijs. Met het verdwijnen van
                                     strakke, centraal gestuurde richtlijnen over de inhoud van het onderwijs, hebben
                                     onderwijsinstellingen meer keuzevrijheid gekregen. Deze keuzevrijheid heeft onder
                                     meer tot gevolg dat:
                                     - De loopbaan van de deelnemer meer en meer als vertrekpunt wordt genomen
                                     - Leren plaatsvindt in reële en betekenisvolle (beroeps)contexten
                                     - De pedagogisch-didactische benadering verandert naar begrippen als binding,
                                      zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de deelnemer
                                     - Ook ondernemerschap en ondernemend zijn plaats krijgt in de loopbaan van de
                                      deelnemer
                                     - Als laatste dat er veel meer geïntegreerde begeleiding en zorg plaatsvindt tijdens
                                      de loopbaan.
ONDERWIJSVISIE   7




Het model dat Jan Geurts heeft ontwikkeld, gaat uit van vier keuzes die instellingen
kunnen maken (of een mix daarvan).




Figuur 1. Onderwijsmodel van Geurts


Het onderwijs is dus in beweging. De inhoud verandert, er zijn meerdere werk-
vormen en de regelgeving maakt meer mogelijk. De veranderingen gaan echter
langzaam. Het is een kwestie van jaren. Dat wil ook zeggen dat oude en nieuwe
situaties naast elkaar voor kunnen komen. In veel instellingen komen alle vier de
vlakken in het schema van Geurts voor, dus zowel standaardproducten als allerlei
vormen van ‘nieuw leren’.


De essentie van het generieke van de ontworpen systemen, is dat alle vier de
kwadranten van Geurts gefaciliteerd worden. Daarmee worden alle vormen van
flexibiliteit ondersteund.
8   ONDERWIJSVISIE




                     Het onderwijssysteem: processen in een onderwijsinstelling
                     Gemeenschappelijk in de verschillende onderwijsconcepten van de instellingen is
                     dat er sprake is van deelnemers die leren en medewerkers van de instelling die do-
                     ceren, adviseren en begeleiden (en nog andere rollen kunnen hebben). In het (mid-
                     delbaar) beroepsonderwijs is kwalificeren een expliciet te onderscheiden onderdeel
                     van het proces (we maken dus procesmatig onderscheid tussen leren en kwalificeren).
                     Leren, kwalificeren en begeleiden verlopen in de kern cyclisch (in verschillend maar
                     afgestemd tempo en frequentie).


                     Het proces start op het moment dat een lerende (leerling, deelnemer of student)
                     zich aanmeldt bij de onderwijsinstelling. Na een intake wordt de deelnemer uit-
                     eindelijk ingeschreven voor een leerloopbaan. Binnen het mbo is dat binnenkort
                     bijvoorbeeld een inschrijving op een domein, binnen het vo is dat een opleiding en
                     bij educatie kan dat een cursus zijn.


                     Vanaf dat punt is ‘loopbaan’ niet vooraf uitgestippeld, maar vindt een cyclisch pro-
                     ces plaats van begeleiden en leren. Telkens wordt in de begeleiding het gewenste
                     onderwijs of de leervraag (voor een kortere of langere periode) bepaald op basis
                     van de leerbehoefte, en de al behaalde resultaten. Deze behaalde resultaten, kort
                     gezegd de output van het leerproces, worden in het begeleidingsproces geregis-
                     treerd, geïnterpreteerd en gemonitord.
ONDERWIJSVISIE   9




DE ONDERWIJSPROCESSEN VANUIT DEELNEMERSPERSPECTIEF

                Vanuit het onderwijssysteem zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, werken wij
                de onderwijsprocessen vanuit het perspectief van de deelnemer verder uit. Op die
                manier ontstaat een volledig beeld van het totale proces dat een deelnemer door-
                loopt.


                Stapsgewijs bouwen wij in dit hoofdstuk een model op dat de totaliteit aan
                onderwijs(werk)processen beschrijft en dat als basis dient voor de uitwerking van
                de functionele ontwerpen van de kernsystemen.
                De kleuren van de processen die u in de plaatjes gaat zien, zijn overeenkomstig
                met de kleuren van de kernsystemen die u in figuur 2 hieronder ziet.
                Aan het einde van dit hoofdstuk vatten wij de kernsystemen nog eens samen.




                Figuur 2. De kernsystemen
10   ONDERWIJSVISIE




                      Inschrijven en overdracht van deelnemergegevens




                      Figuur 3. inschrijven en overdracht deelnemersgegevens


                      De start van het hele traject dat een deelnemer doorloopt is de aanmelding en
                      daaruit voortkomende inschrijving. Over het algemeen meldt een deelnemer zich
                      bij een instelling aan met de vraag om daar onderwijs te mogen volgen. Binnen de
                      verschillende onderwijssoorten verschilt de aanmelding. Bij een mbo-opleiding vindt
                      er bijvoorbeeld na de aanmelding een intake plaats, terwijl bij het vmbo het advies
                      van de basisschool een rol speelt bij de inschrijving (plaatsing).
                      Dit is de reden dat wij de aanmelding niet verder hebben uitgewerkt in een functio-
                      neel ontwerp.


                      Bij de intake wordt bekeken of de instelling de deelnemer iets te bieden heeft. Als
                      dit het geval is komt een verbintenis tot stand. Bij dit moment van inschrijven gaat
                      de onderwijsinstelling een verplichting aan, om geschikt onderwijs te gaan leveren.
                      Tevens wordt het logistieke proces in gang gezet.
ONDERWIJSVISIE   11




Met het maken van een verbintenis start ook het bekostigingsproces. De onderwijs-
instelling wil gegevens van de deelnemer gaan registreren (beheren identiteit) en
eventuele documenten en leervraag worden vastgelegd.
Eventueel worden de gegevens van toeleverende onderwijsinstellingen opgevraagd
en verwerkt in het registratiesysteem.


Leervraag arrangeren




Figuur 4. Formuleren leervraag en arrangeren van onderwijs


De fase die hierop volgt is het vaststellen van de leervraag van de deelnemer. Dat
kan een driejarige opleiding zijn, afgesloten met een diploma of het kan bestaan
uit een cursus van twee middagen, waarbij van een kwalificatie geen sprake is. De
leervraag van de deelnemer moet zoveel mogelijk worden uitgedrukt – geformu-
leerd – in termen van zogenaamde onderwijsproducten.


Het formuleren van de leervraag is een activiteit die wordt uitgevoerd door deelne-
mer en begeleider.
12   ONDERWIJSVISIE




                      De instelling vergelijkt en matcht vervolgens de vraag van de deelnemer met het
                      aanbod (vanuit een onderwijscatalogus) en arrangeert op deze wijze de opleiding
                      van de deelnemer.
                      Gekozen wordt voor het onderwijs dat het beste past bij de leervraag van de deel-
                      nemer en het beschikbare aanbod van de instelling.
                      Het formuleren van de leervraag en het arrangeren hebben een cyclisch karakter,
                      ook in het volgen van het onderwijs worden opnieuw leervragen geformuleerd (ko-
                      mend uit ‘leertrajectbegeleiding’).


                      Onderwijscatalogus




                      Figuur 5. Onderwijscatalogus


                      In de matching tussen vraag van de deelnemer en aanbod van onderwijs staat de
                      onderwijscatalogus centraal.


                      Uitgaan van de vraag van de deelnemer betekent niet dat alle vragen gehonoreerd
                      worden. Wat aan onderwijs beschikbaar is, komt voort uit de zogenaamde onder-
ONDERWIJSVISIE   13




wijscatalogus. Deze bevat de informatie (metadata) over de onderwijsproducten
van de onderwijsinstelling. Combinaties van onderwijsproducten (arrangementen)
worden gebruikt om het onderwijsaanbod samen te stellen. Een onderwijsaanbod kan
een driejarige opleiding zijn, maar ook een cursus van twee middagen. Een dergelijk
aanbod bestaat dus uit 1 of meerdere onderwijsproducten. Onderwijsproducten kun-
nen van verschillende typen zijn, zo kan het een stage van drie maanden zijn, maar
ook een serie lessen of een summatieve toets. De onderwijscatalogus wordt gebruikt
om de leervraag van de deelnemer te vertalen naar onderwijsaanbod.


Stel dat het onderwijsproduct dat het beste past bij de deelnemer, niet beschikbaar
is dan kan de instelling kiezen voor het ontwikkelen van het product. Wel is dan van
belang dat het voorzien wordt van kenmerken (metadata) en wordt opgenomen in
de catalogus. Alleen de onderwijsproducten die zijn opgenomen in de catalogus en
door middel van de metadatering herkenbaar en herleidbaar zijn kunnen worden in-
gezet in het logistieke proces. Voorbeelden van metadata zijn soort product, beno-
digd personeel, benodigde ruimte, benodigde faciliteiten, leermiddelen, omvang en
andere tijdsaspecten, bijdrage aan competenties en kerntaken, ervaring, financiële
aspecten en beperkende factoren.


Ten tijde van het arrangeren is nog niet bekend of het product (of de combinatie
van producten) direct te leveren of beschikbaar is (het roosterproces is namelijk
nog niet uitgevoerd). Er moet in principe even gewacht worden totdat de vraag van
de deelnemer wordt geconfronteerd met het aanbod van de instelling (het arran-
gement van de producten uit de catalogus en de middelen). Om daar zicht op te
krijgen gaan we de volgende fase in.
14   ONDERWIJSVISIE




                      Roosteren en prognotiseren
                      Na het arrangeren met behulp van de onderwijscatalogus komt de fase van het
                      roosteren. Gekeken wordt of de gevraagde producten ook te leveren zijn, in welke
                      volgorde en natuurlijk op welke termijn. Zo kan het zijn dat een driejarige opleiding
                      alleen in september en januari start, maar kan de korte cursus elke maandag van
                      de week starten. In deze fase worden de onderwijsactiviteiten voor de deelnemers
                      gepland, voor een bepaalde periode. Het geplande aanbod wordt in de vorm van een
                      rooster aan de deelnemer gepresenteerd.


                      Door het accepteren van het rooster gaan de deelnemer en de instelling de ver-
                      plichting aan om het (de) onderwijsproduct(en) aan te bieden en af te nemen. De
                      deelnemer accepteert dus ook de leveringstermijn. Op dat moment kan het onder-
                      wijs daadwerkelijk worden gerealiseerd in een leer- of toetssituatie. Al het onder-
                      wijs dat door een deelnemer is geaccepteerd komt in zijn loopbaan.




                      Figuur 6. Roosteren en prognotiseren
ONDERWIJSVISIE   15




Voor meerdere deelnemers met een leervraag moet onderwijs worden geroosterd.
De keuze van het uiteindelijke rooster wordt mede bepaald door een aantal instel-
lingspecifieke afwegingen (bijv. economische, onderwijsvisie etcetera).


In een aantal gevallen is het onderwijsproduct niet snel genoeg te leveren (of te
plannen) en is dat aanleiding voor de deelnemer en de instelling om opnieuw te kij-
ken naar de wens en de mogelijkheden. Het kan immers niet voorkomen dat ergens
in mei geconstateerd wordt dat de deelnemer tot september moet wachten met
de volgende stap in het onderwijsproces. In dat geval komt de instelling in samen-
spraak met de deelnemer met alternatieven van onderwijsproducten of alternatie-
ven in tijd, plaats of volgorde van producten.


Een bijzonder aspect in het aanbod van onderwijsproducten behelst de beroeps-
en praktijkvorming (BPV). BPV wordt meegenomen als onderwijsproduct in het
roosterproces. Het daadwerkelijk beschikbaar zijn van een BPV-bedrijf en -plaats is
hierbij nog niet van belang; de BPV wordt in het rooster opgenomen ook als er nog
geen BPV plaats gevonden is. Het vinden van een BPV-plaats is een parallel proces
dat al kan starten zodra de leervraag is gearrangeerd of zodra het rooster beschik-
baar is. Uiterlijk op het moment dat de stage ingaat, moet de BPV-plaats gevonden
zijn. Als dat dan nog niet het geval is, ontstaat er een probleem in de uitvoering
van het onderwijs.


Als er tijdens de uitvoering problemen ontstaan met de inzet van de benodigde
middelen, dan kan daarvoor in het bestaande rooster een oplossing voor worden
gevonden. In het geval van een calamiteit wordt er opnieuw geroosterd.
Naast het rooster voor de komende periode (korte termijn) is het van belang
om vooruit te kijken en te anticiperen op komende ontwikkelingen, op basis van
inschattingen en ervaringscijfers van inschrijvingen van afgelopen jaren. Maar ook
demografische gegevens, toekomstplannen van de onderwijsinstelling en nieuw
onderwijsaanbod spelen een rol bij het vooruit kijken.
16   ONDERWIJSVISIE




                      Middelen




                      Figuur 7. Middelen


                      Bij het roosteren van de onderwijsproducten is het van belang om na te gaan of
                      er voldoende onderwijscapaciteit is. Dat wil zeggen dat gekeken moet worden of
                      er bijvoorbeeld personeel, ruimte en middelen beschikbaar zijn op het gewenste
                      moment. Zo moet bij een kortlopende activiteit, waarbij een motor gedemonteerd
                      moet worden, de beschikbaarheid van een technisch docent, een werkplaats en een
                      motor geregeld zijn. Om na te gaan of dat het geval is, moet ‘gekeken’ worden in
                      een aantal onderliggende instellingspecifieke registraties, zoals een HRM-systeem
                      en een facilitair systeem.


                      Ook moeten indien noodzakelijk de kenmerken van een middel gewijzigd kunnen
                      worden om het op een andere wijze in te kunnen zetten. Een gymlokaal kan bij-
                      voorbeeld ook als praktijkruimte gebruikt worden (meegeroosterd worden), mits
                      het de juiste kenmerken bevat.
ONDERWIJSVISIE   17




Primair proces ondersteuning
Het primaire proces betreft de daadwerkelijke uitvoering van het onderwijs.




Figuur 8. Primair proces ondersteuning


De studieactiviteit wordt geregistreerd, geïnterpreteerd (bijvoorbeeld het beoorde-
len van competenties en kennis) en de studievoortgang wordt gemonitord. Op basis
daarvan wordt de deelnemer gestuurd en begeleid, met als resultaat een eventuele
nieuwe of gewijzigde leervraag.


Afhankelijk van het type onderwijsproduct dat is uitgevoerd, kunnen er ook aanvul-
lende gegevens ontstaan. Zo levert een onderwijsproduct met als typering ‘sum-
matieve toetsing’ een summatief resultaat op. Dat resultaat is belangrijk voor de
diplomering. Maar ook andere gegevens zijn mogelijk, bijvoorbeeld formatieve
resultaten of andere resultaten die een deelnemer oplevert. Deze zijn van belang voor
de begeleiding van de deelnemer. Deze gegevens worden met dat doel geregistreerd
en vervolgens worden deze geïnterpreteerd en gemonitord in de begeleiding van het
leertraject van de deelnemer.
18   ONDERWIJSVISIE




                      Ook wordt de aan- en afwezigheid van deelnemers vastgelegd. Deze registratie is
                      op twee manieren belangrijk, enerzijds vanwege de rol die studieactiviteit (aanwezig-
                      heid) speelt in de begeleiding van deelnemers. Met de analyse van de aan- en
                      afwezigheid wordt vastgesteld of de deelnemer bij het onderwijs dat in zijn loop-
                      baan is vastgelegd ook daadwerkelijk aanwezig is geweest.


                      Naast dit begeleidingsdoel, speelt de aanwezigheid een rol in de verantwoording.
                      Het gaat dan om gegevens op een hoger aggregatieniveau. In dat geval zijn
                      geanalyseerde gegevens voldoende. Deze moeten echter wel bruikbaar zijn in het
                      kader van de leerplichtwet of de RMC-meldingen. In geval van opdrachtgevers,
                      anders dan de landelijke overheid, zoals gemeenten of bedrijven, kan registratie
                      van aanwezigheid van belang zijn.


                      Diplomering en uitschrijven




                      Figuur 9. Diplomering en uitschrijven
ONDERWIJSVISIE   19




Uiteindelijk wordt, door het verzamelen van de benodigde summatieve resultaten,
een diploma afgegeven. Dat wil nog niet zeggen dat de deelnemer wordt uitge-
schreven, wel heeft de deelnemer (een deel van) zijn loopbaan achter de rug.


Uitschrijven doet een deelnemer wanneer deze (tijdelijk) stopt met onderwijs
afnemen van de instelling. Dat wil niet zeggen dat de deelnemer uit het oog wordt
verloren. Alumnibeleid, waarbij uitgeschreven deelnemers als belangrijke doelgroep
worden gezien als afnemer van nieuwe onderwijsproducten, speelt binnen alle
onderwijsinstellingen.


Externe verantwoording en overdracht deelnemergegevens




Figuur 10. Externe verantwoording en overdracht deelnemergegevens


Een onderwijsinstelling heeft met veel partijen te maken in het kader van verant-
woording. Dat zijn natuurlijk de formele partijen zoals Cfi, de RMC’s en IBG, maar
ook marktpartijen zoals de gemeenten of bedrijven, vragen om verantwoordings-
gegevens.
20   ONDERWIJSVISIE




                      Veel van de verantwoordingsgegevens kunnen worden ontleend aan de metadata
                      van onderwijsproducten in relatie met de gegevens van de deelnemer. Daarnaast
                      speelt de aanwezigheidsanalyse een belangrijke rol in het kader van RMC-
                      meldingen.


                      Kort samengevat kent de onderwijsinstelling een aantal processen in het kader
                      van de verantwoording:
                      - De uitwisseling van gegevens in het kader van BRON
                      - De toelevering van gegevens in het kader van het Keurmerk Inburgering
                      - De toelevering van gegevens aan opdrachtgevers (contractpartijen)
                      - De toelevering van gegevens op ad hoc-basis


                      Het uitwisselen van (leer)gegevens van een deelnemer tussen onderwijsinstellingen
                      speelt een rol bij de inschrijving en de uitschrijving (export). Er is een overdrachts-
                      dossier met daarin door de onderwijsinstelling gewaarborgde gegevens voor de
                      deelnemer en zijn loopbaan. Het dossier kent een aantal gegevenssets die gevuld
                      worden vanuit de (kern-)registratie van de onderwijsinstelling op het moment van
                      overdracht.
ONDERWIJSVISIE   21




HET TOTAALBEELD VAN DE ONDERWIJSPROCESSEN

                In de vorige paragrafen is stap voor stap het hele traject doorlopen waarmee een
                deelnemer te maken heeft en wat voor soort gegevens worden vastgelegd.
                Dat toont een landschap van vele processtappen in hun onderlinge verband. Al die
                stappen samen levert een compleet schema op, waarin alle elementen van de vo-
                rige paragrafen zijn samengebracht. Zonder een toelichting lijkt het een woud van
                rechthoeken en pijlen.




                Figuur 11. Totaalbeeld onderwijsprocessen: het onderwijsprocesmodel
22   ONDERWIJSVISIE




                      Wel geeft het schema een duidelijk beeld van de samenhang en de noodzaak om
                      deze samenhang tot uiting te brengen in een clustering. Die clustering is in het vol-
                      gende duidelijk gemaakt. De clustering is gebaseerd op twee uitgangspunten:
                      - de uitwisseling van gegevens tussen twee clusters is minimaal
                      - de onderdelen van een cluster behoren functioneel bij elkaar.


                      Daarmee kan een aantal kernsystemen worden benoemd waarvoor functionele ont-
                      werpen zijn opgesteld in Triple A-verband (figuur 12):
                      - Kernregistratie deelnemers (rood)
                      - Digitale overdracht deelnemergegevens (roze)
                      - Onderwijslogistiek, roosteren en het beheren van de middelen (groen)
                      - Onderwijscatalogus (oranje)
                      - Primair proces ondersteuning en portfolio (blauw)
                      - Externe verantwoording (paars)


                      Vanuit deze systemen worden vervolgens relaties gelegd met de buitenwereld en
                      met de bedrijfsvoeringsystemen waarin bijvoorbeeld de middelen worden beheerd.




                      Figuur 12. De kernsystemen
ONDERWIJSVISIE   23




COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
24   ONDERWIJSVISIE




     Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   1




OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
2   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   3




INLEIDING

            Dit deel van de encyclopedie geeft een totaaloverzicht van de gehele architectuur.
            Vanuit onze visie op onderwijs en ICT wordt een samenhangend overzicht gegeven
            van de principes op het niveau van bedrijfsprocessen (de businessarchitectuur),
            informatievoorziening (de informatie-architectuur) en techniek (de technische archi-
            tectuur). Elk van deze drie delen geeft een toelichting op de architectuurprincipes
            die worden gebruikt en beschrijft hun onderlinge samenhang. Deze beschrijving
            wordt afgesloten met een samenvattend overzicht van de architectuurprincipes.


            In een apart deel van de encyclopedie (architectuur) wordt in detail ingegaan op elk
            van deze drie deelarchitecturen, inclusief de bijbehorende modellen en richtlijnen.
4   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




                        INHOUDSOPGAVE

                                        Inleiding                                                        3

                                        Introductie Triple A-architectuur                                 7
                                            Toepasbaar voor gehele sector                                 7

                                        Visie op ICT                                                     8
                                            Veranderingen in het onderwijs                               8
                                            Visie op ICT-veranderingen                                   8

                                        Architectuurprincipes                                            10
                                            Businessarchitectuur                                         12
                                            Samenvatting architectuurprincipes businessarchitectuur      13
                                            Informatie-architectuur                                      14
                                            Samenvatting architectuurprincipes informatie-architectuur   15
                                            Technische architectuur                                      16
                                            Samenvatting architectuurprincipes technische architectuur   18
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   5




OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
6   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   7




INTRODUCTIE TRIPLE A-ARCHITECTUUR

                 In de architectuur van Triple A worden de principes en richtlijnen van Triple A in
                 samenhang in beeld gebracht. Deze principes zijn het uitgangspunt voor al het ont-
                 werp- en ontwikkelwerk dat door Triple A wordt uitgevoerd, en de initiatieven die
                 uit Triple A voortkomen.


                 De basis van de architectuur is dus een verzameling principes. Deze principes zijn
                 enigszins abstract, maar geven wel de kern van de visie van Triple A weer als het
                 gaat om de toekomstige ondersteuning van onderwijs met ICT. Om de principes ook
                 praktisch bruikbaar te maken zijn deze vertaald naar wat meer concrete richtlijnen.
                 Voor de overdraagbaarheid en communiceerbaarheid gaat de architectuur ook
                 vergezeld van een aantal architectuurmodellen, visualisaties van de toekomstige
                 situatie, uiteraard gebaseerd op de architectuurprincipes.
                 De principes hebben op allerlei verschillende aspecten betrekking, variërend van de
                 inrichting van het onderwijslogistieke proces tot het gebruik van open source en
                 open standaarden. Om die reden wordt er onderscheid gemaakt in een drietal
                 deelarchitecturen. De businessarchitectuur over de bedrijfsprocessen, de informa-
                 tiearchitectuur over de informatievoorziening en de technische architectuur over de
                 techniek.


                 Toepasbaar voor gehele sector
                 Triple A is een initiatief voor en door de gehele BVE-sector, waarin naast mbo-
                 onderwijs ook vmbo-, vo-, vavo-, contractonderwijs en inburgering plaatsvindt. Het
                 uitgangspunt is een gemeenschappelijke onderwijsvisie, maar instellingen kunnen
                 verschillende keuzes maken als het gaat om de onderwijskundige benadering, de
                 organisatorische inrichting of de inzet van specifieke technologie.


                 Een belangrijk uitgangspunt van Triple A is dat er geen veronderstellingen worden
                 gedaan of keuzes worden gemaakt voor een bepaalde inrichting van de organisatie
                 én dat er geen beperkingen worden opgelegd aan de technische keuzes die instel-
                 lingen maken. De ontwerpen die Triple A maakt en de oplossingen die op initiatief
                 van Triple A worden gerealiseerd, moeten passen in elke organisatorische inrichting
                 en de veelkleurige ICT-landschappen bij de instellingen.
                 Om dat te bereiken wordt in de architectuur van Triple A nadrukkelijk uitgegaan van
                 een procesmodel dat de onderwijsprocessen beschrijft en niet de organisatorische
                 inrichting. Daarnaast wordt in de technische keuzes sterk gestuurd op het hanteren
                 van open standaarden en het nastreven van open source-oplossingen, zodat
                 instellingen maximaal de handen vrij houden om te integreren met andere syste-
                 men of te kiezen voor een bepaalde leverancier.
8   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




                        VISIE OP ICT

                                       De basis van de architectuur van Triple A wordt gevormd door onze visie op de
                                       veranderingen in het onderwijs en onze visie op de ontwikkelingen op gebied van
                                       de ICT. Deze visies zijn in belangrijke mate sturend voor de ontwerpbeslissingen die
                                       door Triple A worden genomen.


                                       Veranderingen in het onderwijs
                                       In het document Onderwijsvisie is de visie van Triple A op de veranderingen in het
                                       onderwijs verwoord. Om aan te geven welke veranderingen in het onderwijs van in-
                                       vloed zijn op de architectuurprincipes die zijn gekozen, worden deze veranderingen
                                       hieronder nog eens beknopt geschetst.


                                       Een belangrijke drijfveer voor Triple A is de invoering van het competentiegerichte
                                       onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs. Dat is niet het enige, ook los van
                                       deze wettelijke veranderingen zien we bij onderwijsinstellingen een beweging naar
                                       het meer centraal stellen van de loopbaan van de deelnemer met als doel het voor-
                                       komen van uitval van deelnemers.


                                       Mede door deze ontwikkelingen is er bij onderwijsinstellingen behoefte aan meer
                                       flexibiliteit, zowel in de vorm als de inhoud van het onderwijs. Voor de organisatie
                                       van het onderwijs heeft dat consequenties. Het planningsproces wordt complexer
                                       en krijgt eigenschappen van wat ook wel massamaatwerk wordt genoemd: onder-
                                       wijs voor grote groepen deelnemers, dat wel op de individuele wensen en capacitei-
                                       ten van deze deelnemers is afgestemd.


                                       Hoewel deze ambitie nauwelijks zonder de inzet van ICT realiseerbaar is, zien we
                                       het toch vooral als een ‘onderwijsverandervraagstuk’. De inzet van ICT kan een be-
                                       langrijke ‘enabler’ zijn voor veranderingen, maar moet ook gelijke tred houden met
                                       deze onderwijsveranderingen binnen de instellingen. Deze veranderingen zullen niet
                                       bij elke instelling even snel en in dezelfde mate worden doorgevoerd.


                                       Visie op ICT-veranderingen
                                       Traditioneel brengt de implementatie van ICT-voorzieningen behoorlijke verande-
                                       ringen in een organisatie te weeg. De implementatie van een nieuw ICT-systeem
                                       lijkt de belangrijkste drijfveer (of belemmering) voor verandering te zijn. Bestaande
                                       systemen zijn ook vaak belemmerend geweest voor veranderingen omdat deze
                                       onvoldoende geïntegreerd konden worden met nieuwere systemen.
                                       In onze visie is het met de mogelijkheden van dit moment haalbaar om ICT-veran-
                                       deringen in kleinere stappen en dus meer geleidelijk door te voeren. De ICT zal dan
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   9




eerder meebewegen met de ambitie en het verandervermogen van de organisatie
dan andersom. Bij zo’n voortdurend meebewegende ICT-omgeving past in onze
ogen ook geen noodzaak om rigoureus verouderde systemen te vervangen of om te
streven naar een homogene omgeving met producten van één bepaalde leverancier
of één bepaalde suite van producten. Je zult immers nooit grote delen in één keer
vervangen, maar steeds het nieuwe met het oude integreren. Daarbij moet ook de
vrijheid zijn om telkens weer te bepalen welke technologie en functionaliteit, van
welke leverancier, het beste past. Dit wordt ook wel een ‘best-of-breed’-strategie
genoemd.


Voor Triple A is heterogeniteit een zeer belangrijk uitgangspunt: bestaande en
nieuwe systemen, en systemen van verschillende leveranciers, moeten zo goed
mogelijk met elkaar kunnen samenwerken. De technologie van dit moment biedt
daarvoor vele mogelijkheden zoals bijvoorbeeld de beschikbaarheid van open
standaarden. Als leidend concept om een dergelijke open, heterogene architectuur
tot stand te brengen wordt het concept van een servicegeoriënteerde architectuur
geadopteerd.


In een servicegeoriënteerde architectuur staat het begrip service uiteraard cen-
traal. Een service is een zelfstandig stuk functionaliteit dat een bepaalde dienst
aan gebruikers levert. Deze diensten hebben bij voorkeur een sterke relatie met de
bedrijfsprocessen en de diensten die de instelling levert: een bepaalde dienst aan
een deelnemer of stap in een bedrijfsproces correspondeert met een dienst die door
het systeem geleverd wordt. Systemen leveren dus diensten die relatief zelfstandig
ten opzichte van elkaar kunnen functioneren.


In een servicegeoriënteerde architectuur kunnen deze diensten van elkaar gebruik
maken, en kunnen ze in verschillende combinaties aan gebruikers ter beschik-
king worden gesteld. Door de toenemende standaardisering in de technologie voor
services is het technisch goed mogelijk om services van verschillende leveranciers
en ontwikkeld in verschillende ontwikkelomgevingen, toch met elkaar te integreren.
Er is een tweetal voorzieningen dat hierbij met name van toegevoegde waarde kan
zijn: een servicebus die ervoor zorgt dat services van verschillende leveranciers of
systemen elkaar kunnen gebruiken, en een portaal waarin de functionaliteit als één
geheel aan de gebruikers kan worden gepresenteerd.
In zo’n omgeving wordt een geleidelijke doorontwikkeling van de ICT-ondersteuning
mogelijk. Elke vernieuwing van functionaliteit leidt tot nieuwe services die aan de
bestaande verzameling wordt toegevoegd.
10   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




                         ARCHITECTUURPRINCIPES

                                         De architectuurprincipes van Triple A zijn een vertaling en verdieping van de visie
                                         en uitgangspunten zoals hiervoor beschreven. De principes maken de visie con-
                                         creet, zodat in de uitwerking van de onderwijsprocessen en de gewenste ICT-func-
                                         tionaliteit duidelijk is welke keuzes er worden gemaakt. De principes zijn ook vooral
                                         gericht op het bewaken van de samenhang van al het ontwerp- en ontwikkelwerk
                                         dat bij Triple A wordt gedaan.


                                         De principes zijn onderverdeeld in drie niveaus, namelijk:
                                         - Businessarchitectuur – de principes die betrekking hebben op de inrichting van de
                                          bedrijfsprocessen
                                         - Informatie-architectuur – de principes die betrekking hebben op de informatie-
                                          voorziening, de ordening van functionaliteit, informatiestromen en gegevens
                                         - Technische architectuur – de principes die betrekking hebben op de inzet van
                                          technologie en de keuzes voor concrete oplossingsrichtingen


                                         In het schema op de rechterpagina zijn al deze principes in een overzicht weer-
                                         gegeven. In de hierna volgende paragrafen wordt elk van deze architecturen nader
                                         toegelicht.
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   11
12   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




                                       Businessarchitectuur
                                       Het uitgangspunt van de businessarchitectuur is de gezamenlijke onderwijsvisie.
                                       Hierin zijn de kernsystemen gemodelleerd op een zodanige manier dat dit los staat
                                       van een bepaalde organisatorische inrichting. De kernsystemen zijn weergegeven in
                                       het onderstaande model.




                                       Dit model en de onderwijsvisie die daaraan ten grondslag ligt is gericht op de on-
                                       dersteuning van alle vormen van onderwijs. Dit kan variëren van een vast curricu-
                                       lum voor grote groepen deelnemers, tot aan volledig individueel maatwerk, en van
                                       mbo tot aan vmbo en contractonderwijs.


                                       Dit betekent wel dat naast een traditionele, klassikale manier van het plannen van
                                       onderwijs ook een individuelere en meer kortcyclische manier van plannen mogelijk
                                       moet zijn. In dit proces staat de leervraag van de deelnemer centraal.
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   13




De afstemming van deze vraag naar onderwijs, het beschikbare aanbod en de
bijbehorende middelen wordt een continu proces. Als kloppend hart van dit proces
is de onderwijscatalogus geplaatst, waarin het volledige onderwijsaanbod is
vastgelegd, zodat op basis daarvan kan worden gepland en de middelen zo effectief
mogelijk kunnen worden ingezet.
In dit proces waarin de leervraag van de deelnemer centraal staat krijgt ook de
begeleiding van deelnemers een andere invulling. Een deelnemer zal mogelijk vaker
en gerichter keuzes moeten maken. Dit kan betekenen dat deelnemers dit veel zelf-
standiger gaan doen en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leerloopbaan,
maar het kan ook betekenen dat de begeleiding intensiever en kortcyclischer moet
worden ingericht om de deelnemers daarin te ondersteunen.


Tenslotte speelt vooral in het beroepsonderwijs de aandacht voor de praktijk een
belangrijke rol. Deelnemers worden bij voorkeur opgeleid in hun toekomstige
beroepscontext.


Samenvatting architectuurprincipes businessarchitectuur
14   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




                                       Informatie-architectuur
                                       In de inrichting van de informatievoorziening van een instelling staat het concept
                                       van een servicegeoriënteerde architectuur centraal. Systemen leveren diensten die
                                       corresponderen met bedrijfsactiviteiten. Deze diensten kunnen worden geleverd
                                       door verschillende systemen van verschillende leveranciers. Met behulp van inte-
                                       gratiehulpmiddelen kunnen al deze diensten worden samengebracht en zorgen voor
                                       een geïntegreerde omgeving voor gebruikers.


                                       Het belangrijkste wat gebruikers (medewerkers, docenten én deelnemers) hiervan
                                       zien is dat de diensten (mogelijk van verschillende systemen) in een portaal be-
                                       schikbaar worden gesteld. Zo onstaat er aan de ‘voorkant’ een geïntegreerd geheel.
                                       Onzichtbaar voor gebruikers, maar wel net zo belangrijk, is de voorziening aan de
                                       ‘achterkant’ van de systemen zodat systemen elkaars diensten kunnen gebruiken
                                       en gegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Daarvoor dient de servicebus.


                                       Omdat het hele ontwerp is gericht op ICT-ondersteuning die onafhankelijk is van
                                       een specifieke organisatorische inrichting, is er een aparte faciliteit nodig waarin
                                       deze organisatielogistiek kan worden ondersteund. Dit wordt de procesbesturing
                                       genoemd. In deze procesbesturing worden de bedrijfsprocessen gedefinieerd en
                                       de manier waarop daarin de diensten van de systemen achtereenvolgens worden
                                       gebruikt. Dit wordt ook wel orkestratie genoemd.


                                       Een ander belangrijk aspect is het op een goede manier beheren en beschikbaar
                                       stellen van de kerngegevens binnen een instelling. Een goed beheer van gegevens
                                       met eenduidig eigenaarschap bevordert de kwaliteit van gegevens en zorgt ervoor
                                       dat het beschikbaar stellen van deze gegevens maar vanuit één plek hoeft te ge-
                                       beuren. Hiervoor is het begrip kernregistratie in het leven geroepen. Een kernregis-
                                       tratie is verantwoordelijk voor een goed gedefinieerde deelverzameling van gege-
                                       vens, en dient deze gegevens te beheren en op een uniforme manier aan anderen
                                       beschikbaar te stellen.


                                       Rapportages ten behoeve van de besturing en verantwoording worden steeds be-
                                       langrijker. Vaak vormen systeemgrenzen hiervoor een belemmering omdat moeilijk
                                       over deze systeemgrenzen heen gerapporteerd kan worden. Om die reden wordt
                                       een centrale rapportagevoorziening voorzien, waarin de gegevens uit de kernregis-
                                       traties, onderwijslogistiek en het primair proces samen kunnen komen ten behoeve
                                       van een integrale rapportage. Dit vereist een voorziening die de gegevens uit al
                                       deze systemen kan verzamelen, zonodig kan bewerken en in een voor rapportage
                                       geschikte structuur kan laden in een rapportageomgeving. Vanuit een dergelijke
                                       rapportageomgeving kan de rapportage vervolgens plaatsvinden.
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   15




Samenvatting architectuurprincipes informatie-architectuur
16   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




                                       Technische architectuur
                                       Ook in de technische architectuur staat het concept van een servicegeoriënteerde
                                       architectuur centraal. Op het hoogste niveau wordt de functionaliteit geleverd in de
                                       vorm van diensten (services) die corresponderen met bedrijfsfuncties. Dit concept
                                       van services kan ook op de lagere, meer technische niveaus worden doorgevoerd.
                                       De services op het hoogste niveau maken dan intern gebruik van services op een
                                       lager niveau. Door systemen ook op deze manier technisch in te richten, ontstaat
                                       ook daar een flexibeler ontwerp met meer hergebruik en mogelijkheden om staps-
                                       gewijs door te ontwikkelen.


                                       Sterk gekoppeld aan het concept van een servicegeoriënteerde architectuur is het
                                       gebruik van open standaarden. Voor services is inmiddels een aantal belangrijke
                                       internationale standaarden gedefinieerd, die er voor zorgen dat services ook over
                                       applicatiegrenzen heen elkaar kunnen gebruiken. Hetzelfde geldt voor berichtuitwis-
                                       seling tussen applicaties. Het hanteren van deze standaarden is essentieel om een
                                       best-of-breed-strategie mogelijk te maken, en voorkomt dat instellingen met hun
                                       andere applicaties tot keuzes worden gedwongen.


                                       Naast deze open, internationale standaarden rondom internet technologie is er ook
                                       een aantal specifieke standaarden die binnen de Nederlandse overheid of specifiek
                                       het onderwijs veel wordt toegepast. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om standaarden
                                       voor het uitwisselen van deelnemergegevens, het gebruik van elektronische leer-
                                       middelen of webrichtlijnen. Triple A heeft de beschikbare standaarden verzameld en
                                       beoordeeld en hanteert deze lijst nu om maximale koppelbaarheid en aansluiting
                                       met andere initiatieven in de sector mogelijk te maken.


                                       Specifiek met betrekking tot het gebruik van een portaal, de servicebus, procesbe-
                                       sturing en bulk-transport van gegevens ten behoeve van rapportage heeft Triple A
                                       een aantal keuzes gemaakt voor technische standaarden. Hierbij is steeds gekozen
                                       voor de meest gangbare en open standaarden en het vermijden van leveranciers-
                                       specifieke oplossingen.


                                       Een ander belangrijk uitgangspunt voor Triple A is dat het mogelijk moet zijn dat
                                       elke instelling zijn eigen keuzes kan maken op basis van de ontwerpen van Triple A.
                                       Voor bepaalde delen zal een aantal instellingen samen optrekken en door één leve-
                                       rancier een oplossing laten realiseren, en voor andere delen zal elke instelling zijn
                                       eigen weg gaan met een leverancier naar zijn keuze. Dit betekent dat het mogelijk
                                       moet zijn dat een instelling of leverancier moet kunnen voortbouwen op de resul-
                                       taten van een andere instelling of leverancier. Het toepassen van open standaarden
                                       biedt hiertoe al een aantal mogelijkheden.
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   17




Het beschikbaar stellen van de software in open source, met een bijbehorende open
source-licentie, verruimd deze mogelijkheden nog aanzienlijk. Vooral voor gene-
rieke voorzieningen zoals de onderwijscatalogus is dit van groot belang, omdat deze
voor de kernregistratie, onderwijslogistiek, roosteren en portfolio steeds weer aan-
gepast en uitgebreid zal moeten worden. Vandaar dat Triple A als principe hanteert
dat dergelijke generieke voorzieningen in open source gerealiseerd moeten wor-
den, en dat open source voor alle andere programmatuur nadrukkelijk de voorkeur
heeft.


De flexibilisering van het onderwijs en de andere ontwikkelingen in onderwijsveld
stellen ook nog een aantal bijzondere eisen aan de technische voorzieningen. De
belangrijkste daarvan is de noodzaak om tijd- en plaatsonafhankelijk werken mo-
gelijk te maken. Er zal in toenemende mate elektronisch leermateriaal beschikbaar
komen en toegang tot de omgeving van de school gewenst zijn vanaf een stage- of
thuislocatie. Dit stelt ook hogere eisen aan de autorisatie, beveiliging en betrouw-
baarheid van de omgeving. Tenslotte moeten de systemen ook voorbereid zijn
op deze veranderende gebruikspatronen, door te zorgen voor voldoende schaal-
baarheid zodat toe- of afname van het gebruik niet hoeft te leiden tot ingrijpende
aanpassingen.
18   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




                                       Samenvatting architectuurprincipes technische architectuur
OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES   19




COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
20   OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES




     Triple A ontwerp & onderzoek      Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
METHODIEK   1




METHODIEK
2   METHODIEK
METHODIEK   3




METHODIEK
4   METHODIEK




                INHOUDSOPGAVE

                                Wat is een functioneel ontwerp van Triple A?     5
                                         Onze visie op het functioneel ontwerp   5
                                         Stappen in het ontwerpproces            6
METHODIEK   5




                  WAT IS EEN FUNCTIONEEL ONTWERP VAN TRIPLE A?

                                      In dit deel van de encyclopedie wordt beschreven welke methodiek binnen Triple A
                                      wordt gebruikt om een functioneel ontwerp te maken.


                                      Onze visie op het functioneel ontwerp
Afbakening                            Om tot een functioneel ontwerp te komen hebben we gekozen voor een specifieke
Het doel van een functioneel          werkwijze en manier van modelleren. Hieronder worden de belangrijkste uitgangs-
ontwerp is om de gewenste             punten van onze werkwijze beschreven.
functionaliteit van een toekomstig
ICT-systeem in kaart te brengen.      Gemaakt door materiedeskundigen
De bedrijfsprocessen zijn hiervoor    Een van de belangrijkste uitgangspunten is dat het functioneel ontwerp voor
het uitgangspunt. Op basis van        het grootste deel gemaakt moet kunnen worden door materiedeskundigen, dus
het functioneel ontwerp kan in        medewerkers van de betrokken instellingen. Op deze manier staat het functioneel
samenwerking met een leveran-         ontwerp dicht bij de praktijk en is het een product van de instellingen zelf.
cier een ICT-oplossing worden         De werkwijze om tot een functioneel ontwerp te komen is er voor een groot deel op
uitgewerkt en gerealiseerd. Het       gericht om de deskundigen van de instellingen te ondersteunen bij het omzetten
functioneel ontwerp beperkt zich      van hun kennis en kunde naar een bruikbaar functioneel ontwerp.
tot het ‘wat’ (de gewenste functio-
naliteit vanuit het perspectief van   Professionele ontwerpmethodiek
de gebruiker). Het ‘hoe’ (de ICT-     Het is wel van belang dat het functioneel ontwerp op een professionele manier
oplossing), is onderdeel van het      gemaakt wordt. De manier van beschrijven en modelleren moet gebaseerd zijn op
realisatieproces dat met een leve-    een gangbare ontwerpmethodiek. Op die manier wordt de kwaliteit van het ontwerp
rancier wordt doorlopen.              gewaarborgd en is het ontwerp overdraagbaar aan een potentiële leverancier die op
                                      basis van het ontwerp oplossingen gaat realiseren. Om die reden conformeren wij
                                      ons aan de gangbare ontwerpstandaarden in de modelleertaal UML (Unified Modeling
                                      Language).


                                      We hebben ervoor gekozen om twee onderdelen uit deze ontwerpstandaard te
                                      gebruiken die specifiek gericht zijn op het in kaart brengen van het beoogde
                                      gebruik vanuit het perspectief van de eindgebruiker: use cases en activiteiten-
                                      diagrammen. Waar nodig zijn deze twee technieken vereenvoudigd, of hebben we
                                      het gebruik ervan ingeperkt, zodat de werkwijze goed bruikbaar is voor materie-
                                      deskundigen. Voor het beschrijven van functies beperken we ons tot een korte
                                      tekstuele beschrijving, zonder gebruik te maken van een ontwerpstandaard.


                                      Voldoende vrijheid voor leveranciers en instellingen
                                      Tenslotte willen we in onze manier van ontwerpen voldoende vrijheid laten aan
                                      leveranciers om te bepalen hoe de gewenste functionaliteit wordt gerealiseerd. We
                                      beperken ons dus tot het ‘wat’ van de te realiseren functionaliteit, en laten het ‘hoe’
6   METHODIEK




                over aan het proces dat we samen met een leverancier doorlopen. Om die reden
                kiezen we ervoor om geen details vast te leggen over de te realiseren functies van
                het beoogde systeem. We beperken ons tot de beschrijving van het beoogde
                gebruik, dus vanuit het gezichtspunt van de gebruiker. De processen die onder-
                steund moeten worden staan centraal.


                Een traditioneel functioneel ontwerp is vaak een opsomming van de functies die
                een systeem bevat, en de eisen die aan de functies worden gesteld (te vergelijken
                met bijvoorbeeld de manier van werken bij het opzetten van een bouwbestek). Wij
                kiezen nadrukkelijk niet voor deze aanpak, maar voor een aanpak om vanuit het
                perspectief van de gebruiker de gewenste functionaliteit te beschrijven op basis van
                use cases.


                Stappen in het ontwerpproces
                Voor elk functioneel ontwerp is de onderwijsvisie het uitgangspunt. Vanuit de
                onderwijsvisie is er een afbakening op hoofdlijnen gemaakt, die heeft geleid tot de
                opdeling van de totale functionaliteit in een aantal kernsystemen. In elk kernsysteem
                is een aantal onderwijsprocessen samengebracht met veel onderlinge samenhang,
                zoals bijvoorbeeld de onderwijslogistiek of de ondersteuning van het primaire proces.


                De uitwerking van het functioneel ontwerp van een kernsysteem wordt gedaan in
                een drietal stappen, zoals in nevenstaand schema is weergegeven. Onder elke stap
                is het product weergegeven dat uit die stap voortkomt.


                Samengevat komt het erop neer dat in de eerste stap (A), het benoemen van de
                processen, wordt vastgesteld welke onderwijsprocessen op hoofdlijnen tot het
                betreffende kernsysteem behoren. Deze processen komen dan terug in het onder-
                wijsprocesmodel. Vervolgens wordt in de tweede stap (B) elk proces opgeknipt in
                functionele eenheden: de use cases. Elk van deze use cases wordt vervolgens nader
                uitgewerkt in een activiteitendiagram, waarin de activiteiten zijn gemodelleerd
                waaruit de use case bestaat. Tenslotte wordt er in de derde stap (C) een inventa-
                risatie gemaakt van de benodigde functies van het beoogde ICT-systeem, die de
                betreffende activiteiten in de use case zouden ondersteunen.


                Processen benoemen
                In de onderwijsvisie zijn de onderwijsprocessen vanuit het perspectief van de deel-
                nemer beschreven. Het onderwijsprocesmodel geeft deze processen in samenhang
                weer, en clustert deze in kernsystemen. De functionele ontwerpen worden vervol-
                gens per (combinatie van) onderwijsprocessen opgepakt.
METHODIEK   7




Het vertrekpunt voor het functioneel ontwerp zijn dus de onderwijsprocessen van
het onderwijsprocesmodel, waarop het functioneel ontwerp betrekking heeft. De
eerste stap in het functioneel ontwerpproces is deze processen goed te definiëren
en af te bakenen. Dit leidt in veel gevallen tot een aanpassing of nadere definitie
van de processen in het onderwijsprocesmodel.


Use cases beschrijven
Nadat de processen zijn benoemd en afgebakend, wordt gekeken naar de functio-
nele eenheden waaruit de ondersteuning van die processen bestaat: de use cases.
Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit
het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een
concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem
die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe-
den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft
antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’


Het voordeel van dergelijke beschrijvingen is dat eerst nagedacht wordt over
de werkprocessen en dat niet direct de stap wordt gezet naar een invulling met
systeemfunctionaliteit. Dat maakt het schrijven van use cases ook zo moeilijk. De
schrijver van een use case moet afstand nemen van een mogelijke systeemoplos-
sing en zich concentreren op de processen die ondersteund moeten worden.
Use cases laten zich goed lezen door niet-technische mensen, het is immers be-
schreven in termen van de werkprocessen van de organisatie. De beschrijvingen
zijn met betrekking tot formuleringen en taalgebruik zo toegankelijk mogelijk.
Voor de beschrijving van een use case wordt een standaard format gebruikt dat
is afgeleid van de binnen UML gangbare manier van beschrijven. Dit format wordt
hieronder weergegeven.
8   METHODIEK




                Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil-
                lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is
                voor een andere. Ook kan in de beschrijving van een use case een situatie worden
                beschreven die de aanleiding is voor het starten van een andere use case. Deze
                verbanden noemen we werkopdrachten. Zo’n werkopdracht behelst niet het over-
                dragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere use case. In de use
                case overzichten brengen we de samenhang tussen de use cases in beeld door deze
                werkopdrachten tussen de use cases te tekenen.


                Uitwerken naar activiteitendiagrammen
                De use cases worden vervolgens nog een stap dieper uitgewerkt in een zogenaamd
                activiteitendiagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties
                gemodelleerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd, en duidelijk
                is onder verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er
                wordt per use case één activiteitendiagram gemaakt.


                Hieronder wordt een voorbeeld van zo’n activiteitendiagram gegeven. De schema-
                techniek is gebaseerd op UML.
METHODIEK   9




Functies benoemen
Uit de beschrijving van de use cases en de activiteitendiagrammen kan een inventa-
risatie van functies worden opgemaakt. Dit zijn de functies die het systeem moet
bieden om het beschreven proces te kunnen ondersteunen. Onder functies worden
hier concrete onderdelen van een ICT-systeem verstaan, zoals schermen of reken-
functies.


Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de activiteiten-
diagrammen. Voor elke activiteit (of enkele opeenvolgende activiteiten) wordt
vastgesteld welk ICT-functies nodig zijn om de betreffende activiteit uit te voeren.
Zo onstaat een verzameling functies die nodig is om de use case te ondersteunen.
Sommige functies zullen voor meerdere activiteiten, in verschillende use cases
toepasbaar zijn.
10   METHODIEK




     Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
BEGRIPPENLIJST   3




BEGRIPPENLIJST
4   BEGRIPPENLIJST
BEGRIPPENLIJST   5




INLEIDING

            In dit deel van de encyclopedie vindt u een verklaring voor de belangrijkste begrippen
            zoals deze zijn gebruikt in de functionele ontwerpen van Triple A. Het gaat hier om
            begrippen die veelvuldig terug komen in zowel de beschrijvende als de technische
            gedeelten.


            Bij het definiëren van de begrippen is zo veel mogelijk rekening gehouden met de
            definities zoals deze gebruikt worden door het Ministerie van OC&W, Colo en Kennisnet.
6   BEGRIPPENLIJST




                     INHOUDSOPGAVE

                                     A     6
                                     B     8
                                     C    11
                                     D   13
                                     E   14
                                     F   16
                                     G    17
                                     I   18
                                     K   19
                                     L   20
                                     M   21
                                     N   22
                                     O   22
                                     P   25
                                     R   26
                                     S   27
                                     T   31
                                     U   32
                                     V   33
                                     W   34
                                     Z   34
BEGRIPPENLIJST   7




BEGRIPPENLIJST
8   BEGRIPPENLIJST




               A
       1     Aanmelden                   Het op enigerlei wijze kenbaar maken van de belangstelling van een potentiële
                                         deelnemer voor het afnemen van onderwijsproducten bij de instelling.


       2     Aanwezigheidsanalyse        Analyse van de aan- en afwezigheidsgegevens van bepaalde deelnemers of groepen
                                         deelnemers zodat daarover kan worden gerapporeerd..


       3     Aanwezigheid                Geregistreerde (fysieke) aanwezigheid van een deelnemer op een (enig) gepland
                                         tijdstip in een gespecificeerde omgeving.
                                         Wanneer hij niet aanwezig is, is hij ongeoorloofd of geoorloofd afwezig.


       4     Aanwezigheidsregistratie    Database waarin de gegevens zijn opgeslagen van de aan- en afwezigheid van deel-
                                         nemers


       5     Accountantsmutatie          Mutatie die na de mutatiestop nog met toestemming van de accountant kan worden
                                         doorgevoerd voor een bepaald bekostigingsjaar.


       6     Actor                       Gebruiker van het systeem in een specifieke rol, of een ander systeem of techni-
                                         sche voorziening die met het systeem communiceert. De actoren maken dus geen
                                         deel uit van het systeem maar interacteren met het systeem. Actoren zijn diegenen
                                         die gegevens met het systeem uitwisselen of diensten van het systeem betrekken.


       7     Adviesgesprek               Een adviesgesprek is een gesprek tussen de deelnemer en zijn (leertraject)bege-
                                         leider. Op basis van informatie in het begeleidingsdossier en een beoordeling van
                                         de voortgang komt de begeleider tot een geadviseerde leerroute die in het advies-
                                         gesprek besproken wordt. De uitkomst van een adviesgesprek is een gezamenlijk
                                         besluit over te nemen acties.


       8     Administratief dossier      Het administratief dossier is onderdeel van de kernregistratie deelnemers en bevat
                                         alle documenten en gegevens die betrekking hebben op de inschrijving van de
                                         deelnemer zoals de onderwijsovereenkomst en de praktijkovereenkomst. Alle docu-
                                         menten die in het administratieve proces ontstaan worden aan dit dossier toege-
                                         voegd. Het administratief dossier is onderdeel van het deelnemersdossier, waarin
                                         zich naast het administratief dossier ook het begeleidingsdossier, zorgdossier en
                                         examendossier bevindt.


       9     Administratief Medewerker   Persoon in dienst van de onderwijsinstelling, die administratieve taken uitvoert.
BEGRIPPENLIJST   9




10   Afgenomen onderwijsproduct   Onderwijsproduct dat daadwerkelijk is geleverd op basis van een rooster en is afge-
                                  nomen door de betreffende deelnemer.


11   Afwezigheid                  Het ontbreken van een geregistreerde (fysieke) aanwezigheid van een deelnemer
                                  op een onderwijsproduct dat op basis van een rooster op (enig) tijdstip is aangebo-
                                  den. Er zijn twee soorten afwezigheid: ongeoorloofd en geoorloofd.


12   Aggregatieniveau             Een samenstelling van onderwijsproducten.


13   Algoritmes                   Rekenregels en -procedures om in het proces van roosteren te kunnen optimaliseren.


14   Alumni                       Oud-deelnemers die onderwijsproducten van de instelling hebben afgenomen en
                                  thans als deelnemer zijn uitgeschreven bij de instelling.


15   Applicatiebeheerder          De medewerker die applicatiebeheer uitvoert.


16   Arrangement                  Een planbaar geheel van beschikbare onderwijsproducten. Een arrangement be-
                                  staat uit een verzameling enkelvoudige en/of samengestelde onderwijsproducten,
                                  aangevuld met aanvullende eisen en wensen met betrekking tot de volgorde of de
                                  periode waarin het product moet worden afgenomen. Een arrangement kan uit één
                                  onderwijsproduct (enkelvoudig of samengesteld) bestaan.


17   Arrangeren                   Onderwijslogistiek proces waarin op basis van leervraag van een deelnemer en de
                                  daarbij passende en beschikbare onderwijsproducten een planbaar geheel wordt
                                  samengesteld dat door de deelnemer kan worden afgenomen. Een arrangement is
                                  van kracht voor een “bevroren” periode. Op basis van alle arrangementen kan een
                                  rooster voor een dergelijke periode worden gemaakt.


18   Arrangeur                    Persoon die binnen de instelling de arrangementen voor een bepaalde groep deel-
                                  nemers opstelt.


19   Assessment                   Een methode of procedure om zowel basiskennis als competenties te meten en te
                                  beoordelen in authentieke of levensechte situaties.


20   Assets                       Dit zijn herbruikbare objecten die bestudeerd worden in het kader van een onder-
                                  wijsproduct. Bijvoorbeeld een motor in het kader van motortechniek, een anato-
                                  mische pop in het kader van gezondheid, een videofragment in het kader van een
                                  geschiedenisles, een animatie in het kader van de bestudering van de verbran-
                                  dingsmotor.
10   BEGRIPPENLIJST




       21     Audit                          Toetsing of aan bepaalde eisen wordt voldaan. Wordt o.a. gebruikt bij toekenning
                                             van het Keurmerk Inburgeren.




                B
       22     Begeleider                     Medewerker van een onderwijsinstelling die als rol heeft het volgen en ondersteu-
                                             nen van deelnemers tijdens hun leerloopbaan.
                                             De begeleider die leeractiviteiten begeleidt wordt ook coach genoemd. De begelei-
                                             der die de loopbaan van de deelnemer ondersteund wordt ook leertrajectbegeleider
                                             genoemd.


       23     Begeleiding                    Het geheel aan (begeleidings)processen waarbij de begeleider op basis van leeracti-
                                             viteiten, gegevens uit de aanwezigheidsregistratie en andere beschikbare gegevens
                                             het leerproces van een deelnemer volgt, bijstuurt en toekomstgericht advies geeft.


       24     Begeleidingsdossier            Het begeleidingsdossier bevat alle documenten en gegevens ter ondersteuning van
                                             het begeleidingsproces, zoals een POP en een PAP, gemaakte afspraken en behaalde
                                             formatieve resultaten. Het begeleidingsdossier is onderdeel van het deelnemers-
                                             dossier, waarin zich naast het begeleidingsdossier ook het administratief dossier,
                                             zorgdossier en examendossier bevindt.


       25     Beheerder onderwijscatalogus   Medewerker van de instelling die verantwoordelijk is voor het beheren van de onder-
                                             wijscatalogus.


       26     Bekostiging                    Vergoeding voor door de instelling verrichte activiteiten. Deze kent de volgende
                                             varianten:


                                             Soort bekostiging             Toelichting
                                             Reguliere inputbekostiging    Bekostiging op grond van verbintenis voor opleidin-
                                                                           gen waarvoor bij de ministeries van OCW/LNV bekos-
                                                                           tigingslicentie is verkregen
                                             Reguliere outputbekostiging   Bekostiging op grond van behaald diploma voor op-
                                                                           leidingen waarvoor bij de ministeries van OCW/LNV
                                                                           bekostigingslicentie is verkregen
                                             Contractbekostiging           In overeenkomst vastgelegde bekostiging voor over-
                                                                           eengekomen activiteiten ten behoeve van derden
BEGRIPPENLIJST   11




27   Bekostigingsrelatie       Verhouding van de instelling met een financierende partij die bestaat op basis van
                               de verbintenis van de instelling met een deelnemer ten behoeve van de bekostiging
                               van geleverde of te leveren diensten aan de deelnemer.


28   Belasting                 De door de deelnemer ervaren leerbelasting. Deze wordt vastgesteld op basis van
                               ervaring van de instelling. Het is een vrij formaat en kan bestaan uit bijvoorbeeld
                               studiebelastingsuren (SBU), studiepunten, enz. Per instelling en/opleiding worden
                               eigen keuzes gemaakt.
                               Het vastleggen ervan is van belang voor het adviesgesprek tussen leertraject-
                               begeleider en de deelnemer.


29   Beoordelaar               Iemand die gerechtigd is binnen de instelling om formatieve en/of summatieve
                               resultaten te bepalen en vast te (laten) leggen.


30   Beoordelingsformat        Een sjabloon t.b.v. een beoordelaar om iemands prestaties (beroepsmatig hande-
                               len) te meten en te beoordelen. Een beoordelingsformat is gekoppeld aan een be-
                               paald onderwijsproduct of verzameling van onderwijsproducten. In de beoordeling
                               kan onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende aspecten (werkprocessen
                               of competenties) waarop de beoordeling betrekking heeft. Er kan bijvoorbeeld per
                               relevante competentie een oordeel worden vastgelegd.


31   Beoordelingsregistratie   De vastlegging van formatieve en summatieve beoordelingen.


32   Beoordelingssystematiek   Een systematiek die behulpzaam is bij het bepalen, waarderen en vastleggen van
                               formatieve of summatieve beoordelingen Een beoordelingssystematiek kan geba-
                               seerd zijn op kwalificatiedossiers, op geroosterde leertrajecten, eventueel in combi-
                               natie met toenemende complexiteit en/of toenemende zelfstandigheid.


                               Mogelijke systematieken kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op:
                               - Kwalificatiedossiers
                               - Werkprocessen/competenties
                               - Prestatie-indicatoren
                               - Complexiteitsniveau van onderwijsproducten
                               - Combinatie van kwalificatiedossier en complexiteitsniveau
                               - Standaard leerroutes
                               - Tijdsbesteding bijv. aantal SBU
                               - Prestatie indicatoren/werkprocessen/competenties


33   Bepalen diplomarecht      Op basis van geregistreerde summatieve resultaten bepalen of een deelnemer recht
                               heeft op kwalificerende documenten.
12   BEGRIPPENLIJST




       34     Beslisboom         De beslisboom bevat regels die bepalen of een deelnemer/opleiding-combinatie
                                 bekostingsrelevant is. De beslisboom wordt toegepast op de BRON-foto en de ge-
                                 gevens in de kernregistratie en levert een gegevensset op die apart wordt gere-
                                 gistreerd ten behoeve van verdere analyse en een prognose van de te verwachten
                                 bekostiging.


       35     Bevroren product   Een product in het portfolio van een deelnemer dat is voorzien van een formatieve
                                 of summatieve beoordeling. Het product en de bijbehorende beoordeling worden
                                 gekoppeld en in “bevroren” toestand bewaard als bewijs voor iemands vaardigheid,
                                 kennis en/of houding.


       36     Bewijsmap          Een verzameling producten dat ter (summatieve of formatieve) beoordeling kan
                                 worden aangeboden, en zo als ‘bewijs’ kan dienen op basis waarvan verworven
                                 competenties of kennis kan worden aangetoond.


       37     Blik op Werk       Stichting die zich onder andere bezighoudt met het verstrekken en toetsen van het
                                 Keurmerk Inburgeren.


       38     BPV                Beroeps Praktijk Vorming. Periode waarin de deelnemer bij een bedrijf beroeps-
                                 praktijkvorming volgt. Dit is een verplicht onderdeel binnen elke beroepsopleiding.
                                 Het minimaal te volgen studiebelastingsuren aan BPV is vastgelegd in het kwalifi-
                                 catiedossier. Daarnaast wordt BPV ook ingezet binnen het proces van opleiden en
                                 vormen, denk daarbij aan bijvoorbeeld de snuffelstages.


       39     BRIN               Basisregistratie Instellingen. In dit bestand geeft CFI een overzicht van alle scholen
                                 en de hiermee samenhangende instellingen.


       40     BRON Foto          Een weergave van gegevens zoals die in BRON zitten van deelnemers relevant
                                 voor een bepaalde teldatum, per deelnemer, op persoonsgebonden nummer. Deze
                                 BRON-foto wordt aan de instelling aangeleverd om inzicht te krijgen in de eventuele
                                 verschillen tussen BRON en de eigen administratie, en als basis voor de accoun-
                                 tantscontrole op de bekostiging.


       41     BRON               Basis Registratie Onderwijs Nummer. Dit is het basisregistratiesysteem bij de IB-
                                 Groep, waarin gegevens van de deelnemers in het VO en MBO worden opgeslagen.
                                 Deze gegevens worden door de overheid en IB-groep gebruikt om de bekostiging
                                 (incl. subsidies), en studiefinanciering te bepalen.
BEGRIPPENLIJST   13




42   Burgerservicenummer          Het burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat als nummer gelijk is
                                  aan het sofinummer. Het heeft echter een ander wettelijk kader waardoor een breder
                                  gebruik mogelijk is. In de context van het onderwijs is dit de opvolger van het onder-
                                  wijsnummer.




      C
43   Centraal Uitwisselingspunt   Een centrale voorziening die het mogelijk maakt dat het overdrachtsdossier kan
                                  worden uitgewisseld tussen onderwijsinstellingen op een veilige en betrouwbare
                                  manier.


44   Certificeerbare eenheid       Binnen een kwalificatiedossier kan een deel van de werkzaamheden in een be-
                                  paald beroep als Certificeerbare Eenheid worden onderscheiden, wanneer dat deel
                                  arbeidsmarktrelevantie heeft. Arbeidsmarktrelevantie wil zeggen dat iemand er
                                  betaald werk mee kan krijgen. Vaak zullen voor dit deel van het beroep ook aparte
                                  functiebenamingen bestaan. Aan een Certificeerbare Eenheid is een certificaat ver-
                                  bonden. Het certificaat is een op de arbeidsmarkt herkend en erkend bewijsstuk dat
                                  de betreffende persoon in staat is een afgebakend en samenhangend geheel van
                                  werkprocessen afkomstig uit een (of meerdere) kerntaken uit te voeren en beschikt
                                  over de daarvoor noodzakelijke competenties (bron: COLO).


45   CFI                          Centrale Financiën Instellingen. Uitvoeringsorganisatie van het Ministerie OCW.


46   Coach                        Begeleider die leeractiviteiten begeleidt. Zie Begeleider.


47   Code onderwijsproduct        Een eenduidige unieke code voor het onderwijsproduct. De code heeft geen tra-
                                  ceerbare betekenis. De code wordt door het systeem toegewezen.


48   Competentie                  Ontwikkelbare vermogens van mensen om in voorkomende situaties op adequate,
                                  doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen, dat
                                  wil zeggen passende procedures te kiezen en toe te passen om de juiste resultaten
                                  te bereiken. Competenties zijn samengesteld van karakter, verwijzen naar onder-
                                  liggende vaardigheids-, kennis- en houdingsdomeinen en worden in een context
                                  toegepast en ontwikkeld (COLO, 2007).
14   BEGRIPPENLIJST




       49     Competentiegerichte
              kwalificatiestructuur   Het geheel van kwalificaties voor beroepsopleidingen die voor de beroepspraktijk
                                     van betekenis zijn. Deze competentiegerichte kwalificatiestructuur wordt in het
                                     beroepsonderwijs (het MBO) ingevoerd. In deze kwalificatiestructuur is gestructu-
                                     reerd beschreven aan welke eisen de beginnende beroepsbeoefenaar moet voldoen
                                     wanneer hij of zij gediplomeerd de opleiding verlaat.
                                     De competentiegerichte kwalificatiestructuur is opgebouwd uit een verzameling
                                     kwalificatiedossiers, waarin voor een aantal verwante beroepen de beroepsbeschrij-
                                     ving staat, zoals die is opgebouwd uit kerntaken, werkprocessen en competenties.
                                     Deze beroepsbeschrijving is gebaseerd op competentieprofielen die de beroepsuit-
                                     voering door een ervaren beroepsbeoefenaar beschrijven.


       50     Competentiematrix      Een onderdeel van het kwalificatiedossier waarin competenties en componenten van
                                     competenties gekoppeld zijn aan werkprocessen.


       51     Contract               Bindende afspraak tussen onderwijsinstelling en een externe partij omtrent het
                                     leveren van onderwijsproducten (scholing, opleiding of werkervaring). Deze bevat
                                     tenminste de volgende gegevens:
                                     - Datum & Plaats ondertekening
                                     - Gegevens Opdrachtgever
                                     - Persoonsgegevens van de deelnemer(s)
                                     - Startdatum (& einddatum) van het onderwijsproduct(en)
                                     - Omschrijving onderwijsproduct(en)
                                     - Gegevens instelling & handtekening namens de instelling
                                     - Handtekening Opdrachtgever
                                     - Overeengekomen prijs


       52     Crebo-nummer           Code(5-cijferig) waarmee een uitstroomkwalificatie (diploma) in het middelbaar
                                     beroepsonderwijs wordt vastgelegd in het Centraal Register Beroepsopleidingen van
                                     het CFI. Het Crebo nummer wordt gebruikt ter wettelijke identificatie van de bekos-
                                     tigingsrelatie, diploma’s, BPV overeenkomsten, recht op studiefinanciering e.d. Dit
                                     nummer wordt mogelijk vervangen door een codering voor een verbintenisgebied.


       53     Criteriumbank          De criteriumbank is een functionaliteit van het kernregistratiesysteem die door
                                     andere processen uit het kernregistratiesysteem opgeroepen kunnen worden. Met
                                     de criteriumbank kan onderzocht worden of deelnemers kwalificerende eenheden of
                                     uitstroomkwalificaties hebben behaald. Daarbinnen zijn criteria gekoppeld aan kwali-
                                     ficerende eenheden en uitstroomkwalificaties. Deze criteria bestaan uit een verzame-
                                     ling regels op basis waarvan het kwalificerend resultaat wordt bepaald. Dit resultaat
                                     wordt bepaald uit de onderliggende summatieve en/of kwalificerende eenheden.
BEGRIPPENLIJST   15




54   Crm-pakket               Afkorting van Customer Relation Management – pakket, een pakket waarmee
                              relaties (zoals opdrachtgevers, stagebedrijven en contactpersonen) kunnen worden
                              geregistreerd en beheerd.


55   CUP                      CUP = Centraal Uitwisselings Punt.


56   CvB                      College van Bestuur.




      D
57   Decaan                   Een adviserende specialist op het gebied van in-, door- en uitstroommogelijkheden.


58   Deelname                 Uitvoering door een deelnemer van een verbintenis met een instelling voor het
                              afnemen van onderwijsproducten.


59   Deelnemer                Iemand die onderwijs volgt binnen een instelling. Een deelnemer is in bezit van een
                              verbintenis met een instelling voor het afnemen van onderwijsproducten. Een ander
                              woord voor deelnemer is lerende, leerling of student.


60   Deelnemeradministratie   Organisatorische entiteit binnen de instelling waarbinnen het geheel van adminis-
                              tratieve activiteiten rond de registratie van deelnemers is belegd.


61   Deelnemersdossier        Het deelnemersdossier is de verzamelnaam voor het complete dossier van een
                              deelnemer. Dit dossier bevat alle documenten en gegevens die direct aan de deel-
                              nemer gekoppeld zijn.
                              Het deelnemersdossier bestaat uit een viertal onderdelen.




62   Diagnoserapport          In het diagnoserapport staat beschreven aan welke regels in een bepaald rooster-
                              voorstel niet wordt voldaan en wat de reden hiervoor is. Daarnaast wordt duidelijk
                              welke (deel)arrangementen eventueel niet gepland kunnen worden en welke mid-
                              delen een knelpunt zijn.
16   BEGRIPPENLIJST




       63     Digitaal Medium             Een gegevensdrager, zoals een CD-ROM, USB-stick, e-mail of gestructureerd XML
                                          bericht via het Internet.


       64     Diploma                     Kwalificerend document.


       65     Diplomagebied               Aggregatieniveau in een kwalificatiestructuur, waarin verwante kwalificatiedossiers
                                          zijn gebundeld in een diplomagebied. Inmiddels is bekend geworden dat dit niveau
                                          in de competentiegerichte kwalificatiestructuur niet meer wordt toegepast.
       66     Docent                      Medewerker van de instelling die direct betrokken is bij het primaire onderwijsproces
                                          en daarbij verschillende rollen kan vervullen zoals instructeur, coach, begeleider.


       67     Domein                      Het (opleidings)domein is de eerste laag van de kwalificatiestructuur.


       68     Doorverwijzing              Verwijzen van een potentiële deelnemer naar een alternatief (in tijd of plaats).




                E
       69     Eigenaar onderwijsproduct   Eigenaar van het onderwijsproduct. Er zijn drie soorten van eigenaarschap die naast
                                          elkaar gebruikt kunnen worden:


                                          Veld                Toelichting
                                          Juridisch eigenaar Organisatie die juridisch eigenaar is van het onderwijsproduct
                                          Gebruiksrecht       Organisatie die het recht heeft om onderwijsproduct te gebruiken
                                          Aanbieder           Organisatie die het onderwijsproduct aan deelnemers aanbiedt


       70     Einddatum verbintenis       Datum waarop de verbintenis tussen deelnemer en instelling eindigt door uitschrij-
                                          ven, door wijzigen van de bekostigingsrelatie, het verbintenisgebied, e.d.


       71     ELD                         Het ELD (Elektronisch LeerDossier) is een landelijke standaard voor de digitale
                                          uitwisseling van leergegevens. De overdracht van leergegevens tussen scholen en
                                          onderwijsinstellingen kan hierdoor efficiënter en verantwoord verlopen.


       72     e-portfolio                 Een e-portfolio of elektronisch portfolio is een verzameling van doelgericht bij elkaar
                                          gebrachte elektronische gegevens en documenten (bestanden), die wordt beheerd
                                          door de deelnemer zelf (of meer algemeen een lerend of werkend individu).
BEGRIPPENLIJST   17




73   EVC                EVC is de afkorting van Erkennen van Verworven Competenties. EVC beoogt de
                        erkenning, waardering en verdere ontwikkeling van wat een individu heeft geleerd
                        in elke mogelijke leeromgeving: in formele omgevingen zoals op school, maar ook
                        in niet-formele of informele omgevingen zoals de werkplaats of thuis (bron: Ken-
                        niscentrum EVC). De EVC wordt, na assessment of interpretatie van kwalificerende
                        documenten, als summatief resultaat in de kernregistratie opgenomen.


74   EVC beoordeling    Het verifiëren en beoordelen van een EVC (Erkennen van Verworven Competenties).


75   EVC-procedure      Een procedure om verworven competenties te erkennen (verkrijgen van civiel ef-
                        fect) als middel voor verdere loopbaanontwikkeling.


76   EVC-rapportage     De uitslag van een EVC-procedure inclusief de civiele waarde van de uitslag (Ken-
                        niscentrum EVC).
                        Een EVC-rapportage wordt opgemaakt onder verantwoordelijkheid van een exa-
                        minator, als resultaat van de EVC-procedure. Ook kan de deelnemer een elders
                        afgegeven EVC-rapportage aanbieden.


77   Examenbureau       Organisatorische entiteit binnen de instelling die zich bezig houdt met het verwer-
                        ken van summatieve resultaten en het aanmaken van kwalificerende documenten.
                        Binnen een instelling kunnen andere benamingen worden gegeven aan de organisa-
                        tie examenbureau.


78   Examencommissie    Een organisatie-eenheid die verantwoordelijk is voor examinering en diplomering
                        binnen de instelling.


79   Examendossier      Het examendossier bevat de bewijsstukken, summatieve beoordelingen en exa-
                        men- en EVC-rapportages die relevant zijn voor de diplomering. De uiteindelijk
                        toegekende summatieve resultaten worden in het administratieve dossier overge-
                        nomen ten behoeve van de diplomering. Het examendossier is onderdeel van het
                        deelnemersdossier, waarin zich naast het examendossier ook het administratief
                        dossier, begeleidingsdossier en zorgdossier bevindt.


80   Examenmix          Het summatief beoordelen met de methodenmix. Meerdere instrumenten worden
                        dan ingezet (bijvoorbeeld: observeren, interviewen, producten beoordelen, casus-
                        toetsen, beoordelingen door derden, etc.) om de invloed van meetfouten op het
                        gemiddelde resultaat kleiner te maken.


81   Examenrapportage   Rapportage - van het examen bij het voltooien van de opleiding - over het al dan
                        niet succesvol inzetten van competenties bij het uitoefenen van de kerntaken.
18   BEGRIPPENLIJST




       82     Examenreglement        De regels en afspraken die binnen de instelling gelden omtrent examinering en
                                     diplomering.


       83     Exit-formulier         Document waarop de reden en eventueel omstandigheden van het vertrek van een
                                     deelnemer wordt vastgelegd.


       84     Exit-functionaris      Persoon belast met het houden van en exit-gesprek met een deelnemer, bijvoor-
                                     beeld een decaan, mentor, tutor of begeleider.


       85     Exit-gesprek           Gesprek tussen deelnemer en exit-functionaris waarin wordt vastgelegd waarom de
                                     deelnemer de instelling zal verlaten en wat zijn/haar vervolgstappen zullen zijn.




                F
       86     Fiat                   Formele goedkeuring.


       87     Formuleren leervraag   Stap in het onderwijslogistieke proces, waarbij de leervraag van de deelnemer
                                     wordt uitgedrukt in onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus. Dat hoeft nog
                                     niet op het laagste aggregatieniveau van de onderwijscatalogus te zijn, dat gebeurt
                                     pas in het arrangeren.


       88     Formatief beoordelen   Formatief beoordelen heeft als doel de lerende tijdens het leertraject te voorzien van
                                     informatie over de kwaliteit van zijn of haar leren. Waar nodig kan de lerende op
                                     basis van de verkregen feedback het leren aanpassen. Zie ook formatief resultaat.


       89     Formatief resultaat    Resultaat uit een formatieve beoordeling (bijvoorbeeld: cijfer, aanwezigheid,
                                     beschrijving) dat niet meetelt voor de uiteindelijke kwalificering, maar de lerende
                                     informatie geeft over de kwaliteit van zijn of haar leren.


       90     Formatieve peilstok    Een instrument waarmee de groei, ontwikkeling en/of voortgang van een deel-
                                     nemer in zijn competenties en resultaten gemeten wordt. De formatieve peilstok
                                     geeft daarnaast ook inzicht in de mate waarin een deelnemer gereed is om examen
                                     (summatieve toets) te doen en in de geadviseerde route om daar te komen.


       91     Formatieve toets       Onderwijsproduct dat een formatief resultaat voor de deelnemer oplevert.
BEGRIPPENLIJST   19




92   Forward mapping             Het maken van een voorspelling over de afname en organisatie van het onderwijs
                                 op de middellange termijn op basis van de actuele gegevens, gecombineerd met
                                 kengetallen over hoe die gegevens kunnen worden geëxtrapoleerd.
                                 Het is bijvoorbeeld mogelijk om op basis van de actuele roosters / arrangementen
                                 een voorspelling te doen van het rooster (en het bijbehorende resourcebeslag) op
                                 de middellange termijn. Hiervoor zijn kengetallen nodig, waarmee die voorspelling
                                 met een zekere betrouwbaarheid kan worden gedaan, bijvoorbeeld kengetallen
                                 over de onderwijsproducten die zullen worden afgenomen, nadat bepaalde onder-
                                 wijsproducten zijn afgenomen (voorspellingen van de toekomstige arrangementen,
                                 gegeven de huidige arrangementen).




      G
93   Gebruiksartikelen           Alle (niet verbruiks-) middelen ter ondersteuning van het onderwijs. Middelen
                                 waarop meerjarige afschrijving wordt toegepast. Te denken valt hierbij aan: bea-
                                 mer, white board, PC , specifieke software, sporttoestellen, etc.


94   Gedragsgericht interview    Gedragsgericht (of ervaringsgericht of criteriumgericht) interview, STARR interview
                                 of reflectie-interview. Interviewvorm waarbij aan de hand van tevoren beschreven
                                 gedragscriteria bij deelnemers wordt beoordeeld in hoeverre zij dat gedrag in het
                                 verleden hebben vertoond. Er wordt gewerkt aan de hand van het STARR-model.
                                 “STARR” staat voor: situatie, taak, actie, resultaat, reflectie.


95   Geldigheid                  Aanduiding van de periode (door middel van begin- en eindexamenen) waarbinnen
                                 het product kan starten.


96   Gemeenschappelijk Rooster
     Informatie Domein           De continu draaiende roostermachine vult en optimaliseert een 3-dimensionale ma-
                                 trix (mens, tijd en middel), het rooster. Deze matrix wordt het “Gemeenschappelijk
                                 Rooster Informatie Domein” genoemd, afgekort als GRID.


97   Geschikt voor start         Geeft aan of het onderwijsproduct geschikt is om mee te starten, direct na het
                                 aangaan van een verbintenis. Hierdoor is het mogelijk om tijdens de intake de on-
                                 derwijscatalogus te raadplegen om een overzicht te krijgen van onderwijsproducten
                                 die geschikt zijn om direct afgenomen te worden.


98   GRID                        Afkorting voor het Gemeenschappelijk Rooster Informatie Domein
20   BEGRIPPENLIJST




                I
       99     IBG                IB-Groep


      100     IB-Groep           Informatie Beheer Groep. Zie ook: BRON.


      101     IIVO               In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs (IIVO). Bij de norm van 850 uur voor het MBO
                                 gaat het om In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs (IIVO) en is daarnaast de ver-
                                 onderstelling dat er nog 750 uur wordt besteed aan huiswerk, want fulltime komt
                                 overeen met 1.600 uur. Bij deeltijd gaat het om 300 uur IIVO. De normen 850 en
                                 1.600 zijn verschillende grootheden. Voor de bekostiging en dus ook de meting van
                                 onderwijsintensiteit is slechts 850 uur IIVO voor voltijd van belang.


      102     Inschrijven        Het proces binnen de instelling dat kan leiden tot een verbintenis tussen een deelne-
                                 mer of opdrachtgever en de instelling. In dat geval gaan de deelnemer/opdrachtgever
                                 en de instelling een principeovereenkomst met elkaar aan. De instelling spant zich in
                                 om de producten aan te bieden die aansluiten op de vraag van de potentiële deelne-
                                 mer. De potentiële deelnemer heeft de intentie om de onderwijsproducten af te nemen.


      103     Instroomcodering   Vervangt te zijner tijd de Crebo codering.


      104     Intake             Onderdeel van het proces van inschrijven met als doel te bepalen of de instelling
                                 passend onderwijs kan bieden. Dit kan inhouden dat het nodig is de leervraag van
                                 de potentiële deelnemer nader te specificeren of een assessment te doen. Dit pro-
                                 ces gaat vooraf aan het daadwerkelijk sluiten van de verbintenis.


      105     Intakeformulier    Formulier voorzien van bekende NAW-gegevens van de potentiële deelnemer waar-
                                 op onder andere het uiteindelijke verbintenisgebied wordt geadministreerd. Tevens
                                 kunnen gegevens met betrekking tot de thuissituatie, vooropleiding(en), bijzondere
                                 situaties, voorkeuren worden vastgelegd.


      106     Intaker            Vertegenwoordiger vanuit de instelling welke het intakegesprek voert met de poten-
                                 tiële deelnemer


      107     Iteratie           Iteratie is een begrip uit de wiskunde en informatica, bedoeld om aan te geven dat
                                 met een bepaald zich herhalend proces een berekening kan worden uitgevoerd.
                                 In computertermen zou dit een “loop” worden genoemd. Een itererend proces kan
                                 bijvoorbeeld convergeren tot één waarde.
BEGRIPPENLIJST   21




       K
108   Kernregistratiesysteem   Registratiesysteem dat dient als bron voor een bepaalde verzameling kerngege-
                               vens. Een kernregistratiesysteem registreert en beheert deze gegevens en stelt
                               deze beschikbaar aan andere systemen als dat nodig is. Een voorbeeld is de kern-
                               registratie deelnemersgegevens.


109   Kerntaken                Een kerntaak is een substantieel deel van de beroepsuitoefening naar belang,
                               omvang (tijdsbeslag of frequentie) of beide. Een kerntaak bestaat uit een geheel
                               van inhoudelijk met elkaar samenhangende werkprocessen, kenmerkend voor de
                               beroepsuitoefening. Een kwalificatiedossier heeft een beperkt aantal kerntaken. Alle
                               kerntaken samen beschrijven de essentie van de beroepsuitoefening van de betref-
                               fende beroepengroep (bron: COLO).


110   Keurmerk Inburgeren      Keurmerk Inburgeren is een kwaliteitsborging ten behoeve van de inburgeraar bij
                               de aanbieders van de inburgeringscursussen en cursussen die inburgeraars oplei-
                               den voor het inburgeringsexamen of staatsexamen NT2.


111   Klantmanager             Medewerker van de gemeente of UWV die als begeleider verantwoordelijk is voor
                               het volgen van de geplaatste deelnemers op een scholing, NT2-traject of re-inte-
                               gratietraject bij een scholingsinstituut.


112   Kostprijs                Kostprijs van het product op basis van de activiteiten die door de instelling worden
                               verricht en de kosten die worden gemaakt om het onderwijsproduct te kunnen aan-
                               bieden.


113   KRD                      Kernregistratiedeelnemers


114   KRD-foto                 Voor het maken van een vergelijking tussen een BRON-foto en de kernregistratie
                               deelnemers definiëren we het begrip KRD-foto. Een KRD-foto bevat dezelfde soort
                               gegevens als een BRON-foto, alleen dan overgenomen uit de kernregistratie deel-
                               nemergegevens (op een specifiek moment: een foto.)


115   Kwalificatiedocument      Een diploma, certificaat, verklaring.
22   BEGRIPPENLIJST




      116     Kwalificatiedossier        Door de minister (OCW/LNV) vastgesteld document waarin staat beschreven wat
                                        een beginnend beroepsbeoefenaar vermag aan het eind van zijn opleiding. Afhan-
                                        kelijk van het cohort is de beschrijving in eindtermen of in competentiegerichte
                                        termen (verwoord in prestatie-indicatoren). De instelling bepaalt zelf de inrichting
                                        van de opleiding door middel van onderwijsproducten. Bijbehorende kwalificerende
                                        documenten kunnen zijn (eind)diploma, certificaten (voor deelkwalificaties of cer-
                                        tificeerbare eenheden). In voorkomende gevallen kan een schooldiploma worden
                                        verstrekt.


      117     Kwalificatiestructuur      Het geheel aan kwalificaties dat van betekenis is voor het behalen van een verza-
                                        meling mogelijke eindkwalificaties (diploma’s). Een kwalificatiestructuur beschrijft
                                        op een gestructureerde manier aan welke eisen moet worden voldoen voor het
                                        behalen van een diploma.
                                        Landelijk samenstel van alle vastgestelde kwalificatiedossiers (Bron: Colo 2009).


      118     Kwalificerend document     Een diploma, certificaat, verklaring.


      119     Kwalificerende opleiding   Opleidingen waarbij een kwalificatie aan een deelnemer kan worden uitgereikt.




                L
      120     Landelijk Schakelpunt     Dit is de plek waar conform ELD uitwisseling van digitale deelnemergegevens tus-
                                        sen onderwijsinstellingen plaats vind. Triple A hanteert de term Centraal Uitwis-
                                        selingspunt als een wat algemenere aanduiding van een dergelijk uitwisselings- of
                                        schakelpunt.


      121     Leeractiviteiten          Activiteiten van de deelnemer bij het afnemen van onderwijsproducten.


      122     Leerbedrijf               Bedrijf dat door een kenniscentrum is geaccrediteerd om beroepspraktijkvorming
                                        voor deelnemers te verzorgen.


      123     Leermiddelen              Hulpmiddelen waar de student een eigen verantwoordelijkheid voor heeft bijvoor-
                                        beeld: rekenmachine, schaar, klein gereedschap, overall, leerboeken, licentiekosten,
                                        helm, etc.


      124     Leerplicht                Wettelijke verplichting om onderwijs te volgen (gekoppeld aan leeftijd en eventueel
                                        de omstandigheden van de deelnemer)
BEGRIPPENLIJST   23




125   Leerplichtambtenaar          Medewerker afdeling Leerplicht van de Gemeente, belast met toezicht op het nale-
                                   ven van de wettelijke leerplichtbepalingen.


126   Leerroutes                   Een serie achtereenvolgens af te nemen onderwijsproducten, doorgaans afgesloten
                                   met een kwalificerend document. Dit kan bijvoorbeeld een standaardroute zijn voor
                                   een MBO-opleiding of een onderdeel daarvan, maar ook een inburgeringstraject of
                                   een oriëntatieperiode van een aantal maanden.


127   Leerstijl                    Een beschrijving van houding en gedrag die bepalen wat iemands voorkeurmanier
                                   is van leren.


128   Leertrajectbegeleider        Begeleider die op individueel niveau deelnemers begeleidt met betrekking tot het
                                   totale leertraject. Het gaat dan enerzijds om de begeleiding bij het formuleren van
                                   de leervraag en anderzijds bij de keuze van de juiste onderwijsproducten.


129   Leervraag                    Vraag van een deelnemer of opdrachtgever aan een instelling waarin verwoord
                                   wordt wat men wil leren. Het formuleren van de leervraag is een activiteit van de
                                   begeleider samen met de deelnemer of opdrachtgever waarin de leervraag wordt
                                   uitgedrukt in producten uit de onderwijscatalogus, (eventueel) aangevuld met ad-
                                   ditionele wensen en voorwaarden.


130   Lid van de examencommissie   Een persoon die deel uitmaakt van de examencommissie.




       M
131   Manager bedrijfsvoering      De manager bedrijfsvoering is een lijnmanager die verantwoordelijk is voor (een
                                   deel van) de bedrijfsvoeringsprocessen, bijvoorbeeld financieel beheer, personeel
                                   en organisatie etc.


132   Manager onderwijs            Een lijnmanager die verantwoordelijk is voor een deel van het primair proces. Bij-
                                   voorbeeld: teamleider, branchedirecteur, sectordirecteur.


133   Maximum aantal deelnemers    Maximum aantal deelnemers dat het betreffende onderwijsproduct kan afnemen.


134   Medewerker examenbureau      Een medewerker die werkzaam is bij het examenbureau van de onderwijsinstelling.
                                   Hij voert werkzaamheden uit die betrekking hebben op examinering en diplomering.


135   Mentor                       Een medewerker van een onderwijsinstelling die belast is met de begeleiding van
                                   een groep deelnemers.
24   BEGRIPPENLIJST




      136     Metadata                    Metadata zijn gegevens die de karakteristieken van bepaalde gegevens beschrijven.
                                          Het zijn dus eigenlijk data over data. De metadata van een onderwijsproduct bevat-
                                          ten dus gegevens over het onderwijsproduct, zoals de titel, de omvang, volgorde,
                                          leerstijl, complexiteit, enz.


      137     Minimum aantal deelnemers   Minimum aantal deelnemers dat noodzakelijk is om een onderwijsproduct te organi-
                                          seren/uit te voeren.


      138     Mutatiebestand              Digitaal bestand dat met BRON wordt uitgewisseld ten behoeve van de externe ver-
                                          antwoording en bekostiging. Het mutatiebestand bevat een (mogelijk groot) aantal
                                          mutaties van deelnemergegevens. Het mutatiebestand wordt door BRON gecontro-
                                          leerd en verwerkt en middels een terugkoppelbestand aan de instelling teruggemeld.


      139     Mutatiestop                 De mutatiestop geeft aan dat voor een bepaald jaar geen mutaties meer doorge-
                                          voerd mogen worden naar BRON. Dit betreft actuele deelnemers per 1 oktober van
                                          een jaar en de behaalde diploma’s in een jaar. Wel is het na de mutatiestop nog
                                          mogelijk om zo genaamde accountantsmutaties door te voeren.




               N
      140     NAW-gegevens                Naam, Adres en Woonplaats


      141     Nominale arrangement        Het standaard arrangement wat de meeste deelnemers doorlopen.




               O
      142     Onderwijscapaciteit         Het geheel aan beschikbare mensen, faciliteiten en middelen om onderwijs te kun-
                                          nen geven.


      143     Onderwijscatalogus          Verzameling van onderwijsproducten en relevante taxonomieën binnen de instel-
                                          ling, beschreven door middel van metadata.


      144     Onderwijsinhoud             De leerstof die aan de deelnemer aangeboden wordt.
BEGRIPPENLIJST   25




145   Onderwijsintake      Het proces na aanmelding dat kan leiden tot inschrijving voor een opleiding in
                           overeenstemming met mogelijkheden van de deelnemer en met zijn instemming en
                           (eventueel) de instemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger.
                           De onderwijsintake onderscheidt zich van de (administratieve) intake door met
                           name te kijken naar de specifieke mogelijkheden en beperkingen van de deelnemer
                           en het onderwijs dat daar het beste bij past.


146   Onderwijslogistiek   Het continue proces dat er voor zorgt dat de leervraag van de deelnemers en het
                           aanbod aan onderwijsproducten van de instelling zo goed mogelijk bij elkaar wor-
                           den gebracht. Uiteindelijk zorgt de onderwijslogistiek ervoor dat onderwijsproduc-
                           ten daadwerkelijk kunnen worden afgenomen.
                           Het onderwijslogistieke proces bestaat uit het samenstellen van een passend ar-
                           rangement voor de deelnemers (het arrangeren), het plannen van de inzet van
                           onderwijsproducten in tijd en plaats en het vastleggen van de deelnemers om
                           specifieke onderwijsproducten op de gereserveerde tijden en plaatsen af te nemen
                           (het roosteren)


147   Onderwijsnummer      Zie burgerservicenummer.


148   Onderwijsproduct     Een onderwijsproduct is een product (zoals een les, een cursus, module of andere
                           onderwijseenheid) dat zodanig van metadata is voorzien dat het geschikt is om te
                           roosteren.
                           Een onderwijsproduct is enkelvoudig dan wel samengesteld. Enkelvoudig betekent
                           dat er sprake is van één uniek product dat niet verder onderverdeeld is in andere
                           onderwijseenheden (een les Engels van één uur kan een enkelvoudig product zijn).
                           De onderwijscatalogus kan ook samengestelde onderwijsproducten bevatten. Een
                           samengesteld onderwijsproduct bevat informatie over de afzonderlijke (enkelvou-
                           dige) onderwijsproducten (die deel uit maken van de samenstelling) én informatie
                           over de samenstelling zelf (bijv. de volgorde). Deze informatie vormt samen de
                           paklijst van het samengestelde onderwijsproduct. De paklijst is dus de informa-
                           tiedrager van de samenstelling. Een voorbeeld van een samengesteld onderwijs-
                           product is een 2 daagse cursus Engels voor beginners met een theorie- en een
                           praktijkdag. De theoriedag is een enkelvoudig onderwijsproduct, net zoals de prak-
                           tijkdag. De paklijst geeft aan dat de theoriedag voor de praktijkdag moet worden
                           ingepland.


149   Onderwijsvorm        De wijze waarop onderwijs aan de deelnemer aangeboden wordt.
26   BEGRIPPENLIJST




      150     Ontwikkelstraat          Een werkomgeving voor softwareontwikkeling, gebaseerd op één of meerdere techni-
                                       sche platforms aangevuld met een samenhangende verzameling tools en de inrich-
                                       ting van ontwikkel-, test-, en acceptatieomgevingen, op basis waarvan een software-
                                       leverancier op een professionele en beheersbare manier software ontwikkelt.


      151     OOK                      OOK staat voor OnderwijsOvereenKomst (tussen deelnemer en instelling), die de
                                       basis is voor de verbintenis.
                                       Deze bevat tenminste de volgende gegevens:
                                       - Datum & Plaats ondertekening
                                       - Persoonsgegevens van de deelnemer
                                       - Startdatum (& einddatum) van het (start)onderwijsproduct
                                       - Omschrijving onderwijsproduct (opleidingsdomein)
                                       - Opleidingsniveau
                                       - Leerweg
                                       - Onderwijstijd in SBU
                                       - Gegevens instelling & handtekening namens de instelling
                                       - Handtekening deelnemer (eventueel ouders/verzorgers)


      152     Opdrachtgever, externe   Een opdrachtgever buiten de instelling.


      153     Opdrachtgever            Vertegenwoordiger van een bedrijf, gemeente of uitkerende instanties e.d namens
                                       een groep werknemers en/of (potentiële) deelnemers.


      154     Overdrachtsdossier       Het overdrachtsdossier is een digitaal dossier dat tussen onderwijsinstellingen
                                       wordt uitgewisseld, met daarin door de onderwijsinstelling gewaarborgde gegevens
                                       over de deelnemer en zijn loopbaan. Het dossier kent een aantal gegevenssets die
                                       gevuld worden vanuit de (kern-)registratie van de onderwijsinstelling op het mo-
                                       ment van overdracht.
                                       Het overdrachtsdossier bevat op hoofdlijnen de volgende gegevenssets.
                                       - Identiteitsgegevens van de deelnemer
                                       - Leerloopbaangegevens
                                       - Summatieve resultaten
                                       - Indicaties benodigde begeleiding
                                       - BPV en stage
BEGRIPPENLIJST   27




       P
155   PAP                       PAP (Persoonlijk Activiteiteitenplan) is het vastleggen van de door de deelnemer te
                                ondernemen activiteiten voor een bepaalde periode ter realisering van de POP.


156   Periode                   Een periode is een afgebakende tijdseenheid, de lengte wordt gekozen door een
                                instelling zelf. Dit kan een uur, een dag een week, 10 weken etc zijn.


157   Persoonsgebonden nummer   Burgerservicenummer of door de IB-Groep toegekend onderwijsnummer.


158   POK                       Afkorting voor de Praktijk Overeenkomst in het kader van een stage/BPV tussen
                                deelnemer, instelling en stagebedrijf of kenniscentrum, waarin de respectievelijke
                                rechten en plichten zijn opgenomen.


159   POP                       POP (Persoonlijk Ontwikkelingsplan) met leerafspraken voor de duur van de op-
                                leiding. Dit plan kan tijdens de opleiding worden bijgesteld. Een POP kan worden
                                vastgelegd in een portfolio.


160   Portfolio                 Een portfolio is een georganiseerde verzameling bewijsstukken aangevuld met zelf-
                                reflectie, bedoeld om iemands vaardigheden, kennis en scholing te illustreren.
                                Een portfolio wordt door de deelnemer zelf beheerd. Hij stelt dus zijn eigen port-
                                folio samen. In het portfolio maakt of verzamelt een deelnemer zijn werk (ook wel
                                producten of bewijsstukken genoemd) die op enig moment ook ter (summatieve of
                                formatieve) beoordeling kunnen worden aangeboden. Verder kan een deelnemer
                                zijn persoonlijke groei of ontwikkeling beschrijven en daarop reflecteren.


161   Portfolio beoordeling     In principe elke beoordeling van een verzameling producten in een portfolio, maar
                                in engere zin: Het beoordelen van een portfolio dat leidt tot een kwalificering.


162   Potentiële deelnemer      Mogelijk (nieuwe) deelnemer van de instelling, in de fase intake, nog voor het af-
                                sluiten van een verbintenis voor het afnemen van onderwijsproducten.


163   Praktijkbegeleider        De praktijkbegeleider is verantwoordelijk voor de begeleiding en opleiding ofwel de
                                beroepspraktijkvorming (BPV) van leerlingen binnen het bedrijf. Hiertoe organiseert
                                hij de beroepspraktijkvorming, onderhoudt hij contacten met betrokken partijen,
                                administreert hij de gegevens van de leerling, begeleidt hij de leerling, verzorgt hij
                                de praktijkopleiding van de leerling binnen het bedrijf en beoordeelt hij de leerling
                                (bron: COLO).
28   BEGRIPPENLIJST




      164     Praktijkovereenkomst        Overeenkomst in het kader van een stage/BPV tussen deelnemer, instelling, sta-
                                          gebedrijf en kenniscentrum, waarin de respectievelijke rechten en plichten zijn
                                          opgenomen. In deze overeenkomst zijn de volgende gegevens opgenomen:
                                          - Gegevens deelnemer (NAW)
                                          - Gegevens bedrijf
                                          - Gegevens kenniscentrum
                                          - Opleiding en opleidingsniveau
                                          - Tijdvak
                                          - Vergoeding
                                          - Verwijzing reglement
                                          - Ruimte voor ondertekening door partijen


      165     Procesarchitectuur          Schematische weergave van samenhangend geheel van (onderwijs)processen


      166     Productieomgeving           Omgeving waarin de informatiesystemen functioneren die leidend zijn voor de be-
                                          drijfsvoering en het primaire proces.
                                          In het specifieke geval van de roosteromgeving wordt een geaccepteerd rooster-
                                          voorstel in de productieomgeving gezet, waardoor het een actueel rooster wordt
                                          voor de eerstvolgende periode. Hierdoor wordt beslag gelegd op de benodigde mid-
                                          delen en worden eventuele wijzigingen vanuit de simulatie in de regels, middelen of
                                          arrangementen overgenomen.




                R
      167     Randvoorwaarden deelnemer   Wensen en voorwaarden van een deelnemer die invloed hebben op het te maken
                                          arrangement en rooster voor een deelnemer. Het kan hier gaan om:
                                          - gewenste volgordelijkheid van de te volgen onderwijsproducten
                                          - (voorkeurs)dagen die kunnen bepaald zijn door bijvoorbeeld werk en/of persoon-
                                           lijke situatie van de deelnemer)
                                          - (voorkeurs)locatie vanwege toegankelijkheid voor gehandicapte deelnemer of
                                           reistijd


      168     Referentiearrangement       Voorbeelden van samengestelde onderwijsproducten die invulling geven aan een
                                          bepaalde leerroute.
BEGRIPPENLIJST   29




169   Regel                    Een regel of beslisregel (= businessrule) is een volgens een geformaliseerde syntax
                               vastgelegde randvoorwaarde in het roosteringsproces. Er zijn drie types regels:
                               - Regels die altijd gelden en niet uit te zetten zijn
                               - Regels die binnen een context gelden, maar die door beslissingsbevoegden uitge-
                                zet mogen worden
                               - Regels waarvan de strekking in meer of mindere mate van belang is, en waarvan
                                het belang ingesteld kan worden


                               Voor de roostermachine komen regels uit het onderwijs en uit het beheer van de
                               resources.
                               Naast de algoritmes bepalen de regels de uitkomst van het planningsproces. Kort
                               samengevat: de regels geven kaders en randvoorwaarden, daarbinnen zorgen de
                               algoritmes voor optimalisering in het tegemoetkomen aan de regels.


170   Re-integratiebedrijven   Particuliere bedrijven die (langdurig) werklozen via re-integratietrajecten toeleiden
                               naar de arbeidsmarkt.


171   Resources                Resources zijn middelen die nodig zijn voor het primair proces. Bijv. docenten,
                               lokalen, gebruiksartikelen, assets.


172   RMC                      Regionaal Meld- en Coördinatiepunt.


173   Rooster                  Verzameling individuele arrangementen gekoppeld aan middelen en voor een be-
                               paalde periode in de tijd uitgezet.


174   Roostermachine           De roostermachine is een systeem dat op basis van alle arrangementen, de be-
                               schikbare middelen en de onderwijs- en bedrijfsregels een top x (bijvoorbeeld een
                               top vijf) van roostervoorstellen maakt.




       S
175   SBU                      Studiebelastingsuren. Voor de BBL is de norm momenteel 300 en vooor de BOL 850 uur.


176   Simuleren                Roostervoorstellen maken met aanpassingen in de arrangementen, beschikbare
                               middelen, regels en/of andere parameters om te komen tot een acceptabel rooster.
                               De managers onderwijs en bedrijfsvoering beslissen wat er in de simulatie wordt
                               aangepast. Er kunnen aanpassingen worden gedaan in de regels en er kan worden
                               gesimuleerd met extra of andere middelen. Ook arrangementen kunnen worden
                               aangepast.
30   BEGRIPPENLIJST




      177     Sjabloon          De mal volgens welke een document gegenereerd dient te worden.
                                Een sjabloon bestaat uit de structuur van het document, bestaande uit vaste tekst
                                en sjabloonvelden. De vaste tekst is voor elk document van dit type gelijk en de
                                sjabloonvelden zijn velden die worden gevuld met gegevens die zijn aangeleverd bij
                                de documentaanvraag of uit het systeem kunnen worden geselecteerd.


      178     Sleutelgegevens   Identificerende gegevens over de deelnemer, die door BRON worden gebruikt. Dit
                                is o.a. het BSN-nummer of het onderwijsnummer, geslacht, geboortedatum. De
                                IB-Groep verstrekt regelmatig een overzicht van gewijzigde sleutelgegevens. Het
                                doel van dit overzicht is het op de hoogte brengen van de onderwijsinstelling van
                                wijzigingen die door de IB-Groep zijn doorgevoerd, zonder dat hier een melding van
                                uw school aan vooraf is gegaan. Deze wijzigingen komen meestal voort uit wijzigin-
                                gen in de gemeentelijke basisadministratie.


      179     Soort product     De typering van het product. Op basis van deze typering levert het samenbrengen
                                van de deelnemer met het product verschillende gegevens op. Bijvoorbeeld levert
                                een summatieve toets een summatief resultaat op. Een stage levert bijvoorbeeld
                                gegevens voor het portfolio (stageverslag) en monitoring binnen de begeleidings-
                                omgeving. Hierna is een aantal voorbeelden van soorten producten weergegeven.


                                Summatieve toets
                                Het resultaat hiervan draagt bij aan diplomering.


                                Formatieve toets
                                Het resultaat is van belang op het reflecteren van het leren en in het kader van de
                                begeleiding.


                                Assessment
                                Beoordeling op basis van zichtbaar gedrag van een samenhangend geheel aan com-
                                petenties, vakkennis en -vaardigheden van de deelnemer. Levert een summatief
                                resultaat op dat tot vrijstelling van (overige) summatieve toetsing kan leiden.


                                Beoordeling EVC
                                Beoordeling op basis van documenten van het niveau van de deelnemer. Kan leiden
                                tot vrijstelling van summatieve toetsing en levert in dat geval een summatief resul-
                                taat op.


                                Theorieles
                                Onderwijssituatie van een docent met een groep in een ruimte.
BEGRIPPENLIJST   31




                              Demonstratie
                              Voorbeeld van een praktijksituatie.


                              Stage-eenheid
                              Leereenheid binnen een stage.


                              Simulatie-eenheid
                              Leereenheid binnen een simulatie.


                              Projectactiviteiten
                              Activiteiten die samen een project vormen, hebben een logische, vaak volgordelijke
                              verhouding tot elkaar.


                              Praktijktraining
                              Training van een deelnemer in de praktijksituatie.


                              Simulatie
                              Nabootsing van een praktijksituatie.


                              Stage
                              Leeractiviteiten in de beroepspraktijk buiten de instelling (BPV).


                              Leerbedrijf
                              Praktijksituatie in een echte praktijksituatie van een door de instelling georgani-
                              seerd bedrijf (bijvoorbeeld een leerhotel), deze bevat stage-eenheden.


180   Stage                   Periode waarin de deelnemer bij een bedrijf beroepspraktijkvorming volgt.


181   Startonderwijsproduct   Onderwijsproduct dat door de instelling is aangemerkt als geschikt om mee te star-
                              ten, direct na het aangaan van een verbintenis.


182   Startvoorwaarde         Voorwaarden om het onderwijsproduct te kunnen uitvoeren.
32   BEGRIPPENLIJST




      183     Status product         Status waarin het onderwijsproduct zich bevindt. De volgende statussen worden
                                     onderscheiden:


                                     Aangevraagd
                                     Aangevraagd door organisatie of deelnemer.


                                     In ontwikkeling
                                     Wordt door de organisatie gemaakt of aangeschaft, kan in arrangement worden
                                     opgenomen.


                                     Beschikbaar
                                     Kan worden ingebracht in roosterproces.


                                     Vervallen
                                     Product wordt niet meer aangeboden (na in productie te zijn geweest).


                                     Niet beschikbaar
                                     Kan (door welke reden dan ook) niet worden samengebracht met deelnemer.


      184     Summatief beoordelen   Summatief beoordelen heeft als doel het kwalificeren of diplomeren van de deelnemer.


      185     Summatief resultaat    Resultaat (bijvoorbeeld: cijfer, aanwezigheid, afronding stage) na het volgen of
                                     uitvoeren van een onderwijsproduct (zoals een vak of onderdeel, BPV, practicum of
                                     proeve) gekoppeld aan een summatieve toets. Uitkomsten van een beoordeling in
                                     kader van EVC worden als summatief resultaat in de kernregistratie opgenomen.
                                     Een summatief resultaat telt mee voor het behalen van een kwalificerend document
                                     (zoals diploma, certificaat). Dit in tegenstelling tot een formatief resultaat, dat bij-
                                     draagt aan de opleidingsvoortgang maar niet aan de formele kwalificering.


      186     Summatieve peilstok    Een meting van de behaalde (summatieve) resultaten van een deelnemer die mee-
                                     tellen voor een diploma. Daarnaast biedt de summatieve peilstok de mogelijkheid
                                     om de resultaten van een deelnemer af te zetten tegen andere kwalificatiedossiers
                                     om te kunnen onderzoeken welke andere kwalificaties binnen bereik zijn.


      187     Summatieve toets       Onderwijsproduct dat een summatief resultaat voor de deelnemer oplevert. Sum-
                                     matief beoordelen heeft meestal als doel het kwalificeren of certificeren van de
                                     student. Tijdens een leertraject kan een summatieve toets zijn gepland om bijvoor-
                                     beeld tot een hoger jaar van een opleiding te worden toegelaten.


      188     Systeemfunctie         Een door het systeem zelf uitgevoerde (trans)actie.
BEGRIPPENLIJST   33




       T
189   Taxonomie                     De plaats van een onderwijsproduct in een kwalificatiestructuur. Er zijn meerdere
                                    kwalificatiestructuren waaraan een onderwijsproduct zijn betekenis kan ontlenen.
                                    Voorbeelden zijn de kerndoelen van het VO, de competentiegrichte kwalificatie-
                                    structuur van COLO en de eindtermen Educatie. Deze taxonomieen zijn deels
                                    wettelijk vastgesteld (bijvoorbeeld door het ministerie van OCW) en deels door
                                    de instelling zelf vastgesteld (bijvoorbeeld voor contractonderwijs). Deelnemers
                                    schrijven zich in op een bepaald onderdeel van een taxonomie (bijvoorbeeld op een
                                    domein of kwalificatiedossier, of VMBO sector).



190   Technisch platform            Een verzameling technische basisvoorzieningen op basis waarvan softwareontwik-
                                    keling kan plaatsvinden, bijvoorbeeld het J2EE platform of het .NET platform.


191   Terugkoppelbestand            Digitaal bestand waarmee BRON de verwerking van een mutatiebestand terugkop-
                                    pelt aan de instelling. Het terugkoppelbestand bevat informatie over een (mogelijk
                                    groot) aantal mutaties die door BRON zijn verwerkt. BRON controleert en verwerkt
                                    een aangeleverd mutatiebestand, en geeft middels een terugkoppelbestand aan of
                                    de mutaties zijn geaccepteerd of geweigerd, eventueel aangevuld met signalen of
                                    aanvullende informatie.


192   Toegankelijkheidsoort         De toegankelijkheidsoort geeft aan of, en zo ja welke, visuele, auditieve, tekstuele-
                                    of fysieke handicapklasse van toepassing is op een bepaald onderwijsproduct. Dit
                                    geeft de fysieke voorwaarden waaraan de deelnemer moet voldoen om het onder-
                                    wijsproduct te kunnen volgen. Deze wordt gedefinieerd in een aantal beperkings-
                                    klassen.


193   Toetsmatrijs                  Een toetsmatrijs is een tabel waarin aangegeven wordt hoe de opgaven, beho-
                                    rende bij bepaalde doelstellingen, worden verdeeld over tenminste twee dimensies:
                                    inhoudscategorieën en gedragscategorieën. De toetsmatrijs is een blauwdruk, een
                                    uitgewerkt plan, dat een systematische constructie van een toets wil garanderen.
                                    Een toets die is geconstrueerd op basis van een systematisch plan zal eerder bruik-
                                    bare en betekenisvolle scores opleveren dan een toets waarvan de vragen op niet
                                    systematische wijze bij elkaar zijn gehaald (Kennisnet).


194   Toetsvaststellingscommissie   Een commissie die elke summatieve toets beoordeelt en borgt dat deze voldoet aan
                                    de eisen.
34   BEGRIPPENLIJST




      195     Trajectbegeleiding     De begeleiding van de deelnemer gericht op zijn leerloopbaan. Dit betreft met name
                                     het monitoren van de voortgang en de begeleiding van de deelnemer bij het maken
                                     van keuzes.


      196     Type toets             Typering van een toets welke is opgenomen in de metadatering van het onderwijs-
                                     product. Het feit of een toets summatief of formatief is, wordt in het veld Soort
                                     product vastgelegd. Het gaat in het veld Type toets dus om de vorm waarin de toets
                                     wordt afgenomen. Mogelijke waarden zijn: schriftelijke toets, mondelinge toets,
                                     praktijkopdracht, groepsopdracht, proeve van bekwaamheid, productopdrachtscrip-
                                     tie, literatuurverslag, stageverslag, profielwerkstuk, enz.




               U
      197     Uitschrijven           De deelnemer verlaat de instelling en de verbintenis wordt beëindigd. Hiermee ein-
                                     digt ook de bekostigingsrelatie.


      198     Uitstroomkwalificatie   Aanduiding van diploma (of ander kwalificerend document) dat als eindresultaat
                                     van een opleiding kan worden verkregen. Binnen de kwalificatiestructuur van het
                                     MBO leggen kwalificatiedossiers het stelsel van beroepsopleidingen vast, uitstroom
                                     of uitstroomkwalificatie in zo’n dossier komt overeen met een op de arbeidsmarkt
                                     bestaand, en door sociale partners erkend, beroep.


      199     Uitstroomprofiel        De uitstroom is de noemer waaronder de inhoud van een kwalificatie is onderge-
                                     bracht. De naam van het diploma wordt bepaald door de naam van de uitstroom.
                                     Uitstroomdifferentiatie is de oude naam voor uitstroom (bron: COLO).


      200     Uitstroomreden         Reden waarom een verbintenis wordt beëindigd.


      201     Uitval                 Het voortijdig verlaten van een opleiding.


      202     Uitvoeringsruimte      Restrictie of voorwaarde verbonden aan het moment van samenbrengen van deel-
                                     nemer en onderwijsproduct. Het gaat dan om bijvoorbeeld seizoensgebonden pro-
                                     ducten (aardappels kun je niet poten met kerst), maar ook om bepaalde dagdelen,
                                     dagen in de week, enz.


      203     Urennorm               De urennorm is het minimum aantal klokuren dat een deelnemer jaarlijks les moet
                                     krijgen. De beroepsopleidende leerweg (BOL) moet minimaal 850 klokuur aan
                                     onderwijs per jaar omvatten en een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) moet mini-
                                     maal 300 klokuur aan onderwijs per jaar omvatten.
BEGRIPPENLIJST   35




204   UWV                    Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekering. Uitkeringsinstantie voor mensen in
                             de volgende uitkeringen: WW, WAO, WIA, WAJONG, WAZ en voor mensen in de
                             ziektewet.




       V
205   Verbintenis            Rechtsgeldige overeenkomst tussen deelnemer en instelling of tussen bedrijf en
                             instelling. Op basis van deze overeenkomst ontstaat een bekostigingsrelatie.
                             De instelling verplicht zich nader te bepalen onderwijsproducten beschikbaar te
                             stellen, met als eerste een startonderwijsproduct dat vanaf een in de verbintenis
                             vastgelegde datum kan worden afgenomen. De deelnemer spreekt de intentie uit om
                             onderwijsproducten af te nemen op nader te plannen tijdstippen, waarbij waar mo-
                             gelijk de begindatum van het startonderwijsproduct in de verbintenis is vastgelegd.


206   Verbintenisgebied      Werkingsgebied van de verbintenis die door de instelling na intake met de deelne-
                             mer wordt aangegaan.
                             Anno 2007 is in het MBO het crebonummer (evt. de van een crebonummer voor-
                             ziene container (zg -0-nummer) voor enkele verwante opleidingen) bepalend voor
                             de aanduiding van het werkingsgebied ten behoeve van de externe verantwoording
                             en synchronisatie met BRON.
                             Met de invoering van de competentiegerichte kwalificatiestructuur zal het
                             verbintenisgebied betrekking kunnen hebben op:
                             - Een domein
                             - Een diplomagebied
                             - Een kwalificatiedossier
                             - Een uitstroomkwalificatie


207   Vergelijkingsbestand   Bestand met de totalen uit het CFI terugmeldingsoverzicht en de totalen vanuit de
                             kernregistratie deelnemers.


208   Verschillenbestand     Verschillenlijst tussen de BRON foto en de selectie uit de kernregistratie gerelateerd
                             aan een teldatum.


209   Versie                 Met deze metadata wordt de versie vastgelegd van het onderwijsproduct.
36   BEGRIPPENLIJST




               W
      210     Werkgever       Instelling waarmee een werknemer een arbeidsovereenkomst heeft. In het kader
                              van BBL opleidingstrajecten wordt een POK afgesloten tussen instelling, deelnemer
                              en werkgever.


      211     Werkopdracht    Een relatie tussen twee use cases, waarbij het resultaat van de ene use case het
                              startpunt is voor een andere use case. De relatie behelst niet het overdragen van
                              gegevens.


      212     Werkprocessen   Een werkproces is een afgebakend geheel van beroepshandelingen binnen een kern-
                              taak. Het werkproces kent een begin en een eind, heeft een resultaat en wordt als
                              kenmerkend herkend in de beroepspraktijk. Een werkproces bestaat dus nooit uit één
                              handeling of gedraging. Meerdere werkprocessen kunnen gelijktijdig lopen. Dat ze
                              een begin en eind hebben, wil niet per se zeggen dat ze na elkaar komen, maar dat
                              ze duidelijk te onderscheiden zijn van andere werkprocessen (bron: COLO).




                Z
      213     Zorgdossier     Het zorgdossier bevat alle documenten en gegevens over lichamelijke, psychische
                              en sociaal-emotionele beperkingen van de deelnemer. Het zorgdossier is van het
                              begeleidingsdossier gescheiden omdat dit dossier meer privacygevoelige informatie
                              bevat.
                              Het begeleidingsdossier is onderdeel van het deelnemersdossier, waarin zich naast
                              het zorgdossier ook het administratief dossier, begeleidingsdossier en examen-
                              dossier bevindt.
BEGRIPPENLIJST   37




COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
38    BEGRIPPENLIJST




     Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   1




FUNCTIONEEL ONTWERP




KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS
2   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   3




INLEIDING

            In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de kernregistra-
            tie deelnemergegevens.


            Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder-
            steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit
            kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of
            als één of meer aparte ICT-systemen.


            Beschrijvend en technisch gedeelte
            Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte,
            waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge-
            deelte, waarin alle use cases en werkopdrachten staan weergegeven.


            In het beschrijvende gedeelte wordt u door de belangrijkste delen van ons ontwerp
            geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs-
            punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar zich de keu-
            zemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen bevinden.


            Het beschrijvende gedeelte bestaat uit zes delen. Ieder deel omvat een apart on-
            derdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van het proces van
            kernregistratie deelnemergegevens. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases.
            Aan het begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u
            zich bevindt binnen het totaal aan use cases.


            In elk deel geven we naast de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun-
            ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een
            beschrijving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het
            perspectief van een gebruiker van het systeem.


            Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit
            het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp van de
            kernregistratie deelnemergegevens.


            Mocht u daarin geïnteresseerd zijn, dan kunt u in het technische gedeelte de
            gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat
            een platte export uit de Triple A-wiki.
4   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                        INHOUDSOPGAVE

                                        Inleiding                                                      3
                                             Beschrijvend en technisch gedeelte                        3

                                        Beschrijvend gedeelte                                          5

                                        Deel I: Inschrijven                                            6
                                            Uitgangspunten en keuzes                                   7
                                            De intake                                                  7
                                            Het aangaan en wijzigen van de verbintenis                 8

                                        Deel II: Beheren identiteit                                    9
                                            Uitgangspunten en keuzes                                  10
                                            Het wijzigen van de identiteitsgegevens                   10
                                            Uitwisseling met BRON                                     10

                                        Deel III: Diplomeren                                           11
                                            Uitgangspunten en keuzes                                  12
                                            Registreren van summatieve resultaten                     12
                                            Onderhouden criteriumbank                                 12
                                            Beschikbaar stellen peilstokmeting                        14
                                            Kwalificeren                                               14

                                        Deel IV: Beheren loopbaan en analyseren aan- en afwezigheid   15
                                            Uitgangspunten en keuzes                                  16
                                            Analyse van aan- en afwezigheid                           16
                                            Beschikbaar stellen loopbaangegevens                      17

                                        Deel V: Documentbeheer                                        18
                                            Uitgangspunten en keuzes                                  19
                                            Deelnemersdossier in de kernregistratie                   19
                                            Genereren en beheren van documenten                       19

                                        Deel VI: Uitschrijven                                         21
                                            Uitgangspunten en keuzes                                  22
                                            Uitschrijven                                              22

                                        Technisch gedeelte                                            25
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   5




BESCHRIJVEND GEDEELTE
6   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                        DEEL I: INSCHRIJVEN
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   7




Uitgangspunten en keuzes
- Een vrijblijvende interesse van een deelnemer wordt buiten de kernregistratie om
 afgehandeld
- In de intake komt er nog geen formele verbintenis tot stand
- Een deelnemer kan gedurende zijn loopbaan verschillende verbintenissen hebben
 (gelijktijdig en na elkaar) zonder te worden uitgeschreven
- Zodra een verbintenis tot stand is gekomen, wordt het onderwijslogistieke proces
 in gang gezet.


De intake
Een potentiële deelnemer heeft veelal via een aanmelding zijn interesse voor onder-
wijs bij de instelling kenbaar gemaakt. Mogelijk heeft hij een open dag bezocht of
informatie aangevraagd. De potentiële deelnemer hoeft in zo’n geval nog niet in de
kernregistratie te zijn vastgelegd.


Zodra de belangstelling concreter wordt, kan er een administratieve en onderwijs-
kundige intake worden gedaan. In deze intake(s) wordt de vraag van de deelnemer
in kaart gebracht en wordt er gekeken welke onderwijsproducten van de instel-
ling daar het beste bij passen. Hierbij wordt ook gekeken naar de vooropleiding,
relevante werkervaring, benodigde extra zorg en eventuele EVC-beoordelingen van
resultaten die op andere instellingen zijn behaald. Ten behoeve van de intake wordt
de deelnemer wel in de kernregistratie vastgelegd, zodat ook de resultaten van de
intake kunnen worden geregistreerd.


Het uiteindelijke resultaat van de intake is een beeld van het onderwijs dat de
deelnemer zou kunnen gaan volgen, rekening houdend met de eisen die aan de
deelnemer worden gesteld, en het onderwijs dat de instelling kan aanbieden. Op
basis van de intake moet een deelnemer kunnen besluiten zich in te schrijven. Voor
de inschrijving moet het verbintenisgebied zijn bepaald. Het verbintenisgebied is
een onderdeel van de kwalificatiestructuur waarop een deelnemer zich kan inschrij-
ven. In de competentiegerichte kwalificatiestructuur is dat bijvoorbeeld een domein,
kwalificatiedossier of uitstroom.


Daarnaast wordt bij voorkeur ook een startonderwijsproduct vastgesteld. Dat is
het eerste onderwijsproduct waarmee de deelnemer kan starten. Dit kan de eerste
periode van de gekozen opleiding zijn, maar ook een wat bredere oriëntatie op een
bepaald vakgebied.
Een vergelijkbaar proces wordt ook doorlopen voor een opdrachtgever die voor een
potentiële deelnemer of groep van deelnemers een bedrijfsopleiding of een cursus
wil afnemen.
8   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                        Het aangaan en wijzigen van de verbintenis
                                        Als de intake achter de rug is, kan de deelnemer besluiten zich daadwerkelijk in te
                                        schrijven. Op dat moment gaan de potentiële deelnemer en de instelling een princi-
                                        peovereenkomst aan. De instelling spant zich in om de producten aan te bieden die
                                        aansluiten op de vraag van de potentiële deelnemer. De potentiële deelnemer heeft
                                        de intentie om de onderwijsproducten af te nemen.


                                        De deelnemer wordt ingeschreven op een bepaald verbintenisgebied. Alle onder-
                                        wijsproducten die binnen dat verbintenisgebied vallen, kunnen dan door de deelne-
                                        mer worden afgenomen. Het verbintenisgebied is ook de basis voor de bekostiging.
                                        Zodra de verbintenis tot stand is gekomen, kan ook het organiseren van het onder-
                                        wijs (de onderwijslogistiek) voor deze deelnemer in gang gezet worden. In eerste
                                        instantie is het startonderwijsproduct het eerste product dat voor deze deelnemer
                                        zal worden gerealiseerd.


                                        Het wijzigen van de verbintenis
                                        Een deelnemer kan zich bij het aangaan van de verbintenis breed inschrijven, wat
                                        betekent dat er een verbintenisgebied wordt gekozen (een domein of kwalificatie-
                                        dossier) waarbinnen nog verschillende uitstroommogelijkheden zijn. Gaandeweg de
                                        loopbaan van de deelnemer zal het verbintenisgebied moeten worden vernauwd tot
                                        een specifiek kwalificatiedossier en uiteindelijk een uitstroom.


                                        Daarnaast kan het zijn dat een deelnemer producten wil afnemen die niet tot zijn
                                        huidige verbintenisgebied behoren. In dat geval moet de verbintenis worden gewijzigd
                                        of moet er een additionele verbintenis worden gemaakt.


                                        De deelnemer of instelling kan ook besluiten de verbintenis te beëindigen voordat
                                        de afgesproken looptijd is verstreken. Deze beëindiging moet zorgvuldig worden
                                        uitgevoerd, omdat er mogelijk nog wel een recht is op een diploma. Als er naast
                                        deze verbintenis geen andere verbintenissen actief zijn, wordt de deelnemer boven-
                                        dien uitgeschreven.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   9




DEEL II: BEHEREN IDENTITEIT
10   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Uitgangspunten en keuzes
                                         - De kernregistratie bevat in principe alle gegevens die de instelling moet kunnen
                                          uitwisselen in het kader van de externe verantwoording ten behoeve van de be-
                                          kostiging. Tevens bevat de kernregistratie gegevens ten behoeve van rapportages
                                          voor andere wettelijke verplichtingen.


                                         Het wijzigen van de identiteitsgegevens
                                         In de intake zijn ook de identiteitsgegevens van de deelnemer vastgelegd. Het gaat
                                         dan bijvoorbeeld om de naam en adresgegevens, gegevens van de ouders en even-
                                         tuele kenmerken zoals een rugzakje.


                                         Deze gegevens kunnen uiteraard gedurende de loopbaan van een deelnemer wijzigen.
                                         Afhankelijk van de gegevens die worden gewijzigd kan het nodig zijn om deze dan ook
                                         klaar te zetten voor uitwisseling met Basis Registratie Onderwijs Nummer (BRON).


                                         Uitwisseling met BRON
                                         Zodra er een overeenkomst is tussen de instelling en een deelnemer, moeten deze
                                         gegevens ten behoeve van de bekostiging worden uitgewisseld met BRON, het
                                         basisregistratiesysteem bij de IB-Groep, waarin gegevens van de deelnemers in het
                                         VO en MBO worden opgeslagen. Deze gegevens worden door de overheid en de IB-
                                         groep gebruikt om de bekostiging, subsidies en studiefinanciering te bepalen.


                                         Elke wijziging op de identiteitsgegevens, de inschrijving of andere bekostigingsrele-
                                         vante gegevens worden ook weer opnieuw uitgewisseld met BRON.
                                         De uitwisseling met BRON vindt nu plaats met behulp van mutatiebestanden waarin
                                         een relatief groot aantal mutaties tegelijk met BRON kan worden uitgewisseld.
                                         Voordat een dergelijk bestand wordt verstuurd, wordt het gecontroleerd. Naar
                                         aanleiding van een mutatiebestand dat naar BRON is verstuurd, stuurt BRON een
                                         terugkoppelbestand terug met goedgekeurde en afgekeurde mutaties. Om dit uit-
                                         wisselingsproces goed te kunnen monitoren, wordt van elke mutatie bijgehouden of
                                         het is verstuurd, goedgekeurd of afgekeurd. Afgekeurde mutaties leiden doorgaans
                                         tot een correctie in het kernregistratiesysteem. Deze correctie leidt op zijn beurt
                                         weer opnieuw tot een mutatie naar BRON.


                                         In de toekomst voorzien wij een wat directere, meer continue uitwisseling van mu-
                                         taties met BRON. In dat geval zal elke mutatie in het kernregistratiesysteem direct
                                         tot uitwisseling van een bericht met BRON leiden. BRON zal in zo’n situatie ook per
                                         bericht een goed- of afkeuring terugsturen. Op dit moment is BRON nog niet voor
                                         een dergelijke uitwisseling ingericht. Binnen de kernregistratie gaan we daarom
                                         voorlopig uit van de bestaande uitwisseling middels mutatiebestanden.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   11




DEEL III: DIPLOMEREN
12   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Uitgangspunten en keuzes
                                         - Summatieve resultaten hebben een formele waarde en zijn daarom onderdeel van
                                          de kernregistratie deelnemers
                                         - De registratie van summatieve resultaten is onderdeel van het kernregistratiesys-
                                          teem, omdat summatieve resultaten een formele waarde hebben
                                         - Formatieve resultaten zijn uitsluitend van belang voor het primaire proces en de
                                          begeleiding, en horen daarom niet thuis in het kernregistratiesysteem
                                         - Diplomarecht wordt bepaald op basis van de regels in een criteriumbank, op basis
                                          van de zogenaamde peilstokmeting. Deze criteriumbank is ook onderdeel van de
                                          kernregistratie deelnemers
                                         - Elke deelnemer die de instelling verlaat, ook als dat vroegtijdig is, wordt gecon-
                                          troleerd op een eventueel diplomarecht
                                         - Het diplomeren is niet automatisch reden tot uitschrijving; een deelnemer kan zijn
                                          loopbaan ook op dezelfde instelling voortzetten of verschillende actieve verbinte-
                                          nissen naast elkaar hebben.


                                         Registreren van summatieve resultaten
                                         In het primaire proces van de instelling vindt het daadwerkelijke onderwijs plaats.
                                         Deelnemers nemen daarin allerlei onderwijsproducten af en worden op verschillende
                                         momenten getoetst op competenties en kennis. Veel van deze toetsen hebben een
                                         formatief karakter: ze dienen vooral ter ondersteuning van het leren van de deelne-
                                         mer. Daarnaast worden ook summatieve toetsen onderkend, meestal een examen of
                                         EVC beoordeling. Dit zijn onderwijsproducten van het type summatieve toets.


                                         Resultaten die behaald zijn op een summatieve toets hebben een formele waarde
                                         en zijn de basis voor de diplomering. Deze resultaten (en correcties op deze resul-
                                         taten) worden in de kernregistratie vastgelegd. Deze vastlegging vindt plaats op
                                         basis van een aangeleverd examen- of EVC-rapportage.
                                         Nadat een summatief resultaat is vastgelegd wordt vastgesteld of de deelnemer
                                         over alle summatieve resultaten beschikt voor de uitstroom waarop de deelnemer is
                                         ingeschreven. Als dat het geval is wordt de diplomering in gang gezet.


                                         Onderhouden criteriumbank
                                         De criteriumbank bevat alle regels die bepalen of een bepaald diploma kan worden
                                         uitgereikt, met andere woorden: welke summatieve resultaten ‘optellen’ tot een
                                         diploma. In de criteriumbank wordt vastgelegd welke summatieve resultaten, onder
                                         welke voorwaarden (minimale score, twee van de drie voldoende etc.) leiden tot
                                         een kwalificerende eenheid, en welke kwalificerende eenheden leiden tot een di-
                                         ploma. Daarbij is het goed mogelijk dat er verschillende manieren zijn om hetzelfde
                                         diploma te behalen. Dit wordt in schema hiernaast weergegeven.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   13




Bij wijzigingen van bijvoorbeeld regelgeving, een nieuw diploma of een nieuwe
opleiding moeten de regels voor diplomering worden ondergebracht of aangepast in
de criteriumbank.


Ook EVC-beoordelingen zijn summatieve beoordelingen en zijn ook als summatieve
toets in de criteriumbank opgenomen. Op basis van de criteriumbank kan dus ook
de waarden van een EVC-beoordeling in relatie tot een beoogd diploma worden
afgeleid.


De structuur en inrichting van de criteriumbank staat in principe los van de inrich-
ting van de onderwijscatalogus. De summatieve resultaten zijn wel gekoppeld aan
onderwijsproducten van het type summatieve toets. De kwalificerende documenten
(diploma’s) hebben betrekking op een uitstroom in de kwalificatiestructuur. Het to-
taal aan summatieve toetsen dat ‘optelt’ tot dat diploma, moet wel het betreffende
deel van de kwalificatiestructuur afdekken.
14   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Beschikbaar stellen peilstokmeting
                                         Om te bepalen of een deelnemer recht heeft op een bepaald kwalificerend do-
                                         cument (diploma), of om te bepalen welke summatieve resultaten daarvoor nog
                                         behaald moeten worden, kan de zogenaamde peilstok worden gebruikt.
                                         De peilstok gaat uit van een gewenst kwalificerend document (diploma), in veel
                                         gevallen de uitstroom waarop de deelnemer is ingeschreven. De door de deelnemer
                                         behaalde summatieve resultaten worden afgezet tegen de regels in de criterium-
                                         bank met betrekking tot dat betreffende kwalificerende document, met als resultaat
                                         een overzicht van de nog te behalen summatieve resultaten.


                                         Kwalificeren
                                         Kwalificeren is het proces dat leidt tot de toekenning en uitreiking van een kwalifi-
                                         cerend document, een diploma. De deelnemer kan zelf verzoeken om een specifiek
                                         diploma of kwalificerend document op het moment dat hij meent alle summatieve
                                         resultaten daarvoor te hebben behaald. In veel gevallen zal de instelling voor een
                                         groep deelnemers tegelijk, vanuit een bepaalde opleiding de diplomering aanvragen.
                                         Vaak gebeurt dat zodra het laatst benodigde summatieve resultaat is behaald. In al
                                         deze gevallen zal het examenbureau nagaan op basis van de summatieve resultaten
                                         of de deelnemer voor het betreffende kwalificerend document in aanmerking komt.


                                         Om dit te kunnen doen moeten de behaalde summatieve resultaten van de be-
                                         treffende deelnemer worden afgezet tegen de regels in de criteriumbank. Dit kan
                                         worden gedaan met behulp van de zogenaamde peilstokmeting, die in kaart brengt
                                         welke summatieve resultaten nog behaald moeten worden ten behoeve van een
                                         bepaalde uitstroomkwalificatie. In het geval van diplomering moet de conclusie van
                                         deze peilstokmeting zijn dat alle summatieve resultaten behaald zijn.


                                         Een belangrijk uitgangspunt is dat een deelnemer altijd het diploma krijgt waarop
                                         hij recht heeft als hij de instelling verlaat, ook als daar door de deelnemer of de
                                         instelling niet om wordt gevraagd. Voor de bekostiging kan het van belang zijn om
                                         een diploma uit te reiken, ook als een deelnemer vroegtijdig de opleiding verlaat.
                                         Mogelijk heeft zo’n deelnemer nog recht op een kwalificerend document van een
                                         lager niveau dan zijn beoogde uitstroom. Ook in dat geval wordt door het examen-
                                         bureau met behulp van de peilstok bekeken of de behaalde summatieve resultaten
                                         op basis van de regels leiden tot een diploma.


                                         Uiteindelijk wordt een kwalificerend document, over het algemeen een diploma of
                                         certificaat, gemaakt en uitgereikt aan de deelnemer.
                                         Als de deelnemer geen andere verbintenissen heeft en ook niet binnen de instelling
                                         doorstroomt (met een nieuwe verbintenis), wordt de deelnemer uitgeschreven.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   15




DEEL IV: BEHEREN LOOPBAAN EN ANALYSEREN AAN- EN AFWEZIGHEID
16   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Uitgangspunten en keuzes
                                         - De vastlegging van aan- en afwezigheidsinformatie vindt plaats buiten het kernre-
                                          gistratiesysteem
                                         - De analyse van aan- en afwezigheidsinformatie vindt plaats in het kernregistratie-
                                          systeem
                                         - Vanuit de kernregistratie kunnen alle signaleringen en rapportages m.b.t. aan- en
                                          afwezigheid worden gedaan, waartoe een wettelijke verplichting bestaat.


                                         Analyse van aan- en afwezigheid
                                         Buiten het kernregistratiesysteem vindt de registratie van aan- en afwezigheid
                                         plaats. Dat is bijvoorbeeld een registratie met pasjes, waarbij wordt geregistreerd
                                         wanneer een deelnemer een locatie betreedt of verlaat, of een registratie van een
                                         docent die een pasje scant of een lijst invult. Dit leidt tot een kale registratie van
                                         aan- en afwezigheid die verder nog niet is geïnterpreteerd.


                                         De kernregistratie heeft toegang tot deze registratie van aan- en afwezigheid om deze
                                         te kunnen analyseren. Deze analyse houdt in dat kan worden afgeleid of een deelne-
                                         mer bij een bepaalde onderwijsactiviteit aanwezig is geweest en of bepaalde regels of
                                         afspraken (zoals leerplicht, of afspraken met opdrachtgevers) zijn overtreden.


                                         Signaleringen en rapportages
                                         Vanuit de kernregistratie moet een aantal rapportages kunnen worden gedaan, om-
                                         dat er wettelijke verplichten zijn of afspraken met opdrachtgevers zijn gemaakt. In
                                         een aantal gevallen gaat het om een verplichte signalering, bijvoorbeeld de melding
                                         aan de RMC’s in het kader van de leerplichtwet. Daarnaast kunnen periodieke rap-
                                         portages over de aan- en afwezigheid van bepaalde deelnemers gevraagd worden
                                         door opdrachtgevers of externe partijen.


                                         Ad hoc rapportage
                                         Naast de genoemde signaleringen en rapportage kan er ook op basis van een ad
                                         hoc vraag naar informatie over de aan- en afwezigheid van bepaalde deelnemers
                                         een rapportage worden samengesteld. Dat komt veelal voor in het kader van finan-
                                         ciering of afspraken met gemeenten of andere partijen.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   17




Beschikbaar stellen loopbaangegevens
In het onderwijslogistieke proces wordt de leervraag van de deelnemer omgezet in
een concreet rooster waarin onderwijsproducten in de tijd zijn geplaatst en gekop-
peld aan de benodigde middelen. Daaruit kan in de kernregistratie de leerloopbaan
van de deelnemer worden afgeleid. Deze leerloopbaan bestaat uit alle onderwijspro-
ducten die door de deelnemer zijn afgenomen.


Deze leerloopbaan wordt vervolgens gecombineerd met de gegevens over aan- en
afwezigheid, zodat van elk afgenomen onderwijsproduct ook bekend is of de deel-
nemer daarbij aanwezig is geweest.


De onderwijsproducten die corresponderen met een summatieve toets zijn in de
leerloopbaan voorzien van het bijbehorende summatieve resultaat. Op basis van deze
informatie kan met behulp van de peilstok inzicht gegeven worden in de nog te beha-
len summatieve resultaten ten behoeve van een beoogde uitstroom (diploma).


Samengevat geeft het overzicht van de leerloopbaan van de deelnemer inzicht in
het volgende:
- De afgenomen onderwijsproducten en de bijbehorende aanwezigheid
- De behaalde summatieve resultaten
- De nog te behalen summatieve resultaten ten behoeve van een beoogde uitstroom.
18   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         DEEL V: DOCUMENTBEHEER
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   19




Uitgangspunten en keuzes
- Een instelling bepaalt zelf welke documenten in documentenbeheer worden opge-
 slagen
- Alle documenten die ten behoeve van het administratieve proces of de externe
 verantwoording noodzakelijk zijn, kunnen in de kernregistratie worden opgenomen.


Deelnemersdossier in de kernregistratie
De administratieve afhandeling van de intake, inschrijving en diplomering van
deelnemers vereist dat er verschillende documenten kunnen worden geregistreerd
of gegenereerd. Ook de externe verantwoording vereist dat bepaalde documenten
in het dossier van de deelnemer beschikbaar zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld
om een onderwijsovereenkomst, een praktijkovereenkomst, een uittreksel uit het
bevolkingsregister, kopieën van eerder behaalde diploma’s etc.
Dit dossier noemen we het administratieve dossier van de deelnemer om het te
onderscheiden van het begeleidingsdossier, zorgdossier, examendossier en portfolio,
zoals dat binnen de ondersteuning van het primaire proces en het portfolio gebruikt
wordt. Het administratieve dossier bevat alle documenten die relevant zijn voor de
administratieve intake, inschrijving, diplomering en externe verantwoording.


Genereren en beheren van documenten
Een deel van deze documenten wordt door de deelnemer of anderen op papier of
electronisch aangeleverd. In dat geval moet het document (eventueel na te zijn
ingescand) kunnen worden geregistreerd en gekoppeld aan de deelnemer.
Bij deze registratie is het van belang dat een aantal beschrijvende velden wordt
ingevuld waarin is gedefinieerd van wie het document afkomstig is, welk type docu-
ment het is e.d.


Daarnaast zijn er documenten die de instelling moet kunnen genereren op basis
van de informatie die over de deelnemer is vastgelegd. Dit geldt bijvoorbeeld voor
een onderwijs- of praktijkovereenkomst. In dat geval wordt op basis van een sja-
bloon (opmaak en indeling) een document gegenereerd op basis van informatie die
in de kernregistratie aanwezig is. Eveneens wordt het document in het dossier van
de deelnemer geplaatst en voorzien van de bijbehorende beschrijvende informatie.
Om verschillende redenen kan na enige tijd de geldigheid van een document komen
te vervallen, bijvoorbeeld omdat de einddatum geldigheid is bereikt, of omdat er
een nieuwere versie beschikbaar is.


Documentsjablonen en rapportdefinities
Een documentsjabloon definieert een standaarddocument of brief voor wat betreft
de lay-out en de vaste en variabele tekst. Deze documentsjablonen zijn in bepaalde
20   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         gevallen aan wet- en regelgeving gebonden, zoals bij onderwijs- en praktijkover-
                                         eenkomst, diploma’s en certificaten.


                                         Rapportdefinitiebeheer
                                         Om verschillende rapportages te kunnen leveren, worden rapportdefinities beheerd,
                                         die een bepaalde rapportage definiëren. Het gaat dan om de specificatie van de
                                         selectie die op de gegevens moet worden uitgevoerd, en de lay-out van het rapport.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   21




DEEL VI: UITSCHRIJVEN
22   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Uitgangspunten en keuzes
                                         - Uitschrijven vindt alleen plaats als alle verbintenissen zijn beëindigd en er geen
                                          nieuwe verbintenis tot stand komt.


                                         Uitschrijven
                                         Een deelnemer kan gedurende zijn loopbaan verschillende actieve verbintenissen
                                         hebben, zowel na elkaar als parallel, zonder tussentijds te worden uitgeschreven. Het
                                         uitschrijven gebeurt pas als alle verbintenissen zijn beëindigd en er geen nieuwe
                                         meer zal worden aangegaan.


                                         Wanneer een deelnemer zich uitschrijft, verlaat hij de instelling en wordt de
                                         bekostigingsrelatie beëindigd. Eventueel vindt er een exitgesprek plaats. Als het
                                         een leerplichtige deelnemer betreft, wordt er een melding naar het RMC gedaan.
                                         De gegevens in het kader van de digitale overdracht gegevens deelnemer worden
                                         verstuurd naar het Centraal Uitwisselingspunt, zodat een instelling waar de deel-
                                         nemer zijn loopbaan gaat vervolgen, beschikt over de actuele gegevens.
24   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         INHOUDSOPGAVE

                                         Inleiding                                           26

                                         USE CASES                                           28
                                            Intake                                           28
                                            Verbintenis maken                                32
                                            Wijzigen verbintenis                             35
                                            Tusentijds beëindigen verbintenis                37
                                            Wijzigen identiteitsgegevens                     39
                                            Versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON   42
                                            Verwerken van terugkoppelbestanden BRON          44
                                            Registreren van summatieve resultaten            46
                                            Onderhouden criteriumbank                        47
                                            Beschikbaar stellen peilstokmeting               50
                                            Kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding        52
                                            Bepalen diplomarecht                             54
                                            Signaleren en rapporteren aan/afwezigheid        56
                                            Rapportage gegevens aanwezigheid deelnemer       59
                                            Beschikbaar stellen loopbaangegevens             61
                                            Documentsjabloon beheren                         63
                                            Rapportdefinitiebeheer                            64
                                            Uitschrijven                                     65
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   25




TECHNISCH GEDEELTE
26   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         INLEIDING
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   27




                                    In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de kernregistratie deel-
De uitwerking van de kernregis-     nemergegevens vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases en werk-
tratie deelnemergegevens in dit     opdrachten, zoals opgesteld in de werkbijeenkomsten met de deskundigen van de
technisch gedeelte beperkt zich     onderwijsinstellingen. In dit technische gedeelte vindt u een kopie van de informa-
tot de use cases en de werkop-      tie die door deze deskundigen is vastgelegd in de wiki.
drachten. Deze beschrijvingen
hebben de basis gevormd waarop      De figuur op de linkerpagina geeft de samenhang van de use cases voor de kernre-
de aanbesteding van de kernregis-   gistratie van deelnemergegevens weer.
tratie heeft plaatsgevonden.
Op het moment van het publice-      Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit
ren van deze encyclopedie wordt     het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een
de kernregistratie verder ontwik-   concreet resultaat en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem
keld en gebouwd. Het definitief      die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe-
functioneel ontwerp, met activi-    den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft
teiten diagrammen en functies,      antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’
wordt verder vervolmaakt op basis
van de inzichten die hierin zijn    Voor de beschrijving van een use case is een standaardformat gebruikt dat is afge-
opgedaan.                           leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij-
                                    ven. Dit format wordt hieronder weergegeven.




Leeswijzer
Voor uw leesgemak wordt in dit      Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de
technisch gedeelte elke use case    verschillende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de
gemarkeerd met het volgende         aanleiding is voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een
symbool:                            werkopdracht behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren
                                    van een andere use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in
        Wanneer het een use case    samenhang gebracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door
        betreft                     middel van pijlen.
28   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         USE CASES


                         INTAKE

                                         Hoewel na lezing van onderstaande de indruk gewekt kan worden dat het hier om
                                         beroepsonderwijs gaat, is deze use case juist gericht op alle soorten onderwijspro-
                                         ducten. Zie ook de definitie van Onderwijsproduct.
                                         Overigens valt het aanmelden expliciet buiten deze use case.


                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         De potentiële deelnemer / opdrachtgever (vertegenwoordiger van een groep deel-
                                         nemers) maakt zijn interesse kenbaar door middel van een aanmelding.


                                         Actoren
                                         - De potentiële deelnemer of zijn wettelijke vertegenwoordiger (igv minderjarig of
                                          ondertoezichtstelling)
                                         - De opdrachtgever, vertegenwoordiger van de groep
                                         - De intaker, vertegenwoordiger van de instelling
                                         - De administratief medewerker


                                         Doel
                                         Maken van een (eerste) match tussen leervraag (het gewenst onderwijs) vanuit een
                                         potentiële deelnemer of een opdrachtgever, en een mogelijk startonderwijsproduct
                                         vanuit de instelling. Indien mogelijk wordt ook zo goed mogelijk het gewenste ver-
                                         bintenisgebied bepaald.


                                         Beschrijving acties
                                         - Registreren aanmelding
                                          Na ontvangst van de aanmelding (vanuit aanmelden) controleert de administra-
                                          tief medewerker of de persoon al bekend is, de gegevens up-to-date zijn, dan
                                          wel een onderwijsproduct afneemt binnen de instelling. Is dat niet het geval dan
                                          registreert de administratief medewerker de ontvangen gegevens in het kern-
                                          registratiesysteem. Het betreft met name persoonsgegevens als Naam, PGN/
                                          BSN, Geslacht, Geboortedatum en Adres. Indien bekend, wordt ook het gewenste
                                          onderwijsproduct vastgelegd.


                                         - Versturen bevestiging van ontvangst Aanmelding
                                          Met behulp van de geregistreerde gegevens wordt vanuit het kernregistratiesys-
                                          teem een bevestiging van ontvangst van de aanmelding gegenereerd door middel
                                          van de werkopdracht bevestiging van ontvangst aanmelding.
                                          Deze bevestiging wordt verstuurd naar de potentiële deelnemer.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   29




- Plannen Intakegesprek
 De administratief medewerker legt een moment vast waarop een intakegesprek
 plaatsvindt tussen de potentiële deelnemer (of opdrachtgever) en de Intaker. Dit
 moment moet bevestigd worden door de intaker.
 Op basis hiervan kan een intakeformulier worden vervaardigd door middel van de
 werkopdracht intakeformulier.


- Versturen uitnodiging Intakegesprek
 Aan de potentiële deelnemer/opdrachtgever wordt een uitnodiging verstuurd die
 via de werkopdracht maak brief is gemaakt. In de brief zijn de Intaker, Datum,
 Tijd en Plaats van het gesprek opgenomen.
 Het versturen van de uitnodiging wordt vastgelegd.
 Indien de potentiële deelnemer/opdrachtgever aangeeft niet aanwezig te kunnen
 zijn, wordt een nieuwe afspraak gemaakt, gecommuniceerd en vastgelegd.


- Voeren intakegesprek
 Tijdens het gesprek wordt een zo optimaal mogelijke match bepaald tussen de
 leerbehoefte van de potentiële deelnemer en de onderwijscatalogus van de instel-
 ling.
 Om tot een zo optimaal mogelijke match te kunnen komen, wordt onderwijscata-
 logus bevraagd door middel van de werkopdracht onderwijscatalogus.


 Door de bevraging van de onderwijscatalogus is nu bekend of het (start)onder-
 wijsproduct beschikbaar is, en zo niet, welke alternatieven er zijn. De intaker
 bekijkt samen met de potentiële deelnemer wat hij wil en over welke kennis/vaar-
 digheden hij reeds beschikt om een inschatting te kunnen maken of een onder-
 wijsproduct passend voor een deelnemer is (de opleiding moet niet te makkelijk of
 te moeilijk zijn omdat dat het risico op uitval vergroot). Een mogelijk startonder-
 wijsproduct kan het doorlopen van een EVC-procedure zijn.
  •   Wanneer de potentiële deelnemer instemt met het beschikbare startonderwijs-
      product is er sprake van een positieve match.
  •   Indien de potentiële deelnemer niet instemt, is het een negatieve match.


      Beschrijving van de resultaten van het intakegesprek:
  •   Positieve Match
      De wens van de (potentiële) deelnemer strookt met de mogelijkheden te bieden
      van de instelling. De potentiële deelnemer kan een verbintenis aangaan met
      de instelling. Op basis van het gewenste startonderwijsproduct wordt ook het
      beoogde verbintenisgebied bepaald.
30   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                               De deelnemer kan tot op het moment van ondertekening van de verbintenis
                                               een andere keuze kenbaar maken. Mocht dat het geval zijn dan wordt het pro-
                                               ces Intake opnieuw doorlopen.


                                           •   Negatieve Match;
                                               De mogelijkheden van de instelling kunnen niet voldoen aan de wens van de
                                               (potentiële) deelnemer, of de potentiële deelnemer kan niet voldoen aan de
                                               eventuele toelatingseisen. Doorverwijzing naar elders (in plaats). Aan de poten-
                                               tiële deelnemer wordt gemeld middels een brief die via de werkopdracht maak
                                               brief is gemaakt, dat het niet mogelijk is een onderwijsproduct af te nemen
                                               binnen de instelling. Wanneer de instelling op dit moment nog niet kan voldoen
                                               aan de wens van de deelnemer. Dit wordt schriftelijk bevestigd met een brief
                                               die via de werkopdracht maak brief is gemaakt.


                                         - De potentiële deelnemer ontvangt een brief die via de werkopdracht maak brief
                                          is gemaakt, vanaf welke datum het mogelijk is het (start)onderwijsproduct af te
                                          nemen binnen de instelling.


                                         - Invullen Intakeformulier
                                          Tijdens het intakegesprek controleert de intaker de dan bekende gegevens en vult
                                          hij samen met de potentiële deelnemer/opdrachtgever de rest van het intakefor-
                                          mulier in. Gegevens als ondermeer thuissituatie, vooropleiding(en), bijzondere
                                          situaties, voorkeuren worden hierop vastgelegd.


                                          De uitkomst van het gesprek, een positieve of een negatieve match wordt vastge-
                                          legd. Bij voorkeur worden de gegevens, zichtbaar voor beide partijen, m.b.t. de
                                          intake tijdens het gesprek verwerkt in de kernregistratie. Mocht dit niet mogelijk
                                          zijn dan dienen deze gegevens direct na afloop van het gesprek in de kernregis-
                                          tratie te worden ingevoerd door de intaker of DA. Het betreft hier alleen gegevens
                                          m.b.t. de intake. Indien er een positieve match tot stand is gekomen, gaat de
                                          werkopdracht verbintenis van start.


                                         - Aanmaak (digitaal) dossier
                                          Documenten voor het administratief dossier worden aangeboden aan werkop-
                                          dracht registreer document.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   31




Resultaat
- Gezamenlijke overeenstemming tussen potentiële deelnemer en instelling over
 het te volgen onderwijsproduct en het daaraan gekoppelde verbintenisgebied
of
- Doorverwijzing door de instelling van potentiële deelnemer naar elders
of
- Terugtrekken door potentiële deelnemer wegens gebrek aan belangstelling


Eén van deze mogelijke uitkomsten is vastgelegd in de kernregistratie.


Frequentie
Minimaal eenmaal per potentiële deelnemer


Werkopdrachten
32   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         VERBINTENIS MAKEN

                                         Hoewel na lezing van onderstaande de indruk gewekt kan worden dat deze gericht
                                         is op het beroepsonderwijs, is deze use case juist gericht op alle soorten onderwijs-
                                         producten. Zie ook de definitie van Onderwijsproduct.



                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         - Positief besluit deelnemer i.h.k.v. deelname aan de hand van de uitkomst van de
                                             use case Intake
                                         - Vanuit onderwijslogistiek (reserveren) komt informatie dat de (potentiële) deelne-
                                             mer het onderwijsproduct stage gaat afnemen.


                                         Actoren
                                         - De (potentiële) deelnemer
                                         - De opdrachtgever, vertegenwoordiger van de groep;
                                         - De administratief medewerker.


                                         Doel
                                         Realiseren van een compleet geregistreerde verbintenis zodat een vorm van bekos-
                                         tigingsrelatie tot stand komt.


                                         Beschrijving acties
                                         De use case kan op twee manieren starten:
                                         1. Vanuit de use case Intake middels de werkopdracht verbintenis
                                         2. Vanuit onderwijslogistiek (reserveren) via de werkopdracht nieuw onderwijspro-
                                              duct: de (potentiële) deelnemer gaat het onderwijsproduct stage afnemen.


                                         - Registreren & controleren
                                             De administratief medewerker ontvangt een werkopdracht en controleert de vol-
                                             ledigheid van de gegevens binnen de kernregistratie.
                                             Indien nodig wordt op basis van de gegevens en het gewenst startonderwijspro-
                                             duct het verbintenisgebied bepaald.
                                             De administratief medewerker controleert de aanwezigheid van de noodzakelijke
                                             (kopieën van) externe documenten in het deelnemersdossier.


                                         - Communiceren met zowel de (potentiële) deelnemer als met de opdrachtgever
                                             Bij ontbreken van noodzakelijke gegevens en (kopieën van) externe documenten
                                             wordt de (potentiële) deelnemer of opdrachtgever gevraagd deze gegevens alsnog
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   33




 te overleggen dan wel in te leveren. Vervolgens worden deze gegevens/documen-
 ten alsnog binnen de kernregistratie geregistreerd en aangeboden via de werkop-
 dracht registreer document.


Wanneer met een individuele deelnemer een verbintenis wordt aangegaan:
- Produceren & ondertekenen verbintenis (OOK/POK)
 De administratief medewerker geeft de werkopdracht produceren verbintenis
 zodat de verbintenis wordt gemaakt en door de betrokken partijen kan worden
 ondertekend.


- Registreren verbintenis
 De getekende verbintenis wordt vastgelegd middels de werkopdracht registreer
 document zodat het in het dossier van de potentiële deelnemer wordt opgenomen.


- Klaarzetten mutatie BRON
 Vanuit het kernsysteem worden uit de nieuwe verbintenis voortvloeiende mutaties
 klaargezet voor BRON. Een mutatie wordt bij de eerstvolgende verzending meege-
 nomen. Zie verder versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON.


Wanneer met een opdrachtgever een verbintenis wordt aangegaan:
- Produceren & ondertekenen verbintenis (contract)
 De administratief medewerker geeft de werkopdracht produceren verbintenis en
 laat de vertegenwoordigers van zowel de opdrachtgever als van de instelling het
 contract ondertekenen.


- Registreren contract (t.b.v. de opdrachtgever)
 De aanwezigheid van het getekende contract wordt in de kernregistratie vastge-
 legd via de werkopdracht registreer document en hiermee in het dossier van de
 opdrachtgever opgenomen.


- Indien tijdens de ondertekening van de verbintenis blijkt dat er een fout is ge-
 maakt, wordt de werkopdracht wijzigen verbintenis gestart.


Als laatste stap wordt ook het onderwijslogistieke proces in gang gezet.
- Middels de werkopdracht formaliseren leervraag wordt gecommuniceerd voor welk
 verbintenisgebied en eventueel startonderwijsproduct de deelnemer zich heeft
 ingeschreven, zodat de daarbij passende onderwijsproducten ook worden aange-
 boden.
34   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Resultaat
                                         - Er is een ondertekende verbintenis
                                         - Volledig, up-to-date deelnemerdossier
                                         - Klaargezette mutatie voor BRON.


                                         Frequentie
                                         Een of meerdere malen per (potentiële) deelnemer;
                                         (huidige verdeling over een schooljaar: vlak voor de start (augustus) 100 maal per
                                         dag, daarna neemt de frequentie sterk af met een piek in februari vanwege tus-
                                         sentijdse instroom.)


                                         Werkopdrachten
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   35




WIJZIGEN VERBINTENIS


                 Use case
                 Aanleiding
                 - De deelnemer of zijn wettelijk vertegenwoordiger (i.g.v. minderjarig of ondertoe-
                  zichtstelling) geeft aan onderwijsproducten te willen afnemen die niet onder het
                  huidige verbintenisgebied vallen.
                 - De begeleider geeft aan dat de deelnemer onderwijsproducten zal gaan afnemen
                  die niet onder het huidige verbintenisgebied vallen.
                 - De opdrachtgever geeft aan onderwijsproducten te willen afnemen die niet onder
                  het huidige verbintenisgebied vallen.
                 - Bij het kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding heeft de begeleider geconsta-
                  teerd dat er nog andere verbintenissen actief zijn en die mogelijk moeten worden
                  gewijzigd.
                 - Gegevens van deelnemer veranderen zodat een nieuwe verbintenis moet worden
                  gemaakt (bijvoorbeeld de naam).
                 - De administratief medewerker.


                 Actoren
                 - De administratief medewerker
                 - De IB-Groep.


                 Doel
                 Realiseren van een nieuwe compleet geregistreerde verbintenis zodat er een nieuwe
                 vorm van bekostigingsrelatie tot stand komt.


                 Beschrijving acties
                 De use-case kan op vijf manieren starten:
                 1. Vanuit onderwijslogistiek (formuleren leervraag) of kwalificeren vanuit de deel-
                   nemer/opleiding middels de Werkopdracht nieuw onderwijsproduct
                 2. Vanuit begeleiding of kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding middels de
                   werkopdracht nieuw onderwijsproduct
                 3. Vanuit Kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding middels de werkopdracht wij-
                   zigen verbintenis
                 4. Vanuit wijzigen identiteitsgegevens middels de werkopdracht mutatieformulier
                 5. Vanuit verbintenis middels de werkopdracht wijzigen verbintenis: er is een fout
                   gemaakt bij het opstellen van de oorspronkelijke verbintenis. Er moet een ver-
                   vangende verbintenis worden gemaakt.
36   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         - Controleren of huidige verbintenis in stand moet blijven
                                          Op basis van de ontvangen werkopdracht bekijkt de administratief medewerker of
                                          de huidige verbintenis in stand moet blijven of niet.
                                          Indien de verbintenis moet worden beëindigd, voert de administratief medewerker
                                          binnen de kernregistatie een einddatum verbintenis van het huidige onderwijspro-
                                          duct van de deelnemer in met vermelding van de uitstroomreden. Hiervan wordt
                                          een mutatie klaargezet voor BRON.
                                          Wanneer de verbintenis in stand moet blijven, moet er een tweede verbintenis tot
                                          stand komen.


                                         - Maken en ondertekenen gewijzigde verbintenis
                                          Bij het afnemen van een nieuw onderwijsproduct wordt de startdatum van het
                                          nieuwe onderwijsproduct vastgelegd door de administratief medewerker. Door
                                          middel van de werkopdracht produceren verbintenis wordt de nieuwe verbintenis
                                          gemaakt. De administratief medewerker laat de betrokken partijen de verbintenis
                                          ondertekenen.


                                         - De getekende verbintenis wordt vastgelegd via de werkopdracht registreer docu-
                                          ment zodat het dossier van de deelnemer weer compleet is.


                                         - Vanuit het kernsysteem wordt de mutatie vanwege de nieuwe verbintenis klaar-
                                          gezet voor verzending naar BRON. Deze mutatie wordt bij de eerstvolgende
                                          verzending meegenomen. Zie verder versturen mutaties deelnemergegevens naar
                                          BRON.


                                         Resultaat
                                         - Een lopende verbintenis kan beëindigd zijn.
                                         - Er is een nieuwe ondertekende verbintenis
                                         - Volledig, up-to-date, deelnemerdossier
                                         - Klaargezette mutaties voor BRON.


                                         Frequentie
                                         Geen of enkele malen per deelnemer per jaar
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   37




                 Werkopdrachten




TUSSENTIJDS BEËINDIGEN VERBINTENIS



                 Use case
                 Aanleiding
                 De deelnemer geeft aan geen onderwijsproduct (meer) te willen afnemen.
                 De instelling geeft aan geen onderwijsproduct meer aan te willen bieden


                 Actoren
                 - Deelnemer
                 - Administratief medewerker.


                 Doel
                 Zorgvuldige voorbereiding voor vroegtijdige verbreking van verbintenis waardoor de
                 bekostigingsrelatie wordt beëindigd.
38   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Beschrijving acties
                                         - De deelnemer, danwel de instelling, geeft aan dat de aangegane verbintenis voor-
                                          dat de afgesproken einddatum is bereikt, moet worden afgebroken.
                                         - De administratief medewerker gaat na of de deelnemer mogelijk recht heeft op
                                          een diploma door de werkopdracht bepalen diplomarecht te geven.
                                         - De administratief medewerker geeft de werkopdracht tussentijds beëindigen ver-
                                          bintenis zodat de verbintenis voortijdig wordt beëindigd.
                                         - Wanneer er geen recht op diploma is
                                           •   gaat de administratief medewerker na of er naast deze verbintenis ook nog an-
                                               dere verbintenissen actief zijn door de werkopdracht controleren verbintenissen
                                               te geven.
                                           •   Wanneer er nog andere verbintenissen zijn waarvan door deelnemer/opdracht-
                                               gever is aangegeven dat deze wel door moeten blijven lopen, geeft de adminis-
                                               tratief medewerker de werkopdracht wijzigen verbintenis.
                                           •   Wanneer er geen andere verbintenissen meer actief zijn, geeft de administratief
                                               medewerker de werkopdracht uitschrijven zodat de deelnemer wordt uitge-
                                               schreven.


                                         Resultaat
                                         De wens tot voortijdige beëindiging van de verbintenis is zorgvuldig voorbereid
                                         zodat een deelnemer niet ongewenst danwel zonder diploma (terwijl hij er recht op
                                         had), de instelling kan verlaten.


                                         Hierna kan de use case uitschrijven uitgevoerd worden.


                                         Frequentie
                                         Bij een grote instelling enkele 1000-en per jaar


                                         Werkopdrachten
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   39




WIJZIGEN IDENTITEITSGEGEVENS


                 Use case
                 Aanleiding
                 Verzoek tot wijziging van identiteitsgegevens


                 Actoren
                 - De administratief medewerker
                 - De deelnemer
                 - De IB-Groep


                 Doel
                 Het kunnen muteren en daarmee actueel en correct houden van relevante gegevens
                 rond deelnemers in het kernsysteem.


                 Beschrijving acties
                 Hieronder worden de belangrijkste scenario’s genoemd die leiden tot mutatie in de
                 identiteitsgegevens van een deelnemer.


                 - wijziging NAW-gegevens, geslacht, geboortedatum
                  Bij controle blijkt dat gegevens foutief zijn ingevoerd
                  De deelnemer verhuist of krijgt een ander telefoonnummer of e-mailadres.


                 - wijziging m.b.t. burgerservicenummer (BSN)
                  Voorlopige (door de IB-Groep verstrekte) onderwijsnummers worden vervangen
                  door een burgerservicenummer. Dit komt via de use-case verwerken van terug-
                  koppelbestanden BRON.


                 - wijziging m.b.t. ouder/verzorger
                  Wijziging in de NAW-gegevens van de ouders/verzorgers worden vastgelegd


                 - wijziging m.b.t. etniciteit
                  Aanvullende informatie omtrent de etniciteit van de deelnemer of de verblijfsver-
                  gunning wordt vastgelegd.


                 - wijziging m.b.t. kenmerken (gehandicapt, rugzak, risicodeelnemer)
                  Veranderingen m.b.t. bovengenoemde kenmerken worden vastgelegd. De proce-
                  dure rond de regeling voor leerling gebonden financiering dient in het kernsysteem
                  gevolgd te kunnen worden, m.a.w. de gedane handelingen worden vastgelegd.
40   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         - wijziging m.b.t. financier
                                          Wijzigingen (bijvoorbeeld een deelnemer verandert van werkgever en de werkge-
                                          ver betaalt de opleiding) worden vastgelegd en gemeld aan de afdeling financiën


                                         - wijziging m.b.t. alumni
                                          NAW gegevens, vervolgopleidingen en werkgegevens worden geregistreerd over-
                                          lijden van deelnemer of alumnus.
                                          De instelling ontvangt op enigerlei wijze een bericht van het overlijden van de
                                          deelnemer
                                         - overlijden van deelnemer of alumni.


                                         Acties:
                                         - De administratief medewerker ontvangt de betreffende wijziging en gaat na of
                                          deze wijziging geautoriseerd is (bijvoorbeeld aan de hand van een ondertekend
                                          mutatieformulier of een door de deelnemer ondertekende brief). Eventueel kan
                                          een mutatieformulier via de werkopdracht mutatieformulier worden gemaakt. De
                                          administratief medewerker informeert de deelnemer over de gewijzigde gegevens
                                          via de werkopdracht maak brief.


                                         - Wanneer de wijzigingen betrekking hebben op gegevens die voor de verbintenis
                                          van belang zijn, kan het noodzakelijk worden om de verbintenis te wijzigen. De
                                          administratief medewerker start dan de werkopdracht wijzigen verbintenis.


                                         - Als er wijzigingen zijn in NAW, geboortedatum, geslacht, burgerservicenum-
                                          mer, bekostigingsrelevantie wordt de mutatie binnen het kernsysteem klaargezet
                                          voor verzending naar IB-Groep (BRON). Als de mutatie gevolgen heeft voor de
                                          bekostiging van een gesloten jaar dan moet door de administratief medewerker
                                          die hiervoor geautoriseerd is, aangegeven worden dat deze mutatie in een apart
                                          bestand met de accountantsmutaties wordt opgeslagen, zie versturen mutaties
                                          deelnemergegevens naar bron


                                         - Als de wijziging het overlijden van de deelnemer of alumnus betreft, dan wordt dit
                                          bericht geverifieerd. De administratief medewerker verwerkt de wijziging en start
                                          de werkopdracht uitschrijven. Verder informeert de administratief medewerker het
                                          management van de instelling zodat zij deelnemers en betrokken medewerkers
                                          kunnen informeren. Dit valt echter buiten de beschrijving van deze use case.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   41




Resultaat
- De gegevens van deelnemers, ouders/verzorgers, werkgevers, financiers zijn juist
 en actueel in het kernsysteem geregistreerd.
- Verstuurd signaal naar werkopdracht wijzigen verbintenis wanneer de bestaande
  verbintenis als gevolg van een wijziging moet worden aangepast.
- Klaargezette mutatie voor BRON indien van toepassing


Frequentie
Op 1000 deelnemers 120 mutaties per dag


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
De initiële vastlegging van de identiteitsgegevens van deelnemers gebeurt in de
intake.


Nader onderzoeken in hoeverre bepaalde gegevens door de deelnemer zelf via het
web kunnen worden gewijzigd, mede in relatie tot gewenste logboekfunctionaliteit.


Uitgangspunt is dat de gegevens van stagebedrijven, werkgevers en evt. andere
relaties worden vastgelegd in een CRM-pakket. Er moet een koppeling zijn tus-
sen het CRM-pakket en het kernsysteem. In het kernsysteem zijn deze gegevens
niet te muteren. Inschrijven BPV of stageplaats gebeurt bij onderwijslogistiek. Via
(wijzigen) verbintenis zijn deze gegevens ook bekend binnen de kernregistratie en
kunnen naar BRON worden gestuurd.
42   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         VERSTUREN MUTATIES DEELNEMERGEGEVENS NAAR BRON

                                         Zodra er voor een deelnemer een Onderwijsovereenkomst voor het afnemen van
                                         een bepaald onderwijsproduct is gemaakt, moeten deze gegevens opgenomen
                                         worden in BRON.


                                         Mutaties betreffende persoonsgegevens - NAW, geboortedatum, geslacht, risicodeel-
                                         nemer, de inschrijving - opleiding incl. de start- en einddatum, de inschrijving BPV of
                                         stage - bedrijf, start- en einddatum -, diploma en de bekostigingsrelevantie worden
                                         naar BRON verstuurd. Dit kunnen ook correcties zijn naar aanleiding van terugkoppe-
                                         ling door BRON (zie use-case verwerken van terugkoppelbestanden BRON).


                                         Bij de ontwikkeling van BRON is een Programma van Eisen opgesteld waarin de
                                         benodigde velden, typen etc. nauwkeurig zijn gespecificeerd.



                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         De verplichting van de onderwijsinstelling om minimaal 1 keer in de 2 weken mu-
                                         taties in de deelnemergegevens naar BRON te versturen. Onderwijsinstelling heeft
      Deze use case hangt sterk samen    een procedure bepaald, met daarbij de frequentie van het versturen van mutaties
      met de externe verantwoording      naar BRON. Als de afgesproken periode verstreken is, moet het versturen gestart
      die in het functioneel ontwerp     worden.
      externe verantwoording verder is
      uitgewerkt. Hier wordt alleen de   Actoren
      huidige werkwijze beschreven.      - Applicatiebeheerder
                                         - IB-Groep


                                         Doel
                                         BRON synchroniseren met de gegevens van de instelling zodat een juiste bekosti-
                                         ging van de deelnemers en diploma’s tot stand kan komen.


                                         Beschrijving acties
                                         De mutaties van de periode sinds de laatste verzending zijn automatisch klaargezet
                                         in het systeem, via verbintenis, wijzigen identiteitsgegevens, wijzigen verbintenis,
                                         kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding en verwerken van terugkoppelbestanden
                                         BRON.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   43




De applicatiebeheerder controleert deze mutaties, maakt van de mutaties een
bestand en plaatst dit bestand op de site van de IB-Groep. Als er mutaties zijn die
gekenmerkt zijn als accountantsmutaties, dan zet het systeem deze mutaties in een
apart bestand. Dit kenmerken is gebeurd in wijzigen identiteitsgegevens.
De IB Groep stuurt een e-mail na goede ontvangst.
Als dit bericht niet ontvangen is na 2 dagen, dan neemt de applicatiebeheerder con-
tact op met de IB Groep. Na overleg wordt het bestand nogmaals verstuurd indien
nodig. Dit laatste wordt herhaald tot bevestiging van ontvangst door de IB-Groep.


Resultaat
Bestand met mutaties staat op de site van IB-Groep, hiermee is voldaan aan de
wettelijke verplichting


Frequentie
Minimaal 1 keer per 2 weken.


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
Het systeem maakt 2 bestanden indien er sprake is van accountantsmutaties. De
accountantsmutaties worden namelijk in een apart bestand opgeslagen aangezien
deze apart door de accountant akkoord moeten worden bevonden.
44   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         VERWERKEN VAN TERUGKOPPELBESTANDEN BRON

                                         De bekostigingsrelevante gegevens moeten de status ‘goedgekeurd’ vanuit BRON
                                         krijgen. Vanaf de website van IB-Groep zijn door de applicatiebeheerder bestanden
                                         opgehaald met daarin de verwerkte mutaties in BRON.


                                         Er is hier sprake van een continu uitwisselingsproces. Er zijn steeds mutaties onder-
                                         weg naar BRON, terugkoppelbestanden bevatten een deel van de gemelde muta-
                                         ties. Er worden bijvoorbeeld 100 mutaties verzonden, waarvan er in het eerstvol-
                                         gende terugkoppelbestand 60 terugkomen, vervolgens worden 50 nieuwe mutaties
                                         verzonden, in het eerstvolgende terugkoppelbestand staan 30 mutaties van de
                                         eerste verzending en 20 van de tweede verzending.


                                         N.B. Indien de administratief medewerker niet (op tijd) de openstaande afkeuringen
                                         heeft gecontroleerd en verbeterd, zullen de afkeuringen die klaar staan toch worden
                                         opgepakt door de use case versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON.



                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Binnenkomst van terugkoppelbestanden BRON


                                         Actoren
                                         - Applicatiebeheerder
                                         - Administratief Medewerker
                                         - IB-Groep


                                         Doel
                                         Voor de bekostigingsrelevante gegevens de status goedgekeurd krijgen vanuit
                                         BRON. Deze status is vastgelegd in het kernsysteem. Op deze wijze wordt de be-
                                         kostiging van de instelling zeker gesteld.


                                         Beschrijving acties
                                         De applicatiebeheerder leest het bestand van BRON in het kernsysteem in.


                                         Het verwerkingsprogramma bekijkt de records in het bestand en registreert de
                                         status:
                                         - Goedkeuringen krijgen de status G(oedgekeurd)
                                         - Goedgekeurd met opmerkingen G(oedgekeurd)
                                         - Afkeuringen krijgen de status A(fgekeurd).
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   45




De afkeuringen worden weer klaargezet voor verzending, daarnaast wordt het
afkeuringenrapport ter beschikking gesteld aan de administratief medewerker. De
administratief medewerker controleert periodiek (tenminste tweewekelijks) alle
openstaande afkeuringen:


- De administratief medewerker beoordeelt de situatie en maakt de gewenste
 correctie op de afkeuringen zodat mogelijke goedkeuring kan worden verkre-
 gen. Opmerkingen worden eventueel verwerkt, maar dat is niet noodzakelijk in
 verband met de bekostiging. In geval van gevolgen voor een bekostigingsjaar met
 mutatiestop wordt aangegeven dat het een accountantsmutatie betreft. Voor deze
 laatste actie is speciale autorisatie nodig.


- De administratief medewerker registreert dat hij de fout heeft gecorrigeerd.


- Indien de administratief medewerker de fout niet kan corrigeren dan wordt de
 mutatie opnieuw verstuurd naar Bron en neemt de applicatiebeheerder of de con-
 tactpersoon IB-Groep contact op met de IB-Groep.


Na deze acties zal de use-case versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON
de klaarstaande mutaties versturen.


Resultaat
Alle mutaties hebben de status Goedgekeurd of Afgekeurd in het kernsysteem al
naar gelang de ontvangen meldingen van BRON.
De afkeuringen zijn gecorrigeerd en weer gereed gezet voor verzending naar BRON.
In het kernsysteem is geregistreerd dat een fout gecorrigeerd is.


Frequentie
Wettelijke verplichting: minimaal twee-wekelijks vindt terugkoppeling plaats.


Werkopdrachten
46   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         REGISTREREN VAN SUMMATIEVE RESULTATEN


                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Er komt een door de deelnemer behaald summatief resultaat vanuit onderwijslogis-
                                         tiek (samenbrengen). Dit kan een nieuw summatief resultaat zijn, maar ook een
                                         correctie op een reeds geregistreerd resultaat.


                                         Actoren
                                         - De beoordelaar
                                         - De medewerker examenbureau.


                                         Doel
                                         Het registreren van summatieve resultaten bij de deelnemer.


                                         Beschrijving acties
                                         - De beoordelaar levert vanuit onderwijslogistiek (samenbrengen) de behaalde
                                          summatieve resultaten behorende bij specifieke onderwijsproducten aan bij het
                                          examenbureau. Ook geeft hij aan op welke deelnemer(s) het betrekking heeft. De
                                          resultaten kunnen numeriek of alfanumeriek zijn.
                                         - Door de medewerker van het examenbureau worden de summatieve resultaten
                                          voor de onderwijsproducten geregistreerd in het kernsysteem bij de betreffende
                                          deelnemer.
                                         - Wanneer het een correctie betreft van een foutief ingevoerd resultaat, dan wordt
                                          het oude resultaat overschreven.
                                         - Wanneer het een summatief resultaat van een herkansing betreft, moet het
                                          mogelijk zijn om het oude, onvoldoende summatieve resultaat te bewaren.


                                         Resultaat
                                         De behaalde summatieve resultaten zijn geregistreerd bij de deelnemer in het
                                         kernsysteem.


                                         Frequentie
                                         Dit is afhankelijk van de grootte van een ROC. Als uitgangspunt hebben wij gekozen
                                         voor een ROC met 40.000 deelnemers, waarbij een registratie plaatsvindt van
                                         50 summatieve resultaten per deelnemer per jaar. Dit leidt tot een registratie van
                                         zo’n 10.000 summatieve resultaten per dag.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   47




               Werkopdrachten




               Overige opmerkingen
               Het moet mogelijk zijn aan een summatieve toets summatieve resultaten toe te
               voegen, te wijzigen en te verwijderen door daarvoor geautoriseerde medewerkers.


               In deze use case hebben we ons beperkt tot het registeren van summatieve resul-
               taten. De summatieve resultaten zijn in de criteriumbank gedefinieerd.



ONDERHOUDEN CRITERIUMBANK



               Use case
               Aanleiding
               Er komt een nieuwe uitstroomkwalificatie of een wijziging in een bestaande
               uitstroomkwalificatie.


               Actoren
               - Een gemandateerd persoon (bijvoorbeeld een onderwijskundig medewerker).
               - De applicatiebeheerder.


               Doel
               Opbouwen en onderhouden van een criteriumbank op basis van uitstroomkwalificaties.


               Beschrijving acties
               De criteriumbank is een functionaliteit van het kernsysteem die door andere proces-
               sen uit het kernsysteem opgeroepen kunnen worden. Met de criteriumbank kan
               onderzocht worden of deelnemers kwalificerende eenheden of uitstroomkwalificaties
               hebben behaald. Daarbinnen zijn criteria gekoppeld aan een kwalificerende een-
               heden en uitstroomkwalificaties. Deze criteria bestaan uit een verzameling regels
48   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         op basis waarvan het kwalificerend resultaat wordt bepaald. Dit resultaat wordt
                                         bepaald uit de onderliggende summatieve en/of kwalificerende eenheden.


                                         Een criteriumbank bestaat uit drie lagen, deze zijn als volgt:
                                         - 3. Uitstroomkwalificaties
                                         - 2. Kwalificerende eenheden
                                         - 1. Summatieve resultaten




                                         De instelling vraagt de licenties bij de overheid aan en wanneer deze zijn verkre-
                                         gen, geeft zij toestemming om een uitstroomkwalificatie in de criteriumbank op
                                         te nemen. Daarnaast kan er een aanleiding zijn om (delen van) een bestaande
                                         uitstroomkwalificatie te wijzigen of te verwijderen.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   49




- De applicatiebeheerder wijzigt of voert de structuur in van een uitstroomkwali-
 ficatie zoals deze aangeleverd is door een gemandateerd persoon. Ook voert hij
 de bijbehorende criteria in die gesteld worden aan de kwalificerende documenten
 (diploma’s), kwalificerende eenheden en summatieve resultaten
- De applicatiebeheerder geeft binnen het kernsysteem aan dat een structuur van
 de uitstroomkwalificatie is ingericht en gereed is voor gebruik. Dit geldt ook voor
 wijzigingen in structuren van de uitstroomkwalificatie.


Resultaat
Er is een criteriumbank met uitstroomkwalificaties, kwalificerende eenheden en
summatieve resultaten die beheerd en onderhouden wordt.


Frequentie
Gedurende het jaar ongeveer 1.000 keer met 1 maal per jaar een piekbelasting (in
het huidige onderwijs aan het einde van het schooljaar tijdens de diplomering). Het
raadplegen van de criteriumbank zal minimaal 80.000 keer per jaar zijn.


Overige opmerkingen
- In de criteriumbank moeten uitstroomkwalificaties kunnen worden toegevoegd,
 gewijzigd en verwijderd.
- Binnen de criteriumbank moeten aan kwalificerende eenheden en uitstroomkwa-
 lificaties criteria gekoppeld kunnen worden. Aan summatieve resultaten worden
 geen criteria gekoppeld.
- Summatieve resultaten moeten aan kwalificerende eenheden gekoppeld kunnen
 worden.
- Binnen de criteriumbank moet het mogelijk zijn om een samenstelling van
 uitstroomkwalificaties te kunnen definiëren en wijzigen. Zoals is beschreven in
 toegevoegde afbeelding van de criteriumbank.
- De criteriumbank moet informatie kunnen ophalen en wegschrijven bij onderdelen
 uit het kernsysteem.
- De criteriumbank is alleen opvraagbaar voor uitstroomkwalificaties die niet onder
 constructie zijn.
50   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         BESCHIKBAAR STELLEN PEILSTOKMETING


                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Er komt een verzoek binnen (loketfunctie: schriftelijk, telefonisch, via e-mail, uit
                                         systeem) om het resultaat van een meting te produceren (“hoe staat Jantje er
                                         voor?”) ten opzichte van een specifieke uitstroomkwalificatie zoals opgenomen in de
                                         criteriumbank (te denken valt aan een Crebo)


                                         Actoren
                                         - deelnemer
                                         - docent
                                         - coach
                                         - leertrajectbegeleider
                                         - opdrachtgever, externe
                                         - medewerker examenbureau


                                         Doel
                                         Inzicht verschaffen aan een deelnemer in de actuele stand van zaken betreffende
                                         de voortgang ten opzichte van een specifieke uitstroomkwalificatie. “Welke summa-
                                         tieve resultaten ontbreken nog om een specifieke uitstroomkwalificatie te kunnen
                                         behalen?’


                                         Beschrijving acties
                                         - Een verzoek komt binnen bij de medewerker examenbureau, deelnemer wordt
                                          geïdentificeerd.
                                         - In het verzoek is een specifieke uitstroomkwalificatie benoemd.
                                         - Het gewenste type informatiedrager (bijvoorbeeld papier, cd, email, XML-bericht)
                                          wordt benoemd
                                         - De criteriumbank wordt bevraagd om behaalde en de nog te behalen summatieve
                                          resultaten te presenteren, in relatie tot de kwalificerende onderdelen t.o.v. de
                                          benoemde kwalificatie door middel van de werkopdracht raadplegen criterium-
                                          bank over vereisten specifiek kwalificerend document. Bij de te behalen resultaten
                                          biedt de criteriumbank ook de mogelijke alternatieven aan om te komen tot de
                                          benoemde kwalificering. Kortom: wat is al wel en nog niet behaald t.o.v. van het
                                          gevraagde doel en op welke manieren kan het gevraagde doel worden bereikt.
                                         - Van het resultaat wordt een overzicht gemaakt. Het rapport wordt beschikbaar
                                          gesteld aan docent, coach, leertrajectbegeleider, opdrachtgever, externe of mede-
                                          werker examenbureau.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   51




Resultaat
Een overzicht waaruit de lezer kan opmaken welke summatieve resultaten behaald
zijn en nog behaald moeten worden voor een specifieke uitstroomkwalificatie.


Frequentie
Enkele jaren per jaar per deelnemer.


Werkopdrachten
52   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         KWALIFICEREN VANUIT DE DEELNEMER/OPLEIDING


                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         - De deelnemer of lid van de examencommissie vraagt om 1 of meerdere kwalifice-
                                           rende documenten.
                                         - Vanuit de use case tussentijds beëindigen verbintenis is via Bepalen diplomarecht
                                           geconstateerd dat de deelnemer nog recht heeft op een diploma (of ander kwalifi-
                                           cerend document)


                                         Actoren
                                         - De deelnemer
                                         - De medewerker examenbureau
                                         - De begeleider


                                         Doel
                                         Het mogelijk verstrekken van 1 of meerdere kwalificerende documenten aan de
                                         deelnemers.


                                         Beschrijving acties
                                         De use-case kan op twee manieren starten:
                                         1. De deelnemer/lid van de examencommissie vraagt aan het examenbureau om 1
                                            of meerdere kwalificerende documenten. Het gaat hierbij dus om een specifieke,
                                            benoemde kwalificatie.
                                         2. Vanuit de use-case bepalen diplomarecht is geconstateerd dat een deelnemer
                                            recht heeft op een specifieke, benoemde kwalificatie.


                                         Ad 1) Bekeken wordt of een deelnemer een specifieke kwalificatie heeft behaald
                                         - De deelnemer/lid van de examencommissie vraagt aan de medewerker
                                            examenbureau of de bij de uitstroomkwalificatie behorende kwalificaties door de
                                            deelnemer(s) zijn behaald.
                                         - De medewerker examenbureau geeft de werkopdracht raadplegen criterium -
                                            bank over vereisten specifiek kwalificerend document. Wanneer teruggemeld
                                            wordt, dat er geen te behalen summatieve resultaten meer openstaan, kan het
                                            proces kwalificeren verder doorgang vinden.
                                         - Dit resultaat wordt doorgegeven aan de deelnemer/lid van de examencommissie.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   53




Ad 2) Er is al bekend of een deelnemer een specifieke kwalificatie heeft behaald
- Het feitelijk vaststellen van kwalificerende documenten en de uitreikdatum vindt
 onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie plaats. In het kernsys-
 teem wordt vastgelegd op welke kwalificerende documenten de deelnemer recht
 heeft en wat de datum van uitreiking is. De medewerker examenbureau nodigt de
 deelnemer voor de uitreiking uit middels een brief die via de werkopdracht maak
 brief is gemaakt. Een kopie van de kwalificerende documenten wordt opgenomen
 in het deelnemerdossier middels de werkopdracht registreer document.


- In het kernsysteem wordt vastgelegd welk van de vastgestelde kwalificerende
 documenten voor bekostiging in aanmerking komt. Bij het aangeven van een
 voor bekostiging in aanmerking komend diploma moet het systeem een melding
 geven als er in het betreffende kalenderjaar al eerder een bekostigd diploma is
 vastgesteld. In dat geval moet ervoor worden gezorgd dat het juiste diploma voor
 bekostiging wordt aangemeld door (een) mutatie(s) voor BRON klaar te zetten.


- De medewerker examenbureau geeft de werkopdracht maak kwalificerend docu-
 ment. De (op papier) gemaakte kwalificerende documenten worden verstrekt aan
 de examencommissie voor uitreiking.


- De begeleider bespreekt met de deelnemer of hij nog andere onderwijsproducten
 wil gaan afnemen.
  •   Als de deelnemer andere onderwijsproducten wil gaan afnemen, dan start de
      begeleider de werkopdracht nieuw onderwijsproduct.
  •   Als de deelnemer geen andere onderwijsproducten wil afnemen, gaat de bege-
      leider in het kernsysteem na of er nog andere verbintenissen actief zijn.
      ◦ Als er andere verbintenissen actief zijn, moeten deze mogelijk worden aange-
       past via de werkopdracht wijzigen verbintenis.
      ◦ Indien er geen andere verbintenissen actief zijn, kan de deelnemer worden
       uitgeschreven. De begeleider geeft de werkopdracht uitschrijven.


Resultaat
De kwalificerende documenten voor de betreffende deelnemer zijn gemaakt en
kunnen worden uitgereikt. Het deelnemerdossier is bijgewerkt. De deelnemer wordt
uitgeschreven of blijft binnen de instelling om andere onderwijsproducten af te
nemen.
54   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Frequentie
                                         Afhankelijk van de grootte van de instelling, gemiddeld per dag ongeveer 100 kwa-
                                         lificerende documenten. Uitgangspunt is een instelling met 40.000 deelnemers. Dit
                                         zijn er 20.000 per jaar, rekeninghoudend met piekbelasting welke minstens twee
                                         keer per jaar moet plaatsvinden (kijkend naar een huidig schooljaar dan is dat aan
                                         het einde van een schooljaar in juni en halverwege in december).


                                         Werkopdrachten




                          BEPALEN DIPLOMARECHT



                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Vanuit tussentijds beëindigen verbintenis komt een werkopdracht om na te gaan
                                         of een deelnemer mogelijkerwijs voor een kwalificerend document in aanmerking
                                         komt.


                                         Actoren
                                         - De deelnemer
                                         - De medewerker examenbureau
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   55




Doel
Bepalen of een deelnemer recht heeft op kwalificerende documenten zodat voorkomen
wordt dat hij zonder de documenten waar hij recht op heeft, wordt uitgeschreven.


Beschrijving acties
- De medewerker van het examenbureau heeft vanuit Tussentijds beëindigen ver-
 bintenis de opdracht gekregen om na te gaan bij de criteriumbank of de door de
 deelnemer behaalde summatieve resultaten leiden tot kwalificerende documenten
 met behulp van de werkopdracht raadplegen criteriumbank over recht op alle
 kwalificerende documenten.
- De medewerker van het examenbureau koppelt de uitkomst terug aan de begelei-
 der ter bespreking met de deelnemer.
- Indien de deelnemer recht heeft op een diploma, geeft de medewerker van het
 examenbureau de werkopdracht diplomeren.


Resultaat
- Aan Kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding is doorgegeven welke kwalifice-
 rende documenten voor de betreffende deelnemer kunnen worden aangemaakt,
 inclusief de bijbehorende gegevens.
- Er wordt geen deelnemer uitgeschreven zonder de kwalificerende documenten
 waar hij recht op heeft.


Frequentie
Voor een grote instelling enkele duizendenden per jaar. Het betreft hier alleen deel-
nemers van wie de verbintenis voortijdig wordt beëindigd.


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
Een deelnemer weet niet of hij nog ergens recht op heeft. In deze use case wordt
gekeken of er mogelijk onbenoemde kwalificaties zijn, die benoemd kunnen worden.
56   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         SIGNALEREN EN RAPPORTEREN AAN-AFWEZIGHEID

                                         Voldoen aan (wettelijke of contractuele) verplichting om aan- of afwezigheid van
                                         deelnemers te melden.



                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Periodiek (bijvoorbeeld op dagelijkse basis) nagaan of deelnemer meer afwezig dan
                                         wettelijk of contractueel geoorloofd is.


                                         Actoren
                                         - Externe partijen (RMC, Leerplichtambtenaar, Werkgever, Klantmanager gemeente,
                                          UWV, Re-integratiebedrijven, Accountant, Begeleider)
                                         - De administratief medewerker


                                         Doel
                                         - Mogelijke uitval van deelnemers voorkomen door tijdige signalering afwezigheid
                                         - Door tijdige signalering afwezigheid deelnemer is het mogelijk om actie te onder-
                                          nemen ten einde de bekostiging van de instelling veilig te stellen


                                         Beschrijving acties
                                         Afwezigheid van deelnemers signaleren volgens vooraf vastgestelde regels en af-
                                         spraken:
                                         - Regels en voorschriften van het ministerie van OC&W: controleprotocol, leerplicht,
                                          regelgeving rond voortijdig schoolverlaten
                                         - Regelgeving rondom inburgering
                                         - Contractuele verplichtingen met betrekking tot leerwerktrajecten in het kader van
                                          re-integratie van langdurig werkelozen
                                         - Contracten met werkgevers in het kader van deskundigheidsbevordering personeel.


                                         Alle signaleringen worden geverifieerd bij de begeleiders om te voorkomen dat
                                         deelnemers die een en ander (bijvoorbeeld ziekte) wel hebben gemeld maar waar-
                                         van de melding niet of niet juist is verwerkt ten onrechte worden gemeld bij een
                                         instantie danwel een aantekening krijgen. Na verificatie rapporteert de administra-
                                         tief medewerker.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   57




De volgende situaties omtrent signalering afwezigheid zijn te onderscheiden:
1. de wettelijke verplichting om leerplichtige deelnemers die langer dan 2 weken
  afwezig zijn aan de leerplichtambtenaar van de gemeente te melden
2. de wettelijke verplichting om deelnemers jonger dan 23 jaar die niet leerplichtig
  zijn en die langer dan 3 weken afwezig zijn te melden aan het RMC
3. contractuele afspraken met UWV, re-integratiebedrijven, gemeenten
4. afspraken met werkgevers
5. het controleprotocol van OCW, volgens welke de accountant gegevens omtrent
  aanwezigheid opvraagt
6. de wettelijke verplichting om deelnemers van 18 jaar of ouder die langer dan 5
  weken afwezig zijn aan de IB-Groep te melden


Ad 1. Het systeem moet dagelijks geautomatiseerd controle uitvoeren omtrent de
      afwezigheid van de leerplichtige deelnemers
Ad 2. Het systeem moet dagelijks geautomatiseerd controle uitvoeren omtrent de
      afwezigheid van de deelnemers jonger dan 23 jaar
Ad 3. Afhankelijk van het contract moet de afwezigheid van deelnemers gerappor-
      teerd worden
Ad 4. Afhankelijk van de gemaakte afspraken moet de afwezigheid van deelnemers
      gerapporteerd worden
Ad 5. Tijdens de controle moeten de in het protocol gevraagde gegevens beschik-
      baar zijn. De aanwezigheid van specifieke deelnemers (steekproef) gedu-
      rende een aantal dagen moet aangetoond worden. Een rapportage moet dit
      opleveren.
Ad 6. Het systeem moet dagelijks geautomatiseerd controle uitvoeren omtrent de
      afwezigheid van de deelnemers


In het kernsysteem wordt achtereenvolgens vastgelegd:
- de gesignaleerde afwezigheid
- de interne opdracht tot verificatie, inclusief de datum
- resultaat van de verificatie
- de melding richting externe partijen, inclusief de datum


De registratie van gesignaleerde afwezigheid is een gedetailleerde registratie ten
behoeve van de begeleiding. Vanuit deze gedetailleerde registratie wordt op een
hoger aggregatieniveau de geanalyseerde aanwezigheid vastgelegd.
58   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         Resultaat
                                         - Rapportage omtrent afwezigheid deelnemer(s), wat - na interne validatie - gemeld
                                          wordt aan de betrokken externe partij
                                         - Registratie van gerapporteerde afwezigheid bij deelnemer.


                                         Frequentie
                                         Sommige signaleringen dienen elke dag uitgevoerd te worden, sommige elke week
                                         of elke maand afhankelijk van contract, andere slechts 1 keer per jaar (accountant).


                                         Werkopdrachten
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   59




RAPPORTAGE GEGEVENS AANWEZIGHEID DEELNEMER

               Vertegenwoordigers van externe partijen hebben behoefte aan informatie omtrent
               de aanwezigheid van deelnemers, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de bege-
               leiding van deelnemers of omdat zij het onderwijs financieren. Voor vragen ten
               aanzien van begeleiding van deelnemers kan worden gedacht aan maatschappelijke
               dienstverleners, zoals GGD. Voor financiering kan worden gedacht aan werkgevers,
               klantmanagers gemeente, UWV, re-integratiebedrijven.


               Tijdens samenbrengen vindt er begeleiding plaats en wordt de aanwezigheidsre-
               gistratie bijgehouden. In de aanwezigheidsregistratie zijn de gegevens van deel-
               nemers aanwezig betreffende hun presentie gedurende een bepaalde tijdsperiode
               vastgelegd. Vanuit onderwijslogistiek (reserveren) is bekend wanneer en voor welk
               onderwijsproduct een deelnemer geacht wordt aanwezig te zijn. Door de metingen
               in tijd af te zetten tegen het tijdraster van de planning kan een analyse worden
               gemaakt van de aan- en afwezigheid van deelnemers.



               Use case
               Aanleiding
               Een ad-hoc vraag omtrent aanwezigheid van een deelnemer of groep deelnemers
               door externe partijen


               Actoren
               - administratief medewerker
               - externe partijen (RMC, Leerplichtambtenaar, Werkgever, Klantmanager gemeente,
                 UWV, Re-integratiebedrijven, Accountant, Begeleider)


               Doel
               Inzicht geven in de aan- en afwezigheid van bepaalde deelnemers of groepen deel-
               nemers op verzoek van externe partijen.


               Beschrijving acties
               - Afhankelijk van de vraag van de externe partij wordt gekeken of er een bestaand
                 rapport gebruikt kan worden. Is dit niet het geval dan zal er eerst een nieuw rap-
                 port gedefinieerd moeten worden. De administratief medewerker start de
                 rapportdefinitiebeheer.
60   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         - Indien of zodra er een rapport beschikbaar is, selecteert de administratief mede-
                                          werker het gewenste rapport, geeft de selectiecriteria mee en start de uitvoering
                                          van de rapportage.
                                         - De administratief medewerker levert het rapport.


                                         Resultaat
                                         Opgeleverde rapportage met de gevraagde gegevens.
                                         Mogelijke vragen zijn:
                                         - aan/afwezigheid van specifieke deelnemer gedurende bepaalde periode
                                         - aan/afwezigheid van groep deelnemers gedurende bepaalde periode.


                                         Een groep deelnemers moet geselecteerd kunnen worden op basis van gevolgd on-
                                         derwijsproduct, specifieke groep, leeftijd, leerweg, intensiteit, etniciteit, doelgroep,
                                         financier. Voorbeeld:
                                         - De klantmanager (maakt deel uit van externe partijen) van de gemeente wil
                                          weten welke dagen en tijden in mei de heer Jansen het gereserveerde onderwijs-
                                          traject gevolgd heeft.
                                         - De gemeente wil van personen uit een bepaalde wijk weten of zij hun gereser-
                                          veerde onderwijstraject in de maand december gevolgd hebben.


                                         Frequentie
                                         Heel verschillend per locatie en organisatie. Soms 1 tot 10 keer per maand, maar
                                         kan ook 100 keer per dag zijn.


                                         Werkopdrachten
                                         Geen.


                                         Overige opmerkingen
                                         - Er moet een koppeling zijn met de database waarin de aanwezigheid per deelne-
                                          mer wordt vastgelegd (aanwezigheidsregistratie) die buiten het kernsysteem valt.
                                          In die database is geregistreerd:
                                           •   deelnemer, datum/tijd en plaats.


                                         - Eveneens buiten het kernsysteem zijn in reserveren de volgende gegevens te
                                          vinden:
                                           •   deelnemer, datum/tijd, docent, onderwijsproduct.


                                         Via de combinatie van bovenstaande dataverzamelingen kan geconstateerd worden
                                         wie, wanneer aan- of afwezig was.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   61




BESCHIKBAAR STELLEN LOOPBAANGEGEVENS

               Hier wordt een overzicht over de leerloopbaan van een deelnemer gegeven. Dit
               overzicht kan worden aangevraagd door verschillende belanghebbenden.
               Vanwege het privacygevoelige karakter is hiervoor een autorisatieproces gewenst,
               zoals: een begeleider mag zelf het overzicht niet aanvragen, maar moet dit via een
               manager doen die dan het overzicht aanvraagt met als geadresseerde de begelei-
               der. Het autorisatieproces is hier verder niet uitgewerkt aangezien dit afhankelijk is
               van de wensen van de betreffende organisatie.
               Deze use case moet wel zo worden uitgewerkt/geïmplementeerd dat een autorisa-
               tieproces hierbij mogelijk is.



               Use case
               Aanleiding
               Er komt een verzoek om een loopbaanoverzicht te produceren door een hiervoor
               geautoriseerde persoon. Dit verzoek kan van een belanghebbende komen, of uit
               het systeem naar aanleiding van een exit-procedure bij het verlaten van de instel-
               ling door een deelnemer.


               Actoren
               - Administratief medewerker
               - Begeleider
               - Deelnemer
               - Manager onderwijs.


               Doel
               Inzicht verschaffen in de leerloopbaan aan deelnemer, begeleider of andere belang-
               hebbende door middel van een overzicht (elektronisch of op papier).


               Beschrijving acties
               Verzoek komt binnen bij de administratief medewerker via de deelnemer, begeleider
               of manager onderwijs:
               - Identificatie vrager: Kennen we de vrager en is hij/zij degene voor wie zich uit-
                geeft?
               - Autorisatie: Mag de vrager dit verzoek indienen?


               De vraag is gespecificeerd:
               - welke deelnemer het overzicht betreft
               - de gegevens van vrager (aan wie het overzicht verstuurd moet worden)
62   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                         - het type informatiedrager (bijvoorbeeld papier, cd, e-mail, XML-bericht) waarmee
                                          de gegevens verstrekt moeten worden.


                                         Uit het kernsysteem haalt de administratief medewerker de volgende gegevens
                                         over de gevraagde deelnemer:
                                         - deelnemergegevens (bijvoorbeeld NAW)
                                         - afgenomen onderwijsproducten met de daarbij behorende gegevens uit de aanwe-
                                          zigheidsanalyse
                                         - wanneer op het overzicht de behaalde en de nog te behalen summatieve resul-
                                          taten, gekoppeld aan beoogde uitstroomkwalificatie moeten worden opgenomen,
                                          dan geeft de administratief medewerker de werkopdracht peilstok.


                                         Indien er nog geen bestaand rapport beschikbaar is, dan wordt er een rapport ge-
                                         definieerd via de rapportdefinitiebeheer.
                                         Indien, of zodra, er een rapport beschikbaar is, stelt de administratief medewerker
                                         het rapport samen tot een overzicht conform het type informatiedrager zoals in de
                                         aanvraag aangegeven (bericht/papier/overige media).
                                         Het overzicht wordt beschikbaar gesteld aan begeleider, deelnemer of manager
                                         onderwijs.


                                         Resultaat
                                         Een leerloopbaanoverzicht gestuurd aan de gewenste geadresseerde en het ge-
                                         wenste type informatiedrager (bijvoorbeeld papier, cd, e-mail, XML-bericht).


                                         Frequentie
                                         Enkele keren per jaar per deelnemer.


                                         Werkopdrachten
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   63




DOCUMENTSJABLOON BEHEREN


               Use case
               Aanleiding
               Er is een nieuw type document gedefinieerd, of een wijziging op een bestaand type
               document. Het betreft een deelnemer gerelateerd document.


               Actoren
               - Applicatiebeheerder.


               Doel
               Het aanpassen, aanmaken of verwijderen van een documentsjabloon, zodat de
               actuele documentsjablonen aansluiten bij de werkprocessen.


               Beschrijving acties
               De applicatiebeheerder selecteert een bestaand sjabloon, of creëert een nieuw sjabloon.
               Een sjabloon bestaat uit:
               - De structuur van het document, bestaande uit vaste tekst en sjabloonvelden
               - Vaste tekst: Tekst die voor elk document van dit type gelijk is
               - Sjabloonvelden: Velden die worden gevuld met gegevens die zijn aangeleverd bij de
                documentaanvraag (zie constructie deelnemerdocument)
               - Opmaak van het document (logo’s, lettertype, marges, kleuren, papiersoort)
               - Een helptekst voor de gebruikers die een sjabloon moeten selecteren
               - Metadata van het document zelf zoals de einddatum


               Het sjabloon wordt vastgelegd met een aantal identificerende kenmerken (meta-
               data van het sjabloon), zoals:
               - Naam (bijvoorbeeld: diploma, onderwijsovereenkomst etc.)
               - Omschrijving
               - Datum ingebruikname
               - Auteur.


               Resultaat
               - Aangepast of aangemaakt documentsjabloon, dat beschikbaar is voor constructie
                deelnemerdocument.
               - Verwijderd documentsjabloon, dat niet langer beschikbaar is voor constructie
                deelnemerdocument.


               Frequentie: Enkele malen per jaar.
64   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                         RAPPORTDEFINITIEBEHEER


                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Door een vraag van externen of door een functie binnen het kernregistratiesysteem
                                         wordt om een nieuw (type) rapport gevraagd.


                                         Actoren
                                         - Rapportbouwer
                                         - Systeemfunctie
                                         - Opdrachtgever
                                         - Externe.


                                         Doel
                                         Het verkrijgen van een nieuw rapport, gedefinieerd door gegevens en lay out.


                                         Beschrijving acties
                                         - Een rapportvraag komt binnen nadat vastgesteld is dat bestaande rapportage is
                                           die aan de gestelde vraag voldoet
                                         - De rapportbouwer analyseert de definitie van de vraag
                                         - De rapportbouwer definieert en ontwikkelt de benodigde queries en lay-out op
                                           basis van de gestelde vraag
                                         - Het rapport wordt beschikbaar gesteld voor gebruik.lgens gestelde vraag en stelt
                                           rapport ter beschikking voor gebruik.


                                         Resultaat
                                         Nieuw aan het kernregistratiesysteem ter beschikking gestelde rapportdefinitie.


                                         Frequentie
                                         Enkele tientallen keren per jaar.
KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS   65




UITSCHRIJVEN


               Use case
               Aanleiding
               - De deelnemer behaalt een diploma / kwalificatie vanuit de use case kwalificeren
                vanuit de deelnemer/opleiding en heeft te kennen gegeven geen andere onder-
                wijsproducten meer af te willen nemen bij de instelling
               - De deelnemer heeft te kennen gegeven de onderwijsproducten die hij geniet, niet
                langer te willen afnemen
               - Een deelnemer komt onverhoopt te overlijden. Het wijzigen identiteitsgegevens
                heeft plaatsgevonden en nu moet hij worden uitgeschreven.


               Actoren
               - Exit-functionaris
               - Administratief Medewerker.


               Doel
               De deelnemer verlaat de instelling en de verbintenis wordt beëindigd. Hiermee ein-
               digt ook de bekostigingsrelatie.


               Beschrijving acties
               De use case kan op drie manieren starten:
               1. Vanuit de use case kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding ontvangt de
                 administratief medewerker de werkopdracht uitschrijven (bij uitschrijven MET
                 diploma)
               2. Vanuit de use case tussentijds beëindigen verbintenis ontvangt de administratief
                 medewerker de werkopdracht uitschrijven (bij uitschrijven ZONDER diploma)
               3. Vanuit de use case wijzigen identiteitsgegevens ontvangt de administratief me-
                 dewerker de werkopdracht uitschrijven (bij overlijden deelnemer).


               - Optioneel kan tussen de deelnemer en de exit-functionaris een exit-gesprek
                plaatsvinden. Dit exit-gesprek wordt vastgelegd op een door de Werkopdracht
                Exitformulier vervaardigd exit-formulier en ondertekend door de exit-functionaris
                en de deelnemer.
               - Indien de deelnemer leerplichtig is, vindt een melding plaats bij het RMC en de
                leerplichtambtenaar. Een fiat van de leerplichtambtenaar is noodzakelijk. Zolang
                het fiat niet gegeven is, moet de deelnemer ingeschreven blijven.
               - Om een deelnemer uit te schrijven, voert de administratief medewerker binnen de
                kernregistatie een einddatum verbintenis van het huidige onderwijsproduct van
66   KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS




                                          de deelnemer in met vermelding van de uitstroomreden. Indien de deelnemer een
                                          diploma heeft behaald, krijgt hij de status alumnus.
                                         - Indien de deelnemer bezig was met het onderwijsproduct stage, informeert de
                                          administratief medewerker de consulent en het leerbedrijf over de uitschrijving en
                                          de reden daarvoor.
                                         - Het volledige dossier van de uitgeschreven deelnemer wordt gearchiveerd door de
                                          Werkopdracht Archiveren deelnemerdossier.
                                         - Vanuit het kernsysteem wordt de mutatie klaargezet voor verzending naar BRON.
                                          Deze mutatie wordt bij de eerstvolgende verzending meegenomen. Zie verder
                                          Versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON.


                                         Resultaat
                                         De deelnemer is uitgeschreven en heeft de instelling verlaten. De bekostigingsrela-
                                         tie is beëindigd.


                                         Frequentie
                                         Eén of meerdere malen per deelnemer. Er is een piek van ruim een kwart van het
                                         totale aantal deelnemers in juni (aan het einde van het schooljaar).


                                         Werkopdrachten
COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   1




FUNCTIONEEL ONTWERP




DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS
2   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   3




INLEIDING

            In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de digitale
            overdracht van deelnemergegevens.


            Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder-
            steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit
            kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of
            als één of meer aparte ICT-systemen.


            Beschrijvend en technisch gedeelte
            Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte,
            waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge-
            deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten
            staan weergegeven.


            In het beschrijvend gedeelte wordt u door de belangrijkste ‘delen’ van ons ontwerp
            geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs-
            punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar zich de keu-
            zemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen bevinden.


            Het beschrijvende gedeelte bestaat uit drie delen. Ieder deel omvat een apart
            onderdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van het proces
            van overdracht van deelnemergegevens. Elk deel valt uiteen in een aantal use
            cases. Aan het begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt
            waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases.


            In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspunten
            en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een beschrij-
            ving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het perspectief
            van een gebruiker van het systeem.
            Na het lezen van alle delen hebt u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit
            het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp van de
            digitale overdracht deelnemergegevens.


            Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte de gede-
            tailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technisch gedeelte bestaat uit een
            ‘platte’ export van de Triple A-wiki.
4   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                        INHOUDSOPGAVE


                                            Inleiding                                                              3
                                                 Beschrijvend en technisch gedeelte                                3

                                            Beschrijvend gedeelte                                                  5

                                            Deel I: Digitale overdracht deelnemergegevens via een Centraal
                                            Uitwisselingspunt (CUP)                                                6
                                                Uitgangspunten en keuzes                                           6
                                                Uitwisseling deelnemergegevens                                     7
                                                Het Centraal Uitwisselingspunt (CUP)                               7
                                                Het importeren van een dossier via het CUP                         8
                                                Het export van een dossier naar het CUP                            9
                                                Andere berichten van het CUP                                       9

                                            Deel II: Digitale overdracht deelnemergegevens tussen instellingen
                                            onderling (AAA)                                                        11
                                                Uitgangspunten en keuzes                                           11
                                                Directe uitwisseling tussen instellingen                           12
                                                Exporteren van een dossier ten behoeve van een andere instelling   12
                                                Importeren van een dossier van een andere instelling               12

                                            Deel III: Uitwisseling begeleidingsdossier                             13
                                                Uitgangspunten en keuzes                                           13
                                                Uitwisseling begeleidingsdossier                                   14
                                                Verstrekken begeleidingsdossier(-items)                            14
                                                Verwerven begeleidingsdossier(-items)                              15

                                            Technisch gedeelte                                                     17
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   5




BESCHRIJVEND GEDEELTE
6   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                        DEEL I: DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS VIA EEN CENTRAAL
                        UITWISSELINGSPUNT (CUP)




                                            Uitgangspunten en keuzes
                                            - De uitwisseling van deelnemergegevens vindt bij voorkeur plaats via een Centraal
                                                Uitwisselingspunt (CUP) en niet rechtstreeks tussen instellingen onderling
                                            - Het Electronische Leerdossier (ELD)1 zoals dat op dit moment in ontwikkeling is, is
                                                uitgangspunt voor het ontwerp, maar niet de enige mogelijkheid




                                            1
                                                Zie www.eldvo.nl
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   7




Uitwisseling deelnemergegevens
De uitwisseling van gegevens tussen onderwijsinstellingen bestaat uit een tweetal
dossiers:
1. Overdrachtsdossier
2. Begeleidingsdossier (begeleidingsgegevens)


We spreken hier over dossiers. Voor de volledigheid benadrukken we dat het gaat
om een tweetal processen waarbij uitwisseling van gegevens van een deelnemer
tussen onderwijsinstellingen centraal staat. In dit functioneel ontwerp modelle-
ren we het externe aspect van het begeleidingsdossier, gericht op de uitwisseling.
Bij het uitwerken van het primaire proces wordt meer aandacht besteed aan het
interne aspect van het dossier, gericht op de begeleiding en de interne administra-
tieve en logistieke processen.


Het overdrachtsdossier is een digitaal dossier dat tussen onderwijsinstellingen
wordt uitgewisseld, met daarin door de onderwijsinstelling gewaarborgde gegevens
over de deelnemer en zijn loopbaan. Het dossier kent een aantal gegevenssets
die gevuld worden vanuit de (kern-)registratie van de onderwijsinstelling op het
moment van overdracht. Het overdrachtsdossier bevat op hoofdlijnen de volgende
gegevenssets:
- Identiteitsgegevens van de deelnemer
- Leerloopbaangegevens
- Summatieve resultaten
- Indicaties benodigde begeleiding
- BPV en stage


Het ELD zoals dat op dit moment in ontwikkeling is, is uitgangspunt voor het ont-
werp dat is beschreven in deel I. In deel II beschrijven we een alternatieve vorm
die is gebaseerd op rechtstreekse uitwisseling tussen instellingen.


Uitwisseling van onderdelen van het begeleidingsdossier tussen instellingen is
beschreven in deel III.


Het Centraal Uitwisselingspunt (CUP)
Voor de uitwisseling van het overdrachtsdossier zijn er twee scenario’s gemodel-
leerd. Een scenario waarbij er sprake is van een CUP (beschreven in deel I), en een
scenario waarin het overdrachtsdossier direct tussen instelling kan worden uitgewis-
seld (beschreven in deel II).
8   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                            Een CUP is een centrale, landelijke voorziening waarlangs de uitwisseling van het
                                            overdrachtsdossier plaatsvindt. Instellingen communiceren in zo’n geval dus niet
                                            met elkaar, maar met het CUP. Instellingen die bij dit CUP zijn aangesloten melden
                                            de bij hen ingeschreven deelnemers bij dit punt aan en leveren het overdrachts-
                                            dossier aan als een deelnemer de instelling verlaat. Andere aangesloten instellin-
                                            gen kunnen het overdrachtsdossier dan bij het CUP opvragen. Het afhandelen van
                                            bezwaar tegen plaatsing van het overdrachtsdossier en de doorverwijzing op het
                                            moment dat een dossier (nog) niet beschikbaar is kan ook via het CUP lopen.


                                            De uitwisseling via een CUP heeft nadrukkelijk de voorkeur, omdat via een dergelijk
                                            punt zowel de technische uitwisseling, de logistiek van berichten als de bescher-
                                            ming van privacy centraal en uniform geregeld kan worden.
                                            Hoewel er bewegingen zijn voor het realiseren van een dergelijk uitwisselingspunt
                                            (ELD) is dat uitwisselingspunt nu nog niet beschikbaar. De hieronder beschreven
                                            werkwijze beschrijft de situatie waarin dit uitwisselingspunt beschikbaar is. Dit
                                            ontwerp is zo veel mogelijk in lijn gebracht met specificaties zoals opgesteld ten
                                            behoeve van het ELD.


                                            Het importeren van een dossier via het CUP
                                            Als onderdeel van de intake van een deelnemer wordt er gecontroleerd of er voor
                                            deze deelnemer een dossier beschikbaar is bij het CUP. Dat zal het geval zijn wan-
                                            neer een deelnemer afkomstig is van een instelling die ook is aangesloten op het
                                            CUP. Deze instelling zal het dossier naar het CUP hebben geëxporteerd op het mo-
                                            ment dat de deelnemer die instelling heeft verlaten. Door het dossier te importeren
                                            wordt de kernregistratie (aan-)gevuld wordt met de gewaarborgde identiteits- en
                                            leer-/loopbaangegevens van de deelnemer zoals die door de voorgaande instelling
                                            zijn geëxporteerd naar het CUP.


                                            Wanneer de deelnemer vervolgens een verbintenis met de instelling aangaat, wordt
                                            er een plaatsingsbericht naar het CUP gestuurd, om aan te geven dat de betreffen-
                                            de deelnemer nu op deze instelling is ingeschreven en dat daar nu de meest actuele
                                            deelnemergegevens beschikbaar zijn.


                                            Wanneer bij de intake blijkt dat er (nog) geen dossier op het CUP beschikbaar is
                                            kan het zijn dat wel (vanwege een plaatsingsbericht) bij het CUP bekend is van
                                            welke instelling de deelnemer afkomstig is. In dat geval zal via het CUP een verzoek
                                            tot export van het dossier aan die instelling worden gedaan. Zodra het dossier be-
                                            schikbaar is zal het CUP daarvan een notificatie afgeven en kan het dossier alsnog
                                            worden geïmporteerd.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   9




Om er zeker van te zijn dat de meest actuele gegevens worden geïmporteerd kan
een instelling ervoor kiezen om bij het maken van de verbintenis nogmaals het dos-
sier van het CUP te importeren.


Het exporteren van een dossier naar het CUP
Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, zal de
instelling de gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie
exporteren naar het CUP. Zo kan de toekomstige instelling, wanneer de deelnemer
zich daar voor een intake meldt, beschikken over de meest actuele identiteit- en
loopbaangegevens van de deelnemer.


Als een instelling een overdrachtsdossier van een deelnemer heeft geëxporteerd
naar het CUP, wordt daarvan een notificatie gezonden naar de deelnemer. De
deelnemer kan het overdrachtsdossier vervolgens inzien bij het CUP (via een self-
service systeem) of via de instelling die het dossier heeft aangeleverd. Gedurende
een in te stellen periode na plaatsing van het dossier bij CUP is de deelnemer in
de gelegenheid om via het CUP kenbaar te maken bezwaar te hebben tegen het
verspreiden van het dossier. Als er bezwaar wordt gemaakt zal het dossier weer van
het CUP worden verwijderd. Als er buiten die periode bezwaar wordt gemaakt, dan
kan alleen de broninstelling het dossier bij het CUP verwijderen en moet de deelne-
mer dit dus bij de instelling die het dossier heeft aangeleverd kenbaar maken.


Als een instelling een dossier heeft aangeleverd aan het CUP, moet er een moge-
lijkheid zijn voor de deelnemer of ouder om het dossier in te zien, omdat niet elke
deelnemer of ouder over internettoegang of een DigID beschikt. In dat geval wordt
het dossier weer opgevraagd van het CUP en kan de leerling of ouder het dossier op
de instelling inzien of toegestuurd krijgen.


Andere berichten van het CUP
Op het CUP kunnen berichten zijn klaargezet voor een instelling. Deze berichten
kunnen door de instelling op elk gewenst moment worden opgevraagd. Vooralsnog
worden drie typen berichten onderkend: een bericht dat een eerder niet beschik-
baar dossier nu wel beschikbaar is, een melding van bezwaar, of een verzoek om
het dossier van een bepaalde deelnemer aan te leveren.


Zoals al eerder gezegd wordt voor elke deelnemer een plaatsingsbericht verstuurd
aan het CUP op het moment van inschrijving. Als vervolgens een andere instelling
een verzoek doet voor een dossier, en dat dossier blijkt niet beschikbaar te zijn,
dan kan op basis van het plaatsingsbericht een verzoek worden klaargezet voor de
instelling waar deze deelnemer is ingeschreven.
10   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Als vervolgens die andere instelling een dossier heeft aangeleverd, kan er een noti-
                                             ficatie worden klaargezet voor de instelling die om dat dossier had gevraagd.
                                             Tenslotte kan het zijn dat een deelnemer of ouder bezwaar heeft gemaakt bij CUP.
                                             Als dat bezwaar wordt gemaakt na de wettelijke termijn, dan kan het dossier alleen
                                             nog verwijderd worden door de aanleverende instelling. Om dat kenbaar te maken
                                             kan het CUP een melding van bezwaar klaarzetten voor die instelling.
                                             In al deze drie gevallen worden er dus berichten klaargezet voor een bepaalde in-
                                             stelling. Deze instelling moet periodiek opvragen welke berichten er klaar staan, en
                                             de daarbij passende actie ondernemen.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   11




DEEL II: DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS TUSSEN INSTELLINGEN
ONDERLING (AAA)




                 Uitgangspunten en keuzes
                 - Rechtstreeks uitwisseling van een overdrachtsdossier tussen instellingen onderling
                  is een alternatief voor uitwisseling via het CUP. Wanneer het CUP functioneert is
                  dit alternatief overbodig
                 - Rechtstreeks export en import van een overdrachtsdossier kan alleen met expli-
                  ciete goedkeuring van de deelnemer
12   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Directe uitwisseling tussen instellingen
                                             Er zijn twee scenario’s gemodelleerd. Naast het scenario waarbij er sprake is van
                                             een Centraal Uitwisselingspunt (CUP) is er een scenario gemodelleerd waarbij in-
                                             stellingen onderling in staat worden gesteld op een generieke en eenvoudige wijze
                                             deelnemergegevens met elkaar uit te wisselen. Op het moment dat er een centraal
                                             uitwisselpunt actief wordt, vervalt dit scenario.


                                             Exporteren van een dossier ten behoeve van een andere instelling
                                             Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, kan de
                                             instelling ervoor kiezen direct een dossier aan te maken dat rechtstreeks met an-
                                             dere instellingen kan worden uitgewisseld. Ook kan de instelling ervoor kiezen om
                                             dit pas te doen als er om zo’n dossier wordt gevraagd.


                                             In beide gevallen kan er pas daadwerkelijk worden uitgewisseld als een andere
                                             instelling een verzoek daartoe heeft gedaan, en als dit verzoek vervolgens expliciet
                                             is goedgekeurd door de betreffende deelnemer of zijn wettelijk vertegenwoordiger.


                                             Importeren van een dossier van een andere instelling
                                             Wanneer bij de intake van een deelnemer blijkt dat deze afkomstig is van een
                                             instelling waarmee rechtstreeks uitwisseling mogelijk is, dan kan een verzoek bij
                                             die instelling worden ingediend voor het aanleveren van een dossier. Als gevolg
                                             daarvan zal er bij die andere instelling een procedure worden gestart om dit dossier
                                             met goedkeuring van de deelnemer beschikbaar te stellen.


                                             Zodra het dossier beschikbaar is, zal daarvan een bericht worden verstuurd en kan
                                             het dossier worden geïmporteerd. Omdat er geen centraal uitwisselingspunt is, zal
                                             er tussen de instellingen onderling een voorziening voor uitwisseling moeten zijn.


                                             Dit zorgt ervoor dat de kernregistratie (aan-)gevuld wordt met gewaarborgde iden-
                                             titeits- en leer-/loopbaangegevens van de deelnemer.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   13




DEEL III: UITWISSELING BEGELEIDINGSDOSSIER




                  Uitgangspunten en keuzes
                  - De groepen en items waaruit het begeleidingsdossier bestaat zijn flexibel en kun-
                   nen per instelling verschillen
                  - Uitwisseling van items uit het begeleidingsdossier kan alleen met expliciete goed-
                   keuring van de deelnemer
14   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Uitwisseling begeleidingsdossier
                                             Ter ondersteuning van het primaire proces is er een begeleidingsdossier. Dit dos-
                                             sier bevat deels gegevens die ook in het overdrachtsdossier zitten, en items die ter
                                             ondersteuning of verklaring (kunnen) dienen. Ook specifieke zorggegevens zijn een
                                             onderdeel van het begeleidingsdossier.


                                             De opbouw en inrichting van het begeleidingsdossier zal per instelling sterk ver-
                                             schillen. Daarnaast zijn de gegevens in het begeleidingsdossier wat meer priva-
                                             cygevoelig dan die in het overdrachtsdossier. Wij gaan daarom uit van een hele
                                             algemene opbouw van een begeleidingsdossier die instellingen vrij laat om hun
                                             begeleidingsdossier in te richten zoals zij dat zelf willen. Deze algemene opbouw
                                             ziet er als volgt uit:
                                             - Itemgroepen
                                              Het dossier is ingedeeld in itemgroepen, zoals bijvoorbeeld Zorg, Resultaten, Inci-
                                              denten en Afspraken. Dit is een groepering van gelijksoortige begeleidingsitems;
                                              dit vormt de (instellingsspecifieke) hoofdindeling van het begeleidingsdossier
                                             - Begeleidingsitems
                                              In elke itemgroep zit een aantal begeleidingsitems, zoals bijvoorbeeld een dys-
                                              lexieverklaring, leerplichtverklaring, mentorgesprekverslagen etcetera. Elk bege-
                                              leidingsitem heeft een aantal kenmerken, waaronder:
                                                •   Een klassificatie die aangeeft welk type item het betreft, zoals een document,
                                                    overeenkomst, product van de deelnemer etcetera.
                                                •   Een attachment dat verwijst naar een electronisch beschikbaar document.
                                                    Dit is het feitelijke document in het begeleidingsdossier


                                             Deze opbouw is de basis voor de uitwisseling van onderdelen van het begeleidings-
                                             dossier los van de specifieke inrichting van het begeleidingsdossier binnen de instel-
                                             ling zelf.


                                             Verstrekken begeleidingsdossier(-items)
                                             Wanneer een andere instelling of andere externe partij (items uit) het begeleidings-
                                             dossier van een bepaalde deelnemer wil ontvangen, dan moet daarvoor een verzoek
                                             worden ingediend bij de instelling waar de deelnemer is ingeschreven. De instelling
                                             zal dit verzoek dan aan de betreffende deelnemer moeten voorleggen, inclusief de
                                             specifieke items waarom is gevraagd. Deze toestemming moet voor elk nieuw ver-
                                             zoek opnieuw worden gegeven.


                                             Als de toestemming is gegeven door de deelnemer, dan kan er een export worden
                                             gemaakt van de betreffende items uit het begeleidingsdossier. In de meeste geval-
                                             len zal dit een eenvoudige export zijn van een aantal groepen van documenten.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   15




Deze groepen komen overeen met de itemgroepen in het begeleidingsdossier. Daar-
naast wordt er een inhoudsopgave meegestuurd.
Naast deze eenvoudige export wordt ook voorzien in de mogelijkheid om recht-
streeks items uit het begeleidingsdossier uit te wisselen tussen instellingen. Het
formaat waarin de ene instelling een dossier exporteert kan zodanig zijn dat een
andere instelling dat direct kan importeren. Voor deze uitwisseling geldt wel ge-
woon de procedure van aanvragen en vervolgens goedkeuren door de deelnemer.
Zodra het begeleidingsdossier beschikbaar is wordt er een notificatie gestuurd naar
de aanvrager. Deze kan met de gegevens van die notificatie (bijvoorbeeld een toe-
gangscode voor een download-site) het gevraagde begeleidingsdossier downloaden.


Verwerven begeleidingsdossier(-items)
Vanuit het aanmeldingsformulier, intakegesprek en/of tijdens de begeleiding kan
blijken dat het noodzakelijk is aanvullende gegevens van een deelnemer op te
vragen bij een andere instelling of andere externe partij. In dat geval wordt er
een verzoek gericht aan de instelling waarvan de deelnemer afkomstig is. Deze
instelling zal dan de procedure doorlopen voor het verstrekken van items uit een
begeleidingsdossier zoals hiervoor beschreven. Zodra de notificatie is ontvangen
dat het begeleidingsdossier beschikbaar is, kan het begeleidingsdossier worden
gedownload.


Het vervolgens verwerken van het begeleidingsdossier in de eigen administratie is
niet altijd eenvoudig. Er zal veelal een verschil zijn in de itemgroepen die binnen
een instelling worden onderscheiden. De ontvangende instelling zal dus de items uit
het begeleidingsdossier van een andere instelling opnieuw moeten ordenen naar de
eigen structuur.
16   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         INHOUDSOPGAVE


                                             Inleiding                                                 18

                                             USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES   20
                                             Import overdrachtsdossier                                 20
                                             Export overdrachtsdossier                                 26
                                             Verwijderen overdrachtsdossier van CUP                    30
                                             Tonen overdrachtsdossier                                  33
                                             Verzenden plaatsingsbericht CUP                           35
                                             Opvragen berichten CUP                                    37
                                             Import overdrachtsdossier tussen Triple A-instellingen    39
                                             Export overdrachtsdossier tussen Triple A-instellingen    42
                                             Verstrekken begeleidingsdossier(-items)                   45
                                             Verwerven begeleidingsdossier(-items)                     48

                                             FUNCTIES                                                  51
                                             Maak bericht                                              51
                                             Verzend bericht                                           54
                                             Ontvang bericht                                           55
                                             Selecteren gewenste dossiers                              57
                                             Verwerk bericht                                           59
                                             Samenstellen lijst deelnemernummers                       62
                                             Kennisgeving deelnemer export overdrachtsdossier          63
                                             Tonen overdrachtsdossier als PDF                          64
                                             Tonen berichten CUP                                       66
                                             Vastleggen exportverzoek overdrachtsdossier               67
                                             Ophalen bericht overdrachtsdossier                        70
                                             Verwerk bericht in KRD-AAA                                 71
                                             Tonen gegevens overdrachtsdossier                         73
                                             Markeren accordering deelnemer                            74
                                             Maak bericht-AAA                                          76
                                             Vastleggen exportverzoek begeleidingsdossier              77
                                             Accordering exportverzoek begeleidingsdossier             80
                                             Maak bericht begeleidingsdossier                          82
                                             Ophalen bericht begeleidingsdossier                       84
                                             Inlezen bericht begeleidingsdossier                       86
                                             Verwerken bericht begeleidingsdossier                     88
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   17




TECHNISCH GEDEELTE
18   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         INLEIDING

                                             In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de digitale overdracht
                                             van deelnemergegevens vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases,
                                             werkopdrachten, activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werk-
                                             bijeenkomsten met de deskundigen van de onderwijsinstellingen. In dit technische
                                             gedeelte vindt u een kopie van de informatie die door deze deskundigen is vastge-
                                             steld in de wiki.


                                             Onderstaand figuur geeft de samenhang van de use cases voor de digitale over-
                                             dracht van deelnemergegevens weer.




                                             Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit
                                             het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een
                                             concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem
                                             die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe-
                                             den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft
                                             antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?‘
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   19




                                    Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge-
                                    leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij-
                                    ven. Dit format wordt hieronder weergegeven.




                                    Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil-
                                    lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is
                                    voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht
                                    behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere
                                    use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang gebracht
                                    door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen.


                                    Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten-
                                    diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel-
                                    leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder
Leeswijzer                          verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use
Voor uw leesgemak worden in dit     case één activiteitendiagram gemaakt.
technisch gedeelte de volgende
symbolen in de kantlijn gebruikt:   Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge-
                                    maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces
        Wanneer het een use         te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een
        case betreft                ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties.


        Wanneer het een activi-     De laatste paragraaf van dit technisch gedeelte geeft een meer gedetailleerde be-
        teitendiagram betreft       schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt
                                    uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of
        Wanneer het een functie     enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn
        betreft                     om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die
                                    nodig is om de use case te ondersteunen.
20   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN
                                             EN OPSOMMING FUNCTIES


                         IMPORT OVERDRACHTSDOSSIER

                                             Bij het verwerken van de aanmelding en bij het ingaan van de verbintenis contro-
                                             leert het systeem of er een overdrachtsdossier beschikbaar is bij het CUP op basis
                                             van het sofinummer/burgerservicenummer. Dit zorgt ervoor dat de kernregistratie
                                             (aan-) gevuld wordt met gewaarborgde identiteit- en leer-/loopbaangegevens van
                                             de deelnemer.



                                             Use case
                                             Aanleiding
                                             - Bij de verwerking van de aanmelding (en bij het aangaan van een verbintenis)
                                              kan gebruik worden gemaakt van gegevens in een recent overdrachtsdossier dat
                                              mogelijk beschikbaar is bij het CUP. Dit gebeurt middels de werkopdracht Import
                                              overdrachtsdossier bij intake of Import overdrachtsdossier bij verbintenis.
                                             - Van het CUP is een bericht ontvangen dat naar aanleiding van een eerder verzoek
                                              het overdrachtsdossier van een deelnemer beschikbaar is. Middels de werkop-
                                              dracht Import overdrachtsdossier op verzoek van CUP wordt de import gestart.
                                             - Bij een gestapelde hoeveelheid (aanmeldingen, verbintenissen) wordt in één keer
                                              de dossiers van het CUP gehaald. Deze handeling is alleen van toepassing als er
                                              sprake is van schooljaargebonden onderwijs.


                                             Actoren
                                             - De Administratief Medewerker
                                             - De Deelnemer
                                             - Het CUP


                                             Doel
                                             De kernregistratie (aan)vullen met gewaarborgde identiteit- en leer-/loopbaangege-
                                             vens van de deelnemer.


                                             Beschrijving acties
                                             0. De Administratief Medewerker initieert het proces om één of meerdere over-
                                               drachtsdossiers met het CUP uit te wisselen.
                                             1. Er wordt een selectie gemaakt van alle deelnemers waarvan het overdrachtsdos-
                                               sier moet worden ingelezen. Dit kan zijn:
                                             1a. De administratief medewerker activeert een verzoek om van een deelnemer
                                                (aan de hand van de deelnemersleutel (BSN, OSN)) een import te doen van een
                                                overdrachtsdossier dat aanwezig is bij het CUP
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   21




1b. De administratief medewerker activeert een verzoek om van een aantal deelne-
      mers (aan de hand van een lijst met deelnemersleutels) een import te doen van
      het meest recente overdrachtsdossier die aanwezig zijn bij het CUP


In het geval van situatie 1a
Er wordt een verzoek aan het CUP verzonden voor een overzicht van aanwezige
overdrachtsdossiers van de betreffende deelnemer. Het CUP geeft in dat geval:
- (A) Een overzicht van aanwezige overdrachtsdossiers, of
- (B) Een melding dat er geen (recent) dossier beschikbaar is
- (C) Een melding dat het geen bekende sleutel is
- (D) Eventueel:
  •   Een melding dat het dossier nog in de bezwaarperiode (met vermelding van de
      termijn) is en nog niet vrijgegeven mag worden
  •   Een melding dat het maximaal aantal aanvragen voor een dossier of voor een
      deelnemer is overschreden.


Indien er dossiers zijn (A):
- De administratief medewerker selecteert een overdrachtsdossier en activeert de
  import van dat specifieke dossier


Indien er geen (recent) dossier is (B):
- (opt. De administratief medewerker activeert het verzoek om een (recent) over-
 drachtsdossier te leveren)
- Het systeem doet een verzoek aan CUP om een (recent) overdrachtsdossier op te
 vragen bij de vorige school


Indien er een andere melding komt (C, D):
- Geen verdere activiteit


In het geval van situatie 1b
Het betreft nu een groep deelnemers. Er wordt nu geen selectie op aanwezige
overdrachtsdossiers bij het CUP gedaan, maar er wordt vanuit gegaan dat van elke
deelnemer het meest recente dossier wordt gevraagd. Voor elke deelnemer wordt
een verzoek aan het CUP verzonden om het meeste recente overdrachtsdossier te
leveren. Het CUP geeft in dat geval per verzoek:
- een bericht met het meest recente overdrachtsdossier
22   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             - een foutmelding
                                               •   (E) van een deelnemer is er geen dossier
                                               •   (F) deelnemersleutel onbekend
                                               •   (G) dossier nog in bezwaarperiode
                                               •   (H) maximaal aantal aanvragen bereikt


                                             Indien (E) doet (door administratief medewerker geïnitieerd) het systeem een ver-
                                             zoek aan CUP om aan “oude” school een exportverzoek te doen.
                                             Indien (F, G, H) geen actie.


                                             2. Het systeem controleert van elk ontvangen overdrachtsdossier of de digitale
                                               handtekening klopt


                                             3. Vervolgens worden het ontvangen overdrachtsdossier verwerkt in het kernregis-
                                               tratiesysteem


                                             Resultaat
                                             Het resultaat is dat de kernregistratie is aangevuld met de gegevens uit het
                                             overdrachtsdossier (of er is niets gebeurd)


                                             Frequentie
                                             1. éénmaal per student bij de verwerking van de aanmelding
                                             2. éénmaal per student bij de activatie van de verbintenis
                                             3. éénmaal per student als CUP bericht heeft gezonden.


                                             Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD
                                             Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel
                                             Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007.
                                             - 3.4.4. Het ophalen van ELD’s door een ‘nieuwe’ school
                                             - 3.4.5. Opvragen ELD-overzicht per leerling
                                             - 3.4.7. Het ophalen van een bepaald ELD door een ‘nieuwe’ school
                                             - 3.4.8. Aanvragen van een ELD (als ELD niet beschikbaar is) door een ‘nieuwe’
                                                       school
                                             - 3.4.11. Ontvangen melding beschikbaarheid dossier na aanvraag door ‘nieuwe’
                                                         school
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   23




Werkopdrachten




Overige opmerkingen
- Gegevens in het overdrachtsdossier hebben de cardinaliteit x, y waarbij x aan-
 geeft of het gegeven verplicht deel uitmaakt van de verzameling (1 = verplicht,
 0 = niet verplicht) en y aangeeft hoe vaak het gegeven voor mag komen in de
 set. Indien het gegeven 1 maal mag voorkomen, wordt bij de import het gege-
 ven in de kernregistratie niet overschreven maar genegeerd (de kernregistratie is
 leading)[er kan hier nog onderscheid worden gemaakt of het veld in de kernregis-
 tratie gevuld is door een importproces of door een eigen invoerproces; alleen een
 gegeven uit een importproces mag worden overschreven door een gegeven door
 gegeven met een nieuwer versiekenmerk]. Indien het gegeven meerdere keren
 mag voorkomen wordt bij de import het gegeven aangevuld.
! Gegevens die bij import niet worden opgenomen in de kernregistratie vallen bui-
 ten de scope van ons proces. Een (andere) onderwijsinstelling zal op basis van de
 in de archiefverplichting gestelde voorwaarden in staat zijn om van uitgeschreven
 deelnemers een export van het overdrachtsdossier te verzorgen.
! Voor de controle van de elektronische handtekening wordt verwezen naar een
 standaard functie.
! Bij de use case Intake moet bij het verwerken van de aanmelding de actie “import
 overdrachtsdossier“ toegevoegd worden.
! Bij de use case Verbintenis moet bij het ingaan van de verbintenis de actie “im-
 port overdrachtsdossier” toegevoegd worden.
24   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Activiteitendiagram
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   25




Functies
Bij: individuele import overdrachtsdossier
- Initiëren individuele import overdrachtsdossier
  •   Maak bericht (Verzoek Dossieroverzicht)
  •   Verzend bericht (Verzoek Dossieroverzicht)
  •   Ontvang bericht (Dossieroverzicht)
- Selecteren van gewenste overdrachtsdossier(s)
  •   Selecteren gewenste dossiers
  •   Maak bericht (Verzoek Dossierbericht)
  •   Verzend bericht (Verzoek Dossierbericht)
- Ontvang bericht-CUP
  •   Ontvang bericht (Dossier)
- Verwerk het ontvangen bericht
  •   Verwerk Bericht (Dossier)


Bij: batch import overdrachtsdossier
- Samenstellen lijst deelnemernummers
- voor elk element van de lijst:
  •   Maak bericht (Verzoek Dossierbericht)
  •   Verzend bericht (Verzoek Dossier bericht)
  •   Ontvang bericht (Dossierbericht of Foutmeldingsbericht)
  •   Verwerk Bericht (Dossierbericht of Foutmeldingsbericht)
26   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         EXPORT OVERDRACHTSDOSSIER

                                             Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, zal de
                                             instelling de gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie
                                             exporteren naar het CUP. Zo kan de toekomstige instelling beschikken over de
                                             meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer.



                                             Use case
                                             Bij de beschreven use case wordt alleen rekening gehouden met gegevens die uit
                                             de kernregistratie komen en niet met de gegevens die uit het ongedefinieerde deel
                                             van de registratie komen. De gegevenssets van de kernregistratie die in aanmer-
                                             king komen voor export dienen nog gedefinieerd te worden. Hierbij dient men
                                             rekening te houden met de ELD-standaard en de IMS-LIP-standaard.


                                             Aanleiding
                                             - De start van de aanmeldingsperiode van een mogelijke vervolgopleiding. Deze
                                              handeling is alleen van toepassing zolang er nog sprake is van schooljaargebon-
                                              den onderwijs. In dit geval wordt er een groot aantal overdrachtsdossiers tegelijk
                                              opgevraagd.
                                             - De uitschrijving van de deelnemer. In dit geval wordt er één individueel over-
                                              drachtsdossier opgevraagd.
                                             - Het verzoek van de deelnemer tot export van een overdrachtsdossier. Dit vindt
                                              voornamelijk plaats als een deelnemer eerder bezwaar heeft gemaakt. Zodra de
                                              gegevens zijn gewijzigd kan weer een nieuwe export worden verzocht.
                                             - Een ontvangen verzoek van het CUP om een export te leveren.


                                             Actoren
                                             - De Administratief Medewerker,
                                             - De Deelnemer,
                                             - De Systeemfunctie
                                             - Het CUP


                                             Doel
                                             De gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie exporteren
                                             naar het CUP om de toekomstige instelling in de gelegenheid te stellen te beschik-
                                             ken over de meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   27




Beschrijving acties
- De Administratief Medewerker initieert het proces om één of meerdere over-
 drachtsdossiers met het CUP uit te wisselen.
- Er wordt een selectie gemaakt van alle deelnemers waarvoor een export gemaakt
 dient te worden. Dit kan zijn:
  •   Een verzameling deelnemers die naar vervolgonderwijs doorstroomt. Dit vindt
      plaats bij de start van de aanmeldingsperiode van een mogelijke vervolgopleiding.
  •   Bij de uitschrijving van de deelnemer
  •   Er is middels de werkopdracht Export overdrachtsdossier op verzoek van CUP
      een verzoek binnengekomen om een overdrachtsdossier van een bepaalde deel-
      nemer beschikbaar te stellen.
- Voor de geselecteerde deelnemers wordt een exportbericht van het overdrachts-
 dossier gemaakt.
- Elk exportbericht van het overdrachtsdossier wordt voorzien van een elektronische
 handtekening.
- Het exportbericht wordt verzonden aan het CUP. Het CUP stuurt per dossier een
 bevestiging als het bericht correct is ontvangen en de elektronische handtekening
 akkoord is.
- De deelnemer en/of ouder wordt op de hoogte gesteld van het feit dat het over-
 drachtsdossier is uitgewisseld met het CUP. Hierbij wordt ook aangegeven dat
 bezwaar gemaakt kan worden, en wat daar de procedure voor is.


Resultaat
Het resultaat is dat het CUP is gevuld met het overdrachtsdossier samengesteld uit
onze kernregistratie.


Frequentie
In principe éénmaal per deelnemer, bij het verlaten van de instelling. Mogelijk vaker
als er een verzoek wordt gedaan door het CUP.


Werkopdrachten
28   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD
                                             Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont-
                                             werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007.
                                             - 3.4.3. Klaarzetten van ELD’s door een “oude” school in het LSP-ELD
                                             - 3.4.10. Ontvangen verzoek voor klaarzetten ELD


                                             Overige opmerkingen
                                             Bij de use case uitschrijven moet de actie export Overdrachtsdossier toegevoegd
                                             worden.


                                             Activiteitendiagram
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   29




Functies
Bij: individuele export overdrachtsdossier
- Maak bericht (Dossierbericht)
- Verzend bericht (Dossierbericht)
- Ontvang bericht (Bevestigingsbericht)
- Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht)
- Kennisgeving deelnemer export overdrachtsdossier


Bij: batch export overdrachtsdossier
- Samenstellen lijst deelnemernummers
- Voor elk element van de lijst
  •   Maak bericht (Dossierbericht)
  •   Verzend bericht (Dossierbericht)
  •   Ontvang bericht (Bevestigingsbericht)
  •   Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht)
  •   Kennisgeving deelnemer export overdrachtsdossier
30   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         VERWIJDEREN OVERDRACHTSDOSSIER VAN CUP

                                             Als een instelling een overdrachtsdossier van een deelnemer klaarzet bij het CUP,
                                             wordt daarvan ook een notificatie gezonden naar de deelnemer. De deelnemer kan
                                             het overdrachtsdossier inzien bij het CUP (via een selfservice systeem) of via de
                                             dossierleverende instelling. Gedurende een in te stellen periode na plaatsing van
                                             het dossier bij CUP is de deelnemer in de gelegenheid om via het CUP kenbaar
                                             te maken bezwaar te hebben tegen het verspreiden van het dossier. Buiten die
                                             periode kan alleen de broninstelling het dossier bij het CUP verwijderen en moet de
                                             deelnemer dit dus bij de broninstelling te kennen geven.



                                             Use case
                                             Aanleiding
                                             - Verzoek van CUP om een overdrachtsdossier te verwijderen (binnen bezwaarter-
                                              mijn)
                                             - Verzoek van een deelnemer om een overdrachtsdossier te verwijderen (binnen of
                                              buiten bezwaartermijn)


                                             Actoren
                                             - De Administratief Medewerker
                                             - De Deelnemer
                                             - Het CUP


                                             Doel
                                             Overdrachtsdossier van de deelnemer uit CUP verwijderen


                                             Beschrijving acties
                                             - De administratief medewerker krijgt een bericht dat een overdrachtsdossier moet
                                              worden verwijderen:
                                               •   uit een bericht van CUP (er is op de site bezwaar gemaakt)
                                               •   direct van de deelnemer.
                                             - Bij een verwijderingsverzoek kan een aanpassingsverzoek zijn. Daarmee geeft de
                                              deelnemer te kennen dat de bronschool na het aanpassen van bepaalde gegevens
                                              het dossier opnieuw kan exporteren naar CUP.
                                             - De administratief medewerker vraagt een overzicht op van de aanwezige over-
                                              drachtsdossiers van een deelnemer bij het CUP.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   31




Een aantal mogelijkheden:
- Het CUP stuurt het overzicht.
- Het CUP meldt dat er geen dossiers van deelnemer zijn
- Het CUP meldt dat de school niet gerechtigd is om een dossier terug te trekken
 omdat het afkomstig is van een andere school
- De administratief medewerker selecteert het te verwijderen overdrachtsdossier
- Het systeem geeft een verwijderingsopdracht aan CUP


Resultaat
Het resultaat is dat het bepaalde overdrachtsdossier bij het CUP niet meer beschik-
baar is.


Frequentie
Incidenteel. Slechts voor een zeer beperkt aantal deelnemers.


Werkopdrachten




Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD
Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont-
werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007.
- 3.4.9. Terugtrekken van een ELD door een ‘oude’ school.
32   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Activiteitendiagram
                                             Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons
                                             voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0,
                                             18 mei 2007.


                                             Functies
                                             - Maak bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht)
                                             - Verzend bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht)
                                             - Ontvang bericht (Dossier-overzicht bericht)
                                             - Selecteren gewenste dossiers
                                             - Maak bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier)
                                             - Verzend bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier)
                                             - Ontvang bericht (Bevestigingsbericht)
                                             - Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht)
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   33




TONEN OVERDRACHTSDOSSIER

               Als een deelnemer of ouder niet de beschikking heeft over internettoegang of een
               DigID, dan kan inzage van het dossier worden gevraagd bij de instelling. In dat
               geval wordt het dossier opgevraagd van het CUP en kan de leerling of ouder het
               dossier op de instelling inzien of toegestuurd krijgen.



               Use Case
               Aanleiding
               Een leerling/ouder vraagt inzage in het eigen dossier, omdat leerling/ouder geen
               beschikking heeft over een browser of DigID+.


               Actoren
               - Deelnemer/ouder
               - Administratief Medewerker
               - Centraal Uitwisselingspunt (CUP)


               Doel
               Het downloaden van een overdrachtsdossier in pdf-formaat en voor inzage beschik-
               baar stellen aan leerling/ouder.


               Beschrijving acties
               - Een Administratief Medewerker start op verzoek van een deelnemer of ouder het
                proces om een overdrachtsdossier dat met het CUP is uitgewisseld, in te zien
               - Er wordt een verzoek aan het CUP gedaan voor een overzicht van beschikbare
                dossiers van de betreffende deelnemer
               - Het CUP levert het overzicht, en het overzicht wordt getoond van het beschikbare
                overdrachtsdossier op het CUP
               - Uit dit overzicht wordt het gewenste dossier geselecteerd, en voor dat dossier
                wordt een verzoek gedaan aan het CUP om een PDF-versie van dat dossier te
                leveren
               - Het CUP levert het gevraagde dossier
               - Afhankelijk van de situatie of wens van de deelnemer of ouder, kan het dossier
                worden ingezien op de instelling, of worden afgedrukt. Eventueel wordt het dos-
                sier aan de deelnemer of ouder per post verstuurd.


               Resultaat
               Het overdrachtsdossier is in PDF-formaat beschikbaar zodat de deelnemer/ouder
               deze kan lezen/inzien.
34   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Frequentie
                                             Incidenteel.


                                             Werkopdrachten
                                             Geen


                                             Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD
                                             Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont-
                                             werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007.
                                             - 3.4.5. Opvragen ELD-overzicht per leerling
                                             - 3.4.6. Het ophalen van een bepaald ELD in PDF-formaat door een school


                                             Activiteitendiagram
                                             Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons
                                             voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei
                                             2007.


                                             Functies
                                             - Initiëren Tonen overdrachtsdossier in PDF
                                               •   Maak bericht (Verzoek Dossieroverzicht)
                                               •   Verzend bericht (Verzoek Dossieroverzicht)
                                               •   Ontvang bericht (Dossier-overzicht)
                                             - Selecteren van gewenste overdrachtsdossier(s)
                                               •   Selecteren gewenste dossiers
                                               •   Maak bericht (Verzoek Dossier in PDF-formaat)
                                               •   Verzend bericht (Verzoek Dossier in PDF-formaat)
                                             - Ontvang bericht-CUP
                                               •   Ontvang bericht (Dossier in PDF-formaat)
                                               •   Tonen overdrachtsdossier als PDF
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   35




VERZENDEN PLAATSINGSBERICHT CUP

                Alle deelnemers die bij een instelling zijn ingeschreven, moeten worden aangemeld
                bij het CUP. Het doel hiervan is, dat bij het CUP bekend is welke deelnemer is inge-
                schreven bij een op het CUP aangesloten instelling. Wanneer een andere instelling
                een dossier opvraagt, kan via het CUP een verzoek worden gedaan bij de instelling
                waar de deelnemer is ingeschreven. Het plaatsingsbericht wordt voor elke deelne-
                mer verstuurd op het moment van inschrijving.



                Use case
                Aanleiding
                Een deelnemer of een aantal deelnemers is middels een Verbintenis ingeschreven
                bij de instelling.


                Het is een keuze van de instelling om voor elke deelnemer direct bij het maken van
                de verbintenis een plaatsingsbericht te sturen, of deze te verzamelen en periodiek
                te verzenden.


                Actoren
                - Administratief Medewerker
                - Centraal Uitwisselingspunt (CUP)


                Doel
                Aanmelding van de plaatsing van een deelnemer bij het CUP, zodat het CUP weet
                - Welke deelnemers bij een school zitten die is aangesloten op het CUP
                - Bij welke school een bepaalde deelnemer is geplaatst. Als een andere school het
                 overdrachtsdossier van deze deelnemer wil op te vragen, terwijl dit dossier niet op
                 het CUP beschikbaar is, dan is bij het CUP bekend aan welke school het CUP het
                 verzoek moet sturen om een export van het overdrachtsdossier te doen


                Beschrijving acties
                - De Administratief Medewerker initieert het proces om één of meerdere plaatsings-
                 berichten met het CUP uit te wisselen. Dit kan eventueel ook automatisch, direct
                 na het aangaan van een verbintenis.
                - Er wordt een selectie gemaakt van alle deelnemers waar een plaatsingsbericht
                 voor gemaakt dient te worden. Dit kan zijn:
                   •   Een groot aantal deelnemers dat zich in korte tijd (bijvoorbeeld in een aanmel-
                       dingsperiode) heeft ingeschreven.
                   •   Een enkele deelnemer die zich (tussentijds) heeft ingeschreven
36   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             - Voor de geselecteerde deelnemers wordt een plaatsingsbericht aangemaakt
                                             - Voor elke afzonderlijke deelnemer wordt een plaatsingsbericht verzonden aan het
                                              CUP. Het CUP stuurt per plaatsingsbericht een bevestiging als het bericht correct
                                              is ontvangen.


                                             Resultaat
                                             Verzonden plaatsingsbericht aan CUP.


                                             Frequentie
                                             Eénmaal per ingeschreven deelnemer.


                                             Werkopdrachten




                                             Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD
                                             Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont-
                                             werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007.
                                             - 3.4.1. Melden van plaatsen van leerlingen op de school aan het LSP-ELD
                                             - 3.4.2. Melden individuele leerling buiten reguliere aanvang studiejaar om


                                             Activiteitendiagram
                                             Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons
                                             voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei
                                             2007.


                                             Functies
                                             - Samenstellen lijst deelnemernummers
                                             - Voor elk element van de lijst
                                               •   Maak bericht (Plaatsingsbericht)
                                               •   Verzend bericht (Plaatsingsbericht)
                                               •   Ontvang bericht (Bevestigingsbericht)
                                               •   Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht)
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   37




OPVRAGEN BERICHTEN CUP

                Op het CUP kunnen berichten zijn klaargezet voor de instelling. Deze berichten kun-
                nen door de instelling worden opgevraagd. Vooralsnog worden drie typen berichten
                onderkend: een bericht dat een eerder niet beschikbaar dossier nu wel beschikbaar
                is, een melding van bezwaar of een verzoek om het dossier van een bepaalde deel-
                nemer aan te leveren.



                Use case
                Aanleiding
                De controle op klaarstaande berichten bij het CUP wordt periodiek, bijvoorbeeld
                dagelijks, gedaan.


                Actoren
                - Administratief Medewerker
                - Centraal Uitwisselingspunt (CUP)


                Doel
                Het ophalen van berichten voor de instelling die op het CUP klaarstaan in de post-
                bus en het eventueel in gang zetten van de bijbehorende actie(s).


                Beschrijving acties
                - De Administratief Medewerker verzoekt aan het CUP om klaarstaande berichten
                 door te zetten;
                - De klaarstaande berichten worden van het CUP opgehaald en ingelezen.
                - De berichten worden getoond aan de Administratief Medewerker;
                - De medewerker handelt de verzoeken af op een van de volgende manieren.
                  •   Indien het een verzoek betreft om een overdrachtsdossier van een bepaalde
                      deelnemer klaar te zetten, dan wordt middels de werkopdracht Export over-
                      drachtsdossier op verzoek van CUP het exporteren van dat betreffende over-
                      drachtsdossier gestart.
                  •   Indien het een melding van bezwaar betreft, dan wordt middels de werkop-
                      dracht Verwijder overdrachtsdossier op verzoek van CUP het verwijderen van
                      het overdrachtsdossier op het CUP gestart
                  •   Indien het een melding betreft dat een eerder niet beschikbaar overdrachtsdos-
                      sier nu wel beschikbaar is, dan wordt middels de werkopdracht Import over-
                      drachtsdossier op verzoek van CUP het importeren van dat betreffende over-
                      drachtsdossier gestart
38   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Opmerking:
                                             Het bovenstaande is als een grotendeels handmatig proces beschreven. Het is
                                             denkbaar dat dit proces zonder tussenkomst van de Administratief Medewerker
                                             geheel automatisch verloopt. In dat geval wordt het proces periodiek (bijvoorbeeld
                                             dagelijks) gestart en wordt per ontvangen bericht automatisch de bijbehorende
                                             actie gestart. Het is een keuze van de instelling om te bepalen welke mate van
                                             menselijke controle op dit proces gewenst is.


                                             Resultaat
                                             Berichten zijn ontvangen en de bijbehorende actie is gestart.


                                             Frequentie
                                             Afhankelijk van het aantal verzoeken, naar verwachting maar voor een beperkt
                                             percentage van het totaal aantal deelnemers.


                                             Werkopdrachten




                                             Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD
                                             Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont-
                                             werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007.
                                             - 3.4.12. Ophalen berichten uit de postbus


                                             Activiteitendiagram
                                             Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons
                                             voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei
                                             2007.


                                             Functies
                                             - Maak bericht (Verzoek klaarstaande berichten)
                                             - Verzend bericht (Verzoek klaarstaande berichten)
                                             - Ontvang bericht (Klaarstaande berichten)
                                             - Tonen berichten CUP
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   39




IMPORT OVERDRACHTSDOSSIER TUSSEN TRIPLE A-INSTELLINGEN

                Deze use case maakt uitwisseling mogelijk tussen Triple A-instellingen zonder
                gebruik te maken van een CUP. Bij het verwerken van de aanmelding en bij het
                ingaan van de verbintenis met een deelnemer afkomstig van een Triple A-instelling
                controleert het systeem of er een overdrachtsdossier beschikbaar is. Dit zorgt
                ervoor dat de kernregistratie (aan-) gevuld wordt met gewaarborgde identiteit- en
                leer-/loopbaangegevens van de deelnemer.



                Use case
                Dit is de Use Case die uitwisseling mogelijk maakt tussen Triple A-instellingen zon-
                der gebruik te maken van een CUP. De gegevenssets van de kernregistratie die in
                aanmerking komen voor export dienen nog gedefinieerd te worden.


                Aanleiding
                - Bij de verwerking van de aanmelding blijkt dat de potentiële deelnemer afkomstig
                 is van een Triple A-Instelling. Dit is een 1e import voor aanvulling van de kernre-
                 gistratie met de gegevensset van het overdrachtsdossier.
                - Het bereiken van de ingangsdatum van de verbintenis. Dit is een 2e import voor
                 aanvulling van de kernregistratie met de gegevensset van het overdrachtsdossier.


                Actoren
                - De Administratief Medewerker


                Doel
                De kernregistratie (aan)vullen met gewaarborgde identiteit- en leer-/loopbaangege-
                vens van de student.


                Beschrijving acties
                - Vaststellen of deelnemer van andere Triple A-instelling afkomstig is
                 In de eerste plaats zal moeten worden vastgesteld of de betreffende deelnemer
                 afkomstig is van een andere Triple A-instelling. Alleen in dat geval kan er eventu-
                 eel een rechtstreekse import van een overdrachtsdossier worden gedaan.


                - Verzoek indienen tot verstrekken overdrachtsdossier aan andere instelling
                 De instelling doet een verzoek aan de andere Triple A-instelling tot het verstrek-
                 ken van het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer.
40   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Als gevolg van dit verzoek zal de andere instelling een bericht klaarzetten waarin
                                             het overdrachtsdossier is opgenomen, zoals beschreven in de use case Export
                                             overdrachtsdossier-AAA. Dat zal alleen het geval zijn, als de leverende instelling
                                             daarvoor expliciet goedkeuring heeft gekregen van de betreffende deelnemer.


                                             - Ontvangst notificatie
                                              Zodra het bericht klaarstaat, zal dit worden gemeld aan de aanvragende instelling.


                                             - Ophalen en verwerken klaargezet bericht
                                              Indien het overdrachtsdossier beschikbaar is gesteld door de leverende Triple A-
                                              instelling, wordt door de administratief medewerker de import gestart. Deze
                                              import wordt verwerkt zodat tijdens de intake de al bekende gegevens niet meer
                                              hoeven te worden ingevoerd en een aantal, voor de begeleiding relevante gege-
                                              vens ook al beschikbaar is.


                                             - Bericht niet beschikbaar
                                              Indien er geen overdrachtsdossier beschikbaar is gesteld door de leverende
                                              Triple A-instelling kan er eventueel worden gekozen voor een import via het CUP.
                                              In dat geval wordt de use case Import overdrachtsdossier gestart middels de
                                              werkopdracht Import overdrachtsdossier bij ontbreken overdrachtsdossier-AAA.


                                             Resultaat
                                             Het resultaat is dat de kernregistratie is aangevuld met de gegevens uit het over-
                                             drachtsdossier.


                                             Frequentie
                                             - éénmaal per student bij de verwerking van de aanmelding
                                             - éénmaal per student bij het activeren van de verbintenis


                                             Werkopdrachten
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   41




Activiteitendiagram




Functies
- Initiëren import overdrachtsdossier-AAA
- Ontvang bericht-AAA
- Verwerk Bericht in KRD-AAA
42   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         EXPORT OVERDRACHTSDOSSIER TUSSEN TRIPLE A-INSTELLINGEN

                                             Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, zal de
                                             instelling de gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de KRD klaarzetten.
                                             Zo kan de toekomstige instelling beschikken over de meest actuele identiteit- en
                                             loopbaangegevens van de deelnemer.



                                             Use case
                                             Dit is de use case die uitwisseling mogelijk maakt tussen Triple A-instellingen
                                             zonder gebruik te maken van een CUP. De gegevensset uit de kernregistratie die in
                                             aanmerking komt voor export dient nog gedefinieerd te worden. Deze gegevens-
                                             set is mogelijk groter dan de gegevensset die via het CUP zal worden uitgewisseld,
                                             omdat het hier twee Triple A-instellingen betreft.


                                             Bij deze directe vorm van uitwisseling tussen twee instellingen dient de deelnemer
                                             (of wettelijk vertegenwoordiger) toestemming te geven voor de export (bij directe
                                             uitwisseling is dit bij het CUP geregeld).


                                             Aanleiding
                                             Een andere instelling heeft het verzoek gedaan tot het verstrekken van een export
                                             van het overdrachtsdossier van een bepaalde deelnemer.


                                             Actoren
                                             - De Administratief Medewerker
                                             - De Deelnemer
                                             - De verzoeker van een andere instelling


                                             Doel
                                             De gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie op verzoek
                                             van een (toekomstige) instelling beschikbaar stellen, zodat deze instelling over de
                                             meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer beschikt. Het
                                             betreft hier de uitwisseling tussen twee Triple A-instellingen.


                                             Beschrijving acties
                                             - Indienen van het exportverzoek door andere instelling
                                              Een andere instelling doet een verzoek (eventueel via een self service functie)
                                              tot het aanleveren van het overdrachtsdossier van een bepaalde deelnemer. De
                                              aanvrager (inclusief e-mailadres), de aanvragende instelling en de betreffende
                                              deelnemer worden vastgelegd
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS    43




- Inzage en accordering door deelnemer
 Nadat een verzoek is ingediend door een andere instelling wordt de deelnemer
 daarvan op de hoogte gesteld. De deelnemer heeft vervolgens inzage in zijn eigen
 overdrachtsdossier en de aanvragende instelling, en kan de export accorderen op
 de volgende manier:
  •   De deelnemer krijgt een overzicht van de categorieën van gegevens die in zijn
      overdrachtsdossier zitten en kan dit inzien. Dit overzicht kan schriftelijk zijn ver-
      strekt, of via het systeem toegankelijk zijn
  •   De deelnemer geeft expliciet aan akkoord te gaan met het beschikbaar stellen
      van deze gegevens aan de andere instelling


- Aanmaken van het bericht
 Het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer wordt in de vorm van een
 uitwisselingsbericht klaargezet op een zodanige manier dat deze vanaf die plek
 geautomatiseerd kan worden opgehaald en ingelezen, uitsluitend door de aanvra-
 gende instelling.


- Notificeren verzoekende partij dat bericht klaar staat
 Wanneer het bericht is aangemaakt wordt de aanvrager gemeld dat het klaar-
 staat. De aanvrager kan het bericht vervolgens ophalen bij de instelling. Dat
 proces is beschreven in de use case Import overdrachtsdossier-AAA.


- Ophalen bericht door aanvrager
 De aanvrager van de export van het overdrachtsdossier haalt het bericht op met
 behulp van een voorziening die daarvoor bij de leverende instelling is ingericht.


Resultaat
Het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer staat klaar zodat deze geïm-
porteerd kan worden door een andere Triple A-instelling.


Frequentie
1 keer per deelnemer die vertrekt naar een andere Triple A- instelling.


Opmerkingen
De exacte gegevenssets van de kernregistratie die in aanmerking komen voor
export dienen nog gedefinieerd te worden.


Werkopdrachten
Geen.
44   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Activiteitendiagram




                                             Functies
                                             - Initiëren export overdrachtsdossier-AAA
                                             - Maak bericht-AAA
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   45




VERSTREKKEN BEGELEIDINGSDOSSIER(-ITEMS)

                Vanaf dit punt vervalt het onderscheidtussen CUP en AAA situatie. Uitwisseling van
                begeleidingsdossier(gegevens) is altijd tussen instellingen onderling en alleen met
                uitdrukkelijke toestemming vande deelnemer.


                Als een externe partij aangeeft gegevens uit het begeleidingsdossier van een deel-
                nemer te willen ontvangen, moet de deelnemer/verzorger daar toestemming voor
                verlenen. Vervolgens worden de gegevens verstrekt.


                Use case
                Een externe partij geeft te kennen informatie te willen ontvangen uit het begelei-
                dingsdossier van de deelnemer.


                Aanleiding
                - Door een externe partij worden (delen van) het begeleidingsdossier van een deel-
                  nemer opgevraagd.


                Actoren
                - Deelnemer/Ouder (in verband met toestemming)
                - Externe partij (Vervolgopleiding, gemeente etcetera)
                - Interne partij (Medewerker)


                Doel
                Verschaffen van het begeleidingsdossier aan externe partijen.


                Beschrijving acties
                - Registreren van het verzoek tot verstrekking van (items uit het) begeleidings-
                  dossier
                  Een andere instelling doet een verzoek (eventueel via een selfservice-functie) tot
                  het aanleveren van bepaalde items uit het begeleidingsdossier van een bepaalde
                  deelnemer. De aanvrager (inclusief e-mailadres), de aanvragende instelling en de
                  betreffende deelnemer worden vastgelegd.


                - Verwerken verzoek (aanvinken van benodigde items)
                  Vervolgens wordt vastgesteld welke items uit het begeleidingsdossier gewenst
                  zijn. Hierbij kan worden gekozen uit een vaste set itemgroepen, waaronder ook
                  de zorggegevens. In het geval van een selfservice mogelijkheid kan de aanvrager
                  zelf de gewenste itemgroepen selecteren, in de andere gevallen interpreteert de
                  instelling de vraag en selecteert de van toepassing zijnde itemgroepen.
46   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             - Inzage en accordering door deelnemer
                                              Nadat een verzoek is ingediend, wordt de deelnemer daarvan op de hoogte
                                              gesteld. De deelnemer heeft vervolgens inzage in de gevraagde itemgroepen, en
                                              de aanvragende instelling. De deelnemer kan het verzoek accorderen, waarbij hij
                                              per itemgroep toestemming kan geven voor de uitwisseling van die gegevens.


                                             - Aanmaken van het bericht
                                              Afhankelijk van de verzoekende instelling wordt een uitwissellingsbericht of een
                                              leesbaar bericht aangemaakt. Dit bericht bevat een index met de geselecteerde
                                              itemgroepen, met in elke groep een lijst met items. Deze items kunnen bestaan
                                              uit een aantal informatievelden en een gekoppeld document. De gekoppelde docu-
                                              menten zijn als een bijlage aan het bericht gekoppeld. In het geval van een Triple
                                              A-instelling is dit een XML-bericht dat geautomatiseerd kan worden ingelezen. In
                                              het geval van een niet-Triple A-instelling, zal het een leesbare index zijn met een
                                              bijbehorende set documenten.


                                             - Notificeren verzoekende partij dat bestand klaar staat
                                              Wanneer het bericht is aangemaakt wordt de aanvrager gemeld dat het klaar-
                                              staat. De aanvrager kan het bericht vervolgens ophalen bij de instelling.


                                             Resultaat
                                             De relevante begeleidingsgegevens staan klaar om op een BEVEILIGDE manier te
                                             kunnen worden gedownload.


                                             Frequentie
                                             Voor verbintenis 0 tot ca 2/3 keer. Na verbintenis incidenteel (0 tot 1 keer per jaar).


                                             Werkopdrachten
                                             Geen.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   47




Activiteitendiagram




Functies
- Vastleggen exportverzoek Begeleidingsdossier
- Accordering exportverzoek Begeleidingsdossier
- Maak bericht Begeleidingsdossier
- Ophalen bericht Begeleidingsdossier
48   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         VERWERVEN BEGELEIDINGSDOSSIER(-ITEMS)

                                             Vanuit het aanmeldingsformulier, intakegesprek en/of tijdens begeleiding kan blij-
                                             ken dat het noodzakelijk is aanvullende gegevens van een deelnemer op te vragen
                                             bij een externe partij. Hiertoe moet een verzoek tot het verstrekken van zorg-
                                             gegevens aan een externe partij worden gericht en indien nodig de toestemming
                                             van deelnemer of zijn/haar verzorger. Bij ontvangst van de zorggegevens moeten
                                             deze geschikt worden gemaakt voor intern gebruik.



                                             Use case
                                             Vanuit het aanmeldingsformulier, intakegesprek(ken) en/of tijdens de begeleiding
                                             blijkt dat het noodzakelijk is om aanvullende gegevens op te vragen bij een externe
                                             partij.


                                             Actoren
                                             - Deelnemer/Ouders
                                             - Externe partij
                                                •   Vb. docenten/decanen/mentoren van toeleverende scholen
                                                •   Vb. begeleiders van hulpverleningsorganisaties
                                                •   Vb. leerplicht
                                             - Interne partij (dossierbeheerders)
                                                •   Vb. intakers - trajectbegeleiders ROC - AOC
                                                •   Vb. medewerkers deelnemersadministratie


                                             Doel
                                             Het verwerven van items voor het begeleidingsdossier van externe partijen (voor-
                                             namelijk andere instellingen).


                                             Beschrijving acties
                                             - Verzoek tot verstrekken van gegevens aan andere instelling
                                              De instelling doet een verzoek aan een andere instelling tot het verstrekken van
                                              bepaalde items uit het begeleidingsdossier van een bepaalde deelnemer. Als
                                              gevolg van dit verzoek zal de andere instelling een bericht klaarzetten, waarin
                                              het gevraagde deel van het begeleidingsdossier is opgenomen. Zodra het bericht
                                              klaarstaat zal dit (waarschijnlijk) worden gemeld aan de aanvragende instelling.


                                             - Ophalen klaargezette bestand
                                              Afhankelijk van de voorzieningen bij de andere instelling kan het bericht daar wor-
                                              den opgehaald of wordt het per email verzonden.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS    49




- Verwerken bericht met begeleidingsdossier(items). Dit kan op twee manieren
 plaatsvinden, afhankelijk of het een andere Triple A-instelling betreft of niet.
  •   Triple A-formaat: In dit geval kan het bericht automatisch worden ingelezen en
      wordt het begeleidingsdossier van de betreffende deelnemer aangevuld met de
      gegevens en documenten in het aangeleverde dossier.
  •   Non Triple A-formaat: In dit geval wordt het bericht handmatig verwerkt. Een
      medewerker analyseert de inhoud van het bericht ik besluit welke gegevens op
      welke wijze worden verwerkt in het begeleidingsdossier. Het beheren van het
      begeleidingsdossier maakt onderdeel van de Begeleiding en is hier buiten scope.


Resultaat
- Begeleidingsdossier van de deelnemer is aangevuld met de extern verkregen
 items.


Frequentie
Voor verbintenis 0 tot ca 2/3 keer. Na verbintenis incidenteel (0 tot 1 keer per jaar).


Werkopdrachten
50   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Activiteitendiagram




                                             Functies
                                             - Inlezen Bericht Begeleidingsdossier
                                             - Verwerken Bericht Begeleidingsdossier
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   51




               FUNCTIES



MAAK BERICHT

               Ondersteunt use cases
               - Use Case: Import overdrachtsdossier
                  •   Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier (Verzoek dossieroverzicht bericht
                      en Verzoek dossier bericht)


               - Use Case: Export overdrachtsdossier
                  •   Activiteit: Maak CUP bericht uit KRD (Dossierbericht)


               - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP
                  •   Activiteit: Maak bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht)
                  •   Activiteit: Maak bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier bericht)


               - Use Case: Tonen overdrachtsdossier
                  •   Activiteit: Maak bericht (Verzoek overdrachtsdossier bericht)
                  •   Activiteit: Maak bericht (Verzoek dossier in PDF formaat bericht)


               - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP
                  •   Activiteit: Maak bericht (Plaatsingsbericht)


               - Use Case: Opvragen berichten CUP
                  •   Activiteit: Maak bericht (Verzoek klaarstaande berichten)


               Doel
               Een bericht aanmaken dat verstuurd kan worden naar het CUP.


               Functiesoort
               - Niet-interactief


               Korte beschrijving
               Op basis van het onderwijsnummer van een deelnemer en het soort bericht wordt
               er een bericht gemaakt dat verzonden kan worden naar het CUP.


               Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
               Invoer
               - Onderwijsnummer van de deelnemers waarvoor bericht aangemaakt moet worden


               - Aanduiding van type bericht dat moet worden aangemaakt
                  •   Plaatsingsbericht
52   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                               •   Dossierbericht
                                               •   Verzoek dossier bericht
                                               •   Verzoek export dossier oude school bericht
                                               •   Verzoek dossier in PDF-formaat bericht
                                               •   Verzoek dossier-overzicht bericht
                                               •   Verzoek klaarstaande berichten bericht
                                               •   Verzoek verwijderen overdrachtsdossier


                                             - Afhankelijk van het soort bericht een aantal aanvullende gegevens, zoals de iden-
                                              tificatie van het gewenste overdrachtsdossier.


                                             Uitvoer
                                             - Bericht dat naar het CUP kan worden verzonden.


                                             Proces
                                             1. De standaardgegevens voor een bericht aan het CUP worden bepaald.
                                               •   Afzender (identificatie van de school)
                                               •   Geadresseerde (identificatie van het CUP)
                                               •   Identificatie van het berichttype
                                               •   Versie van de gebruikte berichtdefinitie
                                               •   Uniek referentienummer
                                               •   Datum en tijd informatie


                                             2. De voor het bericht benodigde gegevens worden geselecteerd uit de kernregis-
                                               tratie. Afhankelijk van het bericht worden de voor dat bericht relevante gegevens
                                               geselecteerd:


                                             Plaatsingsbericht
                                             - Identificatie van de school (BRIN-code)
                                             - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer)
                                             - Identificatie van de opleiding(en) (Nu nog de CFI-Elementcode van de opleidings-
                                              richting, in de toekomst wellicht het verbintenisgebied)


                                             Dossierbericht
                                             - Het volledige leerdossier, bestaand uit basisgegevens, schoolloopbaan, leerresul-
                                              taten, begeleiding, stage en overige gegevens
                                             - De data van aanvang en einde van de bezwaarperiode
                                             - Een digitale handtekening
                                             Verzoek dossier bericht
                                             - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer)
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   53




- Identificatie van het gewenste leerdossier (dossiernummer). Dit is optioneel, als
 dit niet gespecificeerd is wordt het meeste recente dossier gevraagd
- Aanduiding van de gewenste status van het leerdossier (definitief, voorlopig of
 willekeurig)


Verzoek export dossier oude school bericht
- Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer)


Verzoek dossier in PDF-formaat bericht
- Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer)
- Identificatie van het gewenste leerdossier (dossiernummer). Dit is optioneel, als
 dit niet gespecificeerd is wordt het meeste recente dossier gevraagd
- Aanduiding van de gewenste status van het leerdossier (definitief, voorlopig of
 willekeurig)


Verzoek dossier-overzicht bericht
- Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer)


Verzoek klaarstaande berichten bericht
- Aanduiding van de gewenste status van de berichten (alleen nieuw of alle)


Verzoek verwijderen overdrachtsdossier
- Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer)
- Identificatie van het leerdossier dat dient te worden verwijder(dossiernummer)


3. De geselecteerde gegevens worden gestructureerd conform het afgesproken
  berichtformaat met het CUP


4. Het bericht wordt klaargezet voor verzending middels de functie Verzend bericht


Gegevens
Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).
54   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         VERZEND BERICHT

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Import overdrachtsdossier
                                                •   Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier (Verzoek dossieroverzicht bericht
                                                    en Verzoek dossier bericht)


                                             - Use Case: Export overdrachtsdossier
                                                •   Activiteit: Verzen bericht CUP (Dossierbericht)


                                             - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP
                                                •   Activiteit: Verzend bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht)
                                                •   Activiteit: Verzend bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier bericht)


                                             - Use Case: Tonen overdrachtsdossier
                                                •   Activiteit: Verzend bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht)
                                                •   Activiteit: Verzend bericht (Verzoek dossier in PDF-formaat bericht)


                                             - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP
                                                •   Activiteit: Verzend bericht (Plaatsingsbericht)


                                             - Use Case: Opvragen berichten CUP
                                                •   Activiteit: Verzend bericht (Verzoek klaarstaande berichten)


                                             Doel
                                             Het daadwerkelijk verzenden van een bericht naar het CUP, nadat het is aange-
                                             maakt in de functie Maak bericht.


                                             Functiesoort
                                             - Niet-interactief


                                             Korte beschrijving
                                             - In de functie Maak bericht is een bericht aangemaakt voor het CUP
                                             - Er wordt verbinding gemaakt met het CUP en het bericht wordt verzonden.
                                             - Er wordt een ontvangstbevestiging ontvangen van het CUP.


                                             Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                             Invoer
                                             - Bericht dat is aangemaakt door de functie Maak bericht-CUP. Dit is een van de
                                              volgende typen berichten.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   55




                    •   Plaatsingsbericht
                    •   Dossier bericht
                    •   Verzoek import bericht
                    •   Verzoek export dossier oude school bericht
                    •   Verzoek dossier in PDF-formaat bericht
                    •   Verzoek dossier-overzicht bericht
                    •   Verzoek klaarstaande berichten bericht
                    •   Verzoek verwijderen overdrachtsdossier


                  Uitvoer
                  - Ontvangstbevestiging van het CUP
                    •   Indien succesvol: ontvangstbevestiging
                    •   Indien niet succesvol: vastleggen foutmelding in een logbestand


                  Proces
                  Deze functie wordt gestart, zodra er een bericht is aangemaakt door de functie
                  Maak bericht.
                  1. Het aangemaakte bericht wordt aangeboden aan het CUP, door een service van
                    het CUP aan te roepen.


                  2. Er wordt gewacht totdat het CUP een bevestigingsbericht terugstuurt, middels de
                    functie Ontvang bericht
                    •   Als er een bevestigingsbericht wordt ontvangen is er geen actie nodig
                    •   Als er binnen een bepaalde periode geen bevestigingsbericht wordt ontvangen,
                        of er wordt een foutbericht ontvangen, dan wordt dit gelogd zodat er actie op
                        kan worden ondernomen


                  Gegevens
                  Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).



ONTVANG BERICHT

                  Ondersteunt use cases
                  - Use Case: Import overdrachtsdossier
                    •   Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier (Dossieroverzicht bericht)
                    •   Activiteit: Ontvang bericht CUP (Dossier bericht)


                  - Use Case: Export overdrachtsdossier
                    •   Activiteit: Verzend bericht CUP (Bevestigingsbericht)
56   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP
                                                •   Activiteit: Ontvang bericht (Dossieroverzicht bericht)
                                                •   Activiteit: Ontvang bericht (Bevestigingsbericht)


                                             - Use Case: Tonen overdrachtsdossier
                                                •   Activiteit: Ontvang bericht (Dossieroverzicht bericht)
                                                •   Activiteit: Ontvang bericht (Dossier in PDF-formaat bericht)


                                             - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP
                                                •   Activiteit: Ontvang bericht (Bevestigingsbericht)


                                             - Use Case: Opvragen berichten CUP
                                                •   Activiteit: Ontvang bericht (Klaarstaande berichten)


                                             Doel
                                             Het naar aanleiding van een verzonden verzoek ontvangen van een bericht van het
                                             CUP. Het initiatief gaat altijd uit van de instelling, dus er wordt alleen een bericht
                                             ontvangen in reactie op een verzoek van de instelling.


                                             Functiesoort
                                             - Niet-interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             Middels de functie Verzend bericht is er een verzoek gedaan aan het CUP. Als reac-
                                             tie op dat verzoek wordt een antwoord verstuurd door het CUP. Afhankelijk van het
                                             type verzoek is dit een van de volgende berichten.
                                             - Bevestigingsbericht
                                             - Foutmeldingsbericht
                                             - Dossier bericht
                                             - Dossier in PDF-formaat bericht
                                             - Dossier-overzicht bericht
                                             - Klaarstaande berichten bericht


                                             Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                             Invoer
                                             Geen.


                                             uitvoer
                                             Een van het CUP ontvangen bericht
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   57




                Proces
                De functie wordt gestart nadat middels de functie Verzend bericht een bericht is
                verzonden aan het CUP, waarop een antwoord wordt verwacht.


                - Naar aanleiding van een Plaatsingsbericht, Dossierbericht, Verzoek export dossier
                 oude school bericht en Verzoek verwijderen overdrachtsdossier wordt een Bevesti-
                 gingsbericht ontvangen
                - Naar aanleiding van een Verzoek dossierbericht wordt een Dossierbericht (in XML)
                 ontvangen
                - Naar aanleiding van een Verzoek dossier in pdf-formaat bericht wordt een Dos-
                 sierbericht (in PDF) ontvangen
                - Naar aanleiding van een Verzoek dossier-overzicht bericht wordt een dossier-
                 overzicht ontvangen
                - Naar aanleiding van een Verzoek klaarstaande berichten bericht wordt een Klaar-
                 staande berichten bericht ontvangen


                1. Het bericht wordt ontvangen van het CUP, als reactie (respons) op de service
                  waarmee een bericht is verzonden.
                2. Het bericht wordt opgeslagen zodanig dat het kan worden verwerkt.
                3. De functie Verwerk bericht wordt aangeroepen zodat het bericht wordt verwerkt.


                Gegevens
                Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).



SELECTEREN GEWENSTE DOSSIERS

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Import overdrachtsdossier
                  •   Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier


                - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP
                  •   Activiteit: Selecteren gewenste dossiers


                - Use Case: Tonen overdrachtsdossier
                  •   Activiteit: Selecteren gewenste dossiers
58   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Doel
                                             Het maken van een keuze uit de beschikbare dossiers van een bepaalde deelnemer,
                                             ten behoeve van daarop volgende acties (zoals het importeren, verwijderen of
                                             tonen van een dossier.


                                             Functiesoort
                                             - Interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             - Nadat van het CUP een overzicht van beschikbare dossier van een bepaalde deel-
                                              nemer is ontvangen, wordt dit overzicht getoond.
                                             - Uit het getoonde overzicht kan één bepaald dossier worden geselecteerd
                                             - Voor het betreffende dossier wordt de vervolgactie gestart (importeren, verwijde-
                                              ren of tonen)


                                             Beschrijving interactieve functionaliteit
                                             Gebruikersinterface
                                             Van een deelnemer zijn alle beschikbare overdrachtsdossiers opgevraagd bij het CUP.


                                             Interface-elementen:
                                             - Een beperkt aantal kenmerken van de deelnemer worden getoond, alleen ter
                                              informatie (1)
                                             - Van deze deelnemers wordt de lijst van beschikbare overdrachtsdossiers getoond,
                                              bestaande uit een dossiernummer, de datum waarop het dossier aan het CUP is
                                              aangeboden, en de naam van de instelling waar het dossier van afkomstig is (2)
                                             - Elke dossier bevat een mogelijkheid om dat dossier te selecteren (3)
                                             - Er is een mogelijkheid om voor het geselecteerde dossier de bijbehorende actie te
                                              starten.


                                             Controles door ICT-systeem
                                             Controles bij interface-element 3:
                                             - Er kan slechts één dossier worden geselecteerd


                                             Controles bij interface-element 4:
                                             - Er moet (minstens) één dossier geselecteerd zijn


                                             Acties door ICT-systeem
                                             Acties bij interface-element 2:
                                             - Sorteren: De initiële sortering is op dossiernummer, dit kan worden gewijzigd naar
                                              datum of instelling
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   59




                  - Filteren: Er kan worden gefilterd op datum of instelling waar het dossier van
                   afkomstig is
                  Acties bij interface-element 3:
                  - Initieel is het meest recente dossier geselecteerd. Er kan een andere dossier wor-
                   den geselecteerd. De selectie van het eerdere dossier vervalt dan.


                  Acties bij interface-element 4:
                  - Eén van de volgende acties kan worden gestart, afhankelijk van de context waarin
                   de functie is gestart:
                    •   Starten van de import van het betreffende dossier (functie Maak bericht (Ver-
                        zoek dossierbericht))
                    •   Starten van het verwijderen van het betreffende dossier (functie Maak bericht
                        (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier))
                    •   Starten van het als PDF-tonen van het betreffende dossier (functie Maak bericht
                        (Verzoek dossier in PDF-formaat))


                  Gegevens
                  - Beschikbare dossier per deelnemer
                  - Voor de verschillende berichtdefinities, zie gegevensset en Functioneel Ontwerp
                   ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).



VERWERK BERICHT

                  Ondersteunt use cases
                  - Use Case: Import overdrachtsdossier
                    •   Activiteit: Verwerk bericht in KRD (Dossierbericht)


                  - Use Case: Export overdrachtsdossier
                    •   Activiteit: Verzend bericht CUP (Bevestigingsbericht)


                  - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP
                    •   Activiteit: Verwerk bericht (Bevestigingsbericht)


                  - Use Case: Tonen overdrachtsdossier
                    •   Activiteit: Verwerk bericht (Dossier-overzicht bericht)
                    •   Activiteit: Verwerk bericht (Dossier in PDF-formaat bericht)
60   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP
                                                •   Activiteit: Verwerk bericht (Bevestigingsbericht)


                                             - Use Case: Opvragen berichten CUP
                                                •   Activiteit: Verwerk bericht (Klaarstaande berichten)


                                             Doel
                                             Het verwerken van een ontvangen bericht, bijvoorbeeld door de inhoud van het
                                             bericht te verwerken in de kernregistratie.


                                             Functiesoort
                                             - Niet-interactief


                                             Korte beschrijving
                                             Nadat een bericht is ontvangen van het CUP moet dit verwerkt worden. De verwer-
                                             king bestaat uit het verwerken van de gegevens in het bericht in de kernregistratie
                                             deelnemers en/of het klaarzetten van gegevens uit het bericht voor de volgende
                                             stap in de verwerking.


                                             Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                             Invoer
                                             Een ontvangen bericht.


                                             Uitvoer
                                             Afhankelijk van het type bericht één van de onderstaande:
                                             - Bijgewerkte gegevens in de kernregistratie
                                             - Vastgelegd dossier in bestandsvorm (PDF)
                                             - Vastgelegde foutmelding (in logbestand)
                                             - (Tijdelijke) Geregistreerd overzicht met dossiers
                                             - (Tijdelijke) Geregistreerd overzicht met berichten


                                             Proces
                                             De verwerking start als middels de functie Ontvang bericht een bericht is ontvangen
                                             van het CUP.


                                             1. Het bericht wordt gecontroleerd, en er wordt vastgesteld om welk type bericht
                                                het gaat


                                             2. Afhankelijk van het type bericht wordt de bijbehorende actie uitgevoerd.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   61




- Bevestigingsbericht
  •   In de registratie van verzonden berichten wordt aangegeven dat het bericht
      (waaraan in het bevestigingsbericht wordt gerefereerd) is bevestigd.
- Foutmeldingsbericht
  •   In de registratie van verzonden berichten wordt aangegeven dat het bericht
      (waaraan in het foutbericht wordt gerefereerd) niet is bevestigd.
  •   Er wordt een melding gemaakt in een logbestand


- Dossier bericht
  •   De inhoud van het dossier wordt verwerkt in de kernregistratie deelnemers
  •   De identificerende gegevens van het dossier (dossiernummer) en datum/tijd
      van de verwerking worden gerigistreerd, zodat kan worden vastgesteld welk(e)
      versie(s) van dossier(s) van een bepaalde deelnemer zijn verwerkt in de kernre-
      gistratie


- Dossier in pdf-formaat
  •   Het PDF-bestand wordt uit het bericht gehaald
  •   Het PDF-bestand wordt tijdelijk opgeslagen zodat het kan worden opgepakt
      door de functie Tonen overdrachtsdossier als PDF


- Dossier-overzicht
De lijst van beschikbare dossiers wordt geregistreerd, zodat deze kan worden ge-
toond door de functie Selecteren gewenste dossiers


- Klaarstaande berichten
  •   De lijst met beschikbare berichten wordt geregistreerd, zodat deze kan worden
      getoond door de functie Tonen berichten CUP


Gegevens
Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).


Opmerking
Het verwerken van berichten vindt altijd plaats per bericht. Berichten zonder dos-
sier worden verwerkt in een log. Bij het verwerken van een individueel bericht, dat
niet ontstaan is uit een batch-opdracht, is het wenselijk om een melding van een
‘bericht zonder een dossier’ te verwerken tot een melding op het scherm.
62   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         SAMENSTELLEN LIJST DEELNEMERNUMMERS

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use case: Import overdrachtsdossier
                                             - Use case: Export overdrachtsdossier


                                             Doel
                                             Maken van een lijst van deelnemernummers waarop een batch-actie moet worden
                                             uitgevoerd.


                                             Functiesoort
                                             - Interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             Dit is een interactieve functie waarmee één of meerdere deelnemers kunnen wor-
                                             den geselecteerd.


                                             Beschrijving interactieve functionaliteit
                                             Gebruikersinterface
                                             Het scherm bestaat uit de volgende drie onderdelen.


                                             - Zoeken en tonen deelnemer(s) (1)
                                                •   Er kunnen een aantal zoekcriteria worden opgegeven (Onderwijsnummer, naam,
                                                    woonplaats, verbintenisgebied)
                                                •   Alle deelnemers die aan de zoekcriteria voldoen worden getoond.
                                                •   Bij elke geselecteerde deelnemer is er de mogelijkheid om deze te markeren
                                                    voor verwerking


                                             - Tonen geselecteerde deelnemers (2)
                                                •   Elke deelnemer die is in het zoekgedeelte wordt gemarkeerd wordt in deze lijst
                                                    opgenomen
                                                •   Bij elke deelnemer is er de mogelijkheid om deze uit de lijst te verwijderen


                                             - Starten van de verwerking (3)
                                                •   Voor elke deelnemer is de lijst van te gemarkeerde deelnemers wordt de ver-
                                                    volgactie gestart middels een link/button.


                                             Controles
                                             Geen specifieke interface-controles, anders dan de autorisaties.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   63




                Acties
                Acties bij interface-element 1:
                - Starten van de zoekacties (de zoekactie wordt op basis van de criteria gestart, en
                 de gevonden deelnemers worden getoond)
                - Markeren van een deelnemer(de betreffende deelnemer wordt op het scherm
                 gemarkeerd)
                - Bevestigen van de markering (alle gemarkeerde deelnemers worden overgebracht
                 naar de lijst met gemarkeerde deelnemers (interface-element 2)


                Acties bij interface-element 2:
                - Verwijderen van een deelnemer uit de lijst met gemarkeerde deelnemers


                Acties bij interface-element 3:
                - Starten van de activiteit. De vervolgactie wordt gestart voor elke markeerde
                 deelnemer die in de lijst met gemarkeerde deelnemers (interface-element 2)
                 voorkomt.


                Gegevens
                Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).



KENNISGEVING DEELNEMER EXPORT OVERDRACHTSDOSSIER

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Exporteren overdrachtsdossier
                   •   Activiteit: Verzend Bericht-CUP


                Doel
                Als er een export van het overdrachtsdossier naar CUP is gegaan wordt de deelne-
                mer geïnformeerd over het feit dat zijn overdrachtsdossier is verzonden.


                Functiesoort
                - Niet-interactief


                Korte beschrijving
                - Er wordt een bericht aan de deelnemer gestuurd
                   •   Dit bericht wordt indien mogelijk per email aan de deelnemer verzonden
                   •   Als elektronisch verzenden niet mogelijk is, dan wordt een brief afgedrukt zodat
                       deze per post kan worden verzonden.
64   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                             Invoer
                                             geen


                                             Uitvoer
                                             - Bericht aan de deelnemer dat er een overdrachtsdossier export is gedaan


                                             Proces
                                             Het proces start naar aanleiding van het feit dat een overdrachtsdossier is ver-
                                             stuurd aan het CUP. Zodra er een Bevestigingsbericht van het CUP is ontvangen
                                             wordt de brief aangemaakt en verzonden.


                                             1. Aanmaken van de tekst aan de deelnemer. Hierin wordt het volgende vermeld:
                                               •   De mededeling dat het overdrachtsdossier is verstrekt aan het CUP, en op welke
                                                   datum
                                               •   Waar/hoe het overdrachtsdossier is in te zien (op het CUP, en als dat niet moge-
                                                   lijk is bij de school)
                                               •   De procedure om bezwaar te maken
                                               •   De duur van de bezwaarperiode


                                             2. Verzenden van de tekst aan de deelnemer
                                               •   Verzending bij voorkeur per email, als het e-mailadres van de deelnemer bij de
                                                   instelling bekend is
                                               •   Als dat niet mogelijk is wordt een brief afgedrukt die kan worden verzonden per
                                                   post


                                             Gegevens
                                             De data m.b.t. de bezwaarperiode worden afgeleid uit de data die in het bevesti-
                                             gingsbericht zijn opgenomen. Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie
                                             1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).



                         TONEN OVERDRACHTSDOSSIER ALS PDF

                                             Een bepaald dossier is opgehaald van het CUP in PDF-formaat. Met deze functie kan
                                             dat dossier worden getoond in PDF-formaat en eventueel worden afgedrukt.
                                             Deze functie wordt gestart direct na het opvragen van het PDF-dossier van het CUP,
                                             of direct vanuit een scherm met deelnemergegevens in de kernregistratie.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   65




De deelnemer hoeft dus niet meer te worden geselecteerd.
Het PDF-bestand is al middels de functie Verwerk Bericht klaargezet.


Ondersteunt use cases
- Use Case: Tonen overdrachtsdossier


Doel
Het tonen van een van CUP ontvangen PDF met het overdrachtsdossier als inhoud.


Functiesoort
- Interactief.


Korte beschrijving
Gebruikersinterface
Als deze functies wordt gestart, is de deelnemer al geselecteerd en het dossier is al
in PDF-formaat beschikbaar.
De gebruikersinterface betreft een scherm waarop het dossier in PDF-formaat wordt
getoond en eventueel kan worden afgedrukt.


Interface-elementen:
- Tonen van het dossier in PDF-formaat (1)
- Afdrukken van het dossier in PDF-formaat (2)


Controles door ICT-systeem
Controles bij interface-element 1 en 2:
- Er dient een PDF dossier van de betreffende deelnemer beschikbaar te zijn


Acties door ICT-systeem
Acties bij interface-element 2:
- Afdrukken van het PDF-dossier


Gegevens
Dossier in PDF-formaat conform de ELD-gegevensset. Zie gegevensset en Functio-
neel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).
66   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         TONEN BERICHTEN CUP

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Opvragen berichten CUP
                                                •   Activiteit: Berichten tonen
                                                •   Activiteit: Berichten afhandelen


                                             Doel
                                             Als er een bericht met klaarstaande berichten van het CUP is ontvangen, worden
                                             deze berichten getoond en kan de bijpassende actie worden ondernomen. Dit bete-
                                             kent dat de functies behorende bij de Use Cases Import overdrachtsdossier, Export
                                             overdrachtsdossier of Verwijderen overdrachtsdossier van CUP kunnen worden
                                             gestart.


                                             Functiesoort
                                             - Interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             Er is een bericht Klaarstaande berichten van het CUP ontvangen. Deze functie toont
                                             deze berichten en geeft de gebruiker de mogelijkheid de bijbehorende actie te
                                             starten.


                                             Beschrijving interactieve functionaliteit
                                             Gebruikersinterface
                                             Middels de functie Verwerk Bericht (Klaarstaande bericht) zijn de klaarstaande
                                             berichten die van het CUP zijn ontvangen, ingelezen. Deze functie biedt een scherm
                                             waarop deze klaargezette berichten kunnen worden getoond en de bijbehorende
                                             actie (indien nodig en gewenst) kan worden gestart.


                                             Interface-elementen:
                                             - De door het CUP klaargezette berichten (de inhoud van de postbus) wordt in een
                                              overzicht getoond (1)
                                             - Indien gewenst kan elk bericht in meer detail getoond worden (2)
                                             - De bij het bericht behorende actie kan worden gestart (3)


                                             Controles door ICT-systeem
                                             Controles bij interface-element 3.
                                             - Alleen de bij het type bericht behorende actie kan worden gestart.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   67




               Acties door ICT-systeem
               Acties bij interface-element 3
               - Wanneer het een bericht betreft m.b.t. de aanwezigheid van een dossier, waarvoor
                door deze instelling een bericht Verzoek export dossier oude school is gedaan, dan
                kan de import van dat dossier worden gestart.
               - Wanneer het een bericht betreft m.b.t. een Verzoek export oude dossier oude
                school van een andere school, dan kan de export van dat dossier worden gestart.
               - Wanneer het een bericht betreft, waarin het schakelpunt verzoek een bepaald
                dossier te verwijderen, dan kan het verwijderen van een overdrachtsdossier wor-
                den gestart


               Gegevens
               Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).



VASTLEGGEN EXPORTVERZOEK OVERDRACHTSDOSSIER

               Ondersteunt use cases
               - Use Case: Export overdrachtsdossier-AAA
                  •   Activiteit: Identificatie verzoek(er)
                  •   Activiteit: Vaststellen Deelnemer
                  •   Activiteit: Indienen exportverzoek overdrachtsdossier-AAA
                  •   Activiteit: Verzenden notificatie verzoek aan Deelnemer


               Doel
               Het verwerken van het verzoek van een andere Triple A-instelling om het over-
               drachtsdossier van een deelnemer beschikbaar te stellen.


               Functiesoort
               - Interactief.


               Korte beschrijving
               Een andere Triple A-instelling doet een verzoek om het overdrachtsdossier van een
               deelnemer beschikbaar te stellen. De identiteit van de verzoeker moet vastgelegd
               zijn/worden (in een gekoppeld up to date CRM-systeem). Het verzoek kan gericht
               zijn aan een administratief medewerker die vervolgens het verzoek afhandelt (zo
               nodig worden de gegevens van de verzoeker vastgelegd).
               Het verzoek kan ook door de andere instelling door een geautoriseerd self-service
               systeem direct ingevoerd worden (als de identiteit van de verzoeker al vaststaat).
               Van het verzoek wordt vastgelegd:
68   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             - de gegevens van de betreffende andere Triple A-instelling
                                             - in ieder geval moet bekend zijn het e-mailadres waar de notificatie naar toe ge-
                                              zonden kan worden.
                                             - het sleutelgegeven van de deelnemer waarover het verzoek gaat


                                             Als het verzoek is vastgelegd krijgt de deelnemer een berichtje dat er een verzoek
                                             tot export van zijn overdrachtsdossier is gedaan, en dat hij (of ouder/verzorger) dit
                                             verzoek moet accorderen.


                                             Beschrijving interactieve functionaliteit
                                             Gebruikersinterface
                                             - Identificatie verzoeker
                                               •   Indien de administratief medewerker het verzoek afhandelt:
                                                    ! Scherm    om gegevens verzoekende externe partij op te roepen vanuit CRM. (1)
                                                    ! Relevante   bekende gegevens worden getoond
                                               •   Indien externe partij verzoek doet via self-service systeem:
                                                    ! Externe   partij logt in (2)


                                             - Identificatie betreffende deelnemer
                                               •   Sleutelveld kan ingevuld worden (3)
                                               •   Scherm met deelnemergegevens wordt getoond


                                             - Vastleggen inhoud verzoek (4)
                                               •   Datum Verzoek
                                               •   Reden Verzoek
                                               •   Vastleggen gegevens / Verzoek bevestigen


                                             Controles
                                             Controles bij interface element 1:
                                             - Verzoeker moet als relatie (in CRM) bekend zijn
                                             - E-mailadres is verplicht


                                             Controles bij interface element 2:
                                             - Inlogautorisatie


                                             Controles bij interface element 3:
                                             - Deelnemer moet bekend zijn


                                             Controles bij interface element 4: - geen
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   69




Acties
Acties bij interface element 1:
- Selectie identiteit verzoeker uit CRM-systeem
- Indien verzoeker niet aanwezig aparte functionaliteit activeren om gegevens ver-
 zoeker in CRM-systeem te brengen.


Acties bij interface element 2:
- Inloggen verzoeker in self-service systeem. Check of identiteit van verzoeker
 bekend is.


Acties bij interface element 3:
- Invoer deelnemersleutel
- Tonen inhoud van het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer


Acties bij interface element 4:
- Bevestigen Invoer
- Bericht zenden aan deelnemer


Gegevens
Gegevensset: Identificatie verzoeker
Attributen: - Gebruikersnaam
              - Wachtwoord
              - Naam Verzoeker
              - Naam Instelling


Gegevensset: Verzoek
Attributen: - ID-verzoek
              - ID-aanvrager
              - Deelnemersleutel
              - Datum verzoek
              - Reden van het verzoek
              - Gemarkeerde itemgroepen begeleidingsdossier


Gegevensset: Relatie
Dit betreft een relatie in het relatiebeheersysteem/CRM
Voor deze set zijn de volgende Attributen relevant:
              - ID-relatie
              - Naam instelling
              - E-mailadres
70   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         OPHALEN BERICHT OVERDRACHTSDOSSIER

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Export overdrachtsdossier-AAA
                                                •   Activiteit: Importeren overdrachtsdossier-AAA


                                             Doel
                                             Een andere Triple A-instelling de mogelijkheid bieden om het door hem aange-
                                             vraagd overdrachtsdossier op te halen.


                                             Functiesoort
                                             - Interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             Een andere Triple A-instelling heeft een overdrachtsdossier van een bepaalde
                                             deelnemer aangevraagd. Zodra dit dossier daadwerkelijk is klaargezet (middels de
                                             functie maak bericht-AAA) dan heeft de aanvragende instelling daar een notificatie
                                             van gekregen. Middels deze functie kan de aanvragende instelling het bericht daad-
                                             werkelijk ophalen.


                                             Beschrijving interactieve functionaliteit
                                             Gebruikersinterface
                                             Dit is een download functie of -site waarop aanvragers van een andere Triple A-
                                             instelling een klaarstaand overdrachtsdossier kunnen ophalen.


                                             Functionaliteit:
                                             - Inloggen op de download site (1)
                                              Dit is een standaard wachtwoordcontrole voor een gebruiker van een andere Triple
                                              A-instelling die is geautoriseerd om een overdrachtsdossier aan te vragen en op te
                                              halen.
                                             - Selecteren klaargezet bestand (2)
                                              Er wordt een overzicht gegeven van de bestanden die voor deze gebruiker (vaak
                                              de contactpersoon van de gehele instelling of een hele opleiding binnen de instel-
                                              ling) klaarstaan.
                                             - Autorisatie voor het betreffende bestand (3)
                                              Wanneer de gebruiker een bepaald bestand heeft geselecteerd, kan gevraagd worden
                                              om een specifieke code ter beveiliging van dat specifieke bestand. Deze code is opge-
                                              nomen in de notificatie met m.b.t. dit dossier die de aanvrager heeft ontvangen.
                                             - Het ophalen (downloaden) van het bestand (4)
                                              Een button of link waardoor het ophalen/downloaden daadwerkelijk wordt gestart.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   71




                 Controles
                 Controles bij interface-element 1:
                 - Standaard wachtwoordcontrole


                 Controles bij interface-element 3:
                 - Dit is een optionele controle die het mogelijk maakt om een extra code/wacht-
                  woord te koppelen aan een op te halen bestand. Deze code is dan in de notificatie
                  kenbaar gemaakt, en zorgt ervoor dat alleen de gebruiker die de notificatie heeft
                  ontvangen het bestand kan ophalen.


                 Acties
                 Acties bij interface-element 2:
                 - De mogelijkheid om één van de beschikbare dossiers te selecteren en het autori-
                  seren van dit bestand en het ophalen daarvan te starten


                 Acties bij interface-element 4:
                 - De mogelijkheid om het ophalen daadwerkelijk te starten. Het bestand wordt dan
                  overgebracht naar de omgeving van de andere instelling zodat het daar kan wor-
                  den verwerkt zoals beschreven in de use case Import overdrachtsdossier-AAA.


                 Gegevens
                 Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens
                 - Basisgegevens
                 - Schoolloopbaan
                 - Leerresultaten
                 - Begeleiding
                 - Stage
                 - Overige gegevens


                 Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD.



VERWERK BERICHT IN KRD-AAA

                 Ondersteunt use cases
                 - Use Case: Importeren overdrachtsdossier-AAA
                   •   Activiteit: Controle aanwezigheid gegevensset AAA
                   •   Activiteit: Verwerk Bericht in KRD-AAA
72   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Doel
                                             Actualiseren van gegevens in de kernregistratie op basis van de gegevens in een
                                             overdrachtsdossier dat middels de functie Ophalen bericht overdrachtsdossier is
                                             opgehaald bij een andere Triple A-instelling.


                                             Functiesoort
                                             Niet-interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             Omdat dit bericht van een andere Triple A-instelling afkomstig is, kan dit bericht au-
                                             tomatisch worden verwerkt. Deze functie leest het ontvangen bericht in en verwerkt
                                             de daarin aanwezige gegevens op de juiste plek in de kernregistratie.


                                             Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                             Invoer
                                             - Bericht overdrachtsdossier


                                             Uitvoer
                                             - Overdrachtsdossier verwerkt in de kernregistratie
                                             - Statusoverzicht van de verwerking (foutmelding)


                                             Proces
                                             - Controle bericht
                                              Het ontvangen overdrachtsdossier bericht wordt gecontroleerd op de juiste be-
                                              richtstructuur en eventuele consistentieregels.
                                             - Verwerken bericht
                                              Het bericht wordt verwerkt in de kernregistratie. Velden die in de kernregistra-
                                              tie al een waarde hebben worden daarbij niet overschreven, maar vermeld in het
                                              statusoverzicht. De gegevens worden verwerkt in de identiteitgegevens, loop-
                                              baangegevens en summatieve resultaten van de deelnemer.


                                             Gegevens
                                             Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens
                                             - Basisgegevens
                                             - Schoolloopbaan
                                             - Leerresultaten
                                             - Begeleiding
                                             - Stage
                                             - Overige gegevens
                                             Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   73




TONEN GEGEVENS OVERDRACHTSDOSSIER

               Ondersteunt use cases
               - Use Case: Inzage en Accordering overdrachtsdossier door deelnemer
                  •   Activiteit: Bekijken inhoud overdrachtsdossier


               Doel
               Het tonen van de inhoud van het overdrachtsdossier dat kan worden uitgewisseld
               met een andere Triple A-instelling, zodat de deelnemer kan beoordelen of hij daar-
               mee akkoord gaat.


               Functiesoort
               - Interactief.


               Korte beschrijving
               De deelnemer kan via een self-serviceomgeving of een portaal de inhoud van zijn
               eigen overdrachtsdossier inzien.


               Beschrijving interactieve functionaliteit
               Gebruikersinterface
               Een scherm waarop voor de deelnemer inzichtelijk is welke informatie zich in zijn
               eigen overdrachtsdossier bevindt en eventueel uitgewisseld zou kunnen worden met
               een andere (Triple A-)instelling.


               User-interface elementen:
               - Een overzicht van de verschillende onderdelen waaruit zijn overdrachtsdossier
                bestaat (1)
                  •   Basisgegevens (w.o. adres en inschrijving)
                  •   Schoolloopbaan
                  •   Leerresultaten
                  •   Begeleiding
                  •   Stage
                  •   Overige gegevens
                Bij elk van deze gegevens is gemarkeerd of deze gegevens daadwerkelijk ook
                aanwezig zijn, en of zij onderdeel uitmaken van een (eventuele) export van het
                dossier naar een andere instelling.
               - Per onderdeel de mogelijkheid om in te zoomen op de detailinformatie, voor zover
                deze beschikbaar is. (2)
                Niet elk onderdeel kent een mogelijkheid om de detailinformatie te zien.
               - Een mogelijkheid om de accorderingsfunctie te starten (3)
74   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Controles
                                             Algemeen
                                             - Een deelnemer kan uitsluitend zijn eigen dossier inzien
                                             - Mutatie van gegevens is in deze functie niet mogelijk


                                             Acties
                                             Actie bij user-interface element 1:
                                             - Elke onderdeel heeft de mogelijkheid om een optie “Details” te activeren, waar-
                                              mee een vervolgscherm met detailinformatie wordt getoond


                                             Actie bij user-interface element 3:
                                             - De mogelijkheid om het vervolgscherm te starten, waarop de deelnemer zijn ak-
                                              koord kan registreren middels de functie Markeren accordering deelnemer


                                             Gegevens
                                             Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens
                                             - Basisgegevens
                                             - Schoolloopbaan
                                             - Leerresultaten
                                             - Begeleiding
                                             - Stage
                                             - Overige gegevens


                                             Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD.



                         MARKEREN ACCORDERING DEELNEMER

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Inzage en Accordering overdrachtsdossier door deelnemer
                                             - Activiteit: Markeren accordering deelnemer


                                             Doel
                                             Nadat de deelnemer zijn dossier heeft kunnen bekijken, aangeven of hij met de
                                             export daarvan naar een andere (Triple A-) instelling akkoord gaat.


                                             Functiesoort
                                             - Interactief.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   75




Korte beschrijving
Middels de functie Tonen gegevens overdrachtsdossier heeft de deelnemer zijn dos-
sier kunnen bekijken. Dit scherm geeft hem de mogelijkheid om akkoord te geven
op de export daarvan aan een andere Triple A-instelling.


Beschrijving interactieve functionaliteit
Gebruikersinterface
Een scherm waarop de inhoud van het te exporteren dossier is samengevat (in
categorieën), met de mogelijkheid om akkoord te geven op de export.


User-interface elementen
- Tonen van (een beknopte opsomming van) de inhoud van het overdrachtsdossier
 en een korte uitleg van het doel van de export daarvan (1)
- De mogelijkheid om aan te geven daarmee akkoord te gaan en deze keuze vast te
 leggen (2)


Controles
Controles bij user-interface element 1:
- De deelnemer moet altijd Tonen gegevens overdrachtsdossier hebben doorlopen
 voordat de accordering kan plaatsvinden
- Er zijn geen mutaties mogelijk


Controles bij user-interface element 2:
- De keuze om akkoord te gaan staat altijd “uit”, ook als eerder akkoord is gegeven.
 De deelnemer moet expliciet akkoord geven.


Acties
Acties bij user-interface element 2:
- Aanvinken van het akkoord en opslaan van de keuze.


Gegevens
Gegevensset: Accordering
Gegeven: Accordering
Attributen:
- ID-Verzoek
- Akkoord deelnemer per item j/n
- ID-Deelnemer (notificatie)
76   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         MAAK BERICHT-AAA

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Exporteren overdrachtsdossier-AAA
                                                •   Activiteit: Maak bericht uit overdrachtsdossier-AAA uit KRD
                                                •   Activiteit: Verstuur notificatie exportbericht aan verzoeker


                                             Doel
                                             Een bericht met overdrachtsdossier genereren en klaarzetten zodat de aanvragende
                                             instelling deze kan ophalen.


                                             Functiesoort
                                             - Niet-interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             Een export van het overdrachtsdossier van een deelnemer wordt alleen gemaakt
                                             naar aanleiding van de aanvraag van een andere Triple A-instelling en vervolgens
                                             goedkeuring van de export door de deelnemer. Pas na deze goedkeuring wordt het
                                             bericht daadwerkelijk gemaakt en wordt de aanvragende instelling op de hoogte
                                             gesteld van het feit dat het bericht klaar staat.


                                             Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                             Invoer
                                             - Een door de deelnemer geaccordeerd exportverzoek overdrachtsdossier-AAA


                                             Uitvoer
                                             - Exportbericht overdrachtsdossier-AAA
                                             - Signaal aan de verzoeker bij de andere Triple A-instelling dat het bericht klaar
                                              staat


                                             Proces
                                             - Selecteren van de relevante gegevens
                                              Alle relevantie gegevens voor het overdrachtsdossier-AAA bericht van de betref-
                                              fende deelnemer worden geselecteerd


                                             - Aanmaken van het bericht
                                              Er wordt een standaard overdrachtsdossier -AAA bericht aangemaakt waarin deze
                                              gegevens op een gestructureerde manier zijn opgenomen. Dit bericht is zodanig
                                              gestructureerd dat het door elke Triple A-instelling kan worden ingelezen in de
                                              eigen kernregistratie.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   77




                - Plaatsen bericht op downloadlocatie
                 Het bericht wordt op een locatie neergezet zodat deze kan worden opgehaald door
                 de betreffende andere Triple A-instelling. Dit is adequaat beveiligd zodat alleen
                 de aanvragende instelling de gegevens kan ophalen middels de functie Ophalen
                 bericht overdrachtsdossier


                - Verzenden notificatie
                 Er wordt een notificatie aan de aanvragende instelling gestuurd waarin staat dat
                 het bericht klaarstaat, en hoe dit kan worden gedownload. Eventueel zijn hier
                 inloggegevens of een speciale code aan toegevoegd ter beveiliging.


                Gegevens
                Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens
                - Basisgegevens
                - Schoolloopbaan
                - Leerresultaten
                - Begeleiding
                - Stage
                - Overige gegevens


                Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD.



VASTLEGGEN EXPORTVERZOEK BEGELEIDINGSDOSSIER

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items)
                   •   Activiteit: Identificatie verzoek(er)
                   •   Activiteit: Vaststellen Deelnemer
                   •   Activiteit: Selecteren Itemgroep(en) Begeleidingsdossier
                   •   Activiteit: Notificatie verzoek aan Deelnemer


                Doel
                Het verwerken van het verzoek van een externe partij om een set van items uit
                itemgroepen uit het begeleidingsdossier van een deelnemer beschikbaar te stellen.


                Functiesoort
                - Interactief.
78   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Korte beschrijving
                                             Een externe partij doet een verzoek om items uit itemgroepen uit het begeleidings-
                                             dossier van een deelnemer beschikbaar te stellen. De identiteit van de verzoeker
                                             moet vastgelegd zijn/worden (in een gekoppeld up to date CRM-systeem)
                                             Het verzoek kan gericht zijn aan een administratief medewerker die vervolgens het
                                             verzoek afhandelt (zo nodig worden de gegevens van de verzoeker vastgelegd).
                                             Het verzoek kan ook door de externe partij door een geautoriseerd self-servicesys-
                                             teem direct ingevoerd worden (als de identiteit van de verzoeker al vaststaat).


                                             Van het verzoek wordt vastgelegd:
                                             - De gegevens van de aanvragende partij
                                             - In ieder geval moet bekend zijn het e-mailadres waar de notificatie naar toe
                                              gezonden kan worden.
                                             - Het sleutelgegeven van de deelnemer waarover het verzoek gaat
                                             - De selectie van de benodigde itemgroepen uit het begeleidingsdossier.


                                             Als het verzoek is vastgelegd krijgt de deelnemer een berichtje dat er een verzoek
                                             tot export is en dat hij dit verzoek moet accorderen. Afhankelijk van de leeftijd van
                                             de deelnemer: ouders/verzorgers moeten accorderen.


                                             Beschrijving interactieve functionaliteit
                                             Gebruikersinterface
                                             - Identificatie verzoeker
                                               •   Indien de administratief medewerker het verzoek afhandelt:
                                                   ! Scherm    om gegevens verzoekende externe partij op te roepen vanuit CRM. (1)
                                                   ! Relevante   bekende gegevens worden getoond
                                               •   Indien externe partij verzoek doet via self-servicesysteem:
                                                   ! Externe   partij logt in (2)


                                             - Identificatie betreffende deelnemer
                                               •   Sleutelveld kan ingevuld worden (3)
                                               •   Scherm met deelnemergegevens wordt getoond


                                             - Vastleggen inhoud verzoek (4)
                                               •   Datum Verzoek
                                               •   Reden Verzoek
                                               •   Scherm met itemgroepen uit het begeleidingsdossier met per groep aanvink-
                                                   bare checkbox om itemgroepen te selecteren
                                               •   Vastleggen gegevens/Verzoek bevestigen
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   79




Controles
Controles bij interface element 1:
- Verzoeker moet als relatie (in CRM) bekend zijn
- E-mailadres is verplicht


Controles bij interface element 2:
- Inlogautorisatie


Controles bij interface element 3:
- Deelnemerrecord moet bekend zijn


Controles bij interface element 4:
- Geen


Acties
Acties bij interface element 1:
- Selectie identiteit verzoeker uit CRM-systeem
  •   Indien verzoeker niet aanwezig aparte functionaliteit activeren om gegevens
      verzoeker in CRM-systeem te brengen.


Acties bij interface element 2:
- Inloggen verzoeker in self-servicesysteem. Check of identiteit van verzoeker
 bekend is.


Acties bij interface element 3:
- Invoer deelnemersleutel
- Tonen itemgroepen uit begeleidingsdossier


Acties bij interface element 4:
- Selecteren van de gewenste items
- Invoer overige noodzakelijk velden
- Bevestigen Invoer
- Bericht zenden aan deelnemer


Gegevens
Gegevensset: Identificatie verzoeker
Attributen: - Gebruikersnaam
              - Wachtwoord
              - Naam Verzoeker
              - Naam Instelling
80   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Gegevensset: Begeleidingsdossier
                                             Gegeven: BegeleidingsItemgroep
                                             Attributen:     - Titel Itemgroep


                                             Gegevensset: Verzoek
                                             Attributen: - ID-verzoek
                                                             - ID-aanvrager
                                                             - Deelnemersleutel
                                                             - Datum verzoek
                                                             - Reden van het verzoek
                                                             - Gemarkeerde itemgroepen begeleidingsdossier


                                             Gegevensset: Relatie
                                             Dit betreft een relatie in het relatiebeheersysteem/CRM
                                             Voor deze set zijn de volgende Attributen relevant:
                                                             - ID-relatie
                                                             - Naam instelling
                                                             - E-mailadres



                         ACCORDERING EXPORTVERZOEK BEGELEIDINGSDOSSIER

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items)
                                                •   Activiteit: Accorderen export


                                             Doel
                                             Het verkrijgen van een akkoord van de deelnemer (of ouders/verzorgers) voor het
                                             verstrekken van bepaalde items uit het begeleidingsdossier naar een externe partij.


                                             Functiesoort
                                             Interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             Een verzoek van een externe partij om items uit itemgroepen van het begeleidings-
                                             dossier van de deelnemer te verstrekken is kenbaar gemaakt aan de deelnemer.
                                             De deelnemer kan via een self-service bij een verzoek per item aangeven of het
                                             geëxporteerd mag worden.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   81




Beschrijving interactieve functionaliteit
Gebruikersinterface
- Een overzicht met export verzoeken (1)
 Er kunnen meerdere exportverzoeken ter accordering aan de deelnemer zijn voor-
 gelegd. Hiervan wordt een overzicht gegeven.


- Overzicht van een specifiek exportverzoek (2)
 Als de deelnemer een verzoek opent verschijnt een overzicht met items in de
 reeds door de aanvrager aangevinkte itemgroepen. Hier kan de deelnemer zien
 om welke gegevens is gevraagd.


- Eventueel uitvinken van items (3)
 De deelnemer kan items die niet geëxporteerd mogen worden uitvinken. (Er kan
 er ook voor gekozen worden om de deelnemer elk item expliciet te laten aanvin-
 ken om ze exportabel te maken).


- Het accorderingstotaal wordt bevestigd (OK-button) (4)
 De deelnemer bevestigt zijn keuze, op basis waarvan de daadwerkelijke export
 van deze gegevens mogelijk is.


Controles
Algemeen
- Een deelnemer kan uitsluitend zijn eigen begeleidingsdossier inzien
- Mutatie van gegevens is in deze functie niet mogelijk


Acties
Actie bij user-interface element 2:
- Elke onderdeel heeft de mogelijkheid om een optie “Details” te activeren, waar-
 mee een vervolgscherm met detailinformatie wordt getoond


Gegevens
Gegevensset: Accordering
Gegeven: Accordering
Attributen: - ID-Verzoek
             - Akkoord deelnemer per item j/n
             - ID-Deelnemer (notificatie)
82   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                         MAAK BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items)
                                                •   Activiteit: Maak Bericht Export Begeleidingsdossier
                                                •   Activiteit: Verstuur Notificatie Exportbericht naar Verzoeker


                                             Doel
                                             Het samenstellen van het bericht met de door een externe partij opgevraagde set
                                             van items uit itemgroepen uit het begeleidingsdossier.


                                             Functiesoort
                                             - Niet-interactief.


                                             Korte beschrijving
                                             - Het systeem stelt aan de hand van de uitkomst van de functie Accordering export-
                                              verzoek Begeleidingsdossier een bericht samen.
                                             - Er wordt een notificatie verzonden naar het e-mailadres dat bij de verzoeker hoort.


                                             Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                             Invoer
                                             Een door de deelnemer geaccordeerd exportverzoek overdrachtsdossier-AAA, be-
                                             staande uit
                                             - gegevens verzoeker (e-mailadres)
                                             - de geselecteerde items uit begeleidingsdossier


                                             Uitvoer
                                             - Exportbericht begeleidingsdossier
                                             - Signaal (notificatie) aan de verzoeker dat het bericht klaar staat


                                             Proces
                                             - Selecteren van de relevante gegevens
                                              Alle relevante gegevens voor het bericht van de betreffende deelnemer worden
                                              geselecteerd, rekening houdend met de gevraagde items die door de deelnemer
                                              zijn geaccordeerd


                                             - Aanmaken van het bericht
                                              Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een Triple A-bericht (dat in dezelfde struc-
                                              tuur weer geïmporteerd kan worden) en een niet-Triple A-bericht (dat handmatig
                                              behandeld moet kunnen worden).
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   83




   •   Triple A-bericht:
       ! Van   de index wordt een XML-bericht gemaakt
       ! De   aan de index gekoppelde documenten worden als attachment aan het be-
        richt gekoppeld.


   •   Niet-Triple A-bericht:
       ! Een   gezipt bestand met daarin:
- De index in leesbaar formaat.
- De bijbehorende documenten (gestructureerd naar de indeling van de index).


- Verzenden notificatie
 Er wordt een notificatie naar het e-mailadres behorende bij de verzoeker gestuurd
 waarin staat dat het bericht klaarstaat, en hoe dit kan worden gedownload. Even-
 tueel zijn hier inloggegevens of een speciale code aan toegevoegd ter beveiliging.


- Het bericht wordt klaargezet
 Het bericht wordt op een locatie neergezet zodat deze kan worden opgehaald door
 de aanvrager. Dit is adequaat beveiligd zodat alleen de aanvragende instelling de
 gegevens kan ophalen middels de functie Ophalen bericht Begeleidingsdosssier


Gegevens
Gegevensset: Bericht begeleidingsdossier
Gegeven: Identificatie Deelnemer
- Burgerservicenummer
- NAW-gegevens
- etcetera


Gegeven: Begeleidingsitem(s)
- titel item
- item groep
- classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens)
   •   zorgitem
   •   leerbeperking
   •   thuissituatie
   •   etcetera
- eventueel verwijzing naar set van documenten
- eventueel notitie
- (eigenaar item)
84   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Gegevensset: Aanvrager
                                             Gegeven: Aanvrager
                                             Attributen:
                                             - Verwijzing naar bekende relatie (waarin: NAW, naam instellingen etc. beschikbaar is)
                                             - E-mailadres
                                             - Gebruikersnaam en Wachtwoord voor toegang tot download site



                         OPHALEN BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items)
                                                •   Activiteit: Ophalen exportbericht


                                             Doel
                                             Ophalen van een bericht Begeleidingsdossier door een andere instelling wat op hun
                                             verzoek door ons is klaar gezet.


                                             Functiesoort
                                             - Interactief


                                             Korte beschrijving
                                             Er is een verzoek door een andere instelling gedaan voor een Begeleidingsdossier
                                             van een bepaalde deelnemer. We hebben een notificatie aan de andere instelling
                                             gestuurd dat het bericht Begeleidingsdossier klaar staat. Met deze functie kan de
                                             andere instelling dit Begeleidingsdossier bij ons ophalen.
                                             Een andere instelling heeft (onderdelen van) het begeleidingsdossier van een
                                             bepaalde deelnemer aangevraagd. Zodra het bericht daadwerkelijk is klaargezet
                                             (middels de functie Maak bericht Begeleidingsdossier) dan heeft de aanvragende in-
                                             stelling daar een notificatie van gekregen. Middels deze functie kan de aanvragende
                                             instelling het bericht daadwerkelijk ophalen.


                                             Beschrijving interactieve functionaliteit
                                             Gebruikersinterface
                                             Dit is een download functie of -site waarop aanvragers van andere instellingen
                                             een klaarstaand begeleidingsdossier kunnen ophalen.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   85




Functionaliteit:
- Inloggen op de download site (1)
 Dit is een standaard wachtwoordcontrole voor een gebruiker van een andere instel-
 ling die is geautoriseerd om begeleidingsdossiers aan te vragen en op te halen.


- Selecteren klaargezet bestand (2)
 Er wordt een overzicht gegeven van de bestanden die voor deze gebruiker (vaak
 de contactpersoon van de gehele instelling of een hele opleiding binnen de instel-
 ling) klaarstaan.


- Autorisatie voor het betreffende bestand (3)
 Wanneer de gebruiker een bepaald bestand heeft geselecteerd, kan gevraagd
 worden om een specifieke code ter beveiliging van dat specifieke bestand. Deze
 code is opgenomen in de notificatie m.b.t. dit dossier die de aanvrager heeft ont-
 vangen.


- Het ophalen (downloaden) van het bestand (4)
 Een button of link waardoor het ophalen / downloaden daadwerkelijk wordt gestart.


Controles
Controles bij interface-element 1:
- Standaard wachtwoordcontrole


Controles bij interface-element 3:
- Dit is een optionele controle die het mogelijk maakt om een extra code/wacht-
 woord te koppelen aan een op te halen bestand. Deze code is dan in de notificatie
 kenbaar gemaakt, en zorgt ervoor dat alleen de gebruiker die de notificatie heeft
 ontvangen het bestand kan ophalen.


Acties
Acties bij interface-element 2:
- De mogelijkheid om één van de beschikbare dossiers te selecteren en het autori-
 seren van dit bestand en het ophalen daarvan te starten


Acties bij interface-element 4:
- De mogelijkheid om het ophalen daadwerkelijk te starten. Het bestand wordt dan
 overgebracht naar de omgeving van de andere instelling zodat het daar kan wor-
 den verwerkt zoals beschreven in de use case Inlezen bericht Begeleidingsdossier.
86   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Gegevens
                                             Gegevensset: Begeleidingsdossier
                                             Gegeven: Index begeleidingsitems
                                             - titel item
                                             - classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens)
                                                •   zorgitem
                                                •   leerbeperking
                                                •   thuissituatie
                                                •   etcetera
                                             - eventueel verwijzing naar set van documenten
                                             - eventueel notitie
                                             - (eigenaar item)


                                             Relatie met:
                                             - Documenten (relatie: Documenten bij begeleidingsitem)


                                             Gegeven: Documenten
                                             Kenmerken:
                                             - Meta-data van het document (auteur, datum, type etcetera)
                                             - Document zelf


                                             Gegevensset: Bericht Begeleidingsdossier
                                             Als het een bericht van een andere Triple A-instelling is, dan is het een bericht zoals
                                             gedefinieerd in de functie: Maak bericht Begeleidingsdossier



                         INLEZEN BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Verwerven Begeleidingsdossier(items)
                                                •   Activiteit: Inlezen bericht Begeleidingsdossier


                                             Doel
                                             Het geautomatiseerd inlezen van een Begeleidingsdossier dat van een andere Triple
                                             A-instelling is ontvangen.


                                             Functiesoort
                                             Niet-interactief
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   87




Korte beschrijving
Het bericht is afkomstig van een andere Triple A-instelling en is middels de functie
Ophalen bericht Begeleidingsdossier opgehaald. Omdat dit bericht van een andere
Triple A-instelling afkomstig is, kan dit bericht automatisch worden verwerkt. Deze
functie leest het ontvangen bericht in en verwerkt de daarin aanwezige gegevens in
het begeleidingsdossier van de betreffende deelnemer.
Deze functie betreft het geautomatiseerd inlezen van een bericht Begeleidingsdos-
sier dat afkomstig is van een andere Triple A-instelling. In het geval van een bericht
afkomstig van een niet-Triple A-instelling wordt het bericht verwerkt middels de
functie Verwerken Bericht Begeleidingsdossier.


Beschrijving achtergrond verwerking
Invoer
- Het bericht Begeleidingsdossier zoals opgehaald in de functie Ophalen bericht
 Begeleidingsdossier


Uitvoer
- Een aangevulde lijst begeleidingsitems
- Documenten en additionele velden toegevoegd aan Begeleidingsdossier
- Statusoverzicht van de verwerking


Proces
- Controle bericht
 Het ontvangen bericht Begeleidingsdossier wordt gecontroleerd op de juiste be-
 richtstructuur en eventuele consistentieregels.


- Verwerken bericht
 Het bericht wordt verwerkt in het begeleidingsdossier van de betreffende deel-
 nemer. Het begeleidingsdossier bestaat uit een aantal begeleidingsdossier-items
 (zoals zorg, thuissituatie, leerbeperking); elk item bevat een aantal vaste velden
 en een verzameling documenten. Velden die al een waarde hebben of documenten
 die al bestaan worden daarbij niet overschreven, maar vermeld in het statusover-
 zicht.
  •   De index wordt ingelezen in de lijst begeleidingsdossier-items
  •   De gestructureerde informatie (vaste velden bij het betreffende item) wor-
      den bij het betreffende begeleidingsdossier-item geregistreerd
  •   juiste plaats in het begeleidingsdossier toegevoegd
88   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Gegevens
                                             Gegevensset: Begeleidingsdossier
                                             Gegeven: Index begeleidingsitems
                                             - titel item
                                             - classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens)
                                                •   zorgitem
                                                •   leerbeperking
                                                •   thuissituatie
                                                •   etcetera
                                             - eventueel verwijzing naar set van documenten
                                             - eventueel notitie
                                             - (eigenaar item)


                                             Relatie met:
                                             - Documenten (relatie: Documenten bij begeleidingsitem)


                                             Gegeven: Documenten
                                             Kenmerken:
                                             - Meta-data van het document (auteur, datum, type etcetera)
                                             - Document zelf


                                             Gegevensset: Bericht Begeleidingsdossier
                                             Als het een bericht van een andere Triple A-instelling is, dan is het een bericht zoals
                                             gedefinieerd in de functie: Maak bericht Begeleidingsdossier



                          VERWERKEN BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER

                                             Ondersteunt use cases
                                             - Use Case: Verwerven Begeleidingsdossier(items)
                                                •   Activiteit: Verwerken Bericht Begeleidingsdossier


                                             Doel
                                             Verwerken van een Begeleidingsdossier dat van een andere niet Triple A instelling is
                                             ontvangen.


                                             Functiesoort
                                             - Interactief.
DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS   89




Korte beschrijving
Het betreft hier een bericht dat niet afkomstig is van een Triple A-instelling, en dus
niet automatisch verwerkt kan worden.
De gebruiker kan het aangeleverde bericht openen, bekijken en op de door hem
gewenste manier verwerken in het Begeleidingsdossier. Deze functie gaat over het
bekijken van het bericht en de mogelijkheid om deze gegevens voor verdere ver-
werking te gebruiken. Het verwerken van deze informatie in het Begeleidingsdossier
zal plaat moeten vinden in de daarvoor bestemde functies.


Deze functie betreft het handmatig verwerken van een bericht Begeleidingsdossier
dat afkomstig is van een niet-Triple A-instelling. In het geval van een bericht afkom-
stig van een Triple A-instelling wordt het bericht verwerkt middels de functie Inle-
zen bericht Begeleidingsdossier.


Beschrijving interactieve functionaliteit
Gebruikersinterface
Functionaliteit:
- Er wordt een gestructureerd overzicht getoond van de inhoud van het bericht (1)
 Dit overzicht toont de begeleidingsdossier-items waaruit het dossier is opge-
 bouwd, zoals zorg, thuissituatie, leerbeperking etc. Deze indeling kan tussen
 instellingen verschillen.


- De inhoud van (een deel van) het begeleidingsdossier wordt getoond (2)
 De inhoud van een geselecteerd begeleidingsdossier-item wordt getoond, bijvoor-
 beeld de lijst met documenten in het zorgdossier, of de documenten met betrek-
 king tot de thuissituatie. Deze documenten kunnen hier ook worden geopend.


- Selecteren en overnemen van informatie (3)
 Een document of een deel van de informatie worden geselecteerd en door middel
 van een andere functie van het systeem worden opgenomen in het Begeleidings-
 dossier


Controles
In de gehele functie mogen geen mutaties gedaan worden.


Acties
Acties bij interface-element 1:
- Een begeleidingsdossier-item kan worden geselecteerd en geopend
90   DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS




                                             Acties bij interface-element 2:
                                             - Een specifiek document kan worden geopend met de bijbehorende (kantoor)
                                              applicatie(s).


                                             Acties bij interface-element 3:
                                             - Een andere functie (onderhouden Begeleidingsdossier) van het systeem wordt
                                              parallel opgestart.
                                             - De optie om bepaalde gegevens of een heel document over te hevelen van het
                                              bericht Begeleidingsdossier naar de functie onderhouden Begeleidingsdossier.


                                             Gegevens
                                             Gegevensset: Bericht begeleidingsdossier
                                             Gegeven: Identificatie Deelnemer
                                             - Burgerservicenummer
                                             - NAW-gegevens
                                             - etc.


                                             Gegeven: Begeleidingsitem(s)
                                             - titel item
                                             - item groep
                                             - classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens)
                                                •   zorgitem
                                                •   leerbeperking
                                                •   thuissituatie
                                                •   etcetera
                                             - eventueel verwijzing naar set van documenten
                                             - eventueel notitie
                                             - (eigenaar item)


                                             Gegevensset: Aanvrager
                                             Gegeven: Aanvrager
                                             Attributen:
                                             - Verwijzing naar bekende relatie (waarin: NAW, naam instellingen etc. beschikbaar is)
                                             - E-mail-adres
                                             - Gebruikersnaam en Wachtwoord voor toegang tot download site
COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
EXTERNE VERANTWOORDING   1




FUNCTIONEEL ONTWERP




EXTERNE VERANTWOORDING
2   EXTERNE VERANTWOORDING
EXTERNE VERANTWOORDING   3




                 INLEIDING

                                       In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de externe
Externe verantwoording heeft           verantwoording.
een sterke relatie met de kern-
registratie deelnemergegevens.         Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder-
De kernregistratie bevat immers        steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit
gegevens die in een instelling         kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of
moet kunnen uitwisselen in het         als één of meer aparte ICT-systemen.
kader van externe verantwoording
en bekostiging. De mutaties die        Beschrijvend en technisch gedeelte
moeten worden uitgewisseld met         Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte,
BRON ontstaan ook in de kernre-        waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge-
gistratie. Het ligt daarom voor de     deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten
hand dat de uiteindelijke realisatie   staan weergegeven.
van de externe verantwoording
een uitbreiding op het systeem         In het beschrijvende gedeelte wordt u door de belangrijkste ‘delen’ van ons ont-
voor de kernregistratie is.            werp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uit-
                                       gangspunten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar zich de
                                       keuzemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen bevinden.


                                       Het beschrijvende gedeelte bestaat ook uit twee delen. Ieder deel omvat een apart
                                       onderdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van het proces
                                       van externe verantwoording. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases. Aan het
                                       begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich
                                       bevindt binnen het totaal aan use cases.


                                       In elk deel geven we naast de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun-
                                       ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een
                                       beschrijving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het
                                       perspectief van een gebruiker van het systeem.


                                       Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit
                                       het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp van de
                                       externe verantwoording.


                                       Mocht u daarin geïnteresseerd zijn, dan kunt u in het technische gedeelte de ge-
                                       detailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat een
                                       ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
4   EXTERNE VERANTWOORDING




                       INHOUDSOPGAVE


                                       Inleiding                                                 3
                                            Beschrijvend en technisch gedeelte                   3

                                       Beschrijvend gedeelte                                     5

                                       Deel I: Uitwisseling BRON                                 6
                                           Uitgangspunten en keuzes                              6
                                           De uitwisseling met BRON                               7
                                           Het proces van uitwisseling                           8
                                           Andere terugkoppelingen                              10
                                           Monitoren uitwisseling BRON                           11

                                       Deel II: Toelevering verantwoordingsinformatie           12
                                           Uitgangspunten en keuzes                             12
                                           Andere toeleveringen van verantwoordingsinformatie   12
                                           Toelevering inburgering                              12
                                           Toeleveren opdrachtgevers                            13
                                           Toeleveren ad hoc rapportage                         13

                                       Technisch gedeelte                                       15
EXTERNE VERANTWOORDING   5




BESCHRIJVEND GEDEELTE
6   EXTERNE VERANTWOORDING




                       DEEL I: UITWISSELING BRON




                                         Uitgangspunten en keuzes
                                         - De bestaande werkwijze voor de uitwisseling met BRON, gebaseerd op bestands-
                                          uitwisseling, wordt in ieder geval ondersteund
                                         - Daarnaast wordt een nieuwe werkwijze ondersteund, gebaseerd op berichtuitwis-
                                          seling
                                         - De instelling houdt zoveel mogelijk controle over de uitwisseling met BRON door
                                          middel van filtering van mutaties en monitoring van het proces van uitwisseling
EXTERNE VERANTWOORDING   7




De uitwisseling met BRON
Onder externe verantwoording verstaan we de aanlevering van deelnemerge-
gevens, opleidingsgegevens en mogelijk andere gegevens aan derden met een
verplichtend karakter. Dit verplichtende karakter kan voortkomen uit wet- en
regelgeving maar ook uit andere contractuele en niet-contractuele afspraken zoals
bijvoorbeeld specifieke subsidieaanvragen of afspraken met opdrachtgevers.


De belangrijkste externe verantwoording die moet plaatsvinden is de uitwisseling
met BRON. BRON staat voor Basis Registratie Onderwijs Nummer. Dit is het basis-
registratiesysteem bij de IB-Groep, waarin gegevens van de deelnemers in het VO
en MBO worden opgeslagen. Deze gegevens worden door de overheid en IB-groep
gebruikt om de bekostiging (inclusief subsidies) en studiefinanciering te bepalen.
De onderwijsinstelling is verplicht minimaal een keer per twee weken gegevens uit
te wisselen met BRON.


Huidige situatie en toekomstige ontwikkelingen
Kenmerkend voor de manier waarop nu met BRON wordt uitgewisseld is dat mu-
taties in de vorm van een mutatiebestand worden aangeleverd. Deze wordt door
BRON gecontroleerd en verwerkt, en middels een terugkoppelbestand aan de instel-
ling teruggemeld. Net als het mutatiebestand bevat ook het terugkoppelbestand
informatie over een (mogelijk groot) aantal mutaties.


In de toekomst wordt een continu uitwisselingsproces voorzien waarbij iedere mu-
tatie als apart bericht met BRON kan worden uitgewisseld, waarop door BRON ook
voor iedere mutatie vrijwel direct een terugkoppeling wordt gestuurd.


Daarnaast wordt er op dit moment met één of twee teldata rekening gehouden. De
instellingen moeten ervoor zorgen dat uiterlijk op die data alle actuele gegevens bij
BRON bekend zijn, omdat daarop de bekostiging wordt gebaseerd. In de toekomst
wordt er naar verwachting gestreefd naar een voortdurend actueel BRON. Mutaties
worden direct met BRON uitgewisseld zodra ze bij de instellingen ontstaan. Het is
ook de vraag of de vaste telmomenten zullen blijven bestaan, omdat deze erg sa-
menhangen met de huidige systematiek van bekostiging en onvoldoende rekening
houden met flexibelere instroom van deelnemers.


In het functioneel ontwerp houden wij rekening met de bestaande en de verwachte
nieuwe situatie, bijvoorbeeld door zowel uitwisseling middels mutatiebestanden als
losse berichten te ondersteunen. Op dit moment zijn de voorzieningen bij BRON
nog niet geschikt voor zo’n continu uitwisselingsproces. Onze verwachting is dat
deze de komende jaren wel zullen worden gerealiseerd.
8   EXTERNE VERANTWOORDING




                             Wij zijn daarbij uitgegaan van de principes die door de overheid worden ontwikkeld
                             in het kader van de overheidsservicebus (www.overheidsservicebus.nl), waardoor
                             het onder andere mogelijk wordt om gestandaardiseerde XML-berichten tussen
                             overheidsinstellingen uit te wisselen.


                             In de hierna volgende beschrijving maken we waar nodig onderscheid in de huidige
                             werkwijze met behulp van mutatiebestanden en de toekomstige situatie met losse
                             mutatieberichten.


                             Het proces van uitwisseling
                             De basis voor de uitwisseling met BRON zijn de mutaties die in de kernregistratie
                             ontstaan. Elke mutatie die moet worden uitgewisseld met BRON, zoals een inschrij-
                             ving of wijziging van de gegevens van een deelnemer, wordt door de kernregistratie
                             klaargezet ten behoeve van uitwisseling met BRON. Deze mutaties worden gecon-
                             troleerd op de eisen die door BRON aan mutaties worden gesteld voordat deze voor
                             uitwisseling worden aangeboden. Deze eisen zijn vastgelegd in het programma van
                             eisen van BRON.


                             Het filteren van mutaties
                             De instelling heeft de mogelijkheid om bepaalde mutaties niet (of nog niet) met
                             BRON uit te wisselen, om te voorkomen dat er mutaties worden aangeleverd waar-
                             van duidelijk is dat ze zullen worden afgekeurd door BRON. Dat wordt gedaan met
                             behulp van een zogenaamd filter, waarmee mutaties die aan bepaalde eigenschap-
                             pen voldoen niet worden uitgewisseld, maar worden ‘geparkeerd’ voor uitwisseling
                             op een later moment.


                             De instelling heeft de mogelijkheid om dit filter te onderhouden, door voorwaarden
                             toe te voegen, te wijzigen of te verwijderen. Deze voorwaarden hebben bijvoor-
                             beeld betrekking op de ingangsdatum die niet te ver in de toekomst mag liggen of
                             een opleiding waarvoor de accreditatie formeel nog niet afgegeven is etcetera.


                             Daarnaast heeft de instelling de mogelijkheid om naar aanleiding van een gepar-
                             keerde mutatie te besluiten een aanpassing te doen in de kernregistratie. Deze
                             aanpassing zal dan leiden tot een nieuwe mutatie die wel door het filter komt. De
                             oude, geparkeerde mutatie moet in zo’n geval kunnen worden verwijderd. Een ge-
                             parkeerde mutatie kan uiteraard nooit gewijzigd worden; correcties op de gegevens
                             moeten altijd via de kernregistratie worden doorgevoerd.
EXTERNE VERANTWOORDING   9




                                     Aanlevering en terugkoppeling als mutatiebestand
                                     De uitwisseling met behulp van een mutatiebestand vindt periodiek plaats, op door
                                     de instelling te bepalen momenten. Deze aanlevering is in principe collectief per
                                     onderwijssoort dus apart voor bijvoorbeeld basisonderwijs en middelbaar beroeps-
                                     onderwijs. Op het moment van uitwisseling worden alle klaarstaande mutaties
                                     getoetst tegen het filter, inclusief de mutaties die in een eerdere uitwisseling zijn
                                     geparkeerd. Dit totaal aan mutaties wordt in een mutatiebestand gebundeld en met
                                     BRON uitgewisseld.


                                     Van alle verzonden mutaties wordt door BRON een terugkoppeling gegeven in de
                                     vorm van een terugkoppelbestand met de terugkoppeling op een bepaalde deelver-
                                     zameling van eerder verzonden mutaties. Zodra zo’n terugkoppelbestand beschik-
                                     baar is ontvangt de instelling daarvan bericht en kan het bestand worden opge-
                                     haald. Deze terugkoppeling geeft aan of de aangeleverde mutaties zijn goed- of
                                     afgekeurd en bevat informatie die de kwaliteit van het deelnemersbestand binnen
                                     de kernregistratie verhoogt of de gegevens verrijkt.


                                     Aanlevering en terugkoppeling als afzonderlijke mutatieberichten
Wij anticiperen met deze beschrij-   In het geval van uitwisseling van mutaties als losse berichten worden mutaties di-
ving op ontwikkelingen die uitwis-   rect met BRON uitgewisseld nadat deze zijn klaargezet door de kernregistratie. Elk
seling van afzonderlijke mutatie-    bericht wordt eerst getoetst aan het filter voordat het wordt verzonden. De berich-
berichten mogelijk zullen maken.     ten die op deze manier geparkeerd zijn worden met een bepaald interval, bijvoor-
Wanneer er meer duidelijkheid        beeld dagelijks of wekelijks, opnieuw aan het filter getoetst en alsnog met BRON
komt over de wijze waarop BRON       uitgewisseld als de condities inmiddels zijn gewijzigd.
dit zal gaan ondersteunen, zal dit   We verwachten dat BRON in deze situatie van elke aangeleverde mutatie een terug-
ontwerp mogelijk hierop aange-       koppelbericht terugstuurt met dezelfde informatie die nu in de terugkoppelbestan-
past moeten worden.                  den wordt uitgewisseld.


                                     Verwerking van de terugkoppeling
                                     De terugkoppeling op een mutatie bevat in de eerste plaats een statusmelding die
                                     een van de volgende waarden kan hebben.


                                     - Goedgekeurd,
                                     - Goedgekeurd met signaal, of
                                     - Afgekeurd


                                     Bij de status goedgekeurd met signaal en afgekeurd bevat de terugkoppeling
                                     een signaal (een attentiesignaal respectievelijk afkeuringssignaal). Deze signalen
                                     moeten worden opgepakt en leiden tot een aanpassing in de kernregistratie. Het
                                     is belangrijk dat de afhandeling van deze signalen goed gemonitord wordt door te
10   EXTERNE VERANTWOORDING




                              registreren of een signaal al is opgepakt en doorgevoerd in de kernregistratie.
                              Daarnaast bevat de terugkoppeling ook aanvullende informatie die kan worden ge-
                              bruikt om de registratie in de kernregistratie te verbeteren of aan te vullen. Indien
                              de kernregistratie al informatie bevat die afwijkt van de teruggekoppelde gegevens,
                              bijvoorbeeld afwijkende adresgegevens, dan worden de gegevens niet overschreven
                              maar apart geregistreerd. Gegevens die nog niet bekend waren worden overgenomen.


                              Andere terugkoppelingen
                              Naast de aanlevering en terugkoppeling van mutaties wordt er naar aanleiding van
                              de BRON-uitwisseling nog andere informatie met de instelling uitgewisseld. Ook die
                              informatie moet in de kernregistratie worden verwerkt. Het gaat om de volgende
                              drie terugkoppelingen.


                              - De BRON-foto
                              - Een terugmelding van CFI
                              - Sleutelmutaties


                              De BRON-foto
                              Op een vastgestelde teldatum (één of enkele malen per jaar) wordt door BRON een
                              zogenaamde BRON-foto gemaakt van de geregistreerde gegevens. Deze BRON-foto
                              wordt aan de instelling aangeleverd om inzicht te krijgen in de eventuele verschillen
                              tussen BRON en de eigen administratie, en als basis voor de accountantscontrole op
                              de bekostiging.


                              De instelling kan deze BRON-foto inlezen en vergelijken met de geregistreerde
                              gegevens in de kernregistratie. Bij constatering van verschillen of onjuistheden kan
                              er een aanpassing nodig zijn in de kernregistratie, of er kan een mutatiebericht aan
                              BRON worden verzonden om het verschil te corrigeren.


                              Terugmelding CFI
                              Het CFI (Centrale Financiën Instellingen) is een uitvoeringsorganisatie van het
                              Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die onder andere de bekostiging
                              van de instellingen uitvoert. De hiervoor beschreven BRON-foto wordt ook naar het
                              CFI gestuurd. Het CFI beoordeelt deze gegevens en bepaalt op basis daarvan (met
                              behulp van een zogenaamde beslisboom) wat de omvang van de bekostiging is
                              waarop de instelling recht heeft. Deze bevindingen worden geaggregeerd terugge-
                              meld in een overzicht aan de instellingen.
                              Ook dit overzicht kan aanleiding geven om gegevens in de kernregistratie te cor-
                              rigeren.
EXTERNE VERANTWOORDING   11




Sleutelmutaties BRON
BRON maakt gebruik van een aantal identificerende kenmerken van een deelnemer.
Het kan voorkomen dat deze gegevens wijzigen, bijvoorbeeld als gevolg van een
wijziging in de gegevens die in de gemeentelijke basisadministratie zijn opgeno-
men. Het gaat dan met name om de toekenning van een burgerservice-nummer
aan een deelnemer die alleen nog over een tijdelijk burgerservice-nummer beschikte,
een correctie op de geboortedatum of een adreswijziging.


Als dat het geval is wordt de instelling hiervan op de hoogte gesteld middels de
aanlevering van een bestand met sleutelmutaties. Deze sleutelmutaties moeten
worden verwerkt in de kernregistratie.


Monitoren uitwisseling BRON
Omdat de uitwisseling met BRON de basis vormt voor de bekostiging van de instel-
ling is het van groot belang dat de uitwisseling met BRON goed wordt gemonitord.
Deze monitoring houdt in dat er achteraf een goed inzicht is in de momenten
waarop uitwisseling heeft plaatsgevonden, de signalen en afkeuringen die hebben
plaatsgevonden en de tijdigheid waarmee mutaties daadwerkelijk zijn aangeleverd.


Naar aanleiding van deze monitoring moeten ook passende acties ondernomen kun-
nen worden. Dit kan betekenen dat de hele uitwisseling met BRON tijdelijk wordt
stilgezet, of dat bepaalde regels aan het filter worden toegevoegd om te zorgen dat
bepaalde mutaties (nog) niet verzonden worden. Als blijkt dat signalen niet, of niet
tijdig leiden tot aanpassingen in de kernregistratie, dan moet ook daar passende
actie op ondernomen worden.
12   EXTERNE VERANTWOORDING




                        DEEL II: TOELEVERING VERANTWOORDINGSINFORMATIE




                                        Uitgangspunten en keuzes
                                        - Ook informatie die wordt gevraagd, waarvoor strikt genomen geen verplichting tot
                                          aanlevering bestaat, kan worden gezien als verantwoordingsinformatie
                                        - De ad hoc rapportages zijn maatwerk-rapportages in de zin dat deze naar aanlei-
                                          ding van een concrete vraag worden gedefinieerd. De andere rapportages zijn zo
                                          veel mogelijk standaardrapportages
EXTERNE VERANTWOORDING   13




Andere toeleveringen van verantwoordingsinformatie
Naast de uitwisseling met BRON is er nog een aantal andere uitwisselingen met een
verplichtend karakter. In de meeste gevallen is van tevoren wel bekend om welke
gegevens het gaat, zoals bij de uitwisselingen in het kader van de Wet Inburgering,
of in het geval van afspraken met opdrachtgevers. In enkele gevallen moet er
ad hoc op een informatievraag kunnen worden gereageerd.


Toeleveren inburgering
Voor cursussen die vallen onder de Wet Inburgering en de regelingen voor vrijwil-
lige inburgering is het noodzakelijk dat de instelling beschikt over het Keurmerk
Inburgeren. Dit keurmerk wordt beheerd door de stichting Blik op Werk. Om dit
keurmerk te krijgen en te behouden moet de instelling gegevens volgens een afge-
sproken formaat aanleveren aan de stichting Blik op Werk.


Deze uitwisseling vindt periodiek plaats zoals vastgelegd in de handleiding Keur-
merk Inburgeren. In deze handleiding is ook vastgelegd welke gegevens uitgewis-
seld moeten worden. Het gaat hier grotendeels over aantallen deelnemers die heb-
ben deelgenomen onderverdeeld naar verschillende profielen, het aantal diploma’s
en beëindigde cursussen. Daarnaast worden ook gegevens gevraagd over het
aantal begeleiders en klachten en tevredenheid van deelnemers en opdrachtgevers.


Om het Keurmerk Inburgeren te behouden houdt de stichting Blik op Werk meerde-
re keren per jaar een audit. De uitkomst van deze audit wordt aan de instelling ter
beschikking gesteld. Op basis daarvan zijn mogelijk aanpassingen op de gegevens
in de kernregistratie nodig.


Toeleveren opdrachtgevers
In het geval van contractonderwijs is er geen sprake van individuele deelnemers die
zich direct inschrijven. In plaats daarvan sluit een opdrachtgever (bijvoorbeeld een
bedrijf of een gemeente) een collectief contract met de instelling voor onderwijs
aan een groep deelnemers. De deelnemers melden zich vervolgens aan binnen het
afgesloten contract.


In dat geval worden er in het contract met de opdrachtgever afspraken gemaakt
over rapportages die de instelling ter verantwoording van het geleverde onderwijs
moet aanleveren. Meestal vindt deze rapportage plaats na afloop van de contractu-
ele periode, maar soms ook tussentijds.


Het gaat daarbij veelal om gegevens uit de kernregistratie, zoals informatie over de
deelnemers die zich hebben aangemeld. Daarnaast kan ook informatie uit andere
14   EXTERNE VERANTWOORDING




                              bronnen relevant zijn, zoals gegevens over absentie en gerealiseerde uren. In som-
                              mige gevallen moeten gegevens nog handmatig worden aangevuld of geaggregeerd
                              om aan de wensen van de opdrachtgever te kunnen voldoen.


                              Toeleveren ad hoc rapportage
                              Naast de hierboven genoemde toelevering van verantwoordingsinformatie krijgt
                              de instelling ook regelmatig een ad hoc verzoek van een externe partij, zoals de
                              onderwijsinspectie, MBO 2010 of het Colo om informatie over deelnemers aan te
                              leveren. Hoewel niet al deze aanvragen een verplichtend karakter hebben, zijn er
                              vele overwegingen om toch aan een dergelijk verzoek tegemoet te willen komen.


                              Het gaat hierbij om zeer uiteenlopende informatievragen, variërend van uitvalper-
                              centages, keuzegedrag van deelnemers tot gegevens over resultaten en aanwezig-
                              heid. Het proces om deze gegevens te verzamelen, te controleren en te presenteren
                              in het gewenste formaat kan zeer tijdrovend en ingewikkeld zijn. Vaak zal infor-
                              matie uit verschillende systemen afkomstig zijn en moeten de gegevens worden
                              samengevoegd, ontdubbeld, gecorrigeerd en geaggregeerd.


                              In tegenstelling tot de toelevering inburgering en opdrachtgevers is de ad hoc toe-
                              levering in de meeste gevallen maatwerk. De rapportage kan pas worden gedefi-
                              nieerd als de vraag bekend is, terwijl voor inburgering en opdrachtgevers veel met
                              standaardrapportages gewerkt kan worden.
EXTERNE VERANTWOORDING   15




TECHNISCH GEDEELTE
16   EXTERNE VERANTWOORDING




                        INHOUDSOPGAVE

                                        Inleiding                                                 18

                                        USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES   20
                                           Aanleveren aan BRON                                    20
                                           Beoordelen geparkeerde mutaties                        23
                                           Terugkoppeling BRON                                    26
                                           Verwerking BRON-foto                                   29
                                           Terugmelding CFI                                       32
                                           Monitoren uitwisseling BRON                            35
                                           Sleutelmutaties BRON                                   37
                                           Onderhouden filter                                      39
                                           Aanleveren gegevens Keurmerk Inburgeren                41
                                           Resultaat audit verwerken                              44
                                           Toeveren opdrachtgevers                                46
                                           Toeleveren ad hoc rapportage                           49

                                        FUNCTIES                                                  52
                                           Filteren en parkeren mutatie                           52
                                           Versturen mutatie                                      53
                                           Raadplegen te versturen mutaties                       54
                                           Aanmaken en opslaan te versturen mutatiebestand        55
                                           Beoordelen geparkeerde mutatie                         56
                                           Onderhouden van filter                                  58
                                           Inactiveren geparkeerde mutatie                        59
                                           Inlezen terugkoppelbestand                             60
                                           Inlezen retourbericht                                  61
                                           Verwerken status BRON                                  62
                                           Raadplegen teruggekoppelde meldingen bron              64
                                           Aanvullen BRON-gegevens in KRD                         65
                                           Verwerkingen afkeuringen en signalen                   67
                                           Inlezen BRON-foto                                      68
                                           Vergelijken BRON-foto met KRD                          70
                                           Raadplegen / doorzoeken verschillenbestand             72
                                           Inlezen CFI terugmeldingsoverzicht                     73
                                           Vergelijken CFI terugmeldingsoverzicht met KRD         75
                                           Raadplegen / doorzoeken vergelijkingsbestand           76
                                           Blokkeren berichtenverkeer                             78
                                           Raadplegen logboek (BRON)administratie                 79
EXTERNE VERANTWOORDING   17




Raadplegen BRON-foto                                        81
Raadplegen CFI terugmeldingsoverzicht                       82
Raadplegen aanvullende BRON-gegevens                        83
Beheren rapportagegegevenssetsjablonen                      84
Maken KRD rapportagegegevensset                             85
Beheren rapportagegegevenssets                              87
Bewerken rapportagegegevens                                 88
Beheren rapportagesjablonen                                 90
Maken rapportage                                            91
Bijwerken administratie Keurmerk                            93
18   EXTERNE VERANTWOORDING




                        INLEIDING

                                    In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de externe verant-
                                    woording vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases, werkopdrachten,
                                    activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werkbijeenkomsten met
                                    de deskundigen van de instellingen. In dit technische gedeelte vindt u de informatie
                                    die door deze deskundigen is vastgesteld in de Triple A-wiki.
                                    Onderstaand figuur geeft de samenhang van de use cases voor de externe verant-
                                    woording weer.




                                    Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit
                                    het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een
                                    concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem
                                    die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe-
                                    den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft
                                    antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’.


                                    Voor de beschrijving van een use case is een standaardformaat gebruikt dat is afge-
                                    leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij-
                                    ven. Dit format wordt hieronder weergegeven.
EXTERNE VERANTWOORDING   19




                                    Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de
                                    verschillende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de
                                    aanleiding is voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een
                                    werkopdracht behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren
                                    van een andere use case. In bovenstaand procesmodel zijn de use cases in
                                    samenhang gebracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door
                                    middel van pijlen.


                                    Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten-
                                    diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel-
                                    leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder
                                    verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use
                                    case één activiteitendiagram gemaakt.


Leeswijzer                          Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge-
Voor uw leesgemak worden in dit     maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces
technisch gedeelte de volgende      te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een
symbolen in de kantlijn gebruikt:   ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties.


        Wanneer het een use         De laatste paragraaf van dit technisch gedeelte geeft een meer gedetailleerde be-
        case betreft                schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt
                                    uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of
        Wanneer het een activi-     enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn
        teitendiagram betreft       om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die
                                    nodig is om de use case te ondersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere
        Wanneer het een functie     activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar.
        betreft
20   EXTERNE VERANTWOORDING




                                       USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN
                                       EN OPSOMMING FUNCTIES


                        AANLEVEREN AAN BRON

                                       De aanlevering aan BRON geschiedt in principe collectief per onderwijssoort (BO,
                                       BA, ED, VAVO en VO). Het moet echter mogelijk zijn om mutaties uit te sluiten van
                                       aanlevering en specifieke mutaties te versturen (bijvoorbeeld. voor 1 deelnemer).


                                       Als er mutaties klaarstaan die vanuit Kernregistratie deelnemergegevens verstuurd
                                       moeten worden naar BRON, gaan we ervan uit dat die voldoet aan het PvE van
                                       BRON en dat daar controle op heeft plaatsgevonden. Vóór het verzenden wordt
                                       een filter toegepast. Na de toetsing door het filter wordt de mutatie verstuurd naar
                                       BRON of wordt de mutatie geparkeerd. In het laatste geval moet deze elke dag
                                       opnieuw aangeboden worden aan het systeem en weer getoetst worden door het
                                       filter. Uiteindelijke resultaat is dat de mutatie is verstuurd naar BRON.



                                       Use case
                                       Aanleiding
                                       Er staan mutaties klaar vanuit kernregistratie deelnemergegevens die verstuurd
                                       moeten worden. Uitgangspunt is dat de mutatie vanuit kernregistratie deelnemer-
                                       gegevens voldoet aan het PvE BRON en dat daar controle op heeft plaatsgevonden
                                       voordat de mutatie is klaargezet.


                                       Actoren
                                       De contactpersoon met BRON.


                                       Doel
                                       Het actualiseren van de gegevens in BRON (conform het PvE BRON.)


                                       Beschrijving acties
                                       - Het controleren van de te versturen gegevens door een door de instelling inge-
                                        steld filter (zie use case Onderhouden filter).
                                       - Na toetsing, filter versturen van de mutatie naar BRON of mutatie parkeren.
                                       - Het wel/niet verzonden zijn van de mutatie registreren in de kernregistratie
                                        (zie Status mutatie BRON).
                                       - Indien de mutatie is geparkeerd moet deze elke dag opnieuw worden aangeboden
                                        aan het filter.


                                       Resultaat
                                       De niet-gefilterde mutaties zijn verstuurd naar BRON.
EXTERNE VERANTWOORDING   21




Frequentie
Continu.


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
Uitgangspunt is een continue uitwisseling met BRON op het moment dat een
mutatie ontstaat, door middel van berichten. Vooralsnog geschiedt de uitwisseling
batchgewijs. Het systeem moet beide functionaliteiten ondersteunen.
22   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Activiteitendiagram




                              Functies
                              - Filteren en Parkeren mutatie (Niet interactief)


                              Bij aanlevering middels individuele berichten:
                              - Versturen mutatie (Niet interactief)


                              Bij batch-gewijze aanlevering:
                              - Raadplegen te versturen mutaties (Interactief)
                              - Aanmaken en opslaan te versturen mutatiebestand (Interactief en Niet-interactief)
EXTERNE VERANTWOORDING   23




BEOORDELEN GEPARKEERDE MUTATIES

                Voor mutaties die niet door het filter heen komen, geldt dat zij aan bepaalde
                voorwaarde(n) niet voldoen. Er zijn mutaties die nog niet verzonden kunnen
                worden, bijvoorbeeld omdat een datum in de toekomst ligt. Als de voorwaarde
                verandert wordt het filter aangepast zodat de mutatie toch naar BRON kan worden
                verstuurd. Een andere mogelijkheid is het aanpassen van de mutatie zodat die niet
                meer aangeboden wordt aan het filter.



                Use case
                In de use case Aanlevering aan BRON wordt een deel van de BRON-mutaties door
                een filter geparkeerd. Sommige geparkeerde mutaties zullen na verloop van tijd
                alsnog door het filter heenvallen en verstuurd worden naar BRON, bijvoorbeeld
                omdat een bepaalde datum bereikt is. Andere vergen een ingreep. Of een ingreep
                nodig is moet beoordeeld worden. De beoordeling en de ingreep vinden plaats in
                deze use case.


                Aanleiding
                Periodiek, mits er geparkeerde mutaties zijn, geparkeerd tijdens de use case Aanle-
                vering aan BRON.


                Actoren
                De contactpersoon met BRON.


                Doel
                Het reduceren van het aantal geparkeerde mutaties (waarvoor een ingreep nodig is.)


                Beschrijving acties
                - Beoordelen of een ingreep nodig is voor een mutatie. Een ingreep kan zijn:
                  •   Het aanpassen van het filter (werkopdracht Aanpassen filter naar aanleiding
                      van beoordelen BRON-mutatie). (Indien het BRON-mutatiebericht onterecht
                      wordt tegengehouden.) Of
                  •   De gegevens in de kernregistratie aanpassen, zodanig dat een nieuw bijbeho-
                      rend BRON-mutatie bericht niet opnieuw wordt tegengehouden door het filter.
                      Bij de aanpassing ontstaat een nieuw BRON-mutatiebericht (behalve als de
                      mutatie alleen opgeheven wordt).
24   EXTERNE VERANTWOORDING




                                •   Het oude geparkeerde BRON-mutatiebericht inactiveren of verwijderen, zodat
                                    het niet meer aangeboden wordt aan het filter (en dus niet meer verzonden
                                    wordt naar BRON). (Dit moet alleen gebeuren indien er inmiddels een nieuw
                                    BRON-mutatiebericht is ontstaan in de vorige stap).


                              Resultaat
                              De mutatie is verstuurd naar BRON of vervangen door een aangepaste versie.


                              Frequentie
                              Groot aantal keer per week.


                              Werkopdrachten
EXTERNE VERANTWOORDING   25




Activiteitendiagram




Functies
- Onderhouden van filter (Interactief)
- Inactiveren geparkeerde mutatie (Interactief)
26   EXTERNE VERANTWOORDING




                        TERUGKOPPELING BRON

                                       Er komt een retourbericht vanuit de IB-Groep naar aanleiding van een verzonden
                                       mutatie met informatie die de kwaliteit van het deelnemersbestand binnen de
                                       Kernregistratie deelnemersgegevens (KRD) verhoogt of de gegevens verrijkt. Het
                                       systeem verwerkt deze terugkoppeling. Indien een veld in de KRD niet is ingevuld,
                                       slaat het systeem deze aanvullende gegevens op. In andere gevallen (zoals afwij-
                                       kende postcode GBA-adres) worden de gegevens in een andere tabel opgeslagen
                                       zodat de bestaande gegevens niet overschreven worden.


                                       De status en datum van de ontvangen mutatie in de KRD wijzigt in:
                                       - Goedgekeurd,
                                       - Goedgekeurd met signaal, of
                                       - Afgekeurd
                                       De mutaties met ‘goedkeuringen met signaal’ en de ‘afkeuringen’ worden gewijzigd
                                       in de KRD.



                                       Use case
                                       BRON geeft terugkoppeling over de BRON-mutaties die door de instelling naar
                                       BRON zijn verzonden. Deze terugkoppeling gaat ten eerste over de acceptatie
                                       van de BRON-mutaties door BRON (goedgekeurd en afgekeurd). Ten tweede kan
                                       de terugkoppeling een signaal bevatten, bij afkeuring (afkeursignaal) en soms bij
                                       goedkeuring (attentiesignaal) (bijvoorbeeld signaal 836: ‘Deze leerweg bestaat niet
                                       voor deze opleiding’). Ten derde verstrekt BRON afwijkende en aanvullende gege-
                                       vens aan de onderwijsinstelling. De instelling kan al deze soorten terugkoppeling
                                       gebruiken voor het verbeteren van de eigen administratie.


                                       Aanleiding
                                       Er komt een retourbericht vanuit de IB-Groep naar aanleiding van een verzonden
                                       mutatie.


                                       Actoren
                                       De contactpersoon met BRON.


                                       Doel
                                       - Het verhogen van de kwaliteit van het deelnemersbestand binnen de kernregistra-
                                         tie deelnemergegevens.
                                       - Het verrijken van de gegevens in het deelnemersbestand binnen de kernregistra-
                                         tie deelnemergegevens.
EXTERNE VERANTWOORDING   27




Beschrijving acties
- Het inlezen van het retourbericht.
- De status en de datum van de ontvangen mutatie BRON wijzigen in ‘goedgekeurd’,
 ‘goedgekeurd met signaal’ of ‘afgekeurd’ (zie Status mutatie BRON).
- (bij goedkeuring) Aanvullende gegevens van BRON opslaan in de kernregistratie
 deelnemers. Indien het betreffende gegevensveld in de kernregistratie niet is
 gevuld (bijvoorbeeld ontbrekend burgerservicenummer aanvullen) dan wordt het
 gevuld met het gegeven uit het BRON terugkoppelbericht. In het andere geval
 (bijvoorbeeld afwijkende postcode GBA-adres) wordt het gegeven apart opgesla-
 gen. (Bestaande gegevens worden dus niet overschreven.)
- (bij goedkeuring) Het handmatig verwerken van signalen binnen de kernregistra-
 tie deelnemergegevens.
- (bij afkeuring) Het handmatig verwerken van afkeuringen binnen de kernregistra-
 tie deelnemersgegevens.


Resultaat
De terugkoppeling van de IB-Groep is verwerkt in het systeem.


Frequentie
Continu (bij berichtcommunicatie) en wekelijks (bij batchcommunicatie).


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
Aandacht voor goede mogelijkheden om te kunnen controleren of de benodigde
aanpassingen als gevolg van terugkoppeling IBG in de kernregistratie deelnemerge-
gevens ook daadwerkelijk zijn doorgevoerd.


Uitgangspunt is een continue uitwisseling met BRON op het moment van een ont-
stane mutatie op basis van berichten. Vooralsnog geschiedt de uitwisseling batch-
gewijs. Het systeem moet beide functionaliteiten ondersteunen.
28   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Activiteitendiagram




                              Functies
                              Bij batch-gewijze aanlevering:
                              - Inlezen terugkoppelbestand (Interactief)


                              Bij aanlevering middels individuele berichten:
                              - Inlezen retourbericht (Niet-interactief)


                              In beide gevallen:
                              - Verwerken status BRON (Niet-interactief)
                              - Raadplegen teruggekoppelde meldingen BRON (Interactief)
                              - Aanvullen BRON-gegevens in KRD (Niet-interactief)
                              - Verwerken Afkeuringen en Signalen (interactief)
EXTERNE VERANTWOORDING   29




VERWERKING BRON-FOTO

               Een BRON-foto is een weergave van de gegevens in BRON-gerelateerd aan een
               teldatum. Als er een brief van de IB-Groep komt met het bericht dat een BRON-foto
               klaar staat op de beveiligde site van de IB-Groep, kan dat twee doelen hebben:
               - Inzicht krijgen in de verschillen tussen BRON en de gegevens in de kernregistratie
                deelnemergegevens.
               - Een basis vormen voor de accountantscontrole op de bekostigingsgegevens.


               De BRON-foto en de eventuele verschillen worden opgenomen in het systeem.



               Use Case
               Een BRON-foto is een weergave van de gegevens in BRON gerelateerd aan een
               teldatum. Er zijn 4 soorten BRON-foto’s, te weten: BO, BA, ED/VAVO en VO (zie PvE
               BRON).


               Aanleiding
               De brief van de IB-Groep dat een BRON-foto klaar staat op de beveiligde site van
               de IB-Groep.


               Actoren
               De contactpersoon met BRON.


               Doel
               Een of meer van onderstaande doelen kan van toepassing zijn:
               - Inzicht krijgen in de verschillen tussen BRON en de gegevens in de kernregistratie
                deelnemergegevens.
               - De gegevens die in deze use case worden opgeslagen zijn de basis voor de rappor-
                tage aan de accountant voor de accountantscontrole (op de bekostigingsgegevens.)


               Beschrijving acties
               - Het ophalen en opslaan van de BRON-foto op de beveiligde site van de IB-Groep.
               - Het inlezen van de BRON-foto in de kernregistratie deelnemergegevens.
               - Het bijwerken van de administratie van de ingelezen BRON-foto’s.
               - Het vergelijken van de BRON-foto met de gegevens in de kernregistratie deelne-
                mergegevens.
               - Bij bovenstaande actie worden ook alle deelnemer/opleiding-combinaties gere-
                gistreerd die bekostigingsrelevant zijn. Deze gegevens zijn ook de basis voor de
                accountantscontrole.
30   EXTERNE VERANTWOORDING




                              - Het opslaan van het verschillenbestand in de kernregistratie deelnemergegevens.
                              - Bij constatering van verschillen het aanpassen van de gegevens in de kernre-
                               gistratie deelnemergegevens die leiden tot een (accountants)mutatie in BRON
                               (Werkopdracht aanpassen gegevens) tot het moment dat de definitieve foto is
                               afgegeven door de IB-Groep.


                              Resultaat
                              De foto is opgehaald van de site van de IB-Groep en opgenomen in het systeem of
                              de administratie.


                              Frequentie
                              Een aantal malen per jaar.


                              Werkopdrachten




                              Overige opmerkingen
                              De BRON-foto kan de status voorlopig of definitief hebben met versie en datum.
EXTERNE VERANTWOORDING   31




Activiteitendiagram




Functies
- Inlezen BRON-foto (Interactief en Niet-interactief)
- Vergelijken BRON-foto met KRD en opslaan verschillen bestand (Interactief en
 Niet-interactief)
- Raadplegen / doorzoeken verschillen bestand (Interactief)
32   EXTERNE VERANTWOORDING




                        TERUGMELDING CFI

                                           CFI: Centrale Financiën Instellingen - een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie
                                           van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
                                           Op verschillende momenten in het jaar stuurt de IB-Groep een BRON-foto naar de
                                           instelling en tevens naar de CFI. De CFI beoordeelt de gegevens in de foto op basis
                                           van de beslisboom en meldt de bevindingen geaggregeerd terug in een overzicht
                                           aan de instellingen. Dit overzicht vormt de basis voor de bekostiging van de instel-
                                           ling en wordt verwerkt in het systeem.



                                           Use case
                                           Op verschillende momenten in het jaar stuurt de IB-Groep een BRON-foto naar de
                                           instelling en tevens naar CFI. CFI beoordeelt de gegevens in de foto op basis van
                                           de beslisboom en meldt de bevindingen geaggregeerd terug in een overzicht aan de
                                           instellingen. Het terugmeldingsoverzicht van CFI vormt de basis voor de bekostiging
                                           van de instelling.


                                           Aanleiding
                                           Een overzicht terugmeldingen dat door CFI is verstuurd aan de instelling. Het
                                           overzicht wordt verstuurd op papier en tijdelijk digitaal beschikbaar gesteld op de
                                           beveiligde site van CFI.


                                           Actoren
                                           De contactpersoon van BRON.


                                           Doel
                                           Een of meer van onderstaande doelen kan van toepassing zijn:
                                           - Inzicht krijgen in de verschillen tussen te bekostigen gegevens volgens CFI en de
                                            gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens.
                                           - Basis voor de accountantscontrole op de bekostigingsgegevens.


                                           Beschrijving acties
                                           - Het ophalen en opslaan van het terugmeldingsoverzicht CFI op de beveiligde site
                                            van het CFI.
                                           - Het inlezen van het terugmeldingsoverzicht CFI in de kernregistratie deelnemer-
                                            gegevens. Het terugmeldingsoverzicht van CFI bevat alleen aantallen deelnemers
                                            die voor bekostiging in aanmerking komen per crebo, leerweg (BOL, BBL), intensi-
                                            teit (voltijd, deeltijd)
                                           - Het bijwerken van de administratie van de ingelezen terugmeldingsoverzichten.
EXTERNE VERANTWOORDING   33




- Het vergelijken van het terugmeldingsoverzicht CFI met de gegevens in de kern-
 registratie deelnemergegevens. Hier worden de aantallen die door CFI worden
 gemeld vergeleken met de aantallen die kunnen worden afgeleid uit de kernregis-
 tratie (telling van alle bekostigingsrelevante deelnemers)
- Het opslaan van het vergelijkingsbestand.
- Bij constatering van verschillen het aanpassen van de gegevens in de kernregis-
 tratie deelnemergegevens die leiden tot een (accountants)mutatie in BRON tot het
 moment dat de definitieve foto is afgegeven door de IB-Groep.


Resultaat
- Een vergelijking tussen het CFI terugmeldingsoverzicht met de bekostigingsrele-
 vante deelnemers in de kernregistratie
- Naar aanleiding daarvan in gang gezette wijzigingen in de kernregistratie


Frequentie
Een aantal keren per jaar.


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
Een mogelijkheid voor vergelijking van deze cijfers met een elders vastgelegde
prognose.
Aandacht voor goede mogelijkheden om te kunnen controleren of de benodigde
aanpassingen als gevolg van terugmelding CFI in de kernregistratie deelnemerge-
gevens ook daadwerkelijk zijn doorgevoerd.
34   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Activiteitendiagram




                              Functies
                              - Inlezen CFI terugmeldingsoverzicht (Interactief en Niet-interactief)
                              - Vergelijken CFI terugmeldingsoverzicht met KRD en opslaan vergelijkingsbestand
                               (Niet-interactief en Interactief)
                              - Raadplegen / doorzoeken vergelijkingsbestand (Interactief)
EXTERNE VERANTWOORDING   35




MONITOREN UITWISSELING BRON

                Om een bestand te krijgen waarmee vanuit de gegevens op deelnemersniveau
                gecumuleerd en geaggregeerd kan worden en dat inzicht geeft in aantallen, soort
                signalen en tijdigheid van gemelde mutaties is het zaak om de gegevensuitwisseling
                met BRON te sturen en te bewaken. Hiertoe is het nodig verschillende uitwisselings-
                momenten te registreren, te blokkeren of te bewaken.



                Use case
                Aanleiding
                Periodiek.


                Actoren
                De contactpersoon van BRON.


                Doel
                Het behouden danwel verhogen van de vereiste kwaliteit van de uitwisseling met
                BRON. Dit behelst het tijdig (binnen de wettelijk vastgestelde termijnen) correct
                aanleveren van gegevens aan BRON.


                Beschrijving acties
                - Het bewaken van de uitwisseling met BRON, bestaande uit een aantal raadpleeg-
                 activiteiten.
                  •   Het raadplegen van de uitwisselingsmomenten.
                  •   Het raadplegen van het aantal en soort signalen vanuit BRON per aanlevermo-
                      ment.
                  •   Het raadplegen van het aantal signalen per deelnemer per soort mutatie/volg-
                      nummer vanuit BRON gerelateerd aan aanlevermomenten.
                  •   Het raadplegen van wel of niet buiten de wettelijk vastgestelde termijn gemelde
                      mutaties per deelnemer per soort mutatie/volgnummer.
                - Naar aanleiding van het bewaken van de uitwisseling ondernemen van passende
                 actie.
                  •   Het volledig blokkeren van het berichtenverkeer (in- en uitgaand) als blijkt dat
                      er te veel fouten of afkeuringen van berichten zijn
                  •   Het aanpassen van het filter (middels de werkopdracht Aanpassen filter naar
                      aanleiding van beoordelen BRON-mutatie) zodat bepaalde mutaties niet langer
                      met BRON worden uitgewisseld
                  •   Signaleren dat aanpassingen niet tijdig in de kernregistratie deelnemergege-
                      vens zijn doorgevoerd.
36   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Resultaat
                              De uitwisseling met BRON voldoet aan de termijnen voor aanlevering aan BRON
                              met een zo hoog mogelijke kwaliteit.


                              Frequentie
                              Continu.


                              Werkopdrachten
                              Geen.


                              Functies
                              - Blokkeren berichtenverkeer (Interactief en Niet-interactief)
                              - Raadplegen logboek (BRON)administratie
EXTERNE VERANTWOORDING   37




SLEUTELMUTATIES BRON

                Als er een brief van de IB-Groep komt met het bericht dat er een zogenaamd
                sleutelbestand klaarstaat, moet de contactpersoon met BRON de gegevens uit dit
                bestand indien nodig aanpassen, zodat de gegevens van BRON en de kernregistra-
                tie gelijk zijn.



                Use case
                Sleutelgegevens zijn identificerende gegevens over de deelnemer, die door BRON
                worden gebruikt. De IB-Groep verstrekt regelmatig een overzicht van gewijzigde
                sleutelgegevens. Het doel van dit overzicht is het op de hoogte brengen van de
                onderwijsinstelling van wijzigingen die door de IB-Groep zijn doorgevoerd, zonder
                dat hier een melding van uw school aan vooraf is gegaan. Deze wijzigingen komen
                meestal voort uit wijzigingen in de gemeentelijke basisadministratie.


                Aanleiding
                Een brief van de IB-Groep dat er een overzicht met gewijzigde sleutelgegevens
                (zogenaamd sleutelbestand) klaar staat op haar beveiligde website.


                Actoren
                De contactpersoon met BRON.


                Doel
                Het actualiseren van de sleutelgegevens in de kernregistratie deelnemers op basis
                van nieuwe gegevens uit BRON.


                Beschrijving acties
                - Downloaden van een overzicht met gewijzigde sleutelgegevens van de beveiligde
                 website van de IB-Groep.
                - Het beoordelen van de sleutelmutaties op juistheid.
                - Indien nodig, het aanpassen van de kernregistratie deelnemers (Werkopdracht
                 aanpassen gegevens).


                Resultaat
                De sleutelgegevens van BRON en de kernregistratie deelnemers zijn gelijk.


                Frequentie
                Regelmatig, 1x per maand.
38   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Werkopdrachten




                              Functies
                              Dit is een grotendeels handmatig proces waarbij uitsluitend functies van de Kernre-
                              gistratie worden gebruikt.
EXTERNE VERANTWOORDING   39




ONDERHOUDEN FILTER

                Om te voorkomen dat er BRON-mutaties worden aangeleverd waarvan duidelijk
                is dat ze zullen worden afgekeurd door BRON, moet de instelling zelf een aantal
                voorwaarden kunnen aangeven waaraan de aan te leveren BRON-mutatie wordt
                getoetst voordat deze werkelijk aangeleverd wordt.


                Voldoet de mutatie niet aan de gestelde voorwaarden, dan mag deze niet worden
                aangeleverd maar gaat naar de ‘geparkeerde’ mutaties. Als de mutatie wel voldoet
                aan de voorwaarden kan deze aangeleverd worden aan BRON. Per onderwijssoort
                (VO, VA, BO, BA en ED) moet een filter ingesteld kunnen worden, omdat het PvE en
                de inhoud van de velden verschillend zijn.



                Use case
                In de use case Aanlevering aan BRON worden BRON-mutaties door de onderwijs-
                instelling aan BRON aangeleverd. Om te voorkomen dat er BRON-mutaties worden
                aangeleverd waarvan duidelijk is dat ze zullen worden afgekeurd door BRON moet
                de instelling zelf een aantal voorwaarden kunnen aangeven waaraan de aan te leve-
                ren BRON-mutatie wordt getoetst voordat deze werkelijk aangeleverd wordt.


                Enerzijds is het logisch dat een substantiële hoeveelheid controle direct ‘aan de
                voorkant’ plaatsvindt bij het vastleggen van gegevens (eerder fouten herstellen
                kost minder werk). Anderzijds is het logisch dat er gegevenscontrole plaatsvindt
                tijdens het klaarzetten van gegevens-mutaties ten behoeve aan het versturen naar
                BRON (eindverantwoordelijkheid voor juiste aanlevering ligt op één plek.)


                Deze laatste controles zijn specifiek gericht op de eisen die BRON stelt (zie PvE
                BRON.) Er is een grote variëteit aan voorwaarden die gecontroleerd moeten
                worden. Voorbeelden van voorwaarden:
                - inschrijvingen met crebo-nummer ‘12345’ mogen nog niet aangeleverd worden in
                 verband met nog ontbreken van de licentie.
                - diploma’s met een datumvaststelling die in de toekomst ligt mogen nog niet
                 aangeleverd worden. Op het moment dat de datum vaststelling gelijk is aan de
                 systeemdatum, kan de mutatie worden verstuurd.


                Het filter is een specifieke plek waar deze voorwaarden gemakkelijk beschreven en
                herschreven kunnen worden.
                Op het moment dat een mutatie niet aan de gestelde voorwaarden voldoet mag
                deze niet worden aangeleverd worden aan BRON. Ze gaat naar de ‘geparkeerde’
40   EXTERNE VERANTWOORDING




                              mutaties. Per onderwijssoort (VO, VA, BO, BA en ED) moet een filter ingesteld kun-
                              nen worden, omdat het PvE BRON en de gegevenssets verschillend zijn.


                              Aanleiding
                              Periodiek om alle veranderingen te verwerken of rechtstreeks naar aanleiding van een
                              verandering (veranderingen zoals het verkrijgen van een (opleidings)licentie, etcetera)
                              Naar aanleiding van het beoordelen van geparkeerde mutaties (zie use case Beoor-
                              delen niet verzonden mutaties)


                              Actoren
                              De contactpersoon van BRON.


                              Doel
                              Het voorkomen van afgekeurde mutaties BRON.


                              Beschrijving acties
                              - Het onderhouden van het filter.


                              Resultaat
                              Alleen mutaties waarvan verwacht mag worden dat ze worden goedgekeurd door
                              BRON worden aangeleverd.


                              Frequentie
                              Regelmatig, 1x per week.


                              Werkopdrachten




                              Functies
                              Onderhouden van filter (Interactief)
EXTERNE VERANTWOORDING   41




AANLEVEREN GEGEVENS KEURMERK INBURGEREN

               Als een periode conform ‘handleiding Keurmerk Inburgeren’ is afgerond moeten
               gegevens uit de KRD en andere relevante gegevens (als aantal begeleiders en
               contractgegevens) doorgegeven worden aan Blik op Werk, zodat de instelling het
               Keurmerk Inburgeren verkrijgt, dan wel behoudt.



               Use case
               Het Keurmerk Inburgeren is een kwaliteitskeurmerk voor de aanbieders van inbur-
               geringcursussen. Blik op Werk beheert het keurmerk. Het keurmerk biedt klanten
               (inburgeraars) de mogelijkheid om een geschikte aanbieder te vinden. Bovendien,
               als de aanbieder het Keurmerk Inburgeren heeft, biedt de wet een mogelijkheid aan
               cursisten aan om een lening afsluiten om hun opleiding te financieren. Cursusaan-
               bieders die het Keurmerk Inburgeren krijgen, voldoen aan de volgende criteria: ze
               doen wat ze beloven, hun diensten sluiten aan bij de behoeften van de cursist en ze
               beschikken over accurate informatie voor de cursist. Voor het verkrijgen en behou-
               den van het keurmerk moet een aanbieder jaarlijks gegevens aanleveren aan Blik
               op Werk.


               Aanleiding
               Het verstrijken van een afgeronde periode conform handleiding keurmerk Inburgeren.


               Actoren
               - Medewerker financiële administratie
               - Medewerker personeelsadministratie
               - Medewerker deelnemersadministratie
               - Vast contactpersoon ten behoeve van Blik op Werk


               Doel
               Het verkrijgen dan wel behouden van het keurmerk Inburgeren.


               Beschrijving acties
               - Vaststellen welke gegevens (in betreffende jaar) aangeleverd moeten worden aan
                Blik op Werk. De voor het Keurmerk Inburgeren aan te leveren gegevens wisse-
                len. De gegevensset is gedocumenteerd in de Handleiding Keurmerk Inburgering
                (zie Gegevens Keurmerk Inburgeren). Deze wordt steeds weer vernieuwd.
               - Verzamelen van de benodigde gegevens vanuit de kernregistratie deelnemergege-
                vens (op individueel niveau).
42   EXTERNE VERANTWOORDING




                              - Verzamelen van andere relevante gegevens, zoals aantal begeleiders en contract-
                               gegevens.
                              - Samenvoegen verzamelde gegevens zodat ze gezamenlijk verder verwerkt kun-
                               nen worden.
                              - Controleren gegevens op volledigheid en juistheid.
                              - Als blijkt dat de gegevens niet volledig of juist zijn dan moeten de gegevens aan-
                               gepast danwel aangevuld worden in de applicatie waaruit ze afkomstig zijn.
                              - Eventueel bewerkingen op gegevens uitvoeren, zoals berekeningen en sorteringen.
                              - Gegevens in gewenste rapport lay-out zetten.
                              - Versturen rapportage: het handmatig overnemen van de gegevens (aantallen)
                               uit de rapportage in een format op de beveiligde website van Blik op Werk. Daar-
                               voor moet op de beveiligde site ingelogd worden met een inlognaam en wacht-
                               woord. Het volledig ingevulde format op de beveiligde site kan beschouwd worden
                               als een verstuurde rapportage.
                              - De rapportage en het ingevulde format van de beveiligde website bij de onder-
                               wijsinstelling archiveren en beschikbaar stellen aan andere medewerkers van de
                               onderwijsinstelling.
                              - Administreren dat de rapportage verstuurd is.


                              Bij het verzamelen en bewerken van gegevens en het lay-outen van het rapport
                              moet op basis van eerder werk met gegevens en eerder gemaakte rapporten voort-
                              gebouwd kunnen worden.


                              Resultaat
                              De bevestiging van ontvangst van de gegevens door Blik op werk.


                              Frequentie
                              Jaarlijks (bij start van 1 juli t/m 30 juni en daarna per kalenderjaar).


                              Werkopdrachten
                              Geen
EXTERNE VERANTWOORDING   43




Activiteitendiagram




Functies
- Samenstellen gegevensset
- Verzamelen Benodigde Gegevens uit Kernregistratie
- Verzamelen Benodigde Gegevens uit Overige Applicaties
- Samenvoegen Verzamelde Gegevens
- Controleren gegevens
- Verwerken gegevens naar rapport
- Versturen rapportage via beveiligde site
44   EXTERNE VERANTWOORDING




                        RESULTAAT AUDIT VERWERKEN

                                        Om het Keurmerk Inburgeren te behouden houdt Blik op Werk meerdere keren per
                                        jaar een audit. De uitkomst hiervan moet verwerkt worden in de KRD of andere
                                        onderdelen.



                                        Use case
                                        Middels de use case Aanleveren gegevens keurmerk Inburgeren zijn gegevens
                                        aangeleverd aan de organisatie Blik op Werk ten bevoeven van het verkrijgen of be-
                                        houden van het Keurmerk. Blik op Werk voert een audit uit en koppelt het resultaat
                                        terug.


                                        Aanleiding
                                        Een brief van Blik op Werk waarin het resultaat van de audit kenbaar wordt ge-
                                        maakt.


                                        Actoren
                                        Vast contactpersoon ten behoeve van Blik op Werk.


                                        Doel
                                        Het verkrijgen dan wel behouden van het keurmerk Inburgeren.


                                        Beschrijving acties
                                        - In een rapport communicatie administratie het resultaat registreren van de audit
                                         door Blik op Werk. (Het resultaat kan zijn: correcte cijfers ‘ja’ correcte cijfers
                                         ‘nee’. Indien correcte cijfers ‘ja’: tekortkoming ‘ja’ tekortkoming ‘nee’.)
                                        - Naar aanleiding van het resultaat van de audit eventueel de gegevens in de
                                         kernregistratie deelnemergegevens danwel in een van de andere administraties
                                         aanpassen.


                                        Resultaat
                                        Het resultaat van de audit is verwerkt in de administratie.


                                        Frequentie
                                        Meerdere keren per jaar.


                                        Werkopdrachten
                                        Geen
EXTERNE VERANTWOORDING   45




Activiteitendiagram




Functies
- Bijwerken administratie Keurmerk
46   EXTERNE VERANTWOORDING




                        TOELEVEREN OPDRACHTGEVERS

                                       Na het verstrijken van een afgeronde contractuele periode rapporteert de instelling
                                       de opdrachtgever zoals afgesproken in het contract. Het gaat daarbij om gegevens
                                       uit de KRD, aanvullende informatie over bijvoorbeeld absentie en gerealiseerde
                                       uren, en financieringspercentage.



                                       Use case
                                       De onderwijsinstelling biedt ‘contractonderwijs’ aan opdrachtgevers. Het onderwijs
                                       wordt middels een collectief contract ingekocht door de opdrachtgever. Het onder-
                                       wijs wordt gevolgd door deelnemers die afkomstig zijn van of aangewezen door
                                       de opdrachtgever. In het contract worden afspraken gemaakt over de informatie-
                                       verstrekking van de onderwijsinstelling aan de opdrachtgever over bijvoorbeeld de
                                       voortgang van het onderwijs.


                                       Aanleiding
                                       Het verstrijken van een afgeronde periode conform contract.


                                       Actoren
                                       - Medewerker deelnemersadministratie
                                       - Informatiespecialist
                                       - Contactpersoon ten behoeve van contracten


                                       Doel
                                       Het informeren van dan wel verantwoording afleggen aan een opdrachtgever binnen
                                       de kaders van het contract dat met de opdrachtgever is afgesloten.


                                       Beschrijving acties
                                       Het leveren van informatie, individueel of in aantallen, zoals vastgelegd in een con-
                                       tract met een opdrachtgever.


                                       - Vaststellen welke gegevens volgens het contract aangeleverd moeten worden aan
                                        de opdrachtgever.
                                       - Samenstellen gegevensset. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van en de be-
                                        nodigde autorisaties voor de samen te stellen gegevensset, wordt dit uitgevoerd
                                        door een medewerker van de deelnemersadministratie of door een informatiespe-
                                        cialist.
                                       - Verzamelen van de benodigde gegevens vanuit de kernregistratie deelnemergege-
                                        vens (op individueel niveau.)
EXTERNE VERANTWOORDING   47




- Het verzamelen van andere relevante gegevens, bijvoorbeeld presentie/absentie,
 gerealiseerde uren.
- Samenvoegen verzamelde gegevens zodat ze gezamenlijk verder verwerkt kun-
 nen worden.
- Controleren gegevens op volledigheid en juistheid.
- Als blijkt dat de gegevens niet volledig of juist zijn dan moeten de gegevens aan-
 gepast danwel aangevuld worden in de applicatie waaruit ze afkomstig zijn.
- Eventueel bewerkingen op gegevens uitvoeren, zoals berekeningen en sorteringen.
- Gegevens in gewenste rapport lay-out zetten.
- Archiveren van de rapportage.
- Versturen van de rapportage aan de opdrachtgever.
- Administreren dat de rapportage verstuurd is.


Bij het verzamelen en bewerken van gegevens en het layouten van het rapport
moet op basis van eerder werk met gegevens en eerder gemaakte rapporten voort-
gebouwd kunnen worden.


Resultaat
Een naar de opdrachtgever verstuurde rapportage.


Frequentie
Conform contract.


Werkopdrachten
Geen.
48   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Activiteitendiagram




                              Functies
                              - Samenstellen Gegevensset
                              - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Kernregistratie
                              - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Overige Applicaties
                              - Samenvoegen Verzamelde Gegevens
                              - Controleren gegevens
                              - Verwerken gegevens naar rapport
                              - Versturen Rapportage
EXTERNE VERANTWOORDING   49




TOELEVEREN AD HOC RAPPORTAGE

                Soms krijgt het College van Bestuur een ad hoc verzoek van een externe partij (bij-
                voorbeeld inspectie (VK2), MBO 2010, Colo) om informatie over deelnemersgege-
                vens aan te leveren. Dergelijke verzoeken kunnen worden ingewilligd om goodwill
                te kweken bij de vragende partij, de naamsbekendheid te vergroten of verantwoor-
                ding af te leggen (anders dan in het kader van BRON, toelevering inburgering en
                toelevering opdrachtgevers). Deze gegevens worden verzameld en gecontroleerd
                en vervolgens in het gewenste format aangeleverd.


                Use case
                Aanleiding
                Een ad hoc verzoek van een externe partij aan CvB om informatie over deelnemer-
                gegevens.


                Actoren
                - Interne of externe bevrager/partij
                - CvB
                - Medewerker deelnemersadministratie
                - Informatiespecialist
                - Informatiemanagement


                Doel
                Een of meer van onderstaande doelen kunnen van toepassing zijn:
                - Het kweken van goodwill bij de betreffende externe organisatie.
                - Het vergroten van de naamsbekendheid zowel van de eigen organisatie als van de
                 branche.
                - Het verantwoording afleggen (anders dan in het kader van BRON, Toelevering
                 inburgering en Toelevering opdrachtgevers.)


                Beschrijving acties
                - Een externe partij stelt een informatievraag.
                - De informatievraag wordt beoordeeld op (a) wil om de gegevens beschikbaar te
                 stellen, (b) op beschikbaarheid van de gegevens en (c) op moeilijkheidsgraad.
                - Samenstellen gegevensset. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van en de be-
                 nodigde autorisaties voor de samen te stellen gegevensset, wordt dit uitgevoerd
                 door een medewerker van de deelnemersadministratie of door een informatiespe-
                 cialist.
                - Verzamelen van de benodigde gegevens vanuit de kernregistratie deelnemergege-
                 vens (op individueel niveau.)
50   EXTERNE VERANTWOORDING




                              - Het verzamelen van andere relevante gegevens, bijvoorbeeld presentie/absentie,
                               gerealiseerde uren.
                              - Samenvoegen verzamelde gegevens zodat ze gezamenlijk verder verwerkt kun-
                               nen worden.
                              - Controleren gegevens op volledigheid en juistheid.
                              - Als blijkt dat de gegevens niet volledig of juist zijn dan moeten de gegevens aan-
                               gepast danwel aangevuld worden in de applicatie waaruit ze afkomstig zijn.
                              - Eventueel bewerkingen op gegevens uitvoeren, zoals berekeningen en sorteringen.
                              - Het uitvoeren en toevoegen van eventuele analyses en afleidingen uit de verza-
                               melde gegevens.
                              - Gegevens en analyses in gewenste rapport lay-out zetten.
                              - Archiveren van de rapportage.
                              - Versturen van de rapportage aan de externe partij.
                              - Administreren dat de rapportage verstuurd is.


                              Bij het verzamelen en bewerken van gegevens en het layouten van het rapport
                              moet op basis van eerder werk met gegevens en eerder gemaakte rapporten voort-
                              gebouwd kunnen worden.


                              Resultaat
                              Een naar de externe partij verstuurde rapportage.


                              Frequentie
                              Enkele malen per maand.


                              Werkopdrachten
                              Geen
EXTERNE VERANTWOORDING   51




Activiteitendiagram




Functies
- Samenstellen Gegevensset
- Verzamelen Benodigde Gegevens uit Kernregistratie
- Verzamelen Benodigde Gegevens uit Overige Applicaties
- Samenvoegen Verzamelde Gegevens
- Controleren gegevens
- Verwerken gegevens naar rapport
- Versturen Rapportage
- Versturen Rapportage via beveiligde site
52   EXTERNE VERANTWOORDING




                                         FUNCTIES


                        FILTEREN EN PARKEREN MUTATIE

                                         Ondersteunt use cases
                                         - Use case: aanlevering aan BRON
                                            •   Activiteit: controleren klaargezette mutatie aan de hand van door instelling inge-
                                                steld filter
                                            •   Activiteit: parkeren te filteren mutatie
                                            •   Activiteit: verzamelen te versturen mutaties


                                         Doel
                                         Zo min mogelijk mutaties naar BRON waarvan je weet dat ze afgekeurd worden.


                                         Functiesoort
                                         Niet-interactief.


                                         Korte beschrijving
                                         De inhoud van de BRON-mutatie wordt gecontroleerd op het door de instelling inge-
                                         steld filter. Indien de BRON-mutatie voldoet aan een van de filter-voorwaarden, dan
                                         wordt de mutatie nog niet aan BRON verstuurd maar ‘geparkeerd’. Geparkeerde
                                         mutaties worden dagelijks opnieuw aangeboden aan het filter. Op het moment dat
                                         een geparkeerde mutatie is geïnactiveerd wordt deze niet opnieuw aangeboden aan
                                         het filter.


                                         Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                                         Achtergrond invoer
                                         - Klaargezette mutatie vanuit de kernregistratie deelnemers
                                         - Actieve geparkeerde mutatie die opnieuw wordt aangeboden (elke dag)


                                         Achtergrond uitvoer
                                         - De mutatie die voldoet aan één van de voorwaarden van het filter wordt een ‘ge-
                                          parkeerde mutatie BRON’
                                         - De mutatie die niet voldoet aan één van de voorwaarden van het filter wordt
                                          klaargezet ter verzending aan BRON
                                         - De reden van parkeren opnemen per mutatie


                                         Proces
                                         - Het systeem vergelijkt de inhoud van één of meer velden van de klaargezette mu-
                                          tatie met in het filter ingestelde waarden. In het filter kunnen meerdere waarden
                                          per veld worden opgenomen en ook combinaties van waarden in verschillende
                                          velden. Voldoet een veld aan een dergelijke waarde, dan wordt de mutatie gepar-
EXTERNE VERANTWOORDING   53




                    keerd en nog niet verzonden aan BRON.
                - Zijn er geen velden gevonden die voldoen aan één of meerdere in het filter inge-
                    stelde waarden, dan wordt de mutatie klaargezet ter verzending aan BRON.
                - De geparkeerde mutatie wordt dagelijks opnieuw aangeboden aan het filter.


                Gegevens
                Gegevensset: Mutaties van en aan BRON
                Welke mutaties gemeld moeten worden aan BRON en hoe dit aangeleverd wordt is
                beschreven in het PvE BRON.



VERSTUREN MUTATIE

                Ondersteunt use cases
                - Use case: aanlevering aan BRON
                     •   Activiteit: versturen mutatie (individueel berichtenverkeer)


                Doel
                Het aanleveren van mutaties aan BRON.


                Functiesoort
                Niet-interactief.


                Korte beschrijving
                Het automatisch versturen van een mutatie aan BRON (via individueel berichtenverkeer)


                Beschrijving achtergrond verwerking (= niet-interactieve functionaliteit)
                Achtergrond invoer
                Klaargezette BRON-mutatie


                Achtergrond uitvoer
                De verstuurde mutatie aan BRON


                Proces
                - Elke klaargezette BRON-mutatie wordt zo snel mogelijk (direct) verstuurd.
                - In de kernregistratie wordt de BRON-status van de mutatie gewijzigd in ‘verzonden’.
                - Het bijwerken van het logboek (BRON)administratie.


                Gegevens
                Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie.
54   EXTERNE VERANTWOORDING




                        RAADPLEGEN TE VERSTUREN MUTATIES

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: aanlevering aan BRON
                                           •   Activiteit: verzamelen te versturen mutatie


                                        Doel
                                        Controleren of er nog mutaties klaarstaan die verstuurd moeten worden, inzage in
                                        hoeveelheid en tijdigheid.


                                        Functiesoort
                                        Interactief.


                                        Korte beschrijving
                                        In deze functie is het mogelijk om, per onderwijssoort, per soort mutatie, per deel-
                                        nemer, te kunnen raadplegen welke mutaties klaarstaan om naar BRON te worden
                                        verstuurd. Deze functie is alleen van toepassing bij batchgewijze aanlevering.


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface
                                        Scherm waarin alle klaarstaande (nog niet verzonden) mutaties te raadplegen zijn.
                                        De volgorde is in principe de laatst ontstane mutatie bovenaan. Daarnaast de selec-
                                        tiemogelijkheden op de velden zoals hierboven omschreven. Vanuit deze functie is
                                        het mogelijk om gericht naar de kernregistratie door te klikken en zo eventueel nog
                                        een mutatie door te voeren.


                                        Functionaliteit:
                                        - selectie op onderwijssoort
                                        - selectie op soort mutatie (Inschrijving/Persoonsgegevens/Resultaten/BPV/Vakken en
                                         dergelijke)
                                        - selectie op type mutatie (Toevoegen/Aanpassen/Verwijderen)
                                        - selectie op datum waarop mutatie is ontstaan
                                        - selectie op deelnemer waar mutatie betrekking op heeft
                                        - combinaties van selecties moeten mogelijk zijn
                                        - minimaal selectie op de hierboven genoemde gegevens
                                        - geen selectie is ook mogelijk


                                        Controles
                                        Controles bij interface-element 1:
                                        - op aanwezigheid
EXTERNE VERANTWOORDING   55




                Acties
                Acties bij interface-element 1:
                - tonen van klaargezette mutaties die voldoen aan selectie


                Gegevens
                Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie



AANMAKEN EN OPSLAAN TE VERSTUREN MUTATIEBESTAND

                Ondersteunt use cases
                - Use case: Aanlevering aan BRON
                   •   Activiteit: maken mutatiebestand BRON (batchgewijs)


                Doel
                Het melden van mutaties aan BRON.


                Functiesoort
                - Interactief (opdracht geven voor het aanmaken van een bestand)
                - Niet-interactief (het daadwerkelijk maken en opslaan van het bestand en wijziging
                 status in ‘verzonden’)


                Korte beschrijving
                Voor BRON wordt een bestand (per onderwijssoort) aangemaakt zodat het ter
                verwerking aangeboden kan worden (via beveiligde site IB-Groep). De functie is
                bedoeld om dat bestand aan te maken vanuit de klaargezette mutaties.


                Beschrijving interactieve functionaliteit
                Gebruikersinterface
                Een scherm waarin je met een button, na verplichte selectie van minimaal één on-
                derwijssoort alle te versturen mutaties in een bestand zet.
                Functionaliteit:
                - Het kunnen selecteren van onderwijssoorten (alleen die voorkomen bij de instel-
                 ling) (1)
                - Het starten van het proces aanmaken en opslaan te versturen mutatiebestand (2)


                Controles
                - Controles bij interface-element 1: geen
                - Controles bij interface-element 2: geen
56   EXTERNE VERANTWOORDING




                                        Acties
                                        Acties bij interface-element 2: Aanmaken en opslaan mutatiebestand.


                                        Beschrijving achtergrond verwerking (= niet-interactieve functionaliteit)
                                        Achtergrond invoer
                                        Klaargezette mutaties


                                        Achtergrond uitvoer
                                        Bestand (per onderwijssoort) dat voldoet aan de eisen gesteld in PvE BRON. Het
                                        bestand heeft een opeenvolgend nummer, per onderwijssoort. Format conform PvE
                                        BRON.


                                        Proces
                                        Samenvatting: het programma haalt alle mutaties op van de eerder geselecteerde
                                        onderwijssoort uit de tabel te versturen mutaties en zet dit in een bestand.


                                        Beschrijving actie Aanmaken en opslaan bestand
                                        - Het ophalen van alle mutaties van de geselecteerde onderwijssoort die klaargezet
                                         zijn voor verzending
                                        - Het opslaan van deze mutaties in een bestand, format en naam: zie PvE BRON.
                                        - Het bestand wordt opgeslagen naar een vooraf bepaalde bestandslocatie.
                                        - Het wijzigen van de status BRON in ‘verzonden’ in de kernregistratie.
                                        - Het bijwerken van het logboek (BRON)administratie.


                                        Gegevens
                                        Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie



                        BEOORDELEN GEPARKEERDE MUTATIE

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: beoordelen niet verzonden mutaties
                                          •   Activiteit: beoordelen
                                          •   Activiteit: bericht aanpassen kernregistratie


                                        Doel
                                        Het afhandelen van geparkeerde mutaties zodat deze verstuurd kunnen worden
                                        naar BRON.
EXTERNE VERANTWOORDING   57




Functiesoort
Interactief


Korte beschrijving
In deze functie worden de geparkeerde mutaties getoond, ter beoordeling door de
contactpersoon BRON. In veel gevallen staan er mutaties die na verloop van tijd
vanzelf doorgelaten worden, omdat een mutatie soms alleen geblokkeerd wordt,
omdat een datum te ver in de toekomst is gebruikt, maar soms is het noodzakelijk
om handmatig in te grijpen. Voor het handmatig ingrijpen, levert de functie enkele
eenvoudige hulpmiddelen. Het bericht naar de kernregistratie is bedoeld als een
handmatige actie.


Beschrijving interactieve functionaliteit
Gebruikersinterface
Scherm waarin de geparkeerde mutaties worden getoond met daarbij het soort en
de reden van parkeren. Verder moet je bij elke mutatie een eventuele opmerking
kunnen registreren. Dit is bedoeld om later terug te zien waarom een bepaalde
mutatie nog niet is verstuurd.


Functionaliteit:
- Selectie op reden van parkeren (1)
- Selectie op actieve/inactieve mutaties (2)(zie functie ‘Inactiveren geparkeerde
 mutatie’)
- Doorklikken naar functie Onderhouden van filter (3)
- Bij elke getoonde mutatie doorklikken naar kernregistratie deelnemers (4) (naar
 dat deel relevant voor de betreffende mutatie) en vervolgens weer terug in deze
 functie
- Invoer van opmerkingen per mutatie, tekstveld (5)
- Aan- en uitzetten vinkje verwerkt/beoordeeld (6)


Controles
Controles bij interface-element: niet van toepassing


Acties
Acties bij interface-element 1: per mutatie reden van parkeren weergeven. Mutaties
tonen op basis van selectie.


Gegevens
Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie Filteren en Parkeren mutatie
58   EXTERNE VERANTWOORDING




                        ONDERHOUDEN VAN FILTER

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: onderhouden filter
                                           •   Activiteit: onderhouden van filter


                                        Doel
                                        Ervoor zorgdragen om zo min mogelijk BRON-mutaties te melden aan BRON die
                                        afgekeurd worden.


                                        Functiesoort
                                        Interactief


                                        Korte beschrijving
                                        Een scherm waarin de contactpersoon BRON-voorwaarden kan aangeven, waarop
                                        een door de kernregistratie deelnemers klaargezette BRON-mutatie gefilterd wordt.
                                        Voorbeelden van voorwaarden zijn opgenomen in de inleiding van de use case
                                        onderhouden filter.


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface
                                        Scherm waarin de contactpersoon BRON kiest voor een onderwijssoort en zelf een
                                        filter kan samenstellen. Na aanpassing filter een mogelijkheid om direct alle gepar-
                                        keerde mutaties opnieuw te filteren.


                                        Functionaliteit:
                                        - Elke onderwijssoort heeft een eigen filter (in verband met ander PvE, andere
                                         BRON-velden en waarden, etcetera)
                                        - Selecteren van een BRON-veld. Programma toont beschikbare velden waarop een
                                         filter aangebracht kan worden. Omdat het nog niet duidelijk is op welke velden
                                         we in de toekomst willen filteren, moeten alle mogelijke BRON-velden getoond
                                         worden
                                        - Per veld moeten meerdere te filteren waarden ingevuld kunnen worden (bijvoor-
                                         beeld. meerdere crebonummers)
                                        - Per veld wordt rekening gehouden met beschikbare waarden (toon bijvoorbeeld de
                                         crebo-nummers door middel van een list of values).
                                        - Het onderhouden (toevoegen, wijzigen of verwijderen) van een te filteren BRON-
                                         veld
                                        - Het moet mogelijk zijn om te filteren op combinaties van velden, bijvoorbeeld
                                         BPV-afsluitdatum in combinatie met leerweg en ingangsdatum BPV.
EXTERNE VERANTWOORDING   59




                - Bij het instellen van een datumfilter geldt, dat een in te stellen datum niet groter
                 of kleiner moet zijn dan de systeemdatum.
                - Door middel van een button moeten direct alle geparkeerde mutaties opnieuw
                 kunnen worden aangeboden aan het filter.


                Gegevens
                Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie



INACTIVEREN GEPARKEERDE MUTATIE

                In een aantal situaties kan het voorkomen dat je een klaargezette, geparkeerde
                mutatie nooit naar BRON zal sturen, maar dat je die wilt verwijderen (deactiveren).
                Soms is dit tijdelijk, daarom hebben we dit deactiveren genoemd met de mogelijk-
                heid om de mutatie op een later tijdstip opnieuw te activeren.


                Ondersteunt use cases
                - Use case: Beoordelen niet verzonden mutaties
                   •   Activiteit: verwijderen geparkeerde mutatie


                Doel
                Opschonen van geparkeerde mutaties.


                Functiesoort
                Interactief.


                Korte beschrijving
                De functie toont alle geparkeerde mutaties met reden, zowel de actieve als inac-
                tieve. Na beoordeling kun je hier een mutatie inactiveren, zodat deze mutatie niet
                opnieuw wordt aangeboden aan het filter en dus nooit verstuurd zal worden aan
                BRON.


                Beschrijving interactieve functionaliteit
                Gebruikersinterface
                Functionaliteit:
                - Selectie op reden en/of soort geparkeerde mutatie
                - Het door middel van een vink inactiveren van een individuele mutatie
                - Het door middel van een vink inactiveren van een hele groep mutaties, die vol-
                 doen aan de selectie
60   EXTERNE VERANTWOORDING




                                        - Het toevoegen, wijzigen of verwijderen van een opmerking bij een geparkeerde
                                         mutatie (vrij tekstveld), zowel bij actieve als bij inactieve mutaties
                                        - Het activeren van inactieve mutaties (verwijderen van een inactivering)
                                        (Als nodig een kleine toelichting opnemen op de samenhang tussen de functionali-
                                        teiten).
                                        - Het verwijderen van (in)actieve geparkeerde mutaties


                                        Controles
                                        Controles bij interface-element 1: geen


                                        Acties
                                        Acties bij interface-element: geen


                                        Gegevens
                                        Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie



                        INLEZEN TERUGKOPPELBESTAND

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: terugkoppeling
                                           •   Activiteit: ophalen en opslaan terugkoppelbestand


                                        Doel
                                        Het verwerken van de terugkoppeling BRON


                                        Functiesoort
                                        Interactief


                                        Korte beschrijving
                                        Van BRON komt een terugkoppelbestand (per soort onderwijs) waarin de mutaties,
                                        verstuurd aan BRON, worden teruggemeld. Mutaties zijn goedgekeurd, goedge-
                                        keurd met signaal of afgekeurd. Het bestand wordt gedownload vanaf de beveiligde
                                        site van de IB-groep.


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface
                                        - Scherm waar in te lezen bestand kan worden geselecteerd (1)
EXTERNE VERANTWOORDING    61




                Controles
                Controles bij interface-element 1:
                - Controleren of het bestand nog niet eerder is ingelezen


                Acties
                Acties bij interface-element 1:
                - Inlezen bestand.
                - Weergave op scherm dat .... records zijn ingelezen of ‘bestand succesvol ingelezen’
                - Bijwerken logboek (BRON)administratie
                 Logboek BRON-administratie bevat alle aanwezig mutaties met status van de
                 mutatie (verzonden aan BRON, goedgekeurd, goedgekeurd met signaal of afge-
                 keurd), het nummer van batch waarin de mutatie naar BRON verstuurd is en het
                 nummer van de batch waarin de terugkoppeling ontvangen is.


                Gegevens
                Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie



INLEZEN RETOURBERICHT

                Ondersteunt use cases
                - Use case: terugkoppeling


                   •   Activiteit: inlezen retourbericht


                Doel
                Het mogelijk maken van (de verwerking van) snelle, volledig automatische terug-
                koppeling vanuit BRON.


                Functiesoort
                Niet-interactief


                Korte beschrijving
                Van BRON komt een retourbericht van een verstuurde mutatie aan BRON. Mutaties
                zijn goedgekeurd, goedgekeurd met signaal of afgekeurd. Eventueel zijn aanvul-
                lende gegevens meegestuurd. Het bericht wordt opgevangen en doorgegeven om
                het te verwerken in de kernregistratie.
                Deze functie is een eenvoudig doorgeefluik. Ze is opgenomen om aan te geven dat
                er individueel berichtenverkeer moet mogelijk zijn naast de batchverwerking die
                gespecificeerd is in de functie inlezen terugkoppelbestand.
62   EXTERNE VERANTWOORDING




                                       Beschrijving achtergrond verwerking (= niet-interactieve functionaliteit)
                                       Achtergrond invoer
                                       - Retourbericht van BRON (format volgens PvE BRON)


                                       Achtergrond uitvoer
                                       - Retourbericht van BRON


                                       Proces (achtergrond verwerking)
                                       - Het retourbericht van BRON komt via automatisch berichtenverkeer binnen.
                                       - Bijwerken logboek (BRON)administratie
                                        Logboek BRON-administratie bevat alle aanwezig mutaties met status van de
                                        mutatie (verzonden aan BRON, goedgekeurd, goedgekeurd met signaal of afge-
                                        keurd.). Elke mutatie correspondeert met een bericht en retourbericht.


                                       Gegevens
                                       Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie



                        VERWERKEN STATUS BRON

                                       Ondersteunt use cases
                                       - Use case: terugkoppeling
                                          •   Activiteit: verwerken status/datum BRON


                                       Doel
                                       Vaststellen dat mutatie (tijdig) gemeld is aan BRON en welke status die mutatie
                                       heeft voor BRON.


                                       Functiesoort
                                       Niet-interactief


                                       Korte beschrijving
                                       Het in de kernregistratie bijwerken van een tabel waarin de datum melding BRON
                                       en de status (Goedgekeurd, Goedgekeurd met signaal of Afgekeurd) wordt vastge-
                                       legd. De datum en status moeten zichtbaar zijn voor de gebruiker, per gegevens-
                                       soort (Inschrijving, BPV, Resultaten, Persoonsgegevens).
EXTERNE VERANTWOORDING   63




Beschrijving achtergrond verwerking
Het bijwerken van de tabellen waarin de gegevensuitwisseling met BRON is vastge-
legd. Per gegevenssoort is een aparte tabel opgenomen.


Achtergrond invoer
- Terugkoppelbestand
- of Retourbericht


Achtergrond uitvoer
- Bijgewerkte BRON-mutatie-communicatiestatus-administratie


Proces (achtergrond verwerking)
In het terugkoppelbestand of het retourbericht is de datum en status BRON per
mutatie opgenomen. Deze gegevens worden bij de desbetreffende deelnemer
overschreven. Daar stond namelijk ‘onderweg’ maar wordt nu gevuld met ‘goedge-
keurd’, ‘goedgekeurd met signaal ...’ of ‘afgekeurd’. Tevens worden de afgekeurde
mutaties apart verzameld, zodat die met een andere functie (Verwerken Afkeurin-
gen) verwerkt kunnen worden. Dit geldt ook voor de goedgekeurde mutaties met
signaal (functie: Verwerken Signalen).


- Beschrijving actie: Verwerken status en datum BRON:
  •   Het overschrijven van de status en datum BRON bij desbetreffende deelnemer
      in de kernregistratie
  •   De afgekeurde mutaties worden verzameld en beschikbaar gesteld in de functie
      Verwerken Afkeuringen en Signalen
  •   De goedgekeurde mutaties met signaal worden verzameld en beschikbaar ge-
      steld in de functie Verwerken Afkeuringen en Signalen


Gegevens
Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie PvE BRON.
64   EXTERNE VERANTWOORDING




                        RAADPLEGEN TERUGGEKOPPELDE MELDINGEN BRON

                                       De contactpersoon BRON kan van deze functie gebruikmaken als er afkeuringen
                                       zijn, of bijvoorbeeld bij het controleren van de FOTO.


                                       Ondersteunt use cases
                                       - Use case: terugkoppeling
                                          •   Activiteit: verwerken status/datum BRON


                                       Doel
                                       Vaststellen dat mutatie gemeld is aan BRON (en tijdig) en welke status die mutatie
                                       heeft voor BRON.


                                       Functiesoort
                                       Interactief


                                       Korte beschrijving
                                       Met deze functie kan bekeken worden wat er gemeld is aan BRON (historie).


                                       Beschrijving interactieve functionaliteit
                                       Gebruikersinterface
                                       Een scherm waarin (via batch, organisatie-onderdeel, deelnemer, onderwijssoort,
                                       per zelf te definiëren periode) gegevens kunnen worden opgevraagd. Getoond
                                       wordt de inhoud van de teruggekoppelde mutatie(s) met signalen (code + om-
                                       schrijving) BRON. BRON-mutaties gaan over 4 gegevensrubrieken. Per gegevens-
                                       rubriek (Persoonsgegevens, Inschrijvingsgegevens, BPV en resultaten) moeten de
                                       teruggekoppelde mutaties eenvoudig te raadplegen zijn.


                                       Functionaliteit:
                                       - Selectie op onderwijssoort
                                       - Selectie op aangeleverde batch
                                       - Selectie op terugkoppelbestand BRON
                                       - Selectie op organisatieonderdeel
                                       - Selectie op deelnemer
                                       - Selectie op status BRON
                                       - Selectie op gegevensrubriek
                                       - Selectie op zelf te definiëren periode


                                       Vanuit selectie op onderwijssoort kun je vervolgens een selectie aangeven op de
                                       batches, terugkoppelbestanden etc. Zonder aanvullende selectie worden alle terug-
EXTERNE VERANTWOORDING   65




                gekoppelde mutaties per gegevensrubriek van die onderwijssoort getoond. Vervol-
                gens kun je op die gegevens zelf een query uitvoeren.


                Controles
                Controles bij interface-element: geen


                Acties
                Acties bij interface-element:
                - het op het scherm tonen van de gegevens die voldoen aan de selectie.


                Gegevens
                Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie PvE BRON.



AANVULLEN BRON-GEGEVENS IN KRD

                Ondersteunt use cases
                - Use case: terugkoppeling
                   •   Activiteit: aanvullen BRON-gegevens in KRD


                Doel
                Het opslaan van teruggekoppelde aanvullende gegevens en aanvullen van (sleutel)
                gegevens BRON.


                Functiesoort
                Niet-interactief


                Korte beschrijving
                Met de terugkoppelbatch BRON of het retourbericht worden door BRON aanvullende
                gegevens meegeleverd, zoals herkomst deelnemer en ouders, eventueel burgerser-
                vice- of onderwijsnummer, GBA-adres en in de toekomst code leerbedrijf en gege-
                vens vooropleiding. Met deze functie is het de bedoeling dat deze gegevens worden
                aangevuld in de kernregistratie.


                Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking
                Invoer
                Terugkoppeling van BRON over een goedgekeurde BRON-mutatie, inclusief aanvul-
                lende gegevens.
66   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Uitvoer
                              Bijgewerkte kernregistratie deelnemers, bijgewerkt met door BRON teruggekop-
                              pelde aanvullende gegevens.


                              Proces
                              In het terugkoppelbestand of retourbericht zijn aanvullende BRON-gegevens opge-
                              nomen. Sleutelgegevens kunnen worden overschreven in de kernregistratie, mits
                              het veld daar leeg is. Dit geldt alleen voor het BSN-nummer (sofinummer) of het
                              onderwijsnummer. Indien het teruggekoppelde adres (is GBA-adres) afwijkt van het
                              in de KRD geregistreerde adres dan wordt het teruggekoppelde adres afzonderlijk
                              opgeslagen als ‘afwijkend GBA adres’. Overige gegevens, zoals verblijfsstatus, ge-
                              boorteland ouders, geslacht, geboortedatum worden (op normale wijze) in de KRD
                              geregistreerd (ze mogen overschreven worden.)


                              Acties:
                              - Het opslaan van teruggekoppelde sleutelgegevens en overige gegevens in het
                               betreffende veld in de kernregistratie deelnemergegevens.
                              - In geval van het signaal ‘afwijkend adres’ wordt het door BRON teruggekoppelde
                               GBA adres opgeslagen (in een apart veld.)
                              - Het registeren van de overige teruggekoppelde gegevens.
                              - Het tonen van de aanvullende BRON-gegevens in functie Raadplegen aanvullende
                               BRON-gegevens


                              Gegevens
                              Gedetailleerde informatie is te vinden in de handleiding BRON.
                              - BSN-nummer
                              - Onderwijsnummer
                              - De door de instelling aangeleverde persoonsgegevens van een deelnemer worden,
                               indien mogelijk, bij de GBA geverifieerd en aangevuld. Als de persoonsgegevens
                               volgens de GBA afwijken van die van de instelling, neemt BRON de gegevens vol-
                               gens de GBA op. Deze gegevens worden dan ook teruggekoppeld.


                              Voor meer informatie, zie PvE BRON
EXTERNE VERANTWOORDING   67




VERWERKEN AFKEURINGEN EN SIGNALEN

                Ondersteunt use cases
                - Use case: terugkoppeling
                   •   Activiteit: verwerken afkeuringen
                   •   Activiteit: verwerken signalen


                Doel
                Het verwerken van de teruggekoppelde afkeuringen en signalen bij goedgekeurde
                mutaties BRON.


                Functiesoort
                Interactief


                Korte beschrijving
                In deze functie moet de contactpersoon BRON eenvoudig kunnen zien, welke
                mutaties zijn afgekeurd of teruggekoppeld met signaal door BRON. Afkeuringen
                en signalen van BRON zijn meestal een reden voor aanpassing van gegevens in
                de kernregistratie. Het moet dan ook mogelijk zijn om vanuit deze functie door te
                klikken naar de betreffende functie in de kernregistratie om gegevens te kunnen
                aanpassen. Middels een vink kun je aangeven welke afkeuringen dan wel signalen
                middels een mutatie in de kernregistratie zijn verwerkt (vink is alleen informatief).


                Beschrijving interactieve functionaliteit
                Gebruikersinterface
                Een scherm waarin per onderwijssoort, per gegevensrubriek, per status mutatie,
                per zelf te definiëren periode (Afgekeurd of Goedgekeurd met signaal) de terugge-
                koppelde mutatie (inclusief code + omschrijving) wordt getoond.


                Functionaliteit:
                - Selectie op vink ‘verwerkt’ of ‘niet-verwerkt’ of beide (default = ‘niet-verwerkt’).
                - Selectie op onderwijssoort
                - Selectie op gegevensrubriek
                - Selectie op code afkeuring
                - Selectie op signaalcode
                - Selectie op status mutatie (Afgekeurd of Goedgekeurd met signaal)
                - Selectie op zelf te definiëren periode


                Indien geen selectie wordt opgegeven wordt alles getoond.
                De selecties moeten ook gecombineerd kunnen worden uitgevoerd.
68   EXTERNE VERANTWOORDING




                                        Bij de getoonde mutatie:
                                        (1) Het afvinken van getoonde mutatie na afhandeling (individueel of alle geselec-
                                                teerde in één keer). Dit vinkje moet je kunnen aan- en uitzetten.


                                        Controles
                                        Controles bij interface-element: geen


                                        Acties
                                        Geen


                                        Gegevens
                                        Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie




                        INLEZEN BRON-FOTO

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: Verwerking BRON-foto
                                            •   Activiteit: (ophalen en opslaan en) doorsturen BRON-foto (alleen doorsturen:
                                                het selecteren van het BRON-bestand voordat het ingelezen wordt)
                                            •   Activiteit: inlezen BRON-foto


                                        Doel
                                        BRON-foto gestructureerd beschikbaar maken voor verdere verwerking. (Zie onder
                                        andere functie raadplegen BRON-foto.)


                                        Functiesoort
                                        Interactief


                                        Korte beschrijving
                                        Inlezen van een BRON-foto (afkomstig van de IB-Groep) en het bijwerken van de
                                        Logboekadministratie van ingelezen BRON-foto’s.


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface
                                        Een scherm waarin je een BRON-foto kunt inlezen of een ingelezen BRON-foto kunt
                                        verwijderen.
EXTERNE VERANTWOORDING   69




Functionaliteit:
- Overzicht van ingelezen BRON-foto’s.
- Mogelijkheid om de inhoud van een BRON-foto op detailniveau weer te geven via
 de functie Raadplegen BRON-foto.
- Selecteren van een in te lezen BRON-fotobestand (1)
- Mogelijkheid om een eigen tekst als toelichting te voegen bij een in te lezen/ inge-
 lezen BRON-foto (2)
- Starten van (A) inleesproces (3)
- Het verwijderen van een ingelezen BRON-foto (4)


Controles
Controles bij interface-element 1:
- Het betreffende BRON-foto bestand mag niet al eerder zijn ingelezen/ingelezen
 BRON-foto’s worden niet vervangen


Acties
Acties bij interface-element 3:
- Het volledige BRON-fotobestand wordt ingelezen. Ze wordt gestructureerd vastge-
 legd in de kernregistratie. Dit betekent dat de gegevens kunnen worden geraad-
 pleegd en doorzocht.
- Bijwerken inleesadministratie BRON-foto’s (naam FOTO-bestand, peildatum foto,
 type foto, status foto, aanmaakdatum foto, controlegetal dat in foto is opgeno-
 men, datum/tijd inlezen foto). Type foto kan zijn: voorlopig, definitief of aange-
 vraagd (door de onderwijsinstelling).
- Als het inlezen heeft plaatsgevonden, weergeven:
   •   Status van het inlezen (succesvol of foutsituatie). Indien een foutsituatie ont-
       staat mag de BRON-foto niet worden ingelezen.
   •   Weergeven controlegetal zoals dat in de kopregel van het foto-bestand staat
   •   Weergeven ingevoerde eigen tekst als toelichting


Gegevens
BRON-foto (zie BRON-foto)
70   EXTERNE VERANTWOORDING




                        VERGELIJKEN BRON-FOTO MET KRD

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: verwerking BRON-Foto
                                           •   Activiteit: vergelijken BRON-foto met gegevens kernregistratie.
                                           •   Activiteit: opslaan van verschillenbestand.


                                        Doel
                                        De gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens komen overeen met de ge-
                                        gevens in BRON.


                                        Functiesoort
                                        - Interactief: opdracht geven tot het maken van de vergelijking tussen BRON-foto’s
                                         en/of een foto van de situatie van de gegevens in de kernregistratie (op een peil-
                                         datum).
                                        - Niet-interactief: het vergelijken van de gegevens en het opslaan van het verschil-
                                         lenbestand


                                        Korte beschrijving
                                        In deze functie wordt een BRON-foto vergeleken met de gegevens in de kernregis-
                                        tratie worden vergeleken. Door een selectie op onderwijssoort en peildatum kan
                                        aangegeven worden welke gegevens ter vergelijking uit de kernregistratie deelne-
                                        mergegevens moeten worden opgehaald (KRD-foto).


                                        Bij deze vergelijking wordt alleen gekeken naar de bekostigingsrelevante deel-
                                        nemers, door de beslisboom erop toe te passen. De beslisboom bevat regels die
                                        bepalen of een deelnemer/opleiding-combinatie bekostingrelevant is. De beslisboom
                                        wordt toegepast op de BRON-foto en de KRD-foto en levert een gegevensset op die
                                        apart wordt geregistreerd ten behoeven van verdere analyse en een prognose van
                                        de te verwachten bekostiging.
                                        Het resultaat van de vergelijking is een vergelijkingsbestand.
                                        De vergelijking kan niet alleen tussen een KRD-foto en een BRON-foto worden
                                        gemaakt, maar ook tussen twee BRON-foto’s of twee KRD-foto’s op verschillende
                                        peildata.


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface
                                        Functionaliteit:
                                        - Overzicht van ingelezen BRON-foto’s (1)
                                        - Overzicht van KRD-foto’s (2)
EXTERNE VERANTWOORDING   71




- Mogelijkheid om KRD-foto’s toe te voegen (met optie om een toelichtende
 tekst aan een foto toe te voegen) (3)
- Mogelijkheid om twee foto’s met elkaar te vergelijken. Elke combinatie van BRON-
 en/of KRD foto’s moet mogelijk zijn (4)


Controles
Controles bij interface-element: geen


Acties
Acties bij interface-element 3:
- Voor het maken van een kernregistratie-foto wordt een soort onderwijs en een
 peildatum gekozen. Op basis daarvan worden de relevante gegevens opgehaald
 uit de kernregistratie.


Acties bij interface-element 4:
- zie beschrijving achtergrond verwerking.


Beschrijving achtergrond verwerking
Achtergrond invoer
- Twee BRON- en/of KRD-foto’s


Achtergrond uitvoer
- BRON-foto die beperkt is tot de bekostigingsrelevante deelnemer/opleiding-combi-
 naties, door toepassing van de beslisboom
- KRD-foto die beperkt is tot de bekostigingsrelevante deelnemer/opleiding-combi-
 naties, door toepassing van de beslisboom
- Verschillenbestand


Proces (achtergrond verwerking)
- Voor elk van de twee foto’s, het maken van een bestand gebaseerd op de (BRON-/
 KRD-)foto, rekening houdend met de voorwaarden in de beslisboom.
- Vergelijking maken tussen de twee gemaakte bestanden.
- Het opslaan van een verschillenbestand als resultaat van de vergelijking.
- Het opnemen van signalen in het verschillenbestand (bijvoorbeeld deelnemer
 heeft meer dan één diploma met bekostigingsindicatie ‘Ja’).


Gegevens
Gegevensset: Mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON)
72   EXTERNE VERANTWOORDING




                        RAADPLEGEN / DOORZOEKEN VERSCHILLENBESTAND

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: Verwerking BRON-Foto
                                           •   Activiteit: analyseren verschillenbestand


                                        Doel
                                        Het verschil tussen de gegevens van de BRON-foto en de kernregistratie deelne-
                                        mers terugbrengen tot nul.


                                        Functiesoort
                                        Interactief


                                        Korte beschrijving
                                        In dit scherm kun je de verschillen tussen BRON-foto en/of kernregistratie raadple-
                                        gen. Je ziet bijvoorbeeld dat er in de kernregistratie een inschrijving is die (nog)
                                        niet terug te vinden is op de FOTO en vice versa. Voor deelnemers die wel in de
                                        FOTO zijn opgenomen maar niet voldoen aan bekostigingsvoorwaarden (resultaat
                                        beslisboom) kun je met behulp van een signaalcode/omschrijving zien waarom ze
                                        niet aan de bekostigingsvoorwaarden voldoen en dus als verschil hier terugkomen
                                        (bijvoorbeeld 2 diploma’s in kalenderjaar bekostigingsrelevant).


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface
                                        Scherm waarin je een opgeslagen verschillenbestanden kunt selecteren en raadple-
                                        gen. Per gegevensrubriek (Persoonsgegevens, Inschrijving, BPV, Resultaten) zie je
                                        of er verschillen zijn en zo ja, om welke deelnemer dat gaat. Per deelnemer moet
                                        zichtbaar zijn wat het verschil is (welk veld). Vanuit deze functie is het noodzakelijk
                                        dat je kunt doorklikken naar de kernregistratie deelnemers en zo eventuele aanpas-
                                        singen gelijk kunt doorvoeren of raadplegen.


                                        Functionaliteit:
                                        - Selectie op bestand


                                        Binnen die selectie:
                                        - selectie op gegevensrubriek
                                        - selectie op signaalcode binnen betreffende gegevensrubriek
                                        - selectie op deelnemer
EXTERNE VERANTWOORDING   73




                Controles
                Controles bij interface-element: geen


                Acties
                Acties bij interface-element: geen


                Gegevens
                Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie Filteren en Parkeren mutatie



INLEZEN CFI TERUGMELDINGSOVERZICHT

                Ondersteunt use cases
                - Use case: terugmelding CFI
                   •   Activiteit: inlezen terugmeldingsoverzicht


                Doel
                CFI terugmeldingsoverzicht kunnen raadplegen in Raadplegen CFI terugmeldings-
                overzicht.


                Functiesoort
                - Interactief: starten inleesproces (1)
                - Niet-interactief: daadwerkelijk inlezen en bijwerken administratie


                Korte beschrijving
                Het inlezen van het CFI terugmeldingsoverzicht (afkomstig van CFI) in de kernre-
                gistratie en het bijwerken van de administratie van ingelezen terugmeldingsover-
                zichten. Daarnaast moet het mogelijk zijn een reeds ingelezen terugmeldingsover-
                zicht te verwijderen en daarna opnieuw in te lezen.


                Beschrijving interactieve functionaliteit
                Gebruikersinterface
                Een scherm waarin je een terugmeldingsoverzicht kunt inlezen maar ook een reeds
                ingelezen terugmeldingsoverzicht kunt verwijderen.


                Functionaliteit:
                - Selectie terugmeldingsoverzicht CFI om in te lezen in kernregistratie deelnemers
                - Verwijderen van ingelezen terugmeldingsoverzicht: selectie op ingelezen terug-
                 meldingsoverzicht
74   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Controles
                              Controles bij interface-element 1:
                              - het betreffende terugmeldingsoverzicht mag niet al eerder zijn ingelezen


                              Acties
                              Acties bij interface-element 1:
                              - het selecteren van het in te lezen terugmeldingsoverzicht
                              - toevoegen van een eigen tekst als toelichting bij dit terugmeldingsoverzicht
                              - starten van inleesprocedure
                              - als het inlezen heeft plaatsgevonden, weergeven:
                              - status van het inlezen (succesvol of fout-situatie)
                              - bijwerken logboek (BRON)administratie (naam terugmeldingsoverzicht, peildatum
                               terugmeldingsoverzicht, type (voorlopig of definitief), datum/tijd inlezen terug-
                               meldingsoverzicht
                              - weergeven eigen tekst als toelichting
                              - weergeven van inhoud van het terugmeldingsoverzicht via functie Raadplegen CFI
                               Terugmeldingsoverzicht


                              Beschrijving achtergrond verwerking
                              Achtergrond invoer
                              geen.


                              Achtergrond uitvoer
                              - gestructureerde vastlegging van het terugmeldingsoverzicht in de kernregistratie
                              - bijgewerkte administratie


                              Proces (achtergrond verwerking)
                              Beschrijving inleesproces:
                              Het volledige terugmeldingsoverzicht wordt ingelezen. Eisen bij inlezen:
                              - op basis hiervan kan de vergelijking worden gemaakt tussen de gegevens (deel-
                               nemer-aantallen per crebo voor wat betreft inschrijvingen of diploma’s) uit het
                               terugmeldingsoverzicht en de kernregistratie deelnemers
                              - ingelezen terugmeldingsoverzichten kunnen wel worden verwijderd (en daarmee
                               opnieuw worden ingelezen) maar mogen niet worden overschreven.
                              - terugmeldingsoverzicht wordt het terugmeldingsbestand, datum/tijd en status
                               (definitief of voorlopig ) geregistreerd.


                              Gegevens
                              CFI-Terugmeldingsoverzicht (zie CFI-terugmeldingsoverzicht.)
EXTERNE VERANTWOORDING   75




VERGELIJKEN CFI TERUGMELDINGSOVERZICHT MET KRD

                Ondersteunt use cases
                - Use case: Terugmelding CFI
                   •   Activiteit: vergelijken Terugmeldingsoverzicht CFI met gegevens kernregistratie.
                   •   Activiteit: opslaan van verschillenbestand.


                Doel
                De gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens komen overeen met de
                bekostigingsrelevante gegevens zoals BRON die heeft aangeleverd aan CFI en door
                CFI zijn getoetst (beslisboom).


                Functiesoort
                - Interactief: het opdracht geven tot het maken van een vergelijking tussen een te
                 selecteren CFI terugmeldingsoverzicht en de gegevens in de kernregistratie op
                 basis van een peildatum).
                - Niet-interactief: het vergelijken van de gegevens en het opslaan van het verschil-
                 lenbestand


                Korte beschrijving
                Een scherm waarin een ingelezen CFI-terugmeldingsoverzicht geselecteerd kan
                worden. In hetzelfde scherm moet daarnaast een selectie op onderwijssoort en peil-
                datum worden gegeven om te bepalen welke gegevens ter vergelijking uit de kern-
                registratie deelnemergegevens moet worden opgehaald en opslagen. Aan de hand
                van deze bestanden wordt een vergelijkingsbestand gemaakt. Dit bestand toont de
                aantallen deelnemers per crebo, leerweg, intensiteit, zowel voor de te bekostigen
                inschrijvingen als de behaalde diploma’s.


                Beschrijving interactieve functionaliteit
                Gebruikersinterface
                Functionaliteit:
                - Overzicht van ingelezen CFI-terugmeldingsoverzichten. (1)
                - Mogelijkheid om selectie gegevens uit kernregistatie aan te geven: soort onder-
                 wijs en een peildatum. (2)
                - Mogelijkheid om de gegevens te vergelijken: het vergelijken van een
                 geselecteerd CFI-terugmeldingsoverzicht met de geselecteerde gegevens uit de
                 kernregistratie. (3)


                Controles
                Controles bij interface-element: geen
76   EXTERNE VERANTWOORDING




                                        Acties
                                        Acties bij interface-element 3:
                                        - zie beschrijving achtergrond verwerking


                                        Beschrijving achtergrond verwerking
                                        Achtergrond invoer
                                        - Geselecteerd CFI-Terugmeldingsoverzicht
                                        - Selectie uit de gegevens van de kernregistratie deelnemers


                                        Achtergrond uitvoer
                                        - Vergelijkingsbestand


                                        Proces (achtergrond verwerking)
                                        - Het ophalen van gegevens uit de kernregistratie deelnemergegevens rekening
                                         houdend met de voorwaarden in de beslisboom.
                                        - Vergelijking maken tussen de gegevens uit de KRD en het geselecteerde terug-
                                         meldingsoverzicht.
                                        - Het opslaan van het vergelijkingsbestand als resultaat van de vergelijking. Het
                                         vergelijkingsbestand wordt altijd gemaakt, ook als alle aantallen kloppen. Per
                                         gegeven (crebo/leerweg/intensiteit) wordt het aantal van CFI en het aantal vanuit
                                         de kernregistratie deelnemers vermeld.
                                        - Het opnemen van CFI-signalen in het vergelijkingsbestand die in het terugmel-
                                         dingsoverzicht eventueel zijn opgenomen.


                                        Gegevens
                                        Gegevensset: Mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.)



                        RAADPLEGEN / DOORZOEKEN VERGELIJKINGSBESTAND

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: terugmelding CFI
                                          •    Activiteit: analyseren vergelijkingsbestand


                                        Doel
                                        Het verschil tussen de gegevens in het terugmeldingsoverzicht CFI en de kernregis-
                                        tratie deelnemers terugbrengen tot nul.
EXTERNE VERANTWOORDING   77




Functiesoort
Interactief


Korte beschrijving
In dit scherm kun je de verschillen tussen het terugmeldingsoverzicht CFI en kern-
registratie raadplegen. Je ziet dan per crebonummer het aantal volgens terugmel-
dingsoverzicht CFI en het aantal vanuit de kernregistratie (na beslisboom). Per
regel wordt tevens aangegeven of er een verschil is (bijvoorbeeld Ja of Nee).


Beschrijving interactieve functionaliteit
Gebruikersinterface
Scherm waarin je een opgeslagen vergelijkingsbestand kunt selecteren en raadple-
gen. Het gaat hier om aantallen per crebo/leerweg/intensiteit voor de inschrijvingen
en voor de diploma’s. Per crebonummer wordt het aantal getoond vanuit het terug-
meldingsoverzicht CFI en het aantal volgens de kernregistratie deelnemers. Naast
de aantallen per crebonummer worden ook signalen getoond in het terugmeldings-
overzicht. Deze signalen moeten ook geraadpleegd kunnen worden.


Functionaliteit:
- Selectie op bestand


Binnen die selectie:
- selectie op crebonummer
- selectie op intensiteit (deeltijd/voltijd/examendeelnemer
- Selectie op signaal verschil J/N
- Raadplegen van CFI-signalen in het vergelijkingsbestand


Controles
Controles bij interface-element: geen


Acties
Acties bij interface-element: geen


Gegevens
CFI-Terugmeldingsoverzicht (zie CFI-terugmeldingsoverzicht.)
78   EXTERNE VERANTWOORDING




                        BLOKKEREN BERICHTENVERKEER

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: aanlevering aan BRON
                                           •   Activiteit: versturen mutatie


                                        - Use case: terugkoppeling
                                           •   Activiteit: inlezen retourbericht


                                        Doel
                                        Het tijdelijk kunnen stopzetten van het automatisch berichtenverkeer tussen BRON
                                        en Instelling door de contactpersoon BRON.


                                        Functiesoort
                                        - Interactief: het instellen van een blokkering
                                        - Niet-interactief: het verzamelen van te versturen of nog in te lezen mutaties


                                        Korte beschrijving
                                        Met deze functie kan het berichtenverkeer gepland worden. Het kan aan staan,
                                        en tijdelijk stop gezet worden. In perioden waarin het berichtenverkeer stopgezet
                                        is, is het van belang dat mutaties worden ‘verzameld’ die dan later alsnog worden
                                        verzonden, dan wel ingelezen worden in het geval van terugkoppeling.


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface


                                        Functionaliteit:
                                        - Het middels een van te voren in te geven begin- en einddatum (met begin- en
                                         eindtijd) kunnen blokkeren van het automatisch berichtenverkeer naar en van
                                         BRON. (1)


                                        Controles
                                        Controles bij interface-element: geen


                                        Acties
                                        Acties bij interface-element 1:
                                        - Bij het passeren van een blokkerings begin- of einddatum veranderd het berich-
                                         tenverkeer (zie beschrijving achtergrond verwerking).
EXTERNE VERANTWOORDING    79




                Beschrijving achtergrond verwerking
                Achtergrond invoer
                - te versturen mutatie
                - ontvangen retourbericht


                Achtergrond uitvoer
                - een wachtrij met nog te versturen mutaties
                - een wachtrij met nog in te lezen retourberichten


                Proces (achtergrond verwerking)
                - Als een blokkering actief is, dan worden de te versturen mutaties die ontstaan in
                 de kernregistratie bewaard. Hetzelfde geldt voor de retourberichten van BRON.
                - Op het moment dat de blokkering is opgeheven wordt automatisch alle nog te
                 versturen mutaties verstuurd c.q. alle nog in te lezen retourberichten ingelezen.


                Gegevens
                Gegevensset: Mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.)



RAADPLEGEN LOGBOEK (BRON)ADMINISTRATIE

                Deze functie gebruikt de contactpersoon BRON als er afkeuringen zijn of bijv. bij het
                controleren van de FOTO. Hij/zij wil nakijken wat er eigenlijk gemeld is aan BRON
                (historie). Tevens wordt de functie gebruikt voor het monitoren van de kwaliteit van
                de uitwisseling met BRON.


                Ondersteunt use cases
                Use case: monitoren uitwisseling BRON


                Doel
                Inzage in de verstuurde en teruggekoppelde BRON bestanden en (individuele) mu-
                taties en de tijdigheid van deze communicatie. Inzicht in de ontvangen BRON-foto’s
                en terugmeldingsoverzichten CFI.


                Functiesoort
                Interactief
80   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Korte beschrijving
                              Met de functie kan worden getoond de historie van ingelezen BRON-foto’s en CFI
                              terugmeldingen en, op mutatie-niveau, wat per deelnemer gemeld is aan BRON en
                              wat door BRON daarover is teruggekoppeld. Tevens is raadpleegbaar op deelnemer-
                              niveau en op gecumuleerd niveau: de aantallen, soort signalen en tijdigheid van
                              gemelde mutaties.


                              Beschrijving interactieve functionaliteit
                              Gebruikersinterface
                              Een scherm met een overzicht van alle (geselecteerde) individuele mutaties en een
                              samenvatting daarvan. Per mutatie wordt de inhoud van de mutatie, de terugge-
                              koppeling daarop (onder andere de signalen: code + omschrijving) en de tijdigheid
                              van de melding van de mutatie weergegeven. De samenvatting bestaat uit het
                              aantal mutaties, het aantal mutaties met een bepaalde terugkoppeling/signaalsoort
                              en de tijdigheid van de melding van mutaties.


                              Verschillende kenmerken van mutaties kunnen gebruikt worden om het overzicht te
                              beperken tot een selectie uit alle mutaties en/of te sorteren op een kenmerk.


                              Functionaliteit:
                              - Selectie/sortering op onderwijssoort (BO, BA, VO, VAVO, ED)
                              - Selectie/sortering op aangeleverde batch
                              - Selectie/sortering op terugkoppelbestand BRON
                              - Selectie/sortering op organisatieonderdeel
                              - Selectie/sortering op deelnemer
                              - Selectie/sortering op status BRON
                              - Selectie/sortering op gegevensrubriek
                              - Selectie/sortering op zelf te definiëren periode
                              - Selectie/sortering op BRON-foto
                              - Selectie/sortering op CFI-terugmeldingsoverzicht


                              Controles
                              Controles bij interface-element: geen


                              Acties
                              Acties bij interface-element:
                              - het op het scherm tonen van de gegevens die voldoen aan de selectie.


                              Gegevens
                              Gegevensset: mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.)
EXTERNE VERANTWOORDING   81




RAADPLEGEN BRON-FOTO

               Ondersteunt use cases
               - Use case: verwerking BRON-foto
                  •   Activiteit: inlezen BRON-foto


               Doel
               Inzicht krijgen in de gegevens die in een BRON-foto zijn opgenomen.


               Functiesoort
               Interactief


               Korte beschrijving
               Naar aanleiding van het verschillenbestand of naar aanleiding van een vraag moet
               gecontroleerd kunnen worden welke gegevens in een bepaalde BRON-foto zijn
               opgenomen.


               Beschrijving interactieve functionaliteit
               Gebruikersinterface
               Een scherm waarin de contactpersoon BRON een reeds ingelezen foto kan raad-
               plegen. Welke deelnemers staan er op de foto en met welke gegevens, ook weer
               gerubriceerd naar onderdelen Persoonsgegevens, Inschrijving, BPV en Resultaten.


               Functionaliteit:
               - Selectie op ingelezen BRON-foto
               Binnen die selectie:
               - selectie op gegevensrubriek
               - selectie op signaalcode binnen betreffende gegevensrubriek
               - selectie op deelnemer
               - selectie op bekostigingsrelevantie
               Combinaties van selecties moeten mogelijk zijn. Geen selectie betekent alle gege-
               vens tonen.


               Controles
               Controles bij interface-element 1: n.v.t.


               Acties
               Acties bij interface-element 1: geen


               Gegevens BRON-foto (zie BRON-foto)
82   EXTERNE VERANTWOORDING




                        RAADPLEGEN CFI TERUGMELDINGSOVERZICHT

                                        Ondersteunt use cases
                                        - Use case: terugmelding CFI
                                           •   Activiteit: Inlezen CFI-terugmeldingsoverzicht


                                        Doel
                                        CFI-terugmeldingsoverzicht kunnen raadplegen.


                                        Functiesoort
                                        Interactief


                                        Korte beschrijving
                                        Naar aanleiding van het vergelijkingsbestand of naar aanleiding van een vraag moet
                                        gecontroleerd kunnen worden welke gegevens in een CFI terugmeldingsoverzicht
                                        zijn opgenomen.


                                        Beschrijving interactieve functionaliteit
                                        Gebruikersinterface
                                        Een scherm waarin je een reeds ingelezen terugmeldingsoverzicht CFI kunt raad-
                                        plegen. Het gaat hierbij om aantallen deelnemers en diploma’s per crebocode, maar
                                        ook om de individuele signalen. Weer gerubriceerd naar onderdelen Persoonsgege-
                                        vens, Inschrijving, BPV en Resultaten.


                                        Functionaliteit:
                                        - Selectie op ingelezen CFI-terugmeldingsoverzicht.


                                        Binnen die selectie:
                                        - selectie op crebocode
                                        - selectie op intensiteit (deeltijd/voltijd/examendeelnemer)
                                        - Selectie op signaal
                                        - Selectie op bekostigingsrelevantie


                                        Combinaties van selecties moeten mogelijk zijn. Geen selectie betekent alle gege-
                                        vens tonen.


                                        Controles
                                        Controles bij interface-element 1: geen
EXTERNE VERANTWOORDING   83




               Acties
               Acties bij interface-element 1:
               - Het tonen van de met de selectie opgevraagde gegevens.


               Gegevens
               CFI-Terugmeldingsoverzicht (zie CFI-terugmeldingsoverzicht.)



RAADPLEGEN AANVULLENDE BRON-GEGEVENS

               Integreren met deelnemer raadpleegt functionaliteit
               Deze functie beschrijft een deel van de gewenste functionaliteit voor het raadple-
               gen van gegevens van een deelnemer. Het hier beschreven deel heeft betrekking
               op gegevens die door BRON aangeleverd worden. Deze functionaliteit moet voor de
               gebruiker een geïntegreerd geheel vormen met de functionaliteit voor het raadple-
               gen van de andere gegevens van een deelnemer. Deze laatste functionaliteit is in
               dit ontwerp niet expliciet beschreven (niet op functie en niet op use case-niveau).
               Ze kan echter afgeleid worden van de werkprocessen die in de use case wijzigen
               identiteitsgegevens beschreven zijn.


               Inleiding
               In de terugkoppelbestanden vanuit BRON (zie PvE BRON) wordt een aantal aanvul-
               lende gegevens op deelnemerniveau geleverd aan de instelling. De hieraan ge-
               relateerde gegevens die de instelling zelf heeft geregistreerd mogen niet worden
               overschreven door de teruggekoppelde GBA-gegevens. Deze gegevens moeten
               apart inzichtelijk worden gemaakt. Een voorbeeld hiervan is het GBA-adres. Het
               GBA-adres van de deelnemer is niet altijd het adres waarmee de deelnemer bij de
               instelling staat ingeschreven. Het door de instelling geregistreerde adres het het
               GBA adres moeten als het ware naast elkaar getoond kunnen worden. Ook de gege-
               vens rondom allochtonen (inclusief geboorteland vader en geboorteland moeder)
               die in de terugkoppeling zijn opgenomen moeten zichtbaar worden gemaakt op
               deelnemersniveau in de kernregistratie. In de toekomst worden ook vooropleidings-
               gegevens en code leerbedrijf teruggekoppeld.


               Ondersteunt use cases
               Dit is een generieke, algemeen toepasbare functie


               Doel
               Het op deelnemersniveau kunnen vergelijken van gegevens in de kernregistratie met
               de GBA-gegevens en inzien van andere door BRON verstrekte deelnemer-gegevens.
84   EXTERNE VERANTWOORDING




                                       Functiesoort
                                       Interactief


                                       Korte beschrijving
                                       In deze functie moeten de (GBA)-gegevens die zijn opgenomen in de BRON te-
                                       rugkoppeling naast de zelf geregistreerde gegevens worden getoond. Het meest
                                       recente teruggekoppelde gegeven moet daarbij worden getoond. Naast de zelf ge-
                                       registreerde gegevens worden ook extra gegevens getoond die misschien niet in de
                                       kernregistratie zijn opgenomen (bijvoorbeeld geboorteland vader en geboorteland
                                       moeder, verblijfstatus, datum in Nederland).


                                       Gegevens
                                       Gegevensset: mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.)



                        BEHEREN KRD RAPPORTAGEGEGEVENSSETSJABLONEN

                                       Ondersteunt use cases
                                       - Use case: toeleveren opdrachtgevers
                                          •   Activiteit: samenstellen gegevensset
                                          •   Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD


                                       - Use case: toelevering ad hoc
                                          •   Activiteit: samenstellen gegevensset
                                          •   Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD


                                       - Use case: toelevering inburgering
                                          •   Activiteit: samenstellen gegevensset
                                          •   Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD


                                       Doel
                                       Hergebruik van eerder gemaakte KRD-rapportagegegevenssetsjablonen.


                                       Functiesoort
                                       Interactief


                                       Korte beschrijving
                                       Een lijst met KRD-rapportagegegevenssetsjablonen die bewerkt kan worden. Tevens
                                       kan het verzamelen en opslaan van gegevens op basis van een sjabloon vanuit deze
                                       functie worden uitgevoerd.
EXTERNE VERANTWOORDING   85




               Beschrijving interactieve functionaliteit
               Gebruikersinterface
               Een scherm dat een lijst met KRD-rapportagegegevenssetsjablonen toont.


               Functionaliteit:
               - Aanmaken of bewerken van een sjabloon (1)
               - Naam van een sjabloon wijzigen (2)
               - Verwijderen van een sjaboon
               - Ophalen en opslaan van gegevens uit de KRD o.b.v. het sjabloon
               - Beschikbaar stellen van een sjabloon aan een gebruiker of gebruikersgroep


               Controles door ICT-systeem
               Controles bij interface-element 2:
               - naam moet voldoen aan format
               - systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam


               Acties door ICT-systeem
               - Acties bij interface-element 1:
               - Starten van de functie maken KRD-rapportagegegevensset.



MAKEN KRD RAPPORTAGEGEGEVENSSET

               Ondersteunt use cases
               - Use case: toeleveren opdrachtgevers
                  •   Activiteit: Samenstellen gegevensset
                  •   Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD


               - Use case: toelevering ad hoc
                  •   Activiteit: Samenstellen gegevensset
                  •   Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD
86   EXTERNE VERANTWOORDING




                              - Use case: toelevering inburgering
                                 •   Activiteit: samenstellen gegevensset
                                 •   Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD


                              Doel
                              Gegevens uit de kernregistratie deelnemers beschikbaar maken voor verwerking in
                              een rapportage.


                              Functiesoort
                              Interactief


                              Korte beschrijving
                              Met deze functie kan een (rapportagegegevensset)sjabloon gemaakt worden op
                              basis waarvan het systeem een set gegevens uit de KRD kan verzamelen. De gege-
                              vens kunnen vervolgens worden verzameld op basis van het sjabloon.


                              Beschrijving interactieve functionaliteit
                              Gebruikersinterface
                              Een scherm waarin je een rapportagegegevenssetsjabloon kan samenstellen op
                              basis van alle gegevens in de kernregistratie deelnemers.


                              Functionaliteit:
                              - het kunnen selecteren van in de KRD beschikbare gegevens(eenheden) (1)
                              - het toekennen van een naam aan het sjabloon (2)
                              - het opslaan van het sjabloon (3)
                              - het beschikbaar stellen van het sjabloon aan een gebruiker of gebruikersgroep
                              - het ophalen van gegevens uit de KRD o.b.v. het sjabloon, en opslaan in verschil-
                               lende bestandsformaten* (is gegevenssetsjabloon)


                              *) Het op kunnen slaan in verschillende formaten dient voor het scheppen van de mogelijkheid
                              om de gegevens te verwerken in meer dan één applicatie (beperking afhankelijkheden).


                              Controles door ICT-systeem
                              Controles bij interface-element 2:
                              - naam moet voldoen aan format
                              - systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam


                              Controles bij interface-element 3:
                              - er moet een naam aan het sjabloon zijn toegekend (anders om vragen)
EXTERNE VERANTWOORDING   87




               Acties door ICT-systeem
               Acties bij interface-element 1:
               - Als selectie van gegevenseenheden heeft plaatsgevonden, weergeven:
                  •   het sjabloon met voorbeelden van de geselecteerde gegevens


               Acties bij interface-element 2:
               - Als het kenmerk voorkomt moet het systeem een melding doen en vragen of de
                reeds bestaande sjabloon gebruikt moet worden.


               Gegevens
               Toeleveren opdrachtgevers en ad hoc rapportages
               De gegevens zijn afhankelijk van de gegevensset in het contract of van de gestelde
               informatievraag en deze gegevens kunnen per contract danwel informatievraag
               verschillend zijn.


               Toelevering inburgering
               De voor het Keurmerk Inburgeren te verwerken gegevens wisselen. De gegevensset
               is gedocumenteerd in de Handleiding Keurmerk Inburgering (zie gegevens keur-
               merk inburgeren.) Deze wordt steeds weer vernieuwd.



BEHEREN RAPPORTAGEGEGEVENSSETS

               Ondersteunt use cases
               - Use case: toeleveren opdrachtgevers
                  •   Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens


               - Use case: toelevering ad hoc
                  •   Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens


               - Use case: toelevering inburgering
                  •   Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens


               Doel
               Hergebruik van eerder samengestelde rapportagegegevenssets.


               Functiesoort
               Interactief
88   EXTERNE VERANTWOORDING




                                       Korte beschrijving
                                       Een lijst met rapportagegegevenssets die bewerkt kan worden.


                                       Beschrijving interactieve functionaliteit
                                       Gebruikersinterface
                                       Een scherm dat een lijst met rapportagegegevenssets toont.


                                       Functionaliteit:
                                       - Aanmaken of bewerken van een gegevensset (1)
                                       - Naam van een gegevensset wijzigen (2)
                                       - Verwijderen van een gegevensset
                                       - Beschikbaar stellen van een gegevensset aan een gebruiker of gebruikersgroep


                                       Controles door ICT-systeem
                                       Controles bij interface-element 2:
                                       - Naam moet voldoen aan format
                                       - Systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam


                                       Acties door ICT-systeem
                                       Acties bij interface-element 1:
                                       - Starten van de functie bewerken rapportagegegevens.


                                       Gegevens
                                       De gegevens verschillen per rapportage.



                        BEWERKEN RAPPORTAGEGEGEVENS

                                       Ondersteunt use cases
                                       - Use case: toeleveren opdrachtgevers
                                          •   Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens
                                          •   Activiteit: controleren gegevens


                                       - Use case: toelevering ad hoc
                                          •   Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens
                                          •   Activiteit: controleren gegevens
EXTERNE VERANTWOORDING   89




- Use case: toelevering inburgering
   •   Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens
   •   Activiteit: controleren gegevens


Doel
Het samenvoegen en bewerken van gegevens verzameld in de kernregistratie en
gegevens verzameld in overige applicaties. Het controleren van de samengevoeg-
de gegevens op volledigheid en juistheid. De samengevoegde gegevens kunnen
vervolgens met behulp van de functie maken rapportage in een rapport worden
opgenomen.


Functiesoort
Interactief


Korte beschrijving
Het samenvoegen van ruwe gegevens vanuit de kernregistratie met ruwe gegevens
vanuit overige applicaties. Tevens kunnen bewerkingen worden uitgevoerd op de
gegevens.


Beschrijving interactieve functionaliteit
Gebruikersinterface
Een scherm waarin alle gegevens getoond worden die in de samengevoegde rap-
portagegegevensset zijn opgenomen.


Functionaliteit voor tonen:
- Selectiemogelijkheid op ieder voorkomend veld.
- Selectiemogelijkheid op lege velden (ontbrekende gegevens).
- Combinaties van selecties moeten mogelijk zijn.


Functionaliteit voor bewerken:
- Inlezen van gegevens uit een of meerdere bestanden (bijvoorbeeld spreadsheet
 draaitabel) of databases van andere applicaties.
- Rechtstreeks inlezen van gegevens uit een andere applicatie.
- Bewerken van de gegevens, bijvoorbeeld berekening doorvoeren en sorteringen.
- Opslaan van de samengevoegde gegevensset. (1)
- Toevoegen van een zelf te definiëren omschrijving bij de samengevoegde gege-
 vensset.
90   EXTERNE VERANTWOORDING




                                       Controles door ICT-systeem
                                       Controles bij interface-element 1:
                                       - De naam van de gegevensset moet voldoen aan een vastgesteld format.
                                       - De naam mag nog niet voorkomen.


                                       Acties door ICT-systeem
                                       Acties bij interface-element: geen


                                       Gegevens
                                       De gegevens verschillen per rapportage.



                        BEHEREN RAPPORTAGESJABLONEN

                                       Ondersteunt use cases
                                       - Use case: toeleveren opdrachtgevers
                                          •   Activiteit: verwerken gegevens naar rapport


                                       - Use case: toelevering ad hoc
                                          •   Activiteit: verwerken gegevens naar rapport


                                       - Use case: toelevering inburgering
                                          •   Activiteit: verwerken gegevens naar rapport


                                       Doel
                                       Hergebruik van eerder gemaakte rapportagesjablonen.


                                       Functiesoort
                                       Interactief


                                       Korte beschrijving
                                       Een lijst met rapportagesjablonen die bewerkt kan worden. Tevens kan het gene-
                                       reren en opslaan van rapportages op basis van een sjabloon vanuit deze functie
                                       worden uitgevoerd.


                                       Beschrijving interactieve functionaliteit
                                       Gebruikersinterface
                                       Een scherm dat een lijst met rapportagesjablonen toont.
EXTERNE VERANTWOORDING   91




               Functionaliteit:
               - Aanmaken of bewerken van een sjabloon (1)
               - Naam van een sjabloon wijzigen (2)
               - Verwijderen van een sjaboon
               - Genereren en opslaan van een rapportage o.b.v. een sjabloon
               - Beschikbaar stellen van een sjabloon aan een gebruiker of gebruikersgroep


               Controles door ICT-systeem
               Controles bij interface-element 2:
               - Naam moet voldoen aan format
               - Systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam


               Acties door ICT-systeem
               Acties bij interface-element 1:
               - Starten van de functie maken rapportage.



MAKEN RAPPORTAGE

               Ondersteunt use cases
               - Use case: toeleveren opdrachtgevers
                   •   Activiteit: verwerken gegevens naar rapport


               - Use Case: toelevering ad hoc
                   •   Activiteit: verwerken gegevens naar rapport


               - Use Case: toelevering inburgering
                   •   Activiteit: verwerken gegevens naar rapport


               Doel
               Een rapport(age) die voldoet aan de gestelde eisen van het contract of de informa-
               tievraag.


               Functiesoort
               Interactief


               Korte beschrijving
               De gegevens uit een rapportagegegevensset kunnen worden verwerkt tot een over-
               zichtelijke rapportage door het aanpassen van de layout, het laten genereren van
               grafieken en het toevoegen van tekst en plaatjes. Het resultaat kan als rapportage
92   EXTERNE VERANTWOORDING




                              worden opgeslagen en de lay-out en gegevensbewerkingen kunnen als sjabloon
                              worden opgeslagen.


                              Beschrijving interactieve functionaliteit
                              Interactief


                              Gebruikersinterface
                              Een scherm waarin de lay-out van de rapportage kan worden bepaald.


                              Functionaliteit:
                              - het selecteren van een rapportagegegevensset (1)
                              - het maken van de lay-out van de rapportage (3)
                              - het genereren van grafieken
                              - het toevoegen van tekst en plaatjes
                              - het opslaan van de lay-out, rapportagegegevensset-selectie en gegevensbewer-
                               kingen als rapportagesjabloon (4)
                              - het bewerken van een zelf te definiëren omschrijving bij het rapportagesjabloon (5)
                              - het resultaat opslaan als rapportage (6)


                              Controles door ICT-systeem
                              Controles bij interface-element 5:
                              - naam lay-out moet voldoen aan format
                              - naam lay-out mag nog niet voorkomen


                              Acties door ICT-systeem
                              Acties bij interface-element: n.v.t.


                              Gegevens
                              Toeleveren opdrachtgevers en ad hoc rapportages
                              De gegevens zijn afhankelijk van de gegevensset in het contract of van de gestelde
                              informatievraag en deze gegevens kunnen per contract danwel informatievraag
                              verschillend zijn.


                              Toelevering inburgering
                              De voor het Keurmerk Inburgeren te verwerken gegevens wisselen. De gegevensset
                              is gedocumenteerd in de Handleiding Keurmerk Inburgering (zie Gegevens Keur-
                              merk Inburgeren.) Deze wordt steeds weer vernieuwd.
EXTERNE VERANTWOORDING   93




                Opmerkingen
                Afstemming of integratie met andere functies
                Deze functie kan samen met de functies maken KRD-rapportagegegevensset en
                bewerken rapportagegegevens (en de bijbehorende beheer functies) gebruikt wor-
                den voor het uitvoeren van use cases waarin rapportages gemaakt worden. Het is
                voor de efficiëntie van de uitvoering van de use cases belangrijk dat deze functies
                op elkaar afgestemd of geïntegreerd worden ontwikkeld. Het moet mogelijk zijn om
                gegevens toe te voegen aan de rapportage, zodanig dat de stappen voor het maken
                van een rapportage niet opnieuw uitgevoerd hoeven te worden. Dit vergt bijvoor-
                beeld dat bewerkingen op gegevens vastgelegd kunnen worden in plaats van dat ze
                volledig handmatig zijn.



BIJWERKEN ADMINISTRATIE KEURMERK

                Ondersteunt use cases
                - Use case: aanleveren gegevens keurmerk Inburgeren
                   •   Activiteit: versturen rapportage


                - Use case: resultaat audit verwerken
                   •   Activiteit: bijwerken administratie Keurmerk


                Doel
                Inzicht hebben in de communicatie met Blik op Werk rondom het keurmerk inbur-
                geren.


                Functiesoort
                Interactief


                Korte beschrijving
                Met deze functie kan handmatig een logboek worden bijgehouden over de com-
                municatie met en de inhoud van de terugkoppeling van Blik op Werk rondom het
                keurmerk inburgeren. Het betreft de communicatie in beide richtingen, over het
                verzenden alsook over het ontvangen. De terugkoppeling betreft het resultaat van
                een audit die Blik op Werk uitvoert.


                Beschrijving interactieve functionaliteit
                Interactief
94   EXTERNE VERANTWOORDING




                              Gebruikersinterface
                              - Overzicht van alle rapportages waarvan geregistreerd is dat ze verzonden zijn
                               (inclusief datum verwerkt/verstuurd).
                              - Verwijzing opnemen naar een nieuwe verzonden rapportage (URL)
                              - Bewerken van een (zelf te definiëren) omschrijving bij de rapportage.
                              - Bewerken van een (zelf in te vullen) datum van verwerking of verzending van de
                               gevraagde gegevens (archief).
                              - Vermelden van de verzendwijze van het rapport (uploaden op website, mail, post
                               etcetera)
                              - Mogelijkheid om verwijzing naar gerelateerde bestanden op te nemen (URL)
                               (bijvoorbeeld het bij de onderwijsinstelling opgeslagen ingevulde format van de
                               beveiligde website van Blik op Werk.)
                              - Mogelijkheid om per rapport de feedback van Blik op Werk te registreren, name-
                               lijk het resultaat van de audit. Het resultaat kan zijn: correcte cijfers ‘ja’ correcte
                               cijfers ‘nee’. Indien correcte cijfers ‘ja’: tekortkoming ‘ja’ tekortkoming ‘nee’.


                              Controles door ICT-systeem
                              Controles bij interface-element: nvt


                              Acties door ICT-systeem
                              Acties bij interface-element: nvt
EXTERNE VERANTWOORDING   95




COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort, istockphoto.com
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                    Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
96   EXTERNE VERANTWOORDING




 Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   1




FUNCTIONEEL ONTWERP




ONDERWIJSLOGISTIEK,
ROOSTEREN EN
BEHEREN MIDDELEN
2   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   3




INLEIDING

            In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van het onderwijs-
            logistieke proces, het roosterproces en het beheren van de middelen.


            Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder-
            steuning daarvan door een concreet ICT systeem. De hier beschreven functionaliteit
            kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of
            als één of meer aparte ICT-systemen.


            Beschrijvend en technisch gedeelte
            Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte,
            waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge-
            deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten
            staan weergegeven.


            In het beschrijvende gedeelte wordt u door de belangrijkste delen van ons ontwerp
            geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs-
            punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar de keuze-
            mogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen zich bevinden.


            Het beschrijvende gedeelte bestaat uit negen delen. Elk deel valt uiteen in een aantal
            use cases. Aan het begin wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u
            zich bevindt binnen het totaal aan use cases.


            In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun-
            ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een
            beschrijving van de use cases. Dit is een beschrijving van het proces vanuit het
            perspectief van een gebruiker van het systeem.


            Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit
            het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functionele ontwerp van het
            onderwijslogistieke proces, het roosterproces en het beheren van de middelen.


            Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte de
            gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat
            een ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
4   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   5




INHOUDSOPGAVE

                Inleiding                                                                           3
                     Beschrijvend en technisch gedeelte                                             3

                Beschrijvend gedeelte                                                               7

                Deel I: Het formuleren van de leervraag en het specificeren van het
                leerarrangement                                                                     8
                    Uitgangspunten en keuzes                                                        8
                    Het formuleren van de leervraag van de deelnemer                                9
                    Het specificeren van het leerarrangement                                         11

                Deel II: Het BPV-proces                                                            13
                    Uitgangspunten en keuzes                                                       13
                    Beheren BPV-bedrijfsgegevens                                                   16
                    Beheren BPV-plaats                                                             16
                    BPV matching                                                                   16

                Deel III: Het maken en e ectueren van het rooster                                  18
                    Uitgangspunten en keuzes                                                       18
                    Het maken van het rooster                                                      19
                    Het e ectueren van het rooster                                                 21

                Deel IV: Meer flexibiliteit in het roosteren                                        23
                    Uitgangspunten en keuzes                                                       23
                    Het aanvullen van het rooster met individuele leerwensen                       24
                    Controleren van de realisatie van het rooster                                  25

                Deel V: Deelnemeracceptatie en individuele roosteroplossingen                      26
                    Uitgangspunten en keuzes                                                       26
                    De deelnemer accepteert het rooster                                            27
                    Monitoren van de acceptatie door deelnemers                                    28
                    Individueel roosterprobleem oplossen                                           29
                    Afhandelen van niet planbare leerarrangementen                                 30
6   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                Deel VI: Forward mapping; verwachtingen meenemen in het roosterproces   32
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                            32
                                                    Tactische planning                                                  33
                                                    Strategische planning                                               34

                                                Deel VII: Het optimaal inzetten van de middelen                         37
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                            37
                                                    Wijzigen middelen                                                   38
                                                    Behandelen van de aanvraag van middelen                             39

                                                Deel VIII: Het oplossen van problemen in de uitvoering                  41
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                            41
                                                    Oplossen van een uitvoeringsprobleem                                42
                                                    Oplossen van een calamiteit                                         42

                                                Deel IX: Registreren van aan- en afwezigheid                            43
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                            43
                                                    Melden van afwezigheid door de deelnemer                            44
                                                    Registreren van aan- en afwezigheid                                 44

                                                Technisch gedeelte                                                      47
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   7




BESCHRIJVEND GEDEELTE
8   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                        DEEL I: HET FORMULEREN VAN DE LEERVRAAG EN HET SPECIFICEREN VAN HET
                        LEERARRANGEMENT




                                                Uitgangspunten en keuzes
                                                - De leervraag van de deelnemer staat centraal in het gehele proces van onderwijs-
                                                  logistiek en roosteren
                                                - De leervraag wordt samen met de deelnemer geformuleerd
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   9




- Keuzevrijheid van de instelling om het arrangement samen met deelnemer te spe-
 cificeren met behulp van referentiearrangementen en de onderwijscatalogus
- Mogelijkheid om de intake, het formuleren van de leervraag en het specificeren
 van het arrangement geheel of gedeeltelijk samen te voegen, indien zinvol
- De inrichting van de onderwijscatalogus is aan de instelling. De onderwijscatalo-
 gus bevat (op het laagste aggregatieniveau) de roosterbare eenheden met behulp
 waarvan het onderwijsaanbod kan worden opgebouwd (gearrangeerd). De struc-
 tuur en inrichting van de onderwijscatalogus is van invloed op de flexibileit van
 het onderwijs


Het formuleren van de leervraag van de deelnemer
Een van de meest fundamentele uitgangspunten van de onderwijsfilosofie van Triple
A is het centraal stellen van de leervraag van de deelnemer. Door de leervraag te
beschrijven en deze vervolgens te vertalen naar producten die door de onderwijsin-
stelling worden aangeboden, wordt hier recht aan gedaan. Dit kan een verzameling
samenhangende producten uit de onderwijscatalogus zijn, maar ook een verzameling
‘losse producten’. Een deelnemer hoeft dus niet te worden ingeschreven op een com-
plete opleiding, bestaande uit vaste vakken, die door alle deelnemers worden gevolgd.


Samen met de deelnemer
Als de leervraag van de deelnemer centraal staat, betekent dit grote betrokken-
heid van de deelnemer bij het vaststellen hiervan. Het formuleren van de leervraag
gebeurt dan ook samen met de deelnemer.


Samenhang met Intake
Tijdens de Intakefase is de leervraag van de deelnemer verkend en is meestal een
start onderwijsproduct afgesproken. Het start onderwijsproduct is het onderwijs-
product uit de onderwijscatalogus waarmee de deelnemer direct na inschrijving kan
starten.
De tijdens de Intake gemaakte afspraak op hoofdlijnen, specificeert nog niet wat de
deelnemer binnen dat verbintenisgebied precies wil gaan doen en wat de onderwijs-
instelling hiervoor aan producten in huis heeft en aan middelen moet gaan inzetten.
In veel gevallen zal de leervraag nog niet expliciet genoeg zijn gemaakt en moet de
deelnemer daarbij worden geholpen. Pas dan kan een goed aanbod worden gefor-
muleerd.
Is een deelnemer al op weg met zijn studie, dan kan er aanleiding zijn om de leer-
vraag opnieuw tegen het licht te houden en te (her)formuleren. Daarna zal (in de
use case arrangement specificeren) de vertaling naar producten uit de onderwijsca-
talogus plaatsvinden, tot op gewenste niveau.
10   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Het is overigens aan de instelling om de use cases intake, formuleren leervraag en
                                                 arrangement specificeren wanneer dat zinvol is, geheel of gedeeltelijk te combineren.


                                                 Leervraag vanuit een bedrijf of instelling
                                                 De leervraag kan ook uitgaan van een bedrijf of instelling die, nog los van de individu-
                                                 ele inschrijvingen, een op maat gesneden aanbod wil krijgen voor zijn medewerkers.


                                                 Producten uit de onderwijscatalogus
                                                 De onderwijscatalogus bevat alle onderwijsproducten die een onderwijsinstelling
                                                 kan aanbieden. Door de leervraag uit te drukken in deze onderwijsproducten, ont-
                                                 staat voor de deelnemer duidelijkheid over wat zijn studie (of ieder geval de start
                                                 van de studie) zal gaan betekenen. Voor de onderwijsinstelling is dit een eerste
                                                 stap om te komen tot een concreet aanbod waarvan in een later stadium de plan-
                                                 ning- en middelenbehoefte duidelijk wordt. Hierbij kan de instelling gebruik maken
                                                 van referentiearrangementen. Dit zijn voorbeelden van in een arrangement samen-
                                                 gebrachte onderwijsproducten die invulling geven aan een bepaalde leerroute


                                                 Specifieke wensen of beperkingen (randvoorwaarden)
                                                 Er zijn talloze zaken die van invloed kunnen zijn op de realiseerbaarheid van de leer-
                                                 vraag of deze in ieder geval kunnen beïnvloeden. Naast fysieke beperkingen van een
                                                 deelnemer kun je ook denken aan de plaats of het tijdstip van de onderwijsuitvoering
                                                 waar een deelnemer niet aan kan voldoen door bijvoorbeeld werk of vervoer. Door
                                                 dit zo vroeg mogelijk in het proces te inventariseren, kan hiermee rekening worden
                                                 gehouden voor het bepalen van het onderwijsaanbod. Deze aanvullende wensen of
                                                 beperkingen maken onderdeel uit van de leervraag (en het daaruit volgende arran-
                                                 gement). Ook Erkennen van Verworven Competenties (EVC’S) heeft invloed op het
                                                 uiteindelijk te volgen onderwijsarrangement.


                                                 Controles
                                                 De begeleider zal het pakket onderwijsproducten steeds toetsen aan een aantal
                                                 criteria. Er moet worden voldaan aan vooropleidingseisen. De urennorm (BBL/BOL)
                                                 moeten worden gechecked in verband met bekostiging. In de meeste gevallen moet
                                                 ook worden gewaarborgd dat een verzameling onderwijsproducten leidt tot het kun-
                                                 nen behalen van een erkend diploma. Deze controles kunnen na het formuleren van
                                                 de leervraag al worden uitgevoerd, zij het beperkt. Op basis van het arrangement
                                                 en het uiteindelijke rooster zijn gedetailleerdere controles mogelijk. Deze controles
                                                 spelen daarnaast ook een rol in het proces van begeleiden en monitoren.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   11




Resultaat
Er is een geformuleerde en vastgelegde leervraag uitgedrukt in product(en) uit de
onderwijscatalogus die is aangevuld met wensen en randvoorwaarden van de deel-
nemer, zodat de vraag omgezet kan worden in een arrangement.


Het specificeren van het leerarrangement
Nadat de leervraag is vastgelegd en uitgedrukt in (één of meerdere) producten uit
de onderwijscatalogus, dient deze verder te worden gespecificeerd. Daarbij worden
alle relevante keuzes en volgordes binnen en tussen onderwijsproducten vastge-
legd. Daardoor wordt het aangeboden pakket onderwijsproducten een planbaar en
uitvoerbaar geheel. Bij het opstellen van het arrangement kan gebruik worden ge-
maakt van referentiearrangementen. Dit zijn voorbeelden van in een arrangement
samengebrachte onderwijsproducten die invulling geven aan een bepaalde leerrou-
te. Er vindt een finale check plaats of aan de randvoorwaarden van de deelnemer is
voldaan.


Het arrangement definieert zo de leerroute die de deelnemer wil gaan afleggen. De
verschillende leerroutes die mogelijk zijn, kunnen worden afgeleid uit de metadate-
ring van de onderwijsproducten, bijvoorbeeld op basis van de verwijzingen naar de
taxonomie. Daarnaast kan er in de metadatering van samengestelde onderwijspro-
ducten (hoger aggregatieniveau) in de onderwijscatalogus informatie zijn opgeno-
men over de mogelijke leerroutes.
Deze stap is van belang om te zorgen dat alle individuele arrangementen tot een
uitvoerbare planning leiden. Daarvoor zullen de overeenkomstige onderdelen (qua
inhoud en tijd) van de individuele arrangementen verzameld worden. Soms zal, als
onderdeel van het arrangeerproces, de volgorde van aangeboden onderwijsproduc-
ten moeten worden gewijzigd of zal een andere uitvoeringslocatie uitkomst bieden.


Spelregels
De onderwijsinstelling zal spelregels moeten opstellen voor de ruimte die aan de
deelnemer wordt geboden t.a.v. keuzevrijheid en gebruik maken van de flexibiliteit
in het onderwijsaanbod. Daarnaast zal aan de arrangeur duidelijk moeten worden
gemaakt waar deze zich aan te houden heeft om tot een economisch verantwoord
arrangement te komen. Hij zal zich moeten houden aan wettelijke normen en aan
de overeengekomen verhouding tussen theorie en praktijk.
De arrangeur wordt in het werk geholpen door gebruik te maken van eerder
gemaakte (referentie-)arrangementen en door informatie die beschikbaar is uit
prognoses.
12   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Niet noodzakelijkerwijs met de deelnemer samen
                                                 Bij het formuleren van de leervraag is de deelnemer zeer nadrukkelijk in beeld. Het
                                                 is immers zijn leervraag. Bij het arrangeren bepaald het aanbod de focus. Triple A
                                                 heeft om deze reden twee use cases (formuleren leervraag en arrangement speci-
                                                 ficeren) gemaakt en niet één. De deelnemer is bij arrangeren nadrukkelijk minder
                                                 in beeld, omdat gekeken wordt naar de aan te bieden producten en de uitvoerbaar-
                                                 heid daarvan. Desalniettemin zal in een aantal gevallen ook het arrangeren samen
                                                 met de deelnemer kunnen plaatsvinden.


                                                 Verbinding van aanbod met resources
                                                 De producten in de onderwijscatalogus zijn voorzien van informatie over de beno-
                                                 digde resources die bij dat product horen. De manier waarop gearrangeerd wordt,
                                                 heeft uiteindelijk effect op het beslag dat gedaan wordt op de middelen. ‘Slim’
                                                 arrangeren betekent zuinig omgaan met de beschikbare middelen en de mate van
                                                 uitputting daarvan. Hoewel het roosterproces uiteindelijk een zo efficiënt mogelijke
                                                 match moet maken tussen het gevraagde onderwijs (vastgelegd in de arrangemen-
                                                 ten) en de beschikbare middelen, kunnen er al bij het arrangeren keuzes gemaakt
                                                 worden die dit proces versoepelen.


                                                 Resultaat
                                                 Uiteindelijk ontstaat een op de deelnemer toegesneden arrangement waarin de
                                                 leervraag is vertaald naar een aanbod, samengesteld uit onderwijsproducten van de
                                                 onderwijscatalogus, aangevuld met aanvullende wensen en randvoorwaarden. De
                                                 verzameling arrangementen is daarmee geschikt gemaakt voor het roosterproces.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   13




DEEL II: HET BPV-PROCES




                  Uitgangspunten en keuzes
                  - Er is voor gekozen de beschrijving van het BPV-proces onderdeel te maken van
                   het logistieke systeem. Het BPV-proces raakt echter veel van de procesonderdelen
                   van het onderwijsprocesmodel. Waar nodig zijn in andere functionele ontwerpen
                   beschrijvingen opgenomen die te maken hebben met het BPV-proces
14   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 - In de onderwijscatalogus worden onderwijsproducten opgenomen die een
                                                   stage(periode) definiëren behorend bij een bepaalde uitstroomkwalificatie.
                                                   Dergelijke onderwijsproducten bevatten wel (op basis van de metadatering) de
                                                   relevante informatie voor het totstandbrengen van arrangementen en roosters.
                                                   Onderwijsproducten bevatten geen informatie over de BPV-plaats
                                                 - Matching van de in het rooster opgenomen stageperiode met een beschikbare
                                                   BPV-plaats kan plaatsvinden na het effectueren van het roosteren
                                                 - Matching moet voor daadwerkelijke aanvang van de stage hebben plaatsgevonden
                                                 Voor we specifiek ingaan op Beheren BPV bedrijf, Beheren BPV plaats en BPV mat-
                                                 ching geven we eerst een korte beschrijving van het BPV-proces


                                                 In onderstaand figuur is het BPV-proces schematisch weergegeven.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   15




Tijdens het Formuleren van de leervraag wordt door de begeleider op basis van de
leervraag van de deelnemer vastgesteld of een deel van de leerroute zal worden
ingevuld met BPV-producten. Tevens zal de begeleider nagaan of de deelnemer
specifieke wensen heeft t.a.v. het BPV-bedrijf en BPV-plaats.
In de use case Arrangement specificeren zal op basis van alle beschikbare informa-
tie betreffende de leervraag door de arrangeur de juiste onderwijsproducten uit de
onderwijscatalogus geselecteerd worden.


Het BPV-product uit de catalogus is te vergelijken met een lege envelop. De me-
tadatering van een dergelijk BPV-product bevat alle noodzakelijke informatie om
de arrangeur in de gelegenheid te stellen de envelop (het onderwijsproduct) op te
nemen in het arrangement.
Aangezien het BPV-onderwijsproduct nu onderdeel uitmaakt van het arrangement
kan de use case Maken rooster starten. Het opstellen van het rooster voor de
betreffende deelnemer is dus mogelijk op basis van de in het arrangement opgeno-
men lege BPV-envelop.


Na het moment van Effectueren rooster hebben deelnemer en begeleider nog tot
het moment van de daadwerkelijke start van de uitvoering van de stage de tijd om
de envelop te vullen met een zogenaamd BPV-aanbod. Is op dit startmoment geen
passend BPV-aanbod beschikbaar dan is er sprake van een uitvoeringsprobleem
(waarvoor vervolgens met de use case Oplossen uitvoeringsprobleem een oplossing
gezocht kan worden). Vullen van de envelop met een BPV-aanbod kan dus gebeu-
ren vanaf het moment dat de envelop uit de catalogus is geselecteerd en onder is
gebracht in het arrangement tot (uiterlijk) het moment dat uitvoering van de stage
volgens het rooster moet aanvangen.
Voor het vullen van de envelop is een aanbod van BPV-plaatsen noodzakelijk en
een proces dat de matching uitvoert tussen de vraag (gespecificeerd door middel
van de envelop) en het aanbod. Hiervoor zijn de use cases opgesteld. Daarnaast is
het mogelijk dat deelnemer direct een mogelijke BPV-plaats aandraagt. Dan is er
al sprake van een match en kan (bij akkoord bevinden) de verdere administratieve
afhandeling plaatsvinden.


Bij een succesvolle match hoort ook een adequate administratieve afhandeling door
middel van de use case Maken verbintenis. Er wordt een Praktijk OvereenKomst
(POK) opgesteld die als addendum wordt toegevoegd aan de bestaande verbintenis.
Onderdeel van het opstellen van de POK (voor verplichte BPV) is via een melding
aan BRON nagaan of de geselecteerde BPV-plaats daadwerkelijk beschikbaar is. Is
dit niet het geval dan kan de POK niet worden bekrachtigd en zal er opnieuw een
matchingsproces moeten worden uitgevoerd om een nieuw BPV-aanbod te vinden.
16   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 In de kernregistratie deelnemers worden de noodzakelijke gegevens opgenomen
                                                 voor de BPV-uitwisseling met BRON.


                                                 Beheren BPV-bedrijfsgegevens
                                                 Het beheren van de BPV-bedrijfsgegevens maakt onderdeel uit van “beheren mid-
                                                 delen”.
                                                 Het gaat hier om een registratiesysteem waarin diverse typen leerbedrijven en
                                                 andere instellingen zijn opgenomen. Wij beperken ons tot de registratie van de
                                                 gegevens die van belang zijn voor:
                                                 - Het matchingsproces (bijv. reisafstand)
                                                 - De bekostiging
                                                 - Het opstellen van de verbintenis (praktijkovereenkomst/BPV-overeenkomst)


                                                 Beheren BPV-plaats
                                                 Naast het beheren van de bedrijfsgegevens is het van belang dat de BPV-plaats(en)
                                                 die binnen de (geaccrediteerde) bedrijven beschikbaar zijn, beheerd worden. Het
                                                 beheer moet er op gericht zijn de informatie met betrekking tot de BPV-plaatsen
                                                 beschikbaar te stellen voor het BPV-matchingsproces.


                                                 Een leerbedrijf kan een of meerdere BPV-plaatsen aanbieden. Deze BPV-plaatsen
                                                 kunnen verschillen qua kwalificatiedossier en type (oriënterend/taalstage etc.) Wan-
                                                 neer de stamgegevens van het leerbedrijf nog niet zijn vastgelegd, moet dit eerst
                                                 gebeuren (via werkopdracht naar de use case Beheren BPV-bedrijfsgegevens). Het
                                                 aanbod van de BPV-plaats is geen garantie dat deze ook werkelijk (nog) beschik-
                                                 baar is. Deze check zal in de regel plaatsvinden nadat de BPV-match is gemaakt.


                                                 BPV-matching
                                                 Bij het formuleren van de leervraag is een BPV-onderwijsproduct (envelop) uit de
                                                 onderwijscatalogus geselecteerd en deze moet worden ingevuld met een feitelijke
                                                 BPV-plaats. Het vullen van de envelop met een BPV-plaats noemen we BPV-
                                                 matching. Matching kan op twee manieren starten:
                                                 - Deelnemer of begeleider geeft opdracht aan het systeem om mogelijke matches
                                                   te onderzoeken
                                                 - Deelnemer of begeleider heeft al een BPV-plaats op het oog en selecteert deze uit
                                                   het BPV-aanbod


                                                 Wanneer het systeem geen BPV-plaats vindt dan kan:
                                                 - Het BPV-bureau actief in het bestand gaan zoeken en de eventuele knelpunten in
                                                   overleg met het leerbedrijf proberen op te lossen (accreditatie, periode, etc.)
                                                 - De deelnemer zijn randvoorwaarden wellicht aanpassen
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   17




- De deelnemer / begeleider/BPV-bureau op zoek gaan naar een leerbedrijf/BPV-
 plaats en deze laten toevoegen aan het bestand
- De deelnemer zijn leervraag bijstellen door een ander onderwijsproduct te kiezen.
 Hierbij moet worden opgemerkt dat een nieuw product wel moet passen op de
 “roosterplaats” van het product dat vervangen wordt


Wanneer er één of meerdere BPV-plaatsen zijn geselecteerd, moet nog worden
nagegaan of de BPV-plaats daadwerkelijk (nog) beschikbaar is. Vervolgens wordt
de deelnemer gevraagd contact op te nemen met het leerbedrijf om afspraken te
maken en waar nodig te gaan solliciteren (=eigenschap van de BPV-plaats).
Als de deelnemer, het leerbedrijf en het BPV-bureau akkoord zijn, kunnen de be-
nodigde verbintenissen worden opgesteld. Op het moment dat de partijen niet tot
overeenstemming komen, start het matchingsproces voor de deelnemer opnieuw.
18   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                         DEEL III: HET MAKEN EN EFFECTUEREN VAN HET ROOSTER




                                                 Uitgangspunten en keuzes
                                                 - Keuze in de mate van flexibiliteit van het rooster door de toepassing van instel-
                                                   bare regels (onderwijs- en bedrijfsregels) en door in het rooster vrij in te vullen
                                                   ruimte te creëren
                                                 - Roosteren door het combineren van de individuele arrangementen van deelne-
                                                   mers en de collectief beschikbare middelen
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   19




- Mogelijkheid tot simuleren (met fictieve middelen) voor een optimale rooster-
 oplossing
- Roosteren met ‘bevroren’ arrangementen en middelen


Het maken van het rooster
De use case ‘maken rooster’ omvat het proces dat alle individuele leervragen,
bestaande uit onderwijsproducten en geformuleerd in arrangementen, bij elkaar
voegt. Alle gevraagde onderwijsproducten worden verbonden aan de beschikbare
middelen (bijvoorbeeld docenten, lokalen en andere faciliteiten). Dit alles wordt
geplaatst in de tijd. Een belangrijk aspect hierbij is het vinden van de balans tussen
de wensen van de deelnemer, het beschikbare onderwijsaanbod inclusief de bijbe-
horende middelen en een efficiënte bedrijfsvoering.


Een andere manier van roosteren is dat er op basis van historische gegevens, erva-
ringscijfers en huidige aantallen wordt bepaald welke onderwijsproducten waar-
schijnlijk zullen worden gevraagd. Deze onderwijsproducten worden dan gepland.
Na dit proces kunnen deelnemers hun leervraag formuleren door zich in te schrijven
op de geplande onderwijsproducten. Ook deze wijze van roosteren past binnen het
functioneel ontwerp, alleen de volgordelijkheid van de use cases is dan anders.


Roosterafwegingen
Voordat een roosterproces wordt gestart, is er een aantal afwegingen gemaakt, met
betrekking tot het proces van roosteren.
- De lengte van een roosterperiode. Bijvoorbeeld 1 dag, 10 weken of een heel jaar.
- De frequentie van het maken van een nieuw rooster. Bijvoorbeeld elke dag, elke
 10 weken of 1 keer per jaar. Om het verschil met de lengte van de periode duide-
 lijk te maken; als er gekozen is om altijd een rooster van 10 weken bekend te wil-
 len hebben, kan er bijvoorbeeld voor worden gekozen om iedere week een nieuw
 weekrooster te maken voor over 10 weken.
- De lengte van de periode voorafgaande aan de ingangsdatum van een rooster,
 waarop deze definitief moet zijn. Bijvoorbeeld 1 week voor start moet een rooster
 zijn vastgesteld.


De gemaakte keuzes verschillen per instelling en soms ook nog binnen één instel-
ling. Alle keuzes worden ondersteund in het functioneel ontwerp.
Een belangrijke keuze door Triple A is dat de roostermachine roostert met ‘be-
vroren’ informatie. Dit wil zeggen; voor aanvang van het roosteren worden alle
opgestelde arrangementen en beschikbare middelen bevroren, zodat wijzigingen
in arrangementen of middelen tijdens het roosterproces niet automatisch worden
meegenomen. Deze middelen worden op dat moment ook voorlopig gereserveerd.
20   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Dit om het proces beheersbaar te houden. Als alle wijzigingen continu zouden moe-
                                                 ten worden meegenomen, is ieder gemaakt rooster direct achterhaald.


                                                 Onderwijsregels en bedrijfsregels
                                                 Om de roostermachine ‘goede’ roosters te kunnen laten maken, is het nodig om
                                                 gemaakte afspraken binnen een instelling te vertalen in regels. Er zijn regels die
                                                 betrekking hebben op het onderwijs en regels die betrekking hebben op de bedrijfs-
                                                 voering. Deze onderwijs- en bedrijfsregels kunnen in een roostermachine worden
                                                 vastgelegd, bijvoorbeeld het maximaal aantal lesuur per dag voor een deelnemer of
                                                 een docent, het maximaal aantal tussenuren, het mogen afwijken van een samen-
                                                 gesteld arrangement, een minimale bezettingsgraad van 70% voor een ruimte, etc.
                                                 Ook in de onderwijscatalogus staan onderwijs- en bedrijfsregels per onderwijspro-
                                                 duct, bijvoorbeeld over de benodigde faciliteiten, het minimaal en maximaal aantal
                                                 deelnemers, over de vereiste voorkennis, over de samenhang met een ander on-
                                                 derwijsproduct enz. Dergelijke informatie maakt onderdeel uit van de zogenaamde
                                                 metadatering. Daarnaast kunnen er ook bedrijfsregels staan in de middelenadmi-
                                                 nistratie, zoals de beschikbaarheid van een docent, of het maximum aantal deelne-
                                                 mers in een lokaal.


                                                 Als de regels zijn vastgelegd, is het belangrijk om te bepalen en vast te leggen
                                                 wat de zwaarte is van een regel. Is het bijvoorbeeld belangrijker dat een gevraagd
                                                 onderwijsproduct wordt gepland of dat het minimale aantal deelnemers wordt ge-
                                                 haald.


                                                 Roosteren
                                                 Met al deze gegevens kan er worden geroosterd voor de eerstvolgende periode. Om
                                                 een inschatting te maken of het roosterproces goed loopt, heeft de roostermaker
                                                 continu zicht op de voortgang. De roostermachine maakt een top x (bijvoorbeeld
                                                 een top 5) van roostervoorstellen, waaraan een score hangt en een diagnoserap-
                                                 port. De score wordt bepaald door het voldoen aan de ingestelde regels met de
                                                 weegfactoren. Hoe meer een voorstel voldoet aan de (belangrijkste) gestelde re-
                                                 gels, hoe hoger de score. In het diagnoserapport staat beschreven aan welke regels
                                                 niet wordt voldaan en wat de reden hiervoor is. Ook wordt duidelijk welke (deel)
                                                 arrangementen niet kunnen worden gepland.


                                                 Dialoog
                                                 De beste roostervoorstellen worden geanalyseerd door de roostermaker. Vervolgens
                                                 bespreekt hij de voorstellen met de persoon die verantwoordelijk is voor het onder-
                                                 wijs en de persoon die verantwoordelijk is voor de middelen. Deze managers on-
                                                 derwijs en bedrijfsvoering beslissen welk roostervoorstel het beste is en vervolgens
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   21




ook of het voorstel goed genoeg is. Ook kan ervoor worden gekozen om (steeks-
proefsgewijs) deelnemers en docenten te betrekken in deze dialoog. Voor Triple A is
de dialoog het middelpunt in het proces van roosteren en erg belangrijk.


Simuleren
Als ook het beste roostervoorstel geen goedkeuring krijgt, moet er worden gesi-
muleerd. Het diagnoserapport kan ook een aanleiding zijn om te gaan simuleren.
De managers onderwijs en bedrijfsvoering beslissen wat er in de simulatie wordt
aangepast. Er kunnen aanpassingen worden gedaan in de regels en er kan worden
gesimuleerd met extra of andere middelen. Eventueel kunnen arrangementen wor-
den aangepast. Indien er voor wordt gekozen om te simuleren met andere of extra
middelen, is het uitgangspunt dat de aanpassing of toevoeging wel kan worden
gerealiseerd voor aanvang van de start van de roosterperiode.
De simulatie levert ‘nieuwe’ roostervoorstellen met diagnoserapporten op. Daarin
staat naast de informatie over het niet voldoen aan regels en arrangementen ook
duidelijk welke aanpassingen zijn gedaan in de simulatie. De simulatieroostervoor-
stellen worden wederom in een dialoog besproken.
Het proces roosteren stopt als er een roostervoorstel is wat de goedkeuring heeft
van de managers of als er geen tijd meer is.


Het e ectueren van het rooster
Als er is besloten om een roostervoorstel daadwerkelijk uit te gaan voeren, moe-
ten allerlei activiteiten in gang worden gezet om een rooster op een correcte wijze
definitief te maken.
Als eerste moet een roostervoorstel in de productieomgeving worden gezet, waar-
door het een actueel rooster wordt voor de eerstvolgende periode. Hierdoor leg je
beslag op de benodigde middelen en worden eventuele wijzigingen vanuit de simu-
latie in de regels, middelen of arrangementen overgenomen. Tijdens het rooster-
proces kunnen ook veranderingen hebben plaatsgevonden in de arrangementen of
in de beschikbare middelen. Al deze veranderingen tussen het roostervoorstel en de
actuele gegevens worden zichtbaar, zodat er actie kan worden ondernomen.


Acties uit wijzigingen
Als er arrangementen zijn die niet gepland kunnen worden of zijn gewijzigd, moet
dit door de begeleider met de deelnemer worden besproken en uiteindelijk worden
aangepast in het systeem. Als er in de simulatie middelen zijn aangepast of toege-
voegd (er zijn fictieve middelen ingezet), dan moeten deze wijzigingen of toevoe-
gingen daadwerkelijk worden gerealiseerd, bijvoorbeeld het huren van een lokaal
elders.
22   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Communicatie
                                                 Alle personen die betrekking hebben op het gemaakte roostervoorstel worden op de
                                                 hoogte gebracht dat er een nieuw rooster is. Dit kunnen de deelnemers en docen-
                                                 ten zijn waar het rooster voor geldt, maar ook de ondersteuning zoals conciërges
                                                 en receptie die ook informatie over het rooster nodig hebben.
                                                 Als een instelling ervoor kiest om de vraag van een deelnemer centraal te stellen,
                                                 kan ervoor worden gekozen iedere deelnemer zijn roostervoorstel te laten accepte-
                                                 ren. Indien dit het geval is, wordt in de communicatie over het rooster ook kenbaar
                                                 gemaakt wat de acceptatietermijn is.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   23




DEEL IV: MEER FLEXIBILITEIT IN HET ROOSTEREN




                  Uitgangspunten en keuzes
                  - Roosteren met vrije ruimte voor individuele leerwensen
                  - Monitoren van de effecten van flexibel roosteren
                  - Mogelijkheid voor het meenemen van bedrijfsoverwegingen (uitnutting resources)
                  - Beoordelen kwaliteit van het roosterproces
24   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Het aanvullen van het rooster met individuele leerwensen
                                                 Een leervraag van een deelnemer kan tijdens een roosterperiode verder ingevuld
                                                 worden, bijvoorbeeld als gevolg van opgedane ervaringen. Een instelling kan hierop
                                                 inspelen door een deelnemerrooster niet geheel te vullen, maar een rooster met
                                                 vrije ruimte te maken, waarbij deze vrije ruimte tijdens de periode kan worden in-
                                                 gevuld met aanvullende wensen. Triple A heeft ervoor gekozen om dit proces in een
                                                 use case te beschrijven, maar een instelling hoeft dit proces niet te doorlopen.


                                                 Aanvullende leerwensen
                                                 Een rooster kan worden aangevuld op initiatief van een deelnemer. Een deelne-
                                                 mer kan besluiten om een extra onderwijsproduct te willen volgen. Dit kan een
                                                 onderwijsproduct zijn welke al voor andere deelnemers is gepland, maar ook een
                                                 onderwijsproduct welke nog niet is gepland. Daarnaast kan een deelnemer of een
                                                 groep deelnemers aangeven behoefte te hebben aan nog niet ‘ontwikkeld’ onderwijs
                                                 (zoals een praktijkopdracht, extra ondersteuning in een bepaald onderwerp etc.).
                                                 Nog niet ontwikkeld onderwijs staat uiteraard niet in de onderwijscatalogus. Pas als
                                                 het na ontwikkeling opgenomen is in de catalogus kan het daadwerkelijk ingezet
                                                 worden om de beschikbare (rooster)ruimte te vullen.


                                                 Een rooster kan worden aangevuld door een docent of begeleider. Als een docent
                                                 of begeleider een behoefte aan bepaald onderwijs (extra ondersteuning of een
                                                 excursie) constateert, kan worden aangeven dit onderwijs te willen aanbieden aan
                                                 een groep deelnemers. Een docent kan ook aangeven dat er behoefte is aan een
                                                 gesprek met een individuele deelnemer.


                                                 Altijd moet bepaald worden of het extra onderwijsproduct of gesprek bijdraagt aan
                                                 het behalen van een kwalificatie of opleiding. Daarnaast moet worden gekeken of er
                                                 genoeg middelen beschikbaar zijn om het extra onderwijs uit te kunnen voeren.
                                                 Deze individuele aanvullingen op het rooster vervangen de vrije ruimte die in het
                                                 rooster is gecreëerd.


                                                 Inschrijving
                                                 Een extra gepland onderwijsproduct kan worden opengesteld voor inschrijving. Er
                                                 wordt bepaald aan welke voorwaarden een deelnemer moet voldoen om het extra
                                                 product te volgen. Dan kan het onderwijsproduct worden aangeboden aan alle deel-
                                                 nemers die voldoen aan de gestelde voorwaarden. Het onderwijsproduct kan ook
                                                 worden aangeboden aan iedere deelnemer en wordt na de inschrijving bepaald of
                                                 een deelnemer voldoet aan de voorwaarden.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   25




Resultaat
Extra onderwijsproducten die worden gevolgd door een deelnemer, worden begeleid
door een docent, en/of gebruik maken van faciliteiten, worden opgenomen in het
deelnemer-, docenten- en faciliteitenrooster, hierdoor wordt het rooster een weer-
gave van de realisatie van onderwijs.


Controleren van de realisatie van het rooster
Als een roosterperiode is geëindigd, wil je als instelling weten of de vraag en het
aanbod samen zijn gekomen. Je wilt graag voor de wet- en regelgeving weten of
het geplande rooster ook daadwerkelijk is uitgevoerd en of er aan de klokuren-
norm (850 of 300) is voldaan. Om dit te beoordelen, moeten rapportages worden
gemaakt over het geplande onderwijsaanbod en het gerealiseerde aanbod. De
rapportages moeten worden geanalyseerd en worden besproken. Bij een negatief
resultaat kunnen verbetervoorstellen worden gedaan en acties worden uitgezet.


Specifiek voor de situatie dat het individueel aanvullen van het rooster wordt ge-
bruikt, wil je weten of de vrije ruimte die in het rooster is gecreëerd voldoende is
opgevuld met onderwijsactiviteiten.
Daarnaast wil je ook graag weten of het geplande rooster ook kwalitatief heeft
voldaan aan de gestelde eisen. Je wilt weten of het onderwijsaanbod overeenkwam
met de vraag van de deelnemers. Dit kun je achterhalen door enquêtes te doen. De
uitslag moet worden geanalyseerd en besproken.


Het is van belang om te weten of het roosterproces naar tevredenheid is verlopen,
gekeken naar het proces maar ook naar de docent. Tijdens het evalueren van het
proces, kunnen knelpunten worden besproken, verbetervoorstellen worden gedaan
en acties worden uitgezet.
Uit bedrijfsoverweging wil je weten of de benutting van de middelen in een roos-
terperiode heeft voldaan aan de gestelde eisen vanuit de instelling. Je wilt graag
rapportages over de bezettingsgraad, de tijden van bezetting etc. De rapportages
moeten worden geanalyseerd en worden besproken. Bij een negatief resultaat kun-
nen verbetervoorstellen worden gedaan en acties worden uitgezet.
26   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                         DEEL V: DEELNEMERACCEPTATIE EN INDIVIDUELE ROOSTEROPLOSSINGEN




                                                 Uitgangspunten en keuzes
                                                 - Het rooster wordt aan de deelnemer aangeboden ter acceptatie
                                                 - Deelnemeracceptatie leidt tot verwachte aanwezigheid in het afnemen van onder-
                                                   wijsproducten
                                                 - Het monitoren van de acceptatie van het rooster door deelnemers is sturingsin-
                                                   formatie voor het ondernemen van acties (bijv. herziening van roosters, collectief
                                                   overreden van deelnemers of doorvoeren van kleine roosterwijzigingen)
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   27




- Als een deelnemer zijn rooster niet accepteert wordt er eerst gezocht naar een
 individuele oplossing binnen het bestaande rooster
- Als een leerarrangement niet gepland kan worden, zijn er verschillende mogelijk-
 heden om dit op te lossen variërend van het aanvullen van het bestaande rooster
 tot het herformuleren van de leervraag


De deelnemer accepteert het rooster
Aangezien het centraal stellen van de leervraag van de deelnemer een fundamen-
teel uitgangspunt is van de onderwijsfilosofie van Triple A, heeft Triple A dit ook in
het proces roosteren vertaald. De gedachte is dat als de leervraag van de deelne-
mer echt centraal staat, de deelnemer een aangeboden rooster ook moet kunnen
accepteren of niet. De acceptatie is de finale bevestiging van de verbintenis en is
tevens de bevestiging dat een deelnemer verwacht wordt voor de geroosterde on-
derwijsproducten voor de aan- en afwezigheidregistratie.
In de simulatie kan ten behoeve van het maken van het rooster, het arrangement
van een deelnemer zijn aangepast, waardoor het extra van belang is dat de deelne-
mer dit rooster accepteert.


Triple A heeft ervoor gekozen om voor dit proces een use case te schrijven, maar
een instelling hoeft dit proces niet te doorlopen.


Het proces start als de deelnemer vanuit de use case effectueren rooster op de
hoogte is gebracht dat er een nieuw roostervoorstel is. De deelnemer kan zijn indi-
viduele rooster opvragen, maar ook informatie over de vastgestelde geformuleerde
leervraag, het vastgestelde arrangement, de vastgelegde randvoorwaarden bij de
use case formuleren van de leervraag en eventuele afwijkingen. Met deze informa-
tie kan de deelnemer beoordelen of het roostervoorstel acceptabel is.


Acceptatieproces
Een instelling kan op meerdere manieren een rooster door een deelnemer laten
accepteren.
- Passieve acceptatie: Er wordt automatisch vanuit gegaan dat een deelnemer het
 rooster accepteert. Alleen als een deelnemer kenbaar maakt dat hij het rooster
 niet accepteert, wordt er actie ondernomen.
- Actieve acceptatie: Een deelnemer moet binnen de gestelde termijn kenbaar
 maken of een rooster wel of niet wordt geaccepteerd. Als een deelnemer geen
 keuze maakt, of het rooster niet accepteert, wordt er actie ondernomen.


Als een deelnemer een rooster niet accepteert, geeft de deelnemer aan welke
onderwijsproducten niet worden geaccepteerd en de reden dat hij het rooster niet
28   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 accepteert. Als een deelnemer het rooster wel accepteert, wordt de deelnemer ver-
                                                 wacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten.
                                                 Een begeleider wordt op de hoogte gebracht als een deelnemer een rooster niet
                                                 accepteert, met de aanvullende informatie.


                                                 Resultaat
                                                 De deelnemers die het rooster (actief of passief) hebben geaccepteerd, worden ver-
                                                 wacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten. Voor de deelnemers die het rooster
                                                 niet hebben geaccepteerd, is er passende actie ondernomen.
                                                 Er is een overzicht welke deelnemers het rooster hebben geaccepteerd. Hierdoor is
                                                 inzichtelijk wanneer deze deelnemers welke onderwijsproducten volgen.


                                                 Er is een overzicht per deelnemer welke onderwijsproducten in het rooster niet zijn
                                                 geaccepteerd. Hierdoor is inzichtelijk bij welke onderwijsproducten deze deelnemers
                                                 niet komen en wat de reden hiervoor is. Met deze informatie kan de begeleider een
                                                 gesprek aangaan met de deelnemer.


                                                 Monitoren van de acceptatie door deelnemers
                                                 Als een instelling ervoor heeft gekozen om een deelnemer het roostervoorstel te
                                                 laten accepteren, zal dit proces ook moeten worden gemonitord. Dit proces start als
                                                 het acceptatieproces van de deelnemers is gestart (dus na het effectueren van het
                                                 rooster).


                                                 Tijdens het acceptatieproces zal er meerdere malen een rapport worden gegene-
                                                 reerd waarin de status per deelnemer staat vermeld waardoor het acceptatieproces
                                                 inzichtelijk is. Hoe vaak dit rapport zal worden gegenereerd, is instellingsafhanke-
                                                 lijk. Het rapport kan inzage geven in knelpunten, mits de instelling drempelwaardes
                                                 en criteria heeft opgesteld. Denk aan:
                                                 - Aantal/percentage deelnemers dat zijn rooster heeft afgewezen, drempelwaarde
                                                   voor een knelpunt is bijvoorbeeld bij meer dan 5%
                                                 - Aantal/percentage deelnemers dat nog niet heeft geaccepteerd, drempelwaarde
                                                   voor een knelpunt is bijvoorbeeld minder dan 50% in de laatste week (alleen van
                                                   toepassing bij een actieve acceptatie)


                                                 Als de acceptatie van roosters voldoende is, kan de uitvoering van het rooster
                                                 onverminderd doorgaan, maar als onverhoopt blijkt dat te veel deelnemers niet ac-
                                                 cepteren, moet er op gereageerd worden.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   29




Acties bij onvoldoende acceptatie
Als blijkt dat teveel deelnemers het rooster niet accepteren, moet worden geana-
lyseerd wat de reden is en wat mogelijke acties zijn om het probleem op te lossen.
Mogelijke acties zijn:
- Herzien rooster. Het proces in de use case maken rooster wordt opnieuw doorlo-
 pen. Daarbij is bepaald wat er in de input moet worden veranderd om de proble-
 men op te lossen, bijvoorbeeld:
  •   Het wijzigen van de inzet van bepaalde middelen, zoals de inzet van docenten
      of de locaties
  •   Het wijzigen van de arrangementen van bepaalde deelnemers
  •   Het wijzigen van roosterregels, zoals maximale groepsgrootte, reizen tussen
      locaties, tussenuren
- Collectief overreden. De begeleiding zal motiveren en beargumenteren aan de
 groepen waarom de instelling het rooster niet op de genoemde knelpunten her-
 ziet. De groep wordt gevraagd het rooster alsnog te accepteren.
- Kleine roosterwijziging. De roostermaker zal op basis van de genoemde redenen
 voor de afwijzing een oplossing zoeken binnen het huidige roostervoorstel. Het
 huidige rooster wordt in dit geval niet ingrijpend aangepast. Een voorbeeld is dat
 een onderwijsproduct op een ander tijdstip wordt gepland, voor de gehele groep.


Resultaat
Aan het einde van de monitorperiode zullen zo veel mogelijk deelnemers het
rooster hebben geaccepteerd. Eventuele roosterwijzigingen zijn besproken met de
deelnemers en vastgelegd in een nieuw rooster.
Uiteindelijk zal er een zo klein mogelijk aantal deelnemers overblijven die het roos-
ter niet heeft geaccepteerd. Vanuit de begeleiding zal er voor deze deelnemers een
oplossing moeten worden gevonden.


Individueel roosterprobleem oplossen
Een deelnemer kan om diverse redenen een probleem ondervinden met een rooster.
De onderwijsproducten staan op tijden die niet uitkomen (bijvoorbeeld vanwege
een bezoek aan de fysiotherapeut), er is een arrangement of leervraag die niet
meer voldoet aan de wens van de deelnemer e.d. Als een deelnemer dit probleem
kenbaar maakt, zal de onderwijsinstelling actie ondernemen om het probleem waar
mogelijk op te lossen.
Een begeleider kan notie van het probleem krijgen als een deelnemer een rooster
niet accepteert of als een deelnemer geen keuze heeft gemaakt in het acceptatie-
proces. Een deelnemer kan ook tijdens een lopende roosterperiode een probleem
kenbaar maken.
Acties
30   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Naar aanleiding van het gesignaleerde probleem gaat een begeleider met een
                                                 individuele deelnemer een gesprek aan om te bepalen wat het probleem is en wat
                                                 mogelijkheden zijn om het probleem op te lossen. Het uitgangspunt is dat oplos-
                                                 singen worden gezocht binnen het gemaakte roostervoorstel. Er zal niet opnieuw
                                                 worden geroosterd.
                                                 Het gesprek kan op hoofdlijnen tot de volgende uitkomsten leiden:
                                                 - De deelnemer wordt overtuigd een rooster alsnog te accepteren
                                                 - De deelnemer formuleert een nieuwe leervraag. Eventueel kunnen er binnen het
                                                   bestaande rooster mogelijkheden worden gevonden om onderwijsproducten te
                                                   volgen die bij die nieuwe leervraag aansluiten
                                                 - Binnen het bestaande rooster en op basis van de bestaande leervraag wordt als-
                                                   nog een voor de deelnemer acceptabele oplossing gevonden
                                                 - De verbintenis wordt tussentijds beëindigd


                                                 Het is wel van belang dat gekozen alternatieven passen in het rooster van de deel-
                                                 nemer, aangezien een deel van het rooster van de deelnemer al wel kan zijn gevuld
                                                 met onderwijsproducten die wel gepland konden worden.
                                                 Als een leervraag moet worden aangepast, gebeurt dit in deze use case en niet in
                                                 formuleren van de leervraag. De leervraag wordt namelijk niet meer aangeboden
                                                 aan het roosterproces, want er wordt niet opnieuw geroosterd. De opties moeten
                                                 aansluiten bij het gemaakte roostervoorstel. Dit is een bewuste keuze van Triple A.
                                                 Alle uitkomsten moeten in het rooster worden verwerkt. Als de leervraag wordt
                                                 aangepast, welke niet meer past binnen het vastgelegde verbintenisgebied, moet
                                                 ook de verbintenis worden gewijzigd.


                                                 Afhandelen van niet planbare leerarrangementen
                                                 In de use case “Effectueren rooster” kan uit het diagnoserapport blijken dat er (de-
                                                 len van) arrangementen zijn die niet zijn gepland. Arrangementen (of delen ervan)
                                                 kunnen niet planbaar zijn, doordat te weinig deelnemers hebben gekozen voor een
                                                 onderwijsproduct, omdat er te weinig middelen zijn om het onderwijsproduct aan te
                                                 kunnen bieden, of omdat de gestelde randvoorwaarden door de deelnemer fricties
                                                 opleveren met de randvoorwaarden van een onderwijsproduct. Ook kan het zijn dat
                                                 er na het bevriezen van de arrangementen ten behoeve van het roosteren, alsnog
                                                 arrangementen zijn gewijzigd. Deze wijziging is dan niet meegenomen in het roos-
                                                 teren en dus is (een deel van) het arrangement niet gepland.


                                                 Een begeleider gaat met een individuele deelnemer een gesprek aan over wat er
                                                 mogelijk is voor de deelnemer om alsnog aan de leervraag van de deelnemer te
                                                 kunnen voldoen. Als een leervraag moet worden aangepast omdat een arrangement
                                                 niet planbaar is, gebeurt dit in deze use case en niet in de use case formuleren van
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   31




de leervraag. De nieuwe leervraag wordt namelijk niet meer aangeboden aan het
roosterproces, want er wordt niet opnieuw geroosterd. De opties moeten aansluiten
bij het gemaakte roostervoorstel. Dit is een bewuste keuze van Triple A.


Het gesprek kan op hoofdlijnen tot de volgende uitkomsten leiden:
- Leervraag en/of arrangement kunnen zodanig aangepast worden dat de nieuwe
 situatie tot een acceptabel rooster leidt
- Indien beschikbaarheid van de middelen oorzaak van het probleem is kan het
 alsnog beschikbaar stellen van middelen tot een oplossing leiden
- De verbintenis wordt tussentijds beëindigd.


Het is wel van belang dat gekozen alternatieven passen in het rooster van de deel-
nemer, aangezien een deel van het rooster van de deelnemer al wel kan zijn gevuld
met onderwijsproducten die wel gepland konden worden.
Alle uitkomsten moeten in het rooster worden verwerkt. Als de leervraag wordt
aangepast, welke niet meer past binnen het vastgelegde verbintenisgebied, moet
ook de verbintenis worden gewijzigd.


Resultaat
De instelling kan alsnog aan de leerwens van de deelnemer voldoen, door het aan-
bieden van alternatieven. Alle wijzigingen in het arrangement zijn verwerkt in de
systemen en het rooster.
Indien er echt geen mogelijkheid is om aan de leervraag van de deelnemer te
voldoen, wordt er een ander gesprek met een begeleider aangegaan, mogelijk een
gesprek om de verbintenis tussentijds te beëindigen.
32   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                         DEEL VI: FORWARD MAPPING; VERWACHTINGEN MEENEMEN IN HET ROOSTERPROCES




                                                 Uitgangspunten en keuzes:
                                                 - Anticiperen op de vraag naar onderwijs en middelen op middellange en lange
                                                   termijn
                                                  - Anticiperen op de middellange termijn wordt gedaan op basis van informatie uit
                                                   de roostermachine, waarbij de roostermachine roostert op basis van kengetallen,
                                                   historische gegevens en reeds ingevoerde gegevens
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   33




- Anticiperen op de lange termijn wordt gedaan op basis van informatie over ex-
 terne en interne ontwikkelingen


Tactische planning
Planning op middellange termijn
Naarmate een onderwijsinstelling meer flexibiliteit toestaat in het realiseren van
een onderwijsaanbod dat past bij de leervraag van de deelnemer, neemt de be-
hoefte aan informatie over toekomstige ontwikkelingen toe. Men heeft inzicht nodig
op de middellange termijn (globaal 0,5-3 jaar) in de verwachte ruimtebehoefte,
leermiddelen en menskracht.


Doel
Door gebruik te maken van de roosterverwachting en ervaringscijfers uit het verle-
den, kan men voorspellingen doen over de benodigde middelen en het te realiseren
onderwijs op de middellange termijn.


Roosterverwachtingen
Om een goede roosterverwachting te kunnen maken, zijn er kengetallen nodig
over de ontwikkeling van de te verwachten vraag naar onderwijs. Bijvoorbeeld:
kengetallen over studievoortgang, geregistreerde leervragen en arrangementen,
keuzegedrag van deelnemers en onderkende veranderingspatronen in de leervraag
etc. Deze kengetallen worden voor een of meer periodes in het systeem vastgelegd
(voor zover deze informatie niet uit de al geregistreerde gegevens kan worden af-
geleid). Zo kan men tijdig acties ondernemen om eventueel gesignaleerde knelpun-
ten in de beschikbaarheid van middelen op te lossen.


GRID als hulpmiddel
Ten behoeve van middellangetermijnplanning worden automatisch roosterver-
wachtingen uitgerekend door een roostermachine. Deze roostermachine heeft een
oneindige tijdshorizon, wat betekent dat er een zo goed mogelijke prognose van
het rooster wordt gegeven, die nauwkeurig is op de korte termijn en steeds minder
nauwkeurig op de langere termijn. Deze roostermachine draait continu, en levert
dus op elk moment in de tijd een zo goed mogelijke prognose op basis van de op
dat moment beschikbare gegevens en kengetallen. Deze roostermachine vult een
3-dimensionaal rooster met de dimensies tijd, mensen (deelnemers en docenten)
en middelen. Dit wordt het Gemeenschappelijk Rooster Informatie Domein (GRID)
genoemd. Hierbij wordt een duidelijk verschil zichtbaar met de huidige roosterma-
chines. In het flexibele onderwijs is er een continue input van individuele leerarran-
gementen met het bijbehorende middelenbeslag.
De uitkomsten van deze roostermachine, de roosterprognose, geeft op elk mo-
34   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 ment in de tijd inzicht in de geprognotiseerde behoefte aan middelen en docenten,
                                                 gerelateerd aan de verwachte vraag naar onderwijs. Deze roosterprognose wordt
                                                 aangevuld met knelpuntrapportages (Waar loopt de behoefte aan onderwijs spaak
                                                 met de beschikbaarheid van middelen?).
                                                 De voeding van de machine komt uit de hele organisatie, zowel aan de onder-
                                                 wijskant (de vraag van de deelnemers) als aan de middelenkant (beschikbare
                                                 docenten, lokalen en andere middelen). Het kan gaan over instroom-doorstroom-
                                                 uitstroomgegevens, maar ook over verwachte beschikbaarheid van bijvoorbeeld
                                                 nieuwe praktijklokalen per schooljaar 20xx. Het gaat hier dus om een gemeen-
                                                 schappelijk domein, waarvan de input van verschillende kanten komt.


                                                 Dit domein wordt het GRID genoemd. De afkorting doet recht aan de metafoor van
                                                 de 3-dimensionale structuur met cellen die gevuld en gemuteerd worden.


                                                 Resultaat
                                                 Door de tactische planning een prominente plaats te geven in de voorbereiding van
                                                 het roosterproces, kan beter op de toekomstige ontwikkelingen worden geanti-
                                                 cipeerd. Tijdig inzicht zorgt ervoor dat de juiste middelen op het juiste moment
                                                 beschikbaar zijn.


                                                 Strategische planning
                                                 Externe ontwikkelingen
                                                 Als gevolg van externe ontwikkelingen, is de organisatie van het onderwijs voort-
                                                 durend in beweging. Er worden vanuit de maatschappij nieuwe en andere eisen
                                                 gesteld aan het onderwijs en de beschikbare middelen. Demografische ontwikke-
                                                 lingen zijn van invloed op de noodzakelijke capaciteit. Belangstelling voor bepaalde
                                                 beroepsgroepen is sterk aan veranderingen onderhevig.


                                                 Doel
                                                 Omdat aanpassingen vaak een lange voorbereidingstijd eisen, is het noodzakelijk
                                                 dat de ontwikkelingen op het gebied van de onderwijsvernieuwing, trends in het
                                                 onderwijs, onderwijsvisie en -beleid van de instelling, demografische ontwikkelingen
                                                 etc. tijdig worden gesignaleerd en vertaald naar consequenties voor de beschik-
                                                 baarheid van middelen.


                                                 Lange termijn
                                                 Vergeleken met tactische planning gaat het bij de strategische planning over een
                                                 langere horizon (minimaal 3 -5 jaar). Strategische planning haalt vooral informatie
                                                 uit externe bronnen, terwijl tactische planning zijn voorspellingen baseert op roos-
                                                 terverwachtingen en analyses van de reeds gerealiseerde roosters. Naast de infor-
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   35




matie uit externe bronnen gebruikt de strategische planning ook andere informatie
op een relatief hoog aggregatieniveau vanuit de instelling.


Prognose informatie
De informatie ten behoeve van de strategische planning kan komen vanuit een
groot aantal bronnen, waarvan er hier enkele genoemd worden.


Extern:
- Demografische ontwikkelingen
- Wet- en regelgeving
- (regionale) Marktontwikkelingen en stakeholderinformatie
- Onderwijskundige en organisatorische trends
- Trendanalyses van klantverwachtingen


Intern:
- Ontwikkelingen in de missie en de visie op de realisatie daarvan
- Personele ontwikkelingen (pensioen, verloop, competenties)
- Gebouwen, geschiktheid, life-cycle, (de)concentratie


Dataverzameling
Gecoördineerde dataverzameling uit betrouwbare interne en externe bronnen moet
leiden tot prognoses over de te verwachten onderwijsvraag en de beschikbaarheid
van middelen op de lange termijn.


Analyse
Door de prognoses te analyseren, moet duidelijk worden hoe de huidige beschik-
baarheid van middelen zich verhoudt tot de verwachte situatie. Daarbij kunnen
verschillende (waarschijnlijkheids)scenario’s worden gehanteerd met elk een eigen
impact op de verwachte toekomst.


Advies
Op grond van de gemaakte overzichten zal het verantwoordelijke management
(onder andere Facilitair Beheer/P&O) een advies opstellen. In het advies kan wor-
den beschreven dat de beschikbaarheid van bepaalde ruimtes niet voldoet aan de
gestelde eisen, of dat er een te verwachten tekort dan wel een overschot zal zijn.
Als aanpassingen mogelijk zijn dan kunnen deze in het advies worden opgenomen.
Als uitbreiding gewenst is dan wordt aangegeven aan welke eisen de uitbreiding
moet voldoen. Als de gegevens duiden op een toekomstig tekort aan bepaalde
docenten kan worden geadviseerd nieuwe docenten te werven of docenten bij-/om
te scholen.
36   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Resultaat en acties
                                                 Afhankelijk van het advies zullen acties moeten worden uitgezet om te zorgen dat
                                                 tijdig kan worden ingespeeld op de langetermijnontwikkelingen en de gevolgen
                                                 daarvan voor de beschikbaarheid van middelen.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   37




DEEL VII: HET OPTIMAAL INZETTEN VAN DE MIDDELEN




                 Uitgangspunten en keuzes:
                 - Verwachtingen uit de tactische en strategische planning worden vertaald naar
                   benodigde middelen
                 - Beheren middelen is gericht op de registratie van de middelen en niet hoe deze
                   middelen gerealiseerd moeten worden
38   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 - De vraag naar middelen buiten het roosterproces om is een apart proces vanwege
                                                   de verschillende aanleidingen, frequenties en de wijze van werken (veelal hand-
                                                   matig)


                                                 Wijzigen middelen
                                                 De processen die betrekking hebben op het wijzigen van middelen, worden vaak
                                                 doorlopen door diverse mensen. Elk soort middel kan vallen onder een ander
                                                 bevoegd persoon. Docenten vallen vaak onder onderwijsmanagers, of onder de
                                                 stafdienst P&O. Lokalen en gebruiksmiddelen vallen vaak onder een manager
                                                 bedrijfsvoering of onder de stafdienst Facilitair. Dit maakt voor de beschrijving van
                                                 het proces niet uit.


                                                 Iedere instelling heeft de beschikking over middelen. Onder middelen wordt veelal
                                                 verstaan; docenten, lokalen en gebruiksmiddelen zoals een beamer. In een instel-
                                                 ling zullen de aanwezige middelen nooit constant zijn. Door andere behoeftes (van
                                                 deelnemers en docenten) en door afschrijving is het middelenbeslag continu onder-
                                                 hevig aan veranderingen.
                                                 De use case ‘wijzigen van een middel’ start met de opdracht tot het wijzigen van
                                                 een middel. Een opdracht kan een wijziging van een middel bevatten zoals het ver-
                                                 anderen van een theorielokaal naar een computerlokaal, een vraag naar een nieuw
                                                 middel zoals een nieuwe docent, maar ook het afstoten van een middel, bijvoor-
                                                 beeld een docent die met pensioen gaat. De informatie over of het nodig is om een
                                                 middel te wijzigen, kan komen vanuit het roosterproces, vanuit forward mapping,
                                                 maar ook vanuit het ontstaan van een calamiteit.


                                                 Registratie
                                                 Om wijzigingen in de middelen goed te kunnen monitoren, is het noodzakelijk om
                                                 een goede middelenadministratie bij te houden. Hoewel de middelenadministratie
                                                 zelf geen onderdeel is van deze use case, is het wel van belang dat in een midde-
                                                 lenadministratie de volgende statussen kunnen worden onderkend.
                                                 - Fictief: Deze status kan aan een middel worden gehangen, zodat het middel kan
                                                   worden gebruikt in het roosterproces voor het simuleren. Het middel kan dan in
                                                   een simulatierooster worden ingezet, alsof het daadwerkelijk beschikbaar is. Dit
                                                   zijn middelen die in een vastgestelde periode gerealiseerd moeten worden. Deze
                                                   middelen worden pas daadwerkelijk gerealiseerd als een rooster wordt geëffectu-
                                                   eerd waarin deze middelen zijn ingezet.
                                                 - Gepland: Deze status wordt aan een middel gehangen, als er besloten is een
                                                   nieuw middel te realiseren. Dit kan een fictief middel zijn geweest, maar dit hoeft
                                                   niet. Bij een gepland middel wordt aangegeven wanneer verwacht wordt het mid-
                                                   del te hebben gerealiseerd, namelijk de ingangsdatum. Naast de ingangsdatum
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   39




 kan er ook een alarmdatum worden ingevuld. Deze datum ligt tussen de ingangs-
 datum en de datum dat een middel is geroosterd voor het geven van onderwijs.
 Als deze datum is bereikt en het middel nog steeds op gepland staat, gaat er een
 signaal af, zodat duidelijk is dat het middel nog niet is gerealiseerd en dat dit pro-
 blemen kan gaan geven voor het rooster.
- Actief: Dit middel is aanwezig. Er kan een einddatum aan het middel worden
 gehangen.
- Inactief: Dit middel was aanwezig, maar is nu niet meer beschikbaar. Dit kan
 tijdelijk zijn, maar dit hoeft niet.


Naast de status kunnen ook kenmerken aan een middel worden gehangen, zo-
als beschikbaarheid (op welke dagen een docent mag worden ingezet), capaciteit
(maximum aantal deelnemers voor een lokaal), competenties (welke vakken mag
een docent geven) e.d. De kenmerken kunnen verschillen per soort middel. N.B. In
de middelenadministratie bedoelen we met de beschikbaarheid van een docent of
lokaal, niet wanneer een docent of lokaal nog niet is ingezet in een rooster, maar
alleen de beschikbaarheid wanneer een middel mag worden geroosterd.


Realisatie
Als er een opdracht is gegeven voor het realiseren van een nieuw middel of het wij-
zigen van een middel, moet naast de registratie hiervan ook het middel daadwer-
kelijk worden gewijzigd of aangeschaft/aangenomen/afgestoten. Dit proces wordt
verder niet ondersteund door een systeem en is daarom summier beschreven, maar
is natuurlijk wel een belangrijk onderdeel in het proces.
Na de realisatie van het wijzigen of aanschaffen/aannemen/afstoten van een mid-
del, wordt dit in de middelenadministratie verwerkt. Een gepland middel wordt op
actief gezet. Bij een gewijzigd middel worden de kenmerken aangepast. Een afge-
stoten middel wordt op inactief gezet.


Behandelen van de aanvraag van middelen
Als een roosterperiode loopt, kan er vanuit de instelling of extern, behoefte zijn
aan een bepaald middel. Hierbij kan worden gedacht aan ruimtes voor een open
dag, een collegezaal voor een diplomering, een lokaal voor een vergadering, de
gemeente die graag gebruik wil maken van een sportzaal, of een netwerk dat graag
de expertise van een docent wil gebruiken etc. Als instelling kun je de keuze maken
om deze aanvragen in behandeling te nemen en daadwerkelijk te registreren.
Je kunt de beschikbare middelen in twee categorieën delen:
- Middelen die niet ter beschikking zijn gesteld voor het roosterproces, zoals een
 aula of een examenzaal. Deze middelen kunnen uitsluitend op aanvraag worden
 gereserveerd.
40   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 - Middelen die wel ter beschikking zijn gesteld aan het roosterproces, maar die niet
                                                   zijn ingepland op bepaalde tijden. Een aanvraag voor dit soort middelen, zal in
                                                   dit proces geen betrekking hebben op de uitvoering van een onderwijsactiviteit.
                                                   Als dit wel het geval is, zal dit namelijk in het proces van de use case individueel
                                                   aanvullen rooster vallen.


                                                 Door de persoon die verantwoordelijk is voor de middelen wordt bekeken of er
                                                 middelen zijn die voldoen aan de vraag en of deze middelen ook beschikbaar zijn
                                                 op de gevraagde tijden. Het middel wordt aan de aanvrager aangeboden. Als er
                                                 geen middel aanwezig of beschikbaar is, zal er naar een alternatief worden gezocht
                                                 waarna dit kan worden aangeboden. Totdat een aanvrager het aanbod van een mid-
                                                 del heeft geaccepteerd of afgewezen, ligt er een optie op het voorgelegde middel,
                                                 zodat het niet door een andere aanvrager kan worden gereserveerd.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   41




DEEL VIII: HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN IN DE UITVOERING




                 Uitgangspunten en keuzes
                 - Mogelijkheid om flexibel om te gaan met het inzetten van middelen bij uitvoe-
                   ringsproblemen en calamiteiten
                 - Onderscheid in een incidentele oplossing voor de korte termijn en een ingrijpen-
                   dere oplossing voor een langere periode
42   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Oplossen van een uitvoeringsprobleem
                                                 Er zijn situaties denkbaar dat het rooster veranderd moet worden, ook al is dit
                                                 vastgesteld voor een bepaalde periode. Een docent kan ziek worden of, om een an-
                                                 dere reden, plotseling verhinderd zijn. Een bal vliegt door de ruit van een lokaal, de
                                                 nieuwe pc’s voor het computerlokaal zijn nog niet geleverd etc. Het gaat hier dus
                                                 om incidenten die veroorzaakt worden door het ontbreken of veranderen van een
                                                 middel die niet of niet goed voorspelbaar zijn, maar die wel gevolgen hebben voor
                                                 het rooster of voor de in te zetten middelen.


                                                 Om dit probleem op te lossen, kan de inzet van middelen worden aangepast. Er kan
                                                 bij het uitvallen van een docent worden gezocht naar een docent die kan vervan-
                                                 gen, of bij het ontbreken van een lokaal kan gezocht worden naar een ander lokaal.
                                                 Daarnaast kan worden gekeken of met een roosterwijziging het probleem kan
                                                 worden opgelost. Een combinatie van bovenstaande oplossingen is natuurlijk ook
                                                 mogelijk. Als er echt geen goede oplossing kan worden gevonden, is het ook moge-
                                                 lijk om een les te laten uitvallen. Het streven is echter om het vastgestelde rooster
                                                 zoveel mogelijk intact te houden.
                                                 Als er een oplossing is gevonden, wordt de wijziging vastgelegd in het rooster en de
                                                 middelenadministratie en gecommuniceerd aan de betrokken deelnemers, docenten
                                                 en ondersteuning.


                                                 Oplossen van een calamiteit
                                                 Er zijn situaties denkbaar waarin er onverwachts (een groot) deel van de midde-
                                                 len niet meer beschikbaar is, door het afbranden van een gebouw, een docent die
                                                 langdurig afwezig is of een inbraak waarbij alle pc’s zijn gestolen. De impact van
                                                 dit probleem kan variëren, maar duidelijk is dat (een deel van) het rooster opnieuw
                                                 moet worden geroosterd om het probleem op te kunnen lossen. Het probleem is te
                                                 groot om als uitvoeringsprobleem te kunnen worden opgepakt.


                                                 In eerste instantie zal er een oplossing moeten worden gevonden voor de korte
                                                 termijn. De beschikbaarheid van de middelen moet worden aangepast en er moet
                                                 worden gezocht naar een tijdelijke oplossing. Als dit niet gevonden kan worden
                                                 zullen er lessen uitvallen. De wijzigingen moeten worden gecommuniceerd naar de
                                                 betrokken deelnemers, docenten en ondersteuning.
                                                 Daarnaast zullen managers moeten analyseren wat de gevolgen zijn van deze cala-
                                                 miteit en welke acties moeten worden ingezet om het probleem op te lossen. Als er
                                                 beslissingen zijn genomen kunnen de acties worden gestart en zal het roosterpro-
                                                 ces opnieuw moeten worden doorlopen.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   43




DEEL IX: REGISTREREN VAN AAN- EN AFWEZIGHEID




                 Uitgangspunten en keuzes
                 - Registratie kan plaatsvinden door een registratiesysteem, de onderwijsgevende en
                  door de deelnemer zelf. Validatie is in dat laatste geval noodzakelijk.
                 - De aanwezigheid van een deelnemer kan vooraf verwacht zijn of onbekend. Dit
                  heeft invloed op de mogelijkheid om afwezigheid te registreren. Aanwezigheid kan
                  altijd worden geregistreerd.
44   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 - De te kiezen methodes van registratie zijn sterk afhankelijk van de gewenste fijn-
                                                   mazigheid, beschikbaarheid van de informatie, validatiebehoefte en de vorm van
                                                   het onderwijsproduct.
                                                 - Verantwoordingsinformatie tot op deelnemerniveau over ongeoorloofde absentie
                                                   moet beschikbaar zijn, waarbij de leeftijd en reeds behaald niveau van invloed zijn
                                                   op de registratiebehoefte.


                                                 Melden van afwezigheid door de deelnemer
                                                 Door ziekte of problemen met het openbaar vervoer, door ‘tegenwind of een open
                                                 brug’, maar ook door familieomstandigheden kan het voorkomen dat een deel-
                                                 nemer niet bij een onderwijsactiviteit aanwezig kan (of wil) zijn. De melding van
                                                 de afwezigheid (door de deelnemer zelf of een vertegenwoordiger) moet worden
                                                 vastgelegd.


                                                 Doel
                                                 Het vastleggen van de melding geeft informatie die voor een aantal processen van
                                                 belang is. Als vooraf de periode bekend is van verwachte afwezigheid, kan worden
                                                 ingespeeld op de afwezigheid van de deelnemer. Het kan ook een signaal van de
                                                 deelnemer zijn, waar de begeleider op in kan spelen. Daarmee is de melding van
                                                 belang voor de begeleiding.
                                                 Wet- en regelgeving stelt grenzen aan (ongeoorloofde) afwezigheid. Vastleggen is
                                                 daarom noodzakelijk. Bij afwezigheid is vrijwel altijd sprake van het beoordelen van
                                                 de rechtmatigheid van de afwezigheid (geoorloofd/ongeoorloofd afwezig). Dit is in
                                                 ieder geval verplicht bij leerplichtige leerlingen en kwalificatieplichtige deelnemers
                                                 en voor deelnemers met studiefinanciering. Een contractpartij (gemeente, bedrijf)
                                                 kan ook eisen dat afwezigheid wordt genoteerd.


                                                 Acties
                                                 De school ontvangt een melding van afwezigheid en de reden. Deze gegevens (in-
                                                 clusief reden) worden vastgelegd in een (geautomatiseerd) systeem. Een bevoegd
                                                 persoon beoordeelt de rechtmatigheid van de afwezigheid en legt dit vast.


                                                 Resultaat
                                                 In een systeem is de melding vastgelegd dat de deelnemer afwezig is of was en de
                                                 reden waarom. Daarnaast is de rechtmatigheid van afwezigheid beoordeeld.


                                                 Registreren van aan- en afwezigheid
                                                 Het moderne onderwijs kent veel verschillende uitvoeringsvormen. Geplande lessen
                                                 vanuit het rooster, een gesprek met een begeleider, BPV, praktijkopdracht (buiten
                                                 de school), workshops of andere activiteiten waarop kan worden ingeschreven, etc.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   45




In de meeste gevallen is vooraf bekend wanneer een onderwijsactiviteit wordt uit-
gevoerd en welke deelnemers worden verwacht. Door vast te leggen welke deel-
nemers aanwezig zijn, kan worden afgeleid welke deelnemers afwezig zijn. Het is
ook mogelijk om direct de afwezige deelnemer te registreren. Het resultaat is niet
anders. Indien niet vooraf bekend is welke delegeren worden verwacht, kan alleen
de aanwezigheid worden geregistreerd. De instelling bepaalt op welke wijze wordt
geregistreerd.


De meeste onderwijsactiviteiten zijn gepland. Maar niet allemaal. Met ongepland
bedoelen we een activiteit waarvan niet van te voren in een informatiesysteem van
de onderwijsinstelling is vastgelegd op welk tijdstip de deelnemer de activiteit zal
uitvoeren of er aan zal deelnemen. Bijvoorbeeld: Leg 2 bedrijfsbezoeken af per
periode of onderneem een zorgactiviteit bij ouderen. Dit kunnen beide onderwijs-
activiteiten zijn die wel vallen onder In Instelling Verzorgd Onderwijs (IIVO), maar
niet of slechts globaal zijn gepland. Het is dan niet mogelijk om afwezigheid vast te
stellen.
Door de deelnemer zijn aanwezigheid te laten vastleggen, kan dit naderhand geva-
lideerd worden door een daartoe bevoegd persoon, bijvoorbeeld de begeleider.


Doel
De verzamelde aan-/afwezigheidgegevens moeten worden verzameld voor:
- De formele externe verantwoording (voldoen aan wet- en regelgeving)
- Als hulpmiddel bij de begeleiding van de deelnemer
- Ten behoeve van interne managementinformatie
- Verantwoording ten behoeve van de bekostiging van een contract


Validatie van aanwezigheid
Het kan zijn dat de onderwijsinstelling de aanwezigheidvalidatie uitvoert o.b.v.
stukken die over de inhoud van het uitgevoerde werk gaan. Het kan zijn dat de
onderwijsinstelling wil dat deze stukken vastgelegd worden (in portfolioachtige
systemen) Tot slot kan het zijn dat de onderwijsinstelling wil dat er een verwijzing
aangemaakt kan worden tussen de daar vastgelegde bewijsstukken en de aanwe-
zigheidsregistratie.


2 manieren om de duur van de aanwezigheid vast te stellen
1 Registratie van aan-/afwezigheid. Hierbij kan vooraf bepaald worden hoe lang
  de activiteit duurt. (Denk aan vastleggen met behulp van een chipkaartlezer. In
  veel gevallen wordt dan standaard de aanwezigheid op een bepaalde tijdsduur,
  bijvoorbeeld één lesuur, gesteld)
2 Registratie van aankomst- en vertrektijd.
46   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Voorkomen van verlies van gegevens
                                                 Het kan zijn dat een naam niet op de presentielijst voorkomt en dit wel het geval
                                                 had moeten zijn. Dan zal actie moeten worden ondernomen om de naam aan de
                                                 lijst toe te voegen. Het kan ook voorkomen dat een deelnemer die niet verwacht
                                                 werd, wel aanwezig was. Daarvan wordt de aanwezigheid wel geregistreerd. In
                                                 beide gevallen dienen de aanwezigheidsgegevens niet verloren te gaan maar moe-
                                                 ten worden opgenomen in de totale aanwezigheidsgegevens van de betreffende
                                                 deelnemer.


                                                 Resultaat
                                                 Vastgelegde gegevens betreffende de aan-/afwezigheid van deelnemer bij onder-
                                                 wijsactiviteiten die deel uitmaken van IIVO (In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs)
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   47




TECHNISCH GEDEELTE
48   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                         INHOUDSOPGAVE

                                                 Inleiding                                                  50

                                                 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES     53
                                                 Formuleren van de leervraag                                 53
                                                 Arrangement specificeren                                     59
                                                 Beheren BPV-bedrijfsgegevens                               64
                                                 Beheren BPV-plaats                                         66
                                                 BPV-matching                                               69
                                                 Maken rooster                                               73
                                                 E ectueren rooster                                          79
                                                 Individueel aanvullen rooster                               82
                                                 Controle rooster realisatie                                90
                                                 Deelnemer accepteert rooster                                92
                                                 Monitoren acceptatie deelnemersrooster                     96
                                                 Individueel roosterprobleem oplossen                       101
                                                 Afhandelen niet planbare arrangementen                    106
                                                 Tactische planning                                         110
                                                 Strategische planning                                      114
                                                 Wijzigen middelen                                          118
                                                 Behandelen aanvraag middelen                              124
                                                 Oplossen uitvoeringsprobleem                              128
                                                 Oplossen calamiteit                                       133
                                                 Melden afwezigheid door deelnemer                         137
                                                 Vastleggen aanwezigheid/afwezigheid                       139

                                                 FUNCTIES                                                  144
                                                 Tonen deelnemergegevens                                   144
                                                 Vastleggen leervraag en wensen                            145
                                                 Raadplegen onderwijscatalogus                             145
                                                 Controleren leervraag                                     147
                                                 Registratie behoefte ‘nieuw’ onderwijsproduct             148
                                                 Registratie status leervraag en arrangement               149
                                                 Vastleggen BPV-bedrijfsgegevens                           150
                                                 Vastleggen BPV-plaats                                      151
                                                 Aanvragen accreditatie                                    153
                                                 Controleren accreditatie                                  154
                                                 Zoeken BPV-plaats vanuit arrangement                      154
                                                 Vastleggen plaatsing                                      155
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   49




Afleiden initiële arrangementen                                                   156
Tonen arrangementen overzicht                                                    156
Vastleggen arrangement                                                           157
Controleren arrangement                                                          158
Registratie status leervraag en arrangement                                      159
Communicatie over rooster naar deelnemer (initieel bericht, reminders)           159
Tonen deelnemerrooster                                                           160
Reactie van deelnemer op rooster                                                  161
Incidentele aanpassing deelnemersrooster                                          161
Rapportage roosteracceptatie                                                     163
Handmatige registratie aan- en afwezigheid door docent                           163
Handmatige registratie aanwezigheid door deelnemer                               164
Semiautomatische registratie aan- en afwezigheid                                 164
Validatie aanwezigheidsregistratie                                               165
Registratie afwezigheidsmelding                                                  165
Registratie geoorloofdheid afwezigheid                                           166
50   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                         INLEIDING

                                                 In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van onderwijslogistiek,
                                                 roosteren en beheren middelen vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use
                                                 cases, werkopdrachten, activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de
                                                 werkbijeenkomsten met de deskundigen van de onderwijsinstellingen. In dit
                                                 technische gedeelte vindt u een kopie van de informatie die door deze deskundigen
                                                 is vastgelegd in de Triple A-wiki.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   51




                                    Het figuur op de linkerpagina geeft de samenhang van de use cases voor onderwijs-
                                    logistiek, roosteren en beheren middelen weer.


                                    Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem vanuit
                                    het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een
                                    concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem
                                    die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe-
                                    den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft
                                    antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’


                                    Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge-
                                    leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij-
                                    ven. Dit format wordt hieronder weergegeven.




Leeswijzer                          Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil-
Voor uw leesgemak worden in dit     lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is
technisch gedeelte de volgende      voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht
symbolen in de kantlijn gebruikt:   behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere
                                    use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang gebracht
        Wanneer het een use         door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen.
        case betreft
                                    Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten-
        Wanneer het een activi-     diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel-
        teitendiagram betreft       leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder
                                    verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use
        Wanneer het een functie     case één activiteitendiagram gemaakt.
        betreft
52   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge-
                                                 maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces
                                                 te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een
                                                 ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties.


                                                 De laatste paragraaf van dit technische gedeelte geeft een meer gedetailleerde be-
                                                 schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt
                                                 uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of
                                                 enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn
                                                 om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die
                                                 nodig is om de use case te ondersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere
                                                 activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   53




                USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN
                EN OPSOMMING FUNCTIES


FORMULEREN VAN DE LEERVRAAG

                Het formuleren van de leervraag is een activiteit van de begeleider samen met de
                deelnemer of opdrachtgever, waarbij de leervraag wordt uitgedrukt in producten uit
                de onderwijscatalogus, (eventueel) aangevuld met additionele wensen en voor-
                waarden.


                In deze use case wordt de leervraag geïnventariseerd en zoveel mogelijk vertaald
                naar producten uit de onderwijscatalogus. In veel gevallen zal dit op een hoog
                aggregatieniveau plaatsvinden. Tevens worden wensen en voorwaarden van de
                deelnemer die van belang zijn voor de keuze van bepaalde onderwijsproducten,
                geïnventariseerd. Dit kan zijn op inhoudelijk gebied, maar ook betrekking hebben
                op een handicap van de deelnemer, de plaats van uitvoering van het onderwijs,
                het tijdstip of de BPV-plaats. De BPV is ook als onderwijsproduct opgeslagen in de
                onderwijscatalogus. Het BPV-onderwijsproduct is een vrij generiek product, waarbij
                de randvoorwaarden zijn vastgelegd in het kwalificatiedossier, maar de feitelijke
                invulling gebeurt bij de BPV-matching.


                De begeleider zal aan de hand van de verzameling onderwijsproducten een aantal
                controles uitvoeren die van belang zijn voor het samenstellen van een verzameling
                die voldoet aan (bekostigings)eisen.


                De op deze manier verkregen informatie dient als input voor de volgende stap: het
                specificeren van het arrangement. Deze laatste stap wordt in principe uitgevoerd
                zonder de deelnemer en leidt tot een gedetailleerde vertaling naar de producten uit
                de onderwijscatalogus op het laagste niveau.


                Het formuleren van de leervraag is een complex proces. Tijdens het formuleren zijn
                de volgende scenario’s denkbaar:
                - De deelnemer weet expliciet wat hij/zij wil (hij kiest duidelijk voor een opleiding
                 of traject, bijvoorbeeld opleiding kapper of er is al een start-onderwijsproduct
                 bepaald.
                - De deelnemer heeft geen duidelijke beroepswens, maar wel een voorkeur voor
                 een domein. Bijvoorbeeld deelnemer wil iets in de “techniek” gaan doen of wil
                 “iets met mensen” doen.
                - De opdrachtgever maakt afspraken over de te volgen onderwijsproducten.
54   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Nadat een (nieuwe of gewijzigde) verbintenis is geregistreerd in het kernregistratie-
                                                 systeem komt de vraag om de leervraag nader te formuleren, binnen het vastge-
                                                 legde verbintenisgebied.


                                                 Er kan sprake zijn van een verbintenis die is aangegaan tussen instelling en deel-
                                                 nemer of tussen bedrijf en instelling. In deze verbintenis is sprake van een inschrij-
                                                 ving in een opleiding of domein.
                                                 Het is tevens mogelijk dat er nog geen verbintenis is, maar dat er wel aanleiding is
                                                 om de potentiële leervraag in kaart te brengen en te komen tot een aanbod aan de
                                                 deelnemer op basis waarvan een verbintenis kan worden aangegaan.
                                                 of
                                                 Vanuit begeleiding/advies komt het verzoek om een (nieuwe)leervraag te (her)
                                                 formuleren.
                                                 of
                                                 Een leervraag blijkt (deels) niet te arrangeren te zijn.


                                                 Actoren
                                                 - Deelnemer of opdrachtgever
                                                 - Begeleider


                                                 Doel
                                                 De leervraag binnen het verbintenisgebied omzetten naar concrete onderwijspro-
                                                 ducten uit de onderwijscatalogus, aangevuld met aanvullende wensen en voorwaar-
                                                 den van de deelnemer, zodanig dat op basis hiervan een arrangement kan worden
                                                 samengesteld.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Vertalen leervraag naar onderwijsproducten
                                                   Deze activiteit wordt alleen uitgevoerd als ze nog niet bij de intake is uitgevoerd.
                                                   Bij de intake kan al zeer specifiek zijn besproken welke onderwijsproducten de
                                                   deelnemer gaat volgen. Dan wordt deze activiteit in deze use case niet opnieuw
                                                   uitgevoerd. Bij de intake kunnen ook zeer minimale afspraken zijn gemaakt, dan
                                                   start deze use case met de minimale invulling van de leerwens als uitgangspunt.
                                                      •   De begeleider bekijkt welk verbintenisgebied er met de deelnemer is afgesproken.
                                                      •   Vervolgens inventariseert de begeleider tijdens een gesprek met de deelnemer of
                                                          opdrachtgever zijn leervraag en vertaalt deze leervraag in producten op een hoog
                                                          aggregatieniveau uit de onderwijscatalogus. Hierbij moet gedacht worden aan:
                                                          de benoeming van het deeltraject of de lessenreeks die bij deze leervraag horen.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   55




  •   De begeleider bespreekt met de deelnemer uit welke onderdelen dit onderwijs-
      product ongeveer bestaat (dus bijvoorbeeld een aantal theorielessen, stageperi-
      ode, een bedrijfsbezoek en een toets), zodat duidelijk wordt voor de deelnemer
      wat zijn leervraag in de praktijk ongeveer zal gaan inhouden.
  •   De leervraag wordt uiteindelijk vastgelegd door een of meerdere onderwijspro-
      ducten te selecteren, in de meeste gevallen op aggregatieniveau 2 (leertaak) of
      3 (leertraject) van de onderwijscatalogus.


- Controleren op toelatingseisen
 De begeleider controleert welke toelatingseisen er zijn om een onderwijsproduct
 te kunnen volgen, zoals vooropleiding en reeds gehaalde onderwijsproducten.
 De begeleider bekijkt of de deelnemer de vereiste vooropleiding en kwalificaties
 heeft. De begeleider legt de relevante vooropleiding of kwalificaties vast in het
 dossier als dit nog niet is gebeurd. Als blijkt dat de vooropleiding of kwalificaties
 onvoldoende zijn, kunnen er aanvullende of andere onderwijsproducten aan de
 geformuleerde leervraag worden toegevoegd.


- Controleren op urennorm
 De begeleider controleert of de onderwijsproducten voldoen aan de wettelijk
 vastgestelde minimum urennorm. Afhankelijk van de periode waarvoor de instel-
 ling roostert, moet de leervraag voor een bepaalde periode zijn geformuleerd en
 voldoende uren omvatten om aan die norm te voldoen. In de onderwijscatalogus
 kan de begeleider controleren (ook op de hogere aggregatieniveaus) hoeveel uren
 het onderwijsproduct omvat. Daarnaast is de begeleider voldoende bekend met de
 inrichting van het onderwijs om een inschatting te maken van de onderwijsproduc-
 ten die een deelnemer in een bepaalde periode moet doen om die norm te halen.


- Controleren op de relatie tot het behalen van een diploma of kwalificatie
 De begeleider controleert of de geselecteerde onderwijsproducten voor de deel-
 nemer voldoende perspectief bieden op het behalen van een diploma of kwalifica-
 tie. Om dit te kunnen beoordelen worden de reeds afgenomen onderwijsproducten
 en summatieve toetsen, en de geselecteerd onderwijsproducten voor de komende
 periode vergeleken met de nog te halen summatieve toetsen voor het beoogde
 diploma of kwalificatie.


- Vaststellen van randvoorwaarden deelnemer
 Aanvullend op de geselecteerde onderwijsproducten worden de randvoorwaarden
 voor de deelnemer vastgelegd, zodat bij het maken van het arrangement en het
 rooster daar rekening mee kan worden gehouden. Randvoorwaarden voor de deel-
 nemer zijn aanvullende wensen en andere voorwaarden. De begeleider bekijkt of
56   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                   randvoorwaarden reëel zijn. De wens om altijd het 1e uur vrij te hebben, omdat
                                                   iemand wil uitslapen of een BOL deelnemer die graag één dag per week vrij wil
                                                   hebben, zijn geen reële wensen. Het kan hier wel gaan om:
                                                    •   Gewenste volgordelijkheid van de te volgen onderwijsproducten
                                                    •   (voorkeurs)dagen die kunnen bepaald zijn door bijvoorbeeld werk en/of per-
                                                        soonlijke situatie van de deelnemer)
                                                    •   (voorkeurs)locatie vanwege toegankelijkheid voor gehandicapte deelnemer of
                                                        reistijd
                                                    •   Bij BPV ook voorkeuren, zoals cultuur van het leerbedrijf, grootte van het leer-
                                                        bedrijf, de manier van begeleiding, religieuze aspecten, etc.


                                                 - Vastleggen van de leervraag
                                                   De leervraag wordt vastgelegd en uitgedrukt in onderwijsproducten uit de onder-
                                                   wijscatalogus. De randvoorwaarden van de deelnemer worden tevens vastgelegd.
                                                   Door het definitief maken van de leervraag, kan de leervraag worden gearrangeerd.


                                                 - Afhandelen afwijking leervraag en verbintenisgebied
                                                   Een leervraag van een deelnemer kan (gaan) afwijken van het afgesproken
                                                   verbintenisgebied. Een deelnemer ingeschreven op het domein zorg, kan een
                                                   leervraag hebben/ontwikkelen voor het domein hospitality en recreatie. Dan zal
                                                   de verbintenis met de deelnemer moeten worden gewijzigd. Om dit te regelen
                                                   registreert de begeleider dat dit moet worden gedaan en gaat er een signaal naar
                                                   de werkopdracht Monitoren en Adviseren.


                                                 - Afhandelen eventueel niet in te vullen (deel van de) leervraag
                                                   Het is mogelijk dat de leervraag niet gehonoreerd kan worden vanwege oorzaken bij:
                                                    •   De deelnemer
                                                         ! De   vooropleiding van de deelnemer is onvoldoende
                                                         ! De   persoonlijke omstandigheden van de deelnemer staan het volgen van de
                                                          onderwijsproducten in de weg (psychische en/of sociale omstandigheden e.d.)
                                                         ! Etcetera

                                                    •   De instelling
                                                         ! Er   zijn (waarschijnlijk) te weinig aanmeldingen voor de uitvoering van de leer-
                                                          vraag (begeleider vraagt het aantal aanmeldingen op)
                                                         ! De   gevraagde onderwijsproducten zijn er niet
                                                         ! Er   zijn onvoldoende faciliteiten (personeel en/of middelen) voor realisatie van
                                                          de onderwijsproducten
                                                    •   De externe partij
                                                    •   Er kan niet worden voldaan aan afgesproken voorwaarden (bijvoorbeeld afge-
                                                        sproken aantal deelnemers wordt niet nagekomen, bedrijf is failliet e.d.)
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   57




     Indien (een deel van) de leervraag niet ingevuld kan worden omdat deze onder-
     wijsproducten niet in de onderwijscatalogus voorkomen, registreert de begelei-
     der deze vraag (vragen). Met deze registratie wordt een signaal afgegeven dat
     aanleiding kan zijn tot het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe onderwijs-
     producten. Dit werkproces wordt nog nader uitgewerkt in een andere use case.
     Indien de oorzaken liggen bij de deelnemer of de externe partij kan de begelei-
     der een (nieuw) gesprek plannen (eventueel met een andere begeleider) voor
     het opnieuw definiëren en eventueel aanpassen van de verbintenis. Hij kan
     daartoe afspraken maken met andere medewerkers binnen de instelling. De
     begeleider registreert dit waardoor er een signaal gaat naar de use case Moni-
     toren en Adviseren.
     Ook als blijkt dat beide partijen niet tot overeenstemming komen, registreert de
     begeleider dit en gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren
     met mogelijk de uitkomst om de verbintenis tussentijds te beëindigen.


Resultaat
- Er is een geformuleerde en vastgelegde leervraag uitgedrukt in product(en) uit de
 onderwijscatalogus en aangevuld met randvoorwaarden van de deelnemer, zodat
 de vraag omgezet kan worden in een arrangement.
of
- Indien er geen leervraag kan worden geformuleerd binnen het verbintenisgebied
 kan/moet nader onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn voor deze deelne-
 mer. Er gaat een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren.


Frequentie
Minimaal één keer per deelnemer die een verbintenis heeft.


Werkopdrachten
58   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Tonen deelnemersgegevens
                                                 - Vastleggen leervraag en wensen
                                                 - Raadplegen onderwijscatalogus
                                                 - Controleren leervraag
                                                 - Registratie behoefte ‘nieuw’ onderwijsproduct
                                                 - Registratie status leervraag en arrangement
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   59




ARRANGEMENT SPECIFICEREN

                De geformuleerde leervraag is uitgedrukt in producten uit de onderwijscatalogus,
                meestal geformuleerd op een hoger aggregatieniveau, en aangevuld met randvoor-
                waarden van de deelnemer. De leervraag wordt tijdens het arrangeren uitgewerkt
                naar producten op het laagste aggregatieniveau uit de onderwijscatalogus en aan-
                gevuld met de randvoorwaarden, volgorde, keuzes e.d. om het plannen (roosteren)
                mogelijk te maken.


                Hoewel het arrangement is samengesteld uit onderwijsproducten van het laagste
                aggregatieniveau wil dat niet zeggen dat elk product afzonderlijk moet worden
                geselecteerd. Het is heel goed mogelijk dat in één handeling een cluster van onder-
                wijsproducten wordt geselecteerd, bijvoorbeeld een leertaak of compleet leertraject.


                Het arrangeren en specificeren van de leervraag van een deelnemer vindt altijd
                plaats binnen de mogelijkheden en randvoorwaarden van de wetgeving en de
                randvoorwaarden die de organisatie stelt aan het verwezenlijken van arrangemen-
                ten. De arrangeur gebruikt input van de forecasting om realistische individuele
                (concept)arrangementen op te stellen. Zo dient tijdens het arrangeerproces te allen
                tijde rekening gehouden te worden met de verdeling theorie - praktijk van de
                producten (de BPV-norm is voor BOL 60-40% en BBL 40-60%), de web-norm, de
                urennorm (850/300 klokuren) en ook de afgesproken uren met opdrachtgevers,
                zoals gemeente, re-integratiebedrijven etc. Bovendien moet er rekening worden
                gehouden met de specifieke randvoorwaarden zoals die zijn gesteld in de onder-
                wijscatalogus ten aanzien van volgordelijkheid, aantallen en tijden.


                Het arrangement biedt ruimte voor verschillende planningsmogelijkheden. Er is bin-
                nen het opgestelde individuele arrangement vooraf afgesproken speelruimte om de
                leervraag van de deelnemer te verwezenlijken. Deze speelruimte kan in het roos-
                terproces benut worden om een optimaal rooster voor de hele instelling te krijgen.


                Use case
                Aanleiding
                De deelnemer heeft zijn leervraag bij het Formuleren van de leervraag kenbaar
                gemaakt.


                Actoren
                - Begeleider of deelnemer of arrangeur
60   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Doel
                                                 Doel is te komen tot een specifiek arrangement waarin alle producten uit de on-
                                                 derwijscatalogus vertaald zijn naar het laagste niveau en zijn aangevuld met alle
                                                 randvoorwaarden, zodat het arrangement geschikt is voor het roosterproces.


                                                 Beschrijving acties
                                                 De acties die hieronder worden beschreven, kunnen op de volgende manieren door
                                                 de genoemde actoren worden uitgevoerd:
                                                 - Arrangeur gaat aan het werk op basis van de verkregen gegevens uit de use case
                                                   Formuleren van de leervraag.
                                                 - Arrangeren vindt plaats door de begeleider en (waar nodig) in samenspraak met
                                                   de deelnemer. Dit sluit veelal aan bij de gegevens uit de use case Formuleren van
                                                   de leervraag.
                                                 - Deelnemer kiest zelf met behulp van een inschrijfsysteem of iets dergelijks.


                                                 De onderstaande acties zijn geschreven naar de actor Arrangeur, maar kunnen ook
                                                 door begeleider of deelnemer worden gedaan.
                                                 - Opstellen arrangement
                                                   Arrangeur haalt vastgelegde gegevens omtrent leervraag en eventuele andere
                                                   wensen en voorwaarden op. Op basis van deze gegevens zoekt de arrangeur
                                                   bijbehorende producten uit de onderwijscatalogus, waarbij rekening wordt ge-
                                                   houden met aanvullende eisen (volgorde, periode en voorwaarden). Wanneer er
                                                   keuzemogelijkheden zijn, stelt de arrangeur verschillende alternatieven op. Het
                                                   systeem signaleert eventuele conflicten (voorwaarden, wettelijke eisen) waarna
                                                   de arrangeur kan bijstellen. Wanneer het arrangement niet te arrangeren is, kan
                                                   dit tot gevolg hebben dat de leervraag wordt bijgesteld.
                                                   Het BPV-onderwijsproduct is een vrij generiek product, waarbij de randvoorwaar-
                                                   den zijn vastgelegd (KD) maar de feitelijke invulling gebeurt bij de BPV-matching.
                                                   Op het moment van arrangeren kunnen twee situaties bestaan:


                                                 - De BPV-plaats is al ingevuld door het BPV-matchingsproces
                                                    •   vaak van toepassing in de BBL (BBL-deelnemers hebben meestal al een werk-
                                                        gever)
                                                    •   wanneer het bedrijf zelf de deelnemers aandraagt
                                                    •   wanneer er een ruim aanbod aan BPV-plaatsen is
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   61




- De BPV-plaats is nog niet ingevuld door het BPV-matchingsproces
 In veel gevallen zal de feitelijke invulling met een BPV-plaats echter nog moeten
 plaatsvinden. Het ‘Arrangement specificeren’ en het ‘Roosteren’ kunnen gewoon
 uitgevoerd worden terwijl in het parallelle BPV-matchingsproces naar de invulling
 van een BPV-plaats wordt gezocht.


- Vastleggen randvoorwaarden deelnemer per onderwijsproduct
 Een deelnemer heeft randvoorwaarden aangegeven bij het formuleren van de
 leervraag. Denk bij randvoorwaarden aan tijden van kinderopvang of aanvangstij-
 den werk bij werkgever e.d., maar ook fysieke beperkingen zoals een rolstoel. De
 randvoorwaarden moeten echt betrekking hebben op het volgen of het afnemen
 van de onderwijsproducten. De arrangeur geeft de randvoorwaarden mee aan ie-
 der gearrangeerd onderwijsproduct.
 De randvoorwaarden van de deelnemer die betrekking hebben op de uitvoering
 van de BPV zijn bij het formuleren van de leervraag vastgelegd. Deze randvoor-
 waarden worden vervolgens in het matchingsproces meegenomen om een pas-
 sende BPV-plaats te vinden.


- Controleren wettelijke eis 850/300 (urennorm)
 Een deelnemer die leerplichtig is en/of studiefinanciering wil, moet voldoen aan
 een urennorm. De arrangeur bekijkt in het systeem of het arrangement zoals het
 nu in het systeem staat, minimaal 850 of 300 klokuur aan onderwijs omvat (of
 een deel ervan, afhankelijk van de periode van het arrangement).


- Vastleggen arrangement
 De arrangeur maakt het arrangement in het systeem definitief. Als er gestart
 wordt met het roosteren, wordt dit arrangement meegenomen.


- Afhandelen niet te arrangeren leervraag
 Een geformuleerde leervraag kan (deels) niet worden gearrangeerd. Een reden
 kan zijn dat aan een randvoorwaarde van de deelnemer niet kan worden voldaan.
 Een deelnemer kan niet op vrijdag, terwijl het onderwijsproduct alleen maar op
 vrijdag wordt aangeboden. Ook als een arrangement niet voldoet aan de wettelij-
 ke eisen, kan een leervraag niet worden gearrangeerd. Dan moet er via de werk-
 opdracht Monitoren en Adviseren een signaal gaan naar de begeleider. Dan kan
 de begeleider opnieuw in gesprek gaan met de deelnemer om de leervraag aan
 te passen. NB dit kan alleen als er nog tijd is om een gesprek aan te gaan met de
 deelnemer, voordat het roosterproces start. Is dit niet het geval, zal er uiteindelijk
 een signaal gaan naar de use case Afhandelen niet planbare arrangementen (via
 de use case Effectueren rooster).
62   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Resultaat
                                                 - Een individueel (concept) leerarrangement met de vastgestelde speelruimte,
                                                   bestaande uit:
                                                      •   Alle te volgen onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus, op het laagste ag-
                                                          gregatieniveau,
                                                      •   Volgordes, periodes, plaatsen e.d. per onderwijsproduct, zodat duidelijk is op
                                                          welke manier deze producten moeten worden gepland (geroosterd).
                                                      •   Alternatieven voor onderwijsproducten of alternatieve volgordes, periodes,
                                                          plaatsen e.d.
                                                      •   Aanvullende (beperkende) eisen / wensen van de deelnemer, bijvoorbeeld ten
                                                          aanzien van aanvullende faciliteiten, dagen of tijdstippen e.d.
                                                 of
                                                 - Indien er geen arrangement kan worden gespecificeerd en er is voldoende tijd,
                                                   gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren.


                                                 Frequentie
                                                 Minimaal één keer per deelnemer.


                                                 Werkopdrachten
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   63




Activiteitendiagram




Functies
- Afleiden initiële arrangementen
- Tonen arrangementenoverzicht
- Vastleggen arrangement
- Raadplegen onderwijscatalogus
- Controleren arrangement
- Registratie status leervraag en arrangement
64   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                         BEHEREN BPV-BEDRIJFSGEGEVENS

                                                 Deze use case valt binnen het onderwijsprocesmodel onder “beheren middelen”.
                                                 Het gaat hier om een registratiesysteem waarin diverse typen leerbedrijven en
                                                 andere instellingen zijn opgenomen. In deze use case beperken wij ons tot de re-
                                                 gistratie van de gegevens die van belang zijn voor:
                                                 - Het matchingsproces (bijv. reisafstand)
                                                 - De bekostiging
                                                 - Het opstellen van de verbintenis (praktijkovereenkomst/BPV-overeenkomst)


                                                 In het geval van een filiaal is er de mogelijkheid om een relatie te leggen met het
                                                 moederbedrijf. De uitvoeringsrol en de werkgeversrol kunnen bij verschillende
                                                 bedrijven zijn belegd. Denk daarbij aan het scenario met een uitzendbureau. De
                                                 relatie BPV bedrijf - detacheringsbedrijf moet ook in het systeem kunnen worden
                                                 vastgelegd.


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 De stamgegevens van een leerbedrijf moeten worden geregistreerd om BPV-
                                                 plaatsen te kunnen gaan aanbieden.


                                                 Actoren
                                                 - Het systeem (= werkopdracht van Beheren BPV-plaats naar Beheren BPV bedrijfs-
                                                   gegevens)
                                                 - Het leerbedrijf.
                                                 - Het BPV bureau


                                                 Doel
                                                 De correcte registratie van stamgegevens van een leerbedrijf.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Het BPV bureau geeft aan dat bedrijfs- / instellingsgegevens moeten worden
                                                   toegevoegd/gewijzigd/verwijderd.
                                                 - Het leerbedrijf geeft aan dat er gegevens gewijzigd zijn, zo mogelijk via externe
                                                   toegang tot het systeem.


                                                 Minimaal de volgende gegevens worden geregistreerd:
                                                 - NAW gegevens leerbedrijf
                                                 - eventueel moederbedrijf
                                                 - eventueel detacheringsbedrijf (uitzendbureau)
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   65




- accreditatie en kenniscentrum (let op meerdere kenniscentra en per kenniscentra
 meerdere accreditaties)
- aantal beschikbare BPV-plaatsen
- contactpersonen
- tekeningsbevoegd contactpersoon
- contactpersonen ROC/eigenaarschap
- bereikbaarheid (met OV)


Resultaat
Een correcte en volledige registratie van de gegevens van het leerbedrijf.


Frequentie
Dagelijks


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
Binnen de instelling zijn diverse partijen die gebruikmaken van dezelfde bedrijfs-
gegevens. Dit vraagt om een (CRM)-oplossing waarbij goed is nagedacht over
eigenaarschap en versiebeheer.


Activiteitendiagram




Functies
- Vastleggen BPV-bedrijfsgegevens
66   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                         BEHEREN BPV-PLAATS

                                                 Een leerbedrijf kan een of meerdere BPV-plaatsen aanbieden. Deze BPV-plaatsen
                                                 kunnen verschillen qua kwalificatiedossier en type (oriënterend/taalstage etc.)
                                                 Wanneer de stamgegevens van het leerbedrijf nog niet zijn vastgelegd moet dit
                                                 eerst gebeuren (via werkopdracht naar Beheren BPV bedrijfsgegevens). Het aanbod
                                                 van de BPV-plaats is geen garantie dat deze ook werkelijk (nog) beschikbaar is.
                                                 Deze check zal in de regel plaatsvinden nadat de BPV match is gemaakt.


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Er is een BPV-plaats beschikbaar en deze moet worden geregistreerd.


                                                 Actoren
                                                 - De BPV coördinator
                                                 - Het BPV bureau/administratie
                                                 - De deelnemer
                                                 - Het leerbedrijf


                                                 Doel
                                                 Registratie van de BPV-plaats.


                                                 Beschrijving acties
                                                 Registratie van de BPV-plaats. Gegevens die worden vastgelegd zijn onder andere:
                                                 - Verwijzing naar het leerbedrijf
                                                 - De toepasselijke kwalificatiedossiers


                                                 - Type BPV-plaats
                                                    •   formatief
                                                         ! oriënterende    stage
                                                         ! maatschappelijke    stage
                                                         ! taalstage

                                                    •   summatief
                                                         ! (verplichte)   BPV, in dat geval tevens:
                                                         ! kwalificatiedossier,    accreditatiegegevens


                                                 - Controle eventuele accreditatie/code leerbedrijf
                                                 - Als accreditatie ontbreekt, kan de instelling de benodigde accreditatie aanvragen
                                                   middels het aanvraagformulier
                                                 - Gegevens praktijkopleider/leermeester
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   67




- Gegevens tekeningsbevoegde
- Indicatie aantal beschikbare plaatsen
- Beschrijving werkzaamheden/bedrijfscultuur
- Mogelijk uit te voeren kerntaken/werkprocessen/taalniveau/rekenniveau (mogelijk
 aangeleverd via kenniscentra/accreditatiegegevens)
- Start/einddatum
- Aantal SBU
- Werktijden (Arbo) / dagen
- Speciale wensen / voorwaarden / kledingvoorschriften / veiligheidseisen
- Stagevergoeding / onkostenvergoeding
- Mate van begeleiding
- Mate van lichamelijke arbeid


Resultaat
De BPV-plaats is vastgelegd en kan worden gebruikt in het matchingsproces.


Frequentie
Dagelijks


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
Gewenst: automatische controle op accreditatie bij Kenniscentrum op niveau van
kwalificatiedossier.
68   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Vastleggen BPV-plaats
                                                 - Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus
                                                 - Aanvragen accreditatie
                                                 - Controleren accreditatie
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   69




BPV-MATCHING

               Als resultaat van het formuleren van de leervraag kan het BPV-onderwijsproduct
               worden opgenomen in het arrangement en kan het, mogelijk samen met andere
               onderwijsproducten worden geroosterd. De feitelijke invulling met een BPV-plaats
               hoeft dan nog niet per definitie te hebben plaatsgevonden. Die BPV-matching ge-
               beurt parallel aan het arrangeren/roosteren en moet uiterlijk wanneer het rooster
               gaat draaien zijn beslag hebben gekregen.


               BPV-matching gaat verder dan het koppelen van vraag en aanbod; je moet er van
               uitgaan dat het aanbod per situatie moet worden aangepast. Het gaat daarbij om
               de match tussen:
               - de leervraag, gedefinieerd in het gekozen BPV-onderwijsproduct (kwalificatiedos-
                sier, werkprocessen, competenties)
               - aangevuld met de voorkeuren van deelnemer;
                  •   voor de BOL bijvoorbeeld:
                      ! tijd

                      ! reisafstand

                      ! omvang   bedrijf
                  •   voor de BBL bijvoorbeeld:
                      ! randvoorwaarden    lesrooster
               - de concrete BPV-plaats zoals gedefinieerd binnen de (leer)middelen.


               Use case
               Aanleiding
               Bij het formuleren van de leervraag is een BPV-onderwijsproduct uit de onderwijs-
               catalogus geselecteerd en moet dit worden ingevuld met een feitelijke BPV-plaats.
               De matching kan op twee manieren starten:
               - Deelnemer of begeleider geeft opdracht aan het systeem om mogelijke matches
                te onderzoeken
               - Deelnemer of begeleider heeft al een BPV-plaats op het oog en selecteert deze uit
                het BPV-aanbod


               Actoren
               - De deelnemer
               - De begeleider
               - Het BPV-bureau
               - Het leerbedrijf
70   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Doel
                                                 Het invullen van een BPV-onderwijsproduct met een concrete BPV-plaats.


                                                 Beschrijving acties
                                                 Op het moment dat de deelnemer of de begeleider zelf al een BPV-plaats op het
                                                 oog heeft dan selecteert hij deze uit het BPV-aanbod van de instelling. Na controle
                                                 van het BPV bureau/de BPV coördinator neemt de deelnemer contact op met het
                                                 leerbedrijf en wanneer van toepassing wordt de deelnemer gevraagd te gaan sol-
                                                 liciteren.


                                                 Een andere optie is om het systeem de opdracht te geven om mogelijke matches
                                                 te onderzoeken. Op basis van het gekozen BPV-onderwijsproduct en de opgegeven
                                                 randvoorwaarden doet het systeem een voorstel voor een of meer mogelijke BPV-
                                                 plaatsen. De deelnemer/begeleider kan hieruit de geschiktste plaats(en) selecteren,
                                                 rekening houdend met de eigen wensen en randvoorwaarden en de wensen en
                                                 eisen vanuit het leerbedrijf (=eigenschap van de BPV-plaats). De begeleider vanuit
                                                 de onderwijsorganisatie adviseert hierbij.


                                                 Wanneer het systeem geen BPV-plaats vindt dan kan:
                                                 - het BPV bureau actief in het bestand gaan zoeken en de eventuele knelpunten in
                                                   overleg met het leerbedrijf proberen op te lossen (accreditatie, periode, etcetera),
                                                 - de deelnemer zijn randvoorwaarden wellicht aanpassen,
                                                 - de deelnemer/begeleider/BPV-bureau op zoek gaan naar een leerbedrijf/BPV-
                                                   plaats en deze laten toevoegen aan het bestand,
                                                 - de deelnemer zijn leervraag bijstellen door een ander onderwijsproduct te kiezen.


                                                 Wanneer er een of meer BPV-plaatsen zijn geselecteerd checkt het BPV-bureau/de
                                                 BPV-coördinator of de BPV-plaats daadwerkelijk (nog) beschikbaar is. Vervolgens
                                                 wordt de deelnemer gevraagd contact op te nemen met het leerbedrijf om afspra-
                                                 ken te maken en zo nodig te gaan solliciteren (=eigenschap van de BPV-plaats).
                                                 Als de deelnemer, het leerbedrijf en het BPV-bureau alledrie akkoord zijn, kunnen
                                                 de benodigde verbintenissen worden opgesteld.
                                                 Op het moment dat de partijen niet tot overeenstemming komen start het
                                                 matchingsproces voor de deelnemer opnieuw.


                                                 Resultaat
                                                 Er is, met instemming van de deelnemer, de onderwijsorganisatie en het leerbedrijf,
                                                 een koppeling tot stand gebracht tussen het BPV-onderwijsproduct en de BPV-
                                                 plaats.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   71




Frequentie
Gemiddeld 1x per jaar per deelnemer.


Werkopdrachten
72   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Zoeken BPV-plaats vanuit arrangement
                                                 - Vastleggen plaatsing
                                                 - Zoeken deelnemer bij BPV-plaats
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   73




MAKEN ROOSTER

                Deze use case is het eerste onderdeel in de roostercyclus :
                1. Maken rooster (vooraf aan roosterperiode)
                2. Individueel aanvullen rooster (gedurende roosterperiode)
                3. Controle realisatie rooster (na roosterperiode)


                De toepassing van deze use case is afhankelijk van een groot aantal keuzes die
                gemaakt kunnen worden door de instelling zelf.


                Voorbeelden:
                - Is de deelnemer altijd een bepaalde tijd aanwezig (bijv. 09.00 tot 16.00 of 08.00
                 tot 13.00)?
                - Plannen we het rooster van een deelnemer geheel vol of laten we ruimte voor ad
                 hoc invulling?
                - Kiezen we ervoor deelnemers te raadplegen voordat een rooster definitief wordt?
                - Is in een arrangement beschreven welke onderwijsproducten uit de onderwijs-
                 catalogus in welke volgorde en periode moeten worden uitgevoerd of wordt hier
                 meer ruimte voor geboden?
                - Maken we voor alle onderdelen van de instelling tegelijkertijd een nieuw rooster?


                Daarnaast met er een keuze door de instelling worden gemaakt voor :
                - Controle realisatie rooster (na roosterperiode)
                - Periode waarvoor rooster gemaakt wordt. B.v.1 dag, 10 weken of heel jaar.
                - Frequentie van het maken van een nieuw rooster. B.v. elke dag, elke 10 weken of
                 1 keer per jaar.
                - Het tijdstip waarop een rooster definitief wordt voorafgaande aan de ingangsda-
                 tum ervan. Bijvoorbeeld 1 week voor start moet een rooster zijn vastgesteld.


                Het uitgangspunt bij het beschrijven van de activiteiten is dat we nog geen keuzes
                gemaakt hebben. De use case moet alle mogelijk scenario’s afdekken. Het voordeel
                is dat het maximale flexibiliteit aan de onderwijsinstelling biedt, omdat de defini-
                tieve inrichtingskeuze in een onderwijsinstelling pas bij invoering hoeft te worden
                gemaakt.


                Use case
                Aanleiding
                Periodiek (zie inleiding: b.v. iedere 10 weken) zal er in opdracht van het manage-
                ment van een instelling een compleet nieuw rooster worden gemaakt. Waar instel-
                ling staat kan ook een deel van de instelling worden gelezen.
74   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 of
                                                 Door een ernstig uitvoeringsprobleem (vanuit de use case Oplossen Calamiteit).
                                                 Er zal een nieuw rooster voor het restant van de huidige periode gemaakt moeten
                                                 worden.
                                                 of
                                                 Door een massale afwijzing van het rooster door leerlingen (vanuit de use case
                                                 Monitoren acceptatie deelnemersrooster). Er zal een nieuw rooster voor (een deel)
                                                 van de deelnemers gemaakt moeten worden.


                                                 Actoren
                                                 - Operator (OP) (houdt zich bezig met de roostermachine)
                                                 - Roostermaker (RM) (houdt zich bezig met analyseren van resultaten en begeleidt
                                                   het roosterproces)
                                                 - Manager onderwijs (MO)
                                                 - Manager bedrijfsvoering (MB)
                                                 - Deelnemer (optioneel)
                                                 - Begeleider (optioneel)


                                                 Doel
                                                 We maken een rooster om de vraag naar onderwijsproducten van deelnemers en
                                                 het aanbod daarvan door de instelling op elkaar af te stemmen. We zoeken daarbij
                                                 een balans tussen deelnemer-, onderwijs- en bedrijfseconomische belangen.


                                                 Beschrijving acties
                                                 Een aantal beheersacties moeten vooraf zijn uitgevoerd. De frequentie hiervan zal
                                                 laag zijn (bijvoorbeeld 1x per jaar).
                                                 - Beheren regels
                                                   De RM vraagt aan de MO om onderwijsregels en aan de MB om bedrijfsvoeringre-
                                                   gels.
                                                      •   Voorbeelden van onderwijsregels zijn, maximaal 8 lesuren per dag of 3 tus-
                                                          senuren per week voor een deelnemer, maximaal 1 afwijzing van een onder-
                                                          wijsproduct uit een arrangement van een deelnemer, geen leervakken na het 8e
                                                          uur, altijd bevoegde docenten.
                                                      •   Voorbeelden van bedrijfsvoeringregels zijn, maximaal 8 lesuren per docent
                                                          per dag, praktijklokaal koken alleen op maandag, iedere docent moet voor
                                                          minimaal 50% worden ingeroosterd, een onderwijsproduct mag alleen worden
                                                          aangeboden bij een minimale inschrijving van 5 deelnemers.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   75




  Als de RM de regels krijgt, controleert hij deze op volledigheid, correctheid,
  realseerbaarheid en of de regels gezamenlijk niet in conflict zijn en koppelt het
  resultaat terug aan de MO en MB. In overleg worden de mogelijke problemen
  opgelost en de regels vastgesteld en vastgelegd in de roostermachine door de OP.


- Beheren weegfactoren
 Na het vaststellen en vastleggen van de regels moeten weegfactoren bepaald
 worden over de relatieve zwaarte van een regel. De zwaarte van een regel heeft
 direct effect op de uitkomst van een rooster. De machine levert een top-x van
 roosters op met diagnoserapporten (x is bijvoorbeeld 5). De regels met de weeg-
 factor bepalen de kwaliteitvolgorde van de opgeleverde roosters.
 De MO en MB zullen over de zwaarte van de regels met elkaar moeten onderhan-
 delen. De RM kan dit proces begeleiden. Als de weegfactoren zijn vastgesteld zal
 de OP ze vastleggen in de machine.


- Beheren overige instellingen
 De OP zal de overige instellingen, zoals inhoud en layout van het diagnoserapport,
 aantal te bewaren top-x rooster etc. in de roostermachine vastleggen. Hij doet
 daartoe voorstellen die door de organisatie moeten worden gefiatteerd.


- Communicatie peildatum
 Voorafgaande aan het laten draaien van machine worden alle betrokkenen ge-
 ïnformeerd (via moderne communicatie middelen) over de startdatum van het
 maken van een nieuw rooster, zodat iedereen weet wanneer de arrangementen
 gereed moeten zijn.


- Uitvoeren controles
 De OP zal voordat hij de roostermachine start nog controleren of voor alle inge-
 schreven deelnemers een arrangement is gespecificeerd. Als dit niet het geval
 is wordt de RM op de hoogte gesteld en deze zal in overleg met de MO en MB
 bepalen welke oplossingsrichting bewandeld wordt. Te denken valt aan het tijdelijk
 stopzetten van het roosterproces. Begeleiders en arrangeurs krijgen x dagen de
 tijd. Ook kan het roosterproces gewoon doorgaan. Met de betreffende individuele
 deelnemer worden afspraken gemaakt over wat er wordt gedaan met hun arran-
 gement.


- Vullen roostermachine
 De arrangementen van de deelnemers en de beschikbaar gestelde middelen wor-
 den door de OP opgehaald en in de database van de roostermachine opgeslagen.
 Hiermee worden de beschikbare middelen en opgevoerde arrangementen
76   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                   bevroren gedurende het roosterproces. Veranderingen in arrangementen of mid-
                                                   delen die gedurende het roosteren worden aangebracht in de productieomgeving,
                                                   worden niet meegenomen in de lopende roostercyclus. Deze veranderingen wor-
                                                   den zichtbaar in de use case Effectueren rooster.


                                                 - Opstellen roostervoorstellen
                                                   De roostermachine wordt gestart. De machine zal voortdurend de x beste roos-
                                                   tervoorstellen en bijbehorende diagnoserapporten beschikbaar stellen. Zichtbaar
                                                   is hoeveel roosters er zijn doorgerekend en wanneer de laatste verandering in de
                                                   top x heeft plaats gevonden. Daarmee is er inzicht in de voortgang van de ‘run’.


                                                 - Beoordelen roostervoorstellen
                                                   De roostervoorstellen en de bijbehorende diagnoserapporten worden door de
                                                   RM geanalyseerd. De voorstellen en de analyse worden overlegd met de MO en
                                                   MB. De roostervoorstellen zullen door de MO worden beoordeeld met oog voor
                                                   de belangen van de deelnemer en de kwaliteit van het onderwijs. De MB zal de
                                                   belangen van de docenten en de bedrijfseconomische belangen mee laten wegen
                                                   in zijn oordeel. De MO en de MB kunnen (indien gewenst) overleggen met indivi-
                                                   duele deelnemers en/of begeleiders en docenten.
                                                   Alleen in het ideale geval zal het rooster meteen geaccepteerd worden. Indien er
                                                   geen geschikt roostervoorstel bij zit, kunnen er aanpassingen in de vraag (arran-
                                                   gementen) en het aanbod (middelen en regels) worden gedaan om te simuleren
                                                   in de roostermachine. Als er gebruik wordt gemaakt van een fictief middel, is het
                                                   uitgangspunt dat dit fictieve middel voor aanvang van de start van een periode is
                                                   gerealiseerd. Deze simulatie levert nieuwe roostervoorstellen en de bijbehorende
                                                   diagnoserapporten op. Opnieuw worden de roostervoorstellen en diagnoserappor-
                                                   ten geanalyseerd, besproken en beoordeeld.


                                                 - Vaststellen rooster
                                                   Uiteindelijk zal er, mogelijk gedwongen door de tijd, besloten worden met roos-
                                                   tervoorstel en het bijbehorende diagnoserapport akkoord te gaan. Er gaat een
                                                   signaal naar de use case Effectueren rooster.


                                                 Resultaat
                                                 - Een goedgekeurd rooster voor een vastgestelde periode met indien van toepas-
                                                   sing de toezegging om de voorgestelde aanpassingen te realiseren.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   77




Frequentie
Het gehele proces vindt in ieder geval plaats voor iedere nieuwe roosterperiode. De
instelling bepaalt de frequentie hiervan zelf. Deze zal variëren van 1x per jaar tot
1x per dag.


Daarnaast kunnen de use cases Oplossen calamiteit en Monitoren acceptatie deel-
nemersrooster de frequentie verhogen.


Werkopdrachten
78   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Beheren regels
                                                 - Beheren overige instellingen
                                                 - Vullen roostermachine
                                                 - Opstellen roostervoorstellen
                                                 - Fictief aanpassen arrangementen
                                                 - Fictief middel activeren
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   79




EFFECTUEREN ROOSTER

               Er ligt een voorlopig rooster door Maken rooster. Deelnemers zullen het voorge-
               stelde rooster moeten accepteren of er moeten wijzigingen in het rooster worden
               aangebracht, voordat het definitieve rooster tot uitvoering kan komen.


               Vanuit de BPV-matching kan uiterlijk hier worden geconstateerd dat de BPV-mat-
               ching niet is geslaagd, met andere woorden dat het geroosterde BPV-onderwijspro-
               duct (nog) niet is ingevuld met een feitelijke BPV-plaats. Deze situatie levert een
               uitvoeringsprobleem op, waarna de use case Oplossen uitvoeringsprobleem start.
               Op dat moment wordt er binnen het geëffectueerde rooster (BPV-onderwijsproduct
               staat in het arrangement) gezocht naar een oplossing. De leertrajectbegeleider,
               deelnemer en het BPV bureau zoeken in overleg naar een passende BPV-plaats of
               kunnen besluiten te zoeken naar een andere invulling.
               Binnen Effectueren rooster wordt nagegaan in hoeverre de deelnemers het voor-
               gestelde rooster hebben geaccepteerd, welke arrangementen niet planbaar zijn,
               welke middelen nog gewijzigd moeten worden, zodat uiteindelijk de deelnemer het
               rooster/arrangement kan accepteren.


               Use case
               Aanleiding
               Vanuit de use case Maken rooster wordt een goedgekeurd rooster met bijbehorende
               afspraken en diagnoserapport aangeleverd om te worden geëffectueerd.


               Actoren
               - Roostermaker
               - Arrangeur
               - Resourcemanager


               Doel
               Het definitief maken van het rooster, door met alle betrokkenen van de organisatie
               erover te communiceren, door het definitief toewijzen van de middelen, door het in
               gang zetten van acties om alle veranderingen in middelen en arrangementen vorm
               te geven en door het in gang zetten van de deelnemersacceptatie.


               Beschrijving acties
               - Definitief maken rooster
                Vanuit de use case Maken rooster wordt een goedgekeurd rooster aangeleverd
                voor de eerstvolgende periode. Dit rooster wordt in de productieomgeving
                gezet en wordt daarmee het actuele rooster voor de eerstvolgende periode.
80   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 - Toewijzen middelen
                                                   De middelen die in het roostervoorstel voorlopig zijn toegewezen worden nu
                                                   definitief toegewezen. In de registratie van middelen is de beschikbaarheid van
                                                   de middelen hiermee aangepast. Voor de toewijzing van een BPV-plaats betekent
                                                   dit dat er ook een signaal gaat naar de use case BPV-matching zodat de POK tot
                                                   stand kan worden gebracht.


                                                 - Publiceren roosters voor deelnemers, docenten en staf.
                                                   Alle betrokkenen van de organisatie (deelnemers, docenten en staf) worden op de
                                                   hoogte gebracht van het nieuwe rooster. Dat kan via verschillende kanalen, zoals
                                                   een portaal, internetsite, e-mail of een fysiek exemplaar in een vitrine of uitge-
                                                   deeld aan elke deelnemer of docent, etc. Het gaat hier om een relatief grootscha-
                                                   lige verspreiding aan dat deel van de organisatie waarop het rooster betrekking
                                                   heeft.


                                                 - In gang zetten van de procedure deelnemersacceptatie.
                                                   Gelijktijdig met het publiceren van het rooster wordt de procedure voor deelne-
                                                   mersacceptatie in gang gezet voor alle deelnemers van wie het arrangement in
                                                   het rooster is opgenomen. Deze deelnemers hebben voor een van te voren vast-
                                                   gesteld aantal dagen de tijd om te reageren als zij oneens zijn met het aange-
                                                   boden rooster. Er gaat een signaal naar de werkopdracht Deelnemer accepteert
                                                   rooster.
                                                   Daarnaast wordt de deelnemersacceptatie gemonitord en wordt er eventueel actie
                                                   ondernomen als de acceptatie onder een van te voren vastgestelde grens blijft. Er
                                                   gaat een signaal naar de werkopdracht Monitoren acceptatie deelnemersrooster.


                                                 - Afhandelen niet-planbare arrangementen
                                                   Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar
                                                   is welke arrangementen niet of niet geheel planbaar zijn. Arrangementen (of delen
                                                   ervan) kunnen niet planbaar zijn doordat te weinig deelnemers hiervoor kiezen of
                                                   omdat er te weinig middelen (lokalen, docenten, stageplaatsen, assets) beschik-
                                                   baar zijn. Deze arrangementen zijn niet, of niet geheel in het rooster opgenomen.
                                                   Er gaat een signaal naar de use case Afhandelen niet-planbare arrangementen.


                                                 - Aanpassen individuele arrangementen
                                                   Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar
                                                   is welke arrangementen zijn aangepast. Ook kunnen er individuele arrangementen
                                                   zijn aangepast tijdens het roosterproces. Dit wordt ook zichtbaar als het rooster-
                                                   voorstel in de productieomgeving wordt gezet. Er gaat een signaal naar de use
                                                   case Afhandelen niet-planbare arrangementen.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   81




- Realisatie benodigde middelen
 Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar
 is welke middelen zijn aangepast / toegevoegd. Deze zogenaamde “fictieve” mid-
 delen moeten door een resourcemanager voor een bepaalde datum beschikbaar
 gemaakt worden. Er gaat een signaal naar de use case Wijzigen middel.


Resultaat
- Alle betrokkenen zijn op de hoogte gebracht van het definitieve rooster of van
 de aanpassing van dit rooster.
- De benodigde middelen die bij dit rooster horen, zijn definitief toegewezen.
- De procedure voor deelnemersacceptatie is in gang gezet, net als het monitoren
 van de acceptatie
- De acties zijn gestart om de benodigde middelen te realiseren.
- De actie is gestart om de arrangementen niet gepland kunnen worden of zijn
 gewijzigd, af te handelen.


Frequentie
Voorafgaand aan elke roosterperiode.


Werkopdrachten
82   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Definitief maken rooster
                                                 - Communicatie over rooster




                         INDIVIDUEEL AANVULLEN ROOSTER

                                                 Deze use case is het tweede onderdeel in de rooster cyclus :
                                                 1. Maken rooster (vooraf aan roosterperiode)
                                                 2. Individueel aanvullen rooster (gedurende roosterperiode)
                                                 3. Controle realisatie rooster (na roosterperiode)


                                                 Een leervraag van een deelnemer kan tijdens een roosterperiode veranderen, door
                                                 opgedane ervaringen. Een instelling kan hierop inspelen door een deelnemerrooster
                                                 niet geheel te vullen, maar een rooster met ‘gaten’ te maken, waarbij de gaten tij-
                                                 dens de periode kunnen worden ingevuld met aanvullende wensen. De mate waarin
                                                 dit gebeurt is een keuze van de instelling. De verwachting is dat iedere instelling
                                                 hier wel mee te maken krijgt.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   83




Use case
Aanleiding
Centraal zal in de use case Maken rooster door een instelling voor de individuele
deelnemer en docenten een rooster worden vastgesteld. Deelnemers en docenten
kunnen gedurende de uitvoering hun individuele roosters aanvullen met ‘extra’ acti-
viteiten, indien hiervoor ruimte wordt vrijgelaten in het rooster. Voor een deelnemer
denken we hierbij aan workshops, aanvullende begeleiding, extra onderwijsproduct,
stages of prestaties. Een docent kan aanvullende taken oppakken, begeleiding ge-
ven, een workshop organiseren of bijvoorbeeld een onderwijsproduct ontwikkelen.


Actoren
- Deelnemer
- Docent
- Begeleider
- Manager Onderwijs (MO)
- Manager Bedrijfsvoering (MB)
- Roostermaker (RM)


Doel
Ad hoc keuzes van de deelnemer om zijn leervraag compleet te maken, vastleggen
in de gegeven ruimte in het deelnemerrooster.


Beschrijving acties
We beschrijven de acties vanuit het perspectief van de deelnemer en van de docent.
Er zijn een groot aantal keuzes mogelijk. Iedere keuze kan andere acties omvatten.
We beschrijven een aantal keuzes met bijgehorende acties:


1. Inschrijven voor extra workshop of extra activiteit zoals een excursie (niet in
  onderwijscatalogus)
- Behoefte aan extra workshop of activiteit kenbaar maken
 Deelnemers, docenten of begeleiders kunnen behoefte hebben aan een extra on-
 derwijsactiviteit. Deze behoefte wordt kenbaar gemaakt aan de MO. Duidelijk
 moet worden gemaakt wat het doel van de activiteit is, net als de verwachte
 resultaten. Tevens moet worden aangegeven welke middelen er nodig zijn om de
 activiteit uit te kunnen voeren.
84   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 - Nagaan nut extra onderwijsactiviteit
                                                   De MO beslist of de extra activiteit een bijdrage levert aan het behalen van een
                                                   kwalificatie. Indien de MO een negatief oordeel heeft, maakt hij dit kenbaar aan
                                                   de betrokken deelnemer/ docent/ begeleider. Ook bepaalt de MO welke bevoegd-
                                                   heden en vaardigheden een docent nodig heeft om de activiteit te kunnen begelei-
                                                   den of uitvoeren.


                                                 - Nagaan beschikbaarheid benodigde middelen extra onderwijsactiviteit
                                                   Als de MO akkoord is, geeft hij aan de MB aan welke middelen er nodig zijn en
                                                   vraagt hij of deze beschikbaar zijn. De MB bekijkt of er een bevoegde docent aan-
                                                   wezig is, nog tijd heeft en beschikbaar is op de juiste tijd. Hetzelfde doet de MB
                                                   m.b.t. de benodigde ruimte. Als de middelen niet beschikbaar zijn, maakt hij dit
                                                   kenbaar aan de MO. Evt. overleggen de MB en de MO over aanpassing van de ei-
                                                   sen aan de middelen. Indien het echt niet mogelijk is, zal de MO deze uitslag me-
                                                   dedelen aan de deelnemer/docent/begeleider.


                                                 - Ontwikkelen extra onderwijsactiviteit
                                                   In opdracht van de MB zal een docent de gevraagde onderwijsactiviteit ontwik-
                                                   kelen/voorbereiden. Tevens worden de inschrijvingsvoorwaarden opgesteld. Het
                                                   resultaat wordt afgestemd met de MO, die het definitieve fiat geeft voor uitvoering
                                                   van de activiteit.


                                                 - Extra onderwijsactiviteit aanbieden
                                                   De RM zet in opdracht van de MB de extra activiteit (met de code IIVO) als plan-
                                                   ning in het rooster, zodat de inschrijving is geopend. Bij de openstelling van de
                                                   inschrijving zal duidelijk moeten staan aan welke voorwaarden een deelnemer
                                                   moet voldoen om zich te mogen inschrijven. Ook neemt de RM een optie op de
                                                   benodigde middelen.


                                                 - Inschrijven extra onderwijsactiviteit
                                                   De deelnemers die het extra onderwijs willen volgen, schrijven zich in.


                                                 - Goedkeuring inschrijving
                                                   De begeleiders van de ingeschreven deelnemers krijgen bericht van de inschrij-
                                                   ving en beslissen of de extra onderwijsactiviteit mogen worden gevolgd en geven
                                                   dit aan in het systeem, met reden. Indien hierdoor dubbelingen in de agenda van
                                                   de deelnemer ontstaan kan de begeleider de oorspronkelijke onderwijsproducten
                                                   uit de agenda van de deelnemer verwijderen , waardoor de deelnemer niet meer
                                                   bij de groep staat. Ook kan de begeleider de deelnemer bij de oorspronkelijke on-
                                                   derwijsproducten op geoorloofd afwezig zetten.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   85




- Beoordelen doorgaan extra onderwijsactiviteit
 De MB zal beslissen of er voldoende aanmeldingen zijn om de extra onderwijsacti-
 viteit ook daadwerkelijk aan te bieden. Als de beslissing negatief is, zal hij dit met
 de MO overleggen. De definitieve beslissing zal worden vermeld in het systeem
 (vastlegging middelen bij een positief besluit).


- Bevestigen inschrijving
 De deelnemer en krijgt automatisch bericht of een inschrijving is geaccepteerd
 of niet (met reden bij een afwijzing). De onderwijsactiviteit wordt bij door-
 gang ook op definitief gezet in het rooster van de deelnemer en de betrokken
 docent(en). De deelnemer wordt dan ook verwacht (aan- en afwezigheid).


2. Aanbieden van een extra workshop of extra activiteit zonder inschrijving
Het verschil met de acties onder 1 is dat de deelnemer bij deze extra onderwijsacti-
viteit door zijn begeleider wordt aangemeld. Vanaf de activiteit - extra onderwijsac-
tiviteit wordt het schema anders.
- Behoefte aan extra workshop of activiteit kenbaar maken
- Nagaan nut extra onderwijsactiviteit
- Nagaan beschikbaarheid benodigde middelen extra onderwijsactiviteit
- Ontwikkelen extra onderwijsactiviteit
- Extra onderwijsactiviteit aanbieden


De begeleider geeft door aan de RM welke deelnemers deze extra activiteit zou
moeten volgen. De RM zet de extra activiteit als definitieve activiteit in het deel-
nemerrooster. De deelnemer wordt hiervan op de hoogte gesteld. De deelnemer
wordt dan ook verwacht bij de activiteit (aan- en afwezigheid). De RM legt ook de
benodigde middelen vast.
Hier denken we aan activiteiten binnen en buiten school en op individueel- en
groepsniveau die bijdragen aan het behalen van een kwalificatie. Bijvoorbeeld een
bijbaan, een excursie, bijscholing op leesvaardigheid etc.


3. Deelnemer zonder inzage docentrooster wil aanvullende begeleiding
- Behoefte aan gesprek kenbaar maken
 Als een deelnemer graag een gesprek wil met een specifieke docent of begeleider,
 moet de deelnemer deze behoefte kenbaar maken aan de betreffende persoon.
- Gesprek wordt gepland door medewerker
 De docent of begeleider bekijkt in het deelnemerrooster en zijn eigen rooster wan-
 neer dit gesprek kan plaatsvinden en zet het gesprek als voorlopig in de agenda’s.
- Deelnemer bevestigt het gesprek
 De deelnemer ontvangt een melding van de gemaakte afspraak en wordt om een
86   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                   bevestiging gevraagd. Indien de deelnemer niet akkoord gaat, maakt hij dit ken-
                                                   baar aan de docent of begeleider met reden. De docent of begeleider krijgt een
                                                   melding van deze afwijzing en zal met een nieuw voorstel komen. Als een deelne-
                                                   mer akkoord gaat met de afspraak, wordt deze automatisch definitief vastgesteld
                                                   in de agenda’s.


                                                 4. Deelnemer met inzage docentrooster wil aanvullende begeleiding
                                                 - Gesprek wordt gepland door deelnemer
                                                   De deelnemer kijkt in zijn eigen rooster en dat van de specifieke docent wanneer
                                                   een gesprek kan plaatsvinden en zet het gesprek als voorlopig in de agenda’s.
                                                 - Docent bevestigt het gesprek
                                                   De docent ontvangt een melding van de gemaakte afspraak en wordt om een
                                                   bevestiging gevraagd. Indien de docent niet akkoord gaat, maakt hij dit kenbaar
                                                   aan de deelnemer met reden. De deelnemer krijgt een melding van deze afwijzing
                                                   en zal meestal met een nieuw voorstel komen. Als de docent akkoord gaat met de
                                                   afspraak, wordt deze automatisch definitief vastgesteld in de agenda’s.


                                                 5. Docent of begeleider wil gesprek met deelnemer
                                                 - Gesprek wordt gepland door docent of begeleider
                                                   De docent of begeleider bekijkt in het deelnemerrooster en zijn eigen rooster wan-
                                                   neer dit gesprek kan plaatsvinden en zet het gesprek als voorlopig in de agenda’s.
                                                 - Deelnemer bevestigt het gesprek
                                                   De deelnemer ontvangt een melding van de gemaakte afspraak en wordt om een
                                                   bevestiging gevraagd. Indien de deelnemer niet akkoord gaat, maakt hij dit ken-
                                                   baar aan de docent of begeleider met reden. De docent of begeleider krijgt een
                                                   melding van deze afwijzing en zal met een nieuw voorstel komen. Als een deelne-
                                                   mer akkoord gaat met de afspraak, wordt deze automatisch definitief vastgesteld
                                                   in de agenda’s.


                                                 6. Keuze voor een extra product uit de onderwijscatalogus
                                                 - Behoefte extra onderwijsproduct kenbaar maken
                                                   Als een deelnemer graag een extra onderwijsproduct wil volgen, wat al is gepland
                                                   in het geëffectueerde rooster, moet de deelnemer deze behoefte kenbaar maken
                                                   aan de begeleider.
                                                 - Nut extra onderwijsproduct bekijken
                                                   De begeleider beslist of de extra activiteit een bijdrage levert aan het behalen van
                                                   een kwalificatie. Indien de begeleider een negatief oordeel heeft, maakt hij dit
                                                   kenbaar aan de betrokken deelnemer.
                                                 - Mogelijkheid extra onderwijsproduct bekijken
                                                   De begeleider, betrokken docent of roostermaker gaat na of het mogelijk is. De
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   87




 deelnemer moet ruimte hebben in de agenda om het product te volgen, er moet
 in de groep nog ruimte zijn voor een extra deelnemer. En ook moet worden beke-
 ken of het mogelijk is om nog in te stromen in deze groep. Als het niet mogelijk
 is, wordt dit kenbaar gemaakt aan de deelnemer.
 Het antwoord zal positief zijn, als de deelnemer voldoende voorkennis heeft en als
 het onderwijsproduct nog niet is gestart of als de deelnemer de achterstand kan
 inhalen.
- Extra onderwijsproduct in arrangement plaatsen
 De arrangeur zet in opdracht van de begeleider het extra onderwijsproduct in het
 arrangement van de deelnemer.
- Extra onderwijsproduct in agenda plaatsen
 De roostermaker of begeleider zet het extra onderwijsproduct in de agenda van
 de deelnemer en plaatst de deelnemer bij het betreffende onderwijsproduct in de
 groep in het rooster.


7. Aanvullen agenda docent met taakuren
Ook bij de docent zal er ruimte in de agenda over blijven. De docent kan, los van
het aanvullen met extra onderwijsactiviteiten (zie punten hierboven), zijn werk-
agenda vullen met taakuren, zoals het ontwikkelen van onderwijsproducten of het
volgen van een opleiding. Dit zal in overleg met de MB plaatsvinden. De invulling
van de taakuren zal worden gedaan nadat er geroosterd.


8. Aanvullen met niet-onderwijsactiviteiten
Een deelnemer of docent kan in zijn agenda ook privé afspraken zetten, om te
voorkomen dat er op die moment afspraken worden gepland.


Resultaat
De deelnemer heeft een kwalitatief (inhoud) en kwantitatief (onderwijstijd) gevuld
rooster.
De werktijd van de docent is ingevuld met geroosterde activiteiten en aanvullende
(niet onderwijs) taken.


Frequentie
De frequentie wordt vooral bepaald door de mate waarin een instelling kiest voor
het mogelijk maken van een individuele aanvullingen. Aangezien het individuele
aanpassingen betreft die op ieder moment kunnen worden uitgevoerd zal de totale
frequentie hoog zijn.
88   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Werkopdrachten
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   89




Activiteitendiagram
Individueel aanvullen rooster met nieuw onderwijsproduct (1 en 2)
90   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Activiteitendiagram
                                                 Individueel aanvullen rooster met bestaand onderwijsproduct (6)




                                                 Functies
                                                 - Aanvullen rooster
                                                 - Roosterwijziging kenbaar maken
                                                 - Inschrijven op geroosterd onderwijsproduct
                                                 - Tonen, acceptatie en informeren inschrijving
                                                 - Tonen, acceptatie en informeren doorgang activiteit
                                                 - Agendafunctie
                                                 - Vastleggen leervraag en wensen
                                                 - Vastleggen arrangement



                         CONTROLE ROOSTER REALISATIE

                                                 Deze use case is het laatste onderdeel in de rooster cyclus :
                                                 1. Maken rooster & rooster effectueren (vooraf aan roosterperiode)
                                                 2. Individueel aanvullen rooster (tijdens roosterperiode)
                                                 3. Controle realisatie rooster (na roosterperiode)


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Als een roosterperiode is geëindigd, wil je als instelling weten of de vraag en het
                                                 aanbod samen zijn gekomen. Je wilt graag voor de wet- en regelgeving weten of
                                                 het geplande rooster ook daadwerkelijk is uitgevoerd, is er aan de klokurennorm
                                                 (850 of 300) voldaan. Daarnaast wil je ook graag weten of het geplande rooster
                                                 ook kwalitatief heeft voldaan aan de gestelde eisen. Je wilt weten of het onderwijs-
                                                 aanbod overeenkwam met de vraag van de deelnemers.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   91




Actoren
- Medewerker Planning & Control
- Medewerker kwaliteit


Doel
Inzicht krijgen of de vraag naar onderwijs en het aanbod van onderwijs samen zijn
gekomen.
Acties ondernemen om eventueel gesignaleerde knelpunten op te lossen


Beschrijving activiteiten
- Rapportages genereren
 Er moeten rapportages worden gemaakt over het geplande onderwijsaanbod en
 het gerealiseerde aanbod. Dit kan door het systeem, omdat het geplande onder-
 wijsaanbod en het gerealiseerde onderwijs bekend is.
 Een rapportage over de kwaliteit van het onderwijsaanbod kan worden achter-
 haald door het houden van enquêtes/interviews etc. en deze te verwerken. In een
 rapportage staan worden de resultaten hiervan gezet.
- Analyseren uitkomst rapportages
 De rapportages moeten worden geanalyseerd en worden besproken. Is er veel
 gepland onderwijs niet doorgegaan? Wat is hier de reden van? Hebben de indivi-
 duele deelnemers voldoende onderwijs gepland in de beschikbare ruimte? Voldeed
 het onderwijsproduct aan de verwachting van de deelnemers? Waarom wel of
 niet? Heeft een onderwijsproduct bijgedragen aan het behalen van een kwalifica-
 tie? Waarom wel of niet? Etcetera.
- Omzetten van knelpunten naar concrete acties
 Als er een negatief resultaat naar voren komt in de analyse van de rapportages,
 moet worden bekeken wat een reden kan zijn voor het negatieve resultaat en wat
 een oplossing zou kunnen zijn. Als er verbetervoorstellen zijn, worden er acties
 uitgezet.


Resultaat
- Inzicht in de realisatie van de vraag naar onderwijs en eventueel een aantal uitge-
 zette acties om een discrepantie tussen de vraag en het aanbod op te lossen.


Frequentie
Na iedere roosterperiode.


Werkopdrachten
Geen
92   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Activiteitendiagram
                                                 Geen activiteitendiagram


                                                 Functies
                                                 - Rapportage afgelopen periode



                         DEELNEMER ACCEPTEERT ROOSTER

                                                 Een instelling kan ervoor kiezen om deelnemers of opdrachtgevers een aangebo-
                                                 den rooster te laten accepteren, om de wens van de deelnemer centraal te stel-
                                                 len. Als een instelling hier niet voor kiest, vervalt deze use case en wordt de use
                                                 case Individueel roosterprobleem oplossen alleen getriggerd als een deelnemer of
                                                 opdrachtgever aangeeft aan een begeleider dat het rooster niet (helemaal) kan
                                                 worden gevolgd.


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Het rooster voor een bepaalde periode is geëffectueerd en is beschikbaar voor alle
                                                 betrokken deelnemers en opdrachtgevers. Een deelnemer of opdrachtgever krijgt
                                                 een roosteraanbod op basis van zijn individuele leerarrangement.


                                                 Actoren
                                                 - Deelnemer of opdrachtgever
                                                 - Roostermaker


                                                 Doel
                                                 De deelnemer heeft binnen de gestelde termijn (vanuit instituut) het rooster ge-
                                                 accepteerd, zodat er overeenstemming is over op welke wijze en wanneer het
                                                 gevraagde onderwijs wordt aanboden in een bepaalde periode, tussen de instelling
                                                 en de deelnemer.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Versturen rooster of bericht over rooster
                                                   De deelnemer ontvangt van de roostermaker een individueel rooster voor een
                                                   bepaalde vastgestelde periode op papier of digitaal of ontvangt een bericht dat
                                                   het rooster kan worden ingezien. Het tijdstip van ontvangst van het rooster of
                                                   bericht is instellingsafhankelijk, dit kan drie weken voor aanvang van een periode
                                                   zijn, maar ook een week of een dag. Tevens krijgt de deelnemer de informatie
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   93




over de vastgestelde geformuleerde leervraag, het vastgestelde arrangement, de
vastgelegde randvoorwaarden en eventuele afwijkingen.


- Beoordelen rooster
 Een onderwijsmanager kan tijdens het maken van het rooster de beslissing heb-
 ben genomen om een bepaald arrangement van een deelnemer te wijzigen of om
 niet te voldoen aan alle gestelde randvoorwaarden. De reden hiervoor is dat er
 dan vanuit de hele instelling gezien een ‘beter’ rooster kan worden geëffectueerd.
 De individuele deelnemer vergelijkt of de afwijkingen tussen het rooster en zijn
 geformuleerde leervraag, het arrangement en de door hem gestelde randvoor-
 waarden bij acceptabel zijn voor hem.


- Kenbaar maken wel of niet accepteren rooster
 Een instelling kan ervoor kiezen om een geëffectueerd rooster officieel door een
 deelnemer te laten accepteren. Dit kan op meerdere manieren.
  •   Passieve acceptatie: een deelnemer hoeft alleen kenbaar te maken binnen de
      gestelde termijn (XX) dat een rooster niet wordt geaccepteerd. Als het rooster
      wel is geaccepteerd, hoeft een deelnemer niets te doen. In het systeem worden
      na de gestelde termijn (XX) alle roosters waarbij niet kenbaar is gemaakt dat
      het rooster niet wordt geaccepteerd, op geaccepteerd gezet.
  •   Actieve acceptatie: een deelnemer moet binnen de gestelde termijn (XX) actief
      kenbaar maken of een rooster wel of niet wordt geaccepteerd. Als de deelne-
      mer niets onderneemt, zal een instelling er na de gestelde termijn (XX) vanuit
      gaan dat het rooster niet is geaccepteerd.
  Als een deelnemer een rooster niet accepteert, geeft de deelnemer aan waarom
  hij het rooster niet accepteert.


- Sturen reminder voor het accepteren rooster
 Indien de instelling ervoor kiest om een deelnemer actief het rooster te laten ac-
 cepteren, kan het nuttig zijn om een reminder te sturen naar de individuele deel-
 nemer en de begeleider(s). Na een vastgestelde termijn (Y (is eerder dan termijn
 XX)) wordt in dat geval nagegaan welke deelnemers er nog geen keuze hebben
 gemaakt. Deze deelnemers krijgen een bericht met de vraag of zij zo snel moge-
 lijk de keuze of het rooster wel of niet wordt geaccepteerd, kenbaar willen maken.
 De begeleiders van deze deelnemers krijgen een bericht met daarin een overzicht
 van alle deelnemers die nog geen keuze hebben gemaakt.


- Bevestigen acceptatie/niet acceptatie
 Na de gestelde termijn (XX) bevestigt de instelling of de deelnemer het rooster
 wel of niet geaccepteerd heeft.
94   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                   Als een instelling kiest voor passieve acceptatie en een deelnemer heeft niet
                                                   kenbaar gemaakt dat het rooster niet is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een
                                                   bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster heeft geaccepteerd en wordt
                                                   verwacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten.
                                                   Als een instelling kiest voor actieve acceptatie en een deelnemer heeft kenbaar
                                                   gemaakt dat het rooster is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een bericht waarin
                                                   staat dat de deelnemer het rooster heeft geaccepteerd en wordt verwacht bij de
                                                   geroosterde onderwijsactiviteiten.
                                                   Als een instelling kiest voor actieve acceptatie en een deelnemer heeft niet ken-
                                                   baar gemaakt of het rooster wel of niet is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een
                                                   bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, dat de
                                                   begeleider hiervan op de hoogte is gebracht en dat de deelnemer verwacht wordt
                                                   bij de begeleider voor een gesprek.


                                                 - Berichten begeleider
                                                   Indien een deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, wordt de begeleider op
                                                   de hoogte gebracht van het niet accepteren van het rooster door de deelnemer, de
                                                   onderwijsproduct(en) die niet is (zijn) geaccepteerd en de reden(en). De begelei-
                                                   der kan een gesprek aangaan met de deelnemer om het probleem op te lossen. Er
                                                   gaat een signaal naar de use case Individueel roosterprobleem oplossen.
                                                   Als een deelnemer binnen de gestelde termijn (XX) nog geen keuze kenbaar heeft
                                                   gemaakt en er geldt een actieve acceptatie krijgt de begeleider ook een bericht
                                                   van het niet accepteren van het rooster door de deelnemer.
                                                   Als er veel deelnemers zijn die een rooster niet accepteren of er veel deelnemers
                                                   zijn die niet binnen termijn (Y) een keuze kenbaar maken, kan een instelling
                                                   mogelijk een ‘acceptatieprobleem’ krijgen. Het proces van het monitoren van de
                                                   acceptatie en het oplossen van een eventueel acceptatieprobleem is beschreven in
                                                   de use case Monitoren deelnemersacceptatie.


                                                 Resultaat
                                                 - Overzicht van deelnemers die het rooster wel hebben geaccepteerd. Hierdoor is
                                                   inzichtelijk wanneer deze deelnemers welke onderwijsproducten volgen.
                                                 - Overzicht per deelnemer die het rooster niet hebben geaccepteerd. Hierdoor is
                                                   tevens inzichtelijk welke onderwijsproducten niet zijn geaccepteerd en waarom en
                                                   is de benodigde actie op gang gebracht.


                                                 Frequentie
                                                 Na elke roosterpublicatie
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   95




Werkopdrachten




Activiteitendiagram
Er zijn 2 activiteitendiagrammen bij deze use case, een deelnemer accepteert een
rooster actief of de deelnemers accepteert een rooster passief.


Actieve acceptatie
96   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 Passieve acceptatie




                                                 Functies
                                                         ! Communicatie over rooster naar deelnemer
                                                         ! Tonen deelnemerrooster
                                                         ! Reactie van deelnemer op rooster




                         MONITOREN ACCEPTATIE DEELNEMERSROOSTER

                                                 Het rooster dat gemaakt en geëffectueerd, wordt in principe ook uitgevoerd. Er
                                                 wordt niet gewacht op deelnemeracceptatie.
                                                 Parallel aan het effectueren (en eventueel uitvoeren) van het rooster wordt geduren-
                                                 de een bepaalde periode de deelnemers gevraagd het rooster te accepteren. Als de
                                                 acceptatie van roosters voldoende is, kan de uitvoering van het rooster onverminderd
                                                 doorgaan, maar als onverhoopt blijkt dat te veel deelnemers niet accepteren moet
                                                 er op gereageerd worden. Het monitoren van deze acceptatie en het eventueel in
                                                 gang zetten van het oplossen van een te hoge mate van roosterafwijzing gebeurt in
                                                 deze use case. Het monitoren van de deelnemersacceptatie vindt plaats binnen een
                                                 vastgestelde periode nadat het rooster ter acceptatie is aangeboden.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   97




Use case
Aanleiding
Middels de use case Effectueren rooster is er een (nieuw of gewijzigd) geëffectu-
eerd rooster beschikbaar gekomen. De deelnemers zijn op de hoogte gebracht van
hun daaruit afgeleide deelnemersrooster. Hen is gevraagd hun deelnemersrooster
actief of passief te accepteren (afhankelijk van de keuze van de instelling; zie use
case Deelnemer accepteert rooster).


Actoren
- Roostermaker
- Management
- Begeleider
- Deelnemer


Doel
Vaststellen of voldoende deelnemers (voldoende snel) hun deelnemersrooster ac-
cepteren, zodat het rooster zoals dat is opgesteld ook daadwerkelijk uitgevoerd kan
worden. En het indien nodig nemen van passende maatregelen als te veel deelne-
mers hun rooster niet accepteren.


Beschrijving acties
De monitoring vindt plaats tussen het moment van effectueren van het rooster tot
en met het eind van de periode waarin de deelnemer het rooster moet accepteren.
In die periode worden periodiek (bijvoorbeeld dagelijks) de volgende acties uitge-
voerd.


- Opstellen rapportage roosteracceptatie
 Er wordt een rapportage opgesteld over de acceptatie van het rooster door de
 deelnemers. In deze rapportage zijn knelpunten inzichtelijk op basis van drem-
 pelwaarden/criteria t.a.v. de voortgang van de acceptatie door deelnemers. Deze
 knelpunten kunnen inzichtelijk worden gemaakt op diverse niveaus, zoals voor de
 hele instelling, een opleiding, een team of per begeleider. Het gaat hierbij bijvoor-
 beeld om de volgende criteria en drempelwaarden:
  •   Aantal/percentage deelnemers dat zijn rooster heeft afgewezen, drempelwaar-
      de voor een knelpunt bijvoorbeeld bij meer dan 5%.
  •   Aantal/percentage deelnemers dat nog niet heeft geaccepteerd, drempelwaarde
      voor een knelpunt bijvoorbeeld minder dan 50% in de laatste week (alleen van
      toepassing bij een actieve acceptatie).
98   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                 - Besluiten over doorgaan met voorbereiding van de uitvoering
                                                   Naar aanleiding van de monitoring wordt er een besluit genomen over het door-
                                                   gaan met de voorbereiding van de uitvoering van het rooster. Als er geen reden
                                                   is om actie te ondernemen, dan wordt het geëffectueerde rooster voorbereidt om
                                                   het uit te voeren.
                                                   Wanneer de gesignaleerde knelpunten in de rapportage aanleiding geven tot het
                                                   nemen van maatregelen, dan worden de hieronder genoemde acties ondernomen.


                                                 - Analyse van de knelpunten in de roosteracceptatie
                                                   In deze stap wordt de oorzaak van de roosterafwijzing onderzocht (deelnemers
                                                   hebben een reden moeten opgeven) en bekeken, welke acties zouden kunnen
                                                   leiden tot een oplossing. Bijvoorbeeld:
                                                    •   Het wijzigen van de inzet van bepaalde middelen, zoals de inzet van docenten
                                                        of de locaties.
                                                    •   Het wijzigen van de arrangementen van bepaalde deelnemers.
                                                    •   Het wijzigen van roosterregels, zoals maximale groepsgrootte, reizen tussen
                                                        locaties, tussenuren.
                                                    •   Aanvullende begeleiding van de deelnemers, zodat zij mogelijk alsnog bereid
                                                        zijn het aangeboden rooster te accepteren.


                                                 - Beslissen over te nemen maatregelen
                                                   Bepaald wordt door het management welke actie wordt ondernomen om het ac-
                                                   ceptatieprobleem op te lossen. Dit kunnen één van de volgende acties zijn.
                                                    •   Herzien rooster.
                                                        Het huidige rooster dat bij de deelnemers ligt ter acceptatie, wordt gean-
                                                        nuleerd. Dit houdt in dat de deelnemers worden geïnformeerd over het feit
                                                        dat het rooster herzien zal worden en het proces van roosteracceptatie wordt
                                                        afgebroken. Deelnemers die dat nog niet gedaan hebben, kunnen het rooster
                                                        ook niet meer accepteren. Vervolgens gaat er een signaal naar de use case
                                                        Maken rooster. Daarbij wordt aangegeven met welke gewijzigde instellingen het
                                                        nieuwe rooster gemaakt moet worden, om te voorkomen dat de roosterafwij-
                                                        zing opnieuw zal optreden.
                                                    •   Collectief overreden
                                                        De begeleiding motiveert en beargumenteert aan de groepen waarom de instel-
                                                        ling het rooster niet op deze knelpunten wordt herzien. De groep wordt ge-
                                                        vraagd het rooster alsnog te accepteren.
                                                    •   Kleine roosterwijziging
                                                        Het huidige rooster wordt in dit geval niet ingrijpend aangepast. Op basis
                                                        van de genoemde redenen voor de afwijzing, wordt er binnen het geëffec-
                                                        tueerde rooster gezocht naar oplossingen. Bijvoorbeeld: een onderwijspro-
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   99




     duct wordt voor een gehele groep op een ander tijdstip gepland. De roos-
     terwijziging wordt door de begeleider besproken met de deelnemers. Als de
     roosterwijziging wordt geaccepteerd, wordt de roosterwijziging verwerkt in het
     GRID en nogmaals gecommuniceerd. De deelnemers kan het rooster dan ac-
     cepteren.


Resultaat
- Aan het einde van de monitorperiode ligt er een door de deelnemers geaccepteerd
 rooster.
of
- Indien er onvoldoende acceptatie is, zijn er passende maatregelen genomen.


Frequentie
Paar keer per jaar: na het effecturen van een nieuw rooster.


Werkopdrachten
100   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Activiteitendiagram




                                                  Functies
                                                  - Rapportage roosteracceptatie
                                                  - Incidentele aanpassing deelnemersrooster
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   101




INDIVIDUEEL ROOSTERPROBLEEM OPLOSSEN

                Use case
                Aanleiding
                De begeleider van een deelnemer heeft vanuit de use case Deelnemer accepteert
                rooster een bericht ontvangen dat de deelnemer zijn rooster niet heeft (actief of
                passief) geaccepteerd. In dit bericht staat ook waarom de deelnemer het rooster
                niet geaccepteerd heeft. Hij heeft een probleem met de locatie of het tijdstip waar-
                op een onderwijsproduct is gepland of een probleem met een onderwijsproduct. De
                begeleider zal in een gesprek dit probleem proberen op te lossen.
                Een andere aanleiding voor deze use case kan zijn dat de deelnemer in een lopende
                roosterperiode door omstandigheden (een deel van) de onderwijsproducten niet
                meer kan volgen.


                Actoren
                - Begeleider (voor gesprek met deelnemer)
                - Deelnemer
                - Roostermaker/arrangeur/begeleider/administratief medewerker (voor invoeren
                 resultaat gesprek deelnemer)


                Doel
                Een geaccepteerd rooster voor en door een deelnemer. Het herziene individuele
                rooster is samengesteld uit onderwijsproducten welke reeds zijn gepland in het
                geëffectueerde rooster.


                Beschrijving acties
                - Probleemanalyse
                 Als een deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, bekijkt de begeleider om
                 welke reden het rooster niet geaccepteerd is.
                  •   Als een begeleider het idee heeft dat een reden niet gegrond is, zal de begelei-
                      der dit in het gesprek met de deelnemer aangeven en de deelnemer overtuigen
                      om het rooster alsnog te accepteren.
                  •   Als een deelnemer geen keuze heeft gemaakt tijdens het acceptatieproces, zal
                      de begeleider in het gesprek achterhalen wat de reden hiervan is. Indien een
                      deelnemer het ‘gewoon’ niet heeft gedaan, zal de begeleider de deelnemer het
                      rooster alsnog laten accepteren en de deelnemer proberen te overtuigen dat
                      het wenselijk is om het altijd binnen de gestelde termijn te accepteren.
102   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                     •   Als de deelnemer geen keuze heeft gemaakt en problemen blijkt te hebben met
                                                         het rooster (tijd/plaats) of een van de onderwijsproducten, zal de begeleider
                                                         de oorzaak van het probleem met het rooster met de deelnemer bespreken en
                                                         proberen een oplossing te zoeken.


                                                  - Zoeken oplossing o.b.v. het reeds geëffectueerde rooster, zonder aanpassing ar-
                                                    rangement en leervraag
                                                    Als een deelnemer een probleem heeft met het rooster zullen de begeleider en
                                                    deelnemer in overleg zoeken in het geëffectueerde rooster (GRID) naar mogelijke
                                                    alternatieven, om tegemoet te komen aan de roosterwensen van de deelnemer.
                                                    Onder alternatieven denken we aan: zelfde lessen of opdrachten volgen bij andere
                                                    groepen (bij een andere klas/groep of in een ander domein).


                                                  - Zoeken oplossing o.b.v. het reeds geëffectueerde rooster, met aanpassing van de
                                                    leervraag en/of arrangement
                                                    Als er binnen het geëffectueerde roosters NIET tegemoet kan worden gekomen
                                                    aan de roosterwens(en) van de deelnemer, of de deelnemer een probleem heeft
                                                    met het arrangement, dan kunnen de begeleider en deelnemer zoeken in de
                                                    onderwijscatalogus naar mogelijke alternatieve onderwijsproducten, op basis van
                                                    de leervraag van de deelnemer. Als er alternatieve onderwijsproducten gevonden
                                                    zijn, wordt bekeken in het rooster (GRID) of deze onderwijsproducten ook in het
                                                    geëffectueerde rooster gepland zijn. Als dit het geval is, wordt gekeken of de al-
                                                    ternatieve onderwijsproducten passen in het rooster van de deelnemer waarin de
                                                    onderwijsproducten staan die wel zijn geaccepteerd en gepland. Voorbeelden zijn:
                                                    een deelnemer volgt een onderwijsproduct, welke gearrangeerd stond in een
                                                    volgende periode of de deelnemer volgt een ander, maar vergelijkbaar onderwijs-
                                                    product.
                                                    Indien de deelnemer en de begeleider geen alternatieve onderwijsproducten kun-
                                                    nen vinden die aansluiten bij de leerwens, kan worden besloten dat de deelnemer
                                                    op een later tijdstip (andere periode of ander jaar) het gewenste onderwijsproduct
                                                    alsnog volgt en dat de geaccepteerde onderwijsproducten wel worden gevolgd.


                                                  - Aanpassen leervraag en arrangement
                                                    Als de begeleider en de deelnemer aan de wens van de deelnemer kunnen
                                                    voldoen met een aanpassing in de leervraag en/of het arrangement, moeten de
                                                    wijzigingen in de leervraag en/of arrangement in het systeem worden gezet. Af-
                                                    hankelijk welke rechten een rol heeft in een instelling, kan de begeleider dit doen,
                                                    of bijvoorbeeld een arrangeur of administratief medewerker.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   103




- Effectueren rooster
 Als de begeleider met een aanpassing in het rooster aan de wens van de deelne-
 mer kan voldoen, plaats de begeleider of roostermaker de deelnemer bij de geko-
 zen onderwijsproducten en wordt het rooster voor de deelnemer geëffectueerd en
 aan de deelnemer getoond.
 Als de leervraag en/of het arrangement is gewijzigd en de wijzigingen in het
 systeem zijn verwerkt, plaatst de begeleider of roostermaker de deelnemer bij de
 reeds geplande onderwijsproducten uit het geëffectueerde rooster. Het geëffectu-
 eerde rooster voor de deelnemer wordt wederom aan de deelnemer getoond.


- Accepteren rooster
 Afhankelijk van de keuze van een instelling, kan een deelnemer het afgesproken
 rooster officieel nog moeten accepteren. Er wordt vanuit gegaan dat een deelne-
 mer het rooster niet zal weigeren.
     •   Bij actieve acceptatie zal de deelnemer binnen de gestelde termijn (W) kenbaar
         moeten maken of het aangeboden rooster is geaccepteerd of niet.
     •   Bij passieve acceptatie zal het systeem na aflopen van de gestelde termijn (W)
         automatisch de keuze van de deelnemer op geaccepteerd zetten.


- Bevestigen acceptatie
 Na de gestelde termijn (W) bevestigt de instelling de acceptatie van het rooster door de
 deelnemer. De deelnemer neemt deel aan de geroosterde onderwijsactiviteiten.


- Afhandelen afwijking leervraag en verbintenisgebied
 Indien er een nieuwe leervraag is geformuleerd en de leervraag niet binnen het
 afgesproken verbintenisgebied van de deelnemer valt, dan zal de verbintenis met
 de deelnemer moeten worden gewijzigd. Om dit te regelen, gaat er een signaal
 naar de use case Monitoren en Adviseren.


Indien de deelnemer en de begeleider geen onderwijsproducten kunnen vinden
die aansluiten bij de leerwens van de deelnemer, kan in het uiterste geval worden
gesteld dat de verbintenis met de deelnemer moet worden beëindigd Om dit te
regelen, gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren. De voor de
deelnemer geplande onderdelen worden vervolgens in het rooster vrijgegeven.


Resultaat
- Een door de deelnemer geaccepteerd en door de instelling verwerkt rooster.
of
- Indien er geen voor de deelnemer acceptabel rooster is, dan gaat er een signaal
 naar de use case Monitoren en adviseren.
104   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Frequentie
                                                  Mogelijk na iedere roosterperiode, maar het kan ook voorkomen tijdens een lopend
                                                  roosterperiode.


                                                  Werkopdrachten
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   105




Activiteitendiagram




Functies
- Vastleggen leervraag en wensen
- Vastleggen arrangement
- Incidentele aanpassing deelnemersrooster
106   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          AFHANDELEN NIET PLANBARE ARRANGEMENTEN

                                                  Use case
                                                  Aanleiding
                                                  Er komt vanuit Effectueren rooster een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke
                                                  arrangementen niet of niet geheel planbaar zijn. Arrangementen (of delen ervan)
                                                  kunnen niet planbaar zjin, doordat te weinig deelnemers hebben gekozen voor een
                                                  onderwijsproduct in het arrangement of omdat er te weinig middelen zijn om het
                                                  onderwijsproduct aan te kunnen bieden.


                                                  Een begeleider gaat met een individuele deelnemer een gesprek aan over wat er
                                                  mogelijk is voor de deelnemer om alsnog aan de leerwens van de deelnemer te
                                                  kunnen voldoen, op basis van het reeds geëffectueerde rooster. Als er een nieuwe
                                                  leervraag moet worden opgesteld, gebeurt dat in deze use case en niet in de use
                                                  case Formuleren leervraag. Bij Formuleren leervraag wordt een leervraag aange-
                                                  boden aan het roosterproces, bij herformulering wordt een nieuwe leervraag niet
                                                  opnieuw aangeboden aan het roosterproces, want de herformulering gebeurt op
                                                  basis van het geëffectueerde rooster.


                                                  Actoren
                                                  - Begeleider (voor gesprek met deelnemer)
                                                  - Deelnemer
                                                  - Roostermaker/arrangeur/begeleider/administratief medewerker (voor invoeren
                                                    resultaat gesprek deelnemer)


                                                  Doel
                                                  Een geaccepteerd arrangement en rooster voor een deelnemer. Het herziene indi-
                                                  viduele rooster is samengesteld uit onderwijsproducten welke reeds zijn gepland in
                                                  het geëffectueerde rooster.


                                                  Beschrijving acties
                                                  - Samenstellen van een nieuw of het herzien van een bestaand arrangement binnen
                                                    het geëffectueerde rooster. Er zijn meerdere scenario’s denkbaar.
                                                     •   Scenario 1: Een deelnemer heeft een leervraag waarvan het gehele arran-
                                                         gement niet planbaar is, omdat er bijvoorbeeld maar één deelnemer voor de
                                                         opleiding is. De begeleider en deelnemer zoeken dan in de onderwijscatalogus
                                                         naar mogelijke alternatieve opleidingen, op basis van de interesses van de
                                                         deelnemer. Als er een alternatief gevonden is, wordt bekeken in het rooster
                                                         (GRID) of deze opleiding ook in het geëffectueerde rooster gepland is.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   107




  •   Scenario 2: Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland.
      Sommige onderwijsproducten kunnen niet worden aangeboden omdat er te
      weinig middelen zijn of omdat er te weinig deelnemers zijn. De begeleider en
      deelnemer zoeken dan in de onderwijscatalogus naar mogelijke alternatieve on-
      derwijsproducten, op basis van de leervraag van de deelnemer. Als er alterna-
      tieve onderwijsproducten gevonden zijn, wordt bekeken in het rooster (GRID)
      of deze onderwijsproducten ook in het geëffectueerde rooster gepland zijn. Als
      dit het geval is, wordt gekeken of de alternatieve onderwijsproducten passen in
      het rooster van de deelnemer waarin de onderwijsproducten staan die wel zijn
      gepland. Voorbeelden zijn: een deelnemer volgt eenzelfde onderwijsproduct bij
      een andere groep of een deelnemer volgt een onderwijsproduct, welke gearran-
      geerd stond in een volgende periode.
  •   Scenario 3:Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland en er
      zijn niet voldoende of geen alternatieve onderwijsproducten zijn die aansluiten
      bij de geformuleerde leervraag. Er kan worden gekozen om onderwijsproduc-
      ten toe te voegen die niet direct aansluiten bij de leerwens. Bijvoorbeeld: ie-
      mand uit een kappersopleiding kan een cursus boekhouden volgen. De deelne-
      mer moet er dan op gewezen worden dat er studievertraging kan optreden. Ook
      kan de leervraag worden aangepast.
  •   Scenario 4:Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland en er
      zijn niet voldoende of geen alternatieve onderwijsproducten zijn die aansluiten
      bij de geformuleerde leervraag. De begeleider en de deelnemer kunnen beslui-
      ten dat de deelnemer op een later tijdstip de gewenste onderwijsproducten als-
      nog volgt en dat de wel te plannen onderwijsproducten alsnog worden gevolgd.


- Verwerken van de gewijzigde leervraag en/of arrangement in het systeem
 Als de begeleider en de deelnemer overeenstemming hebben bereikt over de
 leervraag en/of het arrangement, moeten de wijzigingen in de leervraag en/
 of arrangement in het systeem worden gezet. Afhankelijk welke rechten een rol
 heeft in een instelling, kan de begeleider dit doen, of bijvoorbeeld een arrangeur
 of administratief medewerker.


- Effectueren rooster
 Als de wijzigingen m.b.t. de leervraag en/of het arrangement in het systeem zijn
 verwerkt, kan de begeleider of roostermaker de deelnemer plaatsen bij de reeds
 geplande onderwijsproducten uit het geëffectueerde rooster. Het geëffectueerde
 rooster voor de deelnemer wordt wederom aan de deelnemer getoond.


- Accepteren rooster
 Afhankelijk van de keuze van een instelling, kan een deelnemer het afgesproken
108   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                    rooster officieel nog moeten accepteren. Er wordt vanuit gegaan dat een deelne-
                                                    mer het rooster niet zal weigeren.
                                                       •   Bij actieve acceptatie zal de deelnemer binnen de gestelde termijn (W) kenbaar
                                                           moeten maken of het aangeboden rooster is geaccepteerd of niet.
                                                       •   Bij passieve acceptatie zal het systeem na aflopen van de gestelde termijn (W)
                                                           automatisch de keuze van de deelnemer op geaccepteerd zetten.


                                                  - Bevestigen acceptatie
                                                    Na de gestelde termijn (W) bevestigt de instelling de acceptatie van het rooster
                                                    door de deelnemer. De deelnemer neemt deel aan de geroosterde onderwijsactivi-
                                                    teiten.
                                                  - Afhandelen afwijking leervraag en verbintenisgebied
                                                    Indien er een nieuwe leervraag is geformuleerd en de leervraag niet binnen het
                                                    afgesproken verbintenisgebied van de deelnemer valt, dan zal de verbintenis met
                                                    de deelnemer moeten worden gewijzigd. Om dit te regelen, gaat er een signaal
                                                    naar de use case Monitoren en Adviseren.
                                                    Indien de deelnemer en de begeleider geen onderwijsproducten kunnen vinden
                                                    die aansluiten bij de leerwens van de deelnemer, kan in het uiterste geval worden
                                                    gesteld dat de verbintenis met de deelnemer moet worden beëindigd. Om dit te
                                                    regelen, gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren.


                                                  Resultaat
                                                  - Een door de deelnemer geaccepteerd arrangement en door de instelling verwerkt
                                                    arrangement in het reeds geëffectueerde rooster.
                                                  of
                                                  - Indien er geen voor de deelnemer acceptabel rooster is, dan gaat er een signaal
                                                    naar de use case Monitoren en adviseren.


                                                  Frequentie
                                                  Mogelijk na iedere roosterperiode.


                                                  Werkopdrachten
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   109




Activiteitendiagram




Functies
- Vastleggen leervraag en wensen
- Vastleggen arrangement
- Incidentele aanpassing deelnemersrooster
110   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          TACTISCHE PLANNING

                                                  Deze use case betreft het analyseren van roosterinformatie over de korte en
                                                  middellange termijn, en roosters uit het verleden. Deze informatie moet kunnen
                                                  worden opgevraagd naar allerlei invalshoeken (zoals ruimtebezetting, benodigde
                                                  middelen bijv. assets, toe- en afname van de vraag naar een bepaald vak, etc.).


                                                  Dit is van belang in het kader van de forward mapping. Daarin wordt gebruik ge-
                                                  maakt van een roosterverwachting voor de middellange termijn en ervaringscijfers
                                                  uit het verleden, om daaruit een voorspelling te kunnen doen van de benodigde
                                                  middelen en het te realiseren onderwijs op de middellange termijn.


                                                  Ten behoeve van middellange termijn planning worden automatisch rooster-
                                                  verwachtingen uitgerekend door een roostermachine. De roostermachine is een
                                                  roostermachine met een oneindige horizon, die continu draait. Ze vult een 3-dimen-
                                                  sionaal rooster, het GRID. De uitkomsten zijn gestructureerd via status- en knel-
                                                  puntrapportages. Deze automatisch berekende verwachtingen worden regelmatig
                                                  gemonitord. Op basis daarvan kan op de verwachte toekomstige ontwikkelingen
                                                  geanticipeerd worden, door tijdig te zorgen dat de juiste middelen beschikbaar zijn.


                                                  Use case
                                                  Aanleiding
                                                  Periodiek (instellingsafhankelijk hoe vaak dit is) inzicht willen hebben in mogelijke
                                                  knelpunten in de benodigde en beschikbare middelen en het te realiseren onder-
                                                  wijs.


                                                  Actoren
                                                  - Roostermaker
                                                  - Management


                                                  Doel
                                                  Inzicht krijgen in het te verwachten middelengebruik en te realiseren onderwijs op
                                                  de middellange termijn, op grond van de roosterverwachtingen en analyse van de
                                                  reeds gerealiseerde roosters.
                                                  Acties ondernemen om eventueel gesignaleerde knelpunten in de beschikbaarheid
                                                  van middelen op te lossen
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   111




Beschrijving acties
- Analyseren rooster(s) afgelopen periode(s).
 Opvragen van gerealiseerde roosterinformatie over een of meer periodes, vanuit
 een aantal verschillende invalshoeken, zoals lokalengebruik, inzet van docenten,
 vraag naar bepaalde (leer)middelen, vraag naar bepaald type onderwijs(product),
 regelmatig terugkerende knelpunten (vanuit oplossen uitvoeringsprobleem) etc.
 Deze gegevens kunnen rechtstreeks uit het systeem worden opgehaald. Het doel
 is om inzicht krijgen over de over- en ondercapaciteit van middelen.


- Opvragen roosterverwachting(en) komende periode(s) (GRID voor middellange
 termijn)
 Om een goede roosterverwachting te kunnen maken, zijn er kengetallen nodig
 over de ontwikkeling van de te verwachten vraag naar onderwijs, bijvoorbeeld:
 kengetallen over studievoortgang, geregistreerde leervragen en arrangementen,
 onderkende veranderingspatronen in de leervraag. Deze kengetallen worden voor
 een of meer periodes in het systeem vastgelegd (voor zover deze informatie niet
 uit de al geregistreerde gegevens kan worden afgeleid).
 Op basis van deze kengetallen kan de roostermachine een roosterverwachting
 geven voor de middellange termijn. Dit is in feite een ‘gewoon’ rooster, maar dan
 met wat meer onzekerheid. Uit deze roosterverwachting kan dan informatie wor-
 den afgeleid over geschatte aantallen van deelnemers die bepaalde onderwijspro-
 ducten zullen gaan afnemen, en de benodigde middelen die daarvoor nodig zijn.


- Analyseren roosterverwachtingen op knelpunten
 Op basis van deze roosterverwachting kunnen er fricties worden gesignaleerd.
 Hierin moeten ook fricties worden meegenomen die niet zichtbaar worden uit de
 extrapolatie van de gerealiseerde roosters, maar te verwachten uit andere facto-
 ren. Dit zijn situaties waarbij de verwachte beschikbare middelen in een bepaalde
 periode niet voldoende (of juist teveel) zijn in relatie tot de vraag naar middelen.
 Deze fricties moeten worden geïnterpreteerd en er moet worden beoordeeld hoe
 groot de kans is dat een knelpunt zich gaat voordoen, hoe zwaar een knelpunt
 weegt en welke mogelijke oplossingen er zijn. Op basis daarvan wordt bepaald of
 het een knelpunt is dat om actie vraagt.
 Knelpunten kunnen o.a. ontstaan op het gebied van:
  •   Inzet middelen (lokalen, docenten, leermiddelen)
  •   De ontwikkeling van de vraag van deelnemers (arrangementen, bepaalde on-
      derwijsproducten)
  •   Bepaalde business rules (of prestatie-indicatoren o.i.d)
112   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  - Omzetten van knelpunten naar concrete acties
                                                    Het management zal samen met de roostermaker bepalen of vervolgacties nodig
                                                    zijn.
                                                    Voorbeelden voor knelpunten met oplossingen zijn; de inzet en de bezettings-
                                                    graad van bepaalde ruimtes voldoen niet aan de business rules (bijv. minimale
                                                    bezetting van 70% maximale bezetting van 90%). Als de benutting permanent
                                                    te laag is kan worden besloten de ruimte voor andere doeleinden in te zetten. Als
                                                    de bezetting van een specifieke ruimte te hoog is, kan ervoor worden gekozen
                                                    om een andere ruimte ook te voorzien van deze specifieke voorzieningen (bijv.
                                                    een theorielokaal voorzien van tekenmateriaal). Ook kan de business rule worden
                                                    aangepast.
                                                    Als de gegevens duiden op een toekomstig tekort aan bepaalde docenten kan
                                                    worden besloten nieuwe docenten te werven of docenten bij-/om te scholen.
                                                    Als uit de vraag van de deelnemers blijkt dat er nauwelijks vraag is naar Rus-
                                                    sisch kan worden besloten dit onderwijsproduct een volgende periode niet aan te
                                                    bieden. De deelnemers die dit wel hebben gekozen, kan worden gevraagd het vak
                                                    een andere periode te volgen of een andere taal te kiezen. In deze voorkomende
                                                    gevallen zal er dus een werkopdracht ontstaan richting [[formuleren leervraag]]
                                                    en uiteindelijk leiden tot een aanpassing in de onderwijscatalogus.
                                                    Iedere gewenste aanpassing op de inzet van middelen leidt tot een signaal naar
                                                    de use case Wijzigen middelen.


                                                  Resultaat
                                                  Overzicht van verwachtte knelpunten en een aantal daaraan gerelateerde uitgezette
                                                  acties, met name gericht op het realiseren, wijzigen of afstoten van middelen.


                                                  Frequentie
                                                  Periodiek en/of op aanvraag


                                                  Werkopdrachten
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   113




Activiteitendiagram




Functies
- Rapportage afgelopen periode
- Simulatie rooster komende periode
114   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          STRATEGISCHE PLANNING

                                                  Als gevolg van externe ontwikkelingen, is de organisatie van het onderwijs voort-
                                                  durend in beweging. Er worden vanuit de maatschappij nieuwe en andere eisen ge-
                                                  steld aan het onderwijs en de beschikbare middelen. Omdat aanpassingen vaak
                                                  een lange voorbereidingstijd eisen, is het noodzakelijk dat de ontwikkelingen op
                                                  het gebied van de onderwijsvernieuwing, trends in het onderwijs, onderwijsvisie en
                                                  -beleid van de instelling, demografische ontwikkelingen etc. tijdig worden gesigna-
                                                  leerd. Vergeleken met de use case Tactische planning gaat het hier over langere
                                                  termijn en meer gegevens dan alleen de roosterverwachtingen.


                                                  Deze use case is beschreven vanuit de invalshoek van de beschikbaarheid en de
                                                  benodigde middelen. Strategische planning gebeurt o.a. ook om na te gaan of
                                                  het onderwijs aansluit bij de vraag vanuit de maatschappij en de onderwijsvisie en
                                                  het onderwijsbeleid van de instelling. Deze invalshoeken zijn niet nader beschreven
                                                  in deze use case.


                                                  Use case
                                                  Aanleiding
                                                  Periodiek of op aanvraag inzage willen hebben in de invloed van demografische en
                                                  andere externe factoren op de benodigde middelen op de langere termijn. Door
                                                  de doorgevoerde schaalvergrotingen in het onderwijs (met name de grote gebou-
                                                  wen) is het gewenst inzage te krijgen in de deelnemersstroom zodat groeiende
                                                  sectoren (afdelingen) tijdig over de benodigde middelen kunnen beschikken en
                                                  krimpende afdelingen niet onnodig lang in een te groot jasje blijven zitten waardoor
                                                  er een inefficiënt gebruik van middelen ontstaat. Ook andere onderwijsvormen kun-
                                                  nen van invloed zijn op de behoefte aan middelen.


                                                  Actoren
                                                  - Management/aanvrager
                                                  - Resourcemanager


                                                  Doel
                                                  Inzicht krijgen in de gevolgen van verwachtte externe ontwikkelingen voor de orga-
                                                  nisatie van het onderwijs en inzicht krijgen in de benodigde beschikbare middelen
                                                  op de lange termijn. Hierbij gaat het met name om de inschatting welk onderwijs
                                                  (en in welke aantallen) op de langere termijn wordt gevraagd, en welke middelen
                                                  nodig zijn om aan die toekomstige vraag te kunnen voldoen en welke middelen dan
                                                  beschikbaar zullen zijn. Op basis van het inzicht in mogelijke gevolgen en knelpun-
                                                  ten, acties ondernemen.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   115




Beschrijving acties
- Opvragen en vastleggen van prognose-informatie
 De verwachte informatie is onder andere informatie van buitenaf. Op grond van
 demografische en conjuncturele ontwikkelingen kan het aantal potentiële deelne-
 mers toe- of afnemen. Beschikbare trendanalyses geven inzicht in belangstellings-
 percentages voor bepaalde leertrajecten. Onderwijsontwikkelingen kunnen leiden
 tot het willen starten van nieuwe opleidingen.
 Ook intern moet informatie worden opgevraagd over de beschikbaarheid van mid-
 delen op de langere termijn. Te denken valt hierbij aan personeel dat gebruik gaat
 maken van vervroegd uittreden, het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd
 of het gebruik maken van arbeidsverkortende maatregelen. Daarnaast kan het
 zijn dat een deel of een geheel gebouw niet meer beschikbaar is of niet meer aan
 de gestelde eisen voldoet.
 De beschikbare informatie, aantallen, kengetallen, percentages etc., zowel met
 betrekking tot de genoemde externe als interne ontwikkelingen, worden vastge-
 legd in de vorm van een prognose van de vraag naar onderwijs en de beschik-
 baarheid van middelen op de langere termijn.
 Het is wenselijk dat het systeem fricties, die op termijn worden verwacht, sig-
 naleert en overzichtelijk presenteert, waarna de verantwoordelijke de fricties
 interpreteert.


- Interpreteren van de analyse
 Analyseren van de uitkomsten op mogelijke knelpunten in beschikbare middelen
 of andere (bedrijfsmatige of onderwijskundige) doelstellingen. Door te werken
 met bepaalde kengetallen (x m2 per deelnemer van een type opleiding etc.) kan
 het management hardmaken waarom herschikking van ruimtes nodig is. Ook me-
 dewerkers kunnen op termijn overbodig zijn, c.q. een tekort gaan vertonen.


- Advies opstellen
 Op grond van de gemaakte overzichten zal het verantwoordelijke management
 (oa. Facilitair Beheer/P&O) een advies opstellen. Dit is een handmatige actie. In
 het advies kan worden beschreven dat de beschikbaarheid van bepaalde ruimtes
 niet voldoet aan de gestelde eisen, of dat er een te verwachten tekort dan wel een
 overschot zal zijn. Als aanpassingen mogelijk zijn dan kunnen deze in het advies
 worden opgenomen. Als uitbreiding gewenst is dan wordt aangegeven aan welke
 eisen de uitbreiding moet voldoen. Als de gegevens duiden op een toekomstig te-
 kort aan bepaalde docenten kan worden geadviseerd nieuwe docenten te werven
 of docenten bij-/om te scholen.
116   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  - Acties in gang zetten
                                                    Het advies kan aanleiding geven voor de centrale directie over te gaan tot
                                                    actie(s). Als er middelen moeten worden aangeschaft, afgestoten of gewijzigd,
                                                    gaat er een signaal naar de use case Wijzigen middelen.


                                                  Resultaat
                                                  Advies en aanbevelingen op welke manier moet worden geanticipeerd op de lange
                                                  termijn ontwikkelingen. Tevens tijdig opdrachten geven om over te gaan tot aan-
                                                  passing of herschikking van de middelen.


                                                  Frequentie
                                                  Minimaal 1x per jaar.


                                                  Werkopdrachten
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   117




Activiteitendiagram




Functies
- Prognose lange termijn
118   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          WIJZIGEN MIDDELEN

                                                  Deze use case start na een opdracht tot wijzigen van een middel en eindigt bij de re-
                                                  gistratie van deze wijziging. Dit kan dus een eenvoudige wijziging van de kenmerken
                                                  van een bestaand middel zijn, maar ook het realiseren van een heel nieuw middel. In
                                                  dat geval omvat deze use case ook het daadwerkelijk realiseren van de wijziging.
                                                  Wat hier nadrukkelijk niet onder valt, is het wijzigen van de beschikbaarheid van
                                                  een middel. Het middel wijzigt in dat geval immers zelf niet. De wijziging van de
                                                  beschikbaarheid is onderdeel van de use cases waarin middelen worden ingezet,
                                                  zoals de use case Effectueren rooster.


                                                  Use case
                                                  Aanleiding
                                                  Er is behoefte aan nieuwe middelen, kenmerken van bestaande middelen moeten
                                                  veranderd worden of bestaande middelen zijn niet meer nodig en mogen worden
                                                  afgestoten. Voorbeelden hiervan zijn:
                                                  - Nieuwe docent “Engels” nodig
                                                  - Nieuw gebouw noodzakelijk inclusief inrichting
                                                  - Stageplaats nodig
                                                  - Vanuit roosterproces ontstaat behoefte aan een nieuw “fictief” middel om mee te
                                                    kunnen simuleren
                                                  - Theorielokaal wordt voortaan gebruikt als computerlokaal
                                                  - Docent Engels mag ook Duits gaan geven
                                                  - Docent krijgt aanpassing in taakbeleid => geen 20 uur meer voor de klas maar
                                                    nog maar 12
                                                  - Leerbedrijf wel/niet geaccrediteerd
                                                  - Portakabin niet meer in gebruik
                                                  - Beamer afgeschreven
                                                  - Docent uit dienst


                                                  Aanleidingen tot de wijzigingen kunnen zeer divers zijn, maar kunnen in ieder geval
                                                  komen vanuit de use cases Effectueren rooster, Oplossen calamiteit, Tactische Plan-
                                                  ning en Strategische planning. Dit sluit andere aanleidingen niet uit.


                                                  Actoren
                                                  - Opdrachtgever, degene die vanuit hoofde van functie gemachtigd is een wijziging
                                                    in middelen te initiëren. Dit kan bijvoorbeeld zijn;
                                                     •   College van bestuur
                                                     •   Directeur Onderwijs
                                                     •   Directeur Bedrijfsvoering
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   119




- Uitvoerder realisatie, degene die vanuit hoofde van functie de wijziging werkelijk
 realiseert of laat realiseren. Dit kan bijvoorbeeld zijn;
  •   Projectleider
  •   Afdeling P&O
  •   Afdeling facilities
  •   Afdeling ICT
  •   Afdeling Inkoop
  •   Stage- of BPV bureau
- Middelenbeheerder, degene die verantwoordelijk is voor de registratie van mid-
 delen en hun kenmerken.


Doel
Het realiseren en beschikbaar stellen van de benodigde en gevraagde middelen ten
behoeve van de instelling en het registreren van deze middelen (stamgegevens up-
to-date maken.)


Beschrijving acties
De acties zijn op te splitsen in 4 categorieën. Deze vier categorieën hebben ver-
schillende acties, waarbij de actie waarin de registratie plaatsvindt gelijk is. Daar-
mee zijn het eigenlijk vier aparte use cases die vanwege hun onderlinge samenhang
hier bij elkaar worden beschreven.


1. Realiseren nieuw middel
- Aanvraag of opdracht van realisatie nieuw middel
 Veelal als gevolg van een tactisch of strategisch wordt het besluit genomen tot het
 realiseren van een nieuw middel (bijvoorbeeld het aantrekken van een docent, de
 aanschaf van een bepaald leermiddel of de huur van een ruimte). Dit besluit leidt
 tot een aanvraag waarmee het realisatieproces in gang wordt gezet. Hierbij wordt
 ook de termijn vastgesteld waarbinnen realisatie moet plaatsvinden.
- Gepland middel registreren
 Zodra de realisatie van een middel in gang gezet is, wordt dit middel geregistreerd
 als gepland middel. Vanaf dat moment kan er in het roosterproces rekening worden
 gehouden met de aanstaande beschikbaarheid van het betreffende middel.
- Realisatie van het middel
 Het betreffende middel dient gerealiseerd te worden. Afhankelijk van type en
 omvang van het gevraagde middel kan de termijn waarin deze realisatie moet
 plaatsvinden, sterk verschillen. Het neerzetten van een nieuw gebouw duurt uiter-
 aard langer dan het aantrekken van een nieuwe docent of het aanschaffen van
 een nieuwe PC.
120   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  - Gerealiseerd middel + kenmerken registreren
                                                    Zodra het middel daadwerkelijk beschikbaar is, wordt het volledig geregistreerd
                                                    met alle kenmerken die van toepassing zijn (de stamgegevens). Het middel gaat
                                                    van status gepland naar gerealiseerd.


                                                  2. Aanmaken van een “fictief” middel
                                                  - Signaal aanmaken fictief middel vanuit het roosterproces
                                                    Vanuit het roosterproces ontstaat behoefte aan een fictief middel waarmee gesi-
                                                    muleerd kan worden. Om dit mogelijk te maken moet een “fictief” middel worden
                                                    geregistreerd met bepaalde kenmerken, zodat het roosterproces kan roosteren
                                                    alsof dit middel bestaat.
                                                  - Fictief middel + kenmerken registreren
                                                    Er wordt een “fictief” middel opgevoerd met (tenminste) de kenmerken zoals
                                                    in het signaal vanuit het roosterproces is gevraagd. Vanaf dat moment kan het
                                                    roosterproces het middel inzetten alsof het gerealiseerd is, maar uitsluitend ten
                                                    behoeve van een simulatierooster (roostervoorstel).
                                                    De aangemaakte fictieve middelen vormen een voorraad van fictieve middelen. Of
                                                    het fictieve middel daadwerkelijk gebruikt wordt in het roosterproces wordt be-
                                                    sloten in de use case Maken rooster; het ‘activeren’ (of opvoeren) van een fictief
                                                    middel.


                                                  3. Activeren “fictief middel”
                                                  - Signaal fictief middel realiseren
                                                    Het simulatierooster waarin het fictieve middel is ingezet wordt vervolgens geëf-
                                                    fectueerd in de use case Effectueren rooster, wat betekent dat dit rooster daad-
                                                    werkelijk moet worden uitgevoerd. Het eerder als “fictief” opgevoerde middel zal
                                                    nu daadwerkelijk gerealiseerd moeten gaan worden.
                                                  - Wijzigen status middel van “fictief” naar “gepland”
                                                    Zodra de daadwerkelijke realisatie van een fictief middel in gang is gezet, wordt
                                                    de status van fictief op gepland gezet met een bepaalde datum waarop het gereed
                                                    zal komen. Deze datum zal eerder moeten liggen dan de ingangsdatum van het
                                                    geëffectueerde rooster waarin het middel is meegenomen.
                                                  - Realisatie van het middel
                                                    Het betreffende middel dient gerealiseerd te worden.
                                                  - Gerealiseerd middel + kenmerken registreren
                                                    Zodra het middel daadwerkelijk beschikbaar is, wordt het volledig geregistreerd
                                                    met alle kenmerken die van toepassing zijn (de stamgegevens). Het middel gaat
                                                    van status gepland naar gerealiseerd.
                                                    NB Als een deelnemer het onderwijsproduct stage gaat afnemen, wordt er in het
                                                    roosterproces gesimuleerd dat de deelnemer een stageplaats heeft. Bij de use
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   121




 case Effectueren rooster komt uit het diagnoserapport dat er nog een stageplaats
 gevonden moet worden. Het zoeken (realiseren) van een leerbedrijf met een
 beschikbare stageplaats gebeurt in dit deel (aanmaken van een fictief middel) van
 de use case. Als er een stageplaats is gevonden, moet er nog een overeenkomst
 worden gesloten tussen de instelling, het leerbedrijf en de deelnemer., de POK.
 Om dit te realiseren zal er een signaal naar deelnemer en/of begeleider moeten
 gaan dat de stageplaats beschikbaar is. Er gaat een signaal naar de use case
 Monitoren en adviseren. Uiteindelijk zal er vanuit deze use case een signaal gaan
 naar de use case Verbintenis maken, om daadwerkelijk de POK te krijgen.


4. Aanpassen kenmerken bestaand middel
- Opdracht aanpassen kenmerken bestaand middel wordt gegeven
 Er kan een grote verscheidenheid aan redenen zijn om de kenmerken van een
 bestaand middel (de stamgegevens) te wijzigen. Een docent kan een bepaalde
 bevoegdheid hebben behaald, een lokaal is verbouwd of aangescherpte regelge-
 ving beperkt het maximum aantal deelnemers in een bepaald leslokaal.
- Wijzigen kenmerken middel worden
 De kenmerken worden aangepast of geregistreerd (het aanpassen van de stam-
 gegevens). Indien van toepassing wordt hierbij ook de ingangsdatum vastgesteld
 zodat vanuit het roosterproces daar vanaf het juiste moment rekening mee houdt.
- Aanpassing kenmerken realiseren
 De uitvoerder krijgt de opdracht om de aanpassingen van een middel ook daad-
 werkelijk uit te voeren.


5. Afstoten van bestaand middel
- Opdracht tot afstoten middel wordt gegeven
 Er kunnen verschillende redenen zijn om een bestaand middel af te stoten, waar-
 onder allerlei bedrijfseconomische overwegingen (onderhoudskosten, economische
 levensduur, risico’s).
- Status middel aanpassen (op inactief)
 Het middel wordt met een ingangsdatum op inactief gezet.
- Afstoten
 Het afstoten van een middel moet ook daadwerkelijk plaatsvinden. Afhankelijk van
 type en omvang van het betreffende middel kan dit in tijd en aandacht langer du-
 ren. Het slopen van een gebouw duurt langer dan het weggooien van een beamer.
 NB: Indien een gevraagd middel niet te realiseren is, een fictief middel niet tijdig
 vervangen kan worden door een gerealiseerd middel, of een gevraagde aanpas-
 sing niet kan plaatsvinden, kan dit een signaal geven naar de use case Oplossen
 uitvoeringsprobleem. Het niet kunnen realiseren van een (fictief) middel kan niet
 als gevolg hebben dat een geheel rooster moet worden herzien. Als een nieuw
122   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                    middel vanuit de use case strategische of tactische planning niet op tijd is gereali-
                                                    seerd, zul je dit weten voordat je gaat roosteren en houd je hier al rekening mee.
                                                    Een niet gerealiseerd fictief middel kan nooit tot een calamiteit leiden, omdat zo’n
                                                    fictief middel niet kan worden geaccepteerd als een reëel alternatief.


                                                  Resultaat
                                                  De totale middelenvoorraad is aangepast aan de gewenste situatie of de benodig-
                                                  de vervolgacties zijn uitgezet. De registratie van de stamgegevens zijn up to date
                                                  met de nieuwe situatie.


                                                  Frequentie
                                                  Dagelijks meerdere keren, afhankelijk van aanvragen.


                                                  Werkopdrachten
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   123




Activiteitendiagram




Functies
- Beheren middelen
- Controle tijdige realisatie
124   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          BEHANDELEN AANVRAAG MIDDELEN

                                                  Er kan onderscheid worden gemaakt tussen middelen die ter beschikking worden
                                                  gesteld voor het roosterproces, en middelen die buiten het roosterproces, op aan-
                                                  vraag, kunnen worden gereserveerd. Dit zijn over het algemeen middelen die een
                                                  meer specifiek karakter hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een auditorium, een
                                                  examenzaal, een spreekkamer, losse beamer, losse laptop etc.). Het gaat hierbij
                                                  dus om middelen die niet voor het roosterproces beschikbaar zijn.
                                                  Het kan dus zijn dat het roosterproces maar kan beschikken over een deel van het
                                                  totaal aan middelen. Daarnaast kan het zijn dat bepaalde middelen niet volledig
                                                  door het onderwijs (vanuit het roosteren) benut worden.
                                                  Deze beide categorieën van middelen (dus middelen die niet voor roosteren be-
                                                  schikbaar zijn, en middelen die niet door roosteren benut zijn) kunnen worden aan-
                                                  gevraagd voor gebruik. Het aanvragen, zoeken naar en vastleggen van het gebruik
                                                  wordt gedaan middels deze use case.


                                                  Use case
                                                  Aanleiding
                                                  We onderkennen verschillende soorten aanvragen.
                                                  - Er komt een vraag naar één of meer niet specifieke middelen die niet aan het
                                                    roosterproces zijn toegewezen, maar wel bedoeld zijn voor het onderwijs. Bijv.
                                                    een groep wil gebruik maken van het auditorium.
                                                  - Er komt een vraag naar één of meer specifieke middelen vanuit de organisatie, die
                                                    niet direct bedoeld is voor het geven van onderwijs. Bijv. er is een open dag ge-
                                                    pland en er zijn lokalen nodig om informatie over een opleiding te kunnen geven,
                                                    een onderwijsdirecteur ontvangt gasten en heeft een vergaderruimte nodig, etc.
                                                  - Er komt een vraag naar één of meer specifieke middelen vanuit een externe partij.
                                                    Een onderwijsinstelling kan bij externe partijen aangeven dat er ruimtes gehuurd
                                                    kunnen worden. Een externe partij kan uit zichzelf een onderwijsinstelling benade-
                                                    ren of het mogelijk is om een ruimte te reserveren, of om een bepaalde docent in
                                                    te huren etc. Denk bijvoorbeeld aan een instelling die sportruimtes verhuurt.


                                                  Actoren
                                                  - Aanvrager
                                                  - Resourcemanager
                                                  - Roostermaker


                                                  Doel
                                                  Het afhandelen van de aanvraag en het zonodig muteren van de beschikbaarheid
                                                  van een bestaand middel.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   125




Beschrijving acties
- Ontvangen van de aanvraag
 De resourcemanager of de roostermaker ontvangt een aanvraag voor een middel.
 Dit kan zijn een specifieke ruimte, een practicumlokaal, een lokaal al of niet uitge-
 rust met bepaalde voorzieningen of een docent.


- Zoeken naar middel
 Op basis van aanvraag wordt bepaald wat de selectiecriteria zijn waaraan
 gevraagd(e) middel(en) moet(en) voldoen (kenmerken bepalen). In de GRID wordt
 gezocht naar middelen die aan de gestelde selectiecriteria voldoen en beschikbaar
 zijn. Een middel is alleen beschikbaar als het niet voorlopig (optie) of definitief
 (gereserveerd) is vastgelegd. Een middel dat voor een nog te realiseren rooster
 beschikbaar is gesteld wordt ook gezien als een voorlopig vastgelegd middel.


- Middel aanbieden, wanneer het gevraagde middel beschikbaar is
 Als het gevraagde middel beschikbaar is, wordt het gevraagde middel voorlopig
 vastgelegd (optie). Vervolgens wordt aan de aanvrager aangegeven dat het mid-
 del beschikbaar is en wordt gevraagd om een bevestiging van de reservering.


- Middel definitief reserveren
 Na ontvangst van de bevestiging wordt het betreffende middel definitief gereser-
 veerd. Hiermee is het betreffende middel definitief vastgelegd en de aanvraag
 afgehandeld.


- Bevestigen reservering
 Ter bevestiging van de definitieve reservering wordt er een bericht gestuurd aan
 de aanvrager. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten.


- Alternatief zoeken, wanneer het gevraagde middel niet beschikbaar is
 Als het middel niet beschikbaar is, wordt gezocht naar een alternatief. Bij het
 alternatief kan worden gedacht aan een ruimte die bijvoorbeeld een afwijkende
 capaciteit heeft of een ruimte waarin extra (niet gevraagde) voorzieningen aanwe-
 zig zijn. Het alternatief kan ook zijn dat het gevraagde middel wel op een andere
 tijd beschikbaar is. Concreet worden hier de kenmerken aangepast en een nieuwe
 zoekopdracht in GRID geplaatst.


- Voorleggen alternatief
 Het alternatief of eventueel meerdere alternatieven worden aan de aanvrager
 voorgelegd. De betreffende middelen worden voorlopig vastgelegd (optie).
126   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  - Middel definitief reserveren
                                                    Als het alternatief (of een van de alternatieven) wordt geaccepteerd, dan wordt
                                                    het betreffende middel gereserveerd. Hiermee is het betreffende middel definitief
                                                    vastgelegd.
                                                  - Bevestigen reservering
                                                    Ter bevestiging van de definitieve reservering wordt er een bericht gestuurd aan
                                                    de aanvrager. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten.
                                                  - Aanvraag afwijzen
                                                    Wanneer er geen alternatieven beschikbaar zijn of alle alternatieven zijn afgewe-
                                                    zen, dan wordt de aanvrager op de hoogte gesteld dat de aanvraag is afgewezen.
                                                    De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten.


                                                  Resultaat
                                                  Een aanvraag is afgehandeld en indien mogelijk is de aanvraag gehonoreerd en
                                                  is de beschikbaarheid van een middel aangepast.


                                                  Frequentie
                                                  Doorlopend


                                                  Werkopdrachten
                                                  Geen
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   127




Activiteitendiagram




Functies
- Beheren aanvraag middelen
- Selecteren beschikbare middelen
- Vastleggen middelen
128   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          OPLOSSEN UITVOERINGSPROBLEEM

                                                  Er zijn situaties denkbaar dat het rooster veranderd moet worden ook al is dit
                                                  vastgesteld voor een bepaalde periode. Een docent kan ziek worden of, om een
                                                  andere reden, plotseling verhinderd zijn. Een bal vliegt door de ruit van een lokaal,
                                                  Stageplaats is toch niet beschikbaar, de nieuwe pc’s voor het computerlokaal zijn
                                                  nog niet geleverd etc. Het gaat hier dus om incidenten die veroorzaakt worden door
                                                  het ontbreken of veranderen van een middel die niet of niet goed voorspelbaar zijn
                                                  maar die wel gevolgen hebben voor het rooster of voor de in te zetten middelen.
                                                  Om dit probleem op te lossen kan het rooster of de inzet van middelen kan worden
                                                  aangepast. Streven is om het vastgestelde rooster zoveel mogelijk intact te houden.


                                                  Use case
                                                  Aanleiding
                                                  Een reeds ingezet middel, zoals een docent, lokaal, beamer, etc. is niet meer
                                                  beschikbaar voor de geplande activiteit. Hieronder vallen dus ook de dagelijkse
                                                  roosterwijzigingen.
                                                  of
                                                  Een middel dat nog gerealiseerd moest worden is nog niet gerealiseerd. Bijvoor-
                                                  beeld bij een verbouwing of als een vacature nog niet is opgevuld.


                                                  Actoren
                                                  - Initiator, is degene die de melding doet. Dit kan bijvoorbeeld zijn;
                                                       •   Docent die zich ziek meldt
                                                       •   Conciërge die wateroverlast in lokaal B15 meldt
                                                       •   Leverancier die vertraging heeft in levering
                                                  - Ontvanger/meldpunt, is degene die uit hoofde van functie een melding ontvangt.
                                                    Dit kan bijvoorbeeld zijn;
                                                       •   Medewerker van Facilitair Servicepunt
                                                       •   Helpdesk ICT
                                                       •   Onderwijscoördinator of lijnmanager
                                                  - Uitvoerder, is degene die uit hoofde van functie zoekt naar de oplossing voor het
                                                    ontstane probleem. Dit kan bijvoorbeeld zijn;
                                                       •   Roostermaker (i.g.v. ander lokaal nodig)
                                                       •   Conciërge (i.g.v. inrichten lokaal etc.)
                                                       •   Systeembeheerder (i.g.v. zoeken naar andere beamer, netwerk etc.)
                                                       •   Onderwijscoördinator (i.g.v. zoeken naar andere docent)
                                                       •   etcetera
                                                  - Docent (als middel), in geval dat lessen van een collega moeten worden overge-
                                                    nomen
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   129




- Roostermaker/middelenbeheerder, is degene die de gekozen oplossing weer ver-
 werkt in het rooster.


Doel
Vinden en realiseren van een oplossing voor een ontstaan uitvoeringsprobleem. De
insteek voor het zoeken naar de oplossing is om de geplande onderwijsactiviteiten
zoveel mogelijk doorgang te laten hebben.
Afhankelijk van de aard van het probleem kunnen middelen herschikt worden,
nieuwe middelen aangetrokken worden of niet ingezette middelen alsnog ingezet
worden.


Beschrijving acties.
- Melden ontstane probleem
 De initiator merkt een probleem op en meldt het ontstane probleem bij de ontvanger.


- Registreren probleem
 De ontvanger registreert het probleem, dit kan in een meldingssysteem zijn.


- Melding doorgeven
 De ontvanger meldt het probleem aan de uitvoerder. De uitvoerder kan de be-
 schikbaarheid van het middel waarmee een probleem is, aanpassen. Een onbruik-
 baar lokaal wordt bijvoorbeeld tijdelijk op inactief gezet.


- Kenmerken middel bepalen
 De uitvoerder bepaalt afhankelijk van het probleem welke kenmerken een middel
 moet hebben, om als alternatief te kunnen dienen.


- Zoeken alternatief
 Een uitvoerder gaat aan de hand van de bepaalde kenmerken zoeken naar een
 alternatief. Voorbeeld Een docent Engels is uur 1+2 op 09-09-2008 ingeroosterd,
 maar kan niet vanwege een begrafenis. De uitvoerder geeft zoekopdrachten in het
 GRID voor alternatieven, zoals;
  •   Een alternatief middelen, zoals een andere docent. Zoekopdracht is dan:
      zoek docent Engels voor lesuren 1+2 op 09-09-2008. Dit betreft dus alleen een
      herschikking van middelen.
  •   Een roosterwijziging, bijvoorbeeld Engels van het 1e en 2e uur gaat naar het
      8e en 9e uur. Zoekopdracht is dan: zoek 2 uur in week van 09-09-2008 waarbij
      docent Engels en groep allemaal nog vrij zijn.
  •   Een combinatie van beide als bovenstaande oplossingen geen resultaat opleve-
      ren, want er is geen moment waarop de docent Engels en de groep tegelijk vrij
130   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                         zijn en een vervangende docent Engels kan niet op uur 1+2 op 09-09-2008.
                                                         Laatste zoekopdracht is dan: zoek 2 uur in week van 09-09-2008 waarbij ver-
                                                         vangende docent Engels en groep allemaal nog vrij zijn.
                                                     •   Een ander soort alternatief kan zijn dat als een tekenlokaal niet bruikbaar is
                                                         omdat er een ruit kapot is, de roostermaker een ander lokaal zoekt voor de
                                                         geplande uren en de conciërge de opdracht krijgt om het tekenmateriaal te
                                                         verplaatsen naar het andere lokaal.


                                                  - Alternatief kiezen
                                                    Afhankelijk van de rechten van de uitvoerder en de gemaakte keuzes binnen de
                                                    instelling, gaat de uitvoerder na bij de ontvanger of de gevonden oplossing accep-
                                                    tabel is.


                                                  - Alternatief realiseren
                                                    Als er voor een alternatief is gekozen welke in het GRID beschikbaar is, moet
                                                    worden nagegaan of het middel (bijv. een vervangende docent) ook daadwerkelijk
                                                    beschikbaar is.


                                                  - Geen alternatief, beslissing nemen laten vervallen onderwijs
                                                    Als er geen alternatief beschikbaar is, kan de uitvoerder (in overleg) beslissen om
                                                    het onderwijs te laten vervallen.


                                                  - Registreren afhandeling uitvoeringsprobleem
                                                    De uitvoerder registreert de afhandeling van het probleem in het
                                                    GRID; de wijziging(en) wordt(en) in het actuele rooster doorgevoerd. Het rooster
                                                    van de betreffende groep wordt opgezocht, de docent Engels wordt gewijzigd in
                                                    de vervangende docent en het onderwijsproduct Engels wordt op een ander tijd-
                                                    stip gezet. De beschikbaarheid van de middelen zijn hiermee gewijzigd. Het kan
                                                    ook zijn dat er geregistreerd wordt dat het onderwijs uitvalt.
                                                    De ontvanger registreert dat de melding is afgehandeld, door de openstaande
                                                    melding te openen en vervolgens op afgehandeld te zetten.


                                                  - Publiceren roosterwijziging/effectueren rooster
                                                    De uitvoerder maakt de roosterwijziging kenbaar aan de betreffende medewer-
                                                    kers en/of groep/klas. Bijvoorbeeld: De roostermaker meldt naar de vervangende
                                                    docent en groep/klas dat Engels van uur 1+2 op 09-09-2008 is verschoven naar
                                                    8+9 op 09-09-2008 en eventueel ook dat de docent is gewijzigd. De beschikbaar-
                                                    heid van de middelen is hiermee aangepast.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   131




Resultaat
Er is een oplossing gekozen voor het uitvoeringsprobleem. De gekozen oplossing is
uitgevoerd en administratief verwerkt. Alle betrokkenen zijn geïnformeerd.


Frequentie
Naar verwachting zullen uitvoeringsproblemen dagelijks voor kunnen komen =>
probleem gestuurd.
Aanleidingen kunnen zeer divers zijn.


Werkopdrachten
132   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Activiteitendiagram




                                                  Functies
                                                  - Melden volgfunctie
                                                  - Aanvullen rooster
                                                  - Roosterwijziging kenbaar maken
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   133




OPLOSSEN CALAMITEIT

                Onverwachts kunnen zich situaties voordoen waardoor een deel van de midde-
                len niet meer beschikbaar is. Voorbeelden hiervan kunnen zijn dat een docent plot-
                seling langdurig afwezig is, een lokaal waar alle pc’s uit gestolen zijn, het afbranden
                van een gebouw etc. Ook is het mogelijk dat er bij de roostering van een periode
                rekening is gehouden met een nieuw gebouw, terwijl bij aanvang van de periode
                het gebouw nog niet gereed is.


                Calamiteiten kunnen zeer divers zijn wat betreft omvang en impact. Het gaat hier
                echt om een calamiteit, waardoor de beschikbaarheid van middelen zodanig is ge-
                wijzigd dat opnieuw roosteren noodzakelijk is. Situaties waarbij een probleem met
                een kleine wijziging in het rooster kan worden opgelost, worden niet afgehandeld in
                deze use case, maar in de use case Oplossen uitvoeringsprobleem.


                Use case
                Aanleiding
                Een calamiteit doet zich voor waardoor een deel van de middelen onverwacht niet
                meer beschikbaar is.


                Actoren
                - Ontvanger, is degene die uit hoofde van functie, de calamiteit melding ontvangt
                 en de vervolgstappen coördineert. Dit kan bijvoorbeeld zijn;
                   •    Directeur Bedrijfsvoering, indien het een facilitaire calamiteit betreft
                   •    Directeur onderwijs, indien het personele calamiteit betreft
                   •    College van Bestuur, indien het een calamiteit van extreme vorm betreft
                - Roostermaker
                - Beheerder middelen (resourcemanager)


                Afhankelijk van de calamiteit zullen verschillende medewerkers, uit hoofde van
                functie, betrokken worden als bij het realiseren van een oplossing voor de calami-
                teit.


                Doel
                Het vinden van een oplossing voor de calamiteit, zodanig dat de geplande onder-
                wijsactiviteiten zoveel mogelijk doorgang kunnen vinden. Concreet betekent dit,
                dat afhankelijk van de aard van de calamiteit, middelen herschikt worden (anders
                gepland, nieuwe middelen aangetrokken, niet ingezette middelen alsnog ingezet),
                wat leidt tot een gewijzigd rooster.
134   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Beschrijving acties
                                                  - Melding van de calamiteit en bepalen actoren
                                                    De calamiteit wordt gemeld aan de ontvanger. De ontvanger maakt een inschat-
                                                    ting van de omvang en impact van de calamiteit. Afhankelijk van de omvang en
                                                    impact van de calamiteit wordt bepaald welke actoren benaderd worden en welke
                                                    vervolgactiviteiten van hen verwacht worden. Naar alle waarschijnlijkheid zal
                                                    de roostermaker in ieder geval een actor zijn, daar deze uit hoofde van functie
                                                    verantwoordelijk is voor het zoeken naar een oplossing in het rooster en in de
                                                    beschikbare middelen.


                                                  - Aanpassen status beschikbaarheid middelen
                                                    De calamiteit zal aanleiding geven tot het wijzigen van de beschikbaarheid van de
                                                    betreffende middelen. Het feit dat een docent, lokaal of bepaalde leermiddelen
                                                    niet meer beschikbaar zijn moet worden geregistreerd. Er zal een signaal gaan
                                                    naar de use case Wijzigen middelen.


                                                  - Vervolgacties bepalen
                                                    De betreffende actoren zullen beginnen met het bepalen van de omvang van de
                                                    calamiteit en vervolgens benoemen welke vervolgacties uitgevoerd moeten wor-
                                                    den. Eerste opzet zal zijn te zoeken naar alternatieven middelen waardoor het ge-
                                                    plande onderwijs zoveel mogelijk doorgang kan vinden. Hierbij kunnen we denken
                                                    aan zoeken naar vervangende ruimtes, tijdelijke docenten, etcetera.


                                                  - Een alternatief is te realiseren
                                                    Indien een alternatief middel (binnen redelijke termijn) beschikbaar komt zal dit
                                                    middel aan de GRID toegevoegd worden. Er gaat een signaal naar de use case
                                                    Wijzigen middelen.


                                                  - Een alternatief is niet te realiseren
                                                    Indien er niet binnen redelijke termijn een alternatief beschikbaar komt zullen de
                                                    betreffende onderwijsactiviteiten (tijdelijk) vervallen. Dit wordt geregistreerd in
                                                    het GRID.


                                                  - Herziening van het rooster
                                                    De gewijzigde beschikbaarheid van middelen maakt het opnieuw roosteren van
                                                    een deel van de onderwijsactiviteiten noodzakelijk. In het geval van een calami-
                                                    teit kan niet worden volstaan met een relatief eenvoudige wijziging op het rooster
                                                    zoals bij de use case Oplossen uitvoeringsprobleem.
                                                    Er gaat een signaal naar de use case Maken rooster. Omdat de beschikbaarheid
                                                    van middelen is gewijzigd, zal dit proces leiden tot een gewijzigd rooster, met een
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   135




 gewijzigde inzet van middelen. Daarna volgen ook gewoon de stappen die bij een
 nieuw rooster horen, zoals het effectueren van het rooster en de eventuele accep-
 tatie van het nieuwe rooster door de deelnemer.


- Terugkoppeling van de oplossing
 Er vindt terugkoppeling van de oplossing en consequenties van de calami-
 teit plaats naar de betreffende actoren en andere betrokkenen.


Resultaat
Het effect van de calamiteit op het rooster is geregistreerd. Daarnaast zijn er acties
in gang gezet om de middelen te wijzigen en te realiseren en om een nieuw rooster
te maken. Uiteindelijk is het resultaat dat de onderwijsactiviteiten zo goed mogelijk
doorgang kunnen vinden.


Frequentie
Incidenteel


Werkopdrachten
136   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Activiteitendiagram




                                                  Functies
                                                  - Melden volgfunctie
                                                  - Aanvullen rooster
                                                  - Roosterwijziging kenbaar maken
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   137




MELDEN AFWEZIGHEID DOOR DEELNEMER

                Een melding van afwezigheid kan over voorziene of onvoorziene afwezigheid gaan.
                Een voorbeeld voor voorziene afwezigheid is een bijzonder familiegebeurtenissen
                of geaccordeerd vakantieverlof. Een voorbeeld voor onvoorziene afwezigheid is een
                ziekte of problemen met het openbaar vervoer.
                Deze gevallen worden identiek behandeld. Uit de reden van de melding blijkt of de
                afwezigheid voorzien is geweest of niet.


                Use case
                Aanleiding
                Er komt een melding van afwezigheid. Deze melding kan worden gedaan door de
                deelnemer zelf of zijn/haar (wettelijk) vertegenwoordiger.


                Actoren
                - Onderwijsgevende of begeleider
                - Deelnemer (of zijn/haar vertegenwoordiger)
                - Beoordelaar rechtmatigheid afwezigheid.


                Doel
                Verzamelen van gegevens over de verwachte periode en rechtmatigheid van afwe-
                zigheid van deelnemers. De periode van verwachte afwezigheid van te voren weten
                is van belang om in te kunnen spelen op afwezigheid van deelnemers. De rechtma-
                tigheid is van belang voor de formele externe verantwoording (voldoen aan wet- en
                regelgeving), als hulpmiddel bij de begeleiding van de deelnemer en ten behoeve
                van interne managementinformatie.


                Beschrijving acties
                - Ontvangen melding afwezigheid
                 De school ontvangt via telefoon, schriftelijk of digitaal een melding van afwezig-
                 heid en de reden.
                - Registreren melding afwezigheid
                 De school verwerkt deze gegevens (inclusief reden) in een (geautomatiseerd) systeem.
                - Beoordeling rechtmatigheid afwezigheid
                 Een bevoegd persoon beoordeelt de rechtmatigheid van de afwezigheid en legt dit
                 vast.
                 Bij afwezigheid is vrijwel altijd sprake van het beoordelen van de rechtmatig-
                 heid van de afwezigheid. (geoorloofd/ongeoorloofd afwezig) Dit is in ieder geval
                 verplicht bij leerplichtige leerlingen en kwalificatieplichtige deelnemers en voor
                 deelnemers met studiefinanciering.
138   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Resultaat
                                                  In een systeem is de periode vastgelegd waarop de deelnemer afwezig is of was en
                                                  de reden waarom. Tevens is de rechtmatigheid van afwezigheid is beoordeeld.


                                                   Frequentie
                                                  Elke keer als er een melding komt van afwezigheid. Gemiddeld 5 keer per jaar per
                                                  deelnemer.


                                                  Werkopdrachten




                                                  Activiteitendiagram




                                                  Functies
                                                  - Registratie afwezigheidmelding
                                                  - Registratie geoorloofdheid afwezigheid
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   139




VASTLEGGEN AANWEZIGHEID/AFWEZIGHEID

                Onderwijsactiviteiten kunnen verschillende vormen aannemen, bijvoorbeeld: lessen
                vanuit het rooster, een begeleidingsmoment met een onderwijsbegeleider, BPV,
                praktijkopdracht (buiten de school), workshops of activiteiten waarop kan worden
                ingeschreven, etc. Het gaat om activiteiten vanuit een onderwijsproduct. Een bui-
                tenschoolse opdracht die wel wordt gekenmerkt als onderwijsproduct, maar niet is
                ingeroosterd valt hier dus ook onder. Het gaat niet om zelfstudietijd en huiswerk.


                Bij onderwijsactiviteiten kan de aanwezigheid van deelnemers ‘onbekend’ of
                ‘verwacht’ zijn. Met ‘onbekend’ bedoelen we dat niet van te voren in een informa-
                tiesysteem van de onderwijsinstelling is vastgelegd welke deelnemers deelnemen
                aan de onderwijsactiviteit. Er kan bijvoorbeeld bekend zijn dat een deelnemer het
                betreffende onderwijsproduct wil doorlopen, maar het is dan nog niet gepland op
                welk moment en op welke locatie de deelnemer het onderwijsproduct zal doorlopen.
                Bij bepaalde activiteiten komt dit vaak voor, bijvoorbeeld bij het studeren onder
                begeleiding, bedrijfsbezoeken en zorgactiviteiten bij ouderen. Hoewel in de meeste
                gevallen wel de periode bekend is waarin het onderwijsproduct doorlopen zal wor-
                den, is het dus niet mogelijk om afwezigheid vast te stellen. Van deze activiteiten
                wordt dus aanwezigheid geregistreerd. Bij veel van deze activiteiten gebeurt dit
                door de deelnemer zelf. Validatie hiervan zal naderhand door een onderwijsgevende
                moeten plaatsvinden.


                In de meeste gevallen is vooraf bekend welke deelnemers worden verwacht bij een
                onderwijsactiviteit. Het is mogelijk om de afwezige deelnemers te registreren (aan
                de hand van de lijst van ‘verwachte’ deelnemers.) Omgekeerd kan ook, door te re-
                gisteren welke deelnemers aanwezig zijn. Later kan worden afgeleid welke deelne-
                mers afwezig zijn.


                Bovenstaande mogelijkheden zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina.
                De aanwezigheid van deelnemers kan ‘onbekend’ of ‘verwacht’ zijn. De docent of
                de deelnemer kan de werkelijke aan- of afwezigheid registreren. In de vakken is
                aangegeven of er aanwezigheid of afwezigheid wordt geregistreerd en een aantal
                bijzonderheden.
140   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  De volgende kanttekeningen geven een beter beeld van de betekenis van boven-
                                                  staande tabel
                                                  - Registratie door de deelnemer (situatie 3 en 4) kan zowel plaatsvinden als een do-
                                                    cent wel aanwezig is bij de uitvoering van de activiteit (‘onder docenttoezicht’) als-
                                                    wel als dit niet onder toezicht van een docent plaatsvindt (‘zonder docenttoezicht’)
                                                  - In alle situaties (1 t/m 4) kan de activiteit zowel binnen als buiten de onderwijsin-
                                                    stelling plaatsvinden.
                                                  - In alle situaties (1 t/m 4) kan aanwezigheidsregistratie zowel uitgevoerd worden
                                                    met een ‘automatische elektronische registratie’ (b.v. met een pasjes of tele-
                                                    foonsysteem met RFID; locatie, tijdstip en deelnemer zijn meestal automatisch
                                                    bekend) als ‘handmatig’ (digitaal of op papier.)


                                                  Aanwezigheid kan op verschillende wijzen worden geregistreerd:
                                                  - Onderwijsproduct gerelateerd: Registratie van aanwezigheid bij een onderwijsacti-
                                                    viteit/het doorlopen van een onderwijsproduct. Hierbij kan reeds van te voren be-
                                                    kend zijn hoe lang de activiteit / het doorlopen van het onderwijsproduct duurt
                                                    (volgens de normen).
                                                  - Zonder relatie met een onderwijsproduct (te registeren): alleen registratie van
                                                    locatie, aankomsttijd en vertrektijd.


                                                  *) Opmerking over bewijsvoering aanwezigheid (zie situatie 3 en 4): het kan zijn dat de on-
                                                  derwijsinstelling de aanwezigheidvalidatie uitvoert o.b.v. stukken die over de inhoud van het
                                                  uitgevoerde werk gaan. Het kan zijn dat de onderwijsinstelling wil dat deze stukken vastgelegd
                                                  worden (in portfolio-achtig systeem van het primaire proces.) Tot slot kan het zijn dat de on-
                                                  derwijsinstelling wil dat er een verwijzing aangemaakt kan worden tussen de daar vastgelegde
                                                  bewijsstukken en de aanwezigheidsregistratie.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   141




Use case
Aanleiding
De aanleiding is de melding (in welke vorm dan ook) van de deelnemer van de
feitelijke aanwezigheid of afwezigheid.


Actoren
- Onderwijsgevende of begeleider
- Deelnemer


Doel
Verzamelen van gegevens betreffende de aanwezigheid of afwezigheid van deelne-
mers bij (geplande of ongeplande) onderwijsactiviteiten ten behoeve van diverse
informatievragen, namelijk ten behoeve van formele externe verantwoording (vol-
doen aan wet- en regelgeving), verantwoording ten behoeve van de bekostiging
van een contract, als hulpmiddel bij de begeleiding van de deelnemer en ten be-
hoeve van interne managementinformatie.


Beschrijving acties
Situatie 1 Onderwijsproduct gerelateerde aan- en afwezigheidregistratie
- Afwezigheid registreren
 Afwezigheid wordt (bijvoorbeeld) geregistreerd door op een lijst van de betreffen-
 de onderwijsactiviteit met ‘verwachte’ aanwezigen te registeren welke deelnemers
 afwezig zijn.
- Aanwezigheid registeren
 Aanwezigheid wordt (bijvoorbeeld) geregistreerd door op een lijst van de betref-
 fende onderwijsactiviteit met ‘verwachte’ aanwezigen te registeren welke deelne-
 mers daadwerkelijk aanwezig zijn.
 Aan- en afwezigheid registratie kunnen in situatie 1 geïntegreerd worden tot één
 proces waarin de status aan/afwezig wordt geregistreerd. De lijst met ‘verwachte’
 aanwezigen kan worden uitgebreid of ingekort als de lijst niet correct blijkt te
 zijn. Er wordt wel onthouden dat iemand geschrapt of toegevoegd is. En er moet
 aangetekend worden waarom iemand toegevoegd of verwijderd is. Bekeken moet
 worden wat het toevoegen of verwijderen betekend voor opvolgende bijeenkom-
 sten, of anderen op de hoogte gebracht moeten worden en hoe dit zich verhoudt
 tot de autoriteit van medewerkers om iemands ‘verwachte’ aanwezigheid aan te
 passen en hoe dit zichtbaar gemaakt wordt in het rooster.


Situatie 2 Onderwijsproduct gerelateerde aan- en afwezigheidregistratie
- Aanwezigheid registreren
 Aanwezigheid wordt geregistreerd door aanwezige deelnemers te registeren als
142   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                    aanwezig. Eerst wordt aangegeven welke activiteit het betreft. Vervolgens kan
                                                    elke aanwezige deelnemer als aanwezige toegevoegd worden aan de lijst van de
                                                    betreffende onderwijsactiviteit. De wijze waarop de docent deze lijst opbouwt kan
                                                    verschillen. Dat kan handmatig (digitaal of op papier) of door automatische elek-
                                                    tronische registratie m.b.v. pasjes of iets dergelijks van de deelnemers. Aan het
                                                    einde bevestigt de docent / begeleider de validiteit van de lijst.


                                                  Situatie 3 en 4 Onderwijsproduct gerelateerde aan- en afwezigheidregistratie
                                                  - Aanwezigheid registreren
                                                    De deelnemer registreert zijn eigen aanwezigheid bij een onderwijsactiviteit. Dat kan
                                                    via automatische elektronische registratie of handmatig (op papier of digitaal). Dat
                                                    kan binnen of buiten de onderwijsinstelling. Als zijn aanwezigheid verwacht is (situatie
                                                    3) dan kan hij bijvoorbeeld eenvoudig de activiteit in een digitale gebruikersinterface
                                                    selecteren en zich aanwezig melden. Als het onbekend is wanneer hij het onderwijspro-
                                                    duct doorloopt (situatie 4) dan geeft hij aan welk onderwijsproduct hij op welk tijdstip
                                                    en welke plaats heeft/is aan het doorlopen. Zowel in situatie 3 als in situatie 4 kan
                                                    het zijn dat bij de registratie door de deelnemer het vereist wordt dat de deelnemer
                                                    zijn aanwezigheid aantoont m.b.v. bewijsstukken. Dit komt voor als deelnemer buiten
                                                    direct gezichtsveld activiteiten heeft uitgevoerd, maar bijvoorbeeld een verslag heeft
                                                    gemaakt. Dit moet dan achteraf gevalideerd worden door een docent of begeleider.
                                                    Deze validatie wordt ook geregistreerd. De bewijsvoering voor de validatie kan op uit-
                                                    eenlopende wijzen. Een wijze die ondersteund moet worden is dat de deelnemer bij het
                                                    registreren van zijn aanwezigheid een verwijzing kan vastleggen naar bewijsstukken.


                                                  Aanwezigheidregistratie zonder relatie met een onderwijsproduct
                                                  - Aanwezigheid registreren
                                                    Het is een mogelijkheid dat aanwezigheid geregistreerd wordt door locatie, aan-
                                                    komst en vertrektijd te registeren. Er wordt niet direct een relatie gelegd met
                                                    een onderwijsproduct. Eventueel kan later geanalyseerd worden welke onder-
                                                    wijsproducten (waarschijnlijk) gevolgd zijn, op basis van het rooster. Registratie
                                                    van aanwezigheid kan op diverse manieren, bijvoorbeeld zowel via automatische
                                                    elektronische registratie alsook handmatig.


                                                  Resultaat
                                                  Vastgelegde gegevens betreffende de aanwezigheid/afwezigheid van deelnemers bij
                                                  onderwijsactiviteiten die deel uitmaken van IIVO(In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs).


                                                  Frequentie
                                                  Bij elke onderwijsactiviteit.
                                                  2-20 keer per dag per deelnemer.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   143




Werkopdrachten




Activiteitendiagram




Functies
- Handmatige registratie aan- en afwezigheid door docent
- Handmatige registratie aanwezigheid door deelnemer
- Semi-automatische registratie aan- en afwezigheid
- Validatie aanwezigheidregistratie
144   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  FUNCTIES

                          TONEN DEELNEMERSGEGEVENS

                                                  De functie kan mogelijk worden gecombineerd met de functie in de kernregistra-
                                                  tie ‘tonen leerloopbaan’. Ook hier worden uit het kernregistratiesysteem bepaalde
                                                  gegevens getoond.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Formuleren Leervraag
                                                     •   Activiteit: Verduidelijkt leervraag


                                                  Doel
                                                  Beschikbaar hebben van gegevens over de deelnemer die relevant zijn voor het
                                                  formuleren van de leervraag.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Het kunnen opvragen van een deelnemer, door in een scherm de naam of andere
                                                  zoekgegevens van een deelnemer in te voeren. Vervolgens de gegevens opvragen
                                                  van de deelnemer die van belang zijn om het gesprek met de deelnemer over het
                                                  verduidelijken van zijn leervraag te kunnen voeren en reeds bekende gegevens
                                                  beschikbaar te hebben.


                                                  Het gaat hierbij om een aantal (deel)schermen met de volgende gegevens:
                                                  - persoonsgegevens (NAW, geboorte datum, etcetera)
                                                  - vooropleiding
                                                  - verbintenisgebied
                                                  - eerder geformuleerde leervragen (incl. startonderwijsproduct) (niveau 2 en 3 on-
                                                    derwijscatalogus) (onderwijsproducten in samenhang met gewenste uitstroom)
                                                  - gespecificeerde arrangementen (niveau 4 onderwijscatalogus)
                                                  - gevolgde onderwijsproducten (onderwijsproducten op chronologische volgorde en
                                                    in samenhang met gewenste uitstroom, resultaten)
                                                  - begeleidingsdossier
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   145




VASTLEGGEN LEERVRAAG EN WENSEN

               Ondersteunt use cases
               - Use Case: Formuleren Leervraag
                 •   Activiteit: Vertalen leervraag naar onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus
                 •   Activiteit: Vaststellen aanvullende wensen en voorwaarden


               - Use Case: Individueel roosterprobleem oplossen
                 •   Activiteit: Aanpassen leervraag en/of arrangement


               - Use Case: Afhandelen niet planbare arrangementen
                 •   Activiteit: Aanpassen leervraag en/of arrangement


               Doel
               Het vastleggen van de in overleg met de deelnemer geselecteerde passende onder-
               wijsproducten en wensen, waarmee gearrangeerd gaat worden.


               Korte beschrijving
               De eerder ingevoerde onderwijsproducten en ingevoerde wensen worden getoond.
               Onderwijsproducten kunnen verwijderd of toegevoegd worden (het laatste met
               behulp van de functie ‘Raadplegen onderwijscatalogus’). Daarnaast kunnen wensen
               ingevoegd of verwijderd worden. Tenslotte wordt voortdurend (of op verzoek van de
               gebruiker) controles uitgevoerd (met behulp van de functie ‘Controleren leervraag’.)



RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS

               Dit is een breed toepasbare functie waarmee de onderwijscatalogus kan worden
               geraadpleegd om onderwijsproducten te zoeken, tonen en te selecteren.


               Ondersteunt use cases
               - Intake
               - Formuleren leervraag
                 •   Zoeken passend aanbod in onderwijscatalogus
               - Onderwijsintake
                 •   Inventariseren mogelijke onderwijsproducten
               - Beoordelen en registreren competenties en kennis
                 •   Beoordelen portfolio / toets
146   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  - Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel
                                                     •   Beslissen inkopen, ontwikkelen of hergebruiken
                                                     •   Selecteren bestaand examen uit onderwijscatalogus
                                                  - Beheren BPV-plaats
                                                     •   Registreren BPV-plaats


                                                  - BPV-matching
                                                     •   Selecteren gearrangeerd onderwijsproduct
                                                     •   Bepalen zoekopdracht BPV-plaats
                                                     •   Selecteren voorstellen BPV-plaatsen


                                                  Doel
                                                  Het om uiteenlopende reden zoeken, tonen en selecteren van onderwijsproducten
                                                  uit de onderwijscatalogus.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Dit betreft een generieke zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie. Deze functie werkt
                                                  op hoofdlijnen als volgt.
                                                  De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie
                                                  worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context
                                                  van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek-
                                                  ingangen:


                                                  - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica-
                                                    tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop-
                                                    dracht betreft dan alle onderwijsproducten die binnen die betreffende tak van de
                                                    taxonomie vallen
                                                  - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete deel-
                                                    nemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten
                                                    die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie tot zijn verbintenisgebied en de
                                                    reeds door de deelnemer afgenomen onderwijsproducten.
                                                  - Zoekcriteria. Dit houdt in dat op elke gewenste metadateringsveld of een com-
                                                    binatie van velden zoekcriteria kunnen worden gedefinieerd. De zoekopdracht
                                                    betreft dan alle onderwijsproducten die aan die criteria voldoen.


                                                  Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met
                                                  als resultaat een lijst met geselecteerde onderwijsproducten. Als de zoekopdracht
                                                  geen, of zeer weinig resultaten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken,
                                                  waarbij wordt gezocht naar suggesties of alternatieven door ook producten te tonen
                                                  die niet aan alle zoekcriteria voldoen.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   147




               Vervolgens kan de lijst met geselecteerde onderwijsproducten op verschillende
               manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek gewenst
               onderwijsproduct daaruit worden geselecteerd. Het tonen en selecteren kan op de
               volgende manieren.
               - Sorteren op relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijsproducten die het
                best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan
               - Sorteren op een of meerdere metadatavelden
               - Weergeven in de taxonomiestructuur. De onderwijsproducten worden getoond
                in de structuur van de taxonomie, bijvoorbeeld geordend per kwalificatiedossier,
                daarbinnen per werkproces etc.
               - Weergeven in de hiërarchie van de onderwijscatalogus door gebruik te maken van
                de aggregatieniveaus. Aanvankelijk wordt alleen het hoogste aggregatieniveau
                getoond. De lagere aggregatieniveaus kunnen vervolgens getoond worden in een
                soort mappenstructuur die kunnen worden uitgeklapt.


               De functie biedt de mogelijkheid om één of meerdere getoonde onderwijsproduc-
               ten te selecteren. Hiertoe wordt er een aparte lijst bijgehouden van geselecteerde
               onderwijsproducten. Deze geselecteerde onderwijsproducten kunnen worden mee-
               genomen naar de functie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar
               verder kunnen worden gebruikt.



CONTROLEREN LEERVRAAG

               Ondersteunt use cases
               - Use Case: Formuleren Leervraag
                 •   Activiteit: Controleren op urennormen
                 •   Activiteit: Haalbaarheidscheck op diploma of kwalificatie
                 •   Activiteit: Controleren vooropleiding en kwalificaties


               Doel
               Komen tot een leervraag die voldoet aan de eisen en wensen van de wet, instelling
               en deelnemer.


               Korte beschrijving
               Controleren of de vastgelegde leervraag voldoet aan een aantal normen.
148   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          REGISTRATIE BEHOEFTE ‘NIEUW’ ONDERWIJSPRODUCT

                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Formuleren leervraag
                                                     •   Activiteit: registratie behoefte nieuw onderwijsproduct


                                                  Doel
                                                  Het kunnen registreren van een behoefte aan een onderwijsproduct welke niet be-
                                                  schikbaar is in de onderwijscatalogus.


                                                  Functiesoort
                                                  Interactief


                                                  Korte beschrijving
                                                  Het kunnen registreren van een behoefte aan een onderwijsproduct. De behoefte
                                                  wordt aangeleverd in termen van de metadata en een vrij ingevuld veld ter toelich-
                                                  ting. De metadata kan (deels) zijn gevuld met de ingevulde selectiecriteria in het
                                                  scherm Raadplegen onderwijscatalogus, of met een kopie van een reeds bestaand
                                                  onderwijsproduct uit het scherm ‘lijst onderwijscatalogus’.


                                                  Beschrijving interactieve functionaliteit
                                                  Gebruikersinterface
                                                  Functionaliteit:
                                                  Een scherm met selectiecriteria die bestaat uit de metadata uit de onderwijscata-
                                                  logus. Ook is er een tekstveld waarin vrije tekst kan worden gezet, om een ‘nieuw’
                                                  product beter te kunnen beschrijven of toelichten. De selectiecriteria zijn gevuld
                                                  met criteria die zijn ingevuld in de functionaliteit ‘raadplegen onderwijscatalogus
                                                  met selectiecriteria’ of het is een kopie van een reeds bestaand onderwijsproduct
                                                  die is aangeklikt in de functionaliteit ‘lijst onderwijscatalogus’. De reeds ingevulde
                                                  informatie moet kunnen worden aangepast of worden verwijderd. De informatie (na
                                                  bewerking) kan worden opgeslagen. (1)


                                                  Controles door ICT-systeem
                                                  Controles bij interface-element 1:
                                                  - Nagaan of de ingevoerde selectiecriteria niet al in dezelfde combinatie voorkomt
                                                    in de onderwijscatalogus.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   149




                Acties door ICT-systeem
                Acties bij interface-element 1:
                - Aanklikken knop ‘nieuw’ in de functie ‘Raadplegen onderwijscatalogus’
                - Tonen alle selectiecriteria (de metadata uit onderwijscatalogus) en de reeds inge-
                  vulde criteria
                - Aanvullen, wijzigen of verwijderen criteria.
                - Klikken op opslaan
                - Melding geven als ingevulde criteria al voorkomen in de catalogus.
                - Melding aan betrokkenen, kan in de vorm van een rapport.


                Gegevens
                (In deze sectie alle gegevens specificeren die door de functie aangemaakt, opge-
                vraagd, etc. worden. Als er een definitie van deze gegevens bestaat, dan volstaat
                een verwijzing. S.v.p. precies verwijzen, bijvoorbeeld beschrijven om wat voor
                soort gegevens het gaat met een link naar de website/pagina en de paragraaf die
                de specificaties bevat. Als de gegevens niet reeds gedocumenteerd zijn, dan kan
                onderstaande format gebruikt worden.)


                Gegevensset: <gegevensset (groep van gegevens, zoals een bericht)>


                Gegeven: nieuw onderwijsaanbod


                Kenmerken:
                - metadatering (onderwijscatalogus)
                - ‘vrije tekst’, aanvulling op de metadatering


                Relatie met:
                - <Gegeven> (relatie: <beschrijving relatie>)
                - ...



REGISTRATIE STATUS LEERVRAAG EN ARRANGEMENT

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Formuleren leervraag
                   •    Activiteit: starten Werkopdracht Begeleiding en advies
                   •    Activiteit: Vastleggen geformuleerde leervraag
                   •    Activiteit: starten Werkopdracht Specificeren arrangement
150   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. de onderwijscatalogus
                                                     •   Activiteit: Arrangement definitief maken


                                                  Doel
                                                  Ondersteunen van een juiste workflow door het proces van intake tot aan arrange-
                                                  ren. Daarnaast overzicht kunnen bieden over de voortgang van alle leervraag en
                                                  arrangeerprocessen.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Het registeren van de status van een geformuleerde leervraag en het arrangement.
                                                  De status kan zijn:


                                                  - Leervraag is nog in behandeling (nog niet volledig geformuleerd)
                                                  - Geformuleerde leervraag oké, door naar arrangeren
                                                  - Er is geen passend aanbod voor de leervraag, terug naar begeleiding en advies
                                                  - Initieel arrangement
                                                  - Definitief arrangement


                                                  Deze statussen moeten niet verloren gaan, maar als een log geregistreerd worden.
                                                  De laatste logregel is de actuele status.




                          VASTLEGGEN BPV-BEDRIJFSGEGEVENS

                                                  Met behulp van deze functie kan een leerbedrijf worden geregistreerd.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Beheren BPV bedrijfsgegevens
                                                     •   Registreren of wijzigen gegevens leerbedrijf


                                                  - Beheren BPV-plaats
                                                     •   Controleren registratie leerbedrijf
                                                     •   Registreren leerbedrijf


                                                  Doel
                                                  Het vastleggen van de gegevens van een leerbedrijf, inclusief de gegevens over de
                                                  accreditatie e.d. die van belang zijn voor de externe verantwoording.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   151




                Korte beschrijving
                Met behulp van deze functie kan een leerbedrijf worden geregistreerd. Dit vindt
                plaats in de volgende stappen.


                - Controleren of het leerbedrijf al geregistreerd is
                 Op basis van een aantal identificerende kenmerken wordt gecontroleerd of het
                 leerbedrijf al bekend is.


                - Registreren van het leerbedrijf
                  •   NAW gegevens
                  •   Gegevens detacheringsbedrijf (zoals een uitzendbureau)
                  •   Indicatie van het aantal beschikbare BPV-plaatsen
                  •   Contactpersonen
                  •   Tekeningsbevoegd contactpersoon
                  •   Contactpersonen binnen het ROC/eigenaarschap
                  •   Moederbedrijf/dochterbedrijf relaties met andere geregistreerde bedrijven


                - Registreren accreditaties
                 Er kunnen per leerbedrijf meerdere accreditaties wordt vastgelegd. Per accredita-
                 tie wordt aangegeven op welk kwalificatiedossier de accreditatie betrekking heeft,
                 en van welk kenniscentrum de accreditatie afkomstig is.



VASTLEGGEN BPV-PLAATS

                Met behulp van deze functie kan de beschikbaarheid van BPV-plaatsen bij een
                leerbedrijf worden geregistreerd.


                Ondersteunt use cases
                - Beheren BPV-plaats
                  •   Registreren BPV-plaats


                Doel
                Kenbaar maken dat er bij leerbedrijf concrete BPV-plaatsen beschikbaar zijn
152   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Korte beschrijving
                                                  - Selecteren leerbedrijf
                                                    Het leerbedrijf waar de plaatsen bij geregistreerd moeten worden wordt geselec-
                                                    teerd. Als het leerbedrijf nog niet is geregistreerd kan de functie ‘Vastleggen BPV
                                                    bedrijfsgegevens’ worden gestart


                                                  - Registreer de plaats. Dit betreft de registratie van een mogelijk beschikbare BPV-
                                                    plaats, waarop één of meerdere deelnemers geplaatst kunnen worden
                                                     •   Omschrijving van de plaats door het leerbedrijf
                                                     •   Type BPV-plaats
                                                          ! Formatief   (oriënterend, maatschappelijke stage, taalstage)
                                                          ! Summatief    (BPV)
                                                     •   Gegevens praktijkopleider, leermeester
                                                     •   Indicatie van het aantal beschikbare plaatsen
                                                     •   Beschrijving van de werkzaamheden
                                                     •   Start- en einddatum
                                                     •   Aantal studiebelastinguren
                                                     •   Werktijden/-dagen
                                                     •   Speciale wensen, voorwaarden, kledingvoorschriften, veiligheidseisen
                                                     •   Stagevergoeding / onkostenvergoeding
                                                     •   Mate van begeleiding
                                                     •   Mate van lichamelijke arbeid


                                                  - Registreren toepasselijke kwalificatiedossier(s) of onderwijsproduct(en)
                                                     •   Er wordt een lijst met accreditaties van het BPV getoond waaruit de toepasse-
                                                         lijke geselecteerd kan worden
                                                     •   De onderwijscatalogus wordt geraadpleegd en daaruit wordt het toepasselijke
                                                         onderwijsproduct geselecteerd, eventueel op basis van het geselecteerde kwali-
                                                         ficatiedossier uit de accreditaties van het betreffende bedrijf


                                                  - Controleren van de accreditatie bij het Kenniscentrum middels de functie Contro-
                                                    leren accreditatie


                                                  - Indien gewenst kan een nadere selectie worden gedaan van de specifieke werk-
                                                    processen of competenties waarop de betreffende stageplaats betrekking heeft
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   153




AANVRAGEN ACCREDITATIE

                Deze functie ondersteunt het automatisch aanvragen van een accreditatie wanneer
                bij het vastleggen van een BPV-plaats blijkt dat het leerbedrijf niet over de juiste
                accreditatie beschikt.


                Ondersteunt use cases
                - Beheren BPV-plaats
                  •   Aanvragen benodigde accreditatie


                Doel
                Verkrijgen van de accreditatie die benodigd is voor een aangeboden BPV-plaats


                Korte beschrijving
                Met behulp van deze functie kan een benodigde accreditatie worden aangevraagd.
                Hiervoor worden de volgende stappen doorlopen.
                - Selecteren leerbedrijf
                 Het leerbedrijf waarvoor de accreditatie wordt aangevraagd wordt geselecteerd
                - Selecteren Kwalificatiedossier
                 Het kwalificatiedossier waarvoor accreditatie aangevraagd wordt, wordt geselec-
                 teerd
                 De bovenstaande gegevens zijn al bekend wanneer de aanvraag van de accredi-
                 tatie volgt op een controle in Controleren accreditatie. Deze gegevens zijn dan al
                 vooraf ingevuld.


                Vervolgens wordt de aanvraag voltooid door de volgende stappen te doorlopen.


                - Selecteren Kenniscentrum
                 Het Kenniscentrum dat de gewenste accreditatie voor dit betreffende kwalificatie-
                 dossier verstrekt wordt geselecteerd.
                - Genereren aanvraag
                 Afhankelijk van de wijze waarop de aanvraag kan worden ingediend, wordt de
                 aanvraag aangemaakt op basis van een formulier of format voor het betreffende
                 Kenniscentrum.
                - Ondertekening, goedkeuring en verzenden
                 De aanvraag kan worden afgedrukt, ondertekend en eventueel elektronisch wor-
                 den verzonden
154   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          CONTROLEREN ACCREDITATIE

                                                  Met behulp van deze functie kan worden gecontroleerd of een leerbedrijf beschikt
                                                  over de accreditatie die voor een bepaalde BPV-plaats benodigd is.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Beheren BPV-plaats
                                                     •   Controleren benodigde accreditatie


                                                  Doel
                                                  Vaststellen of een leerbedrijf over de juiste accreditatie beschikt


                                                  Korte beschrijving
                                                  Deze functie start als de gegevens van een concrete BPV-plaats bij een leerbedrijf
                                                  bekend zijn. Op basis van die gegevens worden de volgende controles uitgevoerd.
                                                  - Er wordt gecontroleerd of er voor de betreffende BPV (of stage)plaats een accredi-
                                                    tatie nodig is, en indien dat het geval is op welk kwalificatiedossier
                                                  - Er wordt gecontroleerd of er bij het leerbedrijf de benodigde accreditatie is gere-
                                                    gistreerd
                                                  - Indien mogelijk wordt bij het betreffende Kenniscentrum gecontroleerd of de be-
                                                    nodigde accreditatie is afgegeven
                                                  - Als bij het Kenniscentrum blijkt dat de accreditaties afwijken van hetgeen bij de
                                                    instelling is geregistreerd, dan wordt dit aangepast
                                                  - Als blijkt dat het leerbedrijf niet beschikt over de benodigde accreditatie, dan kan
                                                    de functie Aanvragen accreditatie worden gestart om de accreditatie aan te vragen




                          ZOEKEN BPV-PLAATS VANUIT ARRANGEMENT

                                                  Met behulp van deze functie kan gezocht worden naar een beschikbare BPV-plaats,
                                                  op basis van een onderwijsproduct dat in het arrangement van een deelnemer zit.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - BPV-matching
                                                     •   Selecteren reeds beoogde BPV-plaats
                                                     •   Bepalen zoekopdracht BPV-plaats
                                                     •   Selecteren voorstellen BPV-plaats


                                                  Doel
                                                  Het vinden van een passende BPV-plaats voor een deelnemer
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   155




                Korte beschrijving
                Deze functie start met het bepalen van de deelnemer en het onderwijsproduct in
                zijn arrangement waarvoor een BPV-plaats wordt gezocht.
                - Selecteren deelnemer
                - Selecteren onderwijsproduct uit arrangement deelnemer


                Vervolgens zijn er twee mogelijkheden
                - Indien de deelnemer al een concrete stageplaats op het oog heeft dan wordt het
                 leerbedrijf en vervolgens de BPV-plaats binnen dat leerbedrijf geselecteerd
                - Indien de deelnemer nog geen concrete stageplaats op het ook heeft dan wordt
                 het zoek/selectieproces in gang gezet


                Het zoek/selectieproces vindt plaats in de volgende stappen
                - Alle zoekcriteria die zijn gekoppeld aan het onderwijsproduct in het arrangement
                 van de deelnemer zijn al vooraf ingevuld
                - Hieraan kunnen aanvullende zoekcriteria worden gekoppeld die betrekking hebben
                 op het gewenste leerbedrijf of de BPV-plaats
                - Op basis van de zoekcriteria wordt een lijst van BPV-plaatsen en bedrijven ge-
                 toond waaruit de deelnemer of begeleider een selectie kan maken




VASTLEGGEN PLAATSING

                Met behulp van deze functie kan de concrete plaatsing van een deelnemer op een
                BPV-plaats worden geregistreerd.


                Ondersteunt use cases
                - BPV-matching
                  •   Afstemming tussen deelnemer en leerbedrijf


                Doel
                Vastleggen van de concrete plaatsing van een deelnemer op een BPV-plaats


                Korte beschrijving
                In het proces voorafgaand aan het gebruik van deze functie is het volgende bepaald.
                - De deelnemer waarop de plaatsing betrekking heeft
                - Het concrete onderwijsproduct in het arrangement van de deelnemer waarop de
                 plaatsing betrekking heeft
                - De geselecteerde BPV-plaats (en leerbedrijf ) waar de deelnemer zal worden
                 geplaatst
156   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  De plaatsing van de deelnemer wordt vervolgens geregistreerd, door deze drie
                                                  gegevens (deelnemer, onderwijsproduct en stageplaats) vastgelegd, gekoppeld aan
                                                  een aantal aanvullende gegevens over de plaatsing zoals aanvangsdatum en eind-
                                                  datum, vergoeding, naam begeleider(s) en andere afspraken.



                          AFLEIDEN INITIËLE ARRANGEMENTEN

                                                  Opmerking:
                                                  - deze functie is een achtergrond functie.
                                                  - de functie wordt uitgevoerd nadat een leervraag beschikbaar is voor arrangeren
                                                    (dit wijkt af van het huidige activiteitendiagram)


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. onderwijscatalogus
                                                     •   Activiteit: Tonen laagste aggregatieniveau + aanvullen met randvoorwaardelijke
                                                         producten


                                                  Doel
                                                  Initieel arrangement specificeren zodat de arrangeur overzicht en inzicht kan krij-
                                                  gen in wat en hoe nog gearrangeerd moet worden.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Elke leervraag die geformuleerd is wordt automatisch uiteengerafeld (lees: nader
                                                  specificeren) tot aan onderwijsproducten op het laagste aggregatieniveau van de
                                                  onderwijscatalogus. Ook eventuele randvoorwaardelijke onderwijsproducten worden
                                                  toegevoegd.



                          TONEN ARRANGEMENTEN OVERZICHT

                                                  Opmerking: deze functie gaat er vanuit dat het automatisch uiteenrafelen van de
                                                  leervraag reeds heeft plaatsgevonden door de functie ‘Afleiden initiële arrangemen-
                                                  ten’. Dit is een verandering t.o.v. het huidige activiteitendiagram.


                                                  Deze functie wordt gedurende de hele use case steeds weer gebruik. Ze vormt een
                                                  centrale spil in het arrangeren. Op het moment dat deze functie later in het proces
                                                  weer gebruikt wordt zijn de arrangementen niet meer initieel, maar eventueel reeds
                                                  bewerkt door de arrangeur.
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   157




               Ondersteunt use cases
               - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. onderwijscatalogus
                 •   Activiteit: Opvragen vastgelegde geformuleerd leervraag


               Doel
               Inzicht krijgen in de status van alle arrangementen.


               Korte beschrijving
               Een overzicht tonen van arrangementen (van een arrangeur) die betrekking hebben
               op een bepaalde periode. Van elk arrangement wordt getoond:
               - deelnemer
               - status van leervraag/arrangement
               - resultaat van de controle functie ‘Controleren arrangement’


               Vanuit het overzicht kan de functie ‘Vastleggen arrangement’ worden gestart.



VASTLEGGEN ARRANGEMENT

               Ondersteunt use cases
               - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. onderwijscatalogus
                 •   Activiteit: Keuze maken uit lijst optionele producten
                 •   Activiteit: Opstellen arrangement alternatieven
                 •   Activiteit: Keuze (maken uit) alternatieven


               - Use Case: Individueel roosterprobleem oplossen
                 •   Activiteit: Aanpassen leervraag en arrangement


               - Use Case: Afhandelen niet planbare arrangementen
                 •   Activiteit: Aanpassen leervraag en arrangement


               Doel
               Het klaarmaken van de leervraag voor het roosterproces (use case ‘Rooster maken’).


               Korte beschrijving
               De functie toont de leervraag en het arrangement van 1 deelnemer. De arrangeur kan:
               - optionele onderwijsproducten (de)selecteren
               - agendaplanning: onderwijsproducten in een volgorde zetten (met ‘slepen’) en in
                periodes plaatsen
               - aanvullende voorwaarden opnemen (zie use case)
158   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  De arrangeur moet verschillende alternatieve arrangementen voor de deelnemer
                                                  kunnen maken. Deze voor en nadelen van deze alternatieven kan hij tegen elkaar
                                                  afwegen met ondersteuning van de functie ‘Controleren arrangement’. De resulta-
                                                  ten van deze functie moeten continu zichtbaar zijn voor de verschillende alternatie-
                                                  ven, voor de arrangeur.


                                                  De arrangeur kan een definitief arrangement uit de alternatieven kiezen.



                          CONTROLEREN ARRANGEMENT

                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. de onderwijscatalogus
                                                     •   Activiteit: Beoordelen alternatieven


                                                  Doel
                                                  Komen tot een arrangement dat voldoet aan de eisen en wensen van de wet, instel-
                                                  ling en deelnemer.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Controleren of de vastgelegde leervraag voldoet aan een aantal normen:
                                                  - urennorm (wettelijk)
                                                  - businessrules (van de instelling)
                                                  - wensen deelnemer (de randvoorwaarden / wensen die in de use case ‘formuleren
                                                    leervraag’ en ‘arrangement specificeren’ zijn genoemd.)
                                                  - de normen die in de onderwijscatalogus zijn opgenomen
                                                  Tevens geeft deze functie inzicht in het collectief van de reeds gemaakte arrange-
                                                  menten en de verhouding van het onderhanden arrangement hiertoe. Dit moet nog
                                                  verder uitgewerkt worden (complexe functionaliteit). We denken hierbij aan:
                                                  - de spreiding van deelnemers over de individuele onderwijsproducten in de ko-
                                                    mende periode
                                                  - eventueel ook inzicht in de beschikbaarheid van die onderwijsproducten (wat
                                                    afhankelijk is van de beschikbaarheid en planning van middelen.) Dit vereist roos-
                                                    termachine functionaliteit.
                                                  - bijvoorbeeld kan hierbij met een score worden gewerkt die het mogelijk maakt
                                                    alternatieven met elkaar te vergelijken (o.b.v. wellicht efficiëntie, haalbaarheid,
                                                    etcetera)
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   159




REGISTRATIE STATUS LEERVRAAG EN ARRANGEMENT

                 Ondersteunt use cases
                 - Use Case: Formuleren leervraag
                   •   Activiteit: starten Werkopdracht Begeleiding en advies
                   •   Activiteit: Vastleggen geformuleerde leervraag
                   •   Activiteit: starten Werkopdracht Specificeren arrangement


                 - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. de onderwijscatalogus
                   •   Activiteit: Arrangement definitief maken


                 Doel
                 Ondersteunen van een juiste workflow door het proces van intake tot aan arrange-
                 ren. Daarnaast overzicht kunnen bieden over de voortgang van alle leervraag en
                 arrangeerprocessen.


                 Korte beschrijving
                 Het registeren van de status van een geformuleerde leervraag en het arrangement.
                 De status kan zijn:
                 - Leervraag is nog in behandeling (nog niet volledig geformuleerd)
                 - Geformuleerde leervraag oke, door naar arrangeren
                 - Er is geen passend aanbod voor de leervraag, terug naar begeleiding en advies
                 - Initieel arrangement
                 - Definitief arrangement


                 Deze statussen moeten niet verloren gaan, maar als een log geregistreerd worden.
                 De laatste logregel is de actuele status.



COMMUNICATIE OVER ROOSTER NAAR DEELNEMER (INITIEEL BERICHT, REMINDERS)

                 Ondersteunt use cases
                 - Use Case: Deelnemer accepteert
                   •   Activiteit: Versturen rooster of bericht (deze activiteit is ook beschreven bij de
                       use case ‘effectueren rooster’)
                   •   Activiteit: Sturen reminder voor accepteren rooster


                 - Use Case: Effectueren rooster
                   •   Activiteit: Publiceren rooster (deze activiteit is deels ook beschreven bij de use
                       case ‘Deelnemer accepteert’)
160   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Doel
                                                  Deelnemers, docenten en andere betrokkenen zijn op de hoogte dat het nieuwe
                                                  rooster er is. De deelnemers zijn op de hoogte van de termijn waarin zij kunnen
                                                  reageren.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Aan de deelnemer, docenten en andere betrokken wordt een bericht verstuurd (op
                                                  nader te bepalen wijze). Bij deelnemers en docenten kan dit bericht het voor hen
                                                  persoonlijk geldende rooster bevatten (deelnemersrooster / docentrooster) of er-
                                                  naar verwijzen. Het bericht aan andere betrokkenen verwijst naar functionaliteit
                                                  om de voor hen relevante delen van het rooster te kunnen raadplegen. Als naar
                                                  het deelnemersrooster verwezen wordt, dan kan dit door de deelnemer bekeken
                                                  worden met de functie ‘Tonen deelnemersrooster’.
                                                  In het bericht aan de deelnemer wordt gevraagd om het rooster actief of passief te
                                                  accepteren (zie de use case ‘Deelnemer accepteert’).
                                                  In een later stadium kunnen met deze functie reminderberichten aan de deelne-
                                                  mers verstuurd worden. Hierbij kan aangegeven worden of slechts een deel van de
                                                  deelnemers het reminder bericht kan ontvangen. Deze selectiefunctie is verschillend
                                                  bij actief en passief accepteren.



                          TONEN DEELNEMERROOSTER

                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Deelnemer accepteert
                                                     •   Activiteit: Beoordelen rooster (door deelnemer)


                                                  Doel
                                                  De deelnemer kan kennis nemen van zijn actuele deelnemersrooster (voor de hui-
                                                  dige en komende periode).


                                                  Korte beschrijving
                                                  Er wordt een overzicht getoond van het deelnemersrooster:
                                                  - onderwijsactiviteiten die voor de deelnemer gepland zijn (en hij daarom geacht
                                                    wordt aan deel te nemen) (activiteit, locatie, etc.)
                                                  - gemarkeerd wordt of het roosterdeel betrekking heeft op een huidige/komende
                                                    periode en wel/niet geaccepteerd is.


                                                  In dit rooster is het belangrijk dat bepaalde aanvullende informatie zichtbaar is:
                                                  - Is het een onderwijsproduct waarop kan / moet worden ingeschreven
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   161




                - Is het een individuele aanvulling op het rooster, of een activiteit uit het initiële
                 rooster
                - In het geval van een oplossing van een uitvoeringsprobleem of calamiteit, moet
                 zichtbaar zijn wat de oorspronkelijke situatie was en wat de wijziging is



REACTIE VAN DEELNEMER OP ROOSTER

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Deelnemer accepteert rooster
                   •   Activiteit: Kenbaar maken wel of niet accepteren rooster (passief / actief)


                - Use Case : Individueel roosterprobleem oplossen
                   •   Activiteit: bericht aan begeleider dat deelnemer rooster niet accepteert


                Doel
                Verkrijgen van acceptatie van de deelnemersroosters. Dit dient twee doelen: inzicht
                van de instelling en commitment van de deelnemer.


                Korte beschrijving
                De deelnemer kan in met deze functie aangeven of hij het rooster wel of niet ac-
                cepteert. Dit gaat in een bericht naar zijn begeleider indien hij het rooster niet
                accepteert.


                De presentatie van de vraag en de antwoordmogelijkheid zal anders zijn bij actieve
                en passieve acceptatie. Teven wordt in beide gevallen op een andere wijze om
                toelichting gevraagd. (Dit moet in het detailontwerp van het systeem uitgewerkt
                worden.)



INCIDENTELE AANPASSING DEELNEMERSROOSTER

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Individueel roosterprobleem oplossen
                   •   Activiteit: Vastleggen oplossing in GRID


                - Use Case: Monitoren acceptatie deelnemersrooster
                   •   Activiteit: Registreren roosteroplossing in GRID
162   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  - Use Case: Afhandelen niet planbare arrangementen
                                                     •   Activiteit: Registreren roosteroplossing in GRID


                                                  Doel
                                                  Een geaccepteerd deelnemersrooster.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Deze functie voorziet in een mogelijkheid om voor een individuele deelnemer (of
                                                  een beperkte groep) een oplossing te zoeken binnen het bestaande rooster. Er
                                                  wordt in het bestaande rooster gezocht naar een oplossing (ruimte bij andere
                                                  onderwijsproducten) en het rooster wordt aangepast zonder consequenties voor
                                                  andere deelnemers. Dit wordt ook wel ‘gaatjes vullen’ genoemd.
                                                  De volgende activiteiten kunnen gebruikt worden om een alternatief deelnemers-
                                                  rooster samen te stellen.


                                                  Zoeken naar alternatieven
                                                  Op basis van zoekcriteria (bepaalde onderwijsproduct gecombineerd met bepaalde
                                                  periode) kan gezocht worden naar ruimte in het bestaande (geëffectueerde) rooster.


                                                  Aanpassen deelnemersrooster
                                                  Wanneer er een geschikt alternatief voor de deelnemer(s) is gevonden, dan kan het
                                                  rooster voor de betreffende deelnemer(s) worden aangepast. Dit gebeurt recht-
                                                  streeks in het actuele (geëffectueerde) rooster.


                                                  Voorbeelden:
                                                  - zelfde lessen of opdrachten volgen bij andere groepen (bij een andere klas/groep
                                                    of in een ander domein).
                                                  - een deelnemer volgt een onderwijsproduct, welke gearrangeerd stond in een
                                                    volgende periode of de deelnemer volgt een ander, maar vergelijkbaar onderwijs-
                                                    product.
                                                  - een bepaalde groep deelnemers heeft zijn rooster niet geaccepteerd, maar dit
                                                    kan worden opgelost met een relatief kleine wijziging op het rooster, zoals het
                                                    verplaatsten naar andere locatie of tijdstip
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   163




RAPPORTAGE ROOSTERACCEPTATIE

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Monitoren acceptatie deelnemerrooster
                   •   Activiteit: Opstellen rapportage roosteracceptatie
                   •   Activiteit: Analyse knelpunten in roosteracceptatie


                Doel
                Het nemen van passende maatregelen als de roosteracceptatie onvoldoende is.


                Korte beschrijving
                Deze rapportage geeft een overzicht van de voortgang van deelnemeracceptatie.
                Dit gebeurt op twee niveaus.


                Kengetallen
                Middels een aantal kengetallen wordt aangegeven in welke mate de deelnemers-
                roosters zijn geaccepteerd.
                - Percentage deelnemers dat heeft geaccepteerd
                - Percentage deelnemers dat niet heeft geaccepteerd
                - Resterende (percentage van de) tijd dat deelnemers nog kunnen reageren


                Details
                In een detailrapportage kan inzicht verkregen worden in de redenen.
                - Samenhang tussen de deelnemers die niet hebben geaccepteerd: zelfde opleiding,
                  onderwijsproduct(en), locatie of tijdstip (dus wat zijn de overeenkomstige ken-
                  merken van de deelnemers die niet hebben geaccepteerd?)
                - Overzicht van de ingevoerde redenen bij het niet accepteren



HANDMATIGE REGISTRATIE AAN- EN AFWEZIGHEID DOOR DOCENT

                Ondersteunt use cases
                - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid


                Doel
                Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers.
                Een correcte registratie van de aan- en afwezigheid van de deelnemers.
164   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                                                  Korte beschrijving
                                                  De docent kan onderwijsproduct, locatie, datum en tijd invoeren of selecteren (of
                                                  deze worden deels automatisch opgehaald uit het rooster.)
                                                  In een bijbehorend aan- en afwezigheid overzicht kan een docent of administratief
                                                  medewerker aan- en afwezigheid van deelnemers registeren. Indien de aanwezig-
                                                  heid van bepaalde deelnemers verwacht is (bekend via rooster) dan zijn deze reeds
                                                  opgenomen in de lijst (kan ook worden geprint). Deelnemers die aanwezig zijn,
                                                  maar waarvan de aanwezigheid vooraf onbekend was, kunnen als aanwezig toege-
                                                  voegd worden aan de lijst. Van elke in de lijst opgenomen deelnemer kan de status
                                                  aan/afwezig veranderd worden.
                                                  Bij de afwezigheidregistratie is ook een optie om de afwezigheid als geoorloofd te
                                                  kenmerken (voor als een deelnemer b.v. ziek naar huis gaat.) Dan moet de reden
                                                  aangetekend worden.



                          HANDMATIGE REGISTRATIE AANWEZIGHEID DOOR DEELNEMER

                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid


                                                  Doel
                                                  Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers


                                                  Korte beschrijving
                                                  Via een persoonlijke scherminterface kan een deelnemer zijn aanwezigheid bij een
                                                  onderwijsactiviteit registeren. Indien de aanwezigheid van de deelnemer vooraf ver-
                                                  wacht is kan hij zijn status op aanwezig zetten. Ander kan hij zijn naam toevoegen
                                                  aan de onderwijsactiviteit. Indien er geen koppeling is met het rooster, dan kan de
                                                  deelnemer onderwijsproduct, locatie, datum en tijd ook invoeren.




                          SEMIAUTOMATISCHE REGISTRATIE AAN- EN AFWEZIGHEID

                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid


                                                  Doel
                                                  Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   165




                 Korte beschrijving
                 Via een semiautomatisch systeem (pasjessysteem, RFID systeem, etc.) kan een
                 deelnemer (of zijn docent) zijn aanwezigheid laten scannen; zijn identiteit, de loca-
                 tie, datum en tijd worden automatisch geregistreerd. Indien er een koppeling is met
                 het rooster dan kan de onderwijsactiviteit afgeleid worden. Een alternatief hiervoor
                 is dat de docent de onderwijsactiviteit invoert waarop deelnemers zich registeren.
                 Indien er een koppeling met het rooster is, kan het systeem de afwezigheid van een
                 deelnemer afleiden uit het feit dat zijn aanwezigheid niet geregistreerd is.



VALIDATIE AANWEZIGHEIDSREGISTRATIE

                 Ondersteunt use cases
                 - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid


                 Doel
                 Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers (gevalideerd door
                 docent)


                 Korte beschrijving
                 Aanwezigheidsregistraties die door een deelnemer zijn ingevoerd kunnen door een
                 docent gevalideerd worden. De uitkomst van de validatie kan vastgelegd worden
                 bij de geregistreerde aanwezigheid. (Eventueel kan een link gemaakt worden naar
                 bewijsstukken.)



REGISTRATIE AFWEZIGHEIDMELDING

                 Ondersteunt use cases
                 - Use Case: Melden afwezigheid door Deelnemer
                   •   Activiteit: Registratie melding inclusief reden


                 Doel
                 Registratie hebben van afwezigheidmeldingen.


                 Korte beschrijving
                 Bij de deelnemersgegevens kan een afwezigheidmelding worden opgenomen, met
                 begindatum en -tijd, einddatum en -tijd en reden. Er wordt automatisch een bericht
                 over de melding gestuurd naar de begeleider van de deelnemer.
166   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




                          REGISTRATIE GEOORLOOFDHEID AFWEZIGHEID

                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Use Case: Melden afwezigheid door Deelnemer
                                                     •   Activiteit: Registratie geoorloofd verzuim
                                                     •   Activiteit: Registratie niet geoorloofd verzuim


                                                  Doel
                                                  Registratie hebben van de geoorloofdheid van afwezigheid.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Bij de deelnemersgegevens, bij een afwezigheidmelding, kan de geoorloofd-
                                                  heid worden aangetekend van de afwezigheid. Standaard staat deze status op on-
                                                  bekend. Als een (gemelde) afwezigheid ongeoorloofd is, moet aangetekend worden
                                                  op basis waarvan deze conclusie getrokken is.
                                                  Als een (gemelde) afwezigheid als geoorloofd beoordeeld is, dan wordt bij alle
                                                  afwezigheidregistraties in de betreffende periode aangetekend dat deze geoorloofd
                                                  zijn. (Andere afwezigheidregistraties worden in ander rapportagefuncties als onge-
                                                  oorloofd gerapporteerd.).
ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN   167




COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
168   ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN




Triple A ontwerp & onderzoek          Paletsingel 30      2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   1




FUNCTIONEEL ONTWERP




PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING
EN PORTFOLIO
2   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   3




INLEIDING

            In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de primair
            proces ondersteuning en het portfolio.


            Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder-
            steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit
            kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of
            als één of meer aparte ICT-systemen.


            Beschrijvend en technisch gedeelte
            Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte,
            waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge-
            deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten
            staan weergegeven.


            In het beschrijvend gedeelte wordt u door de belangrijkste ‘delen’ van ons ontwerp
            geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs-
            punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar de keuzemo-
            gelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen zich bevinden.


            Het beschrijvende gedeelte bestaat uit vier delen. Ieder deel omvat een apart
            onderdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van de primair
            proces ondersteuning en portfolio. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases. Aan
            het begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich
            bevindt binnen het totaal aan use cases.


            In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun-
            ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een
            beschrijving van de use cases. Dit is een beschrijving van het proces vanuit het
            perspectief van een gebruiker van het systeem.


            Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit
            het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp primair
            proces ondersteuning en portfolio.


            Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte
            de gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat
            een ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
4   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                        INHOUDSOPGAVE

                                                Inleiding                                                                    3
                                                     Beschrijvend en technisch gedeelte                                      3

                                                Beschrijvend gedeelte                                                        5

                                                Deel I: Leertrajectbegeleiding                                               6
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                                 7
                                                    Onderwijsintake                                                          7
                                                    Opstellen plan en begeleiding komende periode                            8
                                                    Monitoren voortgang                                                      8
                                                    Peilstok hanteren formatieve resultaten                                  8
                                                    Adviesgesprek voeren                                                     9

                                                Deel II: Opleiden en vormen                                                 10
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                                 11
                                                    Het beoordelen van competenties en kennis                                11
                                                    Het registreren van incidenten                                           11
                                                    Reageren op afwijkingen in de houding en het gedrag van een deelnemer   12

                                                Deel III: Portfolio van de deelnemer                                        13
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                                14
                                                    Verzamelen en importeren instroomgegevens                               14
                                                    Onderhouden gegevens deelnemer                                          14
                                                    Opnemen POP & PAP in portfolio                                          15
                                                    Verzamelen en delen van producten                                       15
                                                    Opnemen bevroren producten                                              16
                                                    Inzichtelijk maken formatieve en summatieve resultaten                  16
                                                    Exporteren portfolio                                                    16

                                                Deel IV: Examineren                                                          17
                                                    Uitgangspunten en keuzes                                                18
                                                    Het aanvragen van het examen                                            18
                                                    Het beschikbaar stellen en organiseren van het examen                   18
                                                    Het uitvoeren van het examen                                            19
                                                    Vastleggen summatief resultaat en diplomeren                            20

                                                Technisch gedeelte                                                          23
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   5




BESCHRIJVEND GEDEELTE
6   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                        DEEL I: LEERTRAJECTBEGELEIDING
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   7




                                     Uitgangspunten en keuzes
                                     - De leervraag van de deelnemer staat centraal in de onderwijsintake en begelei-
                                      ding van de deelnemer
                                     - Er bestaat de mogelijkheid om de administratieve ‘intake’ en de ‘onderwijsintake’
                                      geheel of gedeeltelijk samen te voegen
                                     - De ontwikkeling op lange en korte termijn wordt door instelling en deelnemer
                                      gezamenlijk geformuleerd en daarna vastgelegd in plan(nen)
                                     - Het formuleren en vastleggen van plannen en afspraken geeft de deelnemer hou-
                                      vast en de begeleider de hulpmiddelen om te adviseren en bij te sturen
                                     - De formatieve peilstok laat de formatieve resultaten zien en biedt zicht op de
                                      vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer
                                     - Het is mogelijk de formatieve peilstok, op basis van een door de instelling gedefi-
                                      nieerd referentiekader, te gebruiken bij het definiëren van mogelijke leerroutes
                                     - Een adviesgesprek kan periodiek worden ingepland


                                     Het deelnemersdossier is de verzamelnaam voor het complete dossier van een
In het fuctioneel ontwerp dat u nu   deelnemer. Dit dossier bevat alle documenten en gegevens die direct aan de deel-
gaat lezen worden verschillende      nemer gekoppeld zijn.
dossiers aangehaald. De samen-       Het deelnemersdossier bestaat uit een viertal onderdelen.
hang van deze dossiers vindt u in
het schema rechts op deze pagina.
De verschillende dossiers worden
uitgelegd in de begrippenlijst.




                                     Onderwijsintake
                                     Naast de administratieve intake die wordt vastgelegd in de kernregistratie deelne-
                                     mergegevens is een onderwijskundige intake beschreven. Centraal in de onderwijs-
                                     intake staat het bespreken van de achtergrond van de deelnemer en het onderzoe-
                                     ken van de mogelijkheden voor instroom.


                                     De administratieve intake en de onderwijsintake leveren samen de benodigde in-
                                     formatie op voor het maken van de verbintenis en het daarop volgende formuleren
                                     van de leervraag.
                                     Uitzondering op deze regel: als tijdens de onderwijsintake blijkt dat er een EVC-
                                     beoordeling moet plaatsvinden en de onderwijsorganisatie ervoor kiest om deze
                                     procedure op te starten nog voordat er met de deelnemer een verbintenis wordt
                                     aangegaan.
8   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                Opstellen plan en begeleiding komende periode
                                                Na de onderwijsintake en het maken van de verbintenis of na het voeren van een
                                                adviesgesprek bespreken deelnemer en (leertraject)begeleider de leervraag en/
                                                of ontwikkeling van de deelnemer. Dit leidt tot het opstellen of aanvullen van het
                                                Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) voor de lange termijn én een Persoonlijk Actie
                                                Plan (PAP) voor de eerstkomende periode. In het plan voor de korte termijn staat
                                                (de basis voor) de leervraag beschreven.


                                                Daarnaast maken deelnemer en (leertraject)begeleider afspraken over de gewenste
                                                begeleiding tijdens de komende periode. Het ontwikkelplan, actieplan en andere
                                                gemaakte afspraken worden opgenomen in het begeleidingsdossier en eventueel
                                                toegevoegd aan het portfolio. Dit is het vertrekpunt voor de deelnemer voor het
                                                volgen van het onderwijs en voor de begeleiding is het de leidraad in het monitoren
                                                van de voortgang.


                                                Monitoren voortgang
                                                Op basis van informatie uit het primaire proces wordt de voortgang van de deelne-
                                                mer gemonitord in het kader van zijn leerloopbaan. De resultaten van het monito-
                                                ren worden gebruikt als basis voor het adviesgesprek. De begeleider kan op ieder
                                                gewenst moment de stand van zaken bekijken en de voortgang van een deelnemer
                                                volgen.
                                                De formatieve peilstok toont de formatieve resultaten van de deelnemer en geeft
                                                de (leertraject)begeleider en de deelnemer inzicht in zijn vorderingen en ontwikke-
                                                ling. De formatieve peilstok kan gebruikt worden om te beoordelen of een deelne-
                                                mer gereed is om examen (summatieve toets) te doen en voor het genereren van
                                                informatie voor de te adviseren leerroute.


                                                De summatieve peilstok biedt de deelnemer en de (leertraject)begeleider inzicht in
                                                de behaalde en nog te behalen summatieve resultaten voor de beoogde diplome-
                                                ring (uitstroomkwalificatie). Bovendien biedt deze peilstok de mogelijkheid om de
                                                resultaten af te zetten tegen andere kwalificatiedossiers en te onderzoeken welke
                                                kwalificatie binnen bereik is.
                                                Alle gegevens worden geïnterpreteerd, geanalyseerd en gebruikt voor het advies-
                                                gesprek met de deelnemer.


                                                Peilstok hanteren formatieve resultaten
                                                De formatieve peilstok is hierboven beschreven als een onderdeel van de use case
                                                Monitoren voortgang deelnemer, maar kan ook vanuit andere use cases worden
                                                gebruikt.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   9




De formatieve resultaten van een deelnemer worden geregistreerd. Indien gewenst,
is het mogelijk de (formatieve) vorderingen van de deelnemer af te zetten tegen
een instellingspecifieke beoordelingssystematiek. Hieruit kan worden afgeleid wat
de vordering of ontwikkeling van een deelnemer is in relatie tot bijvoorbeeld een
leerroute (of een kwalificatiedossier). Het systeem geeft de stand van zaken weer
middels een rapportage. Deze rapportage presenteert de formatieve resultaten in
de structuur van de beoordelingssystematiek, met daarbij de studiebelastinguren.


Op basis van een door de instelling gedefinieerd referentiekader is het mogelijk één
of meer mogelijke leerroutes te genereren.


Adviesgesprek voeren
Adviesgesprekken kunnen periodiek worden ingepland om de voortgang met de
deelnemer te bespreken. Daarnaast kan het zijn dat de deelnemer zelf een verzoek
indient voor een adviesgesprek of dat er naar aanleiding van een signalering door
een docent of andere gebeurtenis een gesprek wordt gepland. Er wordt ook een
adviesgesprek gepland wanneer blijkt dat het arrangement (gedeeltelijk) niet plan-
baar is voor de komende roosterperiode of als blijkt dat de deelnemer het rooster
niet accepteert.


In het gesprek bespreken en bepalen de deelnemer en de (leertraject)begeleiding
samen de beste leerroute voor de deelnemer en worden eventueel andere relevante
aspecten besproken. Wanneer er specifieke signaleringen met betrekking tot de
houding of het gedrag van de deelnemer, incidenten of opmerkelijke veranderingen
in de resultaten aan de orde zijn, wordt dat uiteraard in het gesprek meegenomen.
Als de deelnemer zijn rooster niet heeft geaccepteerd of zijn arrangement is (deels)
niet planbaar gebleken, komt dat uiteraard ook in het gesprek aan de orde.


Tijdens dit adviesgesprek wordt gekeken of er aanpassing van het lopende plan
(PAP) nodig is. Indien nodig, kan worden afgesproken het plan aan te passen. Daar-
bij kan worden afgesproken dat er bepaalde producten worden opgenomen in het
portfolio. Bijvoorbeeld in het kader van een beoogde summatieve toets.


Als uit de verzamelde gegevens en het adviesgesprek blijkt dat de deelnemer aan-
getoond heeft dat hij gereed is voor examinering, kan een examen worden aange-
vraagd. Dit kan door zowel de (leertraject)begeleider als de deelnemer gebeuren.
10   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         DEEL II: OPLEIDEN EN VORMEN
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   11




Uitgangspunten en keuzes
- Alle constateringen die een docent, praktijkopleider of stagebegeleider doet
 tijdens de uitvoering van het onderwijs en die relevant zijn voor de begeleiding,
 worden geregistreerd in het begeleidingsdossier
- Wanneer directe actie van de begeleiding noodzakelijk is, wordt naast de registra-
 tie een signaal aan de begeleiding gegeven
- Formatieve resultaten zijn van belang voor het primaire proces en de begeleiding
 en geven zicht op de ontwikkeling en voortgang
- Formatieve resultaten hebben, in tegenstelling tot summatieve resultaten, geen
 directe waarde voor de kwalificering of diplomering van een deelnemer


Het beoordelen van competenties en kennis
Gedurende de tijd dat een deelnemer onderwijs volgt, in welke vorm dan ook,
vinden er op allerlei manieren beoordelingen plaats. Dat kan een vooraf bepaald
beoordelingsmoment zijn. Het kan ook een moment zijn waarop de deelnemer zelf
vraagt om een beoordeling, bijvoorbeeld van producten die hij in zijn portfolio heeft
verzameld. Het gaat hier om zogenaamde formatieve beoordelingen, die als belang-
rijkste doel hebben de deelnemer feedback te geven en zo inzicht te geven in zijn
vorderingen in het leerproces.


Een beoordeling vindt altijd plaats in het kader van een bepaald onderwijsproduct.
De informatie die aan het onderwijsproduct is gekoppeld (de metadata), is hierbij
heel belangrijk. Zo kan er bijvoorbeeld kennis beoordeeld worden (met een toets)
of er kunnen competenties worden beoordeeld. De relevante competenties zijn dan
af te leiden uit de beschrijvende kenmerken van het onderwijsproduct. Het kan ook
zijn dat er een bepaald beoordelingsformat wordt gebruikt waarin is gedefinieerd
welke aspecten of competenties worden beoordeeld, en op basis van welke criteria
deze worden getoetst.


Het resultaat van de beoordeling wordt vastgelegd in een beoordelingsregistratie. Een
beoordeling kan betrekking hebben op het hele onderwijsproduct, of bestaan uit be-
oordelingen per relevante competentie. In dit geval worden er dus één of meerdere
formatieve resultaten vastgelegd, die gekoppeld zijn aan het betreffende onderwijs-
product of aan een aantal specifieke competenties die voor dat product relevant zijn.


Het registreren van incidenten
Een docent of andere betrokkene bij het onderwijs kan te maken krijgen met een
incident. Een incident is een inbreuk op het huisreglement van de instelling waarop
direct actie ondernomen moet worden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan over het
bedreigen van personeel of het plegen van vernielingen. Naast deelnemers kan
12   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 het ook om incidenten gaan waarbij personeel van de instelling of buitenstaanders
                                                 betrokken zijn. In het geval dat er een deelnemer bij betrokken is, moet worden
                                                 beoordeeld of registratie van het incident in het begeleidingsdossier van de deelne-
                                                 mer nodig is.


                                                 Doorgaans heeft een instelling procedures om ervoor te zorgen dat de afgesproken
                                                 gedragsregels worden gehandhaafd en daarmee te voldoen aan haar wettelijke ver-
                                                 plichtingen. Het protocol voor het registreren en afhandelen van incidenten omvat
                                                 onder andere het toetsen van een melding aan een aantal criteria, de registratie
                                                 van het incident, de wijze van onderzoeken, rapporteren en escaleren en het uitein-
                                                 delijk nemen van de passende maatregel.


                                                 Reageren op afwijkingen in de houding en het gedrag van een deelnemer
                                                 Een docent, praktijkopleider of stagebegeleider kan tijdens de onderwijsactiviteiten
                                                 een afwijkende houding of afwijkend gedrag van een deelnemer constateren. Een
                                                 deelnemer die (al een tijdje) ongeïnteresseerd in de groep zit of een deelnemer die
                                                 belt tijdens een les. Maar ook een goede leerling die plotseling slechte cijfers haalt.


                                                 Dit soort afwijkingen in de houding en het gedrag van een deelnemer zijn belang-
                                                 rijke signalen voor de begeleiding. In tegenstelling tot de registratie van incidenten
                                                 leidt een afwijkende houding en/of afwijkend gedrag niet altijd tot directe actie,
                                                 maar tot een registratie in het begeleidingsdossier van de deelnemer en eventueel
                                                 een signaal naar de leertrajectbegeleiding.


                                                 De signalering van deze afwijkingen in houding en gedrag van een deelnemer wor-
                                                 den vastgelegd in het begeleidingsdossier van de deelnemer. De docent geeft daar-
                                                 bij aan of directe actie van de begeleider nodig is of dat de constateringen gewoon
                                                 kunnen worden meegenomen in het begeleidingsproces. De leertrajectbegeleider
                                                 zal op basis van deze registratie afspraken met de deelnemer maken en eventueel
                                                 andere passende acties ondernemen en coördineren, zoals de inschakeling van een
                                                 zorgteam of jeugdzorg.


                                                 Naast de concrete formatieve en summatieve resultaten die een deelnemer behaalt
                                                 is deze registratie van de houding en het gedrag van een deelnemer belangrijk voor
                                                 het monitoren van de voortgang van een deelnemer.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   13




DEEL III: PORTFOLIO VAN DE DEELNEMER
14   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Uitgangspunten en keuzes
                                                 - Het portfolio is in principe van de deelnemer. De deelnemer is eigenaar en verant-
                                                  woordelijkheid voor het vullen en bijhouden van het portfolio
                                                 - Het portfolio kan breder worden ingezet dan binnen de onderwijsinstelling alleen
                                                  (voor de hele leerloopbaan; een leven lang leren)
                                                 - Instellingen kunnen kiezen op welke wijze het portfolio wordt ingezet


                                                 Verzamelen en importeren instroomgegevens
                                                 Begint de deelnemer aan zijn eerste opleiding, dan wordt een start gemaakt
                                                 met het opbouwen van zijn portfolio binnen de instelling. De onderwijsinstelling
                                                 maakt het portfolio voor de deelnemer aan en vult het, indien beschikbaar, met de
                                                 instroomgegevens van de deelnemer. In het geval dat de deelnemer een port-
                                                 folio meeneemt uit een vorige opleiding, wordt dit geïmporteerd en omgezet in
                                                 het format van de instelling. Het geïmporteerde portfolio wordt dan aangevuld en
                                                 geactualiseerd. De deelnemer krijgt de mogelijkheid de gegevens te controleren en
                                                 verbeteren.


                                                 Als de deelnemer nog geen bestaand portfolio elders heeft opgebouwd, start hij na
                                                 inschrijving met het vastleggen van de instroomgegevens in het nieuwe portfolio.
                                                 Het betreft de volgende gegevens:
                                                 - Persoonlijke gegevens (in geval van minderjarigheid ook gegevens ouders/
                                                  verzorgers)
                                                 - Beschrijving van onderwijsachtergrond
                                                 - Beschrijving van arbeidsachtergrond
                                                 - Beschrijving van stages
                                                 - Beschrijving van vrijwilligerswerk
                                                 - Opnemen van EVC’s


                                                 Onderhouden gegevens deelnemer
                                                 De gegevens van een deelnemer veranderen continu. Het kan gaan om wijzigingen
                                                 in de NAW-gegevens, extra informatie over stages en vrijwilligerswerk of informatie
                                                 over nieuw verworven kwaliteiten, competenties en/of certificaten. De deelnemer is
                                                 zelf verantwoordelijk voor deze informatie en het actueel houden van zijn portfolio.
                                                 De deelnemer vult of past zijn portfolio aan, voor wat betreft zijn reeds geregistreer-
                                                 de gegevens.


                                                 Het gaat hier uitdrukkelijk niet om het opnemen van producten in het portfolio, dat
                                                 gebeurt in de use case Verzamelen en Ordenen van producten.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   15




Opnemen POP & PAP in portfolio
De deelnemer formuleert op basis van hetgeen hij op de lange termijn wil bereiken
een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Vervolgens maakt de deelnemer samen
met de (leertraject)begeleider een persoonlijk activiteitenplan (PAP) voor elke
nieuwe periode. Als deze plannen zijn opgesteld en goedgekeurd, kunnen ze wor-
den opgenomen in het portfolio. De deelnemer kan bij elk nieuw of gewijzigd plan
besluiten deze op te nemen in zijn portfolio.


Verzamelen en delen van producten
Het portfolio stelt de deelnemer in staat het eigen leerproces inzichtelijk te maken
en te laten zien welke competenties hij beheerst.


Verzamelen, ordenen, reflecteren en delen
De deelnemer verzamelt producten in zijn portfolio ter ondersteuning van zijn leren.
Dit kunnen verslagen of werkstukken zijn, maar ook foto’s van fysieke producten
die de deelnemer heeft gemaakt. Deze producten kunnen met anderen worden
gedeeld en ter beoordeling worden aangeboden.


De volgende stappen worden onderkend in het portfolio:
- Verzamelen: de deelnemer zorgt ervoor dat producten in digitale vorm beschik-
 baar zijn in het portfolio
- Ordenen: om alle producten in het portfolio overzichtelijk te houden ordent de
 deelnemer de producten. Zo kan ook een verzameling producten worden sa-
 mengesteld die kan worden gedeeld met anderen of ter beoordeling kan worden
 aangeboden. Dit kan in een al dan niet voorgeschreven structuur
- Reflecteren: de deelnemer kan reflecteren op zijn leerproces en behaalde resulta-
 ten en kan deze reflecties vastleggen in het portfolio
- Delen: de deelnemer kan producten beschikbaar stellen aan derden, bijvoorbeeld
 aan andere deelnemers, docenten of een begeleider of beoordelaar. Dit kan ter in-
 zage zijn, voor feedback of ter beoordeling. Dit delen van producten wordt gedaan
 door rechten aan derden toe te kennen op (een verzameling van) producten. Bij
 inzage ontstaat er geen uitwisselingsproces met de deelnemer. Bij feedback is er
 de mogelijkheid om te reageren op de aangeleverde producten. Bij een beoorde-
 ling van producten ontvangt de deelnemer de beoordeelde producten later terug,
 voorzien van de formatieve of summatieve beoordeling
16   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Opnemen bevroren producten
                                                 Als een product in het portfolio van een deelnemer is aangeboden voor een forma-
                                                 tieve of summatieve beoordeling, wordt daar door een beoordelaar een resultaat aan
                                                 toegekend. Dit product wordt dan inclusief het toegekende resultaat in “bevroren”
                                                 toestand binnen de instelling bewaard als (formatief of summatief) bewijs.
                                                 De deelnemer heeft de mogelijkheid om deze bevroren producten, die in de onder-
                                                 wijsinstelling digitaal bewaard worden, te kopiëren en op te nemen in zijn eigen
                                                 portfolio. Op deze manier kan de deelnemer in zijn portfolio bewijsmateriaal opbou-
                                                 wen waarmee hij zijn behaalde formatieve en summatieve resultaten kan aantonen.


                                                 Inzichtelijk maken formatieve en summatieve resultaten
                                                 Vanuit het portfolio heeft de deelnemer de mogelijkheid om zijn vorderingen qua
                                                 formatieve en summatieve resultaten inzichtelijk te maken. De deelnemer heeft
                                                 voor een deel toegang tot dezelfde hulpmiddelen die de begeleider ook kan gebrui-
                                                 ken bij het monitoren: de formatieve en summatieve peilstok. Dit geeft de deelne-
                                                 mer inzicht in de behaalde formatieve en summatieve resultaten en hoe de deelne-
                                                 mer daarin staat ten opzichte van het afgesproken leertraject en de beoogde doelen
                                                 (examinering en/of diplomering).


                                                 Exporteren portfolio
                                                 Als de deelnemer verandert van opleiding of als hij na de opleiding gaat werken,
                                                 kan hij zijn portfolio meenemen om het verder uit te bouwen (een leven lang le-
                                                 ren), eventueel ook buiten onderwijsinstellingen. Er zijn in dit verband ontwikkelin-
                                                 gen waarbij gemeenten leerresultaten, waaronder het portfolio, willen koppelen aan
                                                 het DigID van de deelnemer om uitwisseling van leerresultaten tussen onderwijsin-
                                                 stellingen te bevorderen.


                                                 Het exportbestand kan bestaan uit de volgende gegevens:
                                                 - NAW-Gegevens
                                                 - Ontwikkelingsvoorwaarden
                                                 - Doelen & ambities
                                                 - Interesses
                                                 - Relaties & netwerken
                                                 - Competenties
                                                 - Activiteiten
                                                 - Producten
                                                 - Evaluaties
                                                 - Niet-kwalificerende reflecties
                                                 - Kwalificerende reflecties
                                                 - Formele erkenningen
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   17




DEEL IV: EXAMINEREN
18   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Uitgangspunten en keuzes
                                                 - Per individu kan een examen(-onderdeel) worden aangevraagd
                                                 - Examens en EVC-beoordelingen zijn als product in de onderwijscatalogus opgenomen
                                                 - Een examen of EVC-beoordeling leidt tot een summatief resultaat en telt daarmee
                                                  mee voor de kwalificering of diplomering van de deelnemer
                                                 - Het examendossier is een onderdeel van het deelnemersdossier en bevat de be-
                                                  wijsstukken, summatieve beoordelingen en examen- en EVC-rapportages
                                                 - Summatieve resultaten worden behalve in het examendossier ook in de kernregis-
                                                  tratie deelnemers vastgelegd ten behoeve van de diplomering


                                                 Het aanvragen van het examen
                                                 Per individu kan een examen(-onderdeel) worden aangevraagd. Dit zal in veel ge-
                                                 vallen gebeuren als gevolg van de afspraken die zijn gemaakt in het adviesgesprek
                                                 met zijn leertrajectbegeleider. In dit adviesgesprek is duidelijk geworden dat de
                                                 deelnemer gereed is voor examinering, bijvoorbeeld door te kijken naar de behaal-
                                                 de formatieve resultaten en andere informatie in het begeleidingsdossier. De for-
                                                 matieve peilstok kan in dit proces behulpzaam zijn, omdat deze inzicht geeft in de
                                                 vorderingen en ontwikkeling van een deelnemer in relatie tot een beoogd examen.


                                                 Voor bepaalde typen opleidingen, zoals VMBO en VAVO, worden de examens niet
                                                 door de individuele deelnemers aangevraagd, maar collectief. De leertrajectbege-
                                                 leider bepaalt dan welke deelnemers gereed zijn voor examinering. De examens
                                                 worden vervolgens collectief aangevraagd voor de hele groep.


                                                 Een examen kan de vorm hebben van een regulier examen met een beschreven
                                                 opdracht of een portfoliobeoordeling waarbij de deelnemer producten uit zijn port-
                                                 folio beschikbaar stelt op basis waarvan hij beoordeeld wordt. Deze situatie kan zich
                                                 voordoen als een deelnemer EVC(‘s) wil laten toetsen.


                                                 Bij het aanvragen van een examen is het wel belangrijk dat het examen past bin-
                                                 nen het verbintenisgebied waarbinnen de deelnemer is ingeschreven.
                                                 De aanvraag van het examen wordt geregistreerd in het deelnemerdossier van de
                                                 deelnemer. In het onderwijslogistieke proces dat volgt op het adviesgesprek zal het
                                                 betreffende onderwijsproduct worden opgenomen in de leervraag en het arrange-
                                                 ment van de deelnemer.


                                                 Het beschikbaar stellen en organiseren van het examen
                                                 Nadat een examen of EVC-beoordeling is aangevraagd, start binnen de instelling
                                                 het proces om het examen beschikbaar te stellen en ervoor te zorgen dat het exa-
                                                 men kan worden afgenomen.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   19




Dit proces start met het in kaart brengen van de landelijke kwaliteitseisen, de
standaardeisen aan het examen en de eisen en wensen van zowel de deelnemer(s)
als de instelling. Hierbij wordt eventueel ook het zorgdossier van de deelnemer(s)
geraadpleegd om te bekijken of er met bijzondere omstandigheden rekening moet
worden gehouden.


Als de eisen en wensen bekend zijn, kan er op verschillende manieren voor worden
gezorgd dat het examenonderdeel daadwerkelijk beschikbaar wordt gesteld. De on-
derwijsorganisatie kan een summatieve toets uit de onderwijscatalogus selecteren
of de deelnemer kan zijn eigen examenopdracht formuleren door bijvoorbeeld het
opstellen van een onderzoeksvoorstel voor een werkstuk. De onderwijsorganisatie
heeft daarnaast de mogelijkheid om een examen in te kopen of te besluiten zelf een
nieuw examen te ontwikkelen. In het geval van een EVC-rapportage of portfoliobe-
oordeling gaat het alleen om het opstellen van een beoordelingsmodel.


Vaststellen
Wanneer het examen beschikbaar is moet het nog formeel worden vastgesteld. Dit
is de taak van de examencommissie. Als het examen nieuw ontwikkeld is, wordt
het, na vaststelling als summatieve toets, samen met het beoordelingsmodel als
onderwijsproduct opgenomen in de onderwijscatalogus.


Organiseren
Zodra het examen daadwerkelijk beschikbaar is, kunnen alle organisatorische en
logistieke acties in gang worden gezet om het examen ook daadwerkelijk te laten
plaatsvinden. Dit betekent dat de juiste deelnemers aan het examenproduct worden
gekoppeld door dit onderwijsproduct in hun arrangement op te nemen. Op basis
daarvan zal het examen daadwerkelijk worden geroosterd, waarbij overigens soms
de exacte datum vooraf al bekend is. De deelnemers worden dan geïnformeerd
over het examenreglement en de concrete uitvoering van het examen. Eventueel
kan in dat proces nog rekening worden gehouden met aanvullende wensen, zoals
bijvoorbeeld locatie, tijdstip of omgeving van het examen. Ook het BPV-bedrijf kan
eventueel aanvullende eisen stellen.
Het examenbureau zorgt er uiteindelijk voor dat alles wat nodig is om het examen
te kunnen laten plaatsvinden, wordt georganiseerd.


Het uitvoeren van het examen
Het examen wordt uitgevoerd door de deelnemer in het bijzijn van en onder verant-
woordelijkheid van de onderwijsinstelling. Tijdens of direct na de uitvoering vindt de
beoordeling plaats met als resultaat een examenrapportage of in het geval van een
EVC-beoordeling een EVC-rapportage.
20   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Er zijn grofweg twee manieren waarop een deelnemer in een examen kan aantonen
                                                 dat hij aan de kwalificatie-eisen van het examen voldoet.
                                                 - Het uitvoeren van examenopdrachten
                                                 - Producten in een portfolio ter beoordeling beschikbaar stellen


                                                 In het geval van een portfoliobeoordeling stelt een deelnemer uit zijn portfolio een
                                                 bewijsmap samen. Dat is een verzameling producten in zijn portfolio waarmee de
                                                 deelnemer wil aantonen aan de kwalificatie-eisen te voldoen. Deze producten kun-
                                                 nen vanuit het portfolio aan de beoordelaar beschikbaar worden gesteld.


                                                 De aangeleverde bewijsmap of de uitgevoerde examenopdrachten worden gecon-
                                                 troleerd en beoordeeld. De beoordeling kan verschillende vormen hebben. Het kan
                                                 bijvoorbeeld de observatie zijn van het proces, een criteriumgericht interview of
                                                 een beoordeling van opgeleverde producten. Mogelijk kan ook de feedback van een
                                                 BPV-bedrijf worden betrokken in de beoordeling.
                                                 Vervolgens moet de deelnemer de mogelijkheid krijgen om iets met deze beoorde-
                                                 ling te doen, om bijvoorbeeld de producten in zijn bewijsmap aan te passen en te
                                                 verbeteren of om (een deel van) de examenopdracht opnieuw te doen.


                                                 Uiteindelijk wordt, eventueel na een iteratief proces, de uiteindelijke bewijsmap of
                                                 examenopdracht beoordeeld. Het beoordelingsmodel wordt ingevuld en er wordt
                                                 een procesverslag gemaakt. Het resultaat wordt opgenomen in het examendossier
                                                 en de uiteindelijke examen- of EVC-rapportage wordt gemaakt.
                                                 Als afsluiting wordt het behaalde summatieve resultaat toegevoegd aan het exa-
                                                 mendossier van de deelnemer. De definitieve producten in de bewijsmap worden als
                                                 bevroren product beschikbaar gesteld om opgenomen te worden in het portfolio van
                                                 de deelnemer, inclusief het daarbij behaalde summatieve resultaat.


                                                 Vastleggen summatief resultaat en diplomeren
                                                 Als het examen is uitgevoerd is er een examen- of EVC-rapportage opgesteld
                                                 waarin ook het toegekende summatieve resultaat is opgenomen. Deze rapportages
                                                 en bewijsstukken worden in het examendossier opgenomen, inclusief het examen-
                                                 resultaat, de onderbouwingen (zoals de namen van de examinatoren),
                                                 (het) observatieverslag(en), de opgeleverde producten met een beschrijving en
                                                 eventueel het reflectieverslag.
                                                 Ten behoeve van de uiteindelijke diplomering wordt het behaalde summatieve
                                                 resultaat ook opgenomen in de kernregistratie deelnemers. Nadat een summatief
                                                 resultaat is vastgelegd wordt gecontroleerd of de deelnemer heeft voldaan aan de
                                                 eisen voor diplomering voor de specifieke uitstroom waarvoor de deelnemer is in-
                                                 geschreven. Dit wordt gedaan met behulp van de summatieve peilstok die, op basis
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   21




                                     van de behaalde summatieve resultaten en de regels in de criteriumbank voor de
Het vastleggen van het summa-        toekenning van een diploma, bepaalt welke summatieve resultaten nog nodig zijn
tieve resultaat en het diplomeren    voor het betreffende diploma. Als blijkt dat de deelnemer alle summatieve resulta-
maken deel uit van de kernregis-     ten voor diplomering heeft behaald, wordt de diplomering in gang gezet.
tratie deelnemers. Deze worden       Als de deelnemer daadwerkelijk recht heeft op een diploma, certificaat of verklaring
hier ook kort beschreven omdat dit   wordt het document (fysiek) aangemaakt en uitgereikt.
onlosmakelijk met het proces van
examineren verbonden is.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   23




TECHNISCH GEDEELTE
24   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         INHOUDSOPGAVE

                                                 Inleiding                                                 27

                                                 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES   29
                                                 Onderwijs intake                                          29
                                                 Opstellen plan en begeleiding komende periode             33
                                                 Monitoren voortgang                                       36
                                                 Peilstok hanteren formatieve resultaten                   40
                                                 Adviesgesprek voeren                                      43
                                                 Beoordelen en registreren competenties en kennis          47
                                                 Registreren incidenten                                    52
                                                 Registreren onderwijsgerelateerde houding en gedrag       55
                                                 Verzamelen en importeren instroomgegevens                 57
                                                 Onderhouden gegevens deelnemer                            60
                                                 Opnemen POP & PAP in portfolio                            61
                                                 Verzamelen en delen van producten                         63
                                                 Opnemen bevroren producten                                65
                                                 Inzichtelijk maken formatieve en summatieve resultaten    68
                                                 Exporteren portfolio                                      70
                                                 Aanvragen examen                                          73
                                                 Beschikbaar stellen examen                                77
                                                 Organiseren examen                                        80
                                                 Uitvoeren examen                                          83
                                                 Plaatsen summatief resultaat in examendossier             87
                                                 Diplomeren                                                89

                                                 FUNCTIES                                                   92
                                                 Raadplegen deelnemergegevens                               92
                                                 Raadplegen onderwijscatalogus                              93
                                                 Vastleggen resultaten intake                               95
                                                 Aanvragen EVC-beoordeling                                  95
                                                 Opnemen documenten in begeleidingsdossier                  96
                                                 Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier      96
                                                 Analyseren situatie deelnemer                              98
                                                 Raadplegen formatieve peilstok                             99
                                                 Raadplegen summatieve peilstok                            101
                                                 Vastleggen advies in begeleidingsdossier                  102
                                                 Vastleggen incidenten in begeleidingsdossier              102
                                                 Vastleggen onderwijsgerelateerde houding en gedrag        103
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO    25




Beschikbaar stellen producten in portfolio                                    104
Raadplegen producten in portfolio                                             105
Vastleggen formatieve resultaten                                              106
Plaatsen beoordeelde producten in portfolio                                   107
Registreren aanvraag examen                                                   108
Vastleggen summatieve resultaten                                              109
Aanmaken diploma                                                               110
Aanmaken portfolio                                                             110
Importeren portfolio                                                            111
Onderhouden gegevens deelnemer in portfolio                                     111
Plaatsen en ordenen producten in portfolio                                     112
Exporteren portfolio                                                           113
26   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   27




                  INLEIDING

                                    In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van primair proces on-
                                    dersteuning en portfolio vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases,
                                    werkopdrachten, activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werk-
                                    bijeenkomsten met de deskundigen van de onderwijsinstellingen. In dit technische
                                    gedeelte vindt u een kopie van de informatie die door deze deskundigen is vastge-
                                    steld in de wiki.


                                    Het figuur op de linkerpagina geeft de samenhang van de use cases voor primair
                                    proces ondersteuning en portfolio weer.


                                    Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit
                                    het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een
                                    concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem
                                    die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe-
                                    den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft
                                    antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’


                                    Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge-
                                    leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij-
                                    ven. Dit format wordt hieronder weergegeven.




Leeswijzer
Voor uw leesgemak worden in dit
technisch gedeelte de volgende
symbolen in de kantlijn gebruikt:


        Wanneer het een use
        case betreft


        Wanneer het een activi-     Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil-
        teitendiagram betreft       lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is
                                    voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht
        Wanneer het een functie     behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere
        betreft                     use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang gebracht
                                    door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen.
28   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten-
                                                 diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel-
                                                 leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder
                                                 verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use
                                                 case één activiteitendiagram gemaakt.


                                                 Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge-
                                                 maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces
                                                 te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een
                                                 ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties.


                                                 De laatste paragraaf van dit technisch gedeelte geeft een meer gedetailleerde be-
                                                 schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt
                                                 uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of
                                                 enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn
                                                 om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die
                                                 nodig is om de use case te ondersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere
                                                 activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   29




                   USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN
                   EN OPSOMMING FUNCTIES


ONDERWIJS INTAKE

                   Deze use case is een uitbreiding/aanvulling op de use case administratieve intake
                   voor wat betreft de onderwijsinhoudelijke kant van de intake. Tijdens deze fase
                   worden de mogelijkheden voor instroom onderzocht. Deze onderwijsintake volgt na
                   de administratieve aanmelding (KRD) en zit als fase voor de use case Verbintenis
                   maken en het daarop volgende formuleren van de leervraag. Uitzondering op deze
                   regel is in het geval er een EVC-beoordeling moet plaatsvinden en de onderwijs-
                   organisatie ervoor kiest om deze procedure op te starten nog voordat er met de
                   deelnemer een verbintenis is aangegaan.


                   Use case
                   Aanleiding
                   - Een deelnemer heeft via een aanmelding zijn interesse kenbaar gemaakt of
                   - Een deelnemer heeft intaketoets(en) gedaan


                   Actoren
                   - Potentiële deelnemer eventueel met zijn wettelijk vertegenwoordiger (i.g.v. min-
                    derjarig of ondertoezichtstelling)
                   - Afhankelijk van de positie van de deelnemer kunnen ook anderen actoren zijn, te
                    denken valt: hulpverlener, vertegenwoordigers van bedrijf, gemeente, uitkerings-
                    instanties e.d.
                   - Intaker(s)


                   Doel
                   Dit onderdeel van het proces is erop gericht om te onderzoeken wat de mogelijkhe-
                   den zijn voor plaatsing van een aangemelde deelnemer binnen de instelling.


                   Beschrijving acties
                          ! Raadplegen gegevens
                              De intaker raadpleegt de beschikbare gegevens over de deelnemer in het
                              kernregistratiesysteem, waaronder ook de eventuele resultaten uit een
                              EVC-procedure en gegevens afkomstig van de aanleverende instelling (ELD).

                          ! Inwinnen advies
                              De intaker wint advies in van toeleverende instantie(s), in elk geval bij een
                              deelnemer met behoefte aan zorg.
30   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - Inventariseren wensen deelnemer
                                                  De intaker voert een gesprek met de deelnemer om de wensen van de potentiële
                                                  deelnemer te inventariseren met betrekking tot het gewenste onderwijs. Aspecten
                                                  die hierbij aan de orde komen zijn het gewenste beroep, motivatie, toekomst, ver-
                                                  wachtingen e.d.


                                                 - Inventariseren mogelijkheden deelnemer
                                                  De intaker voert een gesprek met de deelnemer om de mogelijkheden van de
                                                  potentiële deelnemer te inventariseren. Dit heeft betrekking op zijn vooropleiding,
                                                  werkervaring, fysieke en psychische beperkingen e.d.


                                                 - Inventariseren mogelijke onderwijsproducten
                                                  De intaker inventariseert de mogelijkheden vanuit de instelling, door de onder-
                                                  wijscatalogus te raadplegen. Op basis van de geïnventariseerde wensen en moge-
                                                  lijkheden van de deelnemer wordt gezocht naar passende onderwijsproducten.


                                                 - Adviseren EVC-procedure
                                                  De intaker adviseert de deelnemer eventueel om een EVC-procedure te starten
                                                  middels de Werkopdracht Aanvragen EVC-beoordeling. Dit advies kan leiden tot
                                                  een direct starten van de EVC-beoordeling of tot het maken van een verbintenis
                                                  waarbij in het EVC als een regulier onderwijsproduct wordt aangeboden.


                                                 - Adviseren mogelijkheden voor inschrijving
                                                  De mogelijkheden voor inschrijving worden aan de deelnemer voorgelegd. De
                                                  deelnemer kan het aanbod accepteren of niet. Op het moment dat een deelnemer
                                                  het aanbod niet accepteert en leerplichtig is, verwijst de intaker de deelnemer
                                                  terug naar de toeleverende school. Indien de deelnemer niet meer leerplichtig is,
                                                  worden eventuele alternatieven (werk, scholing) aangedragen.


                                                 - In gang zetten inschrijving
                                                  Als de deelnemer het aanbod accepteert dan kan hij besluiten zich in te schrijven
                                                  middels Werkopdracht Verbintenis maken
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   31




Resultaat
Verslaglegging van de onderwijskundige intake in het Begeleidingsdossier, waarin
de volgende zaken opgenomen kunnen worden:
- Advies inschrijving
- Advies voor te volgen (optimale) leerroute en eventueel extra ondersteuning
- Advies voor opstarten van een EVC-procedure
- Melding van uitkomst intake aan toeleverende school/opdrachtgever/bedrijf
- Bij afwijzing: aangedragen alternatieven (werk, scholing, etc.)


Frequentie
1 maal per aangemelde deelnemer


Werkopdrachten
32   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Raadplegen deelnemergegevens
                                                 - Raadplegen onderwijscatalogus
                                                 - Vastleggen resultaten intake
                                                 - Aanvragen EVC-beoordeling
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   33




OPSTELLEN PLAN EN BEGELEIDING KOMENDE PERIODE

                De deelnemer en de leertrajectbegeleider verwoorden de leervraag voor de lange
                termijn (POP) en korte termijn (PAP) in de taal van de deelnemer. Ook maken de
                leertrajectbegeleider en de deelnemer afspraken voor de begeleiding.


                Use case
                Aanleiding
                - In het adviesgesprek is besproken dat (Werkopdracht Opstellen plan)
                   •   De deelnemer en de leertrajectbegeleider een eerste plan voor de komende
                       periode gaan opstellen
                   •   Naar aanleiding van het monitoren of het adviesgesprek bijstelling van het plan
                       voor de komende periode nodig is


                Actoren
                - Leertrajectbegeleider
                - Deelnemer


                Doel
                Bepalen van de leervraag in een voor de deelnemer begrijpelijke taal:
                - op lange termijn (POP)
                - voor de komende periode (PAP)


                Maken van afspraken over de begeleiding tijdens de komende periode ten aanzien van:
                - het volgende gesprek met de leertrajectbegeleider
                - het zorgdossier


                Beschrijving acties
                - Raadplegen Begeleidingsdossier
                  Het begeleidingsdossier wordt geraadpleegd voor informatie vanuit de Onderwijs-
                  intake en begeleidingsgesprekken, en om te bepalen of de deelnemer (aanvul-
                  lende) zorg nodig heeft.


                - Opstellen plan lange termijn (POP)
                  De leertrajectbegeleider en deelnemer stellen samen het plan voor de langere
                  termijn op. In principe is dit de verantwoordelijkheid van de deelnemer.


                - Opstellen plan korte termijn (PAP)
                  De leertrajectbegeleider en deelnemer stellen samen het plan voor de korte ter-
                  mijn op. Dit is de basis voor het formuleren van de leervraag.
34   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - Vaststelling/goedkeuring POP
                                                  De leertrajectbegeleider keurt het POP goed voor een vastgestelde periode.


                                                 - Vaststelling/goedkeuring PAP
                                                  De leertrajectbegeleider keurt het PAP goed, waarmee deze wordt geformaliseerd.
                                                  Op basis van dit goedgekeurde PAP wordt middels de werkopdracht Formuleren
                                                  leervraag het onderwijslogistieke proces in gang gezet.


                                                 - Opnemen POP en PAP in portfolio
                                                  De deelnemer kan middels de Werkopdracht Opnemen POP en PAP in portfolio
                                                  besluiten het POP en PAP in zijn portfolio op te nemen.


                                                 - Bepalen extra zorg
                                                  De begeleider kan vaststellen dat er extra zorg nodig is. Als dat het geval is wordt
                                                  er doorverwezen naar de 2e lijns zorg binnen de instelling. De planning rondom
                                                  zorg wordt vastgesteld en het is aan de deelnemer om deze extra zorg op te ne-
                                                  men in het PAP.


                                                 - Vaststellen benodigde begeleiding
                                                  Op basis van het opgesteld plan kan bepaald worden welke begeleiding hierbij
                                                  nodig is. Dit wordt vastgelegd in het Begeleidingsdossier en de bijbehorende af-
                                                  spraken worden gemaakt


                                                 Resultaat
                                                 - Een beschrijving van wat de deelnemer op de lange termijn wil bereiken (POP).
                                                 - Een vastgesteld plan voor een bepaalde periode waarin zowel de leervraag en de
                                                  begeleiding van de deelnemer is opgenomen (PAP).
                                                 - Eventuele doorverwijzing naar tweedelijns zorg binnen de instelling
                                                 - Gespreksverslag inclusief afspraken in leerlingvolgsysteem.
                                                 - Rapportage aan opdrachtgever/ leerplichtambtenaar, indien nodig.


                                                 Frequentie
                                                 Minimaal 4 maal per jaar per deelnemer. De frequentie is verder afhankelijk van het
                                                 te volgen traject en de daarbij behorende begeleiding.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   35




Werkopdrachten




Activiteitendiagram




Functies
- Raadplegen deelnemergegevens
- Opnemen documenten in begeleidingsdossier
- Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
36   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         MONITOREN VOORTGANG

                                                 Op basis van informatie vanuit het primaire proces wordt de voortgang van de deel-
                                                 nemer gemonitord in het kader van zijn onderwijsloopbaan. De resultaten van het
                                                 monitoren worden gebruikt als basis voor het adviesgesprek. De begeleider kan op
                                                 ieder gewenst moment de stand van zaken van een deelnemer checken. Bovendien
                                                 dient dit werkproces voor de begeleider als voorbereiding op het te houden advies-
                                                 gesprek met de deelnemer.


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 1. Periodiek:
                                                    - Het periodiek monitoren van de voortgang van een deelnemer door de leertra-
                                                        jectbegeleider


                                                 2. Signaleringen, Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding:
                                                    - Een docent/coach of begeleider (intern of extern) signaleert een concrete aan-
                                                        leiding om de voortgang van de deelnemer te monitoren.
                                                    - In het primair proces wordt gesignaleerd dat de deelnemer klaar is voor een
                                                        summatief examen(onderdeel).
                                                    - Het systeem signaleert een situatie (aanwezigheid, cijfers, niet accepteren van
                                                        rooster, incidenten e .d.) die aanleiding is om de voortgang van de deelnemer
                                                        te monitoren.


                                                 3. Verzoek:
                                                    - een opdrachtgever/bedrijf (extern) vraagt een rapportage van deelnemers op.
                                                    - Een deelnemer vraagt een gesprek aan over voortgang zijn voortgang


                                                 Actoren
                                                 - Leertrajectbegeleider
                                                 - Deelnemer
                                                 - Externe toeleveranciers


                                                 Doel
                                                 Het verkrijgen van een zo goed mogelijk zicht op de voortgang van de deelnemer,
                                                 door periodiek en n.a.v. signalen het totaal aan beschikbare informatie te interpre-
                                                 ten en daaraan een advies te verbinden.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   37




Beschrijving acties
- Raadplegen begeleidingsdossier
 Het raadplegen van het begeleidingsdossier en andere relevante bronnen. Het
 gaat hier om het raadplegen van de kwalitatieve en de kwantitatieve gegevens
 over de deelnemer, beschikbaar gestelde gegevens in het portfolio van de deelne-
 mer (formatieve gegevens), extern dossiers (bijvoorbeeld: evaluaties van docen-
 ten, groepsgegevens).


- Analyseren van beschikbare gegevens
 Het statistisch analyseren van een aantal gegevens uit het begeleidingsdossier
 (het systeem berekent bijvoorbeeld aanwezigheidpercentage, afwijking van het
 gemiddelde, samenhang tussen ziekte en cijfers e.d.).


- Raadplegen peilstok formatieve resultaten
 Middels de Werkopdracht formatieve peilstok hanteren van de formatieve peilstok
 om inzicht te krijgen in de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer. De
 formatieve peilstok geeft ook inzicht in de mate waarin een deelnemer gereed is
 om examen (summatieve toets) te doen, en de geadviseerde route om daar te
 komen.


- Raadplegen peilstok summatieve resultaten
 Middels de Werkopdracht summatieve peilstok hanteren van de summatieve
 peilstok om inzicht te krijgen in de te behalen summatieve resultaten voor de
 beoogde diplomering. Bovendien biedt deze peilstok de mogelijkheid om deze
 resultaten af te zetten tegen andere kwalificatiedossiers.


- Opvragen aanvullende informatie
 De leertrajectbegeleiding kan, indien nodig, aanvullende informatie opvragen bij
 collega’s, praktijkbegeleiders enz. om een zo volledig mogelijk beeld van de deel-
 nemer te krijgen.


- Bepalen geadviseerde leerroute
 Leertrajectbegeleider meet/beoordeelt alle hierboven genoemde informatie en zet
 dit af tegen het POP en PAP van de deelnemer. Op basis daarvan wordt een gead-
 viseerde leerroute bepaald. Deze leerroute is gebaseerd op het kwalificatiedossier
 en/of de producten uit de onderwijscatalogus.
38   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - Plannen adviesgesprek
                                                  Er wordt middels de Werkopdracht plannen adviesgesprek een adviesgesprek
                                                  gepland waarin o.a. de resultaten uit de monitoring met de deelnemer worden be-
                                                  sproken. Pas na dit gesprek zullen eventuele conclusies uit de monitoring worden
                                                  verwerkt in het POP, PAP en/of de leervraag.


                                                 Resultaat
                                                 - Totaaloverzicht van de voortgang van de deelnemer, dat gebruikt wordt als basis
                                                  voor het adviesgesprek.
                                                 - Voorlopig advies voor de te volgen leerroute (de te formuleren (volgende) leer-
                                                  vraag)


                                                 Frequentie
                                                 Continu


                                                 Werkopdrachten
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   39




Activiteitendiagram




Functies
- Raadplegen deelnemergegevens
- Analyseren situatie deelnemer
- Raadplegen formatieve peilstok
- Raadplegen summatieve peilstok
- Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
- Vastleggen advies in begeleidingsdossier
40   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         PEILSTOK HANTEREN FORMATIEVE RESULTATEN

                                                 Onderstaande use case is een onderdeel van de use case Monitoren voortgang deel-
                                                 nemer, maar kan ook vanuit andere use cases worden gebruikt.


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Twee mogelijkheden, beide middels de Werkopdracht formatieve peilstok:
                                                 - De deelnemer wil inzicht krijgen in de stand van zaken in relatie tot een taxono-
                                                  mie bijv. een kwalificatiedossier of een afgesproken leertraject of de te verwachte
                                                  tijdsbesteding (in SBU).
                                                 - De leertrajectbegeleider wil, als onderdeel van het Monitoren voortgang deel-
                                                  nemer inzicht krijgen in de stand van zaken van de deelnemer in relatie tot een
                                                  taxonomie bijv. een kwalificatiedossier of een afgesproken leertraject of de te
                                                  verwachte tijdsbesteding (in SBU).


                                                 Actoren
                                                 - De deelnemer
                                                 - De leertrajectbegeleider
                                                 - (Eventueel) een docent


                                                 Doel
                                                 Inzicht in de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer in relatie tot een taxo-
                                                 nomie bijv. een kwalificatiedossier of een afgesproken leertraject.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Verzamelen van gegevens
                                                 Het systeem verzamelt de geregistreerde formatieve resultaten van onderwijspro-
                                                 ducten behaald door de deelnemer.


                                                 - Afzetten tegen een beoordelingssystematiek
                                                  Het systeem zet de vorderingen van de deelnemer af tegen een instellingsafhan-
                                                  kelijke beoordelingssystematiek waaruit kan worden afgeleid wat de vordering of
                                                  ontwikkeling van de deelnemer is in relatie tot een bepaalde structuur zoals een
                                                  kwalificatiedossier of een bepaald leertraject dat moet worden doorlopen.


                                                 - Rapporteren van de stand van zaken
                                                  Het systeem geeft de stand van zaken weer middels een rapportage. Deze rap-
                                                  portage presenteert de formatieve resultaten in de structuur van de beoordelings-
                                                  systematiek.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   41




- Genereren advies mogelijke leerroutes
 Het systeem genereert een of meer mogelijke leerroutes op basis van een forma-
 tieve criteriumbank.


- Interpreteren rapportage en advies
 De leertrajectbegeleider en de deelnemer interpreteren de rapportage en de
 mogelijke leeroute(s) en gebruiken dit in het Monitoren voortgang deelnemer om
 gecombineerd met andere informatie tot de meest passende begeleiding te komen


Resultaat
- Rapportage over de stand van zaken m.b.t. de vorderingen en ontwikkeling van
 de deelnemer
- Interpretatie van de rapportage en de mogelijke leerroute(s) gericht op het for-
 muleren van een nieuw plan (PAP) van de deelnemer voor de komende periode.


Frequentie
Continu


Werkopdrachten
42   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Raadplegen formatieve peilstok
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   43




ADVIESGESPREK VOEREN

                De leertrajectbegeleider voert een gesprek met de deelnemer in het kader van zijn
                studieloopbaan en kan daarbij gebruik maken van de gegevens die verzameld zijn
                bij het Monitoren voortgang deelnemer.


                Use case
                Aanleiding
                1. Periodiek:
                Het periodiek houden van begeleidingsgesprekken met de deelnemer.


                2. Signaleringen:
                Vanuit monitoring is er concrete aanleiding tot het houden van een adviesgesprek,
                middels de Werkopdracht plannen adviesgesprek
                Het arrangement van een deelnemer blijkt (gedeeltelijk) niet planbaar te zijn voor
                de komende roosterperiode, middels Werkopdracht Adviesgesprek nav niet planbare
                arrangementen.
                De deelnemer accepteert het rooster niet, middels Werkopdracht Adviesgesprek nav
                Individueel roosterprobleem oplossen.


                3. Verzoek:
                De deelnemer vraagt een adviesgesprek aan.


                Actoren
                - Leertrajectbegeleider.
                - Deelnemer.


                Doel
                De deelnemer en begeleider maken gezamenlijke afspraken om de voortgang van
                de deelnemer te optimaliseren


                Beschrijving acties
                - Uitnodigen deelnemer
                 De deelnemer wordt uitgenodigd voor het adviesgesprek en het adviesgesprek
                 wordt ingepland.
44   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - Houden van het adviesgesprek
                                                  Deelnemer en leertrajectbegeleider houden het adviesgesprek waarbij de resulta-
                                                  ten van Monitoren voortgang deelnemer (de stand van zaken, en advies over de
                                                  leerroute) het uitgangspunt zijn. Deze geadviseerde leerroute is slechts een ad-
                                                  vies; in het gesprek bespreken en bepalen de deelnemer en de leertrajectbegelei-
                                                  ding samen de beste leerroute en eventueel andere relevante aspecten. Wanneer
                                                  er specifieke incidenten aan de orde zijn, of de deelnemer heeft zijn rooster niet
                                                  geaccepteerd of zijn arrangement is (deels) niet planbaar gebleken, dan komt dat
                                                  uiteraard in het gesprek aan de orde.


                                                 - Besluiten over aanpassing plan
                                                  De deelnemer en de leertrajectbegeleider besluiten tijdens dit adviesgesprek of er
                                                  aanpassing van het lopende plan nodig is. Indien nodig geeft de leertrajectbege-
                                                  leider de deelnemer de opdracht om het plan aan te passen middels de Werkop-
                                                  dracht Opstellen plan.
                                                 - Aanzetten tot opnemen producten in portfolio
                                                  De leertrajectbegeleider zet indien nodig de deelnemer aan tot het opnemen van
                                                  specifieke producten in zijn portfolio, middels de Werkopdracht opnemen produc-
                                                  ten. Dit is in het bijzonder van belang als deze producten nodig zijn ten behoeve
                                                  van een beoogde summatieve toets (examen(onderdeel)).


                                                 - Aanvragen examen
                                                  Als blijkt dat de deelnemer aangetoond heeft dat hij gereed is voor examinering,
                                                  kan de deelnemer een examen aanvragen (met instemming van de leertraject-
                                                  begeleider). Het aanvragen van het examen(onderdeel) vindt plaats middels de
                                                  Werkopdracht Aanvragen examenonderdeel. Dit kan de leertrajectbegeleider
                                                  doen, of vraagt de deelnemer dit te doen.


                                                 - Doorverwijzing naar zorg
                                                  In het gesprek kan er aanleiding zijn om door te verwijzen naar tweede lijns be-
                                                  geleiding in de instelling, hulpverlening e.d.


                                                 - Plannen volgende adviesgesprek
                                                  Indien nodig wordt al direct een volgend (periodiek)adviesgesprek gepland.


                                                 - Vastleggen afspraken
                                                  Alle afspraken worden vastgelegd en verwerkt in het begeleidingsdossier.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   45




Resultaat
- Opdracht aan de deelnemer om zijn plan voor de komende periode op te stellen of
 bij te stellen, middels Werkopdracht Opstellen plan
- Opdracht aan deelnemer om producten op te nemen in zijn portfolio
- Vastlegging acties (w.o. doorverwijzing) en resultaten van het gesprek in het
 begeleidingsdossier.
- Besluit tot toelating en aanvragen van een examen(onderdeel) middels de Werk-
 opdracht Aanvragen examenonderdeel
- Eventueel gepland vervolggesprek


Frequentie
Minimaal 4 maal per deelnemer.


Werkopdrachten
46   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
                                                 - Vastleggen advies in begeleidingsdossier
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   47




BEOORDELEN EN REGISTREREN COMPETENTIES EN KENNIS

                In de persoonlijke planning van de deelnemer is vastgelegd welke activiteiten hij
                gaat ondernemen. Deze activiteiten hebben een relatie met de onderwijscatalogus.
                Zowel het proces als (het product van) de afgeronde activiteit van deze onderwijs-
                activiteit wordt formatief beoordeeld.


                De wijze van beoordelen hangt af van het type element uit de onderwijscatalogus.
                Bijvoorbeeld:
                - Er kan kennis worden beoordeeld (bv een toets)
                - Er kunnen competenties worden beoordeeld (de relevante competenties worden in
                 de aan het onderwijsproduct gerelateerde taxonomie benoemd)
                - Bepaalde producten uit de onderwijscatalogus worden niet beoordeeld.


                Borging van de beoordelingskwaliteit:
                - Conform wettelijk vastgestelde kaders.


                Producten ter beoordeling kunnen bijvoorbeeld als volgt beschikbaar zijn/komen:
                - vanuit de methode (schriftelijk, digitaal, mondeling)
                - vanuit het resultaat van een (groeps)opdracht. In dit geval kan het product zijn
                 vastgelegd in het portfolio
                - (vanuit een reflectie)
                - vanuit een stagesituatie/Onderwijsleerbedrijf
                - etcetera


                Use case
                Aanleiding
                - Er is noodzaak tot beoordeling (van een competentie en/of kennis).
                 Deze noodzaak kan op de volgende wijze ontstaan
                  •   De deelnemer doet het verzoek om een beoordeling te laten plaats vinden; ik
                      ben klaar met de opdracht en wil graag de relevante competenties beoordeeld
                      hebben. Dit kan plaatsvinden door producten uit het portfolio beschikbaar te
                      stellen middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit portfolio
                  •   De beoordelaar initieert een beoordeling.
                  •   De trajectbegeleider doet het verzoek om een beoordeling te laten plaats vinden.
                  •   Er is een beoordelingsmoment, in de vorm van een product uit de onderwijs-
                      catalogus, geroosterd
48   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Actoren
                                                 - Deelnemer - als verzoeker en beoordeelde
                                                 - Coach/docent - als beoordelaar
                                                 - Trajectbegeleider - als verzoeker
                                                 - Praktijkopleider - als beoordeling
                                                 - Stagebegeleider - als beoordeling
                                                 - Mededeelnemer - als medebeoordelaar (bv 360gr feedback)


                                                 Doel
                                                 Inzicht verkrijgen in de vorderingen van de deelnemer voor wat betreft competen-
                                                 ties en kennis, door middel van een formatieve beoordeling.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Beschikbaar stellen toetsmateriaal
                                                  De deelnemer stelt de te beoordelen producten beschikbaar aan de deelnemer. Dit
                                                  kan op verschillende manieren:
                                                   •   de deelnemer levert een toets, een werkstuk of andere producten in
                                                   •   de deelnemer geeft de beoordelaar toegang tot een verzameling gebundelde
                                                       producten in zijn portfolio, middels de Werkopdracht beschikbaar stellen pro-
                                                       duct uit portfolio


                                                 - Beoordelen
                                                  Voor de beoordeling is de relevante informatie uit de onderwijscatalogus beho-
                                                  rende bij het product noodzakelijk. De beoordeling vindt plaats aan de hand van
                                                  bij het product behorende beoordelingscriteria uit de productcatalogus. Dit kan
                                                  betekenen dat de producten worden beoordeeld op het toepassen van de compe-
                                                  tenties waaraan het product gekoppeld is, of dat een bepaalde toetsmatrijs (een
                                                  beoordelingsformat) wordt gebruikt.


                                                 - Vastleggen resultaten beoordeling
                                                  Het resultaat van de beoordeling wordt vastgelegd in een beoordelingsregistratie.
                                                   •   competenties in een competentiematrix met eventueel als hulpmiddel een be-
                                                       oordelingsformat
                                                   •   kennis in een cijferformat (voldoende/onvoldoende, 1..10, etc.)
                                                   De resultaten van de beoordelingen worden zo nodig beschikbaar gesteld aan de
                                                   registrant (bijvoorbeeld: resultaten uit stages c.q. van leerbedrijven)


                                                 - Signaleren noodzakelijke acties
                                                  Zo nodig (indien de beoordeling hier aanleiding toe geeft) in het begeleidingsdos-
                                                  sier een notitie opnemen ten behoeve van de trajectbegeleiding (bv een sugges-
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   49




 tie om de planning aan te passen). Deze acties worden gesignaleerd middels de
 Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding.


- Beschikbaar stellen beoordeeld product
 Het beoordeelde product (met de formele beoordeling) kan weer beschikbaar
 gesteld worden ter plaatsing in het portfolio. Dit gebeurt middels de Werkopdracht
 beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio. De producten zijn in dat
 geval in het portfolio bevroren, zodat duidelijk is wat de exacte inhoud was van de
 producten die beoordeeld zijn.


Resultaat
- Een vastgelegd resultaat van een formatieve beoordeling, ter ondersteuning van
 bijvoorbeeld de trajectbegeleiding.
- Beoordeelde producten beschikbaar gesteld ter plaatsing in het portfolio middels
 de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio.
- Gesignaleerde acties naar de begeleiding, middels de werkopdracht Werkopdracht
 signaal aan trajectbegeleiding


Frequentie
15x per deelnemer per week.


Werkopdrachten




Overige opmerkingen
In de onderwijscatalogus wordt bij een product verwezen naar bij dit product
relevante elementen uit de taxonomie. Een beoordeling van dit product heeft dus
ook alleen effect op deze elementen. Bij de registratie worden in het beoordelings-
instrument de relevante velden voorzien van een beoordelingswaarde. Daarbij zou
gebruikt gemaakt kunnen worden van een middel om snel alle relevante velden met
één gelijke waarde gevuld te krijgen. Ook moet het mogelijk zijn om alle individuele
elementen afzonderlijk een eigen waarde te geven.
50   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Voorbeeld:
                                                 - aan een bepaald product uit de onderwijscatalogus zijn volgens de taxonomie drie
                                                  elementen uit kerntaak 1 van het KD gerelateerd. Er wordt bij de beoordeling van
                                                  het product een beoordelingswaarde toegekend die ingevuld wordt in de drie bij
                                                  de elementen behorende velden. Daarna blijkt dat één element een lagere beoor-
                                                  deling behoeft en wordt dat betreffende element individueel aangepast.


                                                 Het kan wenselijk zijn om ter ondersteuning van de beoordeling ergens een toelich-
                                                 ting op te nemen. Voorbeeld:
                                                 - bij de aanpassing van de beoordeling van één element, zoals beschreven is in
                                                  voorliggend voorbeeld, kan het noodzakelijk zijn dat de beoordelaar daar een
                                                  toelichting bij wil geven en vastleggen.


                                                 Als de complexiteit van een opdracht niet beschreven is in de productbeschrijving
                                                 of de onderliggende metadatering in de onderwijscatalogus, dan kan deze worden
                                                 aangegeven in de waarde van de beoordeling. Voorbeeld:
                                                 - Bij een element kan met uitgebreide distincte waarden (1..3, 1..10)aangegeven
                                                  worden in hoeverre een bepaalde competentie is behaald.


                                                 Als de complexiteit van een opdracht wel beschreven is in de onderwijscatalogus,
                                                 dan kan de voldoende zijn om bij de beoordeling van een element aan te geven of
                                                 het wel of niet behaald is.


                                                 De kenniscomponent manifesteert zich als een cijfermatig gegeven. Er kan een
                                                 noodzakelijkheid zijn om de resultaten van toetsen in de onderwijscatalogus, vast
                                                 te leggen.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   51




Activiteitendiagram




Functies
- Beschikbaar stellen producten in portfolio
- Raadplegen producten in portfolio
- Raadplegen onderwijscatalogus
- Vastleggen formatieve resultaten
- Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
- Plaatsen beoordeelde producten in portfolio
52   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         REGISTREREN INCIDENTEN

                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 - Ongewenst gedrag van de deelnemer (conform gedragsregels onderwijsinstelling)
                                                 - De aanwezigheid of ongewenst gedrag van een onbevoegde/buitenstaander.
                                                 - Afwezigheid van de deelnemer die buitenproportioneel is, of buiten gemaakte
                                                  afspraken om.
                                                 - Onregelmatigheden tijdens examinering (afhandeling via examenreglement)


                                                 Actoren
                                                 - Deelnemer
                                                 - Onbevoegden
                                                 - Registrant (iemand met schrijfrechten in het begeleidingsdossier van de deelne-
                                                  mer)
                                                 - Beveiliging


                                                 Doel
                                                 - Het monitoring en handhaven van afgesproken gedragsregels.
                                                 - Voldoen aan de wettelijke verplichting
                                                 - Tijdige signalering van incidenten
                                                 - Het bereiken van gedragscorrectie


                                                 Beschrijving acties
                                                 Doorgaans heeft elke instelling voor het registreren en afhandelen van incidenten
                                                 een protocol waarin o.a. het volgende is opgenomen:
                                                 - Check, voldoet incident aan de criteria.
                                                 - Beschrijving met registratie van het incident. (met o.a. de plaats, de tijd en
                                                  datum, de betrokkenen, het feit.)
                                                 - Onderzoek van het incident.
                                                 - Rapportage aan de directie.
                                                 - Uitspraak van de directie, vrijspraak, schorsing, straf of verwijdering van de deel-
                                                  nemer.
                                                 - Afronding (administratief) van het incident met eventueel informeren van directie,
                                                  mentor, ouders, leerplichtambtenaar, politie enz.


                                                 De onderstaande acties beschrijven het proces van het registreren en afhandelen
                                                 van incidenten. De precieze invulling van deze stappen is afhankelijk van het proto-
                                                 col dat de instelling daarvoor hanteert.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   53




- Signaleren en registreren incident
 Er is gesignaleerd dat zich een incident heeft voorgedaan van dien aard dat regis-
 tratie in het begeleidingsdossier van de deelnemer noodzakelijk is. De registratie
 vindt plaats door een begeleider die schrijfrechten heeft in het begeleidingsdossier
 van de deelnemer.


- Beoordelen en onderzoeken incident
 Nadat het incident is geregistreerd, beoordeelt de registrant of escalatie noodza-
 kelijk is. Als dat het geval is wordt het incident, onder verantwoordelijkheid van
 de directie, nader onderzocht.


- Nemen van noodzakelijke maatregelen
 Op basis van het onderzoek naar het incident kunnen passende maatregelen wor-
 den genomen. In het geval dat er geen interne betrokkenen zijn, kan de beveili-
 ging het incident afhandelen. In andere gevallen kan worden besloten tot één van
 de volgende maatregelen:
  •   Signalering naar de begeleiding, middels de Werkopdracht signaal aan traject-
      begeleiding. In dit geval zal de begeleider bepalen welke strafmaat van toepas-
      sing is en zullen er afspraken met de deelnemer worden gemaakt. Dit kan ook
      gaan over een aanvraag voor begeleiding van een zorgteam, externen, denk
      aan Leerplicht, Jeugdzorg enz.
  •   Schorsing van de deelnemer. In dit geval wordt er ook een signalering gedaan
      naar de begeleiding, middels de Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding,
      zodat de begeleider afspraken kan maken met de deelnemer over een eventu-
      ele hervatting of een herplaatsing binnen of buiten de instelling.
  •   Direct verwijdering van de deelnemer. Dit betekent dat de deelnemer direct
      wordt uitgeschreven, middels Werkopdracht Uitschrijven na incident


Noot: afhandeling van een incident moet altijd mogelijk zijn m.b.v./door/via de
begeleiding.


Resultaat
- Volledige registratie van het incident in het begeleidingsdossier.
- Mogelijke opstart van vervolg actie door de begeleiding, middels de Werkopdracht
 signaal aan trajectbegeleiding, of direct uitschrijving middels de Werkopdracht
 Uitschrijven na incident


Frequentie
1x per deelnemer per jaar
54   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Werkopdrachten




                                                 Overige opmerkingen
                                                 Bij incidenten zal niet alleen een registratie plaats vinden maar ook een automati-
                                                 sche melding. Eventueel ook een fysieke actie, b.v. verwijderen uit de les. Verwij-
                                                 zing naar coach / schoolleiding etc. De aangemaakte actie kan ook een vraag, of te
                                                 wel een feedback inhouden. Deze feedback opnemen in flowchart.


                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Vastleggen incidenten in begeleidingsdossier
                                                 - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   55




REGISTREREN ONDERWIJSGERELATEERDE HOUDING EN GEDRAG

                Een actie voor de trajectbegeleider over houding en gedrag die niet ondergebracht
                kunnen worden in de formatieve (onderwijs catalogus) beschreven beoordelingen.


                Use case
                Aanleiding
                - Houding en gedrag van de deelnemer is niet conform de op dat moment gewenste
                 leerhouding en -gedrag en vraagt om rapporteren.
                 (bijvoorbeeld: de deelnemer zit al een tijdje ongeïnteresseerd in de groep, de
                 deelnemer belt tijdens een les)


                Actoren
                - Coach/docent
                - Praktijkopleider
                - Stagebegeleider


                Doel
                De coach/begeleider in staat stellen tot een optimale begeleiding.


                Beschrijving acties
                - Signaleren en registreren
                 De aard van de houding en het gedrag dat van invloed kan zijn voor de studie-
                 voortgang wordt vastgelegd in het dossier. De docent, leertrajectbegeleider of sta-
                 gebegeleider constateert een houding en/of gedrag die noodzaakt tot rapportage.
                 De registratie omvat o.a:
                  •   Datum, plaats, registrant, deelnemer.
                  •   Opmerking en/of constatering met eventuele vragen.


                - Informeren begeleiding
                 De trajectbegeleider wordt (indien nodig) op de hoogte gebracht van een notitie in
                 het dossier, middels de werkopdracht Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding


                - Ondernemen passende actie
                  •   De trajectbegeleider neemt aan de hand van de rapportage de beslissing voor,
                      en wat voor een actie.
                  •   De trajectbegeleider redigeert en beheert de actie naar b.v. zorgteam, jeugd-
                      zorg en informeert eventueel de registrant of het opleidingsteam.
56   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Resultaat
                                                 Een up to date begeleidingsdossier


                                                 Frequentie
                                                 1 x per maand.


                                                 Werkopdrachten




                                                 Overige opmerkingen
                                                 De aangemaakte actie kan een vraag, of te wel een feedback inhouden. Deze feed-
                                                 back opnemen in flowchart.


                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Vastleggen onderwijsgerelateerde houding en gedrag
                                                 - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   57




VERZAMELEN EN IMPORTEREN INSTROOMGEGEVENS

               De deelnemer begint een nieuwe opleiding. Hij heeft de intake achter de rug en is
               een verbintenis aangegaan, en gaat een portfolio opbouwen. In geval de deelnemer
               een portfolio meeneemt uit een vorige opleiding dan moet dit worden geïmporteerd.
               Het geïmporteerde portfolio wordt aangevuld en geactualiseerd.


               Use case
               Aanleiding
               De deelnemer is een verbintenis aangegaan, en start middels de Werkopdracht
               starten portfolio met het opbouwen van zijn portfolio binnen de instelling.


               Actoren
               - Deelnemer
               - Medewerker onderwijsorganisatie (ICT ondersteuning, administratief medewerker,
                begeleider)


               Doel
               De deelnemer de mogelijkheid bieden om zijn portfolio (verder) op te bouwen door
               deze beschikbaar te stellen, en indien van toepassing te vullen met de instroomge-
               gevens van de deelnemer.


               Beschrijving acties
               - Klaarzetten portfolio
                Nadat de verbintenis tot stand is gekomen (de deelnemer is ingeschreven) ver-
                zoekt de administratie, of de deelnemer zelf, middels Werkopdracht starten port-
                folio om het klaarzetten van zijn portfolio. Er wordt dan een (nog leeg) portfolio
                aangemaakt, volgens het format dat de instelling daarvoor hanteert.
                De instelling zorgt ervoor dat de gegevens uit het kernregistratiesysteem automa-
                tisch gekoppeld worden met het overeenkomstige deel in het portfolio.


               - Vullen nieuw portfolio
                Als de deelnemer nog geen bestaand portfolio elders had opgebouwd, dan start
                hij met het vastleggen van de instroomgegevens in het nieuwe portfolio. Dit be-
                staat uit de volgende stappen.
                 •   De deelnemer vult zijn persoonlijke gegevens in volgens het format van de
                     instelling (in geval van minderjarigheid ook gegevens ouders/verzorgers)
                 •   De deelnemer vult zijn onderwijsachtergrond in;
                 •   De deelnemer vult zijn arbeidsachtergrond in;
                 •   De deelnemer beschrijft zijn stages;
58   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                   •   De deelnemer beschrijft zijn vrijwilligerswerk;
                                                   •   De deelnemer neemt zijn EVC op.


                                                 - Importeren bestaand portfolio
                                                  Als de deelnemer elders al een portfolio had opgebouwd, kan dit worden geïmpor-
                                                  teerd. Zie voor de manier waarop een portfolio kan worden geëxporteerd die use
                                                  case Export van het portfolio. De export van het portfolio dat elders is opge-
                                                  bouwd, wordt aan de instelling beschikbaar gesteld en geautomatiseerd geïmpor-
                                                  teerd en geconverteerd naar het gehanteerde format binnen de instelling.


                                                 Vervolgens voert de deelnemer de volgende stappen uit.
                                                 - De deelnemer controleert de gegevens wanneer het portfolio wordt geïmporteerd.
                                                 - De deelnemer verbetert zijn portfolio gegevens wanneer nodig.


                                                 Resultaat
                                                 Het portfolio is aangemaakt en gevuld met de instroomgegevens van de deelnemer


                                                 Frequentie
                                                 Eenmalig per ingeschreven deelnemer


                                                 Werkopdrachten




                                                 Overige opmerkingen
                                                 Veranderen van gegevens bijv. bij verhuizing, valt onder Onderhoud gegevens
                                                 deelnemer
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   59




Activiteitendiagram




Functies
- Aanmaken portfolio
- Importeren portfolio
- Onderhouden gegevens deelnemer in portfolio
60   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         ONDERHOUDEN GEGEVENS DEELNEMER

                                                 Om zeer uiteenlopende redenen kan de aanleiding ontstaan tot het aanpassen van
                                                 bijv. gegevens over stage, vrijwilligerswerk etc. De deelnemer zal deze aanpassingen
                                                 zelf in zijn portfolio actueel moeten houden. Het gaat hier niet om het opnemen van
                                                 producten in het portfolio, dat gebeurt in Het verzamelen, ordenen, reflecteren en
                                                 delen van producten. Hier gaat het om de overige gegevens.


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Er zijn wijzigingen in de gegevens van de deelnemer.


                                                 Actoren
                                                 De deelnemer


                                                 Doel
                                                 Actuele deelnemergegevens in het portfolio.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Actualiseren portfolio
                                                  De deelnemer vult- of past zijn portfolio aan, voor wat betreft de volgende gege-
                                                  vens:
                                                   •   Persoonlijke gegevens
                                                   •   Gegevens ouders/verzorgers in geval van minderjarigheid
                                                   •   Onderwijsachtergrond
                                                   •   Arbeidsachtergrond
                                                   •   Stages
                                                   •   Vrijwilligerswerk
                                                   •   EVC


                                                 Resultaat
                                                 Een actueel portfolio voor wat betreft de gegevens van de deelnemer.


                                                 Frequentie
                                                 Een aantal keer per jaar, per deelnemer


                                                 Werkopdrachten
                                                 Geen werkopdrachten
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   61




                 Activiteitendiagram




                 Functies
                 - Onderhouden gegevens deelnemer in portfolio




OPNEMEN POP & PAP IN PORTFOLIO

                 De deelnemer heeft een persoonlijk ontwikkelingsplan gemaakt. N.a.v. dit plan
                 maakt hij voor elke nieuwe periode samen met de begeleider een persoonlijk activi-
                 teitenplan. De POP en de PAP moeten worden bewaard in het portfolio.


                 Use case
                 Aanleiding
                 Er is een plan voor de komende periode ontwikkeld (POP en/of PAP), wat middels
                 de Werkopdracht Opnemen POP en PAP in portfolio is aangeboden om op te nemen
                 in het portfolio.


                 Actoren
                 - De deelnemer


                 Doel
                 Het bewaren en inzichtelijk maken van het POP en PAP in het portfolio


                 Beschrijving acties
                 - Opnemen plannen in portfolio
                  In Opstellen plan en begeleiding komende periode heeft de deelnemer vastgelegd
                  wat hij op de lange termijn wil bereiken (POP), en wat hij gaat doen in de ko-
                  mende periode (PAP). Als deze plannen zijn opgesteld en goedgekeurd, komen ze
                  beschikbaar om op te nemen in het portfolio middels de Werkopdracht Opnemen
62   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                  POP en PAP in portfolio. De deelnemer kan bij elk nieuw of gewijzigd plan beslui-
                                                  ten deze op te nemen in zijn portfolio.
                                                 - Delen plannen
                                                  De deelnemer kan ervoor kiezen om het POP en/of het PAP te delen met anderen,
                                                  zoals een leertrajectbegeleider of docent.


                                                 Resultaat
                                                 Een in het portfolio bewaart POP en PAP, eventueel gedeeld met anderen.


                                                 Frequentie
                                                 Het POP hoeft alleen voor de eerste keer te worden bewaard en alle keren als dit
                                                 wordt bijgesteld. Voor elke nieuwe onderwijsperiode moet een PAP worden ge-
                                                 maakt.


                                                 Werkopdrachten




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Plaatsen en ordenen producten in portfolio
                                                 - Beschikbaar stellen producten in portfolio
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   63




VERZAMELEN EN DELEN VAN PRODUCTEN

                Use case
                Aanleiding
                - De deelnemer verzamelt producten omdat de opleiding dit voorschrijft; het initia-
                 tief hiervoor ligt bij de deelnemer
                - De begeleider kan in het adviesgesprek de deelnemer aanzetten tot het opnemen
                 van (specifieke) producten in zijn portfolio, middels de Werkopdracht opnemen
                 producten


                Actoren
                - De deelnemer
                - Derden die iets kunnen zeggen over het product en/of het functioneren van de
                 deelnemer, bijvoorbeeld de leertrajectbegeleider, praktijkopleider, personeelsfunc-
                 tionaris, decaan, docent etc.


                Doel
                Laten zien welke competenties de deelnemer beheerst of het eigen leerproces in-
                zichtelijk maken.


                Beschrijving acties
                - Verzamelen van producten
                 De deelnemer verzamelt producten in zijn portfolio, om zo zijn leerproces te
                 ondersteunen, deze producten eventueel met anderen te kunnen delen en ter
                 beoordeling aan te kunnen bieden. De volgende stappen worden onderkend.
                  •   De deelnemer zorgt dat hij/zij een digitale versie heeft van het product (verza-
                      melen van producten).
                  •   De deelnemer gaat in het kader van overzichtelijkheid de producten ordenen.
                      Dit kan in een al dan niet voorgeschreven structuur (ordenen van producten).
                  •   De deelnemer heeft de mogelijkheid om op zijn producten te reflecteren.
                  •   De deelnemer heeft de mogelijkheid om op zijn onderwijsproces te reflecteren.


                - Beschikbaar stellen producten
                 De deelnemer kan zijn producten beschikbaar stellen aan derden ter inzage, voor
                 feedback of ter beoordeling (delen van producten). De deelnemer kent rechten
                 toe aan personen die daarmee lees/kijkrechten krijgen op bepaalde producten.
                  •   Bij Inzage ontstaat er geen uitwisselingsproces met de deelnemer. De begelei-
                      der neemt dit ter kennisgeving aan.
                  •   Bij Feedback is er de mogelijkheid om te reageren op de aangeleverde producten.
                  •   Een (bundeling van) producten kan ter formatieve of summatieve beoordeling
64   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 worden aangeboden middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit port-
                                                 folio. Na een beoordeling wordt het product plus de beoordeling bevroren.
                                                   •   De deelnemer kan een kopie van het product en beoordeling inzien en eventu-
                                                       eel kopiëren naar zijn portfolio.


                                                 Resultaat
                                                 - Het portfolio bevat producten die door de deelnemer zijn verzameld en geordend
                                                 - Bepaalde producten zijn beschikbaar gesteld aan derden t.b.v. inzage of feedback
                                                 - Bepaalde producten zijn aangeboden voor een formatieve of summatieve beoor-
                                                  deling middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit portfolio.


                                                 Frequentie
                                                 Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen is een doorlopend proces.


                                                 Werkopdrachten
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   65




               Activiteitendiagram




               Functies
               - Plaatsen en ordenen producten in portfolio
               - Beschikbaar stellen producten in portfolio



OPNEMEN BEVROREN PRODUCTEN

               De deelnemer verzamelt zijn bevroren producten binnen zijn portfolio. Het eind-
               product bestaat uit een product met beoordeling. Beide worden gekoppeld en in
               “bevroren” toestand bewaard als (formatief of summatief) bewijs.


               De deelnemer moet de mogelijkheid hebben om bevroren producten, die in de on-
               derwijsinstelling digitaal bewaard worden, te kopiëren en op te nemen in zijn eigen
               portfolio.
66   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 De deelnemer krijgt (formatief of summatief) beoordeelde producten terug middels
                                                 de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio


                                                 Actoren
                                                 - De deelnemer
                                                 - Derden


                                                 Doel
                                                 - Inzicht krijgen in de mate van beheersing van kerntaken met de bijbehorende
                                                  werkprocessen.
                                                 - De mogelijkheid hebben om bewijsmateriaal te delen


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Kopiëren bevroren producten
                                                  Beoordeelde producten wordt als bevroren producten, inclusief de bijbehorende
                                                  beoordeling, beschikbaar gesteld middels de Werkopdracht beschikbaar stellen
                                                  beoordeeld product aan portfolio. De deelnemer kan besluiten deze producten met
                                                  bijbehorende beoordeling in zijn portfolio op te nemen.


                                                 - Ordenen bevroren producten
                                                  In de loop der tijd ontstaat er een veelheid aan bevroren producten met bijbeho-
                                                  rende formatieve en summatieve beoordeling. Om inzicht te krijgen in de vorde-
                                                  ring kunnen deze producten worden geordend, bijvoorbeeld producten die van
                                                  belang zijn voor een bepaald examen (kerntaak) of competentie.


                                                 - Beschikbaar stellen bevroren producten
                                                  De deelnemer maakt een selectie van bevroren producten en kent rechten toe
                                                  (=delen) aan derden ter inzage hiervan. Derden kunnen zijn: leertrajectbegelei-
                                                  der, praktijkopleider, personeelsfunctionaris, decaan, etc.


                                                 Resultaat
                                                 - Beoordeelde producten zijn als bevroren producten opgenomen in het portfolio
                                                 - De bevroren producten zijn geordend in het portfolio en eventueel gedeeld met
                                                  derden.


                                                 Frequentie
                                                 Het verzamelen en ordenen van bevroren producten is een doorlopend proces.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   67




Werkopdrachten




Activiteitendiagram




Functies
- Plaatsen beoordeelde producten in portfolio
- Plaatsen en ordenen producten in portfolio
- Beschikbaar stellen producten in portfolio
68   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         INZICHTELIJK MAKEN FORMATIEVE EN SUMMATIEVE RESULTATEN

                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 De deelnemer wil weten in hoeverre hij de werkprocessen binnen bepaalde kernta-
                                                 ken beheerst.


                                                 Actoren
                                                 - De deelnemer


                                                 Doel
                                                 Inzicht verkrijgen in welke formatieve en summatieve resultaten er zijn behaald en
                                                 hoe ver een deelnemer is met het afgesproken leertraject.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Opvragen overzicht resultaten
                                                  De deelnemer gaat binnen zijn portfolio naar het overzicht van resultaten en
                                                  vraagt zijn/haar resultaten op. Daar is het overzicht beschikbaar van alle behaalde
                                                  formatieve en summatieve resultaten.


                                                 - Inzichtelijk maken formatieve resultaten
                                                  Middels de Werkopdracht formatieve peilstok hanteren van de formatieve peilstok
                                                  om inzicht te krijgen in de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer. De
                                                  formatieve peilstok geeft ook inzicht in de mate waarin een deelnemer gereed is
                                                  om examen (summatieve toets) te doen, en de geadviseerde route om daar te
                                                  komen.


                                                 - Inzichtelijk maken summatieve resultaten
                                                  Inzichtelijk maken vorderingen in relatie tot diplomering m.b.v. summatieve peil-
                                                  stok middels Werkopdracht summatieve peilstok


                                                 Resultaat
                                                 De deelnemer heeft inzicht in zijn behaalde formatieve en summatieve resultaten
                                                 en hoe hij daarin staat ten opzicht van beoogde doelen (examinering en/of diplo-
                                                 mering).


                                                 Frequentie
                                                 Continu proces.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   69




Werkopdrachten




Activiteitendiagram




Functies
- Raadplegen formatieve peilstok
- Raadplegen summatieve peilstok
70   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         EXPORTEREN PORTFOLIO

                                                 Als de deelnemer verandert van opleiding of als de deelnemer na de opleiding gaat
                                                 werken wil hij of zij het portfolio meenemen en verder uitbouwen. Er zijn ontwik-
                                                 kelingen dat gemeenten leerresultaten waaronder het portfolio willen koppelen aan
                                                 het DigID van de deelnemer om uitwisseling van leerresultaten tussen onderwijsin-
                                                 stellingen te bevorderen.


                                                 Als een organisatie het format voor het digitaal portfolio (NTA 2035: E-portfolio
                                                 NL) ondersteunt kan het portfolio via een digitaal medium verplaatst of gekopieerd
                                                 worden om uitwisseling over organisatie- en systeemgrenzen mogelijk te maken.
                                                 De uitwisseling vindt plaats door het exporteren uit het ene informatiesysteem naar
                                                 het medium, waarvandaan het weer wordt geïmporteerd door een ander informa-
                                                 tiesysteem. Bron: Kennisnet Referentiearchitectuur e-portfolio.


                                                 De uitwisseling kan plaatsvinden naast de uitwisseling van de administratieve gege-
                                                 vens, zoals bij de Digitale Overdracht Deelnemer Gegevens (DODG)


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Een deelnemer is uitgeschreven en gaat de instelling verlaten. Middels de Werkop-
                                                 dracht exporteren portfolio wordt het exporteren van het portfolio in gang gezet.


                                                 Actoren
                                                 - De deelnemer
                                                 - De opleiding
                                                 - ICT-systeem
                                                 - De werkgever
                                                 - De gemeente


                                                 Doel
                                                 Het mogelijk maken van een continue opbouw van het portfolio door uitwisseling
                                                 daarvan tussen diverse organisaties.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Exporteren portfolio
                                                  Wanneer een deelnemer de instelling verlaat, kan er een portfoliobestand wor-
                                                  den geëxporteerd. Dit kan via een digitaal medium. Het bestand voldoet aan de
                                                  afspraak NTA 2035: E-portfolio NL zodat het door een andere instelling weer kan
                                                  worden ingelezen.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   71




   Het exportbestand kan bestaan uit de volgende gegevens:
   •   NAW Gegevens
   •   Ontwikkelingsvoorwaarden
   •   Doelen & Ambities
   •   Interesses
   •   Relaties & netwerken
   •   Competenties
   •   Activiteiten
   •   Producten
   •   Evaluaties
   •   Niet kwalificerende reflecties
   •   Kwalificerende reflecties
   •   Formele erkenningen


Onderstaande afbeelding geeft een globaal overzicht van de structuur van een
portfolio.




De standaard voor een Export is gebaseerd op de IMS Specificatie. Onderdeel hier-
van is dat de taal in XML is. Zie document: Referentie Architectuur
72   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - Beschikbaar stellen aan andere instelling
                                                  Wanneer een deelnemer zich inschrijft bij een andere instelling neemt hij zijn
                                                  portfoliobestand mee. Ook kunnen er afspraken zijn tussen beide instellingen, dat
                                                  geëxporteerde portfoliobestanden kunnen worden uitgewisseld. Hiervoor is wel de
                                                  expliciete toestemming van de deelnemer noodzakelijk.


                                                 - Importeren portfolio door andere instelling
                                                  De andere instelling importeert het portfoliobestand zoals beschreven in het ver-
                                                  zamelen en importeren van instroomgegevens.


                                                 Resultaat
                                                 Het portfolio van een deelnemer is geëxporteerd in een standaardformaat (informa-
                                                 tiestandaard), zodat het door een andere instelling kan worden geïmporteerd.


                                                 Frequentie
                                                 Bij uitschrijving van elke deelnemer.


                                                 Werkopdrachten




                                                 Overige opmerkingen
                                                 Een export kan zijn:
                                                 - Een bestand via een digitaal medium. (CD-ROM, DVD, USB-stick, etc.)
                                                 - Gegevens worden digitaal uitgewisseld via een netwerk. (onderwijsinstelling A
                                                  verstuurd het bestand via bv. de mail naar onderwijsinstelling B)
                                                 - Een tussenorganisatie beheert de gegevens en wisselt uit.


                                                 Dit alles natuurlijk na toestemming van de deelnemer, deze is de eigenaar.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   73




              Activiteitendiagram




              Functies
              - Exporteren portfolio



AANVRAGEN EXAMEN

              De deelnemer vraag een examenonderdeel aan van een kwalificatiedossier/uit-
              stroomprofiel. De deelnemer toont aan dat hij klaar is voor examinering.


              Use case
              Aanleiding
              - De deelnemer geeft aan dat hij een examen(onderdeel) wil afleggen voor een
               bepaald kwalificatiedossier/uitstroomprofiel binnen een specifieke taxonomie, al
               dan niet in combinatie met een aanvullende certificering. Een dergelijke aanvraag
               komt meestal voort uit het adviesgesprek van de begeleider met de deelnemer,
               middels de Werkopdracht Aanvragen examenonderdeel.
74   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - De deelnemer levert (een verzameling gebundelde) producten uit zijn portfolio
                                                   ter summatieve beoordeling beschikbaar, middels de Werkopdracht beschikbaar
                                                   stellen product uit portfolio.


                                                 - De onderwijsorganisatie onderzoekt of een deelnemer in aanmerking komt voor
                                                  kwalificering of certificering.


                                                 - Er moet een EVC beoordeling plaatsvinden, middels de Werkopdracht Aanvragen
                                                  EVC-beoordeling.


                                                 - De onderwijsinstelling vraagt voor één of meerdere deelnemers collectief een exa-
                                                  men aan (vooral van toepassing op VMBO en VAVO onderwijs)


                                                 Actoren
                                                 - Deelnemer
                                                 - Begeleider


                                                 Doel
                                                 Het starten van een examenprocedure. Dat kan zijn:
                                                 - Regulier examen met beschreven opdracht
                                                 - Portfoliobeoordeling, mogelijk met als doel een EVC rapportage


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Aanvragen examen
                                                  De deelnemer vraagt het examen aan. Dit kan plaatsvinden als gevolg van de
                                                  afspraken die zijn gemaakt in het adviesgesprek met zijn begeleider, middels de
                                                  Werkopdracht Aanvragen examenonderdeel. In dat geval heeft de deelnemer
                                                  aangetoond dat hij gereed is voor examinering (met behulp van de formatieve
                                                  peilstok).
                                                  De deelnemer kan ook een examen (of EVC beoordeling) aanvragen door produc-
                                                  ten uit zijn portfolio beschikbaar te stellen middels de Werkopdracht beschikbaar
                                                  stellen product uit portfolio.


                                                 - Collectief aanvragen examen
                                                  Voor bepaalde typen opleidingen, zoals VMBO en VAVO, worden de examens
                                                  niet door de individuele deelnemers aangevraagd, maar collectief. De begeleider
                                                  bepaalt welke deelnemers gereed zijn voor examinering. De examens worden
                                                  vervolgens collectief aangevraagd voor deze hele groep.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   75




- Controleren aanvraag examen
 De onderwijsorganisatie controleert of de deelnemer is ingeschreven op de juiste
 taxonomie voor het gewenste examen en indien van toepassing voldoet aan de ei-
 sen voor aanvullende certificering. Waar nodig wordt gecontroleerd of de deelne-
 mer gereed is voor examinering (met behulp van de formatieve peilstok). Dit kan
 leiden tot goedkeuring of afkeuring van de aanvraag.
 In het geval dat de aanvraag is goedgekeurd, wordt aangegeven binnen welk
 tijdsbestek het examen zal plaatsvinden.


- Opnemen in begeleidingsdossier
 De aanvraag en de eventuele goed- of afkeuring wordt in het begeleidingsdossier
 vastgelegd.


Resultaat
- Goedgekeurde of afgekeurde aanvraag voor een examen(onderdeel)
- In gang zetten van het ontwikkelen of beschikbaar stellen van een
 examen(onderdeel) middels de Werkopdracht beschikbaar stellen examen


Frequentie
Per deelnemer plm. 5x gedurende de gehele studieloopbaan.


Werkopdrachten
76   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Registreren aanvraag examen
                                                 - Raadplegen formatieve peilstok
                                                 - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
                                                 - Beschikbaar stellen producten in portfolio
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   77




BESCHIKBAARSTELLEN EXAMEN

               De onderwijsorganisatie ontwikkelt een examenopdracht en/of beoordelingsmodel.
               In het geval van een EVC rapportage/portfoliobeoordeling gaat het alleen om het
               beoordelingsmodel.


               Use case
               Aanleiding
               De aanvraag voor een examen(onderdeel) of EVC rapportage is gehonoreerd en
               middels de Werkopdracht beschikbaar stellen examen is het beschikbaar stellen van
               het examen(onderdeel) in gang gezet.


               Actoren
               - De deelnemer
               - De examencommissie
               - Examenbureau (of diens gedelegeerden)


               Doel
               Er wordt een formeel vastgesteld examen beschikbaar gesteld dat aansluit bij de
               aanvraag van de betreffende deelnemer. In het geval van een EVC rapportage/
               portfoliobeoordeling gaat het alleen om het beoordelingsmodel.


               Beschrijving acties
               - Formuleren opdracht voor ontwikkeling examen
                 •   De deelnemer geeft zijn wensen aan m.b.t. de vorm en uitvoering van het
                     examen. Deze worden vastgelegd in zijn begeleidingsdossier
                 •   De onderwijsorganisatie controleert of er op grond van het zorgdossier speciale
                     eisen gesteld moeten worden aan het examen;
                 •   De onderwijsorganisatie controleert, indien van toepassing, de eisen voor aan-
                     vullende certificering;
               Op basis van deze informatie is er een compleet beeld van het examen(onderdeel)
               dat beschikbaar gesteld moet worden.


               - Aanleveren bewijsmateriaal
                De deelnemer draagt, wanneer van toepassing, het bewijsmateriaal aan, bijvoor-
                beeld in het portfolio (bevroren producten).


               - Constructie examen(onderdeel)
                De instelling kan op verschillende manieren het examenonderdeel daadwerkelijk
                beschikbaar stellen:
78   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                   •   De deelnemer kan zijn examenopdracht formuleren, of:
                                                   •   De onderwijsorganisatie koopt een examen in, of:
                                                   •   De onderwijsorganisatie stelt beoordelingsmodel ter beschikking of ontwikkelt
                                                       dit (EVC procedure/portfoliobeoordeling), of:
                                                   •   De onderwijsorganisatie stelt een bestaand examen ter beschikking of ontwik-
                                                       kelt een examen.


                                                 - Vaststellen examen(onderdeel)
                                                 De examencommissie stelt het examen vast. Wanneer het examenproduct/beoorde-
                                                 lingsmodel wordt afgekeurd wordt het opnieuw ter constructie aangeboden.


                                                 - Plaatsen examen(onderdeel) in de onderwijscatalogus
                                                 De onderwijsorganisatie plaatst het examen, inclusief metadatering, in de onder-
                                                 wijscatalogus (als het er nog niet in staat).


                                                 Resultaat
                                                 - Het examen is beschikbaar (ontwikkeld, ingekocht of een reeds ontwikkeld exa-
                                                  men klaargezet cq. aangepast) en vastgesteld.
                                                 - Het daadwerkelijk organiseren van het examen wordt in gang gezet middels de
                                                  Werkopdracht organiseren examen


                                                 Frequentie
                                                 Per deelnemer plm. 5x tijdens zijn studieloopbaan.


                                                 Werkopdrachten
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   79




Activiteitendiagram




Functies
- Registreren aanvraag examen
- Raadplegen onderwijscatalogus
- Plaatsen product in onderwijscatalogus
80   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         ORGANISEREN EXAMEN
                                                 De deelnemer op de hoogte brengen van de eisen en beoordelingscriteria. Borging
                                                 dat uitgevoerde examens voldoen aan de eisen.


                                                 Use case
                                                 Aanleiding
                                                 Een examen is aangevraagd en beschikbaar gesteld. Nadat het examen beschikbaar
                                                 is gesteld, is het organiseren van het examen in gang gezet middels de Werk-
                                                 opdracht organiseren examen


                                                 Actoren
                                                 - Examenbureau en/of
                                                 - Examinator en/of
                                                 - Assessor
                                                 - Deelnemer


                                                 Doel
                                                 Voorwaarden scheppen voor het kunnen uitvoeren van een examen.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Koppelen examenproduct aan deelnemer
                                                  In Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel zijn examenproducten
                                                  beschikbaar gesteld en vastgelegd in de onderwijscatalogus. Het juiste product
                                                  moet worden geselecteerd. Hierbij moet rekening gehouden worden met de in-
                                                  houd van het zorgdossier van de deelnemer, omdat daarin mogelijke beperkingen
                                                  of aanvullende informatie zijn vermeld (bijvoorbeeld een rugzakje) die de keuze
                                                  van het juiste onderwijsproduct (mede) bepalen.


                                                 - Informeren deelnemer
                                                  De deelnemer wordt geïnformeerd over het examen. Het gaat hierbij over infor-
                                                  matie m.b.t. het examenreglement, de concrete uitvoering van het examen en de
                                                  eisen die t.a.v. het examen worden gesteld.


                                                 - Aanvullende wensen deelnemer
                                                  De deelnemer kan aanvullende wensen kenbaar maken, waarmee in de organi-
                                                  satie van het examen rekening kan worden gehouden. Deze aanvullende wensen
                                                  worden vastgelegd in het begeleidingsdossier. Dit kunnen wensen zijn met betrek-
                                                  king tot de examenlocatie, tijdstip of omgeving voor het examen.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   81




- Aanvullende randvoorwaarden stage/BPV-bedrijf
 Ook het BPV-bedrijf kan aanvullende eisen stellen aan het examen.


- Invullen randvoorwaarden
 Het examenbureau zorgt er uiteindelijk voor dat alles wat nodig is om het examen
 te kunnen laten plaatsvinden, wordt georganiseerd, rekening houdend met de
 wensen van de deelnemer en de randvoorwaarden van het BPV-bedrijf, bijvoor-
 beeld:
    •   Minimaal 2 assessoren/examinatoren toewijzen
    •   Bepalen van tijd en geschikte omgeving voor het examen
    •   Vaststellen van de te gebruiken exameninstrumenten
    •   Communicatie met alle betrokkenen (deelnemer, assessor, bedrijf/examenlocatie)
    •   Inrichting examenlocatie
    •   Exameninstructie voor deelnemer en assessor
    •   Is er een aangepast examen nodig?
    •   Zijn de deelnemerwensen gehonoreerd?


- Plaatsen examenproduct in arrangement
 Het geselecteerde examenproduct, inclusief alle wensen, randvoorwaarden en
 benodigde middelen, wordt in het arrangement van de deelnemer geplaatst. Dit
 betekent dat het examen zal worden geroosterd (mogelijk is de exacte datum al
 bekend, maar dat hoeft niet).


Resultaat
- De betrokkenen zijn op de hoogte gebracht van de eisen en beoordelingscriteria.
- Er is geborgd dat het examen voldoet aan alle eisen.
- Het examen kan worden uitgevoerd conform het examenreglement en het kwalifi-
 catiedossier, middels de Werkopdracht uitvoeren examen


Frequentie
…


Werkopdrachten
82   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Registreren aanvraag examen
                                                 - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
                                                 - Vastleggen arrangement (Onderwijslogistiek)
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   83




UITVOEREN EXAMEN

               Een examen is ontwikkeld en georganiseerd en kan worden uitgevoerd.
               De bewijsmap wordt door de deelnemer gevuld met bewijsmateriaal. Deze bewijs-
               map krijgt een plaats in het portfolio en wordt daar ‘bevroren’. Dit kan een iteratief
               proces zijn waarbij de examinatoren de vulling bewaken en de deelnemer hierin
               sturen. Dit proces moet door het systeem worden ondersteund.


               Het examen wordt uitgevoerd door de deelnemer in het bijzijn van en onder ver-
               antwoordelijkheid van de onderwijsinstelling. Tijdens of na de uitvoering (conform
               examenreglement) vindt de beoordeling plaats met als resultaat een examenrap-
               portage dan wel een EVC rapportage. Deze rapportage is opgesteld in termen van
               de taxonomie.


               Use case
               Aanleiding
               Er is een examen georganiseerd en alle betrokkenen zijn geïnformeerd m.b.t. tijd
               en plaats van het examen. De uitvoering van het examen is geïnitieerd middels de
               Werkopdracht uitvoeren examen.


               Actoren
               - De deelnemer
               - Een betrokken bedrijf
               - Minimaal 2 examinatoren


               Doel
               Bepalen of de deelnemer aan de kwalificatie-eisen van het betreffende examen
               voldoet.


               Beschrijving acties
               - Vullen bewijsmap of uitvoeren examenopdrachten
                   De deelnemer toont aan dat hij aan de kwalificatie-eisen van het examen voldoet
                   door:
                    •   In zijn portfolio een bewijsmap samen te stellen en deze ter beoordeling aan te
                        bieden
                    •   De examenopdrachten uit te voeren zodat deze beoordeeld kunnen worden
84   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - Controleren, beoordelen, uitdagen
                                                  De aangeleverde bewijsmap, of de uitgevoerde examenopdracht wordt gecontro-
                                                  leerd en beoordeeld. Mogelijk geeft ook een betrokken BPV-bedrijf feedback. Het
                                                  is mogelijk dat de deelnemer de mogelijkheid krijgt om met deze beoordeling iets
                                                  te doen, bijvoorbeeld producten in zijn bewijsmap aan te passen of (een deel van)
                                                  de examenopdracht opnieuw te doen.
                                                  Een dergelijke beoordeling kan verschillende vormen hebben, bijvoorbeeld:
                                                   •   Observatie van het proces
                                                   •   Criteriumgericht interview (bij EVC-/portfoliobeoordeling)
                                                   •   Beoordeling product(en) (bij EVC-/portfoliobeoordeling uit het portfolio)


                                                 - Beoordelen bewijsmap of examenopdracht
                                                  Uiteindelijk wordt, eventueel na een iteratief proces, de uiteindelijke bewijsmap of
                                                  examenopdracht beoordeeld. Het beoordelingsmodel wordt ingevuld en er wordt een
                                                  procesverslag gemaakt. Uiteindelijk wordt er een summatief resultaat toegekend.
                                                  Het resultaat wordt opgenomen in het begeleidingsdossier en de uiteindelijke
                                                  examen- of EVC-rapportage wordt opgemaakt. Het summatieve resultaat wordt
                                                  toegevoegd aan het examendossier van de deelnemer middels de Werkopdracht
                                                  summatief resultaat in examendossier.


                                                 - Afronding met deelnemer
                                                  Eventuele opmerkingen of klachten van de deelnemer worden geregistreerd in het
                                                  begeleidingsdossier. Onregelmatigheden met betrekking tot de geldende procedu-
                                                  res worden gemeld bij, en afgehandeld door de examencommissie. De deelnemer
                                                  wordt gevraagd een akkoordverklaring voor wat betreft de procedure in te vullen.


                                                 - Bevriezen bewijsmap voor portfolio
                                                  De definitieve producten in de bewijsmap worden als bevroren product beschik-
                                                  baar gesteld om opgenomen te worden in het portfolio van de deelnemer, inclusief
                                                  het daarbij behaalde summatieve resultaat, middels de Werkopdracht beschikbaar
                                                  stellen beoordeeld product aan portfolio


                                                 Resultaat
                                                 - Het examen is uitgevoerd door de deelnemer, onder verantwoordelijkheid van de
                                                  onderwijsinstelling.
                                                 - De beoordeling heeft plaatsgevonden conform het beoordelingsprotocol behorend
                                                  bij het examen.
                                                 - Deze beoordeling wordt vastgelegd in de vorm van een examenrapportage dan
                                                  wel een EVC rapportage, door middel van de Werkopdracht summatief resultaat in
                                                  examendossier in het examendossier geplaatst.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   85




Frequentie
Ongeveer 5x per studieloopbaan per deelnemer


Werkopdrachten
86   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Activiteitendiagram




                                                 Functies
                                                 - Beschikbaar stellen producten in portfolio
                                                 - Raadplegen producten in portfolio
                                                 - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
                                                 - Plaatsen beoordeelde producten in portfolio
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   87




PLAATSEN SUMMATIEF RESULTAAT IN EXAMENDOSSIER

                Deze use is een nadere uitwerking van de use case Registreren van summatieve re-
                sultaten in het kernregistratiesysteem. Deze use case wordt hier ook kort beschre-
                ven omdat dit onlosmakelijk met het proces van examineren is verbonden.
                Er is een EVC rapportage of een Examenrapportage en op basis hiervan moeten
                summatieve resultaten worden toegevoegd aan het examendossier.


                Use case
                Aanleiding
                Er wordt een EVC rapportage of een Examenrapportage (resultaat van Uitvoeren exa-
                men) aangeboden middels de Werkopdracht summatief resultaat in examendossier.


                Actoren
                - Examinator (regulier examen)
                - De deelnemer (EVC rapportage)
                - Examenbureau


                Doel
                - Toevoegen summatieve resultaten aan het examendossier.


                Beschrijving acties
                - Aanleveren examen- of EVC-rapportage
                 Als het examen binnen de instelling is uitgevoerd, biedt de examinator, na beoor-
                 deling van het examen, de examen- of EVC-rapportage aan. Ook kan de deelne-
                 mer een elders afgegeven EVC-rapportage aanbieden.


                - Controleren geldigheid
                 Het examenbureau controleert de geldigheid van de afgegeven examen- of EVC-
                 rapportage. Wanneer de geldigheid is vastgesteld wordt het summatieve resultaat
                 in het examendossier vastgelegd.


                - Archivering bewijsstukken
                 De EVC bewijsstukken of examenrapportage worden in het begeleidingsdossier
                 geplaatst. De examinator of het examenbureau archiveert het examenresultaat
                 inclusief onderbouwingen, zoals:
                  •   Namen examinatoren
                  •   Observatieverslag(en)
                  •   Het geleverde product/dienst en/of een beschrijving daarvan
                  •   Reflectieverslag
88   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                   Het archiveren van de examenproducten zelf geschiedt binnen het portfolio. De
                                                   examenproducten worden in het portfolio bevroren; dit heeft al plaatsgevonden
                                                   vóór het examen, zie Uitvoeren examen.
                                                   Het examendossier moet wettelijk 30 jaar bewaard blijven. De examenbeschei-
                                                   den en -onderbouwingen hoeven maar een half jaar bewaard te worden.


                                                 - Vaststellen recht op diplomering
                                                  Het systeem controleert of aan de eisen voor diplomering is voldaan, voor de spe-
                                                  cifieke uitstroom waarop de deelnemer is ingeschreven. Om dit te bepalen wordt
                                                  de criteriumbank geraadpleegd middels de Werkopdracht summatieve peilstok. Als
                                                  blijkt dat de deelnemer alle summatieve resultaten heeft behaald voor diplome-
                                                  ring, dan wordt middels de Werkopdracht diplomeren de diplomering gestart.


                                                 Resultaat
                                                 - Het behaalde summatieve resultaat is geplaatst in het examendossier
                                                 - De onderliggende bewijsstukken zijn toegevoegd aan het begeleidingsdossier
                                                 - Er heeft een controle plaatsgevonden op het recht op diplomering, en indien van
                                                  toepassing is de diplomering in gang gezet middels de Werkopdracht diplomeren


                                                 Frequentie
                                                 Max 5x keer per studieloopbaan.


                                                 Werkopdrachten




                                                 Overige opmerkingen
                                                 Aanleiding: Er is een summatief resultaat behaald voor een examen of EVC/portfo-
                                                 lio beoordeling
                                                 Actoren: De assessor/examinator
                                                 Resultaat: Een examenonderdeel wordt in het examendossier geplaatst. Het onder-
                                                 deel komt overeen met de onderdelen van het examenplan en worden tevens in de
                                                 KRD opgenomen.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   89




             Activiteitendiagram




             Functies
             - Vastleggen summatieve resultaten
             - Raadplegen summatieve peilstok




DIPLOMEREN

             Deze use is een nadere uitwerking van de use case Kwalificeren vanuit de deel-
             nemer/opleiding in het kernregistratiesysteem. Deze use case wordt hier ook kort
             beschreven omdat dit onlosmakelijk met het proces van examineren is verbonden.


             Use case
             Aanleiding
             Het systeem heeft gesignaleerd dat het examendossier compleet is (alle summatie-
             ve resultaten voor het beoogd diploma zijn behaald), nadat er een positief resultaat
             is toegevoegd aan het examendossier. Op basis daarvan is de diplomering in gang
             gezet middels de Werkopdracht diplomeren.
90   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Actoren
                                                 - Examenbureau
                                                 - Examencommissie


                                                 Doel
                                                 Het uitreiken van een diploma.


                                                 Beschrijving acties
                                                 - Laatste controle
                                                  Er vindt een laatste controle plaats op de aanspraak op een diploma, certificaat of
                                                  verklaring op basis van de gegevens in het begeleidingsdossier en de summatieve
                                                  resultaten in het examendossier. Mogelijk wordt hierbij de criteriumbank geraad-
                                                  pleegd om het recht op een diploma te verifiëren.


                                                 - Genereren diploma
                                                  Het diploma, certificaat of de verklaring wordt daadwerkelijk (fysiek) aangemaakt.


                                                 - Uitreiken diploma
                                                  Het diploma, certificaat of de verklaring wordt uitgereikt aan de deelnemer, en
                                                  ondertekend door de deelnemer.


                                                 - Archiveren en opschonen
                                                  Een getekende kopie van het diploma, certificaat of de verklaring wordt gearchi-
                                                  veerd. Niet opgehaalde diploma’s worden ook gearchiveerd, en er wordt contact
                                                  opgenomen met de deelnemer.


                                                  Indien er voor de deelnemer geen andere verbintenissen actief zijn, zal hij de
                                                  instelling verlaten. Het uitschrijven wordt in gang gezet middels de Werkopdracht
                                                  uitschrijven na diplomering


                                                  Indien de deelnemer de instelling verlaat wordt een deel van de gegevens in het
                                                  begeleidingsdossier of examendossier geschoond, voor zover dat wenselijk is en is
                                                  toegestaan.


                                                 Resultaat
                                                 Het diploma is uitgereikt en gearchiveerd


                                                 Frequentie
                                                 Normaalgesproken 1x per studieloopbaan per deelnemer.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   91




Werkopdrachten




Activiteitendiagram




Functies
- Raadplegen summatieve peilstok
- Aanmaken diploma
92   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 FUNCTIES


                         RAADPLEGEN DEELNEMERGEGEVENS

                                                 Een generieke raadpleegfunctie waarmee een breed overzicht kan worden verkre-
                                                 gen van alle relevante deelnemergegevens. Dit omvat dus o.a. de administratieve
                                                 gegevens, het begeleidingsdossier, het examendossier en het zorgdossier.


                                                 Ondersteunt use cases
                                                 - Onderwijsintake
                                                    •   Raadplegen beschikbare informatie


                                                 - Opstellen plan en begeleiding komende periode
                                                    •   Opstellen POP
                                                    •   Opstellen PAP
                                                    •   Bepalen begeleiding komende zorg
                                                    •   Bepalen extra zorg


                                                 - Monitoren voortgang deelnemer
                                                    •   Raadplegen begeleidingsdossier


                                                 Doel
                                                 Verkrijgen van een volledig beeld van de administratieve en begeleidingsgegevens
                                                 van een bepaalde deelnemer.


                                                 Korte beschrijving
                                                 Deze functie geeft een totaalbeeld van de gegevens van een deelnemer, bestaande
                                                 uit.
                                                 - Administratieve gegevens (persoonlijke gegevens, gegevens van de aanmelding,
                                                  intake en/of inschrijving)
                                                 - Leerloopbaan (afgenomen onderwijs, aanwezigheid)
                                                 - Examendossier (summatieve resultaten, EVC’s, diploma’s)
                                                 - Begeleidingsdossier (Formatieve resultaten, incidenten, houding en gedrag)
                                                 - Zorgdossier (Medische, psychische en sociale gegevens)


                                                 Voor elke categorie van de hier genoemde gegevens gelden aparte autorisaties. De
                                                 gebruiker moet over de juiste autorisaties beschikken om het betreffende deel van
                                                 de gegevens te kunnen inzien.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   93




RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS

               Dit is een breed toepasbare functie waarmee de onderwijscatalogus kan worden
               geraadpleegd om onderwijsproducten te zoeken, tonen en te selecteren.


               Ondersteunt use cases
               - Intake


               - Formuleren leervraag
                 •   Zoeken passend aanbod in onderwijscatalogus


               - Onderwijsintake
                 •   Inventariseren mogelijke onderwijsproducten


               - Beoordelen en registreren competenties en kennis
                 •   Beoordelen portfolio / toets


               - Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel
                 •   Beslissen inkopen, ontwikkelen of hergebruiken
                 •   Selecteren bestaand examen uit onderwijscatalogus


               - Beheren BPV plaats
                 •   Registreren BPV plaats


               - BPV-matching
                 •   Selecteren gearrangeerd onderwijsproduct
                 •   Bepalen zoekopdracht BPV plaats
                 •   Selecteren voorstellen BPV plaatsen


               Doel
               Het om uiteenlopende reden zoeken, tonen en selecteren van onderwijsproducten
               uit de onderwijscatalogus.


               Korte beschrijving
               Dit betreft een generieke zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie. Deze functie werkt
               op hoofdlijnen als volgt.
               De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie
               worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context
               van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek-
               ingangen:
94   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica-
                                                  tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop-
                                                  dracht betreft dan alle onderwijsproducten die binnen die betreffende tak van de
                                                  taxonomie vallen
                                                 - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete deel-
                                                  nemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten
                                                  die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie tot zijn verbintenisgebied en de
                                                  reeds door de deelnemer afgenomen onderwijsproducten.
                                                 - Zoekcriteria. Dit houdt in dat op elke gewenste metadateringsveld of een com-
                                                  binatie van velden zoekcriteria kunnen worden gedefinieerd. De zoekopdracht
                                                  betreft dan alle onderwijsproducten die aan die criteria voldoen.


                                                 Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met
                                                 als resultaat een lijst met geselecteerde onderwijsproducten. Als de zoekopdracht
                                                 geen, of zeer weinig resultaten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken,
                                                 waarbij wordt gezocht naar suggesties of alternatieven door ook producten te tonen
                                                 die niet aan alle zoekcriteria voldoen.


                                                 Vervolgens kan de lijst met geselecteerde onderwijsproducten op verschillende
                                                 manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek gewenst
                                                 onderwijsproduct daaruit worden geselecteerd. Het tonen en selecteren kan op de
                                                 volgende manieren.
                                                 - Sorteren op relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijsproducten die het
                                                  best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan
                                                 - Sorteren op een of meerdere metadatavelden
                                                 - Weergeven in de taxonomiestructuur. De onderwijsproducten worden getoond
                                                  in de structuur van de taxonomie, bijvoorbeeld geordend per kwalificatiedossier,
                                                  daarbinnen per werkproces etc.
                                                 - Weergeven in de hiërarchie van de onderwijscatalogus door gebruik te maken van
                                                  de aggregatieniveaus. Aanvankelijk wordt alleen het hoogste aggregatieniveau
                                                  getoond. De lagere aggregatieniveaus kunnen vervolgens getoond worden in een
                                                  soort mappenstructuur die kunnen worden uitgeklapt.


                                                 De functie biedt de mogelijkheid om één of meerdere getoonde onderwijsproduc-
                                                 ten te selecteren. Hiertoe wordt er een aparte lijst bijgehouden van geselecteerde
                                                 onderwijsproducten. Deze geselecteerde onderwijsproducten kunnen worden mee-
                                                 genomen naar de functie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar
                                                 verder kunnen worden gebruikt.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   95




VASTLEGGEN RESULTATEN INTAKE

                Dit betreft het vastleggen van de resultaten van de intake, voor zover dat niet di-
                rect in de administratieve gegevens of het begeleidingsdossier een plek heeft.


                Ondersteunt use cases
                - Onderwijsintake
                  •   Inventariseren wensen deelnemer
                  •   Inventariseren mogelijkheden deelnemer
                  •   Formuleren advies m.b.t. mogelijk af te nemen onderwijsproducten of EVC


                Doel
                Vastleggen van de resultaten van de (onderwijs)intake


                Korte beschrijving
                Functie waarin de specifieke resultaten van de intake kunnen worden vastgelegd.
                - De wensen van de deelnemer
                - De in het intakegesprek vastgestelde mogelijkheden van de deelnemer
                - Opsomming van relevante onderwijsproducten, waaronder in veel gevallen een
                 startonderwijsproduct en eventueel een EVC-beoordeling



AANVRAGEN EVC-BEOORDELING

                Dit is een specifiek vorm van het aanvragen van een examen.


                Ondersteunt use cases
                - Onderwijsintake
                  •   Formuleren advies m.b.t. mogelijk af te nemen producten of EVC


                Doel
                Het in gang zetten van een EVC-procedure


                Korte beschrijving
                Deze functie registreert de aanvraag voor een EVC-beoordeling, bestaande uit:
                - Gegevens deelnemer
                - Verwijzing naar relevant onderwijsproduct of (als er geen passend product van het
                 type EVC-beoordeling is) de taxonomiecode waarvoor een EVC-beoordeling wordt
                 gevraagd
                - Opsomming van, en verwijzing naar de bewijsstukken
96   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                         OPNEMEN DOCUMENTEN IN BEGELEIDINGSDOSSIER

                                                 Dit is een generieke functie om documenten, bijvoorbeeld een POP of PAP toe te
                                                 voegen aan het begeleidingsdossier van een deelnemer.


                                                 Ondersteunt use cases
                                                 - Opstellen plan en begeleiding komende periode
                                                   •   Opstellen POP
                                                   •   Vaststellen POP
                                                   •   Opstellen PAP
                                                   •   Vaststellen PAP


                                                 Doel
                                                 Het opnemen van een document in het begeleidingsdossier


                                                 Korte beschrijving
                                                 Aan het begeleidingsdossier van elke deelnemer kan een verzameling documenten
                                                 worden gekoppeld. Aan elk document wordt een verzameling metadata gekoppeld,
                                                 waaronder datum/tijd, auteur, status (concept, vastgesteld etc.) en een type docu-
                                                 ment (zoals POP, PAP etc.)


                                                 Documenten kunnen met deze functie worden geplaatst en opgevraagd. Ook kan er
                                                 een nieuwe versie van een bestaand document worden geplaatst, of de metadata
                                                 van een bestaand document worden gewijzigd.


                                                 Deze documenten worden in een gestandaardiseerde mappenstructuur aan het
                                                 dossier gekoppeld. De indeling van deze mappenstructuur is door de instelling te
                                                 configureren.



                         VASTLEGGEN AFSPRAKEN EN ACTIES IN BEGELEIDINGSDOSSIER

                                                 Een belangrijk onderdeel van het begeleidingsdossier is het vastleggen van de
                                                 afspraken die met de deelnemer zijn gemaakt, de acties die de deelnemer, begelei-
                                                 der of anderen moeten gaan ondernemen. De maatregelen die de instelling neemt
                                                 m.b.t. de betreffende deelnemer en de signalen die richting de begeleiding worden
                                                 afgegeven.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   97




Ondersteunt use cases
- Opstellen plan en begeleiding komende periode
  •   Doorverwijzen naar 2e lijns zorg
  •   Vaststellen benodigde begeleiding
  •   Maken vervolgafspraken


- Monitoren voortgang deelnemer
  •   Conclusies trekken m.b.t. de geadviseerde leerroute


- Adviesgesprek voeren
  •   Beslissen over te nemen vervolgacties


- Registreren incidenten
  •   Beoordelen noodzakelijke escalatie
  •   Beslissen over noodzakelijke maatregelen
  •   Maken vervolgafspraken


- Registreren onderwijsgerelateerde houding en gedrag
  •   Beoordelen noodzakelijke actie


- Beoordelen en registreren competenties en kennis
  •   Beoordelen of direct actie noodzakelijk is
  •   Signaleren noodzakelijke actie


- Aanvragen examen
  •   Opnemen aanvraag in begeleidingsdossier


- Organiseren examen
  •   Kenbaar maken aanvullende wensen


- Uitvoeren examen
  •   Controleren, beoordelen, uitdagen
  •   Leveren feedback
  •   Opnemen in begeleidingsdossier


Doel
Vastleggen en bewaken van gemaakte afspraken, geïnitieerde/geplande acties,
genomen maatregelen en het opvolgen van signaleringen.
98   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                 Korte beschrijving
                                                 Deze functie maakt het mogelijk om in het begeleidingsdossier van een deelnemer
                                                 een lijst te onderhouden met de volgende typen acties/afspraken.


                                                 - Acties
                                                  Dit zijn concrete acties die door de deelnemer, docent, begeleider of anderen
                                                  moeten worden uitgevoerd in relatie tot (de begeleiding van) de betreffende deel-
                                                  nemer.


                                                 - Afspraken
                                                  Dit zijn concrete afspraken die met de deelnemer zijn gemaakt.


                                                 - Maatregelen
                                                  Dit zijn maatregelen die de instelling, docent of begeleider hebben genomen,
                                                  bijvoorbeeld naar aanleiding van incidenten of problemen in de houding of het
                                                  gedrag van de deelnemer.


                                                 - Signaleringen
                                                  Dit zijn signaleringen, doorgaans van docenten, die in de begeleiding dienen te
                                                  worden opgevolgd.


                                                 Deze functie heeft de structuur van een takenlijst, waarin ook een eigenaar, begin/
                                                 einddata, status etc. kan worden aangegeven.



                         ANALYSEREN SITUATIE DEELNEMER

                                                 Om de begeleiding te ondersteunen bij het vroegtijdig herkennen van problemen,
                                                 kan middels deze functies een aantal verbanden worden gelegd die duiden op een
                                                 probleem dat in de begeleiding aandacht behoeft.


                                                 Ondersteunt use cases
                                                 - Monitoren voortgang deelnemer
                                                   •   Raadplegen begeleidingsdossier


                                                 Doel
                                                 Vroegtijdig signaleren van (veel voorkomende) situaties en problemen die begelei-
                                                 dingsaandacht vragen.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   99




                Korte beschrijving
                Deze functie voert een aantal analyses uit op de gegevens van de deelnemer, en le-
                vert daarvan een rapportage. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de volgende analyses:
                - aanwezigheidpercentage overschrijdt een bepaalde minimumwaarde
                - ziekteverzuim overschrijdt een bepaald percentage
                - trendbreuk in resultaten, aanwezigheid, voortgang of ziekte
                - grote afwijking t.o.v. het gemiddelde in resultaten, aanwezigheid, voortgang of
                 ziekte



RAADPLEGEN FORMATIEVE PEILSTOK

                Deze functie levert een “stand van zaken”-rapportage, en een advies voor leerroute
                op voor een aantal summatieve toetsen. De vorderingen van een deelnemer worden
                op een inzichtelijke manier gepresenteerd, en er wordt een overzicht gegeven van
                relevante en geadviseerde onderwijsproducten in relatie tot de betreffende summa-
                tieve toets(en).


                Ondersteunt use cases
                - Monitoren voortgang deelnemer
                  •   Raadplegen peilstok formatieve resultaten


                - Peilstok hanteren formatieve resultaten
                  •   Verzamelen gegevens
                  •   Genereren rapportage stand van zaken
                  •   Genereren advies mogelijke leerroute(s)


                - Inzichtelijk maken van formatieve en summatieve resultaten d.m.v. een peilstok-
                 meting
                  •   Inzichtelijk maken vorderingen in relatie tot competenties en examinering
                      m.b.v. formatieve peilstok


                - Aanvragen examen
                  •   Controleren rechtvaardiging aanvraag


                Doel
                Inzicht geven in de vorderingen en de geadviseerde leerroute in relatie tot een
                beoogde summatieve toets.
100   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                  Korte beschrijving
                                                  Deze functie bestaat uit twee deelfuncties:
                                                  - Rapportage “Stand van zaken”
                                                  - Advies leerroute


                                                  Beide deelfuncties kunnen worden uitgevoerd voor een specifieke deelnemer en een
                                                  of enkele beoogde summatieve toetsen.


                                                  Rapportage stand van zaken
                                                  De rapportage “Stand van zaken” komt als volgt tot stand:
                                                  - Selecteren relevante summatieve toets(en). De gebruiker maakt deze keuze.
                                                  - Verzamelen van alle formatieve resultaten van de deelnemer, die relevant zijn
                                                   voor de betreffende summatieve toets(en)
                                                  - Structureren van de verzamelde formatieve resultaten langs een beoordelings-
                                                   systematiek. Op basis van deze beoordelingssystematiek kunnen de formatieve
                                                   resultaten worden afgebeeld op een schaal en/of worden ingedeeld in groepen. De
                                                   schaal kan procentueel zijn t.o.v. een eindtotaal, of een schaal van complexiteits-
                                                   klassen. De groepen kunnen bijvoorbeeld competenties, werkprocessen e.d. zijn.
                                                  - Weergeven van de gestructureerde formatieve resultaten in een rapportage


                                                  Advies leerroute
                                                  De geadviseerde leerroute wordt op hoofdlijnen als volgt opgesteld.
                                                  - De gestructureerde formatieve resultaten worden afgezet tegen het totaal aan
                                                   beschikbare onderwijsproducten dat relevant is voor de betreffende summatieve
                                                   toets
                                                  - Er wordt een keuze gemaakt uit het totaal aan beschikbare onderwijsproducten,
                                                   door een aantal (bedrijfs- of ervarings)regels toe te passen
                                                  - De geadviseerde leerroute(s) worden weergegeven in een rapportage
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   101




RAADPLEGEN SUMMATIEVE PEILSTOK

                Deze functie geeft inzicht in de nog te behalen summatieve resultaten ten behoeve
                van een specifieke uitstroom.


                Ondersteunt use cases
                - Monitoren voortgang deelnemer
                  •   Raadplegen peilstok summatieve resultaten


                - Inzichtelijk maken van formatieve en summatieve resultaten d.m.v. een peilstok-
                 meting
                  •   Inzichtelijk maken vorderingen in relatie tot diplomering m.b.v. summatieve
                      peilstok


                - Plaatsen summatief resultaat in begeleidingsdossier
                  •   Vaststellen recht op diplomering


                - Diplomeren
                  •   Uitvoeren laatste controle


                Doel
                Verkrijgen van inzicht in de nog te behalen summatieve resultaten ten behoeve van
                een beoogde uitstroom.


                Korte beschrijving
                Deze functie wordt uitgevoerd voor een specifieke deelnemer en een specifiek be-
                oogde uitstroom.
                De functie werkt op hoofdlijnen in de volgende stappen.
                - Verzamelen van alle relevante summatieve resultaten van de betreffende deelne-
                 mer. Het gaat hier om de summatieve resultaten die (in de taxonomie) relevant
                 zijn voor de beoogde uitstroom
                - Toepassen van de regels in de criteriumbank voor de betreffende uitstroom op de
                 behaalde summatieve resultaten
                - Bepalen van de nog te behalen summatieve resultaten; dit kunnen verschillende
                 routes zijn om met de reeds behaalde summatieve resultaten de kwalificatie voor
                 de uitstroom te behalen
                - Weergeven van de route(s) van nog te behalen summatieve resultaten in een rap-
                 portage
102   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                          VASTLEGGEN ADVIES IN BEGELEIDINGSDOSSIER

                                                  Naast de acties, afspraken en documenten in het begeleidingsdossier, is ook het
                                                  advies van de begeleider m.b.t. de te volgen leerroute een belangrijk onderdeel van
                                                  het begeleidingsdossier. Na het monitoren van de voortgang of het adviesgesprek
                                                  kan er zo’n advies ontstaan.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Monitoren voortgang deelnemer
                                                    •   Conclusies trekken m.b.t. de geadviseerde leerroute


                                                  Doel
                                                  Vastleggen van de geadviseerde leerroute.


                                                  Korte beschrijving
                                                  In deze functie kan de geadviseerde leerroute in het begeleidingsdossier worden
                                                  opgenomen. Deze functie biedt de mogelijkheid om een geadviseerde leerroute op
                                                  een van de volgende manieren vast te leggen:
                                                  - Een tekstuele beschrijving van het advies m.b.t. de te volgen leerroute
                                                  - Overnemen van de resultaten uit de functie Raadplegen formatieve peilstok. Dit
                                                   is een verzameling onderwijsproducten, met eventueel een onderlinge volgorde.
                                                   Deze lijst met onderwijsproducten kan nog worden aangepast door producten toe
                                                   te voegen of te verwijderen.
                                                  - Selecteren van een aantal relevante onderwijsproducten in een bepaalde onderlin-
                                                   ge volgorde. Hierbij moet gekozen kunnen worden voor producten van een hoog
                                                   aggregatieniveau.



                          VASTLEGGEN INCIDENTEN IN BEGELEIDINGSDOSSIER

                                                  Met behulp van deze functie kunnen incidenten die zich voordoen in het primair
                                                  proces worden geregistreerd in het begeleidingsdossier van de deelnemer.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Registreren incidenten
                                                    •   Registreren incident


                                                  Doel
                                                  Eenduidige registratie van incidenten
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   103




               Korte beschrijving
               Functie waarin een incident kan worden geregistreerd, gekoppeld aan het bege-
               leidingsdossier van de deelnemer(s) die het betreft. Het volgende kan worden
               geregistreerd.
               - Registrant
               - Deelnemer(s) waarop het incident betrekking heeft
               - Andere betrokkenen
               - Datum, tijd en locatie van het incident
               - Toelichting / Omschrijving van het incident
               - Omschrijving vervolgactie(s)
               - Type incident (gestandaardiseerde typering van incidenten, door de instelling te
                 definiëren)


               Eventuele vervolgacties m.b.t. de deelnemer(s) worden apart vastgelegd in de
               functie Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier



VASTLEGGEN ONDERWIJSGERELATEERDE HOUDING EN GEDRAG

               Met behulp van deze functie kunnen waarnemingen omtrent de onderwijsgerela-
               teerde houding en gedrag worden geregistreerd in het begeleidingsdossier van de
               deelnemer.


               Ondersteunt use cases
               - Registratie onderwijsgerelateerde houding en gedrag
                  •   Registreren onderwijsgerelateerde houding en gedrag


               Doel
               Eenduidige registratie van waarnemingen omtrent de onderwijsgerelateerde hou-
               ding en gedrag.


               Korte beschrijving
               Functie waarin waarnemingen omtrent de onderwijsgerelateerde houding en gedrag
               kunnen worden geregistreerd, gekoppeld aan het begeleidingsdossier van de deel-
               nemer die het betreft. Het volgende kan worden geregistreerd.
               - Registrant
               - Deelnemer(s) waarop het incident betrekking heeft
               - Type waarneming (gestandaardiseerde typering van waarnemingen, door de
                 instelling te definiëren)
               - Periode waarop de waarneming betrekking heeft
104   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                  - Onderwijsproduct / activiteit waarop de waarneming betrekking heeft
                                                        ! Toelichting / Omschrijving van de houding of het gedrag van de deelnemer
                                                        ! Omschrijving vervolgactie(s)


                                                  Eventuele vervolgacties m.b.t. de deelnemer worden apart vastgelegd in de functie
                                                  Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier.



                          BESCHIKBAAR STELLEN PRODUCTEN IN PORTFOLIO

                                                  Deze functies stelt de deelnemer in staat om een verzameling producten in zijn
                                                  portfolio beschikbaar te stellen ten behoeve van een formatieve of summatieve
                                                  beoordeling.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Beoordelen en registreren competenties en kennis
                                                    •   Beschikbaar stellen toetsmateriaal


                                                  - Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen van producten
                                                    •   Producten beschikbaar stellen


                                                  - Opnemen van bevroren producten
                                                    •   Bevroren producten beschikbaar stellen


                                                  - Opnemen van het POP & PAP in het portfolio
                                                    •   Beschikbaar stellen POP aan derden
                                                    •   Beschikbaar stellen PAP aan derden


                                                  - Aanvragen examen(onderdeel)
                                                    •   Aanvragen examen(onderdeel)


                                                  - Uitvoeren examen
                                                    •   Voert examenopdrachten uit / vult bewijsmap


                                                  Doel
                                                  Beschikbaar stellen van producten in het portfolio, bijvoorbeeld ten behoeve van
                                                  een toets of feedback van docent, begeleider of mededeelnemer.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   105




                Korte beschrijving
                Nadat er in het portfolio groepen van producten zijn gemaakt, kan de deelnemer
                per groep aangeven met wie deze producten gedeeld mogen worden.
                - Selecteren van een groep producten in het portfolio
                - Selecteren van de gebruikers of groepen van gebruikers die toegang krijgen tot de
                 betreffende groep producten
                - Aangegeven van het autorisatieniveau (inzien, openen, downloaden)



RAADPLEGEN PRODUCTEN IN PORTFOLIO

                Met behulp van deze functie kan een beoordelaar de producten die een deelnemer
                beschikbaar heeft gesteld in zijn portfolio raadplegen.


                Ondersteunt use cases
                - Beoordelen en Registreren competenties en kennis
                  •   Beoordelen portfolio / toets
                - Uitvoeren examen
                  •   Controleren, beoordelen, uitdagen
                  •   Leveren feedback
                  •   Beoordelen bewijsmap


                Doel
                Beoordelen van producten die de deelnemer in zijn portfolio beschikbaar heeft
                gesteld.


                Korte beschrijving
                Deze functies geef een beoordelaar toegang tot de producten die een deelnemer
                aan hem ter beschikking heeft gesteld. Deze functie kent op hoofdlijnen de vol-
                gende mogelijkheden.
                - De beoordelaar opent het portfolio van een bepaalde deelnemer
                - Er wordt een overzicht gegeven van de verzamelingen van producten, waarvoor
                 de deelnemer de betreffende beoordelaar toegang heeft gegeven
                - De beoordelaar kan een verzameling producten openen, zodat zichtbaar is welke
                 producten er in zitten
                - De beoordelaar kan de betreffende producten open, bekijken of downloaden,
                 afhankelijk van het type product (document, foto etc.) en de autorisaties die de
                 deelnemer aan elk product heeft gekoppeld
106   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                          VASTLEGGEN FORMATIEVE RESULTATEN

                                                  Met behulp van deze functie kunnen formatieve resultaten worden vastgelegd.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Beoordelen en registreren competenties en kennis
                                                    •   Vastleggen resultaat bij onderwijsproduct


                                                  Doel
                                                  Inzicht in de vorderingen van de deelnemer, door de resultaten van formatieve
                                                  toetsing vast te leggen.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Middels deze functie kan een formatief resultaat worden geregistreerd. Dit vindt op
                                                  hoofdlijnen als volgt plaats.
                                                  - Selecteren deelnemer


                                                  - Selecteren onderwijsproduct. Dit kan een product zijn van het type formatieve
                                                   toets, maar het kan ook een ander onderwijsproduct zijn. Bij het selecteren van
                                                   het onderwijsproduct kan de metadata van dat product gecontroleerd worden,
                                                   bijvoorbeeld op de verwijzing naar de taxonomie en de competenties waaraan het
                                                   product gekoppeld is.


                                                  - Vastleggen resultaat bij het geselecteerde onderwijsproduct, voor de betreffende
                                                   deelnemer, op een van de volgende manieren
                                                    •   Aan het onderwijsproduct zijn in de betreffende taxonomie geen competenties
                                                        gekoppeld, of het onderwijsproduct is in de taxonomie op een hoger niveau dan
                                                        het werkproces (dus kerntaak of hoger) gedefinieerd. In dat geval wordt het
                                                        formatief resultaat bij het betreffende onderwijsproduct geregistreerd.
                                                    •   Het onderwijsproduct is in de taxonomie gekoppeld aan een werkproces, waar-
                                                        bij in de taxonomie aan het werkproces een aantal competenties is gekoppeld.
                                                        In dat geval kan de gebruiker kiezen of het resultaat betrekking heeft op alle
                                                        onderliggende competenties, of op een aantal daarvan. Het resultaat wordt
                                                        vastgelegd als resultaat op de geselecteerde competenties binnen dat werkproces.
                                                    •   Het onderwijsproduct is in de taxonomie gekoppeld aan een of een aantal spe-
                                                        cifieke competenties. In dat geval kan de gebruiker kiezen of het resultaat be-
                                                        trekking heeft op al deze competenties, of op een aantal daarvan. Het resultaat
                                                        wordt vastgelegd als resultaat op de geselecteerde competenties.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   107




PLAATSEN BEOORDEELDE PRODUCTEN IN PORTFOLIO

                Met behulp van deze functie kan een beoordelaar een verzameling beoordeelde
                producten met bijbehorend (formatief of summatief) resultaat terugplaatsen in het
                portfolio van de deelnemer.


                Ondersteunt use cases
                - Beoordelen en registreren competenties en kennis
                  •   Vastleggen resultaat bij onderwijsproduct


                - Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen van producten
                  •   Bevriezen beoordeelde producten


                - Beoordelen examen
                  •   Beoordelen bewijsmap


                Doel
                Beoordeelde producten aan de deelnemer beschikbaar stellen als bruikbaar bewijs-
                materiaal.


                Korte beschrijving
                Deze functies geef een beoordelaar toegang tot het portfolio van een deelnemer,
                om producten die een deelnemer aan hem ter beschikking heeft gesteld te voorzien
                van het resultaat van de beoordeling. De beoordeling wordt in het portfolio gekop-
                peld aan een bevroren kopie van de betreffende producten. Deze functie kent op
                hoofdlijnen de volgende mogelijkheden.


                - De beoordelaar opent het portfolio van een bepaalde deelnemer
                - Er wordt een overzicht gegeven van de verzamelingen van producten, waarvoor
                 de deelnemer de betreffende beoordelaar toegang heeft gegeven
                - De beoordelaar kan een verzameling producten selecteren en daarvan een bevro-
                 ren kopie maken
                - De beoordelaar kan daar de beoordeling, zoals vastgelegd in Vastleggen forma-
                 tieve resultaten of Vastleggen summatieve resultaten aan koppelen
108   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                          REGISTREREN AANVRAAG EXAMEN

                                                  Met behulp van deze functies kan voor een deelnemer, of groep van deelnemers
                                                  een examen(onderdeel) (summatieve toetsing) worden aangevraagd.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Aanvragen examen(onderdeel)
                                                    •   Aanvragen examen(onderdeel)
                                                    •   Collectief aanvragen examen(onderdeel)


                                                  - Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel
                                                    •   Formuleren opdracht voor ontwikkeling examen


                                                  - Organiseren examen
                                                    •   Koppelen examen aan deelnemer
                                                    •   Invullen randvoorwaarden t.a.v. planning e.d.
                                                    •   Kenbaar maken aanvullende randvoorwaarden


                                                  Doel
                                                  Kenbaar maken van de noodzaak/wens om te examineren, en het proces daarvoor
                                                  in gang zetten.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Met behulp van deze functie kan in een aantal stappen de aanvraag voor een exa-
                                                  men worden geregistreerd. De stappen zijn de volgende.


                                                  - Selecteren deelnemer(s)
                                                    •   In het geval van een individueel examen of een EVC beoordeling wordt de be-
                                                        treffende deelnemer geselecteerd, waarvoor het examen wordt aangevraagd.
                                                    •   In het geval van een collectieve aanvraag voor een groep deelnemers, wordt
                                                        een groep van deelnemers samengesteld waarvoor de aanvraag wordt gedaan.


                                                  - Selecteren examenproduct
                                                    •   In het geval het een bestaand examen betreft, dan wordt een bestaand product
                                                        van het type summatieve toets uit de onderwijscatalogus geselecteerd.
                                                    •   In het geval er geen bestaand onderwijsproduct geselecteerd kan worden (om-
                                                        dat dat niet precies bekend is, of nog niet aanwezig is) wordt de plaats in de
                                                        taxonomie geselecteerd (bijvoorbeeld de kerntaak) waarop het examen betrek-
                                                        king heeft.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   109




               - Registreren aanvullende voorwaarden en wensen
                 •   Er kunnen aanvullende randvoorwaarden en wensen worden geregistreerd,
                     zoals de periode of dag waarop het examen dient plaats te vinden, de locatie,
                     stagebedrijf, noodzakelijke faciliteiten, aanwezig gewenste docenten etc.


               - Registreren opdracht voor ontwikkeling examen
                 •   In het geval het examen daadwerkelijk ontwikkeld of aangeschaft dient te
                     worden, dient een duidelijke specificatie van het gewenste examen te worden
                     opgesteld. Mogelijk kan hierin deels verwezen worden naar relevante delen van
                     een kwalificatiedossier, opleidingseisen, prestatie-indicatoren etc.



VASTLEGGEN SUMMATIEVE RESULTATEN

               Deze functie is onderdeel van het kernregistratiesysteem. Met behulp van deze
               functies kunnen summatieve resultaten wordt geregistreerd.


               Ondersteunt use cases
               - Plaatsen summatief resultaat in examendossier
                 •   Toevoegen summatief resultaat aan examendossier


               Doel
               Het vastleggen van een behaald summatief resultaat.


               Korte beschrijving
               Middels deze functie kan een behaald summatief resultaat worden geregistreerd, op
               de volgende manier:
               - Selecteren deelnemer
               - Selecteren onderwijsproduct (van het type summatief resultaat)
               - Vastleggen behaald summatief resultaat
               - Vastleggen datum en beoordelaar


               Deze functie moet de mogelijkheid bieden om voor een groep deelnemers achter-
               eenvolgens de resultaten vast te leggen op een bepaalde summatieve toets.
110   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                          AANMAKEN DIPLOMA

                                                  Deze functie is onderdeel van het kernregistratiesysteem deelnemergegevens. Mid-
                                                  dels deze functie wordt het daadwerkelijke diploma aangemaakt.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Diplomeren
                                                    •   Genereren diploma, certificaat of verklaring


                                                  Doel
                                                  Beschikbaar stellen van formeel kwalificerend document


                                                  Korte beschrijving
                                                  Deze functie genereert het fysieke kwalificeren document, dat kan worden onderte-
                                                  kend. Dit document wordt aangemaakt op basis van een standaard sjabloon.



                          AANMAKEN PORTFOLIO

                                                  Met behulp van deze functies kan voor een (meestal net ingeschreven) deelnemer
                                                  een nieuw, leeg portfolio worden aangemaakt.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Het verzamelen en importeren van instroomgegevens
                                                    •   Klaarzetten portfolio


                                                  Doel
                                                  Beschikbaar stellen van de portfolio faciliteit aan een deelnemer.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Dit is een niet-interactieve functie die wordt gestart als (bijvoorbeeld bij de inschrij-
                                                  ving) is aangegeven dat voor een bepaalde deelnemer een portfolio beschikbaar
                                                  gesteld moet worden.
                                                  Deze functie voorziet op hoofdlijnen in het volgende:
                                                  - Aanmaken van het portfolio conform de binnen de instelling geldende structuur
                                                  - Vullen van het portfolio met de relevante administratieve gegevens die al binnen
                                                   de instelling beschikbaar zijn, zoals gegevens over de deelnemer, de inschrijving
                                                   en de startkwalificatie.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   111




                - Aanmaken autorisaties, bijvoorbeeld om het portfolio via een deelnemersportaal
                 of open leercentrum te kunnen benaderen. Mogelijk is een e-mailadres binnen de
                 school een vereiste, waardoor deze ook moet worden aangemaakt.
                - Verzenden notificatie aan deelnemer, bijv. een email, waarin de inloggegevens
                 e.d. bekend worden gemaakt.



IMPORTEREN PORTFOLIO

                Deze functie maakt het mogelijk om een export van een portfolio bij een andere
                instelling te importeren.


                Ondersteunt use cases
                - Het verzamelen en importeren van instroomgegevens
                   •   Importeren bestaand portfolio


                Doel
                Meenemen van een elders opgebouwd portfolio naar de nieuwe instelling.


                Korte beschrijving
                Deze functie gaat uit van het importeren van een portfolio conform geldende inter-
                nationale (IMS E-Portfolio) of Nederlandse (E-Portfolio NL) standaarden.
                De structuur van het portfolio is zodanig, dat de inhoud van volgens deze stan-
                daarden geëxporteerde porfolio’s, kan worden afgebeeld op de structuur van het
                portfolio van de instelling.



ONDERHOUDEN GEGEVENS DEELNEMER IN PORTFOLIO

                Deze functie voorziet in het onderhouden van de deelnemergegevens in het portfolio.


                Ondersteunt use cases
                - Het verzamelen en onderhouden van importeren van instroomgegeven
                   •   Controleren geïmporteerd portfolio
                   •   Verbeteren gegevens


                - Onderhoud gegevens deelnemer
                   •   Actualiseren portfolio
112   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




                                                  Doel
                                                  Actueel houden van de gegevens van de deelnemer in het portfolio.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Deze functie biedt de mogelijkheid om, bijvoorbeeld met een aantal tabbladen, de
                                                  volgende gegevens te raadplegen en te wijzigen.
                                                  - Persoonlijke gegevens
                                                  - Gegevens ouders/verzorgers in geval van minderjarigheid
                                                  - Onderwijsachtergrond
                                                  - Arbeidsachtergrond
                                                  - Stages
                                                  - Vrijwilligerswerk
                                                  - EVC’s



                          PLAATSEN EN ORDENEN PRODUCTEN IN PORTFOLIO

                                                  Deze functies stelt de deelnemer in staat om een producten in zijn portfolio op te
                                                  nemen en te ordenen tot groepen van bij elkaar horende producten.


                                                  Ondersteunt use cases
                                                  - Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen van producten
                                                    •   Verzamelen producten
                                                    •   Ordenen producten


                                                  - Opnemen van bevroren producten
                                                    •   Ordenen bevroren producten


                                                  - Opnemen van het POP & PAP in het portfolio
                                                    •   Opnemen POP
                                                    •   Opnemen PAP


                                                  Doel
                                                  Het kunnen beheren van producten in het portfolio.


                                                  Korte beschrijving
                                                  Met behulp van deze functie kan de deelnemer de volgende acties uitvoeren:
                                                  - Het plaatsen van een product in zijn portfolio, op een van de volgende manieren
                                                    •   Het (elektronische) product (document, foto etc.) uploaden naar het portfolio
                                                    •   Een nieuwe versie van een bestaand product te uploaden
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   113




                  •   Een verwijzing naar een externe locatie op te nemen (een URL)
                  •   Een tekstuele beschrijving te maken van het product


                - Het definiëren van metadata van het product
                  •   Auteur(s)
                  •   Naam, omschrijving
                  •   Datum / periode waar het product betrekking op heeft c.q. is gemaakt
                  •   Vindplaats van een bijbehorend fysiek product
                  •   Onderwijsproduct(en) waar het product betrekking op heeft


                - Bekijken van opgenomen producten
                  •   Doorlopen van een gesorteerde lijst
                  •   Zoeken op metadata velden
                  •   Producten openen of downloaden


                - Ordenen van opgenomen producten
                  •   Groep / Map aanmaken van producten
                  •   Producten selecteren en deze in de map plaatsen



EXPORTEREN PORTFOLIO

                Deze functie maakt het mogelijk om een portfolio van een deelnemer te exporteren,
                zodat deze bij een andere instelling kan worden geïmporteerd.


                Ondersteunt use cases
                - Export van het portfolio
                  •   Exporteren portfolio
                  •   Exporteren portfolio op ander medium


                Doel
                Meenemen van het bij de instelling opgebouwde portfolio naar een andere instelling.


                Korte beschrijving
                Deze functie gaat uit van het exporteren van een portfolio conform geldende inter-
                nationale (IMS E-Portfolio) of Nederlandse (E-Portfolio NL) standaarden.


                De structuur van het portfolio is zodanig, dat het portfolio kan worden geëxporteerd
                volgens deze standaarden, en op basis daarvan weer kan worden geïmporteerd bij
                een andere instelling.
PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO   115




COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
116   PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO




 Triple A ontwerp & onderzoek           Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
ONDERWIJSCATALOGUS   1




FUNCTIONEEL ONTWERP




ONDERWIJSCATALOGUS
2   ONDERWIJSCATALOGUS
ONDERWIJSCATALOGUS   3




INLEIDING

            In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de onderwijs-
            catalogus.


            Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder-
            steuning door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit kan
            uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of als
            één of meer aparte ICT-systemen.


            Beschrijvend en technisch gedeelte
            Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte,
            waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge-
            deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten
            staan weergegeven.


            In het beschrijvend gedeelte wordt eerst uitgelegd wat wij nu eigenlijk onder de
            onderwijscatalogus verstaan. Vervolgens wordt u door de belangrijkste ‘delen’
            (de use cases) van ons ontwerp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces
            in elkaar zit en welke uitgangspunten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is
            aangegeven waar zich de keuzemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onder-
            wijsinstellingen bevinden.


            Aan het begin van de beschrijving van het ontwerp wordt via een overzichtsplaat
            duidelijk gemaakt waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases.
            In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun-
            ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een
            beschrijving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het
            perspectief van een gebruiker van het systeem.


            Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte de
            gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat
            een ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
4   ONDERWIJSCATALOGUS




                         INHOUDSOPGAVE


                                         Inleiding                                                                       3
                                              Beschrijvend en technisch gedeelte                                         3

                                         Beschrijvend gedeelte                                                           5

                                         Gebruik en afbakening van de onderwijscatalogus                                  6
                                            Verdieping: Onderwijsproduct                                                  9
                                            Verdieping: Metadata                                                         10
                                            Verdieping: Arrangement                                                      12
                                            Verdieping: Referentiearrangement                                            12

                                         Deel I: Het definiëren, beheren en raadplegen van referentiearrangementen        14
                                             Uitgangspunten en keuzes                                                    14
                                             Het definiëren van referentiearrangementen                                   15
                                             Het beheren van referentiearrangementen                                     16
                                             Het raadplegen van referentiearrangementen                                  16

                                         Deel II: Het definiëren, beschikbaar stellen en beheren van onderwijsproducten   17
                                             Uitgangspunten en keuzes                                                    17
                                             Het definiëren van arrangeerbaar onderwijsproduct en het
                                             beschikbaar stellen van het onderwijsproduct                                18
                                             Het beheren van onderwijsproducten                                          18

                                         Deel III: Het raadplegen van de onderwijscatalogus                              19

                                         Technisch gedeelte                                                              21
ONDERWIJSCATALOGUS   5




BESCHRIJVEND GEDEELTE
6   ONDERWIJSCATALOGUS




                         GEBRUIK EN AFBAKENING VAN DE ONDERWIJSCATALOGUS

                                         Om op basis van een individuele leervraag een goed onderwijsaanbod te kunnen
                                         samenstellen en te realiseren zijn de volgende 4 componenten van belang:
                                         1. Identificatie van alle beschikbare onderwijsproducten (in en via de onderwijs-
                                           instelling)
                                         2. De beschikbaarheid van alle relevante taxonomieën (kwalificatiestructuren)
                                         3. De daadwerkelijke onderwijsinhoud (de content van een les, een periode, een
                                           project etc.)
                                         4. De beschikbaarheid van referentiearrangementen die als voorbeeld dienen voor
                                           de totstandkoming van het aanbod (arrangement) van de instelling aan de indivi-
                                           duele deelnemer.


                                         De componenten 1 en 2 vormen de onderwijscatalogus. De onderwijsinhoud maakt
                                         geen onderdeel uit van de catalogus, wel moet de inhoud die door de instelling
                                         wordt geboden “passen” in het door middel van de catalogus gedefinieerde onder-
                                         wijsproduct. Het onderwijsproduct is als het ware de verpakking van de onderwijs-
                                         inhoud. De referentiearrangementen zijn voorbeelden van uitgewerkte leerroutes,
                                         op basis van de onderwijsproducten uit de catalogus. Deze voorbeelden kunnen
                                         worden gebruikt om deelnemers te helpen bij het maken van een keuze voor (een
                                         deel van) de leerloopbaan.


                                         Het gebruik van de catalogus laat zich goed beschrijven aan de hand van de “lego-
                                         metafoor”.


                                         Een legosteentje staat model voor een onderwijsproduct. Van belang is om te on-
                                         derkennen dat er een keus is gemaakt voor lego. Dit is een belangrijke stap omdat
                                         op deze wijze een standaard is gedefinieerd die zeker stelt dat ieder nieuw steentje
                                         (product) past op de andere legosteentjes. Een belangrijke consequentie van de
                                         onderwijscatalogus is dat er binnen de instellingen een standaard ontstaat voor de
                                         identificatie/omschrijving van onderwijsproducten.
ONDERWIJSCATALOGUS   7




Afhankelijk van het resultaat wat je bereiken wilt (het bouwwerk dat je maken wilt)
heb je verschillende steentjes nodig. Het kan eenvoudig zoals in voorgaand plaatje
is te zien, dan is maar een beperkt aantal steentjes nodig, maar het kan ook een
stuk gecompliceerder zoals het beeld op de volgende pagina laat zien.
8   ONDERWIJSCATALOGUS




                         Voor een dergelijk bouwwerk is meer variatie in legosteentjes nodig. Voor onderwijs
                         geldt hetzelfde. Het is goed mogelijk dat een instelling voldoende heeft aan een
                         beperkt aantal onderwijsproducten, gelet op het onderwijs dat zij willen aanbieden.
                         Echter als er sprake is van een groot aantal verschillende opleidingen, verschillende
                         vormen van onderwijs of een grote differentiatie per domein is het zeer waarschijn-
                         lijk dat er een groot aantal verschillende producten (steentjes) gedefinieerd wordt.


                         Van belang is om te onderkennen dat de catalogus niet daadwerkelijk de legosteen-
                         tjes bevat. Alleen de beschrijving van alle verschillende steentjes is (volgens een
                         standaard format, een sjabloon) te vinden in de catalogus (zie verder de paragraaf
                         over “metadata”).


                         Met steentjes alleen ben je er nog niet. Je hebt ook een beeld nodig van het eind-
                         resultaat (lees: de uitstroomkwalificatie), van het bouwwerk dat je wilt maken. Dan
                         kan je namelijk bedenken welke steentjes uit de catalogus nodig zijn om het bouw-
                         werk te gaan realiseren. Indien de keuze van de steentjes en de wijze waarop de
                         steentjes worden samengebracht om het eindresultaat te bereiken in een voorbeeld
                         is uitgewerkt, noemen wij dat een referentiearrangement. Een dergelijk referentie-
                         arrangement kan meer of minder gedetailleerd worden opgesteld. Het kan zijn dat
                         er zoals het eerste plaatje laat zien, een eenvoudig huisje moet worden gebouwd,
ONDERWIJSCATALOGUS   9




waarbij het duidelijk is dat er een dak moet komen maar waarbij wellicht de kleur
van het dak variabel is. Een dergelijke variatie betekent dat er uiteindelijk verschil-
lende eindresultaten kunnen ontstaan. Voor een onderwijs situatie betekent dit dat
het mogelijk is op basis van een referentiearrangement en in de catalogus beschik-
bare onderwijsproducten, verschillende arrangementen aan deelnemers aan te
bieden. Zo kan recht worden gedaan aan de individuele wensen van een deelnemer.


Het lego-bouwwerk geeft ook de relevantie van volgorde aan, het is niet mogelijk
met het dak te beginnen. Eerst moeten de muren worden gebouwd (daar is de
volgorde van de steentjes vrij met dien verstande dat er van onder naar boven
moet worden gewerkt), dan moet het raam worden aangebracht, vervolgens het
plafond en dan het dak. Een dergelijke volgorde wordt ook doormiddel van de iden-
tificatie van de onderwijsproducten vastgesteld voor de leerroute van een deelne-
mer voor een bepaalde periode.


In de volgende paragrafen worden de belangrijkste begrippen van de onderwijsca-
talogus verder beschreven.


Verdieping: Onderwijsproduct
Een onderwijsproduct is een product (zoals een les, een cursus, module of andere
onderwijseenheid) dat zodanig van metadata is voorzien dat het geschikt is om te
roosteren.


Een onderwijsproduct is enkelvoudig dan wel samengesteld. Enkelvoudig betekent
dat er sprake is van één uniek product dat niet verder onderverdeeld is in andere
onderwijseenheden (een les engels van één uur kan een enkelvoudig product zijn).


De onderwijscatalogus kan ook samengestelde onderwijsproducten bevatten. Een
samengesteld onderwijsproduct bevat informatie over de afzonderlijke (enkelvoudi-
ge) onderwijsproducten die deel uit maken van de samenstelling en informatie over
de samenstelling zelf (bijvoorbeeld volgorde) Deze informatie samen vormt de pak-
lijst van het samengestelde onderwijsproduct. De paklijst is dus de informatiedrager
van de samenstelling. Een voorbeeld van een samengesteld onderwijsproduct is een
tweedaagse cursus engels voor beginners met een theorie- en een praktijkdag. De
theoriedag is een enkelvoudig onderwijsproduct, net zoals de praktijkdag. De pak-
lijst geeft aan dat de theoriedag voor de praktijkdag moet worden ingepland.


Door te werken met samengestelde onderwijsproducten ontstaan zogenaamde ag-
gregatieniveaus in de catalogus. Oftewel: een aggregatieniveau is een samenstel-
ling van onderwijsproducten.
10   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Het principe van de catalogus biedt dus de mogelijkheid om met samengestelde
                          onderwijsproducten te werken, echter dit is een keuze die aan de onderwijsinstel-
                          lingen is. Als de arrangeur kiest voor de samenstelling is de spelregel dat hij niets
                          meer aan de samenstelling mag veranderen. Door te werken met samengestelde
                          onderwijsproducten maakt de instelling een duidelijke keuze voor (of bepaalt) de
                          volgorde waarin de deelnemer het onderwijsaanbod kan afnemen (in het voorbeeld
                          van de tweedaagse cursus engels: eerst een theoriedag en daarna een praktijk-
                          dag). Door niet voor de samengestelde producten te kiezen, maar voor de enkel-
                          voudige producten heeft de arrangeur (en/of de roostermachine) wel de mogelijk-
                          heid om in volgorde te variëren (voor zover de ingevoerde metadata dit toelaat).


                          Verdieping: Metadata
                          Door middel van de zogenaamde “metadata” worden kenmerken van onderwijspro-
                          ducten beschreven. Deze kenmerken zijn de informatiedragers voor de werkproces-
                          sen van de onderwijslogistiek, de kernregistratie en de primair proces ondersteu-
                          ning. Door het definiëren van de metadata wordt een “sjabloon” (of macro) van
                          de onderwijsproducten gecreëerd. De eigenlijke invulling van het sjabloon gebeurt
                          door de onderwijsinstelling. Ieder onderwijsproduct wordt dus door middel van
                          hetzelfde sjabloon beschreven. De informatie die in het sjabloon wordt ingebracht
                          verschilt per onderwijsproduct. Uiteindelijk heeft ieder onderwijsproduct een eigen,
                          unieke invulling. Op basis van deze invulling kunnen de werkprocessen van de
                          onderwijslogistiek, de kernregistratie en de primair proces ondersteuning op een
                          effectieve wijze door ICT-systemen worden ondersteund.


                          In de metadata worden de volgende categorieën onderscheiden:
                          - Identificatie
                          - Status product
                          - Tijdgegevens
                          - Inhoud
                          - Resources
                          - Niveau en complexiteit
                          - Resultatenstructuur


                          Identificatie
                          In deze categorie wordt door middel van een aantal informatievelden de unieke
                          identificatie van het onderwijsproduct gerealiseerd.
ONDERWIJSCATALOGUS   11




Status product
Het is denkbaar dat er sprake is van nieuw onderwijs binnen een instelling en dat
daarvoor nieuwe onderwijsproducten moeten worden ontwikkeld. De categorie sta-
tus product geeft hier informatie over.


Tijdgegevens
In deze categorie worden gegevens opgenomen die noodzakelijk zijn om het
product goed in een tijdsperiode in te passen (noodzakelijk voor het roosteren).
Denk bijvoorbeeld aan omvang (onderwijstijd) en terugkeerpatroon (patronen à la
outlook, dus “6 keer, elke 2 weken”, “8 keer, elke week op dinsdag”)


Inhoud
Om het onderwijsaanbod goed samen te stellen en af te stemmen op de deelnemer
en zijn leervraag is bepaalde inhoudelijke informatie nodig. De categorie “inhoud”
bevat informatie zoals volgorde (verwijzing naar ander(e) onderwijsproduct(en) die
voorwaardelijk zijn om dit onderwijsproduct te kunnen doen), startvoorwaarde (bij-
voorbeeld groepsgrootte), leerstijl, taxonomie (koppeling van product aan taxono-
mie zodat bijdrage van product aan (eind)kwalificatie inzichtelijk wordt gemaakt),
aggregatieniveau (samenstelling van onderwijsproducten) en paklijst (informatie
over de afzonderlijke (enkelvoudige) onderwijsproducten die deel uit maken van de
samenstelling en informatie over de samenstelling zelf (bijvoorbeeld volgorde)).


Resources
Deze categorie bevat informatie over de middelen (docenten, locaties etc.) die no-
dig zijn om het onderwijsproduct daadwerkelijk uit te voeren.


Niveau en complexiteit
Indien gewenst kunnen de instellingen bij het vormgeven van het onderwijsaanbod
door middel van deze categorie complexiteitsniveaus definiëren


Resultatenstructuur
Dit is de definitie van de structuur op basis waarvan het summatieve resultaat
wordt berekend uit andere resultaten.
12   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Invulling metadata
                          De invulling van het metadata-sjabloon per onderwijsproduct is aan de instelling;
                          bijvoorbeeld: doorlooptijd van een onderwijsproduct kan 1 uur zijn, maar ook
                          3 maanden. In onderstaande tabel is een voorbeeld uitgewerkt van 2 verschillende
                          onderwijsproducten.




                          Het eerste voorbeeld is logistiek eenvoudig, er wordt immers een hele periode
                          “geblokt”. De twee begeleiders zorgen voor het in de juiste volgorde aanbieden van
                          de juiste onderwijsinhoud. In het tweede voorbeeld is de logistieke uitdaging een
                          stuk groter, daar wordt de periode van 10 weken gevuld met allerlei verschillende
                          onderwijsproducten, waaronder het product engels_1


                          Verdieping: Arrangement
                          Een arrangement is het onderwijsaanbod van de onderwijsinstelling aan een indivi-
                          duele deelnemer.
                          Een arrangement is een planbaar geheel van beschikbare onderwijsproducten. Een
                          arrangement bestaat uit een verzameling enkelvoudige en/of samengestelde onder-
                          wijsproducten, aangevuld met aanvullende eisen en wensen met betrekking tot de
                          volgorde of periode waarin het product moet worden afgenomen. Een arrangement
                          kan uit één onderwijsproduct (enkelvoudig of samengesteld) bestaan.


                          Verdieping: Referentiearrangement
                          Een referentiearrangement is een voorbeeld (van een samenstelling) van enkelvou-
                          dige en/of samengestelde onderwijsproducten die invulling geven aan een bepaalde
                          leerroute. Referentiearrangementen worden door de instelling opgesteld en zijn niet
ONDERWIJSCATALOGUS   13




verbonden aan een individuele deelnemer. Pas op het moment dat het referentie-
arrangement voor een individuele deelnemer ‘gekopieerd’ wordt om te gebruiken,
ontstaat een arrangement voor één deelnemer dat ook geroosterd kan worden.
Instellingen gebruiken referentiearrangementen als een middel om bijvoorbeeld
sturing te geven aan de vraag van de deelnemer als (“aanraders” voor leerroutes),
inzicht te bieden in het onderwijsaanbod van de instelling of om, het arrangeerpro-
ces te versnellen.


Het wel of niet gebruiken van referentiearrangementen is aan de instelling. Het
opstellen van een arrangement zonder een referentiearrangement is mogelijk met
behulp van de catalogus. De arrangeur moet dan wel om kunnen gaan met de keu-
zemogelijkheden in de catalogus.
Hieronder volgt een beschrijving van de use cases zoals deze zijn opgesteld om de
werking van de catalogus zoals hierboven beschreven te kunnen waarmaken.
14   ONDERWIJSCATALOGUS




                          DEEL I: HET DEFINIËREN, BEHEREN EN RAADPLEGEN VAN REFERENTIEARRANGEMENTEN




                                           Uitgangspunten en keuzes
                                           - Referentiearrangementen maken geen deel uit van de onderwijscatalogus
                                           - Keuze voor het gebruik maken van referentiearrangementen is aan de instelling
                                           - Het arrangeer- en roosterproces kan onafhankelijk van beschikbaarheid en
                                            gebruik van referentiearrangementen worden uitgevoerd
                                           - Referentiearrangementen kunnen nog niet beschikbaar gestelde onderwijsproducten
                                            bevatten.
ONDERWIJSCATALOGUS   15




Het definiëren van referentiearrangementen
Referentiearrangementen worden gebruikt om (potentiële) deelnemers een beeld te
geven van het mogelijke onderwijsaanbod (leerroutes) die passen bij de leervraag
van de deelnemer. Daarnaast kan de instelling referentiearrangementen gebruiken
om na te gaan of een aanbod (of idee) voldoet aan bepaalde criteria (bijvoorbeeld
het aantal studiebelastingsuren). Referentiearrangementen kunnen ook ingezet
worden als “aanraders” om zo sturing te geven op de matching van (leer)vraag en
(onderwijs)aanbod.


Een instelling kan besluiten een nieuw referentiearrangement te definiëren om de
ontwikkeling van nieuw onderwijs te ondersteunen. Op basis van het nieuwe arran-
gement kan worden vastgesteld of er behoefte is aan nieuwe onderwijsproducten.
Tevens kan door middel van het definiëren van het nieuwe arrangement worden
nagegaan in hoeverre het nieuwe aanbod bijdraagt aan realisatie van een bepaalde
eindkwalificatie.


Samenhang met de onderwijscatalogus
Bij het definiëren van een (nieuw) referentiearrangement wordt gebruik gemaakt
van de onderwijsproducten zoals die in de onderwijscatalogus zijn opgenomen.
Daarbij kunnen ook onderwijsproducten gebruikt worden die de status “in ontwik-
keling” hebben. Verder is het mogelijk dat er bij het definiëren (ontwerpen) van
het referentiearrangement wordt geconstateerd dat er behoefte is aan een nieuw
onderwijsproduct. In een dergelijke behoefte wordt voorzien door de use case defi-
niëren arrangeerbaar onderwijsproduct.
16   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Het beheren van referentiearrangementen
                          Het beheren van referentiearrangementen behelst een serie activiteiten om be-
                          staande referentiearrangementen te wijzigen of te verwijderen.


                          Het raadplegen van referentiearrangementen
                          Bestaande referentiearrangementen moeten op basis van een zoekfunctionaliteit
                          kunnen worden geselecteerd. Zo ontstaat inzicht in bijvoorbeeld:
                          - Binnen de instelling beschikbare oplossingen voor een bepaalde leervraag
                          - Differentiatie van onderwijsaanbod behorende bij een bepaalde taxonomie
                          - Inzet van bepaalde middelen in de diverse arrangementen.


                          Samenhang met de leervraag en ontwikkeling van de deelnemer
                          Gedurende zijn leerloopbaan krijgt een deelnemer, op basis van zijn ambitie en
                          behaalde resultaten, adviezen over zijn leeractiviteiten voor de komende periode.
                          Dergelijke adviezen worden door de begeleiding in samenspraak met de deelnemer
                          op basis van de zogenaamde peilstokmetingen opgesteld. Het advies kan aangevuld
                          worden met één (of meerdere) referentiearrangement(en). Deze worden door mid-
                          del van de use case raadplegen van referentiearrangementen gevonden.
ONDERWIJSCATALOGUS   17




DEEL II: HET DEFINIËREN, BESCHIKBAAR STELLEN EN BEHEREN VAN ONDERWIJSPRODUCTEN




                 Uitgangspunten en keuzes
                 - Onderwijsproducten met de status “in ontwikkeling” kunnen in een arrangement
                  worden opgenomen maar kunnen niet worden geroosterd
                 - Alleen de onderwijsproducten die “beschikbaar” zijn gesteld kunnen worden ge-
                  roosterd
                 - Onderwijsproducten worden gedefinieerd op basis van standaard metadata.
18   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Het definiëren van een arrangeerbaar onderwijsproduct en het
                          beschikbaar stellen van het onderwijsproduct
                          Op basis van een autonome behoefte, dan wel naar aanleiding van het opstellen
                          van een referentiearrangement, is vastgesteld dat er een nieuw onderwijsproduct in
                          de catalogus moet worden opgenomen. Dit gaat in 2 stappen:


                          1. Eerst wordt die informatie gegenereerd die noodzakelijk is om het onderwijs-
                            product in een arrangement te kunnen opnemen, dit is de use case definieren
                            arrangeerbaar onderwijsproduct (dit betekent niet dat er alle metadata bekend
                            moet zijn. Er wordt een aantal velden ‘gevuld’)


                          2. Als daarna wordt besloten dat het product inderdaad aan een deelnemer moet
                            worden aangeboden in de vorm van een rooster dan moet het onderwijsproduct
                            beschikbaar worden gesteld, dit is use case beschikbaar stellen onderwijspro-
                            duct. In deze stap worden de nog openstaande metadatavelden ingevuld zodat
                            het roosterproces de benodigde informatie van het onderwijsproduct.


                          In stap 2 worden dus alle noodzakelijke metadata aangevuld en wordt het product,
                          na een toets op volledigheid en consistentie vervolgens in de catalogus opgenomen.
                          De status verandert dan van “in ontwikkeling” naar “beschikbaar”.


                          Het beheren van onderwijsproducten
                          Het beheren van onderwijsproducten behelst een serie activiteiten om de meta-
                          datering van bestaande onderwijsproducten te wijzigen of om bestaande onder-
                          wijsproducten te verwijderen. Wijzigen en/of verwijderen is alleen onder bepaalde
                          voorwaarden mogelijk.
ONDERWIJSCATALOGUS   19




DEEL III: HET RAADPLEGEN VAN DE ONDERWIJSCATALOGUS




                 De use case raadplegen onderwijscatalogus is een algemene raadpleegfunctie die
                 diverse partijen in staat stelt de onderwijscatalogus te doorzoeken op basis van
                 bepaalde zoekcriteria. In het technische gedeelte is een aantal voorbeelden opge-
                 nomen.
20   ONDERWIJSCATALOGUS




                          INHOUDSOPGAVE


                                          Inleiding                                                     22

                                          USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES       25
                                             Definiëren referentiearrangementen                          25
                                             Beheren referentiearrangementen                            29
                                             Raadplegen referentiearrangementen                         32
                                             Raadplegen onderwijscatalogus                              34
                                             Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct                   36
                                             Beschikbaar stellen onderwijsproduct                       40
                                             Beheren onderwijsproducten                                 43

                                          FUNCTIES                                                      45
                                             Onderhouden referentiearrangementen                        45
                                             Controleren en beschikbaar stellen referentiearrangement   46
                                             Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus                    47
                                             Zoeken en raadplegen referentiearrangementen               49
                                             Onderhouden onderwijsproducten                             50
                                             Controleren en beschikbaar stellen onderwijsproduct        51

                                          METADATAVELDEN                                                53
ONDERWIJSCATALOGUS   21




TECHNISCH GEDEELTE
22   ONDERWIJSCATALOGUS




                          INLEIDING

                                      In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de onderwijscatalogus
                                      vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases, werkopdrachten, activitei-
                                      tendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werkbijeenkomsten met de des-
                                      kundigen van de onderwijsinstellingen. In dit technische gedeelte vindt u een kopie
                                      van de informatie die door deze deskundigen is vastgelegd in de wiki.


                                      Daarna volgt een opsomming met toelichting van de metadatavelden. Dit zijn de
                                      beschrijvende kenmerken van de onderwijsproducten. In het beschrijvende gedeel-
                                      te van dit functioneel ontwerp staat de werking ervan beschreven.


                                      Onderstaand figuur geeft de samenhang van de use cases voor de onderwijscatalo-
                                      gus weer.
ONDERWIJSCATALOGUS   23




                                    Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit
                                    het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een
                                    concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem
                                    die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe-
                                    den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft
                                    antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen? ‘


                                    Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge-
                                    leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij-
                                    ven. Dit format wordt hieronder weergegeven.




                                    Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil-
                                    lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is
                                    voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht
Leeswijzer                          behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere
Voor uw leesgemak worden in dit     use case. In het nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang ge-
technisch gedeelte de volgende      bracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen.
symbolen in de kantlijn gebruikt:
                                    Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten-
        Wanneer het een use         diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel-
        case betreft                leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder
                                    verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use
        Wanneer het een activi-     case één activiteitendiagram gemaakt.
        teitendiagram betreft
                                    Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge-
        Wanneer het een functie     maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces
        betreft                     te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een
                                    ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties.
24   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Daarna volgt een meer gedetailleerde beschrijving van de geïnventariseerde
                          functies. Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de
                          activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of enkele opeenvolgende activiteiten)
                          wordt vastgesteld welke ICT functies nodig zijn om de betreffende activiteit uit te
                          voeren. Zo ontstaat een verzameling functies dat nodig is om de use case te on-
                          dersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere activiteiten, in verschillende use
                          cases toepasbaar.


                          Dit technisch gedeelte wordt afgerond met de opsomming van de metadatavelden
                          inclusief een korte toelichting van de velden.
ONDERWIJSCATALOGUS   25




                USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN
                EN OPSOMMING FUNCTIES


DEFINIËREN REFERENTIEARRANGEMENTEN

                Voor de verschillende betrokkenen, zoals deelnemers, docenten en onderwijsmana-
                gers, is het van belang om een aantal veel voorkomende samenstellingen (arran-
                gementen) te maken van onderwijsproducten. Dit worden referentiearrangementen
                genoemd. Een veel voorkomende kan zijn het onderscheid BOL en BBL. Ze helpen
                inzicht te geven en overzicht te houden over de weg of de wegen die leiden tot een
                kwalificatie dan wel over een periode (bijvoorbeeld 1 jaar). Daarbij kan een aantal
                relevante criteria worden getoetst, zoals urennorm en instellingspecifieke eisen. De
                referentiearrangementen kunnen de basis zijn voor deelnemergebonden maatwerk.


                Use case
                Aanleiding
                - Verandering in de taxonomie (de kwalificatiestructuur) voor een bepaalde opleiding
                - De instelling besluit om een nieuwe opleiding of opleidingsvariant te ontwikkelen
                - De behoefte om op basis van ervaring vanuit het arrangeren of onderwijskun-
                 dige inzichten ‘aanraders’ te definiëren zodat deze eenvoudig hergebruikt kunnen
                 worden


                Actoren
                - Onderwijsontwerper
                - Arrangeur
                - Beheerder arrangementen


                Doel
                - Om teams en deelnemers vooraf een beeld te kunnen geven van de mogelijke
                 trajecten in grote lijnen.
                - Vooraf kunnen toetsen of het arrangement voldoet aan in- en externe onderwijs-
                 kundige criteria.
                - Vooraf kunnen toetsen of het arrangement voldoet aan bedrijfseconomische criteria.
                - Vooraf kunnen toetsen of het arrangement voldoet aan ROC-specifieke eisen en wen-
                 sen. (Bijvoorbeeld levensbeschouwing, regionale inkleuring, internationalisering)


                Beschrijving acties
                1. Beschrijven van het doel en de doelgroep van het beoogde referentiearrange-
                  ment: Op welke groep richt je je en waarom is een referentiearrangement nodig?


                2. In kaart brengen van de eisen en wensen (en ervaringen in het geval van bijstel-
                  ling van een bestaand arrangement), onder andere bestaande uit het volgende:
                  - Raadplegen van de taxonomie (kwalificatiestructuur) om vast te stellen hoe het
26   ONDERWIJSCATALOGUS




                              referentiearrangement daarin moet passen of tot welke resultaten het moet
                              leiden.
                            - Kennis nemen van de ROC-specifieke eisen en wensen.
                            - Vaststellen van de wettelijke eisen waaraan dit deel van de opleiding, en dus
                              het referentiearrangement, moet voldoen.
                            - Inventariseren van ervaringen in het gebruik van de bestaande referentiearran-
                              gementen
                            - Inventariseren van de mogelijkheden die toepassing van dit referentiearrange-
                              ment biedt voor doorstroom of terugstroom van een deelnemer
                            - Inventariseren van eventuele overlap tussen gewenste referentiearrangementen


                          3. Prioriteren van eisen en wensen en ervaringen.


                          4. Ontwerpen van het referentiearrangement, zoals het is opgebouwd uit onder-
                            wijsproducten (de compositie).
                            - Raadplegen van bestaande referentiearrangementen om vast te stellen of er al
                              een referentiearrangement bestaat dat voorziet in de behoefte
                            - Raadplegen van de onderwijscatalogus om vast te stellen of de benodigde
                              onderwijsproducten ook al beschikbaar en arrangeerbaar zijn in de onderwijs-
                              catalogus.


                            Eerste mogelijkheid:
                            - De onderwijscatalogus is al gevuld met arrangeerbare en/of beschikbare pro-
                              ducten
                            - In dat geval kunnen de bestaande producten in het referentiearrangement wor-
                              den opgenomen


                            Tweede mogelijkheid:
                            - De onderwijscatalogus is nog niet gevuld met de gewenste onderwijsproducten.
                            - In dat geval moeten de gewenste onderwijsproducten worden gedefiniëerd
                              middels de use case Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct.
                            - Wanneer deze producten beschikbaar zijn kunnen ze vervolgens in het referen-
                              tiearrangement worden opgenomen


                          5. Toetsing van het referentiearrangement aan de taxonomie en overige metadata,
                            ondersteund door het systeem. Denk hierbij aan de dekking van het kwalificatie-
                            dossier of de mate waarin het referentiearrangement voldoet aan de urennorm
                            voor de periode waarop het betrekking heeft.
ONDERWIJSCATALOGUS   27




6. Valideren van het resultaat door toetsing aan de eerder geformuleerde eisen en
  wensen (zie stap 2)


7. Vastleggen en beschikbaar stellen van het arrangement, aangevuld met een
  aantal beschrijvende velden zoals de inhoud, doelgroep etc.


Resultaat
Een of meerdere gedefinieerde referentiearrangementen, gericht op de modale
deelnemer, met een eigen naam. Het bestaat uit een logisch samenstelsel van on-
derwijsproducten.


Frequentie
Per referentiearrangement minimaal eenmaal.


Werkopdrachten
28   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Activiteitendiagram




                          Functies
                          - Onderhouden referentiearrangementen
                          - Controleren en beschikbaar stellen referentiearrangement
ONDERWIJSCATALOGUS   29




BEHEREN REFERENTIEARRANGEMENTEN

               Onder beheren van de referentiearrangementen wordt verstaan het onderhouden
               van de bestaande referentiearrangementen: het aanbrengen van wijzigingen, toe-
               voegingen en verwijderingen.


               Use case
               Aanleiding
               Toevoeging/wijziging/verwijdering op/van bestaand referentie arrangement is
               gewenst.


               Actoren
               - Beheerder van de referentiearrangementen
               - Onderwijsontwerper


               Doel
               Kwaliteit van arrangementen op peil houden en te laten aansluiten op de leervragen
               van deelnemers en de behoeften van de arrangeurs.


               Beschrijving acties
               1. Raadplegen bestaande referentiearrangementen om na te gaan of er bestaande
                 referentiearrangementen zijn die in de gewijzigde behoefte voorzien.


               2. Aanpassen of verwijderen van een bestaand referentiearrangement.
                 - Raadplegen van de onderwijscatalogus om vast te stellen of de benodigde
                   onderwijsproducten ook al beschikbaar en arrangeerbaar zijn in de onderwijs-
                   catalogus.


                   Eerste mogelijkheid:
                 - De onderwijscatalogus is al gevuld met arrangeerbare en/of beschikbare pro-
                   ducten
                 - In dat geval kunnen de bestaande producten in het referentiearrangement wor-
                   den opgenomen


                   Tweede mogelijkheid:
                 - De onderwijscatalogus is nog niet gevuld met de gewenste onderwijsproducten.
                 - In dat geval moeten de gewenste onderwijsproducten worden gedefiniëerd
                   middels de use case Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct.
                 - Wanneer deze producten beschikbaar zijn kunnen ze vervolgens in het referen-
                   tiearrangement worden opgenomen
30   ONDERWIJSCATALOGUS




                          3. Toetsing van het referentiearrangement aan de taxonomie en overige metadata,
                          ondersteund door het systeem. Dit is dezelfde toets die ook bij het definiëren van
                          het referentiearrangement wordt uitgevoerd


                          4. Na goedkeuring beschikbaar stellen van het arrangement.


                          Resultaat
                          Referentiearrangement dat voldoet aan vastgestelde eisen en wensen.


                          Frequentie
                          Elk referentiearrangement meerdere keren per jaar.


                          Werkopdrachten
ONDERWIJSCATALOGUS   31




Activiteitendiagram




Functies
- Onderhouden referentiearrangementen
- Controleren en beschikbaar stellen referentiearrangement
32   ONDERWIJSCATALOGUS




                          RAADPLEGEN REFERENTIEARRANGEMENTEN


                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Inzicht in beschikbare referentiearrangementen, inclusief hun kenmerken, is nodig
                                         bijvoorbeeld om een arrangement voor een individuele deelnemer op te stellen.


                                         Actoren
                                         - Arrangeur
                                         - Deelnemer
                                         - Docent
                                         - Management
                                         - Decaan


                                         Doel
                                         - Aanbieden van voorgedefiniëerde, samenhangende delen van arrangementen
                                          (‘aanraders’) die kunnen worden opgenomen in het individuele arrangement van
                                          een deelnemer
                                         - Inzicht geven in het ‘basisonderwijsprogramma’ aan deelnemers, docenten, ma-
                                          nagement, decanen door een onderwijsproducten in samenhang te kunnen tonen
                                         - Interne/externe verantwoording van het onderwijsaanbod t.a.v. strategische keu-
                                          zes, bedrijfsvoering, kwalificering.


                                         Beschrijving acties
                                         - Vaststellen zoekcriteria
                                         - Vaststellen van zoekcriteria op alle metadatavelden van de onderwijsproducten en
                                          combinaties daarvan
                                         - Vaststellen van zoekcriteria op de omschrijving en kenmerken van referentiear-
                                          rangementen
                                         - Presenteren, sorteren en filteren van de zoekresultaten
                                         - Overnemen van de zoekresultaten
                                          Tenslotte kan er een referentiearrangement worden geselecteerd dat elders kan
                                          worden gebruikt, bijvoorbeeld worden overgenomen in het arrangement van een
                                          deelnemer


                                         Resultaat
                                         Overzicht van relevante referentiearrangementen.


                                         Frequentie
                                         Wekelijks
ONDERWIJSCATALOGUS   33




Werkopdrachten




Activiteitendiagram
Geen


Functies
- Zoeken en raadplegen referentiearrangementen
34   ONDERWIJSCATALOGUS




                          RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS

                                         Use case
                                         Aanleiding
                                         Er is een groot aantal situaties waarin de onderwijscatalogus wordt geraadpleegd,
                                         dus de aanleiding is zeer divers.
                                         - Vanuit de intake, wanneer de intaker inzicht wil krijgen in de onderwijsproducten
                                          die aansluiten op de leervraag van de deelnemer en het gewenste startonderwijs-
                                          product.
                                         - Vanuit het formuleren van de leervraag, om de leervraag van de deelnemer te
                                          vertalen naar concrete onderwijsproducten
                                         - Vanuit het specificeren van het arrangement, om de onderwijsproducten te selec-
                                          teren die in het arrangement moeten worden opgenomen
                                         - Vanuit het beheren van BPV-plaatsen, om vast te stellen op welk onderwijsproduct
                                          een concrete BPV-plaats van toepassing is of geschikt is
                                         - Vanuit de BPV-matching, om kenmerken van een onderwijsproduct (in dit geval
                                          een stage of BPV) te matchen op de wensen van een deelnemer
                                         - Vanuit het maken van het rooster, waarin alle metadata van de betrokken onder-
                                          wijsproducten nodig zijn


                                         Actoren
                                         - Docent
                                         - Deelnemer
                                         - Leertrajectbegeleider
                                         - Arrangeur
                                         - Roostermaker
                                         - Onderwijsontwerper
                                         - Beheerder onderwijscatalogus
                                         - Beheerder referentiearrangementen


                                         Doel
                                         Inzicht krijgen in beschikbare onderwijsproducten en de bijbehorende structuur en
                                         samenhang


                                         Beschrijving acties
                                         - Vaststellen zoekcriteria
                                          De onderwijscatalogus kan op uiteenlopende manieren worden bevraagd. Dit kun-
                                          nen zoekcriteria zijn op de metadata, maar ook een bepaalde plek in de kwalifica-
                                          tiestructuur, bijvoorbeeld een bepaald kwalificatiedossier.
                                          Daarnaast kan gezocht worden vanuit de situatie van een concrete deelnemer,
ONDERWIJSCATALOGUS    35




 door te selecteren welke onderwijsproducten relevant voor deze deelnemer zijn
 gezien de al afgenomen onderwijsproducten en het verbintenisgebied.
- Zoeken en eventueel tonen alternatieven
 Op basis van de zoekcriteria worden de resultaten weergegeven.
 Wanneer de selectie geen, of te weinig resultaten oplevert kunnen er alternatieven
 worden getoond.
- Structuren van de zoekresultaten
 De zoekresultaten kunnen worden weergegeven in de structuur van de taxonomie,
 of in de hiërarchie van de onderwijscatalogus.
- Overnemen van de zoekresultaten
 Tenslotte kan er uit de zoekresultaten een selectie gemaakt die elders kan worden
 gebruikt, bijvoorbeeld in een arrangement van een deelnemer of in het roosterproces.


Resultaat
Selectie van onderwijsproducten die voldoet aan de selectiecriteria.


Frequentie
Zeer intensief gebruik, honderden tot duizenden malen per dag.


Werkopdrachten




Activiteitendiagram
Geen


Functies
- Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus
36   ONDERWIJSCATALOGUS




                          DEFINIËREN ARRANGEERBAAR ONDERWIJSPRODUCT

                                          Onderwijsproducten worden in twee stappen ontwikkeld
                                          1. Een arrangeerbaar onderwijsproduct waarin alleen de voor het arrangeren nood-
                                            zakelijke metadata zijn ingevuld;
                                          2. Een beschikbaar onderwijsproduct waarbij alle verplichte metadata is ingevuld en
                                            dat daarmee dat planbaar is.


                                          Binnen deze use case wordt het globaal beschreven onderwijsproduct gedefinieerd
                                          dat bedoeld is om (in grote lijnen) de leervraag van deelnemer te kunnen vertalen
                                          naar een arrangement (nr.1). Tevens is een dergelijk onderwijsproduct geschikt om
                                          in een referentiearrangement te worden opgenomen. Uit een arrangeerbaar product
                                          kan nog geen informatie worden ontleend t.a.v. het roosterproces.


                                          Bij het definiëren van een arrangeerbaar onderwijsproduct gaat het om het plaat-
                                          sen van het product in de onderwijscatalogus met de beschrijving van het product
                                          en basisset met metadata die benodigd is om te kunnen arrangeren.


                                          In verband hiermee is ten minste behoefte aan de volgende velden:
                                          - Status; in ontwikkeling
                                          - Geldigheid; begindatum=datum gereed
                                          - taxonomie
                                          - Eigenaarschap
                                          - Omschrijving; beschrijvende tekst m.b.t. inhoud en doelstelling van het product
                                          - Studiebelasting


                                          Voor zover bekend kunnen ook de overige metadatavelden worden gevuld. Gedu-
                                          rende het ontwikkelproces zal het gedefinieerde product een steeds definitievere
                                          vorm krijgen. Met andere woorden de metadateringslijst worden steeds verder
                                          uitgewerkt. Er kunnen bij de uitwerking ook weer nieuwe onderwijsproducten ont-
                                          staan.


                                          Use case
                                          Aanleiding
                                          Bij het ontwerpen van onderwijs ontstaat de behoefte aan een nieuw onderwijspro-
                                          duct. Hiervoor kunnen twee triggers van toepassing zijn:
                                          - autonome behoefte voor ontwikkeling van een onderwijsproduct
                                          - bij het definiëren van een referentiearrangement ontstaat de behoefte aan een
                                           onderwijsproduct
ONDERWIJSCATALOGUS   37




Actoren
- Ontwerper onderwijsproducten
- Beheerder onderwijscatalogus


Doel
Het benoemen van een nog te ontwikkelen product in de onderwijscatalogus zodat
een arrangeur het kan opnemen in (referentie)arrangementen.


Beschrijving acties
- De ontwerper raadpleegt zonodig de onderwijscatalogus om na te gaan of het
 onderwijsproduct nog niet in de onderwijscatalogus beschikbaar is
- De ontwerper van onderwijsproducten definieert een nog verder te ontwikkelen
 product door op hoofdlijnen te definiëren waar het in de opleiding en taxonomie
 (kwalificatiestructuur) past, welke doelen en resultaten worden nagestreefd en op
 welke doelgroep het product is gericht.
- De ontwerper vult de minimale set met metadateringsvelden op basis waarvan het
 product in een referentiearrangement opgenomen zou kunnen worden.
- De beheerder onderwijscatalogus neemt het product, conform bovenstaande
 beschrijving, op in de catalogus en geeft het product de status “In ontwikkeling”
 mee en stelt de datum vast waarop het onderwijsproduct daadwerkelijk beschik-
 baar komt, of dient te zijn.
- De beheerder van de onderwijscatalogus geeft opdracht aan de productontwik-
 kelaar tot het verder ontwikkelen van het product, wat uiteindelijk leidt tot het
 daadwerkelijk beschikbaar stellen van het onderwijsproduct aan het onderwijs
 middels de use case “Beschikbaar stellen onderwijsproduct”


Resultaat
Een gedefinieerd, arrangeerbaar onderwijsproduct is opgenomen in de catalogus
waarbij de beoogde datum waarop het product beschikbaar moet zijn, en de beno-
digde metadateringsvelden voor de arrangeur gedefinieerd zijn.


Frequentie
Continu proces.
38   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Werkopdrachten




                          Overige opmerkingen
                          Een onderwijsontwikkelaar is strikt genomen geen actor in dit proces maar speelt
                          wel een sleutelrol in de realisatie van bijvoorbeeld het onderwijsleermiddel. Het niet
                          gereed zijn van het leermiddel is een showstopper. Dit offline proces moet simul-
                          taan door de instelling opgepakt worden.
ONDERWIJSCATALOGUS   39




Activiteitendiagram




Functies
- Onderhouden onderwijsproducten
40   ONDERWIJSCATALOGUS




                          BESCHIKBAAR STELLEN ONDERWIJSPRODUCT

                                          Onderwijsproducten worden in twee stappen ontwikkeld
                                          1. Een arrangeerbaar onderwijsproduct waarin alleen de voor het arrangeren nood-
                                            zakelijke metadata zijn ingevuld;
                                          2. Een beschikbaar onderwijsproduct waarbij alle verplichte metadata is ingevuld en
                                            dat daarmee dan planbaar is.


                                          Binnen deze use case wordt het volledig beschreven onderwijsproduct gedefinieerd
                                          dat daarmee planbaar is geworden.


                                          Bij het beschikbaar stellen van een onderwijsproduct gaat het om het uitwerken
                                          van het product in de onderwijscatalogus met alle benodigde metadata voor het
                                          kunnen plannen van het onderwijsproduct. Welke metadata daarbij vereist zijn kan
                                          per ROC verschillen. Het systeem controleert of de status ‘beschikbaar’ gegeven
                                          kan worden.


                                          Er kunnen bij de uitwerking ook weer nieuwe onderwijsproducten ontstaan, die dan
                                          als zelfstandige producten kunnen worden opgenomen in de catalogus.


                                          Use case
                                          Aanleiding
                                          - De beheerder onderwijscatalogus geeft aan dat het onderwijsproduct met de sta-
                                           tus ‘in ontwikkeling’ de status ‘beschikbaar’ moet krijgen.


                                          Actoren
                                          - Ontwerper onderwijsproduct
                                          - Beheerder onderwijscatalogus


                                          Doel
                                          Het beschikbaar stellen van een onderwijsproduct in de onderwijscatalogus.


                                          Beschrijving acties
                                          - De onderwijsontwikkelaar ontwikkelt het onderwijsproduct (verder) zodat het
                                           daadwerkelijk kan worden gepland. Dit betekent dat het product daadwerkelijk
                                           beschikbaar moet zijn en dat de complete metadatering van het onderwijsproduct
                                           bekend is (tenminste alle verplichte velden).
                                          - Het ontwikkelde of gewijzigde onderwijsproduct wordt door de beheerder van de
                                           onderwijscatalogus getoetst op volledigheid en consistentie op basis van de gede-
                                           finieerde metadata
ONDERWIJSCATALOGUS   41




- De beheerder van de onderwijscatalogus past de status aan naar ‘Beschikbaar’.
 Vanaf dat moment kunnen arrangementen waarin dit product voorkomt daadwer-
 kelijk in het roosterproces worden meegenomen.


Resultaat
Een planbaar onderwijsproduct in de onderwijscatalogus.


Frequentie
Eénmaal per onderwijsproduct


Werkopdrachten
42   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Activiteitendiagram




                          Functies
                          - Controleren en beschikbaar stellen onderwijsproduct
ONDERWIJSCATALOGUS   43




BEHEREN ONDERWIJSPRODUCTEN

               Reeds gedefinieerde, beschikbare onderwijsproducten kunnen gewijzigd worden.
               Hieronder valt ook het verwijderen van het product door de status ervan op niet-
               actief te zetten. Onderwijsproducten die al zijn opgenomen in een arrangement
               kunnen alleen dan worden gewijzigd wanneer dit geen gevolgen heeft voor het ar-
               rangement of het roosterproces.


               Use case
               Aanleiding
               De omschrijving, status, metadatering en/of taxonomie van het onderwijsproduct
               dient aangepast te worden.


               Actoren
               - Ontwerper onderwijsproduct
               - Beheerder onderwijscatalogus


               Doel
               Het up-to-date houden van de onderwijscatalogus.


               Beschrijving acties
               In eerste instantie dient de beheerder de afweging te maken of een wijziging op
               een bestaand product is toegestaan. Deze maakt hierbij waar mogelijk gebruik van
               de kernregistratie, arrangeertools en de roostermachine.
               - Indien een veld geen invloed heeft op arrangeren, plannen of op essentie van het
                product is aanpassen mogelijk. In een dergelijk geval wordt het versie nummer
                van het product aangepast
               - Indien een veld wel invloed heeft op arrangeren en plannen maar nog niet daad-
                werkelijk is opgenomen in een arrangement of een planning kan het gewijzigd
                worden. In een dergelijk geval wordt het versie nummer van het product aange-
                past
               - Indien een product al daadwerkelijk in een arrangement of planning is opgeno-
                men dan wordt bestaande product inactief en wordt een nieuw onderwijsproduct
                opgenomen in de catalogus.


               Er zal een signaal moeten gaan naar arrangeur dat product in bestaande arrange-
               menten moet worden vervangen.


               Indien een product ooit is afgenomen kan het niet meer worden gewijzigd.
44   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Resultaat
                          Een geactualiseerde onderwijscatalogus.


                          Frequentie
                          Dagelijks


                          Werkopdrachten
                          Geen


                          Activiteitendiagram




                          Functies
                          - Onderhouden onderwijsproducten
                          - Controleren en beschikbaar stellen onderwijsproduct
ONDERWIJSCATALOGUS   45




               FUNCTIES


ONDERHOUDEN REFERENTIEARRANGEMENTEN

               Met behulp van deze functie kan een referentiearrangement worden vastgelegd of
               een bestaand referentiearrangement worden gewijzigd.


               Ondersteunt use cases
               - Definiëren referentiearrangement
                 •   Ontwerpen referentiearrangement


               - Beheren referentiearrangement
                 •   Wijzigen of verwijderen bestaand referentiearrangement


               Doel
               Zorgen dat, met name arrangeurs, gebruik kunnen maken van ‘aanraders’. Dit zijn
               referentiearrangementen, of onderdelen daarvan, die kunnen worden gebruikt bij
               het definiëren van een arrangement voor een specifieke deelnemer.


               Korte beschrijving
               Met behulp van deze functie kan een referentiearrangement worden vastgelegd. Dit
               vindt plaats in de volgende stappen.


               - Selectie van onderwijsproducten
                 •   Selecteren van onderwijsproduct(en) uit de onderwijscatalogus met behulp van
                     de functie Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus
                 •   Deze producten worden in het referentiearrangement geplaatst, rekening hou-
                     dend met de volgorde-eisen die volgen uit de metadatering van de betreffende
                     onderwijsproducten
                 •   Onderwijsproducten kunnen ook uit het referentiearrangement worden verwij-
                     derd.


               - Toevoegen extra volgorde voorwaarden
                 •   De producten in het referentiearrangement kunnen in de gewenste volgorde
                     worden geplaatst, mits hiermee niet de volgorde-eisen in de metadata van de
                     betreffende producten worden overtreden
                 •   Daarnaast kan worden aangegeven dat een product of reeks van producten
                     geen volgorde-afhankelijkheid hebben (dus parallel geschakeld zijn)
46   ONDERWIJSCATALOGUS




                                          - Toevoegen extra randvoorwaarden of beperkingen
                                            •   Alle randvoorwaarden of beperkingen die ook aan een specifiek arrangement
                                                voor een deelnemer kunnen worden gekoppeld, kunnen ook aan een referentie-
                                                arrangement worden gekoppeld, voor zover het geen randvoorwaarden zijn die
                                                didactisch van aard zijn en niet gerelateerd aan de uitvoering.


                                          Daarnaast is het mogelijk om met behulp van deze functie het referentiearrange-
                                          ment te verwijderen. Zowel bij het verwijderen als het wijzigen van een bestaand
                                          referentiearrangement is het niet nodig om te controleren of het referentiearran-
                                          gement al is gebruikt. Bij het gebruik wordt immers een kopie getrokken naar het
                                          specifieke arrangement van een deelnemer.



                          CONTROLEREN EN BESCHIKBAAR STELLEN REFERENTIEARRANGEMENT

                                          Met behulp van deze functie kan een vastgelegd referentiearrangement worden
                                          getoetst en vervolgens voor gebruik beschikbaar gesteld worden.


                                          Ondersteunt use cases
                                          - Definiëren referentiearrangement
                                            •   Toetsen referentiearrangement aan business rules en wettelijke eisen
                                            •   Toetsen referentiearrangement aan eisen, wensen en criteria
                                            •   Beschikbaar stellen referentiearrangement


                                          Doel
                                          Beschikbaar stellen van een referentiearrangement.


                                          Korte beschrijving
                                          Met behulp van deze functie kan een vastgelegd referentiearrangement worden
                                          bekeken, handmatig en geautomatiseerd worden getoetst en tenslotte beschikbaar
                                          worden gesteld door de status te wijzigen. Dit vindt plaats in de volgende stappen.


                                          - Raadplegen referentiearrangement
                                            •   Het referentiearrangement kan worden geraadpleegd, zodat kan worden beoor-
                                                deeld of het voldoet aan de eisen, wensen en criteria die ervoor gelden
ONDERWIJSCATALOGUS   47




               - Geautomatiseerd controleren
                  •   Het arrangement kan automatisch worden getoetst aan wettelijke, onderwijs-
                      kundige en bedrijfsmatige criteria. Dit betreft bijvoorbeeld de controle op de
                      urennorm, samenhang binnen het kwalificatiedossier e.d.
                  •   De gebruiker kan kiezen welke controles worden uitgevoerd, omdat het geen con-
                      creet arrangement voor een deelnemer is maar slechts een onderdeel daarvan


               - Beschikbaar stellen
                  •   Het referentiearrangement wordt beschikbaar gesteld door de status te wijzigen
                      in “Beschikbaar”



ZOEKEN EN RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS

               Dit is een breed toepasbare functie waarmee de onderwijscatalogus kan worden
               geraadpleegd om onderwijsproducten te zoeken, tonen en te selecteren.


               Ondersteunt use cases
               - Raadplegen onderwijscatalogus


               Doel
               Het om uiteenlopende reden zoeken, tonen en selecteren van onderwijsproducten
               uit de onderwijscatalogus.


               Korte beschrijving
               Dit betreft een generieke zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie. Deze functie werkt
               op hoofdlijnen als volgt.


               De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie
               worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context
               van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek-
               ingangen


               - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica-
                 tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop-
                 dracht betreft dan alle onderwijsproducten die binnen die betreffende tak van de
                 taxonomie vallen
48   ONDERWIJSCATALOGUS




                          - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete deel-
                           nemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten
                           die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie tot zijn verbintenisgebied en de
                           reeds door de deelnemer afgenomen onderwijsproducten.
                          - Zoekcriteria. Dit houdt in dat op elke gewenste metadateringsveld of een com-
                           binatie van velden zoekcriteria kunnen worden gedefinieerd. De zoekopdracht
                           betreft dan alle onderwijsproducten die aan die criteria voldoen.


                          Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met
                          als resultaat een lijst met geselecteerde onderwijsproducten. Als de zoekopdracht
                          geen, of zeer weinig resultaten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken,
                          waarbij wordt gezocht naar suggesties of alternatieven door ook producten te tonen
                          die niet aan alle zoekcriteria voldoen.


                          Vervolgens kan de lijst met geselecteerde onderwijsproducten op verschillende
                          manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek gewenst
                          onderwijsproduct daaruit worden geselecteerd. Het tonen en selecteren kan op de
                          volgende manieren:
                          - Sorteren op relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijsproducten die het
                           best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan
                          - Sorteren op een of meerdere metadatavelden
                          - Weergeven in de taxonomiestructuur. De onderwijsproducten worden getoond
                           in de structuur van de taxonomie, bijvoorbeeld geordend per kwalificatiedossier,
                           daarbinnen per werkproces etc.
                          - Weergeven in de hiërarchie van de onderwijscatalogus door gebruik te maken van
                           de aggregatieniveaus. Aanvankelijk wordt alleen het hoogste aggregatieniveau
                           getoond. De lagere aggregatieniveaus kunnen vervolgens getoond worden in een
                           soort mappenstructuur die kunnen worden uitgeklapt. Deze weergave is alleen
                           interessant indien de instelling ervoor gekozen heeft in de catalogus met aggrega-
                           tieniveaus te werken.


                          De functie biedt de mogelijkheid om één of meerdere getoonde onderwijsproduc-
                          ten te selecteren. Hiertoe wordt er een aparte lijst bijgehouden van geselecteerde
                          onderwijsproducten. Deze geselecteerde onderwijsproducten kunnen worden mee-
                          genomen naar de functie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar
                          verder kunnen worden gebruikt.
ONDERWIJSCATALOGUS   49




ZOEKEN EN RAADPLEGEN REFERENTIEARRANGEMENTEN

               Met behulp van deze functie kan een referentiearrangement (‘aanrader’) worden
               gezocht die past bij de leervraag van een deelnemer.


               Ondersteunt use cases
               - Arrangement specificeren
                  •   Opstellen arrangement-alternatieven


               - Raadplegen referentiearrangementen


               Doel
               Het selecteren van een logisch samenhangende verzameling onderwijsproducten
               die aansluit op de leervraag van een deelnemer.


               Korte beschrijving
               Dit betreft een zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie met name ten behoeve van de
               arrangeur. Deze functie werkt op hoofdlijnen als volgt.


               De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie
               worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context
               van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek-
               ingangen


               - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica-
                 tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop-
                 dracht betreft dan alle referentiearrangementen met producten die binnen die
                 betreffende tak van de taxonomie vallen
               - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete
                 deelnemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle referentiearrange-
                 menten met onderwijsproducten die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie
                 tot zijn verbintenisgebied en de reeds door de deelnemer afgenomen onderwijs-
                 producten.
               - Zoekcriteria. Dit houdt in dat kenmerken van de referentiearrangementen of
                 metadateringsvelden van onderwijsproducten kunnen worden gedefinieerd. De
                 zoekopdracht betreft dan alle referentiearrangementen c.q. onderwijsproducten
                 die aan die criteria voldoen.


               Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met
               als resultaat een lijst met geselecteerde referentiearrangementen waarvan de
50   ONDERWIJSCATALOGUS




                                         producten voldoen aan de criteria. Als de zoekopdracht geen, of zeer weinig resul-
                                         taten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken, waarbij wordt gezocht naar
                                         suggesties of alternatieven door ook referentiearrangementen te tonen die niet aan
                                         alle zoekcriteria voldoen.


                                         Vervolgens kan de lijst met geselecteerde referentiearrangement op verschillende
                                         manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek referen-
                                         tiearrangement daaruit worden geselecteerd. De referentiearrangementen worden
                                         getoond in de volgorde van relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijs-
                                         producten die het best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan.


                                         Het geselecteerde referentiearrangement kan worden meegenomen naar de func-
                                         tie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar verder kan worden
                                         gebruikt. In dit geval zal dat meestel het vastleggen van een arrangement van een
                                         specifieke deelnemer zijn.



                          ONDERHOUDEN ONDERWIJSPRODUCTEN

                                         Met behulp van deze functie kan een onderwijsproduct in de onderwijscatalogus
                                         worden vastgelegd, gewijzigd of verwijderd.


                                         Ondersteunt use cases
                                         - Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct
                                           •   Opnemen onderwijsproduct in onderwijscatalogus


                                         - Beschikbaar stellen onderwijsproduct
                                           •   Opnemen onderwijsproduct in onderwijscatalogus


                                         Doel
                                         Definiëren van een onderwijsproduct en beschikbaar stellen in de onderwijs-
                                         catalogus.


                                         Korte beschrijving
                                         Met behulp van deze functie kan een onderwijsproduct worden vastgelegd, gewij-
                                         zigd of verwijderd. Dit vindt plaats in de volgende stappen:
ONDERWIJSCATALOGUS    51




                - Definiëren van de metadata
                  •   Alle metadata kan worden voorzien van een waarde
                  •   De waarde wordt, indien van toepassing gecontroleerd, bijvoorbeeld door de
                      geldende coderingen (vocabulaire) of verwijzingen naar andere producten of
                      middelen te controleren


                - Vastleggen van de status
                  •   De status van het onderwijsproduct is in eerste instantie altijd “In ontwikkeling”
                  •   De status “Beschikbaar” kan alleen worden gegeven na controle van het onder-
                      wijsproduct middels de functie “Controleren en beschikbaar stellen onderwijs-
                      product”.
                  •   De status kan ook (tijdelijk) op “Niet beschikbaar” worden gezet.


                - Toevoegen van bijlagen
                  •   Elders beschikbare documenten, in welke vorm dan ook, kunnen als bijlage aan
                      het onderwijsproduct gekoppeld worden.


                - Toevoegen van verwijzingen naar educatieve content
                  •   Objecten met educatieve content kunnen ook aan het onderwijsproduct worden
                      gekoppeld


                Het verwijderen van een onderwijsproduct kan alleen als het product nog in geen
                enkele arrangement of referentiearrangement is gebruikt. Anders kan een product
                alleen via de status “Niet beschikbaar” worden gedeactiveerd.



CONTROLEREN EN BESCHIKBAAR STELLEN ONDERWIJSPRODUCT

                Met behulp van deze functie kan een vastgelegd onderwijsproduct worden getoetst
                en vervolgens beschikbaar worden gesteld voor daadwerkelijke ontwikkeling van
                het product of het gebruik van het product.


                Ondersteunt use cases
                - Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct
                  •   Toetsen metadata
                  •   In gang zetten ontwikkeling onderwijsproduct
52   ONDERWIJSCATALOGUS




                          - Beschikbaar stellen onderwijsproduct
                            •   Toetsen metadata
                            •   Beschikbaar stellen onderwijsproduct


                          Doel
                          Beschikbaar stellen van een onderwijsproduct, zodat het product beschikbaar komt
                          voor gebruik


                          Korte beschrijving
                          Met behulp van deze functie kan een vastgelegd onderwijsproduct worden getoetst
                          en vervolgens beschikbaar worden gesteld. Dit vindt plaats in de volgende stappen.


                          - Controleren metadata
                            •   De beheerder van de onderwijscatalogus kan een onderwijsproduct selecteren
                                en raadplegen om vast te stellen in welke mate de metadata volledig genoeg
                                is om de ontwikkeling van het product in gang te zetten of het beschikbaar te
                                stellen voor daadwerkelijk gebruik. De beoordeling van de volledigheid en juist-
                                heid van de metadata is een afweging van de beheerder.


                          - Beschikbaar stellen onderwijsproduct
                            •   De status van het onderwijsproduct kan worden gewijzigd naar “Beschikbaar”
                                als de hiervoor genoemde controlestap is uitgevoerd en als alle verplichte me-
                                tadatavelden zijn gedefinieerd.
ONDERWIJSCATALOGUS       53




METADATAVELDEN


                 Metadataveld             Toelichting/opmerkingen

                  Identificatie
                 Titel onderwijsproduct   Unieke naam

                 Code onderwijsproduct    Unieke code van het onderwijsproduct. Dit is een systeemgegene-
                                          reerde, betekenisloze code die wordt gebruikt voor verwijzingen naar
                                          dit onderwijsproduct.

                 Referentiecode           Extra code die wel betekenis heeft, vrij te definiëren door de instelling.

                 Versie                   -

                 Trefwoordenlijst         Trefwoorden die de arrangeur in staat stellen om relevante onderwijs-
                                          producten te vinden door middel van een zoekfunctionaliteit.

                 Soort product            Vrij door de instelling te definiëren; zie begrippenlijst voor voorbeelden

                  Status product
                 Status product           Zie begrippenlijst voor voorbeelden

                  Tijdgegevens
                 Geldigheid               Begin- en einddatum (Default = beide leeg).

                 Kalender                 Dit zijn periodes in het jaar, geen datums (dus data zonder jaartal).
                                          Deze periodes zijn beperkingen op de uitvoering van het product. Hier
                                          zit dus geen terugkeerpatroon in.

                 Terugkeerpatroon         Patronen à la Outlook, dus “6 keer, elke 2 weken”, “8 keer, elke week
                                          op dinsdag”.

                 Omvang                   De omvang van het product, zoals dat geldt voor de berekening van de
                                          urennorm (onderwijstijd).

                 Belasting                De studiebelasting, gebaseerd op ervaring. Dit is de totale tijd die de
                                          deelnemer (gemiddeld) in dit onderwijsproduct steekt

                  Inhoud
                 Aggregatieniveau         In principe betekenisloze indeling in max. 6 niveaus, vrij door de instel-
                                          ling te definiëren. Het aantal niveaus dat de instelling gebruikt geldt
                                          voor de hele catalogus.

                 Volgorde                 Verwijzing naar ander(e) onderwijsproduct(en) die voorwaardelijk zijn
                                          om dit onderwijsproduct te kunnen doen.

                 Geschikt voor start      Onderwijsproduct kan worden ingezet als eerste (start) af te nemen
                                          product.
54   ONDERWIJSCATALOGUS




                          Leerstijl                 De leerstijl is een vrij door de instelling te definiëren veld, met een
                                                    instellingsspecifieke vocabulaire.

                          Toegankelijkheidssoort    Dit zijn de fysieke voorwaarden, aangeduid in beperkingsklassen, waar-
                                                    aan een deelnemer moet voldoen om het product te kunnen volgen.

                          Taxonomie                 De plaats van een onderwijsproduct in een kwalificatiestructuur.

                          Startvoorwaarde           Voorwaarde om onderwijsproduct te kunnen uitvoeren (bijvoorbeeld:
                                                    minimum aantal deelnemers)

                          Type toets                Instellingsspecifieke lijst.

                          Paklijst                  Informatie over onderwijsproducten die deel uit maken van een samen-
                                                    stelling en informatie over de samenstelling zelf, bijvoorbeeld volgorde.

                           Resources
                          Juridisch eigenaar        Organisatie die juridisch eigenaar is van het onderwijsproduct

                          Gebruiksrechten           Organisatie die het recht heeft om onderwijsproduct te gebruiken

                          Aanbieder                 Organisatie die het onderwijsproduct aan deelnemers aanbiedt

                          Personeel                 Identificatie van benodigd personeel voor het uitvoeren van het product.
                                                    De verwijzing naar benodigd personeel moet overeenkomen met de wijze
                                                    waarop de instelling competenties etc. van personeel administreert

                          Eisen locatie             Definitie van benodigde locatie, die aansluit op de manier waarop de
                                                    instelling zijn locaties administreert

                          Assets + Faciliteiten     Benodigde middelen. Ook dit moet aansluiten op de manier waarop de
                          = Middelen                instelling zijn middelen administreert

                          Kostprijs                 Indicatie van de gemiddelde kostprijs van dit product

                           Niveau en complexiteit
                          Niveau                    Niveau 1 – n waarop het product van toepassing is

                          Complexiteit              Aanduiding van de complexiteit in relatie tot het werkproces. Instellings-
                                                    specifieke niveau-aanduiding

                          Taal/Rekenniveau          Lijst van taal/rekenniveau-aanduidingen, bestaande uit:
                                                         - Aanduiding van de taal (NL, DU, EN etc.) of rekenen
                                                         - CEF niveau (A1 t/m C2 voor taal, X1 t/m Z2 voor rekenen)
                                                         - Specifiek deelaspect (schrijven, lezen etc.)

                           Resultatenstructuur
                          Resultatenstructuur       Definitie van de structuur op basis waarvan het summatieve resultaat
                                                    wordt berekend uit andere resultaten.
ONDERWIJSCATALOGUS   55




COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak, Linda van Drie, Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
56    ONDERWIJSCATALOGUS




     Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl
ARCHITECTUUR   1




ARCHITECTUUR
2   ARCHITECTUUR




    Figuur 1.
    Businessarchitectuur
    (onderwijsprocesmodel)




    Figuur 2.
    Informatie-architectuur




    Figuur 3.
    Technische architectuur
ARCHITECTUUR   3




INLEIDING

            De Triple A-architectuur beschrijft de principes en richtlijnen waarop de functio-
            nele ontwerpen van Triple A zijn gebaseerd. Deze principes en richtlijnen zijn ook
            de basis voor de initiatieven die uit het ontwerpwerk van Triple A voortkomen. Er
            worden drie deelarchitecturen onderscheiden die elk op een bepaald onderdeel van
            de architectuur ingaan.


            - Businessarchitectuur        de inrichting van de bedrijfsprocessen


            - Informatie-architectuur    de informatievoorziening en de ordening van
                                         functionaliteit, informatiestromen en gegevens


            - Technische architectuur    de inzet van technologie en de keuzes voor concrete
                                         oplossingsrichtingen


            Elk van deze deelarchitecturen is uitgewerkt in een aantal modellen en bijbehoren-
            de principes en richtlijnen. Deze principes maken onderdeel uit van een samenhan-
            gend geheel aan architectuurprincipes van Triple A, zoals in figuur 4 weergegeven.


            In het eerste deel wordt de businessarchitectuur uitgewerkt. De businessarchitec-
            tuur beschrijft de principes en richtlijnen die betrekking hebben op de inrichting van
            de bedrijfsprocessen, onafhankelijk van de specifieke organisatorische inrichting bij
            een bepaalde instelling. Voor de businessarchitectuur vormt het onderwijsproces-
            model zoals beschreven in de onderwijsvisie het uitgangspunt.


            In het tweede deel wordt de informatie-architectuur uitgewerkt. De informatie-
            architectuur beschrijft de principes en richtlijnen die betrekking hebben op de
            ordening van de functionaliteit, informatiestromen en gegevens. In de informatie-
            architectuur vormen de kernsystemen het uitgangspunt. De kernsystemen worden
            in relatie tot elkaar beschreven en in relatie tot andere systemen en infrastructurele
            voorzieningen bij een instelling.


            In het derde deel wordt de technische architectuur uitgewerkt. De technische archi-
            tectuur beschrijft de principes en richtlijnen die betrekking hebben op de keuzes die
            Triple A maakt als het gaat om specifieke technologie, technische standaarden en
            oplossingsrichtingen. De technische architectuur is gebaseerd op de principes van
            een servicegeoriënteerde architectuur, vandaar dat de modellen voor de technische
            architectuur vooral gericht zijn op de principes die daaraan ten grondslag liggen.
4   ARCHITECTUUR




                   De toepassing van open standaarden is van groot belang voor de mogelijkheden om
                   een servicegeoriënteerde architectuur daadwerkelijk te kunnen realiseren en om
                   in technische zin open en integreerbare ICT-oplossingen te creëren. Vandaar dat
                   naast de beschrijving van de technische architectuur en de daaruit voortkomende
                   principes en richtlijnen ook speciaal aandacht wordt geschonken aan het definiëren
                   van de technische standaarden die worden gehanteerd.
ARCHITECTUUR   5




Figuur 4. Overzicht architectuurprincipes
6   ARCHITECTUUR




                   INHOUDSOPGAVE


                                   Inleiding                                           3

                                   Model voor de businessarchitectuur                  8

                                   Principes en richtlijnen businessarchitectuur       11
                                       Alle vormen van onderwijs worden ondersteund    11
                                       De leervraag van de deelnemer staat centraal   13
                                       Kortcyclisch planningsproces                   14
                                       Planning op basis van een onderwijscatalogus   14
                                       Aandacht voor de beroepscontext                15
ARCHITECTUUR   7




BUSINESSARCHITECTUUR
8   ARCHITECTUUR




                   MODEL VOOR DE BUSINESSARCHITECTUUR

                                   In de onderwijsvisie is een kernsystemenmodel uitgewerkt dat als basis dient voor
                                   alle ontwerpen die door Triple A zijn gemaakt. Dit model beschrijft de kernsystemen.
                                   Ditzelfde model gebruiken we ook als modellen voor de businessarchitectuur. We
                                   hebben ervoor gekozen om geen model of principes uit te werken die betrekking
                                   hebben op de organisatorische inrichting of de vorm waarin het onderwijs (de
                                   producten en diensten van een instelling) wordt aangeboden. Dit is de verantwoor-
                                   delijkheid van de instellingen. De keuzes van Triple A met betrekking tot de archi-
                                   tectuur leggen geen beperkingen op aan de instellingen bij het invullen van deze
                                   verantwoordelijkheid.


                                   Hieronder zijn de kernsystemen weergegeven.




                                   Figuur 5. De kernsystemen
ARCHITECTUUR   9




In dit model wordt een aantal procesgebieden onderkend:
- De administratieve ondersteuning
 De administratieve processen bestaan uit de kernregistratie deelnemers aange-
 vuld met de voorziening om deze gegevens digitaal uit te wisselen en de externe
 verantwoording te doen.
- De voorbereiding van het onderwijs
 De voorbereiding van het onderwijs heeft betrekking op het logistieke proces
 waarin de vraag van de deelnemers, het onderwijsaanbod en de beschikbare
 middelen van de instelling samenkomen.
- De uitvoering van het onderwijs
 Dit is het primaire proces waarin de deelnemers onderwijs volgen, daarin worden
 begeleid, en uiteindelijk zich kwalificeren voor een beoogd diploma. In dit proces
 bouwen zij hun portfolio op.
- Onderwijscatalogus
 In het hart van deze processen bevindt zich de onderwijscatalogus waarin het
 onderwijsaanbod beschikbaar is. In alle omringende processen is deze onderwijs-
 catalogus het instrument om op een flexibele manier te kunnen inschrijven, het
 onderwijs voor te bereiden en te begeleiden.


Dit alles rust op het ‘fundament’ van de architectuur, de verzameling principes en
uitgangspunten waarop de ontwerpkeuzes zijn gebaseerd.


Dit kernsystemenmodel is nog een stap gedetailleerder uitgewerkt in een onder-
wijsprocesmodel waarin alle hoofdprocessen benoemd zijn.
10   ARCHITECTUUR




                    Figuur 6. Onderwijsprocesmodel


                    In de functionele ontwerpen van Triple A wordt elk van de hoofdprocessen die in dit
                    procesmodel staan, verder uitgewerkt in use cases.


                    Wij gaan in deze beschrijving van de businessarchitectuur niet in detail in op dit
                    procesmodel. De hoofdlijnen van dit procesmodel staan beschreven in de onder-
                    wijsvisie. De verschillende functioneel ontwerpen bevatten in de vorm van use
                    cases vervolgens de meer gedetailleerde uitwerking van deze processen.
ARCHITECTUUR   11




PRINCIPES EN RICHTLIJNEN BUSINESSARCHITECTUUR

                 In dit hoofdstuk worden de principes en richtlijnen beschreven waarop de business-
                 architectuur van Triple A is gebaseerd. Deze principes geven richting aan de wijze
                 waarop de onderwijsprocessen zijn ingericht. De richtlijnen maken deze principes
                 nog wat concreter door aan te geven hoe deze principes in praktijk gebracht kun-
                 nen worden.


                 Deze principes maken onderdeel uit van het totaal aan architectuurprincipes van
                 Triple A. Hieronder worden de principes voor de businessarchitectuur weergegeven.
                 Deze worden in de hierna volgende paragrafen verder toegelicht.




                 Figuur 7. Principes van de businessarchitectuur


                 Alle vormen van onderwijs worden ondersteund
                 De ontwerpen die Triple A maakt en de oplossingen die op initiatief van Triple A
                 worden gerealiseerd moeten toepasbaar zijn binnen de gehele BVE-sector. Naast
                 mbo-onderwijs wordt ook vmbo, vo, vavo, contractonderwijs en inburgering door
                 de instellingen aangeboden. Daarnaast moet elke instelling zijn eigen afweging
                 kunnen maken in de mate waarin meer flexibel en vraaggestuurd onderwijs wordt
                 ingevoerd.


                 In het onderscheid tussen vraag- en aanbodgestuurd onderwijs is nuancering aan
                 te brengen. Een model dat dit weergeeft is het model van Jan Geurts.
12   ARCHITECTUUR




                    Figuur 8. Onderwijsmodel van Geurts


                    De ‘leerfabriek’ (linksonder) is de uiterste vorm van aanbodgestuurd onderwijs.
                    De twee assen onderscheiden twee vormen van een toenemende vraagsturing. Op
                    de horizontale as wordt meer variatie op de inhoud van het onderwijs onderschei-
                    den. In plaats van een vaste (geprogrammeerde) inhoud, meer variatie op de
                    inhoud afhankelijk van de vraag van de deelnemer en zijn (eventueel elders ver-
                    worven) competenties. Naast variatie op de inhoud wordt op de verticale as variatie
                    in de vorm waarin de inhoud wordt aangeboden onderscheiden. Zo ontstaat rechts-
                    boven de uiterste vorm van vraaggestuurd onderwijs: maatwerk. Daar staat het
                    leerproces centraal, gebaseerd op de vraag van de deelnemer. Vraagsturing naar
                    vorm én inhoud stelt de meest extreme eisen aan de organisatie van het onderwijs
                    en de ICT-ondersteuning daarvan.
ARCHITECTUUR   13




Het uitgangspunt is dat ICT-ondersteuning ten behoeve van volledige vraagsturing,
op hoofdlijnen ook geschikt is voor de andere vormen in het model van Geurts.
Toch zal een efficiënte ICT-ondersteuning van de andere onderwijsvormen ook
specifieke eisen stellen. Voor de inrichting van de nieuwe onderwijsprocessen en
ICT- ondersteuning is de rechterbovenhoek van het model van Geurts het uitgangs-
punt. Binnen dat kader, worden voor de andere onderwijsvormen aanvullende eisen
aan de ICT-ondersteuning gesteld.


Richtlijnen:
- Alle vier de vormen van onderwijs in het model van Geurts worden ondersteund.
- Mbo, vmbo, vo, vavo, inburgering en contractonderwijs worden ondersteund.


De leervraag van de deelnemer staat centraal
Als uitgangspunt voor het denken over de inrichting van het onderwijs staat de
leervraag van de deelnemer centraal. De onderwijsprocessen moeten zodanig
ingericht kunnen worden dat het onderwijsaanbod kan worden afgestemd op de
individuele leervraag van deelnemers.


Flexibilisering en meer vraagsturing veronderstelt dat deelnemers daarmee om
kunnen gaan. Dat betekent vooral dat zij in staat moeten zijn hun vraag te formu-
leren en de consequenties van hun keuzegedrag moeten kunnen overzien. Dit kan
betekenen dat het nodig is om hen daarin intensiever te begeleiden. Wanneer er
bijvoorbeeld kortcyclischer wordt gepland en deelnemers moeten daarbij keuzes
maken, dan kan het nodig zijn ook kortcyclischer begeleiding te organiseren.
Een andere aanpak kan zijn te zorgen dat deelnemers zelfstandiger worden in het
maken van keuzes en het nemen van de verantwoordelijkheid voor het maken van
die keuzes. Intensievere begeleiding en zorg is niet de enige manier om deelnemers
in staat te stellen keuzes te maken. Bijvoorbeeld een goede informatievoorziening
kan bijdragen tot vergroting van de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.


Richtlijnen:
- Er is variatie mogelijk in de mate waarin deelnemers worden begeleid in het
 formuleren van hun leervraag en het maken van keuzes voor de te volgen
 leerroute
- Waar mogelijk worden deelnemers verantwoordelijk voor het vormgeven van hun
 leerroute en zijn ze daar zo zelfstandig mogelijk in.
14   ARCHITECTUUR




                    Kortcyclisch planningsproces
                    Om meer vraaggestuurd onderwijs mogelijk te maken is een meer flexibel plan-
                    ningsproces noodzakelijk. Die flexibiliteit zit vooral in de mogelijkheid om voort-
                    durend de vraag van de deelnemer en het onderwijsaanbod van de instelling op
                    elkaar af te stemmen.


                    Traditioneel wordt het onderwijs voor een heel schooljaar gepland. Die situatie laat
                    weinig ruimte om gaandeweg het jaar op gewijzigde leervragen van deelnemers te
                    reageren. Datzelfde geldt voor het inspelen op veranderingen die zich voordoen in
                    de beschikbare docenten en middelen. Mede door de invoering van het competen-
                    tiegericht onderwijs neemt de behoefte toe om die werkwijze aan te passen. Een
                    deel van de deelnemers kan nu breed instromen en pas na enige tijd een keuze
                    voor een specifieke uitstroom maken. Maar ook een efficiëntere inzet van middelen
                    kan een drijfveer zijn.


                    Om aan deze wens tegemoet te komen moet het mogelijk zijn om kortcyclischer te
                    plannen, bijvoorbeeld elke 10 weken. In elke cyclus worden onderwijsvraag en -aanbod
                    en de beschikbare middelen op elkaar afgestemd. Om deze vorm van onderwijs
                    betaalbaar te houden wordt wel eens de vergelijking gemaakt met ‘massamaat-
                    werk’, waarin ondanks de variatie in de vraag een efficiënte inzet van middelen kan
                    worden bereikt. Het toepassen van bedrijfsregels is daarom erg belangrijk in dit
                    planningsproces.


                    Het planningsproces wordt wel zo ingericht dat onderwijs ook efficiënt op de traditi-
                    onele wijze aangeboden kan worden.


                    Richtlijnen:
                    - Het is mogelijk om kortcyclisch te plannen, zodat er een bijna continue afstemming
                     van vraag en aanbod plaatsvindt.
                    - Naast het flexibel en kortcyclisch plannen moet het ook mogelijk zijn om bepaalde
                     vormen van onderwijs, zoals vo en vmbo, voor een langere periode meer aanbod-
                     gestuurd te plannen.
                    - In het planningsproces moet het mogelijk zijn bedrijfsregels toe te passen die
                     ervoor zorgen dat de planning ook bedrijfseconomisch verantwoord is.


                    Planning op basis van een onderwijscatalogus
                    Introductie van meer flexibiliteit en vraagsturing in een omgeving waar toch voor
                    grote aantallen deelnemers onderwijs moet worden aangeboden, vraagt om de
                    toepassing van principes van massa-maatwerk.
ARCHITECTUUR   15




Dat betekent dat het onderwijs in zekere zin wel vaststaat, maar door het aan te
bieden in kleine eenheden die flexibel samengesteld kunnen worden tot een vol-
ledige opleiding, kan er toch aan de deelnemer maatwerk geleverd worden.


De onderwijscatalogus is het centrale hulpmiddel waarin het onderwijs in voldoende
kleine eenheden wordt gedefinieerd, zodat op basis daarvan dit massa-maatwerk
geleverd kan worden.


Richtlijnen:
- De onderwijscatalogus wordt zo ingericht, dat de eenheden (op het laagste
 aggregatieniveau) de planbare onderwijseenheden zijn.
- De onderwijscatalogus biedt de mogelijkheid om deze planbare eenheden samen
 te stellen tot eenheden op een hoger aggregatieniveau.
- De onderwijscatalogus is een zo transparant mogelijke vastlegging van de
 beschikbare onderwijsproducten.
- Producten in de onderwijscatalogus zijn gekoppeld aan een taxonomie (kwalifi-
 catiestructuur) waarin de regels en structuur ten behoeve van de kwalificatie van
 deelnemers is vastgelegd.


Aandacht voor de beroepscontext
Een groot deel van het onderwijs dat in de BVE-sector wordt gegeven is gericht op
het opleiden voor een specifiek beroep. Er is steeds meer de behoefte onderwijs
dicht bij de echte beroepssituatie te brengen. Dit betekent niet alleen veel aandacht
voor stage en BPV, maar ook voor het leren in praktijkstituaties en minder in klas-
lokaal en theorieles.


Daarbij hoort ook dat deelnemers in staat worden gesteld om ondernemerschap
te tonen, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te krijgen om eigen ideeën voor een
product of bedrijf ook echt in de praktijk te brengen.


Richtlijnen:
- In de organisatie en inrichting van het onderwijs zijn mogelijkheden voor opleiden
 in een reële beroepscontext (praktijksituatie).
- Deelnemers worden gestimuleerd ondernemerschap te tonen.
16   ARCHITECTUUR




                    INHOUDSOPGAVE

                                    Beschrijving informatie-architectuur                                18
                                        Kernregistraties                                                20
                                        Onderwijslogistiek                                              25
                                        Onderwijscatalogus                                              25
                                        Primair proces ondersteuning                                    26
                                        Portfolio                                                       26
                                        Uitwisseling in de keten                                        27
                                        Managementrapportages                                           27
                                        Portaal                                                         28
                                        Infrastructurele voorzieningen                                  29

                                    Principes en richtlijnen informatie-architectuur                    32
                                        Open en flexibele integratievoorzieningen                        32
                                        Functionaliteit is opgebouwd uit diensten (services)            34
                                        Gebruiksgecentreerd ontwerp                                     35
                                        Kernregistraties                                                35
                                        Centrale rapportagevoorziening voor sturing en verantwoording   36
                                        Centraal documentmanagement is mogelijk                         38
                                        Procesbesturing op basis van orkestratie en choreografie         38
ARCHITECTUUR   17




INFORMATIE-ARCHITECTUUR
18   ARCHITECTUUR




                    BESCHRIJVING INFORMATIE-ARCHITECTUUR

                                    In de onderwijsvisie wordt uitgegaan van een indeling in een aantal kernsystemen.
                                    Elk van deze kernsystemen ondersteunt een deel van de onderwijsprocessen zoals
                                    die in het onderwijsprocesmodel nader zijn uitgewerkt.




                                    Figuur 9. Kernsystemen


                                    In het model voor de informatie-architectuur zijn deze kernsystemen weergegeven
                                    waarbij is aangegeven hoe de functionaliteiten zich tot elkaar verhouden, en wat
                                    de relatie is met de andere systemen en infrastructurele voorzieningen binnen een
                                    instelling.


                                    De informatie-architectuur staat los van concrete applicaties die deze functionaliteit
                                    ondersteunen. In een concrete situatie bij een instelling kan een functioneel gebied
                                    worden afgedekt door één of meerdere (wellicht zelfs functioneel overlappende)
ARCHITECTUUR   19




applicaties of kan een applicatie meerdere functionele gebieden (gedeeltelijk)
afdekken. In die zin schetst de informatie-architectuur een ideaalbeeld dat in de
praktijk zelden volledig in de vorm van concrete applicaties bij een instelling zal
bestaan. De informatie architectuur is het ontwerp van deze ideale situatie, geen
beschrijving van de feitelijke situatie bij instellingen.


De functionele gebieden die in de ontwerpen van Triple A zijn uitgewerkt zijn in de in-
formatie-architectuur uitgelicht. (zie ook de binnenkant van de cover van dit document)




Figuur 10. Model voor de informatie-architectuur


In het midden van dit model zijn de kernregistraties geplaatst. Naast de kernregis-
tratie deelnemers zijn er ook kernregistraties onderkend voor personeel, middelen,
relaties, financiën en educatieve content.
20   ARCHITECTUUR




                    Al deze kernregistraties samen vormen de basisinformatie voor het onderwijslo-
                    gistieke proces, waarin de leervraag van de deelnemers wordt gematched op het
                    aanbod van de instelling. Dit aanbod bestaat enerzijds uit alles wat in de andere
                    kernregistraties wordt geadministreerd, en anderzijds uit het onderwijsaanbod dat
                    in de onderwijscatalogus is vastgelegd.
                    Het resultaat van dit onderwijslogistieke proces is het geplande onderwijs dat
                    zo goed mogelijk aansluit bij de leervraag van de deelnemer én het beschikbare
                    onderwijs en de beschikbare middelen binnen de instelling. Het geplande onderwijs
                    zelf wordt binnen de instelling ondersteund middels de functionaliteiten voor het
                    primaire proces, en voor de deelnemer middels een portfolio.


                    Aan de linkerkant van de figuur is de relatie met de keten weergegeven. Hier gaat
                    het om andere instellingen, de informatiebeheergroep, het CFI en andere partijen
                    waarmee informatie wordt uitgewisseld dan wel verantwoording aan wordt afge-
                    legd. We maken voor deze relatie met de organisaties in de keten onderscheid in
                    het uitwisselen van deelnemergegevens in de vorm van een overdrachtsdossier, en
                    externe verantwoording.
                    Aan de rechterkant van de figuur is de relatie met de besturing van de instelling
                    weergegeven. Hiervoor is de functionaliteit voor managementrapportage onderkend.
                    Alle genoemde functionaliteiten worden ondersteund door een verzameling infra-
                    structurele voorzieningen. De meest in het oog springende voorziening is het
                    portaal, waarin functionaliteit geïntegreerd aan gebruikers kan worden aangeboden.
                    Daarnaast steunt alles op een verzameling meer technische infrastructurele voor-
                    zieningen die in het onderste deel van de informatie-architectuur is weergegeven.
                    In de hierna volgende paragrafen worden de onderdelen van de informatie-architec-
                    tuur inhoudelijk nader toegelicht.


                    Kernregistraties
                    De kernregistraties zijn de belangrijkste administratieve systemen binnen de instel-
                    ling. Kernregistraties vervullen drie functies, namelijk:
                    - Het beheren van een afgebakende verzameling administratieve gegevens
                     Elke kernregistratie is eigenaar van, en verantwoordelijk voor een goed gedefini-
                     eerde verzameling kerngegevens. De kernregistratie voorziet in een betrouwbare
                     vastlegging en bewaakt de integriteit van deze gegevens. De kernregistratie is
                     voor deze gegevens de bronregistratie. Mutaties worden altijd in deze bronadmi-
                     nistratie doorgevoerd en van daaruit eventueel verspreid of beschikbaar gesteld.


                    - Het ondersteunen van de bijbehorende administratieve processen
                     Rondom een kernregistratie is binnen een instelling een aantal administratieve
ARCHITECTUUR   21




                                       processen ingericht, zoals bijvoorbeeld het proces van inschrijven van een deel-
                                       nemer, in dienst nemen van een medewerker of het aanschaffen of afstoten van
                                       middelen. Een kernregistratie ondersteunt deze administratieve processen die
                                       nauw samenhangen met de kernregistratie zelf.
                                      - Het beschikbaar stellen van de gegevens met name ten behoeve van het onder-
                                       wijslogistieke proces
                                       Naast de ondersteuning van de administratieve processen rondom de kernregis-
                                       tratie zelf, zijn de kernregistraties de brongegevens waaruit in andere proces-
                                       sen kan worden geput. Het is met name belangrijk dat het onderwijslogistieke
                                       proces de gegevens kan betrekken van de kernregistratie en niet van een kopie
                                       of tweede omgeving. In sommige gevallen ontstaat er vanuit het onderwijslogis-
                                       tieke proces een mutatie die weer in de kernregistratie moet worden doorgevoerd,
                                       bijvoorbeeld het reserveren van een middel.
                                       Om dit mogelijk te maken leveren de kernregistraties services die het voor andere
                                       systemen mogelijk maken de gegevens te raadplegen, mutaties aan te leveren of
                                       specifieke functionaliteiten te gebruiken zoals controles of het in gang zetten van
                                       een administratief proces.


                                      Er worden zes kernregistraties onderscheiden.
                                      - Deelnemers
                                      - Personeel
                                      - Middelen
                                      - Relaties
                                      - Financiën
                                      - Educatieve content


                                      De kernregistraties worden hieronder kort beschreven. Tevens wordt in de kantlijn
                                      aangegeven of Triple A de functionaliteit heeft uitgewerkt in een fuctioneel ontwerp
                                      of niet.


                                      Kernregistratie deelnemers
De kernregistratie deelnemers is      De kernregistratie deelnemers ondersteunt de administratieve processen rondom
nader uitgewerkt in het functioneel   de registratie en het beheer van deelnemergegevens, bestaande uit inschrijven,
ontwerp Kernregistratie deelnemer-    beheren identiteit, diplomeren, beheren van de loopbaan, analyse van aanwezig-
gegevens                              heid, documentbeheer en uitschrijven. Deze functionaliteit is nader afgebakend en
                                      beschreven in het functioneel ontwerp van de kernregistratie deelnemergegevens.
22   ARCHITECTUUR




                                            Kernregistratie personeel
       Deze functionaliteit is in de        De kernregistratie personeel omvat op hoofdlijnen de ondersteuning van de vol-
       functionele ontwerpen van Triple A   gende processen.
       niet verder uitgewerkt
                                            - Personeelsadministratie
                                             Dit betreft de registratie van personeelsgegevens zoals NAW, opleidings- en ar-
                                             beidsverleden, functie, schaal, verlof, jaartaak, rechtspositie, verzuim en locatie.
                                             Daarnaast wordt in veel gevallen ook de organisatorische inrichting (de organisa-
                                             tiestructuur) geadministreerd.
                                              - Instroom
                                             Dit betreft het registreren en publiceren van vacatures, en de afwikkeling van de
                                             verdere procedures voor het in dienst nemen van personeel.
                                            - Doorstroom
                                             Dit betreft de functionaliteit rond de ontwikkeling van het bestaande personeel,
                                             zoals personeelsbeoordelingen en functioneringsgesprekken. Hieronder valt ook
                                             het monitoren van de competenties van de medewerkers.
                                            - Uitstroom
                                             Dit betreft de afwikkeling rond de medewerkers die de instelling verlaten, inclusief
                                             outplacement e.d.
                                            - Salarisverwerking
                                             Dit betreft de maandelijkse salarisverwerking en -betaling.


                                            Kernregistratie middelen
       Deze functionaliteit is in de        De kernregistratie middelen omvat de registratie en het beheer van alle gebruiks-
       functionele ontwerpen van Triple A   en verbruiksmiddelen of faciliteiten die binnen een instelling beschikbaar zijn ten
       niet verder uitgewerkt               behoeve van het onderwijs.


                                            De kernregistratie middelen omvat met name de volgende middelen en faciliteiten
                                            - Ruimtes zoals lokalen, vergaderruimtes, praktijkruimtes, auditorium etc.
                                            - Gebruiksmiddelen, zoals gereedschap, computers, een beamer, een opengewerkte
                                             motor etc.
                                            - Verbruiksmiddelen, zoals verf, brandstof, papier etc.


                                            De kernregistratie middelen omvat nadrukkelijk niet het personeel (want dat is
                                            ondergebracht in de kernregistratie personeel) en het onderwijsaanbod (want dat is
                                            ondergebracht in de onderwijscatalogus).
                                            De processen die vanuit de kernregistratie middelen worden ondersteund zijn op
                                            hoofdlijnen de volgende.
ARCHITECTUUR   23




                                     - Beheren middelen
                                      Dit betreft het proces van aanschaffen, onderhouden en afstoten van middelen.
                                      De strategische en tactische planning zoals dat in de onderwijslogistiek is be-
                                      schreven levert hiervoor belangrijke informatie om te bepalen wat de behoefte
                                      aan middelen op de korte en langere termijn is.
                                      Vanuit de onderwijslogistiek kunnen middelen worden aangevraagd of gewijzigd.
                                      De afhandeling van deze aanvragen en wijzigingen vindt ook in dit proces plaats.
                                      Daarnaast kan in het roosterproces gewerkt worden met fictieve middelen, die op
                                      het moment van roosteren nog niet beschikbaar zijn. Op het moment dat een der-
                                      gelijk rooster definitief wordt (geëffectueerd wordt) dan wordt binnen het proces
                                      van het beheren van middelen het middel daadwerkelijk gerealiseerd.
                                     - Administreren van het middelenbeslag
                                      Dit betreft het proces waarin de beschikbare middelen aan het onderwijslogistieke
                                      proces beschikbaar worden gesteld voor een bepaalde periode. Vanuit de onder-
                                      wijslogistiek worden in eerste instantie middelen voorlopig vastgelegd, om aan te
                                      geven dat de middelen in het rooster voor een bepaalde periode ingezet kunnen
                                      worden. Wanneer het rooster definitief is (geëffectueerd is) worden de middelen
                                      definitief vastgelegd.


                                     Kernregistratie relaties
Deze functionaliteit is in de        De kernregistratie relaties wordt ook wel Customer Relationship Management (CRM)
functionele ontwerpen van Triple A   of relatiebeheer genoemd. Dit relatiebeheer omvat het uniform en centraal beheren
niet verder uitgewerkt               en registreren van alle bedrijven en (contact)personen die van belang zijn. Binnen
                                     een onderwijsinstelling zijn met name de stage/BPV-bedrijven, en (potentiële)
                                     opdrachtgevers van belang.


                                     Vanuit het relatiebeheer wordt met name het proces van uniforme registratie en het
                                     centraal verwerken van wijzigingen ondersteund. Hierbij kan gedacht worden aan
                                     het verwerken van adreswijzigingen of het verwerken van wijzigen in bijvoorbeeld
                                     de accreditatie van een stagebedrijf. Een kernregistratie relaties ondersteunt vooral
                                     de administratieve logistiek om ervoor te zorgen dat alle wijzigingen op de plek
                                     waar ze ontstaan ook correct administratief worden verwerkt. Dit kan ook beteke-
                                     nen dat er koppelingen moeten zijn met externe bronnen, zoals de gemeentelijke
                                     basisadministratie of een bedrijvenregister.
24   ARCHITECTUUR




                                           Kernregistratie financiën
      Deze functionaliteit is in de        De kernregistratie financiën omvat de functionaliteit ten behoeve van de financiële
      functionele ontwerpen van Triple A   administratie, waaronder het grootboek, debiteuren en crediteuren-administratie,
      niet verder uitgewerkt               begroting en financiële rapportage en verantwoording.


                                           In relatie tot het onderwijslogistieke proces is met name het volgende van belang.
                                           - Facturering van kosten aan deelnemers
                                            Aan opleidingen zijn in bepaalde gevallen kosten verbonden, die samenhangen
                                            met de specifieke opleiding die een deelnemer volgt. Zodra een deelnemer op zo’n
                                            opleiding onderwijs volgt, of bepaalde onderwijsproducten afneemt kan dat bete-
                                            kenen dat er kosten in rekening moeten worden gebracht. De facturering daarvan
                                            wordt in de kernregistratie financiën afgehandeld.
                                           - Facturering aan opdrachtgevers
                                            Voor onderwijs dat in opdracht van een externe organisatie (bijvoorbeeld een
                                            gemeente of een bedrijf) wordt verzorgd, worden er kosten in rekening gebracht.
                                            De kosten kunnen afhankelijk zijn van het daadwerkelijk afgenomen of aangebo-
                                            den onderwijs. Informatie uit het onderwijslogistieke proces en de kernregistratie
                                            deelnemergegevens is dus nodig om te bepalen welke kosten in rekening ge-
                                            bracht moeten worden.
                                           - Bekostiging
                                            Op basis van de externe verantwoording (de uitwisseling met BRON) ontvangt de
                                            instelling bekostiging. De financiële afhandeling daarvan vindt uiteraard binnen de
                                            kernregistratie financiën plaats.


                                           Kernregistratie educatieve content:
      Deze functionaliteit is in de        In de kernregistratie educatieve content wordt het digitaal beschikbaar lesmateriaal
      functionele ontwerpen van Triple A   ontwikkeld of ingekocht, beheerd en beschikbaar gesteld.
      niet verder uitgewerkt
                                           De kernregistratie educatieve content ondersteunt op hoofdlijnen de volgende pro-
                                           cessen.
                                           - Import en export faciliteit
                                            De mogelijkheid om door derden ontwikkelde educatieve content te importeren
                                            en eigen content ter beschikking te stellen aan derden. Voor het importeren en
                                            exporteren bestaan internationale en nationale standaarden voor het vastleggen
                                            en metadateren van educatieve content.
                                           - Content management cq auteursomgeving
                                            Het creëren en onderhouden van educatieve content door medewerkers zelf.
ARCHITECTUUR   25




                                      - Ontsluiting naar een afspeelomgeving voor educatieve content
                                       Standaardfuncties waarvan een electronische leeromgeving gebruik kan maken
                                       om de content af te spelen.
                                       Het ligt voor de hand om de educatieve content te koppelen aan de producten in
                                       de onderwijscatalogus waarop het betrekking heeft. Daardoor wordt de content
                                       ook makkelijker vindbaar.


                                      Onderwijslogistiek
Het onderwijslogistieke proces is     De onderwijslogistiek is het proces dat zorgt voor het matchen van de leervraag
nader uitgewerkt in het functioneel   van de deelnemers (uitgedrukt in een arrangement van onderwijsproducten uit de
ontwerp onderwijslogistiek,           onderwijscatalogus) met de beschikbare docenten en middelen.
roosteren, beheren middelen.
                                      De onderwijslogistiek onttrekt gegevens uit de kernregistraties, met name uit de
                                      kernregistratie deelnemersgegevens en middelen. Wanneer in dit logistieke proces
                                      personeel en middelen worden ingezet, dan worden deze (voorlopig of definitief)
                                      vastgelegd. Eventuele aanvragen voor de inzet van middelen en wijzigingen op be-
                                      schikbare middelen worden teruggekoppeld aan de betreffende kernregistraties.


                                      Het resultaat van het onderwijslogistieke proces, het geplande onderwijs, is vervol-
                                      gens de basis voor de uitvoering van het primaire proces.


                                      Onderwijscatalogus
De onderwijscatalogus is nader        De onderwijscatalogus vormt in zekere zin het hart van de informatie-architectuur
uitgewerkt in het functionele         van Triple A. De onderwijscatalogus is de centrale, generieke voorziening waarin
ontwerp onderwijscatalogus            het totaal aan onderwijsproducten binnen de instelling is vastgelegd en beschikbaar
                                      wordt gesteld. Deze onderwijsproducten worden beschreven door middel van een
                                      verzameling metadata en verwijzen naar de plek in de kwalificatiestructuur (taxo-
                                      nomie) waarop ze betrekking hebben.


                                      Deze functionaliteit is onmisbaar voor een groot aantal functionaliteiten in de an-
                                      dere gebieden, bijvoorbeeld:
                                      - In de kernregistratie deelnemergegevens worden deelnemers ingeschreven op een
                                       verbintenisgebied dat in de taxonomie behorende bij een product in de onderwijs-
                                       catalogus, is beschreven
                                      - In de kernregistratie deelnemers worden summatieve resultaten en de diplome-
                                       ring gebaseerd op de producten uit de onderwijscatalogus
                                      - In het onderwijslogistieke proces wordt de leervraag van de deelnemer uitgedrukt
                                       in producten uit de onderwijscatalogus
26   ARCHITECTUUR




                                         - In het roosteren worden de kenmerken (metadata) van de onderwijsproducten
                                          gebruikt om te bepalen welke docenten en middelen en andere kenmerken beno-
                                          digd zijn, en dus moeten worden meegenomen in het roosterproces
                                         - In het primaire proces worden onderwijsproducten, waaronder ook de examens
                                          afgenomen en beoordeeld
                                         - In het portfolio worden producten opgenomen die gerelateerd zijn aan onderwijs-
                                          producten in de onderwijscatalogus.


                                         Om deze redenen wordt de onderwijscatalogus als centrale, generieke voorziening
                                         gepositioneerd.


                                         Primair proces ondersteuning
      Primair proces ondersteuning en    De ondersteuning van het primair proces omvat alle functionaliteit die direct samen-
      portfolio zijn beide door Triple   hangt met de uitvoering van het onderwijs zelf. Dit proces start zodra vanuit het
      A uitgewerkt in een functioneel    onderwijslogistieke proces het onderwijs is gepland. Op basis daarvan kan het
      ontwerp                            onderwijs daadwerkelijk plaatsvinden.


                                         Wat functionaliteit betreft staat in de procesondersteuning de registratie van hou-
                                         ding en gedrag, ontwikkeling van competenties en kennis en behaalde formatieve
                                         resultaten centraal. Deze informatie wordt vastgelegd in het deelnemersdossier van
                                         elke deelnemer, waarin zich het begeleidingsdossier, administratief dossier, zorg-
                                         dossier en examendossier bevinden. Vanuit deze registraties kan de ontwikkeling en
                                         voortgang worden gemonitord en indien nodig worden bijgestuurd als de ontwikke-
                                         ling afwijkt van de verwachtingen. Op basis daarvan wordt geadviseerd over de te
                                         volgen leerroute.


                                         Portfolio
                                         Het portfolio speelt ook een belangrijke rol in de ondersteuning van het primaire
                                         proces, maar dan vanuit het perspectief van de deelnemer.
                                         Een portfolio is een digitale werkomgeving waarin de deelnemer zelf producten
                                         kan opnemen, ordenen, delen met anderen en ter beoordeling aan een docent kan
                                         aanbieden. Behaalde resultaten kunnen weer als bewijsstukken worden opgenomen
                                         in het portfolio, zodat het portfolio een omgeving wordt waarin de deelnemer gedu-
                                         rende zijn hele leerloopbaan zijn verworven kennis en competenties kan registreren
                                         en aantonen.
                                         Het portfolio is iets wat de deelnemer gedurende zijn hele leerloopbaan kan blijven
                                         gebruiken, ook als hij bij verschillende instellingen onderwijs volgt, of later naast
                                         zijn werk weer een studie oppakt. Om dit waar te maken moet het portfolio tussen
                                         instellingen kunnen worden uitgewisseld.
ARCHITECTUUR   27




                                      Uitwisseling in de keten
De uitwisseling in de keten,          Onder de ‘keten’ worden hier de organisaties verstaan waarmee de instelling een
bestaande uit de externe ver-         relatie heeft die uitwisseling van gegevens of het leveren van digitale diensten
antwoording en uitwisseling van       noodzakelijk maakt, uiteenlopend van het ministerie van OC&W, de informatie-
deelnemergegevens is nader            beheergroep en het CFI tot andere instellingen en opdrachtgevers. We maken
uitgewerkt in twee functionele ont-   hierbij onderscheid in een tweetal vormen van uitwisseling in de keten: externe
werpen, het functioneel ontwerp       verantwoording en de digitale overdracht van deelnemergegevens.
externe verantwoording en het
functioneel ontwerp digitale over-    Externe verantwoording
dracht deelnemergegevens.             De externe verantwoording vindt op twee manieren plaats. Enerzijds door middel
                                      van een continu proces van gegevensuitwisseling en anderzijds door het periodiek
                                      of op verzoek verstrekken van rapportages.


                                      De continue uitwisseling van gegevens wordt gevoed door de mutaties die ont-
                                      staan; elke mutatie die relevant is wordt uitgewisseld hetzij als individuele mutatie,
                                      hetzij verzameld in een uitwisselingsbestand. Deze wijze van gegevensuitwisseling
                                      is daarmee ‘event’ gedreven. In de praktijk is deze vorm van uitwisseling met name
                                      van belang ten behoeve van de bekostiging van de instelling.
                                      Verschillende instanties verzoeken daarnaast (al dan niet periodiek) om bepaalde
                                      rapportages, bijvoorbeeld vanwege contractuele afspraken of de verstrekking van
                                      een keurmerk. Ook kunnen overheids- of onderzoeksinstelling gegevens opvragen
                                      ten behoeve van onderzoek of beleidsontwikkeling.


                                      Digitale overdracht deelnemergegevens
                                      De digitale overdracht van deelnemergegevens heeft vooral betrekking op de uit-
                                      wisseling van deelnemergegevens met andere instellingen (de instelling waar een
                                      deelnemer van afkomstig is, of waar hij zijn opleiding gaat vervolgen). De uitwis-
                                      seling kan plaatsvinden via een centraal uitwisselingspunt dat buiten de individuele
                                      instellingen om de logistiek van uitwisseling, inclusief autorisaties, toestemming en
                                      bezwaar regelt, of direct tussen instellingen onderling.


                                      Managementrapportage
 Deze functionaliteit is in de        Onder managementrapportage wordt hier een generieke voorziening verstaan die
 functionele ontwerpen van Triple A   rapportage over de grenzen van individuele systemen heen mogelijk maakt, met
 niet verder uitgewerkt               name als het gaat om informatie die niet direct betrekking heeft op de ondersteu-
                                      ning van operationele processen, maar meer op de tactische en strategische bestu-
                                      ring en verantwoording.


                                      Veelal zullen de individuele systemen zelf wel beschikken over rapportagevoor-
                                      zieningen die direct rapporteren over de gegevens die in het betreffende systeem
28   ARCHITECTUUR




                                           worden beheerd. Dit zijn vaak ook rapportages die direct de operationele processen
                                           ondersteunen. De voorziening voor managementrapportage is voor dit type rap-
                                           portage niet bedoeld.


                                           De voorziening voor managementrapportage voorziet in het volgende:
                                           - Het onttrekken van gegevens uit verschillende bronsystemen
                                           - Het verzamelen en transformeren van deze gegevens, zodanig dat ze met elkaar
                                            in verband gebracht kunnen worden en qua gebruikte sleutelwaarden en
                                            gegevensdefinities met elkaar in overeenstemming zijn
                                           - Het analyseren van deze gegevens om daaruit nieuwe informatie te creëren (ook
                                            wel data-mining genoemd)
                                           - Het transformeren van deze gegevens in een structuur die effeciënt raadplegen
                                            en zoeken mogelijk maakt. Dit kan betekenen dat redundante gegevens worden
                                            opgeslagen.
                                           - Het rapporteren over deze gegevens op basis van standaardrapportages of ad-hoc
                                            opvragingen.


                                           Een omgeving waarin deze voorzieningen samenkomen wordt een datawarehouse
                                           genoemd. In sommige gevallen wordt een datawarehouse aangevuld met een ge-
                                           avanceerde rapportageomgeving, vooral bedoeld voor ad-hoc analyses en rapporta-
                                           ges (een zogenaamde OLAP-omgeving (On Line Analytical Processing)).


                                           Portaal
      Deze functionaliteit is in de        Het portaal is een webgebaseerde gebruikersomgeving, waarin gebruikers op een
      functionele ontwerpen van Triple A   geïntegreerde manier toegang krijgen tot alle functionaliteit, gegevens en samen-
      niet verder uitgewerkt               werkingsvoorzieningen die ze nodig hebben om hun werk te doen. Het portaal is op
                                           die manier de digitale werkplek van een gebruiker, waarbij de gebruiker zich niet
                                           meer zo sterk bewust is van het feit dat er allemaal verschillende systemen zijn die
                                           hij voor zijn werk nodig heeft. Het portaal biedt dit geïntegreerd aan.


                                           Binnen een portaal is rolgebaseerde autorisatie en personalisatie heel belangrijk.
                                           Dit betekent dat elke gebruiker op het portaal de toegang krijgt tot de functiona-
                                           liteit, gegevens en samenwerkingsvoorzieningen die voor zijn rol van belang zijn.
                                           Een deelnemer, docent of externe opdrachtgever kunnen van hetzelfde portaal
                                           gebruik maken, maar hebben vanwege hun verschillende rollen hele andere moge-
                                           lijkheden op het portaal. Dit is ook nog gepersonaliseerd, wat betekent dat ook elk
                                           individu mogelijkheden heeft om zijn werkomgeving op de gewenste manier in te
                                           richten en wordt bijvoorbeeld het ‘onderhanden werk’ van een gebruiker vastgehou-
                                           den, zodat dit later weer kan worden opgepakt.
ARCHITECTUUR   29




We onderscheiden een drietal portalen, elk met een eigen doelgroep en verzameling
voorzieningen.
- Het portaal voor deelnemers en medewerkers
 Het portaal voor deelnemers en medewerkers is in principes bedoeld voor de
 ontsluiting van alle informatie, functionaliteit en samenwerkingsvoorzieningen
 ten behoeve van het onderwijs binnen een instelling. Zo’n omgeving is eigen-
 lijk een electronische leeromgeving, waarin deelnemers toegang hebben tot het
 rooster, cijfers, relevante educatieve content, en hun portfolio. Daarnaast kunnen
 zij communiceren met andere deelnemers en hun begeleiders en docenten. Voor
 docenten en medewerkers is dit net zo goed een belangrijke werkomgeving. Ook
 zij kunnen onderling communiceren, en met hun deelnemers. Ook hebben zij toe-
 gang tot de deelnemersdossiers, kunnen zij resultaten terugkoppelen etc.
- Het ketenportaal
 Het ketenportaal is een specifiek portaal, speciaal voor de organisaties in de
 keten. In het kader van de externe verantwoording loopt de uitwisseling van mu-
 taties, zoals het ophalen of afleveren van bestanden of berichten via dit portaal.
 Rapportages of onderdelen van een deelnemersdossier kunnen op dit portaal
 worden aangevraagd en als ze beschikbaar zijn gesteld worden opgehaald.
- Het managementportaal
 Het managementportaal is specifiek bedoeld voor de toegang tot de management-
 informatie. Hierin zijn de rapportages en ad-hoc zoek- en analyse mogelijkheden
 beschikbaar die gebruik maken van het datawarehouse.


Infrastructurele voorzieningen
Tenslotte wordt in de informatie-architectuur een verzameling generieke, infrastruc-
turele voorzieningen onderkend, waarvan alle systemen gebruik kunnen maken.
Grofweg kan hierbij onderscheid worden gemaakt in een drietal lagen, die ook zo in
de informatie-architectuur zijn weergegeven.


Fysieke infrastructuur
De onderste laag omvat de fysieke infrastructuur. Dit zijn de servers, netwerk-
voorzieningen en werkplekken en de technische voorzieningen voor identificatie en
authenticatie (vaststelling van de identiteit van gebruikers), autorisatie (vaststel-
ling van de rol van de gebruiker en toegang tot systemen), monitoring (bewaking
van de juiste werking van de infrastructuur) en logging (registratie van technische
incidenten).
30   ARCHITECTUUR




                    Integratievoorzieningen
                    Op het tweede niveau zijn twee generieke voorzieningen benoemd, die voorzien in
                    mogelijkheden om systemen te integreren.
                    De procesbesturing is een voorziening die het mogelijk maakt om bedrijfsprocessen
                    te definiëren die de individuele systemen overstijgen. Vanuit de procesbesturing
                    worden dan achtereenvolgens de diensten van verschillende systemen aangeroepen
                    en gecoördineerd.


                    De enterprise servicebus is een voorziening die het mogelijk maakt dat verschil-
                    lende systemen elkaars diensten kunnen gebruiken. Dit kan op drie manieren.
                    - Asynchrone berichtuitwisseling.
                     Dit wordt ook wel ‘event driven’ genoemd, wat inhoudt dat systemen berich-
                     ten kunnen sturen die een ‘event’ melden. De enterprise servicebus zorgt voor
                     gegarandeerde aflevering van deze berichten bij de systemen die daarop geabon-
                     neerd zijn. Eventuele transformaties, zowel technisch als logisch, worden door de
                     enterprise servicebus uitgevoerd.
                    - Synchrone aanroep van services
                     Dit betekent dat systemen elkaars services kunnen gebruiken. Dit soort gebruik
                     van service is vaak synchroon, wat betekent dat direct antwoord van het andere
                     systeem wordt verwacht. Asynchroon, dus met uitgesteld antwoord, kan in dit
                     geval echter ook.
                    - Bulk gegevensuitwisseling
                     Tenslotte kunnen systemen grotere verzamelingen gegevens met elkaar uitwis-
                     selen. Ook hiervoor kunnen generieke voorziening worden geïmplementeerd om
                     dergelijke uitwisselingen op een gestandaardiseerde en uniforme manier te laten
                     plaatsvinden.


                    Generieke functionaliteiten
                    Op het derde niveau wordt een aantal meer functionele generieke voorzieningen
                    onderkend.
                    - Samenwerken
                     Onder samenwerken wordt een verzameling generieke voorzieningen verstaan die
                     veelal in portaal-omgevingen zijn geïntegreerd. Het gaat dan om voorzieningen
                     waarin gebruikers groepen kunnen vormen, documenten kunnen delen, gericht
                     informatie kunnen verspreiden, een forum kunnen inrichten etc.
                    - Zoeken
                     Tradioneel blijven voorzieningen om te zoeken naar informatie beperkt tot één
                     bepaalde omgeving, bijvoorbeeld binnen één systeem of verzameling bestanden.
ARCHITECTUUR   31




 Een generieke zoekvoorziening is bedoeld om meer integraal over alle systemen
 en documenten binnen de instelling te kunnen zoeken, mits de gebruiker daarvoor
 geautoriseerd is.
- Kantoorautomatisering
 Onder de kantoorautomatisering worden de generieke voorzieningen voor tekst-
 verwerking, presentaties, spreadsheets en tekenprogramma’s verstaan. Andere
 systemen gaan er in veel gevallen vanuit dat een dergelijke voorziening beschik-
 baar is.
- Mail en agenda
 Ook de mail- en agendafunctionaliteit is een generieke voorziening waarvan ver-
 schillende systemen gebruik kunnen maken.
- Archivering en documentmanagement
 Archivering en documentmanagement wordt in veel gevallen binnen individu-
 ele systemen ondersteund. Het kan verstandig zijn om hiervoor een generieke
 voorziening in te richten, waarin alle documenten binnen de instelling vanuit een
 centrale omgeving (uiteraard geautoriseerd) beschikbaar en doorzoekbaar zijn.
 De archivering van deze documenten kan in zo’n situatie ook centraal plaatsvinden.
32   ARCHITECTUUR




                    PRINCIPES EN RICHTLIJNEN INFORMATIE-ARCHITECTUUR

                                     In dit hoofdstuk worden de principes en richtlijnen beschreven waarop de infor-
                                     matie architectuur van Triple A is gebaseerd. Deze principes geven richting aan de
                                     wijze waarop de informatievoorziening wordt ingericht, zoals deze is opgebouwd uit
                                     functionaliteiten en generieke en technische voorzieningen. De richtlijnen maken
                                     de principes nog wat concreter door aan te geven hoe deze principes in praktijk
                                     gebracht kunnen worden.


                                     Deze principes maken onderdeel uit van het totaal aan architectuurprincipes van
                                     Triple A. Hieronder worden de principes voor de informatie architectuur weergege-
                                     ven. Deze worden in de hierna volgende paragrafen verder toegelicht.




                                     Figuur 11. Principes van de informatie-architectuur


                                     Open en flexibele integratievoorzieningen
                                     Voor een onderwijsinstelling moet het mogelijk zijn om alle betrokkenen van de
                                     instelling een persoonlijke flexibele geïntegreerde digitale werkplek te leveren.
                                     De digitale werkplek is een persoonlijke gebruikersinterface waarin alle software-
                                     functionaliteit én informatie die voor een gebruiker relevant zijn, beschikbaar zijn.
                                     Het doel van een digitale werkplek is om werk efficiënt en effectief uit te kunnen
                                     voeren.


                                     De digitale werkplek wordt vormgegeven door twee soorten integratie. Aan de voor-
                                     kant, integratie van de gebruikersinterface. En aan de achterkant, zodat software
                                     achter de schermen samenwerkt.
                                     Voor integratie aan de voorkant gaan we in deze architectuur uit van het gebruik
                                     van een ‘portaal’ door de onderwijsinstellingen. Het portaal bundelt softwarefunctio-
                                     naliteit in één geïntegreerde gebruikersinterface.
ARCHITECTUUR      33




De toegang tot het portaal is beveiligd (authenticatie is nodig) en gepersonaliseerd
(wat je ziet en kunt doen is afhankelijk van je rol). Elke onderwijsinstelling kan zijn
eigen portaal inrichten. De functionaliteit van Triple A-software kan beschikbaar
gemaakt worden via een portaal.


Naast integratie in de gebruikersinterface is integratie aan de achterkant nood-
zakelijk om een geïntegreerde digitale werkplek te creëren. Met integratie aan de
achterkant bedoelen we dat het mogelijk gemaakt wordt dat los van elkaar ontwik-
kelde software (a) dezelfde gegevens kan gebruiken (geen dubbele invoer) en (b)
samen kan werken om een organisatieproces te ondersteunen of uit te voeren. Voor
achterkantintegratie gebruiken we een enterprise servicebus. Wat precies onder een
servicebus wordt verstaan, wordt uitgelegd in de technische architectuur.


Bij de keuze van een portaal en servicebus zijn twee zaken essentieel. Om aan te
sluiten bij de dynamiek van de organisatie moet het integreren van software flexibel
plaats kunnen vinden. Software-integratie mag slechts een kleine barrière zijn bij
verandering van werkprocessen. Voor flexibiliteit op de lange termijn is het belang-
rijk dat technologie wordt gekozen die werkt op basis van open standaarden.


Er zijn deelfuncties van software die wellicht niet flexibel en open integreerbaar zijn
‘aan de voorkant’ (met de hedendaagse technologie, en binnen de kaders van deze
architectuur.) Dit zou het geval kunnen zijn bij interactie-intensieve functionaliteiten
zoals, wellicht, functies om het rooster te maken en intensief te bewerken. Boven-
dien geldt dat een dergelijk functie over het algemeen door een zeer beperkt aantal
medewerkers wordt gebruikt. Hiervoor kan een uitzondering worden gemaakt.
Het streven is om dit soort uitzonderingen te beperken.


Richtlijnen:
- Softwarefunctionaliteiten zijn flexibel integreerbaar in een portaal, zodanig dat de
  gebruiker de functionaliteiten als een afgestemd geheel ervaart wat betreft navi-
  gatie, uiterlijk en samenwerking tussen functies.
- Alle softwarefunctionaliteiten kunnen gemakkelijk ontsloten worden buiten hun
  organisatiedomein.
- Alle ontsloten softwarefunctionaliteiten worden informeel gespecificeerd (contract)
  en formeel gespecificeerd (interface specificatie) in een formaat dat publiceerbaar
  is in een raadpleegbaar centraal overzicht (repository).1

1
  Een contract specificeert het volgende van de softwarefunctionaliteit: nut, functionaliteit, semantiek,
beperkingen, beoogde gebruikscenario’s, organisatie-eigenaar, ontwikkeleigenaar en operationele eigenaar,
toegangsrechten en procedure voor het verkrijgen van toegang, prestaties en schaalbaarheid, en transactionele
eigenschappen.
34   ARCHITECTUUR




                    Functionaliteit is opgebouwd uit diensten (services)
                    Een dienst (service) is een duidelijk afgebakend stuk bedrijfsfunctionaliteit. Een
                    dienst heeft in de eerste plaats een functionele betekenis: het is een betekenisvolle
                    dienst in de ogen van eindgebruikers. Een dienst ondersteunt bedrijfsprocessen,
                    of is een dienst die wordt geleverd aan andere afdelingen, klanten, deelnemers of
                    ketenpartners.


                    Een dienst wordt geleverd naar aanleiding van een aanvraag (een request) en de
                    dienst levert als resultaat een bepaald resultaat (respons). De afspraken over de
                    vraag en het antwoord vormen de basis voor de dienstverlening, en de aanvrager
                    hoeft daarbij verder geen kennis te hebben van de wijze waarop de dienst gereali-
                    seerd wordt.


                    In technische zin worden diensten (deels) geleverd door applicaties. Deze diensten
                    zijn het technische spiegelbeeld van de organisatorische diensten. Doorgaans zijn
                    deze technische diensten weer opgebouwd uit diensten van een lager abstractie-
                    niveau. Diensten worden door applicaties in veel gevallen gerealiseerd als web-
                    service, met als belangrijke eigenschap dat er een gestandaardiseerde en techno-
                    logieneutrale manier is om de dienst aan te roepen, waarbij het niet relevant is hoe
                    de dienst technisch is geïmplementeerd.


                    Oplossingen van leveranciers zijn in toenemende mate opgebouwd uit diensten en
                    de technische standaarden die daarbij horen. Vanuit het perspectief van de eindge-
                    bruiker vervagen applicatiegrenzen steeds meer. In plaats daarvan worden functi-
                    onaliteiten ter ondersteuning van bedrijfsprocessen samengesteld uit diensten van
                    applicaties en geïntegreerd aan gebruikers aangeboden via een portaal.


                    Richtlijnen:
                    - Bedrijfsfunctionaliteiten zijn beschikbaar als diensten, en diensten zijn voor
                     gebruikers betekenisvolle functionaliteiten die corresponderen met organisatie-
                     activiteiten
                    - De beschrijving van een dienst (de interface) is onafhankelijk van de inhoud van
                     de dienst (de implementatie)
                    - Een dienst is bij voorkeur technologieneutraal in de zin dat aan het gebruik van een
                     dienst zo min mogelijke technische voorwaarden of beperkingen zijn gekoppeld
                    - Diensten zijn bij voorkeur asynchroon, wat betekent dat de aanvrager van de
                     dienst niet afhankelijk is van directe levering van het resultaat
ARCHITECTUUR   35




Gebruikersgecentreerd ontwerp
Het gebruikersgecentreerd ontwerpen houdt in dat niet de functionaliteit van de
systemen leidend is voor het ontwerp, maar de uit te voeren taken van de gebrui-
ker. Daarbij moet worden vermeden dat de inrichting van een systeem beperkingen
oplegt aan de wijze waarop een bedrijfsproces wordt ingericht.


Het gebruikersgecentreerd ontwerpen van systemen kan worden ondersteund door
een procesgestuurde toegang tot de functionaliteiten (de services) van systemen mo-
gelijk te maken die is ontkoppeld van de services van de systemen zelf. De proces-
inrichting kan in zo’n situatie worden aangepast aan de specifieke inrichting van het
bedrijfsproces binnen een instelling zonder dat de services zelf worden aangepast.


Daarnaast is het ook voor de acceptatie van nieuwe software van belang dat deze
gebruikersvriendelijk is (zowel voor beginners als ervaren gebruikers) en kan
worden aangepast aan de specifieke eisen en wensen binnen een instelling, zoals
bijvoorbeeld in kleurgebruik, foutmeldingen en helpfaciliteiten.


Richtlijnen:
- De inrichting van bedrijfsprocessen is een inrichtingskeuze van de instellingen en
 wordt niet door systemen opgelegd. De systemen leggen alleen vanuit de organi-
 satie gewenste eisen op aan gegevensinvoer om daarmee de consistentie van de
 gegevensvastlegging en verwerking te waarborgen
- Systemen ondersteunen waar dat mogelijk en wenselijk is, een procesgestuurde
 toegang tot functies (de gebruiker wordt door de stappen van een werkproces
 geleid), maar functies zijn ook altijd via een navigatiestructuur bereikbaar.
- Interactie met een onderdeel van het systeem kan tijdelijk worden onderbroken
 om tussendoor een andere werkzaamheid uit te voeren
- Systemen zijn personaliseerbaar voor wat betreft gebruikersinstellingen, menu-
 keuzen, snelkoppelingen etc
- Systemen zijn ontworpen volgens recente mens-computer interactie inzichten en
 met behulp van gebruikerseffectiviteit- en acceptatietesten.
- Gebruikersinteractie is gemakkelijk aanpasbaar teneinde deze voor en na het in
 productie nemen te optimaliseren, bijvoorbeeld voor wat betreft layout, feedback,
 foutmeldingen, terminologie en kleuren


Kernregistraties
De kernregistraties zijn de belangrijkste administratieve systemen binnen de instel-
ling. Er wordt een zestal kernregistraties onderkend, waarvoor geldt dat de gege-
vens die deze registraties beheren éénmalig worden vastgelegd en van daaruit voor
meervoudig gebruik beschikbaar worden gesteld.
36   ARCHITECTUUR




                    De volgende registraties worden als kernregistratie aangemerkt:
                    - Deelnemers
                    - Personeel
                    - Middelen
                    - Relaties
                    - Financiën
                    - Educatieve content


                    Deze kernregistraties zijn van groot belang voor het functioneren van de andere
                    functionele gebieden, met name de onderwijslogistiek en het primaire proces. Een
                    belangrijk uitgangspunt hierbij is dat vastlegging en wijziging altijd bij de bron
                    plaatvindt, en dat van daaruit de gegevens beschikbaar worden gesteld.


                    Richtlijnen:
                    - Er worden zes kernregistraties onderkend (deelnemers, personeel, middelen,
                     relaties, financiën en educatieve content)
                    - De bijbehorende bedrijfsvoeringsfuncties zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit
                     van de kernregistraties
                    - De bijbehorende bedrijfsvoeringsfuncties stellen de gegevens beschikbaar middels
                     (een combinatie van) de volgende voorzieningen:
                      •   Beschikbare services
                      •   Berichtuitwisseling
                    - De gegevens in een kernregistratie worden op één centrale plek opgeslagen en
                     beheerd, en zo min mogelijk gedupliceerd


                    Centrale rapportagevoorziening voor sturing en verantwoording
                    Onder rapportages worden alle voorzieningen verstaan die in welke vorm dan ook
                    overzichten bieden van vastgelegde gegevens op basis van selectiecriteria, even-
                    tueel geaggregeerd of verrijkt met een analyse van trends of de berekening van
                    kengetallen e.d.


                    Het is van belang om onderscheid te maken in operationele rapportages en ma-
                    nagementrapportages ten behoeve van sturing en verantwoording.
ARCHITECTUUR   37




Uitgangspunt voor de inrichting van rapportage is, dat er een scherp onderscheid
wordt gemaakt tussen deze twee typen rapportages (operationele- en management-
rapportages). De operationele rapportages worden ondergebracht bij de individuele
applicaties, de managementrapportages worden ondergebracht in een dataware-
house zodat sturings- en verantwoordingsinformatie kan worden gerealiseerd op
basis van een gecombineerd beeld uit verschillende bronnen.


Richtlijnen:
- Er wordt onderscheid gemaakt in operationele rapportages en management-
 rapportages voor sturing en verantwoording
- Operationele rapportages zijn de verantwoordelijkheid van de applicaties die de
 bijbehorende operationele processen ondersteunen.
- Managementrapportages voor sturing en verantwoording worden bij voorkeur
 ondersteund door middel van een generieke voorziening
- De generieke voorziening voor managementrapportages bestaat uit de volgende
 hoofdonderdelen
  •   Een fysieke database, het datawarehouse, waarin de gegevens uit verschillende
      bronnen samenkomen
  •   Een ETL-tool (Extractie, Transformatie, Load), waarmee het datawarehouse kan
      worden gevoed vanuit de aanleverende systemen
  •   Een rapportagetool op basis waavan ad-hoc en voorgedefinieerde rapportages
      kunnen worden ontwikkeld en uitgevoerd
- De databasestructuur van het datawarehouse kan afwijken van de structuur van
 de operationele databases en is geoptimaliseerd voor rapportagedoeleinden
- Rapportages kunnen worden ontsloten via een speciaal daarvoor ingericht onder-
 deel van het portaal, met bijpassende autorisaties en personalisatie.
38   ARCHITECTUUR




                    Centraal documentmanagement is mogelijk
                    Onder documentmanagement wordt generieke functionaliteit verstaan die voorziet
                    in het centraal vastleggen en ontsluiten van documenten in de breedste zin (dus
                    documenten, correspondentie, rapporten en notities, binnengekomen en uitgaande
                    post etc.).


                    Een belangrijk aspect van documentmanagement is de meta-informatie, op basis
                    waarvan alle documenten kunnen worden gerubriceerd en voorzien van trefwoor-
                    den. Deze meta-informatie moet flexibel kunnen worden ingericht.
                    Daarnaast is versiebeheer van groot belang. Van een document moeten verschil-
                    lende versies kunnen worden geregistreerd en eventueel ook verschillende sta-
                    tussen (concept, definitief etc.) kunnen worden onderkend. Documenten moeten
                    middels een ‘reserve en replace’-faciliteit voor wijziging kunnen worden opgevraagd
                    en teruggeplaatst.


                    De keuze om documentmanagement centraal in te richten is een keuze van de in-
                    stellingen die wel mogelijk moet zijn, maar nadrukkelijk niet als uitgangspunt wordt
                    genomen. Het is ook mogelijk om een aantal gescheiden dossiers in te richten, elk
                    met een eigen doel en elk in meer of mindere mate geautomatiseerd ondersteund.
                    Voorbeelden zijn een administratief dossier, een begeleidingsdossier, een perso-
                    neelsdossiers en bepaalde documentatie en correspondentie.


                    Richtlijnen:
                    - Documentmanagement wordt per instelling ingericht
                    - Het gebruik van een centrale, generieke voorziening voor documentmanagement
                     is optioneel. In de gevallen dat een instelling over een dergelijke voorziening be-
                     schikt, moet deze voorziening zo transparant mogelijk in de plaats kunnen komen
                     van de lokale voorziening binnen een applicatie


                    Procesbesturing op basis van orkestratie en choreografie
                    Procesbesturing (soms nog wel workflowmanagement genoemd) voorziet in functi-
                    onaliteit voor de besturing van werkprocessen. Deze besturing is ontkoppeld van de
                    functionaliteiten (de services) die de verschillende stappen in het proces ondersteu-
                    nen. Een werkproces wordt in gang gezet door een trigger, een gebeurtenis, waarna
                    vervolgens de stappen worden geregisseerd door de procesbesturing. Dit houdt
                    concreet in dat achtereenvolgens een aantal services of functies van een applicatie
                    worden aangeroepen, of dat er taken voor medewerkers worden klaargezet.


                    Orkestratie is een bepaalde vorm van procesbesturing, die sterk gekoppeld is aan
                    de principes van een service georiënteerde architectuur.
ARCHITECTUUR   39




Orkestratie gaat uit van een centrale regisseur (een zogenaamde orkestratie engine),
die ervoor zorgt dat het bedrijfsproces in de juiste volgorde en met de juiste stappen
wordt uitgevoerd door in elke stap de juiste dienst (service) aan te roepen.
Choreografie is een andere vorm van procesbesturing, die juist niet van deze
centrale regie uitgaat maar van een situatie waarbij gebeurtenissen (events) worden
uitgewisseld tussen de diensten (servcies). Deze gebeurtenissen zorgen er dan voor
dat de juiste acties worden gestart.


Het uitgangspunt is dat beide vormen van procesbesturing mogelijk zijn en kun-
nen worden ondersteund. Het is wel van belang dat de procesbesturing als een
aparte laag wordt onderkend die niet te zeer verweven is met de functionaliteit (de
services) zelf. Net als bij de servicebus en het portaal wordt daarom ook voor de
procesbesturing een infrastructurele voorziening onderkend die de taak van proces-
besturing op zicht neemt (de orkestratie engine).


Richtlijnen:
- Diensten die een volledig bedrijfsproces ondersteunen (procesdiensten) kunnen
 worden geregisseerd door procesbesturing
- Procesbesturing wordt ondersteund door een generieke voorziening (een orkestra-
 tie engine) die ontkoppeld is van de functionaliteit (de services) van systemen.
- Voor het implementeren van processen wordt de keuze tussen orkestratie (cen-
 trale regie) en choreografie (gebeurtenisgedreven) bepaald door organisatorische
 overwegingen en niet door technische (on)mogelijkheden.
40   ARCHITECTUUR




                    INHOUDSOPGAVE

                                    Beschrijving technische architectuur                                                 42
                                        Servicegeoriënteerde architectuur als uitgangspunt                               42
                                        Wat verstaan wij onder een servicegeoriënteerde architectuur                     43
                                        Applicaties in een servicegeoriënteerde architectuur                             54

                                    Principes en richtlijnen technische architectuur                                     58
                                        Servicegeoriënteerd                                                              58
                                        Open standaarden zijn uitgangspunt                                               60
                                        Open source wordt zo veel mogelijk nagestreefd                                   60
                                        Heterogeniteit is uitgangspunt                                                   61
                                        Eindgebruikersfunctionaliteit kan tijd- en plaatsonafhankelijk worden gebruikt   62
                                        Integratie aan de voorkant middels een portaal                                   63
                                        Integratie aan de achterkant middels een servicebus                              65
                                        Bulk-transport van gegevens middels een ETL-tool                                 67
                                        Orkestratie middels een orkestratie-engine                                       68
                                        Systemen en software zijn voldoende schaalbaar                                   70
                                        Systemen en software zijn veilig en betrouwbaar                                   71

                                    Technische standaarden                                                               72
                                        Beveiliging, authenticatie, autorisatie                                          74
                                        Presentatie                                                                      74
                                        Bestands- en opslagformaten                                                      75
                                        Gegevenslogistiek                                                                76
                                        Gegevenssemantiek                                                                77
ARCHITECTUUR   41




TECHNISCHE ARCHITECTUUR
42   ARCHITECTUUR




                    BESCHRIJVING TECHNISCHE ARCHITECTUUR

                                    In de technische architectuur wordt beschreven hoe de concrete technische oplos-
                                    singen die op basis van de ontwerpen van Triple A worden gerealiseerd op hoofd-
                                    lijnen technisch in elkaar moeten zitten zodat deze passen in de totaalvisie en
                                    voldoende openheid, flexibiliteit en leveranciersonafhankelijkheid bevorderen.


                                    Servicegeoriënteerde architectuur als uitgangspunt
                                    Het concept van een servicegeoriënteerde architectuur vormt de basis voor de tech-
                                    nische architectuur van Triple A. Dit concept is in feite de moderne kijk op de wijze
                                    waarop ICT optimaal bedrijfsprocessen kan ondersteunen. Serviceoriëntatie heeft
                                    betrekking op de technische opbouw van applicaties in softwarelagen en services,
                                    maar ook hoe deze services in verhouding staan tot de processen die ze ondersteu-
                                    nen en de infrastructurele voorzieningen die daarvoor nodig zijn.


                                    De concepten van serviceoriëntatie kunnen op verschillende manieren worden geïn-
                                    terpreteerd en er kunnen verschillende accenten worden gelegd. In het eerste deel
                                    van de beschrijving van de technische architectuur geven wij daarom inzicht in onze
                                    interpretatie van het concept en hoe we dat willen toepassen.


                                    De concepten van een servicegeoriënteerde architectuur worden hier beschreven
                                    als een ideaalbeeld, inclusief de technische consequenties die dat heeft. Dit is het
                                    ideaalbeeld waarop een groot aantal ontwerp- en technische keuzes van Triple A is
                                    gebaseerd. Instellingen hebben echter de vrijheid en zelf de controle over de mate
                                    waarin deze principes daadwerkelijk worden doorgevoerd, met name als het om de
                                    organisatorische consequenties gaat.


                                    Belang van serviceoriëntatie
                                    Er is een aantal specifieke redenen waarom Triple A kiest voor het concept van
                                    service-oriëntatie als uitgangspunt voor de technische architectuur.
                                    - Ondersteuning van heterogeniteit. De principes van een servicegeoriënteerde
                                     architectuur maken het mogelijk om verschillende technologiëen, oplossingen van
                                     verschillende leverancies en verschillende pakketten te combineren tot een geïn-
                                     tegreerde ICT-omgeving
                                    - Open en flexibele integratie. Open en flexibele integratievoorzieningen zijn een
                                     integraal onderdeel van een servicegeoriënteerde architectuur
                                    - Scheiding van verantwoordelijkheden. In een servicegeoriënteerde architec-
                                     tuur wordt het mogelijk om de verantwoordelijkheden voor ICT-functionaliteit te
                                     beleggen waar deze in de organisatie hoort. Dit is in principe niet gekoppeld aan
                                     concrete applicaties, waardoor elke instelling hierin zijn eigen keuzes kan maken.
ARCHITECTUUR   43




- Gebruikersgecentreerd ontwerpen. Een servicegeoriënteerde architectuur is erop
 gericht de functionaliteit op te bouwen uit diensten die voor de organisatie bete-
 kenisvol en herkenbaar zijn.


Aspecten van serviceoriëntatie
Service oriëntatie is een moderne visie op architectuur die voortbouwt op vele
inzichten die al langer gangbaar zijn, bijvoorbeeld in objectgeoriënteerde systemen.
Ze kan dan ook niet los gezien worden van al die eerdere inzichten en technieken.
Een servicegeoriënteerde architectuur omvat dus zowel een aantal gangbare en
breed toegepaste concepten als een aantal meer vernieuwende elementen.


Applicaties in een servicegeoriënteerde architectuur
Het begrip applicatie krijgt een wat andere betekenis in een servicegeoriënteerde
architectuur. In een servicegeoriënteerde architectuur is een applicatie een verza-
meling samenhangende services. Die services kunnen samenwerken met services
uit andere applicaties om de gewenste functionaliteit aan gebruikers te leveren. De
gebruiker wordt zich hierdoor minder bewust van het bestaan van applicaties. Dit
aspect wordt in het hoofdstuk applicaties in een servicegeoriënteerde architectuur’
nader uitgelicht.


Wat verstaan wij onder een servicegeoriënteerde architectuur?
Het begrip servicegeoriënteerde architectuur wordt nog wat verschillend geïnterpre-
teerd en soms vanuit een erg technisch of juist organisatorisch perspectief bekeken.
Feit is dat een aantal software-ontwerpprincipes goed aansluit bij serviceoriëntatie.
Triple A heeft de hoofdlijnen van haar technische architectuur gebaseerd op deze
ontwerpprincipes. Die hoofdlijnen besspreken we hieronder. We doen dit aan de
hand van een ‘stripverhaal’ waarin de architectuur zich stapsgewijs opbouwt. Per
stap zullen we de toegevoegde elementen toelichten.


Service
Het meest elementaire begrip in een servicegeoriënteerde architectuur is uiteraard
de service, of in het Nederlands, ‘dienst’. Die dienst wordt geleverd door software of
mensen. Omdat we hier de technische architectuur bespreken concentreren we ons
op het eerste geval.
44   ARCHITECTUUR




                    Figuur 12. Het gebruik van een service


                    Organisatiedienst
                    Een service moet een organisatiedienst zijn, in de zin dat deze betekenisvol moet
                    zijn voor de organisatie die de dienst gebruikt (bijvoorbeeld de dienst ‘ophalen ge-
                    gevens deelnemer’ of de dienst ‘beoordeling registreren’). Door ook naar software
                    te kijken als een leverancier van diensten, worden softwarediensten en de taken
                    die gebruikers uitvoeren dichter bij elkaar gebracht. Dat gaat gemakkelijker door
                    het begrip dienst te gebruiken in plaats van te praten in technische termen zoals
                    schermen en functies.


                    Contract
                    Een essentieel aspect van een service is dat tussen de afnemer en een leverancier
                    een contract wordt gesloten. Dit contract beschrijft het beoogde gebruik en alles wat
                    de dienst de gebruiker biedt. Het sluiten van een contract draagt bij aan de afstem-
                    ming met de gebruiker, de betrouwbaarheid van de dienst en de onderhoudbaarheid
                    van de software. In het contract staat alles dat een afnemer moet weten voor het
                    gebruik van de dienst. Het contract maakt dat een service geen softwarecomponent
                    voor techneuten is, maar dat geëxpliciteerd is welke dienst de service levert, in een
                    voor de gebruikersorganisatie begrijpbare taal.


                    Het contract beschrijft de technische interface, de semantiek en niet-functionele
                    aspecten van de service, zoals een service level agreement (SLA). Een contract kan
                    elementen bevatten die specifiek voor een bepaalde afnemer zijn. In de SLA staat
                    bijvoorbeeld de maximale responsetijd en de beschikbaarheid van de service en de
                    intensiteit waarmee de service gebruikt wordt door de afnemer. Er zijn technische
                    standaarden voor het vormgeven van een service contract (bijvoorbeeld WSDL,
                    XML-schema en WS-Policy).
ARCHITECTUUR       45




Vervangbare zelfstandige eenheid
Elke service is een zelfstandige eenheid functionaliteit. Dat betekent bijvoorbeeld
dat de service ‘ophalen gegevens deelnemer’ gemakkelijk vervangen kan worden
door een nieuwe versie van die dienst. Dat kan gemakkelijker dan bij veel software
het geval is. Dit geeft meer flexibiliteit bij het inrichten van de ICT en dus voor de
wijze van werken in de organisatie.


Gebruik van een service
Een service kan daadwerkelijk worden gebruikt door er een bericht naar toe te stu-
ren met daarin de aanvraag van de dienst1. De dienst wordt vervolgens uitgevoerd
en indien nodig wordt er een antwoordbericht teruggestuurd.


Domeinen en basisdiensten
Organisatiedomeinen zijn eigenaar van een service
Een belangrijk uitgangspunt van serviceoriëntatie is dat de verantwoordelijkheid
voor services bij de organisatie ligt en niet bij de ICT-afdeling; een afdeling of
divisie levert een organisatiedienst en maakt daarbij gebruik van de bijbehorende
softwaredienst. We noemen dit het verantwoordelijke organisatiedomein (zie onder-
staande figuur). In onderstaande figuur leveren de afnemers een organisatiedienst
en maken daarbij gebruik van softwarediensten




Figuur 13. Domeinen en basisdiensten
1
    In de Triple A architectuur gaan we uit van communicatie met berichten, in een XML formaat. Dat kan ook anders.
46   ARCHITECTUUR




                    In het geval van de diensten van de kernregistratie is bijvoorbeeld de deelnemerad-
                    ministratie het verantwoordelijke organisatiedomein, terwijl een examenbureau dat
                    is voor de diensten die op de diplomering betrekking hebben.


                    Serviceoriëntatie voornamelijk toepassen tussen domeinen
                    Serviceoriëntatie is belangrijk voor de communicatie tussen verschillende applica-
                    ties en dan met name uit verschillende organisatiedomeinen. Veel aspecten van
                    service oriëntatie worden ook gebruikt binnen één applicatie, maar daar ligt niet de
                    grootste toegevoegde waarde. Veel communicatie binnen één applicatie is effectie-
                    ver te realiseren zonder alle servicetechnieken toe te passen.


                    Het is wel slim om een nieuw systeem volledig servicegeoriënteerd te ontwerpen als
                    het waarschijnlijk is dat haar functies als diensten beschikbaar gesteld gaan worden
                    aan andere systemen. Dat wil zeggen, de functionaliteiten van het systeem worden
                    zo ontwikkeld, dat ze gemakkelijk als service naar buiten te ontsluiten zijn.


                    Basisdiensten
                    Een soort service die direct gerelateerd is aan domeinen, is de basisservice. Basis-
                    services zijn diensten die een basis organisatiedienst leveren, zoals de eerder
                    genoemde service ‘beoordeling registeren’. Het zijn de meest elementaire services;
                    vanuit het perspectief van de organisatie is het niet logisch om deze op te splitsen
                    in meerdere diensten.


                    Basisservices voeren berekeningen uit, bewerken gegevens, leggen gegevens
                    vast of vragen ze op. Berekeningen en gegevensbewerkingen kunnen services zelf
                    uitvoeren of ze kunnen er een bestaand systeem (standaardpakket of een legacy
                    systeem) voor gebruiken. Een legacy systeem dat ontworpen is zonder het principe
                    van serviceoriëntatie kan dus vaak, met bepaalde beperkingen, hergebruikt worden
                    om services te leveren. Al deze systemen noemen we backends.


                    Als services gegevens vastleggen die bewaard moeten blijven, dan doen ze dat
                    altijd in een backend; bijvoorbeeld de gegevens van een deelnemer. Het backend
                    kan in dit geval een bestaand systeem zijn, maar is in veel gevallen gewoon een
                    database.


                    Basisservices ontsluiten backends
                    Basisservices zijn de enige services die backends (databases of bestaande syste-
                    men) benaderen. Zij zijn er voor verantwoordelijk dat de gegevens in het backend
                    benaderd kunnen worden zonder dat er inconsistenties in het backend ontstaan.
                    Een basisservice benadert nooit meer dan één backend. Het voordeel daarvan is dat
ARCHITECTUUR   47




de verantwoordelijk voor het backend en de basisservices die het systeem ontslui-
ten eenduidig belegd kan worden. Zo kan bewaakt worden dat er geen inconsisten-
ties ontstaan in de backend.


Samengestelde diensten en procesdiensten
Een gelaagd netwerk van diensten
Basisservices bieden een dienst aan. Samengestelde services en processervices
bieden niet alleen een dienst aan, maar nemen ook diensten af. Zo ontstaat een
gelaagd netwerk van diensten (zie onderstaande illustratie.)




Figuur 14. Samengestelde diensten en procesdiensten
48   ARCHITECTUUR




                    Samengestelde diensten
                    Samengestelde diensten bouwen voort op de diensten die geleverd worden door
                    andere diensten. De dienst waarop een samengestelde dienst voortbouwt is vaak
                    een basisdienst, maar het kan ook een andere samengestelde dienst zijn. Het
                    voortbouwen op een bestaande dienst kan door iets aan een bestaande dienst toe
                    te voegen of door meerdere diensten te combineren tot één samengestelde dienst.
                    - Functionele en technische toevoegingen
                     Een voorbeeld van een dienst die alleen iets toevoegt, is een dienst die bijvoor-
                     beeld een afwijkende manier van het registreren van beoordelingen ondersteunt.
                     In dat geval kan er een samengesteld service worden gerealiseerd die gebruik
                     maakt van de standaard service en daar nog wat extra functionaliteit aan toe-
                     voegt.
                    - Orkestratie van diensten, vaak uit verschillende domeinen
                     Een tweede functie van samengestelde diensten is het combineren van diensten.
                     Dat wordt orkestratie genoemd. De samengestelde dienst orkestreert de volgorde
                     waarin andere diensten uitgevoerd worden en bepaalt welke functie ze in het
                     geheel vervullen.
                     Zo’n samengestelde dienst kan bijvoorbeeld een dienst zijn die een beoordeling
                     registreert inclusief het bijbehorende materiaal. De samengestelde dienst maakt
                     gebruik van twee bestaande diensten om de beoordeling te registreren en de do-
                     cumenten op te slaan. Een samengestelde dienst zorgt ervoor dat beide services
                     in de juiste volgorde en rekening houdend met hun onderlinge afhankelijkheden
                     gebruikt worden. Dit maakt het gebruik van diensten eenvoudiger door de com-
                     plexiteit te verbergen die komt kijken bij het coördineren van twee services door
                     er een overkoepelende service voor te realiseren.


                    Een samengestelde dienst kan ook basisdiensten uit verschillende domeinen gebrui-
                    ken. De beoordeling wordt bijvoorbeeld geregistreerd onder verantwoordelijkheid
                    van de deelnemeradministratie. Het beoordelingsmateriaal belandt in het documen-
                    tensysteem dat beheerd wordt door het examenbureau of archivering.


                    Procesdiensten bewaren hun status
                    Procesdiensten zijn de derde categorie diensten. Samengestelde services en basis-
                    services worden normaal gesproken in een korte tijd uitgevoerd. Ze ontvangen een
                    verzoek, voeren hun taak direct uit en geven eventueel een antwoord terug. Dat is
                    anders bij procesdiensten.


                    Een procesdienst ondersteunt een heel bedrijfsproces, waarbinnen ook mense-
                    lijke acties een plek hebben. Kenmerkend voor een procesdienst is dat deze wordt
                    gestart, maar niet direct helemaal kan worden uitgevoerd en eindigt met een
ARCHITECTUUR   49




resultaat. In plaats daarvan worden onderdelen van de dienst achtereenvolgens
aangeroepen om de verschillende stappen van het proces te doorlopen. De opvol-
gende aanroepen kunnen bijvoorbeeld dienen voor het verstrekken van aanvullende
informatie door verschillende gebruikers (rollen) in het proces. Tussen de aanroe-
pen door moet de service de gegevens onthouden. Een procesdienst is dan ook
‘statefull’, ze onthoud haar status. Een voorbeeld is de service ‘intake’ die gebruikt
wordt bij de intake van een potentiële deelnemer.


De procesdienst bestaat in dat voorbeeld uit een aantal stappen die met een
bepaalde onderlinge samenhang door verschillende gebruikers (rollen) worden uit-
gevoerd. Aan het begin van de intake voert de deelnemer via het internet gegevens
over zichzelf en zijn wensen in. Een paar dagen later heeft hij een intakegesprek
met een medewerker. Een gesprekverslag en de keuzes die in het gesprek gemaakt
worden, worden via de intakeservice vastgelegd. Nadere gesprekken en keuzes
volgen waarna het intakeproces uiteindelijk wordt afgerond.


Procesdiensten maken het mogelijk om een heel organisatieproces in een service
op te nemen. Een proces dat uren tot weken kan duren. Waarin vaak gewacht
wordt op stappen die handmatig uitgevoerd moeten worden, waarna het proces
weer verder gaat. Door procesdiensten te gebruiken wordt een duidelijk scheiding
aangebracht tussen het (relatief veranderlijke) organisatieproces en de (minder
veranderlijke) achterliggende diensten en de gebruikersinterface.


Lagenprincipe voor beheerste softwareontwikkeling
Zoals in de figuren te zien is gebruiken de afnemers procesdiensten of lager ge-
legen diensten, maar nooit andersom. Datzelfde geldt voor de lagen daaronder;
diensten roepen alleen diensten uit dezelfde laag of lagere lagen aan. Dit ‘lagen
principe’ maakt complexe software beter begrijpbaar en onderhoudbaar.


Lagere diensten ontwerpen voor hergebruik
Een belangrijke doelstelling bij serviceoriëntatie is hergebruik van diensten. Het is
de bedoeling dat diensten in de lagere lagen ontworpen worden zodat ze bruikbaar
zijn voor meerdere dienstenafnemers. Het gaat om de basisdiensten en deels om
de samengestelde diensten. Door die herbruikbaar te ontwerpen hoeft er minder
software ontwikkeld en onderhouden te worden. Procesdiensten zijn over het
algemeen minder herbruikbaar. Ze ondersteunen een uniek organisatieproces.
50   ARCHITECTUUR




                    De implementatie van handmatige activiteiten
                    Diensten en processtappen in diensten kunnen door een mens (handmatig) of door
                    software uitgevoerd worden (geautomatiseerd). Voor handmatige activiteiten zijn
                    aanvullende voorzieningen nodig om dat goed te ondersteunen in een service-
                    georiënteerde architectuur. Een gebruiker bepaalt tenslotte zelf wanneer en in
                    welke volgorde taken worden uitgevoerd.


                    Er zijn twee manieren om de afhandeling van menselijke taken in een servicegeori-
                    ënteerde architectuur vorm te geven
                    - met behulp van takenlijsten
                     Een processervice kan een handmatige taak op een takenlijst van een bepaalde
                     gebruiker, of beter nog van een bepaalde rol zetten. In dat geval kunnen gebrui-
                     kers met deze rol deze takenlijst raadplegen, en de taak uitvoeren. Het uitvoe-
                     ren van zo’n taak betekent dat de bijbehorende stap in de processervice wordt
                     uitgevoerd; praktisch gezien gewoon het aanroepen van een service binnen die
                     processervice. De processervice kan dan weer verder.
                    - door de status van services te monitoren
                     De service in een wachtstand terecht komt wanneer er een menselijke handeling
                     moet worden uitgevoerd. Via een monitoring voorziening kan een gebruiker met
                     de juiste rol zien wat de status van een bepaalde service is. Hij voert de betref-
                     fende taak uit die bij de betreffende status hoort; ook dit is praktisch gezien
                     gewoon het aanroepen van een service binnen die processervice. Op dat moment
                     kan de processervice weer verder.


                    Afnemers
                    Afnemers nemen alle soorten diensten af
                    Diensten worden uiteindelijk afgenomen door externe systemen en gebruikers.
                    Beide kunnen gebruik maken van elk van de besproken soorten diensten, van
                    processervices tot basisdiensten. Autorisaties en beveiligingsmaatregelen bepalen
                    welke diensten beschikbaar zijn voor wie.


                    Externe systemen kunnen geautoriseerd worden
                    Met externe systemen bedoelen we systemen van andere organisaties. Externe sys-
                    temen kunnen diensten afnemen die naar buiten toe beschikbaar worden gesteld
                    met behulp van beveiligingsmaatregelen.
ARCHITECTUUR   51




Figuur 15. Afnemers in een servicegeoriënteerde architectuur


Portaal is beoogde gebruikersinterface
Een gebruikersinterface maakt de softwarediensten beschikbaar voor gebruikers.
De gebruikersinterface kan allerlei vormen aannemen. Zoals in de informatiear-
chitectuur beschreven gaan we in de Triple A-architectuur in principe uit van het
gebruik van een portaal of in ieder geval een webgebaseerde gebruikersinterface.
Een portaal is een flexibele gebruikersinterface. In het portaal kunnen alle diensten
die een gebruiker nodig heeft op een manier die handig is voor zijn werk in één
samenhangende gebruikersinterface worden samengebracht.
52   ARCHITECTUUR




                    Servicebus
                    Een belangrijk onderdeel van de technische architectuur is de servicebus. Er zijn
                    verschillende interpretaties van wat een servicebus allemaal omvat, deels ook in-
                    gegeven door commerciële belangen. Wij interpreteren het als de volledige service
                    infrastructuur. Die vervult diverse functies, waarvan we er hier een aantal zullen
                    toelichten.




                    Figuuur 16. De servicebus in een servicegeoriënteerde architectuur


                    Een flexibel en onderhoudbaar domeinoverstijgend systeem
                    Eerder is al het uitgangspunt besproken dat de architectuur in principe per organi-
                    satiedomein is ingericht. De uitdaging is dan ook wanneer diensten buiten het eigen
                    domein beschikbaar worden gesteld. Er ontstaat dan een gedistribueerde
ARCHITECTUUR   53




omgeving waarin software domeinoverstijgend gekoppeld wordt. Dit vereist aanvul-
lende maatregelen om dit flexibel en onderhoudbaar te houden.
- Losjes koppelen
 Ten eerste worden domeinoverstijgende diensten ‘losjes’ aan elkaar gekoppeld in
 een service georiënteerde architectuur, wat betekent dat er zo min mogelijk af-
 hankelijkheden ontstaan. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt. Een
 veel gebruikt aspect van los koppelen is dat de dienstafnemer en de dienstenaan-
 bieder gegevens niet in hetzelfde formaat hoeven te communiceren. Ze gebruiken
 een intermediair om het gegevensformaat te vertalen. Dit vertalen is een functie
 van de servicebus. Het grote voordeel is dat niet alle informatie die binnen de
 organisatie uitgewisseld wordt overal in precies hetzelfde formaat hoeft te worden
 opgeslagen. Pogingen om deze homogeniteit wel te realiseren mislukken bijna
 altijd. Los koppelen is belangrijk voor de flexibiliteit en onderhoudbaarheid van
 software die over organisatiedomeinen heen gekoppeld is.
- Publicatie van diensten
 Een tweede maatregel is dat diensten geregistreerd worden in een register en
 beschreven in een ‘repository’. Een register is een onderdeel van de servicebus.
 In een register staan alle technische details van een dienst, zodat deze technisch
 aanroepbaar is. In een repository wordt van elke dienst beschreven wat de dienst
 is, onder welke voorwaarden ze afgenomen kan worden, enz. Ook dit draagt bij
 aan de onderhoudbaarheid en flexibiliteit van het gedistribueerde systeem. Daar-
 naast maakt zo’n repository het hergebruiken van services gemakkelijker.


Situationeel gebruik servicebus
Het is niet altijd nodig om alle services op deze manier, dus via een servicebus,
losjes te koppelen en te beschrijven en te publiceren in een repository. Deze maat-
regelen zijn complexer te realiseren en te implementeren; als het niet nodig is moet
je het niet doen. Diensten die samen één applicatie vormen kunnen ook binnen de
applicatie van elkaars services gebruik maken zonder een servicebus. Alleen voor
het aanroepen van diensten uit een ander domein wordt de servicebus gebruikt.


Ook het gebruik van een servicebus voor gegevensvertaling is niet altijd nodig.
Het is mogelijk en wenselijk om belangrijke gegevens voor de hele organisatie te
standaardiseren. Het beheer van deze gegevensdefinities moet dan wel op een
goede manier organisatorisch belegd worden. Op deze manier kunnen ingewikkelde
vertalingen van gegevens worden voorkomen. Het gaat hier wel uitdrukkelijk om de
belangrijkste gegevens binnen een organisatie die in verschillende organisatiedo-
meinen van belang zijn.
54   ARCHITECTUUR




                    De voor- en nadelen van het gebruik van diverse servicebusfunctionaliteiten moet
                    dus per situatie worden afgewogen.


                    Organisatieoverstijgende samenwerking servicebussen
                    De servicebus van een organisatie kan samenwerken met de servicebus van een
                    andere organisatie. Zo kan losjes gekoppeld worden met diensten die een andere
                    organisatie levert. Het ligt voor de hand om binnen een instellingen te kiezen voor
                    één servicebus, maar dat is in principe niet nodig. De service-infrastructuur binnen
                    een organisatie kan worden gezien als één (logische) servicebus die kan bestaan uit
                    meerdere, onderling gekoppelde servicebussen.


                    Applicaties in een service-georiënteerde architectuur
                    Een ‘applicatie’ is een centraal begrip in ICT, ook voor gebruikers. Zeker voor
                    gebruikers zal dit begrip langzaamaan verdwijnen in een servicegeoriënteerde
                    architectuur. En voor ICT’ers krijgt het begrip een wat andere betekenis. We zeggen
                    hier eerst een paar algemene dingen over. Daarna gaan we in op de consequenties
                    voor Triple A.


                    Applicatie is een eenheid van ontwikkeling en beheer
                    Een applicatie is een eenheid van ontwikkeling en beheer van software. Een sterk
                    samenhangende hoeveelheid software wordt als een eenheid gemaakt en onder-
                    houden. Traditioneel is er een directe relatie met de ervaring van gebruikers; die
                    ervaren een applicatie als een reeks samenhangende schermen en functies.


                    In een servicegeoriënteerde architectuur vervagen applicatiegrenzen
                    In een servicegeoriënteerde architectuur wordt het denken in aparte, gescheiden
                    applicaties losgelaten. De gebruikersinterface, de logica en de gegevensopslag
                    worden niet meer als één geheel gezien, als één gesloten applicatie, geïsoleerd van
                    andere applicaties.


                    In een servicegeoriënteerde architectuur is de functionaliteit ondergebracht in servi-
                    ces. Deze services kunnen gebruik maken van gegevens uit verschillende backends
                    en van functionaliteit en die door andere domeinen in de vorm van services be-
                    schikbaar worden gesteld. Ook de gebruikersinterface is losgekoppeld van de servi-
                    ces. Bij Triple A gaan we uit van een portaal waarin de volledige gebruikersinterface
                    op een geïntegreerde manier beschikbaar wordt gesteld. Zo’n portaal kan services
                    uit verschillende domeinen (en dus ook uit verschillende applicaties) combineren in
                    één gebruikersinterface.
ARCHITECTUUR   55




Op deze manier zullen de applicatiegrenzen vervagen.


Gebruikers ervaren een geïntegreerde gebruikersinterface waarin ze gebruik kun-
nen maken van diensten vanuit verschillende organisatiedomeinen en applicaties.
Uit welke applicatie die diensten afkomstig zijn, is voor een gebruiker steeds minder
relevant.


Organisatieonderdelen beheren hun eigen (specifieke) processen
De procesdiensten zijn de meest veranderlijke onderdelen van de ICT-omgeving.
Deze ondersteunen een specifiek organisatieproces waarvan de inrichting in de loop
der tijd kan wijzigen. In procesdiensten worden vaak diensten van verschillende
organisatiedomeinen, en dus ook vaak van verschillende applicaties, gecombineerd.
Procesdiensten zullen dus ook steeds vaker zijn losgekoppeld van een specifieke ap-
plicatie.


De verantwoordelijkheid voor de procesdiensten moet bij de betreffende organisa-
tieonderdelen ondergebracht worden.


Applicaties omvatten in eerste instantie gegevens, services en de interface
Applicaties, zoals bijvoorbeeld de kernregistratie deelnemergegevens (KRD), om-
vatten in eerste instantie zowel een backend met gegevens, functionaliteit in de
vorm van services, en een bijbehorende webgebaseerde gebruikersinterface. Het
geheel wordt ontwikkeld en beheerd als één applicatie. Technisch is er wel de eer-
der beschreven duidelijke scheiding tussen gebruikersinterface, logica en data. Op
basis hiervan is het al direct mogelijk om in het portaal nieuwe gebruikersinterfaces
te realiseren die gebruik maken van de services van de applicatie.
56   ARCHITECTUUR




                    Figuur 17. Een complete applicatie in een servicegeoriënteerde architectuur


                    Herschikking applicatiegrenzen bij verdere ontwikkeling
                    Als de onderwijsinstellingen een servicegeoriënteerde architectuur implementeren,
                    liggen twee ontwikkelingen voor de hand. Die worden geïllustreerd in nevenstaande
                    figuur.


                    Allereerst kunnen in toenemende mate zullen applicaties eenduidig onder de ver-
                    antwoordelijkheid van organisatiedomeinen gebracht worden. Er ontstaat dan een
                    situatie zoals weergegeven in nevenstaande figuur (onder meer applicatie A t/m
                    C.) De applicaties B en C kunnen bijvoorbeeld andere kernsystemen zijn, zoals een
ARCHITECTUUR   57




onderwijslogistiek systeem of een systeem dat het primaire proces ondersteunt.
Een logische ontwikkeling is dat de verantwoordelijkheid voor domeinoverstijgende
services, de procesdiensten, belegd worden in de organisatie waar de verantwoor-
delijkheid voor dat proces ligt, onafhankelijk van de applicaties die de services
leveren waarvan gebruik wordt gemaakt.


Naarmate het ICT landschap van een onderwijsinstelling meer servicegeoriënteerd
wordt zal een applicatie steeds meer teruggebracht worden tot een verzameling
services. De verantwoordelijkheid voor domeinoverstijgende diensten (procesdien-
sten) en de gebruikersinterfaces zullen daar los van belegd worden. Daarbij geldt dat
het de voorkeur heeft om de applicatiegrenzen, de eenheid van technisch beheer en
ontwikkeling, zo veel mogelijk overeen te laten komen met de organisatiegrenzen.




Figuur 18. Een compleet applicatielandschap in een service georiënteerde architectuur
58   ARCHITECTUUR




                    PRINCIPES EN RICHTLIJNEN TECHNISCHE ARCHITECTUUR

                                     In dit hoofdstuk worden de principes en richtlijnen beschreven waarop de techni-
                                     sche architectuur van Triple A is gebaseerd. Deze principes beschrijven de karakte-
                                     ristieken van software die volgens de Triple A-architectuur is ontwikkeld. De richtlij-
                                     nen maken de principes nog wat concreter door aan te geven hoe deze principes in
                                     praktijk gebracht kunnen worden.
                                     Deze principes maken onderdeel uit van het totaal aan architectuurprincipes van
                                     Triple A. Hieronder worden de principes voor de technische architectuur weergege-
                                     ven. Deze worden in de hierna volgende paragrafen verder toegelicht.




                                     Figuur 19. Principes van de technische architectuur


                                     Servicegeoriënteerd
                                     De technische architectuur wordt ingericht op basis van de principes van een
                                     servicegeoriënteerde architectuur zoals in het vorige hoofdstuk uitvoerig is be-
                                     schreven. Uiteindelijk wordt hiermee beoogd een zeer flexibele en goed geïnte-
                                     greerde ICT omgeving te realiseren, waarin services van applicaties kunnen worden
                                     hergebruikt en samengesteld tot diensten die een volledig bedrijfsproces naadloos
                                     kunnen ondersteunen.


                                     Daarnaast vormt een servicegeoriënteerde architectuur de basis voor het stapsge-
                                     wijs doorontwikkelen van functionaliteiten in de vorm van services, in plaats van
                                     grote veranderingen ineens door hele applicaties te implementeren.
ARCHITECTUUR   59




Richtlijnen:
- De principes van een servicegeoriënteerde architectuur zijn het uitgangspunt voor
 het ontwerp en de realisatie van applicaties
- Services van applicaties corresponderen met diensten in de organisatie
- De verantwoordelijkheid voor services wordt belegd bij organisatiedomeinen
- De applicatiegrenzen komen zoveel mogelijk overeen met de grenzen van deze
 organisatiedomeinen
- De diensten (services) worden in een gelaagde structuur ondergebracht, waarin
 onderscheid gemaakt wordt in verschillende typen diensten:
  •   Basisdiensten
  •   Samengestelde diensten
  •   Procesdiensten
- Basisdiensten ontsluiten backends (databases, pakketoplossingen of legacy
 applicaties). Samengestelde diensten en procesdiensten roepen andere (basis,
 samengestelde of proces-) diensten aan om hun taak uit te voeren
- Alle typen diensten kunnen in principe in een gebruikersinterface beschikbaar
 gesteld worden of door andere applicaties afgenomen worden
- Het heeft de voorkeur om samengestelde diensten en procesdiensten te realiseren
 met visuele middelen, om procesontwerp door niet-ICT-geschoolde gebruikers
 mogelijk te maken
- Services zijn via een servicebus bruikbaar en benaderbaar, maar er is geen tech-
 nische noodzaak voor het gebruik van een servicebus
- Services kunnen vanuit een portaal worden gebruikt, maar er is geen technische
 noodzaak voor het gebruik van een portaal
60   ARCHITECTUUR




                                            Open standaarden zijn uitgangspunt
      Wat is een open standaard?            Binnen een servicegeoriënteerde architectuur is het gebruik van open standaarden
      Onder een open standaard wordt        van groot belang. Voor services is inmiddels een aantal belangrijke internationale
      een standaard verstaan die vol-       standaarden gedefinieerd, die er voor zorgen dat services ook over applicatiegren-
      doet aan de volgende eisen:           zen heen kunnen worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor berichtuitwisseling tussen
      - De standaard is goedgekeurd en      applicaties. Het hanteren van deze standaarden is essentieel om een best-of-breed
        zal worden gehandhaafd door         strategie mogelijk te maken, en voorkomt dat instellingen met hun andere applica-
        een not-for-profit-organisatie,      ties tot keuzes worden gedwongen.
        en de lopende ontwikkeling
        gebeurt op basis van een open       Naast deze open, internationale standaarden rondom internet technologie is er ook
        besluitvormingsprocedure die        een aantal specifieke standaarden die binnen de Nederlandse overheid of specifiek
        toegankelijk is voor alle belang-   het onderwijs veel wordt toegepast. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om standaarden
        hebbende partijen (consensus of     voor het uitwisselen van deelnemergegevens, het gebruik van electronische leer-
        meerderheidsbeschikking enz.);      middelen of webrichtlijnen. In een apart hoofdstuk Technische standaarden is het
      - De standaard is gepubliceerd en     complete overzicht opgenomen van de (open) standaarden die door Triple A worden
        over het specificatiedocument        gehanteerd.
        van de standaard kan vrijelijk
        worden beschikt of het is te        Met behulp van deze standaarden wordt beoogd om de toekomstvastheid van
        verkrijgen tegen een nominale       gerealiseerde software te garanderen. We veronderstellen daarbij dat het gebruik
        bijdrage. Het moet voor een         van open standaarden ook voldoende mogelijkheden geeft om te koppelen met
        ieder mogelijk zijn om het te       bestaande of nog aan te schaffen systemen bij de betrokken onderwijsinstellingen.
        kopiëren, beschikbaar te stellen
        en te gebruiken om niet of tegen    Richtlijnen:
        een nominale prijs                  - Gerealiseerde oplossingen zijn zo veel mogelijk gebaseerd op beschikbare open
      - Het intellectuele eigendom           standaarden
        - m.b.t. mogelijk aanwezige         - De open standaarden die in het hoofdstuk Technische standaarden zijn benoemd
        patenten - van (delen van) de        worden toegepast dan wel ondersteund binnen het genoemde toepassingsgebied
        standaard is onherroepelijk
        ter beschikking gesteld op een      Open source wordt zo veel mogelijk nagestreefd
        royalty-free basis                  Een belangrijk uitgangspunt is dat het mogelijk moet zijn dat elke instelling zijn
      - Er zijn geen beperkingen omtrent    eigen keuzes kan maken op basis van de ontwerpen van Triple A. Voor bepaalde
        het hergebruik van de standaard.    delen trekt een aantal instellingen mogelijk samen op en laat door één leverancier
                                            een oplossing realiseren. Voor andere delen gaat elke instelling zijn eigen weg met
      Bron: http://www.ososs.nl/wat_zijn_   een leverancier naar zijn keuze. Dit betekent dat het mogelijk moet zijn dat een
      open_standaarden                      instelling of leverancier moet kunnen voortbouwen op de resultaten van een andere
                                            instelling of leverancier. Het toepassen van open standaarden biedt hiertoe al een
                                            aantal mogelijkheden. Het beschikbaarstellen van de software in open source, met
                                            een bijbehorende open source-licentie, verruimd deze mogelijkheden nog aanzien-
                                            lijk. Vooral voor generieke voorzieningen zoals de onderwijscatalogus is dit van
                                            groot belang, omdat deze voor de kernregistratie, onderwijslogistiek, roosteren
ARCHITECTUUR   61




                                       en portfolio steeds weer aangepast en uitgebreid worden. Vandaar dat Triple A als
Wat is open source?                    principe hanteert dat dergelijke generieke voorzieningen in open source gereali-
In de basis is open source soft-       seerd moeten worden, en dat open source voor alle andere programmatuur nadruk-
ware een juridisch construct: een      kelijk de voorkeur heeft.
licentie die stelt dat de broncode,
het voor de mens leesbare deel         Onder open sourcesoftware wordt hier het volgende verstaan:
van software, beschikbaar              - De software licentie voldoet aan de Open Source Definition van het Open Source
gesteld moet worden aan (eind-)         Initiative (zie http://www.opensource.org/docs/osd)
gebruikers. De broncode stelt          - De software is voorzien van het zogenaamde ‘Open Source Initiative Approved
eindgebruikers in staat om de soft-     mark’ (zie http://www.opensource.org/docs/certification_mark.html)
ware zelf aan te passen. Hierdoor
ontstaat een grotere vrijheid in het   Richtlijnen:
gebruik van de software. Ook leidt     - Generieke voorzieningen zijn als open sourcesoftware beschikbaar. Het gaat in
het in potentie tot minder leve-        dit geval om voorzieningen die als basisvoorziening door verschillende systemen
ranciersafhankelijkheid. Een groot      gebruikt moeten kunnen worden, zoals de onderwijscatalogus en de criteriumbank
deel van de open source software       - Alle (overige) softwareonderdelen zijn bij voorkeur als open sourcesoftware be-
wordt ontwikkeld in internet com-       schikbaar
munities, maar dat hoeft niet. De      - De ontwikkelstraat op basis waarvan de software wordt gerealiseerd is bij voor-
communities bestaan vaak uit een        keur opgebouwd uit componenten die als open sourcesoftware beschikbaar zijn.
interessante mix van softwareleve-
ranciers, free-lancers, hobbyisten,    Heterogeniteit is uitgangspunt
studenten en gebruikers.               Het ICT-landschap van onderwijsinstellingen bestaat uit verschillende systemen en
                                       technologieën. Bij de inrichting van ICT wordt er van uitgegaan dat deze diversiteit
Bekende voorbeelden van open           altijd zal bestaan (en nuttig is).
source software zijn Linux, Apache
en OpenOffice.                          Dit betekent dat we nadrukkelijk niet streven naar uniformiteit in de leverancier,
                                       de gebruikte ontwikkelstraat, programmeertalen of generieke voorzieningen. Ook
                                       wordt er niet gestreefd naar het onderbrengen van alle functionaliteit in één suite
                                       van producten van dezelfde leverancier of technisch platform. Uiteraard is het wel
                                       mooi als er uniformiteit is, maar het is geen voorwaarde of uitgangspunt.
                                       Ook ten aanzien van bestaande systemen (vaak legacy-systemen genoemd) han-
                                       teren wij niet op voorhand het uitgangspunt dat deze per definitie vervangen moet
                                       worden.


                                       In plaats van het streven naar eenvormigheid, wordt gestreefd naar een open
                                       architectuur, gericht op integratie van systemen en functionaliteiten. Daarbinnen
                                       kan een instelling dus voor elke gewenste functionaliteit de oplossing kiezen die het
                                       meest passend is, en deze inpassen in de bestaande omgeving. Dit wordt wel een
                                       best-of-breed strategie genoemd.
62   ARCHITECTUUR




                    Richtlijnen:
                    - Systemen kunnen op verschillende technische platformen zijn gebaseerd. Er wordt
                     geen standaardisatie nagestreefd voor deze systemen zelf. Alleen de koppelvlak-
                     ken dienen zodanig te zijn dat systemen kunnen worden geïntegreerd in een
                     heterogene, servicegeoriënteerde omgeving. Hiervoor is het noodzakelijk dat de
                     koppelvlakken zijn gebaseerd op de volgende technologieën.
                      •   Standaarden voor webservices voor het koppelen van softwarefunctionaliteit
                          (XML, XSD, SOAP, HTTP, WSDL en WSS).
                      •   Standaarden voor procesbesturing (BPEL en de standaarden van de Workflow
                          Management Coalition (WfMC))
                      •   Standaarden voor uitwisseling van documenten (ODF en PDF)
                    - Er worden geen organisatiebrede, uniforme gegevensstandaarden gehanteerd.
                     Systemen kunnen hun eigen gegevensstructuren en gegevenstypen hanteren.
                     Standaardisatie van gegevensstructuren en gegevenstypen blijft beperkt tot het
                     minimaal noodzakelijke om koppelingen te kunnen realiseren. Dit kan betekenen
                     dat gegevens die betrokken zijn in koppelingen wel worden gestandaardiseerd, of
                     dat er een gegevensvertaling (data mapping) wordt gedefinieerd.
                    - Infrastructurele voorzieningen, zoals de infrastructuur voor routering, (de adres-
                     sering en het gegevenstransport tussen services) gegevensvertaling, monitoring
                     etc. mag heterogeen zijn. Ze moet echter wel op elkaar aansluiten voor essentiële
                     functies zoals voor routering, beveiliging en als één infrastructuur functioneren.
                    - Er wordt gestreefd naar één organisatiebrede enterprise servicebus, maar noodza-
                     kelijk is dat niet
                    - Er wordt gestreefd naar één organisatiebreed portaal, maar noodzakelijk is dat niet


                    Eindgebruikersfunctionaliteit kan tijd- en plaatsonafhankelijk worden gebruikt
                    Flexibilisering van het onderwijs en de organisatie ervan, vergt betere informatie-
                    voorziening; informatievoorziening die niet aan een locatie of tijdstip gebonden is.
                    Veel softwarefunctionaliteit moet technisch gezien op elke werkplek (computer),
                    locatie (verbonden aan het internet) en tijdstip te gebruiken zijn. Dit is van belang
                    voor functionaliteit die deelnemers gebruiken (bijvoorbeeld ten behoeve van studie-
                    ondersteuning, rooster raadplegen en loopbaanplanning) en voor functionaliteit die
                    medewerkers om uiteenlopende redenen op variabele tijdstippen en locaties zouden
                    willen gebruiken (toetsresultaten vastleggen, rooster raadplegen, deelnemerdos-
                    siers raadplegen en aanwezigheid vastleggen).


                    De onderwijsinstelling kan beleid voeren dat beperkingen oplegt aan de beschik-
                    baarheid van softwarefunctionaliteit, bijvoorbeeld omdat ze functionaliteit alleen
                    beschikbaar wil stellen op het moment dat de ICT-helpdesk open is, omdat ze geen
                    bijpassende beveiligingsmaatregelen heeft gerealiseerd of omdat (oudere)
ARCHITECTUUR   63




gekoppelde systemen niet geschikt gemaakt zijn voor tijdonafhankelijkheid. De
relevante software die in lijn met deze architectuur ontwikkeld is mag technisch
echter geen locatie- en tijdbeperkingen opleggen. Dat vergt dus ondermeer dat
deze software ontworpen is op basis van bijpassende beveiligingsprincipes.


Daarnaast zorgt het werkplek- en locatieonafhankelijk ontwerpen van software is
het beperken van de beheerlast. Hier zijn twee redenen voor:
- Werkplek- en locatieonafhankelijke software maakt software-as-a-service (SaaS)
 mogelijk. Ontwikkeling en beheer van software zijn in één hand en worden als
 totaaldienst afgenomen
- Bij werkplek- en locatieonafhankelijke software is de beheerlast minder bij verhui-
 zingen en organisatiewijzigingen. Gebruikers kunnen dan zonder tussenkomst van
 een beheerder en zonder aanpassing van de werkplek, wisselen van werkplek


Er zijn deelfuncties van software waarvan het vanwege de benodigde technische
inspanning vooralsnog niet wenselijk is dat ze locatie- en tijdonafhankelijk ont-
wikkeld worden. Dit kan het geval zijn bij rekenintensieve en interactieintensieve
functionaliteiten zoals functies om het onderwijsinstellingbrede rooster te maken
en intensief te bewerken. Bovendien geldt dat een dergelijke functie bij regulier
gebruik over het algemeen vanaf dezelfde werkplek wordt gebruikt. Het streven is
om dit soort uitzonderingen te beperken.


Richtlijnen:
- Softwarefunctionaliteiten zijn op elke gangbare werkplek te gebruiken, bij voor-
 keur door uitsluitend gebruik te maken van een standaard webbrowser
- Een gebruiker kan op verschillende werkplekken werken, zonder verlies van gege-
 vens of instellinge
- Softwarefunctionaliteiten zijn geschikt om via het openbaar internet en draadloze
 netwerken te gebruiken. Het ontwerp is geschikt voor bijpassende beveiligings-
 en routeringsvoorzieningen. Het ontwerp is afgestemd op de snelheid van het
 internet en gebruikelijke draadloze netwerken. Het ontwerp houdt rekening met
 tijdelijk verlies van de verbinding
- Softwarefunctionaliteiten maken (op de werkplek van de eindgebruiker) gebruik
 van de lokaal geïnstalleerde randapparatuur, waaronder printers en scanners.


Integratie aan de voorkant middels een portaal
Een portaal is een generieke voorziening voor een web-gebaseerde, uniforme, ge-
ïntegreerde toegang tot informatie én functionaliteit (dus toepassingen) binnen een
instelling. De toegang tot het portaal is beveiligd (authenticatie is nodig) en geper-
sonaliseerd (wat je ziet en kunt doen is afhankelijk van je rol).
64   ARCHITECTUUR




                    Daarnaast worden applicatie-overstijgende faciliteiten geboden, zoals zoekfuncti-
                    onaliteit en workflow-achtige faciliteiten. Het portaal wordt uiteindelijk een geïn-
                    tegreerde user-interface waarin het onderscheid in verschillende achterliggende
                    applicaties voor gebruikers steeds minder relevant wordt.


                    Daarnaast kan het portaal ook allerlei communicatie- en samenwerkingsfaciliteiten
                    bieden (de zogeheten collaboration functionaliteit).
                    Zoals in de informatiearchitectuur gesteld is in deze architectuur het uitgangspunt
                    dat onderwijsinstellingen een ‘flexibele geïntegreerde digitale werkplek’ moeten
                    kunnen creëren. Het portaal is een belangrijk onderdeel dat dit mogelijk maakt. Het
                    is de technische oplossing voor de ‘integratie aan de voorkant’.


                    Richtlijnen:
                    - Het portaal wordt ingericht als generieke voorziening die gebruikt kan worden
                     door alle gebruikers binnen de instelling, en toegang geeft tot alle webgebaseerde
                     faciliteiten binnen een instelling
                    - Het portaal bestaat uit drie hoofdelementen
                      •   Nieuwsvoorziening
                      •   Communicatie en samenwerking
                      •   Applicatie-ontsluiting/werkprocesondersteuning
                    - Het portaal is er ten behoeve van alle doelgroepen
                      •   Primair ten behoeve van de deelnemers en medewerkers van de instelling
                      •   Daarnaast ook voor anderen, zoals BPV-bedrijven, betrokkenen in projecten,
                          contractonderwijs, toekomstige en oud-deelnemers etc.
                    - De scheiding tussen een internet site en het portaal is als volgt
                      •   Het internet is zonder authenticatie toegankelijk, de informatie en functionali-
                          teit wordt ongeautoriseerd, en niet gepersonaliseerd aangeboden
                      •   Het portaal is alleen na authenticatie toegankelijk, de informatie en functionali-
                          teit wordt op basis van rolgebaseerde autorisatie toegankelijk. Het portaal kan
                          worden gepersonaliseerd.
                      •   Er is binnen een instelling bij voorkeur slechts één portaal
                    - Portaalfunctionaliteit binnen specifieke applicaties wordt niet gebruikt
                    - Applicaties maken gebruik van de authenticatie die op het portaal heeft plaats-
                     gevonden (Single sign-on)
                    - De rol van de gebruiker is bepalend voor de toegankelijkheid van (een service
                     van) een applicatie via het portaal
                    - Het uitgangspunt is dat de gebruikers de via het portaal beschikbare functionali-
                     teiten als een afgestemd geheel ervaren wat betreft navigatie, uiterlijk en samen-
                     werking tussen functies. Softwarefunctionaliteiten moeten zodanig ontsloten
ARCHITECTUUR   65




 worden dat deze gebruikerservaring te creëren is via elk van de in de markt
 meest gangbare portaaltechnologieën
- Applicaties kunnen op twee manieren toegankelijk worden gemaakt vanuit het
 portaal
  •   De applicatie biedt (web)services aan, die vanuit het portaal kunnen worden
      aangeroepen. Wanneer het een interactieve functie betreft, wordt er bij voor-
      keur een portlet of web-part ontwikkelt dat één of meerdere services integreert
      in een user-interface component op het portaal
  •   De applicatie biedt web-gebaseerde schermen aan, die vanuit het portaal kun-
      nen worden aangeroepen.


Integratie aan de achterkant middels een servicebus
Een servicebus is een infrastructurele voorziening die ervoor zorgt dat diensten
(services) kunnen worden gevonden en aangeroepen. Al het berichtenverkeer van
en naar diensten loopt via de servicebus.


Omdat al het berichtenverkeer langs deze servicebus loopt, kan de servicebus een
aantal aanvullende taken vervullen, zoals:
- Het routeren van een request naar de juiste service door gebruik te maken van
 een register of repository van services
- Het monitoren van een tijdige response op een request
- Het overbruggen van technische verschillen tussen de vragende en de leverende
 service door het technische formaat van het bericht of de wijze van aanroepen
 aan te passen
- Het overbruggen van functionele verschillen tussen de vragende en de leverende
 service door het bericht inhoudelijk te vertalen, anders in te delen of aan te vullen
- Het beveiligen van berichtuitwisseling door autorisatiecontroles uit te voeren
- Het tijdelijk vasthouden van berichten als de leverende service tijdelijk niet be-
 schikbaar is


Een servicebus wordt ook vaak aangeduid met de term Enterprise Service Bus
(ESB) om te benadrukken dat het een organisatiebrede voorziening is die diensten
uit de hele organisatie met elkaar verbindt. De hierboven genoemde faciliteiten
hebben ook vooral een toegevoegde waarde in de integratie tussen domeinen van-
wege de technische en functionele verschillen die er kunnen zijn.
66   ARCHITECTUUR




                    Onder een applicatie wordt hier een verzameling diensten verstaan die in samen-
                    hang is ontwikkeld (of aangeschaft). Alle services in die ene applicatie zijn geba-
                    seerd op hetzelfde technische platform en gebruiken dezelfde gegevensdefinities.
                    Binnen één applicatie is het zelfs niet nodig om een servicebus te gebruiken. Binnen
                    één technisch platform is er doorgaans een eenvoudigere voorziening beschikbaar
                    die ervoor zorgt dat services elkaar kunnen aanroepen: de applicatieserver.


                    Een servicebus voorziet op hoofdlijnen in de volgende typen communicatie:


                    Gebeurtenissen (events)
                    Dit betreft het uitwisselen van berichten naar één of meerdere afnemers met de
                    bedoeling een bepaalde gebeurtenis (bijvoorbeeld een statuswijziging of mutatie) te
                    melden. Belangrijke kenmerken van dit type communicatie zijn:
                    - Het is asynchroon: de verzender wacht niet op antwoord
                    - Het mechanisme is ‘publish and subscribe’: de verzender publiceert het bericht
                     maar kent de afnemer(s) die zich op het bericht ‘abonneren’ in principe niet.
                    - Er geldt het principe van ‘fire and forget’: de verzender gaat uit van gegarandeerd
                     transport door de servicebus en hoeft niet van de ontvangst door de afnemer te
                     worden geïnformeerd
                    - Technisch gezien is dit veelal een XML-bericht, maar het kan ook een EDI-bericht
                     of tekstbestand zijn.


                    Diensten (services)
                    Dit betreft de aanroep van een dienst (service), veelal beschikbaar gesteld door een
                    andere applicatie. Belangrijke kenmerken van dit type communicatie zijn:
                    - Het kan synchroon (de verzender wacht op antwoord) of asynchroon zijn (de
                     verzender wacht niet op antwoord of het antwoord wordt later als aparte service
                     teruggeleverd)
                    - De verzender is afhankelijk van de beschikbaarheid van de service. Bij synchrone
                     verzending is dat het meest direct, maar bij asynchrone verwerking kan er ook
                     een afhankelijkheid zijndie later in de tijd optreedt
                    - Technisch gezien is dit veelal een web service, maar het kan ook een ander type
                     applicatiecomponent zijn


                    Enkele instellingen hebben al een servicebus geïmplementeerd en andere over-
                    wegen dat te doen. Voor de toekomst wordt voorzien dat steeds meer instellingen
                    deze stap zullen zetten, om zo de complexiteit van koppelingen tussen applicaties
                    te reduceren en een betere integratie van applicaties te realiseren. Er wordt bijna
                    altijd gestreefd naar één generieke voorziening waarop alle applicaties zijn aan-
                    gesloten. Het is echter niet onwaarschijnlijk dat na verloop van jaren (modernere)
ARCHITECTUUR   67




additionele servicebussen in gebruik worden genomen. Het is dan wenselijk dat die
samen zo veel mogelijk als één geheel kunnen werken. Bovendien moet er vaak
gekoppeld kunnen worden met de servicebussen van andere organisaties.


Richtlijnen:
- De servicebus wordt zo veel mogelijk generiek ingericht, zodat deze bruikbaar en
 toegankelijk is voor zo veel mogelijk applicaties die binnen de instelling gebruikt
 worden
- Een servicebus is specifiek per instelling; het is niet nodig op dit punt in de sector
 te standaardiseren
- De servicebus ondersteunt in ieder geval de volgende typen communicatie tussen
 applicaties
  •   Diensten (services) (asynchroon of synchroon)
  •   Gebeurtenissen (events), (asynchroon)
- Bulkuitwisseling middels bestanden wordt zo veel mogelijk beperkt
- Functionaliteit voor transport, technische conversie, berichttransformatie, route-
 ring, monitoring en logging worden ondersteund door de servicebus. Eventuele
 functionaliteit daarvoor binnen individuele applicaties wordt niet gebruikt
- Wanneer er meerdere servicebussen in gebruik zijn, moet er overkoepelend over
 deze servicebussen gemonitord kunnen worden (‘meta-monitoring’)
- De ‘repository’ wordt onafhankelijk van de andere infrastructuur gerealiseerd en
 bij voorkeur op basis van open standaarden. Ze wordt dus ook onafhankelijk
 opgezet van het register (registry) waarin de technische ‘deployment’ details van
 de onstloten softwarefuctionaliteiten worden geregistreerd
- Uitwisseling van gegevens wordt gebaseerd op een beperkte set fundamentele
 gegevenstypen die ten behoeve van gegevensuitwisseling organisatiebreed wor-
 den gestandaardiseerd.


Bulk-transport van gegevens middels een ETL-tool
In sommige gevallen is het onvermijdelijk dat gegevens in bulk moeten worden
uitgewisseld, met name in de volgende situaties:
- Uitwisseling met een datawarehouse
- Uitwisseling met applicaties die niet op basis van berichten of services gekoppeld
 kunnen worden.


Om te voorkomen dat voor dergelijke uitwisseling te veel maatwerk wordt gere-
aliseerd wordt er gestreefd naar standaardisatie van dit type koppelingen. Er zijn
standaard tools beschikbaar die dit soort koppelingen ondersteunen.
68   ARCHITECTUUR




                    Deze tools lezen gegevens uit bestaande databases, transformeren deze zo nodig
                    naar een andere structuur en laden deze in de database, vandaar de benaming ETL
                    (Extractie, Transformatie, Load).


                    Dit type tools wordt met name gebruikt voor de uitwisseling van gegevens naar een
                    datawarehouse. Voor die toepassing hebben deze tools ook de meeste toegevoegde
                    waarde, omdat een datawarehouse doorgaans gevuld moet worden vanuit verschil-
                    lende bronsystemen, en omdat het totaal aan gegevens in het datawarehouse moet
                    worden getransformeerd naar een structuur die optimaal is voor de rapportages.
                    Dit type tools kan eventueel ook worden gebruikt voor de bulkuitwisseling tussen
                    de applicaties onderling.


                    Richtlijnen:
                    - Uitwisseling van gegevens met een datawarehouse vindt bij voorkeur plaats met
                     behulp van een generiek tool, een ETL (Extractie, Transformatie, Load) tool
                    - Bulk-uitwisseling van gegevens tussen applicaties wordt zo veel mogelijk beperkt.
                     Indien mogelijk wordt uitwisseling op basis van diensten of services ingericht
                    - Als bulk-uitwisseling van gegevens tussen applicaties onvermijdelijk is, wordt hier
                     bij voorkeur een generieke (breder binnen de instelling toegepaste) voorziening
                     voor gebruikt. De toepassing van een ETL-tool is daarbij ook een mogelijkheid.


                    Orkestratie middels een orkestratie-engine
                    Zoals ook beschreven in de uitwerking van de opbouw van een service georiën-
                    teerde architectuur heeft orkestratie een belangrijke plek in de architectuur. Met
                    name de processervices, en in mindere mate ook de samengestelde services,
                    kunnen volgens dit principe worden gedefinieerd. Deze services bevatten de logica
                    van een bedrijfsproces, die zich vertaalt in het in een bepaalde volgorde aanroepen
                    van onderliggende services. Zo’n service is dus een soort regisseur van het proces,
                    waarvoor de definitie van dit proces (het draaiboek) leidend is. Daarin staat niet al-
                    leen de volgorde, maar ook afhankelijkheden, keuzemomenten etc.


                    Het orkestreren van processen kent drie deelaspecten, namelijk:
                    - Het modelleren van processen op een formele manier, die ook begrijpelijk is voor
                     verantwoordelijken in de organisatie. Hiervoor is de BPMN-notatie (Business Pro-
                     cess Modeling Notation) een van de meest gangbare notaties, die ook goed wordt
                     ondersteund door procesmodelleringstools
                    - Het ontwerpen van processen zodanig dat deze door een service kan worden
                     uitgevoerd. Daarvoor is de BPEL-notatie (Business Process Execution Language)
                     de meeste gangbare, maar niet de enige, notatie. Deze taal wordt ondersteund in
                     een groot aantal service georiënteerde ontwikkelomgevingen
ARCHITECTUUR   69




- Het uitvoeren van processen in de operationele (‘runtime’) software. Een in BPEL-
 vastgelegd proces kan door werkende software ook worden uitgevoerd, zodat de
 processen in een werkend systeem ook echt conform het gespecificeerde proces
 worden uitgevoerd


Dit wordt in onderstaand schema geïllustreerd.




Figuur 20. Het orkestreren van processen


Een orkestratie-engine ondersteunt doorgaans zowel het ontwerpen van het proces
in een taal zoals BPEL, en de mogelijkheid om deze daadwerkelijk uit te voeren. In
sommige gevallen wordt ook het daadwerkelijk modelleren van processen onder-
steund.
70   ARCHITECTUUR




                    Richtlijnen:
                    - Voor het grafisch weergeven van een organisatieproces wordt een voor verant-
                     woordelijken binnen de organisatie bruikbare en open notatiestandaard gebruikt;
                     bijvoorbeeld de Business Process Modeling Notation (BPMN)
                    - Voor het opslaan en uitwisselen van procesdefinities wordt een breed geaccep-
                     teerde, open standaard gebruikt; bijvoorbeeld de Process Definition Language
                     (XPDL).
                    - De gemodelleerde organisatieprocessen worden beschikbaar gesteld als proces-
                     of samengestelde service. De geautomatiseerd uitvoerbare delen van het proces
                     worden daarvoor vertaald naar een voor een orkestratie-engine uitvoerbare taal
                     die andere services kan aanroepen; bijvoorbeeld de Business Process Execution
                     Language (BPEL en BPEL4People).


                    Systemen en software zijn voldoende schaalbaar
                    In een ICT omgeving waarin stapsgewijs vernieuwingen worden doorgevoerd, zullen
                    gebruikspatronen ook gaandeweg veranderen. Sommige systemen zullen na verloop
                    van tijd steeds breder worden toegepast en dus door een grotere groep gebruikers
                    worden gebruikt, en van andere systemen zal het gebruik mogelijk gaandeweg af
                                                                                                -
                    nemen. Het is in zo’n situatie belangrijk dat deze toe-of afname van het gebruik niet
                    hoeft te leiden tot ingrijpende aanpassingen aan de inrichting van deze systemen.


                    Er zijn in twee mogelijkheden om schaalbaarheid in het ontwerp van systemen mee
                    te nemen:
                    - Horizontale schaalbaarheid. Dit houdt in dat bepaalde systeemonderdelen worden
                     gedupliceerd om zo meer capaciteit te creëren. Het gaat hierbij dan om het meer-
                     dere keren naast elkaar implementeren van bepaalde services, een web- of een
                     applicatieserver
                    - Verticale schaalbaarheid. Dit houdt in dat bepaalde lagen van een applicatie fysiek
                     van elkaar kunnen worden gescheiden en op aparte hardware kunnen functione-
                     ren. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de presentatie-, logica- of datalaag van een
                     applicatie


                    Richtlijnen:
                    - Systemen en software zijn zo veel mogelijk horizontaal en verticaal schaalbaar, zo-
                     dat groei of afname van het gebruik niet hoeft te leiden tot ingrijpende wijzigingen
ARCHITECTUUR   71




Systemen en software zijn veilig en betrouwbaar
Veiligheid is een integraal onderdeel van het ontwerp van ICT-systemen.


Gebruikers moeten in staat zijn om gegevens met een gepaste mate van beveiliging
op te slaan en te communiceren. Tegelijkertijd moet het delen van gegevens flexi-
bel georganiseerd kunnen worden.


ICT-systemen moeten voldoende betrouwbaar zijn. Bij het gebruik ervan moet de
gebruiker zich op de inhoud van zijn werk kunnen richten. Systemen hebben een
hoge mate van beschikbaarheid. Voor het opsporen en herstellen van fouten zijn
voldoende voorzieningen aanwezig.


Richtlijnen:
- Authenticatie is persoonsgebonden, gekoppeld aan rollen en kan plaatsvinden in
 een single-sign-on constructie
- Autorisatie van gebruikers, voor softwarefuncties en gegevens, wordt generiek
 ingericht, is rolgebaseerd en kan gekoppeld worden aan organisatie-eenheden
- Databases (en andere backend-systemen) zijn verantwoordelijk voor de consis-
 tentie van de gegevens en valideren deze waar nodig. Op de gebruikersinterface
 (frontends) worden gegevens ook gevalideerd, voornamelijk ten behoeve van het
 gebruikersgemak
- Gegevens kunnen na een bepaalde termijn gearchiveerd worden. Deze gegevens
 blijven bij voorkeur doorzoekbaar en kunnen indien nodig worden teruggezet naar
 de operationele omgeving
- Middels een backup kan een volledig herstelbare kopie van de systeemomgeving
 wordt gemaakt. Een dergelijke backup kan worden gemaakt met behulp van
 standaard tools die daarvoor op de markt zijn. Een backup kan worden gemaakt
 zonder dat het systeem tijdelijk niet beschikbaar is
- Mutaties kunnen beknopt en volledig gelogd worden. Dit is per gegevenssoort
 instelbaar.
- Alle softwarecomponenten voorzien in gemakkelijk raadpleegbare technische logging
- Een eventueel gebruikte servicebus beschikt over voldoende monitoring en logging
 functionaliteit.
72   ARCHITECTUUR




                    TECHNISCHE STANDAARDEN

                                   De toepassing van technische standaarden is van groot belang in de Triple A-
                                   architectuur. Door gebruik te maken van standaarden die gangbaar zijn in de BVE
                                   sector wordt zo veel mogelijk gewaarborgd dat de voor Triple A ontworpen en
                                   gerealiseerde systemen kunnen worden geïntegreerd met elkaar en met bestaande
                                   systemen die binnen een instelling worden gebruikt. Ook de mogelijke aansluiting
                                   op andere initiatieven binnen de sector is van groot belang, variërend van e-portfo-
                                   lio en het electronische leerdossier tot aan de overheidsservicebus.
                                   Hieronder zijn standaarden benoemd die gebruikt worden in de BVE sector, waar
                                   we ons in deze architectuur aan conformeren. Om te komen tot de keuze voor deze
                                   standaarden is gebruik gemaakt van de volgende bronnen in de sector.


                                   - NORA
                                    De Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA) heeft tot doel een betere
                                    samenwerking, aansluiting van processen en uitwisseling van gegevens te realise-
                                    ren binnen de Nederlandse overheid door optimaal gebruik te maken van ICT.
                                    Zie http://www.e-overheid.nl/data/files/architectuur/NORAv2_0.pdf.


                                   - OCW en Forum standaardisatie
                                    Het Ministerie van OC&W heeft een start gemaakt met de ontwikkeling van een
                                    sectorarchitectuur voor het onderwijs. Dit is een specifieke invulling van de NORA,
                                    gericht op het onderwijsveld. Ten aanzien van de te hanteren standaarden wordt
                                    daarin verwezen naar de lijst met standaarden die is opgesteld door het Forum
                                    Standaardisatie.
                                    Zie http://www.forumstandaardisatie.nl/


                                   - Kennisnet
                                    De stichting Kennisnet is het expertisecentrum voor ICT en onderwijs. De stichting
                                    behartigt de belangen van de Nederlandse onderwijssector op het gebied van ICT,
                                    biedt hulpmiddelen bij het maken van keuzes voor ICT-producten en diensten en
                                    levert educatieve diensten en producten om het leren te vernieuwen. Specifiek op
                                    het terrein van de uitwisselbaarheid van leerobjecten heeft Kennisnet een over-
                                    zicht van te hanteren standaarden opgesteld.
                                    Zie http://standaarden.kennisnet.nl/


                                   - EduStandaard
                                    De vereniging EduStandaard beheert de gemaakte afspraken en standaarden in
                                    het onderwijsveld.
                                    Zie http://www.edustandaard.nl/
ARCHITECTUUR   73




- ICTU
 De stichting ICTU is de ICT uitvoeringsorganisatie van de Nederlandse overheid,
 met als werkveld de zogenaamde elektronische overheid. Binnen de ICTU lopen
 een aantal programma’s, waaruit in een aantal gevallen voor het onderwijsveld
 relevante standaarden en richtlijnen voortkomen.
 Zie http://www.ictu.nl/


- ROC-i-Partners
 ROC-i-partners is het samenwerkingsverband tussen ROC’s, AOC’s en vakscholen
 met als doel kennisdeling te bevorderingen tussen deze instellingen op het gebied
 van ICT- en informatievoorziening. Met name de werkgroepen Stekkers en Archi-
 tectuur zijn in het kader van standaarden en richtlijnen relevant.
 Zie http://www.roc-i-partners.nl/


Op basis van de bovengenoemde bronnen is een lijst opgesteld van standaarden die
relevant zijn voor de Triple A architectuur. Deze lijst is als volgt opgebouwd.
- In de kolom Bron in de sector wordt verwezen naar één van de hiervoor genoem-
 de bronnen waarvan de betreffende standaard afkomstig is
- In de kolom Toepassingsgebied wordt aangegeven voor welke functie of toepas-
 sing de betreffende standaard van toepassing is
- In de kolom “Standaard” wordt aangegeven wat de exacte naam of omschrijving
 van de standaard is
- In de kolom Beherende organisatie is aangegeven welke organisatie (specificaties
 van) de standaard beheert
- In de kolom Specificaties wordt verwezen naar de locaties waar de specificaties
 zijn te vinden. Triple A baseert zich op de specificaties die aldaar te vinden zijn.


De standaarden zijn in de volgende categorieen onderverdeeld:
- Beveiliging, authenticatie en autorisatie
- Presentatie
- Bestands- en opslagformaten
- Gegevenslogistiek
- Gegevenssemantiek
74   ARCHITECTUUR




                                                  Beveiliging, authenticatie, autorisatie

     Nr   Bron in de        Toepassingsge-       Standaard              Beherende        Specificaties
          sector            bied                                        organisatie
     S1   OCW, Forum        IT-beveiliging       NEN-ISO 27001          NEN              http://www2.nen.nl/nen/servlet/dispatcher.Dispatcher?
          standaardisatie                                                                id=BIBLIOGRAFISCHEGEGEVENS&contentID=224997
     S2   OCW, Forum        IT-beveiliging       NEN-ISO 27002          NEN              http://www2.nen.nl/nen/servlet/dispatcher.Dispatcher?
          standaardisatie                                                                id=BIBLIOGRAFISCHEGEGEVENS&contentID=249401
     S3   Kennisnet         Uitwisseling van     Security Assertion     OASIS            http://www.oasis-open.org/specs/index.php#samlv2.0
                            authenticatie-       Markup Language
                            gegevens van         (SAML) v2.0
                            gebruikers.
     S4   Kennisnet         Uitwisselen van      Web Services           IBM              http://www.ibm.com/developerworks/library/
                            authenticatie-       Federation Language                     specification/ws-fed/
                            gegevens in en
                            tussen federaties.
     S5   NORA              Authenticatie        Leightweight Direc-                     http://tools.ietf.org/html/rfc4511
                                                 tory Access Protocol
                                                 (LDAP)


                                                  Opmerking: Ten aanzien van S3 en S4 is het voldoende als één van beide standaar-
                                                  den wordt ondersteund.




                                                  Presentatie
     Nr    Bron in de sector          Toepassingsgebied          Standaard                    Beherende          Specificaties
                                                                                              organisatie
     S6    OCW, Forum standaardi-     Overheidswebsites          Webrichtlijnen               ICTU               http://www.webrichtlijnen.nl/
           satie, ICTU programma
           Overheid heeft antwoord
     S7    NORA                       Vormgeving websites        Cascading Stylesheets        W3C                http://www.w3.org/Style/CSS/
                                                                 (CSS)
     S8    NORA                       Weergave webpagina’s       Hypertext Markup Langu-      W3C                http://www.w3.org/MarkUp/
                                                                 age (HTML)


                                                  Opmerking: S6 is een eis voor zover het publiek toegankelijke webpagina’s betreft.
                                                  Voor webpagina’s in het algemeen is het wenselijk de richtlijnen te hanteren voor
                                                  zover deze van toepassing zijn.
ARCHITECTUUR   75




                                               Bestands- en opslagformaten

Nr    Bron in de         Toepassingsgebied                 Standaard                        Beherende     Specificaties
      sector                                                                                organisatie
S9    OCW, Forum         Uitwisseling van reverseerbare    Open Document Format (ODF)       OASIS         http://www.iso.org/iso/en/
      standaardisatie,   documenten                        ISO 26300                                      CatalogueDetailPage.Catalogue
      NORA                                                                                                Detail?CSNUMBER=43485&scop
                                                                                                          elist=PROGRAMME
S10   OCW, Forum         Lange termijn archivering,        Portable Document Format         NEN, Adobe    http://www.adobe.com/nl/
      standaardisatie,   Uitwisseling niet-reverseerbare   (PDF), NEN-ISO 19005                           products/acrobat/adobepdf.html
      NORA               documenten
S11   OCW, Forum         Gebruik van grafische docu-        ISO/IEC 15984 Portable Net-      ISO/IEC,      http://www.w3.org/TR/PNG/
      standaardisatie    menten (‘lossless’ compressie)    work Graphics (PNG).             W3C
                         binnen ODF-documenten
S12   OCW, Forum         Gebruik van grafische docu-        ISO/IEC 10918 Joint Photograp-   NEN, W3C      http://www.w3.org/Graphics/
      standaardisatie    menten (‘lossy’ compressie)       hic Experts Group (JPEG).                      JPEG/itu-t81.pdf
                         binnen ODF-documenten
S13   OCW, Forum         Recordmanagement/Archivering      Recordmanagement NEN-ISO         NEN
      standaardisatie                                      15489:2001
76   ARCHITECTUUR




                                                 Gegevenslogistiek

     Nr     Bron in de sector        Toepassingsgebied             Standaard                       Beherende     Specificaties
                                                                                                   organisatie
     S14    NORA                     Communicatie tussen           HyperText Transfer Protocol     W3C           http://www.w3.org/Protocols/
                                     webclient en webserver        (Secure), (HTTP(S))                           rfc2616/rfc2616.html
                                                                                                                 http://tools.ietf.org/html/
                                                                                                                 rfc2595
     S15    OCW, Forum               Service aanroep middels       Simple Object Access            W3C           http://www.w3.org/TR/soap/
            standaardisatie, NORA    bericht                       Protocol (SOAP)
     S16    NORA                     Localisering/directory van    Universal Description, Disco-                 http://www.uddi.org/
                                     webservices                   very and Integration (UDDI)
     S17    NORA                     Services                      Web services                    W3C           http://www.w3.org/2002/ws/
     S18    NORA                     Webservices definitie          Web Service Description         W3C           http://www.w3.org/TR/wsdl
                                                                   Language (WSDL)
     S19    NORA                     Berichten                     Extensible Markup Language      W3C           http://www.w3.org/XML/
                                                                   (XML)
     S20    NORA                     Berichtdefinities              XML Schema (XSD)                W3C           http://www.w3.org/XML/
                                                                                                                 Schema
     S21    NORA                     Formattering en opmaak        Extensible Stylesheet           W3C           http://www.w3.org/Style/
                                     van XML-berichten             Language (XSL)                                XSL/
     S22    NORA                     Transformatie van XML-        XSL Transformation              W3C           http://www.w3.org/TR/xslt
                                     berichten tbv opmaak en
                                     parsen van berichten
     S23    NORA                     Raamwerk voor de uitwisse-    Electronic Business using                     http://www.ebxml.org/
                                     ling van zakelijke gegevens   eXtensible Markup Language
                                     op basis van XML              (ebXML)
     S24    ICTU programma Over-     Aansluiting op overheids-     Koppelvlakstandaard WUS         ICTU          http://www.overheidsser-
            heidsdienstenplatform    servicebus                    voor aansluiting op over-                     vicebus.nl/fileadmin/OSB/
            (Overheids-servicebus)                                 heidsservicebus op basis van                  OSB_Koppelvlak_standaard_
                                                                   WSDL, UDDI en SOAP                            WUS_v0.92.pdf
     S25    ICTU programma Over-     Aansluiting op overheids-     Koppelvlakstandaard ebMS        ICTU          http://www.overheidsservice
            heidsdienstenplatform    servicebus                    voor aansluiting op over-                     bus.nl/fileadmin/OSB/OSB_
            (Overheids-servicebus)                                 heidsservicebus op basis van                  ebMS_Koppelvlak_
                                                                   ebMS en ebXML                                 Standaard_v0.91.pdf
     S26    NORA                     Webservices orkestratie       Business Process Execution      OASIS         http://www.oasis-open.
                                                                   Language for Web Services                     org/committees/tc_home.
                                                                   (BPEL)                                        php?wg_abbrev=wsbpel
ARCHITECTUUR   77




                                                Gegevenssemantiek

Nr    Bron in de   Toepassingsgebied               Standaard                   Beherende     Specificaties
      sector                                                                   organisatie
                   Competenties
S27   Kennisnet    Landelijk samenstel van alle    Competentiegerichte         Colo          http://kwalificaties.colo.nl/smartsite.
                   vastgestelde kwalificatiedos-    kwalificatiestructuur MBO                  shtml?id=HOME_2007
                   siers
S28   Kennisnet    Europees Kwalificatiekader       European Qualification       EU            http://ec.europa.eu/education/lifelong-
                   voor levenslang leven           Framework                                 learning-policy/doc44_en.htm
                   Leerdossiers
S29   OCW,         Uitwisselen van competen-       IMS Reusable Definition of   IMS           http://www.imsglobal.org/competencies/
      Kennisnet    ties en leerdoelen              Competency or Educational                 index.html
                                                   Objective Specification
                                                   (RDCEO)
S30   Kennisnet    Uitwisselen van                 IEEE Reusable Competency    IEEE          http://www.ieeeltsc.org/working-groups/
                   competenties                    Definitions (RCD)                          wg20Comp/wg20rcdfolder/
                   Diploma’s
S31   Kennisnet    Vastleggen en uitwisselen       Europass                    EU            http://europass.cedefop.europa.eu/europass/
                   kwalificaties en competen-                                                 home/hornav/Downloads/navigate.action
                   ties middels Europass CV,
                   Taalpaspoort, Mobiliteit,
                   Certificaat- en Diploma-
                   supplement
                   Educatieve content
S32   Kennisnet    Interoperabiliteit, toeganke-   ADL Sharable Content        ADL           http://www.adlnet.gov/downloads/
                   lijkheid en hergebruik van      Object Reference Model                    downloadpage.aspx?ID=237
                   educatieve content              (SCORM)
S33   Kennisnet    Interactie tussen digitaal      Afspelen van educatieve     Edu-          http://contentketen.kennisnet.nl/deafspraken/
                   leermateriaal en de leer-       content (SCORM-RT)          Standaard     overzicht_van_afspraken/afspelen
                   omgeving in Nederland
S34   Kennisnet    Verpakken van digitale          IMS Content Packaging       IMS           http://www.imsglobal.org/content/
                   conten.                                                                   packaging/index.html
S35   Kennisnet,   Verpakken van digitaal          Content Packaging (o.b.v.   Edu-          http://www.edustandaard.nl/afspraken/002
      Edu-         leermateriaal in Nederland;     IMS Content Packaging en    Standaard
      Standaard    voor les- & bronmateriaal       SCORM 2004)
                   (Resource variant) en
                   individueel afspeelbaar
                   (Afspeel variant)
                   Leerlijnen
S36   Kennisnet    Vastleggen en uitwisselen       IMS Learning Design         IMS           http://www.imsglobal.org/learningdesign/
                   van leerplannen                                                           index.html
S37   Kennisnet    Rangschikken van leer-          IMS Simple Sequencing       IMS           http://www.imsglobal.org/simplesequencing/
                   activiteiten                                                              index.html
78   ARCHITECTUUR




     Nr    Bron in de   Toepassingsgebied                Standaard                      Beherende     Specificaties
           sector                                                                       organisatie
                        Leerdossiers
     S38   Kennisnet    Digitaal overdragen leerling-    Digitaal Overdrachts Dossier                 http://www.vdod.nl/internet/webpages/
                        gegevens van primair naar        (DOD)                                        standard.asp?pageId=10
                        voorgezet onderwijs.
     S39   Kennisnet    Digitale uitwisseling van        Elektronisch leerdossier                     http://www.eldvo.nl/cms/cm/docs/
                        leerdossiers in de hele          (ELD)                                        Concept%20standaard%20ELD%200_2.pdf
                        onderwijsketen.
     S40   OCW,         Uitwisseling lerende-            Learner Information            IMS           http://www.imsglobal.org/profiles/index.
           Kennisnet    gegevens                         Package (LIP)                                html
     S41   Kennisnet    Data uitwisseling in de          Schools Interoperability       SIF           http://specification.sifinfo.org/
                        PK-12 instructie- en             Framework Implementation                     Implementation/2.0/
                        administratieomgeving.
     S42   Kennisnet    Uiwisseling van informatie       IMS Enterprise Services        IMS           http://www.imsglobal.org/es/index.html
                        van personen en groepen
     S43   ROC-i        Uitwisseling deelnemerge-        Berichtdefinities werkgroep     ROC-i         http://www.roc-i-partners.nl/folder/roci/
                        gevens t.b.v aanmelding en       stekkers                                     werkgroepen/2007%20werkgroep%20stek-
                        inschrijving                                                                  kers%20oplevering%20berichten%20en%20
                                                                                                      services%20augustus%202007.xls
     S44   Kennisnet    Interoperabiliteit tussen        IMS Learning Tools             IMS           http://www.imsglobal.org/
                        leersystemen                     Interoperability (LTI)                       toolsinteroperability2.cfm
     S45   Kennisnet    Uitwisseling van leer-           IMS Learning Information       IMS           http://www.imsglobal.org/enterprise.cfm
                        gegevens                         Services (LIS)
                        Metadata
     S46   OCW          Metadata voor archief-           Metadata NEN-ISO 23081         NEN
                        bescheiden
     S47   OCW,         Metadata van leerobjecten        IEEE Standard for Learning     IEEE          http://www.ieeeltsc.org/standards/1484-12
           Kennisnet                                     Object Metadata (LOM)                        -1-2002/
     S48   Kennisnet,   Metadata van educatieve          Content-zoekprofiel             Edu-          http://www.edustandaard.nl/afspraken/001
           Edu-         content in Nederland             PO-VO-BVE                      Standaard
           Standaard    (obv IEEE-LOM)
     S49   Kennisnet    Metadata van resources           Dublin Core Metadata                         http://dublincore.org/
                                                         Initiative (DCMI)
     S50   Kennisnet    Uitwisselen van vocabulaires     IMS Vocabulary Definition       IMS           http://www.imsglobal.org/vdex/index.html
                                                         Exchange (VDEX)
                        Portfolio’s
     S51   Kennisnet    Uitwisseling van e-portfolio’s   IMS ePortfolio                 IMS           http://www.imsglobal.org/ep/index.html
     S52   Kennisnet    Uitwisseling van e-portfolio’s   NTA 2035:2008 E-portfolio      NEN           http://e-portfolionl.nen.nl
                        in Nederland                     NL (obv IMS ePortfolio)
ARCHITECTUUR   79




Nr    Bron in de   Toepassingsgebied                Standaard                    Beherende     Specificaties
      sector                                                                     organisatie
                   Repositories
S53   Kennisnet    Interactie tussen harvester      OAI-PMH                      OAI           http://www.openarchives.org/pmh/
                   en aanbiedende repository
                   voor verzamelen van
                   metadata
S54   Kennisnet,   Interactie tussen harvester      Metadata harvesting          Edu-          http://www.edustandaard.nl/afspraken/003
      Edu-         en aanbiedende repository        (obv OAI-PHM)                Standaard
      Standaard    voor verzamelen van
                   metadata in Nederland
S55   Kennisnet    Interactie tussen zoekap-        SRU/SRW                      LoC           htttp://www.loc.gov/standards/sru
                   plicatie en aanbiedende
                   repository voor het zoeken
                   in Metadata
S56   Kennisnet,   Interactie tussen zoek-          Opvragen van metadata        Edu-          http://www.edustandaard.nl/afspraken/004
      Edu-         applicatie en aanbiedende        (obv SRU/SRW)                Standaard
      Standaard    repository voor het zoeken
                   in metadata in Nederland.
                   Vragen, toetsen,
                   assessments
S57   Kennisnet    Uitwisseling items, testen       IMS Question & Test Inter-   IMS           http://www.imsglobal.org/question/index.
                   en resultaten                    operability                                html#version2.1
S58   Kennisnet    Uitwisseling items, testen en    Afspraak digitaal toetsen    Kennisnet     http://digitaaltoetsen.kennisnet.nl/
                   resultaten in Nederland          (obv IMS QTI)
                   Zorggegevens
S59   Kennisnet    Medisch dossier van              Elektronisch Kinddossier                   http://www.ekd.nl/uploaded/FILES/htmlcon
                   kinderen binnen de jeugd-        (EKD)                                      tent/Basis%20Dataset%20JGZ%20v2.0.xls
                   gezondheidszorg
                   Financiele gegevens
S60   NORA         Financiele uitwisseling          eXtensible Business Repor-                 http://www.xbrl-nederland.nl/
                   middels XML                      ting Language (XBRL)




                                                 Ten aanzien van S47 en S48 (IEEE-LOM en het content zoekprofiel) geldt, dat deze
                                                 standaard van toepassing is op de verwijzing naar een electronisch leerobject van-
                                                 uit de onderwijscatalogus


                                                 Ten aanzien van S50 (VDEX) geldt, dat deze standaard van toepassing is op het
                                                 definiëren van de structuur van de onderwijscatalogus. Deze wordt bij voorkeur
                                                 conform VDEX of een andere op XML gebaseerde structuur te gedefinieerd.
COLOFON


Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort
Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort


                     Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
Triple A ontwerp & onderzoek   Paletsingel 30   2718 NT Zoetermeer   Tel: 079 - 329 65 99   www.tripleaonderwijs.nl

Triple a encyclopedie

  • 1.
  • 2.
    Stichting Triple A Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 3.
    ONDERWIJSVISIE 1 ONDERWIJSVISIE
  • 4.
    2 ONDERWIJSVISIE
  • 5.
    ONDERWIJSVISIE 3 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie verwoorden wij het ‘waarom’ van het ontwerpen van nieuwe ondersteunende systemen. Naast de veroudering van de huidige systemen, verandert de omgeving en de onderwijswereld. Dit brengt, ook voor ondersteunende systemen, nieuwe vragen met zich mee en leidt tot nieuwe behoefte. Voor het uitwerken van een eerste functionele ontwerp hebben wij het expliciteren van onze (gezamenlijke) onderwijsvisie nodig gehad. Van daaruit konden wij de slag maken naar wat wij willen van nieuwe systemen. Om die reden hebben wij ook de onderwijsprocessen, volgend uit de onderwijsvisie, gedefinieerd. Het resultaat is de onderwijsprocesplaat die in dit document opge- bouwd wordt tot een totaaloverzicht. Het gedachtegoed in dit document hanteren wij als uitgangspunt voor de beschrijving van functionaliteit in alle door ons opgestelde functionele ontwerpen.
  • 6.
    4 ONDERWIJSVISIE INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Verschillende redenen voor nieuwe systemen 6 Het onderwijssysteem: processen in een onderwijsinstelling 8 De onderwijsprocessen vanuit deelnemersperspectief 9 Inschrijven en overdracht van deelnemergegevens 10 Leervraag arrangeren 11 Onderwijscatalogus 12 Roosteren en prognotiseren 14 Middelen 16 Primair proces ondersteuning 17 Diplomering en uitschrijven 18 Externe verantwoording en overdracht deelnemergegevens 19 Het totaalbeeld van de onderwijsprocessen 21
  • 7.
    ONDERWIJSVISIE 5 ONDERWIJSVISIE
  • 8.
    6 ONDERWIJSVISIE VERSCHILLENDE REDENEN VOOR NIEUWE SYSTEMEN Er zijn verschillende redenen voor de behoefte aan nieuwe systemen. De ervaring dat de huidige systemen niet meer voldoen is een belangrijke component. Een andere behelst een (her)nieuw(d)e blik op de (toekomstige) veranderingen in het onderwijs. ‘De huidige systemen voldoen niet meer’ - Veel van de huidige systemen zijn gebaseerd op technologie van de jaren ’90 en zijn daarmee verouderd - De (onderwijs)wereld verandert, dus ook de functionele eisen die gesteld worden aan ondersteunende systemen - De omvang van (veel van) de huidige systemen is enorm toegenomen waardoor de systemen vrijwel onbeheersbaar zijn geworden (bijvoorbeeld het afnemen van de performance en de complexiteit van wijzigingen op de functionaliteit) - De huidige systemen zijn, met het oog op de destijds belangrijk geachte eis dat er zo min mogelijk geïmporteerd en geëxporteerd moest worden, gesloten systemen met grote complexiteit - De nieuwe systematiek in het mbo-onderwijs (zoals het inschrijven in domeinen en eventuele toekomstige regelgeving) kan met de huidige systemen onvoldoende ondersteund worden - De grotere variëteit in opleidingen, cursussen en leermogelijkheden die de onder- wijsinstellingen bieden wordt niet voldoende ondersteund door de huidige systemen. ‘Het onderwijs is in beweging’ Veranderingen in de maatschappij, nieuwe inzichten over het leren en nieuwe technologische mogelijkheden beïnvloeden het onderwijs. Met het verdwijnen van strakke, centraal gestuurde richtlijnen over de inhoud van het onderwijs, hebben onderwijsinstellingen meer keuzevrijheid gekregen. Deze keuzevrijheid heeft onder meer tot gevolg dat: - De loopbaan van de deelnemer meer en meer als vertrekpunt wordt genomen - Leren plaatsvindt in reële en betekenisvolle (beroeps)contexten - De pedagogisch-didactische benadering verandert naar begrippen als binding, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de deelnemer - Ook ondernemerschap en ondernemend zijn plaats krijgt in de loopbaan van de deelnemer - Als laatste dat er veel meer geïntegreerde begeleiding en zorg plaatsvindt tijdens de loopbaan.
  • 9.
    ONDERWIJSVISIE 7 Het model dat Jan Geurts heeft ontwikkeld, gaat uit van vier keuzes die instellingen kunnen maken (of een mix daarvan). Figuur 1. Onderwijsmodel van Geurts Het onderwijs is dus in beweging. De inhoud verandert, er zijn meerdere werk- vormen en de regelgeving maakt meer mogelijk. De veranderingen gaan echter langzaam. Het is een kwestie van jaren. Dat wil ook zeggen dat oude en nieuwe situaties naast elkaar voor kunnen komen. In veel instellingen komen alle vier de vlakken in het schema van Geurts voor, dus zowel standaardproducten als allerlei vormen van ‘nieuw leren’. De essentie van het generieke van de ontworpen systemen, is dat alle vier de kwadranten van Geurts gefaciliteerd worden. Daarmee worden alle vormen van flexibiliteit ondersteund.
  • 10.
    8 ONDERWIJSVISIE Het onderwijssysteem: processen in een onderwijsinstelling Gemeenschappelijk in de verschillende onderwijsconcepten van de instellingen is dat er sprake is van deelnemers die leren en medewerkers van de instelling die do- ceren, adviseren en begeleiden (en nog andere rollen kunnen hebben). In het (mid- delbaar) beroepsonderwijs is kwalificeren een expliciet te onderscheiden onderdeel van het proces (we maken dus procesmatig onderscheid tussen leren en kwalificeren). Leren, kwalificeren en begeleiden verlopen in de kern cyclisch (in verschillend maar afgestemd tempo en frequentie). Het proces start op het moment dat een lerende (leerling, deelnemer of student) zich aanmeldt bij de onderwijsinstelling. Na een intake wordt de deelnemer uit- eindelijk ingeschreven voor een leerloopbaan. Binnen het mbo is dat binnenkort bijvoorbeeld een inschrijving op een domein, binnen het vo is dat een opleiding en bij educatie kan dat een cursus zijn. Vanaf dat punt is ‘loopbaan’ niet vooraf uitgestippeld, maar vindt een cyclisch pro- ces plaats van begeleiden en leren. Telkens wordt in de begeleiding het gewenste onderwijs of de leervraag (voor een kortere of langere periode) bepaald op basis van de leerbehoefte, en de al behaalde resultaten. Deze behaalde resultaten, kort gezegd de output van het leerproces, worden in het begeleidingsproces geregis- treerd, geïnterpreteerd en gemonitord.
  • 11.
    ONDERWIJSVISIE 9 DE ONDERWIJSPROCESSEN VANUIT DEELNEMERSPERSPECTIEF Vanuit het onderwijssysteem zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, werken wij de onderwijsprocessen vanuit het perspectief van de deelnemer verder uit. Op die manier ontstaat een volledig beeld van het totale proces dat een deelnemer door- loopt. Stapsgewijs bouwen wij in dit hoofdstuk een model op dat de totaliteit aan onderwijs(werk)processen beschrijft en dat als basis dient voor de uitwerking van de functionele ontwerpen van de kernsystemen. De kleuren van de processen die u in de plaatjes gaat zien, zijn overeenkomstig met de kleuren van de kernsystemen die u in figuur 2 hieronder ziet. Aan het einde van dit hoofdstuk vatten wij de kernsystemen nog eens samen. Figuur 2. De kernsystemen
  • 12.
    10 ONDERWIJSVISIE Inschrijven en overdracht van deelnemergegevens Figuur 3. inschrijven en overdracht deelnemersgegevens De start van het hele traject dat een deelnemer doorloopt is de aanmelding en daaruit voortkomende inschrijving. Over het algemeen meldt een deelnemer zich bij een instelling aan met de vraag om daar onderwijs te mogen volgen. Binnen de verschillende onderwijssoorten verschilt de aanmelding. Bij een mbo-opleiding vindt er bijvoorbeeld na de aanmelding een intake plaats, terwijl bij het vmbo het advies van de basisschool een rol speelt bij de inschrijving (plaatsing). Dit is de reden dat wij de aanmelding niet verder hebben uitgewerkt in een functio- neel ontwerp. Bij de intake wordt bekeken of de instelling de deelnemer iets te bieden heeft. Als dit het geval is komt een verbintenis tot stand. Bij dit moment van inschrijven gaat de onderwijsinstelling een verplichting aan, om geschikt onderwijs te gaan leveren. Tevens wordt het logistieke proces in gang gezet.
  • 13.
    ONDERWIJSVISIE 11 Met het maken van een verbintenis start ook het bekostigingsproces. De onderwijs- instelling wil gegevens van de deelnemer gaan registreren (beheren identiteit) en eventuele documenten en leervraag worden vastgelegd. Eventueel worden de gegevens van toeleverende onderwijsinstellingen opgevraagd en verwerkt in het registratiesysteem. Leervraag arrangeren Figuur 4. Formuleren leervraag en arrangeren van onderwijs De fase die hierop volgt is het vaststellen van de leervraag van de deelnemer. Dat kan een driejarige opleiding zijn, afgesloten met een diploma of het kan bestaan uit een cursus van twee middagen, waarbij van een kwalificatie geen sprake is. De leervraag van de deelnemer moet zoveel mogelijk worden uitgedrukt – geformu- leerd – in termen van zogenaamde onderwijsproducten. Het formuleren van de leervraag is een activiteit die wordt uitgevoerd door deelne- mer en begeleider.
  • 14.
    12 ONDERWIJSVISIE De instelling vergelijkt en matcht vervolgens de vraag van de deelnemer met het aanbod (vanuit een onderwijscatalogus) en arrangeert op deze wijze de opleiding van de deelnemer. Gekozen wordt voor het onderwijs dat het beste past bij de leervraag van de deel- nemer en het beschikbare aanbod van de instelling. Het formuleren van de leervraag en het arrangeren hebben een cyclisch karakter, ook in het volgen van het onderwijs worden opnieuw leervragen geformuleerd (ko- mend uit ‘leertrajectbegeleiding’). Onderwijscatalogus Figuur 5. Onderwijscatalogus In de matching tussen vraag van de deelnemer en aanbod van onderwijs staat de onderwijscatalogus centraal. Uitgaan van de vraag van de deelnemer betekent niet dat alle vragen gehonoreerd worden. Wat aan onderwijs beschikbaar is, komt voort uit de zogenaamde onder-
  • 15.
    ONDERWIJSVISIE 13 wijscatalogus. Deze bevat de informatie (metadata) over de onderwijsproducten van de onderwijsinstelling. Combinaties van onderwijsproducten (arrangementen) worden gebruikt om het onderwijsaanbod samen te stellen. Een onderwijsaanbod kan een driejarige opleiding zijn, maar ook een cursus van twee middagen. Een dergelijk aanbod bestaat dus uit 1 of meerdere onderwijsproducten. Onderwijsproducten kun- nen van verschillende typen zijn, zo kan het een stage van drie maanden zijn, maar ook een serie lessen of een summatieve toets. De onderwijscatalogus wordt gebruikt om de leervraag van de deelnemer te vertalen naar onderwijsaanbod. Stel dat het onderwijsproduct dat het beste past bij de deelnemer, niet beschikbaar is dan kan de instelling kiezen voor het ontwikkelen van het product. Wel is dan van belang dat het voorzien wordt van kenmerken (metadata) en wordt opgenomen in de catalogus. Alleen de onderwijsproducten die zijn opgenomen in de catalogus en door middel van de metadatering herkenbaar en herleidbaar zijn kunnen worden in- gezet in het logistieke proces. Voorbeelden van metadata zijn soort product, beno- digd personeel, benodigde ruimte, benodigde faciliteiten, leermiddelen, omvang en andere tijdsaspecten, bijdrage aan competenties en kerntaken, ervaring, financiële aspecten en beperkende factoren. Ten tijde van het arrangeren is nog niet bekend of het product (of de combinatie van producten) direct te leveren of beschikbaar is (het roosterproces is namelijk nog niet uitgevoerd). Er moet in principe even gewacht worden totdat de vraag van de deelnemer wordt geconfronteerd met het aanbod van de instelling (het arran- gement van de producten uit de catalogus en de middelen). Om daar zicht op te krijgen gaan we de volgende fase in.
  • 16.
    14 ONDERWIJSVISIE Roosteren en prognotiseren Na het arrangeren met behulp van de onderwijscatalogus komt de fase van het roosteren. Gekeken wordt of de gevraagde producten ook te leveren zijn, in welke volgorde en natuurlijk op welke termijn. Zo kan het zijn dat een driejarige opleiding alleen in september en januari start, maar kan de korte cursus elke maandag van de week starten. In deze fase worden de onderwijsactiviteiten voor de deelnemers gepland, voor een bepaalde periode. Het geplande aanbod wordt in de vorm van een rooster aan de deelnemer gepresenteerd. Door het accepteren van het rooster gaan de deelnemer en de instelling de ver- plichting aan om het (de) onderwijsproduct(en) aan te bieden en af te nemen. De deelnemer accepteert dus ook de leveringstermijn. Op dat moment kan het onder- wijs daadwerkelijk worden gerealiseerd in een leer- of toetssituatie. Al het onder- wijs dat door een deelnemer is geaccepteerd komt in zijn loopbaan. Figuur 6. Roosteren en prognotiseren
  • 17.
    ONDERWIJSVISIE 15 Voor meerdere deelnemers met een leervraag moet onderwijs worden geroosterd. De keuze van het uiteindelijke rooster wordt mede bepaald door een aantal instel- lingspecifieke afwegingen (bijv. economische, onderwijsvisie etcetera). In een aantal gevallen is het onderwijsproduct niet snel genoeg te leveren (of te plannen) en is dat aanleiding voor de deelnemer en de instelling om opnieuw te kij- ken naar de wens en de mogelijkheden. Het kan immers niet voorkomen dat ergens in mei geconstateerd wordt dat de deelnemer tot september moet wachten met de volgende stap in het onderwijsproces. In dat geval komt de instelling in samen- spraak met de deelnemer met alternatieven van onderwijsproducten of alternatie- ven in tijd, plaats of volgorde van producten. Een bijzonder aspect in het aanbod van onderwijsproducten behelst de beroeps- en praktijkvorming (BPV). BPV wordt meegenomen als onderwijsproduct in het roosterproces. Het daadwerkelijk beschikbaar zijn van een BPV-bedrijf en -plaats is hierbij nog niet van belang; de BPV wordt in het rooster opgenomen ook als er nog geen BPV plaats gevonden is. Het vinden van een BPV-plaats is een parallel proces dat al kan starten zodra de leervraag is gearrangeerd of zodra het rooster beschik- baar is. Uiterlijk op het moment dat de stage ingaat, moet de BPV-plaats gevonden zijn. Als dat dan nog niet het geval is, ontstaat er een probleem in de uitvoering van het onderwijs. Als er tijdens de uitvoering problemen ontstaan met de inzet van de benodigde middelen, dan kan daarvoor in het bestaande rooster een oplossing voor worden gevonden. In het geval van een calamiteit wordt er opnieuw geroosterd. Naast het rooster voor de komende periode (korte termijn) is het van belang om vooruit te kijken en te anticiperen op komende ontwikkelingen, op basis van inschattingen en ervaringscijfers van inschrijvingen van afgelopen jaren. Maar ook demografische gegevens, toekomstplannen van de onderwijsinstelling en nieuw onderwijsaanbod spelen een rol bij het vooruit kijken.
  • 18.
    16 ONDERWIJSVISIE Middelen Figuur 7. Middelen Bij het roosteren van de onderwijsproducten is het van belang om na te gaan of er voldoende onderwijscapaciteit is. Dat wil zeggen dat gekeken moet worden of er bijvoorbeeld personeel, ruimte en middelen beschikbaar zijn op het gewenste moment. Zo moet bij een kortlopende activiteit, waarbij een motor gedemonteerd moet worden, de beschikbaarheid van een technisch docent, een werkplaats en een motor geregeld zijn. Om na te gaan of dat het geval is, moet ‘gekeken’ worden in een aantal onderliggende instellingspecifieke registraties, zoals een HRM-systeem en een facilitair systeem. Ook moeten indien noodzakelijk de kenmerken van een middel gewijzigd kunnen worden om het op een andere wijze in te kunnen zetten. Een gymlokaal kan bij- voorbeeld ook als praktijkruimte gebruikt worden (meegeroosterd worden), mits het de juiste kenmerken bevat.
  • 19.
    ONDERWIJSVISIE 17 Primair proces ondersteuning Het primaire proces betreft de daadwerkelijke uitvoering van het onderwijs. Figuur 8. Primair proces ondersteuning De studieactiviteit wordt geregistreerd, geïnterpreteerd (bijvoorbeeld het beoorde- len van competenties en kennis) en de studievoortgang wordt gemonitord. Op basis daarvan wordt de deelnemer gestuurd en begeleid, met als resultaat een eventuele nieuwe of gewijzigde leervraag. Afhankelijk van het type onderwijsproduct dat is uitgevoerd, kunnen er ook aanvul- lende gegevens ontstaan. Zo levert een onderwijsproduct met als typering ‘sum- matieve toetsing’ een summatief resultaat op. Dat resultaat is belangrijk voor de diplomering. Maar ook andere gegevens zijn mogelijk, bijvoorbeeld formatieve resultaten of andere resultaten die een deelnemer oplevert. Deze zijn van belang voor de begeleiding van de deelnemer. Deze gegevens worden met dat doel geregistreerd en vervolgens worden deze geïnterpreteerd en gemonitord in de begeleiding van het leertraject van de deelnemer.
  • 20.
    18 ONDERWIJSVISIE Ook wordt de aan- en afwezigheid van deelnemers vastgelegd. Deze registratie is op twee manieren belangrijk, enerzijds vanwege de rol die studieactiviteit (aanwezig- heid) speelt in de begeleiding van deelnemers. Met de analyse van de aan- en afwezigheid wordt vastgesteld of de deelnemer bij het onderwijs dat in zijn loop- baan is vastgelegd ook daadwerkelijk aanwezig is geweest. Naast dit begeleidingsdoel, speelt de aanwezigheid een rol in de verantwoording. Het gaat dan om gegevens op een hoger aggregatieniveau. In dat geval zijn geanalyseerde gegevens voldoende. Deze moeten echter wel bruikbaar zijn in het kader van de leerplichtwet of de RMC-meldingen. In geval van opdrachtgevers, anders dan de landelijke overheid, zoals gemeenten of bedrijven, kan registratie van aanwezigheid van belang zijn. Diplomering en uitschrijven Figuur 9. Diplomering en uitschrijven
  • 21.
    ONDERWIJSVISIE 19 Uiteindelijk wordt, door het verzamelen van de benodigde summatieve resultaten, een diploma afgegeven. Dat wil nog niet zeggen dat de deelnemer wordt uitge- schreven, wel heeft de deelnemer (een deel van) zijn loopbaan achter de rug. Uitschrijven doet een deelnemer wanneer deze (tijdelijk) stopt met onderwijs afnemen van de instelling. Dat wil niet zeggen dat de deelnemer uit het oog wordt verloren. Alumnibeleid, waarbij uitgeschreven deelnemers als belangrijke doelgroep worden gezien als afnemer van nieuwe onderwijsproducten, speelt binnen alle onderwijsinstellingen. Externe verantwoording en overdracht deelnemergegevens Figuur 10. Externe verantwoording en overdracht deelnemergegevens Een onderwijsinstelling heeft met veel partijen te maken in het kader van verant- woording. Dat zijn natuurlijk de formele partijen zoals Cfi, de RMC’s en IBG, maar ook marktpartijen zoals de gemeenten of bedrijven, vragen om verantwoordings- gegevens.
  • 22.
    20 ONDERWIJSVISIE Veel van de verantwoordingsgegevens kunnen worden ontleend aan de metadata van onderwijsproducten in relatie met de gegevens van de deelnemer. Daarnaast speelt de aanwezigheidsanalyse een belangrijke rol in het kader van RMC- meldingen. Kort samengevat kent de onderwijsinstelling een aantal processen in het kader van de verantwoording: - De uitwisseling van gegevens in het kader van BRON - De toelevering van gegevens in het kader van het Keurmerk Inburgering - De toelevering van gegevens aan opdrachtgevers (contractpartijen) - De toelevering van gegevens op ad hoc-basis Het uitwisselen van (leer)gegevens van een deelnemer tussen onderwijsinstellingen speelt een rol bij de inschrijving en de uitschrijving (export). Er is een overdrachts- dossier met daarin door de onderwijsinstelling gewaarborgde gegevens voor de deelnemer en zijn loopbaan. Het dossier kent een aantal gegevenssets die gevuld worden vanuit de (kern-)registratie van de onderwijsinstelling op het moment van overdracht.
  • 23.
    ONDERWIJSVISIE 21 HET TOTAALBEELD VAN DE ONDERWIJSPROCESSEN In de vorige paragrafen is stap voor stap het hele traject doorlopen waarmee een deelnemer te maken heeft en wat voor soort gegevens worden vastgelegd. Dat toont een landschap van vele processtappen in hun onderlinge verband. Al die stappen samen levert een compleet schema op, waarin alle elementen van de vo- rige paragrafen zijn samengebracht. Zonder een toelichting lijkt het een woud van rechthoeken en pijlen. Figuur 11. Totaalbeeld onderwijsprocessen: het onderwijsprocesmodel
  • 24.
    22 ONDERWIJSVISIE Wel geeft het schema een duidelijk beeld van de samenhang en de noodzaak om deze samenhang tot uiting te brengen in een clustering. Die clustering is in het vol- gende duidelijk gemaakt. De clustering is gebaseerd op twee uitgangspunten: - de uitwisseling van gegevens tussen twee clusters is minimaal - de onderdelen van een cluster behoren functioneel bij elkaar. Daarmee kan een aantal kernsystemen worden benoemd waarvoor functionele ont- werpen zijn opgesteld in Triple A-verband (figuur 12): - Kernregistratie deelnemers (rood) - Digitale overdracht deelnemergegevens (roze) - Onderwijslogistiek, roosteren en het beheren van de middelen (groen) - Onderwijscatalogus (oranje) - Primair proces ondersteuning en portfolio (blauw) - Externe verantwoording (paars) Vanuit deze systemen worden vervolgens relaties gelegd met de buitenwereld en met de bedrijfsvoeringsystemen waarin bijvoorbeeld de middelen worden beheerd. Figuur 12. De kernsystemen
  • 25.
    ONDERWIJSVISIE 23 COLOFON Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 26.
    24 ONDERWIJSVISIE Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 27.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 1 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
  • 28.
    2 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
  • 29.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 3 INLEIDING Dit deel van de encyclopedie geeft een totaaloverzicht van de gehele architectuur. Vanuit onze visie op onderwijs en ICT wordt een samenhangend overzicht gegeven van de principes op het niveau van bedrijfsprocessen (de businessarchitectuur), informatievoorziening (de informatie-architectuur) en techniek (de technische archi- tectuur). Elk van deze drie delen geeft een toelichting op de architectuurprincipes die worden gebruikt en beschrijft hun onderlinge samenhang. Deze beschrijving wordt afgesloten met een samenvattend overzicht van de architectuurprincipes. In een apart deel van de encyclopedie (architectuur) wordt in detail ingegaan op elk van deze drie deelarchitecturen, inclusief de bijbehorende modellen en richtlijnen.
  • 30.
    4 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Introductie Triple A-architectuur 7 Toepasbaar voor gehele sector 7 Visie op ICT 8 Veranderingen in het onderwijs 8 Visie op ICT-veranderingen 8 Architectuurprincipes 10 Businessarchitectuur 12 Samenvatting architectuurprincipes businessarchitectuur 13 Informatie-architectuur 14 Samenvatting architectuurprincipes informatie-architectuur 15 Technische architectuur 16 Samenvatting architectuurprincipes technische architectuur 18
  • 31.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 5 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
  • 32.
    6 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES
  • 33.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 7 INTRODUCTIE TRIPLE A-ARCHITECTUUR In de architectuur van Triple A worden de principes en richtlijnen van Triple A in samenhang in beeld gebracht. Deze principes zijn het uitgangspunt voor al het ont- werp- en ontwikkelwerk dat door Triple A wordt uitgevoerd, en de initiatieven die uit Triple A voortkomen. De basis van de architectuur is dus een verzameling principes. Deze principes zijn enigszins abstract, maar geven wel de kern van de visie van Triple A weer als het gaat om de toekomstige ondersteuning van onderwijs met ICT. Om de principes ook praktisch bruikbaar te maken zijn deze vertaald naar wat meer concrete richtlijnen. Voor de overdraagbaarheid en communiceerbaarheid gaat de architectuur ook vergezeld van een aantal architectuurmodellen, visualisaties van de toekomstige situatie, uiteraard gebaseerd op de architectuurprincipes. De principes hebben op allerlei verschillende aspecten betrekking, variërend van de inrichting van het onderwijslogistieke proces tot het gebruik van open source en open standaarden. Om die reden wordt er onderscheid gemaakt in een drietal deelarchitecturen. De businessarchitectuur over de bedrijfsprocessen, de informa- tiearchitectuur over de informatievoorziening en de technische architectuur over de techniek. Toepasbaar voor gehele sector Triple A is een initiatief voor en door de gehele BVE-sector, waarin naast mbo- onderwijs ook vmbo-, vo-, vavo-, contractonderwijs en inburgering plaatsvindt. Het uitgangspunt is een gemeenschappelijke onderwijsvisie, maar instellingen kunnen verschillende keuzes maken als het gaat om de onderwijskundige benadering, de organisatorische inrichting of de inzet van specifieke technologie. Een belangrijk uitgangspunt van Triple A is dat er geen veronderstellingen worden gedaan of keuzes worden gemaakt voor een bepaalde inrichting van de organisatie én dat er geen beperkingen worden opgelegd aan de technische keuzes die instel- lingen maken. De ontwerpen die Triple A maakt en de oplossingen die op initiatief van Triple A worden gerealiseerd, moeten passen in elke organisatorische inrichting en de veelkleurige ICT-landschappen bij de instellingen. Om dat te bereiken wordt in de architectuur van Triple A nadrukkelijk uitgegaan van een procesmodel dat de onderwijsprocessen beschrijft en niet de organisatorische inrichting. Daarnaast wordt in de technische keuzes sterk gestuurd op het hanteren van open standaarden en het nastreven van open source-oplossingen, zodat instellingen maximaal de handen vrij houden om te integreren met andere syste- men of te kiezen voor een bepaalde leverancier.
  • 34.
    8 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES VISIE OP ICT De basis van de architectuur van Triple A wordt gevormd door onze visie op de veranderingen in het onderwijs en onze visie op de ontwikkelingen op gebied van de ICT. Deze visies zijn in belangrijke mate sturend voor de ontwerpbeslissingen die door Triple A worden genomen. Veranderingen in het onderwijs In het document Onderwijsvisie is de visie van Triple A op de veranderingen in het onderwijs verwoord. Om aan te geven welke veranderingen in het onderwijs van in- vloed zijn op de architectuurprincipes die zijn gekozen, worden deze veranderingen hieronder nog eens beknopt geschetst. Een belangrijke drijfveer voor Triple A is de invoering van het competentiegerichte onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs. Dat is niet het enige, ook los van deze wettelijke veranderingen zien we bij onderwijsinstellingen een beweging naar het meer centraal stellen van de loopbaan van de deelnemer met als doel het voor- komen van uitval van deelnemers. Mede door deze ontwikkelingen is er bij onderwijsinstellingen behoefte aan meer flexibiliteit, zowel in de vorm als de inhoud van het onderwijs. Voor de organisatie van het onderwijs heeft dat consequenties. Het planningsproces wordt complexer en krijgt eigenschappen van wat ook wel massamaatwerk wordt genoemd: onder- wijs voor grote groepen deelnemers, dat wel op de individuele wensen en capacitei- ten van deze deelnemers is afgestemd. Hoewel deze ambitie nauwelijks zonder de inzet van ICT realiseerbaar is, zien we het toch vooral als een ‘onderwijsverandervraagstuk’. De inzet van ICT kan een be- langrijke ‘enabler’ zijn voor veranderingen, maar moet ook gelijke tred houden met deze onderwijsveranderingen binnen de instellingen. Deze veranderingen zullen niet bij elke instelling even snel en in dezelfde mate worden doorgevoerd. Visie op ICT-veranderingen Traditioneel brengt de implementatie van ICT-voorzieningen behoorlijke verande- ringen in een organisatie te weeg. De implementatie van een nieuw ICT-systeem lijkt de belangrijkste drijfveer (of belemmering) voor verandering te zijn. Bestaande systemen zijn ook vaak belemmerend geweest voor veranderingen omdat deze onvoldoende geïntegreerd konden worden met nieuwere systemen. In onze visie is het met de mogelijkheden van dit moment haalbaar om ICT-veran- deringen in kleinere stappen en dus meer geleidelijk door te voeren. De ICT zal dan
  • 35.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 9 eerder meebewegen met de ambitie en het verandervermogen van de organisatie dan andersom. Bij zo’n voortdurend meebewegende ICT-omgeving past in onze ogen ook geen noodzaak om rigoureus verouderde systemen te vervangen of om te streven naar een homogene omgeving met producten van één bepaalde leverancier of één bepaalde suite van producten. Je zult immers nooit grote delen in één keer vervangen, maar steeds het nieuwe met het oude integreren. Daarbij moet ook de vrijheid zijn om telkens weer te bepalen welke technologie en functionaliteit, van welke leverancier, het beste past. Dit wordt ook wel een ‘best-of-breed’-strategie genoemd. Voor Triple A is heterogeniteit een zeer belangrijk uitgangspunt: bestaande en nieuwe systemen, en systemen van verschillende leveranciers, moeten zo goed mogelijk met elkaar kunnen samenwerken. De technologie van dit moment biedt daarvoor vele mogelijkheden zoals bijvoorbeeld de beschikbaarheid van open standaarden. Als leidend concept om een dergelijke open, heterogene architectuur tot stand te brengen wordt het concept van een servicegeoriënteerde architectuur geadopteerd. In een servicegeoriënteerde architectuur staat het begrip service uiteraard cen- traal. Een service is een zelfstandig stuk functionaliteit dat een bepaalde dienst aan gebruikers levert. Deze diensten hebben bij voorkeur een sterke relatie met de bedrijfsprocessen en de diensten die de instelling levert: een bepaalde dienst aan een deelnemer of stap in een bedrijfsproces correspondeert met een dienst die door het systeem geleverd wordt. Systemen leveren dus diensten die relatief zelfstandig ten opzichte van elkaar kunnen functioneren. In een servicegeoriënteerde architectuur kunnen deze diensten van elkaar gebruik maken, en kunnen ze in verschillende combinaties aan gebruikers ter beschik- king worden gesteld. Door de toenemende standaardisering in de technologie voor services is het technisch goed mogelijk om services van verschillende leveranciers en ontwikkeld in verschillende ontwikkelomgevingen, toch met elkaar te integreren. Er is een tweetal voorzieningen dat hierbij met name van toegevoegde waarde kan zijn: een servicebus die ervoor zorgt dat services van verschillende leveranciers of systemen elkaar kunnen gebruiken, en een portaal waarin de functionaliteit als één geheel aan de gebruikers kan worden gepresenteerd. In zo’n omgeving wordt een geleidelijke doorontwikkeling van de ICT-ondersteuning mogelijk. Elke vernieuwing van functionaliteit leidt tot nieuwe services die aan de bestaande verzameling wordt toegevoegd.
  • 36.
    10 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES ARCHITECTUURPRINCIPES De architectuurprincipes van Triple A zijn een vertaling en verdieping van de visie en uitgangspunten zoals hiervoor beschreven. De principes maken de visie con- creet, zodat in de uitwerking van de onderwijsprocessen en de gewenste ICT-func- tionaliteit duidelijk is welke keuzes er worden gemaakt. De principes zijn ook vooral gericht op het bewaken van de samenhang van al het ontwerp- en ontwikkelwerk dat bij Triple A wordt gedaan. De principes zijn onderverdeeld in drie niveaus, namelijk: - Businessarchitectuur – de principes die betrekking hebben op de inrichting van de bedrijfsprocessen - Informatie-architectuur – de principes die betrekking hebben op de informatie- voorziening, de ordening van functionaliteit, informatiestromen en gegevens - Technische architectuur – de principes die betrekking hebben op de inzet van technologie en de keuzes voor concrete oplossingsrichtingen In het schema op de rechterpagina zijn al deze principes in een overzicht weer- gegeven. In de hierna volgende paragrafen wordt elk van deze architecturen nader toegelicht.
  • 37.
  • 38.
    12 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES Businessarchitectuur Het uitgangspunt van de businessarchitectuur is de gezamenlijke onderwijsvisie. Hierin zijn de kernsystemen gemodelleerd op een zodanige manier dat dit los staat van een bepaalde organisatorische inrichting. De kernsystemen zijn weergegeven in het onderstaande model. Dit model en de onderwijsvisie die daaraan ten grondslag ligt is gericht op de on- dersteuning van alle vormen van onderwijs. Dit kan variëren van een vast curricu- lum voor grote groepen deelnemers, tot aan volledig individueel maatwerk, en van mbo tot aan vmbo en contractonderwijs. Dit betekent wel dat naast een traditionele, klassikale manier van het plannen van onderwijs ook een individuelere en meer kortcyclische manier van plannen mogelijk moet zijn. In dit proces staat de leervraag van de deelnemer centraal.
  • 39.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 13 De afstemming van deze vraag naar onderwijs, het beschikbare aanbod en de bijbehorende middelen wordt een continu proces. Als kloppend hart van dit proces is de onderwijscatalogus geplaatst, waarin het volledige onderwijsaanbod is vastgelegd, zodat op basis daarvan kan worden gepland en de middelen zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet. In dit proces waarin de leervraag van de deelnemer centraal staat krijgt ook de begeleiding van deelnemers een andere invulling. Een deelnemer zal mogelijk vaker en gerichter keuzes moeten maken. Dit kan betekenen dat deelnemers dit veel zelf- standiger gaan doen en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leerloopbaan, maar het kan ook betekenen dat de begeleiding intensiever en kortcyclischer moet worden ingericht om de deelnemers daarin te ondersteunen. Tenslotte speelt vooral in het beroepsonderwijs de aandacht voor de praktijk een belangrijke rol. Deelnemers worden bij voorkeur opgeleid in hun toekomstige beroepscontext. Samenvatting architectuurprincipes businessarchitectuur
  • 40.
    14 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES Informatie-architectuur In de inrichting van de informatievoorziening van een instelling staat het concept van een servicegeoriënteerde architectuur centraal. Systemen leveren diensten die corresponderen met bedrijfsactiviteiten. Deze diensten kunnen worden geleverd door verschillende systemen van verschillende leveranciers. Met behulp van inte- gratiehulpmiddelen kunnen al deze diensten worden samengebracht en zorgen voor een geïntegreerde omgeving voor gebruikers. Het belangrijkste wat gebruikers (medewerkers, docenten én deelnemers) hiervan zien is dat de diensten (mogelijk van verschillende systemen) in een portaal be- schikbaar worden gesteld. Zo onstaat er aan de ‘voorkant’ een geïntegreerd geheel. Onzichtbaar voor gebruikers, maar wel net zo belangrijk, is de voorziening aan de ‘achterkant’ van de systemen zodat systemen elkaars diensten kunnen gebruiken en gegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Daarvoor dient de servicebus. Omdat het hele ontwerp is gericht op ICT-ondersteuning die onafhankelijk is van een specifieke organisatorische inrichting, is er een aparte faciliteit nodig waarin deze organisatielogistiek kan worden ondersteund. Dit wordt de procesbesturing genoemd. In deze procesbesturing worden de bedrijfsprocessen gedefinieerd en de manier waarop daarin de diensten van de systemen achtereenvolgens worden gebruikt. Dit wordt ook wel orkestratie genoemd. Een ander belangrijk aspect is het op een goede manier beheren en beschikbaar stellen van de kerngegevens binnen een instelling. Een goed beheer van gegevens met eenduidig eigenaarschap bevordert de kwaliteit van gegevens en zorgt ervoor dat het beschikbaar stellen van deze gegevens maar vanuit één plek hoeft te ge- beuren. Hiervoor is het begrip kernregistratie in het leven geroepen. Een kernregis- tratie is verantwoordelijk voor een goed gedefinieerde deelverzameling van gege- vens, en dient deze gegevens te beheren en op een uniforme manier aan anderen beschikbaar te stellen. Rapportages ten behoeve van de besturing en verantwoording worden steeds be- langrijker. Vaak vormen systeemgrenzen hiervoor een belemmering omdat moeilijk over deze systeemgrenzen heen gerapporteerd kan worden. Om die reden wordt een centrale rapportagevoorziening voorzien, waarin de gegevens uit de kernregis- traties, onderwijslogistiek en het primair proces samen kunnen komen ten behoeve van een integrale rapportage. Dit vereist een voorziening die de gegevens uit al deze systemen kan verzamelen, zonodig kan bewerken en in een voor rapportage geschikte structuur kan laden in een rapportageomgeving. Vanuit een dergelijke rapportageomgeving kan de rapportage vervolgens plaatsvinden.
  • 41.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 15 Samenvatting architectuurprincipes informatie-architectuur
  • 42.
    16 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES Technische architectuur Ook in de technische architectuur staat het concept van een servicegeoriënteerde architectuur centraal. Op het hoogste niveau wordt de functionaliteit geleverd in de vorm van diensten (services) die corresponderen met bedrijfsfuncties. Dit concept van services kan ook op de lagere, meer technische niveaus worden doorgevoerd. De services op het hoogste niveau maken dan intern gebruik van services op een lager niveau. Door systemen ook op deze manier technisch in te richten, ontstaat ook daar een flexibeler ontwerp met meer hergebruik en mogelijkheden om staps- gewijs door te ontwikkelen. Sterk gekoppeld aan het concept van een servicegeoriënteerde architectuur is het gebruik van open standaarden. Voor services is inmiddels een aantal belangrijke internationale standaarden gedefinieerd, die er voor zorgen dat services ook over applicatiegrenzen heen elkaar kunnen gebruiken. Hetzelfde geldt voor berichtuitwis- seling tussen applicaties. Het hanteren van deze standaarden is essentieel om een best-of-breed-strategie mogelijk te maken, en voorkomt dat instellingen met hun andere applicaties tot keuzes worden gedwongen. Naast deze open, internationale standaarden rondom internet technologie is er ook een aantal specifieke standaarden die binnen de Nederlandse overheid of specifiek het onderwijs veel wordt toegepast. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om standaarden voor het uitwisselen van deelnemergegevens, het gebruik van elektronische leer- middelen of webrichtlijnen. Triple A heeft de beschikbare standaarden verzameld en beoordeeld en hanteert deze lijst nu om maximale koppelbaarheid en aansluiting met andere initiatieven in de sector mogelijk te maken. Specifiek met betrekking tot het gebruik van een portaal, de servicebus, procesbe- sturing en bulk-transport van gegevens ten behoeve van rapportage heeft Triple A een aantal keuzes gemaakt voor technische standaarden. Hierbij is steeds gekozen voor de meest gangbare en open standaarden en het vermijden van leveranciers- specifieke oplossingen. Een ander belangrijk uitgangspunt voor Triple A is dat het mogelijk moet zijn dat elke instelling zijn eigen keuzes kan maken op basis van de ontwerpen van Triple A. Voor bepaalde delen zal een aantal instellingen samen optrekken en door één leve- rancier een oplossing laten realiseren, en voor andere delen zal elke instelling zijn eigen weg gaan met een leverancier naar zijn keuze. Dit betekent dat het mogelijk moet zijn dat een instelling of leverancier moet kunnen voortbouwen op de resul- taten van een andere instelling of leverancier. Het toepassen van open standaarden biedt hiertoe al een aantal mogelijkheden.
  • 43.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 17 Het beschikbaar stellen van de software in open source, met een bijbehorende open source-licentie, verruimd deze mogelijkheden nog aanzienlijk. Vooral voor gene- rieke voorzieningen zoals de onderwijscatalogus is dit van groot belang, omdat deze voor de kernregistratie, onderwijslogistiek, roosteren en portfolio steeds weer aan- gepast en uitgebreid zal moeten worden. Vandaar dat Triple A als principe hanteert dat dergelijke generieke voorzieningen in open source gerealiseerd moeten wor- den, en dat open source voor alle andere programmatuur nadrukkelijk de voorkeur heeft. De flexibilisering van het onderwijs en de andere ontwikkelingen in onderwijsveld stellen ook nog een aantal bijzondere eisen aan de technische voorzieningen. De belangrijkste daarvan is de noodzaak om tijd- en plaatsonafhankelijk werken mo- gelijk te maken. Er zal in toenemende mate elektronisch leermateriaal beschikbaar komen en toegang tot de omgeving van de school gewenst zijn vanaf een stage- of thuislocatie. Dit stelt ook hogere eisen aan de autorisatie, beveiliging en betrouw- baarheid van de omgeving. Tenslotte moeten de systemen ook voorbereid zijn op deze veranderende gebruikspatronen, door te zorgen voor voldoende schaal- baarheid zodat toe- of afname van het gebruik niet hoeft te leiden tot ingrijpende aanpassingen.
  • 44.
    18 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES Samenvatting architectuurprincipes technische architectuur
  • 45.
    OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES 19 COLOFON Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 46.
    20 OVERZICHT ARCHITECTUURPRINCIPES Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 47.
    METHODIEK 1 METHODIEK
  • 48.
    2 METHODIEK
  • 49.
    METHODIEK 3 METHODIEK
  • 50.
    4 METHODIEK INHOUDSOPGAVE Wat is een functioneel ontwerp van Triple A? 5 Onze visie op het functioneel ontwerp 5 Stappen in het ontwerpproces 6
  • 51.
    METHODIEK 5 WAT IS EEN FUNCTIONEEL ONTWERP VAN TRIPLE A? In dit deel van de encyclopedie wordt beschreven welke methodiek binnen Triple A wordt gebruikt om een functioneel ontwerp te maken. Onze visie op het functioneel ontwerp Afbakening Om tot een functioneel ontwerp te komen hebben we gekozen voor een specifieke Het doel van een functioneel werkwijze en manier van modelleren. Hieronder worden de belangrijkste uitgangs- ontwerp is om de gewenste punten van onze werkwijze beschreven. functionaliteit van een toekomstig ICT-systeem in kaart te brengen. Gemaakt door materiedeskundigen De bedrijfsprocessen zijn hiervoor Een van de belangrijkste uitgangspunten is dat het functioneel ontwerp voor het uitgangspunt. Op basis van het grootste deel gemaakt moet kunnen worden door materiedeskundigen, dus het functioneel ontwerp kan in medewerkers van de betrokken instellingen. Op deze manier staat het functioneel samenwerking met een leveran- ontwerp dicht bij de praktijk en is het een product van de instellingen zelf. cier een ICT-oplossing worden De werkwijze om tot een functioneel ontwerp te komen is er voor een groot deel op uitgewerkt en gerealiseerd. Het gericht om de deskundigen van de instellingen te ondersteunen bij het omzetten functioneel ontwerp beperkt zich van hun kennis en kunde naar een bruikbaar functioneel ontwerp. tot het ‘wat’ (de gewenste functio- naliteit vanuit het perspectief van Professionele ontwerpmethodiek de gebruiker). Het ‘hoe’ (de ICT- Het is wel van belang dat het functioneel ontwerp op een professionele manier oplossing), is onderdeel van het gemaakt wordt. De manier van beschrijven en modelleren moet gebaseerd zijn op realisatieproces dat met een leve- een gangbare ontwerpmethodiek. Op die manier wordt de kwaliteit van het ontwerp rancier wordt doorlopen. gewaarborgd en is het ontwerp overdraagbaar aan een potentiële leverancier die op basis van het ontwerp oplossingen gaat realiseren. Om die reden conformeren wij ons aan de gangbare ontwerpstandaarden in de modelleertaal UML (Unified Modeling Language). We hebben ervoor gekozen om twee onderdelen uit deze ontwerpstandaard te gebruiken die specifiek gericht zijn op het in kaart brengen van het beoogde gebruik vanuit het perspectief van de eindgebruiker: use cases en activiteiten- diagrammen. Waar nodig zijn deze twee technieken vereenvoudigd, of hebben we het gebruik ervan ingeperkt, zodat de werkwijze goed bruikbaar is voor materie- deskundigen. Voor het beschrijven van functies beperken we ons tot een korte tekstuele beschrijving, zonder gebruik te maken van een ontwerpstandaard. Voldoende vrijheid voor leveranciers en instellingen Tenslotte willen we in onze manier van ontwerpen voldoende vrijheid laten aan leveranciers om te bepalen hoe de gewenste functionaliteit wordt gerealiseerd. We beperken ons dus tot het ‘wat’ van de te realiseren functionaliteit, en laten het ‘hoe’
  • 52.
    6 METHODIEK over aan het proces dat we samen met een leverancier doorlopen. Om die reden kiezen we ervoor om geen details vast te leggen over de te realiseren functies van het beoogde systeem. We beperken ons tot de beschrijving van het beoogde gebruik, dus vanuit het gezichtspunt van de gebruiker. De processen die onder- steund moeten worden staan centraal. Een traditioneel functioneel ontwerp is vaak een opsomming van de functies die een systeem bevat, en de eisen die aan de functies worden gesteld (te vergelijken met bijvoorbeeld de manier van werken bij het opzetten van een bouwbestek). Wij kiezen nadrukkelijk niet voor deze aanpak, maar voor een aanpak om vanuit het perspectief van de gebruiker de gewenste functionaliteit te beschrijven op basis van use cases. Stappen in het ontwerpproces Voor elk functioneel ontwerp is de onderwijsvisie het uitgangspunt. Vanuit de onderwijsvisie is er een afbakening op hoofdlijnen gemaakt, die heeft geleid tot de opdeling van de totale functionaliteit in een aantal kernsystemen. In elk kernsysteem is een aantal onderwijsprocessen samengebracht met veel onderlinge samenhang, zoals bijvoorbeeld de onderwijslogistiek of de ondersteuning van het primaire proces. De uitwerking van het functioneel ontwerp van een kernsysteem wordt gedaan in een drietal stappen, zoals in nevenstaand schema is weergegeven. Onder elke stap is het product weergegeven dat uit die stap voortkomt. Samengevat komt het erop neer dat in de eerste stap (A), het benoemen van de processen, wordt vastgesteld welke onderwijsprocessen op hoofdlijnen tot het betreffende kernsysteem behoren. Deze processen komen dan terug in het onder- wijsprocesmodel. Vervolgens wordt in de tweede stap (B) elk proces opgeknipt in functionele eenheden: de use cases. Elk van deze use cases wordt vervolgens nader uitgewerkt in een activiteitendiagram, waarin de activiteiten zijn gemodelleerd waaruit de use case bestaat. Tenslotte wordt er in de derde stap (C) een inventa- risatie gemaakt van de benodigde functies van het beoogde ICT-systeem, die de betreffende activiteiten in de use case zouden ondersteunen. Processen benoemen In de onderwijsvisie zijn de onderwijsprocessen vanuit het perspectief van de deel- nemer beschreven. Het onderwijsprocesmodel geeft deze processen in samenhang weer, en clustert deze in kernsystemen. De functionele ontwerpen worden vervol- gens per (combinatie van) onderwijsprocessen opgepakt.
  • 53.
    METHODIEK 7 Het vertrekpunt voor het functioneel ontwerp zijn dus de onderwijsprocessen van het onderwijsprocesmodel, waarop het functioneel ontwerp betrekking heeft. De eerste stap in het functioneel ontwerpproces is deze processen goed te definiëren en af te bakenen. Dit leidt in veel gevallen tot een aanpassing of nadere definitie van de processen in het onderwijsprocesmodel. Use cases beschrijven Nadat de processen zijn benoemd en afgebakend, wordt gekeken naar de functio- nele eenheden waaruit de ondersteuning van die processen bestaat: de use cases. Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe- den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’ Het voordeel van dergelijke beschrijvingen is dat eerst nagedacht wordt over de werkprocessen en dat niet direct de stap wordt gezet naar een invulling met systeemfunctionaliteit. Dat maakt het schrijven van use cases ook zo moeilijk. De schrijver van een use case moet afstand nemen van een mogelijke systeemoplos- sing en zich concentreren op de processen die ondersteund moeten worden. Use cases laten zich goed lezen door niet-technische mensen, het is immers be- schreven in termen van de werkprocessen van de organisatie. De beschrijvingen zijn met betrekking tot formuleringen en taalgebruik zo toegankelijk mogelijk. Voor de beschrijving van een use case wordt een standaard format gebruikt dat is afgeleid van de binnen UML gangbare manier van beschrijven. Dit format wordt hieronder weergegeven.
  • 54.
    8 METHODIEK Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil- lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is voor een andere. Ook kan in de beschrijving van een use case een situatie worden beschreven die de aanleiding is voor het starten van een andere use case. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Zo’n werkopdracht behelst niet het over- dragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere use case. In de use case overzichten brengen we de samenhang tussen de use cases in beeld door deze werkopdrachten tussen de use cases te tekenen. Uitwerken naar activiteitendiagrammen De use cases worden vervolgens nog een stap dieper uitgewerkt in een zogenaamd activiteitendiagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodelleerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd, en duidelijk is onder verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er wordt per use case één activiteitendiagram gemaakt. Hieronder wordt een voorbeeld van zo’n activiteitendiagram gegeven. De schema- techniek is gebaseerd op UML.
  • 55.
    METHODIEK 9 Functies benoemen Uit de beschrijving van de use cases en de activiteitendiagrammen kan een inventa- risatie van functies worden opgemaakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een ICT-systeem verstaan, zoals schermen of reken- functies. Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de activiteiten- diagrammen. Voor elke activiteit (of enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welk ICT-functies nodig zijn om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo onstaat een verzameling functies die nodig is om de use case te ondersteunen. Sommige functies zullen voor meerdere activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar zijn.
  • 56.
    10 METHODIEK Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 57.
    BEGRIPPENLIJST 3 BEGRIPPENLIJST
  • 58.
    4 BEGRIPPENLIJST
  • 59.
    BEGRIPPENLIJST 5 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie vindt u een verklaring voor de belangrijkste begrippen zoals deze zijn gebruikt in de functionele ontwerpen van Triple A. Het gaat hier om begrippen die veelvuldig terug komen in zowel de beschrijvende als de technische gedeelten. Bij het definiëren van de begrippen is zo veel mogelijk rekening gehouden met de definities zoals deze gebruikt worden door het Ministerie van OC&W, Colo en Kennisnet.
  • 60.
    6 BEGRIPPENLIJST INHOUDSOPGAVE A 6 B 8 C 11 D 13 E 14 F 16 G 17 I 18 K 19 L 20 M 21 N 22 O 22 P 25 R 26 S 27 T 31 U 32 V 33 W 34 Z 34
  • 61.
    BEGRIPPENLIJST 7 BEGRIPPENLIJST
  • 62.
    8 BEGRIPPENLIJST A 1 Aanmelden Het op enigerlei wijze kenbaar maken van de belangstelling van een potentiële deelnemer voor het afnemen van onderwijsproducten bij de instelling. 2 Aanwezigheidsanalyse Analyse van de aan- en afwezigheidsgegevens van bepaalde deelnemers of groepen deelnemers zodat daarover kan worden gerapporeerd.. 3 Aanwezigheid Geregistreerde (fysieke) aanwezigheid van een deelnemer op een (enig) gepland tijdstip in een gespecificeerde omgeving. Wanneer hij niet aanwezig is, is hij ongeoorloofd of geoorloofd afwezig. 4 Aanwezigheidsregistratie Database waarin de gegevens zijn opgeslagen van de aan- en afwezigheid van deel- nemers 5 Accountantsmutatie Mutatie die na de mutatiestop nog met toestemming van de accountant kan worden doorgevoerd voor een bepaald bekostigingsjaar. 6 Actor Gebruiker van het systeem in een specifieke rol, of een ander systeem of techni- sche voorziening die met het systeem communiceert. De actoren maken dus geen deel uit van het systeem maar interacteren met het systeem. Actoren zijn diegenen die gegevens met het systeem uitwisselen of diensten van het systeem betrekken. 7 Adviesgesprek Een adviesgesprek is een gesprek tussen de deelnemer en zijn (leertraject)bege- leider. Op basis van informatie in het begeleidingsdossier en een beoordeling van de voortgang komt de begeleider tot een geadviseerde leerroute die in het advies- gesprek besproken wordt. De uitkomst van een adviesgesprek is een gezamenlijk besluit over te nemen acties. 8 Administratief dossier Het administratief dossier is onderdeel van de kernregistratie deelnemers en bevat alle documenten en gegevens die betrekking hebben op de inschrijving van de deelnemer zoals de onderwijsovereenkomst en de praktijkovereenkomst. Alle docu- menten die in het administratieve proces ontstaan worden aan dit dossier toege- voegd. Het administratief dossier is onderdeel van het deelnemersdossier, waarin zich naast het administratief dossier ook het begeleidingsdossier, zorgdossier en examendossier bevindt. 9 Administratief Medewerker Persoon in dienst van de onderwijsinstelling, die administratieve taken uitvoert.
  • 63.
    BEGRIPPENLIJST 9 10 Afgenomen onderwijsproduct Onderwijsproduct dat daadwerkelijk is geleverd op basis van een rooster en is afge- nomen door de betreffende deelnemer. 11 Afwezigheid Het ontbreken van een geregistreerde (fysieke) aanwezigheid van een deelnemer op een onderwijsproduct dat op basis van een rooster op (enig) tijdstip is aangebo- den. Er zijn twee soorten afwezigheid: ongeoorloofd en geoorloofd. 12 Aggregatieniveau Een samenstelling van onderwijsproducten. 13 Algoritmes Rekenregels en -procedures om in het proces van roosteren te kunnen optimaliseren. 14 Alumni Oud-deelnemers die onderwijsproducten van de instelling hebben afgenomen en thans als deelnemer zijn uitgeschreven bij de instelling. 15 Applicatiebeheerder De medewerker die applicatiebeheer uitvoert. 16 Arrangement Een planbaar geheel van beschikbare onderwijsproducten. Een arrangement be- staat uit een verzameling enkelvoudige en/of samengestelde onderwijsproducten, aangevuld met aanvullende eisen en wensen met betrekking tot de volgorde of de periode waarin het product moet worden afgenomen. Een arrangement kan uit één onderwijsproduct (enkelvoudig of samengesteld) bestaan. 17 Arrangeren Onderwijslogistiek proces waarin op basis van leervraag van een deelnemer en de daarbij passende en beschikbare onderwijsproducten een planbaar geheel wordt samengesteld dat door de deelnemer kan worden afgenomen. Een arrangement is van kracht voor een “bevroren” periode. Op basis van alle arrangementen kan een rooster voor een dergelijke periode worden gemaakt. 18 Arrangeur Persoon die binnen de instelling de arrangementen voor een bepaalde groep deel- nemers opstelt. 19 Assessment Een methode of procedure om zowel basiskennis als competenties te meten en te beoordelen in authentieke of levensechte situaties. 20 Assets Dit zijn herbruikbare objecten die bestudeerd worden in het kader van een onder- wijsproduct. Bijvoorbeeld een motor in het kader van motortechniek, een anato- mische pop in het kader van gezondheid, een videofragment in het kader van een geschiedenisles, een animatie in het kader van de bestudering van de verbran- dingsmotor.
  • 64.
    10 BEGRIPPENLIJST 21 Audit Toetsing of aan bepaalde eisen wordt voldaan. Wordt o.a. gebruikt bij toekenning van het Keurmerk Inburgeren. B 22 Begeleider Medewerker van een onderwijsinstelling die als rol heeft het volgen en ondersteu- nen van deelnemers tijdens hun leerloopbaan. De begeleider die leeractiviteiten begeleidt wordt ook coach genoemd. De begelei- der die de loopbaan van de deelnemer ondersteund wordt ook leertrajectbegeleider genoemd. 23 Begeleiding Het geheel aan (begeleidings)processen waarbij de begeleider op basis van leeracti- viteiten, gegevens uit de aanwezigheidsregistratie en andere beschikbare gegevens het leerproces van een deelnemer volgt, bijstuurt en toekomstgericht advies geeft. 24 Begeleidingsdossier Het begeleidingsdossier bevat alle documenten en gegevens ter ondersteuning van het begeleidingsproces, zoals een POP en een PAP, gemaakte afspraken en behaalde formatieve resultaten. Het begeleidingsdossier is onderdeel van het deelnemers- dossier, waarin zich naast het begeleidingsdossier ook het administratief dossier, zorgdossier en examendossier bevindt. 25 Beheerder onderwijscatalogus Medewerker van de instelling die verantwoordelijk is voor het beheren van de onder- wijscatalogus. 26 Bekostiging Vergoeding voor door de instelling verrichte activiteiten. Deze kent de volgende varianten: Soort bekostiging Toelichting Reguliere inputbekostiging Bekostiging op grond van verbintenis voor opleidin- gen waarvoor bij de ministeries van OCW/LNV bekos- tigingslicentie is verkregen Reguliere outputbekostiging Bekostiging op grond van behaald diploma voor op- leidingen waarvoor bij de ministeries van OCW/LNV bekostigingslicentie is verkregen Contractbekostiging In overeenkomst vastgelegde bekostiging voor over- eengekomen activiteiten ten behoeve van derden
  • 65.
    BEGRIPPENLIJST 11 27 Bekostigingsrelatie Verhouding van de instelling met een financierende partij die bestaat op basis van de verbintenis van de instelling met een deelnemer ten behoeve van de bekostiging van geleverde of te leveren diensten aan de deelnemer. 28 Belasting De door de deelnemer ervaren leerbelasting. Deze wordt vastgesteld op basis van ervaring van de instelling. Het is een vrij formaat en kan bestaan uit bijvoorbeeld studiebelastingsuren (SBU), studiepunten, enz. Per instelling en/opleiding worden eigen keuzes gemaakt. Het vastleggen ervan is van belang voor het adviesgesprek tussen leertraject- begeleider en de deelnemer. 29 Beoordelaar Iemand die gerechtigd is binnen de instelling om formatieve en/of summatieve resultaten te bepalen en vast te (laten) leggen. 30 Beoordelingsformat Een sjabloon t.b.v. een beoordelaar om iemands prestaties (beroepsmatig hande- len) te meten en te beoordelen. Een beoordelingsformat is gekoppeld aan een be- paald onderwijsproduct of verzameling van onderwijsproducten. In de beoordeling kan onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende aspecten (werkprocessen of competenties) waarop de beoordeling betrekking heeft. Er kan bijvoorbeeld per relevante competentie een oordeel worden vastgelegd. 31 Beoordelingsregistratie De vastlegging van formatieve en summatieve beoordelingen. 32 Beoordelingssystematiek Een systematiek die behulpzaam is bij het bepalen, waarderen en vastleggen van formatieve of summatieve beoordelingen Een beoordelingssystematiek kan geba- seerd zijn op kwalificatiedossiers, op geroosterde leertrajecten, eventueel in combi- natie met toenemende complexiteit en/of toenemende zelfstandigheid. Mogelijke systematieken kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op: - Kwalificatiedossiers - Werkprocessen/competenties - Prestatie-indicatoren - Complexiteitsniveau van onderwijsproducten - Combinatie van kwalificatiedossier en complexiteitsniveau - Standaard leerroutes - Tijdsbesteding bijv. aantal SBU - Prestatie indicatoren/werkprocessen/competenties 33 Bepalen diplomarecht Op basis van geregistreerde summatieve resultaten bepalen of een deelnemer recht heeft op kwalificerende documenten.
  • 66.
    12 BEGRIPPENLIJST 34 Beslisboom De beslisboom bevat regels die bepalen of een deelnemer/opleiding-combinatie bekostingsrelevant is. De beslisboom wordt toegepast op de BRON-foto en de ge- gevens in de kernregistratie en levert een gegevensset op die apart wordt gere- gistreerd ten behoeve van verdere analyse en een prognose van de te verwachten bekostiging. 35 Bevroren product Een product in het portfolio van een deelnemer dat is voorzien van een formatieve of summatieve beoordeling. Het product en de bijbehorende beoordeling worden gekoppeld en in “bevroren” toestand bewaard als bewijs voor iemands vaardigheid, kennis en/of houding. 36 Bewijsmap Een verzameling producten dat ter (summatieve of formatieve) beoordeling kan worden aangeboden, en zo als ‘bewijs’ kan dienen op basis waarvan verworven competenties of kennis kan worden aangetoond. 37 Blik op Werk Stichting die zich onder andere bezighoudt met het verstrekken en toetsen van het Keurmerk Inburgeren. 38 BPV Beroeps Praktijk Vorming. Periode waarin de deelnemer bij een bedrijf beroeps- praktijkvorming volgt. Dit is een verplicht onderdeel binnen elke beroepsopleiding. Het minimaal te volgen studiebelastingsuren aan BPV is vastgelegd in het kwalifi- catiedossier. Daarnaast wordt BPV ook ingezet binnen het proces van opleiden en vormen, denk daarbij aan bijvoorbeeld de snuffelstages. 39 BRIN Basisregistratie Instellingen. In dit bestand geeft CFI een overzicht van alle scholen en de hiermee samenhangende instellingen. 40 BRON Foto Een weergave van gegevens zoals die in BRON zitten van deelnemers relevant voor een bepaalde teldatum, per deelnemer, op persoonsgebonden nummer. Deze BRON-foto wordt aan de instelling aangeleverd om inzicht te krijgen in de eventuele verschillen tussen BRON en de eigen administratie, en als basis voor de accoun- tantscontrole op de bekostiging. 41 BRON Basis Registratie Onderwijs Nummer. Dit is het basisregistratiesysteem bij de IB- Groep, waarin gegevens van de deelnemers in het VO en MBO worden opgeslagen. Deze gegevens worden door de overheid en IB-groep gebruikt om de bekostiging (incl. subsidies), en studiefinanciering te bepalen.
  • 67.
    BEGRIPPENLIJST 13 42 Burgerservicenummer Het burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat als nummer gelijk is aan het sofinummer. Het heeft echter een ander wettelijk kader waardoor een breder gebruik mogelijk is. In de context van het onderwijs is dit de opvolger van het onder- wijsnummer. C 43 Centraal Uitwisselingspunt Een centrale voorziening die het mogelijk maakt dat het overdrachtsdossier kan worden uitgewisseld tussen onderwijsinstellingen op een veilige en betrouwbare manier. 44 Certificeerbare eenheid Binnen een kwalificatiedossier kan een deel van de werkzaamheden in een be- paald beroep als Certificeerbare Eenheid worden onderscheiden, wanneer dat deel arbeidsmarktrelevantie heeft. Arbeidsmarktrelevantie wil zeggen dat iemand er betaald werk mee kan krijgen. Vaak zullen voor dit deel van het beroep ook aparte functiebenamingen bestaan. Aan een Certificeerbare Eenheid is een certificaat ver- bonden. Het certificaat is een op de arbeidsmarkt herkend en erkend bewijsstuk dat de betreffende persoon in staat is een afgebakend en samenhangend geheel van werkprocessen afkomstig uit een (of meerdere) kerntaken uit te voeren en beschikt over de daarvoor noodzakelijke competenties (bron: COLO). 45 CFI Centrale Financiën Instellingen. Uitvoeringsorganisatie van het Ministerie OCW. 46 Coach Begeleider die leeractiviteiten begeleidt. Zie Begeleider. 47 Code onderwijsproduct Een eenduidige unieke code voor het onderwijsproduct. De code heeft geen tra- ceerbare betekenis. De code wordt door het systeem toegewezen. 48 Competentie Ontwikkelbare vermogens van mensen om in voorkomende situaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen, dat wil zeggen passende procedures te kiezen en toe te passen om de juiste resultaten te bereiken. Competenties zijn samengesteld van karakter, verwijzen naar onder- liggende vaardigheids-, kennis- en houdingsdomeinen en worden in een context toegepast en ontwikkeld (COLO, 2007).
  • 68.
    14 BEGRIPPENLIJST 49 Competentiegerichte kwalificatiestructuur Het geheel van kwalificaties voor beroepsopleidingen die voor de beroepspraktijk van betekenis zijn. Deze competentiegerichte kwalificatiestructuur wordt in het beroepsonderwijs (het MBO) ingevoerd. In deze kwalificatiestructuur is gestructu- reerd beschreven aan welke eisen de beginnende beroepsbeoefenaar moet voldoen wanneer hij of zij gediplomeerd de opleiding verlaat. De competentiegerichte kwalificatiestructuur is opgebouwd uit een verzameling kwalificatiedossiers, waarin voor een aantal verwante beroepen de beroepsbeschrij- ving staat, zoals die is opgebouwd uit kerntaken, werkprocessen en competenties. Deze beroepsbeschrijving is gebaseerd op competentieprofielen die de beroepsuit- voering door een ervaren beroepsbeoefenaar beschrijven. 50 Competentiematrix Een onderdeel van het kwalificatiedossier waarin competenties en componenten van competenties gekoppeld zijn aan werkprocessen. 51 Contract Bindende afspraak tussen onderwijsinstelling en een externe partij omtrent het leveren van onderwijsproducten (scholing, opleiding of werkervaring). Deze bevat tenminste de volgende gegevens: - Datum & Plaats ondertekening - Gegevens Opdrachtgever - Persoonsgegevens van de deelnemer(s) - Startdatum (& einddatum) van het onderwijsproduct(en) - Omschrijving onderwijsproduct(en) - Gegevens instelling & handtekening namens de instelling - Handtekening Opdrachtgever - Overeengekomen prijs 52 Crebo-nummer Code(5-cijferig) waarmee een uitstroomkwalificatie (diploma) in het middelbaar beroepsonderwijs wordt vastgelegd in het Centraal Register Beroepsopleidingen van het CFI. Het Crebo nummer wordt gebruikt ter wettelijke identificatie van de bekos- tigingsrelatie, diploma’s, BPV overeenkomsten, recht op studiefinanciering e.d. Dit nummer wordt mogelijk vervangen door een codering voor een verbintenisgebied. 53 Criteriumbank De criteriumbank is een functionaliteit van het kernregistratiesysteem die door andere processen uit het kernregistratiesysteem opgeroepen kunnen worden. Met de criteriumbank kan onderzocht worden of deelnemers kwalificerende eenheden of uitstroomkwalificaties hebben behaald. Daarbinnen zijn criteria gekoppeld aan kwali- ficerende eenheden en uitstroomkwalificaties. Deze criteria bestaan uit een verzame- ling regels op basis waarvan het kwalificerend resultaat wordt bepaald. Dit resultaat wordt bepaald uit de onderliggende summatieve en/of kwalificerende eenheden.
  • 69.
    BEGRIPPENLIJST 15 54 Crm-pakket Afkorting van Customer Relation Management – pakket, een pakket waarmee relaties (zoals opdrachtgevers, stagebedrijven en contactpersonen) kunnen worden geregistreerd en beheerd. 55 CUP CUP = Centraal Uitwisselings Punt. 56 CvB College van Bestuur. D 57 Decaan Een adviserende specialist op het gebied van in-, door- en uitstroommogelijkheden. 58 Deelname Uitvoering door een deelnemer van een verbintenis met een instelling voor het afnemen van onderwijsproducten. 59 Deelnemer Iemand die onderwijs volgt binnen een instelling. Een deelnemer is in bezit van een verbintenis met een instelling voor het afnemen van onderwijsproducten. Een ander woord voor deelnemer is lerende, leerling of student. 60 Deelnemeradministratie Organisatorische entiteit binnen de instelling waarbinnen het geheel van adminis- tratieve activiteiten rond de registratie van deelnemers is belegd. 61 Deelnemersdossier Het deelnemersdossier is de verzamelnaam voor het complete dossier van een deelnemer. Dit dossier bevat alle documenten en gegevens die direct aan de deel- nemer gekoppeld zijn. Het deelnemersdossier bestaat uit een viertal onderdelen. 62 Diagnoserapport In het diagnoserapport staat beschreven aan welke regels in een bepaald rooster- voorstel niet wordt voldaan en wat de reden hiervoor is. Daarnaast wordt duidelijk welke (deel)arrangementen eventueel niet gepland kunnen worden en welke mid- delen een knelpunt zijn.
  • 70.
    16 BEGRIPPENLIJST 63 Digitaal Medium Een gegevensdrager, zoals een CD-ROM, USB-stick, e-mail of gestructureerd XML bericht via het Internet. 64 Diploma Kwalificerend document. 65 Diplomagebied Aggregatieniveau in een kwalificatiestructuur, waarin verwante kwalificatiedossiers zijn gebundeld in een diplomagebied. Inmiddels is bekend geworden dat dit niveau in de competentiegerichte kwalificatiestructuur niet meer wordt toegepast. 66 Docent Medewerker van de instelling die direct betrokken is bij het primaire onderwijsproces en daarbij verschillende rollen kan vervullen zoals instructeur, coach, begeleider. 67 Domein Het (opleidings)domein is de eerste laag van de kwalificatiestructuur. 68 Doorverwijzing Verwijzen van een potentiële deelnemer naar een alternatief (in tijd of plaats). E 69 Eigenaar onderwijsproduct Eigenaar van het onderwijsproduct. Er zijn drie soorten van eigenaarschap die naast elkaar gebruikt kunnen worden: Veld Toelichting Juridisch eigenaar Organisatie die juridisch eigenaar is van het onderwijsproduct Gebruiksrecht Organisatie die het recht heeft om onderwijsproduct te gebruiken Aanbieder Organisatie die het onderwijsproduct aan deelnemers aanbiedt 70 Einddatum verbintenis Datum waarop de verbintenis tussen deelnemer en instelling eindigt door uitschrij- ven, door wijzigen van de bekostigingsrelatie, het verbintenisgebied, e.d. 71 ELD Het ELD (Elektronisch LeerDossier) is een landelijke standaard voor de digitale uitwisseling van leergegevens. De overdracht van leergegevens tussen scholen en onderwijsinstellingen kan hierdoor efficiënter en verantwoord verlopen. 72 e-portfolio Een e-portfolio of elektronisch portfolio is een verzameling van doelgericht bij elkaar gebrachte elektronische gegevens en documenten (bestanden), die wordt beheerd door de deelnemer zelf (of meer algemeen een lerend of werkend individu).
  • 71.
    BEGRIPPENLIJST 17 73 EVC EVC is de afkorting van Erkennen van Verworven Competenties. EVC beoogt de erkenning, waardering en verdere ontwikkeling van wat een individu heeft geleerd in elke mogelijke leeromgeving: in formele omgevingen zoals op school, maar ook in niet-formele of informele omgevingen zoals de werkplaats of thuis (bron: Ken- niscentrum EVC). De EVC wordt, na assessment of interpretatie van kwalificerende documenten, als summatief resultaat in de kernregistratie opgenomen. 74 EVC beoordeling Het verifiëren en beoordelen van een EVC (Erkennen van Verworven Competenties). 75 EVC-procedure Een procedure om verworven competenties te erkennen (verkrijgen van civiel ef- fect) als middel voor verdere loopbaanontwikkeling. 76 EVC-rapportage De uitslag van een EVC-procedure inclusief de civiele waarde van de uitslag (Ken- niscentrum EVC). Een EVC-rapportage wordt opgemaakt onder verantwoordelijkheid van een exa- minator, als resultaat van de EVC-procedure. Ook kan de deelnemer een elders afgegeven EVC-rapportage aanbieden. 77 Examenbureau Organisatorische entiteit binnen de instelling die zich bezig houdt met het verwer- ken van summatieve resultaten en het aanmaken van kwalificerende documenten. Binnen een instelling kunnen andere benamingen worden gegeven aan de organisa- tie examenbureau. 78 Examencommissie Een organisatie-eenheid die verantwoordelijk is voor examinering en diplomering binnen de instelling. 79 Examendossier Het examendossier bevat de bewijsstukken, summatieve beoordelingen en exa- men- en EVC-rapportages die relevant zijn voor de diplomering. De uiteindelijk toegekende summatieve resultaten worden in het administratieve dossier overge- nomen ten behoeve van de diplomering. Het examendossier is onderdeel van het deelnemersdossier, waarin zich naast het examendossier ook het administratief dossier, begeleidingsdossier en zorgdossier bevindt. 80 Examenmix Het summatief beoordelen met de methodenmix. Meerdere instrumenten worden dan ingezet (bijvoorbeeld: observeren, interviewen, producten beoordelen, casus- toetsen, beoordelingen door derden, etc.) om de invloed van meetfouten op het gemiddelde resultaat kleiner te maken. 81 Examenrapportage Rapportage - van het examen bij het voltooien van de opleiding - over het al dan niet succesvol inzetten van competenties bij het uitoefenen van de kerntaken.
  • 72.
    18 BEGRIPPENLIJST 82 Examenreglement De regels en afspraken die binnen de instelling gelden omtrent examinering en diplomering. 83 Exit-formulier Document waarop de reden en eventueel omstandigheden van het vertrek van een deelnemer wordt vastgelegd. 84 Exit-functionaris Persoon belast met het houden van en exit-gesprek met een deelnemer, bijvoor- beeld een decaan, mentor, tutor of begeleider. 85 Exit-gesprek Gesprek tussen deelnemer en exit-functionaris waarin wordt vastgelegd waarom de deelnemer de instelling zal verlaten en wat zijn/haar vervolgstappen zullen zijn. F 86 Fiat Formele goedkeuring. 87 Formuleren leervraag Stap in het onderwijslogistieke proces, waarbij de leervraag van de deelnemer wordt uitgedrukt in onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus. Dat hoeft nog niet op het laagste aggregatieniveau van de onderwijscatalogus te zijn, dat gebeurt pas in het arrangeren. 88 Formatief beoordelen Formatief beoordelen heeft als doel de lerende tijdens het leertraject te voorzien van informatie over de kwaliteit van zijn of haar leren. Waar nodig kan de lerende op basis van de verkregen feedback het leren aanpassen. Zie ook formatief resultaat. 89 Formatief resultaat Resultaat uit een formatieve beoordeling (bijvoorbeeld: cijfer, aanwezigheid, beschrijving) dat niet meetelt voor de uiteindelijke kwalificering, maar de lerende informatie geeft over de kwaliteit van zijn of haar leren. 90 Formatieve peilstok Een instrument waarmee de groei, ontwikkeling en/of voortgang van een deel- nemer in zijn competenties en resultaten gemeten wordt. De formatieve peilstok geeft daarnaast ook inzicht in de mate waarin een deelnemer gereed is om examen (summatieve toets) te doen en in de geadviseerde route om daar te komen. 91 Formatieve toets Onderwijsproduct dat een formatief resultaat voor de deelnemer oplevert.
  • 73.
    BEGRIPPENLIJST 19 92 Forward mapping Het maken van een voorspelling over de afname en organisatie van het onderwijs op de middellange termijn op basis van de actuele gegevens, gecombineerd met kengetallen over hoe die gegevens kunnen worden geëxtrapoleerd. Het is bijvoorbeeld mogelijk om op basis van de actuele roosters / arrangementen een voorspelling te doen van het rooster (en het bijbehorende resourcebeslag) op de middellange termijn. Hiervoor zijn kengetallen nodig, waarmee die voorspelling met een zekere betrouwbaarheid kan worden gedaan, bijvoorbeeld kengetallen over de onderwijsproducten die zullen worden afgenomen, nadat bepaalde onder- wijsproducten zijn afgenomen (voorspellingen van de toekomstige arrangementen, gegeven de huidige arrangementen). G 93 Gebruiksartikelen Alle (niet verbruiks-) middelen ter ondersteuning van het onderwijs. Middelen waarop meerjarige afschrijving wordt toegepast. Te denken valt hierbij aan: bea- mer, white board, PC , specifieke software, sporttoestellen, etc. 94 Gedragsgericht interview Gedragsgericht (of ervaringsgericht of criteriumgericht) interview, STARR interview of reflectie-interview. Interviewvorm waarbij aan de hand van tevoren beschreven gedragscriteria bij deelnemers wordt beoordeeld in hoeverre zij dat gedrag in het verleden hebben vertoond. Er wordt gewerkt aan de hand van het STARR-model. “STARR” staat voor: situatie, taak, actie, resultaat, reflectie. 95 Geldigheid Aanduiding van de periode (door middel van begin- en eindexamenen) waarbinnen het product kan starten. 96 Gemeenschappelijk Rooster Informatie Domein De continu draaiende roostermachine vult en optimaliseert een 3-dimensionale ma- trix (mens, tijd en middel), het rooster. Deze matrix wordt het “Gemeenschappelijk Rooster Informatie Domein” genoemd, afgekort als GRID. 97 Geschikt voor start Geeft aan of het onderwijsproduct geschikt is om mee te starten, direct na het aangaan van een verbintenis. Hierdoor is het mogelijk om tijdens de intake de on- derwijscatalogus te raadplegen om een overzicht te krijgen van onderwijsproducten die geschikt zijn om direct afgenomen te worden. 98 GRID Afkorting voor het Gemeenschappelijk Rooster Informatie Domein
  • 74.
    20 BEGRIPPENLIJST I 99 IBG IB-Groep 100 IB-Groep Informatie Beheer Groep. Zie ook: BRON. 101 IIVO In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs (IIVO). Bij de norm van 850 uur voor het MBO gaat het om In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs (IIVO) en is daarnaast de ver- onderstelling dat er nog 750 uur wordt besteed aan huiswerk, want fulltime komt overeen met 1.600 uur. Bij deeltijd gaat het om 300 uur IIVO. De normen 850 en 1.600 zijn verschillende grootheden. Voor de bekostiging en dus ook de meting van onderwijsintensiteit is slechts 850 uur IIVO voor voltijd van belang. 102 Inschrijven Het proces binnen de instelling dat kan leiden tot een verbintenis tussen een deelne- mer of opdrachtgever en de instelling. In dat geval gaan de deelnemer/opdrachtgever en de instelling een principeovereenkomst met elkaar aan. De instelling spant zich in om de producten aan te bieden die aansluiten op de vraag van de potentiële deelne- mer. De potentiële deelnemer heeft de intentie om de onderwijsproducten af te nemen. 103 Instroomcodering Vervangt te zijner tijd de Crebo codering. 104 Intake Onderdeel van het proces van inschrijven met als doel te bepalen of de instelling passend onderwijs kan bieden. Dit kan inhouden dat het nodig is de leervraag van de potentiële deelnemer nader te specificeren of een assessment te doen. Dit pro- ces gaat vooraf aan het daadwerkelijk sluiten van de verbintenis. 105 Intakeformulier Formulier voorzien van bekende NAW-gegevens van de potentiële deelnemer waar- op onder andere het uiteindelijke verbintenisgebied wordt geadministreerd. Tevens kunnen gegevens met betrekking tot de thuissituatie, vooropleiding(en), bijzondere situaties, voorkeuren worden vastgelegd. 106 Intaker Vertegenwoordiger vanuit de instelling welke het intakegesprek voert met de poten- tiële deelnemer 107 Iteratie Iteratie is een begrip uit de wiskunde en informatica, bedoeld om aan te geven dat met een bepaald zich herhalend proces een berekening kan worden uitgevoerd. In computertermen zou dit een “loop” worden genoemd. Een itererend proces kan bijvoorbeeld convergeren tot één waarde.
  • 75.
    BEGRIPPENLIJST 21 K 108 Kernregistratiesysteem Registratiesysteem dat dient als bron voor een bepaalde verzameling kerngege- vens. Een kernregistratiesysteem registreert en beheert deze gegevens en stelt deze beschikbaar aan andere systemen als dat nodig is. Een voorbeeld is de kern- registratie deelnemersgegevens. 109 Kerntaken Een kerntaak is een substantieel deel van de beroepsuitoefening naar belang, omvang (tijdsbeslag of frequentie) of beide. Een kerntaak bestaat uit een geheel van inhoudelijk met elkaar samenhangende werkprocessen, kenmerkend voor de beroepsuitoefening. Een kwalificatiedossier heeft een beperkt aantal kerntaken. Alle kerntaken samen beschrijven de essentie van de beroepsuitoefening van de betref- fende beroepengroep (bron: COLO). 110 Keurmerk Inburgeren Keurmerk Inburgeren is een kwaliteitsborging ten behoeve van de inburgeraar bij de aanbieders van de inburgeringscursussen en cursussen die inburgeraars oplei- den voor het inburgeringsexamen of staatsexamen NT2. 111 Klantmanager Medewerker van de gemeente of UWV die als begeleider verantwoordelijk is voor het volgen van de geplaatste deelnemers op een scholing, NT2-traject of re-inte- gratietraject bij een scholingsinstituut. 112 Kostprijs Kostprijs van het product op basis van de activiteiten die door de instelling worden verricht en de kosten die worden gemaakt om het onderwijsproduct te kunnen aan- bieden. 113 KRD Kernregistratiedeelnemers 114 KRD-foto Voor het maken van een vergelijking tussen een BRON-foto en de kernregistratie deelnemers definiëren we het begrip KRD-foto. Een KRD-foto bevat dezelfde soort gegevens als een BRON-foto, alleen dan overgenomen uit de kernregistratie deel- nemergegevens (op een specifiek moment: een foto.) 115 Kwalificatiedocument Een diploma, certificaat, verklaring.
  • 76.
    22 BEGRIPPENLIJST 116 Kwalificatiedossier Door de minister (OCW/LNV) vastgesteld document waarin staat beschreven wat een beginnend beroepsbeoefenaar vermag aan het eind van zijn opleiding. Afhan- kelijk van het cohort is de beschrijving in eindtermen of in competentiegerichte termen (verwoord in prestatie-indicatoren). De instelling bepaalt zelf de inrichting van de opleiding door middel van onderwijsproducten. Bijbehorende kwalificerende documenten kunnen zijn (eind)diploma, certificaten (voor deelkwalificaties of cer- tificeerbare eenheden). In voorkomende gevallen kan een schooldiploma worden verstrekt. 117 Kwalificatiestructuur Het geheel aan kwalificaties dat van betekenis is voor het behalen van een verza- meling mogelijke eindkwalificaties (diploma’s). Een kwalificatiestructuur beschrijft op een gestructureerde manier aan welke eisen moet worden voldoen voor het behalen van een diploma. Landelijk samenstel van alle vastgestelde kwalificatiedossiers (Bron: Colo 2009). 118 Kwalificerend document Een diploma, certificaat, verklaring. 119 Kwalificerende opleiding Opleidingen waarbij een kwalificatie aan een deelnemer kan worden uitgereikt. L 120 Landelijk Schakelpunt Dit is de plek waar conform ELD uitwisseling van digitale deelnemergegevens tus- sen onderwijsinstellingen plaats vind. Triple A hanteert de term Centraal Uitwis- selingspunt als een wat algemenere aanduiding van een dergelijk uitwisselings- of schakelpunt. 121 Leeractiviteiten Activiteiten van de deelnemer bij het afnemen van onderwijsproducten. 122 Leerbedrijf Bedrijf dat door een kenniscentrum is geaccrediteerd om beroepspraktijkvorming voor deelnemers te verzorgen. 123 Leermiddelen Hulpmiddelen waar de student een eigen verantwoordelijkheid voor heeft bijvoor- beeld: rekenmachine, schaar, klein gereedschap, overall, leerboeken, licentiekosten, helm, etc. 124 Leerplicht Wettelijke verplichting om onderwijs te volgen (gekoppeld aan leeftijd en eventueel de omstandigheden van de deelnemer)
  • 77.
    BEGRIPPENLIJST 23 125 Leerplichtambtenaar Medewerker afdeling Leerplicht van de Gemeente, belast met toezicht op het nale- ven van de wettelijke leerplichtbepalingen. 126 Leerroutes Een serie achtereenvolgens af te nemen onderwijsproducten, doorgaans afgesloten met een kwalificerend document. Dit kan bijvoorbeeld een standaardroute zijn voor een MBO-opleiding of een onderdeel daarvan, maar ook een inburgeringstraject of een oriëntatieperiode van een aantal maanden. 127 Leerstijl Een beschrijving van houding en gedrag die bepalen wat iemands voorkeurmanier is van leren. 128 Leertrajectbegeleider Begeleider die op individueel niveau deelnemers begeleidt met betrekking tot het totale leertraject. Het gaat dan enerzijds om de begeleiding bij het formuleren van de leervraag en anderzijds bij de keuze van de juiste onderwijsproducten. 129 Leervraag Vraag van een deelnemer of opdrachtgever aan een instelling waarin verwoord wordt wat men wil leren. Het formuleren van de leervraag is een activiteit van de begeleider samen met de deelnemer of opdrachtgever waarin de leervraag wordt uitgedrukt in producten uit de onderwijscatalogus, (eventueel) aangevuld met ad- ditionele wensen en voorwaarden. 130 Lid van de examencommissie Een persoon die deel uitmaakt van de examencommissie. M 131 Manager bedrijfsvoering De manager bedrijfsvoering is een lijnmanager die verantwoordelijk is voor (een deel van) de bedrijfsvoeringsprocessen, bijvoorbeeld financieel beheer, personeel en organisatie etc. 132 Manager onderwijs Een lijnmanager die verantwoordelijk is voor een deel van het primair proces. Bij- voorbeeld: teamleider, branchedirecteur, sectordirecteur. 133 Maximum aantal deelnemers Maximum aantal deelnemers dat het betreffende onderwijsproduct kan afnemen. 134 Medewerker examenbureau Een medewerker die werkzaam is bij het examenbureau van de onderwijsinstelling. Hij voert werkzaamheden uit die betrekking hebben op examinering en diplomering. 135 Mentor Een medewerker van een onderwijsinstelling die belast is met de begeleiding van een groep deelnemers.
  • 78.
    24 BEGRIPPENLIJST 136 Metadata Metadata zijn gegevens die de karakteristieken van bepaalde gegevens beschrijven. Het zijn dus eigenlijk data over data. De metadata van een onderwijsproduct bevat- ten dus gegevens over het onderwijsproduct, zoals de titel, de omvang, volgorde, leerstijl, complexiteit, enz. 137 Minimum aantal deelnemers Minimum aantal deelnemers dat noodzakelijk is om een onderwijsproduct te organi- seren/uit te voeren. 138 Mutatiebestand Digitaal bestand dat met BRON wordt uitgewisseld ten behoeve van de externe ver- antwoording en bekostiging. Het mutatiebestand bevat een (mogelijk groot) aantal mutaties van deelnemergegevens. Het mutatiebestand wordt door BRON gecontro- leerd en verwerkt en middels een terugkoppelbestand aan de instelling teruggemeld. 139 Mutatiestop De mutatiestop geeft aan dat voor een bepaald jaar geen mutaties meer doorge- voerd mogen worden naar BRON. Dit betreft actuele deelnemers per 1 oktober van een jaar en de behaalde diploma’s in een jaar. Wel is het na de mutatiestop nog mogelijk om zo genaamde accountantsmutaties door te voeren. N 140 NAW-gegevens Naam, Adres en Woonplaats 141 Nominale arrangement Het standaard arrangement wat de meeste deelnemers doorlopen. O 142 Onderwijscapaciteit Het geheel aan beschikbare mensen, faciliteiten en middelen om onderwijs te kun- nen geven. 143 Onderwijscatalogus Verzameling van onderwijsproducten en relevante taxonomieën binnen de instel- ling, beschreven door middel van metadata. 144 Onderwijsinhoud De leerstof die aan de deelnemer aangeboden wordt.
  • 79.
    BEGRIPPENLIJST 25 145 Onderwijsintake Het proces na aanmelding dat kan leiden tot inschrijving voor een opleiding in overeenstemming met mogelijkheden van de deelnemer en met zijn instemming en (eventueel) de instemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger. De onderwijsintake onderscheidt zich van de (administratieve) intake door met name te kijken naar de specifieke mogelijkheden en beperkingen van de deelnemer en het onderwijs dat daar het beste bij past. 146 Onderwijslogistiek Het continue proces dat er voor zorgt dat de leervraag van de deelnemers en het aanbod aan onderwijsproducten van de instelling zo goed mogelijk bij elkaar wor- den gebracht. Uiteindelijk zorgt de onderwijslogistiek ervoor dat onderwijsproduc- ten daadwerkelijk kunnen worden afgenomen. Het onderwijslogistieke proces bestaat uit het samenstellen van een passend ar- rangement voor de deelnemers (het arrangeren), het plannen van de inzet van onderwijsproducten in tijd en plaats en het vastleggen van de deelnemers om specifieke onderwijsproducten op de gereserveerde tijden en plaatsen af te nemen (het roosteren) 147 Onderwijsnummer Zie burgerservicenummer. 148 Onderwijsproduct Een onderwijsproduct is een product (zoals een les, een cursus, module of andere onderwijseenheid) dat zodanig van metadata is voorzien dat het geschikt is om te roosteren. Een onderwijsproduct is enkelvoudig dan wel samengesteld. Enkelvoudig betekent dat er sprake is van één uniek product dat niet verder onderverdeeld is in andere onderwijseenheden (een les Engels van één uur kan een enkelvoudig product zijn). De onderwijscatalogus kan ook samengestelde onderwijsproducten bevatten. Een samengesteld onderwijsproduct bevat informatie over de afzonderlijke (enkelvou- dige) onderwijsproducten (die deel uit maken van de samenstelling) én informatie over de samenstelling zelf (bijv. de volgorde). Deze informatie vormt samen de paklijst van het samengestelde onderwijsproduct. De paklijst is dus de informa- tiedrager van de samenstelling. Een voorbeeld van een samengesteld onderwijs- product is een 2 daagse cursus Engels voor beginners met een theorie- en een praktijkdag. De theoriedag is een enkelvoudig onderwijsproduct, net zoals de prak- tijkdag. De paklijst geeft aan dat de theoriedag voor de praktijkdag moet worden ingepland. 149 Onderwijsvorm De wijze waarop onderwijs aan de deelnemer aangeboden wordt.
  • 80.
    26 BEGRIPPENLIJST 150 Ontwikkelstraat Een werkomgeving voor softwareontwikkeling, gebaseerd op één of meerdere techni- sche platforms aangevuld met een samenhangende verzameling tools en de inrich- ting van ontwikkel-, test-, en acceptatieomgevingen, op basis waarvan een software- leverancier op een professionele en beheersbare manier software ontwikkelt. 151 OOK OOK staat voor OnderwijsOvereenKomst (tussen deelnemer en instelling), die de basis is voor de verbintenis. Deze bevat tenminste de volgende gegevens: - Datum & Plaats ondertekening - Persoonsgegevens van de deelnemer - Startdatum (& einddatum) van het (start)onderwijsproduct - Omschrijving onderwijsproduct (opleidingsdomein) - Opleidingsniveau - Leerweg - Onderwijstijd in SBU - Gegevens instelling & handtekening namens de instelling - Handtekening deelnemer (eventueel ouders/verzorgers) 152 Opdrachtgever, externe Een opdrachtgever buiten de instelling. 153 Opdrachtgever Vertegenwoordiger van een bedrijf, gemeente of uitkerende instanties e.d namens een groep werknemers en/of (potentiële) deelnemers. 154 Overdrachtsdossier Het overdrachtsdossier is een digitaal dossier dat tussen onderwijsinstellingen wordt uitgewisseld, met daarin door de onderwijsinstelling gewaarborgde gegevens over de deelnemer en zijn loopbaan. Het dossier kent een aantal gegevenssets die gevuld worden vanuit de (kern-)registratie van de onderwijsinstelling op het mo- ment van overdracht. Het overdrachtsdossier bevat op hoofdlijnen de volgende gegevenssets. - Identiteitsgegevens van de deelnemer - Leerloopbaangegevens - Summatieve resultaten - Indicaties benodigde begeleiding - BPV en stage
  • 81.
    BEGRIPPENLIJST 27 P 155 PAP PAP (Persoonlijk Activiteiteitenplan) is het vastleggen van de door de deelnemer te ondernemen activiteiten voor een bepaalde periode ter realisering van de POP. 156 Periode Een periode is een afgebakende tijdseenheid, de lengte wordt gekozen door een instelling zelf. Dit kan een uur, een dag een week, 10 weken etc zijn. 157 Persoonsgebonden nummer Burgerservicenummer of door de IB-Groep toegekend onderwijsnummer. 158 POK Afkorting voor de Praktijk Overeenkomst in het kader van een stage/BPV tussen deelnemer, instelling en stagebedrijf of kenniscentrum, waarin de respectievelijke rechten en plichten zijn opgenomen. 159 POP POP (Persoonlijk Ontwikkelingsplan) met leerafspraken voor de duur van de op- leiding. Dit plan kan tijdens de opleiding worden bijgesteld. Een POP kan worden vastgelegd in een portfolio. 160 Portfolio Een portfolio is een georganiseerde verzameling bewijsstukken aangevuld met zelf- reflectie, bedoeld om iemands vaardigheden, kennis en scholing te illustreren. Een portfolio wordt door de deelnemer zelf beheerd. Hij stelt dus zijn eigen port- folio samen. In het portfolio maakt of verzamelt een deelnemer zijn werk (ook wel producten of bewijsstukken genoemd) die op enig moment ook ter (summatieve of formatieve) beoordeling kunnen worden aangeboden. Verder kan een deelnemer zijn persoonlijke groei of ontwikkeling beschrijven en daarop reflecteren. 161 Portfolio beoordeling In principe elke beoordeling van een verzameling producten in een portfolio, maar in engere zin: Het beoordelen van een portfolio dat leidt tot een kwalificering. 162 Potentiële deelnemer Mogelijk (nieuwe) deelnemer van de instelling, in de fase intake, nog voor het af- sluiten van een verbintenis voor het afnemen van onderwijsproducten. 163 Praktijkbegeleider De praktijkbegeleider is verantwoordelijk voor de begeleiding en opleiding ofwel de beroepspraktijkvorming (BPV) van leerlingen binnen het bedrijf. Hiertoe organiseert hij de beroepspraktijkvorming, onderhoudt hij contacten met betrokken partijen, administreert hij de gegevens van de leerling, begeleidt hij de leerling, verzorgt hij de praktijkopleiding van de leerling binnen het bedrijf en beoordeelt hij de leerling (bron: COLO).
  • 82.
    28 BEGRIPPENLIJST 164 Praktijkovereenkomst Overeenkomst in het kader van een stage/BPV tussen deelnemer, instelling, sta- gebedrijf en kenniscentrum, waarin de respectievelijke rechten en plichten zijn opgenomen. In deze overeenkomst zijn de volgende gegevens opgenomen: - Gegevens deelnemer (NAW) - Gegevens bedrijf - Gegevens kenniscentrum - Opleiding en opleidingsniveau - Tijdvak - Vergoeding - Verwijzing reglement - Ruimte voor ondertekening door partijen 165 Procesarchitectuur Schematische weergave van samenhangend geheel van (onderwijs)processen 166 Productieomgeving Omgeving waarin de informatiesystemen functioneren die leidend zijn voor de be- drijfsvoering en het primaire proces. In het specifieke geval van de roosteromgeving wordt een geaccepteerd rooster- voorstel in de productieomgeving gezet, waardoor het een actueel rooster wordt voor de eerstvolgende periode. Hierdoor wordt beslag gelegd op de benodigde mid- delen en worden eventuele wijzigingen vanuit de simulatie in de regels, middelen of arrangementen overgenomen. R 167 Randvoorwaarden deelnemer Wensen en voorwaarden van een deelnemer die invloed hebben op het te maken arrangement en rooster voor een deelnemer. Het kan hier gaan om: - gewenste volgordelijkheid van de te volgen onderwijsproducten - (voorkeurs)dagen die kunnen bepaald zijn door bijvoorbeeld werk en/of persoon- lijke situatie van de deelnemer) - (voorkeurs)locatie vanwege toegankelijkheid voor gehandicapte deelnemer of reistijd 168 Referentiearrangement Voorbeelden van samengestelde onderwijsproducten die invulling geven aan een bepaalde leerroute.
  • 83.
    BEGRIPPENLIJST 29 169 Regel Een regel of beslisregel (= businessrule) is een volgens een geformaliseerde syntax vastgelegde randvoorwaarde in het roosteringsproces. Er zijn drie types regels: - Regels die altijd gelden en niet uit te zetten zijn - Regels die binnen een context gelden, maar die door beslissingsbevoegden uitge- zet mogen worden - Regels waarvan de strekking in meer of mindere mate van belang is, en waarvan het belang ingesteld kan worden Voor de roostermachine komen regels uit het onderwijs en uit het beheer van de resources. Naast de algoritmes bepalen de regels de uitkomst van het planningsproces. Kort samengevat: de regels geven kaders en randvoorwaarden, daarbinnen zorgen de algoritmes voor optimalisering in het tegemoetkomen aan de regels. 170 Re-integratiebedrijven Particuliere bedrijven die (langdurig) werklozen via re-integratietrajecten toeleiden naar de arbeidsmarkt. 171 Resources Resources zijn middelen die nodig zijn voor het primair proces. Bijv. docenten, lokalen, gebruiksartikelen, assets. 172 RMC Regionaal Meld- en Coördinatiepunt. 173 Rooster Verzameling individuele arrangementen gekoppeld aan middelen en voor een be- paalde periode in de tijd uitgezet. 174 Roostermachine De roostermachine is een systeem dat op basis van alle arrangementen, de be- schikbare middelen en de onderwijs- en bedrijfsregels een top x (bijvoorbeeld een top vijf) van roostervoorstellen maakt. S 175 SBU Studiebelastingsuren. Voor de BBL is de norm momenteel 300 en vooor de BOL 850 uur. 176 Simuleren Roostervoorstellen maken met aanpassingen in de arrangementen, beschikbare middelen, regels en/of andere parameters om te komen tot een acceptabel rooster. De managers onderwijs en bedrijfsvoering beslissen wat er in de simulatie wordt aangepast. Er kunnen aanpassingen worden gedaan in de regels en er kan worden gesimuleerd met extra of andere middelen. Ook arrangementen kunnen worden aangepast.
  • 84.
    30 BEGRIPPENLIJST 177 Sjabloon De mal volgens welke een document gegenereerd dient te worden. Een sjabloon bestaat uit de structuur van het document, bestaande uit vaste tekst en sjabloonvelden. De vaste tekst is voor elk document van dit type gelijk en de sjabloonvelden zijn velden die worden gevuld met gegevens die zijn aangeleverd bij de documentaanvraag of uit het systeem kunnen worden geselecteerd. 178 Sleutelgegevens Identificerende gegevens over de deelnemer, die door BRON worden gebruikt. Dit is o.a. het BSN-nummer of het onderwijsnummer, geslacht, geboortedatum. De IB-Groep verstrekt regelmatig een overzicht van gewijzigde sleutelgegevens. Het doel van dit overzicht is het op de hoogte brengen van de onderwijsinstelling van wijzigingen die door de IB-Groep zijn doorgevoerd, zonder dat hier een melding van uw school aan vooraf is gegaan. Deze wijzigingen komen meestal voort uit wijzigin- gen in de gemeentelijke basisadministratie. 179 Soort product De typering van het product. Op basis van deze typering levert het samenbrengen van de deelnemer met het product verschillende gegevens op. Bijvoorbeeld levert een summatieve toets een summatief resultaat op. Een stage levert bijvoorbeeld gegevens voor het portfolio (stageverslag) en monitoring binnen de begeleidings- omgeving. Hierna is een aantal voorbeelden van soorten producten weergegeven. Summatieve toets Het resultaat hiervan draagt bij aan diplomering. Formatieve toets Het resultaat is van belang op het reflecteren van het leren en in het kader van de begeleiding. Assessment Beoordeling op basis van zichtbaar gedrag van een samenhangend geheel aan com- petenties, vakkennis en -vaardigheden van de deelnemer. Levert een summatief resultaat op dat tot vrijstelling van (overige) summatieve toetsing kan leiden. Beoordeling EVC Beoordeling op basis van documenten van het niveau van de deelnemer. Kan leiden tot vrijstelling van summatieve toetsing en levert in dat geval een summatief resul- taat op. Theorieles Onderwijssituatie van een docent met een groep in een ruimte.
  • 85.
    BEGRIPPENLIJST 31 Demonstratie Voorbeeld van een praktijksituatie. Stage-eenheid Leereenheid binnen een stage. Simulatie-eenheid Leereenheid binnen een simulatie. Projectactiviteiten Activiteiten die samen een project vormen, hebben een logische, vaak volgordelijke verhouding tot elkaar. Praktijktraining Training van een deelnemer in de praktijksituatie. Simulatie Nabootsing van een praktijksituatie. Stage Leeractiviteiten in de beroepspraktijk buiten de instelling (BPV). Leerbedrijf Praktijksituatie in een echte praktijksituatie van een door de instelling georgani- seerd bedrijf (bijvoorbeeld een leerhotel), deze bevat stage-eenheden. 180 Stage Periode waarin de deelnemer bij een bedrijf beroepspraktijkvorming volgt. 181 Startonderwijsproduct Onderwijsproduct dat door de instelling is aangemerkt als geschikt om mee te star- ten, direct na het aangaan van een verbintenis. 182 Startvoorwaarde Voorwaarden om het onderwijsproduct te kunnen uitvoeren.
  • 86.
    32 BEGRIPPENLIJST 183 Status product Status waarin het onderwijsproduct zich bevindt. De volgende statussen worden onderscheiden: Aangevraagd Aangevraagd door organisatie of deelnemer. In ontwikkeling Wordt door de organisatie gemaakt of aangeschaft, kan in arrangement worden opgenomen. Beschikbaar Kan worden ingebracht in roosterproces. Vervallen Product wordt niet meer aangeboden (na in productie te zijn geweest). Niet beschikbaar Kan (door welke reden dan ook) niet worden samengebracht met deelnemer. 184 Summatief beoordelen Summatief beoordelen heeft als doel het kwalificeren of diplomeren van de deelnemer. 185 Summatief resultaat Resultaat (bijvoorbeeld: cijfer, aanwezigheid, afronding stage) na het volgen of uitvoeren van een onderwijsproduct (zoals een vak of onderdeel, BPV, practicum of proeve) gekoppeld aan een summatieve toets. Uitkomsten van een beoordeling in kader van EVC worden als summatief resultaat in de kernregistratie opgenomen. Een summatief resultaat telt mee voor het behalen van een kwalificerend document (zoals diploma, certificaat). Dit in tegenstelling tot een formatief resultaat, dat bij- draagt aan de opleidingsvoortgang maar niet aan de formele kwalificering. 186 Summatieve peilstok Een meting van de behaalde (summatieve) resultaten van een deelnemer die mee- tellen voor een diploma. Daarnaast biedt de summatieve peilstok de mogelijkheid om de resultaten van een deelnemer af te zetten tegen andere kwalificatiedossiers om te kunnen onderzoeken welke andere kwalificaties binnen bereik zijn. 187 Summatieve toets Onderwijsproduct dat een summatief resultaat voor de deelnemer oplevert. Sum- matief beoordelen heeft meestal als doel het kwalificeren of certificeren van de student. Tijdens een leertraject kan een summatieve toets zijn gepland om bijvoor- beeld tot een hoger jaar van een opleiding te worden toegelaten. 188 Systeemfunctie Een door het systeem zelf uitgevoerde (trans)actie.
  • 87.
    BEGRIPPENLIJST 33 T 189 Taxonomie De plaats van een onderwijsproduct in een kwalificatiestructuur. Er zijn meerdere kwalificatiestructuren waaraan een onderwijsproduct zijn betekenis kan ontlenen. Voorbeelden zijn de kerndoelen van het VO, de competentiegrichte kwalificatie- structuur van COLO en de eindtermen Educatie. Deze taxonomieen zijn deels wettelijk vastgesteld (bijvoorbeeld door het ministerie van OCW) en deels door de instelling zelf vastgesteld (bijvoorbeeld voor contractonderwijs). Deelnemers schrijven zich in op een bepaald onderdeel van een taxonomie (bijvoorbeeld op een domein of kwalificatiedossier, of VMBO sector). 190 Technisch platform Een verzameling technische basisvoorzieningen op basis waarvan softwareontwik- keling kan plaatsvinden, bijvoorbeeld het J2EE platform of het .NET platform. 191 Terugkoppelbestand Digitaal bestand waarmee BRON de verwerking van een mutatiebestand terugkop- pelt aan de instelling. Het terugkoppelbestand bevat informatie over een (mogelijk groot) aantal mutaties die door BRON zijn verwerkt. BRON controleert en verwerkt een aangeleverd mutatiebestand, en geeft middels een terugkoppelbestand aan of de mutaties zijn geaccepteerd of geweigerd, eventueel aangevuld met signalen of aanvullende informatie. 192 Toegankelijkheidsoort De toegankelijkheidsoort geeft aan of, en zo ja welke, visuele, auditieve, tekstuele- of fysieke handicapklasse van toepassing is op een bepaald onderwijsproduct. Dit geeft de fysieke voorwaarden waaraan de deelnemer moet voldoen om het onder- wijsproduct te kunnen volgen. Deze wordt gedefinieerd in een aantal beperkings- klassen. 193 Toetsmatrijs Een toetsmatrijs is een tabel waarin aangegeven wordt hoe de opgaven, beho- rende bij bepaalde doelstellingen, worden verdeeld over tenminste twee dimensies: inhoudscategorieën en gedragscategorieën. De toetsmatrijs is een blauwdruk, een uitgewerkt plan, dat een systematische constructie van een toets wil garanderen. Een toets die is geconstrueerd op basis van een systematisch plan zal eerder bruik- bare en betekenisvolle scores opleveren dan een toets waarvan de vragen op niet systematische wijze bij elkaar zijn gehaald (Kennisnet). 194 Toetsvaststellingscommissie Een commissie die elke summatieve toets beoordeelt en borgt dat deze voldoet aan de eisen.
  • 88.
    34 BEGRIPPENLIJST 195 Trajectbegeleiding De begeleiding van de deelnemer gericht op zijn leerloopbaan. Dit betreft met name het monitoren van de voortgang en de begeleiding van de deelnemer bij het maken van keuzes. 196 Type toets Typering van een toets welke is opgenomen in de metadatering van het onderwijs- product. Het feit of een toets summatief of formatief is, wordt in het veld Soort product vastgelegd. Het gaat in het veld Type toets dus om de vorm waarin de toets wordt afgenomen. Mogelijke waarden zijn: schriftelijke toets, mondelinge toets, praktijkopdracht, groepsopdracht, proeve van bekwaamheid, productopdrachtscrip- tie, literatuurverslag, stageverslag, profielwerkstuk, enz. U 197 Uitschrijven De deelnemer verlaat de instelling en de verbintenis wordt beëindigd. Hiermee ein- digt ook de bekostigingsrelatie. 198 Uitstroomkwalificatie Aanduiding van diploma (of ander kwalificerend document) dat als eindresultaat van een opleiding kan worden verkregen. Binnen de kwalificatiestructuur van het MBO leggen kwalificatiedossiers het stelsel van beroepsopleidingen vast, uitstroom of uitstroomkwalificatie in zo’n dossier komt overeen met een op de arbeidsmarkt bestaand, en door sociale partners erkend, beroep. 199 Uitstroomprofiel De uitstroom is de noemer waaronder de inhoud van een kwalificatie is onderge- bracht. De naam van het diploma wordt bepaald door de naam van de uitstroom. Uitstroomdifferentiatie is de oude naam voor uitstroom (bron: COLO). 200 Uitstroomreden Reden waarom een verbintenis wordt beëindigd. 201 Uitval Het voortijdig verlaten van een opleiding. 202 Uitvoeringsruimte Restrictie of voorwaarde verbonden aan het moment van samenbrengen van deel- nemer en onderwijsproduct. Het gaat dan om bijvoorbeeld seizoensgebonden pro- ducten (aardappels kun je niet poten met kerst), maar ook om bepaalde dagdelen, dagen in de week, enz. 203 Urennorm De urennorm is het minimum aantal klokuren dat een deelnemer jaarlijks les moet krijgen. De beroepsopleidende leerweg (BOL) moet minimaal 850 klokuur aan onderwijs per jaar omvatten en een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) moet mini- maal 300 klokuur aan onderwijs per jaar omvatten.
  • 89.
    BEGRIPPENLIJST 35 204 UWV Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekering. Uitkeringsinstantie voor mensen in de volgende uitkeringen: WW, WAO, WIA, WAJONG, WAZ en voor mensen in de ziektewet. V 205 Verbintenis Rechtsgeldige overeenkomst tussen deelnemer en instelling of tussen bedrijf en instelling. Op basis van deze overeenkomst ontstaat een bekostigingsrelatie. De instelling verplicht zich nader te bepalen onderwijsproducten beschikbaar te stellen, met als eerste een startonderwijsproduct dat vanaf een in de verbintenis vastgelegde datum kan worden afgenomen. De deelnemer spreekt de intentie uit om onderwijsproducten af te nemen op nader te plannen tijdstippen, waarbij waar mo- gelijk de begindatum van het startonderwijsproduct in de verbintenis is vastgelegd. 206 Verbintenisgebied Werkingsgebied van de verbintenis die door de instelling na intake met de deelne- mer wordt aangegaan. Anno 2007 is in het MBO het crebonummer (evt. de van een crebonummer voor- ziene container (zg -0-nummer) voor enkele verwante opleidingen) bepalend voor de aanduiding van het werkingsgebied ten behoeve van de externe verantwoording en synchronisatie met BRON. Met de invoering van de competentiegerichte kwalificatiestructuur zal het verbintenisgebied betrekking kunnen hebben op: - Een domein - Een diplomagebied - Een kwalificatiedossier - Een uitstroomkwalificatie 207 Vergelijkingsbestand Bestand met de totalen uit het CFI terugmeldingsoverzicht en de totalen vanuit de kernregistratie deelnemers. 208 Verschillenbestand Verschillenlijst tussen de BRON foto en de selectie uit de kernregistratie gerelateerd aan een teldatum. 209 Versie Met deze metadata wordt de versie vastgelegd van het onderwijsproduct.
  • 90.
    36 BEGRIPPENLIJST W 210 Werkgever Instelling waarmee een werknemer een arbeidsovereenkomst heeft. In het kader van BBL opleidingstrajecten wordt een POK afgesloten tussen instelling, deelnemer en werkgever. 211 Werkopdracht Een relatie tussen twee use cases, waarbij het resultaat van de ene use case het startpunt is voor een andere use case. De relatie behelst niet het overdragen van gegevens. 212 Werkprocessen Een werkproces is een afgebakend geheel van beroepshandelingen binnen een kern- taak. Het werkproces kent een begin en een eind, heeft een resultaat en wordt als kenmerkend herkend in de beroepspraktijk. Een werkproces bestaat dus nooit uit één handeling of gedraging. Meerdere werkprocessen kunnen gelijktijdig lopen. Dat ze een begin en eind hebben, wil niet per se zeggen dat ze na elkaar komen, maar dat ze duidelijk te onderscheiden zijn van andere werkprocessen (bron: COLO). Z 213 Zorgdossier Het zorgdossier bevat alle documenten en gegevens over lichamelijke, psychische en sociaal-emotionele beperkingen van de deelnemer. Het zorgdossier is van het begeleidingsdossier gescheiden omdat dit dossier meer privacygevoelige informatie bevat. Het begeleidingsdossier is onderdeel van het deelnemersdossier, waarin zich naast het zorgdossier ook het administratief dossier, begeleidingsdossier en examen- dossier bevindt.
  • 91.
    BEGRIPPENLIJST 37 COLOFON Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 92.
    38 BEGRIPPENLIJST Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 93.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 1 FUNCTIONEEL ONTWERP KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS
  • 94.
    2 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS
  • 95.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 3 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de kernregistra- tie deelnemergegevens. Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder- steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of als één of meer aparte ICT-systemen. Beschrijvend en technisch gedeelte Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte, waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge- deelte, waarin alle use cases en werkopdrachten staan weergegeven. In het beschrijvende gedeelte wordt u door de belangrijkste delen van ons ontwerp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs- punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar zich de keu- zemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen bevinden. Het beschrijvende gedeelte bestaat uit zes delen. Ieder deel omvat een apart on- derdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van het proces van kernregistratie deelnemergegevens. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases. Aan het begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases. In elk deel geven we naast de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun- ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een beschrijving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het perspectief van een gebruiker van het systeem. Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp van de kernregistratie deelnemergegevens. Mocht u daarin geïnteresseerd zijn, dan kunt u in het technische gedeelte de gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat een platte export uit de Triple A-wiki.
  • 96.
    4 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Beschrijvend en technisch gedeelte 3 Beschrijvend gedeelte 5 Deel I: Inschrijven 6 Uitgangspunten en keuzes 7 De intake 7 Het aangaan en wijzigen van de verbintenis 8 Deel II: Beheren identiteit 9 Uitgangspunten en keuzes 10 Het wijzigen van de identiteitsgegevens 10 Uitwisseling met BRON 10 Deel III: Diplomeren 11 Uitgangspunten en keuzes 12 Registreren van summatieve resultaten 12 Onderhouden criteriumbank 12 Beschikbaar stellen peilstokmeting 14 Kwalificeren 14 Deel IV: Beheren loopbaan en analyseren aan- en afwezigheid 15 Uitgangspunten en keuzes 16 Analyse van aan- en afwezigheid 16 Beschikbaar stellen loopbaangegevens 17 Deel V: Documentbeheer 18 Uitgangspunten en keuzes 19 Deelnemersdossier in de kernregistratie 19 Genereren en beheren van documenten 19 Deel VI: Uitschrijven 21 Uitgangspunten en keuzes 22 Uitschrijven 22 Technisch gedeelte 25
  • 97.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 5 BESCHRIJVEND GEDEELTE
  • 98.
    6 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS DEEL I: INSCHRIJVEN
  • 99.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 7 Uitgangspunten en keuzes - Een vrijblijvende interesse van een deelnemer wordt buiten de kernregistratie om afgehandeld - In de intake komt er nog geen formele verbintenis tot stand - Een deelnemer kan gedurende zijn loopbaan verschillende verbintenissen hebben (gelijktijdig en na elkaar) zonder te worden uitgeschreven - Zodra een verbintenis tot stand is gekomen, wordt het onderwijslogistieke proces in gang gezet. De intake Een potentiële deelnemer heeft veelal via een aanmelding zijn interesse voor onder- wijs bij de instelling kenbaar gemaakt. Mogelijk heeft hij een open dag bezocht of informatie aangevraagd. De potentiële deelnemer hoeft in zo’n geval nog niet in de kernregistratie te zijn vastgelegd. Zodra de belangstelling concreter wordt, kan er een administratieve en onderwijs- kundige intake worden gedaan. In deze intake(s) wordt de vraag van de deelnemer in kaart gebracht en wordt er gekeken welke onderwijsproducten van de instel- ling daar het beste bij passen. Hierbij wordt ook gekeken naar de vooropleiding, relevante werkervaring, benodigde extra zorg en eventuele EVC-beoordelingen van resultaten die op andere instellingen zijn behaald. Ten behoeve van de intake wordt de deelnemer wel in de kernregistratie vastgelegd, zodat ook de resultaten van de intake kunnen worden geregistreerd. Het uiteindelijke resultaat van de intake is een beeld van het onderwijs dat de deelnemer zou kunnen gaan volgen, rekening houdend met de eisen die aan de deelnemer worden gesteld, en het onderwijs dat de instelling kan aanbieden. Op basis van de intake moet een deelnemer kunnen besluiten zich in te schrijven. Voor de inschrijving moet het verbintenisgebied zijn bepaald. Het verbintenisgebied is een onderdeel van de kwalificatiestructuur waarop een deelnemer zich kan inschrij- ven. In de competentiegerichte kwalificatiestructuur is dat bijvoorbeeld een domein, kwalificatiedossier of uitstroom. Daarnaast wordt bij voorkeur ook een startonderwijsproduct vastgesteld. Dat is het eerste onderwijsproduct waarmee de deelnemer kan starten. Dit kan de eerste periode van de gekozen opleiding zijn, maar ook een wat bredere oriëntatie op een bepaald vakgebied. Een vergelijkbaar proces wordt ook doorlopen voor een opdrachtgever die voor een potentiële deelnemer of groep van deelnemers een bedrijfsopleiding of een cursus wil afnemen.
  • 100.
    8 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Het aangaan en wijzigen van de verbintenis Als de intake achter de rug is, kan de deelnemer besluiten zich daadwerkelijk in te schrijven. Op dat moment gaan de potentiële deelnemer en de instelling een princi- peovereenkomst aan. De instelling spant zich in om de producten aan te bieden die aansluiten op de vraag van de potentiële deelnemer. De potentiële deelnemer heeft de intentie om de onderwijsproducten af te nemen. De deelnemer wordt ingeschreven op een bepaald verbintenisgebied. Alle onder- wijsproducten die binnen dat verbintenisgebied vallen, kunnen dan door de deelne- mer worden afgenomen. Het verbintenisgebied is ook de basis voor de bekostiging. Zodra de verbintenis tot stand is gekomen, kan ook het organiseren van het onder- wijs (de onderwijslogistiek) voor deze deelnemer in gang gezet worden. In eerste instantie is het startonderwijsproduct het eerste product dat voor deze deelnemer zal worden gerealiseerd. Het wijzigen van de verbintenis Een deelnemer kan zich bij het aangaan van de verbintenis breed inschrijven, wat betekent dat er een verbintenisgebied wordt gekozen (een domein of kwalificatie- dossier) waarbinnen nog verschillende uitstroommogelijkheden zijn. Gaandeweg de loopbaan van de deelnemer zal het verbintenisgebied moeten worden vernauwd tot een specifiek kwalificatiedossier en uiteindelijk een uitstroom. Daarnaast kan het zijn dat een deelnemer producten wil afnemen die niet tot zijn huidige verbintenisgebied behoren. In dat geval moet de verbintenis worden gewijzigd of moet er een additionele verbintenis worden gemaakt. De deelnemer of instelling kan ook besluiten de verbintenis te beëindigen voordat de afgesproken looptijd is verstreken. Deze beëindiging moet zorgvuldig worden uitgevoerd, omdat er mogelijk nog wel een recht is op een diploma. Als er naast deze verbintenis geen andere verbintenissen actief zijn, wordt de deelnemer boven- dien uitgeschreven.
  • 101.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 9 DEEL II: BEHEREN IDENTITEIT
  • 102.
    10 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Uitgangspunten en keuzes - De kernregistratie bevat in principe alle gegevens die de instelling moet kunnen uitwisselen in het kader van de externe verantwoording ten behoeve van de be- kostiging. Tevens bevat de kernregistratie gegevens ten behoeve van rapportages voor andere wettelijke verplichtingen. Het wijzigen van de identiteitsgegevens In de intake zijn ook de identiteitsgegevens van de deelnemer vastgelegd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de naam en adresgegevens, gegevens van de ouders en even- tuele kenmerken zoals een rugzakje. Deze gegevens kunnen uiteraard gedurende de loopbaan van een deelnemer wijzigen. Afhankelijk van de gegevens die worden gewijzigd kan het nodig zijn om deze dan ook klaar te zetten voor uitwisseling met Basis Registratie Onderwijs Nummer (BRON). Uitwisseling met BRON Zodra er een overeenkomst is tussen de instelling en een deelnemer, moeten deze gegevens ten behoeve van de bekostiging worden uitgewisseld met BRON, het basisregistratiesysteem bij de IB-Groep, waarin gegevens van de deelnemers in het VO en MBO worden opgeslagen. Deze gegevens worden door de overheid en de IB- groep gebruikt om de bekostiging, subsidies en studiefinanciering te bepalen. Elke wijziging op de identiteitsgegevens, de inschrijving of andere bekostigingsrele- vante gegevens worden ook weer opnieuw uitgewisseld met BRON. De uitwisseling met BRON vindt nu plaats met behulp van mutatiebestanden waarin een relatief groot aantal mutaties tegelijk met BRON kan worden uitgewisseld. Voordat een dergelijk bestand wordt verstuurd, wordt het gecontroleerd. Naar aanleiding van een mutatiebestand dat naar BRON is verstuurd, stuurt BRON een terugkoppelbestand terug met goedgekeurde en afgekeurde mutaties. Om dit uit- wisselingsproces goed te kunnen monitoren, wordt van elke mutatie bijgehouden of het is verstuurd, goedgekeurd of afgekeurd. Afgekeurde mutaties leiden doorgaans tot een correctie in het kernregistratiesysteem. Deze correctie leidt op zijn beurt weer opnieuw tot een mutatie naar BRON. In de toekomst voorzien wij een wat directere, meer continue uitwisseling van mu- taties met BRON. In dat geval zal elke mutatie in het kernregistratiesysteem direct tot uitwisseling van een bericht met BRON leiden. BRON zal in zo’n situatie ook per bericht een goed- of afkeuring terugsturen. Op dit moment is BRON nog niet voor een dergelijke uitwisseling ingericht. Binnen de kernregistratie gaan we daarom voorlopig uit van de bestaande uitwisseling middels mutatiebestanden.
  • 103.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 11 DEEL III: DIPLOMEREN
  • 104.
    12 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Uitgangspunten en keuzes - Summatieve resultaten hebben een formele waarde en zijn daarom onderdeel van de kernregistratie deelnemers - De registratie van summatieve resultaten is onderdeel van het kernregistratiesys- teem, omdat summatieve resultaten een formele waarde hebben - Formatieve resultaten zijn uitsluitend van belang voor het primaire proces en de begeleiding, en horen daarom niet thuis in het kernregistratiesysteem - Diplomarecht wordt bepaald op basis van de regels in een criteriumbank, op basis van de zogenaamde peilstokmeting. Deze criteriumbank is ook onderdeel van de kernregistratie deelnemers - Elke deelnemer die de instelling verlaat, ook als dat vroegtijdig is, wordt gecon- troleerd op een eventueel diplomarecht - Het diplomeren is niet automatisch reden tot uitschrijving; een deelnemer kan zijn loopbaan ook op dezelfde instelling voortzetten of verschillende actieve verbinte- nissen naast elkaar hebben. Registreren van summatieve resultaten In het primaire proces van de instelling vindt het daadwerkelijke onderwijs plaats. Deelnemers nemen daarin allerlei onderwijsproducten af en worden op verschillende momenten getoetst op competenties en kennis. Veel van deze toetsen hebben een formatief karakter: ze dienen vooral ter ondersteuning van het leren van de deelne- mer. Daarnaast worden ook summatieve toetsen onderkend, meestal een examen of EVC beoordeling. Dit zijn onderwijsproducten van het type summatieve toets. Resultaten die behaald zijn op een summatieve toets hebben een formele waarde en zijn de basis voor de diplomering. Deze resultaten (en correcties op deze resul- taten) worden in de kernregistratie vastgelegd. Deze vastlegging vindt plaats op basis van een aangeleverd examen- of EVC-rapportage. Nadat een summatief resultaat is vastgelegd wordt vastgesteld of de deelnemer over alle summatieve resultaten beschikt voor de uitstroom waarop de deelnemer is ingeschreven. Als dat het geval is wordt de diplomering in gang gezet. Onderhouden criteriumbank De criteriumbank bevat alle regels die bepalen of een bepaald diploma kan worden uitgereikt, met andere woorden: welke summatieve resultaten ‘optellen’ tot een diploma. In de criteriumbank wordt vastgelegd welke summatieve resultaten, onder welke voorwaarden (minimale score, twee van de drie voldoende etc.) leiden tot een kwalificerende eenheid, en welke kwalificerende eenheden leiden tot een di- ploma. Daarbij is het goed mogelijk dat er verschillende manieren zijn om hetzelfde diploma te behalen. Dit wordt in schema hiernaast weergegeven.
  • 105.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 13 Bij wijzigingen van bijvoorbeeld regelgeving, een nieuw diploma of een nieuwe opleiding moeten de regels voor diplomering worden ondergebracht of aangepast in de criteriumbank. Ook EVC-beoordelingen zijn summatieve beoordelingen en zijn ook als summatieve toets in de criteriumbank opgenomen. Op basis van de criteriumbank kan dus ook de waarden van een EVC-beoordeling in relatie tot een beoogd diploma worden afgeleid. De structuur en inrichting van de criteriumbank staat in principe los van de inrich- ting van de onderwijscatalogus. De summatieve resultaten zijn wel gekoppeld aan onderwijsproducten van het type summatieve toets. De kwalificerende documenten (diploma’s) hebben betrekking op een uitstroom in de kwalificatiestructuur. Het to- taal aan summatieve toetsen dat ‘optelt’ tot dat diploma, moet wel het betreffende deel van de kwalificatiestructuur afdekken.
  • 106.
    14 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Beschikbaar stellen peilstokmeting Om te bepalen of een deelnemer recht heeft op een bepaald kwalificerend do- cument (diploma), of om te bepalen welke summatieve resultaten daarvoor nog behaald moeten worden, kan de zogenaamde peilstok worden gebruikt. De peilstok gaat uit van een gewenst kwalificerend document (diploma), in veel gevallen de uitstroom waarop de deelnemer is ingeschreven. De door de deelnemer behaalde summatieve resultaten worden afgezet tegen de regels in de criterium- bank met betrekking tot dat betreffende kwalificerende document, met als resultaat een overzicht van de nog te behalen summatieve resultaten. Kwalificeren Kwalificeren is het proces dat leidt tot de toekenning en uitreiking van een kwalifi- cerend document, een diploma. De deelnemer kan zelf verzoeken om een specifiek diploma of kwalificerend document op het moment dat hij meent alle summatieve resultaten daarvoor te hebben behaald. In veel gevallen zal de instelling voor een groep deelnemers tegelijk, vanuit een bepaalde opleiding de diplomering aanvragen. Vaak gebeurt dat zodra het laatst benodigde summatieve resultaat is behaald. In al deze gevallen zal het examenbureau nagaan op basis van de summatieve resultaten of de deelnemer voor het betreffende kwalificerend document in aanmerking komt. Om dit te kunnen doen moeten de behaalde summatieve resultaten van de be- treffende deelnemer worden afgezet tegen de regels in de criteriumbank. Dit kan worden gedaan met behulp van de zogenaamde peilstokmeting, die in kaart brengt welke summatieve resultaten nog behaald moeten worden ten behoeve van een bepaalde uitstroomkwalificatie. In het geval van diplomering moet de conclusie van deze peilstokmeting zijn dat alle summatieve resultaten behaald zijn. Een belangrijk uitgangspunt is dat een deelnemer altijd het diploma krijgt waarop hij recht heeft als hij de instelling verlaat, ook als daar door de deelnemer of de instelling niet om wordt gevraagd. Voor de bekostiging kan het van belang zijn om een diploma uit te reiken, ook als een deelnemer vroegtijdig de opleiding verlaat. Mogelijk heeft zo’n deelnemer nog recht op een kwalificerend document van een lager niveau dan zijn beoogde uitstroom. Ook in dat geval wordt door het examen- bureau met behulp van de peilstok bekeken of de behaalde summatieve resultaten op basis van de regels leiden tot een diploma. Uiteindelijk wordt een kwalificerend document, over het algemeen een diploma of certificaat, gemaakt en uitgereikt aan de deelnemer. Als de deelnemer geen andere verbintenissen heeft en ook niet binnen de instelling doorstroomt (met een nieuwe verbintenis), wordt de deelnemer uitgeschreven.
  • 107.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 15 DEEL IV: BEHEREN LOOPBAAN EN ANALYSEREN AAN- EN AFWEZIGHEID
  • 108.
    16 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Uitgangspunten en keuzes - De vastlegging van aan- en afwezigheidsinformatie vindt plaats buiten het kernre- gistratiesysteem - De analyse van aan- en afwezigheidsinformatie vindt plaats in het kernregistratie- systeem - Vanuit de kernregistratie kunnen alle signaleringen en rapportages m.b.t. aan- en afwezigheid worden gedaan, waartoe een wettelijke verplichting bestaat. Analyse van aan- en afwezigheid Buiten het kernregistratiesysteem vindt de registratie van aan- en afwezigheid plaats. Dat is bijvoorbeeld een registratie met pasjes, waarbij wordt geregistreerd wanneer een deelnemer een locatie betreedt of verlaat, of een registratie van een docent die een pasje scant of een lijst invult. Dit leidt tot een kale registratie van aan- en afwezigheid die verder nog niet is geïnterpreteerd. De kernregistratie heeft toegang tot deze registratie van aan- en afwezigheid om deze te kunnen analyseren. Deze analyse houdt in dat kan worden afgeleid of een deelne- mer bij een bepaalde onderwijsactiviteit aanwezig is geweest en of bepaalde regels of afspraken (zoals leerplicht, of afspraken met opdrachtgevers) zijn overtreden. Signaleringen en rapportages Vanuit de kernregistratie moet een aantal rapportages kunnen worden gedaan, om- dat er wettelijke verplichten zijn of afspraken met opdrachtgevers zijn gemaakt. In een aantal gevallen gaat het om een verplichte signalering, bijvoorbeeld de melding aan de RMC’s in het kader van de leerplichtwet. Daarnaast kunnen periodieke rap- portages over de aan- en afwezigheid van bepaalde deelnemers gevraagd worden door opdrachtgevers of externe partijen. Ad hoc rapportage Naast de genoemde signaleringen en rapportage kan er ook op basis van een ad hoc vraag naar informatie over de aan- en afwezigheid van bepaalde deelnemers een rapportage worden samengesteld. Dat komt veelal voor in het kader van finan- ciering of afspraken met gemeenten of andere partijen.
  • 109.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 17 Beschikbaar stellen loopbaangegevens In het onderwijslogistieke proces wordt de leervraag van de deelnemer omgezet in een concreet rooster waarin onderwijsproducten in de tijd zijn geplaatst en gekop- peld aan de benodigde middelen. Daaruit kan in de kernregistratie de leerloopbaan van de deelnemer worden afgeleid. Deze leerloopbaan bestaat uit alle onderwijspro- ducten die door de deelnemer zijn afgenomen. Deze leerloopbaan wordt vervolgens gecombineerd met de gegevens over aan- en afwezigheid, zodat van elk afgenomen onderwijsproduct ook bekend is of de deel- nemer daarbij aanwezig is geweest. De onderwijsproducten die corresponderen met een summatieve toets zijn in de leerloopbaan voorzien van het bijbehorende summatieve resultaat. Op basis van deze informatie kan met behulp van de peilstok inzicht gegeven worden in de nog te beha- len summatieve resultaten ten behoeve van een beoogde uitstroom (diploma). Samengevat geeft het overzicht van de leerloopbaan van de deelnemer inzicht in het volgende: - De afgenomen onderwijsproducten en de bijbehorende aanwezigheid - De behaalde summatieve resultaten - De nog te behalen summatieve resultaten ten behoeve van een beoogde uitstroom.
  • 110.
    18 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS DEEL V: DOCUMENTBEHEER
  • 111.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 19 Uitgangspunten en keuzes - Een instelling bepaalt zelf welke documenten in documentenbeheer worden opge- slagen - Alle documenten die ten behoeve van het administratieve proces of de externe verantwoording noodzakelijk zijn, kunnen in de kernregistratie worden opgenomen. Deelnemersdossier in de kernregistratie De administratieve afhandeling van de intake, inschrijving en diplomering van deelnemers vereist dat er verschillende documenten kunnen worden geregistreerd of gegenereerd. Ook de externe verantwoording vereist dat bepaalde documenten in het dossier van de deelnemer beschikbaar zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een onderwijsovereenkomst, een praktijkovereenkomst, een uittreksel uit het bevolkingsregister, kopieën van eerder behaalde diploma’s etc. Dit dossier noemen we het administratieve dossier van de deelnemer om het te onderscheiden van het begeleidingsdossier, zorgdossier, examendossier en portfolio, zoals dat binnen de ondersteuning van het primaire proces en het portfolio gebruikt wordt. Het administratieve dossier bevat alle documenten die relevant zijn voor de administratieve intake, inschrijving, diplomering en externe verantwoording. Genereren en beheren van documenten Een deel van deze documenten wordt door de deelnemer of anderen op papier of electronisch aangeleverd. In dat geval moet het document (eventueel na te zijn ingescand) kunnen worden geregistreerd en gekoppeld aan de deelnemer. Bij deze registratie is het van belang dat een aantal beschrijvende velden wordt ingevuld waarin is gedefinieerd van wie het document afkomstig is, welk type docu- ment het is e.d. Daarnaast zijn er documenten die de instelling moet kunnen genereren op basis van de informatie die over de deelnemer is vastgelegd. Dit geldt bijvoorbeeld voor een onderwijs- of praktijkovereenkomst. In dat geval wordt op basis van een sja- bloon (opmaak en indeling) een document gegenereerd op basis van informatie die in de kernregistratie aanwezig is. Eveneens wordt het document in het dossier van de deelnemer geplaatst en voorzien van de bijbehorende beschrijvende informatie. Om verschillende redenen kan na enige tijd de geldigheid van een document komen te vervallen, bijvoorbeeld omdat de einddatum geldigheid is bereikt, of omdat er een nieuwere versie beschikbaar is. Documentsjablonen en rapportdefinities Een documentsjabloon definieert een standaarddocument of brief voor wat betreft de lay-out en de vaste en variabele tekst. Deze documentsjablonen zijn in bepaalde
  • 112.
    20 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS gevallen aan wet- en regelgeving gebonden, zoals bij onderwijs- en praktijkover- eenkomst, diploma’s en certificaten. Rapportdefinitiebeheer Om verschillende rapportages te kunnen leveren, worden rapportdefinities beheerd, die een bepaalde rapportage definiëren. Het gaat dan om de specificatie van de selectie die op de gegevens moet worden uitgevoerd, en de lay-out van het rapport.
  • 113.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 21 DEEL VI: UITSCHRIJVEN
  • 114.
    22 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Uitgangspunten en keuzes - Uitschrijven vindt alleen plaats als alle verbintenissen zijn beëindigd en er geen nieuwe verbintenis tot stand komt. Uitschrijven Een deelnemer kan gedurende zijn loopbaan verschillende actieve verbintenissen hebben, zowel na elkaar als parallel, zonder tussentijds te worden uitgeschreven. Het uitschrijven gebeurt pas als alle verbintenissen zijn beëindigd en er geen nieuwe meer zal worden aangegaan. Wanneer een deelnemer zich uitschrijft, verlaat hij de instelling en wordt de bekostigingsrelatie beëindigd. Eventueel vindt er een exitgesprek plaats. Als het een leerplichtige deelnemer betreft, wordt er een melding naar het RMC gedaan. De gegevens in het kader van de digitale overdracht gegevens deelnemer worden verstuurd naar het Centraal Uitwisselingspunt, zodat een instelling waar de deel- nemer zijn loopbaan gaat vervolgen, beschikt over de actuele gegevens.
  • 116.
    24 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS INHOUDSOPGAVE Inleiding 26 USE CASES 28 Intake 28 Verbintenis maken 32 Wijzigen verbintenis 35 Tusentijds beëindigen verbintenis 37 Wijzigen identiteitsgegevens 39 Versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON 42 Verwerken van terugkoppelbestanden BRON 44 Registreren van summatieve resultaten 46 Onderhouden criteriumbank 47 Beschikbaar stellen peilstokmeting 50 Kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding 52 Bepalen diplomarecht 54 Signaleren en rapporteren aan/afwezigheid 56 Rapportage gegevens aanwezigheid deelnemer 59 Beschikbaar stellen loopbaangegevens 61 Documentsjabloon beheren 63 Rapportdefinitiebeheer 64 Uitschrijven 65
  • 117.
  • 118.
    26 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS INLEIDING
  • 119.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 27 In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de kernregistratie deel- De uitwerking van de kernregis- nemergegevens vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases en werk- tratie deelnemergegevens in dit opdrachten, zoals opgesteld in de werkbijeenkomsten met de deskundigen van de technisch gedeelte beperkt zich onderwijsinstellingen. In dit technische gedeelte vindt u een kopie van de informa- tot de use cases en de werkop- tie die door deze deskundigen is vastgelegd in de wiki. drachten. Deze beschrijvingen hebben de basis gevormd waarop De figuur op de linkerpagina geeft de samenhang van de use cases voor de kernre- de aanbesteding van de kernregis- gistratie van deelnemergegevens weer. tratie heeft plaatsgevonden. Op het moment van het publice- Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit ren van deze encyclopedie wordt het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een de kernregistratie verder ontwik- concreet resultaat en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem keld en gebouwd. Het definitief die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe- functioneel ontwerp, met activi- den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft teiten diagrammen en functies, antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’ wordt verder vervolmaakt op basis van de inzichten die hierin zijn Voor de beschrijving van een use case is een standaardformat gebruikt dat is afge- opgedaan. leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij- ven. Dit format wordt hieronder weergegeven. Leeswijzer Voor uw leesgemak wordt in dit Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de technisch gedeelte elke use case verschillende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de gemarkeerd met het volgende aanleiding is voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een symbool: werkopdracht behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in Wanneer het een use case samenhang gebracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door betreft middel van pijlen.
  • 120.
    28 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS USE CASES INTAKE Hoewel na lezing van onderstaande de indruk gewekt kan worden dat het hier om beroepsonderwijs gaat, is deze use case juist gericht op alle soorten onderwijspro- ducten. Zie ook de definitie van Onderwijsproduct. Overigens valt het aanmelden expliciet buiten deze use case. Use case Aanleiding De potentiële deelnemer / opdrachtgever (vertegenwoordiger van een groep deel- nemers) maakt zijn interesse kenbaar door middel van een aanmelding. Actoren - De potentiële deelnemer of zijn wettelijke vertegenwoordiger (igv minderjarig of ondertoezichtstelling) - De opdrachtgever, vertegenwoordiger van de groep - De intaker, vertegenwoordiger van de instelling - De administratief medewerker Doel Maken van een (eerste) match tussen leervraag (het gewenst onderwijs) vanuit een potentiële deelnemer of een opdrachtgever, en een mogelijk startonderwijsproduct vanuit de instelling. Indien mogelijk wordt ook zo goed mogelijk het gewenste ver- bintenisgebied bepaald. Beschrijving acties - Registreren aanmelding Na ontvangst van de aanmelding (vanuit aanmelden) controleert de administra- tief medewerker of de persoon al bekend is, de gegevens up-to-date zijn, dan wel een onderwijsproduct afneemt binnen de instelling. Is dat niet het geval dan registreert de administratief medewerker de ontvangen gegevens in het kern- registratiesysteem. Het betreft met name persoonsgegevens als Naam, PGN/ BSN, Geslacht, Geboortedatum en Adres. Indien bekend, wordt ook het gewenste onderwijsproduct vastgelegd. - Versturen bevestiging van ontvangst Aanmelding Met behulp van de geregistreerde gegevens wordt vanuit het kernregistratiesys- teem een bevestiging van ontvangst van de aanmelding gegenereerd door middel van de werkopdracht bevestiging van ontvangst aanmelding. Deze bevestiging wordt verstuurd naar de potentiële deelnemer.
  • 121.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 29 - Plannen Intakegesprek De administratief medewerker legt een moment vast waarop een intakegesprek plaatsvindt tussen de potentiële deelnemer (of opdrachtgever) en de Intaker. Dit moment moet bevestigd worden door de intaker. Op basis hiervan kan een intakeformulier worden vervaardigd door middel van de werkopdracht intakeformulier. - Versturen uitnodiging Intakegesprek Aan de potentiële deelnemer/opdrachtgever wordt een uitnodiging verstuurd die via de werkopdracht maak brief is gemaakt. In de brief zijn de Intaker, Datum, Tijd en Plaats van het gesprek opgenomen. Het versturen van de uitnodiging wordt vastgelegd. Indien de potentiële deelnemer/opdrachtgever aangeeft niet aanwezig te kunnen zijn, wordt een nieuwe afspraak gemaakt, gecommuniceerd en vastgelegd. - Voeren intakegesprek Tijdens het gesprek wordt een zo optimaal mogelijke match bepaald tussen de leerbehoefte van de potentiële deelnemer en de onderwijscatalogus van de instel- ling. Om tot een zo optimaal mogelijke match te kunnen komen, wordt onderwijscata- logus bevraagd door middel van de werkopdracht onderwijscatalogus. Door de bevraging van de onderwijscatalogus is nu bekend of het (start)onder- wijsproduct beschikbaar is, en zo niet, welke alternatieven er zijn. De intaker bekijkt samen met de potentiële deelnemer wat hij wil en over welke kennis/vaar- digheden hij reeds beschikt om een inschatting te kunnen maken of een onder- wijsproduct passend voor een deelnemer is (de opleiding moet niet te makkelijk of te moeilijk zijn omdat dat het risico op uitval vergroot). Een mogelijk startonder- wijsproduct kan het doorlopen van een EVC-procedure zijn. • Wanneer de potentiële deelnemer instemt met het beschikbare startonderwijs- product is er sprake van een positieve match. • Indien de potentiële deelnemer niet instemt, is het een negatieve match. Beschrijving van de resultaten van het intakegesprek: • Positieve Match De wens van de (potentiële) deelnemer strookt met de mogelijkheden te bieden van de instelling. De potentiële deelnemer kan een verbintenis aangaan met de instelling. Op basis van het gewenste startonderwijsproduct wordt ook het beoogde verbintenisgebied bepaald.
  • 122.
    30 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS De deelnemer kan tot op het moment van ondertekening van de verbintenis een andere keuze kenbaar maken. Mocht dat het geval zijn dan wordt het pro- ces Intake opnieuw doorlopen. • Negatieve Match; De mogelijkheden van de instelling kunnen niet voldoen aan de wens van de (potentiële) deelnemer, of de potentiële deelnemer kan niet voldoen aan de eventuele toelatingseisen. Doorverwijzing naar elders (in plaats). Aan de poten- tiële deelnemer wordt gemeld middels een brief die via de werkopdracht maak brief is gemaakt, dat het niet mogelijk is een onderwijsproduct af te nemen binnen de instelling. Wanneer de instelling op dit moment nog niet kan voldoen aan de wens van de deelnemer. Dit wordt schriftelijk bevestigd met een brief die via de werkopdracht maak brief is gemaakt. - De potentiële deelnemer ontvangt een brief die via de werkopdracht maak brief is gemaakt, vanaf welke datum het mogelijk is het (start)onderwijsproduct af te nemen binnen de instelling. - Invullen Intakeformulier Tijdens het intakegesprek controleert de intaker de dan bekende gegevens en vult hij samen met de potentiële deelnemer/opdrachtgever de rest van het intakefor- mulier in. Gegevens als ondermeer thuissituatie, vooropleiding(en), bijzondere situaties, voorkeuren worden hierop vastgelegd. De uitkomst van het gesprek, een positieve of een negatieve match wordt vastge- legd. Bij voorkeur worden de gegevens, zichtbaar voor beide partijen, m.b.t. de intake tijdens het gesprek verwerkt in de kernregistratie. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dienen deze gegevens direct na afloop van het gesprek in de kernregis- tratie te worden ingevoerd door de intaker of DA. Het betreft hier alleen gegevens m.b.t. de intake. Indien er een positieve match tot stand is gekomen, gaat de werkopdracht verbintenis van start. - Aanmaak (digitaal) dossier Documenten voor het administratief dossier worden aangeboden aan werkop- dracht registreer document.
  • 123.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 31 Resultaat - Gezamenlijke overeenstemming tussen potentiële deelnemer en instelling over het te volgen onderwijsproduct en het daaraan gekoppelde verbintenisgebied of - Doorverwijzing door de instelling van potentiële deelnemer naar elders of - Terugtrekken door potentiële deelnemer wegens gebrek aan belangstelling Eén van deze mogelijke uitkomsten is vastgelegd in de kernregistratie. Frequentie Minimaal eenmaal per potentiële deelnemer Werkopdrachten
  • 124.
    32 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS VERBINTENIS MAKEN Hoewel na lezing van onderstaande de indruk gewekt kan worden dat deze gericht is op het beroepsonderwijs, is deze use case juist gericht op alle soorten onderwijs- producten. Zie ook de definitie van Onderwijsproduct. Use case Aanleiding - Positief besluit deelnemer i.h.k.v. deelname aan de hand van de uitkomst van de use case Intake - Vanuit onderwijslogistiek (reserveren) komt informatie dat de (potentiële) deelne- mer het onderwijsproduct stage gaat afnemen. Actoren - De (potentiële) deelnemer - De opdrachtgever, vertegenwoordiger van de groep; - De administratief medewerker. Doel Realiseren van een compleet geregistreerde verbintenis zodat een vorm van bekos- tigingsrelatie tot stand komt. Beschrijving acties De use case kan op twee manieren starten: 1. Vanuit de use case Intake middels de werkopdracht verbintenis 2. Vanuit onderwijslogistiek (reserveren) via de werkopdracht nieuw onderwijspro- duct: de (potentiële) deelnemer gaat het onderwijsproduct stage afnemen. - Registreren & controleren De administratief medewerker ontvangt een werkopdracht en controleert de vol- ledigheid van de gegevens binnen de kernregistratie. Indien nodig wordt op basis van de gegevens en het gewenst startonderwijspro- duct het verbintenisgebied bepaald. De administratief medewerker controleert de aanwezigheid van de noodzakelijke (kopieën van) externe documenten in het deelnemersdossier. - Communiceren met zowel de (potentiële) deelnemer als met de opdrachtgever Bij ontbreken van noodzakelijke gegevens en (kopieën van) externe documenten wordt de (potentiële) deelnemer of opdrachtgever gevraagd deze gegevens alsnog
  • 125.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 33 te overleggen dan wel in te leveren. Vervolgens worden deze gegevens/documen- ten alsnog binnen de kernregistratie geregistreerd en aangeboden via de werkop- dracht registreer document. Wanneer met een individuele deelnemer een verbintenis wordt aangegaan: - Produceren & ondertekenen verbintenis (OOK/POK) De administratief medewerker geeft de werkopdracht produceren verbintenis zodat de verbintenis wordt gemaakt en door de betrokken partijen kan worden ondertekend. - Registreren verbintenis De getekende verbintenis wordt vastgelegd middels de werkopdracht registreer document zodat het in het dossier van de potentiële deelnemer wordt opgenomen. - Klaarzetten mutatie BRON Vanuit het kernsysteem worden uit de nieuwe verbintenis voortvloeiende mutaties klaargezet voor BRON. Een mutatie wordt bij de eerstvolgende verzending meege- nomen. Zie verder versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON. Wanneer met een opdrachtgever een verbintenis wordt aangegaan: - Produceren & ondertekenen verbintenis (contract) De administratief medewerker geeft de werkopdracht produceren verbintenis en laat de vertegenwoordigers van zowel de opdrachtgever als van de instelling het contract ondertekenen. - Registreren contract (t.b.v. de opdrachtgever) De aanwezigheid van het getekende contract wordt in de kernregistratie vastge- legd via de werkopdracht registreer document en hiermee in het dossier van de opdrachtgever opgenomen. - Indien tijdens de ondertekening van de verbintenis blijkt dat er een fout is ge- maakt, wordt de werkopdracht wijzigen verbintenis gestart. Als laatste stap wordt ook het onderwijslogistieke proces in gang gezet. - Middels de werkopdracht formaliseren leervraag wordt gecommuniceerd voor welk verbintenisgebied en eventueel startonderwijsproduct de deelnemer zich heeft ingeschreven, zodat de daarbij passende onderwijsproducten ook worden aange- boden.
  • 126.
    34 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Resultaat - Er is een ondertekende verbintenis - Volledig, up-to-date deelnemerdossier - Klaargezette mutatie voor BRON. Frequentie Een of meerdere malen per (potentiële) deelnemer; (huidige verdeling over een schooljaar: vlak voor de start (augustus) 100 maal per dag, daarna neemt de frequentie sterk af met een piek in februari vanwege tus- sentijdse instroom.) Werkopdrachten
  • 127.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 35 WIJZIGEN VERBINTENIS Use case Aanleiding - De deelnemer of zijn wettelijk vertegenwoordiger (i.g.v. minderjarig of ondertoe- zichtstelling) geeft aan onderwijsproducten te willen afnemen die niet onder het huidige verbintenisgebied vallen. - De begeleider geeft aan dat de deelnemer onderwijsproducten zal gaan afnemen die niet onder het huidige verbintenisgebied vallen. - De opdrachtgever geeft aan onderwijsproducten te willen afnemen die niet onder het huidige verbintenisgebied vallen. - Bij het kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding heeft de begeleider geconsta- teerd dat er nog andere verbintenissen actief zijn en die mogelijk moeten worden gewijzigd. - Gegevens van deelnemer veranderen zodat een nieuwe verbintenis moet worden gemaakt (bijvoorbeeld de naam). - De administratief medewerker. Actoren - De administratief medewerker - De IB-Groep. Doel Realiseren van een nieuwe compleet geregistreerde verbintenis zodat er een nieuwe vorm van bekostigingsrelatie tot stand komt. Beschrijving acties De use-case kan op vijf manieren starten: 1. Vanuit onderwijslogistiek (formuleren leervraag) of kwalificeren vanuit de deel- nemer/opleiding middels de Werkopdracht nieuw onderwijsproduct 2. Vanuit begeleiding of kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding middels de werkopdracht nieuw onderwijsproduct 3. Vanuit Kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding middels de werkopdracht wij- zigen verbintenis 4. Vanuit wijzigen identiteitsgegevens middels de werkopdracht mutatieformulier 5. Vanuit verbintenis middels de werkopdracht wijzigen verbintenis: er is een fout gemaakt bij het opstellen van de oorspronkelijke verbintenis. Er moet een ver- vangende verbintenis worden gemaakt.
  • 128.
    36 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS - Controleren of huidige verbintenis in stand moet blijven Op basis van de ontvangen werkopdracht bekijkt de administratief medewerker of de huidige verbintenis in stand moet blijven of niet. Indien de verbintenis moet worden beëindigd, voert de administratief medewerker binnen de kernregistatie een einddatum verbintenis van het huidige onderwijspro- duct van de deelnemer in met vermelding van de uitstroomreden. Hiervan wordt een mutatie klaargezet voor BRON. Wanneer de verbintenis in stand moet blijven, moet er een tweede verbintenis tot stand komen. - Maken en ondertekenen gewijzigde verbintenis Bij het afnemen van een nieuw onderwijsproduct wordt de startdatum van het nieuwe onderwijsproduct vastgelegd door de administratief medewerker. Door middel van de werkopdracht produceren verbintenis wordt de nieuwe verbintenis gemaakt. De administratief medewerker laat de betrokken partijen de verbintenis ondertekenen. - De getekende verbintenis wordt vastgelegd via de werkopdracht registreer docu- ment zodat het dossier van de deelnemer weer compleet is. - Vanuit het kernsysteem wordt de mutatie vanwege de nieuwe verbintenis klaar- gezet voor verzending naar BRON. Deze mutatie wordt bij de eerstvolgende verzending meegenomen. Zie verder versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON. Resultaat - Een lopende verbintenis kan beëindigd zijn. - Er is een nieuwe ondertekende verbintenis - Volledig, up-to-date, deelnemerdossier - Klaargezette mutaties voor BRON. Frequentie Geen of enkele malen per deelnemer per jaar
  • 129.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 37 Werkopdrachten TUSSENTIJDS BEËINDIGEN VERBINTENIS Use case Aanleiding De deelnemer geeft aan geen onderwijsproduct (meer) te willen afnemen. De instelling geeft aan geen onderwijsproduct meer aan te willen bieden Actoren - Deelnemer - Administratief medewerker. Doel Zorgvuldige voorbereiding voor vroegtijdige verbreking van verbintenis waardoor de bekostigingsrelatie wordt beëindigd.
  • 130.
    38 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Beschrijving acties - De deelnemer, danwel de instelling, geeft aan dat de aangegane verbintenis voor- dat de afgesproken einddatum is bereikt, moet worden afgebroken. - De administratief medewerker gaat na of de deelnemer mogelijk recht heeft op een diploma door de werkopdracht bepalen diplomarecht te geven. - De administratief medewerker geeft de werkopdracht tussentijds beëindigen ver- bintenis zodat de verbintenis voortijdig wordt beëindigd. - Wanneer er geen recht op diploma is • gaat de administratief medewerker na of er naast deze verbintenis ook nog an- dere verbintenissen actief zijn door de werkopdracht controleren verbintenissen te geven. • Wanneer er nog andere verbintenissen zijn waarvan door deelnemer/opdracht- gever is aangegeven dat deze wel door moeten blijven lopen, geeft de adminis- tratief medewerker de werkopdracht wijzigen verbintenis. • Wanneer er geen andere verbintenissen meer actief zijn, geeft de administratief medewerker de werkopdracht uitschrijven zodat de deelnemer wordt uitge- schreven. Resultaat De wens tot voortijdige beëindiging van de verbintenis is zorgvuldig voorbereid zodat een deelnemer niet ongewenst danwel zonder diploma (terwijl hij er recht op had), de instelling kan verlaten. Hierna kan de use case uitschrijven uitgevoerd worden. Frequentie Bij een grote instelling enkele 1000-en per jaar Werkopdrachten
  • 131.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 39 WIJZIGEN IDENTITEITSGEGEVENS Use case Aanleiding Verzoek tot wijziging van identiteitsgegevens Actoren - De administratief medewerker - De deelnemer - De IB-Groep Doel Het kunnen muteren en daarmee actueel en correct houden van relevante gegevens rond deelnemers in het kernsysteem. Beschrijving acties Hieronder worden de belangrijkste scenario’s genoemd die leiden tot mutatie in de identiteitsgegevens van een deelnemer. - wijziging NAW-gegevens, geslacht, geboortedatum Bij controle blijkt dat gegevens foutief zijn ingevoerd De deelnemer verhuist of krijgt een ander telefoonnummer of e-mailadres. - wijziging m.b.t. burgerservicenummer (BSN) Voorlopige (door de IB-Groep verstrekte) onderwijsnummers worden vervangen door een burgerservicenummer. Dit komt via de use-case verwerken van terug- koppelbestanden BRON. - wijziging m.b.t. ouder/verzorger Wijziging in de NAW-gegevens van de ouders/verzorgers worden vastgelegd - wijziging m.b.t. etniciteit Aanvullende informatie omtrent de etniciteit van de deelnemer of de verblijfsver- gunning wordt vastgelegd. - wijziging m.b.t. kenmerken (gehandicapt, rugzak, risicodeelnemer) Veranderingen m.b.t. bovengenoemde kenmerken worden vastgelegd. De proce- dure rond de regeling voor leerling gebonden financiering dient in het kernsysteem gevolgd te kunnen worden, m.a.w. de gedane handelingen worden vastgelegd.
  • 132.
    40 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS - wijziging m.b.t. financier Wijzigingen (bijvoorbeeld een deelnemer verandert van werkgever en de werkge- ver betaalt de opleiding) worden vastgelegd en gemeld aan de afdeling financiën - wijziging m.b.t. alumni NAW gegevens, vervolgopleidingen en werkgegevens worden geregistreerd over- lijden van deelnemer of alumnus. De instelling ontvangt op enigerlei wijze een bericht van het overlijden van de deelnemer - overlijden van deelnemer of alumni. Acties: - De administratief medewerker ontvangt de betreffende wijziging en gaat na of deze wijziging geautoriseerd is (bijvoorbeeld aan de hand van een ondertekend mutatieformulier of een door de deelnemer ondertekende brief). Eventueel kan een mutatieformulier via de werkopdracht mutatieformulier worden gemaakt. De administratief medewerker informeert de deelnemer over de gewijzigde gegevens via de werkopdracht maak brief. - Wanneer de wijzigingen betrekking hebben op gegevens die voor de verbintenis van belang zijn, kan het noodzakelijk worden om de verbintenis te wijzigen. De administratief medewerker start dan de werkopdracht wijzigen verbintenis. - Als er wijzigingen zijn in NAW, geboortedatum, geslacht, burgerservicenum- mer, bekostigingsrelevantie wordt de mutatie binnen het kernsysteem klaargezet voor verzending naar IB-Groep (BRON). Als de mutatie gevolgen heeft voor de bekostiging van een gesloten jaar dan moet door de administratief medewerker die hiervoor geautoriseerd is, aangegeven worden dat deze mutatie in een apart bestand met de accountantsmutaties wordt opgeslagen, zie versturen mutaties deelnemergegevens naar bron - Als de wijziging het overlijden van de deelnemer of alumnus betreft, dan wordt dit bericht geverifieerd. De administratief medewerker verwerkt de wijziging en start de werkopdracht uitschrijven. Verder informeert de administratief medewerker het management van de instelling zodat zij deelnemers en betrokken medewerkers kunnen informeren. Dit valt echter buiten de beschrijving van deze use case.
  • 133.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 41 Resultaat - De gegevens van deelnemers, ouders/verzorgers, werkgevers, financiers zijn juist en actueel in het kernsysteem geregistreerd. - Verstuurd signaal naar werkopdracht wijzigen verbintenis wanneer de bestaande verbintenis als gevolg van een wijziging moet worden aangepast. - Klaargezette mutatie voor BRON indien van toepassing Frequentie Op 1000 deelnemers 120 mutaties per dag Werkopdrachten Overige opmerkingen De initiële vastlegging van de identiteitsgegevens van deelnemers gebeurt in de intake. Nader onderzoeken in hoeverre bepaalde gegevens door de deelnemer zelf via het web kunnen worden gewijzigd, mede in relatie tot gewenste logboekfunctionaliteit. Uitgangspunt is dat de gegevens van stagebedrijven, werkgevers en evt. andere relaties worden vastgelegd in een CRM-pakket. Er moet een koppeling zijn tus- sen het CRM-pakket en het kernsysteem. In het kernsysteem zijn deze gegevens niet te muteren. Inschrijven BPV of stageplaats gebeurt bij onderwijslogistiek. Via (wijzigen) verbintenis zijn deze gegevens ook bekend binnen de kernregistratie en kunnen naar BRON worden gestuurd.
  • 134.
    42 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS VERSTUREN MUTATIES DEELNEMERGEGEVENS NAAR BRON Zodra er voor een deelnemer een Onderwijsovereenkomst voor het afnemen van een bepaald onderwijsproduct is gemaakt, moeten deze gegevens opgenomen worden in BRON. Mutaties betreffende persoonsgegevens - NAW, geboortedatum, geslacht, risicodeel- nemer, de inschrijving - opleiding incl. de start- en einddatum, de inschrijving BPV of stage - bedrijf, start- en einddatum -, diploma en de bekostigingsrelevantie worden naar BRON verstuurd. Dit kunnen ook correcties zijn naar aanleiding van terugkoppe- ling door BRON (zie use-case verwerken van terugkoppelbestanden BRON). Bij de ontwikkeling van BRON is een Programma van Eisen opgesteld waarin de benodigde velden, typen etc. nauwkeurig zijn gespecificeerd. Use case Aanleiding De verplichting van de onderwijsinstelling om minimaal 1 keer in de 2 weken mu- taties in de deelnemergegevens naar BRON te versturen. Onderwijsinstelling heeft Deze use case hangt sterk samen een procedure bepaald, met daarbij de frequentie van het versturen van mutaties met de externe verantwoording naar BRON. Als de afgesproken periode verstreken is, moet het versturen gestart die in het functioneel ontwerp worden. externe verantwoording verder is uitgewerkt. Hier wordt alleen de Actoren huidige werkwijze beschreven. - Applicatiebeheerder - IB-Groep Doel BRON synchroniseren met de gegevens van de instelling zodat een juiste bekosti- ging van de deelnemers en diploma’s tot stand kan komen. Beschrijving acties De mutaties van de periode sinds de laatste verzending zijn automatisch klaargezet in het systeem, via verbintenis, wijzigen identiteitsgegevens, wijzigen verbintenis, kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding en verwerken van terugkoppelbestanden BRON.
  • 135.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 43 De applicatiebeheerder controleert deze mutaties, maakt van de mutaties een bestand en plaatst dit bestand op de site van de IB-Groep. Als er mutaties zijn die gekenmerkt zijn als accountantsmutaties, dan zet het systeem deze mutaties in een apart bestand. Dit kenmerken is gebeurd in wijzigen identiteitsgegevens. De IB Groep stuurt een e-mail na goede ontvangst. Als dit bericht niet ontvangen is na 2 dagen, dan neemt de applicatiebeheerder con- tact op met de IB Groep. Na overleg wordt het bestand nogmaals verstuurd indien nodig. Dit laatste wordt herhaald tot bevestiging van ontvangst door de IB-Groep. Resultaat Bestand met mutaties staat op de site van IB-Groep, hiermee is voldaan aan de wettelijke verplichting Frequentie Minimaal 1 keer per 2 weken. Werkopdrachten Overige opmerkingen Het systeem maakt 2 bestanden indien er sprake is van accountantsmutaties. De accountantsmutaties worden namelijk in een apart bestand opgeslagen aangezien deze apart door de accountant akkoord moeten worden bevonden.
  • 136.
    44 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS VERWERKEN VAN TERUGKOPPELBESTANDEN BRON De bekostigingsrelevante gegevens moeten de status ‘goedgekeurd’ vanuit BRON krijgen. Vanaf de website van IB-Groep zijn door de applicatiebeheerder bestanden opgehaald met daarin de verwerkte mutaties in BRON. Er is hier sprake van een continu uitwisselingsproces. Er zijn steeds mutaties onder- weg naar BRON, terugkoppelbestanden bevatten een deel van de gemelde muta- ties. Er worden bijvoorbeeld 100 mutaties verzonden, waarvan er in het eerstvol- gende terugkoppelbestand 60 terugkomen, vervolgens worden 50 nieuwe mutaties verzonden, in het eerstvolgende terugkoppelbestand staan 30 mutaties van de eerste verzending en 20 van de tweede verzending. N.B. Indien de administratief medewerker niet (op tijd) de openstaande afkeuringen heeft gecontroleerd en verbeterd, zullen de afkeuringen die klaar staan toch worden opgepakt door de use case versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON. Use case Aanleiding Binnenkomst van terugkoppelbestanden BRON Actoren - Applicatiebeheerder - Administratief Medewerker - IB-Groep Doel Voor de bekostigingsrelevante gegevens de status goedgekeurd krijgen vanuit BRON. Deze status is vastgelegd in het kernsysteem. Op deze wijze wordt de be- kostiging van de instelling zeker gesteld. Beschrijving acties De applicatiebeheerder leest het bestand van BRON in het kernsysteem in. Het verwerkingsprogramma bekijkt de records in het bestand en registreert de status: - Goedkeuringen krijgen de status G(oedgekeurd) - Goedgekeurd met opmerkingen G(oedgekeurd) - Afkeuringen krijgen de status A(fgekeurd).
  • 137.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 45 De afkeuringen worden weer klaargezet voor verzending, daarnaast wordt het afkeuringenrapport ter beschikking gesteld aan de administratief medewerker. De administratief medewerker controleert periodiek (tenminste tweewekelijks) alle openstaande afkeuringen: - De administratief medewerker beoordeelt de situatie en maakt de gewenste correctie op de afkeuringen zodat mogelijke goedkeuring kan worden verkre- gen. Opmerkingen worden eventueel verwerkt, maar dat is niet noodzakelijk in verband met de bekostiging. In geval van gevolgen voor een bekostigingsjaar met mutatiestop wordt aangegeven dat het een accountantsmutatie betreft. Voor deze laatste actie is speciale autorisatie nodig. - De administratief medewerker registreert dat hij de fout heeft gecorrigeerd. - Indien de administratief medewerker de fout niet kan corrigeren dan wordt de mutatie opnieuw verstuurd naar Bron en neemt de applicatiebeheerder of de con- tactpersoon IB-Groep contact op met de IB-Groep. Na deze acties zal de use-case versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON de klaarstaande mutaties versturen. Resultaat Alle mutaties hebben de status Goedgekeurd of Afgekeurd in het kernsysteem al naar gelang de ontvangen meldingen van BRON. De afkeuringen zijn gecorrigeerd en weer gereed gezet voor verzending naar BRON. In het kernsysteem is geregistreerd dat een fout gecorrigeerd is. Frequentie Wettelijke verplichting: minimaal twee-wekelijks vindt terugkoppeling plaats. Werkopdrachten
  • 138.
    46 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS REGISTREREN VAN SUMMATIEVE RESULTATEN Use case Aanleiding Er komt een door de deelnemer behaald summatief resultaat vanuit onderwijslogis- tiek (samenbrengen). Dit kan een nieuw summatief resultaat zijn, maar ook een correctie op een reeds geregistreerd resultaat. Actoren - De beoordelaar - De medewerker examenbureau. Doel Het registreren van summatieve resultaten bij de deelnemer. Beschrijving acties - De beoordelaar levert vanuit onderwijslogistiek (samenbrengen) de behaalde summatieve resultaten behorende bij specifieke onderwijsproducten aan bij het examenbureau. Ook geeft hij aan op welke deelnemer(s) het betrekking heeft. De resultaten kunnen numeriek of alfanumeriek zijn. - Door de medewerker van het examenbureau worden de summatieve resultaten voor de onderwijsproducten geregistreerd in het kernsysteem bij de betreffende deelnemer. - Wanneer het een correctie betreft van een foutief ingevoerd resultaat, dan wordt het oude resultaat overschreven. - Wanneer het een summatief resultaat van een herkansing betreft, moet het mogelijk zijn om het oude, onvoldoende summatieve resultaat te bewaren. Resultaat De behaalde summatieve resultaten zijn geregistreerd bij de deelnemer in het kernsysteem. Frequentie Dit is afhankelijk van de grootte van een ROC. Als uitgangspunt hebben wij gekozen voor een ROC met 40.000 deelnemers, waarbij een registratie plaatsvindt van 50 summatieve resultaten per deelnemer per jaar. Dit leidt tot een registratie van zo’n 10.000 summatieve resultaten per dag.
  • 139.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 47 Werkopdrachten Overige opmerkingen Het moet mogelijk zijn aan een summatieve toets summatieve resultaten toe te voegen, te wijzigen en te verwijderen door daarvoor geautoriseerde medewerkers. In deze use case hebben we ons beperkt tot het registeren van summatieve resul- taten. De summatieve resultaten zijn in de criteriumbank gedefinieerd. ONDERHOUDEN CRITERIUMBANK Use case Aanleiding Er komt een nieuwe uitstroomkwalificatie of een wijziging in een bestaande uitstroomkwalificatie. Actoren - Een gemandateerd persoon (bijvoorbeeld een onderwijskundig medewerker). - De applicatiebeheerder. Doel Opbouwen en onderhouden van een criteriumbank op basis van uitstroomkwalificaties. Beschrijving acties De criteriumbank is een functionaliteit van het kernsysteem die door andere proces- sen uit het kernsysteem opgeroepen kunnen worden. Met de criteriumbank kan onderzocht worden of deelnemers kwalificerende eenheden of uitstroomkwalificaties hebben behaald. Daarbinnen zijn criteria gekoppeld aan een kwalificerende een- heden en uitstroomkwalificaties. Deze criteria bestaan uit een verzameling regels
  • 140.
    48 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS op basis waarvan het kwalificerend resultaat wordt bepaald. Dit resultaat wordt bepaald uit de onderliggende summatieve en/of kwalificerende eenheden. Een criteriumbank bestaat uit drie lagen, deze zijn als volgt: - 3. Uitstroomkwalificaties - 2. Kwalificerende eenheden - 1. Summatieve resultaten De instelling vraagt de licenties bij de overheid aan en wanneer deze zijn verkre- gen, geeft zij toestemming om een uitstroomkwalificatie in de criteriumbank op te nemen. Daarnaast kan er een aanleiding zijn om (delen van) een bestaande uitstroomkwalificatie te wijzigen of te verwijderen.
  • 141.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 49 - De applicatiebeheerder wijzigt of voert de structuur in van een uitstroomkwali- ficatie zoals deze aangeleverd is door een gemandateerd persoon. Ook voert hij de bijbehorende criteria in die gesteld worden aan de kwalificerende documenten (diploma’s), kwalificerende eenheden en summatieve resultaten - De applicatiebeheerder geeft binnen het kernsysteem aan dat een structuur van de uitstroomkwalificatie is ingericht en gereed is voor gebruik. Dit geldt ook voor wijzigingen in structuren van de uitstroomkwalificatie. Resultaat Er is een criteriumbank met uitstroomkwalificaties, kwalificerende eenheden en summatieve resultaten die beheerd en onderhouden wordt. Frequentie Gedurende het jaar ongeveer 1.000 keer met 1 maal per jaar een piekbelasting (in het huidige onderwijs aan het einde van het schooljaar tijdens de diplomering). Het raadplegen van de criteriumbank zal minimaal 80.000 keer per jaar zijn. Overige opmerkingen - In de criteriumbank moeten uitstroomkwalificaties kunnen worden toegevoegd, gewijzigd en verwijderd. - Binnen de criteriumbank moeten aan kwalificerende eenheden en uitstroomkwa- lificaties criteria gekoppeld kunnen worden. Aan summatieve resultaten worden geen criteria gekoppeld. - Summatieve resultaten moeten aan kwalificerende eenheden gekoppeld kunnen worden. - Binnen de criteriumbank moet het mogelijk zijn om een samenstelling van uitstroomkwalificaties te kunnen definiëren en wijzigen. Zoals is beschreven in toegevoegde afbeelding van de criteriumbank. - De criteriumbank moet informatie kunnen ophalen en wegschrijven bij onderdelen uit het kernsysteem. - De criteriumbank is alleen opvraagbaar voor uitstroomkwalificaties die niet onder constructie zijn.
  • 142.
    50 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS BESCHIKBAAR STELLEN PEILSTOKMETING Use case Aanleiding Er komt een verzoek binnen (loketfunctie: schriftelijk, telefonisch, via e-mail, uit systeem) om het resultaat van een meting te produceren (“hoe staat Jantje er voor?”) ten opzichte van een specifieke uitstroomkwalificatie zoals opgenomen in de criteriumbank (te denken valt aan een Crebo) Actoren - deelnemer - docent - coach - leertrajectbegeleider - opdrachtgever, externe - medewerker examenbureau Doel Inzicht verschaffen aan een deelnemer in de actuele stand van zaken betreffende de voortgang ten opzichte van een specifieke uitstroomkwalificatie. “Welke summa- tieve resultaten ontbreken nog om een specifieke uitstroomkwalificatie te kunnen behalen?’ Beschrijving acties - Een verzoek komt binnen bij de medewerker examenbureau, deelnemer wordt geïdentificeerd. - In het verzoek is een specifieke uitstroomkwalificatie benoemd. - Het gewenste type informatiedrager (bijvoorbeeld papier, cd, email, XML-bericht) wordt benoemd - De criteriumbank wordt bevraagd om behaalde en de nog te behalen summatieve resultaten te presenteren, in relatie tot de kwalificerende onderdelen t.o.v. de benoemde kwalificatie door middel van de werkopdracht raadplegen criterium- bank over vereisten specifiek kwalificerend document. Bij de te behalen resultaten biedt de criteriumbank ook de mogelijke alternatieven aan om te komen tot de benoemde kwalificering. Kortom: wat is al wel en nog niet behaald t.o.v. van het gevraagde doel en op welke manieren kan het gevraagde doel worden bereikt. - Van het resultaat wordt een overzicht gemaakt. Het rapport wordt beschikbaar gesteld aan docent, coach, leertrajectbegeleider, opdrachtgever, externe of mede- werker examenbureau.
  • 143.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 51 Resultaat Een overzicht waaruit de lezer kan opmaken welke summatieve resultaten behaald zijn en nog behaald moeten worden voor een specifieke uitstroomkwalificatie. Frequentie Enkele jaren per jaar per deelnemer. Werkopdrachten
  • 144.
    52 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS KWALIFICEREN VANUIT DE DEELNEMER/OPLEIDING Use case Aanleiding - De deelnemer of lid van de examencommissie vraagt om 1 of meerdere kwalifice- rende documenten. - Vanuit de use case tussentijds beëindigen verbintenis is via Bepalen diplomarecht geconstateerd dat de deelnemer nog recht heeft op een diploma (of ander kwalifi- cerend document) Actoren - De deelnemer - De medewerker examenbureau - De begeleider Doel Het mogelijk verstrekken van 1 of meerdere kwalificerende documenten aan de deelnemers. Beschrijving acties De use-case kan op twee manieren starten: 1. De deelnemer/lid van de examencommissie vraagt aan het examenbureau om 1 of meerdere kwalificerende documenten. Het gaat hierbij dus om een specifieke, benoemde kwalificatie. 2. Vanuit de use-case bepalen diplomarecht is geconstateerd dat een deelnemer recht heeft op een specifieke, benoemde kwalificatie. Ad 1) Bekeken wordt of een deelnemer een specifieke kwalificatie heeft behaald - De deelnemer/lid van de examencommissie vraagt aan de medewerker examenbureau of de bij de uitstroomkwalificatie behorende kwalificaties door de deelnemer(s) zijn behaald. - De medewerker examenbureau geeft de werkopdracht raadplegen criterium - bank over vereisten specifiek kwalificerend document. Wanneer teruggemeld wordt, dat er geen te behalen summatieve resultaten meer openstaan, kan het proces kwalificeren verder doorgang vinden. - Dit resultaat wordt doorgegeven aan de deelnemer/lid van de examencommissie.
  • 145.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 53 Ad 2) Er is al bekend of een deelnemer een specifieke kwalificatie heeft behaald - Het feitelijk vaststellen van kwalificerende documenten en de uitreikdatum vindt onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie plaats. In het kernsys- teem wordt vastgelegd op welke kwalificerende documenten de deelnemer recht heeft en wat de datum van uitreiking is. De medewerker examenbureau nodigt de deelnemer voor de uitreiking uit middels een brief die via de werkopdracht maak brief is gemaakt. Een kopie van de kwalificerende documenten wordt opgenomen in het deelnemerdossier middels de werkopdracht registreer document. - In het kernsysteem wordt vastgelegd welk van de vastgestelde kwalificerende documenten voor bekostiging in aanmerking komt. Bij het aangeven van een voor bekostiging in aanmerking komend diploma moet het systeem een melding geven als er in het betreffende kalenderjaar al eerder een bekostigd diploma is vastgesteld. In dat geval moet ervoor worden gezorgd dat het juiste diploma voor bekostiging wordt aangemeld door (een) mutatie(s) voor BRON klaar te zetten. - De medewerker examenbureau geeft de werkopdracht maak kwalificerend docu- ment. De (op papier) gemaakte kwalificerende documenten worden verstrekt aan de examencommissie voor uitreiking. - De begeleider bespreekt met de deelnemer of hij nog andere onderwijsproducten wil gaan afnemen. • Als de deelnemer andere onderwijsproducten wil gaan afnemen, dan start de begeleider de werkopdracht nieuw onderwijsproduct. • Als de deelnemer geen andere onderwijsproducten wil afnemen, gaat de bege- leider in het kernsysteem na of er nog andere verbintenissen actief zijn. ◦ Als er andere verbintenissen actief zijn, moeten deze mogelijk worden aange- past via de werkopdracht wijzigen verbintenis. ◦ Indien er geen andere verbintenissen actief zijn, kan de deelnemer worden uitgeschreven. De begeleider geeft de werkopdracht uitschrijven. Resultaat De kwalificerende documenten voor de betreffende deelnemer zijn gemaakt en kunnen worden uitgereikt. Het deelnemerdossier is bijgewerkt. De deelnemer wordt uitgeschreven of blijft binnen de instelling om andere onderwijsproducten af te nemen.
  • 146.
    54 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Frequentie Afhankelijk van de grootte van de instelling, gemiddeld per dag ongeveer 100 kwa- lificerende documenten. Uitgangspunt is een instelling met 40.000 deelnemers. Dit zijn er 20.000 per jaar, rekeninghoudend met piekbelasting welke minstens twee keer per jaar moet plaatsvinden (kijkend naar een huidig schooljaar dan is dat aan het einde van een schooljaar in juni en halverwege in december). Werkopdrachten BEPALEN DIPLOMARECHT Use case Aanleiding Vanuit tussentijds beëindigen verbintenis komt een werkopdracht om na te gaan of een deelnemer mogelijkerwijs voor een kwalificerend document in aanmerking komt. Actoren - De deelnemer - De medewerker examenbureau
  • 147.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 55 Doel Bepalen of een deelnemer recht heeft op kwalificerende documenten zodat voorkomen wordt dat hij zonder de documenten waar hij recht op heeft, wordt uitgeschreven. Beschrijving acties - De medewerker van het examenbureau heeft vanuit Tussentijds beëindigen ver- bintenis de opdracht gekregen om na te gaan bij de criteriumbank of de door de deelnemer behaalde summatieve resultaten leiden tot kwalificerende documenten met behulp van de werkopdracht raadplegen criteriumbank over recht op alle kwalificerende documenten. - De medewerker van het examenbureau koppelt de uitkomst terug aan de begelei- der ter bespreking met de deelnemer. - Indien de deelnemer recht heeft op een diploma, geeft de medewerker van het examenbureau de werkopdracht diplomeren. Resultaat - Aan Kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding is doorgegeven welke kwalifice- rende documenten voor de betreffende deelnemer kunnen worden aangemaakt, inclusief de bijbehorende gegevens. - Er wordt geen deelnemer uitgeschreven zonder de kwalificerende documenten waar hij recht op heeft. Frequentie Voor een grote instelling enkele duizendenden per jaar. Het betreft hier alleen deel- nemers van wie de verbintenis voortijdig wordt beëindigd. Werkopdrachten Overige opmerkingen Een deelnemer weet niet of hij nog ergens recht op heeft. In deze use case wordt gekeken of er mogelijk onbenoemde kwalificaties zijn, die benoemd kunnen worden.
  • 148.
    56 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS SIGNALEREN EN RAPPORTEREN AAN-AFWEZIGHEID Voldoen aan (wettelijke of contractuele) verplichting om aan- of afwezigheid van deelnemers te melden. Use case Aanleiding Periodiek (bijvoorbeeld op dagelijkse basis) nagaan of deelnemer meer afwezig dan wettelijk of contractueel geoorloofd is. Actoren - Externe partijen (RMC, Leerplichtambtenaar, Werkgever, Klantmanager gemeente, UWV, Re-integratiebedrijven, Accountant, Begeleider) - De administratief medewerker Doel - Mogelijke uitval van deelnemers voorkomen door tijdige signalering afwezigheid - Door tijdige signalering afwezigheid deelnemer is het mogelijk om actie te onder- nemen ten einde de bekostiging van de instelling veilig te stellen Beschrijving acties Afwezigheid van deelnemers signaleren volgens vooraf vastgestelde regels en af- spraken: - Regels en voorschriften van het ministerie van OC&W: controleprotocol, leerplicht, regelgeving rond voortijdig schoolverlaten - Regelgeving rondom inburgering - Contractuele verplichtingen met betrekking tot leerwerktrajecten in het kader van re-integratie van langdurig werkelozen - Contracten met werkgevers in het kader van deskundigheidsbevordering personeel. Alle signaleringen worden geverifieerd bij de begeleiders om te voorkomen dat deelnemers die een en ander (bijvoorbeeld ziekte) wel hebben gemeld maar waar- van de melding niet of niet juist is verwerkt ten onrechte worden gemeld bij een instantie danwel een aantekening krijgen. Na verificatie rapporteert de administra- tief medewerker.
  • 149.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 57 De volgende situaties omtrent signalering afwezigheid zijn te onderscheiden: 1. de wettelijke verplichting om leerplichtige deelnemers die langer dan 2 weken afwezig zijn aan de leerplichtambtenaar van de gemeente te melden 2. de wettelijke verplichting om deelnemers jonger dan 23 jaar die niet leerplichtig zijn en die langer dan 3 weken afwezig zijn te melden aan het RMC 3. contractuele afspraken met UWV, re-integratiebedrijven, gemeenten 4. afspraken met werkgevers 5. het controleprotocol van OCW, volgens welke de accountant gegevens omtrent aanwezigheid opvraagt 6. de wettelijke verplichting om deelnemers van 18 jaar of ouder die langer dan 5 weken afwezig zijn aan de IB-Groep te melden Ad 1. Het systeem moet dagelijks geautomatiseerd controle uitvoeren omtrent de afwezigheid van de leerplichtige deelnemers Ad 2. Het systeem moet dagelijks geautomatiseerd controle uitvoeren omtrent de afwezigheid van de deelnemers jonger dan 23 jaar Ad 3. Afhankelijk van het contract moet de afwezigheid van deelnemers gerappor- teerd worden Ad 4. Afhankelijk van de gemaakte afspraken moet de afwezigheid van deelnemers gerapporteerd worden Ad 5. Tijdens de controle moeten de in het protocol gevraagde gegevens beschik- baar zijn. De aanwezigheid van specifieke deelnemers (steekproef) gedu- rende een aantal dagen moet aangetoond worden. Een rapportage moet dit opleveren. Ad 6. Het systeem moet dagelijks geautomatiseerd controle uitvoeren omtrent de afwezigheid van de deelnemers In het kernsysteem wordt achtereenvolgens vastgelegd: - de gesignaleerde afwezigheid - de interne opdracht tot verificatie, inclusief de datum - resultaat van de verificatie - de melding richting externe partijen, inclusief de datum De registratie van gesignaleerde afwezigheid is een gedetailleerde registratie ten behoeve van de begeleiding. Vanuit deze gedetailleerde registratie wordt op een hoger aggregatieniveau de geanalyseerde aanwezigheid vastgelegd.
  • 150.
    58 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS Resultaat - Rapportage omtrent afwezigheid deelnemer(s), wat - na interne validatie - gemeld wordt aan de betrokken externe partij - Registratie van gerapporteerde afwezigheid bij deelnemer. Frequentie Sommige signaleringen dienen elke dag uitgevoerd te worden, sommige elke week of elke maand afhankelijk van contract, andere slechts 1 keer per jaar (accountant). Werkopdrachten
  • 151.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 59 RAPPORTAGE GEGEVENS AANWEZIGHEID DEELNEMER Vertegenwoordigers van externe partijen hebben behoefte aan informatie omtrent de aanwezigheid van deelnemers, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de bege- leiding van deelnemers of omdat zij het onderwijs financieren. Voor vragen ten aanzien van begeleiding van deelnemers kan worden gedacht aan maatschappelijke dienstverleners, zoals GGD. Voor financiering kan worden gedacht aan werkgevers, klantmanagers gemeente, UWV, re-integratiebedrijven. Tijdens samenbrengen vindt er begeleiding plaats en wordt de aanwezigheidsre- gistratie bijgehouden. In de aanwezigheidsregistratie zijn de gegevens van deel- nemers aanwezig betreffende hun presentie gedurende een bepaalde tijdsperiode vastgelegd. Vanuit onderwijslogistiek (reserveren) is bekend wanneer en voor welk onderwijsproduct een deelnemer geacht wordt aanwezig te zijn. Door de metingen in tijd af te zetten tegen het tijdraster van de planning kan een analyse worden gemaakt van de aan- en afwezigheid van deelnemers. Use case Aanleiding Een ad-hoc vraag omtrent aanwezigheid van een deelnemer of groep deelnemers door externe partijen Actoren - administratief medewerker - externe partijen (RMC, Leerplichtambtenaar, Werkgever, Klantmanager gemeente, UWV, Re-integratiebedrijven, Accountant, Begeleider) Doel Inzicht geven in de aan- en afwezigheid van bepaalde deelnemers of groepen deel- nemers op verzoek van externe partijen. Beschrijving acties - Afhankelijk van de vraag van de externe partij wordt gekeken of er een bestaand rapport gebruikt kan worden. Is dit niet het geval dan zal er eerst een nieuw rap- port gedefinieerd moeten worden. De administratief medewerker start de rapportdefinitiebeheer.
  • 152.
    60 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS - Indien of zodra er een rapport beschikbaar is, selecteert de administratief mede- werker het gewenste rapport, geeft de selectiecriteria mee en start de uitvoering van de rapportage. - De administratief medewerker levert het rapport. Resultaat Opgeleverde rapportage met de gevraagde gegevens. Mogelijke vragen zijn: - aan/afwezigheid van specifieke deelnemer gedurende bepaalde periode - aan/afwezigheid van groep deelnemers gedurende bepaalde periode. Een groep deelnemers moet geselecteerd kunnen worden op basis van gevolgd on- derwijsproduct, specifieke groep, leeftijd, leerweg, intensiteit, etniciteit, doelgroep, financier. Voorbeeld: - De klantmanager (maakt deel uit van externe partijen) van de gemeente wil weten welke dagen en tijden in mei de heer Jansen het gereserveerde onderwijs- traject gevolgd heeft. - De gemeente wil van personen uit een bepaalde wijk weten of zij hun gereser- veerde onderwijstraject in de maand december gevolgd hebben. Frequentie Heel verschillend per locatie en organisatie. Soms 1 tot 10 keer per maand, maar kan ook 100 keer per dag zijn. Werkopdrachten Geen. Overige opmerkingen - Er moet een koppeling zijn met de database waarin de aanwezigheid per deelne- mer wordt vastgelegd (aanwezigheidsregistratie) die buiten het kernsysteem valt. In die database is geregistreerd: • deelnemer, datum/tijd en plaats. - Eveneens buiten het kernsysteem zijn in reserveren de volgende gegevens te vinden: • deelnemer, datum/tijd, docent, onderwijsproduct. Via de combinatie van bovenstaande dataverzamelingen kan geconstateerd worden wie, wanneer aan- of afwezig was.
  • 153.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 61 BESCHIKBAAR STELLEN LOOPBAANGEGEVENS Hier wordt een overzicht over de leerloopbaan van een deelnemer gegeven. Dit overzicht kan worden aangevraagd door verschillende belanghebbenden. Vanwege het privacygevoelige karakter is hiervoor een autorisatieproces gewenst, zoals: een begeleider mag zelf het overzicht niet aanvragen, maar moet dit via een manager doen die dan het overzicht aanvraagt met als geadresseerde de begelei- der. Het autorisatieproces is hier verder niet uitgewerkt aangezien dit afhankelijk is van de wensen van de betreffende organisatie. Deze use case moet wel zo worden uitgewerkt/geïmplementeerd dat een autorisa- tieproces hierbij mogelijk is. Use case Aanleiding Er komt een verzoek om een loopbaanoverzicht te produceren door een hiervoor geautoriseerde persoon. Dit verzoek kan van een belanghebbende komen, of uit het systeem naar aanleiding van een exit-procedure bij het verlaten van de instel- ling door een deelnemer. Actoren - Administratief medewerker - Begeleider - Deelnemer - Manager onderwijs. Doel Inzicht verschaffen in de leerloopbaan aan deelnemer, begeleider of andere belang- hebbende door middel van een overzicht (elektronisch of op papier). Beschrijving acties Verzoek komt binnen bij de administratief medewerker via de deelnemer, begeleider of manager onderwijs: - Identificatie vrager: Kennen we de vrager en is hij/zij degene voor wie zich uit- geeft? - Autorisatie: Mag de vrager dit verzoek indienen? De vraag is gespecificeerd: - welke deelnemer het overzicht betreft - de gegevens van vrager (aan wie het overzicht verstuurd moet worden)
  • 154.
    62 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS - het type informatiedrager (bijvoorbeeld papier, cd, e-mail, XML-bericht) waarmee de gegevens verstrekt moeten worden. Uit het kernsysteem haalt de administratief medewerker de volgende gegevens over de gevraagde deelnemer: - deelnemergegevens (bijvoorbeeld NAW) - afgenomen onderwijsproducten met de daarbij behorende gegevens uit de aanwe- zigheidsanalyse - wanneer op het overzicht de behaalde en de nog te behalen summatieve resul- taten, gekoppeld aan beoogde uitstroomkwalificatie moeten worden opgenomen, dan geeft de administratief medewerker de werkopdracht peilstok. Indien er nog geen bestaand rapport beschikbaar is, dan wordt er een rapport ge- definieerd via de rapportdefinitiebeheer. Indien, of zodra, er een rapport beschikbaar is, stelt de administratief medewerker het rapport samen tot een overzicht conform het type informatiedrager zoals in de aanvraag aangegeven (bericht/papier/overige media). Het overzicht wordt beschikbaar gesteld aan begeleider, deelnemer of manager onderwijs. Resultaat Een leerloopbaanoverzicht gestuurd aan de gewenste geadresseerde en het ge- wenste type informatiedrager (bijvoorbeeld papier, cd, e-mail, XML-bericht). Frequentie Enkele keren per jaar per deelnemer. Werkopdrachten
  • 155.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 63 DOCUMENTSJABLOON BEHEREN Use case Aanleiding Er is een nieuw type document gedefinieerd, of een wijziging op een bestaand type document. Het betreft een deelnemer gerelateerd document. Actoren - Applicatiebeheerder. Doel Het aanpassen, aanmaken of verwijderen van een documentsjabloon, zodat de actuele documentsjablonen aansluiten bij de werkprocessen. Beschrijving acties De applicatiebeheerder selecteert een bestaand sjabloon, of creëert een nieuw sjabloon. Een sjabloon bestaat uit: - De structuur van het document, bestaande uit vaste tekst en sjabloonvelden - Vaste tekst: Tekst die voor elk document van dit type gelijk is - Sjabloonvelden: Velden die worden gevuld met gegevens die zijn aangeleverd bij de documentaanvraag (zie constructie deelnemerdocument) - Opmaak van het document (logo’s, lettertype, marges, kleuren, papiersoort) - Een helptekst voor de gebruikers die een sjabloon moeten selecteren - Metadata van het document zelf zoals de einddatum Het sjabloon wordt vastgelegd met een aantal identificerende kenmerken (meta- data van het sjabloon), zoals: - Naam (bijvoorbeeld: diploma, onderwijsovereenkomst etc.) - Omschrijving - Datum ingebruikname - Auteur. Resultaat - Aangepast of aangemaakt documentsjabloon, dat beschikbaar is voor constructie deelnemerdocument. - Verwijderd documentsjabloon, dat niet langer beschikbaar is voor constructie deelnemerdocument. Frequentie: Enkele malen per jaar.
  • 156.
    64 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS RAPPORTDEFINITIEBEHEER Use case Aanleiding Door een vraag van externen of door een functie binnen het kernregistratiesysteem wordt om een nieuw (type) rapport gevraagd. Actoren - Rapportbouwer - Systeemfunctie - Opdrachtgever - Externe. Doel Het verkrijgen van een nieuw rapport, gedefinieerd door gegevens en lay out. Beschrijving acties - Een rapportvraag komt binnen nadat vastgesteld is dat bestaande rapportage is die aan de gestelde vraag voldoet - De rapportbouwer analyseert de definitie van de vraag - De rapportbouwer definieert en ontwikkelt de benodigde queries en lay-out op basis van de gestelde vraag - Het rapport wordt beschikbaar gesteld voor gebruik.lgens gestelde vraag en stelt rapport ter beschikking voor gebruik. Resultaat Nieuw aan het kernregistratiesysteem ter beschikking gestelde rapportdefinitie. Frequentie Enkele tientallen keren per jaar.
  • 157.
    KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS 65 UITSCHRIJVEN Use case Aanleiding - De deelnemer behaalt een diploma / kwalificatie vanuit de use case kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding en heeft te kennen gegeven geen andere onder- wijsproducten meer af te willen nemen bij de instelling - De deelnemer heeft te kennen gegeven de onderwijsproducten die hij geniet, niet langer te willen afnemen - Een deelnemer komt onverhoopt te overlijden. Het wijzigen identiteitsgegevens heeft plaatsgevonden en nu moet hij worden uitgeschreven. Actoren - Exit-functionaris - Administratief Medewerker. Doel De deelnemer verlaat de instelling en de verbintenis wordt beëindigd. Hiermee ein- digt ook de bekostigingsrelatie. Beschrijving acties De use case kan op drie manieren starten: 1. Vanuit de use case kwalificeren vanuit de deelnemer/opleiding ontvangt de administratief medewerker de werkopdracht uitschrijven (bij uitschrijven MET diploma) 2. Vanuit de use case tussentijds beëindigen verbintenis ontvangt de administratief medewerker de werkopdracht uitschrijven (bij uitschrijven ZONDER diploma) 3. Vanuit de use case wijzigen identiteitsgegevens ontvangt de administratief me- dewerker de werkopdracht uitschrijven (bij overlijden deelnemer). - Optioneel kan tussen de deelnemer en de exit-functionaris een exit-gesprek plaatsvinden. Dit exit-gesprek wordt vastgelegd op een door de Werkopdracht Exitformulier vervaardigd exit-formulier en ondertekend door de exit-functionaris en de deelnemer. - Indien de deelnemer leerplichtig is, vindt een melding plaats bij het RMC en de leerplichtambtenaar. Een fiat van de leerplichtambtenaar is noodzakelijk. Zolang het fiat niet gegeven is, moet de deelnemer ingeschreven blijven. - Om een deelnemer uit te schrijven, voert de administratief medewerker binnen de kernregistatie een einddatum verbintenis van het huidige onderwijsproduct van
  • 158.
    66 KERNREGISTRATIE DEELNEMERGEGEVENS de deelnemer in met vermelding van de uitstroomreden. Indien de deelnemer een diploma heeft behaald, krijgt hij de status alumnus. - Indien de deelnemer bezig was met het onderwijsproduct stage, informeert de administratief medewerker de consulent en het leerbedrijf over de uitschrijving en de reden daarvoor. - Het volledige dossier van de uitgeschreven deelnemer wordt gearchiveerd door de Werkopdracht Archiveren deelnemerdossier. - Vanuit het kernsysteem wordt de mutatie klaargezet voor verzending naar BRON. Deze mutatie wordt bij de eerstvolgende verzending meegenomen. Zie verder Versturen mutaties deelnemergegevens naar BRON. Resultaat De deelnemer is uitgeschreven en heeft de instelling verlaten. De bekostigingsrela- tie is beëindigd. Frequentie Eén of meerdere malen per deelnemer. Er is een piek van ruim een kwart van het totale aantal deelnemers in juni (aan het einde van het schooljaar). Werkopdrachten
  • 159.
    COLOFON Triple A, Eerstedruk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 160.
    Triple A ontwerp& onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 161.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 1 FUNCTIONEEL ONTWERP DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS
  • 162.
    2 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS
  • 163.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 3 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de digitale overdracht van deelnemergegevens. Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder- steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of als één of meer aparte ICT-systemen. Beschrijvend en technisch gedeelte Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte, waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge- deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten staan weergegeven. In het beschrijvend gedeelte wordt u door de belangrijkste ‘delen’ van ons ontwerp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs- punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar zich de keu- zemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen bevinden. Het beschrijvende gedeelte bestaat uit drie delen. Ieder deel omvat een apart onderdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van het proces van overdracht van deelnemergegevens. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases. Aan het begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases. In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspunten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een beschrij- ving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het perspectief van een gebruiker van het systeem. Na het lezen van alle delen hebt u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp van de digitale overdracht deelnemergegevens. Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte de gede- tailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technisch gedeelte bestaat uit een ‘platte’ export van de Triple A-wiki.
  • 164.
    4 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Beschrijvend en technisch gedeelte 3 Beschrijvend gedeelte 5 Deel I: Digitale overdracht deelnemergegevens via een Centraal Uitwisselingspunt (CUP) 6 Uitgangspunten en keuzes 6 Uitwisseling deelnemergegevens 7 Het Centraal Uitwisselingspunt (CUP) 7 Het importeren van een dossier via het CUP 8 Het export van een dossier naar het CUP 9 Andere berichten van het CUP 9 Deel II: Digitale overdracht deelnemergegevens tussen instellingen onderling (AAA) 11 Uitgangspunten en keuzes 11 Directe uitwisseling tussen instellingen 12 Exporteren van een dossier ten behoeve van een andere instelling 12 Importeren van een dossier van een andere instelling 12 Deel III: Uitwisseling begeleidingsdossier 13 Uitgangspunten en keuzes 13 Uitwisseling begeleidingsdossier 14 Verstrekken begeleidingsdossier(-items) 14 Verwerven begeleidingsdossier(-items) 15 Technisch gedeelte 17
  • 165.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 5 BESCHRIJVEND GEDEELTE
  • 166.
    6 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS DEEL I: DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS VIA EEN CENTRAAL UITWISSELINGSPUNT (CUP) Uitgangspunten en keuzes - De uitwisseling van deelnemergegevens vindt bij voorkeur plaats via een Centraal Uitwisselingspunt (CUP) en niet rechtstreeks tussen instellingen onderling - Het Electronische Leerdossier (ELD)1 zoals dat op dit moment in ontwikkeling is, is uitgangspunt voor het ontwerp, maar niet de enige mogelijkheid 1 Zie www.eldvo.nl
  • 167.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 7 Uitwisseling deelnemergegevens De uitwisseling van gegevens tussen onderwijsinstellingen bestaat uit een tweetal dossiers: 1. Overdrachtsdossier 2. Begeleidingsdossier (begeleidingsgegevens) We spreken hier over dossiers. Voor de volledigheid benadrukken we dat het gaat om een tweetal processen waarbij uitwisseling van gegevens van een deelnemer tussen onderwijsinstellingen centraal staat. In dit functioneel ontwerp modelle- ren we het externe aspect van het begeleidingsdossier, gericht op de uitwisseling. Bij het uitwerken van het primaire proces wordt meer aandacht besteed aan het interne aspect van het dossier, gericht op de begeleiding en de interne administra- tieve en logistieke processen. Het overdrachtsdossier is een digitaal dossier dat tussen onderwijsinstellingen wordt uitgewisseld, met daarin door de onderwijsinstelling gewaarborgde gegevens over de deelnemer en zijn loopbaan. Het dossier kent een aantal gegevenssets die gevuld worden vanuit de (kern-)registratie van de onderwijsinstelling op het moment van overdracht. Het overdrachtsdossier bevat op hoofdlijnen de volgende gegevenssets: - Identiteitsgegevens van de deelnemer - Leerloopbaangegevens - Summatieve resultaten - Indicaties benodigde begeleiding - BPV en stage Het ELD zoals dat op dit moment in ontwikkeling is, is uitgangspunt voor het ont- werp dat is beschreven in deel I. In deel II beschrijven we een alternatieve vorm die is gebaseerd op rechtstreekse uitwisseling tussen instellingen. Uitwisseling van onderdelen van het begeleidingsdossier tussen instellingen is beschreven in deel III. Het Centraal Uitwisselingspunt (CUP) Voor de uitwisseling van het overdrachtsdossier zijn er twee scenario’s gemodel- leerd. Een scenario waarbij er sprake is van een CUP (beschreven in deel I), en een scenario waarin het overdrachtsdossier direct tussen instelling kan worden uitgewis- seld (beschreven in deel II).
  • 168.
    8 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Een CUP is een centrale, landelijke voorziening waarlangs de uitwisseling van het overdrachtsdossier plaatsvindt. Instellingen communiceren in zo’n geval dus niet met elkaar, maar met het CUP. Instellingen die bij dit CUP zijn aangesloten melden de bij hen ingeschreven deelnemers bij dit punt aan en leveren het overdrachts- dossier aan als een deelnemer de instelling verlaat. Andere aangesloten instellin- gen kunnen het overdrachtsdossier dan bij het CUP opvragen. Het afhandelen van bezwaar tegen plaatsing van het overdrachtsdossier en de doorverwijzing op het moment dat een dossier (nog) niet beschikbaar is kan ook via het CUP lopen. De uitwisseling via een CUP heeft nadrukkelijk de voorkeur, omdat via een dergelijk punt zowel de technische uitwisseling, de logistiek van berichten als de bescher- ming van privacy centraal en uniform geregeld kan worden. Hoewel er bewegingen zijn voor het realiseren van een dergelijk uitwisselingspunt (ELD) is dat uitwisselingspunt nu nog niet beschikbaar. De hieronder beschreven werkwijze beschrijft de situatie waarin dit uitwisselingspunt beschikbaar is. Dit ontwerp is zo veel mogelijk in lijn gebracht met specificaties zoals opgesteld ten behoeve van het ELD. Het importeren van een dossier via het CUP Als onderdeel van de intake van een deelnemer wordt er gecontroleerd of er voor deze deelnemer een dossier beschikbaar is bij het CUP. Dat zal het geval zijn wan- neer een deelnemer afkomstig is van een instelling die ook is aangesloten op het CUP. Deze instelling zal het dossier naar het CUP hebben geëxporteerd op het mo- ment dat de deelnemer die instelling heeft verlaten. Door het dossier te importeren wordt de kernregistratie (aan-)gevuld wordt met de gewaarborgde identiteits- en leer-/loopbaangegevens van de deelnemer zoals die door de voorgaande instelling zijn geëxporteerd naar het CUP. Wanneer de deelnemer vervolgens een verbintenis met de instelling aangaat, wordt er een plaatsingsbericht naar het CUP gestuurd, om aan te geven dat de betreffen- de deelnemer nu op deze instelling is ingeschreven en dat daar nu de meest actuele deelnemergegevens beschikbaar zijn. Wanneer bij de intake blijkt dat er (nog) geen dossier op het CUP beschikbaar is kan het zijn dat wel (vanwege een plaatsingsbericht) bij het CUP bekend is van welke instelling de deelnemer afkomstig is. In dat geval zal via het CUP een verzoek tot export van het dossier aan die instelling worden gedaan. Zodra het dossier be- schikbaar is zal het CUP daarvan een notificatie afgeven en kan het dossier alsnog worden geïmporteerd.
  • 169.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 9 Om er zeker van te zijn dat de meest actuele gegevens worden geïmporteerd kan een instelling ervoor kiezen om bij het maken van de verbintenis nogmaals het dos- sier van het CUP te importeren. Het exporteren van een dossier naar het CUP Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, zal de instelling de gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie exporteren naar het CUP. Zo kan de toekomstige instelling, wanneer de deelnemer zich daar voor een intake meldt, beschikken over de meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer. Als een instelling een overdrachtsdossier van een deelnemer heeft geëxporteerd naar het CUP, wordt daarvan een notificatie gezonden naar de deelnemer. De deelnemer kan het overdrachtsdossier vervolgens inzien bij het CUP (via een self- service systeem) of via de instelling die het dossier heeft aangeleverd. Gedurende een in te stellen periode na plaatsing van het dossier bij CUP is de deelnemer in de gelegenheid om via het CUP kenbaar te maken bezwaar te hebben tegen het verspreiden van het dossier. Als er bezwaar wordt gemaakt zal het dossier weer van het CUP worden verwijderd. Als er buiten die periode bezwaar wordt gemaakt, dan kan alleen de broninstelling het dossier bij het CUP verwijderen en moet de deelne- mer dit dus bij de instelling die het dossier heeft aangeleverd kenbaar maken. Als een instelling een dossier heeft aangeleverd aan het CUP, moet er een moge- lijkheid zijn voor de deelnemer of ouder om het dossier in te zien, omdat niet elke deelnemer of ouder over internettoegang of een DigID beschikt. In dat geval wordt het dossier weer opgevraagd van het CUP en kan de leerling of ouder het dossier op de instelling inzien of toegestuurd krijgen. Andere berichten van het CUP Op het CUP kunnen berichten zijn klaargezet voor een instelling. Deze berichten kunnen door de instelling op elk gewenst moment worden opgevraagd. Vooralsnog worden drie typen berichten onderkend: een bericht dat een eerder niet beschik- baar dossier nu wel beschikbaar is, een melding van bezwaar, of een verzoek om het dossier van een bepaalde deelnemer aan te leveren. Zoals al eerder gezegd wordt voor elke deelnemer een plaatsingsbericht verstuurd aan het CUP op het moment van inschrijving. Als vervolgens een andere instelling een verzoek doet voor een dossier, en dat dossier blijkt niet beschikbaar te zijn, dan kan op basis van het plaatsingsbericht een verzoek worden klaargezet voor de instelling waar deze deelnemer is ingeschreven.
  • 170.
    10 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Als vervolgens die andere instelling een dossier heeft aangeleverd, kan er een noti- ficatie worden klaargezet voor de instelling die om dat dossier had gevraagd. Tenslotte kan het zijn dat een deelnemer of ouder bezwaar heeft gemaakt bij CUP. Als dat bezwaar wordt gemaakt na de wettelijke termijn, dan kan het dossier alleen nog verwijderd worden door de aanleverende instelling. Om dat kenbaar te maken kan het CUP een melding van bezwaar klaarzetten voor die instelling. In al deze drie gevallen worden er dus berichten klaargezet voor een bepaalde in- stelling. Deze instelling moet periodiek opvragen welke berichten er klaar staan, en de daarbij passende actie ondernemen.
  • 171.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 11 DEEL II: DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS TUSSEN INSTELLINGEN ONDERLING (AAA) Uitgangspunten en keuzes - Rechtstreeks uitwisseling van een overdrachtsdossier tussen instellingen onderling is een alternatief voor uitwisseling via het CUP. Wanneer het CUP functioneert is dit alternatief overbodig - Rechtstreeks export en import van een overdrachtsdossier kan alleen met expli- ciete goedkeuring van de deelnemer
  • 172.
    12 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Directe uitwisseling tussen instellingen Er zijn twee scenario’s gemodelleerd. Naast het scenario waarbij er sprake is van een Centraal Uitwisselingspunt (CUP) is er een scenario gemodelleerd waarbij in- stellingen onderling in staat worden gesteld op een generieke en eenvoudige wijze deelnemergegevens met elkaar uit te wisselen. Op het moment dat er een centraal uitwisselpunt actief wordt, vervalt dit scenario. Exporteren van een dossier ten behoeve van een andere instelling Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, kan de instelling ervoor kiezen direct een dossier aan te maken dat rechtstreeks met an- dere instellingen kan worden uitgewisseld. Ook kan de instelling ervoor kiezen om dit pas te doen als er om zo’n dossier wordt gevraagd. In beide gevallen kan er pas daadwerkelijk worden uitgewisseld als een andere instelling een verzoek daartoe heeft gedaan, en als dit verzoek vervolgens expliciet is goedgekeurd door de betreffende deelnemer of zijn wettelijk vertegenwoordiger. Importeren van een dossier van een andere instelling Wanneer bij de intake van een deelnemer blijkt dat deze afkomstig is van een instelling waarmee rechtstreeks uitwisseling mogelijk is, dan kan een verzoek bij die instelling worden ingediend voor het aanleveren van een dossier. Als gevolg daarvan zal er bij die andere instelling een procedure worden gestart om dit dossier met goedkeuring van de deelnemer beschikbaar te stellen. Zodra het dossier beschikbaar is, zal daarvan een bericht worden verstuurd en kan het dossier worden geïmporteerd. Omdat er geen centraal uitwisselingspunt is, zal er tussen de instellingen onderling een voorziening voor uitwisseling moeten zijn. Dit zorgt ervoor dat de kernregistratie (aan-)gevuld wordt met gewaarborgde iden- titeits- en leer-/loopbaangegevens van de deelnemer.
  • 173.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 13 DEEL III: UITWISSELING BEGELEIDINGSDOSSIER Uitgangspunten en keuzes - De groepen en items waaruit het begeleidingsdossier bestaat zijn flexibel en kun- nen per instelling verschillen - Uitwisseling van items uit het begeleidingsdossier kan alleen met expliciete goed- keuring van de deelnemer
  • 174.
    14 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Uitwisseling begeleidingsdossier Ter ondersteuning van het primaire proces is er een begeleidingsdossier. Dit dos- sier bevat deels gegevens die ook in het overdrachtsdossier zitten, en items die ter ondersteuning of verklaring (kunnen) dienen. Ook specifieke zorggegevens zijn een onderdeel van het begeleidingsdossier. De opbouw en inrichting van het begeleidingsdossier zal per instelling sterk ver- schillen. Daarnaast zijn de gegevens in het begeleidingsdossier wat meer priva- cygevoelig dan die in het overdrachtsdossier. Wij gaan daarom uit van een hele algemene opbouw van een begeleidingsdossier die instellingen vrij laat om hun begeleidingsdossier in te richten zoals zij dat zelf willen. Deze algemene opbouw ziet er als volgt uit: - Itemgroepen Het dossier is ingedeeld in itemgroepen, zoals bijvoorbeeld Zorg, Resultaten, Inci- denten en Afspraken. Dit is een groepering van gelijksoortige begeleidingsitems; dit vormt de (instellingsspecifieke) hoofdindeling van het begeleidingsdossier - Begeleidingsitems In elke itemgroep zit een aantal begeleidingsitems, zoals bijvoorbeeld een dys- lexieverklaring, leerplichtverklaring, mentorgesprekverslagen etcetera. Elk bege- leidingsitem heeft een aantal kenmerken, waaronder: • Een klassificatie die aangeeft welk type item het betreft, zoals een document, overeenkomst, product van de deelnemer etcetera. • Een attachment dat verwijst naar een electronisch beschikbaar document. Dit is het feitelijke document in het begeleidingsdossier Deze opbouw is de basis voor de uitwisseling van onderdelen van het begeleidings- dossier los van de specifieke inrichting van het begeleidingsdossier binnen de instel- ling zelf. Verstrekken begeleidingsdossier(-items) Wanneer een andere instelling of andere externe partij (items uit) het begeleidings- dossier van een bepaalde deelnemer wil ontvangen, dan moet daarvoor een verzoek worden ingediend bij de instelling waar de deelnemer is ingeschreven. De instelling zal dit verzoek dan aan de betreffende deelnemer moeten voorleggen, inclusief de specifieke items waarom is gevraagd. Deze toestemming moet voor elk nieuw ver- zoek opnieuw worden gegeven. Als de toestemming is gegeven door de deelnemer, dan kan er een export worden gemaakt van de betreffende items uit het begeleidingsdossier. In de meeste geval- len zal dit een eenvoudige export zijn van een aantal groepen van documenten.
  • 175.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 15 Deze groepen komen overeen met de itemgroepen in het begeleidingsdossier. Daar- naast wordt er een inhoudsopgave meegestuurd. Naast deze eenvoudige export wordt ook voorzien in de mogelijkheid om recht- streeks items uit het begeleidingsdossier uit te wisselen tussen instellingen. Het formaat waarin de ene instelling een dossier exporteert kan zodanig zijn dat een andere instelling dat direct kan importeren. Voor deze uitwisseling geldt wel ge- woon de procedure van aanvragen en vervolgens goedkeuren door de deelnemer. Zodra het begeleidingsdossier beschikbaar is wordt er een notificatie gestuurd naar de aanvrager. Deze kan met de gegevens van die notificatie (bijvoorbeeld een toe- gangscode voor een download-site) het gevraagde begeleidingsdossier downloaden. Verwerven begeleidingsdossier(-items) Vanuit het aanmeldingsformulier, intakegesprek en/of tijdens de begeleiding kan blijken dat het noodzakelijk is aanvullende gegevens van een deelnemer op te vragen bij een andere instelling of andere externe partij. In dat geval wordt er een verzoek gericht aan de instelling waarvan de deelnemer afkomstig is. Deze instelling zal dan de procedure doorlopen voor het verstrekken van items uit een begeleidingsdossier zoals hiervoor beschreven. Zodra de notificatie is ontvangen dat het begeleidingsdossier beschikbaar is, kan het begeleidingsdossier worden gedownload. Het vervolgens verwerken van het begeleidingsdossier in de eigen administratie is niet altijd eenvoudig. Er zal veelal een verschil zijn in de itemgroepen die binnen een instelling worden onderscheiden. De ontvangende instelling zal dus de items uit het begeleidingsdossier van een andere instelling opnieuw moeten ordenen naar de eigen structuur.
  • 176.
    16 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS INHOUDSOPGAVE Inleiding 18 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES 20 Import overdrachtsdossier 20 Export overdrachtsdossier 26 Verwijderen overdrachtsdossier van CUP 30 Tonen overdrachtsdossier 33 Verzenden plaatsingsbericht CUP 35 Opvragen berichten CUP 37 Import overdrachtsdossier tussen Triple A-instellingen 39 Export overdrachtsdossier tussen Triple A-instellingen 42 Verstrekken begeleidingsdossier(-items) 45 Verwerven begeleidingsdossier(-items) 48 FUNCTIES 51 Maak bericht 51 Verzend bericht 54 Ontvang bericht 55 Selecteren gewenste dossiers 57 Verwerk bericht 59 Samenstellen lijst deelnemernummers 62 Kennisgeving deelnemer export overdrachtsdossier 63 Tonen overdrachtsdossier als PDF 64 Tonen berichten CUP 66 Vastleggen exportverzoek overdrachtsdossier 67 Ophalen bericht overdrachtsdossier 70 Verwerk bericht in KRD-AAA 71 Tonen gegevens overdrachtsdossier 73 Markeren accordering deelnemer 74 Maak bericht-AAA 76 Vastleggen exportverzoek begeleidingsdossier 77 Accordering exportverzoek begeleidingsdossier 80 Maak bericht begeleidingsdossier 82 Ophalen bericht begeleidingsdossier 84 Inlezen bericht begeleidingsdossier 86 Verwerken bericht begeleidingsdossier 88
  • 177.
  • 178.
    18 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS INLEIDING In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de digitale overdracht van deelnemergegevens vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases, werkopdrachten, activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werk- bijeenkomsten met de deskundigen van de onderwijsinstellingen. In dit technische gedeelte vindt u een kopie van de informatie die door deze deskundigen is vastge- steld in de wiki. Onderstaand figuur geeft de samenhang van de use cases voor de digitale over- dracht van deelnemergegevens weer. Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe- den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?‘
  • 179.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 19 Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge- leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij- ven. Dit format wordt hieronder weergegeven. Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil- lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang gebracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen. Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten- diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel- leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder Leeswijzer verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use Voor uw leesgemak worden in dit case één activiteitendiagram gemaakt. technisch gedeelte de volgende symbolen in de kantlijn gebruikt: Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge- maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces Wanneer het een use te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een case betreft ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties. Wanneer het een activi- De laatste paragraaf van dit technisch gedeelte geeft een meer gedetailleerde be- teitendiagram betreft schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of Wanneer het een functie enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn betreft om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die nodig is om de use case te ondersteunen.
  • 180.
    20 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES IMPORT OVERDRACHTSDOSSIER Bij het verwerken van de aanmelding en bij het ingaan van de verbintenis contro- leert het systeem of er een overdrachtsdossier beschikbaar is bij het CUP op basis van het sofinummer/burgerservicenummer. Dit zorgt ervoor dat de kernregistratie (aan-) gevuld wordt met gewaarborgde identiteit- en leer-/loopbaangegevens van de deelnemer. Use case Aanleiding - Bij de verwerking van de aanmelding (en bij het aangaan van een verbintenis) kan gebruik worden gemaakt van gegevens in een recent overdrachtsdossier dat mogelijk beschikbaar is bij het CUP. Dit gebeurt middels de werkopdracht Import overdrachtsdossier bij intake of Import overdrachtsdossier bij verbintenis. - Van het CUP is een bericht ontvangen dat naar aanleiding van een eerder verzoek het overdrachtsdossier van een deelnemer beschikbaar is. Middels de werkop- dracht Import overdrachtsdossier op verzoek van CUP wordt de import gestart. - Bij een gestapelde hoeveelheid (aanmeldingen, verbintenissen) wordt in één keer de dossiers van het CUP gehaald. Deze handeling is alleen van toepassing als er sprake is van schooljaargebonden onderwijs. Actoren - De Administratief Medewerker - De Deelnemer - Het CUP Doel De kernregistratie (aan)vullen met gewaarborgde identiteit- en leer-/loopbaangege- vens van de deelnemer. Beschrijving acties 0. De Administratief Medewerker initieert het proces om één of meerdere over- drachtsdossiers met het CUP uit te wisselen. 1. Er wordt een selectie gemaakt van alle deelnemers waarvan het overdrachtsdos- sier moet worden ingelezen. Dit kan zijn: 1a. De administratief medewerker activeert een verzoek om van een deelnemer (aan de hand van de deelnemersleutel (BSN, OSN)) een import te doen van een overdrachtsdossier dat aanwezig is bij het CUP
  • 181.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 21 1b. De administratief medewerker activeert een verzoek om van een aantal deelne- mers (aan de hand van een lijst met deelnemersleutels) een import te doen van het meest recente overdrachtsdossier die aanwezig zijn bij het CUP In het geval van situatie 1a Er wordt een verzoek aan het CUP verzonden voor een overzicht van aanwezige overdrachtsdossiers van de betreffende deelnemer. Het CUP geeft in dat geval: - (A) Een overzicht van aanwezige overdrachtsdossiers, of - (B) Een melding dat er geen (recent) dossier beschikbaar is - (C) Een melding dat het geen bekende sleutel is - (D) Eventueel: • Een melding dat het dossier nog in de bezwaarperiode (met vermelding van de termijn) is en nog niet vrijgegeven mag worden • Een melding dat het maximaal aantal aanvragen voor een dossier of voor een deelnemer is overschreden. Indien er dossiers zijn (A): - De administratief medewerker selecteert een overdrachtsdossier en activeert de import van dat specifieke dossier Indien er geen (recent) dossier is (B): - (opt. De administratief medewerker activeert het verzoek om een (recent) over- drachtsdossier te leveren) - Het systeem doet een verzoek aan CUP om een (recent) overdrachtsdossier op te vragen bij de vorige school Indien er een andere melding komt (C, D): - Geen verdere activiteit In het geval van situatie 1b Het betreft nu een groep deelnemers. Er wordt nu geen selectie op aanwezige overdrachtsdossiers bij het CUP gedaan, maar er wordt vanuit gegaan dat van elke deelnemer het meest recente dossier wordt gevraagd. Voor elke deelnemer wordt een verzoek aan het CUP verzonden om het meeste recente overdrachtsdossier te leveren. Het CUP geeft in dat geval per verzoek: - een bericht met het meest recente overdrachtsdossier
  • 182.
    22 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS - een foutmelding • (E) van een deelnemer is er geen dossier • (F) deelnemersleutel onbekend • (G) dossier nog in bezwaarperiode • (H) maximaal aantal aanvragen bereikt Indien (E) doet (door administratief medewerker geïnitieerd) het systeem een ver- zoek aan CUP om aan “oude” school een exportverzoek te doen. Indien (F, G, H) geen actie. 2. Het systeem controleert van elk ontvangen overdrachtsdossier of de digitale handtekening klopt 3. Vervolgens worden het ontvangen overdrachtsdossier verwerkt in het kernregis- tratiesysteem Resultaat Het resultaat is dat de kernregistratie is aangevuld met de gegevens uit het overdrachtsdossier (of er is niets gebeurd) Frequentie 1. éénmaal per student bij de verwerking van de aanmelding 2. éénmaal per student bij de activatie van de verbintenis 3. éénmaal per student als CUP bericht heeft gezonden. Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. - 3.4.4. Het ophalen van ELD’s door een ‘nieuwe’ school - 3.4.5. Opvragen ELD-overzicht per leerling - 3.4.7. Het ophalen van een bepaald ELD door een ‘nieuwe’ school - 3.4.8. Aanvragen van een ELD (als ELD niet beschikbaar is) door een ‘nieuwe’ school - 3.4.11. Ontvangen melding beschikbaarheid dossier na aanvraag door ‘nieuwe’ school
  • 183.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 23 Werkopdrachten Overige opmerkingen - Gegevens in het overdrachtsdossier hebben de cardinaliteit x, y waarbij x aan- geeft of het gegeven verplicht deel uitmaakt van de verzameling (1 = verplicht, 0 = niet verplicht) en y aangeeft hoe vaak het gegeven voor mag komen in de set. Indien het gegeven 1 maal mag voorkomen, wordt bij de import het gege- ven in de kernregistratie niet overschreven maar genegeerd (de kernregistratie is leading)[er kan hier nog onderscheid worden gemaakt of het veld in de kernregis- tratie gevuld is door een importproces of door een eigen invoerproces; alleen een gegeven uit een importproces mag worden overschreven door een gegeven door gegeven met een nieuwer versiekenmerk]. Indien het gegeven meerdere keren mag voorkomen wordt bij de import het gegeven aangevuld. ! Gegevens die bij import niet worden opgenomen in de kernregistratie vallen bui- ten de scope van ons proces. Een (andere) onderwijsinstelling zal op basis van de in de archiefverplichting gestelde voorwaarden in staat zijn om van uitgeschreven deelnemers een export van het overdrachtsdossier te verzorgen. ! Voor de controle van de elektronische handtekening wordt verwezen naar een standaard functie. ! Bij de use case Intake moet bij het verwerken van de aanmelding de actie “import overdrachtsdossier“ toegevoegd worden. ! Bij de use case Verbintenis moet bij het ingaan van de verbintenis de actie “im- port overdrachtsdossier” toegevoegd worden.
  • 184.
    24 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Activiteitendiagram
  • 185.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 25 Functies Bij: individuele import overdrachtsdossier - Initiëren individuele import overdrachtsdossier • Maak bericht (Verzoek Dossieroverzicht) • Verzend bericht (Verzoek Dossieroverzicht) • Ontvang bericht (Dossieroverzicht) - Selecteren van gewenste overdrachtsdossier(s) • Selecteren gewenste dossiers • Maak bericht (Verzoek Dossierbericht) • Verzend bericht (Verzoek Dossierbericht) - Ontvang bericht-CUP • Ontvang bericht (Dossier) - Verwerk het ontvangen bericht • Verwerk Bericht (Dossier) Bij: batch import overdrachtsdossier - Samenstellen lijst deelnemernummers - voor elk element van de lijst: • Maak bericht (Verzoek Dossierbericht) • Verzend bericht (Verzoek Dossier bericht) • Ontvang bericht (Dossierbericht of Foutmeldingsbericht) • Verwerk Bericht (Dossierbericht of Foutmeldingsbericht)
  • 186.
    26 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS EXPORT OVERDRACHTSDOSSIER Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, zal de instelling de gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie exporteren naar het CUP. Zo kan de toekomstige instelling beschikken over de meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer. Use case Bij de beschreven use case wordt alleen rekening gehouden met gegevens die uit de kernregistratie komen en niet met de gegevens die uit het ongedefinieerde deel van de registratie komen. De gegevenssets van de kernregistratie die in aanmer- king komen voor export dienen nog gedefinieerd te worden. Hierbij dient men rekening te houden met de ELD-standaard en de IMS-LIP-standaard. Aanleiding - De start van de aanmeldingsperiode van een mogelijke vervolgopleiding. Deze handeling is alleen van toepassing zolang er nog sprake is van schooljaargebon- den onderwijs. In dit geval wordt er een groot aantal overdrachtsdossiers tegelijk opgevraagd. - De uitschrijving van de deelnemer. In dit geval wordt er één individueel over- drachtsdossier opgevraagd. - Het verzoek van de deelnemer tot export van een overdrachtsdossier. Dit vindt voornamelijk plaats als een deelnemer eerder bezwaar heeft gemaakt. Zodra de gegevens zijn gewijzigd kan weer een nieuwe export worden verzocht. - Een ontvangen verzoek van het CUP om een export te leveren. Actoren - De Administratief Medewerker, - De Deelnemer, - De Systeemfunctie - Het CUP Doel De gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie exporteren naar het CUP om de toekomstige instelling in de gelegenheid te stellen te beschik- ken over de meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer.
  • 187.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 27 Beschrijving acties - De Administratief Medewerker initieert het proces om één of meerdere over- drachtsdossiers met het CUP uit te wisselen. - Er wordt een selectie gemaakt van alle deelnemers waarvoor een export gemaakt dient te worden. Dit kan zijn: • Een verzameling deelnemers die naar vervolgonderwijs doorstroomt. Dit vindt plaats bij de start van de aanmeldingsperiode van een mogelijke vervolgopleiding. • Bij de uitschrijving van de deelnemer • Er is middels de werkopdracht Export overdrachtsdossier op verzoek van CUP een verzoek binnengekomen om een overdrachtsdossier van een bepaalde deel- nemer beschikbaar te stellen. - Voor de geselecteerde deelnemers wordt een exportbericht van het overdrachts- dossier gemaakt. - Elk exportbericht van het overdrachtsdossier wordt voorzien van een elektronische handtekening. - Het exportbericht wordt verzonden aan het CUP. Het CUP stuurt per dossier een bevestiging als het bericht correct is ontvangen en de elektronische handtekening akkoord is. - De deelnemer en/of ouder wordt op de hoogte gesteld van het feit dat het over- drachtsdossier is uitgewisseld met het CUP. Hierbij wordt ook aangegeven dat bezwaar gemaakt kan worden, en wat daar de procedure voor is. Resultaat Het resultaat is dat het CUP is gevuld met het overdrachtsdossier samengesteld uit onze kernregistratie. Frequentie In principe éénmaal per deelnemer, bij het verlaten van de instelling. Mogelijk vaker als er een verzoek wordt gedaan door het CUP. Werkopdrachten
  • 188.
    28 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont- werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. - 3.4.3. Klaarzetten van ELD’s door een “oude” school in het LSP-ELD - 3.4.10. Ontvangen verzoek voor klaarzetten ELD Overige opmerkingen Bij de use case uitschrijven moet de actie export Overdrachtsdossier toegevoegd worden. Activiteitendiagram
  • 189.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 29 Functies Bij: individuele export overdrachtsdossier - Maak bericht (Dossierbericht) - Verzend bericht (Dossierbericht) - Ontvang bericht (Bevestigingsbericht) - Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht) - Kennisgeving deelnemer export overdrachtsdossier Bij: batch export overdrachtsdossier - Samenstellen lijst deelnemernummers - Voor elk element van de lijst • Maak bericht (Dossierbericht) • Verzend bericht (Dossierbericht) • Ontvang bericht (Bevestigingsbericht) • Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht) • Kennisgeving deelnemer export overdrachtsdossier
  • 190.
    30 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS VERWIJDEREN OVERDRACHTSDOSSIER VAN CUP Als een instelling een overdrachtsdossier van een deelnemer klaarzet bij het CUP, wordt daarvan ook een notificatie gezonden naar de deelnemer. De deelnemer kan het overdrachtsdossier inzien bij het CUP (via een selfservice systeem) of via de dossierleverende instelling. Gedurende een in te stellen periode na plaatsing van het dossier bij CUP is de deelnemer in de gelegenheid om via het CUP kenbaar te maken bezwaar te hebben tegen het verspreiden van het dossier. Buiten die periode kan alleen de broninstelling het dossier bij het CUP verwijderen en moet de deelnemer dit dus bij de broninstelling te kennen geven. Use case Aanleiding - Verzoek van CUP om een overdrachtsdossier te verwijderen (binnen bezwaarter- mijn) - Verzoek van een deelnemer om een overdrachtsdossier te verwijderen (binnen of buiten bezwaartermijn) Actoren - De Administratief Medewerker - De Deelnemer - Het CUP Doel Overdrachtsdossier van de deelnemer uit CUP verwijderen Beschrijving acties - De administratief medewerker krijgt een bericht dat een overdrachtsdossier moet worden verwijderen: • uit een bericht van CUP (er is op de site bezwaar gemaakt) • direct van de deelnemer. - Bij een verwijderingsverzoek kan een aanpassingsverzoek zijn. Daarmee geeft de deelnemer te kennen dat de bronschool na het aanpassen van bepaalde gegevens het dossier opnieuw kan exporteren naar CUP. - De administratief medewerker vraagt een overzicht op van de aanwezige over- drachtsdossiers van een deelnemer bij het CUP.
  • 191.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 31 Een aantal mogelijkheden: - Het CUP stuurt het overzicht. - Het CUP meldt dat er geen dossiers van deelnemer zijn - Het CUP meldt dat de school niet gerechtigd is om een dossier terug te trekken omdat het afkomstig is van een andere school - De administratief medewerker selecteert het te verwijderen overdrachtsdossier - Het systeem geeft een verwijderingsopdracht aan CUP Resultaat Het resultaat is dat het bepaalde overdrachtsdossier bij het CUP niet meer beschik- baar is. Frequentie Incidenteel. Slechts voor een zeer beperkt aantal deelnemers. Werkopdrachten Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont- werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. - 3.4.9. Terugtrekken van een ELD door een ‘oude’ school.
  • 192.
    32 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Activiteitendiagram Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. Functies - Maak bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht) - Verzend bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht) - Ontvang bericht (Dossier-overzicht bericht) - Selecteren gewenste dossiers - Maak bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier) - Verzend bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier) - Ontvang bericht (Bevestigingsbericht) - Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht)
  • 193.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 33 TONEN OVERDRACHTSDOSSIER Als een deelnemer of ouder niet de beschikking heeft over internettoegang of een DigID, dan kan inzage van het dossier worden gevraagd bij de instelling. In dat geval wordt het dossier opgevraagd van het CUP en kan de leerling of ouder het dossier op de instelling inzien of toegestuurd krijgen. Use Case Aanleiding Een leerling/ouder vraagt inzage in het eigen dossier, omdat leerling/ouder geen beschikking heeft over een browser of DigID+. Actoren - Deelnemer/ouder - Administratief Medewerker - Centraal Uitwisselingspunt (CUP) Doel Het downloaden van een overdrachtsdossier in pdf-formaat en voor inzage beschik- baar stellen aan leerling/ouder. Beschrijving acties - Een Administratief Medewerker start op verzoek van een deelnemer of ouder het proces om een overdrachtsdossier dat met het CUP is uitgewisseld, in te zien - Er wordt een verzoek aan het CUP gedaan voor een overzicht van beschikbare dossiers van de betreffende deelnemer - Het CUP levert het overzicht, en het overzicht wordt getoond van het beschikbare overdrachtsdossier op het CUP - Uit dit overzicht wordt het gewenste dossier geselecteerd, en voor dat dossier wordt een verzoek gedaan aan het CUP om een PDF-versie van dat dossier te leveren - Het CUP levert het gevraagde dossier - Afhankelijk van de situatie of wens van de deelnemer of ouder, kan het dossier worden ingezien op de instelling, of worden afgedrukt. Eventueel wordt het dos- sier aan de deelnemer of ouder per post verstuurd. Resultaat Het overdrachtsdossier is in PDF-formaat beschikbaar zodat de deelnemer/ouder deze kan lezen/inzien.
  • 194.
    34 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Frequentie Incidenteel. Werkopdrachten Geen Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont- werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. - 3.4.5. Opvragen ELD-overzicht per leerling - 3.4.6. Het ophalen van een bepaald ELD in PDF-formaat door een school Activiteitendiagram Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. Functies - Initiëren Tonen overdrachtsdossier in PDF • Maak bericht (Verzoek Dossieroverzicht) • Verzend bericht (Verzoek Dossieroverzicht) • Ontvang bericht (Dossier-overzicht) - Selecteren van gewenste overdrachtsdossier(s) • Selecteren gewenste dossiers • Maak bericht (Verzoek Dossier in PDF-formaat) • Verzend bericht (Verzoek Dossier in PDF-formaat) - Ontvang bericht-CUP • Ontvang bericht (Dossier in PDF-formaat) • Tonen overdrachtsdossier als PDF
  • 195.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 35 VERZENDEN PLAATSINGSBERICHT CUP Alle deelnemers die bij een instelling zijn ingeschreven, moeten worden aangemeld bij het CUP. Het doel hiervan is, dat bij het CUP bekend is welke deelnemer is inge- schreven bij een op het CUP aangesloten instelling. Wanneer een andere instelling een dossier opvraagt, kan via het CUP een verzoek worden gedaan bij de instelling waar de deelnemer is ingeschreven. Het plaatsingsbericht wordt voor elke deelne- mer verstuurd op het moment van inschrijving. Use case Aanleiding Een deelnemer of een aantal deelnemers is middels een Verbintenis ingeschreven bij de instelling. Het is een keuze van de instelling om voor elke deelnemer direct bij het maken van de verbintenis een plaatsingsbericht te sturen, of deze te verzamelen en periodiek te verzenden. Actoren - Administratief Medewerker - Centraal Uitwisselingspunt (CUP) Doel Aanmelding van de plaatsing van een deelnemer bij het CUP, zodat het CUP weet - Welke deelnemers bij een school zitten die is aangesloten op het CUP - Bij welke school een bepaalde deelnemer is geplaatst. Als een andere school het overdrachtsdossier van deze deelnemer wil op te vragen, terwijl dit dossier niet op het CUP beschikbaar is, dan is bij het CUP bekend aan welke school het CUP het verzoek moet sturen om een export van het overdrachtsdossier te doen Beschrijving acties - De Administratief Medewerker initieert het proces om één of meerdere plaatsings- berichten met het CUP uit te wisselen. Dit kan eventueel ook automatisch, direct na het aangaan van een verbintenis. - Er wordt een selectie gemaakt van alle deelnemers waar een plaatsingsbericht voor gemaakt dient te worden. Dit kan zijn: • Een groot aantal deelnemers dat zich in korte tijd (bijvoorbeeld in een aanmel- dingsperiode) heeft ingeschreven. • Een enkele deelnemer die zich (tussentijds) heeft ingeschreven
  • 196.
    36 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS - Voor de geselecteerde deelnemers wordt een plaatsingsbericht aangemaakt - Voor elke afzonderlijke deelnemer wordt een plaatsingsbericht verzonden aan het CUP. Het CUP stuurt per plaatsingsbericht een bevestiging als het bericht correct is ontvangen. Resultaat Verzonden plaatsingsbericht aan CUP. Frequentie Eénmaal per ingeschreven deelnemer. Werkopdrachten Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont- werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. - 3.4.1. Melden van plaatsen van leerlingen op de school aan het LSP-ELD - 3.4.2. Melden individuele leerling buiten reguliere aanvang studiejaar om Activiteitendiagram Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. Functies - Samenstellen lijst deelnemernummers - Voor elk element van de lijst • Maak bericht (Plaatsingsbericht) • Verzend bericht (Plaatsingsbericht) • Ontvang bericht (Bevestigingsbericht) • Verwerk Bericht (Bevestigingsbericht)
  • 197.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 37 OPVRAGEN BERICHTEN CUP Op het CUP kunnen berichten zijn klaargezet voor de instelling. Deze berichten kun- nen door de instelling worden opgevraagd. Vooralsnog worden drie typen berichten onderkend: een bericht dat een eerder niet beschikbaar dossier nu wel beschikbaar is, een melding van bezwaar of een verzoek om het dossier van een bepaalde deel- nemer aan te leveren. Use case Aanleiding De controle op klaarstaande berichten bij het CUP wordt periodiek, bijvoorbeeld dagelijks, gedaan. Actoren - Administratief Medewerker - Centraal Uitwisselingspunt (CUP) Doel Het ophalen van berichten voor de instelling die op het CUP klaarstaan in de post- bus en het eventueel in gang zetten van de bijbehorende actie(s). Beschrijving acties - De Administratief Medewerker verzoekt aan het CUP om klaarstaande berichten door te zetten; - De klaarstaande berichten worden van het CUP opgehaald en ingelezen. - De berichten worden getoond aan de Administratief Medewerker; - De medewerker handelt de verzoeken af op een van de volgende manieren. • Indien het een verzoek betreft om een overdrachtsdossier van een bepaalde deelnemer klaar te zetten, dan wordt middels de werkopdracht Export over- drachtsdossier op verzoek van CUP het exporteren van dat betreffende over- drachtsdossier gestart. • Indien het een melding van bezwaar betreft, dan wordt middels de werkop- dracht Verwijder overdrachtsdossier op verzoek van CUP het verwijderen van het overdrachtsdossier op het CUP gestart • Indien het een melding betreft dat een eerder niet beschikbaar overdrachtsdos- sier nu wel beschikbaar is, dan wordt middels de werkopdracht Import over- drachtsdossier op verzoek van CUP het importeren van dat betreffende over- drachtsdossier gestart
  • 198.
    38 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Opmerking: Het bovenstaande is als een grotendeels handmatig proces beschreven. Het is denkbaar dat dit proces zonder tussenkomst van de Administratief Medewerker geheel automatisch verloopt. In dat geval wordt het proces periodiek (bijvoorbeeld dagelijks) gestart en wordt per ontvangen bericht automatisch de bijbehorende actie gestart. Het is een keuze van de instelling om te bepalen welke mate van menselijke controle op dit proces gewenst is. Resultaat Berichten zijn ontvangen en de bijbehorende actie is gestart. Frequentie Afhankelijk van het aantal verzoeken, naar verwachting maar voor een beperkt percentage van het totaal aantal deelnemers. Werkopdrachten Relatie met het Functioneel Ontwerp ELD Deze use case correspondeert met de volgende use cases uit het Functioneel Ont- werp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. - 3.4.12. Ophalen berichten uit de postbus Activiteitendiagram Voor deze use case is geen apart activiteitendiagram ontwikkeld, omdat we ons voor deze use case baseren op het Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007. Functies - Maak bericht (Verzoek klaarstaande berichten) - Verzend bericht (Verzoek klaarstaande berichten) - Ontvang bericht (Klaarstaande berichten) - Tonen berichten CUP
  • 199.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 39 IMPORT OVERDRACHTSDOSSIER TUSSEN TRIPLE A-INSTELLINGEN Deze use case maakt uitwisseling mogelijk tussen Triple A-instellingen zonder gebruik te maken van een CUP. Bij het verwerken van de aanmelding en bij het ingaan van de verbintenis met een deelnemer afkomstig van een Triple A-instelling controleert het systeem of er een overdrachtsdossier beschikbaar is. Dit zorgt ervoor dat de kernregistratie (aan-) gevuld wordt met gewaarborgde identiteit- en leer-/loopbaangegevens van de deelnemer. Use case Dit is de Use Case die uitwisseling mogelijk maakt tussen Triple A-instellingen zon- der gebruik te maken van een CUP. De gegevenssets van de kernregistratie die in aanmerking komen voor export dienen nog gedefinieerd te worden. Aanleiding - Bij de verwerking van de aanmelding blijkt dat de potentiële deelnemer afkomstig is van een Triple A-Instelling. Dit is een 1e import voor aanvulling van de kernre- gistratie met de gegevensset van het overdrachtsdossier. - Het bereiken van de ingangsdatum van de verbintenis. Dit is een 2e import voor aanvulling van de kernregistratie met de gegevensset van het overdrachtsdossier. Actoren - De Administratief Medewerker Doel De kernregistratie (aan)vullen met gewaarborgde identiteit- en leer-/loopbaangege- vens van de student. Beschrijving acties - Vaststellen of deelnemer van andere Triple A-instelling afkomstig is In de eerste plaats zal moeten worden vastgesteld of de betreffende deelnemer afkomstig is van een andere Triple A-instelling. Alleen in dat geval kan er eventu- eel een rechtstreekse import van een overdrachtsdossier worden gedaan. - Verzoek indienen tot verstrekken overdrachtsdossier aan andere instelling De instelling doet een verzoek aan de andere Triple A-instelling tot het verstrek- ken van het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer.
  • 200.
    40 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Als gevolg van dit verzoek zal de andere instelling een bericht klaarzetten waarin het overdrachtsdossier is opgenomen, zoals beschreven in de use case Export overdrachtsdossier-AAA. Dat zal alleen het geval zijn, als de leverende instelling daarvoor expliciet goedkeuring heeft gekregen van de betreffende deelnemer. - Ontvangst notificatie Zodra het bericht klaarstaat, zal dit worden gemeld aan de aanvragende instelling. - Ophalen en verwerken klaargezet bericht Indien het overdrachtsdossier beschikbaar is gesteld door de leverende Triple A- instelling, wordt door de administratief medewerker de import gestart. Deze import wordt verwerkt zodat tijdens de intake de al bekende gegevens niet meer hoeven te worden ingevoerd en een aantal, voor de begeleiding relevante gege- vens ook al beschikbaar is. - Bericht niet beschikbaar Indien er geen overdrachtsdossier beschikbaar is gesteld door de leverende Triple A-instelling kan er eventueel worden gekozen voor een import via het CUP. In dat geval wordt de use case Import overdrachtsdossier gestart middels de werkopdracht Import overdrachtsdossier bij ontbreken overdrachtsdossier-AAA. Resultaat Het resultaat is dat de kernregistratie is aangevuld met de gegevens uit het over- drachtsdossier. Frequentie - éénmaal per student bij de verwerking van de aanmelding - éénmaal per student bij het activeren van de verbintenis Werkopdrachten
  • 201.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 41 Activiteitendiagram Functies - Initiëren import overdrachtsdossier-AAA - Ontvang bericht-AAA - Verwerk Bericht in KRD-AAA
  • 202.
    42 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS EXPORT OVERDRACHTSDOSSIER TUSSEN TRIPLE A-INSTELLINGEN Als een deelnemer zich aanmeldt bij een vervolgopleiding of zich uitschrijft, zal de instelling de gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de KRD klaarzetten. Zo kan de toekomstige instelling beschikken over de meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer. Use case Dit is de use case die uitwisseling mogelijk maakt tussen Triple A-instellingen zonder gebruik te maken van een CUP. De gegevensset uit de kernregistratie die in aanmerking komt voor export dient nog gedefinieerd te worden. Deze gegevens- set is mogelijk groter dan de gegevensset die via het CUP zal worden uitgewisseld, omdat het hier twee Triple A-instellingen betreft. Bij deze directe vorm van uitwisseling tussen twee instellingen dient de deelnemer (of wettelijk vertegenwoordiger) toestemming te geven voor de export (bij directe uitwisseling is dit bij het CUP geregeld). Aanleiding Een andere instelling heeft het verzoek gedaan tot het verstrekken van een export van het overdrachtsdossier van een bepaalde deelnemer. Actoren - De Administratief Medewerker - De Deelnemer - De verzoeker van een andere instelling Doel De gewaarborgde identiteit- en loopbaangegevens uit de kernregistratie op verzoek van een (toekomstige) instelling beschikbaar stellen, zodat deze instelling over de meest actuele identiteit- en loopbaangegevens van de deelnemer beschikt. Het betreft hier de uitwisseling tussen twee Triple A-instellingen. Beschrijving acties - Indienen van het exportverzoek door andere instelling Een andere instelling doet een verzoek (eventueel via een self service functie) tot het aanleveren van het overdrachtsdossier van een bepaalde deelnemer. De aanvrager (inclusief e-mailadres), de aanvragende instelling en de betreffende deelnemer worden vastgelegd
  • 203.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 43 - Inzage en accordering door deelnemer Nadat een verzoek is ingediend door een andere instelling wordt de deelnemer daarvan op de hoogte gesteld. De deelnemer heeft vervolgens inzage in zijn eigen overdrachtsdossier en de aanvragende instelling, en kan de export accorderen op de volgende manier: • De deelnemer krijgt een overzicht van de categorieën van gegevens die in zijn overdrachtsdossier zitten en kan dit inzien. Dit overzicht kan schriftelijk zijn ver- strekt, of via het systeem toegankelijk zijn • De deelnemer geeft expliciet aan akkoord te gaan met het beschikbaar stellen van deze gegevens aan de andere instelling - Aanmaken van het bericht Het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer wordt in de vorm van een uitwisselingsbericht klaargezet op een zodanige manier dat deze vanaf die plek geautomatiseerd kan worden opgehaald en ingelezen, uitsluitend door de aanvra- gende instelling. - Notificeren verzoekende partij dat bericht klaar staat Wanneer het bericht is aangemaakt wordt de aanvrager gemeld dat het klaar- staat. De aanvrager kan het bericht vervolgens ophalen bij de instelling. Dat proces is beschreven in de use case Import overdrachtsdossier-AAA. - Ophalen bericht door aanvrager De aanvrager van de export van het overdrachtsdossier haalt het bericht op met behulp van een voorziening die daarvoor bij de leverende instelling is ingericht. Resultaat Het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer staat klaar zodat deze geïm- porteerd kan worden door een andere Triple A-instelling. Frequentie 1 keer per deelnemer die vertrekt naar een andere Triple A- instelling. Opmerkingen De exacte gegevenssets van de kernregistratie die in aanmerking komen voor export dienen nog gedefinieerd te worden. Werkopdrachten Geen.
  • 204.
    44 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Activiteitendiagram Functies - Initiëren export overdrachtsdossier-AAA - Maak bericht-AAA
  • 205.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 45 VERSTREKKEN BEGELEIDINGSDOSSIER(-ITEMS) Vanaf dit punt vervalt het onderscheidtussen CUP en AAA situatie. Uitwisseling van begeleidingsdossier(gegevens) is altijd tussen instellingen onderling en alleen met uitdrukkelijke toestemming vande deelnemer. Als een externe partij aangeeft gegevens uit het begeleidingsdossier van een deel- nemer te willen ontvangen, moet de deelnemer/verzorger daar toestemming voor verlenen. Vervolgens worden de gegevens verstrekt. Use case Een externe partij geeft te kennen informatie te willen ontvangen uit het begelei- dingsdossier van de deelnemer. Aanleiding - Door een externe partij worden (delen van) het begeleidingsdossier van een deel- nemer opgevraagd. Actoren - Deelnemer/Ouder (in verband met toestemming) - Externe partij (Vervolgopleiding, gemeente etcetera) - Interne partij (Medewerker) Doel Verschaffen van het begeleidingsdossier aan externe partijen. Beschrijving acties - Registreren van het verzoek tot verstrekking van (items uit het) begeleidings- dossier Een andere instelling doet een verzoek (eventueel via een selfservice-functie) tot het aanleveren van bepaalde items uit het begeleidingsdossier van een bepaalde deelnemer. De aanvrager (inclusief e-mailadres), de aanvragende instelling en de betreffende deelnemer worden vastgelegd. - Verwerken verzoek (aanvinken van benodigde items) Vervolgens wordt vastgesteld welke items uit het begeleidingsdossier gewenst zijn. Hierbij kan worden gekozen uit een vaste set itemgroepen, waaronder ook de zorggegevens. In het geval van een selfservice mogelijkheid kan de aanvrager zelf de gewenste itemgroepen selecteren, in de andere gevallen interpreteert de instelling de vraag en selecteert de van toepassing zijnde itemgroepen.
  • 206.
    46 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS - Inzage en accordering door deelnemer Nadat een verzoek is ingediend, wordt de deelnemer daarvan op de hoogte gesteld. De deelnemer heeft vervolgens inzage in de gevraagde itemgroepen, en de aanvragende instelling. De deelnemer kan het verzoek accorderen, waarbij hij per itemgroep toestemming kan geven voor de uitwisseling van die gegevens. - Aanmaken van het bericht Afhankelijk van de verzoekende instelling wordt een uitwissellingsbericht of een leesbaar bericht aangemaakt. Dit bericht bevat een index met de geselecteerde itemgroepen, met in elke groep een lijst met items. Deze items kunnen bestaan uit een aantal informatievelden en een gekoppeld document. De gekoppelde docu- menten zijn als een bijlage aan het bericht gekoppeld. In het geval van een Triple A-instelling is dit een XML-bericht dat geautomatiseerd kan worden ingelezen. In het geval van een niet-Triple A-instelling, zal het een leesbare index zijn met een bijbehorende set documenten. - Notificeren verzoekende partij dat bestand klaar staat Wanneer het bericht is aangemaakt wordt de aanvrager gemeld dat het klaar- staat. De aanvrager kan het bericht vervolgens ophalen bij de instelling. Resultaat De relevante begeleidingsgegevens staan klaar om op een BEVEILIGDE manier te kunnen worden gedownload. Frequentie Voor verbintenis 0 tot ca 2/3 keer. Na verbintenis incidenteel (0 tot 1 keer per jaar). Werkopdrachten Geen.
  • 207.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 47 Activiteitendiagram Functies - Vastleggen exportverzoek Begeleidingsdossier - Accordering exportverzoek Begeleidingsdossier - Maak bericht Begeleidingsdossier - Ophalen bericht Begeleidingsdossier
  • 208.
    48 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS VERWERVEN BEGELEIDINGSDOSSIER(-ITEMS) Vanuit het aanmeldingsformulier, intakegesprek en/of tijdens begeleiding kan blij- ken dat het noodzakelijk is aanvullende gegevens van een deelnemer op te vragen bij een externe partij. Hiertoe moet een verzoek tot het verstrekken van zorg- gegevens aan een externe partij worden gericht en indien nodig de toestemming van deelnemer of zijn/haar verzorger. Bij ontvangst van de zorggegevens moeten deze geschikt worden gemaakt voor intern gebruik. Use case Vanuit het aanmeldingsformulier, intakegesprek(ken) en/of tijdens de begeleiding blijkt dat het noodzakelijk is om aanvullende gegevens op te vragen bij een externe partij. Actoren - Deelnemer/Ouders - Externe partij • Vb. docenten/decanen/mentoren van toeleverende scholen • Vb. begeleiders van hulpverleningsorganisaties • Vb. leerplicht - Interne partij (dossierbeheerders) • Vb. intakers - trajectbegeleiders ROC - AOC • Vb. medewerkers deelnemersadministratie Doel Het verwerven van items voor het begeleidingsdossier van externe partijen (voor- namelijk andere instellingen). Beschrijving acties - Verzoek tot verstrekken van gegevens aan andere instelling De instelling doet een verzoek aan een andere instelling tot het verstrekken van bepaalde items uit het begeleidingsdossier van een bepaalde deelnemer. Als gevolg van dit verzoek zal de andere instelling een bericht klaarzetten, waarin het gevraagde deel van het begeleidingsdossier is opgenomen. Zodra het bericht klaarstaat zal dit (waarschijnlijk) worden gemeld aan de aanvragende instelling. - Ophalen klaargezette bestand Afhankelijk van de voorzieningen bij de andere instelling kan het bericht daar wor- den opgehaald of wordt het per email verzonden.
  • 209.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 49 - Verwerken bericht met begeleidingsdossier(items). Dit kan op twee manieren plaatsvinden, afhankelijk of het een andere Triple A-instelling betreft of niet. • Triple A-formaat: In dit geval kan het bericht automatisch worden ingelezen en wordt het begeleidingsdossier van de betreffende deelnemer aangevuld met de gegevens en documenten in het aangeleverde dossier. • Non Triple A-formaat: In dit geval wordt het bericht handmatig verwerkt. Een medewerker analyseert de inhoud van het bericht ik besluit welke gegevens op welke wijze worden verwerkt in het begeleidingsdossier. Het beheren van het begeleidingsdossier maakt onderdeel van de Begeleiding en is hier buiten scope. Resultaat - Begeleidingsdossier van de deelnemer is aangevuld met de extern verkregen items. Frequentie Voor verbintenis 0 tot ca 2/3 keer. Na verbintenis incidenteel (0 tot 1 keer per jaar). Werkopdrachten
  • 210.
    50 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Activiteitendiagram Functies - Inlezen Bericht Begeleidingsdossier - Verwerken Bericht Begeleidingsdossier
  • 211.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 51 FUNCTIES MAAK BERICHT Ondersteunt use cases - Use Case: Import overdrachtsdossier • Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier (Verzoek dossieroverzicht bericht en Verzoek dossier bericht) - Use Case: Export overdrachtsdossier • Activiteit: Maak CUP bericht uit KRD (Dossierbericht) - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP • Activiteit: Maak bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht) • Activiteit: Maak bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier bericht) - Use Case: Tonen overdrachtsdossier • Activiteit: Maak bericht (Verzoek overdrachtsdossier bericht) • Activiteit: Maak bericht (Verzoek dossier in PDF formaat bericht) - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP • Activiteit: Maak bericht (Plaatsingsbericht) - Use Case: Opvragen berichten CUP • Activiteit: Maak bericht (Verzoek klaarstaande berichten) Doel Een bericht aanmaken dat verstuurd kan worden naar het CUP. Functiesoort - Niet-interactief Korte beschrijving Op basis van het onderwijsnummer van een deelnemer en het soort bericht wordt er een bericht gemaakt dat verzonden kan worden naar het CUP. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer - Onderwijsnummer van de deelnemers waarvoor bericht aangemaakt moet worden - Aanduiding van type bericht dat moet worden aangemaakt • Plaatsingsbericht
  • 212.
    52 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS • Dossierbericht • Verzoek dossier bericht • Verzoek export dossier oude school bericht • Verzoek dossier in PDF-formaat bericht • Verzoek dossier-overzicht bericht • Verzoek klaarstaande berichten bericht • Verzoek verwijderen overdrachtsdossier - Afhankelijk van het soort bericht een aantal aanvullende gegevens, zoals de iden- tificatie van het gewenste overdrachtsdossier. Uitvoer - Bericht dat naar het CUP kan worden verzonden. Proces 1. De standaardgegevens voor een bericht aan het CUP worden bepaald. • Afzender (identificatie van de school) • Geadresseerde (identificatie van het CUP) • Identificatie van het berichttype • Versie van de gebruikte berichtdefinitie • Uniek referentienummer • Datum en tijd informatie 2. De voor het bericht benodigde gegevens worden geselecteerd uit de kernregis- tratie. Afhankelijk van het bericht worden de voor dat bericht relevante gegevens geselecteerd: Plaatsingsbericht - Identificatie van de school (BRIN-code) - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer) - Identificatie van de opleiding(en) (Nu nog de CFI-Elementcode van de opleidings- richting, in de toekomst wellicht het verbintenisgebied) Dossierbericht - Het volledige leerdossier, bestaand uit basisgegevens, schoolloopbaan, leerresul- taten, begeleiding, stage en overige gegevens - De data van aanvang en einde van de bezwaarperiode - Een digitale handtekening Verzoek dossier bericht - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer)
  • 213.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 53 - Identificatie van het gewenste leerdossier (dossiernummer). Dit is optioneel, als dit niet gespecificeerd is wordt het meeste recente dossier gevraagd - Aanduiding van de gewenste status van het leerdossier (definitief, voorlopig of willekeurig) Verzoek export dossier oude school bericht - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer) Verzoek dossier in PDF-formaat bericht - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer) - Identificatie van het gewenste leerdossier (dossiernummer). Dit is optioneel, als dit niet gespecificeerd is wordt het meeste recente dossier gevraagd - Aanduiding van de gewenste status van het leerdossier (definitief, voorlopig of willekeurig) Verzoek dossier-overzicht bericht - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer) Verzoek klaarstaande berichten bericht - Aanduiding van de gewenste status van de berichten (alleen nieuw of alle) Verzoek verwijderen overdrachtsdossier - Identificatie van de deelnemer (Onderwijsnummer) - Identificatie van het leerdossier dat dient te worden verwijder(dossiernummer) 3. De geselecteerde gegevens worden gestructureerd conform het afgesproken berichtformaat met het CUP 4. Het bericht wordt klaargezet voor verzending middels de functie Verzend bericht Gegevens Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).
  • 214.
    54 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS VERZEND BERICHT Ondersteunt use cases - Use Case: Import overdrachtsdossier • Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier (Verzoek dossieroverzicht bericht en Verzoek dossier bericht) - Use Case: Export overdrachtsdossier • Activiteit: Verzen bericht CUP (Dossierbericht) - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP • Activiteit: Verzend bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht) • Activiteit: Verzend bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier bericht) - Use Case: Tonen overdrachtsdossier • Activiteit: Verzend bericht (Verzoek dossier-overzicht bericht) • Activiteit: Verzend bericht (Verzoek dossier in PDF-formaat bericht) - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP • Activiteit: Verzend bericht (Plaatsingsbericht) - Use Case: Opvragen berichten CUP • Activiteit: Verzend bericht (Verzoek klaarstaande berichten) Doel Het daadwerkelijk verzenden van een bericht naar het CUP, nadat het is aange- maakt in de functie Maak bericht. Functiesoort - Niet-interactief Korte beschrijving - In de functie Maak bericht is een bericht aangemaakt voor het CUP - Er wordt verbinding gemaakt met het CUP en het bericht wordt verzonden. - Er wordt een ontvangstbevestiging ontvangen van het CUP. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer - Bericht dat is aangemaakt door de functie Maak bericht-CUP. Dit is een van de volgende typen berichten.
  • 215.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 55 • Plaatsingsbericht • Dossier bericht • Verzoek import bericht • Verzoek export dossier oude school bericht • Verzoek dossier in PDF-formaat bericht • Verzoek dossier-overzicht bericht • Verzoek klaarstaande berichten bericht • Verzoek verwijderen overdrachtsdossier Uitvoer - Ontvangstbevestiging van het CUP • Indien succesvol: ontvangstbevestiging • Indien niet succesvol: vastleggen foutmelding in een logbestand Proces Deze functie wordt gestart, zodra er een bericht is aangemaakt door de functie Maak bericht. 1. Het aangemaakte bericht wordt aangeboden aan het CUP, door een service van het CUP aan te roepen. 2. Er wordt gewacht totdat het CUP een bevestigingsbericht terugstuurt, middels de functie Ontvang bericht • Als er een bevestigingsbericht wordt ontvangen is er geen actie nodig • Als er binnen een bepaalde periode geen bevestigingsbericht wordt ontvangen, of er wordt een foutbericht ontvangen, dan wordt dit gelogd zodat er actie op kan worden ondernomen Gegevens Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl). ONTVANG BERICHT Ondersteunt use cases - Use Case: Import overdrachtsdossier • Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier (Dossieroverzicht bericht) • Activiteit: Ontvang bericht CUP (Dossier bericht) - Use Case: Export overdrachtsdossier • Activiteit: Verzend bericht CUP (Bevestigingsbericht)
  • 216.
    56 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP • Activiteit: Ontvang bericht (Dossieroverzicht bericht) • Activiteit: Ontvang bericht (Bevestigingsbericht) - Use Case: Tonen overdrachtsdossier • Activiteit: Ontvang bericht (Dossieroverzicht bericht) • Activiteit: Ontvang bericht (Dossier in PDF-formaat bericht) - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP • Activiteit: Ontvang bericht (Bevestigingsbericht) - Use Case: Opvragen berichten CUP • Activiteit: Ontvang bericht (Klaarstaande berichten) Doel Het naar aanleiding van een verzonden verzoek ontvangen van een bericht van het CUP. Het initiatief gaat altijd uit van de instelling, dus er wordt alleen een bericht ontvangen in reactie op een verzoek van de instelling. Functiesoort - Niet-interactief. Korte beschrijving Middels de functie Verzend bericht is er een verzoek gedaan aan het CUP. Als reac- tie op dat verzoek wordt een antwoord verstuurd door het CUP. Afhankelijk van het type verzoek is dit een van de volgende berichten. - Bevestigingsbericht - Foutmeldingsbericht - Dossier bericht - Dossier in PDF-formaat bericht - Dossier-overzicht bericht - Klaarstaande berichten bericht Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer Geen. uitvoer Een van het CUP ontvangen bericht
  • 217.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 57 Proces De functie wordt gestart nadat middels de functie Verzend bericht een bericht is verzonden aan het CUP, waarop een antwoord wordt verwacht. - Naar aanleiding van een Plaatsingsbericht, Dossierbericht, Verzoek export dossier oude school bericht en Verzoek verwijderen overdrachtsdossier wordt een Bevesti- gingsbericht ontvangen - Naar aanleiding van een Verzoek dossierbericht wordt een Dossierbericht (in XML) ontvangen - Naar aanleiding van een Verzoek dossier in pdf-formaat bericht wordt een Dos- sierbericht (in PDF) ontvangen - Naar aanleiding van een Verzoek dossier-overzicht bericht wordt een dossier- overzicht ontvangen - Naar aanleiding van een Verzoek klaarstaande berichten bericht wordt een Klaar- staande berichten bericht ontvangen 1. Het bericht wordt ontvangen van het CUP, als reactie (respons) op de service waarmee een bericht is verzonden. 2. Het bericht wordt opgeslagen zodanig dat het kan worden verwerkt. 3. De functie Verwerk bericht wordt aangeroepen zodat het bericht wordt verwerkt. Gegevens Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl). SELECTEREN GEWENSTE DOSSIERS Ondersteunt use cases - Use Case: Import overdrachtsdossier • Activiteit: Initiëren import overdrachtsdossier - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP • Activiteit: Selecteren gewenste dossiers - Use Case: Tonen overdrachtsdossier • Activiteit: Selecteren gewenste dossiers
  • 218.
    58 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Doel Het maken van een keuze uit de beschikbare dossiers van een bepaalde deelnemer, ten behoeve van daarop volgende acties (zoals het importeren, verwijderen of tonen van een dossier. Functiesoort - Interactief. Korte beschrijving - Nadat van het CUP een overzicht van beschikbare dossier van een bepaalde deel- nemer is ontvangen, wordt dit overzicht getoond. - Uit het getoonde overzicht kan één bepaald dossier worden geselecteerd - Voor het betreffende dossier wordt de vervolgactie gestart (importeren, verwijde- ren of tonen) Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Van een deelnemer zijn alle beschikbare overdrachtsdossiers opgevraagd bij het CUP. Interface-elementen: - Een beperkt aantal kenmerken van de deelnemer worden getoond, alleen ter informatie (1) - Van deze deelnemers wordt de lijst van beschikbare overdrachtsdossiers getoond, bestaande uit een dossiernummer, de datum waarop het dossier aan het CUP is aangeboden, en de naam van de instelling waar het dossier van afkomstig is (2) - Elke dossier bevat een mogelijkheid om dat dossier te selecteren (3) - Er is een mogelijkheid om voor het geselecteerde dossier de bijbehorende actie te starten. Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 3: - Er kan slechts één dossier worden geselecteerd Controles bij interface-element 4: - Er moet (minstens) één dossier geselecteerd zijn Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element 2: - Sorteren: De initiële sortering is op dossiernummer, dit kan worden gewijzigd naar datum of instelling
  • 219.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 59 - Filteren: Er kan worden gefilterd op datum of instelling waar het dossier van afkomstig is Acties bij interface-element 3: - Initieel is het meest recente dossier geselecteerd. Er kan een andere dossier wor- den geselecteerd. De selectie van het eerdere dossier vervalt dan. Acties bij interface-element 4: - Eén van de volgende acties kan worden gestart, afhankelijk van de context waarin de functie is gestart: • Starten van de import van het betreffende dossier (functie Maak bericht (Ver- zoek dossierbericht)) • Starten van het verwijderen van het betreffende dossier (functie Maak bericht (Verzoek verwijderen overdrachtsdossier)) • Starten van het als PDF-tonen van het betreffende dossier (functie Maak bericht (Verzoek dossier in PDF-formaat)) Gegevens - Beschikbare dossier per deelnemer - Voor de verschillende berichtdefinities, zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl). VERWERK BERICHT Ondersteunt use cases - Use Case: Import overdrachtsdossier • Activiteit: Verwerk bericht in KRD (Dossierbericht) - Use Case: Export overdrachtsdossier • Activiteit: Verzend bericht CUP (Bevestigingsbericht) - Use Case: Verwijderen overdrachtsdossier van CUP • Activiteit: Verwerk bericht (Bevestigingsbericht) - Use Case: Tonen overdrachtsdossier • Activiteit: Verwerk bericht (Dossier-overzicht bericht) • Activiteit: Verwerk bericht (Dossier in PDF-formaat bericht)
  • 220.
    60 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS - Use Case: Verzenden plaatsingsbericht CUP • Activiteit: Verwerk bericht (Bevestigingsbericht) - Use Case: Opvragen berichten CUP • Activiteit: Verwerk bericht (Klaarstaande berichten) Doel Het verwerken van een ontvangen bericht, bijvoorbeeld door de inhoud van het bericht te verwerken in de kernregistratie. Functiesoort - Niet-interactief Korte beschrijving Nadat een bericht is ontvangen van het CUP moet dit verwerkt worden. De verwer- king bestaat uit het verwerken van de gegevens in het bericht in de kernregistratie deelnemers en/of het klaarzetten van gegevens uit het bericht voor de volgende stap in de verwerking. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer Een ontvangen bericht. Uitvoer Afhankelijk van het type bericht één van de onderstaande: - Bijgewerkte gegevens in de kernregistratie - Vastgelegd dossier in bestandsvorm (PDF) - Vastgelegde foutmelding (in logbestand) - (Tijdelijke) Geregistreerd overzicht met dossiers - (Tijdelijke) Geregistreerd overzicht met berichten Proces De verwerking start als middels de functie Ontvang bericht een bericht is ontvangen van het CUP. 1. Het bericht wordt gecontroleerd, en er wordt vastgesteld om welk type bericht het gaat 2. Afhankelijk van het type bericht wordt de bijbehorende actie uitgevoerd.
  • 221.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 61 - Bevestigingsbericht • In de registratie van verzonden berichten wordt aangegeven dat het bericht (waaraan in het bevestigingsbericht wordt gerefereerd) is bevestigd. - Foutmeldingsbericht • In de registratie van verzonden berichten wordt aangegeven dat het bericht (waaraan in het foutbericht wordt gerefereerd) niet is bevestigd. • Er wordt een melding gemaakt in een logbestand - Dossier bericht • De inhoud van het dossier wordt verwerkt in de kernregistratie deelnemers • De identificerende gegevens van het dossier (dossiernummer) en datum/tijd van de verwerking worden gerigistreerd, zodat kan worden vastgesteld welk(e) versie(s) van dossier(s) van een bepaalde deelnemer zijn verwerkt in de kernre- gistratie - Dossier in pdf-formaat • Het PDF-bestand wordt uit het bericht gehaald • Het PDF-bestand wordt tijdelijk opgeslagen zodat het kan worden opgepakt door de functie Tonen overdrachtsdossier als PDF - Dossier-overzicht De lijst van beschikbare dossiers wordt geregistreerd, zodat deze kan worden ge- toond door de functie Selecteren gewenste dossiers - Klaarstaande berichten • De lijst met beschikbare berichten wordt geregistreerd, zodat deze kan worden getoond door de functie Tonen berichten CUP Gegevens Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl). Opmerking Het verwerken van berichten vindt altijd plaats per bericht. Berichten zonder dos- sier worden verwerkt in een log. Bij het verwerken van een individueel bericht, dat niet ontstaan is uit een batch-opdracht, is het wenselijk om een melding van een ‘bericht zonder een dossier’ te verwerken tot een melding op het scherm.
  • 222.
    62 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS SAMENSTELLEN LIJST DEELNEMERNUMMERS Ondersteunt use cases - Use case: Import overdrachtsdossier - Use case: Export overdrachtsdossier Doel Maken van een lijst van deelnemernummers waarop een batch-actie moet worden uitgevoerd. Functiesoort - Interactief. Korte beschrijving Dit is een interactieve functie waarmee één of meerdere deelnemers kunnen wor- den geselecteerd. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Het scherm bestaat uit de volgende drie onderdelen. - Zoeken en tonen deelnemer(s) (1) • Er kunnen een aantal zoekcriteria worden opgegeven (Onderwijsnummer, naam, woonplaats, verbintenisgebied) • Alle deelnemers die aan de zoekcriteria voldoen worden getoond. • Bij elke geselecteerde deelnemer is er de mogelijkheid om deze te markeren voor verwerking - Tonen geselecteerde deelnemers (2) • Elke deelnemer die is in het zoekgedeelte wordt gemarkeerd wordt in deze lijst opgenomen • Bij elke deelnemer is er de mogelijkheid om deze uit de lijst te verwijderen - Starten van de verwerking (3) • Voor elke deelnemer is de lijst van te gemarkeerde deelnemers wordt de ver- volgactie gestart middels een link/button. Controles Geen specifieke interface-controles, anders dan de autorisaties.
  • 223.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 63 Acties Acties bij interface-element 1: - Starten van de zoekacties (de zoekactie wordt op basis van de criteria gestart, en de gevonden deelnemers worden getoond) - Markeren van een deelnemer(de betreffende deelnemer wordt op het scherm gemarkeerd) - Bevestigen van de markering (alle gemarkeerde deelnemers worden overgebracht naar de lijst met gemarkeerde deelnemers (interface-element 2) Acties bij interface-element 2: - Verwijderen van een deelnemer uit de lijst met gemarkeerde deelnemers Acties bij interface-element 3: - Starten van de activiteit. De vervolgactie wordt gestart voor elke markeerde deelnemer die in de lijst met gemarkeerde deelnemers (interface-element 2) voorkomt. Gegevens Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl). KENNISGEVING DEELNEMER EXPORT OVERDRACHTSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Exporteren overdrachtsdossier • Activiteit: Verzend Bericht-CUP Doel Als er een export van het overdrachtsdossier naar CUP is gegaan wordt de deelne- mer geïnformeerd over het feit dat zijn overdrachtsdossier is verzonden. Functiesoort - Niet-interactief Korte beschrijving - Er wordt een bericht aan de deelnemer gestuurd • Dit bericht wordt indien mogelijk per email aan de deelnemer verzonden • Als elektronisch verzenden niet mogelijk is, dan wordt een brief afgedrukt zodat deze per post kan worden verzonden.
  • 224.
    64 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer geen Uitvoer - Bericht aan de deelnemer dat er een overdrachtsdossier export is gedaan Proces Het proces start naar aanleiding van het feit dat een overdrachtsdossier is ver- stuurd aan het CUP. Zodra er een Bevestigingsbericht van het CUP is ontvangen wordt de brief aangemaakt en verzonden. 1. Aanmaken van de tekst aan de deelnemer. Hierin wordt het volgende vermeld: • De mededeling dat het overdrachtsdossier is verstrekt aan het CUP, en op welke datum • Waar/hoe het overdrachtsdossier is in te zien (op het CUP, en als dat niet moge- lijk is bij de school) • De procedure om bezwaar te maken • De duur van de bezwaarperiode 2. Verzenden van de tekst aan de deelnemer • Verzending bij voorkeur per email, als het e-mailadres van de deelnemer bij de instelling bekend is • Als dat niet mogelijk is wordt een brief afgedrukt die kan worden verzonden per post Gegevens De data m.b.t. de bezwaarperiode worden afgeleid uit de data die in het bevesti- gingsbericht zijn opgenomen. Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl). TONEN OVERDRACHTSDOSSIER ALS PDF Een bepaald dossier is opgehaald van het CUP in PDF-formaat. Met deze functie kan dat dossier worden getoond in PDF-formaat en eventueel worden afgedrukt. Deze functie wordt gestart direct na het opvragen van het PDF-dossier van het CUP, of direct vanuit een scherm met deelnemergegevens in de kernregistratie.
  • 225.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 65 De deelnemer hoeft dus niet meer te worden geselecteerd. Het PDF-bestand is al middels de functie Verwerk Bericht klaargezet. Ondersteunt use cases - Use Case: Tonen overdrachtsdossier Doel Het tonen van een van CUP ontvangen PDF met het overdrachtsdossier als inhoud. Functiesoort - Interactief. Korte beschrijving Gebruikersinterface Als deze functies wordt gestart, is de deelnemer al geselecteerd en het dossier is al in PDF-formaat beschikbaar. De gebruikersinterface betreft een scherm waarop het dossier in PDF-formaat wordt getoond en eventueel kan worden afgedrukt. Interface-elementen: - Tonen van het dossier in PDF-formaat (1) - Afdrukken van het dossier in PDF-formaat (2) Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 1 en 2: - Er dient een PDF dossier van de betreffende deelnemer beschikbaar te zijn Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element 2: - Afdrukken van het PDF-dossier Gegevens Dossier in PDF-formaat conform de ELD-gegevensset. Zie gegevensset en Functio- neel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl).
  • 226.
    66 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS TONEN BERICHTEN CUP Ondersteunt use cases - Use Case: Opvragen berichten CUP • Activiteit: Berichten tonen • Activiteit: Berichten afhandelen Doel Als er een bericht met klaarstaande berichten van het CUP is ontvangen, worden deze berichten getoond en kan de bijpassende actie worden ondernomen. Dit bete- kent dat de functies behorende bij de Use Cases Import overdrachtsdossier, Export overdrachtsdossier of Verwijderen overdrachtsdossier van CUP kunnen worden gestart. Functiesoort - Interactief. Korte beschrijving Er is een bericht Klaarstaande berichten van het CUP ontvangen. Deze functie toont deze berichten en geeft de gebruiker de mogelijkheid de bijbehorende actie te starten. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Middels de functie Verwerk Bericht (Klaarstaande bericht) zijn de klaarstaande berichten die van het CUP zijn ontvangen, ingelezen. Deze functie biedt een scherm waarop deze klaargezette berichten kunnen worden getoond en de bijbehorende actie (indien nodig en gewenst) kan worden gestart. Interface-elementen: - De door het CUP klaargezette berichten (de inhoud van de postbus) wordt in een overzicht getoond (1) - Indien gewenst kan elk bericht in meer detail getoond worden (2) - De bij het bericht behorende actie kan worden gestart (3) Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 3. - Alleen de bij het type bericht behorende actie kan worden gestart.
  • 227.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 67 Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element 3 - Wanneer het een bericht betreft m.b.t. de aanwezigheid van een dossier, waarvoor door deze instelling een bericht Verzoek export dossier oude school is gedaan, dan kan de import van dat dossier worden gestart. - Wanneer het een bericht betreft m.b.t. een Verzoek export oude dossier oude school van een andere school, dan kan de export van dat dossier worden gestart. - Wanneer het een bericht betreft, waarin het schakelpunt verzoek een bepaald dossier te verwijderen, dan kan het verwijderen van een overdrachtsdossier wor- den gestart Gegevens Zie gegevensset en Functioneel Ontwerp ELD, versie 1.0, 18 mei 2007 (www.eldvo.nl). VASTLEGGEN EXPORTVERZOEK OVERDRACHTSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Export overdrachtsdossier-AAA • Activiteit: Identificatie verzoek(er) • Activiteit: Vaststellen Deelnemer • Activiteit: Indienen exportverzoek overdrachtsdossier-AAA • Activiteit: Verzenden notificatie verzoek aan Deelnemer Doel Het verwerken van het verzoek van een andere Triple A-instelling om het over- drachtsdossier van een deelnemer beschikbaar te stellen. Functiesoort - Interactief. Korte beschrijving Een andere Triple A-instelling doet een verzoek om het overdrachtsdossier van een deelnemer beschikbaar te stellen. De identiteit van de verzoeker moet vastgelegd zijn/worden (in een gekoppeld up to date CRM-systeem). Het verzoek kan gericht zijn aan een administratief medewerker die vervolgens het verzoek afhandelt (zo nodig worden de gegevens van de verzoeker vastgelegd). Het verzoek kan ook door de andere instelling door een geautoriseerd self-service systeem direct ingevoerd worden (als de identiteit van de verzoeker al vaststaat). Van het verzoek wordt vastgelegd:
  • 228.
    68 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS - de gegevens van de betreffende andere Triple A-instelling - in ieder geval moet bekend zijn het e-mailadres waar de notificatie naar toe ge- zonden kan worden. - het sleutelgegeven van de deelnemer waarover het verzoek gaat Als het verzoek is vastgelegd krijgt de deelnemer een berichtje dat er een verzoek tot export van zijn overdrachtsdossier is gedaan, en dat hij (of ouder/verzorger) dit verzoek moet accorderen. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface - Identificatie verzoeker • Indien de administratief medewerker het verzoek afhandelt: ! Scherm om gegevens verzoekende externe partij op te roepen vanuit CRM. (1) ! Relevante bekende gegevens worden getoond • Indien externe partij verzoek doet via self-service systeem: ! Externe partij logt in (2) - Identificatie betreffende deelnemer • Sleutelveld kan ingevuld worden (3) • Scherm met deelnemergegevens wordt getoond - Vastleggen inhoud verzoek (4) • Datum Verzoek • Reden Verzoek • Vastleggen gegevens / Verzoek bevestigen Controles Controles bij interface element 1: - Verzoeker moet als relatie (in CRM) bekend zijn - E-mailadres is verplicht Controles bij interface element 2: - Inlogautorisatie Controles bij interface element 3: - Deelnemer moet bekend zijn Controles bij interface element 4: - geen
  • 229.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 69 Acties Acties bij interface element 1: - Selectie identiteit verzoeker uit CRM-systeem - Indien verzoeker niet aanwezig aparte functionaliteit activeren om gegevens ver- zoeker in CRM-systeem te brengen. Acties bij interface element 2: - Inloggen verzoeker in self-service systeem. Check of identiteit van verzoeker bekend is. Acties bij interface element 3: - Invoer deelnemersleutel - Tonen inhoud van het overdrachtsdossier van de betreffende deelnemer Acties bij interface element 4: - Bevestigen Invoer - Bericht zenden aan deelnemer Gegevens Gegevensset: Identificatie verzoeker Attributen: - Gebruikersnaam - Wachtwoord - Naam Verzoeker - Naam Instelling Gegevensset: Verzoek Attributen: - ID-verzoek - ID-aanvrager - Deelnemersleutel - Datum verzoek - Reden van het verzoek - Gemarkeerde itemgroepen begeleidingsdossier Gegevensset: Relatie Dit betreft een relatie in het relatiebeheersysteem/CRM Voor deze set zijn de volgende Attributen relevant: - ID-relatie - Naam instelling - E-mailadres
  • 230.
    70 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS OPHALEN BERICHT OVERDRACHTSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Export overdrachtsdossier-AAA • Activiteit: Importeren overdrachtsdossier-AAA Doel Een andere Triple A-instelling de mogelijkheid bieden om het door hem aange- vraagd overdrachtsdossier op te halen. Functiesoort - Interactief. Korte beschrijving Een andere Triple A-instelling heeft een overdrachtsdossier van een bepaalde deelnemer aangevraagd. Zodra dit dossier daadwerkelijk is klaargezet (middels de functie maak bericht-AAA) dan heeft de aanvragende instelling daar een notificatie van gekregen. Middels deze functie kan de aanvragende instelling het bericht daad- werkelijk ophalen. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Dit is een download functie of -site waarop aanvragers van een andere Triple A- instelling een klaarstaand overdrachtsdossier kunnen ophalen. Functionaliteit: - Inloggen op de download site (1) Dit is een standaard wachtwoordcontrole voor een gebruiker van een andere Triple A-instelling die is geautoriseerd om een overdrachtsdossier aan te vragen en op te halen. - Selecteren klaargezet bestand (2) Er wordt een overzicht gegeven van de bestanden die voor deze gebruiker (vaak de contactpersoon van de gehele instelling of een hele opleiding binnen de instel- ling) klaarstaan. - Autorisatie voor het betreffende bestand (3) Wanneer de gebruiker een bepaald bestand heeft geselecteerd, kan gevraagd worden om een specifieke code ter beveiliging van dat specifieke bestand. Deze code is opge- nomen in de notificatie met m.b.t. dit dossier die de aanvrager heeft ontvangen. - Het ophalen (downloaden) van het bestand (4) Een button of link waardoor het ophalen/downloaden daadwerkelijk wordt gestart.
  • 231.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 71 Controles Controles bij interface-element 1: - Standaard wachtwoordcontrole Controles bij interface-element 3: - Dit is een optionele controle die het mogelijk maakt om een extra code/wacht- woord te koppelen aan een op te halen bestand. Deze code is dan in de notificatie kenbaar gemaakt, en zorgt ervoor dat alleen de gebruiker die de notificatie heeft ontvangen het bestand kan ophalen. Acties Acties bij interface-element 2: - De mogelijkheid om één van de beschikbare dossiers te selecteren en het autori- seren van dit bestand en het ophalen daarvan te starten Acties bij interface-element 4: - De mogelijkheid om het ophalen daadwerkelijk te starten. Het bestand wordt dan overgebracht naar de omgeving van de andere instelling zodat het daar kan wor- den verwerkt zoals beschreven in de use case Import overdrachtsdossier-AAA. Gegevens Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens - Basisgegevens - Schoolloopbaan - Leerresultaten - Begeleiding - Stage - Overige gegevens Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD. VERWERK BERICHT IN KRD-AAA Ondersteunt use cases - Use Case: Importeren overdrachtsdossier-AAA • Activiteit: Controle aanwezigheid gegevensset AAA • Activiteit: Verwerk Bericht in KRD-AAA
  • 232.
    72 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Doel Actualiseren van gegevens in de kernregistratie op basis van de gegevens in een overdrachtsdossier dat middels de functie Ophalen bericht overdrachtsdossier is opgehaald bij een andere Triple A-instelling. Functiesoort Niet-interactief. Korte beschrijving Omdat dit bericht van een andere Triple A-instelling afkomstig is, kan dit bericht au- tomatisch worden verwerkt. Deze functie leest het ontvangen bericht in en verwerkt de daarin aanwezige gegevens op de juiste plek in de kernregistratie. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer - Bericht overdrachtsdossier Uitvoer - Overdrachtsdossier verwerkt in de kernregistratie - Statusoverzicht van de verwerking (foutmelding) Proces - Controle bericht Het ontvangen overdrachtsdossier bericht wordt gecontroleerd op de juiste be- richtstructuur en eventuele consistentieregels. - Verwerken bericht Het bericht wordt verwerkt in de kernregistratie. Velden die in de kernregistra- tie al een waarde hebben worden daarbij niet overschreven, maar vermeld in het statusoverzicht. De gegevens worden verwerkt in de identiteitgegevens, loop- baangegevens en summatieve resultaten van de deelnemer. Gegevens Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens - Basisgegevens - Schoolloopbaan - Leerresultaten - Begeleiding - Stage - Overige gegevens Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD.
  • 233.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 73 TONEN GEGEVENS OVERDRACHTSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Inzage en Accordering overdrachtsdossier door deelnemer • Activiteit: Bekijken inhoud overdrachtsdossier Doel Het tonen van de inhoud van het overdrachtsdossier dat kan worden uitgewisseld met een andere Triple A-instelling, zodat de deelnemer kan beoordelen of hij daar- mee akkoord gaat. Functiesoort - Interactief. Korte beschrijving De deelnemer kan via een self-serviceomgeving of een portaal de inhoud van zijn eigen overdrachtsdossier inzien. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarop voor de deelnemer inzichtelijk is welke informatie zich in zijn eigen overdrachtsdossier bevindt en eventueel uitgewisseld zou kunnen worden met een andere (Triple A-)instelling. User-interface elementen: - Een overzicht van de verschillende onderdelen waaruit zijn overdrachtsdossier bestaat (1) • Basisgegevens (w.o. adres en inschrijving) • Schoolloopbaan • Leerresultaten • Begeleiding • Stage • Overige gegevens Bij elk van deze gegevens is gemarkeerd of deze gegevens daadwerkelijk ook aanwezig zijn, en of zij onderdeel uitmaken van een (eventuele) export van het dossier naar een andere instelling. - Per onderdeel de mogelijkheid om in te zoomen op de detailinformatie, voor zover deze beschikbaar is. (2) Niet elk onderdeel kent een mogelijkheid om de detailinformatie te zien. - Een mogelijkheid om de accorderingsfunctie te starten (3)
  • 234.
    74 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Controles Algemeen - Een deelnemer kan uitsluitend zijn eigen dossier inzien - Mutatie van gegevens is in deze functie niet mogelijk Acties Actie bij user-interface element 1: - Elke onderdeel heeft de mogelijkheid om een optie “Details” te activeren, waar- mee een vervolgscherm met detailinformatie wordt getoond Actie bij user-interface element 3: - De mogelijkheid om het vervolgscherm te starten, waarop de deelnemer zijn ak- koord kan registreren middels de functie Markeren accordering deelnemer Gegevens Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens - Basisgegevens - Schoolloopbaan - Leerresultaten - Begeleiding - Stage - Overige gegevens Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD. MARKEREN ACCORDERING DEELNEMER Ondersteunt use cases - Use Case: Inzage en Accordering overdrachtsdossier door deelnemer - Activiteit: Markeren accordering deelnemer Doel Nadat de deelnemer zijn dossier heeft kunnen bekijken, aangeven of hij met de export daarvan naar een andere (Triple A-) instelling akkoord gaat. Functiesoort - Interactief.
  • 235.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 75 Korte beschrijving Middels de functie Tonen gegevens overdrachtsdossier heeft de deelnemer zijn dos- sier kunnen bekijken. Dit scherm geeft hem de mogelijkheid om akkoord te geven op de export daarvan aan een andere Triple A-instelling. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarop de inhoud van het te exporteren dossier is samengevat (in categorieën), met de mogelijkheid om akkoord te geven op de export. User-interface elementen - Tonen van (een beknopte opsomming van) de inhoud van het overdrachtsdossier en een korte uitleg van het doel van de export daarvan (1) - De mogelijkheid om aan te geven daarmee akkoord te gaan en deze keuze vast te leggen (2) Controles Controles bij user-interface element 1: - De deelnemer moet altijd Tonen gegevens overdrachtsdossier hebben doorlopen voordat de accordering kan plaatsvinden - Er zijn geen mutaties mogelijk Controles bij user-interface element 2: - De keuze om akkoord te gaan staat altijd “uit”, ook als eerder akkoord is gegeven. De deelnemer moet expliciet akkoord geven. Acties Acties bij user-interface element 2: - Aanvinken van het akkoord en opslaan van de keuze. Gegevens Gegevensset: Accordering Gegeven: Accordering Attributen: - ID-Verzoek - Akkoord deelnemer per item j/n - ID-Deelnemer (notificatie)
  • 236.
    76 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS MAAK BERICHT-AAA Ondersteunt use cases - Use Case: Exporteren overdrachtsdossier-AAA • Activiteit: Maak bericht uit overdrachtsdossier-AAA uit KRD • Activiteit: Verstuur notificatie exportbericht aan verzoeker Doel Een bericht met overdrachtsdossier genereren en klaarzetten zodat de aanvragende instelling deze kan ophalen. Functiesoort - Niet-interactief. Korte beschrijving Een export van het overdrachtsdossier van een deelnemer wordt alleen gemaakt naar aanleiding van de aanvraag van een andere Triple A-instelling en vervolgens goedkeuring van de export door de deelnemer. Pas na deze goedkeuring wordt het bericht daadwerkelijk gemaakt en wordt de aanvragende instelling op de hoogte gesteld van het feit dat het bericht klaar staat. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer - Een door de deelnemer geaccordeerd exportverzoek overdrachtsdossier-AAA Uitvoer - Exportbericht overdrachtsdossier-AAA - Signaal aan de verzoeker bij de andere Triple A-instelling dat het bericht klaar staat Proces - Selecteren van de relevante gegevens Alle relevantie gegevens voor het overdrachtsdossier-AAA bericht van de betref- fende deelnemer worden geselecteerd - Aanmaken van het bericht Er wordt een standaard overdrachtsdossier -AAA bericht aangemaakt waarin deze gegevens op een gestructureerde manier zijn opgenomen. Dit bericht is zodanig gestructureerd dat het door elke Triple A-instelling kan worden ingelezen in de eigen kernregistratie.
  • 237.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 77 - Plaatsen bericht op downloadlocatie Het bericht wordt op een locatie neergezet zodat deze kan worden opgehaald door de betreffende andere Triple A-instelling. Dit is adequaat beveiligd zodat alleen de aanvragende instelling de gegevens kan ophalen middels de functie Ophalen bericht overdrachtsdossier - Verzenden notificatie Er wordt een notificatie aan de aanvragende instelling gestuurd waarin staat dat het bericht klaarstaat, en hoe dit kan worden gedownload. Eventueel zijn hier inloggegevens of een speciale code aan toegevoegd ter beveiliging. Gegevens Overdrachtsdossier bestaande uit de volgende categorieën gegevens - Basisgegevens - Schoolloopbaan - Leerresultaten - Begeleiding - Stage - Overige gegevens Deze gegevensset omvat tenminste ook alle gegevens van het ELD. VASTLEGGEN EXPORTVERZOEK BEGELEIDINGSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items) • Activiteit: Identificatie verzoek(er) • Activiteit: Vaststellen Deelnemer • Activiteit: Selecteren Itemgroep(en) Begeleidingsdossier • Activiteit: Notificatie verzoek aan Deelnemer Doel Het verwerken van het verzoek van een externe partij om een set van items uit itemgroepen uit het begeleidingsdossier van een deelnemer beschikbaar te stellen. Functiesoort - Interactief.
  • 238.
    78 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Korte beschrijving Een externe partij doet een verzoek om items uit itemgroepen uit het begeleidings- dossier van een deelnemer beschikbaar te stellen. De identiteit van de verzoeker moet vastgelegd zijn/worden (in een gekoppeld up to date CRM-systeem) Het verzoek kan gericht zijn aan een administratief medewerker die vervolgens het verzoek afhandelt (zo nodig worden de gegevens van de verzoeker vastgelegd). Het verzoek kan ook door de externe partij door een geautoriseerd self-servicesys- teem direct ingevoerd worden (als de identiteit van de verzoeker al vaststaat). Van het verzoek wordt vastgelegd: - De gegevens van de aanvragende partij - In ieder geval moet bekend zijn het e-mailadres waar de notificatie naar toe gezonden kan worden. - Het sleutelgegeven van de deelnemer waarover het verzoek gaat - De selectie van de benodigde itemgroepen uit het begeleidingsdossier. Als het verzoek is vastgelegd krijgt de deelnemer een berichtje dat er een verzoek tot export is en dat hij dit verzoek moet accorderen. Afhankelijk van de leeftijd van de deelnemer: ouders/verzorgers moeten accorderen. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface - Identificatie verzoeker • Indien de administratief medewerker het verzoek afhandelt: ! Scherm om gegevens verzoekende externe partij op te roepen vanuit CRM. (1) ! Relevante bekende gegevens worden getoond • Indien externe partij verzoek doet via self-servicesysteem: ! Externe partij logt in (2) - Identificatie betreffende deelnemer • Sleutelveld kan ingevuld worden (3) • Scherm met deelnemergegevens wordt getoond - Vastleggen inhoud verzoek (4) • Datum Verzoek • Reden Verzoek • Scherm met itemgroepen uit het begeleidingsdossier met per groep aanvink- bare checkbox om itemgroepen te selecteren • Vastleggen gegevens/Verzoek bevestigen
  • 239.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 79 Controles Controles bij interface element 1: - Verzoeker moet als relatie (in CRM) bekend zijn - E-mailadres is verplicht Controles bij interface element 2: - Inlogautorisatie Controles bij interface element 3: - Deelnemerrecord moet bekend zijn Controles bij interface element 4: - Geen Acties Acties bij interface element 1: - Selectie identiteit verzoeker uit CRM-systeem • Indien verzoeker niet aanwezig aparte functionaliteit activeren om gegevens verzoeker in CRM-systeem te brengen. Acties bij interface element 2: - Inloggen verzoeker in self-servicesysteem. Check of identiteit van verzoeker bekend is. Acties bij interface element 3: - Invoer deelnemersleutel - Tonen itemgroepen uit begeleidingsdossier Acties bij interface element 4: - Selecteren van de gewenste items - Invoer overige noodzakelijk velden - Bevestigen Invoer - Bericht zenden aan deelnemer Gegevens Gegevensset: Identificatie verzoeker Attributen: - Gebruikersnaam - Wachtwoord - Naam Verzoeker - Naam Instelling
  • 240.
    80 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Gegevensset: Begeleidingsdossier Gegeven: BegeleidingsItemgroep Attributen: - Titel Itemgroep Gegevensset: Verzoek Attributen: - ID-verzoek - ID-aanvrager - Deelnemersleutel - Datum verzoek - Reden van het verzoek - Gemarkeerde itemgroepen begeleidingsdossier Gegevensset: Relatie Dit betreft een relatie in het relatiebeheersysteem/CRM Voor deze set zijn de volgende Attributen relevant: - ID-relatie - Naam instelling - E-mailadres ACCORDERING EXPORTVERZOEK BEGELEIDINGSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items) • Activiteit: Accorderen export Doel Het verkrijgen van een akkoord van de deelnemer (of ouders/verzorgers) voor het verstrekken van bepaalde items uit het begeleidingsdossier naar een externe partij. Functiesoort Interactief. Korte beschrijving Een verzoek van een externe partij om items uit itemgroepen van het begeleidings- dossier van de deelnemer te verstrekken is kenbaar gemaakt aan de deelnemer. De deelnemer kan via een self-service bij een verzoek per item aangeven of het geëxporteerd mag worden.
  • 241.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 81 Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface - Een overzicht met export verzoeken (1) Er kunnen meerdere exportverzoeken ter accordering aan de deelnemer zijn voor- gelegd. Hiervan wordt een overzicht gegeven. - Overzicht van een specifiek exportverzoek (2) Als de deelnemer een verzoek opent verschijnt een overzicht met items in de reeds door de aanvrager aangevinkte itemgroepen. Hier kan de deelnemer zien om welke gegevens is gevraagd. - Eventueel uitvinken van items (3) De deelnemer kan items die niet geëxporteerd mogen worden uitvinken. (Er kan er ook voor gekozen worden om de deelnemer elk item expliciet te laten aanvin- ken om ze exportabel te maken). - Het accorderingstotaal wordt bevestigd (OK-button) (4) De deelnemer bevestigt zijn keuze, op basis waarvan de daadwerkelijke export van deze gegevens mogelijk is. Controles Algemeen - Een deelnemer kan uitsluitend zijn eigen begeleidingsdossier inzien - Mutatie van gegevens is in deze functie niet mogelijk Acties Actie bij user-interface element 2: - Elke onderdeel heeft de mogelijkheid om een optie “Details” te activeren, waar- mee een vervolgscherm met detailinformatie wordt getoond Gegevens Gegevensset: Accordering Gegeven: Accordering Attributen: - ID-Verzoek - Akkoord deelnemer per item j/n - ID-Deelnemer (notificatie)
  • 242.
    82 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS MAAK BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items) • Activiteit: Maak Bericht Export Begeleidingsdossier • Activiteit: Verstuur Notificatie Exportbericht naar Verzoeker Doel Het samenstellen van het bericht met de door een externe partij opgevraagde set van items uit itemgroepen uit het begeleidingsdossier. Functiesoort - Niet-interactief. Korte beschrijving - Het systeem stelt aan de hand van de uitkomst van de functie Accordering export- verzoek Begeleidingsdossier een bericht samen. - Er wordt een notificatie verzonden naar het e-mailadres dat bij de verzoeker hoort. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer Een door de deelnemer geaccordeerd exportverzoek overdrachtsdossier-AAA, be- staande uit - gegevens verzoeker (e-mailadres) - de geselecteerde items uit begeleidingsdossier Uitvoer - Exportbericht begeleidingsdossier - Signaal (notificatie) aan de verzoeker dat het bericht klaar staat Proces - Selecteren van de relevante gegevens Alle relevante gegevens voor het bericht van de betreffende deelnemer worden geselecteerd, rekening houdend met de gevraagde items die door de deelnemer zijn geaccordeerd - Aanmaken van het bericht Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een Triple A-bericht (dat in dezelfde struc- tuur weer geïmporteerd kan worden) en een niet-Triple A-bericht (dat handmatig behandeld moet kunnen worden).
  • 243.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 83 • Triple A-bericht: ! Van de index wordt een XML-bericht gemaakt ! De aan de index gekoppelde documenten worden als attachment aan het be- richt gekoppeld. • Niet-Triple A-bericht: ! Een gezipt bestand met daarin: - De index in leesbaar formaat. - De bijbehorende documenten (gestructureerd naar de indeling van de index). - Verzenden notificatie Er wordt een notificatie naar het e-mailadres behorende bij de verzoeker gestuurd waarin staat dat het bericht klaarstaat, en hoe dit kan worden gedownload. Even- tueel zijn hier inloggegevens of een speciale code aan toegevoegd ter beveiliging. - Het bericht wordt klaargezet Het bericht wordt op een locatie neergezet zodat deze kan worden opgehaald door de aanvrager. Dit is adequaat beveiligd zodat alleen de aanvragende instelling de gegevens kan ophalen middels de functie Ophalen bericht Begeleidingsdosssier Gegevens Gegevensset: Bericht begeleidingsdossier Gegeven: Identificatie Deelnemer - Burgerservicenummer - NAW-gegevens - etcetera Gegeven: Begeleidingsitem(s) - titel item - item groep - classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens) • zorgitem • leerbeperking • thuissituatie • etcetera - eventueel verwijzing naar set van documenten - eventueel notitie - (eigenaar item)
  • 244.
    84 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Gegevensset: Aanvrager Gegeven: Aanvrager Attributen: - Verwijzing naar bekende relatie (waarin: NAW, naam instellingen etc. beschikbaar is) - E-mailadres - Gebruikersnaam en Wachtwoord voor toegang tot download site OPHALEN BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Verstrekken Begeleidingsdossier(items) • Activiteit: Ophalen exportbericht Doel Ophalen van een bericht Begeleidingsdossier door een andere instelling wat op hun verzoek door ons is klaar gezet. Functiesoort - Interactief Korte beschrijving Er is een verzoek door een andere instelling gedaan voor een Begeleidingsdossier van een bepaalde deelnemer. We hebben een notificatie aan de andere instelling gestuurd dat het bericht Begeleidingsdossier klaar staat. Met deze functie kan de andere instelling dit Begeleidingsdossier bij ons ophalen. Een andere instelling heeft (onderdelen van) het begeleidingsdossier van een bepaalde deelnemer aangevraagd. Zodra het bericht daadwerkelijk is klaargezet (middels de functie Maak bericht Begeleidingsdossier) dan heeft de aanvragende in- stelling daar een notificatie van gekregen. Middels deze functie kan de aanvragende instelling het bericht daadwerkelijk ophalen. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Dit is een download functie of -site waarop aanvragers van andere instellingen een klaarstaand begeleidingsdossier kunnen ophalen.
  • 245.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 85 Functionaliteit: - Inloggen op de download site (1) Dit is een standaard wachtwoordcontrole voor een gebruiker van een andere instel- ling die is geautoriseerd om begeleidingsdossiers aan te vragen en op te halen. - Selecteren klaargezet bestand (2) Er wordt een overzicht gegeven van de bestanden die voor deze gebruiker (vaak de contactpersoon van de gehele instelling of een hele opleiding binnen de instel- ling) klaarstaan. - Autorisatie voor het betreffende bestand (3) Wanneer de gebruiker een bepaald bestand heeft geselecteerd, kan gevraagd worden om een specifieke code ter beveiliging van dat specifieke bestand. Deze code is opgenomen in de notificatie m.b.t. dit dossier die de aanvrager heeft ont- vangen. - Het ophalen (downloaden) van het bestand (4) Een button of link waardoor het ophalen / downloaden daadwerkelijk wordt gestart. Controles Controles bij interface-element 1: - Standaard wachtwoordcontrole Controles bij interface-element 3: - Dit is een optionele controle die het mogelijk maakt om een extra code/wacht- woord te koppelen aan een op te halen bestand. Deze code is dan in de notificatie kenbaar gemaakt, en zorgt ervoor dat alleen de gebruiker die de notificatie heeft ontvangen het bestand kan ophalen. Acties Acties bij interface-element 2: - De mogelijkheid om één van de beschikbare dossiers te selecteren en het autori- seren van dit bestand en het ophalen daarvan te starten Acties bij interface-element 4: - De mogelijkheid om het ophalen daadwerkelijk te starten. Het bestand wordt dan overgebracht naar de omgeving van de andere instelling zodat het daar kan wor- den verwerkt zoals beschreven in de use case Inlezen bericht Begeleidingsdossier.
  • 246.
    86 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Gegevens Gegevensset: Begeleidingsdossier Gegeven: Index begeleidingsitems - titel item - classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens) • zorgitem • leerbeperking • thuissituatie • etcetera - eventueel verwijzing naar set van documenten - eventueel notitie - (eigenaar item) Relatie met: - Documenten (relatie: Documenten bij begeleidingsitem) Gegeven: Documenten Kenmerken: - Meta-data van het document (auteur, datum, type etcetera) - Document zelf Gegevensset: Bericht Begeleidingsdossier Als het een bericht van een andere Triple A-instelling is, dan is het een bericht zoals gedefinieerd in de functie: Maak bericht Begeleidingsdossier INLEZEN BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Verwerven Begeleidingsdossier(items) • Activiteit: Inlezen bericht Begeleidingsdossier Doel Het geautomatiseerd inlezen van een Begeleidingsdossier dat van een andere Triple A-instelling is ontvangen. Functiesoort Niet-interactief
  • 247.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 87 Korte beschrijving Het bericht is afkomstig van een andere Triple A-instelling en is middels de functie Ophalen bericht Begeleidingsdossier opgehaald. Omdat dit bericht van een andere Triple A-instelling afkomstig is, kan dit bericht automatisch worden verwerkt. Deze functie leest het ontvangen bericht in en verwerkt de daarin aanwezige gegevens in het begeleidingsdossier van de betreffende deelnemer. Deze functie betreft het geautomatiseerd inlezen van een bericht Begeleidingsdos- sier dat afkomstig is van een andere Triple A-instelling. In het geval van een bericht afkomstig van een niet-Triple A-instelling wordt het bericht verwerkt middels de functie Verwerken Bericht Begeleidingsdossier. Beschrijving achtergrond verwerking Invoer - Het bericht Begeleidingsdossier zoals opgehaald in de functie Ophalen bericht Begeleidingsdossier Uitvoer - Een aangevulde lijst begeleidingsitems - Documenten en additionele velden toegevoegd aan Begeleidingsdossier - Statusoverzicht van de verwerking Proces - Controle bericht Het ontvangen bericht Begeleidingsdossier wordt gecontroleerd op de juiste be- richtstructuur en eventuele consistentieregels. - Verwerken bericht Het bericht wordt verwerkt in het begeleidingsdossier van de betreffende deel- nemer. Het begeleidingsdossier bestaat uit een aantal begeleidingsdossier-items (zoals zorg, thuissituatie, leerbeperking); elk item bevat een aantal vaste velden en een verzameling documenten. Velden die al een waarde hebben of documenten die al bestaan worden daarbij niet overschreven, maar vermeld in het statusover- zicht. • De index wordt ingelezen in de lijst begeleidingsdossier-items • De gestructureerde informatie (vaste velden bij het betreffende item) wor- den bij het betreffende begeleidingsdossier-item geregistreerd • juiste plaats in het begeleidingsdossier toegevoegd
  • 248.
    88 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Gegevens Gegevensset: Begeleidingsdossier Gegeven: Index begeleidingsitems - titel item - classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens) • zorgitem • leerbeperking • thuissituatie • etcetera - eventueel verwijzing naar set van documenten - eventueel notitie - (eigenaar item) Relatie met: - Documenten (relatie: Documenten bij begeleidingsitem) Gegeven: Documenten Kenmerken: - Meta-data van het document (auteur, datum, type etcetera) - Document zelf Gegevensset: Bericht Begeleidingsdossier Als het een bericht van een andere Triple A-instelling is, dan is het een bericht zoals gedefinieerd in de functie: Maak bericht Begeleidingsdossier VERWERKEN BERICHT BEGELEIDINGSDOSSIER Ondersteunt use cases - Use Case: Verwerven Begeleidingsdossier(items) • Activiteit: Verwerken Bericht Begeleidingsdossier Doel Verwerken van een Begeleidingsdossier dat van een andere niet Triple A instelling is ontvangen. Functiesoort - Interactief.
  • 249.
    DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS 89 Korte beschrijving Het betreft hier een bericht dat niet afkomstig is van een Triple A-instelling, en dus niet automatisch verwerkt kan worden. De gebruiker kan het aangeleverde bericht openen, bekijken en op de door hem gewenste manier verwerken in het Begeleidingsdossier. Deze functie gaat over het bekijken van het bericht en de mogelijkheid om deze gegevens voor verdere ver- werking te gebruiken. Het verwerken van deze informatie in het Begeleidingsdossier zal plaat moeten vinden in de daarvoor bestemde functies. Deze functie betreft het handmatig verwerken van een bericht Begeleidingsdossier dat afkomstig is van een niet-Triple A-instelling. In het geval van een bericht afkom- stig van een Triple A-instelling wordt het bericht verwerkt middels de functie Inle- zen bericht Begeleidingsdossier. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Functionaliteit: - Er wordt een gestructureerd overzicht getoond van de inhoud van het bericht (1) Dit overzicht toont de begeleidingsdossier-items waaruit het dossier is opge- bouwd, zoals zorg, thuissituatie, leerbeperking etc. Deze indeling kan tussen instellingen verschillen. - De inhoud van (een deel van) het begeleidingsdossier wordt getoond (2) De inhoud van een geselecteerd begeleidingsdossier-item wordt getoond, bijvoor- beeld de lijst met documenten in het zorgdossier, of de documenten met betrek- king tot de thuissituatie. Deze documenten kunnen hier ook worden geopend. - Selecteren en overnemen van informatie (3) Een document of een deel van de informatie worden geselecteerd en door middel van een andere functie van het systeem worden opgenomen in het Begeleidings- dossier Controles In de gehele functie mogen geen mutaties gedaan worden. Acties Acties bij interface-element 1: - Een begeleidingsdossier-item kan worden geselecteerd en geopend
  • 250.
    90 DIGITALE OVERDRACHT DEELNEMERGEGEVENS Acties bij interface-element 2: - Een specifiek document kan worden geopend met de bijbehorende (kantoor) applicatie(s). Acties bij interface-element 3: - Een andere functie (onderhouden Begeleidingsdossier) van het systeem wordt parallel opgestart. - De optie om bepaalde gegevens of een heel document over te hevelen van het bericht Begeleidingsdossier naar de functie onderhouden Begeleidingsdossier. Gegevens Gegevensset: Bericht begeleidingsdossier Gegeven: Identificatie Deelnemer - Burgerservicenummer - NAW-gegevens - etc. Gegeven: Begeleidingsitem(s) - titel item - item groep - classificatie (set van aanpasbare classificatiegegevens) • zorgitem • leerbeperking • thuissituatie • etcetera - eventueel verwijzing naar set van documenten - eventueel notitie - (eigenaar item) Gegevensset: Aanvrager Gegeven: Aanvrager Attributen: - Verwijzing naar bekende relatie (waarin: NAW, naam instellingen etc. beschikbaar is) - E-mail-adres - Gebruikersnaam en Wachtwoord voor toegang tot download site
  • 251.
    COLOFON Triple A, Eerstedruk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 252.
    Triple A ontwerp& onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 253.
    EXTERNE VERANTWOORDING 1 FUNCTIONEEL ONTWERP EXTERNE VERANTWOORDING
  • 254.
    2 EXTERNE VERANTWOORDING
  • 255.
    EXTERNE VERANTWOORDING 3 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de externe Externe verantwoording heeft verantwoording. een sterke relatie met de kern- registratie deelnemergegevens. Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder- De kernregistratie bevat immers steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit gegevens die in een instelling kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of moet kunnen uitwisselen in het als één of meer aparte ICT-systemen. kader van externe verantwoording en bekostiging. De mutaties die Beschrijvend en technisch gedeelte moeten worden uitgewisseld met Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte, BRON ontstaan ook in de kernre- waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge- gistratie. Het ligt daarom voor de deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten hand dat de uiteindelijke realisatie staan weergegeven. van de externe verantwoording een uitbreiding op het systeem In het beschrijvende gedeelte wordt u door de belangrijkste ‘delen’ van ons ont- voor de kernregistratie is. werp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uit- gangspunten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar zich de keuzemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen bevinden. Het beschrijvende gedeelte bestaat ook uit twee delen. Ieder deel omvat een apart onderdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van het proces van externe verantwoording. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases. Aan het begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases. In elk deel geven we naast de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun- ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een beschrijving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het perspectief van een gebruiker van het systeem. Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp van de externe verantwoording. Mocht u daarin geïnteresseerd zijn, dan kunt u in het technische gedeelte de ge- detailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat een ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
  • 256.
    4 EXTERNE VERANTWOORDING INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Beschrijvend en technisch gedeelte 3 Beschrijvend gedeelte 5 Deel I: Uitwisseling BRON 6 Uitgangspunten en keuzes 6 De uitwisseling met BRON 7 Het proces van uitwisseling 8 Andere terugkoppelingen 10 Monitoren uitwisseling BRON 11 Deel II: Toelevering verantwoordingsinformatie 12 Uitgangspunten en keuzes 12 Andere toeleveringen van verantwoordingsinformatie 12 Toelevering inburgering 12 Toeleveren opdrachtgevers 13 Toeleveren ad hoc rapportage 13 Technisch gedeelte 15
  • 257.
    EXTERNE VERANTWOORDING 5 BESCHRIJVEND GEDEELTE
  • 258.
    6 EXTERNE VERANTWOORDING DEEL I: UITWISSELING BRON Uitgangspunten en keuzes - De bestaande werkwijze voor de uitwisseling met BRON, gebaseerd op bestands- uitwisseling, wordt in ieder geval ondersteund - Daarnaast wordt een nieuwe werkwijze ondersteund, gebaseerd op berichtuitwis- seling - De instelling houdt zoveel mogelijk controle over de uitwisseling met BRON door middel van filtering van mutaties en monitoring van het proces van uitwisseling
  • 259.
    EXTERNE VERANTWOORDING 7 De uitwisseling met BRON Onder externe verantwoording verstaan we de aanlevering van deelnemerge- gevens, opleidingsgegevens en mogelijk andere gegevens aan derden met een verplichtend karakter. Dit verplichtende karakter kan voortkomen uit wet- en regelgeving maar ook uit andere contractuele en niet-contractuele afspraken zoals bijvoorbeeld specifieke subsidieaanvragen of afspraken met opdrachtgevers. De belangrijkste externe verantwoording die moet plaatsvinden is de uitwisseling met BRON. BRON staat voor Basis Registratie Onderwijs Nummer. Dit is het basis- registratiesysteem bij de IB-Groep, waarin gegevens van de deelnemers in het VO en MBO worden opgeslagen. Deze gegevens worden door de overheid en IB-groep gebruikt om de bekostiging (inclusief subsidies) en studiefinanciering te bepalen. De onderwijsinstelling is verplicht minimaal een keer per twee weken gegevens uit te wisselen met BRON. Huidige situatie en toekomstige ontwikkelingen Kenmerkend voor de manier waarop nu met BRON wordt uitgewisseld is dat mu- taties in de vorm van een mutatiebestand worden aangeleverd. Deze wordt door BRON gecontroleerd en verwerkt, en middels een terugkoppelbestand aan de instel- ling teruggemeld. Net als het mutatiebestand bevat ook het terugkoppelbestand informatie over een (mogelijk groot) aantal mutaties. In de toekomst wordt een continu uitwisselingsproces voorzien waarbij iedere mu- tatie als apart bericht met BRON kan worden uitgewisseld, waarop door BRON ook voor iedere mutatie vrijwel direct een terugkoppeling wordt gestuurd. Daarnaast wordt er op dit moment met één of twee teldata rekening gehouden. De instellingen moeten ervoor zorgen dat uiterlijk op die data alle actuele gegevens bij BRON bekend zijn, omdat daarop de bekostiging wordt gebaseerd. In de toekomst wordt er naar verwachting gestreefd naar een voortdurend actueel BRON. Mutaties worden direct met BRON uitgewisseld zodra ze bij de instellingen ontstaan. Het is ook de vraag of de vaste telmomenten zullen blijven bestaan, omdat deze erg sa- menhangen met de huidige systematiek van bekostiging en onvoldoende rekening houden met flexibelere instroom van deelnemers. In het functioneel ontwerp houden wij rekening met de bestaande en de verwachte nieuwe situatie, bijvoorbeeld door zowel uitwisseling middels mutatiebestanden als losse berichten te ondersteunen. Op dit moment zijn de voorzieningen bij BRON nog niet geschikt voor zo’n continu uitwisselingsproces. Onze verwachting is dat deze de komende jaren wel zullen worden gerealiseerd.
  • 260.
    8 EXTERNE VERANTWOORDING Wij zijn daarbij uitgegaan van de principes die door de overheid worden ontwikkeld in het kader van de overheidsservicebus (www.overheidsservicebus.nl), waardoor het onder andere mogelijk wordt om gestandaardiseerde XML-berichten tussen overheidsinstellingen uit te wisselen. In de hierna volgende beschrijving maken we waar nodig onderscheid in de huidige werkwijze met behulp van mutatiebestanden en de toekomstige situatie met losse mutatieberichten. Het proces van uitwisseling De basis voor de uitwisseling met BRON zijn de mutaties die in de kernregistratie ontstaan. Elke mutatie die moet worden uitgewisseld met BRON, zoals een inschrij- ving of wijziging van de gegevens van een deelnemer, wordt door de kernregistratie klaargezet ten behoeve van uitwisseling met BRON. Deze mutaties worden gecon- troleerd op de eisen die door BRON aan mutaties worden gesteld voordat deze voor uitwisseling worden aangeboden. Deze eisen zijn vastgelegd in het programma van eisen van BRON. Het filteren van mutaties De instelling heeft de mogelijkheid om bepaalde mutaties niet (of nog niet) met BRON uit te wisselen, om te voorkomen dat er mutaties worden aangeleverd waar- van duidelijk is dat ze zullen worden afgekeurd door BRON. Dat wordt gedaan met behulp van een zogenaamd filter, waarmee mutaties die aan bepaalde eigenschap- pen voldoen niet worden uitgewisseld, maar worden ‘geparkeerd’ voor uitwisseling op een later moment. De instelling heeft de mogelijkheid om dit filter te onderhouden, door voorwaarden toe te voegen, te wijzigen of te verwijderen. Deze voorwaarden hebben bijvoor- beeld betrekking op de ingangsdatum die niet te ver in de toekomst mag liggen of een opleiding waarvoor de accreditatie formeel nog niet afgegeven is etcetera. Daarnaast heeft de instelling de mogelijkheid om naar aanleiding van een gepar- keerde mutatie te besluiten een aanpassing te doen in de kernregistratie. Deze aanpassing zal dan leiden tot een nieuwe mutatie die wel door het filter komt. De oude, geparkeerde mutatie moet in zo’n geval kunnen worden verwijderd. Een ge- parkeerde mutatie kan uiteraard nooit gewijzigd worden; correcties op de gegevens moeten altijd via de kernregistratie worden doorgevoerd.
  • 261.
    EXTERNE VERANTWOORDING 9 Aanlevering en terugkoppeling als mutatiebestand De uitwisseling met behulp van een mutatiebestand vindt periodiek plaats, op door de instelling te bepalen momenten. Deze aanlevering is in principe collectief per onderwijssoort dus apart voor bijvoorbeeld basisonderwijs en middelbaar beroeps- onderwijs. Op het moment van uitwisseling worden alle klaarstaande mutaties getoetst tegen het filter, inclusief de mutaties die in een eerdere uitwisseling zijn geparkeerd. Dit totaal aan mutaties wordt in een mutatiebestand gebundeld en met BRON uitgewisseld. Van alle verzonden mutaties wordt door BRON een terugkoppeling gegeven in de vorm van een terugkoppelbestand met de terugkoppeling op een bepaalde deelver- zameling van eerder verzonden mutaties. Zodra zo’n terugkoppelbestand beschik- baar is ontvangt de instelling daarvan bericht en kan het bestand worden opge- haald. Deze terugkoppeling geeft aan of de aangeleverde mutaties zijn goed- of afgekeurd en bevat informatie die de kwaliteit van het deelnemersbestand binnen de kernregistratie verhoogt of de gegevens verrijkt. Aanlevering en terugkoppeling als afzonderlijke mutatieberichten Wij anticiperen met deze beschrij- In het geval van uitwisseling van mutaties als losse berichten worden mutaties di- ving op ontwikkelingen die uitwis- rect met BRON uitgewisseld nadat deze zijn klaargezet door de kernregistratie. Elk seling van afzonderlijke mutatie- bericht wordt eerst getoetst aan het filter voordat het wordt verzonden. De berich- berichten mogelijk zullen maken. ten die op deze manier geparkeerd zijn worden met een bepaald interval, bijvoor- Wanneer er meer duidelijkheid beeld dagelijks of wekelijks, opnieuw aan het filter getoetst en alsnog met BRON komt over de wijze waarop BRON uitgewisseld als de condities inmiddels zijn gewijzigd. dit zal gaan ondersteunen, zal dit We verwachten dat BRON in deze situatie van elke aangeleverde mutatie een terug- ontwerp mogelijk hierop aange- koppelbericht terugstuurt met dezelfde informatie die nu in de terugkoppelbestan- past moeten worden. den wordt uitgewisseld. Verwerking van de terugkoppeling De terugkoppeling op een mutatie bevat in de eerste plaats een statusmelding die een van de volgende waarden kan hebben. - Goedgekeurd, - Goedgekeurd met signaal, of - Afgekeurd Bij de status goedgekeurd met signaal en afgekeurd bevat de terugkoppeling een signaal (een attentiesignaal respectievelijk afkeuringssignaal). Deze signalen moeten worden opgepakt en leiden tot een aanpassing in de kernregistratie. Het is belangrijk dat de afhandeling van deze signalen goed gemonitord wordt door te
  • 262.
    10 EXTERNE VERANTWOORDING registreren of een signaal al is opgepakt en doorgevoerd in de kernregistratie. Daarnaast bevat de terugkoppeling ook aanvullende informatie die kan worden ge- bruikt om de registratie in de kernregistratie te verbeteren of aan te vullen. Indien de kernregistratie al informatie bevat die afwijkt van de teruggekoppelde gegevens, bijvoorbeeld afwijkende adresgegevens, dan worden de gegevens niet overschreven maar apart geregistreerd. Gegevens die nog niet bekend waren worden overgenomen. Andere terugkoppelingen Naast de aanlevering en terugkoppeling van mutaties wordt er naar aanleiding van de BRON-uitwisseling nog andere informatie met de instelling uitgewisseld. Ook die informatie moet in de kernregistratie worden verwerkt. Het gaat om de volgende drie terugkoppelingen. - De BRON-foto - Een terugmelding van CFI - Sleutelmutaties De BRON-foto Op een vastgestelde teldatum (één of enkele malen per jaar) wordt door BRON een zogenaamde BRON-foto gemaakt van de geregistreerde gegevens. Deze BRON-foto wordt aan de instelling aangeleverd om inzicht te krijgen in de eventuele verschillen tussen BRON en de eigen administratie, en als basis voor de accountantscontrole op de bekostiging. De instelling kan deze BRON-foto inlezen en vergelijken met de geregistreerde gegevens in de kernregistratie. Bij constatering van verschillen of onjuistheden kan er een aanpassing nodig zijn in de kernregistratie, of er kan een mutatiebericht aan BRON worden verzonden om het verschil te corrigeren. Terugmelding CFI Het CFI (Centrale Financiën Instellingen) is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die onder andere de bekostiging van de instellingen uitvoert. De hiervoor beschreven BRON-foto wordt ook naar het CFI gestuurd. Het CFI beoordeelt deze gegevens en bepaalt op basis daarvan (met behulp van een zogenaamde beslisboom) wat de omvang van de bekostiging is waarop de instelling recht heeft. Deze bevindingen worden geaggregeerd terugge- meld in een overzicht aan de instellingen. Ook dit overzicht kan aanleiding geven om gegevens in de kernregistratie te cor- rigeren.
  • 263.
    EXTERNE VERANTWOORDING 11 Sleutelmutaties BRON BRON maakt gebruik van een aantal identificerende kenmerken van een deelnemer. Het kan voorkomen dat deze gegevens wijzigen, bijvoorbeeld als gevolg van een wijziging in de gegevens die in de gemeentelijke basisadministratie zijn opgeno- men. Het gaat dan met name om de toekenning van een burgerservice-nummer aan een deelnemer die alleen nog over een tijdelijk burgerservice-nummer beschikte, een correctie op de geboortedatum of een adreswijziging. Als dat het geval is wordt de instelling hiervan op de hoogte gesteld middels de aanlevering van een bestand met sleutelmutaties. Deze sleutelmutaties moeten worden verwerkt in de kernregistratie. Monitoren uitwisseling BRON Omdat de uitwisseling met BRON de basis vormt voor de bekostiging van de instel- ling is het van groot belang dat de uitwisseling met BRON goed wordt gemonitord. Deze monitoring houdt in dat er achteraf een goed inzicht is in de momenten waarop uitwisseling heeft plaatsgevonden, de signalen en afkeuringen die hebben plaatsgevonden en de tijdigheid waarmee mutaties daadwerkelijk zijn aangeleverd. Naar aanleiding van deze monitoring moeten ook passende acties ondernomen kun- nen worden. Dit kan betekenen dat de hele uitwisseling met BRON tijdelijk wordt stilgezet, of dat bepaalde regels aan het filter worden toegevoegd om te zorgen dat bepaalde mutaties (nog) niet verzonden worden. Als blijkt dat signalen niet, of niet tijdig leiden tot aanpassingen in de kernregistratie, dan moet ook daar passende actie op ondernomen worden.
  • 264.
    12 EXTERNE VERANTWOORDING DEEL II: TOELEVERING VERANTWOORDINGSINFORMATIE Uitgangspunten en keuzes - Ook informatie die wordt gevraagd, waarvoor strikt genomen geen verplichting tot aanlevering bestaat, kan worden gezien als verantwoordingsinformatie - De ad hoc rapportages zijn maatwerk-rapportages in de zin dat deze naar aanlei- ding van een concrete vraag worden gedefinieerd. De andere rapportages zijn zo veel mogelijk standaardrapportages
  • 265.
    EXTERNE VERANTWOORDING 13 Andere toeleveringen van verantwoordingsinformatie Naast de uitwisseling met BRON is er nog een aantal andere uitwisselingen met een verplichtend karakter. In de meeste gevallen is van tevoren wel bekend om welke gegevens het gaat, zoals bij de uitwisselingen in het kader van de Wet Inburgering, of in het geval van afspraken met opdrachtgevers. In enkele gevallen moet er ad hoc op een informatievraag kunnen worden gereageerd. Toeleveren inburgering Voor cursussen die vallen onder de Wet Inburgering en de regelingen voor vrijwil- lige inburgering is het noodzakelijk dat de instelling beschikt over het Keurmerk Inburgeren. Dit keurmerk wordt beheerd door de stichting Blik op Werk. Om dit keurmerk te krijgen en te behouden moet de instelling gegevens volgens een afge- sproken formaat aanleveren aan de stichting Blik op Werk. Deze uitwisseling vindt periodiek plaats zoals vastgelegd in de handleiding Keur- merk Inburgeren. In deze handleiding is ook vastgelegd welke gegevens uitgewis- seld moeten worden. Het gaat hier grotendeels over aantallen deelnemers die heb- ben deelgenomen onderverdeeld naar verschillende profielen, het aantal diploma’s en beëindigde cursussen. Daarnaast worden ook gegevens gevraagd over het aantal begeleiders en klachten en tevredenheid van deelnemers en opdrachtgevers. Om het Keurmerk Inburgeren te behouden houdt de stichting Blik op Werk meerde- re keren per jaar een audit. De uitkomst van deze audit wordt aan de instelling ter beschikking gesteld. Op basis daarvan zijn mogelijk aanpassingen op de gegevens in de kernregistratie nodig. Toeleveren opdrachtgevers In het geval van contractonderwijs is er geen sprake van individuele deelnemers die zich direct inschrijven. In plaats daarvan sluit een opdrachtgever (bijvoorbeeld een bedrijf of een gemeente) een collectief contract met de instelling voor onderwijs aan een groep deelnemers. De deelnemers melden zich vervolgens aan binnen het afgesloten contract. In dat geval worden er in het contract met de opdrachtgever afspraken gemaakt over rapportages die de instelling ter verantwoording van het geleverde onderwijs moet aanleveren. Meestal vindt deze rapportage plaats na afloop van de contractu- ele periode, maar soms ook tussentijds. Het gaat daarbij veelal om gegevens uit de kernregistratie, zoals informatie over de deelnemers die zich hebben aangemeld. Daarnaast kan ook informatie uit andere
  • 266.
    14 EXTERNE VERANTWOORDING bronnen relevant zijn, zoals gegevens over absentie en gerealiseerde uren. In som- mige gevallen moeten gegevens nog handmatig worden aangevuld of geaggregeerd om aan de wensen van de opdrachtgever te kunnen voldoen. Toeleveren ad hoc rapportage Naast de hierboven genoemde toelevering van verantwoordingsinformatie krijgt de instelling ook regelmatig een ad hoc verzoek van een externe partij, zoals de onderwijsinspectie, MBO 2010 of het Colo om informatie over deelnemers aan te leveren. Hoewel niet al deze aanvragen een verplichtend karakter hebben, zijn er vele overwegingen om toch aan een dergelijk verzoek tegemoet te willen komen. Het gaat hierbij om zeer uiteenlopende informatievragen, variërend van uitvalper- centages, keuzegedrag van deelnemers tot gegevens over resultaten en aanwezig- heid. Het proces om deze gegevens te verzamelen, te controleren en te presenteren in het gewenste formaat kan zeer tijdrovend en ingewikkeld zijn. Vaak zal infor- matie uit verschillende systemen afkomstig zijn en moeten de gegevens worden samengevoegd, ontdubbeld, gecorrigeerd en geaggregeerd. In tegenstelling tot de toelevering inburgering en opdrachtgevers is de ad hoc toe- levering in de meeste gevallen maatwerk. De rapportage kan pas worden gedefi- nieerd als de vraag bekend is, terwijl voor inburgering en opdrachtgevers veel met standaardrapportages gewerkt kan worden.
  • 267.
    EXTERNE VERANTWOORDING 15 TECHNISCH GEDEELTE
  • 268.
    16 EXTERNE VERANTWOORDING INHOUDSOPGAVE Inleiding 18 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES 20 Aanleveren aan BRON 20 Beoordelen geparkeerde mutaties 23 Terugkoppeling BRON 26 Verwerking BRON-foto 29 Terugmelding CFI 32 Monitoren uitwisseling BRON 35 Sleutelmutaties BRON 37 Onderhouden filter 39 Aanleveren gegevens Keurmerk Inburgeren 41 Resultaat audit verwerken 44 Toeveren opdrachtgevers 46 Toeleveren ad hoc rapportage 49 FUNCTIES 52 Filteren en parkeren mutatie 52 Versturen mutatie 53 Raadplegen te versturen mutaties 54 Aanmaken en opslaan te versturen mutatiebestand 55 Beoordelen geparkeerde mutatie 56 Onderhouden van filter 58 Inactiveren geparkeerde mutatie 59 Inlezen terugkoppelbestand 60 Inlezen retourbericht 61 Verwerken status BRON 62 Raadplegen teruggekoppelde meldingen bron 64 Aanvullen BRON-gegevens in KRD 65 Verwerkingen afkeuringen en signalen 67 Inlezen BRON-foto 68 Vergelijken BRON-foto met KRD 70 Raadplegen / doorzoeken verschillenbestand 72 Inlezen CFI terugmeldingsoverzicht 73 Vergelijken CFI terugmeldingsoverzicht met KRD 75 Raadplegen / doorzoeken vergelijkingsbestand 76 Blokkeren berichtenverkeer 78 Raadplegen logboek (BRON)administratie 79
  • 269.
    EXTERNE VERANTWOORDING 17 Raadplegen BRON-foto 81 Raadplegen CFI terugmeldingsoverzicht 82 Raadplegen aanvullende BRON-gegevens 83 Beheren rapportagegegevenssetsjablonen 84 Maken KRD rapportagegegevensset 85 Beheren rapportagegegevenssets 87 Bewerken rapportagegegevens 88 Beheren rapportagesjablonen 90 Maken rapportage 91 Bijwerken administratie Keurmerk 93
  • 270.
    18 EXTERNE VERANTWOORDING INLEIDING In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de externe verant- woording vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases, werkopdrachten, activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werkbijeenkomsten met de deskundigen van de instellingen. In dit technische gedeelte vindt u de informatie die door deze deskundigen is vastgesteld in de Triple A-wiki. Onderstaand figuur geeft de samenhang van de use cases voor de externe verant- woording weer. Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe- den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’. Voor de beschrijving van een use case is een standaardformaat gebruikt dat is afge- leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij- ven. Dit format wordt hieronder weergegeven.
  • 271.
    EXTERNE VERANTWOORDING 19 Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschillende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere use case. In bovenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang gebracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen. Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten- diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel- leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use case één activiteitendiagram gemaakt. Leeswijzer Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge- Voor uw leesgemak worden in dit maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces technisch gedeelte de volgende te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een symbolen in de kantlijn gebruikt: ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties. Wanneer het een use De laatste paragraaf van dit technisch gedeelte geeft een meer gedetailleerde be- case betreft schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of Wanneer het een activi- enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn teitendiagram betreft om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die nodig is om de use case te ondersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere Wanneer het een functie activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar. betreft
  • 272.
    20 EXTERNE VERANTWOORDING USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES AANLEVEREN AAN BRON De aanlevering aan BRON geschiedt in principe collectief per onderwijssoort (BO, BA, ED, VAVO en VO). Het moet echter mogelijk zijn om mutaties uit te sluiten van aanlevering en specifieke mutaties te versturen (bijvoorbeeld. voor 1 deelnemer). Als er mutaties klaarstaan die vanuit Kernregistratie deelnemergegevens verstuurd moeten worden naar BRON, gaan we ervan uit dat die voldoet aan het PvE van BRON en dat daar controle op heeft plaatsgevonden. Vóór het verzenden wordt een filter toegepast. Na de toetsing door het filter wordt de mutatie verstuurd naar BRON of wordt de mutatie geparkeerd. In het laatste geval moet deze elke dag opnieuw aangeboden worden aan het systeem en weer getoetst worden door het filter. Uiteindelijke resultaat is dat de mutatie is verstuurd naar BRON. Use case Aanleiding Er staan mutaties klaar vanuit kernregistratie deelnemergegevens die verstuurd moeten worden. Uitgangspunt is dat de mutatie vanuit kernregistratie deelnemer- gegevens voldoet aan het PvE BRON en dat daar controle op heeft plaatsgevonden voordat de mutatie is klaargezet. Actoren De contactpersoon met BRON. Doel Het actualiseren van de gegevens in BRON (conform het PvE BRON.) Beschrijving acties - Het controleren van de te versturen gegevens door een door de instelling inge- steld filter (zie use case Onderhouden filter). - Na toetsing, filter versturen van de mutatie naar BRON of mutatie parkeren. - Het wel/niet verzonden zijn van de mutatie registreren in de kernregistratie (zie Status mutatie BRON). - Indien de mutatie is geparkeerd moet deze elke dag opnieuw worden aangeboden aan het filter. Resultaat De niet-gefilterde mutaties zijn verstuurd naar BRON.
  • 273.
    EXTERNE VERANTWOORDING 21 Frequentie Continu. Werkopdrachten Overige opmerkingen Uitgangspunt is een continue uitwisseling met BRON op het moment dat een mutatie ontstaat, door middel van berichten. Vooralsnog geschiedt de uitwisseling batchgewijs. Het systeem moet beide functionaliteiten ondersteunen.
  • 274.
    22 EXTERNE VERANTWOORDING Activiteitendiagram Functies - Filteren en Parkeren mutatie (Niet interactief) Bij aanlevering middels individuele berichten: - Versturen mutatie (Niet interactief) Bij batch-gewijze aanlevering: - Raadplegen te versturen mutaties (Interactief) - Aanmaken en opslaan te versturen mutatiebestand (Interactief en Niet-interactief)
  • 275.
    EXTERNE VERANTWOORDING 23 BEOORDELEN GEPARKEERDE MUTATIES Voor mutaties die niet door het filter heen komen, geldt dat zij aan bepaalde voorwaarde(n) niet voldoen. Er zijn mutaties die nog niet verzonden kunnen worden, bijvoorbeeld omdat een datum in de toekomst ligt. Als de voorwaarde verandert wordt het filter aangepast zodat de mutatie toch naar BRON kan worden verstuurd. Een andere mogelijkheid is het aanpassen van de mutatie zodat die niet meer aangeboden wordt aan het filter. Use case In de use case Aanlevering aan BRON wordt een deel van de BRON-mutaties door een filter geparkeerd. Sommige geparkeerde mutaties zullen na verloop van tijd alsnog door het filter heenvallen en verstuurd worden naar BRON, bijvoorbeeld omdat een bepaalde datum bereikt is. Andere vergen een ingreep. Of een ingreep nodig is moet beoordeeld worden. De beoordeling en de ingreep vinden plaats in deze use case. Aanleiding Periodiek, mits er geparkeerde mutaties zijn, geparkeerd tijdens de use case Aanle- vering aan BRON. Actoren De contactpersoon met BRON. Doel Het reduceren van het aantal geparkeerde mutaties (waarvoor een ingreep nodig is.) Beschrijving acties - Beoordelen of een ingreep nodig is voor een mutatie. Een ingreep kan zijn: • Het aanpassen van het filter (werkopdracht Aanpassen filter naar aanleiding van beoordelen BRON-mutatie). (Indien het BRON-mutatiebericht onterecht wordt tegengehouden.) Of • De gegevens in de kernregistratie aanpassen, zodanig dat een nieuw bijbeho- rend BRON-mutatie bericht niet opnieuw wordt tegengehouden door het filter. Bij de aanpassing ontstaat een nieuw BRON-mutatiebericht (behalve als de mutatie alleen opgeheven wordt).
  • 276.
    24 EXTERNE VERANTWOORDING • Het oude geparkeerde BRON-mutatiebericht inactiveren of verwijderen, zodat het niet meer aangeboden wordt aan het filter (en dus niet meer verzonden wordt naar BRON). (Dit moet alleen gebeuren indien er inmiddels een nieuw BRON-mutatiebericht is ontstaan in de vorige stap). Resultaat De mutatie is verstuurd naar BRON of vervangen door een aangepaste versie. Frequentie Groot aantal keer per week. Werkopdrachten
  • 277.
    EXTERNE VERANTWOORDING 25 Activiteitendiagram Functies - Onderhouden van filter (Interactief) - Inactiveren geparkeerde mutatie (Interactief)
  • 278.
    26 EXTERNE VERANTWOORDING TERUGKOPPELING BRON Er komt een retourbericht vanuit de IB-Groep naar aanleiding van een verzonden mutatie met informatie die de kwaliteit van het deelnemersbestand binnen de Kernregistratie deelnemersgegevens (KRD) verhoogt of de gegevens verrijkt. Het systeem verwerkt deze terugkoppeling. Indien een veld in de KRD niet is ingevuld, slaat het systeem deze aanvullende gegevens op. In andere gevallen (zoals afwij- kende postcode GBA-adres) worden de gegevens in een andere tabel opgeslagen zodat de bestaande gegevens niet overschreven worden. De status en datum van de ontvangen mutatie in de KRD wijzigt in: - Goedgekeurd, - Goedgekeurd met signaal, of - Afgekeurd De mutaties met ‘goedkeuringen met signaal’ en de ‘afkeuringen’ worden gewijzigd in de KRD. Use case BRON geeft terugkoppeling over de BRON-mutaties die door de instelling naar BRON zijn verzonden. Deze terugkoppeling gaat ten eerste over de acceptatie van de BRON-mutaties door BRON (goedgekeurd en afgekeurd). Ten tweede kan de terugkoppeling een signaal bevatten, bij afkeuring (afkeursignaal) en soms bij goedkeuring (attentiesignaal) (bijvoorbeeld signaal 836: ‘Deze leerweg bestaat niet voor deze opleiding’). Ten derde verstrekt BRON afwijkende en aanvullende gege- vens aan de onderwijsinstelling. De instelling kan al deze soorten terugkoppeling gebruiken voor het verbeteren van de eigen administratie. Aanleiding Er komt een retourbericht vanuit de IB-Groep naar aanleiding van een verzonden mutatie. Actoren De contactpersoon met BRON. Doel - Het verhogen van de kwaliteit van het deelnemersbestand binnen de kernregistra- tie deelnemergegevens. - Het verrijken van de gegevens in het deelnemersbestand binnen de kernregistra- tie deelnemergegevens.
  • 279.
    EXTERNE VERANTWOORDING 27 Beschrijving acties - Het inlezen van het retourbericht. - De status en de datum van de ontvangen mutatie BRON wijzigen in ‘goedgekeurd’, ‘goedgekeurd met signaal’ of ‘afgekeurd’ (zie Status mutatie BRON). - (bij goedkeuring) Aanvullende gegevens van BRON opslaan in de kernregistratie deelnemers. Indien het betreffende gegevensveld in de kernregistratie niet is gevuld (bijvoorbeeld ontbrekend burgerservicenummer aanvullen) dan wordt het gevuld met het gegeven uit het BRON terugkoppelbericht. In het andere geval (bijvoorbeeld afwijkende postcode GBA-adres) wordt het gegeven apart opgesla- gen. (Bestaande gegevens worden dus niet overschreven.) - (bij goedkeuring) Het handmatig verwerken van signalen binnen de kernregistra- tie deelnemergegevens. - (bij afkeuring) Het handmatig verwerken van afkeuringen binnen de kernregistra- tie deelnemersgegevens. Resultaat De terugkoppeling van de IB-Groep is verwerkt in het systeem. Frequentie Continu (bij berichtcommunicatie) en wekelijks (bij batchcommunicatie). Werkopdrachten Overige opmerkingen Aandacht voor goede mogelijkheden om te kunnen controleren of de benodigde aanpassingen als gevolg van terugkoppeling IBG in de kernregistratie deelnemerge- gevens ook daadwerkelijk zijn doorgevoerd. Uitgangspunt is een continue uitwisseling met BRON op het moment van een ont- stane mutatie op basis van berichten. Vooralsnog geschiedt de uitwisseling batch- gewijs. Het systeem moet beide functionaliteiten ondersteunen.
  • 280.
    28 EXTERNE VERANTWOORDING Activiteitendiagram Functies Bij batch-gewijze aanlevering: - Inlezen terugkoppelbestand (Interactief) Bij aanlevering middels individuele berichten: - Inlezen retourbericht (Niet-interactief) In beide gevallen: - Verwerken status BRON (Niet-interactief) - Raadplegen teruggekoppelde meldingen BRON (Interactief) - Aanvullen BRON-gegevens in KRD (Niet-interactief) - Verwerken Afkeuringen en Signalen (interactief)
  • 281.
    EXTERNE VERANTWOORDING 29 VERWERKING BRON-FOTO Een BRON-foto is een weergave van de gegevens in BRON-gerelateerd aan een teldatum. Als er een brief van de IB-Groep komt met het bericht dat een BRON-foto klaar staat op de beveiligde site van de IB-Groep, kan dat twee doelen hebben: - Inzicht krijgen in de verschillen tussen BRON en de gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens. - Een basis vormen voor de accountantscontrole op de bekostigingsgegevens. De BRON-foto en de eventuele verschillen worden opgenomen in het systeem. Use Case Een BRON-foto is een weergave van de gegevens in BRON gerelateerd aan een teldatum. Er zijn 4 soorten BRON-foto’s, te weten: BO, BA, ED/VAVO en VO (zie PvE BRON). Aanleiding De brief van de IB-Groep dat een BRON-foto klaar staat op de beveiligde site van de IB-Groep. Actoren De contactpersoon met BRON. Doel Een of meer van onderstaande doelen kan van toepassing zijn: - Inzicht krijgen in de verschillen tussen BRON en de gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens. - De gegevens die in deze use case worden opgeslagen zijn de basis voor de rappor- tage aan de accountant voor de accountantscontrole (op de bekostigingsgegevens.) Beschrijving acties - Het ophalen en opslaan van de BRON-foto op de beveiligde site van de IB-Groep. - Het inlezen van de BRON-foto in de kernregistratie deelnemergegevens. - Het bijwerken van de administratie van de ingelezen BRON-foto’s. - Het vergelijken van de BRON-foto met de gegevens in de kernregistratie deelne- mergegevens. - Bij bovenstaande actie worden ook alle deelnemer/opleiding-combinaties gere- gistreerd die bekostigingsrelevant zijn. Deze gegevens zijn ook de basis voor de accountantscontrole.
  • 282.
    30 EXTERNE VERANTWOORDING - Het opslaan van het verschillenbestand in de kernregistratie deelnemergegevens. - Bij constatering van verschillen het aanpassen van de gegevens in de kernre- gistratie deelnemergegevens die leiden tot een (accountants)mutatie in BRON (Werkopdracht aanpassen gegevens) tot het moment dat de definitieve foto is afgegeven door de IB-Groep. Resultaat De foto is opgehaald van de site van de IB-Groep en opgenomen in het systeem of de administratie. Frequentie Een aantal malen per jaar. Werkopdrachten Overige opmerkingen De BRON-foto kan de status voorlopig of definitief hebben met versie en datum.
  • 283.
    EXTERNE VERANTWOORDING 31 Activiteitendiagram Functies - Inlezen BRON-foto (Interactief en Niet-interactief) - Vergelijken BRON-foto met KRD en opslaan verschillen bestand (Interactief en Niet-interactief) - Raadplegen / doorzoeken verschillen bestand (Interactief)
  • 284.
    32 EXTERNE VERANTWOORDING TERUGMELDING CFI CFI: Centrale Financiën Instellingen - een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Op verschillende momenten in het jaar stuurt de IB-Groep een BRON-foto naar de instelling en tevens naar de CFI. De CFI beoordeelt de gegevens in de foto op basis van de beslisboom en meldt de bevindingen geaggregeerd terug in een overzicht aan de instellingen. Dit overzicht vormt de basis voor de bekostiging van de instel- ling en wordt verwerkt in het systeem. Use case Op verschillende momenten in het jaar stuurt de IB-Groep een BRON-foto naar de instelling en tevens naar CFI. CFI beoordeelt de gegevens in de foto op basis van de beslisboom en meldt de bevindingen geaggregeerd terug in een overzicht aan de instellingen. Het terugmeldingsoverzicht van CFI vormt de basis voor de bekostiging van de instelling. Aanleiding Een overzicht terugmeldingen dat door CFI is verstuurd aan de instelling. Het overzicht wordt verstuurd op papier en tijdelijk digitaal beschikbaar gesteld op de beveiligde site van CFI. Actoren De contactpersoon van BRON. Doel Een of meer van onderstaande doelen kan van toepassing zijn: - Inzicht krijgen in de verschillen tussen te bekostigen gegevens volgens CFI en de gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens. - Basis voor de accountantscontrole op de bekostigingsgegevens. Beschrijving acties - Het ophalen en opslaan van het terugmeldingsoverzicht CFI op de beveiligde site van het CFI. - Het inlezen van het terugmeldingsoverzicht CFI in de kernregistratie deelnemer- gegevens. Het terugmeldingsoverzicht van CFI bevat alleen aantallen deelnemers die voor bekostiging in aanmerking komen per crebo, leerweg (BOL, BBL), intensi- teit (voltijd, deeltijd) - Het bijwerken van de administratie van de ingelezen terugmeldingsoverzichten.
  • 285.
    EXTERNE VERANTWOORDING 33 - Het vergelijken van het terugmeldingsoverzicht CFI met de gegevens in de kern- registratie deelnemergegevens. Hier worden de aantallen die door CFI worden gemeld vergeleken met de aantallen die kunnen worden afgeleid uit de kernregis- tratie (telling van alle bekostigingsrelevante deelnemers) - Het opslaan van het vergelijkingsbestand. - Bij constatering van verschillen het aanpassen van de gegevens in de kernregis- tratie deelnemergegevens die leiden tot een (accountants)mutatie in BRON tot het moment dat de definitieve foto is afgegeven door de IB-Groep. Resultaat - Een vergelijking tussen het CFI terugmeldingsoverzicht met de bekostigingsrele- vante deelnemers in de kernregistratie - Naar aanleiding daarvan in gang gezette wijzigingen in de kernregistratie Frequentie Een aantal keren per jaar. Werkopdrachten Overige opmerkingen Een mogelijkheid voor vergelijking van deze cijfers met een elders vastgelegde prognose. Aandacht voor goede mogelijkheden om te kunnen controleren of de benodigde aanpassingen als gevolg van terugmelding CFI in de kernregistratie deelnemerge- gevens ook daadwerkelijk zijn doorgevoerd.
  • 286.
    34 EXTERNE VERANTWOORDING Activiteitendiagram Functies - Inlezen CFI terugmeldingsoverzicht (Interactief en Niet-interactief) - Vergelijken CFI terugmeldingsoverzicht met KRD en opslaan vergelijkingsbestand (Niet-interactief en Interactief) - Raadplegen / doorzoeken vergelijkingsbestand (Interactief)
  • 287.
    EXTERNE VERANTWOORDING 35 MONITOREN UITWISSELING BRON Om een bestand te krijgen waarmee vanuit de gegevens op deelnemersniveau gecumuleerd en geaggregeerd kan worden en dat inzicht geeft in aantallen, soort signalen en tijdigheid van gemelde mutaties is het zaak om de gegevensuitwisseling met BRON te sturen en te bewaken. Hiertoe is het nodig verschillende uitwisselings- momenten te registreren, te blokkeren of te bewaken. Use case Aanleiding Periodiek. Actoren De contactpersoon van BRON. Doel Het behouden danwel verhogen van de vereiste kwaliteit van de uitwisseling met BRON. Dit behelst het tijdig (binnen de wettelijk vastgestelde termijnen) correct aanleveren van gegevens aan BRON. Beschrijving acties - Het bewaken van de uitwisseling met BRON, bestaande uit een aantal raadpleeg- activiteiten. • Het raadplegen van de uitwisselingsmomenten. • Het raadplegen van het aantal en soort signalen vanuit BRON per aanlevermo- ment. • Het raadplegen van het aantal signalen per deelnemer per soort mutatie/volg- nummer vanuit BRON gerelateerd aan aanlevermomenten. • Het raadplegen van wel of niet buiten de wettelijk vastgestelde termijn gemelde mutaties per deelnemer per soort mutatie/volgnummer. - Naar aanleiding van het bewaken van de uitwisseling ondernemen van passende actie. • Het volledig blokkeren van het berichtenverkeer (in- en uitgaand) als blijkt dat er te veel fouten of afkeuringen van berichten zijn • Het aanpassen van het filter (middels de werkopdracht Aanpassen filter naar aanleiding van beoordelen BRON-mutatie) zodat bepaalde mutaties niet langer met BRON worden uitgewisseld • Signaleren dat aanpassingen niet tijdig in de kernregistratie deelnemergege- vens zijn doorgevoerd.
  • 288.
    36 EXTERNE VERANTWOORDING Resultaat De uitwisseling met BRON voldoet aan de termijnen voor aanlevering aan BRON met een zo hoog mogelijke kwaliteit. Frequentie Continu. Werkopdrachten Geen. Functies - Blokkeren berichtenverkeer (Interactief en Niet-interactief) - Raadplegen logboek (BRON)administratie
  • 289.
    EXTERNE VERANTWOORDING 37 SLEUTELMUTATIES BRON Als er een brief van de IB-Groep komt met het bericht dat er een zogenaamd sleutelbestand klaarstaat, moet de contactpersoon met BRON de gegevens uit dit bestand indien nodig aanpassen, zodat de gegevens van BRON en de kernregistra- tie gelijk zijn. Use case Sleutelgegevens zijn identificerende gegevens over de deelnemer, die door BRON worden gebruikt. De IB-Groep verstrekt regelmatig een overzicht van gewijzigde sleutelgegevens. Het doel van dit overzicht is het op de hoogte brengen van de onderwijsinstelling van wijzigingen die door de IB-Groep zijn doorgevoerd, zonder dat hier een melding van uw school aan vooraf is gegaan. Deze wijzigingen komen meestal voort uit wijzigingen in de gemeentelijke basisadministratie. Aanleiding Een brief van de IB-Groep dat er een overzicht met gewijzigde sleutelgegevens (zogenaamd sleutelbestand) klaar staat op haar beveiligde website. Actoren De contactpersoon met BRON. Doel Het actualiseren van de sleutelgegevens in de kernregistratie deelnemers op basis van nieuwe gegevens uit BRON. Beschrijving acties - Downloaden van een overzicht met gewijzigde sleutelgegevens van de beveiligde website van de IB-Groep. - Het beoordelen van de sleutelmutaties op juistheid. - Indien nodig, het aanpassen van de kernregistratie deelnemers (Werkopdracht aanpassen gegevens). Resultaat De sleutelgegevens van BRON en de kernregistratie deelnemers zijn gelijk. Frequentie Regelmatig, 1x per maand.
  • 290.
    38 EXTERNE VERANTWOORDING Werkopdrachten Functies Dit is een grotendeels handmatig proces waarbij uitsluitend functies van de Kernre- gistratie worden gebruikt.
  • 291.
    EXTERNE VERANTWOORDING 39 ONDERHOUDEN FILTER Om te voorkomen dat er BRON-mutaties worden aangeleverd waarvan duidelijk is dat ze zullen worden afgekeurd door BRON, moet de instelling zelf een aantal voorwaarden kunnen aangeven waaraan de aan te leveren BRON-mutatie wordt getoetst voordat deze werkelijk aangeleverd wordt. Voldoet de mutatie niet aan de gestelde voorwaarden, dan mag deze niet worden aangeleverd maar gaat naar de ‘geparkeerde’ mutaties. Als de mutatie wel voldoet aan de voorwaarden kan deze aangeleverd worden aan BRON. Per onderwijssoort (VO, VA, BO, BA en ED) moet een filter ingesteld kunnen worden, omdat het PvE en de inhoud van de velden verschillend zijn. Use case In de use case Aanlevering aan BRON worden BRON-mutaties door de onderwijs- instelling aan BRON aangeleverd. Om te voorkomen dat er BRON-mutaties worden aangeleverd waarvan duidelijk is dat ze zullen worden afgekeurd door BRON moet de instelling zelf een aantal voorwaarden kunnen aangeven waaraan de aan te leve- ren BRON-mutatie wordt getoetst voordat deze werkelijk aangeleverd wordt. Enerzijds is het logisch dat een substantiële hoeveelheid controle direct ‘aan de voorkant’ plaatsvindt bij het vastleggen van gegevens (eerder fouten herstellen kost minder werk). Anderzijds is het logisch dat er gegevenscontrole plaatsvindt tijdens het klaarzetten van gegevens-mutaties ten behoeve aan het versturen naar BRON (eindverantwoordelijkheid voor juiste aanlevering ligt op één plek.) Deze laatste controles zijn specifiek gericht op de eisen die BRON stelt (zie PvE BRON.) Er is een grote variëteit aan voorwaarden die gecontroleerd moeten worden. Voorbeelden van voorwaarden: - inschrijvingen met crebo-nummer ‘12345’ mogen nog niet aangeleverd worden in verband met nog ontbreken van de licentie. - diploma’s met een datumvaststelling die in de toekomst ligt mogen nog niet aangeleverd worden. Op het moment dat de datum vaststelling gelijk is aan de systeemdatum, kan de mutatie worden verstuurd. Het filter is een specifieke plek waar deze voorwaarden gemakkelijk beschreven en herschreven kunnen worden. Op het moment dat een mutatie niet aan de gestelde voorwaarden voldoet mag deze niet worden aangeleverd worden aan BRON. Ze gaat naar de ‘geparkeerde’
  • 292.
    40 EXTERNE VERANTWOORDING mutaties. Per onderwijssoort (VO, VA, BO, BA en ED) moet een filter ingesteld kun- nen worden, omdat het PvE BRON en de gegevenssets verschillend zijn. Aanleiding Periodiek om alle veranderingen te verwerken of rechtstreeks naar aanleiding van een verandering (veranderingen zoals het verkrijgen van een (opleidings)licentie, etcetera) Naar aanleiding van het beoordelen van geparkeerde mutaties (zie use case Beoor- delen niet verzonden mutaties) Actoren De contactpersoon van BRON. Doel Het voorkomen van afgekeurde mutaties BRON. Beschrijving acties - Het onderhouden van het filter. Resultaat Alleen mutaties waarvan verwacht mag worden dat ze worden goedgekeurd door BRON worden aangeleverd. Frequentie Regelmatig, 1x per week. Werkopdrachten Functies Onderhouden van filter (Interactief)
  • 293.
    EXTERNE VERANTWOORDING 41 AANLEVEREN GEGEVENS KEURMERK INBURGEREN Als een periode conform ‘handleiding Keurmerk Inburgeren’ is afgerond moeten gegevens uit de KRD en andere relevante gegevens (als aantal begeleiders en contractgegevens) doorgegeven worden aan Blik op Werk, zodat de instelling het Keurmerk Inburgeren verkrijgt, dan wel behoudt. Use case Het Keurmerk Inburgeren is een kwaliteitskeurmerk voor de aanbieders van inbur- geringcursussen. Blik op Werk beheert het keurmerk. Het keurmerk biedt klanten (inburgeraars) de mogelijkheid om een geschikte aanbieder te vinden. Bovendien, als de aanbieder het Keurmerk Inburgeren heeft, biedt de wet een mogelijkheid aan cursisten aan om een lening afsluiten om hun opleiding te financieren. Cursusaan- bieders die het Keurmerk Inburgeren krijgen, voldoen aan de volgende criteria: ze doen wat ze beloven, hun diensten sluiten aan bij de behoeften van de cursist en ze beschikken over accurate informatie voor de cursist. Voor het verkrijgen en behou- den van het keurmerk moet een aanbieder jaarlijks gegevens aanleveren aan Blik op Werk. Aanleiding Het verstrijken van een afgeronde periode conform handleiding keurmerk Inburgeren. Actoren - Medewerker financiële administratie - Medewerker personeelsadministratie - Medewerker deelnemersadministratie - Vast contactpersoon ten behoeve van Blik op Werk Doel Het verkrijgen dan wel behouden van het keurmerk Inburgeren. Beschrijving acties - Vaststellen welke gegevens (in betreffende jaar) aangeleverd moeten worden aan Blik op Werk. De voor het Keurmerk Inburgeren aan te leveren gegevens wisse- len. De gegevensset is gedocumenteerd in de Handleiding Keurmerk Inburgering (zie Gegevens Keurmerk Inburgeren). Deze wordt steeds weer vernieuwd. - Verzamelen van de benodigde gegevens vanuit de kernregistratie deelnemergege- vens (op individueel niveau).
  • 294.
    42 EXTERNE VERANTWOORDING - Verzamelen van andere relevante gegevens, zoals aantal begeleiders en contract- gegevens. - Samenvoegen verzamelde gegevens zodat ze gezamenlijk verder verwerkt kun- nen worden. - Controleren gegevens op volledigheid en juistheid. - Als blijkt dat de gegevens niet volledig of juist zijn dan moeten de gegevens aan- gepast danwel aangevuld worden in de applicatie waaruit ze afkomstig zijn. - Eventueel bewerkingen op gegevens uitvoeren, zoals berekeningen en sorteringen. - Gegevens in gewenste rapport lay-out zetten. - Versturen rapportage: het handmatig overnemen van de gegevens (aantallen) uit de rapportage in een format op de beveiligde website van Blik op Werk. Daar- voor moet op de beveiligde site ingelogd worden met een inlognaam en wacht- woord. Het volledig ingevulde format op de beveiligde site kan beschouwd worden als een verstuurde rapportage. - De rapportage en het ingevulde format van de beveiligde website bij de onder- wijsinstelling archiveren en beschikbaar stellen aan andere medewerkers van de onderwijsinstelling. - Administreren dat de rapportage verstuurd is. Bij het verzamelen en bewerken van gegevens en het lay-outen van het rapport moet op basis van eerder werk met gegevens en eerder gemaakte rapporten voort- gebouwd kunnen worden. Resultaat De bevestiging van ontvangst van de gegevens door Blik op werk. Frequentie Jaarlijks (bij start van 1 juli t/m 30 juni en daarna per kalenderjaar). Werkopdrachten Geen
  • 295.
    EXTERNE VERANTWOORDING 43 Activiteitendiagram Functies - Samenstellen gegevensset - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Kernregistratie - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Overige Applicaties - Samenvoegen Verzamelde Gegevens - Controleren gegevens - Verwerken gegevens naar rapport - Versturen rapportage via beveiligde site
  • 296.
    44 EXTERNE VERANTWOORDING RESULTAAT AUDIT VERWERKEN Om het Keurmerk Inburgeren te behouden houdt Blik op Werk meerdere keren per jaar een audit. De uitkomst hiervan moet verwerkt worden in de KRD of andere onderdelen. Use case Middels de use case Aanleveren gegevens keurmerk Inburgeren zijn gegevens aangeleverd aan de organisatie Blik op Werk ten bevoeven van het verkrijgen of be- houden van het Keurmerk. Blik op Werk voert een audit uit en koppelt het resultaat terug. Aanleiding Een brief van Blik op Werk waarin het resultaat van de audit kenbaar wordt ge- maakt. Actoren Vast contactpersoon ten behoeve van Blik op Werk. Doel Het verkrijgen dan wel behouden van het keurmerk Inburgeren. Beschrijving acties - In een rapport communicatie administratie het resultaat registreren van de audit door Blik op Werk. (Het resultaat kan zijn: correcte cijfers ‘ja’ correcte cijfers ‘nee’. Indien correcte cijfers ‘ja’: tekortkoming ‘ja’ tekortkoming ‘nee’.) - Naar aanleiding van het resultaat van de audit eventueel de gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens danwel in een van de andere administraties aanpassen. Resultaat Het resultaat van de audit is verwerkt in de administratie. Frequentie Meerdere keren per jaar. Werkopdrachten Geen
  • 297.
    EXTERNE VERANTWOORDING 45 Activiteitendiagram Functies - Bijwerken administratie Keurmerk
  • 298.
    46 EXTERNE VERANTWOORDING TOELEVEREN OPDRACHTGEVERS Na het verstrijken van een afgeronde contractuele periode rapporteert de instelling de opdrachtgever zoals afgesproken in het contract. Het gaat daarbij om gegevens uit de KRD, aanvullende informatie over bijvoorbeeld absentie en gerealiseerde uren, en financieringspercentage. Use case De onderwijsinstelling biedt ‘contractonderwijs’ aan opdrachtgevers. Het onderwijs wordt middels een collectief contract ingekocht door de opdrachtgever. Het onder- wijs wordt gevolgd door deelnemers die afkomstig zijn van of aangewezen door de opdrachtgever. In het contract worden afspraken gemaakt over de informatie- verstrekking van de onderwijsinstelling aan de opdrachtgever over bijvoorbeeld de voortgang van het onderwijs. Aanleiding Het verstrijken van een afgeronde periode conform contract. Actoren - Medewerker deelnemersadministratie - Informatiespecialist - Contactpersoon ten behoeve van contracten Doel Het informeren van dan wel verantwoording afleggen aan een opdrachtgever binnen de kaders van het contract dat met de opdrachtgever is afgesloten. Beschrijving acties Het leveren van informatie, individueel of in aantallen, zoals vastgelegd in een con- tract met een opdrachtgever. - Vaststellen welke gegevens volgens het contract aangeleverd moeten worden aan de opdrachtgever. - Samenstellen gegevensset. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van en de be- nodigde autorisaties voor de samen te stellen gegevensset, wordt dit uitgevoerd door een medewerker van de deelnemersadministratie of door een informatiespe- cialist. - Verzamelen van de benodigde gegevens vanuit de kernregistratie deelnemergege- vens (op individueel niveau.)
  • 299.
    EXTERNE VERANTWOORDING 47 - Het verzamelen van andere relevante gegevens, bijvoorbeeld presentie/absentie, gerealiseerde uren. - Samenvoegen verzamelde gegevens zodat ze gezamenlijk verder verwerkt kun- nen worden. - Controleren gegevens op volledigheid en juistheid. - Als blijkt dat de gegevens niet volledig of juist zijn dan moeten de gegevens aan- gepast danwel aangevuld worden in de applicatie waaruit ze afkomstig zijn. - Eventueel bewerkingen op gegevens uitvoeren, zoals berekeningen en sorteringen. - Gegevens in gewenste rapport lay-out zetten. - Archiveren van de rapportage. - Versturen van de rapportage aan de opdrachtgever. - Administreren dat de rapportage verstuurd is. Bij het verzamelen en bewerken van gegevens en het layouten van het rapport moet op basis van eerder werk met gegevens en eerder gemaakte rapporten voort- gebouwd kunnen worden. Resultaat Een naar de opdrachtgever verstuurde rapportage. Frequentie Conform contract. Werkopdrachten Geen.
  • 300.
    48 EXTERNE VERANTWOORDING Activiteitendiagram Functies - Samenstellen Gegevensset - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Kernregistratie - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Overige Applicaties - Samenvoegen Verzamelde Gegevens - Controleren gegevens - Verwerken gegevens naar rapport - Versturen Rapportage
  • 301.
    EXTERNE VERANTWOORDING 49 TOELEVEREN AD HOC RAPPORTAGE Soms krijgt het College van Bestuur een ad hoc verzoek van een externe partij (bij- voorbeeld inspectie (VK2), MBO 2010, Colo) om informatie over deelnemersgege- vens aan te leveren. Dergelijke verzoeken kunnen worden ingewilligd om goodwill te kweken bij de vragende partij, de naamsbekendheid te vergroten of verantwoor- ding af te leggen (anders dan in het kader van BRON, toelevering inburgering en toelevering opdrachtgevers). Deze gegevens worden verzameld en gecontroleerd en vervolgens in het gewenste format aangeleverd. Use case Aanleiding Een ad hoc verzoek van een externe partij aan CvB om informatie over deelnemer- gegevens. Actoren - Interne of externe bevrager/partij - CvB - Medewerker deelnemersadministratie - Informatiespecialist - Informatiemanagement Doel Een of meer van onderstaande doelen kunnen van toepassing zijn: - Het kweken van goodwill bij de betreffende externe organisatie. - Het vergroten van de naamsbekendheid zowel van de eigen organisatie als van de branche. - Het verantwoording afleggen (anders dan in het kader van BRON, Toelevering inburgering en Toelevering opdrachtgevers.) Beschrijving acties - Een externe partij stelt een informatievraag. - De informatievraag wordt beoordeeld op (a) wil om de gegevens beschikbaar te stellen, (b) op beschikbaarheid van de gegevens en (c) op moeilijkheidsgraad. - Samenstellen gegevensset. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van en de be- nodigde autorisaties voor de samen te stellen gegevensset, wordt dit uitgevoerd door een medewerker van de deelnemersadministratie of door een informatiespe- cialist. - Verzamelen van de benodigde gegevens vanuit de kernregistratie deelnemergege- vens (op individueel niveau.)
  • 302.
    50 EXTERNE VERANTWOORDING - Het verzamelen van andere relevante gegevens, bijvoorbeeld presentie/absentie, gerealiseerde uren. - Samenvoegen verzamelde gegevens zodat ze gezamenlijk verder verwerkt kun- nen worden. - Controleren gegevens op volledigheid en juistheid. - Als blijkt dat de gegevens niet volledig of juist zijn dan moeten de gegevens aan- gepast danwel aangevuld worden in de applicatie waaruit ze afkomstig zijn. - Eventueel bewerkingen op gegevens uitvoeren, zoals berekeningen en sorteringen. - Het uitvoeren en toevoegen van eventuele analyses en afleidingen uit de verza- melde gegevens. - Gegevens en analyses in gewenste rapport lay-out zetten. - Archiveren van de rapportage. - Versturen van de rapportage aan de externe partij. - Administreren dat de rapportage verstuurd is. Bij het verzamelen en bewerken van gegevens en het layouten van het rapport moet op basis van eerder werk met gegevens en eerder gemaakte rapporten voort- gebouwd kunnen worden. Resultaat Een naar de externe partij verstuurde rapportage. Frequentie Enkele malen per maand. Werkopdrachten Geen
  • 303.
    EXTERNE VERANTWOORDING 51 Activiteitendiagram Functies - Samenstellen Gegevensset - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Kernregistratie - Verzamelen Benodigde Gegevens uit Overige Applicaties - Samenvoegen Verzamelde Gegevens - Controleren gegevens - Verwerken gegevens naar rapport - Versturen Rapportage - Versturen Rapportage via beveiligde site
  • 304.
    52 EXTERNE VERANTWOORDING FUNCTIES FILTEREN EN PARKEREN MUTATIE Ondersteunt use cases - Use case: aanlevering aan BRON • Activiteit: controleren klaargezette mutatie aan de hand van door instelling inge- steld filter • Activiteit: parkeren te filteren mutatie • Activiteit: verzamelen te versturen mutaties Doel Zo min mogelijk mutaties naar BRON waarvan je weet dat ze afgekeurd worden. Functiesoort Niet-interactief. Korte beschrijving De inhoud van de BRON-mutatie wordt gecontroleerd op het door de instelling inge- steld filter. Indien de BRON-mutatie voldoet aan een van de filter-voorwaarden, dan wordt de mutatie nog niet aan BRON verstuurd maar ‘geparkeerd’. Geparkeerde mutaties worden dagelijks opnieuw aangeboden aan het filter. Op het moment dat een geparkeerde mutatie is geïnactiveerd wordt deze niet opnieuw aangeboden aan het filter. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Achtergrond invoer - Klaargezette mutatie vanuit de kernregistratie deelnemers - Actieve geparkeerde mutatie die opnieuw wordt aangeboden (elke dag) Achtergrond uitvoer - De mutatie die voldoet aan één van de voorwaarden van het filter wordt een ‘ge- parkeerde mutatie BRON’ - De mutatie die niet voldoet aan één van de voorwaarden van het filter wordt klaargezet ter verzending aan BRON - De reden van parkeren opnemen per mutatie Proces - Het systeem vergelijkt de inhoud van één of meer velden van de klaargezette mu- tatie met in het filter ingestelde waarden. In het filter kunnen meerdere waarden per veld worden opgenomen en ook combinaties van waarden in verschillende velden. Voldoet een veld aan een dergelijke waarde, dan wordt de mutatie gepar-
  • 305.
    EXTERNE VERANTWOORDING 53 keerd en nog niet verzonden aan BRON. - Zijn er geen velden gevonden die voldoen aan één of meerdere in het filter inge- stelde waarden, dan wordt de mutatie klaargezet ter verzending aan BRON. - De geparkeerde mutatie wordt dagelijks opnieuw aangeboden aan het filter. Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON Welke mutaties gemeld moeten worden aan BRON en hoe dit aangeleverd wordt is beschreven in het PvE BRON. VERSTUREN MUTATIE Ondersteunt use cases - Use case: aanlevering aan BRON • Activiteit: versturen mutatie (individueel berichtenverkeer) Doel Het aanleveren van mutaties aan BRON. Functiesoort Niet-interactief. Korte beschrijving Het automatisch versturen van een mutatie aan BRON (via individueel berichtenverkeer) Beschrijving achtergrond verwerking (= niet-interactieve functionaliteit) Achtergrond invoer Klaargezette BRON-mutatie Achtergrond uitvoer De verstuurde mutatie aan BRON Proces - Elke klaargezette BRON-mutatie wordt zo snel mogelijk (direct) verstuurd. - In de kernregistratie wordt de BRON-status van de mutatie gewijzigd in ‘verzonden’. - Het bijwerken van het logboek (BRON)administratie. Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie.
  • 306.
    54 EXTERNE VERANTWOORDING RAADPLEGEN TE VERSTUREN MUTATIES Ondersteunt use cases - Use case: aanlevering aan BRON • Activiteit: verzamelen te versturen mutatie Doel Controleren of er nog mutaties klaarstaan die verstuurd moeten worden, inzage in hoeveelheid en tijdigheid. Functiesoort Interactief. Korte beschrijving In deze functie is het mogelijk om, per onderwijssoort, per soort mutatie, per deel- nemer, te kunnen raadplegen welke mutaties klaarstaan om naar BRON te worden verstuurd. Deze functie is alleen van toepassing bij batchgewijze aanlevering. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Scherm waarin alle klaarstaande (nog niet verzonden) mutaties te raadplegen zijn. De volgorde is in principe de laatst ontstane mutatie bovenaan. Daarnaast de selec- tiemogelijkheden op de velden zoals hierboven omschreven. Vanuit deze functie is het mogelijk om gericht naar de kernregistratie door te klikken en zo eventueel nog een mutatie door te voeren. Functionaliteit: - selectie op onderwijssoort - selectie op soort mutatie (Inschrijving/Persoonsgegevens/Resultaten/BPV/Vakken en dergelijke) - selectie op type mutatie (Toevoegen/Aanpassen/Verwijderen) - selectie op datum waarop mutatie is ontstaan - selectie op deelnemer waar mutatie betrekking op heeft - combinaties van selecties moeten mogelijk zijn - minimaal selectie op de hierboven genoemde gegevens - geen selectie is ook mogelijk Controles Controles bij interface-element 1: - op aanwezigheid
  • 307.
    EXTERNE VERANTWOORDING 55 Acties Acties bij interface-element 1: - tonen van klaargezette mutaties die voldoen aan selectie Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie AANMAKEN EN OPSLAAN TE VERSTUREN MUTATIEBESTAND Ondersteunt use cases - Use case: Aanlevering aan BRON • Activiteit: maken mutatiebestand BRON (batchgewijs) Doel Het melden van mutaties aan BRON. Functiesoort - Interactief (opdracht geven voor het aanmaken van een bestand) - Niet-interactief (het daadwerkelijk maken en opslaan van het bestand en wijziging status in ‘verzonden’) Korte beschrijving Voor BRON wordt een bestand (per onderwijssoort) aangemaakt zodat het ter verwerking aangeboden kan worden (via beveiligde site IB-Groep). De functie is bedoeld om dat bestand aan te maken vanuit de klaargezette mutaties. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin je met een button, na verplichte selectie van minimaal één on- derwijssoort alle te versturen mutaties in een bestand zet. Functionaliteit: - Het kunnen selecteren van onderwijssoorten (alleen die voorkomen bij de instel- ling) (1) - Het starten van het proces aanmaken en opslaan te versturen mutatiebestand (2) Controles - Controles bij interface-element 1: geen - Controles bij interface-element 2: geen
  • 308.
    56 EXTERNE VERANTWOORDING Acties Acties bij interface-element 2: Aanmaken en opslaan mutatiebestand. Beschrijving achtergrond verwerking (= niet-interactieve functionaliteit) Achtergrond invoer Klaargezette mutaties Achtergrond uitvoer Bestand (per onderwijssoort) dat voldoet aan de eisen gesteld in PvE BRON. Het bestand heeft een opeenvolgend nummer, per onderwijssoort. Format conform PvE BRON. Proces Samenvatting: het programma haalt alle mutaties op van de eerder geselecteerde onderwijssoort uit de tabel te versturen mutaties en zet dit in een bestand. Beschrijving actie Aanmaken en opslaan bestand - Het ophalen van alle mutaties van de geselecteerde onderwijssoort die klaargezet zijn voor verzending - Het opslaan van deze mutaties in een bestand, format en naam: zie PvE BRON. - Het bestand wordt opgeslagen naar een vooraf bepaalde bestandslocatie. - Het wijzigen van de status BRON in ‘verzonden’ in de kernregistratie. - Het bijwerken van het logboek (BRON)administratie. Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie BEOORDELEN GEPARKEERDE MUTATIE Ondersteunt use cases - Use case: beoordelen niet verzonden mutaties • Activiteit: beoordelen • Activiteit: bericht aanpassen kernregistratie Doel Het afhandelen van geparkeerde mutaties zodat deze verstuurd kunnen worden naar BRON.
  • 309.
    EXTERNE VERANTWOORDING 57 Functiesoort Interactief Korte beschrijving In deze functie worden de geparkeerde mutaties getoond, ter beoordeling door de contactpersoon BRON. In veel gevallen staan er mutaties die na verloop van tijd vanzelf doorgelaten worden, omdat een mutatie soms alleen geblokkeerd wordt, omdat een datum te ver in de toekomst is gebruikt, maar soms is het noodzakelijk om handmatig in te grijpen. Voor het handmatig ingrijpen, levert de functie enkele eenvoudige hulpmiddelen. Het bericht naar de kernregistratie is bedoeld als een handmatige actie. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Scherm waarin de geparkeerde mutaties worden getoond met daarbij het soort en de reden van parkeren. Verder moet je bij elke mutatie een eventuele opmerking kunnen registreren. Dit is bedoeld om later terug te zien waarom een bepaalde mutatie nog niet is verstuurd. Functionaliteit: - Selectie op reden van parkeren (1) - Selectie op actieve/inactieve mutaties (2)(zie functie ‘Inactiveren geparkeerde mutatie’) - Doorklikken naar functie Onderhouden van filter (3) - Bij elke getoonde mutatie doorklikken naar kernregistratie deelnemers (4) (naar dat deel relevant voor de betreffende mutatie) en vervolgens weer terug in deze functie - Invoer van opmerkingen per mutatie, tekstveld (5) - Aan- en uitzetten vinkje verwerkt/beoordeeld (6) Controles Controles bij interface-element: niet van toepassing Acties Acties bij interface-element 1: per mutatie reden van parkeren weergeven. Mutaties tonen op basis van selectie. Gegevens Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie Filteren en Parkeren mutatie
  • 310.
    58 EXTERNE VERANTWOORDING ONDERHOUDEN VAN FILTER Ondersteunt use cases - Use case: onderhouden filter • Activiteit: onderhouden van filter Doel Ervoor zorgdragen om zo min mogelijk BRON-mutaties te melden aan BRON die afgekeurd worden. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Een scherm waarin de contactpersoon BRON-voorwaarden kan aangeven, waarop een door de kernregistratie deelnemers klaargezette BRON-mutatie gefilterd wordt. Voorbeelden van voorwaarden zijn opgenomen in de inleiding van de use case onderhouden filter. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Scherm waarin de contactpersoon BRON kiest voor een onderwijssoort en zelf een filter kan samenstellen. Na aanpassing filter een mogelijkheid om direct alle gepar- keerde mutaties opnieuw te filteren. Functionaliteit: - Elke onderwijssoort heeft een eigen filter (in verband met ander PvE, andere BRON-velden en waarden, etcetera) - Selecteren van een BRON-veld. Programma toont beschikbare velden waarop een filter aangebracht kan worden. Omdat het nog niet duidelijk is op welke velden we in de toekomst willen filteren, moeten alle mogelijke BRON-velden getoond worden - Per veld moeten meerdere te filteren waarden ingevuld kunnen worden (bijvoor- beeld. meerdere crebonummers) - Per veld wordt rekening gehouden met beschikbare waarden (toon bijvoorbeeld de crebo-nummers door middel van een list of values). - Het onderhouden (toevoegen, wijzigen of verwijderen) van een te filteren BRON- veld - Het moet mogelijk zijn om te filteren op combinaties van velden, bijvoorbeeld BPV-afsluitdatum in combinatie met leerweg en ingangsdatum BPV.
  • 311.
    EXTERNE VERANTWOORDING 59 - Bij het instellen van een datumfilter geldt, dat een in te stellen datum niet groter of kleiner moet zijn dan de systeemdatum. - Door middel van een button moeten direct alle geparkeerde mutaties opnieuw kunnen worden aangeboden aan het filter. Gegevens Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie INACTIVEREN GEPARKEERDE MUTATIE In een aantal situaties kan het voorkomen dat je een klaargezette, geparkeerde mutatie nooit naar BRON zal sturen, maar dat je die wilt verwijderen (deactiveren). Soms is dit tijdelijk, daarom hebben we dit deactiveren genoemd met de mogelijk- heid om de mutatie op een later tijdstip opnieuw te activeren. Ondersteunt use cases - Use case: Beoordelen niet verzonden mutaties • Activiteit: verwijderen geparkeerde mutatie Doel Opschonen van geparkeerde mutaties. Functiesoort Interactief. Korte beschrijving De functie toont alle geparkeerde mutaties met reden, zowel de actieve als inac- tieve. Na beoordeling kun je hier een mutatie inactiveren, zodat deze mutatie niet opnieuw wordt aangeboden aan het filter en dus nooit verstuurd zal worden aan BRON. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Functionaliteit: - Selectie op reden en/of soort geparkeerde mutatie - Het door middel van een vink inactiveren van een individuele mutatie - Het door middel van een vink inactiveren van een hele groep mutaties, die vol- doen aan de selectie
  • 312.
    60 EXTERNE VERANTWOORDING - Het toevoegen, wijzigen of verwijderen van een opmerking bij een geparkeerde mutatie (vrij tekstveld), zowel bij actieve als bij inactieve mutaties - Het activeren van inactieve mutaties (verwijderen van een inactivering) (Als nodig een kleine toelichting opnemen op de samenhang tussen de functionali- teiten). - Het verwijderen van (in)actieve geparkeerde mutaties Controles Controles bij interface-element 1: geen Acties Acties bij interface-element: geen Gegevens Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie INLEZEN TERUGKOPPELBESTAND Ondersteunt use cases - Use case: terugkoppeling • Activiteit: ophalen en opslaan terugkoppelbestand Doel Het verwerken van de terugkoppeling BRON Functiesoort Interactief Korte beschrijving Van BRON komt een terugkoppelbestand (per soort onderwijs) waarin de mutaties, verstuurd aan BRON, worden teruggemeld. Mutaties zijn goedgekeurd, goedge- keurd met signaal of afgekeurd. Het bestand wordt gedownload vanaf de beveiligde site van de IB-groep. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface - Scherm waar in te lezen bestand kan worden geselecteerd (1)
  • 313.
    EXTERNE VERANTWOORDING 61 Controles Controles bij interface-element 1: - Controleren of het bestand nog niet eerder is ingelezen Acties Acties bij interface-element 1: - Inlezen bestand. - Weergave op scherm dat .... records zijn ingelezen of ‘bestand succesvol ingelezen’ - Bijwerken logboek (BRON)administratie Logboek BRON-administratie bevat alle aanwezig mutaties met status van de mutatie (verzonden aan BRON, goedgekeurd, goedgekeurd met signaal of afge- keurd), het nummer van batch waarin de mutatie naar BRON verstuurd is en het nummer van de batch waarin de terugkoppeling ontvangen is. Gegevens Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie INLEZEN RETOURBERICHT Ondersteunt use cases - Use case: terugkoppeling • Activiteit: inlezen retourbericht Doel Het mogelijk maken van (de verwerking van) snelle, volledig automatische terug- koppeling vanuit BRON. Functiesoort Niet-interactief Korte beschrijving Van BRON komt een retourbericht van een verstuurde mutatie aan BRON. Mutaties zijn goedgekeurd, goedgekeurd met signaal of afgekeurd. Eventueel zijn aanvul- lende gegevens meegestuurd. Het bericht wordt opgevangen en doorgegeven om het te verwerken in de kernregistratie. Deze functie is een eenvoudig doorgeefluik. Ze is opgenomen om aan te geven dat er individueel berichtenverkeer moet mogelijk zijn naast de batchverwerking die gespecificeerd is in de functie inlezen terugkoppelbestand.
  • 314.
    62 EXTERNE VERANTWOORDING Beschrijving achtergrond verwerking (= niet-interactieve functionaliteit) Achtergrond invoer - Retourbericht van BRON (format volgens PvE BRON) Achtergrond uitvoer - Retourbericht van BRON Proces (achtergrond verwerking) - Het retourbericht van BRON komt via automatisch berichtenverkeer binnen. - Bijwerken logboek (BRON)administratie Logboek BRON-administratie bevat alle aanwezig mutaties met status van de mutatie (verzonden aan BRON, goedgekeurd, goedgekeurd met signaal of afge- keurd.). Elke mutatie correspondeert met een bericht en retourbericht. Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie VERWERKEN STATUS BRON Ondersteunt use cases - Use case: terugkoppeling • Activiteit: verwerken status/datum BRON Doel Vaststellen dat mutatie (tijdig) gemeld is aan BRON en welke status die mutatie heeft voor BRON. Functiesoort Niet-interactief Korte beschrijving Het in de kernregistratie bijwerken van een tabel waarin de datum melding BRON en de status (Goedgekeurd, Goedgekeurd met signaal of Afgekeurd) wordt vastge- legd. De datum en status moeten zichtbaar zijn voor de gebruiker, per gegevens- soort (Inschrijving, BPV, Resultaten, Persoonsgegevens).
  • 315.
    EXTERNE VERANTWOORDING 63 Beschrijving achtergrond verwerking Het bijwerken van de tabellen waarin de gegevensuitwisseling met BRON is vastge- legd. Per gegevenssoort is een aparte tabel opgenomen. Achtergrond invoer - Terugkoppelbestand - of Retourbericht Achtergrond uitvoer - Bijgewerkte BRON-mutatie-communicatiestatus-administratie Proces (achtergrond verwerking) In het terugkoppelbestand of het retourbericht is de datum en status BRON per mutatie opgenomen. Deze gegevens worden bij de desbetreffende deelnemer overschreven. Daar stond namelijk ‘onderweg’ maar wordt nu gevuld met ‘goedge- keurd’, ‘goedgekeurd met signaal ...’ of ‘afgekeurd’. Tevens worden de afgekeurde mutaties apart verzameld, zodat die met een andere functie (Verwerken Afkeurin- gen) verwerkt kunnen worden. Dit geldt ook voor de goedgekeurde mutaties met signaal (functie: Verwerken Signalen). - Beschrijving actie: Verwerken status en datum BRON: • Het overschrijven van de status en datum BRON bij desbetreffende deelnemer in de kernregistratie • De afgekeurde mutaties worden verzameld en beschikbaar gesteld in de functie Verwerken Afkeuringen en Signalen • De goedgekeurde mutaties met signaal worden verzameld en beschikbaar ge- steld in de functie Verwerken Afkeuringen en Signalen Gegevens Gegevensset: mutaties van en aan BRON, zie PvE BRON.
  • 316.
    64 EXTERNE VERANTWOORDING RAADPLEGEN TERUGGEKOPPELDE MELDINGEN BRON De contactpersoon BRON kan van deze functie gebruikmaken als er afkeuringen zijn, of bijvoorbeeld bij het controleren van de FOTO. Ondersteunt use cases - Use case: terugkoppeling • Activiteit: verwerken status/datum BRON Doel Vaststellen dat mutatie gemeld is aan BRON (en tijdig) en welke status die mutatie heeft voor BRON. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Met deze functie kan bekeken worden wat er gemeld is aan BRON (historie). Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin (via batch, organisatie-onderdeel, deelnemer, onderwijssoort, per zelf te definiëren periode) gegevens kunnen worden opgevraagd. Getoond wordt de inhoud van de teruggekoppelde mutatie(s) met signalen (code + om- schrijving) BRON. BRON-mutaties gaan over 4 gegevensrubrieken. Per gegevens- rubriek (Persoonsgegevens, Inschrijvingsgegevens, BPV en resultaten) moeten de teruggekoppelde mutaties eenvoudig te raadplegen zijn. Functionaliteit: - Selectie op onderwijssoort - Selectie op aangeleverde batch - Selectie op terugkoppelbestand BRON - Selectie op organisatieonderdeel - Selectie op deelnemer - Selectie op status BRON - Selectie op gegevensrubriek - Selectie op zelf te definiëren periode Vanuit selectie op onderwijssoort kun je vervolgens een selectie aangeven op de batches, terugkoppelbestanden etc. Zonder aanvullende selectie worden alle terug-
  • 317.
    EXTERNE VERANTWOORDING 65 gekoppelde mutaties per gegevensrubriek van die onderwijssoort getoond. Vervol- gens kun je op die gegevens zelf een query uitvoeren. Controles Controles bij interface-element: geen Acties Acties bij interface-element: - het op het scherm tonen van de gegevens die voldoen aan de selectie. Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie PvE BRON. AANVULLEN BRON-GEGEVENS IN KRD Ondersteunt use cases - Use case: terugkoppeling • Activiteit: aanvullen BRON-gegevens in KRD Doel Het opslaan van teruggekoppelde aanvullende gegevens en aanvullen van (sleutel) gegevens BRON. Functiesoort Niet-interactief Korte beschrijving Met de terugkoppelbatch BRON of het retourbericht worden door BRON aanvullende gegevens meegeleverd, zoals herkomst deelnemer en ouders, eventueel burgerser- vice- of onderwijsnummer, GBA-adres en in de toekomst code leerbedrijf en gege- vens vooropleiding. Met deze functie is het de bedoeling dat deze gegevens worden aangevuld in de kernregistratie. Beschrijving niet-interactieve (achtergrond) verwerking Invoer Terugkoppeling van BRON over een goedgekeurde BRON-mutatie, inclusief aanvul- lende gegevens.
  • 318.
    66 EXTERNE VERANTWOORDING Uitvoer Bijgewerkte kernregistratie deelnemers, bijgewerkt met door BRON teruggekop- pelde aanvullende gegevens. Proces In het terugkoppelbestand of retourbericht zijn aanvullende BRON-gegevens opge- nomen. Sleutelgegevens kunnen worden overschreven in de kernregistratie, mits het veld daar leeg is. Dit geldt alleen voor het BSN-nummer (sofinummer) of het onderwijsnummer. Indien het teruggekoppelde adres (is GBA-adres) afwijkt van het in de KRD geregistreerde adres dan wordt het teruggekoppelde adres afzonderlijk opgeslagen als ‘afwijkend GBA adres’. Overige gegevens, zoals verblijfsstatus, ge- boorteland ouders, geslacht, geboortedatum worden (op normale wijze) in de KRD geregistreerd (ze mogen overschreven worden.) Acties: - Het opslaan van teruggekoppelde sleutelgegevens en overige gegevens in het betreffende veld in de kernregistratie deelnemergegevens. - In geval van het signaal ‘afwijkend adres’ wordt het door BRON teruggekoppelde GBA adres opgeslagen (in een apart veld.) - Het registeren van de overige teruggekoppelde gegevens. - Het tonen van de aanvullende BRON-gegevens in functie Raadplegen aanvullende BRON-gegevens Gegevens Gedetailleerde informatie is te vinden in de handleiding BRON. - BSN-nummer - Onderwijsnummer - De door de instelling aangeleverde persoonsgegevens van een deelnemer worden, indien mogelijk, bij de GBA geverifieerd en aangevuld. Als de persoonsgegevens volgens de GBA afwijken van die van de instelling, neemt BRON de gegevens vol- gens de GBA op. Deze gegevens worden dan ook teruggekoppeld. Voor meer informatie, zie PvE BRON
  • 319.
    EXTERNE VERANTWOORDING 67 VERWERKEN AFKEURINGEN EN SIGNALEN Ondersteunt use cases - Use case: terugkoppeling • Activiteit: verwerken afkeuringen • Activiteit: verwerken signalen Doel Het verwerken van de teruggekoppelde afkeuringen en signalen bij goedgekeurde mutaties BRON. Functiesoort Interactief Korte beschrijving In deze functie moet de contactpersoon BRON eenvoudig kunnen zien, welke mutaties zijn afgekeurd of teruggekoppeld met signaal door BRON. Afkeuringen en signalen van BRON zijn meestal een reden voor aanpassing van gegevens in de kernregistratie. Het moet dan ook mogelijk zijn om vanuit deze functie door te klikken naar de betreffende functie in de kernregistratie om gegevens te kunnen aanpassen. Middels een vink kun je aangeven welke afkeuringen dan wel signalen middels een mutatie in de kernregistratie zijn verwerkt (vink is alleen informatief). Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin per onderwijssoort, per gegevensrubriek, per status mutatie, per zelf te definiëren periode (Afgekeurd of Goedgekeurd met signaal) de terugge- koppelde mutatie (inclusief code + omschrijving) wordt getoond. Functionaliteit: - Selectie op vink ‘verwerkt’ of ‘niet-verwerkt’ of beide (default = ‘niet-verwerkt’). - Selectie op onderwijssoort - Selectie op gegevensrubriek - Selectie op code afkeuring - Selectie op signaalcode - Selectie op status mutatie (Afgekeurd of Goedgekeurd met signaal) - Selectie op zelf te definiëren periode Indien geen selectie wordt opgegeven wordt alles getoond. De selecties moeten ook gecombineerd kunnen worden uitgevoerd.
  • 320.
    68 EXTERNE VERANTWOORDING Bij de getoonde mutatie: (1) Het afvinken van getoonde mutatie na afhandeling (individueel of alle geselec- teerde in één keer). Dit vinkje moet je kunnen aan- en uitzetten. Controles Controles bij interface-element: geen Acties Geen Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie filteren en parkeren mutatie INLEZEN BRON-FOTO Ondersteunt use cases - Use case: Verwerking BRON-foto • Activiteit: (ophalen en opslaan en) doorsturen BRON-foto (alleen doorsturen: het selecteren van het BRON-bestand voordat het ingelezen wordt) • Activiteit: inlezen BRON-foto Doel BRON-foto gestructureerd beschikbaar maken voor verdere verwerking. (Zie onder andere functie raadplegen BRON-foto.) Functiesoort Interactief Korte beschrijving Inlezen van een BRON-foto (afkomstig van de IB-Groep) en het bijwerken van de Logboekadministratie van ingelezen BRON-foto’s. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin je een BRON-foto kunt inlezen of een ingelezen BRON-foto kunt verwijderen.
  • 321.
    EXTERNE VERANTWOORDING 69 Functionaliteit: - Overzicht van ingelezen BRON-foto’s. - Mogelijkheid om de inhoud van een BRON-foto op detailniveau weer te geven via de functie Raadplegen BRON-foto. - Selecteren van een in te lezen BRON-fotobestand (1) - Mogelijkheid om een eigen tekst als toelichting te voegen bij een in te lezen/ inge- lezen BRON-foto (2) - Starten van (A) inleesproces (3) - Het verwijderen van een ingelezen BRON-foto (4) Controles Controles bij interface-element 1: - Het betreffende BRON-foto bestand mag niet al eerder zijn ingelezen/ingelezen BRON-foto’s worden niet vervangen Acties Acties bij interface-element 3: - Het volledige BRON-fotobestand wordt ingelezen. Ze wordt gestructureerd vastge- legd in de kernregistratie. Dit betekent dat de gegevens kunnen worden geraad- pleegd en doorzocht. - Bijwerken inleesadministratie BRON-foto’s (naam FOTO-bestand, peildatum foto, type foto, status foto, aanmaakdatum foto, controlegetal dat in foto is opgeno- men, datum/tijd inlezen foto). Type foto kan zijn: voorlopig, definitief of aange- vraagd (door de onderwijsinstelling). - Als het inlezen heeft plaatsgevonden, weergeven: • Status van het inlezen (succesvol of foutsituatie). Indien een foutsituatie ont- staat mag de BRON-foto niet worden ingelezen. • Weergeven controlegetal zoals dat in de kopregel van het foto-bestand staat • Weergeven ingevoerde eigen tekst als toelichting Gegevens BRON-foto (zie BRON-foto)
  • 322.
    70 EXTERNE VERANTWOORDING VERGELIJKEN BRON-FOTO MET KRD Ondersteunt use cases - Use case: verwerking BRON-Foto • Activiteit: vergelijken BRON-foto met gegevens kernregistratie. • Activiteit: opslaan van verschillenbestand. Doel De gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens komen overeen met de ge- gevens in BRON. Functiesoort - Interactief: opdracht geven tot het maken van de vergelijking tussen BRON-foto’s en/of een foto van de situatie van de gegevens in de kernregistratie (op een peil- datum). - Niet-interactief: het vergelijken van de gegevens en het opslaan van het verschil- lenbestand Korte beschrijving In deze functie wordt een BRON-foto vergeleken met de gegevens in de kernregis- tratie worden vergeleken. Door een selectie op onderwijssoort en peildatum kan aangegeven worden welke gegevens ter vergelijking uit de kernregistratie deelne- mergegevens moeten worden opgehaald (KRD-foto). Bij deze vergelijking wordt alleen gekeken naar de bekostigingsrelevante deel- nemers, door de beslisboom erop toe te passen. De beslisboom bevat regels die bepalen of een deelnemer/opleiding-combinatie bekostingrelevant is. De beslisboom wordt toegepast op de BRON-foto en de KRD-foto en levert een gegevensset op die apart wordt geregistreerd ten behoeven van verdere analyse en een prognose van de te verwachten bekostiging. Het resultaat van de vergelijking is een vergelijkingsbestand. De vergelijking kan niet alleen tussen een KRD-foto en een BRON-foto worden gemaakt, maar ook tussen twee BRON-foto’s of twee KRD-foto’s op verschillende peildata. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Functionaliteit: - Overzicht van ingelezen BRON-foto’s (1) - Overzicht van KRD-foto’s (2)
  • 323.
    EXTERNE VERANTWOORDING 71 - Mogelijkheid om KRD-foto’s toe te voegen (met optie om een toelichtende tekst aan een foto toe te voegen) (3) - Mogelijkheid om twee foto’s met elkaar te vergelijken. Elke combinatie van BRON- en/of KRD foto’s moet mogelijk zijn (4) Controles Controles bij interface-element: geen Acties Acties bij interface-element 3: - Voor het maken van een kernregistratie-foto wordt een soort onderwijs en een peildatum gekozen. Op basis daarvan worden de relevante gegevens opgehaald uit de kernregistratie. Acties bij interface-element 4: - zie beschrijving achtergrond verwerking. Beschrijving achtergrond verwerking Achtergrond invoer - Twee BRON- en/of KRD-foto’s Achtergrond uitvoer - BRON-foto die beperkt is tot de bekostigingsrelevante deelnemer/opleiding-combi- naties, door toepassing van de beslisboom - KRD-foto die beperkt is tot de bekostigingsrelevante deelnemer/opleiding-combi- naties, door toepassing van de beslisboom - Verschillenbestand Proces (achtergrond verwerking) - Voor elk van de twee foto’s, het maken van een bestand gebaseerd op de (BRON-/ KRD-)foto, rekening houdend met de voorwaarden in de beslisboom. - Vergelijking maken tussen de twee gemaakte bestanden. - Het opslaan van een verschillenbestand als resultaat van de vergelijking. - Het opnemen van signalen in het verschillenbestand (bijvoorbeeld deelnemer heeft meer dan één diploma met bekostigingsindicatie ‘Ja’). Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON)
  • 324.
    72 EXTERNE VERANTWOORDING RAADPLEGEN / DOORZOEKEN VERSCHILLENBESTAND Ondersteunt use cases - Use case: Verwerking BRON-Foto • Activiteit: analyseren verschillenbestand Doel Het verschil tussen de gegevens van de BRON-foto en de kernregistratie deelne- mers terugbrengen tot nul. Functiesoort Interactief Korte beschrijving In dit scherm kun je de verschillen tussen BRON-foto en/of kernregistratie raadple- gen. Je ziet bijvoorbeeld dat er in de kernregistratie een inschrijving is die (nog) niet terug te vinden is op de FOTO en vice versa. Voor deelnemers die wel in de FOTO zijn opgenomen maar niet voldoen aan bekostigingsvoorwaarden (resultaat beslisboom) kun je met behulp van een signaalcode/omschrijving zien waarom ze niet aan de bekostigingsvoorwaarden voldoen en dus als verschil hier terugkomen (bijvoorbeeld 2 diploma’s in kalenderjaar bekostigingsrelevant). Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Scherm waarin je een opgeslagen verschillenbestanden kunt selecteren en raadple- gen. Per gegevensrubriek (Persoonsgegevens, Inschrijving, BPV, Resultaten) zie je of er verschillen zijn en zo ja, om welke deelnemer dat gaat. Per deelnemer moet zichtbaar zijn wat het verschil is (welk veld). Vanuit deze functie is het noodzakelijk dat je kunt doorklikken naar de kernregistratie deelnemers en zo eventuele aanpas- singen gelijk kunt doorvoeren of raadplegen. Functionaliteit: - Selectie op bestand Binnen die selectie: - selectie op gegevensrubriek - selectie op signaalcode binnen betreffende gegevensrubriek - selectie op deelnemer
  • 325.
    EXTERNE VERANTWOORDING 73 Controles Controles bij interface-element: geen Acties Acties bij interface-element: geen Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON, zie functie Filteren en Parkeren mutatie INLEZEN CFI TERUGMELDINGSOVERZICHT Ondersteunt use cases - Use case: terugmelding CFI • Activiteit: inlezen terugmeldingsoverzicht Doel CFI terugmeldingsoverzicht kunnen raadplegen in Raadplegen CFI terugmeldings- overzicht. Functiesoort - Interactief: starten inleesproces (1) - Niet-interactief: daadwerkelijk inlezen en bijwerken administratie Korte beschrijving Het inlezen van het CFI terugmeldingsoverzicht (afkomstig van CFI) in de kernre- gistratie en het bijwerken van de administratie van ingelezen terugmeldingsover- zichten. Daarnaast moet het mogelijk zijn een reeds ingelezen terugmeldingsover- zicht te verwijderen en daarna opnieuw in te lezen. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin je een terugmeldingsoverzicht kunt inlezen maar ook een reeds ingelezen terugmeldingsoverzicht kunt verwijderen. Functionaliteit: - Selectie terugmeldingsoverzicht CFI om in te lezen in kernregistratie deelnemers - Verwijderen van ingelezen terugmeldingsoverzicht: selectie op ingelezen terug- meldingsoverzicht
  • 326.
    74 EXTERNE VERANTWOORDING Controles Controles bij interface-element 1: - het betreffende terugmeldingsoverzicht mag niet al eerder zijn ingelezen Acties Acties bij interface-element 1: - het selecteren van het in te lezen terugmeldingsoverzicht - toevoegen van een eigen tekst als toelichting bij dit terugmeldingsoverzicht - starten van inleesprocedure - als het inlezen heeft plaatsgevonden, weergeven: - status van het inlezen (succesvol of fout-situatie) - bijwerken logboek (BRON)administratie (naam terugmeldingsoverzicht, peildatum terugmeldingsoverzicht, type (voorlopig of definitief), datum/tijd inlezen terug- meldingsoverzicht - weergeven eigen tekst als toelichting - weergeven van inhoud van het terugmeldingsoverzicht via functie Raadplegen CFI Terugmeldingsoverzicht Beschrijving achtergrond verwerking Achtergrond invoer geen. Achtergrond uitvoer - gestructureerde vastlegging van het terugmeldingsoverzicht in de kernregistratie - bijgewerkte administratie Proces (achtergrond verwerking) Beschrijving inleesproces: Het volledige terugmeldingsoverzicht wordt ingelezen. Eisen bij inlezen: - op basis hiervan kan de vergelijking worden gemaakt tussen de gegevens (deel- nemer-aantallen per crebo voor wat betreft inschrijvingen of diploma’s) uit het terugmeldingsoverzicht en de kernregistratie deelnemers - ingelezen terugmeldingsoverzichten kunnen wel worden verwijderd (en daarmee opnieuw worden ingelezen) maar mogen niet worden overschreven. - terugmeldingsoverzicht wordt het terugmeldingsbestand, datum/tijd en status (definitief of voorlopig ) geregistreerd. Gegevens CFI-Terugmeldingsoverzicht (zie CFI-terugmeldingsoverzicht.)
  • 327.
    EXTERNE VERANTWOORDING 75 VERGELIJKEN CFI TERUGMELDINGSOVERZICHT MET KRD Ondersteunt use cases - Use case: Terugmelding CFI • Activiteit: vergelijken Terugmeldingsoverzicht CFI met gegevens kernregistratie. • Activiteit: opslaan van verschillenbestand. Doel De gegevens in de kernregistratie deelnemergegevens komen overeen met de bekostigingsrelevante gegevens zoals BRON die heeft aangeleverd aan CFI en door CFI zijn getoetst (beslisboom). Functiesoort - Interactief: het opdracht geven tot het maken van een vergelijking tussen een te selecteren CFI terugmeldingsoverzicht en de gegevens in de kernregistratie op basis van een peildatum). - Niet-interactief: het vergelijken van de gegevens en het opslaan van het verschil- lenbestand Korte beschrijving Een scherm waarin een ingelezen CFI-terugmeldingsoverzicht geselecteerd kan worden. In hetzelfde scherm moet daarnaast een selectie op onderwijssoort en peil- datum worden gegeven om te bepalen welke gegevens ter vergelijking uit de kern- registratie deelnemergegevens moet worden opgehaald en opslagen. Aan de hand van deze bestanden wordt een vergelijkingsbestand gemaakt. Dit bestand toont de aantallen deelnemers per crebo, leerweg, intensiteit, zowel voor de te bekostigen inschrijvingen als de behaalde diploma’s. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Functionaliteit: - Overzicht van ingelezen CFI-terugmeldingsoverzichten. (1) - Mogelijkheid om selectie gegevens uit kernregistatie aan te geven: soort onder- wijs en een peildatum. (2) - Mogelijkheid om de gegevens te vergelijken: het vergelijken van een geselecteerd CFI-terugmeldingsoverzicht met de geselecteerde gegevens uit de kernregistratie. (3) Controles Controles bij interface-element: geen
  • 328.
    76 EXTERNE VERANTWOORDING Acties Acties bij interface-element 3: - zie beschrijving achtergrond verwerking Beschrijving achtergrond verwerking Achtergrond invoer - Geselecteerd CFI-Terugmeldingsoverzicht - Selectie uit de gegevens van de kernregistratie deelnemers Achtergrond uitvoer - Vergelijkingsbestand Proces (achtergrond verwerking) - Het ophalen van gegevens uit de kernregistratie deelnemergegevens rekening houdend met de voorwaarden in de beslisboom. - Vergelijking maken tussen de gegevens uit de KRD en het geselecteerde terug- meldingsoverzicht. - Het opslaan van het vergelijkingsbestand als resultaat van de vergelijking. Het vergelijkingsbestand wordt altijd gemaakt, ook als alle aantallen kloppen. Per gegeven (crebo/leerweg/intensiteit) wordt het aantal van CFI en het aantal vanuit de kernregistratie deelnemers vermeld. - Het opnemen van CFI-signalen in het vergelijkingsbestand die in het terugmel- dingsoverzicht eventueel zijn opgenomen. Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.) RAADPLEGEN / DOORZOEKEN VERGELIJKINGSBESTAND Ondersteunt use cases - Use case: terugmelding CFI • Activiteit: analyseren vergelijkingsbestand Doel Het verschil tussen de gegevens in het terugmeldingsoverzicht CFI en de kernregis- tratie deelnemers terugbrengen tot nul.
  • 329.
    EXTERNE VERANTWOORDING 77 Functiesoort Interactief Korte beschrijving In dit scherm kun je de verschillen tussen het terugmeldingsoverzicht CFI en kern- registratie raadplegen. Je ziet dan per crebonummer het aantal volgens terugmel- dingsoverzicht CFI en het aantal vanuit de kernregistratie (na beslisboom). Per regel wordt tevens aangegeven of er een verschil is (bijvoorbeeld Ja of Nee). Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Scherm waarin je een opgeslagen vergelijkingsbestand kunt selecteren en raadple- gen. Het gaat hier om aantallen per crebo/leerweg/intensiteit voor de inschrijvingen en voor de diploma’s. Per crebonummer wordt het aantal getoond vanuit het terug- meldingsoverzicht CFI en het aantal volgens de kernregistratie deelnemers. Naast de aantallen per crebonummer worden ook signalen getoond in het terugmeldings- overzicht. Deze signalen moeten ook geraadpleegd kunnen worden. Functionaliteit: - Selectie op bestand Binnen die selectie: - selectie op crebonummer - selectie op intensiteit (deeltijd/voltijd/examendeelnemer - Selectie op signaal verschil J/N - Raadplegen van CFI-signalen in het vergelijkingsbestand Controles Controles bij interface-element: geen Acties Acties bij interface-element: geen Gegevens CFI-Terugmeldingsoverzicht (zie CFI-terugmeldingsoverzicht.)
  • 330.
    78 EXTERNE VERANTWOORDING BLOKKEREN BERICHTENVERKEER Ondersteunt use cases - Use case: aanlevering aan BRON • Activiteit: versturen mutatie - Use case: terugkoppeling • Activiteit: inlezen retourbericht Doel Het tijdelijk kunnen stopzetten van het automatisch berichtenverkeer tussen BRON en Instelling door de contactpersoon BRON. Functiesoort - Interactief: het instellen van een blokkering - Niet-interactief: het verzamelen van te versturen of nog in te lezen mutaties Korte beschrijving Met deze functie kan het berichtenverkeer gepland worden. Het kan aan staan, en tijdelijk stop gezet worden. In perioden waarin het berichtenverkeer stopgezet is, is het van belang dat mutaties worden ‘verzameld’ die dan later alsnog worden verzonden, dan wel ingelezen worden in het geval van terugkoppeling. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Functionaliteit: - Het middels een van te voren in te geven begin- en einddatum (met begin- en eindtijd) kunnen blokkeren van het automatisch berichtenverkeer naar en van BRON. (1) Controles Controles bij interface-element: geen Acties Acties bij interface-element 1: - Bij het passeren van een blokkerings begin- of einddatum veranderd het berich- tenverkeer (zie beschrijving achtergrond verwerking).
  • 331.
    EXTERNE VERANTWOORDING 79 Beschrijving achtergrond verwerking Achtergrond invoer - te versturen mutatie - ontvangen retourbericht Achtergrond uitvoer - een wachtrij met nog te versturen mutaties - een wachtrij met nog in te lezen retourberichten Proces (achtergrond verwerking) - Als een blokkering actief is, dan worden de te versturen mutaties die ontstaan in de kernregistratie bewaard. Hetzelfde geldt voor de retourberichten van BRON. - Op het moment dat de blokkering is opgeheven wordt automatisch alle nog te versturen mutaties verstuurd c.q. alle nog in te lezen retourberichten ingelezen. Gegevens Gegevensset: Mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.) RAADPLEGEN LOGBOEK (BRON)ADMINISTRATIE Deze functie gebruikt de contactpersoon BRON als er afkeuringen zijn of bijv. bij het controleren van de FOTO. Hij/zij wil nakijken wat er eigenlijk gemeld is aan BRON (historie). Tevens wordt de functie gebruikt voor het monitoren van de kwaliteit van de uitwisseling met BRON. Ondersteunt use cases Use case: monitoren uitwisseling BRON Doel Inzage in de verstuurde en teruggekoppelde BRON bestanden en (individuele) mu- taties en de tijdigheid van deze communicatie. Inzicht in de ontvangen BRON-foto’s en terugmeldingsoverzichten CFI. Functiesoort Interactief
  • 332.
    80 EXTERNE VERANTWOORDING Korte beschrijving Met de functie kan worden getoond de historie van ingelezen BRON-foto’s en CFI terugmeldingen en, op mutatie-niveau, wat per deelnemer gemeld is aan BRON en wat door BRON daarover is teruggekoppeld. Tevens is raadpleegbaar op deelnemer- niveau en op gecumuleerd niveau: de aantallen, soort signalen en tijdigheid van gemelde mutaties. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm met een overzicht van alle (geselecteerde) individuele mutaties en een samenvatting daarvan. Per mutatie wordt de inhoud van de mutatie, de terugge- koppeling daarop (onder andere de signalen: code + omschrijving) en de tijdigheid van de melding van de mutatie weergegeven. De samenvatting bestaat uit het aantal mutaties, het aantal mutaties met een bepaalde terugkoppeling/signaalsoort en de tijdigheid van de melding van mutaties. Verschillende kenmerken van mutaties kunnen gebruikt worden om het overzicht te beperken tot een selectie uit alle mutaties en/of te sorteren op een kenmerk. Functionaliteit: - Selectie/sortering op onderwijssoort (BO, BA, VO, VAVO, ED) - Selectie/sortering op aangeleverde batch - Selectie/sortering op terugkoppelbestand BRON - Selectie/sortering op organisatieonderdeel - Selectie/sortering op deelnemer - Selectie/sortering op status BRON - Selectie/sortering op gegevensrubriek - Selectie/sortering op zelf te definiëren periode - Selectie/sortering op BRON-foto - Selectie/sortering op CFI-terugmeldingsoverzicht Controles Controles bij interface-element: geen Acties Acties bij interface-element: - het op het scherm tonen van de gegevens die voldoen aan de selectie. Gegevens Gegevensset: mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.)
  • 333.
    EXTERNE VERANTWOORDING 81 RAADPLEGEN BRON-FOTO Ondersteunt use cases - Use case: verwerking BRON-foto • Activiteit: inlezen BRON-foto Doel Inzicht krijgen in de gegevens die in een BRON-foto zijn opgenomen. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Naar aanleiding van het verschillenbestand of naar aanleiding van een vraag moet gecontroleerd kunnen worden welke gegevens in een bepaalde BRON-foto zijn opgenomen. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin de contactpersoon BRON een reeds ingelezen foto kan raad- plegen. Welke deelnemers staan er op de foto en met welke gegevens, ook weer gerubriceerd naar onderdelen Persoonsgegevens, Inschrijving, BPV en Resultaten. Functionaliteit: - Selectie op ingelezen BRON-foto Binnen die selectie: - selectie op gegevensrubriek - selectie op signaalcode binnen betreffende gegevensrubriek - selectie op deelnemer - selectie op bekostigingsrelevantie Combinaties van selecties moeten mogelijk zijn. Geen selectie betekent alle gege- vens tonen. Controles Controles bij interface-element 1: n.v.t. Acties Acties bij interface-element 1: geen Gegevens BRON-foto (zie BRON-foto)
  • 334.
    82 EXTERNE VERANTWOORDING RAADPLEGEN CFI TERUGMELDINGSOVERZICHT Ondersteunt use cases - Use case: terugmelding CFI • Activiteit: Inlezen CFI-terugmeldingsoverzicht Doel CFI-terugmeldingsoverzicht kunnen raadplegen. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Naar aanleiding van het vergelijkingsbestand of naar aanleiding van een vraag moet gecontroleerd kunnen worden welke gegevens in een CFI terugmeldingsoverzicht zijn opgenomen. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin je een reeds ingelezen terugmeldingsoverzicht CFI kunt raad- plegen. Het gaat hierbij om aantallen deelnemers en diploma’s per crebocode, maar ook om de individuele signalen. Weer gerubriceerd naar onderdelen Persoonsgege- vens, Inschrijving, BPV en Resultaten. Functionaliteit: - Selectie op ingelezen CFI-terugmeldingsoverzicht. Binnen die selectie: - selectie op crebocode - selectie op intensiteit (deeltijd/voltijd/examendeelnemer) - Selectie op signaal - Selectie op bekostigingsrelevantie Combinaties van selecties moeten mogelijk zijn. Geen selectie betekent alle gege- vens tonen. Controles Controles bij interface-element 1: geen
  • 335.
    EXTERNE VERANTWOORDING 83 Acties Acties bij interface-element 1: - Het tonen van de met de selectie opgevraagde gegevens. Gegevens CFI-Terugmeldingsoverzicht (zie CFI-terugmeldingsoverzicht.) RAADPLEGEN AANVULLENDE BRON-GEGEVENS Integreren met deelnemer raadpleegt functionaliteit Deze functie beschrijft een deel van de gewenste functionaliteit voor het raadple- gen van gegevens van een deelnemer. Het hier beschreven deel heeft betrekking op gegevens die door BRON aangeleverd worden. Deze functionaliteit moet voor de gebruiker een geïntegreerd geheel vormen met de functionaliteit voor het raadple- gen van de andere gegevens van een deelnemer. Deze laatste functionaliteit is in dit ontwerp niet expliciet beschreven (niet op functie en niet op use case-niveau). Ze kan echter afgeleid worden van de werkprocessen die in de use case wijzigen identiteitsgegevens beschreven zijn. Inleiding In de terugkoppelbestanden vanuit BRON (zie PvE BRON) wordt een aantal aanvul- lende gegevens op deelnemerniveau geleverd aan de instelling. De hieraan ge- relateerde gegevens die de instelling zelf heeft geregistreerd mogen niet worden overschreven door de teruggekoppelde GBA-gegevens. Deze gegevens moeten apart inzichtelijk worden gemaakt. Een voorbeeld hiervan is het GBA-adres. Het GBA-adres van de deelnemer is niet altijd het adres waarmee de deelnemer bij de instelling staat ingeschreven. Het door de instelling geregistreerde adres het het GBA adres moeten als het ware naast elkaar getoond kunnen worden. Ook de gege- vens rondom allochtonen (inclusief geboorteland vader en geboorteland moeder) die in de terugkoppeling zijn opgenomen moeten zichtbaar worden gemaakt op deelnemersniveau in de kernregistratie. In de toekomst worden ook vooropleidings- gegevens en code leerbedrijf teruggekoppeld. Ondersteunt use cases Dit is een generieke, algemeen toepasbare functie Doel Het op deelnemersniveau kunnen vergelijken van gegevens in de kernregistratie met de GBA-gegevens en inzien van andere door BRON verstrekte deelnemer-gegevens.
  • 336.
    84 EXTERNE VERANTWOORDING Functiesoort Interactief Korte beschrijving In deze functie moeten de (GBA)-gegevens die zijn opgenomen in de BRON te- rugkoppeling naast de zelf geregistreerde gegevens worden getoond. Het meest recente teruggekoppelde gegeven moet daarbij worden getoond. Naast de zelf ge- registreerde gegevens worden ook extra gegevens getoond die misschien niet in de kernregistratie zijn opgenomen (bijvoorbeeld geboorteland vader en geboorteland moeder, verblijfstatus, datum in Nederland). Gegevens Gegevensset: mutaties van en aan BRON (zie PvE BRON.) BEHEREN KRD RAPPORTAGEGEGEVENSSETSJABLONEN Ondersteunt use cases - Use case: toeleveren opdrachtgevers • Activiteit: samenstellen gegevensset • Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD - Use case: toelevering ad hoc • Activiteit: samenstellen gegevensset • Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD - Use case: toelevering inburgering • Activiteit: samenstellen gegevensset • Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD Doel Hergebruik van eerder gemaakte KRD-rapportagegegevenssetsjablonen. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Een lijst met KRD-rapportagegegevenssetsjablonen die bewerkt kan worden. Tevens kan het verzamelen en opslaan van gegevens op basis van een sjabloon vanuit deze functie worden uitgevoerd.
  • 337.
    EXTERNE VERANTWOORDING 85 Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm dat een lijst met KRD-rapportagegegevenssetsjablonen toont. Functionaliteit: - Aanmaken of bewerken van een sjabloon (1) - Naam van een sjabloon wijzigen (2) - Verwijderen van een sjaboon - Ophalen en opslaan van gegevens uit de KRD o.b.v. het sjabloon - Beschikbaar stellen van een sjabloon aan een gebruiker of gebruikersgroep Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 2: - naam moet voldoen aan format - systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam Acties door ICT-systeem - Acties bij interface-element 1: - Starten van de functie maken KRD-rapportagegegevensset. MAKEN KRD RAPPORTAGEGEGEVENSSET Ondersteunt use cases - Use case: toeleveren opdrachtgevers • Activiteit: Samenstellen gegevensset • Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD - Use case: toelevering ad hoc • Activiteit: Samenstellen gegevensset • Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD
  • 338.
    86 EXTERNE VERANTWOORDING - Use case: toelevering inburgering • Activiteit: samenstellen gegevensset • Activiteit: verzamelen benodigde gegevens KRD Doel Gegevens uit de kernregistratie deelnemers beschikbaar maken voor verwerking in een rapportage. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Met deze functie kan een (rapportagegegevensset)sjabloon gemaakt worden op basis waarvan het systeem een set gegevens uit de KRD kan verzamelen. De gege- vens kunnen vervolgens worden verzameld op basis van het sjabloon. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin je een rapportagegegevenssetsjabloon kan samenstellen op basis van alle gegevens in de kernregistratie deelnemers. Functionaliteit: - het kunnen selecteren van in de KRD beschikbare gegevens(eenheden) (1) - het toekennen van een naam aan het sjabloon (2) - het opslaan van het sjabloon (3) - het beschikbaar stellen van het sjabloon aan een gebruiker of gebruikersgroep - het ophalen van gegevens uit de KRD o.b.v. het sjabloon, en opslaan in verschil- lende bestandsformaten* (is gegevenssetsjabloon) *) Het op kunnen slaan in verschillende formaten dient voor het scheppen van de mogelijkheid om de gegevens te verwerken in meer dan één applicatie (beperking afhankelijkheden). Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 2: - naam moet voldoen aan format - systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam Controles bij interface-element 3: - er moet een naam aan het sjabloon zijn toegekend (anders om vragen)
  • 339.
    EXTERNE VERANTWOORDING 87 Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element 1: - Als selectie van gegevenseenheden heeft plaatsgevonden, weergeven: • het sjabloon met voorbeelden van de geselecteerde gegevens Acties bij interface-element 2: - Als het kenmerk voorkomt moet het systeem een melding doen en vragen of de reeds bestaande sjabloon gebruikt moet worden. Gegevens Toeleveren opdrachtgevers en ad hoc rapportages De gegevens zijn afhankelijk van de gegevensset in het contract of van de gestelde informatievraag en deze gegevens kunnen per contract danwel informatievraag verschillend zijn. Toelevering inburgering De voor het Keurmerk Inburgeren te verwerken gegevens wisselen. De gegevensset is gedocumenteerd in de Handleiding Keurmerk Inburgering (zie gegevens keur- merk inburgeren.) Deze wordt steeds weer vernieuwd. BEHEREN RAPPORTAGEGEGEVENSSETS Ondersteunt use cases - Use case: toeleveren opdrachtgevers • Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens - Use case: toelevering ad hoc • Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens - Use case: toelevering inburgering • Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens Doel Hergebruik van eerder samengestelde rapportagegegevenssets. Functiesoort Interactief
  • 340.
    88 EXTERNE VERANTWOORDING Korte beschrijving Een lijst met rapportagegegevenssets die bewerkt kan worden. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm dat een lijst met rapportagegegevenssets toont. Functionaliteit: - Aanmaken of bewerken van een gegevensset (1) - Naam van een gegevensset wijzigen (2) - Verwijderen van een gegevensset - Beschikbaar stellen van een gegevensset aan een gebruiker of gebruikersgroep Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 2: - Naam moet voldoen aan format - Systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element 1: - Starten van de functie bewerken rapportagegegevens. Gegevens De gegevens verschillen per rapportage. BEWERKEN RAPPORTAGEGEGEVENS Ondersteunt use cases - Use case: toeleveren opdrachtgevers • Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens • Activiteit: controleren gegevens - Use case: toelevering ad hoc • Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens • Activiteit: controleren gegevens
  • 341.
    EXTERNE VERANTWOORDING 89 - Use case: toelevering inburgering • Activiteit: samenvoegen verzamelde gegevens • Activiteit: controleren gegevens Doel Het samenvoegen en bewerken van gegevens verzameld in de kernregistratie en gegevens verzameld in overige applicaties. Het controleren van de samengevoeg- de gegevens op volledigheid en juistheid. De samengevoegde gegevens kunnen vervolgens met behulp van de functie maken rapportage in een rapport worden opgenomen. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Het samenvoegen van ruwe gegevens vanuit de kernregistratie met ruwe gegevens vanuit overige applicaties. Tevens kunnen bewerkingen worden uitgevoerd op de gegevens. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm waarin alle gegevens getoond worden die in de samengevoegde rap- portagegegevensset zijn opgenomen. Functionaliteit voor tonen: - Selectiemogelijkheid op ieder voorkomend veld. - Selectiemogelijkheid op lege velden (ontbrekende gegevens). - Combinaties van selecties moeten mogelijk zijn. Functionaliteit voor bewerken: - Inlezen van gegevens uit een of meerdere bestanden (bijvoorbeeld spreadsheet draaitabel) of databases van andere applicaties. - Rechtstreeks inlezen van gegevens uit een andere applicatie. - Bewerken van de gegevens, bijvoorbeeld berekening doorvoeren en sorteringen. - Opslaan van de samengevoegde gegevensset. (1) - Toevoegen van een zelf te definiëren omschrijving bij de samengevoegde gege- vensset.
  • 342.
    90 EXTERNE VERANTWOORDING Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 1: - De naam van de gegevensset moet voldoen aan een vastgesteld format. - De naam mag nog niet voorkomen. Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element: geen Gegevens De gegevens verschillen per rapportage. BEHEREN RAPPORTAGESJABLONEN Ondersteunt use cases - Use case: toeleveren opdrachtgevers • Activiteit: verwerken gegevens naar rapport - Use case: toelevering ad hoc • Activiteit: verwerken gegevens naar rapport - Use case: toelevering inburgering • Activiteit: verwerken gegevens naar rapport Doel Hergebruik van eerder gemaakte rapportagesjablonen. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Een lijst met rapportagesjablonen die bewerkt kan worden. Tevens kan het gene- reren en opslaan van rapportages op basis van een sjabloon vanuit deze functie worden uitgevoerd. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Een scherm dat een lijst met rapportagesjablonen toont.
  • 343.
    EXTERNE VERANTWOORDING 91 Functionaliteit: - Aanmaken of bewerken van een sjabloon (1) - Naam van een sjabloon wijzigen (2) - Verwijderen van een sjaboon - Genereren en opslaan van een rapportage o.b.v. een sjabloon - Beschikbaar stellen van een sjabloon aan een gebruiker of gebruikersgroep Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 2: - Naam moet voldoen aan format - Systeem moet melding geven bij een reeds bestaande naam Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element 1: - Starten van de functie maken rapportage. MAKEN RAPPORTAGE Ondersteunt use cases - Use case: toeleveren opdrachtgevers • Activiteit: verwerken gegevens naar rapport - Use Case: toelevering ad hoc • Activiteit: verwerken gegevens naar rapport - Use Case: toelevering inburgering • Activiteit: verwerken gegevens naar rapport Doel Een rapport(age) die voldoet aan de gestelde eisen van het contract of de informa- tievraag. Functiesoort Interactief Korte beschrijving De gegevens uit een rapportagegegevensset kunnen worden verwerkt tot een over- zichtelijke rapportage door het aanpassen van de layout, het laten genereren van grafieken en het toevoegen van tekst en plaatjes. Het resultaat kan als rapportage
  • 344.
    92 EXTERNE VERANTWOORDING worden opgeslagen en de lay-out en gegevensbewerkingen kunnen als sjabloon worden opgeslagen. Beschrijving interactieve functionaliteit Interactief Gebruikersinterface Een scherm waarin de lay-out van de rapportage kan worden bepaald. Functionaliteit: - het selecteren van een rapportagegegevensset (1) - het maken van de lay-out van de rapportage (3) - het genereren van grafieken - het toevoegen van tekst en plaatjes - het opslaan van de lay-out, rapportagegegevensset-selectie en gegevensbewer- kingen als rapportagesjabloon (4) - het bewerken van een zelf te definiëren omschrijving bij het rapportagesjabloon (5) - het resultaat opslaan als rapportage (6) Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 5: - naam lay-out moet voldoen aan format - naam lay-out mag nog niet voorkomen Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element: n.v.t. Gegevens Toeleveren opdrachtgevers en ad hoc rapportages De gegevens zijn afhankelijk van de gegevensset in het contract of van de gestelde informatievraag en deze gegevens kunnen per contract danwel informatievraag verschillend zijn. Toelevering inburgering De voor het Keurmerk Inburgeren te verwerken gegevens wisselen. De gegevensset is gedocumenteerd in de Handleiding Keurmerk Inburgering (zie Gegevens Keur- merk Inburgeren.) Deze wordt steeds weer vernieuwd.
  • 345.
    EXTERNE VERANTWOORDING 93 Opmerkingen Afstemming of integratie met andere functies Deze functie kan samen met de functies maken KRD-rapportagegegevensset en bewerken rapportagegegevens (en de bijbehorende beheer functies) gebruikt wor- den voor het uitvoeren van use cases waarin rapportages gemaakt worden. Het is voor de efficiëntie van de uitvoering van de use cases belangrijk dat deze functies op elkaar afgestemd of geïntegreerd worden ontwikkeld. Het moet mogelijk zijn om gegevens toe te voegen aan de rapportage, zodanig dat de stappen voor het maken van een rapportage niet opnieuw uitgevoerd hoeven te worden. Dit vergt bijvoor- beeld dat bewerkingen op gegevens vastgelegd kunnen worden in plaats van dat ze volledig handmatig zijn. BIJWERKEN ADMINISTRATIE KEURMERK Ondersteunt use cases - Use case: aanleveren gegevens keurmerk Inburgeren • Activiteit: versturen rapportage - Use case: resultaat audit verwerken • Activiteit: bijwerken administratie Keurmerk Doel Inzicht hebben in de communicatie met Blik op Werk rondom het keurmerk inbur- geren. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Met deze functie kan handmatig een logboek worden bijgehouden over de com- municatie met en de inhoud van de terugkoppeling van Blik op Werk rondom het keurmerk inburgeren. Het betreft de communicatie in beide richtingen, over het verzenden alsook over het ontvangen. De terugkoppeling betreft het resultaat van een audit die Blik op Werk uitvoert. Beschrijving interactieve functionaliteit Interactief
  • 346.
    94 EXTERNE VERANTWOORDING Gebruikersinterface - Overzicht van alle rapportages waarvan geregistreerd is dat ze verzonden zijn (inclusief datum verwerkt/verstuurd). - Verwijzing opnemen naar een nieuwe verzonden rapportage (URL) - Bewerken van een (zelf te definiëren) omschrijving bij de rapportage. - Bewerken van een (zelf in te vullen) datum van verwerking of verzending van de gevraagde gegevens (archief). - Vermelden van de verzendwijze van het rapport (uploaden op website, mail, post etcetera) - Mogelijkheid om verwijzing naar gerelateerde bestanden op te nemen (URL) (bijvoorbeeld het bij de onderwijsinstelling opgeslagen ingevulde format van de beveiligde website van Blik op Werk.) - Mogelijkheid om per rapport de feedback van Blik op Werk te registreren, name- lijk het resultaat van de audit. Het resultaat kan zijn: correcte cijfers ‘ja’ correcte cijfers ‘nee’. Indien correcte cijfers ‘ja’: tekortkoming ‘ja’ tekortkoming ‘nee’. Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element: nvt Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element: nvt
  • 347.
    EXTERNE VERANTWOORDING 95 COLOFON Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort, istockphoto.com Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 348.
    96 EXTERNE VERANTWOORDING Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 349.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 1 FUNCTIONEEL ONTWERP ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN
  • 350.
    2 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN
  • 351.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 3 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van het onderwijs- logistieke proces, het roosterproces en het beheren van de middelen. Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder- steuning daarvan door een concreet ICT systeem. De hier beschreven functionaliteit kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of als één of meer aparte ICT-systemen. Beschrijvend en technisch gedeelte Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte, waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge- deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten staan weergegeven. In het beschrijvende gedeelte wordt u door de belangrijkste delen van ons ontwerp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs- punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar de keuze- mogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen zich bevinden. Het beschrijvende gedeelte bestaat uit negen delen. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases. Aan het begin wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases. In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun- ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een beschrijving van de use cases. Dit is een beschrijving van het proces vanuit het perspectief van een gebruiker van het systeem. Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functionele ontwerp van het onderwijslogistieke proces, het roosterproces en het beheren van de middelen. Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte de gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat een ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
  • 352.
    4 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN
  • 353.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 5 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Beschrijvend en technisch gedeelte 3 Beschrijvend gedeelte 7 Deel I: Het formuleren van de leervraag en het specificeren van het leerarrangement 8 Uitgangspunten en keuzes 8 Het formuleren van de leervraag van de deelnemer 9 Het specificeren van het leerarrangement 11 Deel II: Het BPV-proces 13 Uitgangspunten en keuzes 13 Beheren BPV-bedrijfsgegevens 16 Beheren BPV-plaats 16 BPV matching 16 Deel III: Het maken en e ectueren van het rooster 18 Uitgangspunten en keuzes 18 Het maken van het rooster 19 Het e ectueren van het rooster 21 Deel IV: Meer flexibiliteit in het roosteren 23 Uitgangspunten en keuzes 23 Het aanvullen van het rooster met individuele leerwensen 24 Controleren van de realisatie van het rooster 25 Deel V: Deelnemeracceptatie en individuele roosteroplossingen 26 Uitgangspunten en keuzes 26 De deelnemer accepteert het rooster 27 Monitoren van de acceptatie door deelnemers 28 Individueel roosterprobleem oplossen 29 Afhandelen van niet planbare leerarrangementen 30
  • 354.
    6 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Deel VI: Forward mapping; verwachtingen meenemen in het roosterproces 32 Uitgangspunten en keuzes 32 Tactische planning 33 Strategische planning 34 Deel VII: Het optimaal inzetten van de middelen 37 Uitgangspunten en keuzes 37 Wijzigen middelen 38 Behandelen van de aanvraag van middelen 39 Deel VIII: Het oplossen van problemen in de uitvoering 41 Uitgangspunten en keuzes 41 Oplossen van een uitvoeringsprobleem 42 Oplossen van een calamiteit 42 Deel IX: Registreren van aan- en afwezigheid 43 Uitgangspunten en keuzes 43 Melden van afwezigheid door de deelnemer 44 Registreren van aan- en afwezigheid 44 Technisch gedeelte 47
  • 355.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 7 BESCHRIJVEND GEDEELTE
  • 356.
    8 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN DEEL I: HET FORMULEREN VAN DE LEERVRAAG EN HET SPECIFICEREN VAN HET LEERARRANGEMENT Uitgangspunten en keuzes - De leervraag van de deelnemer staat centraal in het gehele proces van onderwijs- logistiek en roosteren - De leervraag wordt samen met de deelnemer geformuleerd
  • 357.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 9 - Keuzevrijheid van de instelling om het arrangement samen met deelnemer te spe- cificeren met behulp van referentiearrangementen en de onderwijscatalogus - Mogelijkheid om de intake, het formuleren van de leervraag en het specificeren van het arrangement geheel of gedeeltelijk samen te voegen, indien zinvol - De inrichting van de onderwijscatalogus is aan de instelling. De onderwijscatalo- gus bevat (op het laagste aggregatieniveau) de roosterbare eenheden met behulp waarvan het onderwijsaanbod kan worden opgebouwd (gearrangeerd). De struc- tuur en inrichting van de onderwijscatalogus is van invloed op de flexibileit van het onderwijs Het formuleren van de leervraag van de deelnemer Een van de meest fundamentele uitgangspunten van de onderwijsfilosofie van Triple A is het centraal stellen van de leervraag van de deelnemer. Door de leervraag te beschrijven en deze vervolgens te vertalen naar producten die door de onderwijsin- stelling worden aangeboden, wordt hier recht aan gedaan. Dit kan een verzameling samenhangende producten uit de onderwijscatalogus zijn, maar ook een verzameling ‘losse producten’. Een deelnemer hoeft dus niet te worden ingeschreven op een com- plete opleiding, bestaande uit vaste vakken, die door alle deelnemers worden gevolgd. Samen met de deelnemer Als de leervraag van de deelnemer centraal staat, betekent dit grote betrokken- heid van de deelnemer bij het vaststellen hiervan. Het formuleren van de leervraag gebeurt dan ook samen met de deelnemer. Samenhang met Intake Tijdens de Intakefase is de leervraag van de deelnemer verkend en is meestal een start onderwijsproduct afgesproken. Het start onderwijsproduct is het onderwijs- product uit de onderwijscatalogus waarmee de deelnemer direct na inschrijving kan starten. De tijdens de Intake gemaakte afspraak op hoofdlijnen, specificeert nog niet wat de deelnemer binnen dat verbintenisgebied precies wil gaan doen en wat de onderwijs- instelling hiervoor aan producten in huis heeft en aan middelen moet gaan inzetten. In veel gevallen zal de leervraag nog niet expliciet genoeg zijn gemaakt en moet de deelnemer daarbij worden geholpen. Pas dan kan een goed aanbod worden gefor- muleerd. Is een deelnemer al op weg met zijn studie, dan kan er aanleiding zijn om de leer- vraag opnieuw tegen het licht te houden en te (her)formuleren. Daarna zal (in de use case arrangement specificeren) de vertaling naar producten uit de onderwijsca- talogus plaatsvinden, tot op gewenste niveau.
  • 358.
    10 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Het is overigens aan de instelling om de use cases intake, formuleren leervraag en arrangement specificeren wanneer dat zinvol is, geheel of gedeeltelijk te combineren. Leervraag vanuit een bedrijf of instelling De leervraag kan ook uitgaan van een bedrijf of instelling die, nog los van de individu- ele inschrijvingen, een op maat gesneden aanbod wil krijgen voor zijn medewerkers. Producten uit de onderwijscatalogus De onderwijscatalogus bevat alle onderwijsproducten die een onderwijsinstelling kan aanbieden. Door de leervraag uit te drukken in deze onderwijsproducten, ont- staat voor de deelnemer duidelijkheid over wat zijn studie (of ieder geval de start van de studie) zal gaan betekenen. Voor de onderwijsinstelling is dit een eerste stap om te komen tot een concreet aanbod waarvan in een later stadium de plan- ning- en middelenbehoefte duidelijk wordt. Hierbij kan de instelling gebruik maken van referentiearrangementen. Dit zijn voorbeelden van in een arrangement samen- gebrachte onderwijsproducten die invulling geven aan een bepaalde leerroute Specifieke wensen of beperkingen (randvoorwaarden) Er zijn talloze zaken die van invloed kunnen zijn op de realiseerbaarheid van de leer- vraag of deze in ieder geval kunnen beïnvloeden. Naast fysieke beperkingen van een deelnemer kun je ook denken aan de plaats of het tijdstip van de onderwijsuitvoering waar een deelnemer niet aan kan voldoen door bijvoorbeeld werk of vervoer. Door dit zo vroeg mogelijk in het proces te inventariseren, kan hiermee rekening worden gehouden voor het bepalen van het onderwijsaanbod. Deze aanvullende wensen of beperkingen maken onderdeel uit van de leervraag (en het daaruit volgende arran- gement). Ook Erkennen van Verworven Competenties (EVC’S) heeft invloed op het uiteindelijk te volgen onderwijsarrangement. Controles De begeleider zal het pakket onderwijsproducten steeds toetsen aan een aantal criteria. Er moet worden voldaan aan vooropleidingseisen. De urennorm (BBL/BOL) moeten worden gechecked in verband met bekostiging. In de meeste gevallen moet ook worden gewaarborgd dat een verzameling onderwijsproducten leidt tot het kun- nen behalen van een erkend diploma. Deze controles kunnen na het formuleren van de leervraag al worden uitgevoerd, zij het beperkt. Op basis van het arrangement en het uiteindelijke rooster zijn gedetailleerdere controles mogelijk. Deze controles spelen daarnaast ook een rol in het proces van begeleiden en monitoren.
  • 359.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 11 Resultaat Er is een geformuleerde en vastgelegde leervraag uitgedrukt in product(en) uit de onderwijscatalogus die is aangevuld met wensen en randvoorwaarden van de deel- nemer, zodat de vraag omgezet kan worden in een arrangement. Het specificeren van het leerarrangement Nadat de leervraag is vastgelegd en uitgedrukt in (één of meerdere) producten uit de onderwijscatalogus, dient deze verder te worden gespecificeerd. Daarbij worden alle relevante keuzes en volgordes binnen en tussen onderwijsproducten vastge- legd. Daardoor wordt het aangeboden pakket onderwijsproducten een planbaar en uitvoerbaar geheel. Bij het opstellen van het arrangement kan gebruik worden ge- maakt van referentiearrangementen. Dit zijn voorbeelden van in een arrangement samengebrachte onderwijsproducten die invulling geven aan een bepaalde leerrou- te. Er vindt een finale check plaats of aan de randvoorwaarden van de deelnemer is voldaan. Het arrangement definieert zo de leerroute die de deelnemer wil gaan afleggen. De verschillende leerroutes die mogelijk zijn, kunnen worden afgeleid uit de metadate- ring van de onderwijsproducten, bijvoorbeeld op basis van de verwijzingen naar de taxonomie. Daarnaast kan er in de metadatering van samengestelde onderwijspro- ducten (hoger aggregatieniveau) in de onderwijscatalogus informatie zijn opgeno- men over de mogelijke leerroutes. Deze stap is van belang om te zorgen dat alle individuele arrangementen tot een uitvoerbare planning leiden. Daarvoor zullen de overeenkomstige onderdelen (qua inhoud en tijd) van de individuele arrangementen verzameld worden. Soms zal, als onderdeel van het arrangeerproces, de volgorde van aangeboden onderwijsproduc- ten moeten worden gewijzigd of zal een andere uitvoeringslocatie uitkomst bieden. Spelregels De onderwijsinstelling zal spelregels moeten opstellen voor de ruimte die aan de deelnemer wordt geboden t.a.v. keuzevrijheid en gebruik maken van de flexibiliteit in het onderwijsaanbod. Daarnaast zal aan de arrangeur duidelijk moeten worden gemaakt waar deze zich aan te houden heeft om tot een economisch verantwoord arrangement te komen. Hij zal zich moeten houden aan wettelijke normen en aan de overeengekomen verhouding tussen theorie en praktijk. De arrangeur wordt in het werk geholpen door gebruik te maken van eerder gemaakte (referentie-)arrangementen en door informatie die beschikbaar is uit prognoses.
  • 360.
    12 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Niet noodzakelijkerwijs met de deelnemer samen Bij het formuleren van de leervraag is de deelnemer zeer nadrukkelijk in beeld. Het is immers zijn leervraag. Bij het arrangeren bepaald het aanbod de focus. Triple A heeft om deze reden twee use cases (formuleren leervraag en arrangement speci- ficeren) gemaakt en niet één. De deelnemer is bij arrangeren nadrukkelijk minder in beeld, omdat gekeken wordt naar de aan te bieden producten en de uitvoerbaar- heid daarvan. Desalniettemin zal in een aantal gevallen ook het arrangeren samen met de deelnemer kunnen plaatsvinden. Verbinding van aanbod met resources De producten in de onderwijscatalogus zijn voorzien van informatie over de beno- digde resources die bij dat product horen. De manier waarop gearrangeerd wordt, heeft uiteindelijk effect op het beslag dat gedaan wordt op de middelen. ‘Slim’ arrangeren betekent zuinig omgaan met de beschikbare middelen en de mate van uitputting daarvan. Hoewel het roosterproces uiteindelijk een zo efficiënt mogelijke match moet maken tussen het gevraagde onderwijs (vastgelegd in de arrangemen- ten) en de beschikbare middelen, kunnen er al bij het arrangeren keuzes gemaakt worden die dit proces versoepelen. Resultaat Uiteindelijk ontstaat een op de deelnemer toegesneden arrangement waarin de leervraag is vertaald naar een aanbod, samengesteld uit onderwijsproducten van de onderwijscatalogus, aangevuld met aanvullende wensen en randvoorwaarden. De verzameling arrangementen is daarmee geschikt gemaakt voor het roosterproces.
  • 361.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 13 DEEL II: HET BPV-PROCES Uitgangspunten en keuzes - Er is voor gekozen de beschrijving van het BPV-proces onderdeel te maken van het logistieke systeem. Het BPV-proces raakt echter veel van de procesonderdelen van het onderwijsprocesmodel. Waar nodig zijn in andere functionele ontwerpen beschrijvingen opgenomen die te maken hebben met het BPV-proces
  • 362.
    14 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - In de onderwijscatalogus worden onderwijsproducten opgenomen die een stage(periode) definiëren behorend bij een bepaalde uitstroomkwalificatie. Dergelijke onderwijsproducten bevatten wel (op basis van de metadatering) de relevante informatie voor het totstandbrengen van arrangementen en roosters. Onderwijsproducten bevatten geen informatie over de BPV-plaats - Matching van de in het rooster opgenomen stageperiode met een beschikbare BPV-plaats kan plaatsvinden na het effectueren van het roosteren - Matching moet voor daadwerkelijke aanvang van de stage hebben plaatsgevonden Voor we specifiek ingaan op Beheren BPV bedrijf, Beheren BPV plaats en BPV mat- ching geven we eerst een korte beschrijving van het BPV-proces In onderstaand figuur is het BPV-proces schematisch weergegeven.
  • 363.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 15 Tijdens het Formuleren van de leervraag wordt door de begeleider op basis van de leervraag van de deelnemer vastgesteld of een deel van de leerroute zal worden ingevuld met BPV-producten. Tevens zal de begeleider nagaan of de deelnemer specifieke wensen heeft t.a.v. het BPV-bedrijf en BPV-plaats. In de use case Arrangement specificeren zal op basis van alle beschikbare informa- tie betreffende de leervraag door de arrangeur de juiste onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus geselecteerd worden. Het BPV-product uit de catalogus is te vergelijken met een lege envelop. De me- tadatering van een dergelijk BPV-product bevat alle noodzakelijke informatie om de arrangeur in de gelegenheid te stellen de envelop (het onderwijsproduct) op te nemen in het arrangement. Aangezien het BPV-onderwijsproduct nu onderdeel uitmaakt van het arrangement kan de use case Maken rooster starten. Het opstellen van het rooster voor de betreffende deelnemer is dus mogelijk op basis van de in het arrangement opgeno- men lege BPV-envelop. Na het moment van Effectueren rooster hebben deelnemer en begeleider nog tot het moment van de daadwerkelijke start van de uitvoering van de stage de tijd om de envelop te vullen met een zogenaamd BPV-aanbod. Is op dit startmoment geen passend BPV-aanbod beschikbaar dan is er sprake van een uitvoeringsprobleem (waarvoor vervolgens met de use case Oplossen uitvoeringsprobleem een oplossing gezocht kan worden). Vullen van de envelop met een BPV-aanbod kan dus gebeu- ren vanaf het moment dat de envelop uit de catalogus is geselecteerd en onder is gebracht in het arrangement tot (uiterlijk) het moment dat uitvoering van de stage volgens het rooster moet aanvangen. Voor het vullen van de envelop is een aanbod van BPV-plaatsen noodzakelijk en een proces dat de matching uitvoert tussen de vraag (gespecificeerd door middel van de envelop) en het aanbod. Hiervoor zijn de use cases opgesteld. Daarnaast is het mogelijk dat deelnemer direct een mogelijke BPV-plaats aandraagt. Dan is er al sprake van een match en kan (bij akkoord bevinden) de verdere administratieve afhandeling plaatsvinden. Bij een succesvolle match hoort ook een adequate administratieve afhandeling door middel van de use case Maken verbintenis. Er wordt een Praktijk OvereenKomst (POK) opgesteld die als addendum wordt toegevoegd aan de bestaande verbintenis. Onderdeel van het opstellen van de POK (voor verplichte BPV) is via een melding aan BRON nagaan of de geselecteerde BPV-plaats daadwerkelijk beschikbaar is. Is dit niet het geval dan kan de POK niet worden bekrachtigd en zal er opnieuw een matchingsproces moeten worden uitgevoerd om een nieuw BPV-aanbod te vinden.
  • 364.
    16 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN In de kernregistratie deelnemers worden de noodzakelijke gegevens opgenomen voor de BPV-uitwisseling met BRON. Beheren BPV-bedrijfsgegevens Het beheren van de BPV-bedrijfsgegevens maakt onderdeel uit van “beheren mid- delen”. Het gaat hier om een registratiesysteem waarin diverse typen leerbedrijven en andere instellingen zijn opgenomen. Wij beperken ons tot de registratie van de gegevens die van belang zijn voor: - Het matchingsproces (bijv. reisafstand) - De bekostiging - Het opstellen van de verbintenis (praktijkovereenkomst/BPV-overeenkomst) Beheren BPV-plaats Naast het beheren van de bedrijfsgegevens is het van belang dat de BPV-plaats(en) die binnen de (geaccrediteerde) bedrijven beschikbaar zijn, beheerd worden. Het beheer moet er op gericht zijn de informatie met betrekking tot de BPV-plaatsen beschikbaar te stellen voor het BPV-matchingsproces. Een leerbedrijf kan een of meerdere BPV-plaatsen aanbieden. Deze BPV-plaatsen kunnen verschillen qua kwalificatiedossier en type (oriënterend/taalstage etc.) Wan- neer de stamgegevens van het leerbedrijf nog niet zijn vastgelegd, moet dit eerst gebeuren (via werkopdracht naar de use case Beheren BPV-bedrijfsgegevens). Het aanbod van de BPV-plaats is geen garantie dat deze ook werkelijk (nog) beschik- baar is. Deze check zal in de regel plaatsvinden nadat de BPV-match is gemaakt. BPV-matching Bij het formuleren van de leervraag is een BPV-onderwijsproduct (envelop) uit de onderwijscatalogus geselecteerd en deze moet worden ingevuld met een feitelijke BPV-plaats. Het vullen van de envelop met een BPV-plaats noemen we BPV- matching. Matching kan op twee manieren starten: - Deelnemer of begeleider geeft opdracht aan het systeem om mogelijke matches te onderzoeken - Deelnemer of begeleider heeft al een BPV-plaats op het oog en selecteert deze uit het BPV-aanbod Wanneer het systeem geen BPV-plaats vindt dan kan: - Het BPV-bureau actief in het bestand gaan zoeken en de eventuele knelpunten in overleg met het leerbedrijf proberen op te lossen (accreditatie, periode, etc.) - De deelnemer zijn randvoorwaarden wellicht aanpassen
  • 365.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 17 - De deelnemer / begeleider/BPV-bureau op zoek gaan naar een leerbedrijf/BPV- plaats en deze laten toevoegen aan het bestand - De deelnemer zijn leervraag bijstellen door een ander onderwijsproduct te kiezen. Hierbij moet worden opgemerkt dat een nieuw product wel moet passen op de “roosterplaats” van het product dat vervangen wordt Wanneer er één of meerdere BPV-plaatsen zijn geselecteerd, moet nog worden nagegaan of de BPV-plaats daadwerkelijk (nog) beschikbaar is. Vervolgens wordt de deelnemer gevraagd contact op te nemen met het leerbedrijf om afspraken te maken en waar nodig te gaan solliciteren (=eigenschap van de BPV-plaats). Als de deelnemer, het leerbedrijf en het BPV-bureau akkoord zijn, kunnen de be- nodigde verbintenissen worden opgesteld. Op het moment dat de partijen niet tot overeenstemming komen, start het matchingsproces voor de deelnemer opnieuw.
  • 366.
    18 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN DEEL III: HET MAKEN EN EFFECTUEREN VAN HET ROOSTER Uitgangspunten en keuzes - Keuze in de mate van flexibiliteit van het rooster door de toepassing van instel- bare regels (onderwijs- en bedrijfsregels) en door in het rooster vrij in te vullen ruimte te creëren - Roosteren door het combineren van de individuele arrangementen van deelne- mers en de collectief beschikbare middelen
  • 367.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 19 - Mogelijkheid tot simuleren (met fictieve middelen) voor een optimale rooster- oplossing - Roosteren met ‘bevroren’ arrangementen en middelen Het maken van het rooster De use case ‘maken rooster’ omvat het proces dat alle individuele leervragen, bestaande uit onderwijsproducten en geformuleerd in arrangementen, bij elkaar voegt. Alle gevraagde onderwijsproducten worden verbonden aan de beschikbare middelen (bijvoorbeeld docenten, lokalen en andere faciliteiten). Dit alles wordt geplaatst in de tijd. Een belangrijk aspect hierbij is het vinden van de balans tussen de wensen van de deelnemer, het beschikbare onderwijsaanbod inclusief de bijbe- horende middelen en een efficiënte bedrijfsvoering. Een andere manier van roosteren is dat er op basis van historische gegevens, erva- ringscijfers en huidige aantallen wordt bepaald welke onderwijsproducten waar- schijnlijk zullen worden gevraagd. Deze onderwijsproducten worden dan gepland. Na dit proces kunnen deelnemers hun leervraag formuleren door zich in te schrijven op de geplande onderwijsproducten. Ook deze wijze van roosteren past binnen het functioneel ontwerp, alleen de volgordelijkheid van de use cases is dan anders. Roosterafwegingen Voordat een roosterproces wordt gestart, is er een aantal afwegingen gemaakt, met betrekking tot het proces van roosteren. - De lengte van een roosterperiode. Bijvoorbeeld 1 dag, 10 weken of een heel jaar. - De frequentie van het maken van een nieuw rooster. Bijvoorbeeld elke dag, elke 10 weken of 1 keer per jaar. Om het verschil met de lengte van de periode duide- lijk te maken; als er gekozen is om altijd een rooster van 10 weken bekend te wil- len hebben, kan er bijvoorbeeld voor worden gekozen om iedere week een nieuw weekrooster te maken voor over 10 weken. - De lengte van de periode voorafgaande aan de ingangsdatum van een rooster, waarop deze definitief moet zijn. Bijvoorbeeld 1 week voor start moet een rooster zijn vastgesteld. De gemaakte keuzes verschillen per instelling en soms ook nog binnen één instel- ling. Alle keuzes worden ondersteund in het functioneel ontwerp. Een belangrijke keuze door Triple A is dat de roostermachine roostert met ‘be- vroren’ informatie. Dit wil zeggen; voor aanvang van het roosteren worden alle opgestelde arrangementen en beschikbare middelen bevroren, zodat wijzigingen in arrangementen of middelen tijdens het roosterproces niet automatisch worden meegenomen. Deze middelen worden op dat moment ook voorlopig gereserveerd.
  • 368.
    20 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Dit om het proces beheersbaar te houden. Als alle wijzigingen continu zouden moe- ten worden meegenomen, is ieder gemaakt rooster direct achterhaald. Onderwijsregels en bedrijfsregels Om de roostermachine ‘goede’ roosters te kunnen laten maken, is het nodig om gemaakte afspraken binnen een instelling te vertalen in regels. Er zijn regels die betrekking hebben op het onderwijs en regels die betrekking hebben op de bedrijfs- voering. Deze onderwijs- en bedrijfsregels kunnen in een roostermachine worden vastgelegd, bijvoorbeeld het maximaal aantal lesuur per dag voor een deelnemer of een docent, het maximaal aantal tussenuren, het mogen afwijken van een samen- gesteld arrangement, een minimale bezettingsgraad van 70% voor een ruimte, etc. Ook in de onderwijscatalogus staan onderwijs- en bedrijfsregels per onderwijspro- duct, bijvoorbeeld over de benodigde faciliteiten, het minimaal en maximaal aantal deelnemers, over de vereiste voorkennis, over de samenhang met een ander on- derwijsproduct enz. Dergelijke informatie maakt onderdeel uit van de zogenaamde metadatering. Daarnaast kunnen er ook bedrijfsregels staan in de middelenadmi- nistratie, zoals de beschikbaarheid van een docent, of het maximum aantal deelne- mers in een lokaal. Als de regels zijn vastgelegd, is het belangrijk om te bepalen en vast te leggen wat de zwaarte is van een regel. Is het bijvoorbeeld belangrijker dat een gevraagd onderwijsproduct wordt gepland of dat het minimale aantal deelnemers wordt ge- haald. Roosteren Met al deze gegevens kan er worden geroosterd voor de eerstvolgende periode. Om een inschatting te maken of het roosterproces goed loopt, heeft de roostermaker continu zicht op de voortgang. De roostermachine maakt een top x (bijvoorbeeld een top 5) van roostervoorstellen, waaraan een score hangt en een diagnoserap- port. De score wordt bepaald door het voldoen aan de ingestelde regels met de weegfactoren. Hoe meer een voorstel voldoet aan de (belangrijkste) gestelde re- gels, hoe hoger de score. In het diagnoserapport staat beschreven aan welke regels niet wordt voldaan en wat de reden hiervoor is. Ook wordt duidelijk welke (deel) arrangementen niet kunnen worden gepland. Dialoog De beste roostervoorstellen worden geanalyseerd door de roostermaker. Vervolgens bespreekt hij de voorstellen met de persoon die verantwoordelijk is voor het onder- wijs en de persoon die verantwoordelijk is voor de middelen. Deze managers on- derwijs en bedrijfsvoering beslissen welk roostervoorstel het beste is en vervolgens
  • 369.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 21 ook of het voorstel goed genoeg is. Ook kan ervoor worden gekozen om (steeks- proefsgewijs) deelnemers en docenten te betrekken in deze dialoog. Voor Triple A is de dialoog het middelpunt in het proces van roosteren en erg belangrijk. Simuleren Als ook het beste roostervoorstel geen goedkeuring krijgt, moet er worden gesi- muleerd. Het diagnoserapport kan ook een aanleiding zijn om te gaan simuleren. De managers onderwijs en bedrijfsvoering beslissen wat er in de simulatie wordt aangepast. Er kunnen aanpassingen worden gedaan in de regels en er kan worden gesimuleerd met extra of andere middelen. Eventueel kunnen arrangementen wor- den aangepast. Indien er voor wordt gekozen om te simuleren met andere of extra middelen, is het uitgangspunt dat de aanpassing of toevoeging wel kan worden gerealiseerd voor aanvang van de start van de roosterperiode. De simulatie levert ‘nieuwe’ roostervoorstellen met diagnoserapporten op. Daarin staat naast de informatie over het niet voldoen aan regels en arrangementen ook duidelijk welke aanpassingen zijn gedaan in de simulatie. De simulatieroostervoor- stellen worden wederom in een dialoog besproken. Het proces roosteren stopt als er een roostervoorstel is wat de goedkeuring heeft van de managers of als er geen tijd meer is. Het e ectueren van het rooster Als er is besloten om een roostervoorstel daadwerkelijk uit te gaan voeren, moe- ten allerlei activiteiten in gang worden gezet om een rooster op een correcte wijze definitief te maken. Als eerste moet een roostervoorstel in de productieomgeving worden gezet, waar- door het een actueel rooster wordt voor de eerstvolgende periode. Hierdoor leg je beslag op de benodigde middelen en worden eventuele wijzigingen vanuit de simu- latie in de regels, middelen of arrangementen overgenomen. Tijdens het rooster- proces kunnen ook veranderingen hebben plaatsgevonden in de arrangementen of in de beschikbare middelen. Al deze veranderingen tussen het roostervoorstel en de actuele gegevens worden zichtbaar, zodat er actie kan worden ondernomen. Acties uit wijzigingen Als er arrangementen zijn die niet gepland kunnen worden of zijn gewijzigd, moet dit door de begeleider met de deelnemer worden besproken en uiteindelijk worden aangepast in het systeem. Als er in de simulatie middelen zijn aangepast of toege- voegd (er zijn fictieve middelen ingezet), dan moeten deze wijzigingen of toevoe- gingen daadwerkelijk worden gerealiseerd, bijvoorbeeld het huren van een lokaal elders.
  • 370.
    22 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Communicatie Alle personen die betrekking hebben op het gemaakte roostervoorstel worden op de hoogte gebracht dat er een nieuw rooster is. Dit kunnen de deelnemers en docen- ten zijn waar het rooster voor geldt, maar ook de ondersteuning zoals conciërges en receptie die ook informatie over het rooster nodig hebben. Als een instelling ervoor kiest om de vraag van een deelnemer centraal te stellen, kan ervoor worden gekozen iedere deelnemer zijn roostervoorstel te laten accepte- ren. Indien dit het geval is, wordt in de communicatie over het rooster ook kenbaar gemaakt wat de acceptatietermijn is.
  • 371.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 23 DEEL IV: MEER FLEXIBILITEIT IN HET ROOSTEREN Uitgangspunten en keuzes - Roosteren met vrije ruimte voor individuele leerwensen - Monitoren van de effecten van flexibel roosteren - Mogelijkheid voor het meenemen van bedrijfsoverwegingen (uitnutting resources) - Beoordelen kwaliteit van het roosterproces
  • 372.
    24 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Het aanvullen van het rooster met individuele leerwensen Een leervraag van een deelnemer kan tijdens een roosterperiode verder ingevuld worden, bijvoorbeeld als gevolg van opgedane ervaringen. Een instelling kan hierop inspelen door een deelnemerrooster niet geheel te vullen, maar een rooster met vrije ruimte te maken, waarbij deze vrije ruimte tijdens de periode kan worden in- gevuld met aanvullende wensen. Triple A heeft ervoor gekozen om dit proces in een use case te beschrijven, maar een instelling hoeft dit proces niet te doorlopen. Aanvullende leerwensen Een rooster kan worden aangevuld op initiatief van een deelnemer. Een deelne- mer kan besluiten om een extra onderwijsproduct te willen volgen. Dit kan een onderwijsproduct zijn welke al voor andere deelnemers is gepland, maar ook een onderwijsproduct welke nog niet is gepland. Daarnaast kan een deelnemer of een groep deelnemers aangeven behoefte te hebben aan nog niet ‘ontwikkeld’ onderwijs (zoals een praktijkopdracht, extra ondersteuning in een bepaald onderwerp etc.). Nog niet ontwikkeld onderwijs staat uiteraard niet in de onderwijscatalogus. Pas als het na ontwikkeling opgenomen is in de catalogus kan het daadwerkelijk ingezet worden om de beschikbare (rooster)ruimte te vullen. Een rooster kan worden aangevuld door een docent of begeleider. Als een docent of begeleider een behoefte aan bepaald onderwijs (extra ondersteuning of een excursie) constateert, kan worden aangeven dit onderwijs te willen aanbieden aan een groep deelnemers. Een docent kan ook aangeven dat er behoefte is aan een gesprek met een individuele deelnemer. Altijd moet bepaald worden of het extra onderwijsproduct of gesprek bijdraagt aan het behalen van een kwalificatie of opleiding. Daarnaast moet worden gekeken of er genoeg middelen beschikbaar zijn om het extra onderwijs uit te kunnen voeren. Deze individuele aanvullingen op het rooster vervangen de vrije ruimte die in het rooster is gecreëerd. Inschrijving Een extra gepland onderwijsproduct kan worden opengesteld voor inschrijving. Er wordt bepaald aan welke voorwaarden een deelnemer moet voldoen om het extra product te volgen. Dan kan het onderwijsproduct worden aangeboden aan alle deel- nemers die voldoen aan de gestelde voorwaarden. Het onderwijsproduct kan ook worden aangeboden aan iedere deelnemer en wordt na de inschrijving bepaald of een deelnemer voldoet aan de voorwaarden.
  • 373.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 25 Resultaat Extra onderwijsproducten die worden gevolgd door een deelnemer, worden begeleid door een docent, en/of gebruik maken van faciliteiten, worden opgenomen in het deelnemer-, docenten- en faciliteitenrooster, hierdoor wordt het rooster een weer- gave van de realisatie van onderwijs. Controleren van de realisatie van het rooster Als een roosterperiode is geëindigd, wil je als instelling weten of de vraag en het aanbod samen zijn gekomen. Je wilt graag voor de wet- en regelgeving weten of het geplande rooster ook daadwerkelijk is uitgevoerd en of er aan de klokuren- norm (850 of 300) is voldaan. Om dit te beoordelen, moeten rapportages worden gemaakt over het geplande onderwijsaanbod en het gerealiseerde aanbod. De rapportages moeten worden geanalyseerd en worden besproken. Bij een negatief resultaat kunnen verbetervoorstellen worden gedaan en acties worden uitgezet. Specifiek voor de situatie dat het individueel aanvullen van het rooster wordt ge- bruikt, wil je weten of de vrije ruimte die in het rooster is gecreëerd voldoende is opgevuld met onderwijsactiviteiten. Daarnaast wil je ook graag weten of het geplande rooster ook kwalitatief heeft voldaan aan de gestelde eisen. Je wilt weten of het onderwijsaanbod overeenkwam met de vraag van de deelnemers. Dit kun je achterhalen door enquêtes te doen. De uitslag moet worden geanalyseerd en besproken. Het is van belang om te weten of het roosterproces naar tevredenheid is verlopen, gekeken naar het proces maar ook naar de docent. Tijdens het evalueren van het proces, kunnen knelpunten worden besproken, verbetervoorstellen worden gedaan en acties worden uitgezet. Uit bedrijfsoverweging wil je weten of de benutting van de middelen in een roos- terperiode heeft voldaan aan de gestelde eisen vanuit de instelling. Je wilt graag rapportages over de bezettingsgraad, de tijden van bezetting etc. De rapportages moeten worden geanalyseerd en worden besproken. Bij een negatief resultaat kun- nen verbetervoorstellen worden gedaan en acties worden uitgezet.
  • 374.
    26 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN DEEL V: DEELNEMERACCEPTATIE EN INDIVIDUELE ROOSTEROPLOSSINGEN Uitgangspunten en keuzes - Het rooster wordt aan de deelnemer aangeboden ter acceptatie - Deelnemeracceptatie leidt tot verwachte aanwezigheid in het afnemen van onder- wijsproducten - Het monitoren van de acceptatie van het rooster door deelnemers is sturingsin- formatie voor het ondernemen van acties (bijv. herziening van roosters, collectief overreden van deelnemers of doorvoeren van kleine roosterwijzigingen)
  • 375.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 27 - Als een deelnemer zijn rooster niet accepteert wordt er eerst gezocht naar een individuele oplossing binnen het bestaande rooster - Als een leerarrangement niet gepland kan worden, zijn er verschillende mogelijk- heden om dit op te lossen variërend van het aanvullen van het bestaande rooster tot het herformuleren van de leervraag De deelnemer accepteert het rooster Aangezien het centraal stellen van de leervraag van de deelnemer een fundamen- teel uitgangspunt is van de onderwijsfilosofie van Triple A, heeft Triple A dit ook in het proces roosteren vertaald. De gedachte is dat als de leervraag van de deelne- mer echt centraal staat, de deelnemer een aangeboden rooster ook moet kunnen accepteren of niet. De acceptatie is de finale bevestiging van de verbintenis en is tevens de bevestiging dat een deelnemer verwacht wordt voor de geroosterde on- derwijsproducten voor de aan- en afwezigheidregistratie. In de simulatie kan ten behoeve van het maken van het rooster, het arrangement van een deelnemer zijn aangepast, waardoor het extra van belang is dat de deelne- mer dit rooster accepteert. Triple A heeft ervoor gekozen om voor dit proces een use case te schrijven, maar een instelling hoeft dit proces niet te doorlopen. Het proces start als de deelnemer vanuit de use case effectueren rooster op de hoogte is gebracht dat er een nieuw roostervoorstel is. De deelnemer kan zijn indi- viduele rooster opvragen, maar ook informatie over de vastgestelde geformuleerde leervraag, het vastgestelde arrangement, de vastgelegde randvoorwaarden bij de use case formuleren van de leervraag en eventuele afwijkingen. Met deze informa- tie kan de deelnemer beoordelen of het roostervoorstel acceptabel is. Acceptatieproces Een instelling kan op meerdere manieren een rooster door een deelnemer laten accepteren. - Passieve acceptatie: Er wordt automatisch vanuit gegaan dat een deelnemer het rooster accepteert. Alleen als een deelnemer kenbaar maakt dat hij het rooster niet accepteert, wordt er actie ondernomen. - Actieve acceptatie: Een deelnemer moet binnen de gestelde termijn kenbaar maken of een rooster wel of niet wordt geaccepteerd. Als een deelnemer geen keuze maakt, of het rooster niet accepteert, wordt er actie ondernomen. Als een deelnemer een rooster niet accepteert, geeft de deelnemer aan welke onderwijsproducten niet worden geaccepteerd en de reden dat hij het rooster niet
  • 376.
    28 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN accepteert. Als een deelnemer het rooster wel accepteert, wordt de deelnemer ver- wacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten. Een begeleider wordt op de hoogte gebracht als een deelnemer een rooster niet accepteert, met de aanvullende informatie. Resultaat De deelnemers die het rooster (actief of passief) hebben geaccepteerd, worden ver- wacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten. Voor de deelnemers die het rooster niet hebben geaccepteerd, is er passende actie ondernomen. Er is een overzicht welke deelnemers het rooster hebben geaccepteerd. Hierdoor is inzichtelijk wanneer deze deelnemers welke onderwijsproducten volgen. Er is een overzicht per deelnemer welke onderwijsproducten in het rooster niet zijn geaccepteerd. Hierdoor is inzichtelijk bij welke onderwijsproducten deze deelnemers niet komen en wat de reden hiervoor is. Met deze informatie kan de begeleider een gesprek aangaan met de deelnemer. Monitoren van de acceptatie door deelnemers Als een instelling ervoor heeft gekozen om een deelnemer het roostervoorstel te laten accepteren, zal dit proces ook moeten worden gemonitord. Dit proces start als het acceptatieproces van de deelnemers is gestart (dus na het effectueren van het rooster). Tijdens het acceptatieproces zal er meerdere malen een rapport worden gegene- reerd waarin de status per deelnemer staat vermeld waardoor het acceptatieproces inzichtelijk is. Hoe vaak dit rapport zal worden gegenereerd, is instellingsafhanke- lijk. Het rapport kan inzage geven in knelpunten, mits de instelling drempelwaardes en criteria heeft opgesteld. Denk aan: - Aantal/percentage deelnemers dat zijn rooster heeft afgewezen, drempelwaarde voor een knelpunt is bijvoorbeeld bij meer dan 5% - Aantal/percentage deelnemers dat nog niet heeft geaccepteerd, drempelwaarde voor een knelpunt is bijvoorbeeld minder dan 50% in de laatste week (alleen van toepassing bij een actieve acceptatie) Als de acceptatie van roosters voldoende is, kan de uitvoering van het rooster onverminderd doorgaan, maar als onverhoopt blijkt dat te veel deelnemers niet ac- cepteren, moet er op gereageerd worden.
  • 377.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 29 Acties bij onvoldoende acceptatie Als blijkt dat teveel deelnemers het rooster niet accepteren, moet worden geana- lyseerd wat de reden is en wat mogelijke acties zijn om het probleem op te lossen. Mogelijke acties zijn: - Herzien rooster. Het proces in de use case maken rooster wordt opnieuw doorlo- pen. Daarbij is bepaald wat er in de input moet worden veranderd om de proble- men op te lossen, bijvoorbeeld: • Het wijzigen van de inzet van bepaalde middelen, zoals de inzet van docenten of de locaties • Het wijzigen van de arrangementen van bepaalde deelnemers • Het wijzigen van roosterregels, zoals maximale groepsgrootte, reizen tussen locaties, tussenuren - Collectief overreden. De begeleiding zal motiveren en beargumenteren aan de groepen waarom de instelling het rooster niet op de genoemde knelpunten her- ziet. De groep wordt gevraagd het rooster alsnog te accepteren. - Kleine roosterwijziging. De roostermaker zal op basis van de genoemde redenen voor de afwijzing een oplossing zoeken binnen het huidige roostervoorstel. Het huidige rooster wordt in dit geval niet ingrijpend aangepast. Een voorbeeld is dat een onderwijsproduct op een ander tijdstip wordt gepland, voor de gehele groep. Resultaat Aan het einde van de monitorperiode zullen zo veel mogelijk deelnemers het rooster hebben geaccepteerd. Eventuele roosterwijzigingen zijn besproken met de deelnemers en vastgelegd in een nieuw rooster. Uiteindelijk zal er een zo klein mogelijk aantal deelnemers overblijven die het roos- ter niet heeft geaccepteerd. Vanuit de begeleiding zal er voor deze deelnemers een oplossing moeten worden gevonden. Individueel roosterprobleem oplossen Een deelnemer kan om diverse redenen een probleem ondervinden met een rooster. De onderwijsproducten staan op tijden die niet uitkomen (bijvoorbeeld vanwege een bezoek aan de fysiotherapeut), er is een arrangement of leervraag die niet meer voldoet aan de wens van de deelnemer e.d. Als een deelnemer dit probleem kenbaar maakt, zal de onderwijsinstelling actie ondernemen om het probleem waar mogelijk op te lossen. Een begeleider kan notie van het probleem krijgen als een deelnemer een rooster niet accepteert of als een deelnemer geen keuze heeft gemaakt in het acceptatie- proces. Een deelnemer kan ook tijdens een lopende roosterperiode een probleem kenbaar maken. Acties
  • 378.
    30 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Naar aanleiding van het gesignaleerde probleem gaat een begeleider met een individuele deelnemer een gesprek aan om te bepalen wat het probleem is en wat mogelijkheden zijn om het probleem op te lossen. Het uitgangspunt is dat oplos- singen worden gezocht binnen het gemaakte roostervoorstel. Er zal niet opnieuw worden geroosterd. Het gesprek kan op hoofdlijnen tot de volgende uitkomsten leiden: - De deelnemer wordt overtuigd een rooster alsnog te accepteren - De deelnemer formuleert een nieuwe leervraag. Eventueel kunnen er binnen het bestaande rooster mogelijkheden worden gevonden om onderwijsproducten te volgen die bij die nieuwe leervraag aansluiten - Binnen het bestaande rooster en op basis van de bestaande leervraag wordt als- nog een voor de deelnemer acceptabele oplossing gevonden - De verbintenis wordt tussentijds beëindigd Het is wel van belang dat gekozen alternatieven passen in het rooster van de deel- nemer, aangezien een deel van het rooster van de deelnemer al wel kan zijn gevuld met onderwijsproducten die wel gepland konden worden. Als een leervraag moet worden aangepast, gebeurt dit in deze use case en niet in formuleren van de leervraag. De leervraag wordt namelijk niet meer aangeboden aan het roosterproces, want er wordt niet opnieuw geroosterd. De opties moeten aansluiten bij het gemaakte roostervoorstel. Dit is een bewuste keuze van Triple A. Alle uitkomsten moeten in het rooster worden verwerkt. Als de leervraag wordt aangepast, welke niet meer past binnen het vastgelegde verbintenisgebied, moet ook de verbintenis worden gewijzigd. Afhandelen van niet planbare leerarrangementen In de use case “Effectueren rooster” kan uit het diagnoserapport blijken dat er (de- len van) arrangementen zijn die niet zijn gepland. Arrangementen (of delen ervan) kunnen niet planbaar zijn, doordat te weinig deelnemers hebben gekozen voor een onderwijsproduct, omdat er te weinig middelen zijn om het onderwijsproduct aan te kunnen bieden, of omdat de gestelde randvoorwaarden door de deelnemer fricties opleveren met de randvoorwaarden van een onderwijsproduct. Ook kan het zijn dat er na het bevriezen van de arrangementen ten behoeve van het roosteren, alsnog arrangementen zijn gewijzigd. Deze wijziging is dan niet meegenomen in het roos- teren en dus is (een deel van) het arrangement niet gepland. Een begeleider gaat met een individuele deelnemer een gesprek aan over wat er mogelijk is voor de deelnemer om alsnog aan de leervraag van de deelnemer te kunnen voldoen. Als een leervraag moet worden aangepast omdat een arrangement niet planbaar is, gebeurt dit in deze use case en niet in de use case formuleren van
  • 379.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 31 de leervraag. De nieuwe leervraag wordt namelijk niet meer aangeboden aan het roosterproces, want er wordt niet opnieuw geroosterd. De opties moeten aansluiten bij het gemaakte roostervoorstel. Dit is een bewuste keuze van Triple A. Het gesprek kan op hoofdlijnen tot de volgende uitkomsten leiden: - Leervraag en/of arrangement kunnen zodanig aangepast worden dat de nieuwe situatie tot een acceptabel rooster leidt - Indien beschikbaarheid van de middelen oorzaak van het probleem is kan het alsnog beschikbaar stellen van middelen tot een oplossing leiden - De verbintenis wordt tussentijds beëindigd. Het is wel van belang dat gekozen alternatieven passen in het rooster van de deel- nemer, aangezien een deel van het rooster van de deelnemer al wel kan zijn gevuld met onderwijsproducten die wel gepland konden worden. Alle uitkomsten moeten in het rooster worden verwerkt. Als de leervraag wordt aangepast, welke niet meer past binnen het vastgelegde verbintenisgebied, moet ook de verbintenis worden gewijzigd. Resultaat De instelling kan alsnog aan de leerwens van de deelnemer voldoen, door het aan- bieden van alternatieven. Alle wijzigingen in het arrangement zijn verwerkt in de systemen en het rooster. Indien er echt geen mogelijkheid is om aan de leervraag van de deelnemer te voldoen, wordt er een ander gesprek met een begeleider aangegaan, mogelijk een gesprek om de verbintenis tussentijds te beëindigen.
  • 380.
    32 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN DEEL VI: FORWARD MAPPING; VERWACHTINGEN MEENEMEN IN HET ROOSTERPROCES Uitgangspunten en keuzes: - Anticiperen op de vraag naar onderwijs en middelen op middellange en lange termijn - Anticiperen op de middellange termijn wordt gedaan op basis van informatie uit de roostermachine, waarbij de roostermachine roostert op basis van kengetallen, historische gegevens en reeds ingevoerde gegevens
  • 381.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 33 - Anticiperen op de lange termijn wordt gedaan op basis van informatie over ex- terne en interne ontwikkelingen Tactische planning Planning op middellange termijn Naarmate een onderwijsinstelling meer flexibiliteit toestaat in het realiseren van een onderwijsaanbod dat past bij de leervraag van de deelnemer, neemt de be- hoefte aan informatie over toekomstige ontwikkelingen toe. Men heeft inzicht nodig op de middellange termijn (globaal 0,5-3 jaar) in de verwachte ruimtebehoefte, leermiddelen en menskracht. Doel Door gebruik te maken van de roosterverwachting en ervaringscijfers uit het verle- den, kan men voorspellingen doen over de benodigde middelen en het te realiseren onderwijs op de middellange termijn. Roosterverwachtingen Om een goede roosterverwachting te kunnen maken, zijn er kengetallen nodig over de ontwikkeling van de te verwachten vraag naar onderwijs. Bijvoorbeeld: kengetallen over studievoortgang, geregistreerde leervragen en arrangementen, keuzegedrag van deelnemers en onderkende veranderingspatronen in de leervraag etc. Deze kengetallen worden voor een of meer periodes in het systeem vastgelegd (voor zover deze informatie niet uit de al geregistreerde gegevens kan worden af- geleid). Zo kan men tijdig acties ondernemen om eventueel gesignaleerde knelpun- ten in de beschikbaarheid van middelen op te lossen. GRID als hulpmiddel Ten behoeve van middellangetermijnplanning worden automatisch roosterver- wachtingen uitgerekend door een roostermachine. Deze roostermachine heeft een oneindige tijdshorizon, wat betekent dat er een zo goed mogelijke prognose van het rooster wordt gegeven, die nauwkeurig is op de korte termijn en steeds minder nauwkeurig op de langere termijn. Deze roostermachine draait continu, en levert dus op elk moment in de tijd een zo goed mogelijke prognose op basis van de op dat moment beschikbare gegevens en kengetallen. Deze roostermachine vult een 3-dimensionaal rooster met de dimensies tijd, mensen (deelnemers en docenten) en middelen. Dit wordt het Gemeenschappelijk Rooster Informatie Domein (GRID) genoemd. Hierbij wordt een duidelijk verschil zichtbaar met de huidige roosterma- chines. In het flexibele onderwijs is er een continue input van individuele leerarran- gementen met het bijbehorende middelenbeslag. De uitkomsten van deze roostermachine, de roosterprognose, geeft op elk mo-
  • 382.
    34 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN ment in de tijd inzicht in de geprognotiseerde behoefte aan middelen en docenten, gerelateerd aan de verwachte vraag naar onderwijs. Deze roosterprognose wordt aangevuld met knelpuntrapportages (Waar loopt de behoefte aan onderwijs spaak met de beschikbaarheid van middelen?). De voeding van de machine komt uit de hele organisatie, zowel aan de onder- wijskant (de vraag van de deelnemers) als aan de middelenkant (beschikbare docenten, lokalen en andere middelen). Het kan gaan over instroom-doorstroom- uitstroomgegevens, maar ook over verwachte beschikbaarheid van bijvoorbeeld nieuwe praktijklokalen per schooljaar 20xx. Het gaat hier dus om een gemeen- schappelijk domein, waarvan de input van verschillende kanten komt. Dit domein wordt het GRID genoemd. De afkorting doet recht aan de metafoor van de 3-dimensionale structuur met cellen die gevuld en gemuteerd worden. Resultaat Door de tactische planning een prominente plaats te geven in de voorbereiding van het roosterproces, kan beter op de toekomstige ontwikkelingen worden geanti- cipeerd. Tijdig inzicht zorgt ervoor dat de juiste middelen op het juiste moment beschikbaar zijn. Strategische planning Externe ontwikkelingen Als gevolg van externe ontwikkelingen, is de organisatie van het onderwijs voort- durend in beweging. Er worden vanuit de maatschappij nieuwe en andere eisen gesteld aan het onderwijs en de beschikbare middelen. Demografische ontwikke- lingen zijn van invloed op de noodzakelijke capaciteit. Belangstelling voor bepaalde beroepsgroepen is sterk aan veranderingen onderhevig. Doel Omdat aanpassingen vaak een lange voorbereidingstijd eisen, is het noodzakelijk dat de ontwikkelingen op het gebied van de onderwijsvernieuwing, trends in het onderwijs, onderwijsvisie en -beleid van de instelling, demografische ontwikkelingen etc. tijdig worden gesignaleerd en vertaald naar consequenties voor de beschik- baarheid van middelen. Lange termijn Vergeleken met tactische planning gaat het bij de strategische planning over een langere horizon (minimaal 3 -5 jaar). Strategische planning haalt vooral informatie uit externe bronnen, terwijl tactische planning zijn voorspellingen baseert op roos- terverwachtingen en analyses van de reeds gerealiseerde roosters. Naast de infor-
  • 383.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 35 matie uit externe bronnen gebruikt de strategische planning ook andere informatie op een relatief hoog aggregatieniveau vanuit de instelling. Prognose informatie De informatie ten behoeve van de strategische planning kan komen vanuit een groot aantal bronnen, waarvan er hier enkele genoemd worden. Extern: - Demografische ontwikkelingen - Wet- en regelgeving - (regionale) Marktontwikkelingen en stakeholderinformatie - Onderwijskundige en organisatorische trends - Trendanalyses van klantverwachtingen Intern: - Ontwikkelingen in de missie en de visie op de realisatie daarvan - Personele ontwikkelingen (pensioen, verloop, competenties) - Gebouwen, geschiktheid, life-cycle, (de)concentratie Dataverzameling Gecoördineerde dataverzameling uit betrouwbare interne en externe bronnen moet leiden tot prognoses over de te verwachten onderwijsvraag en de beschikbaarheid van middelen op de lange termijn. Analyse Door de prognoses te analyseren, moet duidelijk worden hoe de huidige beschik- baarheid van middelen zich verhoudt tot de verwachte situatie. Daarbij kunnen verschillende (waarschijnlijkheids)scenario’s worden gehanteerd met elk een eigen impact op de verwachte toekomst. Advies Op grond van de gemaakte overzichten zal het verantwoordelijke management (onder andere Facilitair Beheer/P&O) een advies opstellen. In het advies kan wor- den beschreven dat de beschikbaarheid van bepaalde ruimtes niet voldoet aan de gestelde eisen, of dat er een te verwachten tekort dan wel een overschot zal zijn. Als aanpassingen mogelijk zijn dan kunnen deze in het advies worden opgenomen. Als uitbreiding gewenst is dan wordt aangegeven aan welke eisen de uitbreiding moet voldoen. Als de gegevens duiden op een toekomstig tekort aan bepaalde docenten kan worden geadviseerd nieuwe docenten te werven of docenten bij-/om te scholen.
  • 384.
    36 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Resultaat en acties Afhankelijk van het advies zullen acties moeten worden uitgezet om te zorgen dat tijdig kan worden ingespeeld op de langetermijnontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de beschikbaarheid van middelen.
  • 385.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 37 DEEL VII: HET OPTIMAAL INZETTEN VAN DE MIDDELEN Uitgangspunten en keuzes: - Verwachtingen uit de tactische en strategische planning worden vertaald naar benodigde middelen - Beheren middelen is gericht op de registratie van de middelen en niet hoe deze middelen gerealiseerd moeten worden
  • 386.
    38 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - De vraag naar middelen buiten het roosterproces om is een apart proces vanwege de verschillende aanleidingen, frequenties en de wijze van werken (veelal hand- matig) Wijzigen middelen De processen die betrekking hebben op het wijzigen van middelen, worden vaak doorlopen door diverse mensen. Elk soort middel kan vallen onder een ander bevoegd persoon. Docenten vallen vaak onder onderwijsmanagers, of onder de stafdienst P&O. Lokalen en gebruiksmiddelen vallen vaak onder een manager bedrijfsvoering of onder de stafdienst Facilitair. Dit maakt voor de beschrijving van het proces niet uit. Iedere instelling heeft de beschikking over middelen. Onder middelen wordt veelal verstaan; docenten, lokalen en gebruiksmiddelen zoals een beamer. In een instel- ling zullen de aanwezige middelen nooit constant zijn. Door andere behoeftes (van deelnemers en docenten) en door afschrijving is het middelenbeslag continu onder- hevig aan veranderingen. De use case ‘wijzigen van een middel’ start met de opdracht tot het wijzigen van een middel. Een opdracht kan een wijziging van een middel bevatten zoals het ver- anderen van een theorielokaal naar een computerlokaal, een vraag naar een nieuw middel zoals een nieuwe docent, maar ook het afstoten van een middel, bijvoor- beeld een docent die met pensioen gaat. De informatie over of het nodig is om een middel te wijzigen, kan komen vanuit het roosterproces, vanuit forward mapping, maar ook vanuit het ontstaan van een calamiteit. Registratie Om wijzigingen in de middelen goed te kunnen monitoren, is het noodzakelijk om een goede middelenadministratie bij te houden. Hoewel de middelenadministratie zelf geen onderdeel is van deze use case, is het wel van belang dat in een midde- lenadministratie de volgende statussen kunnen worden onderkend. - Fictief: Deze status kan aan een middel worden gehangen, zodat het middel kan worden gebruikt in het roosterproces voor het simuleren. Het middel kan dan in een simulatierooster worden ingezet, alsof het daadwerkelijk beschikbaar is. Dit zijn middelen die in een vastgestelde periode gerealiseerd moeten worden. Deze middelen worden pas daadwerkelijk gerealiseerd als een rooster wordt geëffectu- eerd waarin deze middelen zijn ingezet. - Gepland: Deze status wordt aan een middel gehangen, als er besloten is een nieuw middel te realiseren. Dit kan een fictief middel zijn geweest, maar dit hoeft niet. Bij een gepland middel wordt aangegeven wanneer verwacht wordt het mid- del te hebben gerealiseerd, namelijk de ingangsdatum. Naast de ingangsdatum
  • 387.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 39 kan er ook een alarmdatum worden ingevuld. Deze datum ligt tussen de ingangs- datum en de datum dat een middel is geroosterd voor het geven van onderwijs. Als deze datum is bereikt en het middel nog steeds op gepland staat, gaat er een signaal af, zodat duidelijk is dat het middel nog niet is gerealiseerd en dat dit pro- blemen kan gaan geven voor het rooster. - Actief: Dit middel is aanwezig. Er kan een einddatum aan het middel worden gehangen. - Inactief: Dit middel was aanwezig, maar is nu niet meer beschikbaar. Dit kan tijdelijk zijn, maar dit hoeft niet. Naast de status kunnen ook kenmerken aan een middel worden gehangen, zo- als beschikbaarheid (op welke dagen een docent mag worden ingezet), capaciteit (maximum aantal deelnemers voor een lokaal), competenties (welke vakken mag een docent geven) e.d. De kenmerken kunnen verschillen per soort middel. N.B. In de middelenadministratie bedoelen we met de beschikbaarheid van een docent of lokaal, niet wanneer een docent of lokaal nog niet is ingezet in een rooster, maar alleen de beschikbaarheid wanneer een middel mag worden geroosterd. Realisatie Als er een opdracht is gegeven voor het realiseren van een nieuw middel of het wij- zigen van een middel, moet naast de registratie hiervan ook het middel daadwer- kelijk worden gewijzigd of aangeschaft/aangenomen/afgestoten. Dit proces wordt verder niet ondersteund door een systeem en is daarom summier beschreven, maar is natuurlijk wel een belangrijk onderdeel in het proces. Na de realisatie van het wijzigen of aanschaffen/aannemen/afstoten van een mid- del, wordt dit in de middelenadministratie verwerkt. Een gepland middel wordt op actief gezet. Bij een gewijzigd middel worden de kenmerken aangepast. Een afge- stoten middel wordt op inactief gezet. Behandelen van de aanvraag van middelen Als een roosterperiode loopt, kan er vanuit de instelling of extern, behoefte zijn aan een bepaald middel. Hierbij kan worden gedacht aan ruimtes voor een open dag, een collegezaal voor een diplomering, een lokaal voor een vergadering, de gemeente die graag gebruik wil maken van een sportzaal, of een netwerk dat graag de expertise van een docent wil gebruiken etc. Als instelling kun je de keuze maken om deze aanvragen in behandeling te nemen en daadwerkelijk te registreren. Je kunt de beschikbare middelen in twee categorieën delen: - Middelen die niet ter beschikking zijn gesteld voor het roosterproces, zoals een aula of een examenzaal. Deze middelen kunnen uitsluitend op aanvraag worden gereserveerd.
  • 388.
    40 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Middelen die wel ter beschikking zijn gesteld aan het roosterproces, maar die niet zijn ingepland op bepaalde tijden. Een aanvraag voor dit soort middelen, zal in dit proces geen betrekking hebben op de uitvoering van een onderwijsactiviteit. Als dit wel het geval is, zal dit namelijk in het proces van de use case individueel aanvullen rooster vallen. Door de persoon die verantwoordelijk is voor de middelen wordt bekeken of er middelen zijn die voldoen aan de vraag en of deze middelen ook beschikbaar zijn op de gevraagde tijden. Het middel wordt aan de aanvrager aangeboden. Als er geen middel aanwezig of beschikbaar is, zal er naar een alternatief worden gezocht waarna dit kan worden aangeboden. Totdat een aanvrager het aanbod van een mid- del heeft geaccepteerd of afgewezen, ligt er een optie op het voorgelegde middel, zodat het niet door een andere aanvrager kan worden gereserveerd.
  • 389.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 41 DEEL VIII: HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN IN DE UITVOERING Uitgangspunten en keuzes - Mogelijkheid om flexibel om te gaan met het inzetten van middelen bij uitvoe- ringsproblemen en calamiteiten - Onderscheid in een incidentele oplossing voor de korte termijn en een ingrijpen- dere oplossing voor een langere periode
  • 390.
    42 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Oplossen van een uitvoeringsprobleem Er zijn situaties denkbaar dat het rooster veranderd moet worden, ook al is dit vastgesteld voor een bepaalde periode. Een docent kan ziek worden of, om een an- dere reden, plotseling verhinderd zijn. Een bal vliegt door de ruit van een lokaal, de nieuwe pc’s voor het computerlokaal zijn nog niet geleverd etc. Het gaat hier dus om incidenten die veroorzaakt worden door het ontbreken of veranderen van een middel die niet of niet goed voorspelbaar zijn, maar die wel gevolgen hebben voor het rooster of voor de in te zetten middelen. Om dit probleem op te lossen, kan de inzet van middelen worden aangepast. Er kan bij het uitvallen van een docent worden gezocht naar een docent die kan vervan- gen, of bij het ontbreken van een lokaal kan gezocht worden naar een ander lokaal. Daarnaast kan worden gekeken of met een roosterwijziging het probleem kan worden opgelost. Een combinatie van bovenstaande oplossingen is natuurlijk ook mogelijk. Als er echt geen goede oplossing kan worden gevonden, is het ook moge- lijk om een les te laten uitvallen. Het streven is echter om het vastgestelde rooster zoveel mogelijk intact te houden. Als er een oplossing is gevonden, wordt de wijziging vastgelegd in het rooster en de middelenadministratie en gecommuniceerd aan de betrokken deelnemers, docenten en ondersteuning. Oplossen van een calamiteit Er zijn situaties denkbaar waarin er onverwachts (een groot) deel van de midde- len niet meer beschikbaar is, door het afbranden van een gebouw, een docent die langdurig afwezig is of een inbraak waarbij alle pc’s zijn gestolen. De impact van dit probleem kan variëren, maar duidelijk is dat (een deel van) het rooster opnieuw moet worden geroosterd om het probleem op te kunnen lossen. Het probleem is te groot om als uitvoeringsprobleem te kunnen worden opgepakt. In eerste instantie zal er een oplossing moeten worden gevonden voor de korte termijn. De beschikbaarheid van de middelen moet worden aangepast en er moet worden gezocht naar een tijdelijke oplossing. Als dit niet gevonden kan worden zullen er lessen uitvallen. De wijzigingen moeten worden gecommuniceerd naar de betrokken deelnemers, docenten en ondersteuning. Daarnaast zullen managers moeten analyseren wat de gevolgen zijn van deze cala- miteit en welke acties moeten worden ingezet om het probleem op te lossen. Als er beslissingen zijn genomen kunnen de acties worden gestart en zal het roosterpro- ces opnieuw moeten worden doorlopen.
  • 391.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 43 DEEL IX: REGISTREREN VAN AAN- EN AFWEZIGHEID Uitgangspunten en keuzes - Registratie kan plaatsvinden door een registratiesysteem, de onderwijsgevende en door de deelnemer zelf. Validatie is in dat laatste geval noodzakelijk. - De aanwezigheid van een deelnemer kan vooraf verwacht zijn of onbekend. Dit heeft invloed op de mogelijkheid om afwezigheid te registreren. Aanwezigheid kan altijd worden geregistreerd.
  • 392.
    44 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - De te kiezen methodes van registratie zijn sterk afhankelijk van de gewenste fijn- mazigheid, beschikbaarheid van de informatie, validatiebehoefte en de vorm van het onderwijsproduct. - Verantwoordingsinformatie tot op deelnemerniveau over ongeoorloofde absentie moet beschikbaar zijn, waarbij de leeftijd en reeds behaald niveau van invloed zijn op de registratiebehoefte. Melden van afwezigheid door de deelnemer Door ziekte of problemen met het openbaar vervoer, door ‘tegenwind of een open brug’, maar ook door familieomstandigheden kan het voorkomen dat een deel- nemer niet bij een onderwijsactiviteit aanwezig kan (of wil) zijn. De melding van de afwezigheid (door de deelnemer zelf of een vertegenwoordiger) moet worden vastgelegd. Doel Het vastleggen van de melding geeft informatie die voor een aantal processen van belang is. Als vooraf de periode bekend is van verwachte afwezigheid, kan worden ingespeeld op de afwezigheid van de deelnemer. Het kan ook een signaal van de deelnemer zijn, waar de begeleider op in kan spelen. Daarmee is de melding van belang voor de begeleiding. Wet- en regelgeving stelt grenzen aan (ongeoorloofde) afwezigheid. Vastleggen is daarom noodzakelijk. Bij afwezigheid is vrijwel altijd sprake van het beoordelen van de rechtmatigheid van de afwezigheid (geoorloofd/ongeoorloofd afwezig). Dit is in ieder geval verplicht bij leerplichtige leerlingen en kwalificatieplichtige deelnemers en voor deelnemers met studiefinanciering. Een contractpartij (gemeente, bedrijf) kan ook eisen dat afwezigheid wordt genoteerd. Acties De school ontvangt een melding van afwezigheid en de reden. Deze gegevens (in- clusief reden) worden vastgelegd in een (geautomatiseerd) systeem. Een bevoegd persoon beoordeelt de rechtmatigheid van de afwezigheid en legt dit vast. Resultaat In een systeem is de melding vastgelegd dat de deelnemer afwezig is of was en de reden waarom. Daarnaast is de rechtmatigheid van afwezigheid beoordeeld. Registreren van aan- en afwezigheid Het moderne onderwijs kent veel verschillende uitvoeringsvormen. Geplande lessen vanuit het rooster, een gesprek met een begeleider, BPV, praktijkopdracht (buiten de school), workshops of andere activiteiten waarop kan worden ingeschreven, etc.
  • 393.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 45 In de meeste gevallen is vooraf bekend wanneer een onderwijsactiviteit wordt uit- gevoerd en welke deelnemers worden verwacht. Door vast te leggen welke deel- nemers aanwezig zijn, kan worden afgeleid welke deelnemers afwezig zijn. Het is ook mogelijk om direct de afwezige deelnemer te registreren. Het resultaat is niet anders. Indien niet vooraf bekend is welke delegeren worden verwacht, kan alleen de aanwezigheid worden geregistreerd. De instelling bepaalt op welke wijze wordt geregistreerd. De meeste onderwijsactiviteiten zijn gepland. Maar niet allemaal. Met ongepland bedoelen we een activiteit waarvan niet van te voren in een informatiesysteem van de onderwijsinstelling is vastgelegd op welk tijdstip de deelnemer de activiteit zal uitvoeren of er aan zal deelnemen. Bijvoorbeeld: Leg 2 bedrijfsbezoeken af per periode of onderneem een zorgactiviteit bij ouderen. Dit kunnen beide onderwijs- activiteiten zijn die wel vallen onder In Instelling Verzorgd Onderwijs (IIVO), maar niet of slechts globaal zijn gepland. Het is dan niet mogelijk om afwezigheid vast te stellen. Door de deelnemer zijn aanwezigheid te laten vastleggen, kan dit naderhand geva- lideerd worden door een daartoe bevoegd persoon, bijvoorbeeld de begeleider. Doel De verzamelde aan-/afwezigheidgegevens moeten worden verzameld voor: - De formele externe verantwoording (voldoen aan wet- en regelgeving) - Als hulpmiddel bij de begeleiding van de deelnemer - Ten behoeve van interne managementinformatie - Verantwoording ten behoeve van de bekostiging van een contract Validatie van aanwezigheid Het kan zijn dat de onderwijsinstelling de aanwezigheidvalidatie uitvoert o.b.v. stukken die over de inhoud van het uitgevoerde werk gaan. Het kan zijn dat de onderwijsinstelling wil dat deze stukken vastgelegd worden (in portfolioachtige systemen) Tot slot kan het zijn dat de onderwijsinstelling wil dat er een verwijzing aangemaakt kan worden tussen de daar vastgelegde bewijsstukken en de aanwe- zigheidsregistratie. 2 manieren om de duur van de aanwezigheid vast te stellen 1 Registratie van aan-/afwezigheid. Hierbij kan vooraf bepaald worden hoe lang de activiteit duurt. (Denk aan vastleggen met behulp van een chipkaartlezer. In veel gevallen wordt dan standaard de aanwezigheid op een bepaalde tijdsduur, bijvoorbeeld één lesuur, gesteld) 2 Registratie van aankomst- en vertrektijd.
  • 394.
    46 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Voorkomen van verlies van gegevens Het kan zijn dat een naam niet op de presentielijst voorkomt en dit wel het geval had moeten zijn. Dan zal actie moeten worden ondernomen om de naam aan de lijst toe te voegen. Het kan ook voorkomen dat een deelnemer die niet verwacht werd, wel aanwezig was. Daarvan wordt de aanwezigheid wel geregistreerd. In beide gevallen dienen de aanwezigheidsgegevens niet verloren te gaan maar moe- ten worden opgenomen in de totale aanwezigheidsgegevens van de betreffende deelnemer. Resultaat Vastgelegde gegevens betreffende de aan-/afwezigheid van deelnemer bij onder- wijsactiviteiten die deel uitmaken van IIVO (In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs)
  • 395.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 47 TECHNISCH GEDEELTE
  • 396.
    48 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN INHOUDSOPGAVE Inleiding 50 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES 53 Formuleren van de leervraag 53 Arrangement specificeren 59 Beheren BPV-bedrijfsgegevens 64 Beheren BPV-plaats 66 BPV-matching 69 Maken rooster 73 E ectueren rooster 79 Individueel aanvullen rooster 82 Controle rooster realisatie 90 Deelnemer accepteert rooster 92 Monitoren acceptatie deelnemersrooster 96 Individueel roosterprobleem oplossen 101 Afhandelen niet planbare arrangementen 106 Tactische planning 110 Strategische planning 114 Wijzigen middelen 118 Behandelen aanvraag middelen 124 Oplossen uitvoeringsprobleem 128 Oplossen calamiteit 133 Melden afwezigheid door deelnemer 137 Vastleggen aanwezigheid/afwezigheid 139 FUNCTIES 144 Tonen deelnemergegevens 144 Vastleggen leervraag en wensen 145 Raadplegen onderwijscatalogus 145 Controleren leervraag 147 Registratie behoefte ‘nieuw’ onderwijsproduct 148 Registratie status leervraag en arrangement 149 Vastleggen BPV-bedrijfsgegevens 150 Vastleggen BPV-plaats 151 Aanvragen accreditatie 153 Controleren accreditatie 154 Zoeken BPV-plaats vanuit arrangement 154 Vastleggen plaatsing 155
  • 397.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 49 Afleiden initiële arrangementen 156 Tonen arrangementen overzicht 156 Vastleggen arrangement 157 Controleren arrangement 158 Registratie status leervraag en arrangement 159 Communicatie over rooster naar deelnemer (initieel bericht, reminders) 159 Tonen deelnemerrooster 160 Reactie van deelnemer op rooster 161 Incidentele aanpassing deelnemersrooster 161 Rapportage roosteracceptatie 163 Handmatige registratie aan- en afwezigheid door docent 163 Handmatige registratie aanwezigheid door deelnemer 164 Semiautomatische registratie aan- en afwezigheid 164 Validatie aanwezigheidsregistratie 165 Registratie afwezigheidsmelding 165 Registratie geoorloofdheid afwezigheid 166
  • 398.
    50 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN INLEIDING In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van onderwijslogistiek, roosteren en beheren middelen vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases, werkopdrachten, activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werkbijeenkomsten met de deskundigen van de onderwijsinstellingen. In dit technische gedeelte vindt u een kopie van de informatie die door deze deskundigen is vastgelegd in de Triple A-wiki.
  • 399.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 51 Het figuur op de linkerpagina geeft de samenhang van de use cases voor onderwijs- logistiek, roosteren en beheren middelen weer. Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem vanuit het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe- den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’ Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge- leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij- ven. Dit format wordt hieronder weergegeven. Leeswijzer Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil- Voor uw leesgemak worden in dit lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is technisch gedeelte de volgende voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht symbolen in de kantlijn gebruikt: behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang gebracht Wanneer het een use door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen. case betreft Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten- Wanneer het een activi- diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel- teitendiagram betreft leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use Wanneer het een functie case één activiteitendiagram gemaakt. betreft
  • 400.
    52 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge- maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties. De laatste paragraaf van dit technische gedeelte geeft een meer gedetailleerde be- schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die nodig is om de use case te ondersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar.
  • 401.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 53 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES FORMULEREN VAN DE LEERVRAAG Het formuleren van de leervraag is een activiteit van de begeleider samen met de deelnemer of opdrachtgever, waarbij de leervraag wordt uitgedrukt in producten uit de onderwijscatalogus, (eventueel) aangevuld met additionele wensen en voor- waarden. In deze use case wordt de leervraag geïnventariseerd en zoveel mogelijk vertaald naar producten uit de onderwijscatalogus. In veel gevallen zal dit op een hoog aggregatieniveau plaatsvinden. Tevens worden wensen en voorwaarden van de deelnemer die van belang zijn voor de keuze van bepaalde onderwijsproducten, geïnventariseerd. Dit kan zijn op inhoudelijk gebied, maar ook betrekking hebben op een handicap van de deelnemer, de plaats van uitvoering van het onderwijs, het tijdstip of de BPV-plaats. De BPV is ook als onderwijsproduct opgeslagen in de onderwijscatalogus. Het BPV-onderwijsproduct is een vrij generiek product, waarbij de randvoorwaarden zijn vastgelegd in het kwalificatiedossier, maar de feitelijke invulling gebeurt bij de BPV-matching. De begeleider zal aan de hand van de verzameling onderwijsproducten een aantal controles uitvoeren die van belang zijn voor het samenstellen van een verzameling die voldoet aan (bekostigings)eisen. De op deze manier verkregen informatie dient als input voor de volgende stap: het specificeren van het arrangement. Deze laatste stap wordt in principe uitgevoerd zonder de deelnemer en leidt tot een gedetailleerde vertaling naar de producten uit de onderwijscatalogus op het laagste niveau. Het formuleren van de leervraag is een complex proces. Tijdens het formuleren zijn de volgende scenario’s denkbaar: - De deelnemer weet expliciet wat hij/zij wil (hij kiest duidelijk voor een opleiding of traject, bijvoorbeeld opleiding kapper of er is al een start-onderwijsproduct bepaald. - De deelnemer heeft geen duidelijke beroepswens, maar wel een voorkeur voor een domein. Bijvoorbeeld deelnemer wil iets in de “techniek” gaan doen of wil “iets met mensen” doen. - De opdrachtgever maakt afspraken over de te volgen onderwijsproducten.
  • 402.
    54 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Use case Aanleiding Nadat een (nieuwe of gewijzigde) verbintenis is geregistreerd in het kernregistratie- systeem komt de vraag om de leervraag nader te formuleren, binnen het vastge- legde verbintenisgebied. Er kan sprake zijn van een verbintenis die is aangegaan tussen instelling en deel- nemer of tussen bedrijf en instelling. In deze verbintenis is sprake van een inschrij- ving in een opleiding of domein. Het is tevens mogelijk dat er nog geen verbintenis is, maar dat er wel aanleiding is om de potentiële leervraag in kaart te brengen en te komen tot een aanbod aan de deelnemer op basis waarvan een verbintenis kan worden aangegaan. of Vanuit begeleiding/advies komt het verzoek om een (nieuwe)leervraag te (her) formuleren. of Een leervraag blijkt (deels) niet te arrangeren te zijn. Actoren - Deelnemer of opdrachtgever - Begeleider Doel De leervraag binnen het verbintenisgebied omzetten naar concrete onderwijspro- ducten uit de onderwijscatalogus, aangevuld met aanvullende wensen en voorwaar- den van de deelnemer, zodanig dat op basis hiervan een arrangement kan worden samengesteld. Beschrijving acties - Vertalen leervraag naar onderwijsproducten Deze activiteit wordt alleen uitgevoerd als ze nog niet bij de intake is uitgevoerd. Bij de intake kan al zeer specifiek zijn besproken welke onderwijsproducten de deelnemer gaat volgen. Dan wordt deze activiteit in deze use case niet opnieuw uitgevoerd. Bij de intake kunnen ook zeer minimale afspraken zijn gemaakt, dan start deze use case met de minimale invulling van de leerwens als uitgangspunt. • De begeleider bekijkt welk verbintenisgebied er met de deelnemer is afgesproken. • Vervolgens inventariseert de begeleider tijdens een gesprek met de deelnemer of opdrachtgever zijn leervraag en vertaalt deze leervraag in producten op een hoog aggregatieniveau uit de onderwijscatalogus. Hierbij moet gedacht worden aan: de benoeming van het deeltraject of de lessenreeks die bij deze leervraag horen.
  • 403.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 55 • De begeleider bespreekt met de deelnemer uit welke onderdelen dit onderwijs- product ongeveer bestaat (dus bijvoorbeeld een aantal theorielessen, stageperi- ode, een bedrijfsbezoek en een toets), zodat duidelijk wordt voor de deelnemer wat zijn leervraag in de praktijk ongeveer zal gaan inhouden. • De leervraag wordt uiteindelijk vastgelegd door een of meerdere onderwijspro- ducten te selecteren, in de meeste gevallen op aggregatieniveau 2 (leertaak) of 3 (leertraject) van de onderwijscatalogus. - Controleren op toelatingseisen De begeleider controleert welke toelatingseisen er zijn om een onderwijsproduct te kunnen volgen, zoals vooropleiding en reeds gehaalde onderwijsproducten. De begeleider bekijkt of de deelnemer de vereiste vooropleiding en kwalificaties heeft. De begeleider legt de relevante vooropleiding of kwalificaties vast in het dossier als dit nog niet is gebeurd. Als blijkt dat de vooropleiding of kwalificaties onvoldoende zijn, kunnen er aanvullende of andere onderwijsproducten aan de geformuleerde leervraag worden toegevoegd. - Controleren op urennorm De begeleider controleert of de onderwijsproducten voldoen aan de wettelijk vastgestelde minimum urennorm. Afhankelijk van de periode waarvoor de instel- ling roostert, moet de leervraag voor een bepaalde periode zijn geformuleerd en voldoende uren omvatten om aan die norm te voldoen. In de onderwijscatalogus kan de begeleider controleren (ook op de hogere aggregatieniveaus) hoeveel uren het onderwijsproduct omvat. Daarnaast is de begeleider voldoende bekend met de inrichting van het onderwijs om een inschatting te maken van de onderwijsproduc- ten die een deelnemer in een bepaalde periode moet doen om die norm te halen. - Controleren op de relatie tot het behalen van een diploma of kwalificatie De begeleider controleert of de geselecteerde onderwijsproducten voor de deel- nemer voldoende perspectief bieden op het behalen van een diploma of kwalifica- tie. Om dit te kunnen beoordelen worden de reeds afgenomen onderwijsproducten en summatieve toetsen, en de geselecteerd onderwijsproducten voor de komende periode vergeleken met de nog te halen summatieve toetsen voor het beoogde diploma of kwalificatie. - Vaststellen van randvoorwaarden deelnemer Aanvullend op de geselecteerde onderwijsproducten worden de randvoorwaarden voor de deelnemer vastgelegd, zodat bij het maken van het arrangement en het rooster daar rekening mee kan worden gehouden. Randvoorwaarden voor de deel- nemer zijn aanvullende wensen en andere voorwaarden. De begeleider bekijkt of
  • 404.
    56 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN randvoorwaarden reëel zijn. De wens om altijd het 1e uur vrij te hebben, omdat iemand wil uitslapen of een BOL deelnemer die graag één dag per week vrij wil hebben, zijn geen reële wensen. Het kan hier wel gaan om: • Gewenste volgordelijkheid van de te volgen onderwijsproducten • (voorkeurs)dagen die kunnen bepaald zijn door bijvoorbeeld werk en/of per- soonlijke situatie van de deelnemer) • (voorkeurs)locatie vanwege toegankelijkheid voor gehandicapte deelnemer of reistijd • Bij BPV ook voorkeuren, zoals cultuur van het leerbedrijf, grootte van het leer- bedrijf, de manier van begeleiding, religieuze aspecten, etc. - Vastleggen van de leervraag De leervraag wordt vastgelegd en uitgedrukt in onderwijsproducten uit de onder- wijscatalogus. De randvoorwaarden van de deelnemer worden tevens vastgelegd. Door het definitief maken van de leervraag, kan de leervraag worden gearrangeerd. - Afhandelen afwijking leervraag en verbintenisgebied Een leervraag van een deelnemer kan (gaan) afwijken van het afgesproken verbintenisgebied. Een deelnemer ingeschreven op het domein zorg, kan een leervraag hebben/ontwikkelen voor het domein hospitality en recreatie. Dan zal de verbintenis met de deelnemer moeten worden gewijzigd. Om dit te regelen registreert de begeleider dat dit moet worden gedaan en gaat er een signaal naar de werkopdracht Monitoren en Adviseren. - Afhandelen eventueel niet in te vullen (deel van de) leervraag Het is mogelijk dat de leervraag niet gehonoreerd kan worden vanwege oorzaken bij: • De deelnemer ! De vooropleiding van de deelnemer is onvoldoende ! De persoonlijke omstandigheden van de deelnemer staan het volgen van de onderwijsproducten in de weg (psychische en/of sociale omstandigheden e.d.) ! Etcetera • De instelling ! Er zijn (waarschijnlijk) te weinig aanmeldingen voor de uitvoering van de leer- vraag (begeleider vraagt het aantal aanmeldingen op) ! De gevraagde onderwijsproducten zijn er niet ! Er zijn onvoldoende faciliteiten (personeel en/of middelen) voor realisatie van de onderwijsproducten • De externe partij • Er kan niet worden voldaan aan afgesproken voorwaarden (bijvoorbeeld afge- sproken aantal deelnemers wordt niet nagekomen, bedrijf is failliet e.d.)
  • 405.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 57 Indien (een deel van) de leervraag niet ingevuld kan worden omdat deze onder- wijsproducten niet in de onderwijscatalogus voorkomen, registreert de begelei- der deze vraag (vragen). Met deze registratie wordt een signaal afgegeven dat aanleiding kan zijn tot het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe onderwijs- producten. Dit werkproces wordt nog nader uitgewerkt in een andere use case. Indien de oorzaken liggen bij de deelnemer of de externe partij kan de begelei- der een (nieuw) gesprek plannen (eventueel met een andere begeleider) voor het opnieuw definiëren en eventueel aanpassen van de verbintenis. Hij kan daartoe afspraken maken met andere medewerkers binnen de instelling. De begeleider registreert dit waardoor er een signaal gaat naar de use case Moni- toren en Adviseren. Ook als blijkt dat beide partijen niet tot overeenstemming komen, registreert de begeleider dit en gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren met mogelijk de uitkomst om de verbintenis tussentijds te beëindigen. Resultaat - Er is een geformuleerde en vastgelegde leervraag uitgedrukt in product(en) uit de onderwijscatalogus en aangevuld met randvoorwaarden van de deelnemer, zodat de vraag omgezet kan worden in een arrangement. of - Indien er geen leervraag kan worden geformuleerd binnen het verbintenisgebied kan/moet nader onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn voor deze deelne- mer. Er gaat een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren. Frequentie Minimaal één keer per deelnemer die een verbintenis heeft. Werkopdrachten
  • 406.
    58 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Tonen deelnemersgegevens - Vastleggen leervraag en wensen - Raadplegen onderwijscatalogus - Controleren leervraag - Registratie behoefte ‘nieuw’ onderwijsproduct - Registratie status leervraag en arrangement
  • 407.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 59 ARRANGEMENT SPECIFICEREN De geformuleerde leervraag is uitgedrukt in producten uit de onderwijscatalogus, meestal geformuleerd op een hoger aggregatieniveau, en aangevuld met randvoor- waarden van de deelnemer. De leervraag wordt tijdens het arrangeren uitgewerkt naar producten op het laagste aggregatieniveau uit de onderwijscatalogus en aan- gevuld met de randvoorwaarden, volgorde, keuzes e.d. om het plannen (roosteren) mogelijk te maken. Hoewel het arrangement is samengesteld uit onderwijsproducten van het laagste aggregatieniveau wil dat niet zeggen dat elk product afzonderlijk moet worden geselecteerd. Het is heel goed mogelijk dat in één handeling een cluster van onder- wijsproducten wordt geselecteerd, bijvoorbeeld een leertaak of compleet leertraject. Het arrangeren en specificeren van de leervraag van een deelnemer vindt altijd plaats binnen de mogelijkheden en randvoorwaarden van de wetgeving en de randvoorwaarden die de organisatie stelt aan het verwezenlijken van arrangemen- ten. De arrangeur gebruikt input van de forecasting om realistische individuele (concept)arrangementen op te stellen. Zo dient tijdens het arrangeerproces te allen tijde rekening gehouden te worden met de verdeling theorie - praktijk van de producten (de BPV-norm is voor BOL 60-40% en BBL 40-60%), de web-norm, de urennorm (850/300 klokuren) en ook de afgesproken uren met opdrachtgevers, zoals gemeente, re-integratiebedrijven etc. Bovendien moet er rekening worden gehouden met de specifieke randvoorwaarden zoals die zijn gesteld in de onder- wijscatalogus ten aanzien van volgordelijkheid, aantallen en tijden. Het arrangement biedt ruimte voor verschillende planningsmogelijkheden. Er is bin- nen het opgestelde individuele arrangement vooraf afgesproken speelruimte om de leervraag van de deelnemer te verwezenlijken. Deze speelruimte kan in het roos- terproces benut worden om een optimaal rooster voor de hele instelling te krijgen. Use case Aanleiding De deelnemer heeft zijn leervraag bij het Formuleren van de leervraag kenbaar gemaakt. Actoren - Begeleider of deelnemer of arrangeur
  • 408.
    60 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Doel Doel is te komen tot een specifiek arrangement waarin alle producten uit de on- derwijscatalogus vertaald zijn naar het laagste niveau en zijn aangevuld met alle randvoorwaarden, zodat het arrangement geschikt is voor het roosterproces. Beschrijving acties De acties die hieronder worden beschreven, kunnen op de volgende manieren door de genoemde actoren worden uitgevoerd: - Arrangeur gaat aan het werk op basis van de verkregen gegevens uit de use case Formuleren van de leervraag. - Arrangeren vindt plaats door de begeleider en (waar nodig) in samenspraak met de deelnemer. Dit sluit veelal aan bij de gegevens uit de use case Formuleren van de leervraag. - Deelnemer kiest zelf met behulp van een inschrijfsysteem of iets dergelijks. De onderstaande acties zijn geschreven naar de actor Arrangeur, maar kunnen ook door begeleider of deelnemer worden gedaan. - Opstellen arrangement Arrangeur haalt vastgelegde gegevens omtrent leervraag en eventuele andere wensen en voorwaarden op. Op basis van deze gegevens zoekt de arrangeur bijbehorende producten uit de onderwijscatalogus, waarbij rekening wordt ge- houden met aanvullende eisen (volgorde, periode en voorwaarden). Wanneer er keuzemogelijkheden zijn, stelt de arrangeur verschillende alternatieven op. Het systeem signaleert eventuele conflicten (voorwaarden, wettelijke eisen) waarna de arrangeur kan bijstellen. Wanneer het arrangement niet te arrangeren is, kan dit tot gevolg hebben dat de leervraag wordt bijgesteld. Het BPV-onderwijsproduct is een vrij generiek product, waarbij de randvoorwaar- den zijn vastgelegd (KD) maar de feitelijke invulling gebeurt bij de BPV-matching. Op het moment van arrangeren kunnen twee situaties bestaan: - De BPV-plaats is al ingevuld door het BPV-matchingsproces • vaak van toepassing in de BBL (BBL-deelnemers hebben meestal al een werk- gever) • wanneer het bedrijf zelf de deelnemers aandraagt • wanneer er een ruim aanbod aan BPV-plaatsen is
  • 409.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 61 - De BPV-plaats is nog niet ingevuld door het BPV-matchingsproces In veel gevallen zal de feitelijke invulling met een BPV-plaats echter nog moeten plaatsvinden. Het ‘Arrangement specificeren’ en het ‘Roosteren’ kunnen gewoon uitgevoerd worden terwijl in het parallelle BPV-matchingsproces naar de invulling van een BPV-plaats wordt gezocht. - Vastleggen randvoorwaarden deelnemer per onderwijsproduct Een deelnemer heeft randvoorwaarden aangegeven bij het formuleren van de leervraag. Denk bij randvoorwaarden aan tijden van kinderopvang of aanvangstij- den werk bij werkgever e.d., maar ook fysieke beperkingen zoals een rolstoel. De randvoorwaarden moeten echt betrekking hebben op het volgen of het afnemen van de onderwijsproducten. De arrangeur geeft de randvoorwaarden mee aan ie- der gearrangeerd onderwijsproduct. De randvoorwaarden van de deelnemer die betrekking hebben op de uitvoering van de BPV zijn bij het formuleren van de leervraag vastgelegd. Deze randvoor- waarden worden vervolgens in het matchingsproces meegenomen om een pas- sende BPV-plaats te vinden. - Controleren wettelijke eis 850/300 (urennorm) Een deelnemer die leerplichtig is en/of studiefinanciering wil, moet voldoen aan een urennorm. De arrangeur bekijkt in het systeem of het arrangement zoals het nu in het systeem staat, minimaal 850 of 300 klokuur aan onderwijs omvat (of een deel ervan, afhankelijk van de periode van het arrangement). - Vastleggen arrangement De arrangeur maakt het arrangement in het systeem definitief. Als er gestart wordt met het roosteren, wordt dit arrangement meegenomen. - Afhandelen niet te arrangeren leervraag Een geformuleerde leervraag kan (deels) niet worden gearrangeerd. Een reden kan zijn dat aan een randvoorwaarde van de deelnemer niet kan worden voldaan. Een deelnemer kan niet op vrijdag, terwijl het onderwijsproduct alleen maar op vrijdag wordt aangeboden. Ook als een arrangement niet voldoet aan de wettelij- ke eisen, kan een leervraag niet worden gearrangeerd. Dan moet er via de werk- opdracht Monitoren en Adviseren een signaal gaan naar de begeleider. Dan kan de begeleider opnieuw in gesprek gaan met de deelnemer om de leervraag aan te passen. NB dit kan alleen als er nog tijd is om een gesprek aan te gaan met de deelnemer, voordat het roosterproces start. Is dit niet het geval, zal er uiteindelijk een signaal gaan naar de use case Afhandelen niet planbare arrangementen (via de use case Effectueren rooster).
  • 410.
    62 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Resultaat - Een individueel (concept) leerarrangement met de vastgestelde speelruimte, bestaande uit: • Alle te volgen onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus, op het laagste ag- gregatieniveau, • Volgordes, periodes, plaatsen e.d. per onderwijsproduct, zodat duidelijk is op welke manier deze producten moeten worden gepland (geroosterd). • Alternatieven voor onderwijsproducten of alternatieve volgordes, periodes, plaatsen e.d. • Aanvullende (beperkende) eisen / wensen van de deelnemer, bijvoorbeeld ten aanzien van aanvullende faciliteiten, dagen of tijdstippen e.d. of - Indien er geen arrangement kan worden gespecificeerd en er is voldoende tijd, gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren. Frequentie Minimaal één keer per deelnemer. Werkopdrachten
  • 411.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 63 Activiteitendiagram Functies - Afleiden initiële arrangementen - Tonen arrangementenoverzicht - Vastleggen arrangement - Raadplegen onderwijscatalogus - Controleren arrangement - Registratie status leervraag en arrangement
  • 412.
    64 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN BEHEREN BPV-BEDRIJFSGEGEVENS Deze use case valt binnen het onderwijsprocesmodel onder “beheren middelen”. Het gaat hier om een registratiesysteem waarin diverse typen leerbedrijven en andere instellingen zijn opgenomen. In deze use case beperken wij ons tot de re- gistratie van de gegevens die van belang zijn voor: - Het matchingsproces (bijv. reisafstand) - De bekostiging - Het opstellen van de verbintenis (praktijkovereenkomst/BPV-overeenkomst) In het geval van een filiaal is er de mogelijkheid om een relatie te leggen met het moederbedrijf. De uitvoeringsrol en de werkgeversrol kunnen bij verschillende bedrijven zijn belegd. Denk daarbij aan het scenario met een uitzendbureau. De relatie BPV bedrijf - detacheringsbedrijf moet ook in het systeem kunnen worden vastgelegd. Use case Aanleiding De stamgegevens van een leerbedrijf moeten worden geregistreerd om BPV- plaatsen te kunnen gaan aanbieden. Actoren - Het systeem (= werkopdracht van Beheren BPV-plaats naar Beheren BPV bedrijfs- gegevens) - Het leerbedrijf. - Het BPV bureau Doel De correcte registratie van stamgegevens van een leerbedrijf. Beschrijving acties - Het BPV bureau geeft aan dat bedrijfs- / instellingsgegevens moeten worden toegevoegd/gewijzigd/verwijderd. - Het leerbedrijf geeft aan dat er gegevens gewijzigd zijn, zo mogelijk via externe toegang tot het systeem. Minimaal de volgende gegevens worden geregistreerd: - NAW gegevens leerbedrijf - eventueel moederbedrijf - eventueel detacheringsbedrijf (uitzendbureau)
  • 413.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 65 - accreditatie en kenniscentrum (let op meerdere kenniscentra en per kenniscentra meerdere accreditaties) - aantal beschikbare BPV-plaatsen - contactpersonen - tekeningsbevoegd contactpersoon - contactpersonen ROC/eigenaarschap - bereikbaarheid (met OV) Resultaat Een correcte en volledige registratie van de gegevens van het leerbedrijf. Frequentie Dagelijks Werkopdrachten Overige opmerkingen Binnen de instelling zijn diverse partijen die gebruikmaken van dezelfde bedrijfs- gegevens. Dit vraagt om een (CRM)-oplossing waarbij goed is nagedacht over eigenaarschap en versiebeheer. Activiteitendiagram Functies - Vastleggen BPV-bedrijfsgegevens
  • 414.
    66 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN BEHEREN BPV-PLAATS Een leerbedrijf kan een of meerdere BPV-plaatsen aanbieden. Deze BPV-plaatsen kunnen verschillen qua kwalificatiedossier en type (oriënterend/taalstage etc.) Wanneer de stamgegevens van het leerbedrijf nog niet zijn vastgelegd moet dit eerst gebeuren (via werkopdracht naar Beheren BPV bedrijfsgegevens). Het aanbod van de BPV-plaats is geen garantie dat deze ook werkelijk (nog) beschikbaar is. Deze check zal in de regel plaatsvinden nadat de BPV match is gemaakt. Use case Aanleiding Er is een BPV-plaats beschikbaar en deze moet worden geregistreerd. Actoren - De BPV coördinator - Het BPV bureau/administratie - De deelnemer - Het leerbedrijf Doel Registratie van de BPV-plaats. Beschrijving acties Registratie van de BPV-plaats. Gegevens die worden vastgelegd zijn onder andere: - Verwijzing naar het leerbedrijf - De toepasselijke kwalificatiedossiers - Type BPV-plaats • formatief ! oriënterende stage ! maatschappelijke stage ! taalstage • summatief ! (verplichte) BPV, in dat geval tevens: ! kwalificatiedossier, accreditatiegegevens - Controle eventuele accreditatie/code leerbedrijf - Als accreditatie ontbreekt, kan de instelling de benodigde accreditatie aanvragen middels het aanvraagformulier - Gegevens praktijkopleider/leermeester
  • 415.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 67 - Gegevens tekeningsbevoegde - Indicatie aantal beschikbare plaatsen - Beschrijving werkzaamheden/bedrijfscultuur - Mogelijk uit te voeren kerntaken/werkprocessen/taalniveau/rekenniveau (mogelijk aangeleverd via kenniscentra/accreditatiegegevens) - Start/einddatum - Aantal SBU - Werktijden (Arbo) / dagen - Speciale wensen / voorwaarden / kledingvoorschriften / veiligheidseisen - Stagevergoeding / onkostenvergoeding - Mate van begeleiding - Mate van lichamelijke arbeid Resultaat De BPV-plaats is vastgelegd en kan worden gebruikt in het matchingsproces. Frequentie Dagelijks Werkopdrachten Overige opmerkingen Gewenst: automatische controle op accreditatie bij Kenniscentrum op niveau van kwalificatiedossier.
  • 416.
    68 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Vastleggen BPV-plaats - Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus - Aanvragen accreditatie - Controleren accreditatie
  • 417.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 69 BPV-MATCHING Als resultaat van het formuleren van de leervraag kan het BPV-onderwijsproduct worden opgenomen in het arrangement en kan het, mogelijk samen met andere onderwijsproducten worden geroosterd. De feitelijke invulling met een BPV-plaats hoeft dan nog niet per definitie te hebben plaatsgevonden. Die BPV-matching ge- beurt parallel aan het arrangeren/roosteren en moet uiterlijk wanneer het rooster gaat draaien zijn beslag hebben gekregen. BPV-matching gaat verder dan het koppelen van vraag en aanbod; je moet er van uitgaan dat het aanbod per situatie moet worden aangepast. Het gaat daarbij om de match tussen: - de leervraag, gedefinieerd in het gekozen BPV-onderwijsproduct (kwalificatiedos- sier, werkprocessen, competenties) - aangevuld met de voorkeuren van deelnemer; • voor de BOL bijvoorbeeld: ! tijd ! reisafstand ! omvang bedrijf • voor de BBL bijvoorbeeld: ! randvoorwaarden lesrooster - de concrete BPV-plaats zoals gedefinieerd binnen de (leer)middelen. Use case Aanleiding Bij het formuleren van de leervraag is een BPV-onderwijsproduct uit de onderwijs- catalogus geselecteerd en moet dit worden ingevuld met een feitelijke BPV-plaats. De matching kan op twee manieren starten: - Deelnemer of begeleider geeft opdracht aan het systeem om mogelijke matches te onderzoeken - Deelnemer of begeleider heeft al een BPV-plaats op het oog en selecteert deze uit het BPV-aanbod Actoren - De deelnemer - De begeleider - Het BPV-bureau - Het leerbedrijf
  • 418.
    70 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Doel Het invullen van een BPV-onderwijsproduct met een concrete BPV-plaats. Beschrijving acties Op het moment dat de deelnemer of de begeleider zelf al een BPV-plaats op het oog heeft dan selecteert hij deze uit het BPV-aanbod van de instelling. Na controle van het BPV bureau/de BPV coördinator neemt de deelnemer contact op met het leerbedrijf en wanneer van toepassing wordt de deelnemer gevraagd te gaan sol- liciteren. Een andere optie is om het systeem de opdracht te geven om mogelijke matches te onderzoeken. Op basis van het gekozen BPV-onderwijsproduct en de opgegeven randvoorwaarden doet het systeem een voorstel voor een of meer mogelijke BPV- plaatsen. De deelnemer/begeleider kan hieruit de geschiktste plaats(en) selecteren, rekening houdend met de eigen wensen en randvoorwaarden en de wensen en eisen vanuit het leerbedrijf (=eigenschap van de BPV-plaats). De begeleider vanuit de onderwijsorganisatie adviseert hierbij. Wanneer het systeem geen BPV-plaats vindt dan kan: - het BPV bureau actief in het bestand gaan zoeken en de eventuele knelpunten in overleg met het leerbedrijf proberen op te lossen (accreditatie, periode, etcetera), - de deelnemer zijn randvoorwaarden wellicht aanpassen, - de deelnemer/begeleider/BPV-bureau op zoek gaan naar een leerbedrijf/BPV- plaats en deze laten toevoegen aan het bestand, - de deelnemer zijn leervraag bijstellen door een ander onderwijsproduct te kiezen. Wanneer er een of meer BPV-plaatsen zijn geselecteerd checkt het BPV-bureau/de BPV-coördinator of de BPV-plaats daadwerkelijk (nog) beschikbaar is. Vervolgens wordt de deelnemer gevraagd contact op te nemen met het leerbedrijf om afspra- ken te maken en zo nodig te gaan solliciteren (=eigenschap van de BPV-plaats). Als de deelnemer, het leerbedrijf en het BPV-bureau alledrie akkoord zijn, kunnen de benodigde verbintenissen worden opgesteld. Op het moment dat de partijen niet tot overeenstemming komen start het matchingsproces voor de deelnemer opnieuw. Resultaat Er is, met instemming van de deelnemer, de onderwijsorganisatie en het leerbedrijf, een koppeling tot stand gebracht tussen het BPV-onderwijsproduct en de BPV- plaats.
  • 419.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 71 Frequentie Gemiddeld 1x per jaar per deelnemer. Werkopdrachten
  • 420.
    72 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Zoeken BPV-plaats vanuit arrangement - Vastleggen plaatsing - Zoeken deelnemer bij BPV-plaats
  • 421.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 73 MAKEN ROOSTER Deze use case is het eerste onderdeel in de roostercyclus : 1. Maken rooster (vooraf aan roosterperiode) 2. Individueel aanvullen rooster (gedurende roosterperiode) 3. Controle realisatie rooster (na roosterperiode) De toepassing van deze use case is afhankelijk van een groot aantal keuzes die gemaakt kunnen worden door de instelling zelf. Voorbeelden: - Is de deelnemer altijd een bepaalde tijd aanwezig (bijv. 09.00 tot 16.00 of 08.00 tot 13.00)? - Plannen we het rooster van een deelnemer geheel vol of laten we ruimte voor ad hoc invulling? - Kiezen we ervoor deelnemers te raadplegen voordat een rooster definitief wordt? - Is in een arrangement beschreven welke onderwijsproducten uit de onderwijs- catalogus in welke volgorde en periode moeten worden uitgevoerd of wordt hier meer ruimte voor geboden? - Maken we voor alle onderdelen van de instelling tegelijkertijd een nieuw rooster? Daarnaast met er een keuze door de instelling worden gemaakt voor : - Controle realisatie rooster (na roosterperiode) - Periode waarvoor rooster gemaakt wordt. B.v.1 dag, 10 weken of heel jaar. - Frequentie van het maken van een nieuw rooster. B.v. elke dag, elke 10 weken of 1 keer per jaar. - Het tijdstip waarop een rooster definitief wordt voorafgaande aan de ingangsda- tum ervan. Bijvoorbeeld 1 week voor start moet een rooster zijn vastgesteld. Het uitgangspunt bij het beschrijven van de activiteiten is dat we nog geen keuzes gemaakt hebben. De use case moet alle mogelijk scenario’s afdekken. Het voordeel is dat het maximale flexibiliteit aan de onderwijsinstelling biedt, omdat de defini- tieve inrichtingskeuze in een onderwijsinstelling pas bij invoering hoeft te worden gemaakt. Use case Aanleiding Periodiek (zie inleiding: b.v. iedere 10 weken) zal er in opdracht van het manage- ment van een instelling een compleet nieuw rooster worden gemaakt. Waar instel- ling staat kan ook een deel van de instelling worden gelezen.
  • 422.
    74 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN of Door een ernstig uitvoeringsprobleem (vanuit de use case Oplossen Calamiteit). Er zal een nieuw rooster voor het restant van de huidige periode gemaakt moeten worden. of Door een massale afwijzing van het rooster door leerlingen (vanuit de use case Monitoren acceptatie deelnemersrooster). Er zal een nieuw rooster voor (een deel) van de deelnemers gemaakt moeten worden. Actoren - Operator (OP) (houdt zich bezig met de roostermachine) - Roostermaker (RM) (houdt zich bezig met analyseren van resultaten en begeleidt het roosterproces) - Manager onderwijs (MO) - Manager bedrijfsvoering (MB) - Deelnemer (optioneel) - Begeleider (optioneel) Doel We maken een rooster om de vraag naar onderwijsproducten van deelnemers en het aanbod daarvan door de instelling op elkaar af te stemmen. We zoeken daarbij een balans tussen deelnemer-, onderwijs- en bedrijfseconomische belangen. Beschrijving acties Een aantal beheersacties moeten vooraf zijn uitgevoerd. De frequentie hiervan zal laag zijn (bijvoorbeeld 1x per jaar). - Beheren regels De RM vraagt aan de MO om onderwijsregels en aan de MB om bedrijfsvoeringre- gels. • Voorbeelden van onderwijsregels zijn, maximaal 8 lesuren per dag of 3 tus- senuren per week voor een deelnemer, maximaal 1 afwijzing van een onder- wijsproduct uit een arrangement van een deelnemer, geen leervakken na het 8e uur, altijd bevoegde docenten. • Voorbeelden van bedrijfsvoeringregels zijn, maximaal 8 lesuren per docent per dag, praktijklokaal koken alleen op maandag, iedere docent moet voor minimaal 50% worden ingeroosterd, een onderwijsproduct mag alleen worden aangeboden bij een minimale inschrijving van 5 deelnemers.
  • 423.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 75 Als de RM de regels krijgt, controleert hij deze op volledigheid, correctheid, realseerbaarheid en of de regels gezamenlijk niet in conflict zijn en koppelt het resultaat terug aan de MO en MB. In overleg worden de mogelijke problemen opgelost en de regels vastgesteld en vastgelegd in de roostermachine door de OP. - Beheren weegfactoren Na het vaststellen en vastleggen van de regels moeten weegfactoren bepaald worden over de relatieve zwaarte van een regel. De zwaarte van een regel heeft direct effect op de uitkomst van een rooster. De machine levert een top-x van roosters op met diagnoserapporten (x is bijvoorbeeld 5). De regels met de weeg- factor bepalen de kwaliteitvolgorde van de opgeleverde roosters. De MO en MB zullen over de zwaarte van de regels met elkaar moeten onderhan- delen. De RM kan dit proces begeleiden. Als de weegfactoren zijn vastgesteld zal de OP ze vastleggen in de machine. - Beheren overige instellingen De OP zal de overige instellingen, zoals inhoud en layout van het diagnoserapport, aantal te bewaren top-x rooster etc. in de roostermachine vastleggen. Hij doet daartoe voorstellen die door de organisatie moeten worden gefiatteerd. - Communicatie peildatum Voorafgaande aan het laten draaien van machine worden alle betrokkenen ge- ïnformeerd (via moderne communicatie middelen) over de startdatum van het maken van een nieuw rooster, zodat iedereen weet wanneer de arrangementen gereed moeten zijn. - Uitvoeren controles De OP zal voordat hij de roostermachine start nog controleren of voor alle inge- schreven deelnemers een arrangement is gespecificeerd. Als dit niet het geval is wordt de RM op de hoogte gesteld en deze zal in overleg met de MO en MB bepalen welke oplossingsrichting bewandeld wordt. Te denken valt aan het tijdelijk stopzetten van het roosterproces. Begeleiders en arrangeurs krijgen x dagen de tijd. Ook kan het roosterproces gewoon doorgaan. Met de betreffende individuele deelnemer worden afspraken gemaakt over wat er wordt gedaan met hun arran- gement. - Vullen roostermachine De arrangementen van de deelnemers en de beschikbaar gestelde middelen wor- den door de OP opgehaald en in de database van de roostermachine opgeslagen. Hiermee worden de beschikbare middelen en opgevoerde arrangementen
  • 424.
    76 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN bevroren gedurende het roosterproces. Veranderingen in arrangementen of mid- delen die gedurende het roosteren worden aangebracht in de productieomgeving, worden niet meegenomen in de lopende roostercyclus. Deze veranderingen wor- den zichtbaar in de use case Effectueren rooster. - Opstellen roostervoorstellen De roostermachine wordt gestart. De machine zal voortdurend de x beste roos- tervoorstellen en bijbehorende diagnoserapporten beschikbaar stellen. Zichtbaar is hoeveel roosters er zijn doorgerekend en wanneer de laatste verandering in de top x heeft plaats gevonden. Daarmee is er inzicht in de voortgang van de ‘run’. - Beoordelen roostervoorstellen De roostervoorstellen en de bijbehorende diagnoserapporten worden door de RM geanalyseerd. De voorstellen en de analyse worden overlegd met de MO en MB. De roostervoorstellen zullen door de MO worden beoordeeld met oog voor de belangen van de deelnemer en de kwaliteit van het onderwijs. De MB zal de belangen van de docenten en de bedrijfseconomische belangen mee laten wegen in zijn oordeel. De MO en de MB kunnen (indien gewenst) overleggen met indivi- duele deelnemers en/of begeleiders en docenten. Alleen in het ideale geval zal het rooster meteen geaccepteerd worden. Indien er geen geschikt roostervoorstel bij zit, kunnen er aanpassingen in de vraag (arran- gementen) en het aanbod (middelen en regels) worden gedaan om te simuleren in de roostermachine. Als er gebruik wordt gemaakt van een fictief middel, is het uitgangspunt dat dit fictieve middel voor aanvang van de start van een periode is gerealiseerd. Deze simulatie levert nieuwe roostervoorstellen en de bijbehorende diagnoserapporten op. Opnieuw worden de roostervoorstellen en diagnoserappor- ten geanalyseerd, besproken en beoordeeld. - Vaststellen rooster Uiteindelijk zal er, mogelijk gedwongen door de tijd, besloten worden met roos- tervoorstel en het bijbehorende diagnoserapport akkoord te gaan. Er gaat een signaal naar de use case Effectueren rooster. Resultaat - Een goedgekeurd rooster voor een vastgestelde periode met indien van toepas- sing de toezegging om de voorgestelde aanpassingen te realiseren.
  • 425.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 77 Frequentie Het gehele proces vindt in ieder geval plaats voor iedere nieuwe roosterperiode. De instelling bepaalt de frequentie hiervan zelf. Deze zal variëren van 1x per jaar tot 1x per dag. Daarnaast kunnen de use cases Oplossen calamiteit en Monitoren acceptatie deel- nemersrooster de frequentie verhogen. Werkopdrachten
  • 426.
    78 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Beheren regels - Beheren overige instellingen - Vullen roostermachine - Opstellen roostervoorstellen - Fictief aanpassen arrangementen - Fictief middel activeren
  • 427.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 79 EFFECTUEREN ROOSTER Er ligt een voorlopig rooster door Maken rooster. Deelnemers zullen het voorge- stelde rooster moeten accepteren of er moeten wijzigingen in het rooster worden aangebracht, voordat het definitieve rooster tot uitvoering kan komen. Vanuit de BPV-matching kan uiterlijk hier worden geconstateerd dat de BPV-mat- ching niet is geslaagd, met andere woorden dat het geroosterde BPV-onderwijspro- duct (nog) niet is ingevuld met een feitelijke BPV-plaats. Deze situatie levert een uitvoeringsprobleem op, waarna de use case Oplossen uitvoeringsprobleem start. Op dat moment wordt er binnen het geëffectueerde rooster (BPV-onderwijsproduct staat in het arrangement) gezocht naar een oplossing. De leertrajectbegeleider, deelnemer en het BPV bureau zoeken in overleg naar een passende BPV-plaats of kunnen besluiten te zoeken naar een andere invulling. Binnen Effectueren rooster wordt nagegaan in hoeverre de deelnemers het voor- gestelde rooster hebben geaccepteerd, welke arrangementen niet planbaar zijn, welke middelen nog gewijzigd moeten worden, zodat uiteindelijk de deelnemer het rooster/arrangement kan accepteren. Use case Aanleiding Vanuit de use case Maken rooster wordt een goedgekeurd rooster met bijbehorende afspraken en diagnoserapport aangeleverd om te worden geëffectueerd. Actoren - Roostermaker - Arrangeur - Resourcemanager Doel Het definitief maken van het rooster, door met alle betrokkenen van de organisatie erover te communiceren, door het definitief toewijzen van de middelen, door het in gang zetten van acties om alle veranderingen in middelen en arrangementen vorm te geven en door het in gang zetten van de deelnemersacceptatie. Beschrijving acties - Definitief maken rooster Vanuit de use case Maken rooster wordt een goedgekeurd rooster aangeleverd voor de eerstvolgende periode. Dit rooster wordt in de productieomgeving gezet en wordt daarmee het actuele rooster voor de eerstvolgende periode.
  • 428.
    80 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Toewijzen middelen De middelen die in het roostervoorstel voorlopig zijn toegewezen worden nu definitief toegewezen. In de registratie van middelen is de beschikbaarheid van de middelen hiermee aangepast. Voor de toewijzing van een BPV-plaats betekent dit dat er ook een signaal gaat naar de use case BPV-matching zodat de POK tot stand kan worden gebracht. - Publiceren roosters voor deelnemers, docenten en staf. Alle betrokkenen van de organisatie (deelnemers, docenten en staf) worden op de hoogte gebracht van het nieuwe rooster. Dat kan via verschillende kanalen, zoals een portaal, internetsite, e-mail of een fysiek exemplaar in een vitrine of uitge- deeld aan elke deelnemer of docent, etc. Het gaat hier om een relatief grootscha- lige verspreiding aan dat deel van de organisatie waarop het rooster betrekking heeft. - In gang zetten van de procedure deelnemersacceptatie. Gelijktijdig met het publiceren van het rooster wordt de procedure voor deelne- mersacceptatie in gang gezet voor alle deelnemers van wie het arrangement in het rooster is opgenomen. Deze deelnemers hebben voor een van te voren vast- gesteld aantal dagen de tijd om te reageren als zij oneens zijn met het aange- boden rooster. Er gaat een signaal naar de werkopdracht Deelnemer accepteert rooster. Daarnaast wordt de deelnemersacceptatie gemonitord en wordt er eventueel actie ondernomen als de acceptatie onder een van te voren vastgestelde grens blijft. Er gaat een signaal naar de werkopdracht Monitoren acceptatie deelnemersrooster. - Afhandelen niet-planbare arrangementen Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke arrangementen niet of niet geheel planbaar zijn. Arrangementen (of delen ervan) kunnen niet planbaar zijn doordat te weinig deelnemers hiervoor kiezen of omdat er te weinig middelen (lokalen, docenten, stageplaatsen, assets) beschik- baar zijn. Deze arrangementen zijn niet, of niet geheel in het rooster opgenomen. Er gaat een signaal naar de use case Afhandelen niet-planbare arrangementen. - Aanpassen individuele arrangementen Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke arrangementen zijn aangepast. Ook kunnen er individuele arrangementen zijn aangepast tijdens het roosterproces. Dit wordt ook zichtbaar als het rooster- voorstel in de productieomgeving wordt gezet. Er gaat een signaal naar de use case Afhandelen niet-planbare arrangementen.
  • 429.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 81 - Realisatie benodigde middelen Het uiteindelijke rooster gaat vergezeld van een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke middelen zijn aangepast / toegevoegd. Deze zogenaamde “fictieve” mid- delen moeten door een resourcemanager voor een bepaalde datum beschikbaar gemaakt worden. Er gaat een signaal naar de use case Wijzigen middel. Resultaat - Alle betrokkenen zijn op de hoogte gebracht van het definitieve rooster of van de aanpassing van dit rooster. - De benodigde middelen die bij dit rooster horen, zijn definitief toegewezen. - De procedure voor deelnemersacceptatie is in gang gezet, net als het monitoren van de acceptatie - De acties zijn gestart om de benodigde middelen te realiseren. - De actie is gestart om de arrangementen niet gepland kunnen worden of zijn gewijzigd, af te handelen. Frequentie Voorafgaand aan elke roosterperiode. Werkopdrachten
  • 430.
    82 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Definitief maken rooster - Communicatie over rooster INDIVIDUEEL AANVULLEN ROOSTER Deze use case is het tweede onderdeel in de rooster cyclus : 1. Maken rooster (vooraf aan roosterperiode) 2. Individueel aanvullen rooster (gedurende roosterperiode) 3. Controle realisatie rooster (na roosterperiode) Een leervraag van een deelnemer kan tijdens een roosterperiode veranderen, door opgedane ervaringen. Een instelling kan hierop inspelen door een deelnemerrooster niet geheel te vullen, maar een rooster met ‘gaten’ te maken, waarbij de gaten tij- dens de periode kunnen worden ingevuld met aanvullende wensen. De mate waarin dit gebeurt is een keuze van de instelling. De verwachting is dat iedere instelling hier wel mee te maken krijgt.
  • 431.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 83 Use case Aanleiding Centraal zal in de use case Maken rooster door een instelling voor de individuele deelnemer en docenten een rooster worden vastgesteld. Deelnemers en docenten kunnen gedurende de uitvoering hun individuele roosters aanvullen met ‘extra’ acti- viteiten, indien hiervoor ruimte wordt vrijgelaten in het rooster. Voor een deelnemer denken we hierbij aan workshops, aanvullende begeleiding, extra onderwijsproduct, stages of prestaties. Een docent kan aanvullende taken oppakken, begeleiding ge- ven, een workshop organiseren of bijvoorbeeld een onderwijsproduct ontwikkelen. Actoren - Deelnemer - Docent - Begeleider - Manager Onderwijs (MO) - Manager Bedrijfsvoering (MB) - Roostermaker (RM) Doel Ad hoc keuzes van de deelnemer om zijn leervraag compleet te maken, vastleggen in de gegeven ruimte in het deelnemerrooster. Beschrijving acties We beschrijven de acties vanuit het perspectief van de deelnemer en van de docent. Er zijn een groot aantal keuzes mogelijk. Iedere keuze kan andere acties omvatten. We beschrijven een aantal keuzes met bijgehorende acties: 1. Inschrijven voor extra workshop of extra activiteit zoals een excursie (niet in onderwijscatalogus) - Behoefte aan extra workshop of activiteit kenbaar maken Deelnemers, docenten of begeleiders kunnen behoefte hebben aan een extra on- derwijsactiviteit. Deze behoefte wordt kenbaar gemaakt aan de MO. Duidelijk moet worden gemaakt wat het doel van de activiteit is, net als de verwachte resultaten. Tevens moet worden aangegeven welke middelen er nodig zijn om de activiteit uit te kunnen voeren.
  • 432.
    84 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Nagaan nut extra onderwijsactiviteit De MO beslist of de extra activiteit een bijdrage levert aan het behalen van een kwalificatie. Indien de MO een negatief oordeel heeft, maakt hij dit kenbaar aan de betrokken deelnemer/ docent/ begeleider. Ook bepaalt de MO welke bevoegd- heden en vaardigheden een docent nodig heeft om de activiteit te kunnen begelei- den of uitvoeren. - Nagaan beschikbaarheid benodigde middelen extra onderwijsactiviteit Als de MO akkoord is, geeft hij aan de MB aan welke middelen er nodig zijn en vraagt hij of deze beschikbaar zijn. De MB bekijkt of er een bevoegde docent aan- wezig is, nog tijd heeft en beschikbaar is op de juiste tijd. Hetzelfde doet de MB m.b.t. de benodigde ruimte. Als de middelen niet beschikbaar zijn, maakt hij dit kenbaar aan de MO. Evt. overleggen de MB en de MO over aanpassing van de ei- sen aan de middelen. Indien het echt niet mogelijk is, zal de MO deze uitslag me- dedelen aan de deelnemer/docent/begeleider. - Ontwikkelen extra onderwijsactiviteit In opdracht van de MB zal een docent de gevraagde onderwijsactiviteit ontwik- kelen/voorbereiden. Tevens worden de inschrijvingsvoorwaarden opgesteld. Het resultaat wordt afgestemd met de MO, die het definitieve fiat geeft voor uitvoering van de activiteit. - Extra onderwijsactiviteit aanbieden De RM zet in opdracht van de MB de extra activiteit (met de code IIVO) als plan- ning in het rooster, zodat de inschrijving is geopend. Bij de openstelling van de inschrijving zal duidelijk moeten staan aan welke voorwaarden een deelnemer moet voldoen om zich te mogen inschrijven. Ook neemt de RM een optie op de benodigde middelen. - Inschrijven extra onderwijsactiviteit De deelnemers die het extra onderwijs willen volgen, schrijven zich in. - Goedkeuring inschrijving De begeleiders van de ingeschreven deelnemers krijgen bericht van de inschrij- ving en beslissen of de extra onderwijsactiviteit mogen worden gevolgd en geven dit aan in het systeem, met reden. Indien hierdoor dubbelingen in de agenda van de deelnemer ontstaan kan de begeleider de oorspronkelijke onderwijsproducten uit de agenda van de deelnemer verwijderen , waardoor de deelnemer niet meer bij de groep staat. Ook kan de begeleider de deelnemer bij de oorspronkelijke on- derwijsproducten op geoorloofd afwezig zetten.
  • 433.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 85 - Beoordelen doorgaan extra onderwijsactiviteit De MB zal beslissen of er voldoende aanmeldingen zijn om de extra onderwijsacti- viteit ook daadwerkelijk aan te bieden. Als de beslissing negatief is, zal hij dit met de MO overleggen. De definitieve beslissing zal worden vermeld in het systeem (vastlegging middelen bij een positief besluit). - Bevestigen inschrijving De deelnemer en krijgt automatisch bericht of een inschrijving is geaccepteerd of niet (met reden bij een afwijzing). De onderwijsactiviteit wordt bij door- gang ook op definitief gezet in het rooster van de deelnemer en de betrokken docent(en). De deelnemer wordt dan ook verwacht (aan- en afwezigheid). 2. Aanbieden van een extra workshop of extra activiteit zonder inschrijving Het verschil met de acties onder 1 is dat de deelnemer bij deze extra onderwijsacti- viteit door zijn begeleider wordt aangemeld. Vanaf de activiteit - extra onderwijsac- tiviteit wordt het schema anders. - Behoefte aan extra workshop of activiteit kenbaar maken - Nagaan nut extra onderwijsactiviteit - Nagaan beschikbaarheid benodigde middelen extra onderwijsactiviteit - Ontwikkelen extra onderwijsactiviteit - Extra onderwijsactiviteit aanbieden De begeleider geeft door aan de RM welke deelnemers deze extra activiteit zou moeten volgen. De RM zet de extra activiteit als definitieve activiteit in het deel- nemerrooster. De deelnemer wordt hiervan op de hoogte gesteld. De deelnemer wordt dan ook verwacht bij de activiteit (aan- en afwezigheid). De RM legt ook de benodigde middelen vast. Hier denken we aan activiteiten binnen en buiten school en op individueel- en groepsniveau die bijdragen aan het behalen van een kwalificatie. Bijvoorbeeld een bijbaan, een excursie, bijscholing op leesvaardigheid etc. 3. Deelnemer zonder inzage docentrooster wil aanvullende begeleiding - Behoefte aan gesprek kenbaar maken Als een deelnemer graag een gesprek wil met een specifieke docent of begeleider, moet de deelnemer deze behoefte kenbaar maken aan de betreffende persoon. - Gesprek wordt gepland door medewerker De docent of begeleider bekijkt in het deelnemerrooster en zijn eigen rooster wan- neer dit gesprek kan plaatsvinden en zet het gesprek als voorlopig in de agenda’s. - Deelnemer bevestigt het gesprek De deelnemer ontvangt een melding van de gemaakte afspraak en wordt om een
  • 434.
    86 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN bevestiging gevraagd. Indien de deelnemer niet akkoord gaat, maakt hij dit ken- baar aan de docent of begeleider met reden. De docent of begeleider krijgt een melding van deze afwijzing en zal met een nieuw voorstel komen. Als een deelne- mer akkoord gaat met de afspraak, wordt deze automatisch definitief vastgesteld in de agenda’s. 4. Deelnemer met inzage docentrooster wil aanvullende begeleiding - Gesprek wordt gepland door deelnemer De deelnemer kijkt in zijn eigen rooster en dat van de specifieke docent wanneer een gesprek kan plaatsvinden en zet het gesprek als voorlopig in de agenda’s. - Docent bevestigt het gesprek De docent ontvangt een melding van de gemaakte afspraak en wordt om een bevestiging gevraagd. Indien de docent niet akkoord gaat, maakt hij dit kenbaar aan de deelnemer met reden. De deelnemer krijgt een melding van deze afwijzing en zal meestal met een nieuw voorstel komen. Als de docent akkoord gaat met de afspraak, wordt deze automatisch definitief vastgesteld in de agenda’s. 5. Docent of begeleider wil gesprek met deelnemer - Gesprek wordt gepland door docent of begeleider De docent of begeleider bekijkt in het deelnemerrooster en zijn eigen rooster wan- neer dit gesprek kan plaatsvinden en zet het gesprek als voorlopig in de agenda’s. - Deelnemer bevestigt het gesprek De deelnemer ontvangt een melding van de gemaakte afspraak en wordt om een bevestiging gevraagd. Indien de deelnemer niet akkoord gaat, maakt hij dit ken- baar aan de docent of begeleider met reden. De docent of begeleider krijgt een melding van deze afwijzing en zal met een nieuw voorstel komen. Als een deelne- mer akkoord gaat met de afspraak, wordt deze automatisch definitief vastgesteld in de agenda’s. 6. Keuze voor een extra product uit de onderwijscatalogus - Behoefte extra onderwijsproduct kenbaar maken Als een deelnemer graag een extra onderwijsproduct wil volgen, wat al is gepland in het geëffectueerde rooster, moet de deelnemer deze behoefte kenbaar maken aan de begeleider. - Nut extra onderwijsproduct bekijken De begeleider beslist of de extra activiteit een bijdrage levert aan het behalen van een kwalificatie. Indien de begeleider een negatief oordeel heeft, maakt hij dit kenbaar aan de betrokken deelnemer. - Mogelijkheid extra onderwijsproduct bekijken De begeleider, betrokken docent of roostermaker gaat na of het mogelijk is. De
  • 435.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 87 deelnemer moet ruimte hebben in de agenda om het product te volgen, er moet in de groep nog ruimte zijn voor een extra deelnemer. En ook moet worden beke- ken of het mogelijk is om nog in te stromen in deze groep. Als het niet mogelijk is, wordt dit kenbaar gemaakt aan de deelnemer. Het antwoord zal positief zijn, als de deelnemer voldoende voorkennis heeft en als het onderwijsproduct nog niet is gestart of als de deelnemer de achterstand kan inhalen. - Extra onderwijsproduct in arrangement plaatsen De arrangeur zet in opdracht van de begeleider het extra onderwijsproduct in het arrangement van de deelnemer. - Extra onderwijsproduct in agenda plaatsen De roostermaker of begeleider zet het extra onderwijsproduct in de agenda van de deelnemer en plaatst de deelnemer bij het betreffende onderwijsproduct in de groep in het rooster. 7. Aanvullen agenda docent met taakuren Ook bij de docent zal er ruimte in de agenda over blijven. De docent kan, los van het aanvullen met extra onderwijsactiviteiten (zie punten hierboven), zijn werk- agenda vullen met taakuren, zoals het ontwikkelen van onderwijsproducten of het volgen van een opleiding. Dit zal in overleg met de MB plaatsvinden. De invulling van de taakuren zal worden gedaan nadat er geroosterd. 8. Aanvullen met niet-onderwijsactiviteiten Een deelnemer of docent kan in zijn agenda ook privé afspraken zetten, om te voorkomen dat er op die moment afspraken worden gepland. Resultaat De deelnemer heeft een kwalitatief (inhoud) en kwantitatief (onderwijstijd) gevuld rooster. De werktijd van de docent is ingevuld met geroosterde activiteiten en aanvullende (niet onderwijs) taken. Frequentie De frequentie wordt vooral bepaald door de mate waarin een instelling kiest voor het mogelijk maken van een individuele aanvullingen. Aangezien het individuele aanpassingen betreft die op ieder moment kunnen worden uitgevoerd zal de totale frequentie hoog zijn.
  • 436.
    88 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Werkopdrachten
  • 437.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 89 Activiteitendiagram Individueel aanvullen rooster met nieuw onderwijsproduct (1 en 2)
  • 438.
    90 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Individueel aanvullen rooster met bestaand onderwijsproduct (6) Functies - Aanvullen rooster - Roosterwijziging kenbaar maken - Inschrijven op geroosterd onderwijsproduct - Tonen, acceptatie en informeren inschrijving - Tonen, acceptatie en informeren doorgang activiteit - Agendafunctie - Vastleggen leervraag en wensen - Vastleggen arrangement CONTROLE ROOSTER REALISATIE Deze use case is het laatste onderdeel in de rooster cyclus : 1. Maken rooster & rooster effectueren (vooraf aan roosterperiode) 2. Individueel aanvullen rooster (tijdens roosterperiode) 3. Controle realisatie rooster (na roosterperiode) Use case Aanleiding Als een roosterperiode is geëindigd, wil je als instelling weten of de vraag en het aanbod samen zijn gekomen. Je wilt graag voor de wet- en regelgeving weten of het geplande rooster ook daadwerkelijk is uitgevoerd, is er aan de klokurennorm (850 of 300) voldaan. Daarnaast wil je ook graag weten of het geplande rooster ook kwalitatief heeft voldaan aan de gestelde eisen. Je wilt weten of het onderwijs- aanbod overeenkwam met de vraag van de deelnemers.
  • 439.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 91 Actoren - Medewerker Planning & Control - Medewerker kwaliteit Doel Inzicht krijgen of de vraag naar onderwijs en het aanbod van onderwijs samen zijn gekomen. Acties ondernemen om eventueel gesignaleerde knelpunten op te lossen Beschrijving activiteiten - Rapportages genereren Er moeten rapportages worden gemaakt over het geplande onderwijsaanbod en het gerealiseerde aanbod. Dit kan door het systeem, omdat het geplande onder- wijsaanbod en het gerealiseerde onderwijs bekend is. Een rapportage over de kwaliteit van het onderwijsaanbod kan worden achter- haald door het houden van enquêtes/interviews etc. en deze te verwerken. In een rapportage staan worden de resultaten hiervan gezet. - Analyseren uitkomst rapportages De rapportages moeten worden geanalyseerd en worden besproken. Is er veel gepland onderwijs niet doorgegaan? Wat is hier de reden van? Hebben de indivi- duele deelnemers voldoende onderwijs gepland in de beschikbare ruimte? Voldeed het onderwijsproduct aan de verwachting van de deelnemers? Waarom wel of niet? Heeft een onderwijsproduct bijgedragen aan het behalen van een kwalifica- tie? Waarom wel of niet? Etcetera. - Omzetten van knelpunten naar concrete acties Als er een negatief resultaat naar voren komt in de analyse van de rapportages, moet worden bekeken wat een reden kan zijn voor het negatieve resultaat en wat een oplossing zou kunnen zijn. Als er verbetervoorstellen zijn, worden er acties uitgezet. Resultaat - Inzicht in de realisatie van de vraag naar onderwijs en eventueel een aantal uitge- zette acties om een discrepantie tussen de vraag en het aanbod op te lossen. Frequentie Na iedere roosterperiode. Werkopdrachten Geen
  • 440.
    92 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Geen activiteitendiagram Functies - Rapportage afgelopen periode DEELNEMER ACCEPTEERT ROOSTER Een instelling kan ervoor kiezen om deelnemers of opdrachtgevers een aangebo- den rooster te laten accepteren, om de wens van de deelnemer centraal te stel- len. Als een instelling hier niet voor kiest, vervalt deze use case en wordt de use case Individueel roosterprobleem oplossen alleen getriggerd als een deelnemer of opdrachtgever aangeeft aan een begeleider dat het rooster niet (helemaal) kan worden gevolgd. Use case Aanleiding Het rooster voor een bepaalde periode is geëffectueerd en is beschikbaar voor alle betrokken deelnemers en opdrachtgevers. Een deelnemer of opdrachtgever krijgt een roosteraanbod op basis van zijn individuele leerarrangement. Actoren - Deelnemer of opdrachtgever - Roostermaker Doel De deelnemer heeft binnen de gestelde termijn (vanuit instituut) het rooster ge- accepteerd, zodat er overeenstemming is over op welke wijze en wanneer het gevraagde onderwijs wordt aanboden in een bepaalde periode, tussen de instelling en de deelnemer. Beschrijving acties - Versturen rooster of bericht over rooster De deelnemer ontvangt van de roostermaker een individueel rooster voor een bepaalde vastgestelde periode op papier of digitaal of ontvangt een bericht dat het rooster kan worden ingezien. Het tijdstip van ontvangst van het rooster of bericht is instellingsafhankelijk, dit kan drie weken voor aanvang van een periode zijn, maar ook een week of een dag. Tevens krijgt de deelnemer de informatie
  • 441.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 93 over de vastgestelde geformuleerde leervraag, het vastgestelde arrangement, de vastgelegde randvoorwaarden en eventuele afwijkingen. - Beoordelen rooster Een onderwijsmanager kan tijdens het maken van het rooster de beslissing heb- ben genomen om een bepaald arrangement van een deelnemer te wijzigen of om niet te voldoen aan alle gestelde randvoorwaarden. De reden hiervoor is dat er dan vanuit de hele instelling gezien een ‘beter’ rooster kan worden geëffectueerd. De individuele deelnemer vergelijkt of de afwijkingen tussen het rooster en zijn geformuleerde leervraag, het arrangement en de door hem gestelde randvoor- waarden bij acceptabel zijn voor hem. - Kenbaar maken wel of niet accepteren rooster Een instelling kan ervoor kiezen om een geëffectueerd rooster officieel door een deelnemer te laten accepteren. Dit kan op meerdere manieren. • Passieve acceptatie: een deelnemer hoeft alleen kenbaar te maken binnen de gestelde termijn (XX) dat een rooster niet wordt geaccepteerd. Als het rooster wel is geaccepteerd, hoeft een deelnemer niets te doen. In het systeem worden na de gestelde termijn (XX) alle roosters waarbij niet kenbaar is gemaakt dat het rooster niet wordt geaccepteerd, op geaccepteerd gezet. • Actieve acceptatie: een deelnemer moet binnen de gestelde termijn (XX) actief kenbaar maken of een rooster wel of niet wordt geaccepteerd. Als de deelne- mer niets onderneemt, zal een instelling er na de gestelde termijn (XX) vanuit gaan dat het rooster niet is geaccepteerd. Als een deelnemer een rooster niet accepteert, geeft de deelnemer aan waarom hij het rooster niet accepteert. - Sturen reminder voor het accepteren rooster Indien de instelling ervoor kiest om een deelnemer actief het rooster te laten ac- cepteren, kan het nuttig zijn om een reminder te sturen naar de individuele deel- nemer en de begeleider(s). Na een vastgestelde termijn (Y (is eerder dan termijn XX)) wordt in dat geval nagegaan welke deelnemers er nog geen keuze hebben gemaakt. Deze deelnemers krijgen een bericht met de vraag of zij zo snel moge- lijk de keuze of het rooster wel of niet wordt geaccepteerd, kenbaar willen maken. De begeleiders van deze deelnemers krijgen een bericht met daarin een overzicht van alle deelnemers die nog geen keuze hebben gemaakt. - Bevestigen acceptatie/niet acceptatie Na de gestelde termijn (XX) bevestigt de instelling of de deelnemer het rooster wel of niet geaccepteerd heeft.
  • 442.
    94 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Als een instelling kiest voor passieve acceptatie en een deelnemer heeft niet kenbaar gemaakt dat het rooster niet is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster heeft geaccepteerd en wordt verwacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten. Als een instelling kiest voor actieve acceptatie en een deelnemer heeft kenbaar gemaakt dat het rooster is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster heeft geaccepteerd en wordt verwacht bij de geroosterde onderwijsactiviteiten. Als een instelling kiest voor actieve acceptatie en een deelnemer heeft niet ken- baar gemaakt of het rooster wel of niet is geaccepteerd, krijgt de deelnemer een bericht waarin staat dat de deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, dat de begeleider hiervan op de hoogte is gebracht en dat de deelnemer verwacht wordt bij de begeleider voor een gesprek. - Berichten begeleider Indien een deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, wordt de begeleider op de hoogte gebracht van het niet accepteren van het rooster door de deelnemer, de onderwijsproduct(en) die niet is (zijn) geaccepteerd en de reden(en). De begelei- der kan een gesprek aangaan met de deelnemer om het probleem op te lossen. Er gaat een signaal naar de use case Individueel roosterprobleem oplossen. Als een deelnemer binnen de gestelde termijn (XX) nog geen keuze kenbaar heeft gemaakt en er geldt een actieve acceptatie krijgt de begeleider ook een bericht van het niet accepteren van het rooster door de deelnemer. Als er veel deelnemers zijn die een rooster niet accepteren of er veel deelnemers zijn die niet binnen termijn (Y) een keuze kenbaar maken, kan een instelling mogelijk een ‘acceptatieprobleem’ krijgen. Het proces van het monitoren van de acceptatie en het oplossen van een eventueel acceptatieprobleem is beschreven in de use case Monitoren deelnemersacceptatie. Resultaat - Overzicht van deelnemers die het rooster wel hebben geaccepteerd. Hierdoor is inzichtelijk wanneer deze deelnemers welke onderwijsproducten volgen. - Overzicht per deelnemer die het rooster niet hebben geaccepteerd. Hierdoor is tevens inzichtelijk welke onderwijsproducten niet zijn geaccepteerd en waarom en is de benodigde actie op gang gebracht. Frequentie Na elke roosterpublicatie
  • 443.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 95 Werkopdrachten Activiteitendiagram Er zijn 2 activiteitendiagrammen bij deze use case, een deelnemer accepteert een rooster actief of de deelnemers accepteert een rooster passief. Actieve acceptatie
  • 444.
    96 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Passieve acceptatie Functies ! Communicatie over rooster naar deelnemer ! Tonen deelnemerrooster ! Reactie van deelnemer op rooster MONITOREN ACCEPTATIE DEELNEMERSROOSTER Het rooster dat gemaakt en geëffectueerd, wordt in principe ook uitgevoerd. Er wordt niet gewacht op deelnemeracceptatie. Parallel aan het effectueren (en eventueel uitvoeren) van het rooster wordt geduren- de een bepaalde periode de deelnemers gevraagd het rooster te accepteren. Als de acceptatie van roosters voldoende is, kan de uitvoering van het rooster onverminderd doorgaan, maar als onverhoopt blijkt dat te veel deelnemers niet accepteren moet er op gereageerd worden. Het monitoren van deze acceptatie en het eventueel in gang zetten van het oplossen van een te hoge mate van roosterafwijzing gebeurt in deze use case. Het monitoren van de deelnemersacceptatie vindt plaats binnen een vastgestelde periode nadat het rooster ter acceptatie is aangeboden.
  • 445.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 97 Use case Aanleiding Middels de use case Effectueren rooster is er een (nieuw of gewijzigd) geëffectu- eerd rooster beschikbaar gekomen. De deelnemers zijn op de hoogte gebracht van hun daaruit afgeleide deelnemersrooster. Hen is gevraagd hun deelnemersrooster actief of passief te accepteren (afhankelijk van de keuze van de instelling; zie use case Deelnemer accepteert rooster). Actoren - Roostermaker - Management - Begeleider - Deelnemer Doel Vaststellen of voldoende deelnemers (voldoende snel) hun deelnemersrooster ac- cepteren, zodat het rooster zoals dat is opgesteld ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. En het indien nodig nemen van passende maatregelen als te veel deelne- mers hun rooster niet accepteren. Beschrijving acties De monitoring vindt plaats tussen het moment van effectueren van het rooster tot en met het eind van de periode waarin de deelnemer het rooster moet accepteren. In die periode worden periodiek (bijvoorbeeld dagelijks) de volgende acties uitge- voerd. - Opstellen rapportage roosteracceptatie Er wordt een rapportage opgesteld over de acceptatie van het rooster door de deelnemers. In deze rapportage zijn knelpunten inzichtelijk op basis van drem- pelwaarden/criteria t.a.v. de voortgang van de acceptatie door deelnemers. Deze knelpunten kunnen inzichtelijk worden gemaakt op diverse niveaus, zoals voor de hele instelling, een opleiding, een team of per begeleider. Het gaat hierbij bijvoor- beeld om de volgende criteria en drempelwaarden: • Aantal/percentage deelnemers dat zijn rooster heeft afgewezen, drempelwaar- de voor een knelpunt bijvoorbeeld bij meer dan 5%. • Aantal/percentage deelnemers dat nog niet heeft geaccepteerd, drempelwaarde voor een knelpunt bijvoorbeeld minder dan 50% in de laatste week (alleen van toepassing bij een actieve acceptatie).
  • 446.
    98 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Besluiten over doorgaan met voorbereiding van de uitvoering Naar aanleiding van de monitoring wordt er een besluit genomen over het door- gaan met de voorbereiding van de uitvoering van het rooster. Als er geen reden is om actie te ondernemen, dan wordt het geëffectueerde rooster voorbereidt om het uit te voeren. Wanneer de gesignaleerde knelpunten in de rapportage aanleiding geven tot het nemen van maatregelen, dan worden de hieronder genoemde acties ondernomen. - Analyse van de knelpunten in de roosteracceptatie In deze stap wordt de oorzaak van de roosterafwijzing onderzocht (deelnemers hebben een reden moeten opgeven) en bekeken, welke acties zouden kunnen leiden tot een oplossing. Bijvoorbeeld: • Het wijzigen van de inzet van bepaalde middelen, zoals de inzet van docenten of de locaties. • Het wijzigen van de arrangementen van bepaalde deelnemers. • Het wijzigen van roosterregels, zoals maximale groepsgrootte, reizen tussen locaties, tussenuren. • Aanvullende begeleiding van de deelnemers, zodat zij mogelijk alsnog bereid zijn het aangeboden rooster te accepteren. - Beslissen over te nemen maatregelen Bepaald wordt door het management welke actie wordt ondernomen om het ac- ceptatieprobleem op te lossen. Dit kunnen één van de volgende acties zijn. • Herzien rooster. Het huidige rooster dat bij de deelnemers ligt ter acceptatie, wordt gean- nuleerd. Dit houdt in dat de deelnemers worden geïnformeerd over het feit dat het rooster herzien zal worden en het proces van roosteracceptatie wordt afgebroken. Deelnemers die dat nog niet gedaan hebben, kunnen het rooster ook niet meer accepteren. Vervolgens gaat er een signaal naar de use case Maken rooster. Daarbij wordt aangegeven met welke gewijzigde instellingen het nieuwe rooster gemaakt moet worden, om te voorkomen dat de roosterafwij- zing opnieuw zal optreden. • Collectief overreden De begeleiding motiveert en beargumenteert aan de groepen waarom de instel- ling het rooster niet op deze knelpunten wordt herzien. De groep wordt ge- vraagd het rooster alsnog te accepteren. • Kleine roosterwijziging Het huidige rooster wordt in dit geval niet ingrijpend aangepast. Op basis van de genoemde redenen voor de afwijzing, wordt er binnen het geëffec- tueerde rooster gezocht naar oplossingen. Bijvoorbeeld: een onderwijspro-
  • 447.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 99 duct wordt voor een gehele groep op een ander tijdstip gepland. De roos- terwijziging wordt door de begeleider besproken met de deelnemers. Als de roosterwijziging wordt geaccepteerd, wordt de roosterwijziging verwerkt in het GRID en nogmaals gecommuniceerd. De deelnemers kan het rooster dan ac- cepteren. Resultaat - Aan het einde van de monitorperiode ligt er een door de deelnemers geaccepteerd rooster. of - Indien er onvoldoende acceptatie is, zijn er passende maatregelen genomen. Frequentie Paar keer per jaar: na het effecturen van een nieuw rooster. Werkopdrachten
  • 448.
    100 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Rapportage roosteracceptatie - Incidentele aanpassing deelnemersrooster
  • 449.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 101 INDIVIDUEEL ROOSTERPROBLEEM OPLOSSEN Use case Aanleiding De begeleider van een deelnemer heeft vanuit de use case Deelnemer accepteert rooster een bericht ontvangen dat de deelnemer zijn rooster niet heeft (actief of passief) geaccepteerd. In dit bericht staat ook waarom de deelnemer het rooster niet geaccepteerd heeft. Hij heeft een probleem met de locatie of het tijdstip waar- op een onderwijsproduct is gepland of een probleem met een onderwijsproduct. De begeleider zal in een gesprek dit probleem proberen op te lossen. Een andere aanleiding voor deze use case kan zijn dat de deelnemer in een lopende roosterperiode door omstandigheden (een deel van) de onderwijsproducten niet meer kan volgen. Actoren - Begeleider (voor gesprek met deelnemer) - Deelnemer - Roostermaker/arrangeur/begeleider/administratief medewerker (voor invoeren resultaat gesprek deelnemer) Doel Een geaccepteerd rooster voor en door een deelnemer. Het herziene individuele rooster is samengesteld uit onderwijsproducten welke reeds zijn gepland in het geëffectueerde rooster. Beschrijving acties - Probleemanalyse Als een deelnemer het rooster niet heeft geaccepteerd, bekijkt de begeleider om welke reden het rooster niet geaccepteerd is. • Als een begeleider het idee heeft dat een reden niet gegrond is, zal de begelei- der dit in het gesprek met de deelnemer aangeven en de deelnemer overtuigen om het rooster alsnog te accepteren. • Als een deelnemer geen keuze heeft gemaakt tijdens het acceptatieproces, zal de begeleider in het gesprek achterhalen wat de reden hiervan is. Indien een deelnemer het ‘gewoon’ niet heeft gedaan, zal de begeleider de deelnemer het rooster alsnog laten accepteren en de deelnemer proberen te overtuigen dat het wenselijk is om het altijd binnen de gestelde termijn te accepteren.
  • 450.
    102 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN • Als de deelnemer geen keuze heeft gemaakt en problemen blijkt te hebben met het rooster (tijd/plaats) of een van de onderwijsproducten, zal de begeleider de oorzaak van het probleem met het rooster met de deelnemer bespreken en proberen een oplossing te zoeken. - Zoeken oplossing o.b.v. het reeds geëffectueerde rooster, zonder aanpassing ar- rangement en leervraag Als een deelnemer een probleem heeft met het rooster zullen de begeleider en deelnemer in overleg zoeken in het geëffectueerde rooster (GRID) naar mogelijke alternatieven, om tegemoet te komen aan de roosterwensen van de deelnemer. Onder alternatieven denken we aan: zelfde lessen of opdrachten volgen bij andere groepen (bij een andere klas/groep of in een ander domein). - Zoeken oplossing o.b.v. het reeds geëffectueerde rooster, met aanpassing van de leervraag en/of arrangement Als er binnen het geëffectueerde roosters NIET tegemoet kan worden gekomen aan de roosterwens(en) van de deelnemer, of de deelnemer een probleem heeft met het arrangement, dan kunnen de begeleider en deelnemer zoeken in de onderwijscatalogus naar mogelijke alternatieve onderwijsproducten, op basis van de leervraag van de deelnemer. Als er alternatieve onderwijsproducten gevonden zijn, wordt bekeken in het rooster (GRID) of deze onderwijsproducten ook in het geëffectueerde rooster gepland zijn. Als dit het geval is, wordt gekeken of de al- ternatieve onderwijsproducten passen in het rooster van de deelnemer waarin de onderwijsproducten staan die wel zijn geaccepteerd en gepland. Voorbeelden zijn: een deelnemer volgt een onderwijsproduct, welke gearrangeerd stond in een volgende periode of de deelnemer volgt een ander, maar vergelijkbaar onderwijs- product. Indien de deelnemer en de begeleider geen alternatieve onderwijsproducten kun- nen vinden die aansluiten bij de leerwens, kan worden besloten dat de deelnemer op een later tijdstip (andere periode of ander jaar) het gewenste onderwijsproduct alsnog volgt en dat de geaccepteerde onderwijsproducten wel worden gevolgd. - Aanpassen leervraag en arrangement Als de begeleider en de deelnemer aan de wens van de deelnemer kunnen voldoen met een aanpassing in de leervraag en/of het arrangement, moeten de wijzigingen in de leervraag en/of arrangement in het systeem worden gezet. Af- hankelijk welke rechten een rol heeft in een instelling, kan de begeleider dit doen, of bijvoorbeeld een arrangeur of administratief medewerker.
  • 451.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 103 - Effectueren rooster Als de begeleider met een aanpassing in het rooster aan de wens van de deelne- mer kan voldoen, plaats de begeleider of roostermaker de deelnemer bij de geko- zen onderwijsproducten en wordt het rooster voor de deelnemer geëffectueerd en aan de deelnemer getoond. Als de leervraag en/of het arrangement is gewijzigd en de wijzigingen in het systeem zijn verwerkt, plaatst de begeleider of roostermaker de deelnemer bij de reeds geplande onderwijsproducten uit het geëffectueerde rooster. Het geëffectu- eerde rooster voor de deelnemer wordt wederom aan de deelnemer getoond. - Accepteren rooster Afhankelijk van de keuze van een instelling, kan een deelnemer het afgesproken rooster officieel nog moeten accepteren. Er wordt vanuit gegaan dat een deelne- mer het rooster niet zal weigeren. • Bij actieve acceptatie zal de deelnemer binnen de gestelde termijn (W) kenbaar moeten maken of het aangeboden rooster is geaccepteerd of niet. • Bij passieve acceptatie zal het systeem na aflopen van de gestelde termijn (W) automatisch de keuze van de deelnemer op geaccepteerd zetten. - Bevestigen acceptatie Na de gestelde termijn (W) bevestigt de instelling de acceptatie van het rooster door de deelnemer. De deelnemer neemt deel aan de geroosterde onderwijsactiviteiten. - Afhandelen afwijking leervraag en verbintenisgebied Indien er een nieuwe leervraag is geformuleerd en de leervraag niet binnen het afgesproken verbintenisgebied van de deelnemer valt, dan zal de verbintenis met de deelnemer moeten worden gewijzigd. Om dit te regelen, gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren. Indien de deelnemer en de begeleider geen onderwijsproducten kunnen vinden die aansluiten bij de leerwens van de deelnemer, kan in het uiterste geval worden gesteld dat de verbintenis met de deelnemer moet worden beëindigd Om dit te regelen, gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren. De voor de deelnemer geplande onderdelen worden vervolgens in het rooster vrijgegeven. Resultaat - Een door de deelnemer geaccepteerd en door de instelling verwerkt rooster. of - Indien er geen voor de deelnemer acceptabel rooster is, dan gaat er een signaal naar de use case Monitoren en adviseren.
  • 452.
    104 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Frequentie Mogelijk na iedere roosterperiode, maar het kan ook voorkomen tijdens een lopend roosterperiode. Werkopdrachten
  • 453.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 105 Activiteitendiagram Functies - Vastleggen leervraag en wensen - Vastleggen arrangement - Incidentele aanpassing deelnemersrooster
  • 454.
    106 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN AFHANDELEN NIET PLANBARE ARRANGEMENTEN Use case Aanleiding Er komt vanuit Effectueren rooster een diagnoserapport waarin zichtbaar is welke arrangementen niet of niet geheel planbaar zijn. Arrangementen (of delen ervan) kunnen niet planbaar zjin, doordat te weinig deelnemers hebben gekozen voor een onderwijsproduct in het arrangement of omdat er te weinig middelen zijn om het onderwijsproduct aan te kunnen bieden. Een begeleider gaat met een individuele deelnemer een gesprek aan over wat er mogelijk is voor de deelnemer om alsnog aan de leerwens van de deelnemer te kunnen voldoen, op basis van het reeds geëffectueerde rooster. Als er een nieuwe leervraag moet worden opgesteld, gebeurt dat in deze use case en niet in de use case Formuleren leervraag. Bij Formuleren leervraag wordt een leervraag aange- boden aan het roosterproces, bij herformulering wordt een nieuwe leervraag niet opnieuw aangeboden aan het roosterproces, want de herformulering gebeurt op basis van het geëffectueerde rooster. Actoren - Begeleider (voor gesprek met deelnemer) - Deelnemer - Roostermaker/arrangeur/begeleider/administratief medewerker (voor invoeren resultaat gesprek deelnemer) Doel Een geaccepteerd arrangement en rooster voor een deelnemer. Het herziene indi- viduele rooster is samengesteld uit onderwijsproducten welke reeds zijn gepland in het geëffectueerde rooster. Beschrijving acties - Samenstellen van een nieuw of het herzien van een bestaand arrangement binnen het geëffectueerde rooster. Er zijn meerdere scenario’s denkbaar. • Scenario 1: Een deelnemer heeft een leervraag waarvan het gehele arran- gement niet planbaar is, omdat er bijvoorbeeld maar één deelnemer voor de opleiding is. De begeleider en deelnemer zoeken dan in de onderwijscatalogus naar mogelijke alternatieve opleidingen, op basis van de interesses van de deelnemer. Als er een alternatief gevonden is, wordt bekeken in het rooster (GRID) of deze opleiding ook in het geëffectueerde rooster gepland is.
  • 455.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 107 • Scenario 2: Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland. Sommige onderwijsproducten kunnen niet worden aangeboden omdat er te weinig middelen zijn of omdat er te weinig deelnemers zijn. De begeleider en deelnemer zoeken dan in de onderwijscatalogus naar mogelijke alternatieve on- derwijsproducten, op basis van de leervraag van de deelnemer. Als er alterna- tieve onderwijsproducten gevonden zijn, wordt bekeken in het rooster (GRID) of deze onderwijsproducten ook in het geëffectueerde rooster gepland zijn. Als dit het geval is, wordt gekeken of de alternatieve onderwijsproducten passen in het rooster van de deelnemer waarin de onderwijsproducten staan die wel zijn gepland. Voorbeelden zijn: een deelnemer volgt eenzelfde onderwijsproduct bij een andere groep of een deelnemer volgt een onderwijsproduct, welke gearran- geerd stond in een volgende periode. • Scenario 3:Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland en er zijn niet voldoende of geen alternatieve onderwijsproducten zijn die aansluiten bij de geformuleerde leervraag. Er kan worden gekozen om onderwijsproduc- ten toe te voegen die niet direct aansluiten bij de leerwens. Bijvoorbeeld: ie- mand uit een kappersopleiding kan een cursus boekhouden volgen. De deelne- mer moet er dan op gewezen worden dat er studievertraging kan optreden. Ook kan de leervraag worden aangepast. • Scenario 4:Het arrangement van een deelnemer is niet helemaal gepland en er zijn niet voldoende of geen alternatieve onderwijsproducten zijn die aansluiten bij de geformuleerde leervraag. De begeleider en de deelnemer kunnen beslui- ten dat de deelnemer op een later tijdstip de gewenste onderwijsproducten als- nog volgt en dat de wel te plannen onderwijsproducten alsnog worden gevolgd. - Verwerken van de gewijzigde leervraag en/of arrangement in het systeem Als de begeleider en de deelnemer overeenstemming hebben bereikt over de leervraag en/of het arrangement, moeten de wijzigingen in de leervraag en/ of arrangement in het systeem worden gezet. Afhankelijk welke rechten een rol heeft in een instelling, kan de begeleider dit doen, of bijvoorbeeld een arrangeur of administratief medewerker. - Effectueren rooster Als de wijzigingen m.b.t. de leervraag en/of het arrangement in het systeem zijn verwerkt, kan de begeleider of roostermaker de deelnemer plaatsen bij de reeds geplande onderwijsproducten uit het geëffectueerde rooster. Het geëffectueerde rooster voor de deelnemer wordt wederom aan de deelnemer getoond. - Accepteren rooster Afhankelijk van de keuze van een instelling, kan een deelnemer het afgesproken
  • 456.
    108 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN rooster officieel nog moeten accepteren. Er wordt vanuit gegaan dat een deelne- mer het rooster niet zal weigeren. • Bij actieve acceptatie zal de deelnemer binnen de gestelde termijn (W) kenbaar moeten maken of het aangeboden rooster is geaccepteerd of niet. • Bij passieve acceptatie zal het systeem na aflopen van de gestelde termijn (W) automatisch de keuze van de deelnemer op geaccepteerd zetten. - Bevestigen acceptatie Na de gestelde termijn (W) bevestigt de instelling de acceptatie van het rooster door de deelnemer. De deelnemer neemt deel aan de geroosterde onderwijsactivi- teiten. - Afhandelen afwijking leervraag en verbintenisgebied Indien er een nieuwe leervraag is geformuleerd en de leervraag niet binnen het afgesproken verbintenisgebied van de deelnemer valt, dan zal de verbintenis met de deelnemer moeten worden gewijzigd. Om dit te regelen, gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren. Indien de deelnemer en de begeleider geen onderwijsproducten kunnen vinden die aansluiten bij de leerwens van de deelnemer, kan in het uiterste geval worden gesteld dat de verbintenis met de deelnemer moet worden beëindigd. Om dit te regelen, gaat er een signaal naar de use case Monitoren en Adviseren. Resultaat - Een door de deelnemer geaccepteerd arrangement en door de instelling verwerkt arrangement in het reeds geëffectueerde rooster. of - Indien er geen voor de deelnemer acceptabel rooster is, dan gaat er een signaal naar de use case Monitoren en adviseren. Frequentie Mogelijk na iedere roosterperiode. Werkopdrachten
  • 457.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 109 Activiteitendiagram Functies - Vastleggen leervraag en wensen - Vastleggen arrangement - Incidentele aanpassing deelnemersrooster
  • 458.
    110 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN TACTISCHE PLANNING Deze use case betreft het analyseren van roosterinformatie over de korte en middellange termijn, en roosters uit het verleden. Deze informatie moet kunnen worden opgevraagd naar allerlei invalshoeken (zoals ruimtebezetting, benodigde middelen bijv. assets, toe- en afname van de vraag naar een bepaald vak, etc.). Dit is van belang in het kader van de forward mapping. Daarin wordt gebruik ge- maakt van een roosterverwachting voor de middellange termijn en ervaringscijfers uit het verleden, om daaruit een voorspelling te kunnen doen van de benodigde middelen en het te realiseren onderwijs op de middellange termijn. Ten behoeve van middellange termijn planning worden automatisch rooster- verwachtingen uitgerekend door een roostermachine. De roostermachine is een roostermachine met een oneindige horizon, die continu draait. Ze vult een 3-dimen- sionaal rooster, het GRID. De uitkomsten zijn gestructureerd via status- en knel- puntrapportages. Deze automatisch berekende verwachtingen worden regelmatig gemonitord. Op basis daarvan kan op de verwachte toekomstige ontwikkelingen geanticipeerd worden, door tijdig te zorgen dat de juiste middelen beschikbaar zijn. Use case Aanleiding Periodiek (instellingsafhankelijk hoe vaak dit is) inzicht willen hebben in mogelijke knelpunten in de benodigde en beschikbare middelen en het te realiseren onder- wijs. Actoren - Roostermaker - Management Doel Inzicht krijgen in het te verwachten middelengebruik en te realiseren onderwijs op de middellange termijn, op grond van de roosterverwachtingen en analyse van de reeds gerealiseerde roosters. Acties ondernemen om eventueel gesignaleerde knelpunten in de beschikbaarheid van middelen op te lossen
  • 459.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 111 Beschrijving acties - Analyseren rooster(s) afgelopen periode(s). Opvragen van gerealiseerde roosterinformatie over een of meer periodes, vanuit een aantal verschillende invalshoeken, zoals lokalengebruik, inzet van docenten, vraag naar bepaalde (leer)middelen, vraag naar bepaald type onderwijs(product), regelmatig terugkerende knelpunten (vanuit oplossen uitvoeringsprobleem) etc. Deze gegevens kunnen rechtstreeks uit het systeem worden opgehaald. Het doel is om inzicht krijgen over de over- en ondercapaciteit van middelen. - Opvragen roosterverwachting(en) komende periode(s) (GRID voor middellange termijn) Om een goede roosterverwachting te kunnen maken, zijn er kengetallen nodig over de ontwikkeling van de te verwachten vraag naar onderwijs, bijvoorbeeld: kengetallen over studievoortgang, geregistreerde leervragen en arrangementen, onderkende veranderingspatronen in de leervraag. Deze kengetallen worden voor een of meer periodes in het systeem vastgelegd (voor zover deze informatie niet uit de al geregistreerde gegevens kan worden afgeleid). Op basis van deze kengetallen kan de roostermachine een roosterverwachting geven voor de middellange termijn. Dit is in feite een ‘gewoon’ rooster, maar dan met wat meer onzekerheid. Uit deze roosterverwachting kan dan informatie wor- den afgeleid over geschatte aantallen van deelnemers die bepaalde onderwijspro- ducten zullen gaan afnemen, en de benodigde middelen die daarvoor nodig zijn. - Analyseren roosterverwachtingen op knelpunten Op basis van deze roosterverwachting kunnen er fricties worden gesignaleerd. Hierin moeten ook fricties worden meegenomen die niet zichtbaar worden uit de extrapolatie van de gerealiseerde roosters, maar te verwachten uit andere facto- ren. Dit zijn situaties waarbij de verwachte beschikbare middelen in een bepaalde periode niet voldoende (of juist teveel) zijn in relatie tot de vraag naar middelen. Deze fricties moeten worden geïnterpreteerd en er moet worden beoordeeld hoe groot de kans is dat een knelpunt zich gaat voordoen, hoe zwaar een knelpunt weegt en welke mogelijke oplossingen er zijn. Op basis daarvan wordt bepaald of het een knelpunt is dat om actie vraagt. Knelpunten kunnen o.a. ontstaan op het gebied van: • Inzet middelen (lokalen, docenten, leermiddelen) • De ontwikkeling van de vraag van deelnemers (arrangementen, bepaalde on- derwijsproducten) • Bepaalde business rules (of prestatie-indicatoren o.i.d)
  • 460.
    112 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Omzetten van knelpunten naar concrete acties Het management zal samen met de roostermaker bepalen of vervolgacties nodig zijn. Voorbeelden voor knelpunten met oplossingen zijn; de inzet en de bezettings- graad van bepaalde ruimtes voldoen niet aan de business rules (bijv. minimale bezetting van 70% maximale bezetting van 90%). Als de benutting permanent te laag is kan worden besloten de ruimte voor andere doeleinden in te zetten. Als de bezetting van een specifieke ruimte te hoog is, kan ervoor worden gekozen om een andere ruimte ook te voorzien van deze specifieke voorzieningen (bijv. een theorielokaal voorzien van tekenmateriaal). Ook kan de business rule worden aangepast. Als de gegevens duiden op een toekomstig tekort aan bepaalde docenten kan worden besloten nieuwe docenten te werven of docenten bij-/om te scholen. Als uit de vraag van de deelnemers blijkt dat er nauwelijks vraag is naar Rus- sisch kan worden besloten dit onderwijsproduct een volgende periode niet aan te bieden. De deelnemers die dit wel hebben gekozen, kan worden gevraagd het vak een andere periode te volgen of een andere taal te kiezen. In deze voorkomende gevallen zal er dus een werkopdracht ontstaan richting [[formuleren leervraag]] en uiteindelijk leiden tot een aanpassing in de onderwijscatalogus. Iedere gewenste aanpassing op de inzet van middelen leidt tot een signaal naar de use case Wijzigen middelen. Resultaat Overzicht van verwachtte knelpunten en een aantal daaraan gerelateerde uitgezette acties, met name gericht op het realiseren, wijzigen of afstoten van middelen. Frequentie Periodiek en/of op aanvraag Werkopdrachten
  • 461.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 113 Activiteitendiagram Functies - Rapportage afgelopen periode - Simulatie rooster komende periode
  • 462.
    114 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN STRATEGISCHE PLANNING Als gevolg van externe ontwikkelingen, is de organisatie van het onderwijs voort- durend in beweging. Er worden vanuit de maatschappij nieuwe en andere eisen ge- steld aan het onderwijs en de beschikbare middelen. Omdat aanpassingen vaak een lange voorbereidingstijd eisen, is het noodzakelijk dat de ontwikkelingen op het gebied van de onderwijsvernieuwing, trends in het onderwijs, onderwijsvisie en -beleid van de instelling, demografische ontwikkelingen etc. tijdig worden gesigna- leerd. Vergeleken met de use case Tactische planning gaat het hier over langere termijn en meer gegevens dan alleen de roosterverwachtingen. Deze use case is beschreven vanuit de invalshoek van de beschikbaarheid en de benodigde middelen. Strategische planning gebeurt o.a. ook om na te gaan of het onderwijs aansluit bij de vraag vanuit de maatschappij en de onderwijsvisie en het onderwijsbeleid van de instelling. Deze invalshoeken zijn niet nader beschreven in deze use case. Use case Aanleiding Periodiek of op aanvraag inzage willen hebben in de invloed van demografische en andere externe factoren op de benodigde middelen op de langere termijn. Door de doorgevoerde schaalvergrotingen in het onderwijs (met name de grote gebou- wen) is het gewenst inzage te krijgen in de deelnemersstroom zodat groeiende sectoren (afdelingen) tijdig over de benodigde middelen kunnen beschikken en krimpende afdelingen niet onnodig lang in een te groot jasje blijven zitten waardoor er een inefficiënt gebruik van middelen ontstaat. Ook andere onderwijsvormen kun- nen van invloed zijn op de behoefte aan middelen. Actoren - Management/aanvrager - Resourcemanager Doel Inzicht krijgen in de gevolgen van verwachtte externe ontwikkelingen voor de orga- nisatie van het onderwijs en inzicht krijgen in de benodigde beschikbare middelen op de lange termijn. Hierbij gaat het met name om de inschatting welk onderwijs (en in welke aantallen) op de langere termijn wordt gevraagd, en welke middelen nodig zijn om aan die toekomstige vraag te kunnen voldoen en welke middelen dan beschikbaar zullen zijn. Op basis van het inzicht in mogelijke gevolgen en knelpun- ten, acties ondernemen.
  • 463.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 115 Beschrijving acties - Opvragen en vastleggen van prognose-informatie De verwachte informatie is onder andere informatie van buitenaf. Op grond van demografische en conjuncturele ontwikkelingen kan het aantal potentiële deelne- mers toe- of afnemen. Beschikbare trendanalyses geven inzicht in belangstellings- percentages voor bepaalde leertrajecten. Onderwijsontwikkelingen kunnen leiden tot het willen starten van nieuwe opleidingen. Ook intern moet informatie worden opgevraagd over de beschikbaarheid van mid- delen op de langere termijn. Te denken valt hierbij aan personeel dat gebruik gaat maken van vervroegd uittreden, het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of het gebruik maken van arbeidsverkortende maatregelen. Daarnaast kan het zijn dat een deel of een geheel gebouw niet meer beschikbaar is of niet meer aan de gestelde eisen voldoet. De beschikbare informatie, aantallen, kengetallen, percentages etc., zowel met betrekking tot de genoemde externe als interne ontwikkelingen, worden vastge- legd in de vorm van een prognose van de vraag naar onderwijs en de beschik- baarheid van middelen op de langere termijn. Het is wenselijk dat het systeem fricties, die op termijn worden verwacht, sig- naleert en overzichtelijk presenteert, waarna de verantwoordelijke de fricties interpreteert. - Interpreteren van de analyse Analyseren van de uitkomsten op mogelijke knelpunten in beschikbare middelen of andere (bedrijfsmatige of onderwijskundige) doelstellingen. Door te werken met bepaalde kengetallen (x m2 per deelnemer van een type opleiding etc.) kan het management hardmaken waarom herschikking van ruimtes nodig is. Ook me- dewerkers kunnen op termijn overbodig zijn, c.q. een tekort gaan vertonen. - Advies opstellen Op grond van de gemaakte overzichten zal het verantwoordelijke management (oa. Facilitair Beheer/P&O) een advies opstellen. Dit is een handmatige actie. In het advies kan worden beschreven dat de beschikbaarheid van bepaalde ruimtes niet voldoet aan de gestelde eisen, of dat er een te verwachten tekort dan wel een overschot zal zijn. Als aanpassingen mogelijk zijn dan kunnen deze in het advies worden opgenomen. Als uitbreiding gewenst is dan wordt aangegeven aan welke eisen de uitbreiding moet voldoen. Als de gegevens duiden op een toekomstig te- kort aan bepaalde docenten kan worden geadviseerd nieuwe docenten te werven of docenten bij-/om te scholen.
  • 464.
    116 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Acties in gang zetten Het advies kan aanleiding geven voor de centrale directie over te gaan tot actie(s). Als er middelen moeten worden aangeschaft, afgestoten of gewijzigd, gaat er een signaal naar de use case Wijzigen middelen. Resultaat Advies en aanbevelingen op welke manier moet worden geanticipeerd op de lange termijn ontwikkelingen. Tevens tijdig opdrachten geven om over te gaan tot aan- passing of herschikking van de middelen. Frequentie Minimaal 1x per jaar. Werkopdrachten
  • 465.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 117 Activiteitendiagram Functies - Prognose lange termijn
  • 466.
    118 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN WIJZIGEN MIDDELEN Deze use case start na een opdracht tot wijzigen van een middel en eindigt bij de re- gistratie van deze wijziging. Dit kan dus een eenvoudige wijziging van de kenmerken van een bestaand middel zijn, maar ook het realiseren van een heel nieuw middel. In dat geval omvat deze use case ook het daadwerkelijk realiseren van de wijziging. Wat hier nadrukkelijk niet onder valt, is het wijzigen van de beschikbaarheid van een middel. Het middel wijzigt in dat geval immers zelf niet. De wijziging van de beschikbaarheid is onderdeel van de use cases waarin middelen worden ingezet, zoals de use case Effectueren rooster. Use case Aanleiding Er is behoefte aan nieuwe middelen, kenmerken van bestaande middelen moeten veranderd worden of bestaande middelen zijn niet meer nodig en mogen worden afgestoten. Voorbeelden hiervan zijn: - Nieuwe docent “Engels” nodig - Nieuw gebouw noodzakelijk inclusief inrichting - Stageplaats nodig - Vanuit roosterproces ontstaat behoefte aan een nieuw “fictief” middel om mee te kunnen simuleren - Theorielokaal wordt voortaan gebruikt als computerlokaal - Docent Engels mag ook Duits gaan geven - Docent krijgt aanpassing in taakbeleid => geen 20 uur meer voor de klas maar nog maar 12 - Leerbedrijf wel/niet geaccrediteerd - Portakabin niet meer in gebruik - Beamer afgeschreven - Docent uit dienst Aanleidingen tot de wijzigingen kunnen zeer divers zijn, maar kunnen in ieder geval komen vanuit de use cases Effectueren rooster, Oplossen calamiteit, Tactische Plan- ning en Strategische planning. Dit sluit andere aanleidingen niet uit. Actoren - Opdrachtgever, degene die vanuit hoofde van functie gemachtigd is een wijziging in middelen te initiëren. Dit kan bijvoorbeeld zijn; • College van bestuur • Directeur Onderwijs • Directeur Bedrijfsvoering
  • 467.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 119 - Uitvoerder realisatie, degene die vanuit hoofde van functie de wijziging werkelijk realiseert of laat realiseren. Dit kan bijvoorbeeld zijn; • Projectleider • Afdeling P&O • Afdeling facilities • Afdeling ICT • Afdeling Inkoop • Stage- of BPV bureau - Middelenbeheerder, degene die verantwoordelijk is voor de registratie van mid- delen en hun kenmerken. Doel Het realiseren en beschikbaar stellen van de benodigde en gevraagde middelen ten behoeve van de instelling en het registreren van deze middelen (stamgegevens up- to-date maken.) Beschrijving acties De acties zijn op te splitsen in 4 categorieën. Deze vier categorieën hebben ver- schillende acties, waarbij de actie waarin de registratie plaatsvindt gelijk is. Daar- mee zijn het eigenlijk vier aparte use cases die vanwege hun onderlinge samenhang hier bij elkaar worden beschreven. 1. Realiseren nieuw middel - Aanvraag of opdracht van realisatie nieuw middel Veelal als gevolg van een tactisch of strategisch wordt het besluit genomen tot het realiseren van een nieuw middel (bijvoorbeeld het aantrekken van een docent, de aanschaf van een bepaald leermiddel of de huur van een ruimte). Dit besluit leidt tot een aanvraag waarmee het realisatieproces in gang wordt gezet. Hierbij wordt ook de termijn vastgesteld waarbinnen realisatie moet plaatsvinden. - Gepland middel registreren Zodra de realisatie van een middel in gang gezet is, wordt dit middel geregistreerd als gepland middel. Vanaf dat moment kan er in het roosterproces rekening worden gehouden met de aanstaande beschikbaarheid van het betreffende middel. - Realisatie van het middel Het betreffende middel dient gerealiseerd te worden. Afhankelijk van type en omvang van het gevraagde middel kan de termijn waarin deze realisatie moet plaatsvinden, sterk verschillen. Het neerzetten van een nieuw gebouw duurt uiter- aard langer dan het aantrekken van een nieuwe docent of het aanschaffen van een nieuwe PC.
  • 468.
    120 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Gerealiseerd middel + kenmerken registreren Zodra het middel daadwerkelijk beschikbaar is, wordt het volledig geregistreerd met alle kenmerken die van toepassing zijn (de stamgegevens). Het middel gaat van status gepland naar gerealiseerd. 2. Aanmaken van een “fictief” middel - Signaal aanmaken fictief middel vanuit het roosterproces Vanuit het roosterproces ontstaat behoefte aan een fictief middel waarmee gesi- muleerd kan worden. Om dit mogelijk te maken moet een “fictief” middel worden geregistreerd met bepaalde kenmerken, zodat het roosterproces kan roosteren alsof dit middel bestaat. - Fictief middel + kenmerken registreren Er wordt een “fictief” middel opgevoerd met (tenminste) de kenmerken zoals in het signaal vanuit het roosterproces is gevraagd. Vanaf dat moment kan het roosterproces het middel inzetten alsof het gerealiseerd is, maar uitsluitend ten behoeve van een simulatierooster (roostervoorstel). De aangemaakte fictieve middelen vormen een voorraad van fictieve middelen. Of het fictieve middel daadwerkelijk gebruikt wordt in het roosterproces wordt be- sloten in de use case Maken rooster; het ‘activeren’ (of opvoeren) van een fictief middel. 3. Activeren “fictief middel” - Signaal fictief middel realiseren Het simulatierooster waarin het fictieve middel is ingezet wordt vervolgens geëf- fectueerd in de use case Effectueren rooster, wat betekent dat dit rooster daad- werkelijk moet worden uitgevoerd. Het eerder als “fictief” opgevoerde middel zal nu daadwerkelijk gerealiseerd moeten gaan worden. - Wijzigen status middel van “fictief” naar “gepland” Zodra de daadwerkelijke realisatie van een fictief middel in gang is gezet, wordt de status van fictief op gepland gezet met een bepaalde datum waarop het gereed zal komen. Deze datum zal eerder moeten liggen dan de ingangsdatum van het geëffectueerde rooster waarin het middel is meegenomen. - Realisatie van het middel Het betreffende middel dient gerealiseerd te worden. - Gerealiseerd middel + kenmerken registreren Zodra het middel daadwerkelijk beschikbaar is, wordt het volledig geregistreerd met alle kenmerken die van toepassing zijn (de stamgegevens). Het middel gaat van status gepland naar gerealiseerd. NB Als een deelnemer het onderwijsproduct stage gaat afnemen, wordt er in het roosterproces gesimuleerd dat de deelnemer een stageplaats heeft. Bij de use
  • 469.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 121 case Effectueren rooster komt uit het diagnoserapport dat er nog een stageplaats gevonden moet worden. Het zoeken (realiseren) van een leerbedrijf met een beschikbare stageplaats gebeurt in dit deel (aanmaken van een fictief middel) van de use case. Als er een stageplaats is gevonden, moet er nog een overeenkomst worden gesloten tussen de instelling, het leerbedrijf en de deelnemer., de POK. Om dit te realiseren zal er een signaal naar deelnemer en/of begeleider moeten gaan dat de stageplaats beschikbaar is. Er gaat een signaal naar de use case Monitoren en adviseren. Uiteindelijk zal er vanuit deze use case een signaal gaan naar de use case Verbintenis maken, om daadwerkelijk de POK te krijgen. 4. Aanpassen kenmerken bestaand middel - Opdracht aanpassen kenmerken bestaand middel wordt gegeven Er kan een grote verscheidenheid aan redenen zijn om de kenmerken van een bestaand middel (de stamgegevens) te wijzigen. Een docent kan een bepaalde bevoegdheid hebben behaald, een lokaal is verbouwd of aangescherpte regelge- ving beperkt het maximum aantal deelnemers in een bepaald leslokaal. - Wijzigen kenmerken middel worden De kenmerken worden aangepast of geregistreerd (het aanpassen van de stam- gegevens). Indien van toepassing wordt hierbij ook de ingangsdatum vastgesteld zodat vanuit het roosterproces daar vanaf het juiste moment rekening mee houdt. - Aanpassing kenmerken realiseren De uitvoerder krijgt de opdracht om de aanpassingen van een middel ook daad- werkelijk uit te voeren. 5. Afstoten van bestaand middel - Opdracht tot afstoten middel wordt gegeven Er kunnen verschillende redenen zijn om een bestaand middel af te stoten, waar- onder allerlei bedrijfseconomische overwegingen (onderhoudskosten, economische levensduur, risico’s). - Status middel aanpassen (op inactief) Het middel wordt met een ingangsdatum op inactief gezet. - Afstoten Het afstoten van een middel moet ook daadwerkelijk plaatsvinden. Afhankelijk van type en omvang van het betreffende middel kan dit in tijd en aandacht langer du- ren. Het slopen van een gebouw duurt langer dan het weggooien van een beamer. NB: Indien een gevraagd middel niet te realiseren is, een fictief middel niet tijdig vervangen kan worden door een gerealiseerd middel, of een gevraagde aanpas- sing niet kan plaatsvinden, kan dit een signaal geven naar de use case Oplossen uitvoeringsprobleem. Het niet kunnen realiseren van een (fictief) middel kan niet als gevolg hebben dat een geheel rooster moet worden herzien. Als een nieuw
  • 470.
    122 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN middel vanuit de use case strategische of tactische planning niet op tijd is gereali- seerd, zul je dit weten voordat je gaat roosteren en houd je hier al rekening mee. Een niet gerealiseerd fictief middel kan nooit tot een calamiteit leiden, omdat zo’n fictief middel niet kan worden geaccepteerd als een reëel alternatief. Resultaat De totale middelenvoorraad is aangepast aan de gewenste situatie of de benodig- de vervolgacties zijn uitgezet. De registratie van de stamgegevens zijn up to date met de nieuwe situatie. Frequentie Dagelijks meerdere keren, afhankelijk van aanvragen. Werkopdrachten
  • 471.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 123 Activiteitendiagram Functies - Beheren middelen - Controle tijdige realisatie
  • 472.
    124 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN BEHANDELEN AANVRAAG MIDDELEN Er kan onderscheid worden gemaakt tussen middelen die ter beschikking worden gesteld voor het roosterproces, en middelen die buiten het roosterproces, op aan- vraag, kunnen worden gereserveerd. Dit zijn over het algemeen middelen die een meer specifiek karakter hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een auditorium, een examenzaal, een spreekkamer, losse beamer, losse laptop etc.). Het gaat hierbij dus om middelen die niet voor het roosterproces beschikbaar zijn. Het kan dus zijn dat het roosterproces maar kan beschikken over een deel van het totaal aan middelen. Daarnaast kan het zijn dat bepaalde middelen niet volledig door het onderwijs (vanuit het roosteren) benut worden. Deze beide categorieën van middelen (dus middelen die niet voor roosteren be- schikbaar zijn, en middelen die niet door roosteren benut zijn) kunnen worden aan- gevraagd voor gebruik. Het aanvragen, zoeken naar en vastleggen van het gebruik wordt gedaan middels deze use case. Use case Aanleiding We onderkennen verschillende soorten aanvragen. - Er komt een vraag naar één of meer niet specifieke middelen die niet aan het roosterproces zijn toegewezen, maar wel bedoeld zijn voor het onderwijs. Bijv. een groep wil gebruik maken van het auditorium. - Er komt een vraag naar één of meer specifieke middelen vanuit de organisatie, die niet direct bedoeld is voor het geven van onderwijs. Bijv. er is een open dag ge- pland en er zijn lokalen nodig om informatie over een opleiding te kunnen geven, een onderwijsdirecteur ontvangt gasten en heeft een vergaderruimte nodig, etc. - Er komt een vraag naar één of meer specifieke middelen vanuit een externe partij. Een onderwijsinstelling kan bij externe partijen aangeven dat er ruimtes gehuurd kunnen worden. Een externe partij kan uit zichzelf een onderwijsinstelling benade- ren of het mogelijk is om een ruimte te reserveren, of om een bepaalde docent in te huren etc. Denk bijvoorbeeld aan een instelling die sportruimtes verhuurt. Actoren - Aanvrager - Resourcemanager - Roostermaker Doel Het afhandelen van de aanvraag en het zonodig muteren van de beschikbaarheid van een bestaand middel.
  • 473.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 125 Beschrijving acties - Ontvangen van de aanvraag De resourcemanager of de roostermaker ontvangt een aanvraag voor een middel. Dit kan zijn een specifieke ruimte, een practicumlokaal, een lokaal al of niet uitge- rust met bepaalde voorzieningen of een docent. - Zoeken naar middel Op basis van aanvraag wordt bepaald wat de selectiecriteria zijn waaraan gevraagd(e) middel(en) moet(en) voldoen (kenmerken bepalen). In de GRID wordt gezocht naar middelen die aan de gestelde selectiecriteria voldoen en beschikbaar zijn. Een middel is alleen beschikbaar als het niet voorlopig (optie) of definitief (gereserveerd) is vastgelegd. Een middel dat voor een nog te realiseren rooster beschikbaar is gesteld wordt ook gezien als een voorlopig vastgelegd middel. - Middel aanbieden, wanneer het gevraagde middel beschikbaar is Als het gevraagde middel beschikbaar is, wordt het gevraagde middel voorlopig vastgelegd (optie). Vervolgens wordt aan de aanvrager aangegeven dat het mid- del beschikbaar is en wordt gevraagd om een bevestiging van de reservering. - Middel definitief reserveren Na ontvangst van de bevestiging wordt het betreffende middel definitief gereser- veerd. Hiermee is het betreffende middel definitief vastgelegd en de aanvraag afgehandeld. - Bevestigen reservering Ter bevestiging van de definitieve reservering wordt er een bericht gestuurd aan de aanvrager. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten. - Alternatief zoeken, wanneer het gevraagde middel niet beschikbaar is Als het middel niet beschikbaar is, wordt gezocht naar een alternatief. Bij het alternatief kan worden gedacht aan een ruimte die bijvoorbeeld een afwijkende capaciteit heeft of een ruimte waarin extra (niet gevraagde) voorzieningen aanwe- zig zijn. Het alternatief kan ook zijn dat het gevraagde middel wel op een andere tijd beschikbaar is. Concreet worden hier de kenmerken aangepast en een nieuwe zoekopdracht in GRID geplaatst. - Voorleggen alternatief Het alternatief of eventueel meerdere alternatieven worden aan de aanvrager voorgelegd. De betreffende middelen worden voorlopig vastgelegd (optie).
  • 474.
    126 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Middel definitief reserveren Als het alternatief (of een van de alternatieven) wordt geaccepteerd, dan wordt het betreffende middel gereserveerd. Hiermee is het betreffende middel definitief vastgelegd. - Bevestigen reservering Ter bevestiging van de definitieve reservering wordt er een bericht gestuurd aan de aanvrager. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten. - Aanvraag afwijzen Wanneer er geen alternatieven beschikbaar zijn of alle alternatieven zijn afgewe- zen, dan wordt de aanvrager op de hoogte gesteld dat de aanvraag is afgewezen. De status van de aanvraag wordt vervolgens gesloten. Resultaat Een aanvraag is afgehandeld en indien mogelijk is de aanvraag gehonoreerd en is de beschikbaarheid van een middel aangepast. Frequentie Doorlopend Werkopdrachten Geen
  • 475.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 127 Activiteitendiagram Functies - Beheren aanvraag middelen - Selecteren beschikbare middelen - Vastleggen middelen
  • 476.
    128 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN OPLOSSEN UITVOERINGSPROBLEEM Er zijn situaties denkbaar dat het rooster veranderd moet worden ook al is dit vastgesteld voor een bepaalde periode. Een docent kan ziek worden of, om een andere reden, plotseling verhinderd zijn. Een bal vliegt door de ruit van een lokaal, Stageplaats is toch niet beschikbaar, de nieuwe pc’s voor het computerlokaal zijn nog niet geleverd etc. Het gaat hier dus om incidenten die veroorzaakt worden door het ontbreken of veranderen van een middel die niet of niet goed voorspelbaar zijn maar die wel gevolgen hebben voor het rooster of voor de in te zetten middelen. Om dit probleem op te lossen kan het rooster of de inzet van middelen kan worden aangepast. Streven is om het vastgestelde rooster zoveel mogelijk intact te houden. Use case Aanleiding Een reeds ingezet middel, zoals een docent, lokaal, beamer, etc. is niet meer beschikbaar voor de geplande activiteit. Hieronder vallen dus ook de dagelijkse roosterwijzigingen. of Een middel dat nog gerealiseerd moest worden is nog niet gerealiseerd. Bijvoor- beeld bij een verbouwing of als een vacature nog niet is opgevuld. Actoren - Initiator, is degene die de melding doet. Dit kan bijvoorbeeld zijn; • Docent die zich ziek meldt • Conciërge die wateroverlast in lokaal B15 meldt • Leverancier die vertraging heeft in levering - Ontvanger/meldpunt, is degene die uit hoofde van functie een melding ontvangt. Dit kan bijvoorbeeld zijn; • Medewerker van Facilitair Servicepunt • Helpdesk ICT • Onderwijscoördinator of lijnmanager - Uitvoerder, is degene die uit hoofde van functie zoekt naar de oplossing voor het ontstane probleem. Dit kan bijvoorbeeld zijn; • Roostermaker (i.g.v. ander lokaal nodig) • Conciërge (i.g.v. inrichten lokaal etc.) • Systeembeheerder (i.g.v. zoeken naar andere beamer, netwerk etc.) • Onderwijscoördinator (i.g.v. zoeken naar andere docent) • etcetera - Docent (als middel), in geval dat lessen van een collega moeten worden overge- nomen
  • 477.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 129 - Roostermaker/middelenbeheerder, is degene die de gekozen oplossing weer ver- werkt in het rooster. Doel Vinden en realiseren van een oplossing voor een ontstaan uitvoeringsprobleem. De insteek voor het zoeken naar de oplossing is om de geplande onderwijsactiviteiten zoveel mogelijk doorgang te laten hebben. Afhankelijk van de aard van het probleem kunnen middelen herschikt worden, nieuwe middelen aangetrokken worden of niet ingezette middelen alsnog ingezet worden. Beschrijving acties. - Melden ontstane probleem De initiator merkt een probleem op en meldt het ontstane probleem bij de ontvanger. - Registreren probleem De ontvanger registreert het probleem, dit kan in een meldingssysteem zijn. - Melding doorgeven De ontvanger meldt het probleem aan de uitvoerder. De uitvoerder kan de be- schikbaarheid van het middel waarmee een probleem is, aanpassen. Een onbruik- baar lokaal wordt bijvoorbeeld tijdelijk op inactief gezet. - Kenmerken middel bepalen De uitvoerder bepaalt afhankelijk van het probleem welke kenmerken een middel moet hebben, om als alternatief te kunnen dienen. - Zoeken alternatief Een uitvoerder gaat aan de hand van de bepaalde kenmerken zoeken naar een alternatief. Voorbeeld Een docent Engels is uur 1+2 op 09-09-2008 ingeroosterd, maar kan niet vanwege een begrafenis. De uitvoerder geeft zoekopdrachten in het GRID voor alternatieven, zoals; • Een alternatief middelen, zoals een andere docent. Zoekopdracht is dan: zoek docent Engels voor lesuren 1+2 op 09-09-2008. Dit betreft dus alleen een herschikking van middelen. • Een roosterwijziging, bijvoorbeeld Engels van het 1e en 2e uur gaat naar het 8e en 9e uur. Zoekopdracht is dan: zoek 2 uur in week van 09-09-2008 waarbij docent Engels en groep allemaal nog vrij zijn. • Een combinatie van beide als bovenstaande oplossingen geen resultaat opleve- ren, want er is geen moment waarop de docent Engels en de groep tegelijk vrij
  • 478.
    130 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN zijn en een vervangende docent Engels kan niet op uur 1+2 op 09-09-2008. Laatste zoekopdracht is dan: zoek 2 uur in week van 09-09-2008 waarbij ver- vangende docent Engels en groep allemaal nog vrij zijn. • Een ander soort alternatief kan zijn dat als een tekenlokaal niet bruikbaar is omdat er een ruit kapot is, de roostermaker een ander lokaal zoekt voor de geplande uren en de conciërge de opdracht krijgt om het tekenmateriaal te verplaatsen naar het andere lokaal. - Alternatief kiezen Afhankelijk van de rechten van de uitvoerder en de gemaakte keuzes binnen de instelling, gaat de uitvoerder na bij de ontvanger of de gevonden oplossing accep- tabel is. - Alternatief realiseren Als er voor een alternatief is gekozen welke in het GRID beschikbaar is, moet worden nagegaan of het middel (bijv. een vervangende docent) ook daadwerkelijk beschikbaar is. - Geen alternatief, beslissing nemen laten vervallen onderwijs Als er geen alternatief beschikbaar is, kan de uitvoerder (in overleg) beslissen om het onderwijs te laten vervallen. - Registreren afhandeling uitvoeringsprobleem De uitvoerder registreert de afhandeling van het probleem in het GRID; de wijziging(en) wordt(en) in het actuele rooster doorgevoerd. Het rooster van de betreffende groep wordt opgezocht, de docent Engels wordt gewijzigd in de vervangende docent en het onderwijsproduct Engels wordt op een ander tijd- stip gezet. De beschikbaarheid van de middelen zijn hiermee gewijzigd. Het kan ook zijn dat er geregistreerd wordt dat het onderwijs uitvalt. De ontvanger registreert dat de melding is afgehandeld, door de openstaande melding te openen en vervolgens op afgehandeld te zetten. - Publiceren roosterwijziging/effectueren rooster De uitvoerder maakt de roosterwijziging kenbaar aan de betreffende medewer- kers en/of groep/klas. Bijvoorbeeld: De roostermaker meldt naar de vervangende docent en groep/klas dat Engels van uur 1+2 op 09-09-2008 is verschoven naar 8+9 op 09-09-2008 en eventueel ook dat de docent is gewijzigd. De beschikbaar- heid van de middelen is hiermee aangepast.
  • 479.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 131 Resultaat Er is een oplossing gekozen voor het uitvoeringsprobleem. De gekozen oplossing is uitgevoerd en administratief verwerkt. Alle betrokkenen zijn geïnformeerd. Frequentie Naar verwachting zullen uitvoeringsproblemen dagelijks voor kunnen komen => probleem gestuurd. Aanleidingen kunnen zeer divers zijn. Werkopdrachten
  • 480.
    132 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Melden volgfunctie - Aanvullen rooster - Roosterwijziging kenbaar maken
  • 481.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 133 OPLOSSEN CALAMITEIT Onverwachts kunnen zich situaties voordoen waardoor een deel van de midde- len niet meer beschikbaar is. Voorbeelden hiervan kunnen zijn dat een docent plot- seling langdurig afwezig is, een lokaal waar alle pc’s uit gestolen zijn, het afbranden van een gebouw etc. Ook is het mogelijk dat er bij de roostering van een periode rekening is gehouden met een nieuw gebouw, terwijl bij aanvang van de periode het gebouw nog niet gereed is. Calamiteiten kunnen zeer divers zijn wat betreft omvang en impact. Het gaat hier echt om een calamiteit, waardoor de beschikbaarheid van middelen zodanig is ge- wijzigd dat opnieuw roosteren noodzakelijk is. Situaties waarbij een probleem met een kleine wijziging in het rooster kan worden opgelost, worden niet afgehandeld in deze use case, maar in de use case Oplossen uitvoeringsprobleem. Use case Aanleiding Een calamiteit doet zich voor waardoor een deel van de middelen onverwacht niet meer beschikbaar is. Actoren - Ontvanger, is degene die uit hoofde van functie, de calamiteit melding ontvangt en de vervolgstappen coördineert. Dit kan bijvoorbeeld zijn; • Directeur Bedrijfsvoering, indien het een facilitaire calamiteit betreft • Directeur onderwijs, indien het personele calamiteit betreft • College van Bestuur, indien het een calamiteit van extreme vorm betreft - Roostermaker - Beheerder middelen (resourcemanager) Afhankelijk van de calamiteit zullen verschillende medewerkers, uit hoofde van functie, betrokken worden als bij het realiseren van een oplossing voor de calami- teit. Doel Het vinden van een oplossing voor de calamiteit, zodanig dat de geplande onder- wijsactiviteiten zoveel mogelijk doorgang kunnen vinden. Concreet betekent dit, dat afhankelijk van de aard van de calamiteit, middelen herschikt worden (anders gepland, nieuwe middelen aangetrokken, niet ingezette middelen alsnog ingezet), wat leidt tot een gewijzigd rooster.
  • 482.
    134 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Beschrijving acties - Melding van de calamiteit en bepalen actoren De calamiteit wordt gemeld aan de ontvanger. De ontvanger maakt een inschat- ting van de omvang en impact van de calamiteit. Afhankelijk van de omvang en impact van de calamiteit wordt bepaald welke actoren benaderd worden en welke vervolgactiviteiten van hen verwacht worden. Naar alle waarschijnlijkheid zal de roostermaker in ieder geval een actor zijn, daar deze uit hoofde van functie verantwoordelijk is voor het zoeken naar een oplossing in het rooster en in de beschikbare middelen. - Aanpassen status beschikbaarheid middelen De calamiteit zal aanleiding geven tot het wijzigen van de beschikbaarheid van de betreffende middelen. Het feit dat een docent, lokaal of bepaalde leermiddelen niet meer beschikbaar zijn moet worden geregistreerd. Er zal een signaal gaan naar de use case Wijzigen middelen. - Vervolgacties bepalen De betreffende actoren zullen beginnen met het bepalen van de omvang van de calamiteit en vervolgens benoemen welke vervolgacties uitgevoerd moeten wor- den. Eerste opzet zal zijn te zoeken naar alternatieven middelen waardoor het ge- plande onderwijs zoveel mogelijk doorgang kan vinden. Hierbij kunnen we denken aan zoeken naar vervangende ruimtes, tijdelijke docenten, etcetera. - Een alternatief is te realiseren Indien een alternatief middel (binnen redelijke termijn) beschikbaar komt zal dit middel aan de GRID toegevoegd worden. Er gaat een signaal naar de use case Wijzigen middelen. - Een alternatief is niet te realiseren Indien er niet binnen redelijke termijn een alternatief beschikbaar komt zullen de betreffende onderwijsactiviteiten (tijdelijk) vervallen. Dit wordt geregistreerd in het GRID. - Herziening van het rooster De gewijzigde beschikbaarheid van middelen maakt het opnieuw roosteren van een deel van de onderwijsactiviteiten noodzakelijk. In het geval van een calami- teit kan niet worden volstaan met een relatief eenvoudige wijziging op het rooster zoals bij de use case Oplossen uitvoeringsprobleem. Er gaat een signaal naar de use case Maken rooster. Omdat de beschikbaarheid van middelen is gewijzigd, zal dit proces leiden tot een gewijzigd rooster, met een
  • 483.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 135 gewijzigde inzet van middelen. Daarna volgen ook gewoon de stappen die bij een nieuw rooster horen, zoals het effectueren van het rooster en de eventuele accep- tatie van het nieuwe rooster door de deelnemer. - Terugkoppeling van de oplossing Er vindt terugkoppeling van de oplossing en consequenties van de calami- teit plaats naar de betreffende actoren en andere betrokkenen. Resultaat Het effect van de calamiteit op het rooster is geregistreerd. Daarnaast zijn er acties in gang gezet om de middelen te wijzigen en te realiseren en om een nieuw rooster te maken. Uiteindelijk is het resultaat dat de onderwijsactiviteiten zo goed mogelijk doorgang kunnen vinden. Frequentie Incidenteel Werkopdrachten
  • 484.
    136 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Activiteitendiagram Functies - Melden volgfunctie - Aanvullen rooster - Roosterwijziging kenbaar maken
  • 485.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 137 MELDEN AFWEZIGHEID DOOR DEELNEMER Een melding van afwezigheid kan over voorziene of onvoorziene afwezigheid gaan. Een voorbeeld voor voorziene afwezigheid is een bijzonder familiegebeurtenissen of geaccordeerd vakantieverlof. Een voorbeeld voor onvoorziene afwezigheid is een ziekte of problemen met het openbaar vervoer. Deze gevallen worden identiek behandeld. Uit de reden van de melding blijkt of de afwezigheid voorzien is geweest of niet. Use case Aanleiding Er komt een melding van afwezigheid. Deze melding kan worden gedaan door de deelnemer zelf of zijn/haar (wettelijk) vertegenwoordiger. Actoren - Onderwijsgevende of begeleider - Deelnemer (of zijn/haar vertegenwoordiger) - Beoordelaar rechtmatigheid afwezigheid. Doel Verzamelen van gegevens over de verwachte periode en rechtmatigheid van afwe- zigheid van deelnemers. De periode van verwachte afwezigheid van te voren weten is van belang om in te kunnen spelen op afwezigheid van deelnemers. De rechtma- tigheid is van belang voor de formele externe verantwoording (voldoen aan wet- en regelgeving), als hulpmiddel bij de begeleiding van de deelnemer en ten behoeve van interne managementinformatie. Beschrijving acties - Ontvangen melding afwezigheid De school ontvangt via telefoon, schriftelijk of digitaal een melding van afwezig- heid en de reden. - Registreren melding afwezigheid De school verwerkt deze gegevens (inclusief reden) in een (geautomatiseerd) systeem. - Beoordeling rechtmatigheid afwezigheid Een bevoegd persoon beoordeelt de rechtmatigheid van de afwezigheid en legt dit vast. Bij afwezigheid is vrijwel altijd sprake van het beoordelen van de rechtmatig- heid van de afwezigheid. (geoorloofd/ongeoorloofd afwezig) Dit is in ieder geval verplicht bij leerplichtige leerlingen en kwalificatieplichtige deelnemers en voor deelnemers met studiefinanciering.
  • 486.
    138 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Resultaat In een systeem is de periode vastgelegd waarop de deelnemer afwezig is of was en de reden waarom. Tevens is de rechtmatigheid van afwezigheid is beoordeeld. Frequentie Elke keer als er een melding komt van afwezigheid. Gemiddeld 5 keer per jaar per deelnemer. Werkopdrachten Activiteitendiagram Functies - Registratie afwezigheidmelding - Registratie geoorloofdheid afwezigheid
  • 487.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 139 VASTLEGGEN AANWEZIGHEID/AFWEZIGHEID Onderwijsactiviteiten kunnen verschillende vormen aannemen, bijvoorbeeld: lessen vanuit het rooster, een begeleidingsmoment met een onderwijsbegeleider, BPV, praktijkopdracht (buiten de school), workshops of activiteiten waarop kan worden ingeschreven, etc. Het gaat om activiteiten vanuit een onderwijsproduct. Een bui- tenschoolse opdracht die wel wordt gekenmerkt als onderwijsproduct, maar niet is ingeroosterd valt hier dus ook onder. Het gaat niet om zelfstudietijd en huiswerk. Bij onderwijsactiviteiten kan de aanwezigheid van deelnemers ‘onbekend’ of ‘verwacht’ zijn. Met ‘onbekend’ bedoelen we dat niet van te voren in een informa- tiesysteem van de onderwijsinstelling is vastgelegd welke deelnemers deelnemen aan de onderwijsactiviteit. Er kan bijvoorbeeld bekend zijn dat een deelnemer het betreffende onderwijsproduct wil doorlopen, maar het is dan nog niet gepland op welk moment en op welke locatie de deelnemer het onderwijsproduct zal doorlopen. Bij bepaalde activiteiten komt dit vaak voor, bijvoorbeeld bij het studeren onder begeleiding, bedrijfsbezoeken en zorgactiviteiten bij ouderen. Hoewel in de meeste gevallen wel de periode bekend is waarin het onderwijsproduct doorlopen zal wor- den, is het dus niet mogelijk om afwezigheid vast te stellen. Van deze activiteiten wordt dus aanwezigheid geregistreerd. Bij veel van deze activiteiten gebeurt dit door de deelnemer zelf. Validatie hiervan zal naderhand door een onderwijsgevende moeten plaatsvinden. In de meeste gevallen is vooraf bekend welke deelnemers worden verwacht bij een onderwijsactiviteit. Het is mogelijk om de afwezige deelnemers te registreren (aan de hand van de lijst van ‘verwachte’ deelnemers.) Omgekeerd kan ook, door te re- gisteren welke deelnemers aanwezig zijn. Later kan worden afgeleid welke deelne- mers afwezig zijn. Bovenstaande mogelijkheden zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina. De aanwezigheid van deelnemers kan ‘onbekend’ of ‘verwacht’ zijn. De docent of de deelnemer kan de werkelijke aan- of afwezigheid registreren. In de vakken is aangegeven of er aanwezigheid of afwezigheid wordt geregistreerd en een aantal bijzonderheden.
  • 488.
    140 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN De volgende kanttekeningen geven een beter beeld van de betekenis van boven- staande tabel - Registratie door de deelnemer (situatie 3 en 4) kan zowel plaatsvinden als een do- cent wel aanwezig is bij de uitvoering van de activiteit (‘onder docenttoezicht’) als- wel als dit niet onder toezicht van een docent plaatsvindt (‘zonder docenttoezicht’) - In alle situaties (1 t/m 4) kan de activiteit zowel binnen als buiten de onderwijsin- stelling plaatsvinden. - In alle situaties (1 t/m 4) kan aanwezigheidsregistratie zowel uitgevoerd worden met een ‘automatische elektronische registratie’ (b.v. met een pasjes of tele- foonsysteem met RFID; locatie, tijdstip en deelnemer zijn meestal automatisch bekend) als ‘handmatig’ (digitaal of op papier.) Aanwezigheid kan op verschillende wijzen worden geregistreerd: - Onderwijsproduct gerelateerd: Registratie van aanwezigheid bij een onderwijsacti- viteit/het doorlopen van een onderwijsproduct. Hierbij kan reeds van te voren be- kend zijn hoe lang de activiteit / het doorlopen van het onderwijsproduct duurt (volgens de normen). - Zonder relatie met een onderwijsproduct (te registeren): alleen registratie van locatie, aankomsttijd en vertrektijd. *) Opmerking over bewijsvoering aanwezigheid (zie situatie 3 en 4): het kan zijn dat de on- derwijsinstelling de aanwezigheidvalidatie uitvoert o.b.v. stukken die over de inhoud van het uitgevoerde werk gaan. Het kan zijn dat de onderwijsinstelling wil dat deze stukken vastgelegd worden (in portfolio-achtig systeem van het primaire proces.) Tot slot kan het zijn dat de on- derwijsinstelling wil dat er een verwijzing aangemaakt kan worden tussen de daar vastgelegde bewijsstukken en de aanwezigheidsregistratie.
  • 489.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 141 Use case Aanleiding De aanleiding is de melding (in welke vorm dan ook) van de deelnemer van de feitelijke aanwezigheid of afwezigheid. Actoren - Onderwijsgevende of begeleider - Deelnemer Doel Verzamelen van gegevens betreffende de aanwezigheid of afwezigheid van deelne- mers bij (geplande of ongeplande) onderwijsactiviteiten ten behoeve van diverse informatievragen, namelijk ten behoeve van formele externe verantwoording (vol- doen aan wet- en regelgeving), verantwoording ten behoeve van de bekostiging van een contract, als hulpmiddel bij de begeleiding van de deelnemer en ten be- hoeve van interne managementinformatie. Beschrijving acties Situatie 1 Onderwijsproduct gerelateerde aan- en afwezigheidregistratie - Afwezigheid registreren Afwezigheid wordt (bijvoorbeeld) geregistreerd door op een lijst van de betreffen- de onderwijsactiviteit met ‘verwachte’ aanwezigen te registeren welke deelnemers afwezig zijn. - Aanwezigheid registeren Aanwezigheid wordt (bijvoorbeeld) geregistreerd door op een lijst van de betref- fende onderwijsactiviteit met ‘verwachte’ aanwezigen te registeren welke deelne- mers daadwerkelijk aanwezig zijn. Aan- en afwezigheid registratie kunnen in situatie 1 geïntegreerd worden tot één proces waarin de status aan/afwezig wordt geregistreerd. De lijst met ‘verwachte’ aanwezigen kan worden uitgebreid of ingekort als de lijst niet correct blijkt te zijn. Er wordt wel onthouden dat iemand geschrapt of toegevoegd is. En er moet aangetekend worden waarom iemand toegevoegd of verwijderd is. Bekeken moet worden wat het toevoegen of verwijderen betekend voor opvolgende bijeenkom- sten, of anderen op de hoogte gebracht moeten worden en hoe dit zich verhoudt tot de autoriteit van medewerkers om iemands ‘verwachte’ aanwezigheid aan te passen en hoe dit zichtbaar gemaakt wordt in het rooster. Situatie 2 Onderwijsproduct gerelateerde aan- en afwezigheidregistratie - Aanwezigheid registreren Aanwezigheid wordt geregistreerd door aanwezige deelnemers te registeren als
  • 490.
    142 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN aanwezig. Eerst wordt aangegeven welke activiteit het betreft. Vervolgens kan elke aanwezige deelnemer als aanwezige toegevoegd worden aan de lijst van de betreffende onderwijsactiviteit. De wijze waarop de docent deze lijst opbouwt kan verschillen. Dat kan handmatig (digitaal of op papier) of door automatische elek- tronische registratie m.b.v. pasjes of iets dergelijks van de deelnemers. Aan het einde bevestigt de docent / begeleider de validiteit van de lijst. Situatie 3 en 4 Onderwijsproduct gerelateerde aan- en afwezigheidregistratie - Aanwezigheid registreren De deelnemer registreert zijn eigen aanwezigheid bij een onderwijsactiviteit. Dat kan via automatische elektronische registratie of handmatig (op papier of digitaal). Dat kan binnen of buiten de onderwijsinstelling. Als zijn aanwezigheid verwacht is (situatie 3) dan kan hij bijvoorbeeld eenvoudig de activiteit in een digitale gebruikersinterface selecteren en zich aanwezig melden. Als het onbekend is wanneer hij het onderwijspro- duct doorloopt (situatie 4) dan geeft hij aan welk onderwijsproduct hij op welk tijdstip en welke plaats heeft/is aan het doorlopen. Zowel in situatie 3 als in situatie 4 kan het zijn dat bij de registratie door de deelnemer het vereist wordt dat de deelnemer zijn aanwezigheid aantoont m.b.v. bewijsstukken. Dit komt voor als deelnemer buiten direct gezichtsveld activiteiten heeft uitgevoerd, maar bijvoorbeeld een verslag heeft gemaakt. Dit moet dan achteraf gevalideerd worden door een docent of begeleider. Deze validatie wordt ook geregistreerd. De bewijsvoering voor de validatie kan op uit- eenlopende wijzen. Een wijze die ondersteund moet worden is dat de deelnemer bij het registreren van zijn aanwezigheid een verwijzing kan vastleggen naar bewijsstukken. Aanwezigheidregistratie zonder relatie met een onderwijsproduct - Aanwezigheid registreren Het is een mogelijkheid dat aanwezigheid geregistreerd wordt door locatie, aan- komst en vertrektijd te registeren. Er wordt niet direct een relatie gelegd met een onderwijsproduct. Eventueel kan later geanalyseerd worden welke onder- wijsproducten (waarschijnlijk) gevolgd zijn, op basis van het rooster. Registratie van aanwezigheid kan op diverse manieren, bijvoorbeeld zowel via automatische elektronische registratie alsook handmatig. Resultaat Vastgelegde gegevens betreffende de aanwezigheid/afwezigheid van deelnemers bij onderwijsactiviteiten die deel uitmaken van IIVO(In Instellingstijd Verzorgd Onderwijs). Frequentie Bij elke onderwijsactiviteit. 2-20 keer per dag per deelnemer.
  • 491.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 143 Werkopdrachten Activiteitendiagram Functies - Handmatige registratie aan- en afwezigheid door docent - Handmatige registratie aanwezigheid door deelnemer - Semi-automatische registratie aan- en afwezigheid - Validatie aanwezigheidregistratie
  • 492.
    144 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN FUNCTIES TONEN DEELNEMERSGEGEVENS De functie kan mogelijk worden gecombineerd met de functie in de kernregistra- tie ‘tonen leerloopbaan’. Ook hier worden uit het kernregistratiesysteem bepaalde gegevens getoond. Ondersteunt use cases - Use Case: Formuleren Leervraag • Activiteit: Verduidelijkt leervraag Doel Beschikbaar hebben van gegevens over de deelnemer die relevant zijn voor het formuleren van de leervraag. Korte beschrijving Het kunnen opvragen van een deelnemer, door in een scherm de naam of andere zoekgegevens van een deelnemer in te voeren. Vervolgens de gegevens opvragen van de deelnemer die van belang zijn om het gesprek met de deelnemer over het verduidelijken van zijn leervraag te kunnen voeren en reeds bekende gegevens beschikbaar te hebben. Het gaat hierbij om een aantal (deel)schermen met de volgende gegevens: - persoonsgegevens (NAW, geboorte datum, etcetera) - vooropleiding - verbintenisgebied - eerder geformuleerde leervragen (incl. startonderwijsproduct) (niveau 2 en 3 on- derwijscatalogus) (onderwijsproducten in samenhang met gewenste uitstroom) - gespecificeerde arrangementen (niveau 4 onderwijscatalogus) - gevolgde onderwijsproducten (onderwijsproducten op chronologische volgorde en in samenhang met gewenste uitstroom, resultaten) - begeleidingsdossier
  • 493.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 145 VASTLEGGEN LEERVRAAG EN WENSEN Ondersteunt use cases - Use Case: Formuleren Leervraag • Activiteit: Vertalen leervraag naar onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus • Activiteit: Vaststellen aanvullende wensen en voorwaarden - Use Case: Individueel roosterprobleem oplossen • Activiteit: Aanpassen leervraag en/of arrangement - Use Case: Afhandelen niet planbare arrangementen • Activiteit: Aanpassen leervraag en/of arrangement Doel Het vastleggen van de in overleg met de deelnemer geselecteerde passende onder- wijsproducten en wensen, waarmee gearrangeerd gaat worden. Korte beschrijving De eerder ingevoerde onderwijsproducten en ingevoerde wensen worden getoond. Onderwijsproducten kunnen verwijderd of toegevoegd worden (het laatste met behulp van de functie ‘Raadplegen onderwijscatalogus’). Daarnaast kunnen wensen ingevoegd of verwijderd worden. Tenslotte wordt voortdurend (of op verzoek van de gebruiker) controles uitgevoerd (met behulp van de functie ‘Controleren leervraag’.) RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS Dit is een breed toepasbare functie waarmee de onderwijscatalogus kan worden geraadpleegd om onderwijsproducten te zoeken, tonen en te selecteren. Ondersteunt use cases - Intake - Formuleren leervraag • Zoeken passend aanbod in onderwijscatalogus - Onderwijsintake • Inventariseren mogelijke onderwijsproducten - Beoordelen en registreren competenties en kennis • Beoordelen portfolio / toets
  • 494.
    146 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel • Beslissen inkopen, ontwikkelen of hergebruiken • Selecteren bestaand examen uit onderwijscatalogus - Beheren BPV-plaats • Registreren BPV-plaats - BPV-matching • Selecteren gearrangeerd onderwijsproduct • Bepalen zoekopdracht BPV-plaats • Selecteren voorstellen BPV-plaatsen Doel Het om uiteenlopende reden zoeken, tonen en selecteren van onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus. Korte beschrijving Dit betreft een generieke zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie. Deze functie werkt op hoofdlijnen als volgt. De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek- ingangen: - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica- tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop- dracht betreft dan alle onderwijsproducten die binnen die betreffende tak van de taxonomie vallen - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete deel- nemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie tot zijn verbintenisgebied en de reeds door de deelnemer afgenomen onderwijsproducten. - Zoekcriteria. Dit houdt in dat op elke gewenste metadateringsveld of een com- binatie van velden zoekcriteria kunnen worden gedefinieerd. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten die aan die criteria voldoen. Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met als resultaat een lijst met geselecteerde onderwijsproducten. Als de zoekopdracht geen, of zeer weinig resultaten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken, waarbij wordt gezocht naar suggesties of alternatieven door ook producten te tonen die niet aan alle zoekcriteria voldoen.
  • 495.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 147 Vervolgens kan de lijst met geselecteerde onderwijsproducten op verschillende manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek gewenst onderwijsproduct daaruit worden geselecteerd. Het tonen en selecteren kan op de volgende manieren. - Sorteren op relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijsproducten die het best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan - Sorteren op een of meerdere metadatavelden - Weergeven in de taxonomiestructuur. De onderwijsproducten worden getoond in de structuur van de taxonomie, bijvoorbeeld geordend per kwalificatiedossier, daarbinnen per werkproces etc. - Weergeven in de hiërarchie van de onderwijscatalogus door gebruik te maken van de aggregatieniveaus. Aanvankelijk wordt alleen het hoogste aggregatieniveau getoond. De lagere aggregatieniveaus kunnen vervolgens getoond worden in een soort mappenstructuur die kunnen worden uitgeklapt. De functie biedt de mogelijkheid om één of meerdere getoonde onderwijsproduc- ten te selecteren. Hiertoe wordt er een aparte lijst bijgehouden van geselecteerde onderwijsproducten. Deze geselecteerde onderwijsproducten kunnen worden mee- genomen naar de functie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar verder kunnen worden gebruikt. CONTROLEREN LEERVRAAG Ondersteunt use cases - Use Case: Formuleren Leervraag • Activiteit: Controleren op urennormen • Activiteit: Haalbaarheidscheck op diploma of kwalificatie • Activiteit: Controleren vooropleiding en kwalificaties Doel Komen tot een leervraag die voldoet aan de eisen en wensen van de wet, instelling en deelnemer. Korte beschrijving Controleren of de vastgelegde leervraag voldoet aan een aantal normen.
  • 496.
    148 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN REGISTRATIE BEHOEFTE ‘NIEUW’ ONDERWIJSPRODUCT Ondersteunt use cases - Use Case: Formuleren leervraag • Activiteit: registratie behoefte nieuw onderwijsproduct Doel Het kunnen registreren van een behoefte aan een onderwijsproduct welke niet be- schikbaar is in de onderwijscatalogus. Functiesoort Interactief Korte beschrijving Het kunnen registreren van een behoefte aan een onderwijsproduct. De behoefte wordt aangeleverd in termen van de metadata en een vrij ingevuld veld ter toelich- ting. De metadata kan (deels) zijn gevuld met de ingevulde selectiecriteria in het scherm Raadplegen onderwijscatalogus, of met een kopie van een reeds bestaand onderwijsproduct uit het scherm ‘lijst onderwijscatalogus’. Beschrijving interactieve functionaliteit Gebruikersinterface Functionaliteit: Een scherm met selectiecriteria die bestaat uit de metadata uit de onderwijscata- logus. Ook is er een tekstveld waarin vrije tekst kan worden gezet, om een ‘nieuw’ product beter te kunnen beschrijven of toelichten. De selectiecriteria zijn gevuld met criteria die zijn ingevuld in de functionaliteit ‘raadplegen onderwijscatalogus met selectiecriteria’ of het is een kopie van een reeds bestaand onderwijsproduct die is aangeklikt in de functionaliteit ‘lijst onderwijscatalogus’. De reeds ingevulde informatie moet kunnen worden aangepast of worden verwijderd. De informatie (na bewerking) kan worden opgeslagen. (1) Controles door ICT-systeem Controles bij interface-element 1: - Nagaan of de ingevoerde selectiecriteria niet al in dezelfde combinatie voorkomt in de onderwijscatalogus.
  • 497.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 149 Acties door ICT-systeem Acties bij interface-element 1: - Aanklikken knop ‘nieuw’ in de functie ‘Raadplegen onderwijscatalogus’ - Tonen alle selectiecriteria (de metadata uit onderwijscatalogus) en de reeds inge- vulde criteria - Aanvullen, wijzigen of verwijderen criteria. - Klikken op opslaan - Melding geven als ingevulde criteria al voorkomen in de catalogus. - Melding aan betrokkenen, kan in de vorm van een rapport. Gegevens (In deze sectie alle gegevens specificeren die door de functie aangemaakt, opge- vraagd, etc. worden. Als er een definitie van deze gegevens bestaat, dan volstaat een verwijzing. S.v.p. precies verwijzen, bijvoorbeeld beschrijven om wat voor soort gegevens het gaat met een link naar de website/pagina en de paragraaf die de specificaties bevat. Als de gegevens niet reeds gedocumenteerd zijn, dan kan onderstaande format gebruikt worden.) Gegevensset: <gegevensset (groep van gegevens, zoals een bericht)> Gegeven: nieuw onderwijsaanbod Kenmerken: - metadatering (onderwijscatalogus) - ‘vrije tekst’, aanvulling op de metadatering Relatie met: - <Gegeven> (relatie: <beschrijving relatie>) - ... REGISTRATIE STATUS LEERVRAAG EN ARRANGEMENT Ondersteunt use cases - Use Case: Formuleren leervraag • Activiteit: starten Werkopdracht Begeleiding en advies • Activiteit: Vastleggen geformuleerde leervraag • Activiteit: starten Werkopdracht Specificeren arrangement
  • 498.
    150 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. de onderwijscatalogus • Activiteit: Arrangement definitief maken Doel Ondersteunen van een juiste workflow door het proces van intake tot aan arrange- ren. Daarnaast overzicht kunnen bieden over de voortgang van alle leervraag en arrangeerprocessen. Korte beschrijving Het registeren van de status van een geformuleerde leervraag en het arrangement. De status kan zijn: - Leervraag is nog in behandeling (nog niet volledig geformuleerd) - Geformuleerde leervraag oké, door naar arrangeren - Er is geen passend aanbod voor de leervraag, terug naar begeleiding en advies - Initieel arrangement - Definitief arrangement Deze statussen moeten niet verloren gaan, maar als een log geregistreerd worden. De laatste logregel is de actuele status. VASTLEGGEN BPV-BEDRIJFSGEGEVENS Met behulp van deze functie kan een leerbedrijf worden geregistreerd. Ondersteunt use cases - Beheren BPV bedrijfsgegevens • Registreren of wijzigen gegevens leerbedrijf - Beheren BPV-plaats • Controleren registratie leerbedrijf • Registreren leerbedrijf Doel Het vastleggen van de gegevens van een leerbedrijf, inclusief de gegevens over de accreditatie e.d. die van belang zijn voor de externe verantwoording.
  • 499.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 151 Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan een leerbedrijf worden geregistreerd. Dit vindt plaats in de volgende stappen. - Controleren of het leerbedrijf al geregistreerd is Op basis van een aantal identificerende kenmerken wordt gecontroleerd of het leerbedrijf al bekend is. - Registreren van het leerbedrijf • NAW gegevens • Gegevens detacheringsbedrijf (zoals een uitzendbureau) • Indicatie van het aantal beschikbare BPV-plaatsen • Contactpersonen • Tekeningsbevoegd contactpersoon • Contactpersonen binnen het ROC/eigenaarschap • Moederbedrijf/dochterbedrijf relaties met andere geregistreerde bedrijven - Registreren accreditaties Er kunnen per leerbedrijf meerdere accreditaties wordt vastgelegd. Per accredita- tie wordt aangegeven op welk kwalificatiedossier de accreditatie betrekking heeft, en van welk kenniscentrum de accreditatie afkomstig is. VASTLEGGEN BPV-PLAATS Met behulp van deze functie kan de beschikbaarheid van BPV-plaatsen bij een leerbedrijf worden geregistreerd. Ondersteunt use cases - Beheren BPV-plaats • Registreren BPV-plaats Doel Kenbaar maken dat er bij leerbedrijf concrete BPV-plaatsen beschikbaar zijn
  • 500.
    152 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Korte beschrijving - Selecteren leerbedrijf Het leerbedrijf waar de plaatsen bij geregistreerd moeten worden wordt geselec- teerd. Als het leerbedrijf nog niet is geregistreerd kan de functie ‘Vastleggen BPV bedrijfsgegevens’ worden gestart - Registreer de plaats. Dit betreft de registratie van een mogelijk beschikbare BPV- plaats, waarop één of meerdere deelnemers geplaatst kunnen worden • Omschrijving van de plaats door het leerbedrijf • Type BPV-plaats ! Formatief (oriënterend, maatschappelijke stage, taalstage) ! Summatief (BPV) • Gegevens praktijkopleider, leermeester • Indicatie van het aantal beschikbare plaatsen • Beschrijving van de werkzaamheden • Start- en einddatum • Aantal studiebelastinguren • Werktijden/-dagen • Speciale wensen, voorwaarden, kledingvoorschriften, veiligheidseisen • Stagevergoeding / onkostenvergoeding • Mate van begeleiding • Mate van lichamelijke arbeid - Registreren toepasselijke kwalificatiedossier(s) of onderwijsproduct(en) • Er wordt een lijst met accreditaties van het BPV getoond waaruit de toepasse- lijke geselecteerd kan worden • De onderwijscatalogus wordt geraadpleegd en daaruit wordt het toepasselijke onderwijsproduct geselecteerd, eventueel op basis van het geselecteerde kwali- ficatiedossier uit de accreditaties van het betreffende bedrijf - Controleren van de accreditatie bij het Kenniscentrum middels de functie Contro- leren accreditatie - Indien gewenst kan een nadere selectie worden gedaan van de specifieke werk- processen of competenties waarop de betreffende stageplaats betrekking heeft
  • 501.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 153 AANVRAGEN ACCREDITATIE Deze functie ondersteunt het automatisch aanvragen van een accreditatie wanneer bij het vastleggen van een BPV-plaats blijkt dat het leerbedrijf niet over de juiste accreditatie beschikt. Ondersteunt use cases - Beheren BPV-plaats • Aanvragen benodigde accreditatie Doel Verkrijgen van de accreditatie die benodigd is voor een aangeboden BPV-plaats Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan een benodigde accreditatie worden aangevraagd. Hiervoor worden de volgende stappen doorlopen. - Selecteren leerbedrijf Het leerbedrijf waarvoor de accreditatie wordt aangevraagd wordt geselecteerd - Selecteren Kwalificatiedossier Het kwalificatiedossier waarvoor accreditatie aangevraagd wordt, wordt geselec- teerd De bovenstaande gegevens zijn al bekend wanneer de aanvraag van de accredi- tatie volgt op een controle in Controleren accreditatie. Deze gegevens zijn dan al vooraf ingevuld. Vervolgens wordt de aanvraag voltooid door de volgende stappen te doorlopen. - Selecteren Kenniscentrum Het Kenniscentrum dat de gewenste accreditatie voor dit betreffende kwalificatie- dossier verstrekt wordt geselecteerd. - Genereren aanvraag Afhankelijk van de wijze waarop de aanvraag kan worden ingediend, wordt de aanvraag aangemaakt op basis van een formulier of format voor het betreffende Kenniscentrum. - Ondertekening, goedkeuring en verzenden De aanvraag kan worden afgedrukt, ondertekend en eventueel elektronisch wor- den verzonden
  • 502.
    154 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN CONTROLEREN ACCREDITATIE Met behulp van deze functie kan worden gecontroleerd of een leerbedrijf beschikt over de accreditatie die voor een bepaalde BPV-plaats benodigd is. Ondersteunt use cases - Beheren BPV-plaats • Controleren benodigde accreditatie Doel Vaststellen of een leerbedrijf over de juiste accreditatie beschikt Korte beschrijving Deze functie start als de gegevens van een concrete BPV-plaats bij een leerbedrijf bekend zijn. Op basis van die gegevens worden de volgende controles uitgevoerd. - Er wordt gecontroleerd of er voor de betreffende BPV (of stage)plaats een accredi- tatie nodig is, en indien dat het geval is op welk kwalificatiedossier - Er wordt gecontroleerd of er bij het leerbedrijf de benodigde accreditatie is gere- gistreerd - Indien mogelijk wordt bij het betreffende Kenniscentrum gecontroleerd of de be- nodigde accreditatie is afgegeven - Als bij het Kenniscentrum blijkt dat de accreditaties afwijken van hetgeen bij de instelling is geregistreerd, dan wordt dit aangepast - Als blijkt dat het leerbedrijf niet beschikt over de benodigde accreditatie, dan kan de functie Aanvragen accreditatie worden gestart om de accreditatie aan te vragen ZOEKEN BPV-PLAATS VANUIT ARRANGEMENT Met behulp van deze functie kan gezocht worden naar een beschikbare BPV-plaats, op basis van een onderwijsproduct dat in het arrangement van een deelnemer zit. Ondersteunt use cases - BPV-matching • Selecteren reeds beoogde BPV-plaats • Bepalen zoekopdracht BPV-plaats • Selecteren voorstellen BPV-plaats Doel Het vinden van een passende BPV-plaats voor een deelnemer
  • 503.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 155 Korte beschrijving Deze functie start met het bepalen van de deelnemer en het onderwijsproduct in zijn arrangement waarvoor een BPV-plaats wordt gezocht. - Selecteren deelnemer - Selecteren onderwijsproduct uit arrangement deelnemer Vervolgens zijn er twee mogelijkheden - Indien de deelnemer al een concrete stageplaats op het oog heeft dan wordt het leerbedrijf en vervolgens de BPV-plaats binnen dat leerbedrijf geselecteerd - Indien de deelnemer nog geen concrete stageplaats op het ook heeft dan wordt het zoek/selectieproces in gang gezet Het zoek/selectieproces vindt plaats in de volgende stappen - Alle zoekcriteria die zijn gekoppeld aan het onderwijsproduct in het arrangement van de deelnemer zijn al vooraf ingevuld - Hieraan kunnen aanvullende zoekcriteria worden gekoppeld die betrekking hebben op het gewenste leerbedrijf of de BPV-plaats - Op basis van de zoekcriteria wordt een lijst van BPV-plaatsen en bedrijven ge- toond waaruit de deelnemer of begeleider een selectie kan maken VASTLEGGEN PLAATSING Met behulp van deze functie kan de concrete plaatsing van een deelnemer op een BPV-plaats worden geregistreerd. Ondersteunt use cases - BPV-matching • Afstemming tussen deelnemer en leerbedrijf Doel Vastleggen van de concrete plaatsing van een deelnemer op een BPV-plaats Korte beschrijving In het proces voorafgaand aan het gebruik van deze functie is het volgende bepaald. - De deelnemer waarop de plaatsing betrekking heeft - Het concrete onderwijsproduct in het arrangement van de deelnemer waarop de plaatsing betrekking heeft - De geselecteerde BPV-plaats (en leerbedrijf ) waar de deelnemer zal worden geplaatst
  • 504.
    156 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN De plaatsing van de deelnemer wordt vervolgens geregistreerd, door deze drie gegevens (deelnemer, onderwijsproduct en stageplaats) vastgelegd, gekoppeld aan een aantal aanvullende gegevens over de plaatsing zoals aanvangsdatum en eind- datum, vergoeding, naam begeleider(s) en andere afspraken. AFLEIDEN INITIËLE ARRANGEMENTEN Opmerking: - deze functie is een achtergrond functie. - de functie wordt uitgevoerd nadat een leervraag beschikbaar is voor arrangeren (dit wijkt af van het huidige activiteitendiagram) Ondersteunt use cases - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. onderwijscatalogus • Activiteit: Tonen laagste aggregatieniveau + aanvullen met randvoorwaardelijke producten Doel Initieel arrangement specificeren zodat de arrangeur overzicht en inzicht kan krij- gen in wat en hoe nog gearrangeerd moet worden. Korte beschrijving Elke leervraag die geformuleerd is wordt automatisch uiteengerafeld (lees: nader specificeren) tot aan onderwijsproducten op het laagste aggregatieniveau van de onderwijscatalogus. Ook eventuele randvoorwaardelijke onderwijsproducten worden toegevoegd. TONEN ARRANGEMENTEN OVERZICHT Opmerking: deze functie gaat er vanuit dat het automatisch uiteenrafelen van de leervraag reeds heeft plaatsgevonden door de functie ‘Afleiden initiële arrangemen- ten’. Dit is een verandering t.o.v. het huidige activiteitendiagram. Deze functie wordt gedurende de hele use case steeds weer gebruik. Ze vormt een centrale spil in het arrangeren. Op het moment dat deze functie later in het proces weer gebruikt wordt zijn de arrangementen niet meer initieel, maar eventueel reeds bewerkt door de arrangeur.
  • 505.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 157 Ondersteunt use cases - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. onderwijscatalogus • Activiteit: Opvragen vastgelegde geformuleerd leervraag Doel Inzicht krijgen in de status van alle arrangementen. Korte beschrijving Een overzicht tonen van arrangementen (van een arrangeur) die betrekking hebben op een bepaalde periode. Van elk arrangement wordt getoond: - deelnemer - status van leervraag/arrangement - resultaat van de controle functie ‘Controleren arrangement’ Vanuit het overzicht kan de functie ‘Vastleggen arrangement’ worden gestart. VASTLEGGEN ARRANGEMENT Ondersteunt use cases - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. onderwijscatalogus • Activiteit: Keuze maken uit lijst optionele producten • Activiteit: Opstellen arrangement alternatieven • Activiteit: Keuze (maken uit) alternatieven - Use Case: Individueel roosterprobleem oplossen • Activiteit: Aanpassen leervraag en arrangement - Use Case: Afhandelen niet planbare arrangementen • Activiteit: Aanpassen leervraag en arrangement Doel Het klaarmaken van de leervraag voor het roosterproces (use case ‘Rooster maken’). Korte beschrijving De functie toont de leervraag en het arrangement van 1 deelnemer. De arrangeur kan: - optionele onderwijsproducten (de)selecteren - agendaplanning: onderwijsproducten in een volgorde zetten (met ‘slepen’) en in periodes plaatsen - aanvullende voorwaarden opnemen (zie use case)
  • 506.
    158 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN De arrangeur moet verschillende alternatieve arrangementen voor de deelnemer kunnen maken. Deze voor en nadelen van deze alternatieven kan hij tegen elkaar afwegen met ondersteuning van de functie ‘Controleren arrangement’. De resulta- ten van deze functie moeten continu zichtbaar zijn voor de verschillende alternatie- ven, voor de arrangeur. De arrangeur kan een definitief arrangement uit de alternatieven kiezen. CONTROLEREN ARRANGEMENT Ondersteunt use cases - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. de onderwijscatalogus • Activiteit: Beoordelen alternatieven Doel Komen tot een arrangement dat voldoet aan de eisen en wensen van de wet, instel- ling en deelnemer. Korte beschrijving Controleren of de vastgelegde leervraag voldoet aan een aantal normen: - urennorm (wettelijk) - businessrules (van de instelling) - wensen deelnemer (de randvoorwaarden / wensen die in de use case ‘formuleren leervraag’ en ‘arrangement specificeren’ zijn genoemd.) - de normen die in de onderwijscatalogus zijn opgenomen Tevens geeft deze functie inzicht in het collectief van de reeds gemaakte arrange- menten en de verhouding van het onderhanden arrangement hiertoe. Dit moet nog verder uitgewerkt worden (complexe functionaliteit). We denken hierbij aan: - de spreiding van deelnemers over de individuele onderwijsproducten in de ko- mende periode - eventueel ook inzicht in de beschikbaarheid van die onderwijsproducten (wat afhankelijk is van de beschikbaarheid en planning van middelen.) Dit vereist roos- termachine functionaliteit. - bijvoorbeeld kan hierbij met een score worden gewerkt die het mogelijk maakt alternatieven met elkaar te vergelijken (o.b.v. wellicht efficiëntie, haalbaarheid, etcetera)
  • 507.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 159 REGISTRATIE STATUS LEERVRAAG EN ARRANGEMENT Ondersteunt use cases - Use Case: Formuleren leervraag • Activiteit: starten Werkopdracht Begeleiding en advies • Activiteit: Vastleggen geformuleerde leervraag • Activiteit: starten Werkopdracht Specificeren arrangement - Use Case: Arrangement specificeren o.b.v. de onderwijscatalogus • Activiteit: Arrangement definitief maken Doel Ondersteunen van een juiste workflow door het proces van intake tot aan arrange- ren. Daarnaast overzicht kunnen bieden over de voortgang van alle leervraag en arrangeerprocessen. Korte beschrijving Het registeren van de status van een geformuleerde leervraag en het arrangement. De status kan zijn: - Leervraag is nog in behandeling (nog niet volledig geformuleerd) - Geformuleerde leervraag oke, door naar arrangeren - Er is geen passend aanbod voor de leervraag, terug naar begeleiding en advies - Initieel arrangement - Definitief arrangement Deze statussen moeten niet verloren gaan, maar als een log geregistreerd worden. De laatste logregel is de actuele status. COMMUNICATIE OVER ROOSTER NAAR DEELNEMER (INITIEEL BERICHT, REMINDERS) Ondersteunt use cases - Use Case: Deelnemer accepteert • Activiteit: Versturen rooster of bericht (deze activiteit is ook beschreven bij de use case ‘effectueren rooster’) • Activiteit: Sturen reminder voor accepteren rooster - Use Case: Effectueren rooster • Activiteit: Publiceren rooster (deze activiteit is deels ook beschreven bij de use case ‘Deelnemer accepteert’)
  • 508.
    160 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Doel Deelnemers, docenten en andere betrokkenen zijn op de hoogte dat het nieuwe rooster er is. De deelnemers zijn op de hoogte van de termijn waarin zij kunnen reageren. Korte beschrijving Aan de deelnemer, docenten en andere betrokken wordt een bericht verstuurd (op nader te bepalen wijze). Bij deelnemers en docenten kan dit bericht het voor hen persoonlijk geldende rooster bevatten (deelnemersrooster / docentrooster) of er- naar verwijzen. Het bericht aan andere betrokkenen verwijst naar functionaliteit om de voor hen relevante delen van het rooster te kunnen raadplegen. Als naar het deelnemersrooster verwezen wordt, dan kan dit door de deelnemer bekeken worden met de functie ‘Tonen deelnemersrooster’. In het bericht aan de deelnemer wordt gevraagd om het rooster actief of passief te accepteren (zie de use case ‘Deelnemer accepteert’). In een later stadium kunnen met deze functie reminderberichten aan de deelne- mers verstuurd worden. Hierbij kan aangegeven worden of slechts een deel van de deelnemers het reminder bericht kan ontvangen. Deze selectiefunctie is verschillend bij actief en passief accepteren. TONEN DEELNEMERROOSTER Ondersteunt use cases - Use Case: Deelnemer accepteert • Activiteit: Beoordelen rooster (door deelnemer) Doel De deelnemer kan kennis nemen van zijn actuele deelnemersrooster (voor de hui- dige en komende periode). Korte beschrijving Er wordt een overzicht getoond van het deelnemersrooster: - onderwijsactiviteiten die voor de deelnemer gepland zijn (en hij daarom geacht wordt aan deel te nemen) (activiteit, locatie, etc.) - gemarkeerd wordt of het roosterdeel betrekking heeft op een huidige/komende periode en wel/niet geaccepteerd is. In dit rooster is het belangrijk dat bepaalde aanvullende informatie zichtbaar is: - Is het een onderwijsproduct waarop kan / moet worden ingeschreven
  • 509.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 161 - Is het een individuele aanvulling op het rooster, of een activiteit uit het initiële rooster - In het geval van een oplossing van een uitvoeringsprobleem of calamiteit, moet zichtbaar zijn wat de oorspronkelijke situatie was en wat de wijziging is REACTIE VAN DEELNEMER OP ROOSTER Ondersteunt use cases - Use Case: Deelnemer accepteert rooster • Activiteit: Kenbaar maken wel of niet accepteren rooster (passief / actief) - Use Case : Individueel roosterprobleem oplossen • Activiteit: bericht aan begeleider dat deelnemer rooster niet accepteert Doel Verkrijgen van acceptatie van de deelnemersroosters. Dit dient twee doelen: inzicht van de instelling en commitment van de deelnemer. Korte beschrijving De deelnemer kan in met deze functie aangeven of hij het rooster wel of niet ac- cepteert. Dit gaat in een bericht naar zijn begeleider indien hij het rooster niet accepteert. De presentatie van de vraag en de antwoordmogelijkheid zal anders zijn bij actieve en passieve acceptatie. Teven wordt in beide gevallen op een andere wijze om toelichting gevraagd. (Dit moet in het detailontwerp van het systeem uitgewerkt worden.) INCIDENTELE AANPASSING DEELNEMERSROOSTER Ondersteunt use cases - Use Case: Individueel roosterprobleem oplossen • Activiteit: Vastleggen oplossing in GRID - Use Case: Monitoren acceptatie deelnemersrooster • Activiteit: Registreren roosteroplossing in GRID
  • 510.
    162 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN - Use Case: Afhandelen niet planbare arrangementen • Activiteit: Registreren roosteroplossing in GRID Doel Een geaccepteerd deelnemersrooster. Korte beschrijving Deze functie voorziet in een mogelijkheid om voor een individuele deelnemer (of een beperkte groep) een oplossing te zoeken binnen het bestaande rooster. Er wordt in het bestaande rooster gezocht naar een oplossing (ruimte bij andere onderwijsproducten) en het rooster wordt aangepast zonder consequenties voor andere deelnemers. Dit wordt ook wel ‘gaatjes vullen’ genoemd. De volgende activiteiten kunnen gebruikt worden om een alternatief deelnemers- rooster samen te stellen. Zoeken naar alternatieven Op basis van zoekcriteria (bepaalde onderwijsproduct gecombineerd met bepaalde periode) kan gezocht worden naar ruimte in het bestaande (geëffectueerde) rooster. Aanpassen deelnemersrooster Wanneer er een geschikt alternatief voor de deelnemer(s) is gevonden, dan kan het rooster voor de betreffende deelnemer(s) worden aangepast. Dit gebeurt recht- streeks in het actuele (geëffectueerde) rooster. Voorbeelden: - zelfde lessen of opdrachten volgen bij andere groepen (bij een andere klas/groep of in een ander domein). - een deelnemer volgt een onderwijsproduct, welke gearrangeerd stond in een volgende periode of de deelnemer volgt een ander, maar vergelijkbaar onderwijs- product. - een bepaalde groep deelnemers heeft zijn rooster niet geaccepteerd, maar dit kan worden opgelost met een relatief kleine wijziging op het rooster, zoals het verplaatsten naar andere locatie of tijdstip
  • 511.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 163 RAPPORTAGE ROOSTERACCEPTATIE Ondersteunt use cases - Use Case: Monitoren acceptatie deelnemerrooster • Activiteit: Opstellen rapportage roosteracceptatie • Activiteit: Analyse knelpunten in roosteracceptatie Doel Het nemen van passende maatregelen als de roosteracceptatie onvoldoende is. Korte beschrijving Deze rapportage geeft een overzicht van de voortgang van deelnemeracceptatie. Dit gebeurt op twee niveaus. Kengetallen Middels een aantal kengetallen wordt aangegeven in welke mate de deelnemers- roosters zijn geaccepteerd. - Percentage deelnemers dat heeft geaccepteerd - Percentage deelnemers dat niet heeft geaccepteerd - Resterende (percentage van de) tijd dat deelnemers nog kunnen reageren Details In een detailrapportage kan inzicht verkregen worden in de redenen. - Samenhang tussen de deelnemers die niet hebben geaccepteerd: zelfde opleiding, onderwijsproduct(en), locatie of tijdstip (dus wat zijn de overeenkomstige ken- merken van de deelnemers die niet hebben geaccepteerd?) - Overzicht van de ingevoerde redenen bij het niet accepteren HANDMATIGE REGISTRATIE AAN- EN AFWEZIGHEID DOOR DOCENT Ondersteunt use cases - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid Doel Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers. Een correcte registratie van de aan- en afwezigheid van de deelnemers.
  • 512.
    164 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Korte beschrijving De docent kan onderwijsproduct, locatie, datum en tijd invoeren of selecteren (of deze worden deels automatisch opgehaald uit het rooster.) In een bijbehorend aan- en afwezigheid overzicht kan een docent of administratief medewerker aan- en afwezigheid van deelnemers registeren. Indien de aanwezig- heid van bepaalde deelnemers verwacht is (bekend via rooster) dan zijn deze reeds opgenomen in de lijst (kan ook worden geprint). Deelnemers die aanwezig zijn, maar waarvan de aanwezigheid vooraf onbekend was, kunnen als aanwezig toege- voegd worden aan de lijst. Van elke in de lijst opgenomen deelnemer kan de status aan/afwezig veranderd worden. Bij de afwezigheidregistratie is ook een optie om de afwezigheid als geoorloofd te kenmerken (voor als een deelnemer b.v. ziek naar huis gaat.) Dan moet de reden aangetekend worden. HANDMATIGE REGISTRATIE AANWEZIGHEID DOOR DEELNEMER Ondersteunt use cases - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid Doel Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers Korte beschrijving Via een persoonlijke scherminterface kan een deelnemer zijn aanwezigheid bij een onderwijsactiviteit registeren. Indien de aanwezigheid van de deelnemer vooraf ver- wacht is kan hij zijn status op aanwezig zetten. Ander kan hij zijn naam toevoegen aan de onderwijsactiviteit. Indien er geen koppeling is met het rooster, dan kan de deelnemer onderwijsproduct, locatie, datum en tijd ook invoeren. SEMIAUTOMATISCHE REGISTRATIE AAN- EN AFWEZIGHEID Ondersteunt use cases - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid Doel Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers
  • 513.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 165 Korte beschrijving Via een semiautomatisch systeem (pasjessysteem, RFID systeem, etc.) kan een deelnemer (of zijn docent) zijn aanwezigheid laten scannen; zijn identiteit, de loca- tie, datum en tijd worden automatisch geregistreerd. Indien er een koppeling is met het rooster dan kan de onderwijsactiviteit afgeleid worden. Een alternatief hiervoor is dat de docent de onderwijsactiviteit invoert waarop deelnemers zich registeren. Indien er een koppeling met het rooster is, kan het systeem de afwezigheid van een deelnemer afleiden uit het feit dat zijn aanwezigheid niet geregistreerd is. VALIDATIE AANWEZIGHEIDSREGISTRATIE Ondersteunt use cases - Use Case: Vastleggen aanwezigheid - afwezigheid Doel Een correcte registratie van de aanwezigheid van de deelnemers (gevalideerd door docent) Korte beschrijving Aanwezigheidsregistraties die door een deelnemer zijn ingevoerd kunnen door een docent gevalideerd worden. De uitkomst van de validatie kan vastgelegd worden bij de geregistreerde aanwezigheid. (Eventueel kan een link gemaakt worden naar bewijsstukken.) REGISTRATIE AFWEZIGHEIDMELDING Ondersteunt use cases - Use Case: Melden afwezigheid door Deelnemer • Activiteit: Registratie melding inclusief reden Doel Registratie hebben van afwezigheidmeldingen. Korte beschrijving Bij de deelnemersgegevens kan een afwezigheidmelding worden opgenomen, met begindatum en -tijd, einddatum en -tijd en reden. Er wordt automatisch een bericht over de melding gestuurd naar de begeleider van de deelnemer.
  • 514.
    166 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN REGISTRATIE GEOORLOOFDHEID AFWEZIGHEID Ondersteunt use cases - Use Case: Melden afwezigheid door Deelnemer • Activiteit: Registratie geoorloofd verzuim • Activiteit: Registratie niet geoorloofd verzuim Doel Registratie hebben van de geoorloofdheid van afwezigheid. Korte beschrijving Bij de deelnemersgegevens, bij een afwezigheidmelding, kan de geoorloofd- heid worden aangetekend van de afwezigheid. Standaard staat deze status op on- bekend. Als een (gemelde) afwezigheid ongeoorloofd is, moet aangetekend worden op basis waarvan deze conclusie getrokken is. Als een (gemelde) afwezigheid als geoorloofd beoordeeld is, dan wordt bij alle afwezigheidregistraties in de betreffende periode aangetekend dat deze geoorloofd zijn. (Andere afwezigheidregistraties worden in ander rapportagefuncties als onge- oorloofd gerapporteerd.).
  • 515.
    ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN ENBEHEREN MIDDELEN 167 COLOFON Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 516.
    168 ONDERWIJSLOGISTIEK, ROOSTEREN EN BEHEREN MIDDELEN Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 517.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 1 FUNCTIONEEL ONTWERP PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO
  • 518.
    2 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO
  • 519.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 3 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de primair proces ondersteuning en het portfolio. Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder- steuning daarvan door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of als één of meer aparte ICT-systemen. Beschrijvend en technisch gedeelte Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte, waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge- deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten staan weergegeven. In het beschrijvend gedeelte wordt u door de belangrijkste ‘delen’ van ons ontwerp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangs- punten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar de keuzemo- gelijkheden en vrijheidsgraden voor de onderwijsinstellingen zich bevinden. Het beschrijvende gedeelte bestaat uit vier delen. Ieder deel omvat een apart onderdeel van het ontwerp en heeft betrekking op een onderdeel van de primair proces ondersteuning en portfolio. Elk deel valt uiteen in een aantal use cases. Aan het begin van het deel wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases. In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun- ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een beschrijving van de use cases. Dit is een beschrijving van het proces vanuit het perspectief van een gebruiker van het systeem. Na het lezen van alle delen heeft u een indruk gekregen van de onderdelen waaruit het model bestaat, dat de grondslag vormt voor het functioneel ontwerp primair proces ondersteuning en portfolio. Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte de gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat een ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
  • 520.
    4 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Beschrijvend en technisch gedeelte 3 Beschrijvend gedeelte 5 Deel I: Leertrajectbegeleiding 6 Uitgangspunten en keuzes 7 Onderwijsintake 7 Opstellen plan en begeleiding komende periode 8 Monitoren voortgang 8 Peilstok hanteren formatieve resultaten 8 Adviesgesprek voeren 9 Deel II: Opleiden en vormen 10 Uitgangspunten en keuzes 11 Het beoordelen van competenties en kennis 11 Het registreren van incidenten 11 Reageren op afwijkingen in de houding en het gedrag van een deelnemer 12 Deel III: Portfolio van de deelnemer 13 Uitgangspunten en keuzes 14 Verzamelen en importeren instroomgegevens 14 Onderhouden gegevens deelnemer 14 Opnemen POP & PAP in portfolio 15 Verzamelen en delen van producten 15 Opnemen bevroren producten 16 Inzichtelijk maken formatieve en summatieve resultaten 16 Exporteren portfolio 16 Deel IV: Examineren 17 Uitgangspunten en keuzes 18 Het aanvragen van het examen 18 Het beschikbaar stellen en organiseren van het examen 18 Het uitvoeren van het examen 19 Vastleggen summatief resultaat en diplomeren 20 Technisch gedeelte 23
  • 521.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 5 BESCHRIJVEND GEDEELTE
  • 522.
    6 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO DEEL I: LEERTRAJECTBEGELEIDING
  • 523.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 7 Uitgangspunten en keuzes - De leervraag van de deelnemer staat centraal in de onderwijsintake en begelei- ding van de deelnemer - Er bestaat de mogelijkheid om de administratieve ‘intake’ en de ‘onderwijsintake’ geheel of gedeeltelijk samen te voegen - De ontwikkeling op lange en korte termijn wordt door instelling en deelnemer gezamenlijk geformuleerd en daarna vastgelegd in plan(nen) - Het formuleren en vastleggen van plannen en afspraken geeft de deelnemer hou- vast en de begeleider de hulpmiddelen om te adviseren en bij te sturen - De formatieve peilstok laat de formatieve resultaten zien en biedt zicht op de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer - Het is mogelijk de formatieve peilstok, op basis van een door de instelling gedefi- nieerd referentiekader, te gebruiken bij het definiëren van mogelijke leerroutes - Een adviesgesprek kan periodiek worden ingepland Het deelnemersdossier is de verzamelnaam voor het complete dossier van een In het fuctioneel ontwerp dat u nu deelnemer. Dit dossier bevat alle documenten en gegevens die direct aan de deel- gaat lezen worden verschillende nemer gekoppeld zijn. dossiers aangehaald. De samen- Het deelnemersdossier bestaat uit een viertal onderdelen. hang van deze dossiers vindt u in het schema rechts op deze pagina. De verschillende dossiers worden uitgelegd in de begrippenlijst. Onderwijsintake Naast de administratieve intake die wordt vastgelegd in de kernregistratie deelne- mergegevens is een onderwijskundige intake beschreven. Centraal in de onderwijs- intake staat het bespreken van de achtergrond van de deelnemer en het onderzoe- ken van de mogelijkheden voor instroom. De administratieve intake en de onderwijsintake leveren samen de benodigde in- formatie op voor het maken van de verbintenis en het daarop volgende formuleren van de leervraag. Uitzondering op deze regel: als tijdens de onderwijsintake blijkt dat er een EVC- beoordeling moet plaatsvinden en de onderwijsorganisatie ervoor kiest om deze procedure op te starten nog voordat er met de deelnemer een verbintenis wordt aangegaan.
  • 524.
    8 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Opstellen plan en begeleiding komende periode Na de onderwijsintake en het maken van de verbintenis of na het voeren van een adviesgesprek bespreken deelnemer en (leertraject)begeleider de leervraag en/ of ontwikkeling van de deelnemer. Dit leidt tot het opstellen of aanvullen van het Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) voor de lange termijn én een Persoonlijk Actie Plan (PAP) voor de eerstkomende periode. In het plan voor de korte termijn staat (de basis voor) de leervraag beschreven. Daarnaast maken deelnemer en (leertraject)begeleider afspraken over de gewenste begeleiding tijdens de komende periode. Het ontwikkelplan, actieplan en andere gemaakte afspraken worden opgenomen in het begeleidingsdossier en eventueel toegevoegd aan het portfolio. Dit is het vertrekpunt voor de deelnemer voor het volgen van het onderwijs en voor de begeleiding is het de leidraad in het monitoren van de voortgang. Monitoren voortgang Op basis van informatie uit het primaire proces wordt de voortgang van de deelne- mer gemonitord in het kader van zijn leerloopbaan. De resultaten van het monito- ren worden gebruikt als basis voor het adviesgesprek. De begeleider kan op ieder gewenst moment de stand van zaken bekijken en de voortgang van een deelnemer volgen. De formatieve peilstok toont de formatieve resultaten van de deelnemer en geeft de (leertraject)begeleider en de deelnemer inzicht in zijn vorderingen en ontwikke- ling. De formatieve peilstok kan gebruikt worden om te beoordelen of een deelne- mer gereed is om examen (summatieve toets) te doen en voor het genereren van informatie voor de te adviseren leerroute. De summatieve peilstok biedt de deelnemer en de (leertraject)begeleider inzicht in de behaalde en nog te behalen summatieve resultaten voor de beoogde diplome- ring (uitstroomkwalificatie). Bovendien biedt deze peilstok de mogelijkheid om de resultaten af te zetten tegen andere kwalificatiedossiers en te onderzoeken welke kwalificatie binnen bereik is. Alle gegevens worden geïnterpreteerd, geanalyseerd en gebruikt voor het advies- gesprek met de deelnemer. Peilstok hanteren formatieve resultaten De formatieve peilstok is hierboven beschreven als een onderdeel van de use case Monitoren voortgang deelnemer, maar kan ook vanuit andere use cases worden gebruikt.
  • 525.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 9 De formatieve resultaten van een deelnemer worden geregistreerd. Indien gewenst, is het mogelijk de (formatieve) vorderingen van de deelnemer af te zetten tegen een instellingspecifieke beoordelingssystematiek. Hieruit kan worden afgeleid wat de vordering of ontwikkeling van een deelnemer is in relatie tot bijvoorbeeld een leerroute (of een kwalificatiedossier). Het systeem geeft de stand van zaken weer middels een rapportage. Deze rapportage presenteert de formatieve resultaten in de structuur van de beoordelingssystematiek, met daarbij de studiebelastinguren. Op basis van een door de instelling gedefinieerd referentiekader is het mogelijk één of meer mogelijke leerroutes te genereren. Adviesgesprek voeren Adviesgesprekken kunnen periodiek worden ingepland om de voortgang met de deelnemer te bespreken. Daarnaast kan het zijn dat de deelnemer zelf een verzoek indient voor een adviesgesprek of dat er naar aanleiding van een signalering door een docent of andere gebeurtenis een gesprek wordt gepland. Er wordt ook een adviesgesprek gepland wanneer blijkt dat het arrangement (gedeeltelijk) niet plan- baar is voor de komende roosterperiode of als blijkt dat de deelnemer het rooster niet accepteert. In het gesprek bespreken en bepalen de deelnemer en de (leertraject)begeleiding samen de beste leerroute voor de deelnemer en worden eventueel andere relevante aspecten besproken. Wanneer er specifieke signaleringen met betrekking tot de houding of het gedrag van de deelnemer, incidenten of opmerkelijke veranderingen in de resultaten aan de orde zijn, wordt dat uiteraard in het gesprek meegenomen. Als de deelnemer zijn rooster niet heeft geaccepteerd of zijn arrangement is (deels) niet planbaar gebleken, komt dat uiteraard ook in het gesprek aan de orde. Tijdens dit adviesgesprek wordt gekeken of er aanpassing van het lopende plan (PAP) nodig is. Indien nodig, kan worden afgesproken het plan aan te passen. Daar- bij kan worden afgesproken dat er bepaalde producten worden opgenomen in het portfolio. Bijvoorbeeld in het kader van een beoogde summatieve toets. Als uit de verzamelde gegevens en het adviesgesprek blijkt dat de deelnemer aan- getoond heeft dat hij gereed is voor examinering, kan een examen worden aange- vraagd. Dit kan door zowel de (leertraject)begeleider als de deelnemer gebeuren.
  • 526.
    10 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO DEEL II: OPLEIDEN EN VORMEN
  • 527.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 11 Uitgangspunten en keuzes - Alle constateringen die een docent, praktijkopleider of stagebegeleider doet tijdens de uitvoering van het onderwijs en die relevant zijn voor de begeleiding, worden geregistreerd in het begeleidingsdossier - Wanneer directe actie van de begeleiding noodzakelijk is, wordt naast de registra- tie een signaal aan de begeleiding gegeven - Formatieve resultaten zijn van belang voor het primaire proces en de begeleiding en geven zicht op de ontwikkeling en voortgang - Formatieve resultaten hebben, in tegenstelling tot summatieve resultaten, geen directe waarde voor de kwalificering of diplomering van een deelnemer Het beoordelen van competenties en kennis Gedurende de tijd dat een deelnemer onderwijs volgt, in welke vorm dan ook, vinden er op allerlei manieren beoordelingen plaats. Dat kan een vooraf bepaald beoordelingsmoment zijn. Het kan ook een moment zijn waarop de deelnemer zelf vraagt om een beoordeling, bijvoorbeeld van producten die hij in zijn portfolio heeft verzameld. Het gaat hier om zogenaamde formatieve beoordelingen, die als belang- rijkste doel hebben de deelnemer feedback te geven en zo inzicht te geven in zijn vorderingen in het leerproces. Een beoordeling vindt altijd plaats in het kader van een bepaald onderwijsproduct. De informatie die aan het onderwijsproduct is gekoppeld (de metadata), is hierbij heel belangrijk. Zo kan er bijvoorbeeld kennis beoordeeld worden (met een toets) of er kunnen competenties worden beoordeeld. De relevante competenties zijn dan af te leiden uit de beschrijvende kenmerken van het onderwijsproduct. Het kan ook zijn dat er een bepaald beoordelingsformat wordt gebruikt waarin is gedefinieerd welke aspecten of competenties worden beoordeeld, en op basis van welke criteria deze worden getoetst. Het resultaat van de beoordeling wordt vastgelegd in een beoordelingsregistratie. Een beoordeling kan betrekking hebben op het hele onderwijsproduct, of bestaan uit be- oordelingen per relevante competentie. In dit geval worden er dus één of meerdere formatieve resultaten vastgelegd, die gekoppeld zijn aan het betreffende onderwijs- product of aan een aantal specifieke competenties die voor dat product relevant zijn. Het registreren van incidenten Een docent of andere betrokkene bij het onderwijs kan te maken krijgen met een incident. Een incident is een inbreuk op het huisreglement van de instelling waarop direct actie ondernomen moet worden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan over het bedreigen van personeel of het plegen van vernielingen. Naast deelnemers kan
  • 528.
    12 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO het ook om incidenten gaan waarbij personeel van de instelling of buitenstaanders betrokken zijn. In het geval dat er een deelnemer bij betrokken is, moet worden beoordeeld of registratie van het incident in het begeleidingsdossier van de deelne- mer nodig is. Doorgaans heeft een instelling procedures om ervoor te zorgen dat de afgesproken gedragsregels worden gehandhaafd en daarmee te voldoen aan haar wettelijke ver- plichtingen. Het protocol voor het registreren en afhandelen van incidenten omvat onder andere het toetsen van een melding aan een aantal criteria, de registratie van het incident, de wijze van onderzoeken, rapporteren en escaleren en het uitein- delijk nemen van de passende maatregel. Reageren op afwijkingen in de houding en het gedrag van een deelnemer Een docent, praktijkopleider of stagebegeleider kan tijdens de onderwijsactiviteiten een afwijkende houding of afwijkend gedrag van een deelnemer constateren. Een deelnemer die (al een tijdje) ongeïnteresseerd in de groep zit of een deelnemer die belt tijdens een les. Maar ook een goede leerling die plotseling slechte cijfers haalt. Dit soort afwijkingen in de houding en het gedrag van een deelnemer zijn belang- rijke signalen voor de begeleiding. In tegenstelling tot de registratie van incidenten leidt een afwijkende houding en/of afwijkend gedrag niet altijd tot directe actie, maar tot een registratie in het begeleidingsdossier van de deelnemer en eventueel een signaal naar de leertrajectbegeleiding. De signalering van deze afwijkingen in houding en gedrag van een deelnemer wor- den vastgelegd in het begeleidingsdossier van de deelnemer. De docent geeft daar- bij aan of directe actie van de begeleider nodig is of dat de constateringen gewoon kunnen worden meegenomen in het begeleidingsproces. De leertrajectbegeleider zal op basis van deze registratie afspraken met de deelnemer maken en eventueel andere passende acties ondernemen en coördineren, zoals de inschakeling van een zorgteam of jeugdzorg. Naast de concrete formatieve en summatieve resultaten die een deelnemer behaalt is deze registratie van de houding en het gedrag van een deelnemer belangrijk voor het monitoren van de voortgang van een deelnemer.
  • 529.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 13 DEEL III: PORTFOLIO VAN DE DEELNEMER
  • 530.
    14 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Uitgangspunten en keuzes - Het portfolio is in principe van de deelnemer. De deelnemer is eigenaar en verant- woordelijkheid voor het vullen en bijhouden van het portfolio - Het portfolio kan breder worden ingezet dan binnen de onderwijsinstelling alleen (voor de hele leerloopbaan; een leven lang leren) - Instellingen kunnen kiezen op welke wijze het portfolio wordt ingezet Verzamelen en importeren instroomgegevens Begint de deelnemer aan zijn eerste opleiding, dan wordt een start gemaakt met het opbouwen van zijn portfolio binnen de instelling. De onderwijsinstelling maakt het portfolio voor de deelnemer aan en vult het, indien beschikbaar, met de instroomgegevens van de deelnemer. In het geval dat de deelnemer een port- folio meeneemt uit een vorige opleiding, wordt dit geïmporteerd en omgezet in het format van de instelling. Het geïmporteerde portfolio wordt dan aangevuld en geactualiseerd. De deelnemer krijgt de mogelijkheid de gegevens te controleren en verbeteren. Als de deelnemer nog geen bestaand portfolio elders heeft opgebouwd, start hij na inschrijving met het vastleggen van de instroomgegevens in het nieuwe portfolio. Het betreft de volgende gegevens: - Persoonlijke gegevens (in geval van minderjarigheid ook gegevens ouders/ verzorgers) - Beschrijving van onderwijsachtergrond - Beschrijving van arbeidsachtergrond - Beschrijving van stages - Beschrijving van vrijwilligerswerk - Opnemen van EVC’s Onderhouden gegevens deelnemer De gegevens van een deelnemer veranderen continu. Het kan gaan om wijzigingen in de NAW-gegevens, extra informatie over stages en vrijwilligerswerk of informatie over nieuw verworven kwaliteiten, competenties en/of certificaten. De deelnemer is zelf verantwoordelijk voor deze informatie en het actueel houden van zijn portfolio. De deelnemer vult of past zijn portfolio aan, voor wat betreft zijn reeds geregistreer- de gegevens. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om het opnemen van producten in het portfolio, dat gebeurt in de use case Verzamelen en Ordenen van producten.
  • 531.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 15 Opnemen POP & PAP in portfolio De deelnemer formuleert op basis van hetgeen hij op de lange termijn wil bereiken een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Vervolgens maakt de deelnemer samen met de (leertraject)begeleider een persoonlijk activiteitenplan (PAP) voor elke nieuwe periode. Als deze plannen zijn opgesteld en goedgekeurd, kunnen ze wor- den opgenomen in het portfolio. De deelnemer kan bij elk nieuw of gewijzigd plan besluiten deze op te nemen in zijn portfolio. Verzamelen en delen van producten Het portfolio stelt de deelnemer in staat het eigen leerproces inzichtelijk te maken en te laten zien welke competenties hij beheerst. Verzamelen, ordenen, reflecteren en delen De deelnemer verzamelt producten in zijn portfolio ter ondersteuning van zijn leren. Dit kunnen verslagen of werkstukken zijn, maar ook foto’s van fysieke producten die de deelnemer heeft gemaakt. Deze producten kunnen met anderen worden gedeeld en ter beoordeling worden aangeboden. De volgende stappen worden onderkend in het portfolio: - Verzamelen: de deelnemer zorgt ervoor dat producten in digitale vorm beschik- baar zijn in het portfolio - Ordenen: om alle producten in het portfolio overzichtelijk te houden ordent de deelnemer de producten. Zo kan ook een verzameling producten worden sa- mengesteld die kan worden gedeeld met anderen of ter beoordeling kan worden aangeboden. Dit kan in een al dan niet voorgeschreven structuur - Reflecteren: de deelnemer kan reflecteren op zijn leerproces en behaalde resulta- ten en kan deze reflecties vastleggen in het portfolio - Delen: de deelnemer kan producten beschikbaar stellen aan derden, bijvoorbeeld aan andere deelnemers, docenten of een begeleider of beoordelaar. Dit kan ter in- zage zijn, voor feedback of ter beoordeling. Dit delen van producten wordt gedaan door rechten aan derden toe te kennen op (een verzameling van) producten. Bij inzage ontstaat er geen uitwisselingsproces met de deelnemer. Bij feedback is er de mogelijkheid om te reageren op de aangeleverde producten. Bij een beoorde- ling van producten ontvangt de deelnemer de beoordeelde producten later terug, voorzien van de formatieve of summatieve beoordeling
  • 532.
    16 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Opnemen bevroren producten Als een product in het portfolio van een deelnemer is aangeboden voor een forma- tieve of summatieve beoordeling, wordt daar door een beoordelaar een resultaat aan toegekend. Dit product wordt dan inclusief het toegekende resultaat in “bevroren” toestand binnen de instelling bewaard als (formatief of summatief) bewijs. De deelnemer heeft de mogelijkheid om deze bevroren producten, die in de onder- wijsinstelling digitaal bewaard worden, te kopiëren en op te nemen in zijn eigen portfolio. Op deze manier kan de deelnemer in zijn portfolio bewijsmateriaal opbou- wen waarmee hij zijn behaalde formatieve en summatieve resultaten kan aantonen. Inzichtelijk maken formatieve en summatieve resultaten Vanuit het portfolio heeft de deelnemer de mogelijkheid om zijn vorderingen qua formatieve en summatieve resultaten inzichtelijk te maken. De deelnemer heeft voor een deel toegang tot dezelfde hulpmiddelen die de begeleider ook kan gebrui- ken bij het monitoren: de formatieve en summatieve peilstok. Dit geeft de deelne- mer inzicht in de behaalde formatieve en summatieve resultaten en hoe de deelne- mer daarin staat ten opzichte van het afgesproken leertraject en de beoogde doelen (examinering en/of diplomering). Exporteren portfolio Als de deelnemer verandert van opleiding of als hij na de opleiding gaat werken, kan hij zijn portfolio meenemen om het verder uit te bouwen (een leven lang le- ren), eventueel ook buiten onderwijsinstellingen. Er zijn in dit verband ontwikkelin- gen waarbij gemeenten leerresultaten, waaronder het portfolio, willen koppelen aan het DigID van de deelnemer om uitwisseling van leerresultaten tussen onderwijsin- stellingen te bevorderen. Het exportbestand kan bestaan uit de volgende gegevens: - NAW-Gegevens - Ontwikkelingsvoorwaarden - Doelen & ambities - Interesses - Relaties & netwerken - Competenties - Activiteiten - Producten - Evaluaties - Niet-kwalificerende reflecties - Kwalificerende reflecties - Formele erkenningen
  • 533.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 17 DEEL IV: EXAMINEREN
  • 534.
    18 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Uitgangspunten en keuzes - Per individu kan een examen(-onderdeel) worden aangevraagd - Examens en EVC-beoordelingen zijn als product in de onderwijscatalogus opgenomen - Een examen of EVC-beoordeling leidt tot een summatief resultaat en telt daarmee mee voor de kwalificering of diplomering van de deelnemer - Het examendossier is een onderdeel van het deelnemersdossier en bevat de be- wijsstukken, summatieve beoordelingen en examen- en EVC-rapportages - Summatieve resultaten worden behalve in het examendossier ook in de kernregis- tratie deelnemers vastgelegd ten behoeve van de diplomering Het aanvragen van het examen Per individu kan een examen(-onderdeel) worden aangevraagd. Dit zal in veel ge- vallen gebeuren als gevolg van de afspraken die zijn gemaakt in het adviesgesprek met zijn leertrajectbegeleider. In dit adviesgesprek is duidelijk geworden dat de deelnemer gereed is voor examinering, bijvoorbeeld door te kijken naar de behaal- de formatieve resultaten en andere informatie in het begeleidingsdossier. De for- matieve peilstok kan in dit proces behulpzaam zijn, omdat deze inzicht geeft in de vorderingen en ontwikkeling van een deelnemer in relatie tot een beoogd examen. Voor bepaalde typen opleidingen, zoals VMBO en VAVO, worden de examens niet door de individuele deelnemers aangevraagd, maar collectief. De leertrajectbege- leider bepaalt dan welke deelnemers gereed zijn voor examinering. De examens worden vervolgens collectief aangevraagd voor de hele groep. Een examen kan de vorm hebben van een regulier examen met een beschreven opdracht of een portfoliobeoordeling waarbij de deelnemer producten uit zijn port- folio beschikbaar stelt op basis waarvan hij beoordeeld wordt. Deze situatie kan zich voordoen als een deelnemer EVC(‘s) wil laten toetsen. Bij het aanvragen van een examen is het wel belangrijk dat het examen past bin- nen het verbintenisgebied waarbinnen de deelnemer is ingeschreven. De aanvraag van het examen wordt geregistreerd in het deelnemerdossier van de deelnemer. In het onderwijslogistieke proces dat volgt op het adviesgesprek zal het betreffende onderwijsproduct worden opgenomen in de leervraag en het arrange- ment van de deelnemer. Het beschikbaar stellen en organiseren van het examen Nadat een examen of EVC-beoordeling is aangevraagd, start binnen de instelling het proces om het examen beschikbaar te stellen en ervoor te zorgen dat het exa- men kan worden afgenomen.
  • 535.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 19 Dit proces start met het in kaart brengen van de landelijke kwaliteitseisen, de standaardeisen aan het examen en de eisen en wensen van zowel de deelnemer(s) als de instelling. Hierbij wordt eventueel ook het zorgdossier van de deelnemer(s) geraadpleegd om te bekijken of er met bijzondere omstandigheden rekening moet worden gehouden. Als de eisen en wensen bekend zijn, kan er op verschillende manieren voor worden gezorgd dat het examenonderdeel daadwerkelijk beschikbaar wordt gesteld. De on- derwijsorganisatie kan een summatieve toets uit de onderwijscatalogus selecteren of de deelnemer kan zijn eigen examenopdracht formuleren door bijvoorbeeld het opstellen van een onderzoeksvoorstel voor een werkstuk. De onderwijsorganisatie heeft daarnaast de mogelijkheid om een examen in te kopen of te besluiten zelf een nieuw examen te ontwikkelen. In het geval van een EVC-rapportage of portfoliobe- oordeling gaat het alleen om het opstellen van een beoordelingsmodel. Vaststellen Wanneer het examen beschikbaar is moet het nog formeel worden vastgesteld. Dit is de taak van de examencommissie. Als het examen nieuw ontwikkeld is, wordt het, na vaststelling als summatieve toets, samen met het beoordelingsmodel als onderwijsproduct opgenomen in de onderwijscatalogus. Organiseren Zodra het examen daadwerkelijk beschikbaar is, kunnen alle organisatorische en logistieke acties in gang worden gezet om het examen ook daadwerkelijk te laten plaatsvinden. Dit betekent dat de juiste deelnemers aan het examenproduct worden gekoppeld door dit onderwijsproduct in hun arrangement op te nemen. Op basis daarvan zal het examen daadwerkelijk worden geroosterd, waarbij overigens soms de exacte datum vooraf al bekend is. De deelnemers worden dan geïnformeerd over het examenreglement en de concrete uitvoering van het examen. Eventueel kan in dat proces nog rekening worden gehouden met aanvullende wensen, zoals bijvoorbeeld locatie, tijdstip of omgeving van het examen. Ook het BPV-bedrijf kan eventueel aanvullende eisen stellen. Het examenbureau zorgt er uiteindelijk voor dat alles wat nodig is om het examen te kunnen laten plaatsvinden, wordt georganiseerd. Het uitvoeren van het examen Het examen wordt uitgevoerd door de deelnemer in het bijzijn van en onder verant- woordelijkheid van de onderwijsinstelling. Tijdens of direct na de uitvoering vindt de beoordeling plaats met als resultaat een examenrapportage of in het geval van een EVC-beoordeling een EVC-rapportage.
  • 536.
    20 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Er zijn grofweg twee manieren waarop een deelnemer in een examen kan aantonen dat hij aan de kwalificatie-eisen van het examen voldoet. - Het uitvoeren van examenopdrachten - Producten in een portfolio ter beoordeling beschikbaar stellen In het geval van een portfoliobeoordeling stelt een deelnemer uit zijn portfolio een bewijsmap samen. Dat is een verzameling producten in zijn portfolio waarmee de deelnemer wil aantonen aan de kwalificatie-eisen te voldoen. Deze producten kun- nen vanuit het portfolio aan de beoordelaar beschikbaar worden gesteld. De aangeleverde bewijsmap of de uitgevoerde examenopdrachten worden gecon- troleerd en beoordeeld. De beoordeling kan verschillende vormen hebben. Het kan bijvoorbeeld de observatie zijn van het proces, een criteriumgericht interview of een beoordeling van opgeleverde producten. Mogelijk kan ook de feedback van een BPV-bedrijf worden betrokken in de beoordeling. Vervolgens moet de deelnemer de mogelijkheid krijgen om iets met deze beoorde- ling te doen, om bijvoorbeeld de producten in zijn bewijsmap aan te passen en te verbeteren of om (een deel van) de examenopdracht opnieuw te doen. Uiteindelijk wordt, eventueel na een iteratief proces, de uiteindelijke bewijsmap of examenopdracht beoordeeld. Het beoordelingsmodel wordt ingevuld en er wordt een procesverslag gemaakt. Het resultaat wordt opgenomen in het examendossier en de uiteindelijke examen- of EVC-rapportage wordt gemaakt. Als afsluiting wordt het behaalde summatieve resultaat toegevoegd aan het exa- mendossier van de deelnemer. De definitieve producten in de bewijsmap worden als bevroren product beschikbaar gesteld om opgenomen te worden in het portfolio van de deelnemer, inclusief het daarbij behaalde summatieve resultaat. Vastleggen summatief resultaat en diplomeren Als het examen is uitgevoerd is er een examen- of EVC-rapportage opgesteld waarin ook het toegekende summatieve resultaat is opgenomen. Deze rapportages en bewijsstukken worden in het examendossier opgenomen, inclusief het examen- resultaat, de onderbouwingen (zoals de namen van de examinatoren), (het) observatieverslag(en), de opgeleverde producten met een beschrijving en eventueel het reflectieverslag. Ten behoeve van de uiteindelijke diplomering wordt het behaalde summatieve resultaat ook opgenomen in de kernregistratie deelnemers. Nadat een summatief resultaat is vastgelegd wordt gecontroleerd of de deelnemer heeft voldaan aan de eisen voor diplomering voor de specifieke uitstroom waarvoor de deelnemer is in- geschreven. Dit wordt gedaan met behulp van de summatieve peilstok die, op basis
  • 537.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 21 van de behaalde summatieve resultaten en de regels in de criteriumbank voor de Het vastleggen van het summa- toekenning van een diploma, bepaalt welke summatieve resultaten nog nodig zijn tieve resultaat en het diplomeren voor het betreffende diploma. Als blijkt dat de deelnemer alle summatieve resulta- maken deel uit van de kernregis- ten voor diplomering heeft behaald, wordt de diplomering in gang gezet. tratie deelnemers. Deze worden Als de deelnemer daadwerkelijk recht heeft op een diploma, certificaat of verklaring hier ook kort beschreven omdat dit wordt het document (fysiek) aangemaakt en uitgereikt. onlosmakelijk met het proces van examineren verbonden is.
  • 539.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 23 TECHNISCH GEDEELTE
  • 540.
    24 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO INHOUDSOPGAVE Inleiding 27 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES 29 Onderwijs intake 29 Opstellen plan en begeleiding komende periode 33 Monitoren voortgang 36 Peilstok hanteren formatieve resultaten 40 Adviesgesprek voeren 43 Beoordelen en registreren competenties en kennis 47 Registreren incidenten 52 Registreren onderwijsgerelateerde houding en gedrag 55 Verzamelen en importeren instroomgegevens 57 Onderhouden gegevens deelnemer 60 Opnemen POP & PAP in portfolio 61 Verzamelen en delen van producten 63 Opnemen bevroren producten 65 Inzichtelijk maken formatieve en summatieve resultaten 68 Exporteren portfolio 70 Aanvragen examen 73 Beschikbaar stellen examen 77 Organiseren examen 80 Uitvoeren examen 83 Plaatsen summatief resultaat in examendossier 87 Diplomeren 89 FUNCTIES 92 Raadplegen deelnemergegevens 92 Raadplegen onderwijscatalogus 93 Vastleggen resultaten intake 95 Aanvragen EVC-beoordeling 95 Opnemen documenten in begeleidingsdossier 96 Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier 96 Analyseren situatie deelnemer 98 Raadplegen formatieve peilstok 99 Raadplegen summatieve peilstok 101 Vastleggen advies in begeleidingsdossier 102 Vastleggen incidenten in begeleidingsdossier 102 Vastleggen onderwijsgerelateerde houding en gedrag 103
  • 541.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 25 Beschikbaar stellen producten in portfolio 104 Raadplegen producten in portfolio 105 Vastleggen formatieve resultaten 106 Plaatsen beoordeelde producten in portfolio 107 Registreren aanvraag examen 108 Vastleggen summatieve resultaten 109 Aanmaken diploma 110 Aanmaken portfolio 110 Importeren portfolio 111 Onderhouden gegevens deelnemer in portfolio 111 Plaatsen en ordenen producten in portfolio 112 Exporteren portfolio 113
  • 542.
    26 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO
  • 543.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 27 INLEIDING In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van primair proces on- dersteuning en portfolio vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases, werkopdrachten, activiteitendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werk- bijeenkomsten met de deskundigen van de onderwijsinstellingen. In dit technische gedeelte vindt u een kopie van de informatie die door deze deskundigen is vastge- steld in de wiki. Het figuur op de linkerpagina geeft de samenhang van de use cases voor primair proces ondersteuning en portfolio weer. Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe- den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen?’ Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge- leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij- ven. Dit format wordt hieronder weergegeven. Leeswijzer Voor uw leesgemak worden in dit technisch gedeelte de volgende symbolen in de kantlijn gebruikt: Wanneer het een use case betreft Wanneer het een activi- Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil- teitendiagram betreft lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht Wanneer het een functie behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere betreft use case. In nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang gebracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen.
  • 544.
    28 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten- diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel- leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use case één activiteitendiagram gemaakt. Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge- maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties. De laatste paragraaf van dit technisch gedeelte geeft een meer gedetailleerde be- schrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT-functies nodig zijn om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies die nodig is om de use case te ondersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar.
  • 545.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 29 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES ONDERWIJS INTAKE Deze use case is een uitbreiding/aanvulling op de use case administratieve intake voor wat betreft de onderwijsinhoudelijke kant van de intake. Tijdens deze fase worden de mogelijkheden voor instroom onderzocht. Deze onderwijsintake volgt na de administratieve aanmelding (KRD) en zit als fase voor de use case Verbintenis maken en het daarop volgende formuleren van de leervraag. Uitzondering op deze regel is in het geval er een EVC-beoordeling moet plaatsvinden en de onderwijs- organisatie ervoor kiest om deze procedure op te starten nog voordat er met de deelnemer een verbintenis is aangegaan. Use case Aanleiding - Een deelnemer heeft via een aanmelding zijn interesse kenbaar gemaakt of - Een deelnemer heeft intaketoets(en) gedaan Actoren - Potentiële deelnemer eventueel met zijn wettelijk vertegenwoordiger (i.g.v. min- derjarig of ondertoezichtstelling) - Afhankelijk van de positie van de deelnemer kunnen ook anderen actoren zijn, te denken valt: hulpverlener, vertegenwoordigers van bedrijf, gemeente, uitkerings- instanties e.d. - Intaker(s) Doel Dit onderdeel van het proces is erop gericht om te onderzoeken wat de mogelijkhe- den zijn voor plaatsing van een aangemelde deelnemer binnen de instelling. Beschrijving acties ! Raadplegen gegevens De intaker raadpleegt de beschikbare gegevens over de deelnemer in het kernregistratiesysteem, waaronder ook de eventuele resultaten uit een EVC-procedure en gegevens afkomstig van de aanleverende instelling (ELD). ! Inwinnen advies De intaker wint advies in van toeleverende instantie(s), in elk geval bij een deelnemer met behoefte aan zorg.
  • 546.
    30 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Inventariseren wensen deelnemer De intaker voert een gesprek met de deelnemer om de wensen van de potentiële deelnemer te inventariseren met betrekking tot het gewenste onderwijs. Aspecten die hierbij aan de orde komen zijn het gewenste beroep, motivatie, toekomst, ver- wachtingen e.d. - Inventariseren mogelijkheden deelnemer De intaker voert een gesprek met de deelnemer om de mogelijkheden van de potentiële deelnemer te inventariseren. Dit heeft betrekking op zijn vooropleiding, werkervaring, fysieke en psychische beperkingen e.d. - Inventariseren mogelijke onderwijsproducten De intaker inventariseert de mogelijkheden vanuit de instelling, door de onder- wijscatalogus te raadplegen. Op basis van de geïnventariseerde wensen en moge- lijkheden van de deelnemer wordt gezocht naar passende onderwijsproducten. - Adviseren EVC-procedure De intaker adviseert de deelnemer eventueel om een EVC-procedure te starten middels de Werkopdracht Aanvragen EVC-beoordeling. Dit advies kan leiden tot een direct starten van de EVC-beoordeling of tot het maken van een verbintenis waarbij in het EVC als een regulier onderwijsproduct wordt aangeboden. - Adviseren mogelijkheden voor inschrijving De mogelijkheden voor inschrijving worden aan de deelnemer voorgelegd. De deelnemer kan het aanbod accepteren of niet. Op het moment dat een deelnemer het aanbod niet accepteert en leerplichtig is, verwijst de intaker de deelnemer terug naar de toeleverende school. Indien de deelnemer niet meer leerplichtig is, worden eventuele alternatieven (werk, scholing) aangedragen. - In gang zetten inschrijving Als de deelnemer het aanbod accepteert dan kan hij besluiten zich in te schrijven middels Werkopdracht Verbintenis maken
  • 547.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 31 Resultaat Verslaglegging van de onderwijskundige intake in het Begeleidingsdossier, waarin de volgende zaken opgenomen kunnen worden: - Advies inschrijving - Advies voor te volgen (optimale) leerroute en eventueel extra ondersteuning - Advies voor opstarten van een EVC-procedure - Melding van uitkomst intake aan toeleverende school/opdrachtgever/bedrijf - Bij afwijzing: aangedragen alternatieven (werk, scholing, etc.) Frequentie 1 maal per aangemelde deelnemer Werkopdrachten
  • 548.
    32 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Activiteitendiagram Functies - Raadplegen deelnemergegevens - Raadplegen onderwijscatalogus - Vastleggen resultaten intake - Aanvragen EVC-beoordeling
  • 549.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 33 OPSTELLEN PLAN EN BEGELEIDING KOMENDE PERIODE De deelnemer en de leertrajectbegeleider verwoorden de leervraag voor de lange termijn (POP) en korte termijn (PAP) in de taal van de deelnemer. Ook maken de leertrajectbegeleider en de deelnemer afspraken voor de begeleiding. Use case Aanleiding - In het adviesgesprek is besproken dat (Werkopdracht Opstellen plan) • De deelnemer en de leertrajectbegeleider een eerste plan voor de komende periode gaan opstellen • Naar aanleiding van het monitoren of het adviesgesprek bijstelling van het plan voor de komende periode nodig is Actoren - Leertrajectbegeleider - Deelnemer Doel Bepalen van de leervraag in een voor de deelnemer begrijpelijke taal: - op lange termijn (POP) - voor de komende periode (PAP) Maken van afspraken over de begeleiding tijdens de komende periode ten aanzien van: - het volgende gesprek met de leertrajectbegeleider - het zorgdossier Beschrijving acties - Raadplegen Begeleidingsdossier Het begeleidingsdossier wordt geraadpleegd voor informatie vanuit de Onderwijs- intake en begeleidingsgesprekken, en om te bepalen of de deelnemer (aanvul- lende) zorg nodig heeft. - Opstellen plan lange termijn (POP) De leertrajectbegeleider en deelnemer stellen samen het plan voor de langere termijn op. In principe is dit de verantwoordelijkheid van de deelnemer. - Opstellen plan korte termijn (PAP) De leertrajectbegeleider en deelnemer stellen samen het plan voor de korte ter- mijn op. Dit is de basis voor het formuleren van de leervraag.
  • 550.
    34 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Vaststelling/goedkeuring POP De leertrajectbegeleider keurt het POP goed voor een vastgestelde periode. - Vaststelling/goedkeuring PAP De leertrajectbegeleider keurt het PAP goed, waarmee deze wordt geformaliseerd. Op basis van dit goedgekeurde PAP wordt middels de werkopdracht Formuleren leervraag het onderwijslogistieke proces in gang gezet. - Opnemen POP en PAP in portfolio De deelnemer kan middels de Werkopdracht Opnemen POP en PAP in portfolio besluiten het POP en PAP in zijn portfolio op te nemen. - Bepalen extra zorg De begeleider kan vaststellen dat er extra zorg nodig is. Als dat het geval is wordt er doorverwezen naar de 2e lijns zorg binnen de instelling. De planning rondom zorg wordt vastgesteld en het is aan de deelnemer om deze extra zorg op te ne- men in het PAP. - Vaststellen benodigde begeleiding Op basis van het opgesteld plan kan bepaald worden welke begeleiding hierbij nodig is. Dit wordt vastgelegd in het Begeleidingsdossier en de bijbehorende af- spraken worden gemaakt Resultaat - Een beschrijving van wat de deelnemer op de lange termijn wil bereiken (POP). - Een vastgesteld plan voor een bepaalde periode waarin zowel de leervraag en de begeleiding van de deelnemer is opgenomen (PAP). - Eventuele doorverwijzing naar tweedelijns zorg binnen de instelling - Gespreksverslag inclusief afspraken in leerlingvolgsysteem. - Rapportage aan opdrachtgever/ leerplichtambtenaar, indien nodig. Frequentie Minimaal 4 maal per jaar per deelnemer. De frequentie is verder afhankelijk van het te volgen traject en de daarbij behorende begeleiding.
  • 551.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 35 Werkopdrachten Activiteitendiagram Functies - Raadplegen deelnemergegevens - Opnemen documenten in begeleidingsdossier - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
  • 552.
    36 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO MONITOREN VOORTGANG Op basis van informatie vanuit het primaire proces wordt de voortgang van de deel- nemer gemonitord in het kader van zijn onderwijsloopbaan. De resultaten van het monitoren worden gebruikt als basis voor het adviesgesprek. De begeleider kan op ieder gewenst moment de stand van zaken van een deelnemer checken. Bovendien dient dit werkproces voor de begeleider als voorbereiding op het te houden advies- gesprek met de deelnemer. Use case Aanleiding 1. Periodiek: - Het periodiek monitoren van de voortgang van een deelnemer door de leertra- jectbegeleider 2. Signaleringen, Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding: - Een docent/coach of begeleider (intern of extern) signaleert een concrete aan- leiding om de voortgang van de deelnemer te monitoren. - In het primair proces wordt gesignaleerd dat de deelnemer klaar is voor een summatief examen(onderdeel). - Het systeem signaleert een situatie (aanwezigheid, cijfers, niet accepteren van rooster, incidenten e .d.) die aanleiding is om de voortgang van de deelnemer te monitoren. 3. Verzoek: - een opdrachtgever/bedrijf (extern) vraagt een rapportage van deelnemers op. - Een deelnemer vraagt een gesprek aan over voortgang zijn voortgang Actoren - Leertrajectbegeleider - Deelnemer - Externe toeleveranciers Doel Het verkrijgen van een zo goed mogelijk zicht op de voortgang van de deelnemer, door periodiek en n.a.v. signalen het totaal aan beschikbare informatie te interpre- ten en daaraan een advies te verbinden.
  • 553.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 37 Beschrijving acties - Raadplegen begeleidingsdossier Het raadplegen van het begeleidingsdossier en andere relevante bronnen. Het gaat hier om het raadplegen van de kwalitatieve en de kwantitatieve gegevens over de deelnemer, beschikbaar gestelde gegevens in het portfolio van de deelne- mer (formatieve gegevens), extern dossiers (bijvoorbeeld: evaluaties van docen- ten, groepsgegevens). - Analyseren van beschikbare gegevens Het statistisch analyseren van een aantal gegevens uit het begeleidingsdossier (het systeem berekent bijvoorbeeld aanwezigheidpercentage, afwijking van het gemiddelde, samenhang tussen ziekte en cijfers e.d.). - Raadplegen peilstok formatieve resultaten Middels de Werkopdracht formatieve peilstok hanteren van de formatieve peilstok om inzicht te krijgen in de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer. De formatieve peilstok geeft ook inzicht in de mate waarin een deelnemer gereed is om examen (summatieve toets) te doen, en de geadviseerde route om daar te komen. - Raadplegen peilstok summatieve resultaten Middels de Werkopdracht summatieve peilstok hanteren van de summatieve peilstok om inzicht te krijgen in de te behalen summatieve resultaten voor de beoogde diplomering. Bovendien biedt deze peilstok de mogelijkheid om deze resultaten af te zetten tegen andere kwalificatiedossiers. - Opvragen aanvullende informatie De leertrajectbegeleiding kan, indien nodig, aanvullende informatie opvragen bij collega’s, praktijkbegeleiders enz. om een zo volledig mogelijk beeld van de deel- nemer te krijgen. - Bepalen geadviseerde leerroute Leertrajectbegeleider meet/beoordeelt alle hierboven genoemde informatie en zet dit af tegen het POP en PAP van de deelnemer. Op basis daarvan wordt een gead- viseerde leerroute bepaald. Deze leerroute is gebaseerd op het kwalificatiedossier en/of de producten uit de onderwijscatalogus.
  • 554.
    38 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Plannen adviesgesprek Er wordt middels de Werkopdracht plannen adviesgesprek een adviesgesprek gepland waarin o.a. de resultaten uit de monitoring met de deelnemer worden be- sproken. Pas na dit gesprek zullen eventuele conclusies uit de monitoring worden verwerkt in het POP, PAP en/of de leervraag. Resultaat - Totaaloverzicht van de voortgang van de deelnemer, dat gebruikt wordt als basis voor het adviesgesprek. - Voorlopig advies voor de te volgen leerroute (de te formuleren (volgende) leer- vraag) Frequentie Continu Werkopdrachten
  • 555.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 39 Activiteitendiagram Functies - Raadplegen deelnemergegevens - Analyseren situatie deelnemer - Raadplegen formatieve peilstok - Raadplegen summatieve peilstok - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier - Vastleggen advies in begeleidingsdossier
  • 556.
    40 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO PEILSTOK HANTEREN FORMATIEVE RESULTATEN Onderstaande use case is een onderdeel van de use case Monitoren voortgang deel- nemer, maar kan ook vanuit andere use cases worden gebruikt. Use case Aanleiding Twee mogelijkheden, beide middels de Werkopdracht formatieve peilstok: - De deelnemer wil inzicht krijgen in de stand van zaken in relatie tot een taxono- mie bijv. een kwalificatiedossier of een afgesproken leertraject of de te verwachte tijdsbesteding (in SBU). - De leertrajectbegeleider wil, als onderdeel van het Monitoren voortgang deel- nemer inzicht krijgen in de stand van zaken van de deelnemer in relatie tot een taxonomie bijv. een kwalificatiedossier of een afgesproken leertraject of de te verwachte tijdsbesteding (in SBU). Actoren - De deelnemer - De leertrajectbegeleider - (Eventueel) een docent Doel Inzicht in de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer in relatie tot een taxo- nomie bijv. een kwalificatiedossier of een afgesproken leertraject. Beschrijving acties - Verzamelen van gegevens Het systeem verzamelt de geregistreerde formatieve resultaten van onderwijspro- ducten behaald door de deelnemer. - Afzetten tegen een beoordelingssystematiek Het systeem zet de vorderingen van de deelnemer af tegen een instellingsafhan- kelijke beoordelingssystematiek waaruit kan worden afgeleid wat de vordering of ontwikkeling van de deelnemer is in relatie tot een bepaalde structuur zoals een kwalificatiedossier of een bepaald leertraject dat moet worden doorlopen. - Rapporteren van de stand van zaken Het systeem geeft de stand van zaken weer middels een rapportage. Deze rap- portage presenteert de formatieve resultaten in de structuur van de beoordelings- systematiek.
  • 557.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 41 - Genereren advies mogelijke leerroutes Het systeem genereert een of meer mogelijke leerroutes op basis van een forma- tieve criteriumbank. - Interpreteren rapportage en advies De leertrajectbegeleider en de deelnemer interpreteren de rapportage en de mogelijke leeroute(s) en gebruiken dit in het Monitoren voortgang deelnemer om gecombineerd met andere informatie tot de meest passende begeleiding te komen Resultaat - Rapportage over de stand van zaken m.b.t. de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer - Interpretatie van de rapportage en de mogelijke leerroute(s) gericht op het for- muleren van een nieuw plan (PAP) van de deelnemer voor de komende periode. Frequentie Continu Werkopdrachten
  • 558.
    42 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Activiteitendiagram Functies - Raadplegen formatieve peilstok
  • 559.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 43 ADVIESGESPREK VOEREN De leertrajectbegeleider voert een gesprek met de deelnemer in het kader van zijn studieloopbaan en kan daarbij gebruik maken van de gegevens die verzameld zijn bij het Monitoren voortgang deelnemer. Use case Aanleiding 1. Periodiek: Het periodiek houden van begeleidingsgesprekken met de deelnemer. 2. Signaleringen: Vanuit monitoring is er concrete aanleiding tot het houden van een adviesgesprek, middels de Werkopdracht plannen adviesgesprek Het arrangement van een deelnemer blijkt (gedeeltelijk) niet planbaar te zijn voor de komende roosterperiode, middels Werkopdracht Adviesgesprek nav niet planbare arrangementen. De deelnemer accepteert het rooster niet, middels Werkopdracht Adviesgesprek nav Individueel roosterprobleem oplossen. 3. Verzoek: De deelnemer vraagt een adviesgesprek aan. Actoren - Leertrajectbegeleider. - Deelnemer. Doel De deelnemer en begeleider maken gezamenlijke afspraken om de voortgang van de deelnemer te optimaliseren Beschrijving acties - Uitnodigen deelnemer De deelnemer wordt uitgenodigd voor het adviesgesprek en het adviesgesprek wordt ingepland.
  • 560.
    44 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Houden van het adviesgesprek Deelnemer en leertrajectbegeleider houden het adviesgesprek waarbij de resulta- ten van Monitoren voortgang deelnemer (de stand van zaken, en advies over de leerroute) het uitgangspunt zijn. Deze geadviseerde leerroute is slechts een ad- vies; in het gesprek bespreken en bepalen de deelnemer en de leertrajectbegelei- ding samen de beste leerroute en eventueel andere relevante aspecten. Wanneer er specifieke incidenten aan de orde zijn, of de deelnemer heeft zijn rooster niet geaccepteerd of zijn arrangement is (deels) niet planbaar gebleken, dan komt dat uiteraard in het gesprek aan de orde. - Besluiten over aanpassing plan De deelnemer en de leertrajectbegeleider besluiten tijdens dit adviesgesprek of er aanpassing van het lopende plan nodig is. Indien nodig geeft de leertrajectbege- leider de deelnemer de opdracht om het plan aan te passen middels de Werkop- dracht Opstellen plan. - Aanzetten tot opnemen producten in portfolio De leertrajectbegeleider zet indien nodig de deelnemer aan tot het opnemen van specifieke producten in zijn portfolio, middels de Werkopdracht opnemen produc- ten. Dit is in het bijzonder van belang als deze producten nodig zijn ten behoeve van een beoogde summatieve toets (examen(onderdeel)). - Aanvragen examen Als blijkt dat de deelnemer aangetoond heeft dat hij gereed is voor examinering, kan de deelnemer een examen aanvragen (met instemming van de leertraject- begeleider). Het aanvragen van het examen(onderdeel) vindt plaats middels de Werkopdracht Aanvragen examenonderdeel. Dit kan de leertrajectbegeleider doen, of vraagt de deelnemer dit te doen. - Doorverwijzing naar zorg In het gesprek kan er aanleiding zijn om door te verwijzen naar tweede lijns be- geleiding in de instelling, hulpverlening e.d. - Plannen volgende adviesgesprek Indien nodig wordt al direct een volgend (periodiek)adviesgesprek gepland. - Vastleggen afspraken Alle afspraken worden vastgelegd en verwerkt in het begeleidingsdossier.
  • 561.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 45 Resultaat - Opdracht aan de deelnemer om zijn plan voor de komende periode op te stellen of bij te stellen, middels Werkopdracht Opstellen plan - Opdracht aan deelnemer om producten op te nemen in zijn portfolio - Vastlegging acties (w.o. doorverwijzing) en resultaten van het gesprek in het begeleidingsdossier. - Besluit tot toelating en aanvragen van een examen(onderdeel) middels de Werk- opdracht Aanvragen examenonderdeel - Eventueel gepland vervolggesprek Frequentie Minimaal 4 maal per deelnemer. Werkopdrachten
  • 562.
    46 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Activiteitendiagram Functies - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier - Vastleggen advies in begeleidingsdossier
  • 563.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 47 BEOORDELEN EN REGISTREREN COMPETENTIES EN KENNIS In de persoonlijke planning van de deelnemer is vastgelegd welke activiteiten hij gaat ondernemen. Deze activiteiten hebben een relatie met de onderwijscatalogus. Zowel het proces als (het product van) de afgeronde activiteit van deze onderwijs- activiteit wordt formatief beoordeeld. De wijze van beoordelen hangt af van het type element uit de onderwijscatalogus. Bijvoorbeeld: - Er kan kennis worden beoordeeld (bv een toets) - Er kunnen competenties worden beoordeeld (de relevante competenties worden in de aan het onderwijsproduct gerelateerde taxonomie benoemd) - Bepaalde producten uit de onderwijscatalogus worden niet beoordeeld. Borging van de beoordelingskwaliteit: - Conform wettelijk vastgestelde kaders. Producten ter beoordeling kunnen bijvoorbeeld als volgt beschikbaar zijn/komen: - vanuit de methode (schriftelijk, digitaal, mondeling) - vanuit het resultaat van een (groeps)opdracht. In dit geval kan het product zijn vastgelegd in het portfolio - (vanuit een reflectie) - vanuit een stagesituatie/Onderwijsleerbedrijf - etcetera Use case Aanleiding - Er is noodzaak tot beoordeling (van een competentie en/of kennis). Deze noodzaak kan op de volgende wijze ontstaan • De deelnemer doet het verzoek om een beoordeling te laten plaats vinden; ik ben klaar met de opdracht en wil graag de relevante competenties beoordeeld hebben. Dit kan plaatsvinden door producten uit het portfolio beschikbaar te stellen middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit portfolio • De beoordelaar initieert een beoordeling. • De trajectbegeleider doet het verzoek om een beoordeling te laten plaats vinden. • Er is een beoordelingsmoment, in de vorm van een product uit de onderwijs- catalogus, geroosterd
  • 564.
    48 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Actoren - Deelnemer - als verzoeker en beoordeelde - Coach/docent - als beoordelaar - Trajectbegeleider - als verzoeker - Praktijkopleider - als beoordeling - Stagebegeleider - als beoordeling - Mededeelnemer - als medebeoordelaar (bv 360gr feedback) Doel Inzicht verkrijgen in de vorderingen van de deelnemer voor wat betreft competen- ties en kennis, door middel van een formatieve beoordeling. Beschrijving acties - Beschikbaar stellen toetsmateriaal De deelnemer stelt de te beoordelen producten beschikbaar aan de deelnemer. Dit kan op verschillende manieren: • de deelnemer levert een toets, een werkstuk of andere producten in • de deelnemer geeft de beoordelaar toegang tot een verzameling gebundelde producten in zijn portfolio, middels de Werkopdracht beschikbaar stellen pro- duct uit portfolio - Beoordelen Voor de beoordeling is de relevante informatie uit de onderwijscatalogus beho- rende bij het product noodzakelijk. De beoordeling vindt plaats aan de hand van bij het product behorende beoordelingscriteria uit de productcatalogus. Dit kan betekenen dat de producten worden beoordeeld op het toepassen van de compe- tenties waaraan het product gekoppeld is, of dat een bepaalde toetsmatrijs (een beoordelingsformat) wordt gebruikt. - Vastleggen resultaten beoordeling Het resultaat van de beoordeling wordt vastgelegd in een beoordelingsregistratie. • competenties in een competentiematrix met eventueel als hulpmiddel een be- oordelingsformat • kennis in een cijferformat (voldoende/onvoldoende, 1..10, etc.) De resultaten van de beoordelingen worden zo nodig beschikbaar gesteld aan de registrant (bijvoorbeeld: resultaten uit stages c.q. van leerbedrijven) - Signaleren noodzakelijke acties Zo nodig (indien de beoordeling hier aanleiding toe geeft) in het begeleidingsdos- sier een notitie opnemen ten behoeve van de trajectbegeleiding (bv een sugges-
  • 565.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 49 tie om de planning aan te passen). Deze acties worden gesignaleerd middels de Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding. - Beschikbaar stellen beoordeeld product Het beoordeelde product (met de formele beoordeling) kan weer beschikbaar gesteld worden ter plaatsing in het portfolio. Dit gebeurt middels de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio. De producten zijn in dat geval in het portfolio bevroren, zodat duidelijk is wat de exacte inhoud was van de producten die beoordeeld zijn. Resultaat - Een vastgelegd resultaat van een formatieve beoordeling, ter ondersteuning van bijvoorbeeld de trajectbegeleiding. - Beoordeelde producten beschikbaar gesteld ter plaatsing in het portfolio middels de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio. - Gesignaleerde acties naar de begeleiding, middels de werkopdracht Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding Frequentie 15x per deelnemer per week. Werkopdrachten Overige opmerkingen In de onderwijscatalogus wordt bij een product verwezen naar bij dit product relevante elementen uit de taxonomie. Een beoordeling van dit product heeft dus ook alleen effect op deze elementen. Bij de registratie worden in het beoordelings- instrument de relevante velden voorzien van een beoordelingswaarde. Daarbij zou gebruikt gemaakt kunnen worden van een middel om snel alle relevante velden met één gelijke waarde gevuld te krijgen. Ook moet het mogelijk zijn om alle individuele elementen afzonderlijk een eigen waarde te geven.
  • 566.
    50 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Voorbeeld: - aan een bepaald product uit de onderwijscatalogus zijn volgens de taxonomie drie elementen uit kerntaak 1 van het KD gerelateerd. Er wordt bij de beoordeling van het product een beoordelingswaarde toegekend die ingevuld wordt in de drie bij de elementen behorende velden. Daarna blijkt dat één element een lagere beoor- deling behoeft en wordt dat betreffende element individueel aangepast. Het kan wenselijk zijn om ter ondersteuning van de beoordeling ergens een toelich- ting op te nemen. Voorbeeld: - bij de aanpassing van de beoordeling van één element, zoals beschreven is in voorliggend voorbeeld, kan het noodzakelijk zijn dat de beoordelaar daar een toelichting bij wil geven en vastleggen. Als de complexiteit van een opdracht niet beschreven is in de productbeschrijving of de onderliggende metadatering in de onderwijscatalogus, dan kan deze worden aangegeven in de waarde van de beoordeling. Voorbeeld: - Bij een element kan met uitgebreide distincte waarden (1..3, 1..10)aangegeven worden in hoeverre een bepaalde competentie is behaald. Als de complexiteit van een opdracht wel beschreven is in de onderwijscatalogus, dan kan de voldoende zijn om bij de beoordeling van een element aan te geven of het wel of niet behaald is. De kenniscomponent manifesteert zich als een cijfermatig gegeven. Er kan een noodzakelijkheid zijn om de resultaten van toetsen in de onderwijscatalogus, vast te leggen.
  • 567.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 51 Activiteitendiagram Functies - Beschikbaar stellen producten in portfolio - Raadplegen producten in portfolio - Raadplegen onderwijscatalogus - Vastleggen formatieve resultaten - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier - Plaatsen beoordeelde producten in portfolio
  • 568.
    52 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO REGISTREREN INCIDENTEN Use case Aanleiding - Ongewenst gedrag van de deelnemer (conform gedragsregels onderwijsinstelling) - De aanwezigheid of ongewenst gedrag van een onbevoegde/buitenstaander. - Afwezigheid van de deelnemer die buitenproportioneel is, of buiten gemaakte afspraken om. - Onregelmatigheden tijdens examinering (afhandeling via examenreglement) Actoren - Deelnemer - Onbevoegden - Registrant (iemand met schrijfrechten in het begeleidingsdossier van de deelne- mer) - Beveiliging Doel - Het monitoring en handhaven van afgesproken gedragsregels. - Voldoen aan de wettelijke verplichting - Tijdige signalering van incidenten - Het bereiken van gedragscorrectie Beschrijving acties Doorgaans heeft elke instelling voor het registreren en afhandelen van incidenten een protocol waarin o.a. het volgende is opgenomen: - Check, voldoet incident aan de criteria. - Beschrijving met registratie van het incident. (met o.a. de plaats, de tijd en datum, de betrokkenen, het feit.) - Onderzoek van het incident. - Rapportage aan de directie. - Uitspraak van de directie, vrijspraak, schorsing, straf of verwijdering van de deel- nemer. - Afronding (administratief) van het incident met eventueel informeren van directie, mentor, ouders, leerplichtambtenaar, politie enz. De onderstaande acties beschrijven het proces van het registreren en afhandelen van incidenten. De precieze invulling van deze stappen is afhankelijk van het proto- col dat de instelling daarvoor hanteert.
  • 569.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 53 - Signaleren en registreren incident Er is gesignaleerd dat zich een incident heeft voorgedaan van dien aard dat regis- tratie in het begeleidingsdossier van de deelnemer noodzakelijk is. De registratie vindt plaats door een begeleider die schrijfrechten heeft in het begeleidingsdossier van de deelnemer. - Beoordelen en onderzoeken incident Nadat het incident is geregistreerd, beoordeelt de registrant of escalatie noodza- kelijk is. Als dat het geval is wordt het incident, onder verantwoordelijkheid van de directie, nader onderzocht. - Nemen van noodzakelijke maatregelen Op basis van het onderzoek naar het incident kunnen passende maatregelen wor- den genomen. In het geval dat er geen interne betrokkenen zijn, kan de beveili- ging het incident afhandelen. In andere gevallen kan worden besloten tot één van de volgende maatregelen: • Signalering naar de begeleiding, middels de Werkopdracht signaal aan traject- begeleiding. In dit geval zal de begeleider bepalen welke strafmaat van toepas- sing is en zullen er afspraken met de deelnemer worden gemaakt. Dit kan ook gaan over een aanvraag voor begeleiding van een zorgteam, externen, denk aan Leerplicht, Jeugdzorg enz. • Schorsing van de deelnemer. In dit geval wordt er ook een signalering gedaan naar de begeleiding, middels de Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding, zodat de begeleider afspraken kan maken met de deelnemer over een eventu- ele hervatting of een herplaatsing binnen of buiten de instelling. • Direct verwijdering van de deelnemer. Dit betekent dat de deelnemer direct wordt uitgeschreven, middels Werkopdracht Uitschrijven na incident Noot: afhandeling van een incident moet altijd mogelijk zijn m.b.v./door/via de begeleiding. Resultaat - Volledige registratie van het incident in het begeleidingsdossier. - Mogelijke opstart van vervolg actie door de begeleiding, middels de Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding, of direct uitschrijving middels de Werkopdracht Uitschrijven na incident Frequentie 1x per deelnemer per jaar
  • 570.
    54 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Werkopdrachten Overige opmerkingen Bij incidenten zal niet alleen een registratie plaats vinden maar ook een automati- sche melding. Eventueel ook een fysieke actie, b.v. verwijderen uit de les. Verwij- zing naar coach / schoolleiding etc. De aangemaakte actie kan ook een vraag, of te wel een feedback inhouden. Deze feedback opnemen in flowchart. Activiteitendiagram Functies - Vastleggen incidenten in begeleidingsdossier - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
  • 571.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 55 REGISTREREN ONDERWIJSGERELATEERDE HOUDING EN GEDRAG Een actie voor de trajectbegeleider over houding en gedrag die niet ondergebracht kunnen worden in de formatieve (onderwijs catalogus) beschreven beoordelingen. Use case Aanleiding - Houding en gedrag van de deelnemer is niet conform de op dat moment gewenste leerhouding en -gedrag en vraagt om rapporteren. (bijvoorbeeld: de deelnemer zit al een tijdje ongeïnteresseerd in de groep, de deelnemer belt tijdens een les) Actoren - Coach/docent - Praktijkopleider - Stagebegeleider Doel De coach/begeleider in staat stellen tot een optimale begeleiding. Beschrijving acties - Signaleren en registreren De aard van de houding en het gedrag dat van invloed kan zijn voor de studie- voortgang wordt vastgelegd in het dossier. De docent, leertrajectbegeleider of sta- gebegeleider constateert een houding en/of gedrag die noodzaakt tot rapportage. De registratie omvat o.a: • Datum, plaats, registrant, deelnemer. • Opmerking en/of constatering met eventuele vragen. - Informeren begeleiding De trajectbegeleider wordt (indien nodig) op de hoogte gebracht van een notitie in het dossier, middels de werkopdracht Werkopdracht signaal aan trajectbegeleiding - Ondernemen passende actie • De trajectbegeleider neemt aan de hand van de rapportage de beslissing voor, en wat voor een actie. • De trajectbegeleider redigeert en beheert de actie naar b.v. zorgteam, jeugd- zorg en informeert eventueel de registrant of het opleidingsteam.
  • 572.
    56 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Resultaat Een up to date begeleidingsdossier Frequentie 1 x per maand. Werkopdrachten Overige opmerkingen De aangemaakte actie kan een vraag, of te wel een feedback inhouden. Deze feed- back opnemen in flowchart. Activiteitendiagram Functies - Vastleggen onderwijsgerelateerde houding en gedrag - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier
  • 573.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 57 VERZAMELEN EN IMPORTEREN INSTROOMGEGEVENS De deelnemer begint een nieuwe opleiding. Hij heeft de intake achter de rug en is een verbintenis aangegaan, en gaat een portfolio opbouwen. In geval de deelnemer een portfolio meeneemt uit een vorige opleiding dan moet dit worden geïmporteerd. Het geïmporteerde portfolio wordt aangevuld en geactualiseerd. Use case Aanleiding De deelnemer is een verbintenis aangegaan, en start middels de Werkopdracht starten portfolio met het opbouwen van zijn portfolio binnen de instelling. Actoren - Deelnemer - Medewerker onderwijsorganisatie (ICT ondersteuning, administratief medewerker, begeleider) Doel De deelnemer de mogelijkheid bieden om zijn portfolio (verder) op te bouwen door deze beschikbaar te stellen, en indien van toepassing te vullen met de instroomge- gevens van de deelnemer. Beschrijving acties - Klaarzetten portfolio Nadat de verbintenis tot stand is gekomen (de deelnemer is ingeschreven) ver- zoekt de administratie, of de deelnemer zelf, middels Werkopdracht starten port- folio om het klaarzetten van zijn portfolio. Er wordt dan een (nog leeg) portfolio aangemaakt, volgens het format dat de instelling daarvoor hanteert. De instelling zorgt ervoor dat de gegevens uit het kernregistratiesysteem automa- tisch gekoppeld worden met het overeenkomstige deel in het portfolio. - Vullen nieuw portfolio Als de deelnemer nog geen bestaand portfolio elders had opgebouwd, dan start hij met het vastleggen van de instroomgegevens in het nieuwe portfolio. Dit be- staat uit de volgende stappen. • De deelnemer vult zijn persoonlijke gegevens in volgens het format van de instelling (in geval van minderjarigheid ook gegevens ouders/verzorgers) • De deelnemer vult zijn onderwijsachtergrond in; • De deelnemer vult zijn arbeidsachtergrond in; • De deelnemer beschrijft zijn stages;
  • 574.
    58 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO • De deelnemer beschrijft zijn vrijwilligerswerk; • De deelnemer neemt zijn EVC op. - Importeren bestaand portfolio Als de deelnemer elders al een portfolio had opgebouwd, kan dit worden geïmpor- teerd. Zie voor de manier waarop een portfolio kan worden geëxporteerd die use case Export van het portfolio. De export van het portfolio dat elders is opge- bouwd, wordt aan de instelling beschikbaar gesteld en geautomatiseerd geïmpor- teerd en geconverteerd naar het gehanteerde format binnen de instelling. Vervolgens voert de deelnemer de volgende stappen uit. - De deelnemer controleert de gegevens wanneer het portfolio wordt geïmporteerd. - De deelnemer verbetert zijn portfolio gegevens wanneer nodig. Resultaat Het portfolio is aangemaakt en gevuld met de instroomgegevens van de deelnemer Frequentie Eenmalig per ingeschreven deelnemer Werkopdrachten Overige opmerkingen Veranderen van gegevens bijv. bij verhuizing, valt onder Onderhoud gegevens deelnemer
  • 575.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 59 Activiteitendiagram Functies - Aanmaken portfolio - Importeren portfolio - Onderhouden gegevens deelnemer in portfolio
  • 576.
    60 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO ONDERHOUDEN GEGEVENS DEELNEMER Om zeer uiteenlopende redenen kan de aanleiding ontstaan tot het aanpassen van bijv. gegevens over stage, vrijwilligerswerk etc. De deelnemer zal deze aanpassingen zelf in zijn portfolio actueel moeten houden. Het gaat hier niet om het opnemen van producten in het portfolio, dat gebeurt in Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen van producten. Hier gaat het om de overige gegevens. Use case Aanleiding Er zijn wijzigingen in de gegevens van de deelnemer. Actoren De deelnemer Doel Actuele deelnemergegevens in het portfolio. Beschrijving acties - Actualiseren portfolio De deelnemer vult- of past zijn portfolio aan, voor wat betreft de volgende gege- vens: • Persoonlijke gegevens • Gegevens ouders/verzorgers in geval van minderjarigheid • Onderwijsachtergrond • Arbeidsachtergrond • Stages • Vrijwilligerswerk • EVC Resultaat Een actueel portfolio voor wat betreft de gegevens van de deelnemer. Frequentie Een aantal keer per jaar, per deelnemer Werkopdrachten Geen werkopdrachten
  • 577.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 61 Activiteitendiagram Functies - Onderhouden gegevens deelnemer in portfolio OPNEMEN POP & PAP IN PORTFOLIO De deelnemer heeft een persoonlijk ontwikkelingsplan gemaakt. N.a.v. dit plan maakt hij voor elke nieuwe periode samen met de begeleider een persoonlijk activi- teitenplan. De POP en de PAP moeten worden bewaard in het portfolio. Use case Aanleiding Er is een plan voor de komende periode ontwikkeld (POP en/of PAP), wat middels de Werkopdracht Opnemen POP en PAP in portfolio is aangeboden om op te nemen in het portfolio. Actoren - De deelnemer Doel Het bewaren en inzichtelijk maken van het POP en PAP in het portfolio Beschrijving acties - Opnemen plannen in portfolio In Opstellen plan en begeleiding komende periode heeft de deelnemer vastgelegd wat hij op de lange termijn wil bereiken (POP), en wat hij gaat doen in de ko- mende periode (PAP). Als deze plannen zijn opgesteld en goedgekeurd, komen ze beschikbaar om op te nemen in het portfolio middels de Werkopdracht Opnemen
  • 578.
    62 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO POP en PAP in portfolio. De deelnemer kan bij elk nieuw of gewijzigd plan beslui- ten deze op te nemen in zijn portfolio. - Delen plannen De deelnemer kan ervoor kiezen om het POP en/of het PAP te delen met anderen, zoals een leertrajectbegeleider of docent. Resultaat Een in het portfolio bewaart POP en PAP, eventueel gedeeld met anderen. Frequentie Het POP hoeft alleen voor de eerste keer te worden bewaard en alle keren als dit wordt bijgesteld. Voor elke nieuwe onderwijsperiode moet een PAP worden ge- maakt. Werkopdrachten Activiteitendiagram Functies - Plaatsen en ordenen producten in portfolio - Beschikbaar stellen producten in portfolio
  • 579.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 63 VERZAMELEN EN DELEN VAN PRODUCTEN Use case Aanleiding - De deelnemer verzamelt producten omdat de opleiding dit voorschrijft; het initia- tief hiervoor ligt bij de deelnemer - De begeleider kan in het adviesgesprek de deelnemer aanzetten tot het opnemen van (specifieke) producten in zijn portfolio, middels de Werkopdracht opnemen producten Actoren - De deelnemer - Derden die iets kunnen zeggen over het product en/of het functioneren van de deelnemer, bijvoorbeeld de leertrajectbegeleider, praktijkopleider, personeelsfunc- tionaris, decaan, docent etc. Doel Laten zien welke competenties de deelnemer beheerst of het eigen leerproces in- zichtelijk maken. Beschrijving acties - Verzamelen van producten De deelnemer verzamelt producten in zijn portfolio, om zo zijn leerproces te ondersteunen, deze producten eventueel met anderen te kunnen delen en ter beoordeling aan te kunnen bieden. De volgende stappen worden onderkend. • De deelnemer zorgt dat hij/zij een digitale versie heeft van het product (verza- melen van producten). • De deelnemer gaat in het kader van overzichtelijkheid de producten ordenen. Dit kan in een al dan niet voorgeschreven structuur (ordenen van producten). • De deelnemer heeft de mogelijkheid om op zijn producten te reflecteren. • De deelnemer heeft de mogelijkheid om op zijn onderwijsproces te reflecteren. - Beschikbaar stellen producten De deelnemer kan zijn producten beschikbaar stellen aan derden ter inzage, voor feedback of ter beoordeling (delen van producten). De deelnemer kent rechten toe aan personen die daarmee lees/kijkrechten krijgen op bepaalde producten. • Bij Inzage ontstaat er geen uitwisselingsproces met de deelnemer. De begelei- der neemt dit ter kennisgeving aan. • Bij Feedback is er de mogelijkheid om te reageren op de aangeleverde producten. • Een (bundeling van) producten kan ter formatieve of summatieve beoordeling
  • 580.
    64 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO worden aangeboden middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit port- folio. Na een beoordeling wordt het product plus de beoordeling bevroren. • De deelnemer kan een kopie van het product en beoordeling inzien en eventu- eel kopiëren naar zijn portfolio. Resultaat - Het portfolio bevat producten die door de deelnemer zijn verzameld en geordend - Bepaalde producten zijn beschikbaar gesteld aan derden t.b.v. inzage of feedback - Bepaalde producten zijn aangeboden voor een formatieve of summatieve beoor- deling middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit portfolio. Frequentie Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen is een doorlopend proces. Werkopdrachten
  • 581.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 65 Activiteitendiagram Functies - Plaatsen en ordenen producten in portfolio - Beschikbaar stellen producten in portfolio OPNEMEN BEVROREN PRODUCTEN De deelnemer verzamelt zijn bevroren producten binnen zijn portfolio. Het eind- product bestaat uit een product met beoordeling. Beide worden gekoppeld en in “bevroren” toestand bewaard als (formatief of summatief) bewijs. De deelnemer moet de mogelijkheid hebben om bevroren producten, die in de on- derwijsinstelling digitaal bewaard worden, te kopiëren en op te nemen in zijn eigen portfolio.
  • 582.
    66 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Use case Aanleiding De deelnemer krijgt (formatief of summatief) beoordeelde producten terug middels de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio Actoren - De deelnemer - Derden Doel - Inzicht krijgen in de mate van beheersing van kerntaken met de bijbehorende werkprocessen. - De mogelijkheid hebben om bewijsmateriaal te delen Beschrijving acties - Kopiëren bevroren producten Beoordeelde producten wordt als bevroren producten, inclusief de bijbehorende beoordeling, beschikbaar gesteld middels de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio. De deelnemer kan besluiten deze producten met bijbehorende beoordeling in zijn portfolio op te nemen. - Ordenen bevroren producten In de loop der tijd ontstaat er een veelheid aan bevroren producten met bijbeho- rende formatieve en summatieve beoordeling. Om inzicht te krijgen in de vorde- ring kunnen deze producten worden geordend, bijvoorbeeld producten die van belang zijn voor een bepaald examen (kerntaak) of competentie. - Beschikbaar stellen bevroren producten De deelnemer maakt een selectie van bevroren producten en kent rechten toe (=delen) aan derden ter inzage hiervan. Derden kunnen zijn: leertrajectbegelei- der, praktijkopleider, personeelsfunctionaris, decaan, etc. Resultaat - Beoordeelde producten zijn als bevroren producten opgenomen in het portfolio - De bevroren producten zijn geordend in het portfolio en eventueel gedeeld met derden. Frequentie Het verzamelen en ordenen van bevroren producten is een doorlopend proces.
  • 583.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 67 Werkopdrachten Activiteitendiagram Functies - Plaatsen beoordeelde producten in portfolio - Plaatsen en ordenen producten in portfolio - Beschikbaar stellen producten in portfolio
  • 584.
    68 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO INZICHTELIJK MAKEN FORMATIEVE EN SUMMATIEVE RESULTATEN Use case Aanleiding De deelnemer wil weten in hoeverre hij de werkprocessen binnen bepaalde kernta- ken beheerst. Actoren - De deelnemer Doel Inzicht verkrijgen in welke formatieve en summatieve resultaten er zijn behaald en hoe ver een deelnemer is met het afgesproken leertraject. Beschrijving acties - Opvragen overzicht resultaten De deelnemer gaat binnen zijn portfolio naar het overzicht van resultaten en vraagt zijn/haar resultaten op. Daar is het overzicht beschikbaar van alle behaalde formatieve en summatieve resultaten. - Inzichtelijk maken formatieve resultaten Middels de Werkopdracht formatieve peilstok hanteren van de formatieve peilstok om inzicht te krijgen in de vorderingen en ontwikkeling van de deelnemer. De formatieve peilstok geeft ook inzicht in de mate waarin een deelnemer gereed is om examen (summatieve toets) te doen, en de geadviseerde route om daar te komen. - Inzichtelijk maken summatieve resultaten Inzichtelijk maken vorderingen in relatie tot diplomering m.b.v. summatieve peil- stok middels Werkopdracht summatieve peilstok Resultaat De deelnemer heeft inzicht in zijn behaalde formatieve en summatieve resultaten en hoe hij daarin staat ten opzicht van beoogde doelen (examinering en/of diplo- mering). Frequentie Continu proces.
  • 585.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 69 Werkopdrachten Activiteitendiagram Functies - Raadplegen formatieve peilstok - Raadplegen summatieve peilstok
  • 586.
    70 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO EXPORTEREN PORTFOLIO Als de deelnemer verandert van opleiding of als de deelnemer na de opleiding gaat werken wil hij of zij het portfolio meenemen en verder uitbouwen. Er zijn ontwik- kelingen dat gemeenten leerresultaten waaronder het portfolio willen koppelen aan het DigID van de deelnemer om uitwisseling van leerresultaten tussen onderwijsin- stellingen te bevorderen. Als een organisatie het format voor het digitaal portfolio (NTA 2035: E-portfolio NL) ondersteunt kan het portfolio via een digitaal medium verplaatst of gekopieerd worden om uitwisseling over organisatie- en systeemgrenzen mogelijk te maken. De uitwisseling vindt plaats door het exporteren uit het ene informatiesysteem naar het medium, waarvandaan het weer wordt geïmporteerd door een ander informa- tiesysteem. Bron: Kennisnet Referentiearchitectuur e-portfolio. De uitwisseling kan plaatsvinden naast de uitwisseling van de administratieve gege- vens, zoals bij de Digitale Overdracht Deelnemer Gegevens (DODG) Use case Aanleiding Een deelnemer is uitgeschreven en gaat de instelling verlaten. Middels de Werkop- dracht exporteren portfolio wordt het exporteren van het portfolio in gang gezet. Actoren - De deelnemer - De opleiding - ICT-systeem - De werkgever - De gemeente Doel Het mogelijk maken van een continue opbouw van het portfolio door uitwisseling daarvan tussen diverse organisaties. Beschrijving acties - Exporteren portfolio Wanneer een deelnemer de instelling verlaat, kan er een portfoliobestand wor- den geëxporteerd. Dit kan via een digitaal medium. Het bestand voldoet aan de afspraak NTA 2035: E-portfolio NL zodat het door een andere instelling weer kan worden ingelezen.
  • 587.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 71 Het exportbestand kan bestaan uit de volgende gegevens: • NAW Gegevens • Ontwikkelingsvoorwaarden • Doelen & Ambities • Interesses • Relaties & netwerken • Competenties • Activiteiten • Producten • Evaluaties • Niet kwalificerende reflecties • Kwalificerende reflecties • Formele erkenningen Onderstaande afbeelding geeft een globaal overzicht van de structuur van een portfolio. De standaard voor een Export is gebaseerd op de IMS Specificatie. Onderdeel hier- van is dat de taal in XML is. Zie document: Referentie Architectuur
  • 588.
    72 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Beschikbaar stellen aan andere instelling Wanneer een deelnemer zich inschrijft bij een andere instelling neemt hij zijn portfoliobestand mee. Ook kunnen er afspraken zijn tussen beide instellingen, dat geëxporteerde portfoliobestanden kunnen worden uitgewisseld. Hiervoor is wel de expliciete toestemming van de deelnemer noodzakelijk. - Importeren portfolio door andere instelling De andere instelling importeert het portfoliobestand zoals beschreven in het ver- zamelen en importeren van instroomgegevens. Resultaat Het portfolio van een deelnemer is geëxporteerd in een standaardformaat (informa- tiestandaard), zodat het door een andere instelling kan worden geïmporteerd. Frequentie Bij uitschrijving van elke deelnemer. Werkopdrachten Overige opmerkingen Een export kan zijn: - Een bestand via een digitaal medium. (CD-ROM, DVD, USB-stick, etc.) - Gegevens worden digitaal uitgewisseld via een netwerk. (onderwijsinstelling A verstuurd het bestand via bv. de mail naar onderwijsinstelling B) - Een tussenorganisatie beheert de gegevens en wisselt uit. Dit alles natuurlijk na toestemming van de deelnemer, deze is de eigenaar.
  • 589.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 73 Activiteitendiagram Functies - Exporteren portfolio AANVRAGEN EXAMEN De deelnemer vraag een examenonderdeel aan van een kwalificatiedossier/uit- stroomprofiel. De deelnemer toont aan dat hij klaar is voor examinering. Use case Aanleiding - De deelnemer geeft aan dat hij een examen(onderdeel) wil afleggen voor een bepaald kwalificatiedossier/uitstroomprofiel binnen een specifieke taxonomie, al dan niet in combinatie met een aanvullende certificering. Een dergelijke aanvraag komt meestal voort uit het adviesgesprek van de begeleider met de deelnemer, middels de Werkopdracht Aanvragen examenonderdeel.
  • 590.
    74 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - De deelnemer levert (een verzameling gebundelde) producten uit zijn portfolio ter summatieve beoordeling beschikbaar, middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit portfolio. - De onderwijsorganisatie onderzoekt of een deelnemer in aanmerking komt voor kwalificering of certificering. - Er moet een EVC beoordeling plaatsvinden, middels de Werkopdracht Aanvragen EVC-beoordeling. - De onderwijsinstelling vraagt voor één of meerdere deelnemers collectief een exa- men aan (vooral van toepassing op VMBO en VAVO onderwijs) Actoren - Deelnemer - Begeleider Doel Het starten van een examenprocedure. Dat kan zijn: - Regulier examen met beschreven opdracht - Portfoliobeoordeling, mogelijk met als doel een EVC rapportage Beschrijving acties - Aanvragen examen De deelnemer vraagt het examen aan. Dit kan plaatsvinden als gevolg van de afspraken die zijn gemaakt in het adviesgesprek met zijn begeleider, middels de Werkopdracht Aanvragen examenonderdeel. In dat geval heeft de deelnemer aangetoond dat hij gereed is voor examinering (met behulp van de formatieve peilstok). De deelnemer kan ook een examen (of EVC beoordeling) aanvragen door produc- ten uit zijn portfolio beschikbaar te stellen middels de Werkopdracht beschikbaar stellen product uit portfolio. - Collectief aanvragen examen Voor bepaalde typen opleidingen, zoals VMBO en VAVO, worden de examens niet door de individuele deelnemers aangevraagd, maar collectief. De begeleider bepaalt welke deelnemers gereed zijn voor examinering. De examens worden vervolgens collectief aangevraagd voor deze hele groep.
  • 591.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 75 - Controleren aanvraag examen De onderwijsorganisatie controleert of de deelnemer is ingeschreven op de juiste taxonomie voor het gewenste examen en indien van toepassing voldoet aan de ei- sen voor aanvullende certificering. Waar nodig wordt gecontroleerd of de deelne- mer gereed is voor examinering (met behulp van de formatieve peilstok). Dit kan leiden tot goedkeuring of afkeuring van de aanvraag. In het geval dat de aanvraag is goedgekeurd, wordt aangegeven binnen welk tijdsbestek het examen zal plaatsvinden. - Opnemen in begeleidingsdossier De aanvraag en de eventuele goed- of afkeuring wordt in het begeleidingsdossier vastgelegd. Resultaat - Goedgekeurde of afgekeurde aanvraag voor een examen(onderdeel) - In gang zetten van het ontwikkelen of beschikbaar stellen van een examen(onderdeel) middels de Werkopdracht beschikbaar stellen examen Frequentie Per deelnemer plm. 5x gedurende de gehele studieloopbaan. Werkopdrachten
  • 592.
    76 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Activiteitendiagram Functies - Registreren aanvraag examen - Raadplegen formatieve peilstok - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier - Beschikbaar stellen producten in portfolio
  • 593.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 77 BESCHIKBAARSTELLEN EXAMEN De onderwijsorganisatie ontwikkelt een examenopdracht en/of beoordelingsmodel. In het geval van een EVC rapportage/portfoliobeoordeling gaat het alleen om het beoordelingsmodel. Use case Aanleiding De aanvraag voor een examen(onderdeel) of EVC rapportage is gehonoreerd en middels de Werkopdracht beschikbaar stellen examen is het beschikbaar stellen van het examen(onderdeel) in gang gezet. Actoren - De deelnemer - De examencommissie - Examenbureau (of diens gedelegeerden) Doel Er wordt een formeel vastgesteld examen beschikbaar gesteld dat aansluit bij de aanvraag van de betreffende deelnemer. In het geval van een EVC rapportage/ portfoliobeoordeling gaat het alleen om het beoordelingsmodel. Beschrijving acties - Formuleren opdracht voor ontwikkeling examen • De deelnemer geeft zijn wensen aan m.b.t. de vorm en uitvoering van het examen. Deze worden vastgelegd in zijn begeleidingsdossier • De onderwijsorganisatie controleert of er op grond van het zorgdossier speciale eisen gesteld moeten worden aan het examen; • De onderwijsorganisatie controleert, indien van toepassing, de eisen voor aan- vullende certificering; Op basis van deze informatie is er een compleet beeld van het examen(onderdeel) dat beschikbaar gesteld moet worden. - Aanleveren bewijsmateriaal De deelnemer draagt, wanneer van toepassing, het bewijsmateriaal aan, bijvoor- beeld in het portfolio (bevroren producten). - Constructie examen(onderdeel) De instelling kan op verschillende manieren het examenonderdeel daadwerkelijk beschikbaar stellen:
  • 594.
    78 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO • De deelnemer kan zijn examenopdracht formuleren, of: • De onderwijsorganisatie koopt een examen in, of: • De onderwijsorganisatie stelt beoordelingsmodel ter beschikking of ontwikkelt dit (EVC procedure/portfoliobeoordeling), of: • De onderwijsorganisatie stelt een bestaand examen ter beschikking of ontwik- kelt een examen. - Vaststellen examen(onderdeel) De examencommissie stelt het examen vast. Wanneer het examenproduct/beoorde- lingsmodel wordt afgekeurd wordt het opnieuw ter constructie aangeboden. - Plaatsen examen(onderdeel) in de onderwijscatalogus De onderwijsorganisatie plaatst het examen, inclusief metadatering, in de onder- wijscatalogus (als het er nog niet in staat). Resultaat - Het examen is beschikbaar (ontwikkeld, ingekocht of een reeds ontwikkeld exa- men klaargezet cq. aangepast) en vastgesteld. - Het daadwerkelijk organiseren van het examen wordt in gang gezet middels de Werkopdracht organiseren examen Frequentie Per deelnemer plm. 5x tijdens zijn studieloopbaan. Werkopdrachten
  • 595.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 79 Activiteitendiagram Functies - Registreren aanvraag examen - Raadplegen onderwijscatalogus - Plaatsen product in onderwijscatalogus
  • 596.
    80 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO ORGANISEREN EXAMEN De deelnemer op de hoogte brengen van de eisen en beoordelingscriteria. Borging dat uitgevoerde examens voldoen aan de eisen. Use case Aanleiding Een examen is aangevraagd en beschikbaar gesteld. Nadat het examen beschikbaar is gesteld, is het organiseren van het examen in gang gezet middels de Werk- opdracht organiseren examen Actoren - Examenbureau en/of - Examinator en/of - Assessor - Deelnemer Doel Voorwaarden scheppen voor het kunnen uitvoeren van een examen. Beschrijving acties - Koppelen examenproduct aan deelnemer In Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel zijn examenproducten beschikbaar gesteld en vastgelegd in de onderwijscatalogus. Het juiste product moet worden geselecteerd. Hierbij moet rekening gehouden worden met de in- houd van het zorgdossier van de deelnemer, omdat daarin mogelijke beperkingen of aanvullende informatie zijn vermeld (bijvoorbeeld een rugzakje) die de keuze van het juiste onderwijsproduct (mede) bepalen. - Informeren deelnemer De deelnemer wordt geïnformeerd over het examen. Het gaat hierbij over infor- matie m.b.t. het examenreglement, de concrete uitvoering van het examen en de eisen die t.a.v. het examen worden gesteld. - Aanvullende wensen deelnemer De deelnemer kan aanvullende wensen kenbaar maken, waarmee in de organi- satie van het examen rekening kan worden gehouden. Deze aanvullende wensen worden vastgelegd in het begeleidingsdossier. Dit kunnen wensen zijn met betrek- king tot de examenlocatie, tijdstip of omgeving voor het examen.
  • 597.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 81 - Aanvullende randvoorwaarden stage/BPV-bedrijf Ook het BPV-bedrijf kan aanvullende eisen stellen aan het examen. - Invullen randvoorwaarden Het examenbureau zorgt er uiteindelijk voor dat alles wat nodig is om het examen te kunnen laten plaatsvinden, wordt georganiseerd, rekening houdend met de wensen van de deelnemer en de randvoorwaarden van het BPV-bedrijf, bijvoor- beeld: • Minimaal 2 assessoren/examinatoren toewijzen • Bepalen van tijd en geschikte omgeving voor het examen • Vaststellen van de te gebruiken exameninstrumenten • Communicatie met alle betrokkenen (deelnemer, assessor, bedrijf/examenlocatie) • Inrichting examenlocatie • Exameninstructie voor deelnemer en assessor • Is er een aangepast examen nodig? • Zijn de deelnemerwensen gehonoreerd? - Plaatsen examenproduct in arrangement Het geselecteerde examenproduct, inclusief alle wensen, randvoorwaarden en benodigde middelen, wordt in het arrangement van de deelnemer geplaatst. Dit betekent dat het examen zal worden geroosterd (mogelijk is de exacte datum al bekend, maar dat hoeft niet). Resultaat - De betrokkenen zijn op de hoogte gebracht van de eisen en beoordelingscriteria. - Er is geborgd dat het examen voldoet aan alle eisen. - Het examen kan worden uitgevoerd conform het examenreglement en het kwalifi- catiedossier, middels de Werkopdracht uitvoeren examen Frequentie … Werkopdrachten
  • 598.
    82 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Activiteitendiagram Functies - Registreren aanvraag examen - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier - Vastleggen arrangement (Onderwijslogistiek)
  • 599.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 83 UITVOEREN EXAMEN Een examen is ontwikkeld en georganiseerd en kan worden uitgevoerd. De bewijsmap wordt door de deelnemer gevuld met bewijsmateriaal. Deze bewijs- map krijgt een plaats in het portfolio en wordt daar ‘bevroren’. Dit kan een iteratief proces zijn waarbij de examinatoren de vulling bewaken en de deelnemer hierin sturen. Dit proces moet door het systeem worden ondersteund. Het examen wordt uitgevoerd door de deelnemer in het bijzijn van en onder ver- antwoordelijkheid van de onderwijsinstelling. Tijdens of na de uitvoering (conform examenreglement) vindt de beoordeling plaats met als resultaat een examenrap- portage dan wel een EVC rapportage. Deze rapportage is opgesteld in termen van de taxonomie. Use case Aanleiding Er is een examen georganiseerd en alle betrokkenen zijn geïnformeerd m.b.t. tijd en plaats van het examen. De uitvoering van het examen is geïnitieerd middels de Werkopdracht uitvoeren examen. Actoren - De deelnemer - Een betrokken bedrijf - Minimaal 2 examinatoren Doel Bepalen of de deelnemer aan de kwalificatie-eisen van het betreffende examen voldoet. Beschrijving acties - Vullen bewijsmap of uitvoeren examenopdrachten De deelnemer toont aan dat hij aan de kwalificatie-eisen van het examen voldoet door: • In zijn portfolio een bewijsmap samen te stellen en deze ter beoordeling aan te bieden • De examenopdrachten uit te voeren zodat deze beoordeeld kunnen worden
  • 600.
    84 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Controleren, beoordelen, uitdagen De aangeleverde bewijsmap, of de uitgevoerde examenopdracht wordt gecontro- leerd en beoordeeld. Mogelijk geeft ook een betrokken BPV-bedrijf feedback. Het is mogelijk dat de deelnemer de mogelijkheid krijgt om met deze beoordeling iets te doen, bijvoorbeeld producten in zijn bewijsmap aan te passen of (een deel van) de examenopdracht opnieuw te doen. Een dergelijke beoordeling kan verschillende vormen hebben, bijvoorbeeld: • Observatie van het proces • Criteriumgericht interview (bij EVC-/portfoliobeoordeling) • Beoordeling product(en) (bij EVC-/portfoliobeoordeling uit het portfolio) - Beoordelen bewijsmap of examenopdracht Uiteindelijk wordt, eventueel na een iteratief proces, de uiteindelijke bewijsmap of examenopdracht beoordeeld. Het beoordelingsmodel wordt ingevuld en er wordt een procesverslag gemaakt. Uiteindelijk wordt er een summatief resultaat toegekend. Het resultaat wordt opgenomen in het begeleidingsdossier en de uiteindelijke examen- of EVC-rapportage wordt opgemaakt. Het summatieve resultaat wordt toegevoegd aan het examendossier van de deelnemer middels de Werkopdracht summatief resultaat in examendossier. - Afronding met deelnemer Eventuele opmerkingen of klachten van de deelnemer worden geregistreerd in het begeleidingsdossier. Onregelmatigheden met betrekking tot de geldende procedu- res worden gemeld bij, en afgehandeld door de examencommissie. De deelnemer wordt gevraagd een akkoordverklaring voor wat betreft de procedure in te vullen. - Bevriezen bewijsmap voor portfolio De definitieve producten in de bewijsmap worden als bevroren product beschik- baar gesteld om opgenomen te worden in het portfolio van de deelnemer, inclusief het daarbij behaalde summatieve resultaat, middels de Werkopdracht beschikbaar stellen beoordeeld product aan portfolio Resultaat - Het examen is uitgevoerd door de deelnemer, onder verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling. - De beoordeling heeft plaatsgevonden conform het beoordelingsprotocol behorend bij het examen. - Deze beoordeling wordt vastgelegd in de vorm van een examenrapportage dan wel een EVC rapportage, door middel van de Werkopdracht summatief resultaat in examendossier in het examendossier geplaatst.
  • 601.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 85 Frequentie Ongeveer 5x per studieloopbaan per deelnemer Werkopdrachten
  • 602.
    86 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Activiteitendiagram Functies - Beschikbaar stellen producten in portfolio - Raadplegen producten in portfolio - Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier - Plaatsen beoordeelde producten in portfolio
  • 603.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 87 PLAATSEN SUMMATIEF RESULTAAT IN EXAMENDOSSIER Deze use is een nadere uitwerking van de use case Registreren van summatieve re- sultaten in het kernregistratiesysteem. Deze use case wordt hier ook kort beschre- ven omdat dit onlosmakelijk met het proces van examineren is verbonden. Er is een EVC rapportage of een Examenrapportage en op basis hiervan moeten summatieve resultaten worden toegevoegd aan het examendossier. Use case Aanleiding Er wordt een EVC rapportage of een Examenrapportage (resultaat van Uitvoeren exa- men) aangeboden middels de Werkopdracht summatief resultaat in examendossier. Actoren - Examinator (regulier examen) - De deelnemer (EVC rapportage) - Examenbureau Doel - Toevoegen summatieve resultaten aan het examendossier. Beschrijving acties - Aanleveren examen- of EVC-rapportage Als het examen binnen de instelling is uitgevoerd, biedt de examinator, na beoor- deling van het examen, de examen- of EVC-rapportage aan. Ook kan de deelne- mer een elders afgegeven EVC-rapportage aanbieden. - Controleren geldigheid Het examenbureau controleert de geldigheid van de afgegeven examen- of EVC- rapportage. Wanneer de geldigheid is vastgesteld wordt het summatieve resultaat in het examendossier vastgelegd. - Archivering bewijsstukken De EVC bewijsstukken of examenrapportage worden in het begeleidingsdossier geplaatst. De examinator of het examenbureau archiveert het examenresultaat inclusief onderbouwingen, zoals: • Namen examinatoren • Observatieverslag(en) • Het geleverde product/dienst en/of een beschrijving daarvan • Reflectieverslag
  • 604.
    88 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Het archiveren van de examenproducten zelf geschiedt binnen het portfolio. De examenproducten worden in het portfolio bevroren; dit heeft al plaatsgevonden vóór het examen, zie Uitvoeren examen. Het examendossier moet wettelijk 30 jaar bewaard blijven. De examenbeschei- den en -onderbouwingen hoeven maar een half jaar bewaard te worden. - Vaststellen recht op diplomering Het systeem controleert of aan de eisen voor diplomering is voldaan, voor de spe- cifieke uitstroom waarop de deelnemer is ingeschreven. Om dit te bepalen wordt de criteriumbank geraadpleegd middels de Werkopdracht summatieve peilstok. Als blijkt dat de deelnemer alle summatieve resultaten heeft behaald voor diplome- ring, dan wordt middels de Werkopdracht diplomeren de diplomering gestart. Resultaat - Het behaalde summatieve resultaat is geplaatst in het examendossier - De onderliggende bewijsstukken zijn toegevoegd aan het begeleidingsdossier - Er heeft een controle plaatsgevonden op het recht op diplomering, en indien van toepassing is de diplomering in gang gezet middels de Werkopdracht diplomeren Frequentie Max 5x keer per studieloopbaan. Werkopdrachten Overige opmerkingen Aanleiding: Er is een summatief resultaat behaald voor een examen of EVC/portfo- lio beoordeling Actoren: De assessor/examinator Resultaat: Een examenonderdeel wordt in het examendossier geplaatst. Het onder- deel komt overeen met de onderdelen van het examenplan en worden tevens in de KRD opgenomen.
  • 605.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 89 Activiteitendiagram Functies - Vastleggen summatieve resultaten - Raadplegen summatieve peilstok DIPLOMEREN Deze use is een nadere uitwerking van de use case Kwalificeren vanuit de deel- nemer/opleiding in het kernregistratiesysteem. Deze use case wordt hier ook kort beschreven omdat dit onlosmakelijk met het proces van examineren is verbonden. Use case Aanleiding Het systeem heeft gesignaleerd dat het examendossier compleet is (alle summatie- ve resultaten voor het beoogd diploma zijn behaald), nadat er een positief resultaat is toegevoegd aan het examendossier. Op basis daarvan is de diplomering in gang gezet middels de Werkopdracht diplomeren.
  • 606.
    90 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Actoren - Examenbureau - Examencommissie Doel Het uitreiken van een diploma. Beschrijving acties - Laatste controle Er vindt een laatste controle plaats op de aanspraak op een diploma, certificaat of verklaring op basis van de gegevens in het begeleidingsdossier en de summatieve resultaten in het examendossier. Mogelijk wordt hierbij de criteriumbank geraad- pleegd om het recht op een diploma te verifiëren. - Genereren diploma Het diploma, certificaat of de verklaring wordt daadwerkelijk (fysiek) aangemaakt. - Uitreiken diploma Het diploma, certificaat of de verklaring wordt uitgereikt aan de deelnemer, en ondertekend door de deelnemer. - Archiveren en opschonen Een getekende kopie van het diploma, certificaat of de verklaring wordt gearchi- veerd. Niet opgehaalde diploma’s worden ook gearchiveerd, en er wordt contact opgenomen met de deelnemer. Indien er voor de deelnemer geen andere verbintenissen actief zijn, zal hij de instelling verlaten. Het uitschrijven wordt in gang gezet middels de Werkopdracht uitschrijven na diplomering Indien de deelnemer de instelling verlaat wordt een deel van de gegevens in het begeleidingsdossier of examendossier geschoond, voor zover dat wenselijk is en is toegestaan. Resultaat Het diploma is uitgereikt en gearchiveerd Frequentie Normaalgesproken 1x per studieloopbaan per deelnemer.
  • 607.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 91 Werkopdrachten Activiteitendiagram Functies - Raadplegen summatieve peilstok - Aanmaken diploma
  • 608.
    92 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO FUNCTIES RAADPLEGEN DEELNEMERGEGEVENS Een generieke raadpleegfunctie waarmee een breed overzicht kan worden verkre- gen van alle relevante deelnemergegevens. Dit omvat dus o.a. de administratieve gegevens, het begeleidingsdossier, het examendossier en het zorgdossier. Ondersteunt use cases - Onderwijsintake • Raadplegen beschikbare informatie - Opstellen plan en begeleiding komende periode • Opstellen POP • Opstellen PAP • Bepalen begeleiding komende zorg • Bepalen extra zorg - Monitoren voortgang deelnemer • Raadplegen begeleidingsdossier Doel Verkrijgen van een volledig beeld van de administratieve en begeleidingsgegevens van een bepaalde deelnemer. Korte beschrijving Deze functie geeft een totaalbeeld van de gegevens van een deelnemer, bestaande uit. - Administratieve gegevens (persoonlijke gegevens, gegevens van de aanmelding, intake en/of inschrijving) - Leerloopbaan (afgenomen onderwijs, aanwezigheid) - Examendossier (summatieve resultaten, EVC’s, diploma’s) - Begeleidingsdossier (Formatieve resultaten, incidenten, houding en gedrag) - Zorgdossier (Medische, psychische en sociale gegevens) Voor elke categorie van de hier genoemde gegevens gelden aparte autorisaties. De gebruiker moet over de juiste autorisaties beschikken om het betreffende deel van de gegevens te kunnen inzien.
  • 609.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 93 RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS Dit is een breed toepasbare functie waarmee de onderwijscatalogus kan worden geraadpleegd om onderwijsproducten te zoeken, tonen en te selecteren. Ondersteunt use cases - Intake - Formuleren leervraag • Zoeken passend aanbod in onderwijscatalogus - Onderwijsintake • Inventariseren mogelijke onderwijsproducten - Beoordelen en registreren competenties en kennis • Beoordelen portfolio / toets - Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel • Beslissen inkopen, ontwikkelen of hergebruiken • Selecteren bestaand examen uit onderwijscatalogus - Beheren BPV plaats • Registreren BPV plaats - BPV-matching • Selecteren gearrangeerd onderwijsproduct • Bepalen zoekopdracht BPV plaats • Selecteren voorstellen BPV plaatsen Doel Het om uiteenlopende reden zoeken, tonen en selecteren van onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus. Korte beschrijving Dit betreft een generieke zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie. Deze functie werkt op hoofdlijnen als volgt. De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek- ingangen:
  • 610.
    94 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica- tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop- dracht betreft dan alle onderwijsproducten die binnen die betreffende tak van de taxonomie vallen - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete deel- nemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie tot zijn verbintenisgebied en de reeds door de deelnemer afgenomen onderwijsproducten. - Zoekcriteria. Dit houdt in dat op elke gewenste metadateringsveld of een com- binatie van velden zoekcriteria kunnen worden gedefinieerd. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten die aan die criteria voldoen. Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met als resultaat een lijst met geselecteerde onderwijsproducten. Als de zoekopdracht geen, of zeer weinig resultaten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken, waarbij wordt gezocht naar suggesties of alternatieven door ook producten te tonen die niet aan alle zoekcriteria voldoen. Vervolgens kan de lijst met geselecteerde onderwijsproducten op verschillende manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek gewenst onderwijsproduct daaruit worden geselecteerd. Het tonen en selecteren kan op de volgende manieren. - Sorteren op relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijsproducten die het best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan - Sorteren op een of meerdere metadatavelden - Weergeven in de taxonomiestructuur. De onderwijsproducten worden getoond in de structuur van de taxonomie, bijvoorbeeld geordend per kwalificatiedossier, daarbinnen per werkproces etc. - Weergeven in de hiërarchie van de onderwijscatalogus door gebruik te maken van de aggregatieniveaus. Aanvankelijk wordt alleen het hoogste aggregatieniveau getoond. De lagere aggregatieniveaus kunnen vervolgens getoond worden in een soort mappenstructuur die kunnen worden uitgeklapt. De functie biedt de mogelijkheid om één of meerdere getoonde onderwijsproduc- ten te selecteren. Hiertoe wordt er een aparte lijst bijgehouden van geselecteerde onderwijsproducten. Deze geselecteerde onderwijsproducten kunnen worden mee- genomen naar de functie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar verder kunnen worden gebruikt.
  • 611.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 95 VASTLEGGEN RESULTATEN INTAKE Dit betreft het vastleggen van de resultaten van de intake, voor zover dat niet di- rect in de administratieve gegevens of het begeleidingsdossier een plek heeft. Ondersteunt use cases - Onderwijsintake • Inventariseren wensen deelnemer • Inventariseren mogelijkheden deelnemer • Formuleren advies m.b.t. mogelijk af te nemen onderwijsproducten of EVC Doel Vastleggen van de resultaten van de (onderwijs)intake Korte beschrijving Functie waarin de specifieke resultaten van de intake kunnen worden vastgelegd. - De wensen van de deelnemer - De in het intakegesprek vastgestelde mogelijkheden van de deelnemer - Opsomming van relevante onderwijsproducten, waaronder in veel gevallen een startonderwijsproduct en eventueel een EVC-beoordeling AANVRAGEN EVC-BEOORDELING Dit is een specifiek vorm van het aanvragen van een examen. Ondersteunt use cases - Onderwijsintake • Formuleren advies m.b.t. mogelijk af te nemen producten of EVC Doel Het in gang zetten van een EVC-procedure Korte beschrijving Deze functie registreert de aanvraag voor een EVC-beoordeling, bestaande uit: - Gegevens deelnemer - Verwijzing naar relevant onderwijsproduct of (als er geen passend product van het type EVC-beoordeling is) de taxonomiecode waarvoor een EVC-beoordeling wordt gevraagd - Opsomming van, en verwijzing naar de bewijsstukken
  • 612.
    96 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO OPNEMEN DOCUMENTEN IN BEGELEIDINGSDOSSIER Dit is een generieke functie om documenten, bijvoorbeeld een POP of PAP toe te voegen aan het begeleidingsdossier van een deelnemer. Ondersteunt use cases - Opstellen plan en begeleiding komende periode • Opstellen POP • Vaststellen POP • Opstellen PAP • Vaststellen PAP Doel Het opnemen van een document in het begeleidingsdossier Korte beschrijving Aan het begeleidingsdossier van elke deelnemer kan een verzameling documenten worden gekoppeld. Aan elk document wordt een verzameling metadata gekoppeld, waaronder datum/tijd, auteur, status (concept, vastgesteld etc.) en een type docu- ment (zoals POP, PAP etc.) Documenten kunnen met deze functie worden geplaatst en opgevraagd. Ook kan er een nieuwe versie van een bestaand document worden geplaatst, of de metadata van een bestaand document worden gewijzigd. Deze documenten worden in een gestandaardiseerde mappenstructuur aan het dossier gekoppeld. De indeling van deze mappenstructuur is door de instelling te configureren. VASTLEGGEN AFSPRAKEN EN ACTIES IN BEGELEIDINGSDOSSIER Een belangrijk onderdeel van het begeleidingsdossier is het vastleggen van de afspraken die met de deelnemer zijn gemaakt, de acties die de deelnemer, begelei- der of anderen moeten gaan ondernemen. De maatregelen die de instelling neemt m.b.t. de betreffende deelnemer en de signalen die richting de begeleiding worden afgegeven.
  • 613.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 97 Ondersteunt use cases - Opstellen plan en begeleiding komende periode • Doorverwijzen naar 2e lijns zorg • Vaststellen benodigde begeleiding • Maken vervolgafspraken - Monitoren voortgang deelnemer • Conclusies trekken m.b.t. de geadviseerde leerroute - Adviesgesprek voeren • Beslissen over te nemen vervolgacties - Registreren incidenten • Beoordelen noodzakelijke escalatie • Beslissen over noodzakelijke maatregelen • Maken vervolgafspraken - Registreren onderwijsgerelateerde houding en gedrag • Beoordelen noodzakelijke actie - Beoordelen en registreren competenties en kennis • Beoordelen of direct actie noodzakelijk is • Signaleren noodzakelijke actie - Aanvragen examen • Opnemen aanvraag in begeleidingsdossier - Organiseren examen • Kenbaar maken aanvullende wensen - Uitvoeren examen • Controleren, beoordelen, uitdagen • Leveren feedback • Opnemen in begeleidingsdossier Doel Vastleggen en bewaken van gemaakte afspraken, geïnitieerde/geplande acties, genomen maatregelen en het opvolgen van signaleringen.
  • 614.
    98 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Korte beschrijving Deze functie maakt het mogelijk om in het begeleidingsdossier van een deelnemer een lijst te onderhouden met de volgende typen acties/afspraken. - Acties Dit zijn concrete acties die door de deelnemer, docent, begeleider of anderen moeten worden uitgevoerd in relatie tot (de begeleiding van) de betreffende deel- nemer. - Afspraken Dit zijn concrete afspraken die met de deelnemer zijn gemaakt. - Maatregelen Dit zijn maatregelen die de instelling, docent of begeleider hebben genomen, bijvoorbeeld naar aanleiding van incidenten of problemen in de houding of het gedrag van de deelnemer. - Signaleringen Dit zijn signaleringen, doorgaans van docenten, die in de begeleiding dienen te worden opgevolgd. Deze functie heeft de structuur van een takenlijst, waarin ook een eigenaar, begin/ einddata, status etc. kan worden aangegeven. ANALYSEREN SITUATIE DEELNEMER Om de begeleiding te ondersteunen bij het vroegtijdig herkennen van problemen, kan middels deze functies een aantal verbanden worden gelegd die duiden op een probleem dat in de begeleiding aandacht behoeft. Ondersteunt use cases - Monitoren voortgang deelnemer • Raadplegen begeleidingsdossier Doel Vroegtijdig signaleren van (veel voorkomende) situaties en problemen die begelei- dingsaandacht vragen.
  • 615.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 99 Korte beschrijving Deze functie voert een aantal analyses uit op de gegevens van de deelnemer, en le- vert daarvan een rapportage. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de volgende analyses: - aanwezigheidpercentage overschrijdt een bepaalde minimumwaarde - ziekteverzuim overschrijdt een bepaald percentage - trendbreuk in resultaten, aanwezigheid, voortgang of ziekte - grote afwijking t.o.v. het gemiddelde in resultaten, aanwezigheid, voortgang of ziekte RAADPLEGEN FORMATIEVE PEILSTOK Deze functie levert een “stand van zaken”-rapportage, en een advies voor leerroute op voor een aantal summatieve toetsen. De vorderingen van een deelnemer worden op een inzichtelijke manier gepresenteerd, en er wordt een overzicht gegeven van relevante en geadviseerde onderwijsproducten in relatie tot de betreffende summa- tieve toets(en). Ondersteunt use cases - Monitoren voortgang deelnemer • Raadplegen peilstok formatieve resultaten - Peilstok hanteren formatieve resultaten • Verzamelen gegevens • Genereren rapportage stand van zaken • Genereren advies mogelijke leerroute(s) - Inzichtelijk maken van formatieve en summatieve resultaten d.m.v. een peilstok- meting • Inzichtelijk maken vorderingen in relatie tot competenties en examinering m.b.v. formatieve peilstok - Aanvragen examen • Controleren rechtvaardiging aanvraag Doel Inzicht geven in de vorderingen en de geadviseerde leerroute in relatie tot een beoogde summatieve toets.
  • 616.
    100 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Korte beschrijving Deze functie bestaat uit twee deelfuncties: - Rapportage “Stand van zaken” - Advies leerroute Beide deelfuncties kunnen worden uitgevoerd voor een specifieke deelnemer en een of enkele beoogde summatieve toetsen. Rapportage stand van zaken De rapportage “Stand van zaken” komt als volgt tot stand: - Selecteren relevante summatieve toets(en). De gebruiker maakt deze keuze. - Verzamelen van alle formatieve resultaten van de deelnemer, die relevant zijn voor de betreffende summatieve toets(en) - Structureren van de verzamelde formatieve resultaten langs een beoordelings- systematiek. Op basis van deze beoordelingssystematiek kunnen de formatieve resultaten worden afgebeeld op een schaal en/of worden ingedeeld in groepen. De schaal kan procentueel zijn t.o.v. een eindtotaal, of een schaal van complexiteits- klassen. De groepen kunnen bijvoorbeeld competenties, werkprocessen e.d. zijn. - Weergeven van de gestructureerde formatieve resultaten in een rapportage Advies leerroute De geadviseerde leerroute wordt op hoofdlijnen als volgt opgesteld. - De gestructureerde formatieve resultaten worden afgezet tegen het totaal aan beschikbare onderwijsproducten dat relevant is voor de betreffende summatieve toets - Er wordt een keuze gemaakt uit het totaal aan beschikbare onderwijsproducten, door een aantal (bedrijfs- of ervarings)regels toe te passen - De geadviseerde leerroute(s) worden weergegeven in een rapportage
  • 617.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 101 RAADPLEGEN SUMMATIEVE PEILSTOK Deze functie geeft inzicht in de nog te behalen summatieve resultaten ten behoeve van een specifieke uitstroom. Ondersteunt use cases - Monitoren voortgang deelnemer • Raadplegen peilstok summatieve resultaten - Inzichtelijk maken van formatieve en summatieve resultaten d.m.v. een peilstok- meting • Inzichtelijk maken vorderingen in relatie tot diplomering m.b.v. summatieve peilstok - Plaatsen summatief resultaat in begeleidingsdossier • Vaststellen recht op diplomering - Diplomeren • Uitvoeren laatste controle Doel Verkrijgen van inzicht in de nog te behalen summatieve resultaten ten behoeve van een beoogde uitstroom. Korte beschrijving Deze functie wordt uitgevoerd voor een specifieke deelnemer en een specifiek be- oogde uitstroom. De functie werkt op hoofdlijnen in de volgende stappen. - Verzamelen van alle relevante summatieve resultaten van de betreffende deelne- mer. Het gaat hier om de summatieve resultaten die (in de taxonomie) relevant zijn voor de beoogde uitstroom - Toepassen van de regels in de criteriumbank voor de betreffende uitstroom op de behaalde summatieve resultaten - Bepalen van de nog te behalen summatieve resultaten; dit kunnen verschillende routes zijn om met de reeds behaalde summatieve resultaten de kwalificatie voor de uitstroom te behalen - Weergeven van de route(s) van nog te behalen summatieve resultaten in een rap- portage
  • 618.
    102 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO VASTLEGGEN ADVIES IN BEGELEIDINGSDOSSIER Naast de acties, afspraken en documenten in het begeleidingsdossier, is ook het advies van de begeleider m.b.t. de te volgen leerroute een belangrijk onderdeel van het begeleidingsdossier. Na het monitoren van de voortgang of het adviesgesprek kan er zo’n advies ontstaan. Ondersteunt use cases - Monitoren voortgang deelnemer • Conclusies trekken m.b.t. de geadviseerde leerroute Doel Vastleggen van de geadviseerde leerroute. Korte beschrijving In deze functie kan de geadviseerde leerroute in het begeleidingsdossier worden opgenomen. Deze functie biedt de mogelijkheid om een geadviseerde leerroute op een van de volgende manieren vast te leggen: - Een tekstuele beschrijving van het advies m.b.t. de te volgen leerroute - Overnemen van de resultaten uit de functie Raadplegen formatieve peilstok. Dit is een verzameling onderwijsproducten, met eventueel een onderlinge volgorde. Deze lijst met onderwijsproducten kan nog worden aangepast door producten toe te voegen of te verwijderen. - Selecteren van een aantal relevante onderwijsproducten in een bepaalde onderlin- ge volgorde. Hierbij moet gekozen kunnen worden voor producten van een hoog aggregatieniveau. VASTLEGGEN INCIDENTEN IN BEGELEIDINGSDOSSIER Met behulp van deze functie kunnen incidenten die zich voordoen in het primair proces worden geregistreerd in het begeleidingsdossier van de deelnemer. Ondersteunt use cases - Registreren incidenten • Registreren incident Doel Eenduidige registratie van incidenten
  • 619.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 103 Korte beschrijving Functie waarin een incident kan worden geregistreerd, gekoppeld aan het bege- leidingsdossier van de deelnemer(s) die het betreft. Het volgende kan worden geregistreerd. - Registrant - Deelnemer(s) waarop het incident betrekking heeft - Andere betrokkenen - Datum, tijd en locatie van het incident - Toelichting / Omschrijving van het incident - Omschrijving vervolgactie(s) - Type incident (gestandaardiseerde typering van incidenten, door de instelling te definiëren) Eventuele vervolgacties m.b.t. de deelnemer(s) worden apart vastgelegd in de functie Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier VASTLEGGEN ONDERWIJSGERELATEERDE HOUDING EN GEDRAG Met behulp van deze functie kunnen waarnemingen omtrent de onderwijsgerela- teerde houding en gedrag worden geregistreerd in het begeleidingsdossier van de deelnemer. Ondersteunt use cases - Registratie onderwijsgerelateerde houding en gedrag • Registreren onderwijsgerelateerde houding en gedrag Doel Eenduidige registratie van waarnemingen omtrent de onderwijsgerelateerde hou- ding en gedrag. Korte beschrijving Functie waarin waarnemingen omtrent de onderwijsgerelateerde houding en gedrag kunnen worden geregistreerd, gekoppeld aan het begeleidingsdossier van de deel- nemer die het betreft. Het volgende kan worden geregistreerd. - Registrant - Deelnemer(s) waarop het incident betrekking heeft - Type waarneming (gestandaardiseerde typering van waarnemingen, door de instelling te definiëren) - Periode waarop de waarneming betrekking heeft
  • 620.
    104 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO - Onderwijsproduct / activiteit waarop de waarneming betrekking heeft ! Toelichting / Omschrijving van de houding of het gedrag van de deelnemer ! Omschrijving vervolgactie(s) Eventuele vervolgacties m.b.t. de deelnemer worden apart vastgelegd in de functie Vastleggen afspraken en acties in begeleidingsdossier. BESCHIKBAAR STELLEN PRODUCTEN IN PORTFOLIO Deze functies stelt de deelnemer in staat om een verzameling producten in zijn portfolio beschikbaar te stellen ten behoeve van een formatieve of summatieve beoordeling. Ondersteunt use cases - Beoordelen en registreren competenties en kennis • Beschikbaar stellen toetsmateriaal - Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen van producten • Producten beschikbaar stellen - Opnemen van bevroren producten • Bevroren producten beschikbaar stellen - Opnemen van het POP & PAP in het portfolio • Beschikbaar stellen POP aan derden • Beschikbaar stellen PAP aan derden - Aanvragen examen(onderdeel) • Aanvragen examen(onderdeel) - Uitvoeren examen • Voert examenopdrachten uit / vult bewijsmap Doel Beschikbaar stellen van producten in het portfolio, bijvoorbeeld ten behoeve van een toets of feedback van docent, begeleider of mededeelnemer.
  • 621.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 105 Korte beschrijving Nadat er in het portfolio groepen van producten zijn gemaakt, kan de deelnemer per groep aangeven met wie deze producten gedeeld mogen worden. - Selecteren van een groep producten in het portfolio - Selecteren van de gebruikers of groepen van gebruikers die toegang krijgen tot de betreffende groep producten - Aangegeven van het autorisatieniveau (inzien, openen, downloaden) RAADPLEGEN PRODUCTEN IN PORTFOLIO Met behulp van deze functie kan een beoordelaar de producten die een deelnemer beschikbaar heeft gesteld in zijn portfolio raadplegen. Ondersteunt use cases - Beoordelen en Registreren competenties en kennis • Beoordelen portfolio / toets - Uitvoeren examen • Controleren, beoordelen, uitdagen • Leveren feedback • Beoordelen bewijsmap Doel Beoordelen van producten die de deelnemer in zijn portfolio beschikbaar heeft gesteld. Korte beschrijving Deze functies geef een beoordelaar toegang tot de producten die een deelnemer aan hem ter beschikking heeft gesteld. Deze functie kent op hoofdlijnen de vol- gende mogelijkheden. - De beoordelaar opent het portfolio van een bepaalde deelnemer - Er wordt een overzicht gegeven van de verzamelingen van producten, waarvoor de deelnemer de betreffende beoordelaar toegang heeft gegeven - De beoordelaar kan een verzameling producten openen, zodat zichtbaar is welke producten er in zitten - De beoordelaar kan de betreffende producten open, bekijken of downloaden, afhankelijk van het type product (document, foto etc.) en de autorisaties die de deelnemer aan elk product heeft gekoppeld
  • 622.
    106 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO VASTLEGGEN FORMATIEVE RESULTATEN Met behulp van deze functie kunnen formatieve resultaten worden vastgelegd. Ondersteunt use cases - Beoordelen en registreren competenties en kennis • Vastleggen resultaat bij onderwijsproduct Doel Inzicht in de vorderingen van de deelnemer, door de resultaten van formatieve toetsing vast te leggen. Korte beschrijving Middels deze functie kan een formatief resultaat worden geregistreerd. Dit vindt op hoofdlijnen als volgt plaats. - Selecteren deelnemer - Selecteren onderwijsproduct. Dit kan een product zijn van het type formatieve toets, maar het kan ook een ander onderwijsproduct zijn. Bij het selecteren van het onderwijsproduct kan de metadata van dat product gecontroleerd worden, bijvoorbeeld op de verwijzing naar de taxonomie en de competenties waaraan het product gekoppeld is. - Vastleggen resultaat bij het geselecteerde onderwijsproduct, voor de betreffende deelnemer, op een van de volgende manieren • Aan het onderwijsproduct zijn in de betreffende taxonomie geen competenties gekoppeld, of het onderwijsproduct is in de taxonomie op een hoger niveau dan het werkproces (dus kerntaak of hoger) gedefinieerd. In dat geval wordt het formatief resultaat bij het betreffende onderwijsproduct geregistreerd. • Het onderwijsproduct is in de taxonomie gekoppeld aan een werkproces, waar- bij in de taxonomie aan het werkproces een aantal competenties is gekoppeld. In dat geval kan de gebruiker kiezen of het resultaat betrekking heeft op alle onderliggende competenties, of op een aantal daarvan. Het resultaat wordt vastgelegd als resultaat op de geselecteerde competenties binnen dat werkproces. • Het onderwijsproduct is in de taxonomie gekoppeld aan een of een aantal spe- cifieke competenties. In dat geval kan de gebruiker kiezen of het resultaat be- trekking heeft op al deze competenties, of op een aantal daarvan. Het resultaat wordt vastgelegd als resultaat op de geselecteerde competenties.
  • 623.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 107 PLAATSEN BEOORDEELDE PRODUCTEN IN PORTFOLIO Met behulp van deze functie kan een beoordelaar een verzameling beoordeelde producten met bijbehorend (formatief of summatief) resultaat terugplaatsen in het portfolio van de deelnemer. Ondersteunt use cases - Beoordelen en registreren competenties en kennis • Vastleggen resultaat bij onderwijsproduct - Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen van producten • Bevriezen beoordeelde producten - Beoordelen examen • Beoordelen bewijsmap Doel Beoordeelde producten aan de deelnemer beschikbaar stellen als bruikbaar bewijs- materiaal. Korte beschrijving Deze functies geef een beoordelaar toegang tot het portfolio van een deelnemer, om producten die een deelnemer aan hem ter beschikking heeft gesteld te voorzien van het resultaat van de beoordeling. De beoordeling wordt in het portfolio gekop- peld aan een bevroren kopie van de betreffende producten. Deze functie kent op hoofdlijnen de volgende mogelijkheden. - De beoordelaar opent het portfolio van een bepaalde deelnemer - Er wordt een overzicht gegeven van de verzamelingen van producten, waarvoor de deelnemer de betreffende beoordelaar toegang heeft gegeven - De beoordelaar kan een verzameling producten selecteren en daarvan een bevro- ren kopie maken - De beoordelaar kan daar de beoordeling, zoals vastgelegd in Vastleggen forma- tieve resultaten of Vastleggen summatieve resultaten aan koppelen
  • 624.
    108 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO REGISTREREN AANVRAAG EXAMEN Met behulp van deze functies kan voor een deelnemer, of groep van deelnemers een examen(onderdeel) (summatieve toetsing) worden aangevraagd. Ondersteunt use cases - Aanvragen examen(onderdeel) • Aanvragen examen(onderdeel) • Collectief aanvragen examen(onderdeel) - Beschikbaar stellen examen en/of beoordelingsmodel • Formuleren opdracht voor ontwikkeling examen - Organiseren examen • Koppelen examen aan deelnemer • Invullen randvoorwaarden t.a.v. planning e.d. • Kenbaar maken aanvullende randvoorwaarden Doel Kenbaar maken van de noodzaak/wens om te examineren, en het proces daarvoor in gang zetten. Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan in een aantal stappen de aanvraag voor een exa- men worden geregistreerd. De stappen zijn de volgende. - Selecteren deelnemer(s) • In het geval van een individueel examen of een EVC beoordeling wordt de be- treffende deelnemer geselecteerd, waarvoor het examen wordt aangevraagd. • In het geval van een collectieve aanvraag voor een groep deelnemers, wordt een groep van deelnemers samengesteld waarvoor de aanvraag wordt gedaan. - Selecteren examenproduct • In het geval het een bestaand examen betreft, dan wordt een bestaand product van het type summatieve toets uit de onderwijscatalogus geselecteerd. • In het geval er geen bestaand onderwijsproduct geselecteerd kan worden (om- dat dat niet precies bekend is, of nog niet aanwezig is) wordt de plaats in de taxonomie geselecteerd (bijvoorbeeld de kerntaak) waarop het examen betrek- king heeft.
  • 625.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 109 - Registreren aanvullende voorwaarden en wensen • Er kunnen aanvullende randvoorwaarden en wensen worden geregistreerd, zoals de periode of dag waarop het examen dient plaats te vinden, de locatie, stagebedrijf, noodzakelijke faciliteiten, aanwezig gewenste docenten etc. - Registreren opdracht voor ontwikkeling examen • In het geval het examen daadwerkelijk ontwikkeld of aangeschaft dient te worden, dient een duidelijke specificatie van het gewenste examen te worden opgesteld. Mogelijk kan hierin deels verwezen worden naar relevante delen van een kwalificatiedossier, opleidingseisen, prestatie-indicatoren etc. VASTLEGGEN SUMMATIEVE RESULTATEN Deze functie is onderdeel van het kernregistratiesysteem. Met behulp van deze functies kunnen summatieve resultaten wordt geregistreerd. Ondersteunt use cases - Plaatsen summatief resultaat in examendossier • Toevoegen summatief resultaat aan examendossier Doel Het vastleggen van een behaald summatief resultaat. Korte beschrijving Middels deze functie kan een behaald summatief resultaat worden geregistreerd, op de volgende manier: - Selecteren deelnemer - Selecteren onderwijsproduct (van het type summatief resultaat) - Vastleggen behaald summatief resultaat - Vastleggen datum en beoordelaar Deze functie moet de mogelijkheid bieden om voor een groep deelnemers achter- eenvolgens de resultaten vast te leggen op een bepaalde summatieve toets.
  • 626.
    110 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO AANMAKEN DIPLOMA Deze functie is onderdeel van het kernregistratiesysteem deelnemergegevens. Mid- dels deze functie wordt het daadwerkelijke diploma aangemaakt. Ondersteunt use cases - Diplomeren • Genereren diploma, certificaat of verklaring Doel Beschikbaar stellen van formeel kwalificerend document Korte beschrijving Deze functie genereert het fysieke kwalificeren document, dat kan worden onderte- kend. Dit document wordt aangemaakt op basis van een standaard sjabloon. AANMAKEN PORTFOLIO Met behulp van deze functies kan voor een (meestal net ingeschreven) deelnemer een nieuw, leeg portfolio worden aangemaakt. Ondersteunt use cases - Het verzamelen en importeren van instroomgegevens • Klaarzetten portfolio Doel Beschikbaar stellen van de portfolio faciliteit aan een deelnemer. Korte beschrijving Dit is een niet-interactieve functie die wordt gestart als (bijvoorbeeld bij de inschrij- ving) is aangegeven dat voor een bepaalde deelnemer een portfolio beschikbaar gesteld moet worden. Deze functie voorziet op hoofdlijnen in het volgende: - Aanmaken van het portfolio conform de binnen de instelling geldende structuur - Vullen van het portfolio met de relevante administratieve gegevens die al binnen de instelling beschikbaar zijn, zoals gegevens over de deelnemer, de inschrijving en de startkwalificatie.
  • 627.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 111 - Aanmaken autorisaties, bijvoorbeeld om het portfolio via een deelnemersportaal of open leercentrum te kunnen benaderen. Mogelijk is een e-mailadres binnen de school een vereiste, waardoor deze ook moet worden aangemaakt. - Verzenden notificatie aan deelnemer, bijv. een email, waarin de inloggegevens e.d. bekend worden gemaakt. IMPORTEREN PORTFOLIO Deze functie maakt het mogelijk om een export van een portfolio bij een andere instelling te importeren. Ondersteunt use cases - Het verzamelen en importeren van instroomgegevens • Importeren bestaand portfolio Doel Meenemen van een elders opgebouwd portfolio naar de nieuwe instelling. Korte beschrijving Deze functie gaat uit van het importeren van een portfolio conform geldende inter- nationale (IMS E-Portfolio) of Nederlandse (E-Portfolio NL) standaarden. De structuur van het portfolio is zodanig, dat de inhoud van volgens deze stan- daarden geëxporteerde porfolio’s, kan worden afgebeeld op de structuur van het portfolio van de instelling. ONDERHOUDEN GEGEVENS DEELNEMER IN PORTFOLIO Deze functie voorziet in het onderhouden van de deelnemergegevens in het portfolio. Ondersteunt use cases - Het verzamelen en onderhouden van importeren van instroomgegeven • Controleren geïmporteerd portfolio • Verbeteren gegevens - Onderhoud gegevens deelnemer • Actualiseren portfolio
  • 628.
    112 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Doel Actueel houden van de gegevens van de deelnemer in het portfolio. Korte beschrijving Deze functie biedt de mogelijkheid om, bijvoorbeeld met een aantal tabbladen, de volgende gegevens te raadplegen en te wijzigen. - Persoonlijke gegevens - Gegevens ouders/verzorgers in geval van minderjarigheid - Onderwijsachtergrond - Arbeidsachtergrond - Stages - Vrijwilligerswerk - EVC’s PLAATSEN EN ORDENEN PRODUCTEN IN PORTFOLIO Deze functies stelt de deelnemer in staat om een producten in zijn portfolio op te nemen en te ordenen tot groepen van bij elkaar horende producten. Ondersteunt use cases - Het verzamelen, ordenen, reflecteren en delen van producten • Verzamelen producten • Ordenen producten - Opnemen van bevroren producten • Ordenen bevroren producten - Opnemen van het POP & PAP in het portfolio • Opnemen POP • Opnemen PAP Doel Het kunnen beheren van producten in het portfolio. Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan de deelnemer de volgende acties uitvoeren: - Het plaatsen van een product in zijn portfolio, op een van de volgende manieren • Het (elektronische) product (document, foto etc.) uploaden naar het portfolio • Een nieuwe versie van een bestaand product te uploaden
  • 629.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 113 • Een verwijzing naar een externe locatie op te nemen (een URL) • Een tekstuele beschrijving te maken van het product - Het definiëren van metadata van het product • Auteur(s) • Naam, omschrijving • Datum / periode waar het product betrekking op heeft c.q. is gemaakt • Vindplaats van een bijbehorend fysiek product • Onderwijsproduct(en) waar het product betrekking op heeft - Bekijken van opgenomen producten • Doorlopen van een gesorteerde lijst • Zoeken op metadata velden • Producten openen of downloaden - Ordenen van opgenomen producten • Groep / Map aanmaken van producten • Producten selecteren en deze in de map plaatsen EXPORTEREN PORTFOLIO Deze functie maakt het mogelijk om een portfolio van een deelnemer te exporteren, zodat deze bij een andere instelling kan worden geïmporteerd. Ondersteunt use cases - Export van het portfolio • Exporteren portfolio • Exporteren portfolio op ander medium Doel Meenemen van het bij de instelling opgebouwde portfolio naar een andere instelling. Korte beschrijving Deze functie gaat uit van het exporteren van een portfolio conform geldende inter- nationale (IMS E-Portfolio) of Nederlandse (E-Portfolio NL) standaarden. De structuur van het portfolio is zodanig, dat het portfolio kan worden geëxporteerd volgens deze standaarden, en op basis daarvan weer kan worden geïmporteerd bij een andere instelling.
  • 631.
    PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNINGEN PORTFOLIO 115 COLOFON Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 632.
    116 PRIMAIR PROCES ONDERSTEUNING EN PORTFOLIO Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 633.
    ONDERWIJSCATALOGUS 1 FUNCTIONEEL ONTWERP ONDERWIJSCATALOGUS
  • 634.
    2 ONDERWIJSCATALOGUS
  • 635.
    ONDERWIJSCATALOGUS 3 INLEIDING In dit deel van de encyclopedie vindt u het functionele ontwerp van de onderwijs- catalogus. Dit ontwerp geeft inzicht in de gewenste functionaliteit. Dit staat los van de onder- steuning door een concreet ICT-systeem. De hier beschreven functionaliteit kan uiteindelijk worden gerealiseerd als onderdeel van een ander ICT-systeem of als één of meer aparte ICT-systemen. Beschrijvend en technisch gedeelte Dit document bestaat naast de inleiding uit twee delen. Een beschrijvend gedeelte, waarin u in verhaalvorm het gemaakte ontwerp kunt lezen en een technisch ge- deelte, waarin alle use cases, activiteitendiagrammen, functies en werkopdrachten staan weergegeven. In het beschrijvend gedeelte wordt eerst uitgelegd wat wij nu eigenlijk onder de onderwijscatalogus verstaan. Vervolgens wordt u door de belangrijkste ‘delen’ (de use cases) van ons ontwerp geloodst. Daarin wordt beschreven hoe het proces in elkaar zit en welke uitgangspunten bij het ontwerpen zijn gehanteerd. Tevens is aangegeven waar zich de keuzemogelijkheden en vrijheidsgraden voor de onder- wijsinstellingen bevinden. Aan het begin van de beschrijving van het ontwerp wordt via een overzichtsplaat duidelijk gemaakt waar u zich bevindt binnen het totaal aan use cases. In elk deel geven we onder de overzichtsplaat in beknopte vorm de uitgangspun- ten en keuzes weer die aan het ontwerp ten grondslag liggen. Daarna volgt een beschrijving van de use cases. Dat is een beschrijving van het proces vanuit het perspectief van een gebruiker van het systeem. Mocht u daarin geïnteresseerd zijn dan kunt u in het technische gedeelte de gedetailleerde uitwerking van de use cases lezen. Het technische gedeelte bevat een ‘platte’ export uit de Triple A-wiki.
  • 636.
    4 ONDERWIJSCATALOGUS INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Beschrijvend en technisch gedeelte 3 Beschrijvend gedeelte 5 Gebruik en afbakening van de onderwijscatalogus 6 Verdieping: Onderwijsproduct 9 Verdieping: Metadata 10 Verdieping: Arrangement 12 Verdieping: Referentiearrangement 12 Deel I: Het definiëren, beheren en raadplegen van referentiearrangementen 14 Uitgangspunten en keuzes 14 Het definiëren van referentiearrangementen 15 Het beheren van referentiearrangementen 16 Het raadplegen van referentiearrangementen 16 Deel II: Het definiëren, beschikbaar stellen en beheren van onderwijsproducten 17 Uitgangspunten en keuzes 17 Het definiëren van arrangeerbaar onderwijsproduct en het beschikbaar stellen van het onderwijsproduct 18 Het beheren van onderwijsproducten 18 Deel III: Het raadplegen van de onderwijscatalogus 19 Technisch gedeelte 21
  • 637.
    ONDERWIJSCATALOGUS 5 BESCHRIJVEND GEDEELTE
  • 638.
    6 ONDERWIJSCATALOGUS GEBRUIK EN AFBAKENING VAN DE ONDERWIJSCATALOGUS Om op basis van een individuele leervraag een goed onderwijsaanbod te kunnen samenstellen en te realiseren zijn de volgende 4 componenten van belang: 1. Identificatie van alle beschikbare onderwijsproducten (in en via de onderwijs- instelling) 2. De beschikbaarheid van alle relevante taxonomieën (kwalificatiestructuren) 3. De daadwerkelijke onderwijsinhoud (de content van een les, een periode, een project etc.) 4. De beschikbaarheid van referentiearrangementen die als voorbeeld dienen voor de totstandkoming van het aanbod (arrangement) van de instelling aan de indivi- duele deelnemer. De componenten 1 en 2 vormen de onderwijscatalogus. De onderwijsinhoud maakt geen onderdeel uit van de catalogus, wel moet de inhoud die door de instelling wordt geboden “passen” in het door middel van de catalogus gedefinieerde onder- wijsproduct. Het onderwijsproduct is als het ware de verpakking van de onderwijs- inhoud. De referentiearrangementen zijn voorbeelden van uitgewerkte leerroutes, op basis van de onderwijsproducten uit de catalogus. Deze voorbeelden kunnen worden gebruikt om deelnemers te helpen bij het maken van een keuze voor (een deel van) de leerloopbaan. Het gebruik van de catalogus laat zich goed beschrijven aan de hand van de “lego- metafoor”. Een legosteentje staat model voor een onderwijsproduct. Van belang is om te on- derkennen dat er een keus is gemaakt voor lego. Dit is een belangrijke stap omdat op deze wijze een standaard is gedefinieerd die zeker stelt dat ieder nieuw steentje (product) past op de andere legosteentjes. Een belangrijke consequentie van de onderwijscatalogus is dat er binnen de instellingen een standaard ontstaat voor de identificatie/omschrijving van onderwijsproducten.
  • 639.
    ONDERWIJSCATALOGUS 7 Afhankelijk van het resultaat wat je bereiken wilt (het bouwwerk dat je maken wilt) heb je verschillende steentjes nodig. Het kan eenvoudig zoals in voorgaand plaatje is te zien, dan is maar een beperkt aantal steentjes nodig, maar het kan ook een stuk gecompliceerder zoals het beeld op de volgende pagina laat zien.
  • 640.
    8 ONDERWIJSCATALOGUS Voor een dergelijk bouwwerk is meer variatie in legosteentjes nodig. Voor onderwijs geldt hetzelfde. Het is goed mogelijk dat een instelling voldoende heeft aan een beperkt aantal onderwijsproducten, gelet op het onderwijs dat zij willen aanbieden. Echter als er sprake is van een groot aantal verschillende opleidingen, verschillende vormen van onderwijs of een grote differentiatie per domein is het zeer waarschijn- lijk dat er een groot aantal verschillende producten (steentjes) gedefinieerd wordt. Van belang is om te onderkennen dat de catalogus niet daadwerkelijk de legosteen- tjes bevat. Alleen de beschrijving van alle verschillende steentjes is (volgens een standaard format, een sjabloon) te vinden in de catalogus (zie verder de paragraaf over “metadata”). Met steentjes alleen ben je er nog niet. Je hebt ook een beeld nodig van het eind- resultaat (lees: de uitstroomkwalificatie), van het bouwwerk dat je wilt maken. Dan kan je namelijk bedenken welke steentjes uit de catalogus nodig zijn om het bouw- werk te gaan realiseren. Indien de keuze van de steentjes en de wijze waarop de steentjes worden samengebracht om het eindresultaat te bereiken in een voorbeeld is uitgewerkt, noemen wij dat een referentiearrangement. Een dergelijk referentie- arrangement kan meer of minder gedetailleerd worden opgesteld. Het kan zijn dat er zoals het eerste plaatje laat zien, een eenvoudig huisje moet worden gebouwd,
  • 641.
    ONDERWIJSCATALOGUS 9 waarbij het duidelijk is dat er een dak moet komen maar waarbij wellicht de kleur van het dak variabel is. Een dergelijke variatie betekent dat er uiteindelijk verschil- lende eindresultaten kunnen ontstaan. Voor een onderwijs situatie betekent dit dat het mogelijk is op basis van een referentiearrangement en in de catalogus beschik- bare onderwijsproducten, verschillende arrangementen aan deelnemers aan te bieden. Zo kan recht worden gedaan aan de individuele wensen van een deelnemer. Het lego-bouwwerk geeft ook de relevantie van volgorde aan, het is niet mogelijk met het dak te beginnen. Eerst moeten de muren worden gebouwd (daar is de volgorde van de steentjes vrij met dien verstande dat er van onder naar boven moet worden gewerkt), dan moet het raam worden aangebracht, vervolgens het plafond en dan het dak. Een dergelijke volgorde wordt ook doormiddel van de iden- tificatie van de onderwijsproducten vastgesteld voor de leerroute van een deelne- mer voor een bepaalde periode. In de volgende paragrafen worden de belangrijkste begrippen van de onderwijsca- talogus verder beschreven. Verdieping: Onderwijsproduct Een onderwijsproduct is een product (zoals een les, een cursus, module of andere onderwijseenheid) dat zodanig van metadata is voorzien dat het geschikt is om te roosteren. Een onderwijsproduct is enkelvoudig dan wel samengesteld. Enkelvoudig betekent dat er sprake is van één uniek product dat niet verder onderverdeeld is in andere onderwijseenheden (een les engels van één uur kan een enkelvoudig product zijn). De onderwijscatalogus kan ook samengestelde onderwijsproducten bevatten. Een samengesteld onderwijsproduct bevat informatie over de afzonderlijke (enkelvoudi- ge) onderwijsproducten die deel uit maken van de samenstelling en informatie over de samenstelling zelf (bijvoorbeeld volgorde) Deze informatie samen vormt de pak- lijst van het samengestelde onderwijsproduct. De paklijst is dus de informatiedrager van de samenstelling. Een voorbeeld van een samengesteld onderwijsproduct is een tweedaagse cursus engels voor beginners met een theorie- en een praktijkdag. De theoriedag is een enkelvoudig onderwijsproduct, net zoals de praktijkdag. De pak- lijst geeft aan dat de theoriedag voor de praktijkdag moet worden ingepland. Door te werken met samengestelde onderwijsproducten ontstaan zogenaamde ag- gregatieniveaus in de catalogus. Oftewel: een aggregatieniveau is een samenstel- ling van onderwijsproducten.
  • 642.
    10 ONDERWIJSCATALOGUS Het principe van de catalogus biedt dus de mogelijkheid om met samengestelde onderwijsproducten te werken, echter dit is een keuze die aan de onderwijsinstel- lingen is. Als de arrangeur kiest voor de samenstelling is de spelregel dat hij niets meer aan de samenstelling mag veranderen. Door te werken met samengestelde onderwijsproducten maakt de instelling een duidelijke keuze voor (of bepaalt) de volgorde waarin de deelnemer het onderwijsaanbod kan afnemen (in het voorbeeld van de tweedaagse cursus engels: eerst een theoriedag en daarna een praktijk- dag). Door niet voor de samengestelde producten te kiezen, maar voor de enkel- voudige producten heeft de arrangeur (en/of de roostermachine) wel de mogelijk- heid om in volgorde te variëren (voor zover de ingevoerde metadata dit toelaat). Verdieping: Metadata Door middel van de zogenaamde “metadata” worden kenmerken van onderwijspro- ducten beschreven. Deze kenmerken zijn de informatiedragers voor de werkproces- sen van de onderwijslogistiek, de kernregistratie en de primair proces ondersteu- ning. Door het definiëren van de metadata wordt een “sjabloon” (of macro) van de onderwijsproducten gecreëerd. De eigenlijke invulling van het sjabloon gebeurt door de onderwijsinstelling. Ieder onderwijsproduct wordt dus door middel van hetzelfde sjabloon beschreven. De informatie die in het sjabloon wordt ingebracht verschilt per onderwijsproduct. Uiteindelijk heeft ieder onderwijsproduct een eigen, unieke invulling. Op basis van deze invulling kunnen de werkprocessen van de onderwijslogistiek, de kernregistratie en de primair proces ondersteuning op een effectieve wijze door ICT-systemen worden ondersteund. In de metadata worden de volgende categorieën onderscheiden: - Identificatie - Status product - Tijdgegevens - Inhoud - Resources - Niveau en complexiteit - Resultatenstructuur Identificatie In deze categorie wordt door middel van een aantal informatievelden de unieke identificatie van het onderwijsproduct gerealiseerd.
  • 643.
    ONDERWIJSCATALOGUS 11 Status product Het is denkbaar dat er sprake is van nieuw onderwijs binnen een instelling en dat daarvoor nieuwe onderwijsproducten moeten worden ontwikkeld. De categorie sta- tus product geeft hier informatie over. Tijdgegevens In deze categorie worden gegevens opgenomen die noodzakelijk zijn om het product goed in een tijdsperiode in te passen (noodzakelijk voor het roosteren). Denk bijvoorbeeld aan omvang (onderwijstijd) en terugkeerpatroon (patronen à la outlook, dus “6 keer, elke 2 weken”, “8 keer, elke week op dinsdag”) Inhoud Om het onderwijsaanbod goed samen te stellen en af te stemmen op de deelnemer en zijn leervraag is bepaalde inhoudelijke informatie nodig. De categorie “inhoud” bevat informatie zoals volgorde (verwijzing naar ander(e) onderwijsproduct(en) die voorwaardelijk zijn om dit onderwijsproduct te kunnen doen), startvoorwaarde (bij- voorbeeld groepsgrootte), leerstijl, taxonomie (koppeling van product aan taxono- mie zodat bijdrage van product aan (eind)kwalificatie inzichtelijk wordt gemaakt), aggregatieniveau (samenstelling van onderwijsproducten) en paklijst (informatie over de afzonderlijke (enkelvoudige) onderwijsproducten die deel uit maken van de samenstelling en informatie over de samenstelling zelf (bijvoorbeeld volgorde)). Resources Deze categorie bevat informatie over de middelen (docenten, locaties etc.) die no- dig zijn om het onderwijsproduct daadwerkelijk uit te voeren. Niveau en complexiteit Indien gewenst kunnen de instellingen bij het vormgeven van het onderwijsaanbod door middel van deze categorie complexiteitsniveaus definiëren Resultatenstructuur Dit is de definitie van de structuur op basis waarvan het summatieve resultaat wordt berekend uit andere resultaten.
  • 644.
    12 ONDERWIJSCATALOGUS Invulling metadata De invulling van het metadata-sjabloon per onderwijsproduct is aan de instelling; bijvoorbeeld: doorlooptijd van een onderwijsproduct kan 1 uur zijn, maar ook 3 maanden. In onderstaande tabel is een voorbeeld uitgewerkt van 2 verschillende onderwijsproducten. Het eerste voorbeeld is logistiek eenvoudig, er wordt immers een hele periode “geblokt”. De twee begeleiders zorgen voor het in de juiste volgorde aanbieden van de juiste onderwijsinhoud. In het tweede voorbeeld is de logistieke uitdaging een stuk groter, daar wordt de periode van 10 weken gevuld met allerlei verschillende onderwijsproducten, waaronder het product engels_1 Verdieping: Arrangement Een arrangement is het onderwijsaanbod van de onderwijsinstelling aan een indivi- duele deelnemer. Een arrangement is een planbaar geheel van beschikbare onderwijsproducten. Een arrangement bestaat uit een verzameling enkelvoudige en/of samengestelde onder- wijsproducten, aangevuld met aanvullende eisen en wensen met betrekking tot de volgorde of periode waarin het product moet worden afgenomen. Een arrangement kan uit één onderwijsproduct (enkelvoudig of samengesteld) bestaan. Verdieping: Referentiearrangement Een referentiearrangement is een voorbeeld (van een samenstelling) van enkelvou- dige en/of samengestelde onderwijsproducten die invulling geven aan een bepaalde leerroute. Referentiearrangementen worden door de instelling opgesteld en zijn niet
  • 645.
    ONDERWIJSCATALOGUS 13 verbonden aan een individuele deelnemer. Pas op het moment dat het referentie- arrangement voor een individuele deelnemer ‘gekopieerd’ wordt om te gebruiken, ontstaat een arrangement voor één deelnemer dat ook geroosterd kan worden. Instellingen gebruiken referentiearrangementen als een middel om bijvoorbeeld sturing te geven aan de vraag van de deelnemer als (“aanraders” voor leerroutes), inzicht te bieden in het onderwijsaanbod van de instelling of om, het arrangeerpro- ces te versnellen. Het wel of niet gebruiken van referentiearrangementen is aan de instelling. Het opstellen van een arrangement zonder een referentiearrangement is mogelijk met behulp van de catalogus. De arrangeur moet dan wel om kunnen gaan met de keu- zemogelijkheden in de catalogus. Hieronder volgt een beschrijving van de use cases zoals deze zijn opgesteld om de werking van de catalogus zoals hierboven beschreven te kunnen waarmaken.
  • 646.
    14 ONDERWIJSCATALOGUS DEEL I: HET DEFINIËREN, BEHEREN EN RAADPLEGEN VAN REFERENTIEARRANGEMENTEN Uitgangspunten en keuzes - Referentiearrangementen maken geen deel uit van de onderwijscatalogus - Keuze voor het gebruik maken van referentiearrangementen is aan de instelling - Het arrangeer- en roosterproces kan onafhankelijk van beschikbaarheid en gebruik van referentiearrangementen worden uitgevoerd - Referentiearrangementen kunnen nog niet beschikbaar gestelde onderwijsproducten bevatten.
  • 647.
    ONDERWIJSCATALOGUS 15 Het definiëren van referentiearrangementen Referentiearrangementen worden gebruikt om (potentiële) deelnemers een beeld te geven van het mogelijke onderwijsaanbod (leerroutes) die passen bij de leervraag van de deelnemer. Daarnaast kan de instelling referentiearrangementen gebruiken om na te gaan of een aanbod (of idee) voldoet aan bepaalde criteria (bijvoorbeeld het aantal studiebelastingsuren). Referentiearrangementen kunnen ook ingezet worden als “aanraders” om zo sturing te geven op de matching van (leer)vraag en (onderwijs)aanbod. Een instelling kan besluiten een nieuw referentiearrangement te definiëren om de ontwikkeling van nieuw onderwijs te ondersteunen. Op basis van het nieuwe arran- gement kan worden vastgesteld of er behoefte is aan nieuwe onderwijsproducten. Tevens kan door middel van het definiëren van het nieuwe arrangement worden nagegaan in hoeverre het nieuwe aanbod bijdraagt aan realisatie van een bepaalde eindkwalificatie. Samenhang met de onderwijscatalogus Bij het definiëren van een (nieuw) referentiearrangement wordt gebruik gemaakt van de onderwijsproducten zoals die in de onderwijscatalogus zijn opgenomen. Daarbij kunnen ook onderwijsproducten gebruikt worden die de status “in ontwik- keling” hebben. Verder is het mogelijk dat er bij het definiëren (ontwerpen) van het referentiearrangement wordt geconstateerd dat er behoefte is aan een nieuw onderwijsproduct. In een dergelijke behoefte wordt voorzien door de use case defi- niëren arrangeerbaar onderwijsproduct.
  • 648.
    16 ONDERWIJSCATALOGUS Het beheren van referentiearrangementen Het beheren van referentiearrangementen behelst een serie activiteiten om be- staande referentiearrangementen te wijzigen of te verwijderen. Het raadplegen van referentiearrangementen Bestaande referentiearrangementen moeten op basis van een zoekfunctionaliteit kunnen worden geselecteerd. Zo ontstaat inzicht in bijvoorbeeld: - Binnen de instelling beschikbare oplossingen voor een bepaalde leervraag - Differentiatie van onderwijsaanbod behorende bij een bepaalde taxonomie - Inzet van bepaalde middelen in de diverse arrangementen. Samenhang met de leervraag en ontwikkeling van de deelnemer Gedurende zijn leerloopbaan krijgt een deelnemer, op basis van zijn ambitie en behaalde resultaten, adviezen over zijn leeractiviteiten voor de komende periode. Dergelijke adviezen worden door de begeleiding in samenspraak met de deelnemer op basis van de zogenaamde peilstokmetingen opgesteld. Het advies kan aangevuld worden met één (of meerdere) referentiearrangement(en). Deze worden door mid- del van de use case raadplegen van referentiearrangementen gevonden.
  • 649.
    ONDERWIJSCATALOGUS 17 DEEL II: HET DEFINIËREN, BESCHIKBAAR STELLEN EN BEHEREN VAN ONDERWIJSPRODUCTEN Uitgangspunten en keuzes - Onderwijsproducten met de status “in ontwikkeling” kunnen in een arrangement worden opgenomen maar kunnen niet worden geroosterd - Alleen de onderwijsproducten die “beschikbaar” zijn gesteld kunnen worden ge- roosterd - Onderwijsproducten worden gedefinieerd op basis van standaard metadata.
  • 650.
    18 ONDERWIJSCATALOGUS Het definiëren van een arrangeerbaar onderwijsproduct en het beschikbaar stellen van het onderwijsproduct Op basis van een autonome behoefte, dan wel naar aanleiding van het opstellen van een referentiearrangement, is vastgesteld dat er een nieuw onderwijsproduct in de catalogus moet worden opgenomen. Dit gaat in 2 stappen: 1. Eerst wordt die informatie gegenereerd die noodzakelijk is om het onderwijs- product in een arrangement te kunnen opnemen, dit is de use case definieren arrangeerbaar onderwijsproduct (dit betekent niet dat er alle metadata bekend moet zijn. Er wordt een aantal velden ‘gevuld’) 2. Als daarna wordt besloten dat het product inderdaad aan een deelnemer moet worden aangeboden in de vorm van een rooster dan moet het onderwijsproduct beschikbaar worden gesteld, dit is use case beschikbaar stellen onderwijspro- duct. In deze stap worden de nog openstaande metadatavelden ingevuld zodat het roosterproces de benodigde informatie van het onderwijsproduct. In stap 2 worden dus alle noodzakelijke metadata aangevuld en wordt het product, na een toets op volledigheid en consistentie vervolgens in de catalogus opgenomen. De status verandert dan van “in ontwikkeling” naar “beschikbaar”. Het beheren van onderwijsproducten Het beheren van onderwijsproducten behelst een serie activiteiten om de meta- datering van bestaande onderwijsproducten te wijzigen of om bestaande onder- wijsproducten te verwijderen. Wijzigen en/of verwijderen is alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk.
  • 651.
    ONDERWIJSCATALOGUS 19 DEEL III: HET RAADPLEGEN VAN DE ONDERWIJSCATALOGUS De use case raadplegen onderwijscatalogus is een algemene raadpleegfunctie die diverse partijen in staat stelt de onderwijscatalogus te doorzoeken op basis van bepaalde zoekcriteria. In het technische gedeelte is een aantal voorbeelden opge- nomen.
  • 652.
    20 ONDERWIJSCATALOGUS INHOUDSOPGAVE Inleiding 22 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES 25 Definiëren referentiearrangementen 25 Beheren referentiearrangementen 29 Raadplegen referentiearrangementen 32 Raadplegen onderwijscatalogus 34 Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct 36 Beschikbaar stellen onderwijsproduct 40 Beheren onderwijsproducten 43 FUNCTIES 45 Onderhouden referentiearrangementen 45 Controleren en beschikbaar stellen referentiearrangement 46 Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus 47 Zoeken en raadplegen referentiearrangementen 49 Onderhouden onderwijsproducten 50 Controleren en beschikbaar stellen onderwijsproduct 51 METADATAVELDEN 53
  • 653.
    ONDERWIJSCATALOGUS 21 TECHNISCH GEDEELTE
  • 654.
    22 ONDERWIJSCATALOGUS INLEIDING In dit technische gedeelte van het functioneel ontwerp van de onderwijscatalogus vindt u de gedetailleerde uitwerking van de use cases, werkopdrachten, activitei- tendiagrammen en functies, zoals opgesteld in de werkbijeenkomsten met de des- kundigen van de onderwijsinstellingen. In dit technische gedeelte vindt u een kopie van de informatie die door deze deskundigen is vastgelegd in de wiki. Daarna volgt een opsomming met toelichting van de metadatavelden. Dit zijn de beschrijvende kenmerken van de onderwijsproducten. In het beschrijvende gedeel- te van dit functioneel ontwerp staat de werking ervan beschreven. Onderstaand figuur geeft de samenhang van de use cases voor de onderwijscatalo- gus weer.
  • 655.
    ONDERWIJSCATALOGUS 23 Een use case beschrijft het van buitenaf zichtbare gedrag van het systeem, vanuit het perspectief van de gebruiker. Een use case heeft een concrete aanleiding en een concreet resultaat, en beschrijft de processtappen van gebruikers van het systeem die moeten leiden tot dit concrete resultaat. De use cases zijn daarmee de eenhe- den van functionaliteit vanuit de gebruiker gezien. Het totaal aan use cases geeft antwoord op de vraag ‘wat moet het systeem ondersteunen? ‘ Voor de beschrijving van een use case is een standaard format gebruikt dat is afge- leid van de binnen UML (Unified Modeling Language) gangbare manier van beschrij- ven. Dit format wordt hieronder weergegeven. Een use case staat niet op zichzelf. Er liggen vaak verbanden tussen de verschil- lende use cases, omdat het resultaat van de ene use case vaak de aanleiding is voor een andere. Deze verbanden noemen we werkopdrachten. Een werkopdracht Leeswijzer behelst niet het overdragen van gegevens, maar meer het initiëren van een andere Voor uw leesgemak worden in dit use case. In het nevenstaand procesmodel zijn de use cases in samenhang ge- technisch gedeelte de volgende bracht door werkopdrachten tussen de use cases te tekenen door middel van pijlen. symbolen in de kantlijn gebruikt: Vervolgens zijn de use cases nog een stap dieper uitgewerkt in een activiteiten- Wanneer het een use diagram. In een activiteitendiagram wordt de beschrijving van de acties gemodel- case betreft leerd zodat de logica van het proces preciezer is gedefinieerd en duidelijk is onder verantwoordelijkheid van welke actor een activiteit wordt uitgevoerd. Er is per use Wanneer het een activi- case één activiteitendiagram gemaakt. teitendiagram betreft Onder de activiteitendiagrammen is per use case een opsomming van functies ge- Wanneer het een functie maakt. Dit zijn de functies die het systeem moet bieden om het beschreven proces betreft te kunnen ondersteunen. Onder functies worden hier concrete onderdelen van een ICT-systeem verstaan, zoals schermen of rekenfuncties.
  • 656.
    24 ONDERWIJSCATALOGUS Daarna volgt een meer gedetailleerde beschrijving van de geïnventariseerde functies. Om tot deze functies te komen wordt uitgegaan van de activiteiten in de activiteitendiagrammen. Voor elke activiteit (of enkele opeenvolgende activiteiten) wordt vastgesteld welke ICT functies nodig zijn om de betreffende activiteit uit te voeren. Zo ontstaat een verzameling functies dat nodig is om de use case te on- dersteunen. Sommige functies zijn voor meerdere activiteiten, in verschillende use cases toepasbaar. Dit technisch gedeelte wordt afgerond met de opsomming van de metadatavelden inclusief een korte toelichting van de velden.
  • 657.
    ONDERWIJSCATALOGUS 25 USE CASES, ACTIVITEITENDIAGRAMMEN EN OPSOMMING FUNCTIES DEFINIËREN REFERENTIEARRANGEMENTEN Voor de verschillende betrokkenen, zoals deelnemers, docenten en onderwijsmana- gers, is het van belang om een aantal veel voorkomende samenstellingen (arran- gementen) te maken van onderwijsproducten. Dit worden referentiearrangementen genoemd. Een veel voorkomende kan zijn het onderscheid BOL en BBL. Ze helpen inzicht te geven en overzicht te houden over de weg of de wegen die leiden tot een kwalificatie dan wel over een periode (bijvoorbeeld 1 jaar). Daarbij kan een aantal relevante criteria worden getoetst, zoals urennorm en instellingspecifieke eisen. De referentiearrangementen kunnen de basis zijn voor deelnemergebonden maatwerk. Use case Aanleiding - Verandering in de taxonomie (de kwalificatiestructuur) voor een bepaalde opleiding - De instelling besluit om een nieuwe opleiding of opleidingsvariant te ontwikkelen - De behoefte om op basis van ervaring vanuit het arrangeren of onderwijskun- dige inzichten ‘aanraders’ te definiëren zodat deze eenvoudig hergebruikt kunnen worden Actoren - Onderwijsontwerper - Arrangeur - Beheerder arrangementen Doel - Om teams en deelnemers vooraf een beeld te kunnen geven van de mogelijke trajecten in grote lijnen. - Vooraf kunnen toetsen of het arrangement voldoet aan in- en externe onderwijs- kundige criteria. - Vooraf kunnen toetsen of het arrangement voldoet aan bedrijfseconomische criteria. - Vooraf kunnen toetsen of het arrangement voldoet aan ROC-specifieke eisen en wen- sen. (Bijvoorbeeld levensbeschouwing, regionale inkleuring, internationalisering) Beschrijving acties 1. Beschrijven van het doel en de doelgroep van het beoogde referentiearrange- ment: Op welke groep richt je je en waarom is een referentiearrangement nodig? 2. In kaart brengen van de eisen en wensen (en ervaringen in het geval van bijstel- ling van een bestaand arrangement), onder andere bestaande uit het volgende: - Raadplegen van de taxonomie (kwalificatiestructuur) om vast te stellen hoe het
  • 658.
    26 ONDERWIJSCATALOGUS referentiearrangement daarin moet passen of tot welke resultaten het moet leiden. - Kennis nemen van de ROC-specifieke eisen en wensen. - Vaststellen van de wettelijke eisen waaraan dit deel van de opleiding, en dus het referentiearrangement, moet voldoen. - Inventariseren van ervaringen in het gebruik van de bestaande referentiearran- gementen - Inventariseren van de mogelijkheden die toepassing van dit referentiearrange- ment biedt voor doorstroom of terugstroom van een deelnemer - Inventariseren van eventuele overlap tussen gewenste referentiearrangementen 3. Prioriteren van eisen en wensen en ervaringen. 4. Ontwerpen van het referentiearrangement, zoals het is opgebouwd uit onder- wijsproducten (de compositie). - Raadplegen van bestaande referentiearrangementen om vast te stellen of er al een referentiearrangement bestaat dat voorziet in de behoefte - Raadplegen van de onderwijscatalogus om vast te stellen of de benodigde onderwijsproducten ook al beschikbaar en arrangeerbaar zijn in de onderwijs- catalogus. Eerste mogelijkheid: - De onderwijscatalogus is al gevuld met arrangeerbare en/of beschikbare pro- ducten - In dat geval kunnen de bestaande producten in het referentiearrangement wor- den opgenomen Tweede mogelijkheid: - De onderwijscatalogus is nog niet gevuld met de gewenste onderwijsproducten. - In dat geval moeten de gewenste onderwijsproducten worden gedefiniëerd middels de use case Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct. - Wanneer deze producten beschikbaar zijn kunnen ze vervolgens in het referen- tiearrangement worden opgenomen 5. Toetsing van het referentiearrangement aan de taxonomie en overige metadata, ondersteund door het systeem. Denk hierbij aan de dekking van het kwalificatie- dossier of de mate waarin het referentiearrangement voldoet aan de urennorm voor de periode waarop het betrekking heeft.
  • 659.
    ONDERWIJSCATALOGUS 27 6. Valideren van het resultaat door toetsing aan de eerder geformuleerde eisen en wensen (zie stap 2) 7. Vastleggen en beschikbaar stellen van het arrangement, aangevuld met een aantal beschrijvende velden zoals de inhoud, doelgroep etc. Resultaat Een of meerdere gedefinieerde referentiearrangementen, gericht op de modale deelnemer, met een eigen naam. Het bestaat uit een logisch samenstelsel van on- derwijsproducten. Frequentie Per referentiearrangement minimaal eenmaal. Werkopdrachten
  • 660.
    28 ONDERWIJSCATALOGUS Activiteitendiagram Functies - Onderhouden referentiearrangementen - Controleren en beschikbaar stellen referentiearrangement
  • 661.
    ONDERWIJSCATALOGUS 29 BEHEREN REFERENTIEARRANGEMENTEN Onder beheren van de referentiearrangementen wordt verstaan het onderhouden van de bestaande referentiearrangementen: het aanbrengen van wijzigingen, toe- voegingen en verwijderingen. Use case Aanleiding Toevoeging/wijziging/verwijdering op/van bestaand referentie arrangement is gewenst. Actoren - Beheerder van de referentiearrangementen - Onderwijsontwerper Doel Kwaliteit van arrangementen op peil houden en te laten aansluiten op de leervragen van deelnemers en de behoeften van de arrangeurs. Beschrijving acties 1. Raadplegen bestaande referentiearrangementen om na te gaan of er bestaande referentiearrangementen zijn die in de gewijzigde behoefte voorzien. 2. Aanpassen of verwijderen van een bestaand referentiearrangement. - Raadplegen van de onderwijscatalogus om vast te stellen of de benodigde onderwijsproducten ook al beschikbaar en arrangeerbaar zijn in de onderwijs- catalogus. Eerste mogelijkheid: - De onderwijscatalogus is al gevuld met arrangeerbare en/of beschikbare pro- ducten - In dat geval kunnen de bestaande producten in het referentiearrangement wor- den opgenomen Tweede mogelijkheid: - De onderwijscatalogus is nog niet gevuld met de gewenste onderwijsproducten. - In dat geval moeten de gewenste onderwijsproducten worden gedefiniëerd middels de use case Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct. - Wanneer deze producten beschikbaar zijn kunnen ze vervolgens in het referen- tiearrangement worden opgenomen
  • 662.
    30 ONDERWIJSCATALOGUS 3. Toetsing van het referentiearrangement aan de taxonomie en overige metadata, ondersteund door het systeem. Dit is dezelfde toets die ook bij het definiëren van het referentiearrangement wordt uitgevoerd 4. Na goedkeuring beschikbaar stellen van het arrangement. Resultaat Referentiearrangement dat voldoet aan vastgestelde eisen en wensen. Frequentie Elk referentiearrangement meerdere keren per jaar. Werkopdrachten
  • 663.
    ONDERWIJSCATALOGUS 31 Activiteitendiagram Functies - Onderhouden referentiearrangementen - Controleren en beschikbaar stellen referentiearrangement
  • 664.
    32 ONDERWIJSCATALOGUS RAADPLEGEN REFERENTIEARRANGEMENTEN Use case Aanleiding Inzicht in beschikbare referentiearrangementen, inclusief hun kenmerken, is nodig bijvoorbeeld om een arrangement voor een individuele deelnemer op te stellen. Actoren - Arrangeur - Deelnemer - Docent - Management - Decaan Doel - Aanbieden van voorgedefiniëerde, samenhangende delen van arrangementen (‘aanraders’) die kunnen worden opgenomen in het individuele arrangement van een deelnemer - Inzicht geven in het ‘basisonderwijsprogramma’ aan deelnemers, docenten, ma- nagement, decanen door een onderwijsproducten in samenhang te kunnen tonen - Interne/externe verantwoording van het onderwijsaanbod t.a.v. strategische keu- zes, bedrijfsvoering, kwalificering. Beschrijving acties - Vaststellen zoekcriteria - Vaststellen van zoekcriteria op alle metadatavelden van de onderwijsproducten en combinaties daarvan - Vaststellen van zoekcriteria op de omschrijving en kenmerken van referentiear- rangementen - Presenteren, sorteren en filteren van de zoekresultaten - Overnemen van de zoekresultaten Tenslotte kan er een referentiearrangement worden geselecteerd dat elders kan worden gebruikt, bijvoorbeeld worden overgenomen in het arrangement van een deelnemer Resultaat Overzicht van relevante referentiearrangementen. Frequentie Wekelijks
  • 665.
    ONDERWIJSCATALOGUS 33 Werkopdrachten Activiteitendiagram Geen Functies - Zoeken en raadplegen referentiearrangementen
  • 666.
    34 ONDERWIJSCATALOGUS RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS Use case Aanleiding Er is een groot aantal situaties waarin de onderwijscatalogus wordt geraadpleegd, dus de aanleiding is zeer divers. - Vanuit de intake, wanneer de intaker inzicht wil krijgen in de onderwijsproducten die aansluiten op de leervraag van de deelnemer en het gewenste startonderwijs- product. - Vanuit het formuleren van de leervraag, om de leervraag van de deelnemer te vertalen naar concrete onderwijsproducten - Vanuit het specificeren van het arrangement, om de onderwijsproducten te selec- teren die in het arrangement moeten worden opgenomen - Vanuit het beheren van BPV-plaatsen, om vast te stellen op welk onderwijsproduct een concrete BPV-plaats van toepassing is of geschikt is - Vanuit de BPV-matching, om kenmerken van een onderwijsproduct (in dit geval een stage of BPV) te matchen op de wensen van een deelnemer - Vanuit het maken van het rooster, waarin alle metadata van de betrokken onder- wijsproducten nodig zijn Actoren - Docent - Deelnemer - Leertrajectbegeleider - Arrangeur - Roostermaker - Onderwijsontwerper - Beheerder onderwijscatalogus - Beheerder referentiearrangementen Doel Inzicht krijgen in beschikbare onderwijsproducten en de bijbehorende structuur en samenhang Beschrijving acties - Vaststellen zoekcriteria De onderwijscatalogus kan op uiteenlopende manieren worden bevraagd. Dit kun- nen zoekcriteria zijn op de metadata, maar ook een bepaalde plek in de kwalifica- tiestructuur, bijvoorbeeld een bepaald kwalificatiedossier. Daarnaast kan gezocht worden vanuit de situatie van een concrete deelnemer,
  • 667.
    ONDERWIJSCATALOGUS 35 door te selecteren welke onderwijsproducten relevant voor deze deelnemer zijn gezien de al afgenomen onderwijsproducten en het verbintenisgebied. - Zoeken en eventueel tonen alternatieven Op basis van de zoekcriteria worden de resultaten weergegeven. Wanneer de selectie geen, of te weinig resultaten oplevert kunnen er alternatieven worden getoond. - Structuren van de zoekresultaten De zoekresultaten kunnen worden weergegeven in de structuur van de taxonomie, of in de hiërarchie van de onderwijscatalogus. - Overnemen van de zoekresultaten Tenslotte kan er uit de zoekresultaten een selectie gemaakt die elders kan worden gebruikt, bijvoorbeeld in een arrangement van een deelnemer of in het roosterproces. Resultaat Selectie van onderwijsproducten die voldoet aan de selectiecriteria. Frequentie Zeer intensief gebruik, honderden tot duizenden malen per dag. Werkopdrachten Activiteitendiagram Geen Functies - Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus
  • 668.
    36 ONDERWIJSCATALOGUS DEFINIËREN ARRANGEERBAAR ONDERWIJSPRODUCT Onderwijsproducten worden in twee stappen ontwikkeld 1. Een arrangeerbaar onderwijsproduct waarin alleen de voor het arrangeren nood- zakelijke metadata zijn ingevuld; 2. Een beschikbaar onderwijsproduct waarbij alle verplichte metadata is ingevuld en dat daarmee dat planbaar is. Binnen deze use case wordt het globaal beschreven onderwijsproduct gedefinieerd dat bedoeld is om (in grote lijnen) de leervraag van deelnemer te kunnen vertalen naar een arrangement (nr.1). Tevens is een dergelijk onderwijsproduct geschikt om in een referentiearrangement te worden opgenomen. Uit een arrangeerbaar product kan nog geen informatie worden ontleend t.a.v. het roosterproces. Bij het definiëren van een arrangeerbaar onderwijsproduct gaat het om het plaat- sen van het product in de onderwijscatalogus met de beschrijving van het product en basisset met metadata die benodigd is om te kunnen arrangeren. In verband hiermee is ten minste behoefte aan de volgende velden: - Status; in ontwikkeling - Geldigheid; begindatum=datum gereed - taxonomie - Eigenaarschap - Omschrijving; beschrijvende tekst m.b.t. inhoud en doelstelling van het product - Studiebelasting Voor zover bekend kunnen ook de overige metadatavelden worden gevuld. Gedu- rende het ontwikkelproces zal het gedefinieerde product een steeds definitievere vorm krijgen. Met andere woorden de metadateringslijst worden steeds verder uitgewerkt. Er kunnen bij de uitwerking ook weer nieuwe onderwijsproducten ont- staan. Use case Aanleiding Bij het ontwerpen van onderwijs ontstaat de behoefte aan een nieuw onderwijspro- duct. Hiervoor kunnen twee triggers van toepassing zijn: - autonome behoefte voor ontwikkeling van een onderwijsproduct - bij het definiëren van een referentiearrangement ontstaat de behoefte aan een onderwijsproduct
  • 669.
    ONDERWIJSCATALOGUS 37 Actoren - Ontwerper onderwijsproducten - Beheerder onderwijscatalogus Doel Het benoemen van een nog te ontwikkelen product in de onderwijscatalogus zodat een arrangeur het kan opnemen in (referentie)arrangementen. Beschrijving acties - De ontwerper raadpleegt zonodig de onderwijscatalogus om na te gaan of het onderwijsproduct nog niet in de onderwijscatalogus beschikbaar is - De ontwerper van onderwijsproducten definieert een nog verder te ontwikkelen product door op hoofdlijnen te definiëren waar het in de opleiding en taxonomie (kwalificatiestructuur) past, welke doelen en resultaten worden nagestreefd en op welke doelgroep het product is gericht. - De ontwerper vult de minimale set met metadateringsvelden op basis waarvan het product in een referentiearrangement opgenomen zou kunnen worden. - De beheerder onderwijscatalogus neemt het product, conform bovenstaande beschrijving, op in de catalogus en geeft het product de status “In ontwikkeling” mee en stelt de datum vast waarop het onderwijsproduct daadwerkelijk beschik- baar komt, of dient te zijn. - De beheerder van de onderwijscatalogus geeft opdracht aan de productontwik- kelaar tot het verder ontwikkelen van het product, wat uiteindelijk leidt tot het daadwerkelijk beschikbaar stellen van het onderwijsproduct aan het onderwijs middels de use case “Beschikbaar stellen onderwijsproduct” Resultaat Een gedefinieerd, arrangeerbaar onderwijsproduct is opgenomen in de catalogus waarbij de beoogde datum waarop het product beschikbaar moet zijn, en de beno- digde metadateringsvelden voor de arrangeur gedefinieerd zijn. Frequentie Continu proces.
  • 670.
    38 ONDERWIJSCATALOGUS Werkopdrachten Overige opmerkingen Een onderwijsontwikkelaar is strikt genomen geen actor in dit proces maar speelt wel een sleutelrol in de realisatie van bijvoorbeeld het onderwijsleermiddel. Het niet gereed zijn van het leermiddel is een showstopper. Dit offline proces moet simul- taan door de instelling opgepakt worden.
  • 671.
    ONDERWIJSCATALOGUS 39 Activiteitendiagram Functies - Onderhouden onderwijsproducten
  • 672.
    40 ONDERWIJSCATALOGUS BESCHIKBAAR STELLEN ONDERWIJSPRODUCT Onderwijsproducten worden in twee stappen ontwikkeld 1. Een arrangeerbaar onderwijsproduct waarin alleen de voor het arrangeren nood- zakelijke metadata zijn ingevuld; 2. Een beschikbaar onderwijsproduct waarbij alle verplichte metadata is ingevuld en dat daarmee dan planbaar is. Binnen deze use case wordt het volledig beschreven onderwijsproduct gedefinieerd dat daarmee planbaar is geworden. Bij het beschikbaar stellen van een onderwijsproduct gaat het om het uitwerken van het product in de onderwijscatalogus met alle benodigde metadata voor het kunnen plannen van het onderwijsproduct. Welke metadata daarbij vereist zijn kan per ROC verschillen. Het systeem controleert of de status ‘beschikbaar’ gegeven kan worden. Er kunnen bij de uitwerking ook weer nieuwe onderwijsproducten ontstaan, die dan als zelfstandige producten kunnen worden opgenomen in de catalogus. Use case Aanleiding - De beheerder onderwijscatalogus geeft aan dat het onderwijsproduct met de sta- tus ‘in ontwikkeling’ de status ‘beschikbaar’ moet krijgen. Actoren - Ontwerper onderwijsproduct - Beheerder onderwijscatalogus Doel Het beschikbaar stellen van een onderwijsproduct in de onderwijscatalogus. Beschrijving acties - De onderwijsontwikkelaar ontwikkelt het onderwijsproduct (verder) zodat het daadwerkelijk kan worden gepland. Dit betekent dat het product daadwerkelijk beschikbaar moet zijn en dat de complete metadatering van het onderwijsproduct bekend is (tenminste alle verplichte velden). - Het ontwikkelde of gewijzigde onderwijsproduct wordt door de beheerder van de onderwijscatalogus getoetst op volledigheid en consistentie op basis van de gede- finieerde metadata
  • 673.
    ONDERWIJSCATALOGUS 41 - De beheerder van de onderwijscatalogus past de status aan naar ‘Beschikbaar’. Vanaf dat moment kunnen arrangementen waarin dit product voorkomt daadwer- kelijk in het roosterproces worden meegenomen. Resultaat Een planbaar onderwijsproduct in de onderwijscatalogus. Frequentie Eénmaal per onderwijsproduct Werkopdrachten
  • 674.
    42 ONDERWIJSCATALOGUS Activiteitendiagram Functies - Controleren en beschikbaar stellen onderwijsproduct
  • 675.
    ONDERWIJSCATALOGUS 43 BEHEREN ONDERWIJSPRODUCTEN Reeds gedefinieerde, beschikbare onderwijsproducten kunnen gewijzigd worden. Hieronder valt ook het verwijderen van het product door de status ervan op niet- actief te zetten. Onderwijsproducten die al zijn opgenomen in een arrangement kunnen alleen dan worden gewijzigd wanneer dit geen gevolgen heeft voor het ar- rangement of het roosterproces. Use case Aanleiding De omschrijving, status, metadatering en/of taxonomie van het onderwijsproduct dient aangepast te worden. Actoren - Ontwerper onderwijsproduct - Beheerder onderwijscatalogus Doel Het up-to-date houden van de onderwijscatalogus. Beschrijving acties In eerste instantie dient de beheerder de afweging te maken of een wijziging op een bestaand product is toegestaan. Deze maakt hierbij waar mogelijk gebruik van de kernregistratie, arrangeertools en de roostermachine. - Indien een veld geen invloed heeft op arrangeren, plannen of op essentie van het product is aanpassen mogelijk. In een dergelijk geval wordt het versie nummer van het product aangepast - Indien een veld wel invloed heeft op arrangeren en plannen maar nog niet daad- werkelijk is opgenomen in een arrangement of een planning kan het gewijzigd worden. In een dergelijk geval wordt het versie nummer van het product aange- past - Indien een product al daadwerkelijk in een arrangement of planning is opgeno- men dan wordt bestaande product inactief en wordt een nieuw onderwijsproduct opgenomen in de catalogus. Er zal een signaal moeten gaan naar arrangeur dat product in bestaande arrange- menten moet worden vervangen. Indien een product ooit is afgenomen kan het niet meer worden gewijzigd.
  • 676.
    44 ONDERWIJSCATALOGUS Resultaat Een geactualiseerde onderwijscatalogus. Frequentie Dagelijks Werkopdrachten Geen Activiteitendiagram Functies - Onderhouden onderwijsproducten - Controleren en beschikbaar stellen onderwijsproduct
  • 677.
    ONDERWIJSCATALOGUS 45 FUNCTIES ONDERHOUDEN REFERENTIEARRANGEMENTEN Met behulp van deze functie kan een referentiearrangement worden vastgelegd of een bestaand referentiearrangement worden gewijzigd. Ondersteunt use cases - Definiëren referentiearrangement • Ontwerpen referentiearrangement - Beheren referentiearrangement • Wijzigen of verwijderen bestaand referentiearrangement Doel Zorgen dat, met name arrangeurs, gebruik kunnen maken van ‘aanraders’. Dit zijn referentiearrangementen, of onderdelen daarvan, die kunnen worden gebruikt bij het definiëren van een arrangement voor een specifieke deelnemer. Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan een referentiearrangement worden vastgelegd. Dit vindt plaats in de volgende stappen. - Selectie van onderwijsproducten • Selecteren van onderwijsproduct(en) uit de onderwijscatalogus met behulp van de functie Zoeken en raadplegen onderwijscatalogus • Deze producten worden in het referentiearrangement geplaatst, rekening hou- dend met de volgorde-eisen die volgen uit de metadatering van de betreffende onderwijsproducten • Onderwijsproducten kunnen ook uit het referentiearrangement worden verwij- derd. - Toevoegen extra volgorde voorwaarden • De producten in het referentiearrangement kunnen in de gewenste volgorde worden geplaatst, mits hiermee niet de volgorde-eisen in de metadata van de betreffende producten worden overtreden • Daarnaast kan worden aangegeven dat een product of reeks van producten geen volgorde-afhankelijkheid hebben (dus parallel geschakeld zijn)
  • 678.
    46 ONDERWIJSCATALOGUS - Toevoegen extra randvoorwaarden of beperkingen • Alle randvoorwaarden of beperkingen die ook aan een specifiek arrangement voor een deelnemer kunnen worden gekoppeld, kunnen ook aan een referentie- arrangement worden gekoppeld, voor zover het geen randvoorwaarden zijn die didactisch van aard zijn en niet gerelateerd aan de uitvoering. Daarnaast is het mogelijk om met behulp van deze functie het referentiearrange- ment te verwijderen. Zowel bij het verwijderen als het wijzigen van een bestaand referentiearrangement is het niet nodig om te controleren of het referentiearran- gement al is gebruikt. Bij het gebruik wordt immers een kopie getrokken naar het specifieke arrangement van een deelnemer. CONTROLEREN EN BESCHIKBAAR STELLEN REFERENTIEARRANGEMENT Met behulp van deze functie kan een vastgelegd referentiearrangement worden getoetst en vervolgens voor gebruik beschikbaar gesteld worden. Ondersteunt use cases - Definiëren referentiearrangement • Toetsen referentiearrangement aan business rules en wettelijke eisen • Toetsen referentiearrangement aan eisen, wensen en criteria • Beschikbaar stellen referentiearrangement Doel Beschikbaar stellen van een referentiearrangement. Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan een vastgelegd referentiearrangement worden bekeken, handmatig en geautomatiseerd worden getoetst en tenslotte beschikbaar worden gesteld door de status te wijzigen. Dit vindt plaats in de volgende stappen. - Raadplegen referentiearrangement • Het referentiearrangement kan worden geraadpleegd, zodat kan worden beoor- deeld of het voldoet aan de eisen, wensen en criteria die ervoor gelden
  • 679.
    ONDERWIJSCATALOGUS 47 - Geautomatiseerd controleren • Het arrangement kan automatisch worden getoetst aan wettelijke, onderwijs- kundige en bedrijfsmatige criteria. Dit betreft bijvoorbeeld de controle op de urennorm, samenhang binnen het kwalificatiedossier e.d. • De gebruiker kan kiezen welke controles worden uitgevoerd, omdat het geen con- creet arrangement voor een deelnemer is maar slechts een onderdeel daarvan - Beschikbaar stellen • Het referentiearrangement wordt beschikbaar gesteld door de status te wijzigen in “Beschikbaar” ZOEKEN EN RAADPLEGEN ONDERWIJSCATALOGUS Dit is een breed toepasbare functie waarmee de onderwijscatalogus kan worden geraadpleegd om onderwijsproducten te zoeken, tonen en te selecteren. Ondersteunt use cases - Raadplegen onderwijscatalogus Doel Het om uiteenlopende reden zoeken, tonen en selecteren van onderwijsproducten uit de onderwijscatalogus. Korte beschrijving Dit betreft een generieke zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie. Deze functie werkt op hoofdlijnen als volgt. De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek- ingangen - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica- tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop- dracht betreft dan alle onderwijsproducten die binnen die betreffende tak van de taxonomie vallen
  • 680.
    48 ONDERWIJSCATALOGUS - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete deel- nemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie tot zijn verbintenisgebied en de reeds door de deelnemer afgenomen onderwijsproducten. - Zoekcriteria. Dit houdt in dat op elke gewenste metadateringsveld of een com- binatie van velden zoekcriteria kunnen worden gedefinieerd. De zoekopdracht betreft dan alle onderwijsproducten die aan die criteria voldoen. Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met als resultaat een lijst met geselecteerde onderwijsproducten. Als de zoekopdracht geen, of zeer weinig resultaten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken, waarbij wordt gezocht naar suggesties of alternatieven door ook producten te tonen die niet aan alle zoekcriteria voldoen. Vervolgens kan de lijst met geselecteerde onderwijsproducten op verschillende manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek gewenst onderwijsproduct daaruit worden geselecteerd. Het tonen en selecteren kan op de volgende manieren: - Sorteren op relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijsproducten die het best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan - Sorteren op een of meerdere metadatavelden - Weergeven in de taxonomiestructuur. De onderwijsproducten worden getoond in de structuur van de taxonomie, bijvoorbeeld geordend per kwalificatiedossier, daarbinnen per werkproces etc. - Weergeven in de hiërarchie van de onderwijscatalogus door gebruik te maken van de aggregatieniveaus. Aanvankelijk wordt alleen het hoogste aggregatieniveau getoond. De lagere aggregatieniveaus kunnen vervolgens getoond worden in een soort mappenstructuur die kunnen worden uitgeklapt. Deze weergave is alleen interessant indien de instelling ervoor gekozen heeft in de catalogus met aggrega- tieniveaus te werken. De functie biedt de mogelijkheid om één of meerdere getoonde onderwijsproduc- ten te selecteren. Hiertoe wordt er een aparte lijst bijgehouden van geselecteerde onderwijsproducten. Deze geselecteerde onderwijsproducten kunnen worden mee- genomen naar de functie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar verder kunnen worden gebruikt.
  • 681.
    ONDERWIJSCATALOGUS 49 ZOEKEN EN RAADPLEGEN REFERENTIEARRANGEMENTEN Met behulp van deze functie kan een referentiearrangement (‘aanrader’) worden gezocht die past bij de leervraag van een deelnemer. Ondersteunt use cases - Arrangement specificeren • Opstellen arrangement-alternatieven - Raadplegen referentiearrangementen Doel Het selecteren van een logisch samenhangende verzameling onderwijsproducten die aansluit op de leervraag van een deelnemer. Korte beschrijving Dit betreft een zoek-, raadpleeg- en selectiefunctie met name ten behoeve van de arrangeur. Deze functie werkt op hoofdlijnen als volgt. De functie start met het definiëren van de zoekcriteria. Afhankelijk van de situatie worden de zoekcriteria handmatig ingegeven, of zijn ze afkomstig uit de context van waaruit deze functie wordt aangeroepen. Grofweg zijn er drie belangrijke zoek- ingangen - Een bepaalde plek in de taxonomie. Dit houdt in dat bijvoorbeeld een kwalifica- tiedossier of een andere plaats in de taxonomie wordt geselecteerd. De zoekop- dracht betreft dan alle referentiearrangementen met producten die binnen die betreffende tak van de taxonomie vallen - De situatie van een deelnemer. Dit houdt in dat de situatie van een concrete deelnemer het vertrekpunt is. De zoekopdracht betreft dan alle referentiearrange- menten met onderwijsproducten die voor deze deelnemer relevant zijn in relatie tot zijn verbintenisgebied en de reeds door de deelnemer afgenomen onderwijs- producten. - Zoekcriteria. Dit houdt in dat kenmerken van de referentiearrangementen of metadateringsvelden van onderwijsproducten kunnen worden gedefinieerd. De zoekopdracht betreft dan alle referentiearrangementen c.q. onderwijsproducten die aan die criteria voldoen. Op basis van de gedefinieerde zoekcriteria wordt de zoekopdracht uitgevoerd met als resultaat een lijst met geselecteerde referentiearrangementen waarvan de
  • 682.
    50 ONDERWIJSCATALOGUS producten voldoen aan de criteria. Als de zoekopdracht geen, of zeer weinig resul- taten oplevert is er de mogelijkheid opnieuw te zoeken, waarbij wordt gezocht naar suggesties of alternatieven door ook referentiearrangementen te tonen die niet aan alle zoekcriteria voldoen. Vervolgens kan de lijst met geselecteerde referentiearrangement op verschillende manieren worden getoond en gesorteerd. Indien nodig kan een specifiek referen- tiearrangement daaruit worden geselecteerd. De referentiearrangementen worden getoond in de volgorde van relevantie in relatie tot de zoekcriteria. De onderwijs- producten die het best voldoen aan de zoekcriteria staan bovenaan. Het geselecteerde referentiearrangement kan worden meegenomen naar de func- tie van waaruit deze functie is aangeroepen zodat deze daar verder kan worden gebruikt. In dit geval zal dat meestel het vastleggen van een arrangement van een specifieke deelnemer zijn. ONDERHOUDEN ONDERWIJSPRODUCTEN Met behulp van deze functie kan een onderwijsproduct in de onderwijscatalogus worden vastgelegd, gewijzigd of verwijderd. Ondersteunt use cases - Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct • Opnemen onderwijsproduct in onderwijscatalogus - Beschikbaar stellen onderwijsproduct • Opnemen onderwijsproduct in onderwijscatalogus Doel Definiëren van een onderwijsproduct en beschikbaar stellen in de onderwijs- catalogus. Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan een onderwijsproduct worden vastgelegd, gewij- zigd of verwijderd. Dit vindt plaats in de volgende stappen:
  • 683.
    ONDERWIJSCATALOGUS 51 - Definiëren van de metadata • Alle metadata kan worden voorzien van een waarde • De waarde wordt, indien van toepassing gecontroleerd, bijvoorbeeld door de geldende coderingen (vocabulaire) of verwijzingen naar andere producten of middelen te controleren - Vastleggen van de status • De status van het onderwijsproduct is in eerste instantie altijd “In ontwikkeling” • De status “Beschikbaar” kan alleen worden gegeven na controle van het onder- wijsproduct middels de functie “Controleren en beschikbaar stellen onderwijs- product”. • De status kan ook (tijdelijk) op “Niet beschikbaar” worden gezet. - Toevoegen van bijlagen • Elders beschikbare documenten, in welke vorm dan ook, kunnen als bijlage aan het onderwijsproduct gekoppeld worden. - Toevoegen van verwijzingen naar educatieve content • Objecten met educatieve content kunnen ook aan het onderwijsproduct worden gekoppeld Het verwijderen van een onderwijsproduct kan alleen als het product nog in geen enkele arrangement of referentiearrangement is gebruikt. Anders kan een product alleen via de status “Niet beschikbaar” worden gedeactiveerd. CONTROLEREN EN BESCHIKBAAR STELLEN ONDERWIJSPRODUCT Met behulp van deze functie kan een vastgelegd onderwijsproduct worden getoetst en vervolgens beschikbaar worden gesteld voor daadwerkelijke ontwikkeling van het product of het gebruik van het product. Ondersteunt use cases - Definiëren arrangeerbaar onderwijsproduct • Toetsen metadata • In gang zetten ontwikkeling onderwijsproduct
  • 684.
    52 ONDERWIJSCATALOGUS - Beschikbaar stellen onderwijsproduct • Toetsen metadata • Beschikbaar stellen onderwijsproduct Doel Beschikbaar stellen van een onderwijsproduct, zodat het product beschikbaar komt voor gebruik Korte beschrijving Met behulp van deze functie kan een vastgelegd onderwijsproduct worden getoetst en vervolgens beschikbaar worden gesteld. Dit vindt plaats in de volgende stappen. - Controleren metadata • De beheerder van de onderwijscatalogus kan een onderwijsproduct selecteren en raadplegen om vast te stellen in welke mate de metadata volledig genoeg is om de ontwikkeling van het product in gang te zetten of het beschikbaar te stellen voor daadwerkelijk gebruik. De beoordeling van de volledigheid en juist- heid van de metadata is een afweging van de beheerder. - Beschikbaar stellen onderwijsproduct • De status van het onderwijsproduct kan worden gewijzigd naar “Beschikbaar” als de hiervoor genoemde controlestap is uitgevoerd en als alle verplichte me- tadatavelden zijn gedefinieerd.
  • 685.
    ONDERWIJSCATALOGUS 53 METADATAVELDEN Metadataveld Toelichting/opmerkingen Identificatie Titel onderwijsproduct Unieke naam Code onderwijsproduct Unieke code van het onderwijsproduct. Dit is een systeemgegene- reerde, betekenisloze code die wordt gebruikt voor verwijzingen naar dit onderwijsproduct. Referentiecode Extra code die wel betekenis heeft, vrij te definiëren door de instelling. Versie - Trefwoordenlijst Trefwoorden die de arrangeur in staat stellen om relevante onderwijs- producten te vinden door middel van een zoekfunctionaliteit. Soort product Vrij door de instelling te definiëren; zie begrippenlijst voor voorbeelden Status product Status product Zie begrippenlijst voor voorbeelden Tijdgegevens Geldigheid Begin- en einddatum (Default = beide leeg). Kalender Dit zijn periodes in het jaar, geen datums (dus data zonder jaartal). Deze periodes zijn beperkingen op de uitvoering van het product. Hier zit dus geen terugkeerpatroon in. Terugkeerpatroon Patronen à la Outlook, dus “6 keer, elke 2 weken”, “8 keer, elke week op dinsdag”. Omvang De omvang van het product, zoals dat geldt voor de berekening van de urennorm (onderwijstijd). Belasting De studiebelasting, gebaseerd op ervaring. Dit is de totale tijd die de deelnemer (gemiddeld) in dit onderwijsproduct steekt Inhoud Aggregatieniveau In principe betekenisloze indeling in max. 6 niveaus, vrij door de instel- ling te definiëren. Het aantal niveaus dat de instelling gebruikt geldt voor de hele catalogus. Volgorde Verwijzing naar ander(e) onderwijsproduct(en) die voorwaardelijk zijn om dit onderwijsproduct te kunnen doen. Geschikt voor start Onderwijsproduct kan worden ingezet als eerste (start) af te nemen product.
  • 686.
    54 ONDERWIJSCATALOGUS Leerstijl De leerstijl is een vrij door de instelling te definiëren veld, met een instellingsspecifieke vocabulaire. Toegankelijkheidssoort Dit zijn de fysieke voorwaarden, aangeduid in beperkingsklassen, waar- aan een deelnemer moet voldoen om het product te kunnen volgen. Taxonomie De plaats van een onderwijsproduct in een kwalificatiestructuur. Startvoorwaarde Voorwaarde om onderwijsproduct te kunnen uitvoeren (bijvoorbeeld: minimum aantal deelnemers) Type toets Instellingsspecifieke lijst. Paklijst Informatie over onderwijsproducten die deel uit maken van een samen- stelling en informatie over de samenstelling zelf, bijvoorbeeld volgorde. Resources Juridisch eigenaar Organisatie die juridisch eigenaar is van het onderwijsproduct Gebruiksrechten Organisatie die het recht heeft om onderwijsproduct te gebruiken Aanbieder Organisatie die het onderwijsproduct aan deelnemers aanbiedt Personeel Identificatie van benodigd personeel voor het uitvoeren van het product. De verwijzing naar benodigd personeel moet overeenkomen met de wijze waarop de instelling competenties etc. van personeel administreert Eisen locatie Definitie van benodigde locatie, die aansluit op de manier waarop de instelling zijn locaties administreert Assets + Faciliteiten Benodigde middelen. Ook dit moet aansluiten op de manier waarop de = Middelen instelling zijn middelen administreert Kostprijs Indicatie van de gemiddelde kostprijs van dit product Niveau en complexiteit Niveau Niveau 1 – n waarop het product van toepassing is Complexiteit Aanduiding van de complexiteit in relatie tot het werkproces. Instellings- specifieke niveau-aanduiding Taal/Rekenniveau Lijst van taal/rekenniveau-aanduidingen, bestaande uit: - Aanduiding van de taal (NL, DU, EN etc.) of rekenen - CEF niveau (A1 t/m C2 voor taal, X1 t/m Z2 voor rekenen) - Specifiek deelaspect (schrijven, lezen etc.) Resultatenstructuur Resultatenstructuur Definitie van de structuur op basis waarvan het summatieve resultaat wordt berekend uit andere resultaten.
  • 687.
    ONDERWIJSCATALOGUS 55 COLOFON Triple A, Eerste druk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak, Linda van Drie, Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 688.
    56 ONDERWIJSCATALOGUS Triple A ontwerp & onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl
  • 689.
    ARCHITECTUUR 1 ARCHITECTUUR
  • 690.
    2 ARCHITECTUUR Figuur 1. Businessarchitectuur (onderwijsprocesmodel) Figuur 2. Informatie-architectuur Figuur 3. Technische architectuur
  • 691.
    ARCHITECTUUR 3 INLEIDING De Triple A-architectuur beschrijft de principes en richtlijnen waarop de functio- nele ontwerpen van Triple A zijn gebaseerd. Deze principes en richtlijnen zijn ook de basis voor de initiatieven die uit het ontwerpwerk van Triple A voortkomen. Er worden drie deelarchitecturen onderscheiden die elk op een bepaald onderdeel van de architectuur ingaan. - Businessarchitectuur de inrichting van de bedrijfsprocessen - Informatie-architectuur de informatievoorziening en de ordening van functionaliteit, informatiestromen en gegevens - Technische architectuur de inzet van technologie en de keuzes voor concrete oplossingsrichtingen Elk van deze deelarchitecturen is uitgewerkt in een aantal modellen en bijbehoren- de principes en richtlijnen. Deze principes maken onderdeel uit van een samenhan- gend geheel aan architectuurprincipes van Triple A, zoals in figuur 4 weergegeven. In het eerste deel wordt de businessarchitectuur uitgewerkt. De businessarchitec- tuur beschrijft de principes en richtlijnen die betrekking hebben op de inrichting van de bedrijfsprocessen, onafhankelijk van de specifieke organisatorische inrichting bij een bepaalde instelling. Voor de businessarchitectuur vormt het onderwijsproces- model zoals beschreven in de onderwijsvisie het uitgangspunt. In het tweede deel wordt de informatie-architectuur uitgewerkt. De informatie- architectuur beschrijft de principes en richtlijnen die betrekking hebben op de ordening van de functionaliteit, informatiestromen en gegevens. In de informatie- architectuur vormen de kernsystemen het uitgangspunt. De kernsystemen worden in relatie tot elkaar beschreven en in relatie tot andere systemen en infrastructurele voorzieningen bij een instelling. In het derde deel wordt de technische architectuur uitgewerkt. De technische archi- tectuur beschrijft de principes en richtlijnen die betrekking hebben op de keuzes die Triple A maakt als het gaat om specifieke technologie, technische standaarden en oplossingsrichtingen. De technische architectuur is gebaseerd op de principes van een servicegeoriënteerde architectuur, vandaar dat de modellen voor de technische architectuur vooral gericht zijn op de principes die daaraan ten grondslag liggen.
  • 692.
    4 ARCHITECTUUR De toepassing van open standaarden is van groot belang voor de mogelijkheden om een servicegeoriënteerde architectuur daadwerkelijk te kunnen realiseren en om in technische zin open en integreerbare ICT-oplossingen te creëren. Vandaar dat naast de beschrijving van de technische architectuur en de daaruit voortkomende principes en richtlijnen ook speciaal aandacht wordt geschonken aan het definiëren van de technische standaarden die worden gehanteerd.
  • 693.
    ARCHITECTUUR 5 Figuur 4. Overzicht architectuurprincipes
  • 694.
    6 ARCHITECTUUR INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Model voor de businessarchitectuur 8 Principes en richtlijnen businessarchitectuur 11 Alle vormen van onderwijs worden ondersteund 11 De leervraag van de deelnemer staat centraal 13 Kortcyclisch planningsproces 14 Planning op basis van een onderwijscatalogus 14 Aandacht voor de beroepscontext 15
  • 695.
    ARCHITECTUUR 7 BUSINESSARCHITECTUUR
  • 696.
    8 ARCHITECTUUR MODEL VOOR DE BUSINESSARCHITECTUUR In de onderwijsvisie is een kernsystemenmodel uitgewerkt dat als basis dient voor alle ontwerpen die door Triple A zijn gemaakt. Dit model beschrijft de kernsystemen. Ditzelfde model gebruiken we ook als modellen voor de businessarchitectuur. We hebben ervoor gekozen om geen model of principes uit te werken die betrekking hebben op de organisatorische inrichting of de vorm waarin het onderwijs (de producten en diensten van een instelling) wordt aangeboden. Dit is de verantwoor- delijkheid van de instellingen. De keuzes van Triple A met betrekking tot de archi- tectuur leggen geen beperkingen op aan de instellingen bij het invullen van deze verantwoordelijkheid. Hieronder zijn de kernsystemen weergegeven. Figuur 5. De kernsystemen
  • 697.
    ARCHITECTUUR 9 In dit model wordt een aantal procesgebieden onderkend: - De administratieve ondersteuning De administratieve processen bestaan uit de kernregistratie deelnemers aange- vuld met de voorziening om deze gegevens digitaal uit te wisselen en de externe verantwoording te doen. - De voorbereiding van het onderwijs De voorbereiding van het onderwijs heeft betrekking op het logistieke proces waarin de vraag van de deelnemers, het onderwijsaanbod en de beschikbare middelen van de instelling samenkomen. - De uitvoering van het onderwijs Dit is het primaire proces waarin de deelnemers onderwijs volgen, daarin worden begeleid, en uiteindelijk zich kwalificeren voor een beoogd diploma. In dit proces bouwen zij hun portfolio op. - Onderwijscatalogus In het hart van deze processen bevindt zich de onderwijscatalogus waarin het onderwijsaanbod beschikbaar is. In alle omringende processen is deze onderwijs- catalogus het instrument om op een flexibele manier te kunnen inschrijven, het onderwijs voor te bereiden en te begeleiden. Dit alles rust op het ‘fundament’ van de architectuur, de verzameling principes en uitgangspunten waarop de ontwerpkeuzes zijn gebaseerd. Dit kernsystemenmodel is nog een stap gedetailleerder uitgewerkt in een onder- wijsprocesmodel waarin alle hoofdprocessen benoemd zijn.
  • 698.
    10 ARCHITECTUUR Figuur 6. Onderwijsprocesmodel In de functionele ontwerpen van Triple A wordt elk van de hoofdprocessen die in dit procesmodel staan, verder uitgewerkt in use cases. Wij gaan in deze beschrijving van de businessarchitectuur niet in detail in op dit procesmodel. De hoofdlijnen van dit procesmodel staan beschreven in de onder- wijsvisie. De verschillende functioneel ontwerpen bevatten in de vorm van use cases vervolgens de meer gedetailleerde uitwerking van deze processen.
  • 699.
    ARCHITECTUUR 11 PRINCIPES EN RICHTLIJNEN BUSINESSARCHITECTUUR In dit hoofdstuk worden de principes en richtlijnen beschreven waarop de business- architectuur van Triple A is gebaseerd. Deze principes geven richting aan de wijze waarop de onderwijsprocessen zijn ingericht. De richtlijnen maken deze principes nog wat concreter door aan te geven hoe deze principes in praktijk gebracht kun- nen worden. Deze principes maken onderdeel uit van het totaal aan architectuurprincipes van Triple A. Hieronder worden de principes voor de businessarchitectuur weergegeven. Deze worden in de hierna volgende paragrafen verder toegelicht. Figuur 7. Principes van de businessarchitectuur Alle vormen van onderwijs worden ondersteund De ontwerpen die Triple A maakt en de oplossingen die op initiatief van Triple A worden gerealiseerd moeten toepasbaar zijn binnen de gehele BVE-sector. Naast mbo-onderwijs wordt ook vmbo, vo, vavo, contractonderwijs en inburgering door de instellingen aangeboden. Daarnaast moet elke instelling zijn eigen afweging kunnen maken in de mate waarin meer flexibel en vraaggestuurd onderwijs wordt ingevoerd. In het onderscheid tussen vraag- en aanbodgestuurd onderwijs is nuancering aan te brengen. Een model dat dit weergeeft is het model van Jan Geurts.
  • 700.
    12 ARCHITECTUUR Figuur 8. Onderwijsmodel van Geurts De ‘leerfabriek’ (linksonder) is de uiterste vorm van aanbodgestuurd onderwijs. De twee assen onderscheiden twee vormen van een toenemende vraagsturing. Op de horizontale as wordt meer variatie op de inhoud van het onderwijs onderschei- den. In plaats van een vaste (geprogrammeerde) inhoud, meer variatie op de inhoud afhankelijk van de vraag van de deelnemer en zijn (eventueel elders ver- worven) competenties. Naast variatie op de inhoud wordt op de verticale as variatie in de vorm waarin de inhoud wordt aangeboden onderscheiden. Zo ontstaat rechts- boven de uiterste vorm van vraaggestuurd onderwijs: maatwerk. Daar staat het leerproces centraal, gebaseerd op de vraag van de deelnemer. Vraagsturing naar vorm én inhoud stelt de meest extreme eisen aan de organisatie van het onderwijs en de ICT-ondersteuning daarvan.
  • 701.
    ARCHITECTUUR 13 Het uitgangspunt is dat ICT-ondersteuning ten behoeve van volledige vraagsturing, op hoofdlijnen ook geschikt is voor de andere vormen in het model van Geurts. Toch zal een efficiënte ICT-ondersteuning van de andere onderwijsvormen ook specifieke eisen stellen. Voor de inrichting van de nieuwe onderwijsprocessen en ICT- ondersteuning is de rechterbovenhoek van het model van Geurts het uitgangs- punt. Binnen dat kader, worden voor de andere onderwijsvormen aanvullende eisen aan de ICT-ondersteuning gesteld. Richtlijnen: - Alle vier de vormen van onderwijs in het model van Geurts worden ondersteund. - Mbo, vmbo, vo, vavo, inburgering en contractonderwijs worden ondersteund. De leervraag van de deelnemer staat centraal Als uitgangspunt voor het denken over de inrichting van het onderwijs staat de leervraag van de deelnemer centraal. De onderwijsprocessen moeten zodanig ingericht kunnen worden dat het onderwijsaanbod kan worden afgestemd op de individuele leervraag van deelnemers. Flexibilisering en meer vraagsturing veronderstelt dat deelnemers daarmee om kunnen gaan. Dat betekent vooral dat zij in staat moeten zijn hun vraag te formu- leren en de consequenties van hun keuzegedrag moeten kunnen overzien. Dit kan betekenen dat het nodig is om hen daarin intensiever te begeleiden. Wanneer er bijvoorbeeld kortcyclischer wordt gepland en deelnemers moeten daarbij keuzes maken, dan kan het nodig zijn ook kortcyclischer begeleiding te organiseren. Een andere aanpak kan zijn te zorgen dat deelnemers zelfstandiger worden in het maken van keuzes en het nemen van de verantwoordelijkheid voor het maken van die keuzes. Intensievere begeleiding en zorg is niet de enige manier om deelnemers in staat te stellen keuzes te maken. Bijvoorbeeld een goede informatievoorziening kan bijdragen tot vergroting van de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Richtlijnen: - Er is variatie mogelijk in de mate waarin deelnemers worden begeleid in het formuleren van hun leervraag en het maken van keuzes voor de te volgen leerroute - Waar mogelijk worden deelnemers verantwoordelijk voor het vormgeven van hun leerroute en zijn ze daar zo zelfstandig mogelijk in.
  • 702.
    14 ARCHITECTUUR Kortcyclisch planningsproces Om meer vraaggestuurd onderwijs mogelijk te maken is een meer flexibel plan- ningsproces noodzakelijk. Die flexibiliteit zit vooral in de mogelijkheid om voort- durend de vraag van de deelnemer en het onderwijsaanbod van de instelling op elkaar af te stemmen. Traditioneel wordt het onderwijs voor een heel schooljaar gepland. Die situatie laat weinig ruimte om gaandeweg het jaar op gewijzigde leervragen van deelnemers te reageren. Datzelfde geldt voor het inspelen op veranderingen die zich voordoen in de beschikbare docenten en middelen. Mede door de invoering van het competen- tiegericht onderwijs neemt de behoefte toe om die werkwijze aan te passen. Een deel van de deelnemers kan nu breed instromen en pas na enige tijd een keuze voor een specifieke uitstroom maken. Maar ook een efficiëntere inzet van middelen kan een drijfveer zijn. Om aan deze wens tegemoet te komen moet het mogelijk zijn om kortcyclischer te plannen, bijvoorbeeld elke 10 weken. In elke cyclus worden onderwijsvraag en -aanbod en de beschikbare middelen op elkaar afgestemd. Om deze vorm van onderwijs betaalbaar te houden wordt wel eens de vergelijking gemaakt met ‘massamaat- werk’, waarin ondanks de variatie in de vraag een efficiënte inzet van middelen kan worden bereikt. Het toepassen van bedrijfsregels is daarom erg belangrijk in dit planningsproces. Het planningsproces wordt wel zo ingericht dat onderwijs ook efficiënt op de traditi- onele wijze aangeboden kan worden. Richtlijnen: - Het is mogelijk om kortcyclisch te plannen, zodat er een bijna continue afstemming van vraag en aanbod plaatsvindt. - Naast het flexibel en kortcyclisch plannen moet het ook mogelijk zijn om bepaalde vormen van onderwijs, zoals vo en vmbo, voor een langere periode meer aanbod- gestuurd te plannen. - In het planningsproces moet het mogelijk zijn bedrijfsregels toe te passen die ervoor zorgen dat de planning ook bedrijfseconomisch verantwoord is. Planning op basis van een onderwijscatalogus Introductie van meer flexibiliteit en vraagsturing in een omgeving waar toch voor grote aantallen deelnemers onderwijs moet worden aangeboden, vraagt om de toepassing van principes van massa-maatwerk.
  • 703.
    ARCHITECTUUR 15 Dat betekent dat het onderwijs in zekere zin wel vaststaat, maar door het aan te bieden in kleine eenheden die flexibel samengesteld kunnen worden tot een vol- ledige opleiding, kan er toch aan de deelnemer maatwerk geleverd worden. De onderwijscatalogus is het centrale hulpmiddel waarin het onderwijs in voldoende kleine eenheden wordt gedefinieerd, zodat op basis daarvan dit massa-maatwerk geleverd kan worden. Richtlijnen: - De onderwijscatalogus wordt zo ingericht, dat de eenheden (op het laagste aggregatieniveau) de planbare onderwijseenheden zijn. - De onderwijscatalogus biedt de mogelijkheid om deze planbare eenheden samen te stellen tot eenheden op een hoger aggregatieniveau. - De onderwijscatalogus is een zo transparant mogelijke vastlegging van de beschikbare onderwijsproducten. - Producten in de onderwijscatalogus zijn gekoppeld aan een taxonomie (kwalifi- catiestructuur) waarin de regels en structuur ten behoeve van de kwalificatie van deelnemers is vastgelegd. Aandacht voor de beroepscontext Een groot deel van het onderwijs dat in de BVE-sector wordt gegeven is gericht op het opleiden voor een specifiek beroep. Er is steeds meer de behoefte onderwijs dicht bij de echte beroepssituatie te brengen. Dit betekent niet alleen veel aandacht voor stage en BPV, maar ook voor het leren in praktijkstituaties en minder in klas- lokaal en theorieles. Daarbij hoort ook dat deelnemers in staat worden gesteld om ondernemerschap te tonen, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te krijgen om eigen ideeën voor een product of bedrijf ook echt in de praktijk te brengen. Richtlijnen: - In de organisatie en inrichting van het onderwijs zijn mogelijkheden voor opleiden in een reële beroepscontext (praktijksituatie). - Deelnemers worden gestimuleerd ondernemerschap te tonen.
  • 704.
    16 ARCHITECTUUR INHOUDSOPGAVE Beschrijving informatie-architectuur 18 Kernregistraties 20 Onderwijslogistiek 25 Onderwijscatalogus 25 Primair proces ondersteuning 26 Portfolio 26 Uitwisseling in de keten 27 Managementrapportages 27 Portaal 28 Infrastructurele voorzieningen 29 Principes en richtlijnen informatie-architectuur 32 Open en flexibele integratievoorzieningen 32 Functionaliteit is opgebouwd uit diensten (services) 34 Gebruiksgecentreerd ontwerp 35 Kernregistraties 35 Centrale rapportagevoorziening voor sturing en verantwoording 36 Centraal documentmanagement is mogelijk 38 Procesbesturing op basis van orkestratie en choreografie 38
  • 705.
    ARCHITECTUUR 17 INFORMATIE-ARCHITECTUUR
  • 706.
    18 ARCHITECTUUR BESCHRIJVING INFORMATIE-ARCHITECTUUR In de onderwijsvisie wordt uitgegaan van een indeling in een aantal kernsystemen. Elk van deze kernsystemen ondersteunt een deel van de onderwijsprocessen zoals die in het onderwijsprocesmodel nader zijn uitgewerkt. Figuur 9. Kernsystemen In het model voor de informatie-architectuur zijn deze kernsystemen weergegeven waarbij is aangegeven hoe de functionaliteiten zich tot elkaar verhouden, en wat de relatie is met de andere systemen en infrastructurele voorzieningen binnen een instelling. De informatie-architectuur staat los van concrete applicaties die deze functionaliteit ondersteunen. In een concrete situatie bij een instelling kan een functioneel gebied worden afgedekt door één of meerdere (wellicht zelfs functioneel overlappende)
  • 707.
    ARCHITECTUUR 19 applicaties of kan een applicatie meerdere functionele gebieden (gedeeltelijk) afdekken. In die zin schetst de informatie-architectuur een ideaalbeeld dat in de praktijk zelden volledig in de vorm van concrete applicaties bij een instelling zal bestaan. De informatie architectuur is het ontwerp van deze ideale situatie, geen beschrijving van de feitelijke situatie bij instellingen. De functionele gebieden die in de ontwerpen van Triple A zijn uitgewerkt zijn in de in- formatie-architectuur uitgelicht. (zie ook de binnenkant van de cover van dit document) Figuur 10. Model voor de informatie-architectuur In het midden van dit model zijn de kernregistraties geplaatst. Naast de kernregis- tratie deelnemers zijn er ook kernregistraties onderkend voor personeel, middelen, relaties, financiën en educatieve content.
  • 708.
    20 ARCHITECTUUR Al deze kernregistraties samen vormen de basisinformatie voor het onderwijslo- gistieke proces, waarin de leervraag van de deelnemers wordt gematched op het aanbod van de instelling. Dit aanbod bestaat enerzijds uit alles wat in de andere kernregistraties wordt geadministreerd, en anderzijds uit het onderwijsaanbod dat in de onderwijscatalogus is vastgelegd. Het resultaat van dit onderwijslogistieke proces is het geplande onderwijs dat zo goed mogelijk aansluit bij de leervraag van de deelnemer én het beschikbare onderwijs en de beschikbare middelen binnen de instelling. Het geplande onderwijs zelf wordt binnen de instelling ondersteund middels de functionaliteiten voor het primaire proces, en voor de deelnemer middels een portfolio. Aan de linkerkant van de figuur is de relatie met de keten weergegeven. Hier gaat het om andere instellingen, de informatiebeheergroep, het CFI en andere partijen waarmee informatie wordt uitgewisseld dan wel verantwoording aan wordt afge- legd. We maken voor deze relatie met de organisaties in de keten onderscheid in het uitwisselen van deelnemergegevens in de vorm van een overdrachtsdossier, en externe verantwoording. Aan de rechterkant van de figuur is de relatie met de besturing van de instelling weergegeven. Hiervoor is de functionaliteit voor managementrapportage onderkend. Alle genoemde functionaliteiten worden ondersteund door een verzameling infra- structurele voorzieningen. De meest in het oog springende voorziening is het portaal, waarin functionaliteit geïntegreerd aan gebruikers kan worden aangeboden. Daarnaast steunt alles op een verzameling meer technische infrastructurele voor- zieningen die in het onderste deel van de informatie-architectuur is weergegeven. In de hierna volgende paragrafen worden de onderdelen van de informatie-architec- tuur inhoudelijk nader toegelicht. Kernregistraties De kernregistraties zijn de belangrijkste administratieve systemen binnen de instel- ling. Kernregistraties vervullen drie functies, namelijk: - Het beheren van een afgebakende verzameling administratieve gegevens Elke kernregistratie is eigenaar van, en verantwoordelijk voor een goed gedefini- eerde verzameling kerngegevens. De kernregistratie voorziet in een betrouwbare vastlegging en bewaakt de integriteit van deze gegevens. De kernregistratie is voor deze gegevens de bronregistratie. Mutaties worden altijd in deze bronadmi- nistratie doorgevoerd en van daaruit eventueel verspreid of beschikbaar gesteld. - Het ondersteunen van de bijbehorende administratieve processen Rondom een kernregistratie is binnen een instelling een aantal administratieve
  • 709.
    ARCHITECTUUR 21 processen ingericht, zoals bijvoorbeeld het proces van inschrijven van een deel- nemer, in dienst nemen van een medewerker of het aanschaffen of afstoten van middelen. Een kernregistratie ondersteunt deze administratieve processen die nauw samenhangen met de kernregistratie zelf. - Het beschikbaar stellen van de gegevens met name ten behoeve van het onder- wijslogistieke proces Naast de ondersteuning van de administratieve processen rondom de kernregis- tratie zelf, zijn de kernregistraties de brongegevens waaruit in andere proces- sen kan worden geput. Het is met name belangrijk dat het onderwijslogistieke proces de gegevens kan betrekken van de kernregistratie en niet van een kopie of tweede omgeving. In sommige gevallen ontstaat er vanuit het onderwijslogis- tieke proces een mutatie die weer in de kernregistratie moet worden doorgevoerd, bijvoorbeeld het reserveren van een middel. Om dit mogelijk te maken leveren de kernregistraties services die het voor andere systemen mogelijk maken de gegevens te raadplegen, mutaties aan te leveren of specifieke functionaliteiten te gebruiken zoals controles of het in gang zetten van een administratief proces. Er worden zes kernregistraties onderscheiden. - Deelnemers - Personeel - Middelen - Relaties - Financiën - Educatieve content De kernregistraties worden hieronder kort beschreven. Tevens wordt in de kantlijn aangegeven of Triple A de functionaliteit heeft uitgewerkt in een fuctioneel ontwerp of niet. Kernregistratie deelnemers De kernregistratie deelnemers is De kernregistratie deelnemers ondersteunt de administratieve processen rondom nader uitgewerkt in het functioneel de registratie en het beheer van deelnemergegevens, bestaande uit inschrijven, ontwerp Kernregistratie deelnemer- beheren identiteit, diplomeren, beheren van de loopbaan, analyse van aanwezig- gegevens heid, documentbeheer en uitschrijven. Deze functionaliteit is nader afgebakend en beschreven in het functioneel ontwerp van de kernregistratie deelnemergegevens.
  • 710.
    22 ARCHITECTUUR Kernregistratie personeel Deze functionaliteit is in de De kernregistratie personeel omvat op hoofdlijnen de ondersteuning van de vol- functionele ontwerpen van Triple A gende processen. niet verder uitgewerkt - Personeelsadministratie Dit betreft de registratie van personeelsgegevens zoals NAW, opleidings- en ar- beidsverleden, functie, schaal, verlof, jaartaak, rechtspositie, verzuim en locatie. Daarnaast wordt in veel gevallen ook de organisatorische inrichting (de organisa- tiestructuur) geadministreerd. - Instroom Dit betreft het registreren en publiceren van vacatures, en de afwikkeling van de verdere procedures voor het in dienst nemen van personeel. - Doorstroom Dit betreft de functionaliteit rond de ontwikkeling van het bestaande personeel, zoals personeelsbeoordelingen en functioneringsgesprekken. Hieronder valt ook het monitoren van de competenties van de medewerkers. - Uitstroom Dit betreft de afwikkeling rond de medewerkers die de instelling verlaten, inclusief outplacement e.d. - Salarisverwerking Dit betreft de maandelijkse salarisverwerking en -betaling. Kernregistratie middelen Deze functionaliteit is in de De kernregistratie middelen omvat de registratie en het beheer van alle gebruiks- functionele ontwerpen van Triple A en verbruiksmiddelen of faciliteiten die binnen een instelling beschikbaar zijn ten niet verder uitgewerkt behoeve van het onderwijs. De kernregistratie middelen omvat met name de volgende middelen en faciliteiten - Ruimtes zoals lokalen, vergaderruimtes, praktijkruimtes, auditorium etc. - Gebruiksmiddelen, zoals gereedschap, computers, een beamer, een opengewerkte motor etc. - Verbruiksmiddelen, zoals verf, brandstof, papier etc. De kernregistratie middelen omvat nadrukkelijk niet het personeel (want dat is ondergebracht in de kernregistratie personeel) en het onderwijsaanbod (want dat is ondergebracht in de onderwijscatalogus). De processen die vanuit de kernregistratie middelen worden ondersteund zijn op hoofdlijnen de volgende.
  • 711.
    ARCHITECTUUR 23 - Beheren middelen Dit betreft het proces van aanschaffen, onderhouden en afstoten van middelen. De strategische en tactische planning zoals dat in de onderwijslogistiek is be- schreven levert hiervoor belangrijke informatie om te bepalen wat de behoefte aan middelen op de korte en langere termijn is. Vanuit de onderwijslogistiek kunnen middelen worden aangevraagd of gewijzigd. De afhandeling van deze aanvragen en wijzigingen vindt ook in dit proces plaats. Daarnaast kan in het roosterproces gewerkt worden met fictieve middelen, die op het moment van roosteren nog niet beschikbaar zijn. Op het moment dat een der- gelijk rooster definitief wordt (geëffectueerd wordt) dan wordt binnen het proces van het beheren van middelen het middel daadwerkelijk gerealiseerd. - Administreren van het middelenbeslag Dit betreft het proces waarin de beschikbare middelen aan het onderwijslogistieke proces beschikbaar worden gesteld voor een bepaalde periode. Vanuit de onder- wijslogistiek worden in eerste instantie middelen voorlopig vastgelegd, om aan te geven dat de middelen in het rooster voor een bepaalde periode ingezet kunnen worden. Wanneer het rooster definitief is (geëffectueerd is) worden de middelen definitief vastgelegd. Kernregistratie relaties Deze functionaliteit is in de De kernregistratie relaties wordt ook wel Customer Relationship Management (CRM) functionele ontwerpen van Triple A of relatiebeheer genoemd. Dit relatiebeheer omvat het uniform en centraal beheren niet verder uitgewerkt en registreren van alle bedrijven en (contact)personen die van belang zijn. Binnen een onderwijsinstelling zijn met name de stage/BPV-bedrijven, en (potentiële) opdrachtgevers van belang. Vanuit het relatiebeheer wordt met name het proces van uniforme registratie en het centraal verwerken van wijzigingen ondersteund. Hierbij kan gedacht worden aan het verwerken van adreswijzigingen of het verwerken van wijzigen in bijvoorbeeld de accreditatie van een stagebedrijf. Een kernregistratie relaties ondersteunt vooral de administratieve logistiek om ervoor te zorgen dat alle wijzigingen op de plek waar ze ontstaan ook correct administratief worden verwerkt. Dit kan ook beteke- nen dat er koppelingen moeten zijn met externe bronnen, zoals de gemeentelijke basisadministratie of een bedrijvenregister.
  • 712.
    24 ARCHITECTUUR Kernregistratie financiën Deze functionaliteit is in de De kernregistratie financiën omvat de functionaliteit ten behoeve van de financiële functionele ontwerpen van Triple A administratie, waaronder het grootboek, debiteuren en crediteuren-administratie, niet verder uitgewerkt begroting en financiële rapportage en verantwoording. In relatie tot het onderwijslogistieke proces is met name het volgende van belang. - Facturering van kosten aan deelnemers Aan opleidingen zijn in bepaalde gevallen kosten verbonden, die samenhangen met de specifieke opleiding die een deelnemer volgt. Zodra een deelnemer op zo’n opleiding onderwijs volgt, of bepaalde onderwijsproducten afneemt kan dat bete- kenen dat er kosten in rekening moeten worden gebracht. De facturering daarvan wordt in de kernregistratie financiën afgehandeld. - Facturering aan opdrachtgevers Voor onderwijs dat in opdracht van een externe organisatie (bijvoorbeeld een gemeente of een bedrijf) wordt verzorgd, worden er kosten in rekening gebracht. De kosten kunnen afhankelijk zijn van het daadwerkelijk afgenomen of aangebo- den onderwijs. Informatie uit het onderwijslogistieke proces en de kernregistratie deelnemergegevens is dus nodig om te bepalen welke kosten in rekening ge- bracht moeten worden. - Bekostiging Op basis van de externe verantwoording (de uitwisseling met BRON) ontvangt de instelling bekostiging. De financiële afhandeling daarvan vindt uiteraard binnen de kernregistratie financiën plaats. Kernregistratie educatieve content: Deze functionaliteit is in de In de kernregistratie educatieve content wordt het digitaal beschikbaar lesmateriaal functionele ontwerpen van Triple A ontwikkeld of ingekocht, beheerd en beschikbaar gesteld. niet verder uitgewerkt De kernregistratie educatieve content ondersteunt op hoofdlijnen de volgende pro- cessen. - Import en export faciliteit De mogelijkheid om door derden ontwikkelde educatieve content te importeren en eigen content ter beschikking te stellen aan derden. Voor het importeren en exporteren bestaan internationale en nationale standaarden voor het vastleggen en metadateren van educatieve content. - Content management cq auteursomgeving Het creëren en onderhouden van educatieve content door medewerkers zelf.
  • 713.
    ARCHITECTUUR 25 - Ontsluiting naar een afspeelomgeving voor educatieve content Standaardfuncties waarvan een electronische leeromgeving gebruik kan maken om de content af te spelen. Het ligt voor de hand om de educatieve content te koppelen aan de producten in de onderwijscatalogus waarop het betrekking heeft. Daardoor wordt de content ook makkelijker vindbaar. Onderwijslogistiek Het onderwijslogistieke proces is De onderwijslogistiek is het proces dat zorgt voor het matchen van de leervraag nader uitgewerkt in het functioneel van de deelnemers (uitgedrukt in een arrangement van onderwijsproducten uit de ontwerp onderwijslogistiek, onderwijscatalogus) met de beschikbare docenten en middelen. roosteren, beheren middelen. De onderwijslogistiek onttrekt gegevens uit de kernregistraties, met name uit de kernregistratie deelnemersgegevens en middelen. Wanneer in dit logistieke proces personeel en middelen worden ingezet, dan worden deze (voorlopig of definitief) vastgelegd. Eventuele aanvragen voor de inzet van middelen en wijzigingen op be- schikbare middelen worden teruggekoppeld aan de betreffende kernregistraties. Het resultaat van het onderwijslogistieke proces, het geplande onderwijs, is vervol- gens de basis voor de uitvoering van het primaire proces. Onderwijscatalogus De onderwijscatalogus is nader De onderwijscatalogus vormt in zekere zin het hart van de informatie-architectuur uitgewerkt in het functionele van Triple A. De onderwijscatalogus is de centrale, generieke voorziening waarin ontwerp onderwijscatalogus het totaal aan onderwijsproducten binnen de instelling is vastgelegd en beschikbaar wordt gesteld. Deze onderwijsproducten worden beschreven door middel van een verzameling metadata en verwijzen naar de plek in de kwalificatiestructuur (taxo- nomie) waarop ze betrekking hebben. Deze functionaliteit is onmisbaar voor een groot aantal functionaliteiten in de an- dere gebieden, bijvoorbeeld: - In de kernregistratie deelnemergegevens worden deelnemers ingeschreven op een verbintenisgebied dat in de taxonomie behorende bij een product in de onderwijs- catalogus, is beschreven - In de kernregistratie deelnemers worden summatieve resultaten en de diplome- ring gebaseerd op de producten uit de onderwijscatalogus - In het onderwijslogistieke proces wordt de leervraag van de deelnemer uitgedrukt in producten uit de onderwijscatalogus
  • 714.
    26 ARCHITECTUUR - In het roosteren worden de kenmerken (metadata) van de onderwijsproducten gebruikt om te bepalen welke docenten en middelen en andere kenmerken beno- digd zijn, en dus moeten worden meegenomen in het roosterproces - In het primaire proces worden onderwijsproducten, waaronder ook de examens afgenomen en beoordeeld - In het portfolio worden producten opgenomen die gerelateerd zijn aan onderwijs- producten in de onderwijscatalogus. Om deze redenen wordt de onderwijscatalogus als centrale, generieke voorziening gepositioneerd. Primair proces ondersteuning Primair proces ondersteuning en De ondersteuning van het primair proces omvat alle functionaliteit die direct samen- portfolio zijn beide door Triple hangt met de uitvoering van het onderwijs zelf. Dit proces start zodra vanuit het A uitgewerkt in een functioneel onderwijslogistieke proces het onderwijs is gepland. Op basis daarvan kan het ontwerp onderwijs daadwerkelijk plaatsvinden. Wat functionaliteit betreft staat in de procesondersteuning de registratie van hou- ding en gedrag, ontwikkeling van competenties en kennis en behaalde formatieve resultaten centraal. Deze informatie wordt vastgelegd in het deelnemersdossier van elke deelnemer, waarin zich het begeleidingsdossier, administratief dossier, zorg- dossier en examendossier bevinden. Vanuit deze registraties kan de ontwikkeling en voortgang worden gemonitord en indien nodig worden bijgestuurd als de ontwikke- ling afwijkt van de verwachtingen. Op basis daarvan wordt geadviseerd over de te volgen leerroute. Portfolio Het portfolio speelt ook een belangrijke rol in de ondersteuning van het primaire proces, maar dan vanuit het perspectief van de deelnemer. Een portfolio is een digitale werkomgeving waarin de deelnemer zelf producten kan opnemen, ordenen, delen met anderen en ter beoordeling aan een docent kan aanbieden. Behaalde resultaten kunnen weer als bewijsstukken worden opgenomen in het portfolio, zodat het portfolio een omgeving wordt waarin de deelnemer gedu- rende zijn hele leerloopbaan zijn verworven kennis en competenties kan registreren en aantonen. Het portfolio is iets wat de deelnemer gedurende zijn hele leerloopbaan kan blijven gebruiken, ook als hij bij verschillende instellingen onderwijs volgt, of later naast zijn werk weer een studie oppakt. Om dit waar te maken moet het portfolio tussen instellingen kunnen worden uitgewisseld.
  • 715.
    ARCHITECTUUR 27 Uitwisseling in de keten De uitwisseling in de keten, Onder de ‘keten’ worden hier de organisaties verstaan waarmee de instelling een bestaande uit de externe ver- relatie heeft die uitwisseling van gegevens of het leveren van digitale diensten antwoording en uitwisseling van noodzakelijk maakt, uiteenlopend van het ministerie van OC&W, de informatie- deelnemergegevens is nader beheergroep en het CFI tot andere instellingen en opdrachtgevers. We maken uitgewerkt in twee functionele ont- hierbij onderscheid in een tweetal vormen van uitwisseling in de keten: externe werpen, het functioneel ontwerp verantwoording en de digitale overdracht van deelnemergegevens. externe verantwoording en het functioneel ontwerp digitale over- Externe verantwoording dracht deelnemergegevens. De externe verantwoording vindt op twee manieren plaats. Enerzijds door middel van een continu proces van gegevensuitwisseling en anderzijds door het periodiek of op verzoek verstrekken van rapportages. De continue uitwisseling van gegevens wordt gevoed door de mutaties die ont- staan; elke mutatie die relevant is wordt uitgewisseld hetzij als individuele mutatie, hetzij verzameld in een uitwisselingsbestand. Deze wijze van gegevensuitwisseling is daarmee ‘event’ gedreven. In de praktijk is deze vorm van uitwisseling met name van belang ten behoeve van de bekostiging van de instelling. Verschillende instanties verzoeken daarnaast (al dan niet periodiek) om bepaalde rapportages, bijvoorbeeld vanwege contractuele afspraken of de verstrekking van een keurmerk. Ook kunnen overheids- of onderzoeksinstelling gegevens opvragen ten behoeve van onderzoek of beleidsontwikkeling. Digitale overdracht deelnemergegevens De digitale overdracht van deelnemergegevens heeft vooral betrekking op de uit- wisseling van deelnemergegevens met andere instellingen (de instelling waar een deelnemer van afkomstig is, of waar hij zijn opleiding gaat vervolgen). De uitwis- seling kan plaatsvinden via een centraal uitwisselingspunt dat buiten de individuele instellingen om de logistiek van uitwisseling, inclusief autorisaties, toestemming en bezwaar regelt, of direct tussen instellingen onderling. Managementrapportage Deze functionaliteit is in de Onder managementrapportage wordt hier een generieke voorziening verstaan die functionele ontwerpen van Triple A rapportage over de grenzen van individuele systemen heen mogelijk maakt, met niet verder uitgewerkt name als het gaat om informatie die niet direct betrekking heeft op de ondersteu- ning van operationele processen, maar meer op de tactische en strategische bestu- ring en verantwoording. Veelal zullen de individuele systemen zelf wel beschikken over rapportagevoor- zieningen die direct rapporteren over de gegevens die in het betreffende systeem
  • 716.
    28 ARCHITECTUUR worden beheerd. Dit zijn vaak ook rapportages die direct de operationele processen ondersteunen. De voorziening voor managementrapportage is voor dit type rap- portage niet bedoeld. De voorziening voor managementrapportage voorziet in het volgende: - Het onttrekken van gegevens uit verschillende bronsystemen - Het verzamelen en transformeren van deze gegevens, zodanig dat ze met elkaar in verband gebracht kunnen worden en qua gebruikte sleutelwaarden en gegevensdefinities met elkaar in overeenstemming zijn - Het analyseren van deze gegevens om daaruit nieuwe informatie te creëren (ook wel data-mining genoemd) - Het transformeren van deze gegevens in een structuur die effeciënt raadplegen en zoeken mogelijk maakt. Dit kan betekenen dat redundante gegevens worden opgeslagen. - Het rapporteren over deze gegevens op basis van standaardrapportages of ad-hoc opvragingen. Een omgeving waarin deze voorzieningen samenkomen wordt een datawarehouse genoemd. In sommige gevallen wordt een datawarehouse aangevuld met een ge- avanceerde rapportageomgeving, vooral bedoeld voor ad-hoc analyses en rapporta- ges (een zogenaamde OLAP-omgeving (On Line Analytical Processing)). Portaal Deze functionaliteit is in de Het portaal is een webgebaseerde gebruikersomgeving, waarin gebruikers op een functionele ontwerpen van Triple A geïntegreerde manier toegang krijgen tot alle functionaliteit, gegevens en samen- niet verder uitgewerkt werkingsvoorzieningen die ze nodig hebben om hun werk te doen. Het portaal is op die manier de digitale werkplek van een gebruiker, waarbij de gebruiker zich niet meer zo sterk bewust is van het feit dat er allemaal verschillende systemen zijn die hij voor zijn werk nodig heeft. Het portaal biedt dit geïntegreerd aan. Binnen een portaal is rolgebaseerde autorisatie en personalisatie heel belangrijk. Dit betekent dat elke gebruiker op het portaal de toegang krijgt tot de functiona- liteit, gegevens en samenwerkingsvoorzieningen die voor zijn rol van belang zijn. Een deelnemer, docent of externe opdrachtgever kunnen van hetzelfde portaal gebruik maken, maar hebben vanwege hun verschillende rollen hele andere moge- lijkheden op het portaal. Dit is ook nog gepersonaliseerd, wat betekent dat ook elk individu mogelijkheden heeft om zijn werkomgeving op de gewenste manier in te richten en wordt bijvoorbeeld het ‘onderhanden werk’ van een gebruiker vastgehou- den, zodat dit later weer kan worden opgepakt.
  • 717.
    ARCHITECTUUR 29 We onderscheiden een drietal portalen, elk met een eigen doelgroep en verzameling voorzieningen. - Het portaal voor deelnemers en medewerkers Het portaal voor deelnemers en medewerkers is in principes bedoeld voor de ontsluiting van alle informatie, functionaliteit en samenwerkingsvoorzieningen ten behoeve van het onderwijs binnen een instelling. Zo’n omgeving is eigen- lijk een electronische leeromgeving, waarin deelnemers toegang hebben tot het rooster, cijfers, relevante educatieve content, en hun portfolio. Daarnaast kunnen zij communiceren met andere deelnemers en hun begeleiders en docenten. Voor docenten en medewerkers is dit net zo goed een belangrijke werkomgeving. Ook zij kunnen onderling communiceren, en met hun deelnemers. Ook hebben zij toe- gang tot de deelnemersdossiers, kunnen zij resultaten terugkoppelen etc. - Het ketenportaal Het ketenportaal is een specifiek portaal, speciaal voor de organisaties in de keten. In het kader van de externe verantwoording loopt de uitwisseling van mu- taties, zoals het ophalen of afleveren van bestanden of berichten via dit portaal. Rapportages of onderdelen van een deelnemersdossier kunnen op dit portaal worden aangevraagd en als ze beschikbaar zijn gesteld worden opgehaald. - Het managementportaal Het managementportaal is specifiek bedoeld voor de toegang tot de management- informatie. Hierin zijn de rapportages en ad-hoc zoek- en analyse mogelijkheden beschikbaar die gebruik maken van het datawarehouse. Infrastructurele voorzieningen Tenslotte wordt in de informatie-architectuur een verzameling generieke, infrastruc- turele voorzieningen onderkend, waarvan alle systemen gebruik kunnen maken. Grofweg kan hierbij onderscheid worden gemaakt in een drietal lagen, die ook zo in de informatie-architectuur zijn weergegeven. Fysieke infrastructuur De onderste laag omvat de fysieke infrastructuur. Dit zijn de servers, netwerk- voorzieningen en werkplekken en de technische voorzieningen voor identificatie en authenticatie (vaststelling van de identiteit van gebruikers), autorisatie (vaststel- ling van de rol van de gebruiker en toegang tot systemen), monitoring (bewaking van de juiste werking van de infrastructuur) en logging (registratie van technische incidenten).
  • 718.
    30 ARCHITECTUUR Integratievoorzieningen Op het tweede niveau zijn twee generieke voorzieningen benoemd, die voorzien in mogelijkheden om systemen te integreren. De procesbesturing is een voorziening die het mogelijk maakt om bedrijfsprocessen te definiëren die de individuele systemen overstijgen. Vanuit de procesbesturing worden dan achtereenvolgens de diensten van verschillende systemen aangeroepen en gecoördineerd. De enterprise servicebus is een voorziening die het mogelijk maakt dat verschil- lende systemen elkaars diensten kunnen gebruiken. Dit kan op drie manieren. - Asynchrone berichtuitwisseling. Dit wordt ook wel ‘event driven’ genoemd, wat inhoudt dat systemen berich- ten kunnen sturen die een ‘event’ melden. De enterprise servicebus zorgt voor gegarandeerde aflevering van deze berichten bij de systemen die daarop geabon- neerd zijn. Eventuele transformaties, zowel technisch als logisch, worden door de enterprise servicebus uitgevoerd. - Synchrone aanroep van services Dit betekent dat systemen elkaars services kunnen gebruiken. Dit soort gebruik van service is vaak synchroon, wat betekent dat direct antwoord van het andere systeem wordt verwacht. Asynchroon, dus met uitgesteld antwoord, kan in dit geval echter ook. - Bulk gegevensuitwisseling Tenslotte kunnen systemen grotere verzamelingen gegevens met elkaar uitwis- selen. Ook hiervoor kunnen generieke voorziening worden geïmplementeerd om dergelijke uitwisselingen op een gestandaardiseerde en uniforme manier te laten plaatsvinden. Generieke functionaliteiten Op het derde niveau wordt een aantal meer functionele generieke voorzieningen onderkend. - Samenwerken Onder samenwerken wordt een verzameling generieke voorzieningen verstaan die veelal in portaal-omgevingen zijn geïntegreerd. Het gaat dan om voorzieningen waarin gebruikers groepen kunnen vormen, documenten kunnen delen, gericht informatie kunnen verspreiden, een forum kunnen inrichten etc. - Zoeken Tradioneel blijven voorzieningen om te zoeken naar informatie beperkt tot één bepaalde omgeving, bijvoorbeeld binnen één systeem of verzameling bestanden.
  • 719.
    ARCHITECTUUR 31 Een generieke zoekvoorziening is bedoeld om meer integraal over alle systemen en documenten binnen de instelling te kunnen zoeken, mits de gebruiker daarvoor geautoriseerd is. - Kantoorautomatisering Onder de kantoorautomatisering worden de generieke voorzieningen voor tekst- verwerking, presentaties, spreadsheets en tekenprogramma’s verstaan. Andere systemen gaan er in veel gevallen vanuit dat een dergelijke voorziening beschik- baar is. - Mail en agenda Ook de mail- en agendafunctionaliteit is een generieke voorziening waarvan ver- schillende systemen gebruik kunnen maken. - Archivering en documentmanagement Archivering en documentmanagement wordt in veel gevallen binnen individu- ele systemen ondersteund. Het kan verstandig zijn om hiervoor een generieke voorziening in te richten, waarin alle documenten binnen de instelling vanuit een centrale omgeving (uiteraard geautoriseerd) beschikbaar en doorzoekbaar zijn. De archivering van deze documenten kan in zo’n situatie ook centraal plaatsvinden.
  • 720.
    32 ARCHITECTUUR PRINCIPES EN RICHTLIJNEN INFORMATIE-ARCHITECTUUR In dit hoofdstuk worden de principes en richtlijnen beschreven waarop de infor- matie architectuur van Triple A is gebaseerd. Deze principes geven richting aan de wijze waarop de informatievoorziening wordt ingericht, zoals deze is opgebouwd uit functionaliteiten en generieke en technische voorzieningen. De richtlijnen maken de principes nog wat concreter door aan te geven hoe deze principes in praktijk gebracht kunnen worden. Deze principes maken onderdeel uit van het totaal aan architectuurprincipes van Triple A. Hieronder worden de principes voor de informatie architectuur weergege- ven. Deze worden in de hierna volgende paragrafen verder toegelicht. Figuur 11. Principes van de informatie-architectuur Open en flexibele integratievoorzieningen Voor een onderwijsinstelling moet het mogelijk zijn om alle betrokkenen van de instelling een persoonlijke flexibele geïntegreerde digitale werkplek te leveren. De digitale werkplek is een persoonlijke gebruikersinterface waarin alle software- functionaliteit én informatie die voor een gebruiker relevant zijn, beschikbaar zijn. Het doel van een digitale werkplek is om werk efficiënt en effectief uit te kunnen voeren. De digitale werkplek wordt vormgegeven door twee soorten integratie. Aan de voor- kant, integratie van de gebruikersinterface. En aan de achterkant, zodat software achter de schermen samenwerkt. Voor integratie aan de voorkant gaan we in deze architectuur uit van het gebruik van een ‘portaal’ door de onderwijsinstellingen. Het portaal bundelt softwarefunctio- naliteit in één geïntegreerde gebruikersinterface.
  • 721.
    ARCHITECTUUR 33 De toegang tot het portaal is beveiligd (authenticatie is nodig) en gepersonaliseerd (wat je ziet en kunt doen is afhankelijk van je rol). Elke onderwijsinstelling kan zijn eigen portaal inrichten. De functionaliteit van Triple A-software kan beschikbaar gemaakt worden via een portaal. Naast integratie in de gebruikersinterface is integratie aan de achterkant nood- zakelijk om een geïntegreerde digitale werkplek te creëren. Met integratie aan de achterkant bedoelen we dat het mogelijk gemaakt wordt dat los van elkaar ontwik- kelde software (a) dezelfde gegevens kan gebruiken (geen dubbele invoer) en (b) samen kan werken om een organisatieproces te ondersteunen of uit te voeren. Voor achterkantintegratie gebruiken we een enterprise servicebus. Wat precies onder een servicebus wordt verstaan, wordt uitgelegd in de technische architectuur. Bij de keuze van een portaal en servicebus zijn twee zaken essentieel. Om aan te sluiten bij de dynamiek van de organisatie moet het integreren van software flexibel plaats kunnen vinden. Software-integratie mag slechts een kleine barrière zijn bij verandering van werkprocessen. Voor flexibiliteit op de lange termijn is het belang- rijk dat technologie wordt gekozen die werkt op basis van open standaarden. Er zijn deelfuncties van software die wellicht niet flexibel en open integreerbaar zijn ‘aan de voorkant’ (met de hedendaagse technologie, en binnen de kaders van deze architectuur.) Dit zou het geval kunnen zijn bij interactie-intensieve functionaliteiten zoals, wellicht, functies om het rooster te maken en intensief te bewerken. Boven- dien geldt dat een dergelijk functie over het algemeen door een zeer beperkt aantal medewerkers wordt gebruikt. Hiervoor kan een uitzondering worden gemaakt. Het streven is om dit soort uitzonderingen te beperken. Richtlijnen: - Softwarefunctionaliteiten zijn flexibel integreerbaar in een portaal, zodanig dat de gebruiker de functionaliteiten als een afgestemd geheel ervaart wat betreft navi- gatie, uiterlijk en samenwerking tussen functies. - Alle softwarefunctionaliteiten kunnen gemakkelijk ontsloten worden buiten hun organisatiedomein. - Alle ontsloten softwarefunctionaliteiten worden informeel gespecificeerd (contract) en formeel gespecificeerd (interface specificatie) in een formaat dat publiceerbaar is in een raadpleegbaar centraal overzicht (repository).1 1 Een contract specificeert het volgende van de softwarefunctionaliteit: nut, functionaliteit, semantiek, beperkingen, beoogde gebruikscenario’s, organisatie-eigenaar, ontwikkeleigenaar en operationele eigenaar, toegangsrechten en procedure voor het verkrijgen van toegang, prestaties en schaalbaarheid, en transactionele eigenschappen.
  • 722.
    34 ARCHITECTUUR Functionaliteit is opgebouwd uit diensten (services) Een dienst (service) is een duidelijk afgebakend stuk bedrijfsfunctionaliteit. Een dienst heeft in de eerste plaats een functionele betekenis: het is een betekenisvolle dienst in de ogen van eindgebruikers. Een dienst ondersteunt bedrijfsprocessen, of is een dienst die wordt geleverd aan andere afdelingen, klanten, deelnemers of ketenpartners. Een dienst wordt geleverd naar aanleiding van een aanvraag (een request) en de dienst levert als resultaat een bepaald resultaat (respons). De afspraken over de vraag en het antwoord vormen de basis voor de dienstverlening, en de aanvrager hoeft daarbij verder geen kennis te hebben van de wijze waarop de dienst gereali- seerd wordt. In technische zin worden diensten (deels) geleverd door applicaties. Deze diensten zijn het technische spiegelbeeld van de organisatorische diensten. Doorgaans zijn deze technische diensten weer opgebouwd uit diensten van een lager abstractie- niveau. Diensten worden door applicaties in veel gevallen gerealiseerd als web- service, met als belangrijke eigenschap dat er een gestandaardiseerde en techno- logieneutrale manier is om de dienst aan te roepen, waarbij het niet relevant is hoe de dienst technisch is geïmplementeerd. Oplossingen van leveranciers zijn in toenemende mate opgebouwd uit diensten en de technische standaarden die daarbij horen. Vanuit het perspectief van de eindge- bruiker vervagen applicatiegrenzen steeds meer. In plaats daarvan worden functi- onaliteiten ter ondersteuning van bedrijfsprocessen samengesteld uit diensten van applicaties en geïntegreerd aan gebruikers aangeboden via een portaal. Richtlijnen: - Bedrijfsfunctionaliteiten zijn beschikbaar als diensten, en diensten zijn voor gebruikers betekenisvolle functionaliteiten die corresponderen met organisatie- activiteiten - De beschrijving van een dienst (de interface) is onafhankelijk van de inhoud van de dienst (de implementatie) - Een dienst is bij voorkeur technologieneutraal in de zin dat aan het gebruik van een dienst zo min mogelijke technische voorwaarden of beperkingen zijn gekoppeld - Diensten zijn bij voorkeur asynchroon, wat betekent dat de aanvrager van de dienst niet afhankelijk is van directe levering van het resultaat
  • 723.
    ARCHITECTUUR 35 Gebruikersgecentreerd ontwerp Het gebruikersgecentreerd ontwerpen houdt in dat niet de functionaliteit van de systemen leidend is voor het ontwerp, maar de uit te voeren taken van de gebrui- ker. Daarbij moet worden vermeden dat de inrichting van een systeem beperkingen oplegt aan de wijze waarop een bedrijfsproces wordt ingericht. Het gebruikersgecentreerd ontwerpen van systemen kan worden ondersteund door een procesgestuurde toegang tot de functionaliteiten (de services) van systemen mo- gelijk te maken die is ontkoppeld van de services van de systemen zelf. De proces- inrichting kan in zo’n situatie worden aangepast aan de specifieke inrichting van het bedrijfsproces binnen een instelling zonder dat de services zelf worden aangepast. Daarnaast is het ook voor de acceptatie van nieuwe software van belang dat deze gebruikersvriendelijk is (zowel voor beginners als ervaren gebruikers) en kan worden aangepast aan de specifieke eisen en wensen binnen een instelling, zoals bijvoorbeeld in kleurgebruik, foutmeldingen en helpfaciliteiten. Richtlijnen: - De inrichting van bedrijfsprocessen is een inrichtingskeuze van de instellingen en wordt niet door systemen opgelegd. De systemen leggen alleen vanuit de organi- satie gewenste eisen op aan gegevensinvoer om daarmee de consistentie van de gegevensvastlegging en verwerking te waarborgen - Systemen ondersteunen waar dat mogelijk en wenselijk is, een procesgestuurde toegang tot functies (de gebruiker wordt door de stappen van een werkproces geleid), maar functies zijn ook altijd via een navigatiestructuur bereikbaar. - Interactie met een onderdeel van het systeem kan tijdelijk worden onderbroken om tussendoor een andere werkzaamheid uit te voeren - Systemen zijn personaliseerbaar voor wat betreft gebruikersinstellingen, menu- keuzen, snelkoppelingen etc - Systemen zijn ontworpen volgens recente mens-computer interactie inzichten en met behulp van gebruikerseffectiviteit- en acceptatietesten. - Gebruikersinteractie is gemakkelijk aanpasbaar teneinde deze voor en na het in productie nemen te optimaliseren, bijvoorbeeld voor wat betreft layout, feedback, foutmeldingen, terminologie en kleuren Kernregistraties De kernregistraties zijn de belangrijkste administratieve systemen binnen de instel- ling. Er wordt een zestal kernregistraties onderkend, waarvoor geldt dat de gege- vens die deze registraties beheren éénmalig worden vastgelegd en van daaruit voor meervoudig gebruik beschikbaar worden gesteld.
  • 724.
    36 ARCHITECTUUR De volgende registraties worden als kernregistratie aangemerkt: - Deelnemers - Personeel - Middelen - Relaties - Financiën - Educatieve content Deze kernregistraties zijn van groot belang voor het functioneren van de andere functionele gebieden, met name de onderwijslogistiek en het primaire proces. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat vastlegging en wijziging altijd bij de bron plaatvindt, en dat van daaruit de gegevens beschikbaar worden gesteld. Richtlijnen: - Er worden zes kernregistraties onderkend (deelnemers, personeel, middelen, relaties, financiën en educatieve content) - De bijbehorende bedrijfsvoeringsfuncties zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de kernregistraties - De bijbehorende bedrijfsvoeringsfuncties stellen de gegevens beschikbaar middels (een combinatie van) de volgende voorzieningen: • Beschikbare services • Berichtuitwisseling - De gegevens in een kernregistratie worden op één centrale plek opgeslagen en beheerd, en zo min mogelijk gedupliceerd Centrale rapportagevoorziening voor sturing en verantwoording Onder rapportages worden alle voorzieningen verstaan die in welke vorm dan ook overzichten bieden van vastgelegde gegevens op basis van selectiecriteria, even- tueel geaggregeerd of verrijkt met een analyse van trends of de berekening van kengetallen e.d. Het is van belang om onderscheid te maken in operationele rapportages en ma- nagementrapportages ten behoeve van sturing en verantwoording.
  • 725.
    ARCHITECTUUR 37 Uitgangspunt voor de inrichting van rapportage is, dat er een scherp onderscheid wordt gemaakt tussen deze twee typen rapportages (operationele- en management- rapportages). De operationele rapportages worden ondergebracht bij de individuele applicaties, de managementrapportages worden ondergebracht in een dataware- house zodat sturings- en verantwoordingsinformatie kan worden gerealiseerd op basis van een gecombineerd beeld uit verschillende bronnen. Richtlijnen: - Er wordt onderscheid gemaakt in operationele rapportages en management- rapportages voor sturing en verantwoording - Operationele rapportages zijn de verantwoordelijkheid van de applicaties die de bijbehorende operationele processen ondersteunen. - Managementrapportages voor sturing en verantwoording worden bij voorkeur ondersteund door middel van een generieke voorziening - De generieke voorziening voor managementrapportages bestaat uit de volgende hoofdonderdelen • Een fysieke database, het datawarehouse, waarin de gegevens uit verschillende bronnen samenkomen • Een ETL-tool (Extractie, Transformatie, Load), waarmee het datawarehouse kan worden gevoed vanuit de aanleverende systemen • Een rapportagetool op basis waavan ad-hoc en voorgedefinieerde rapportages kunnen worden ontwikkeld en uitgevoerd - De databasestructuur van het datawarehouse kan afwijken van de structuur van de operationele databases en is geoptimaliseerd voor rapportagedoeleinden - Rapportages kunnen worden ontsloten via een speciaal daarvoor ingericht onder- deel van het portaal, met bijpassende autorisaties en personalisatie.
  • 726.
    38 ARCHITECTUUR Centraal documentmanagement is mogelijk Onder documentmanagement wordt generieke functionaliteit verstaan die voorziet in het centraal vastleggen en ontsluiten van documenten in de breedste zin (dus documenten, correspondentie, rapporten en notities, binnengekomen en uitgaande post etc.). Een belangrijk aspect van documentmanagement is de meta-informatie, op basis waarvan alle documenten kunnen worden gerubriceerd en voorzien van trefwoor- den. Deze meta-informatie moet flexibel kunnen worden ingericht. Daarnaast is versiebeheer van groot belang. Van een document moeten verschil- lende versies kunnen worden geregistreerd en eventueel ook verschillende sta- tussen (concept, definitief etc.) kunnen worden onderkend. Documenten moeten middels een ‘reserve en replace’-faciliteit voor wijziging kunnen worden opgevraagd en teruggeplaatst. De keuze om documentmanagement centraal in te richten is een keuze van de in- stellingen die wel mogelijk moet zijn, maar nadrukkelijk niet als uitgangspunt wordt genomen. Het is ook mogelijk om een aantal gescheiden dossiers in te richten, elk met een eigen doel en elk in meer of mindere mate geautomatiseerd ondersteund. Voorbeelden zijn een administratief dossier, een begeleidingsdossier, een perso- neelsdossiers en bepaalde documentatie en correspondentie. Richtlijnen: - Documentmanagement wordt per instelling ingericht - Het gebruik van een centrale, generieke voorziening voor documentmanagement is optioneel. In de gevallen dat een instelling over een dergelijke voorziening be- schikt, moet deze voorziening zo transparant mogelijk in de plaats kunnen komen van de lokale voorziening binnen een applicatie Procesbesturing op basis van orkestratie en choreografie Procesbesturing (soms nog wel workflowmanagement genoemd) voorziet in functi- onaliteit voor de besturing van werkprocessen. Deze besturing is ontkoppeld van de functionaliteiten (de services) die de verschillende stappen in het proces ondersteu- nen. Een werkproces wordt in gang gezet door een trigger, een gebeurtenis, waarna vervolgens de stappen worden geregisseerd door de procesbesturing. Dit houdt concreet in dat achtereenvolgens een aantal services of functies van een applicatie worden aangeroepen, of dat er taken voor medewerkers worden klaargezet. Orkestratie is een bepaalde vorm van procesbesturing, die sterk gekoppeld is aan de principes van een service georiënteerde architectuur.
  • 727.
    ARCHITECTUUR 39 Orkestratie gaat uit van een centrale regisseur (een zogenaamde orkestratie engine), die ervoor zorgt dat het bedrijfsproces in de juiste volgorde en met de juiste stappen wordt uitgevoerd door in elke stap de juiste dienst (service) aan te roepen. Choreografie is een andere vorm van procesbesturing, die juist niet van deze centrale regie uitgaat maar van een situatie waarbij gebeurtenissen (events) worden uitgewisseld tussen de diensten (servcies). Deze gebeurtenissen zorgen er dan voor dat de juiste acties worden gestart. Het uitgangspunt is dat beide vormen van procesbesturing mogelijk zijn en kun- nen worden ondersteund. Het is wel van belang dat de procesbesturing als een aparte laag wordt onderkend die niet te zeer verweven is met de functionaliteit (de services) zelf. Net als bij de servicebus en het portaal wordt daarom ook voor de procesbesturing een infrastructurele voorziening onderkend die de taak van proces- besturing op zicht neemt (de orkestratie engine). Richtlijnen: - Diensten die een volledig bedrijfsproces ondersteunen (procesdiensten) kunnen worden geregisseerd door procesbesturing - Procesbesturing wordt ondersteund door een generieke voorziening (een orkestra- tie engine) die ontkoppeld is van de functionaliteit (de services) van systemen. - Voor het implementeren van processen wordt de keuze tussen orkestratie (cen- trale regie) en choreografie (gebeurtenisgedreven) bepaald door organisatorische overwegingen en niet door technische (on)mogelijkheden.
  • 728.
    40 ARCHITECTUUR INHOUDSOPGAVE Beschrijving technische architectuur 42 Servicegeoriënteerde architectuur als uitgangspunt 42 Wat verstaan wij onder een servicegeoriënteerde architectuur 43 Applicaties in een servicegeoriënteerde architectuur 54 Principes en richtlijnen technische architectuur 58 Servicegeoriënteerd 58 Open standaarden zijn uitgangspunt 60 Open source wordt zo veel mogelijk nagestreefd 60 Heterogeniteit is uitgangspunt 61 Eindgebruikersfunctionaliteit kan tijd- en plaatsonafhankelijk worden gebruikt 62 Integratie aan de voorkant middels een portaal 63 Integratie aan de achterkant middels een servicebus 65 Bulk-transport van gegevens middels een ETL-tool 67 Orkestratie middels een orkestratie-engine 68 Systemen en software zijn voldoende schaalbaar 70 Systemen en software zijn veilig en betrouwbaar 71 Technische standaarden 72 Beveiliging, authenticatie, autorisatie 74 Presentatie 74 Bestands- en opslagformaten 75 Gegevenslogistiek 76 Gegevenssemantiek 77
  • 729.
    ARCHITECTUUR 41 TECHNISCHE ARCHITECTUUR
  • 730.
    42 ARCHITECTUUR BESCHRIJVING TECHNISCHE ARCHITECTUUR In de technische architectuur wordt beschreven hoe de concrete technische oplos- singen die op basis van de ontwerpen van Triple A worden gerealiseerd op hoofd- lijnen technisch in elkaar moeten zitten zodat deze passen in de totaalvisie en voldoende openheid, flexibiliteit en leveranciersonafhankelijkheid bevorderen. Servicegeoriënteerde architectuur als uitgangspunt Het concept van een servicegeoriënteerde architectuur vormt de basis voor de tech- nische architectuur van Triple A. Dit concept is in feite de moderne kijk op de wijze waarop ICT optimaal bedrijfsprocessen kan ondersteunen. Serviceoriëntatie heeft betrekking op de technische opbouw van applicaties in softwarelagen en services, maar ook hoe deze services in verhouding staan tot de processen die ze ondersteu- nen en de infrastructurele voorzieningen die daarvoor nodig zijn. De concepten van serviceoriëntatie kunnen op verschillende manieren worden geïn- terpreteerd en er kunnen verschillende accenten worden gelegd. In het eerste deel van de beschrijving van de technische architectuur geven wij daarom inzicht in onze interpretatie van het concept en hoe we dat willen toepassen. De concepten van een servicegeoriënteerde architectuur worden hier beschreven als een ideaalbeeld, inclusief de technische consequenties die dat heeft. Dit is het ideaalbeeld waarop een groot aantal ontwerp- en technische keuzes van Triple A is gebaseerd. Instellingen hebben echter de vrijheid en zelf de controle over de mate waarin deze principes daadwerkelijk worden doorgevoerd, met name als het om de organisatorische consequenties gaat. Belang van serviceoriëntatie Er is een aantal specifieke redenen waarom Triple A kiest voor het concept van service-oriëntatie als uitgangspunt voor de technische architectuur. - Ondersteuning van heterogeniteit. De principes van een servicegeoriënteerde architectuur maken het mogelijk om verschillende technologiëen, oplossingen van verschillende leverancies en verschillende pakketten te combineren tot een geïn- tegreerde ICT-omgeving - Open en flexibele integratie. Open en flexibele integratievoorzieningen zijn een integraal onderdeel van een servicegeoriënteerde architectuur - Scheiding van verantwoordelijkheden. In een servicegeoriënteerde architec- tuur wordt het mogelijk om de verantwoordelijkheden voor ICT-functionaliteit te beleggen waar deze in de organisatie hoort. Dit is in principe niet gekoppeld aan concrete applicaties, waardoor elke instelling hierin zijn eigen keuzes kan maken.
  • 731.
    ARCHITECTUUR 43 - Gebruikersgecentreerd ontwerpen. Een servicegeoriënteerde architectuur is erop gericht de functionaliteit op te bouwen uit diensten die voor de organisatie bete- kenisvol en herkenbaar zijn. Aspecten van serviceoriëntatie Service oriëntatie is een moderne visie op architectuur die voortbouwt op vele inzichten die al langer gangbaar zijn, bijvoorbeeld in objectgeoriënteerde systemen. Ze kan dan ook niet los gezien worden van al die eerdere inzichten en technieken. Een servicegeoriënteerde architectuur omvat dus zowel een aantal gangbare en breed toegepaste concepten als een aantal meer vernieuwende elementen. Applicaties in een servicegeoriënteerde architectuur Het begrip applicatie krijgt een wat andere betekenis in een servicegeoriënteerde architectuur. In een servicegeoriënteerde architectuur is een applicatie een verza- meling samenhangende services. Die services kunnen samenwerken met services uit andere applicaties om de gewenste functionaliteit aan gebruikers te leveren. De gebruiker wordt zich hierdoor minder bewust van het bestaan van applicaties. Dit aspect wordt in het hoofdstuk applicaties in een servicegeoriënteerde architectuur’ nader uitgelicht. Wat verstaan wij onder een servicegeoriënteerde architectuur? Het begrip servicegeoriënteerde architectuur wordt nog wat verschillend geïnterpre- teerd en soms vanuit een erg technisch of juist organisatorisch perspectief bekeken. Feit is dat een aantal software-ontwerpprincipes goed aansluit bij serviceoriëntatie. Triple A heeft de hoofdlijnen van haar technische architectuur gebaseerd op deze ontwerpprincipes. Die hoofdlijnen besspreken we hieronder. We doen dit aan de hand van een ‘stripverhaal’ waarin de architectuur zich stapsgewijs opbouwt. Per stap zullen we de toegevoegde elementen toelichten. Service Het meest elementaire begrip in een servicegeoriënteerde architectuur is uiteraard de service, of in het Nederlands, ‘dienst’. Die dienst wordt geleverd door software of mensen. Omdat we hier de technische architectuur bespreken concentreren we ons op het eerste geval.
  • 732.
    44 ARCHITECTUUR Figuur 12. Het gebruik van een service Organisatiedienst Een service moet een organisatiedienst zijn, in de zin dat deze betekenisvol moet zijn voor de organisatie die de dienst gebruikt (bijvoorbeeld de dienst ‘ophalen ge- gevens deelnemer’ of de dienst ‘beoordeling registreren’). Door ook naar software te kijken als een leverancier van diensten, worden softwarediensten en de taken die gebruikers uitvoeren dichter bij elkaar gebracht. Dat gaat gemakkelijker door het begrip dienst te gebruiken in plaats van te praten in technische termen zoals schermen en functies. Contract Een essentieel aspect van een service is dat tussen de afnemer en een leverancier een contract wordt gesloten. Dit contract beschrijft het beoogde gebruik en alles wat de dienst de gebruiker biedt. Het sluiten van een contract draagt bij aan de afstem- ming met de gebruiker, de betrouwbaarheid van de dienst en de onderhoudbaarheid van de software. In het contract staat alles dat een afnemer moet weten voor het gebruik van de dienst. Het contract maakt dat een service geen softwarecomponent voor techneuten is, maar dat geëxpliciteerd is welke dienst de service levert, in een voor de gebruikersorganisatie begrijpbare taal. Het contract beschrijft de technische interface, de semantiek en niet-functionele aspecten van de service, zoals een service level agreement (SLA). Een contract kan elementen bevatten die specifiek voor een bepaalde afnemer zijn. In de SLA staat bijvoorbeeld de maximale responsetijd en de beschikbaarheid van de service en de intensiteit waarmee de service gebruikt wordt door de afnemer. Er zijn technische standaarden voor het vormgeven van een service contract (bijvoorbeeld WSDL, XML-schema en WS-Policy).
  • 733.
    ARCHITECTUUR 45 Vervangbare zelfstandige eenheid Elke service is een zelfstandige eenheid functionaliteit. Dat betekent bijvoorbeeld dat de service ‘ophalen gegevens deelnemer’ gemakkelijk vervangen kan worden door een nieuwe versie van die dienst. Dat kan gemakkelijker dan bij veel software het geval is. Dit geeft meer flexibiliteit bij het inrichten van de ICT en dus voor de wijze van werken in de organisatie. Gebruik van een service Een service kan daadwerkelijk worden gebruikt door er een bericht naar toe te stu- ren met daarin de aanvraag van de dienst1. De dienst wordt vervolgens uitgevoerd en indien nodig wordt er een antwoordbericht teruggestuurd. Domeinen en basisdiensten Organisatiedomeinen zijn eigenaar van een service Een belangrijk uitgangspunt van serviceoriëntatie is dat de verantwoordelijkheid voor services bij de organisatie ligt en niet bij de ICT-afdeling; een afdeling of divisie levert een organisatiedienst en maakt daarbij gebruik van de bijbehorende softwaredienst. We noemen dit het verantwoordelijke organisatiedomein (zie onder- staande figuur). In onderstaande figuur leveren de afnemers een organisatiedienst en maken daarbij gebruik van softwarediensten Figuur 13. Domeinen en basisdiensten 1 In de Triple A architectuur gaan we uit van communicatie met berichten, in een XML formaat. Dat kan ook anders.
  • 734.
    46 ARCHITECTUUR In het geval van de diensten van de kernregistratie is bijvoorbeeld de deelnemerad- ministratie het verantwoordelijke organisatiedomein, terwijl een examenbureau dat is voor de diensten die op de diplomering betrekking hebben. Serviceoriëntatie voornamelijk toepassen tussen domeinen Serviceoriëntatie is belangrijk voor de communicatie tussen verschillende applica- ties en dan met name uit verschillende organisatiedomeinen. Veel aspecten van service oriëntatie worden ook gebruikt binnen één applicatie, maar daar ligt niet de grootste toegevoegde waarde. Veel communicatie binnen één applicatie is effectie- ver te realiseren zonder alle servicetechnieken toe te passen. Het is wel slim om een nieuw systeem volledig servicegeoriënteerd te ontwerpen als het waarschijnlijk is dat haar functies als diensten beschikbaar gesteld gaan worden aan andere systemen. Dat wil zeggen, de functionaliteiten van het systeem worden zo ontwikkeld, dat ze gemakkelijk als service naar buiten te ontsluiten zijn. Basisdiensten Een soort service die direct gerelateerd is aan domeinen, is de basisservice. Basis- services zijn diensten die een basis organisatiedienst leveren, zoals de eerder genoemde service ‘beoordeling registeren’. Het zijn de meest elementaire services; vanuit het perspectief van de organisatie is het niet logisch om deze op te splitsen in meerdere diensten. Basisservices voeren berekeningen uit, bewerken gegevens, leggen gegevens vast of vragen ze op. Berekeningen en gegevensbewerkingen kunnen services zelf uitvoeren of ze kunnen er een bestaand systeem (standaardpakket of een legacy systeem) voor gebruiken. Een legacy systeem dat ontworpen is zonder het principe van serviceoriëntatie kan dus vaak, met bepaalde beperkingen, hergebruikt worden om services te leveren. Al deze systemen noemen we backends. Als services gegevens vastleggen die bewaard moeten blijven, dan doen ze dat altijd in een backend; bijvoorbeeld de gegevens van een deelnemer. Het backend kan in dit geval een bestaand systeem zijn, maar is in veel gevallen gewoon een database. Basisservices ontsluiten backends Basisservices zijn de enige services die backends (databases of bestaande syste- men) benaderen. Zij zijn er voor verantwoordelijk dat de gegevens in het backend benaderd kunnen worden zonder dat er inconsistenties in het backend ontstaan. Een basisservice benadert nooit meer dan één backend. Het voordeel daarvan is dat
  • 735.
    ARCHITECTUUR 47 de verantwoordelijk voor het backend en de basisservices die het systeem ontslui- ten eenduidig belegd kan worden. Zo kan bewaakt worden dat er geen inconsisten- ties ontstaan in de backend. Samengestelde diensten en procesdiensten Een gelaagd netwerk van diensten Basisservices bieden een dienst aan. Samengestelde services en processervices bieden niet alleen een dienst aan, maar nemen ook diensten af. Zo ontstaat een gelaagd netwerk van diensten (zie onderstaande illustratie.) Figuur 14. Samengestelde diensten en procesdiensten
  • 736.
    48 ARCHITECTUUR Samengestelde diensten Samengestelde diensten bouwen voort op de diensten die geleverd worden door andere diensten. De dienst waarop een samengestelde dienst voortbouwt is vaak een basisdienst, maar het kan ook een andere samengestelde dienst zijn. Het voortbouwen op een bestaande dienst kan door iets aan een bestaande dienst toe te voegen of door meerdere diensten te combineren tot één samengestelde dienst. - Functionele en technische toevoegingen Een voorbeeld van een dienst die alleen iets toevoegt, is een dienst die bijvoor- beeld een afwijkende manier van het registreren van beoordelingen ondersteunt. In dat geval kan er een samengesteld service worden gerealiseerd die gebruik maakt van de standaard service en daar nog wat extra functionaliteit aan toe- voegt. - Orkestratie van diensten, vaak uit verschillende domeinen Een tweede functie van samengestelde diensten is het combineren van diensten. Dat wordt orkestratie genoemd. De samengestelde dienst orkestreert de volgorde waarin andere diensten uitgevoerd worden en bepaalt welke functie ze in het geheel vervullen. Zo’n samengestelde dienst kan bijvoorbeeld een dienst zijn die een beoordeling registreert inclusief het bijbehorende materiaal. De samengestelde dienst maakt gebruik van twee bestaande diensten om de beoordeling te registreren en de do- cumenten op te slaan. Een samengestelde dienst zorgt ervoor dat beide services in de juiste volgorde en rekening houdend met hun onderlinge afhankelijkheden gebruikt worden. Dit maakt het gebruik van diensten eenvoudiger door de com- plexiteit te verbergen die komt kijken bij het coördineren van twee services door er een overkoepelende service voor te realiseren. Een samengestelde dienst kan ook basisdiensten uit verschillende domeinen gebrui- ken. De beoordeling wordt bijvoorbeeld geregistreerd onder verantwoordelijkheid van de deelnemeradministratie. Het beoordelingsmateriaal belandt in het documen- tensysteem dat beheerd wordt door het examenbureau of archivering. Procesdiensten bewaren hun status Procesdiensten zijn de derde categorie diensten. Samengestelde services en basis- services worden normaal gesproken in een korte tijd uitgevoerd. Ze ontvangen een verzoek, voeren hun taak direct uit en geven eventueel een antwoord terug. Dat is anders bij procesdiensten. Een procesdienst ondersteunt een heel bedrijfsproces, waarbinnen ook mense- lijke acties een plek hebben. Kenmerkend voor een procesdienst is dat deze wordt gestart, maar niet direct helemaal kan worden uitgevoerd en eindigt met een
  • 737.
    ARCHITECTUUR 49 resultaat. In plaats daarvan worden onderdelen van de dienst achtereenvolgens aangeroepen om de verschillende stappen van het proces te doorlopen. De opvol- gende aanroepen kunnen bijvoorbeeld dienen voor het verstrekken van aanvullende informatie door verschillende gebruikers (rollen) in het proces. Tussen de aanroe- pen door moet de service de gegevens onthouden. Een procesdienst is dan ook ‘statefull’, ze onthoud haar status. Een voorbeeld is de service ‘intake’ die gebruikt wordt bij de intake van een potentiële deelnemer. De procesdienst bestaat in dat voorbeeld uit een aantal stappen die met een bepaalde onderlinge samenhang door verschillende gebruikers (rollen) worden uit- gevoerd. Aan het begin van de intake voert de deelnemer via het internet gegevens over zichzelf en zijn wensen in. Een paar dagen later heeft hij een intakegesprek met een medewerker. Een gesprekverslag en de keuzes die in het gesprek gemaakt worden, worden via de intakeservice vastgelegd. Nadere gesprekken en keuzes volgen waarna het intakeproces uiteindelijk wordt afgerond. Procesdiensten maken het mogelijk om een heel organisatieproces in een service op te nemen. Een proces dat uren tot weken kan duren. Waarin vaak gewacht wordt op stappen die handmatig uitgevoerd moeten worden, waarna het proces weer verder gaat. Door procesdiensten te gebruiken wordt een duidelijk scheiding aangebracht tussen het (relatief veranderlijke) organisatieproces en de (minder veranderlijke) achterliggende diensten en de gebruikersinterface. Lagenprincipe voor beheerste softwareontwikkeling Zoals in de figuren te zien is gebruiken de afnemers procesdiensten of lager ge- legen diensten, maar nooit andersom. Datzelfde geldt voor de lagen daaronder; diensten roepen alleen diensten uit dezelfde laag of lagere lagen aan. Dit ‘lagen principe’ maakt complexe software beter begrijpbaar en onderhoudbaar. Lagere diensten ontwerpen voor hergebruik Een belangrijke doelstelling bij serviceoriëntatie is hergebruik van diensten. Het is de bedoeling dat diensten in de lagere lagen ontworpen worden zodat ze bruikbaar zijn voor meerdere dienstenafnemers. Het gaat om de basisdiensten en deels om de samengestelde diensten. Door die herbruikbaar te ontwerpen hoeft er minder software ontwikkeld en onderhouden te worden. Procesdiensten zijn over het algemeen minder herbruikbaar. Ze ondersteunen een uniek organisatieproces.
  • 738.
    50 ARCHITECTUUR De implementatie van handmatige activiteiten Diensten en processtappen in diensten kunnen door een mens (handmatig) of door software uitgevoerd worden (geautomatiseerd). Voor handmatige activiteiten zijn aanvullende voorzieningen nodig om dat goed te ondersteunen in een service- georiënteerde architectuur. Een gebruiker bepaalt tenslotte zelf wanneer en in welke volgorde taken worden uitgevoerd. Er zijn twee manieren om de afhandeling van menselijke taken in een servicegeori- ënteerde architectuur vorm te geven - met behulp van takenlijsten Een processervice kan een handmatige taak op een takenlijst van een bepaalde gebruiker, of beter nog van een bepaalde rol zetten. In dat geval kunnen gebrui- kers met deze rol deze takenlijst raadplegen, en de taak uitvoeren. Het uitvoe- ren van zo’n taak betekent dat de bijbehorende stap in de processervice wordt uitgevoerd; praktisch gezien gewoon het aanroepen van een service binnen die processervice. De processervice kan dan weer verder. - door de status van services te monitoren De service in een wachtstand terecht komt wanneer er een menselijke handeling moet worden uitgevoerd. Via een monitoring voorziening kan een gebruiker met de juiste rol zien wat de status van een bepaalde service is. Hij voert de betref- fende taak uit die bij de betreffende status hoort; ook dit is praktisch gezien gewoon het aanroepen van een service binnen die processervice. Op dat moment kan de processervice weer verder. Afnemers Afnemers nemen alle soorten diensten af Diensten worden uiteindelijk afgenomen door externe systemen en gebruikers. Beide kunnen gebruik maken van elk van de besproken soorten diensten, van processervices tot basisdiensten. Autorisaties en beveiligingsmaatregelen bepalen welke diensten beschikbaar zijn voor wie. Externe systemen kunnen geautoriseerd worden Met externe systemen bedoelen we systemen van andere organisaties. Externe sys- temen kunnen diensten afnemen die naar buiten toe beschikbaar worden gesteld met behulp van beveiligingsmaatregelen.
  • 739.
    ARCHITECTUUR 51 Figuur 15. Afnemers in een servicegeoriënteerde architectuur Portaal is beoogde gebruikersinterface Een gebruikersinterface maakt de softwarediensten beschikbaar voor gebruikers. De gebruikersinterface kan allerlei vormen aannemen. Zoals in de informatiear- chitectuur beschreven gaan we in de Triple A-architectuur in principe uit van het gebruik van een portaal of in ieder geval een webgebaseerde gebruikersinterface. Een portaal is een flexibele gebruikersinterface. In het portaal kunnen alle diensten die een gebruiker nodig heeft op een manier die handig is voor zijn werk in één samenhangende gebruikersinterface worden samengebracht.
  • 740.
    52 ARCHITECTUUR Servicebus Een belangrijk onderdeel van de technische architectuur is de servicebus. Er zijn verschillende interpretaties van wat een servicebus allemaal omvat, deels ook in- gegeven door commerciële belangen. Wij interpreteren het als de volledige service infrastructuur. Die vervult diverse functies, waarvan we er hier een aantal zullen toelichten. Figuuur 16. De servicebus in een servicegeoriënteerde architectuur Een flexibel en onderhoudbaar domeinoverstijgend systeem Eerder is al het uitgangspunt besproken dat de architectuur in principe per organi- satiedomein is ingericht. De uitdaging is dan ook wanneer diensten buiten het eigen domein beschikbaar worden gesteld. Er ontstaat dan een gedistribueerde
  • 741.
    ARCHITECTUUR 53 omgeving waarin software domeinoverstijgend gekoppeld wordt. Dit vereist aanvul- lende maatregelen om dit flexibel en onderhoudbaar te houden. - Losjes koppelen Ten eerste worden domeinoverstijgende diensten ‘losjes’ aan elkaar gekoppeld in een service georiënteerde architectuur, wat betekent dat er zo min mogelijk af- hankelijkheden ontstaan. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt. Een veel gebruikt aspect van los koppelen is dat de dienstafnemer en de dienstenaan- bieder gegevens niet in hetzelfde formaat hoeven te communiceren. Ze gebruiken een intermediair om het gegevensformaat te vertalen. Dit vertalen is een functie van de servicebus. Het grote voordeel is dat niet alle informatie die binnen de organisatie uitgewisseld wordt overal in precies hetzelfde formaat hoeft te worden opgeslagen. Pogingen om deze homogeniteit wel te realiseren mislukken bijna altijd. Los koppelen is belangrijk voor de flexibiliteit en onderhoudbaarheid van software die over organisatiedomeinen heen gekoppeld is. - Publicatie van diensten Een tweede maatregel is dat diensten geregistreerd worden in een register en beschreven in een ‘repository’. Een register is een onderdeel van de servicebus. In een register staan alle technische details van een dienst, zodat deze technisch aanroepbaar is. In een repository wordt van elke dienst beschreven wat de dienst is, onder welke voorwaarden ze afgenomen kan worden, enz. Ook dit draagt bij aan de onderhoudbaarheid en flexibiliteit van het gedistribueerde systeem. Daar- naast maakt zo’n repository het hergebruiken van services gemakkelijker. Situationeel gebruik servicebus Het is niet altijd nodig om alle services op deze manier, dus via een servicebus, losjes te koppelen en te beschrijven en te publiceren in een repository. Deze maat- regelen zijn complexer te realiseren en te implementeren; als het niet nodig is moet je het niet doen. Diensten die samen één applicatie vormen kunnen ook binnen de applicatie van elkaars services gebruik maken zonder een servicebus. Alleen voor het aanroepen van diensten uit een ander domein wordt de servicebus gebruikt. Ook het gebruik van een servicebus voor gegevensvertaling is niet altijd nodig. Het is mogelijk en wenselijk om belangrijke gegevens voor de hele organisatie te standaardiseren. Het beheer van deze gegevensdefinities moet dan wel op een goede manier organisatorisch belegd worden. Op deze manier kunnen ingewikkelde vertalingen van gegevens worden voorkomen. Het gaat hier wel uitdrukkelijk om de belangrijkste gegevens binnen een organisatie die in verschillende organisatiedo- meinen van belang zijn.
  • 742.
    54 ARCHITECTUUR De voor- en nadelen van het gebruik van diverse servicebusfunctionaliteiten moet dus per situatie worden afgewogen. Organisatieoverstijgende samenwerking servicebussen De servicebus van een organisatie kan samenwerken met de servicebus van een andere organisatie. Zo kan losjes gekoppeld worden met diensten die een andere organisatie levert. Het ligt voor de hand om binnen een instellingen te kiezen voor één servicebus, maar dat is in principe niet nodig. De service-infrastructuur binnen een organisatie kan worden gezien als één (logische) servicebus die kan bestaan uit meerdere, onderling gekoppelde servicebussen. Applicaties in een service-georiënteerde architectuur Een ‘applicatie’ is een centraal begrip in ICT, ook voor gebruikers. Zeker voor gebruikers zal dit begrip langzaamaan verdwijnen in een servicegeoriënteerde architectuur. En voor ICT’ers krijgt het begrip een wat andere betekenis. We zeggen hier eerst een paar algemene dingen over. Daarna gaan we in op de consequenties voor Triple A. Applicatie is een eenheid van ontwikkeling en beheer Een applicatie is een eenheid van ontwikkeling en beheer van software. Een sterk samenhangende hoeveelheid software wordt als een eenheid gemaakt en onder- houden. Traditioneel is er een directe relatie met de ervaring van gebruikers; die ervaren een applicatie als een reeks samenhangende schermen en functies. In een servicegeoriënteerde architectuur vervagen applicatiegrenzen In een servicegeoriënteerde architectuur wordt het denken in aparte, gescheiden applicaties losgelaten. De gebruikersinterface, de logica en de gegevensopslag worden niet meer als één geheel gezien, als één gesloten applicatie, geïsoleerd van andere applicaties. In een servicegeoriënteerde architectuur is de functionaliteit ondergebracht in servi- ces. Deze services kunnen gebruik maken van gegevens uit verschillende backends en van functionaliteit en die door andere domeinen in de vorm van services be- schikbaar worden gesteld. Ook de gebruikersinterface is losgekoppeld van de servi- ces. Bij Triple A gaan we uit van een portaal waarin de volledige gebruikersinterface op een geïntegreerde manier beschikbaar wordt gesteld. Zo’n portaal kan services uit verschillende domeinen (en dus ook uit verschillende applicaties) combineren in één gebruikersinterface.
  • 743.
    ARCHITECTUUR 55 Op deze manier zullen de applicatiegrenzen vervagen. Gebruikers ervaren een geïntegreerde gebruikersinterface waarin ze gebruik kun- nen maken van diensten vanuit verschillende organisatiedomeinen en applicaties. Uit welke applicatie die diensten afkomstig zijn, is voor een gebruiker steeds minder relevant. Organisatieonderdelen beheren hun eigen (specifieke) processen De procesdiensten zijn de meest veranderlijke onderdelen van de ICT-omgeving. Deze ondersteunen een specifiek organisatieproces waarvan de inrichting in de loop der tijd kan wijzigen. In procesdiensten worden vaak diensten van verschillende organisatiedomeinen, en dus ook vaak van verschillende applicaties, gecombineerd. Procesdiensten zullen dus ook steeds vaker zijn losgekoppeld van een specifieke ap- plicatie. De verantwoordelijkheid voor de procesdiensten moet bij de betreffende organisa- tieonderdelen ondergebracht worden. Applicaties omvatten in eerste instantie gegevens, services en de interface Applicaties, zoals bijvoorbeeld de kernregistratie deelnemergegevens (KRD), om- vatten in eerste instantie zowel een backend met gegevens, functionaliteit in de vorm van services, en een bijbehorende webgebaseerde gebruikersinterface. Het geheel wordt ontwikkeld en beheerd als één applicatie. Technisch is er wel de eer- der beschreven duidelijke scheiding tussen gebruikersinterface, logica en data. Op basis hiervan is het al direct mogelijk om in het portaal nieuwe gebruikersinterfaces te realiseren die gebruik maken van de services van de applicatie.
  • 744.
    56 ARCHITECTUUR Figuur 17. Een complete applicatie in een servicegeoriënteerde architectuur Herschikking applicatiegrenzen bij verdere ontwikkeling Als de onderwijsinstellingen een servicegeoriënteerde architectuur implementeren, liggen twee ontwikkelingen voor de hand. Die worden geïllustreerd in nevenstaande figuur. Allereerst kunnen in toenemende mate zullen applicaties eenduidig onder de ver- antwoordelijkheid van organisatiedomeinen gebracht worden. Er ontstaat dan een situatie zoals weergegeven in nevenstaande figuur (onder meer applicatie A t/m C.) De applicaties B en C kunnen bijvoorbeeld andere kernsystemen zijn, zoals een
  • 745.
    ARCHITECTUUR 57 onderwijslogistiek systeem of een systeem dat het primaire proces ondersteunt. Een logische ontwikkeling is dat de verantwoordelijkheid voor domeinoverstijgende services, de procesdiensten, belegd worden in de organisatie waar de verantwoor- delijkheid voor dat proces ligt, onafhankelijk van de applicaties die de services leveren waarvan gebruik wordt gemaakt. Naarmate het ICT landschap van een onderwijsinstelling meer servicegeoriënteerd wordt zal een applicatie steeds meer teruggebracht worden tot een verzameling services. De verantwoordelijkheid voor domeinoverstijgende diensten (procesdien- sten) en de gebruikersinterfaces zullen daar los van belegd worden. Daarbij geldt dat het de voorkeur heeft om de applicatiegrenzen, de eenheid van technisch beheer en ontwikkeling, zo veel mogelijk overeen te laten komen met de organisatiegrenzen. Figuur 18. Een compleet applicatielandschap in een service georiënteerde architectuur
  • 746.
    58 ARCHITECTUUR PRINCIPES EN RICHTLIJNEN TECHNISCHE ARCHITECTUUR In dit hoofdstuk worden de principes en richtlijnen beschreven waarop de techni- sche architectuur van Triple A is gebaseerd. Deze principes beschrijven de karakte- ristieken van software die volgens de Triple A-architectuur is ontwikkeld. De richtlij- nen maken de principes nog wat concreter door aan te geven hoe deze principes in praktijk gebracht kunnen worden. Deze principes maken onderdeel uit van het totaal aan architectuurprincipes van Triple A. Hieronder worden de principes voor de technische architectuur weergege- ven. Deze worden in de hierna volgende paragrafen verder toegelicht. Figuur 19. Principes van de technische architectuur Servicegeoriënteerd De technische architectuur wordt ingericht op basis van de principes van een servicegeoriënteerde architectuur zoals in het vorige hoofdstuk uitvoerig is be- schreven. Uiteindelijk wordt hiermee beoogd een zeer flexibele en goed geïnte- greerde ICT omgeving te realiseren, waarin services van applicaties kunnen worden hergebruikt en samengesteld tot diensten die een volledig bedrijfsproces naadloos kunnen ondersteunen. Daarnaast vormt een servicegeoriënteerde architectuur de basis voor het stapsge- wijs doorontwikkelen van functionaliteiten in de vorm van services, in plaats van grote veranderingen ineens door hele applicaties te implementeren.
  • 747.
    ARCHITECTUUR 59 Richtlijnen: - De principes van een servicegeoriënteerde architectuur zijn het uitgangspunt voor het ontwerp en de realisatie van applicaties - Services van applicaties corresponderen met diensten in de organisatie - De verantwoordelijkheid voor services wordt belegd bij organisatiedomeinen - De applicatiegrenzen komen zoveel mogelijk overeen met de grenzen van deze organisatiedomeinen - De diensten (services) worden in een gelaagde structuur ondergebracht, waarin onderscheid gemaakt wordt in verschillende typen diensten: • Basisdiensten • Samengestelde diensten • Procesdiensten - Basisdiensten ontsluiten backends (databases, pakketoplossingen of legacy applicaties). Samengestelde diensten en procesdiensten roepen andere (basis, samengestelde of proces-) diensten aan om hun taak uit te voeren - Alle typen diensten kunnen in principe in een gebruikersinterface beschikbaar gesteld worden of door andere applicaties afgenomen worden - Het heeft de voorkeur om samengestelde diensten en procesdiensten te realiseren met visuele middelen, om procesontwerp door niet-ICT-geschoolde gebruikers mogelijk te maken - Services zijn via een servicebus bruikbaar en benaderbaar, maar er is geen tech- nische noodzaak voor het gebruik van een servicebus - Services kunnen vanuit een portaal worden gebruikt, maar er is geen technische noodzaak voor het gebruik van een portaal
  • 748.
    60 ARCHITECTUUR Open standaarden zijn uitgangspunt Wat is een open standaard? Binnen een servicegeoriënteerde architectuur is het gebruik van open standaarden Onder een open standaard wordt van groot belang. Voor services is inmiddels een aantal belangrijke internationale een standaard verstaan die vol- standaarden gedefinieerd, die er voor zorgen dat services ook over applicatiegren- doet aan de volgende eisen: zen heen kunnen worden gebruikt. Hetzelfde geldt voor berichtuitwisseling tussen - De standaard is goedgekeurd en applicaties. Het hanteren van deze standaarden is essentieel om een best-of-breed zal worden gehandhaafd door strategie mogelijk te maken, en voorkomt dat instellingen met hun andere applica- een not-for-profit-organisatie, ties tot keuzes worden gedwongen. en de lopende ontwikkeling gebeurt op basis van een open Naast deze open, internationale standaarden rondom internet technologie is er ook besluitvormingsprocedure die een aantal specifieke standaarden die binnen de Nederlandse overheid of specifiek toegankelijk is voor alle belang- het onderwijs veel wordt toegepast. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om standaarden hebbende partijen (consensus of voor het uitwisselen van deelnemergegevens, het gebruik van electronische leer- meerderheidsbeschikking enz.); middelen of webrichtlijnen. In een apart hoofdstuk Technische standaarden is het - De standaard is gepubliceerd en complete overzicht opgenomen van de (open) standaarden die door Triple A worden over het specificatiedocument gehanteerd. van de standaard kan vrijelijk worden beschikt of het is te Met behulp van deze standaarden wordt beoogd om de toekomstvastheid van verkrijgen tegen een nominale gerealiseerde software te garanderen. We veronderstellen daarbij dat het gebruik bijdrage. Het moet voor een van open standaarden ook voldoende mogelijkheden geeft om te koppelen met ieder mogelijk zijn om het te bestaande of nog aan te schaffen systemen bij de betrokken onderwijsinstellingen. kopiëren, beschikbaar te stellen en te gebruiken om niet of tegen Richtlijnen: een nominale prijs - Gerealiseerde oplossingen zijn zo veel mogelijk gebaseerd op beschikbare open - Het intellectuele eigendom standaarden - m.b.t. mogelijk aanwezige - De open standaarden die in het hoofdstuk Technische standaarden zijn benoemd patenten - van (delen van) de worden toegepast dan wel ondersteund binnen het genoemde toepassingsgebied standaard is onherroepelijk ter beschikking gesteld op een Open source wordt zo veel mogelijk nagestreefd royalty-free basis Een belangrijk uitgangspunt is dat het mogelijk moet zijn dat elke instelling zijn - Er zijn geen beperkingen omtrent eigen keuzes kan maken op basis van de ontwerpen van Triple A. Voor bepaalde het hergebruik van de standaard. delen trekt een aantal instellingen mogelijk samen op en laat door één leverancier een oplossing realiseren. Voor andere delen gaat elke instelling zijn eigen weg met Bron: http://www.ososs.nl/wat_zijn_ een leverancier naar zijn keuze. Dit betekent dat het mogelijk moet zijn dat een open_standaarden instelling of leverancier moet kunnen voortbouwen op de resultaten van een andere instelling of leverancier. Het toepassen van open standaarden biedt hiertoe al een aantal mogelijkheden. Het beschikbaarstellen van de software in open source, met een bijbehorende open source-licentie, verruimd deze mogelijkheden nog aanzien- lijk. Vooral voor generieke voorzieningen zoals de onderwijscatalogus is dit van groot belang, omdat deze voor de kernregistratie, onderwijslogistiek, roosteren
  • 749.
    ARCHITECTUUR 61 en portfolio steeds weer aangepast en uitgebreid worden. Vandaar dat Triple A als Wat is open source? principe hanteert dat dergelijke generieke voorzieningen in open source gereali- In de basis is open source soft- seerd moeten worden, en dat open source voor alle andere programmatuur nadruk- ware een juridisch construct: een kelijk de voorkeur heeft. licentie die stelt dat de broncode, het voor de mens leesbare deel Onder open sourcesoftware wordt hier het volgende verstaan: van software, beschikbaar - De software licentie voldoet aan de Open Source Definition van het Open Source gesteld moet worden aan (eind-) Initiative (zie http://www.opensource.org/docs/osd) gebruikers. De broncode stelt - De software is voorzien van het zogenaamde ‘Open Source Initiative Approved eindgebruikers in staat om de soft- mark’ (zie http://www.opensource.org/docs/certification_mark.html) ware zelf aan te passen. Hierdoor ontstaat een grotere vrijheid in het Richtlijnen: gebruik van de software. Ook leidt - Generieke voorzieningen zijn als open sourcesoftware beschikbaar. Het gaat in het in potentie tot minder leve- dit geval om voorzieningen die als basisvoorziening door verschillende systemen ranciersafhankelijkheid. Een groot gebruikt moeten kunnen worden, zoals de onderwijscatalogus en de criteriumbank deel van de open source software - Alle (overige) softwareonderdelen zijn bij voorkeur als open sourcesoftware be- wordt ontwikkeld in internet com- schikbaar munities, maar dat hoeft niet. De - De ontwikkelstraat op basis waarvan de software wordt gerealiseerd is bij voor- communities bestaan vaak uit een keur opgebouwd uit componenten die als open sourcesoftware beschikbaar zijn. interessante mix van softwareleve- ranciers, free-lancers, hobbyisten, Heterogeniteit is uitgangspunt studenten en gebruikers. Het ICT-landschap van onderwijsinstellingen bestaat uit verschillende systemen en technologieën. Bij de inrichting van ICT wordt er van uitgegaan dat deze diversiteit Bekende voorbeelden van open altijd zal bestaan (en nuttig is). source software zijn Linux, Apache en OpenOffice. Dit betekent dat we nadrukkelijk niet streven naar uniformiteit in de leverancier, de gebruikte ontwikkelstraat, programmeertalen of generieke voorzieningen. Ook wordt er niet gestreefd naar het onderbrengen van alle functionaliteit in één suite van producten van dezelfde leverancier of technisch platform. Uiteraard is het wel mooi als er uniformiteit is, maar het is geen voorwaarde of uitgangspunt. Ook ten aanzien van bestaande systemen (vaak legacy-systemen genoemd) han- teren wij niet op voorhand het uitgangspunt dat deze per definitie vervangen moet worden. In plaats van het streven naar eenvormigheid, wordt gestreefd naar een open architectuur, gericht op integratie van systemen en functionaliteiten. Daarbinnen kan een instelling dus voor elke gewenste functionaliteit de oplossing kiezen die het meest passend is, en deze inpassen in de bestaande omgeving. Dit wordt wel een best-of-breed strategie genoemd.
  • 750.
    62 ARCHITECTUUR Richtlijnen: - Systemen kunnen op verschillende technische platformen zijn gebaseerd. Er wordt geen standaardisatie nagestreefd voor deze systemen zelf. Alleen de koppelvlak- ken dienen zodanig te zijn dat systemen kunnen worden geïntegreerd in een heterogene, servicegeoriënteerde omgeving. Hiervoor is het noodzakelijk dat de koppelvlakken zijn gebaseerd op de volgende technologieën. • Standaarden voor webservices voor het koppelen van softwarefunctionaliteit (XML, XSD, SOAP, HTTP, WSDL en WSS). • Standaarden voor procesbesturing (BPEL en de standaarden van de Workflow Management Coalition (WfMC)) • Standaarden voor uitwisseling van documenten (ODF en PDF) - Er worden geen organisatiebrede, uniforme gegevensstandaarden gehanteerd. Systemen kunnen hun eigen gegevensstructuren en gegevenstypen hanteren. Standaardisatie van gegevensstructuren en gegevenstypen blijft beperkt tot het minimaal noodzakelijke om koppelingen te kunnen realiseren. Dit kan betekenen dat gegevens die betrokken zijn in koppelingen wel worden gestandaardiseerd, of dat er een gegevensvertaling (data mapping) wordt gedefinieerd. - Infrastructurele voorzieningen, zoals de infrastructuur voor routering, (de adres- sering en het gegevenstransport tussen services) gegevensvertaling, monitoring etc. mag heterogeen zijn. Ze moet echter wel op elkaar aansluiten voor essentiële functies zoals voor routering, beveiliging en als één infrastructuur functioneren. - Er wordt gestreefd naar één organisatiebrede enterprise servicebus, maar noodza- kelijk is dat niet - Er wordt gestreefd naar één organisatiebreed portaal, maar noodzakelijk is dat niet Eindgebruikersfunctionaliteit kan tijd- en plaatsonafhankelijk worden gebruikt Flexibilisering van het onderwijs en de organisatie ervan, vergt betere informatie- voorziening; informatievoorziening die niet aan een locatie of tijdstip gebonden is. Veel softwarefunctionaliteit moet technisch gezien op elke werkplek (computer), locatie (verbonden aan het internet) en tijdstip te gebruiken zijn. Dit is van belang voor functionaliteit die deelnemers gebruiken (bijvoorbeeld ten behoeve van studie- ondersteuning, rooster raadplegen en loopbaanplanning) en voor functionaliteit die medewerkers om uiteenlopende redenen op variabele tijdstippen en locaties zouden willen gebruiken (toetsresultaten vastleggen, rooster raadplegen, deelnemerdos- siers raadplegen en aanwezigheid vastleggen). De onderwijsinstelling kan beleid voeren dat beperkingen oplegt aan de beschik- baarheid van softwarefunctionaliteit, bijvoorbeeld omdat ze functionaliteit alleen beschikbaar wil stellen op het moment dat de ICT-helpdesk open is, omdat ze geen bijpassende beveiligingsmaatregelen heeft gerealiseerd of omdat (oudere)
  • 751.
    ARCHITECTUUR 63 gekoppelde systemen niet geschikt gemaakt zijn voor tijdonafhankelijkheid. De relevante software die in lijn met deze architectuur ontwikkeld is mag technisch echter geen locatie- en tijdbeperkingen opleggen. Dat vergt dus ondermeer dat deze software ontworpen is op basis van bijpassende beveiligingsprincipes. Daarnaast zorgt het werkplek- en locatieonafhankelijk ontwerpen van software is het beperken van de beheerlast. Hier zijn twee redenen voor: - Werkplek- en locatieonafhankelijke software maakt software-as-a-service (SaaS) mogelijk. Ontwikkeling en beheer van software zijn in één hand en worden als totaaldienst afgenomen - Bij werkplek- en locatieonafhankelijke software is de beheerlast minder bij verhui- zingen en organisatiewijzigingen. Gebruikers kunnen dan zonder tussenkomst van een beheerder en zonder aanpassing van de werkplek, wisselen van werkplek Er zijn deelfuncties van software waarvan het vanwege de benodigde technische inspanning vooralsnog niet wenselijk is dat ze locatie- en tijdonafhankelijk ont- wikkeld worden. Dit kan het geval zijn bij rekenintensieve en interactieintensieve functionaliteiten zoals functies om het onderwijsinstellingbrede rooster te maken en intensief te bewerken. Bovendien geldt dat een dergelijke functie bij regulier gebruik over het algemeen vanaf dezelfde werkplek wordt gebruikt. Het streven is om dit soort uitzonderingen te beperken. Richtlijnen: - Softwarefunctionaliteiten zijn op elke gangbare werkplek te gebruiken, bij voor- keur door uitsluitend gebruik te maken van een standaard webbrowser - Een gebruiker kan op verschillende werkplekken werken, zonder verlies van gege- vens of instellinge - Softwarefunctionaliteiten zijn geschikt om via het openbaar internet en draadloze netwerken te gebruiken. Het ontwerp is geschikt voor bijpassende beveiligings- en routeringsvoorzieningen. Het ontwerp is afgestemd op de snelheid van het internet en gebruikelijke draadloze netwerken. Het ontwerp houdt rekening met tijdelijk verlies van de verbinding - Softwarefunctionaliteiten maken (op de werkplek van de eindgebruiker) gebruik van de lokaal geïnstalleerde randapparatuur, waaronder printers en scanners. Integratie aan de voorkant middels een portaal Een portaal is een generieke voorziening voor een web-gebaseerde, uniforme, ge- ïntegreerde toegang tot informatie én functionaliteit (dus toepassingen) binnen een instelling. De toegang tot het portaal is beveiligd (authenticatie is nodig) en geper- sonaliseerd (wat je ziet en kunt doen is afhankelijk van je rol).
  • 752.
    64 ARCHITECTUUR Daarnaast worden applicatie-overstijgende faciliteiten geboden, zoals zoekfuncti- onaliteit en workflow-achtige faciliteiten. Het portaal wordt uiteindelijk een geïn- tegreerde user-interface waarin het onderscheid in verschillende achterliggende applicaties voor gebruikers steeds minder relevant wordt. Daarnaast kan het portaal ook allerlei communicatie- en samenwerkingsfaciliteiten bieden (de zogeheten collaboration functionaliteit). Zoals in de informatiearchitectuur gesteld is in deze architectuur het uitgangspunt dat onderwijsinstellingen een ‘flexibele geïntegreerde digitale werkplek’ moeten kunnen creëren. Het portaal is een belangrijk onderdeel dat dit mogelijk maakt. Het is de technische oplossing voor de ‘integratie aan de voorkant’. Richtlijnen: - Het portaal wordt ingericht als generieke voorziening die gebruikt kan worden door alle gebruikers binnen de instelling, en toegang geeft tot alle webgebaseerde faciliteiten binnen een instelling - Het portaal bestaat uit drie hoofdelementen • Nieuwsvoorziening • Communicatie en samenwerking • Applicatie-ontsluiting/werkprocesondersteuning - Het portaal is er ten behoeve van alle doelgroepen • Primair ten behoeve van de deelnemers en medewerkers van de instelling • Daarnaast ook voor anderen, zoals BPV-bedrijven, betrokkenen in projecten, contractonderwijs, toekomstige en oud-deelnemers etc. - De scheiding tussen een internet site en het portaal is als volgt • Het internet is zonder authenticatie toegankelijk, de informatie en functionali- teit wordt ongeautoriseerd, en niet gepersonaliseerd aangeboden • Het portaal is alleen na authenticatie toegankelijk, de informatie en functionali- teit wordt op basis van rolgebaseerde autorisatie toegankelijk. Het portaal kan worden gepersonaliseerd. • Er is binnen een instelling bij voorkeur slechts één portaal - Portaalfunctionaliteit binnen specifieke applicaties wordt niet gebruikt - Applicaties maken gebruik van de authenticatie die op het portaal heeft plaats- gevonden (Single sign-on) - De rol van de gebruiker is bepalend voor de toegankelijkheid van (een service van) een applicatie via het portaal - Het uitgangspunt is dat de gebruikers de via het portaal beschikbare functionali- teiten als een afgestemd geheel ervaren wat betreft navigatie, uiterlijk en samen- werking tussen functies. Softwarefunctionaliteiten moeten zodanig ontsloten
  • 753.
    ARCHITECTUUR 65 worden dat deze gebruikerservaring te creëren is via elk van de in de markt meest gangbare portaaltechnologieën - Applicaties kunnen op twee manieren toegankelijk worden gemaakt vanuit het portaal • De applicatie biedt (web)services aan, die vanuit het portaal kunnen worden aangeroepen. Wanneer het een interactieve functie betreft, wordt er bij voor- keur een portlet of web-part ontwikkelt dat één of meerdere services integreert in een user-interface component op het portaal • De applicatie biedt web-gebaseerde schermen aan, die vanuit het portaal kun- nen worden aangeroepen. Integratie aan de achterkant middels een servicebus Een servicebus is een infrastructurele voorziening die ervoor zorgt dat diensten (services) kunnen worden gevonden en aangeroepen. Al het berichtenverkeer van en naar diensten loopt via de servicebus. Omdat al het berichtenverkeer langs deze servicebus loopt, kan de servicebus een aantal aanvullende taken vervullen, zoals: - Het routeren van een request naar de juiste service door gebruik te maken van een register of repository van services - Het monitoren van een tijdige response op een request - Het overbruggen van technische verschillen tussen de vragende en de leverende service door het technische formaat van het bericht of de wijze van aanroepen aan te passen - Het overbruggen van functionele verschillen tussen de vragende en de leverende service door het bericht inhoudelijk te vertalen, anders in te delen of aan te vullen - Het beveiligen van berichtuitwisseling door autorisatiecontroles uit te voeren - Het tijdelijk vasthouden van berichten als de leverende service tijdelijk niet be- schikbaar is Een servicebus wordt ook vaak aangeduid met de term Enterprise Service Bus (ESB) om te benadrukken dat het een organisatiebrede voorziening is die diensten uit de hele organisatie met elkaar verbindt. De hierboven genoemde faciliteiten hebben ook vooral een toegevoegde waarde in de integratie tussen domeinen van- wege de technische en functionele verschillen die er kunnen zijn.
  • 754.
    66 ARCHITECTUUR Onder een applicatie wordt hier een verzameling diensten verstaan die in samen- hang is ontwikkeld (of aangeschaft). Alle services in die ene applicatie zijn geba- seerd op hetzelfde technische platform en gebruiken dezelfde gegevensdefinities. Binnen één applicatie is het zelfs niet nodig om een servicebus te gebruiken. Binnen één technisch platform is er doorgaans een eenvoudigere voorziening beschikbaar die ervoor zorgt dat services elkaar kunnen aanroepen: de applicatieserver. Een servicebus voorziet op hoofdlijnen in de volgende typen communicatie: Gebeurtenissen (events) Dit betreft het uitwisselen van berichten naar één of meerdere afnemers met de bedoeling een bepaalde gebeurtenis (bijvoorbeeld een statuswijziging of mutatie) te melden. Belangrijke kenmerken van dit type communicatie zijn: - Het is asynchroon: de verzender wacht niet op antwoord - Het mechanisme is ‘publish and subscribe’: de verzender publiceert het bericht maar kent de afnemer(s) die zich op het bericht ‘abonneren’ in principe niet. - Er geldt het principe van ‘fire and forget’: de verzender gaat uit van gegarandeerd transport door de servicebus en hoeft niet van de ontvangst door de afnemer te worden geïnformeerd - Technisch gezien is dit veelal een XML-bericht, maar het kan ook een EDI-bericht of tekstbestand zijn. Diensten (services) Dit betreft de aanroep van een dienst (service), veelal beschikbaar gesteld door een andere applicatie. Belangrijke kenmerken van dit type communicatie zijn: - Het kan synchroon (de verzender wacht op antwoord) of asynchroon zijn (de verzender wacht niet op antwoord of het antwoord wordt later als aparte service teruggeleverd) - De verzender is afhankelijk van de beschikbaarheid van de service. Bij synchrone verzending is dat het meest direct, maar bij asynchrone verwerking kan er ook een afhankelijkheid zijndie later in de tijd optreedt - Technisch gezien is dit veelal een web service, maar het kan ook een ander type applicatiecomponent zijn Enkele instellingen hebben al een servicebus geïmplementeerd en andere over- wegen dat te doen. Voor de toekomst wordt voorzien dat steeds meer instellingen deze stap zullen zetten, om zo de complexiteit van koppelingen tussen applicaties te reduceren en een betere integratie van applicaties te realiseren. Er wordt bijna altijd gestreefd naar één generieke voorziening waarop alle applicaties zijn aan- gesloten. Het is echter niet onwaarschijnlijk dat na verloop van jaren (modernere)
  • 755.
    ARCHITECTUUR 67 additionele servicebussen in gebruik worden genomen. Het is dan wenselijk dat die samen zo veel mogelijk als één geheel kunnen werken. Bovendien moet er vaak gekoppeld kunnen worden met de servicebussen van andere organisaties. Richtlijnen: - De servicebus wordt zo veel mogelijk generiek ingericht, zodat deze bruikbaar en toegankelijk is voor zo veel mogelijk applicaties die binnen de instelling gebruikt worden - Een servicebus is specifiek per instelling; het is niet nodig op dit punt in de sector te standaardiseren - De servicebus ondersteunt in ieder geval de volgende typen communicatie tussen applicaties • Diensten (services) (asynchroon of synchroon) • Gebeurtenissen (events), (asynchroon) - Bulkuitwisseling middels bestanden wordt zo veel mogelijk beperkt - Functionaliteit voor transport, technische conversie, berichttransformatie, route- ring, monitoring en logging worden ondersteund door de servicebus. Eventuele functionaliteit daarvoor binnen individuele applicaties wordt niet gebruikt - Wanneer er meerdere servicebussen in gebruik zijn, moet er overkoepelend over deze servicebussen gemonitord kunnen worden (‘meta-monitoring’) - De ‘repository’ wordt onafhankelijk van de andere infrastructuur gerealiseerd en bij voorkeur op basis van open standaarden. Ze wordt dus ook onafhankelijk opgezet van het register (registry) waarin de technische ‘deployment’ details van de onstloten softwarefuctionaliteiten worden geregistreerd - Uitwisseling van gegevens wordt gebaseerd op een beperkte set fundamentele gegevenstypen die ten behoeve van gegevensuitwisseling organisatiebreed wor- den gestandaardiseerd. Bulk-transport van gegevens middels een ETL-tool In sommige gevallen is het onvermijdelijk dat gegevens in bulk moeten worden uitgewisseld, met name in de volgende situaties: - Uitwisseling met een datawarehouse - Uitwisseling met applicaties die niet op basis van berichten of services gekoppeld kunnen worden. Om te voorkomen dat voor dergelijke uitwisseling te veel maatwerk wordt gere- aliseerd wordt er gestreefd naar standaardisatie van dit type koppelingen. Er zijn standaard tools beschikbaar die dit soort koppelingen ondersteunen.
  • 756.
    68 ARCHITECTUUR Deze tools lezen gegevens uit bestaande databases, transformeren deze zo nodig naar een andere structuur en laden deze in de database, vandaar de benaming ETL (Extractie, Transformatie, Load). Dit type tools wordt met name gebruikt voor de uitwisseling van gegevens naar een datawarehouse. Voor die toepassing hebben deze tools ook de meeste toegevoegde waarde, omdat een datawarehouse doorgaans gevuld moet worden vanuit verschil- lende bronsystemen, en omdat het totaal aan gegevens in het datawarehouse moet worden getransformeerd naar een structuur die optimaal is voor de rapportages. Dit type tools kan eventueel ook worden gebruikt voor de bulkuitwisseling tussen de applicaties onderling. Richtlijnen: - Uitwisseling van gegevens met een datawarehouse vindt bij voorkeur plaats met behulp van een generiek tool, een ETL (Extractie, Transformatie, Load) tool - Bulk-uitwisseling van gegevens tussen applicaties wordt zo veel mogelijk beperkt. Indien mogelijk wordt uitwisseling op basis van diensten of services ingericht - Als bulk-uitwisseling van gegevens tussen applicaties onvermijdelijk is, wordt hier bij voorkeur een generieke (breder binnen de instelling toegepaste) voorziening voor gebruikt. De toepassing van een ETL-tool is daarbij ook een mogelijkheid. Orkestratie middels een orkestratie-engine Zoals ook beschreven in de uitwerking van de opbouw van een service georiën- teerde architectuur heeft orkestratie een belangrijke plek in de architectuur. Met name de processervices, en in mindere mate ook de samengestelde services, kunnen volgens dit principe worden gedefinieerd. Deze services bevatten de logica van een bedrijfsproces, die zich vertaalt in het in een bepaalde volgorde aanroepen van onderliggende services. Zo’n service is dus een soort regisseur van het proces, waarvoor de definitie van dit proces (het draaiboek) leidend is. Daarin staat niet al- leen de volgorde, maar ook afhankelijkheden, keuzemomenten etc. Het orkestreren van processen kent drie deelaspecten, namelijk: - Het modelleren van processen op een formele manier, die ook begrijpelijk is voor verantwoordelijken in de organisatie. Hiervoor is de BPMN-notatie (Business Pro- cess Modeling Notation) een van de meest gangbare notaties, die ook goed wordt ondersteund door procesmodelleringstools - Het ontwerpen van processen zodanig dat deze door een service kan worden uitgevoerd. Daarvoor is de BPEL-notatie (Business Process Execution Language) de meeste gangbare, maar niet de enige, notatie. Deze taal wordt ondersteund in een groot aantal service georiënteerde ontwikkelomgevingen
  • 757.
    ARCHITECTUUR 69 - Het uitvoeren van processen in de operationele (‘runtime’) software. Een in BPEL- vastgelegd proces kan door werkende software ook worden uitgevoerd, zodat de processen in een werkend systeem ook echt conform het gespecificeerde proces worden uitgevoerd Dit wordt in onderstaand schema geïllustreerd. Figuur 20. Het orkestreren van processen Een orkestratie-engine ondersteunt doorgaans zowel het ontwerpen van het proces in een taal zoals BPEL, en de mogelijkheid om deze daadwerkelijk uit te voeren. In sommige gevallen wordt ook het daadwerkelijk modelleren van processen onder- steund.
  • 758.
    70 ARCHITECTUUR Richtlijnen: - Voor het grafisch weergeven van een organisatieproces wordt een voor verant- woordelijken binnen de organisatie bruikbare en open notatiestandaard gebruikt; bijvoorbeeld de Business Process Modeling Notation (BPMN) - Voor het opslaan en uitwisselen van procesdefinities wordt een breed geaccep- teerde, open standaard gebruikt; bijvoorbeeld de Process Definition Language (XPDL). - De gemodelleerde organisatieprocessen worden beschikbaar gesteld als proces- of samengestelde service. De geautomatiseerd uitvoerbare delen van het proces worden daarvoor vertaald naar een voor een orkestratie-engine uitvoerbare taal die andere services kan aanroepen; bijvoorbeeld de Business Process Execution Language (BPEL en BPEL4People). Systemen en software zijn voldoende schaalbaar In een ICT omgeving waarin stapsgewijs vernieuwingen worden doorgevoerd, zullen gebruikspatronen ook gaandeweg veranderen. Sommige systemen zullen na verloop van tijd steeds breder worden toegepast en dus door een grotere groep gebruikers worden gebruikt, en van andere systemen zal het gebruik mogelijk gaandeweg af - nemen. Het is in zo’n situatie belangrijk dat deze toe-of afname van het gebruik niet hoeft te leiden tot ingrijpende aanpassingen aan de inrichting van deze systemen. Er zijn in twee mogelijkheden om schaalbaarheid in het ontwerp van systemen mee te nemen: - Horizontale schaalbaarheid. Dit houdt in dat bepaalde systeemonderdelen worden gedupliceerd om zo meer capaciteit te creëren. Het gaat hierbij dan om het meer- dere keren naast elkaar implementeren van bepaalde services, een web- of een applicatieserver - Verticale schaalbaarheid. Dit houdt in dat bepaalde lagen van een applicatie fysiek van elkaar kunnen worden gescheiden en op aparte hardware kunnen functione- ren. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de presentatie-, logica- of datalaag van een applicatie Richtlijnen: - Systemen en software zijn zo veel mogelijk horizontaal en verticaal schaalbaar, zo- dat groei of afname van het gebruik niet hoeft te leiden tot ingrijpende wijzigingen
  • 759.
    ARCHITECTUUR 71 Systemen en software zijn veilig en betrouwbaar Veiligheid is een integraal onderdeel van het ontwerp van ICT-systemen. Gebruikers moeten in staat zijn om gegevens met een gepaste mate van beveiliging op te slaan en te communiceren. Tegelijkertijd moet het delen van gegevens flexi- bel georganiseerd kunnen worden. ICT-systemen moeten voldoende betrouwbaar zijn. Bij het gebruik ervan moet de gebruiker zich op de inhoud van zijn werk kunnen richten. Systemen hebben een hoge mate van beschikbaarheid. Voor het opsporen en herstellen van fouten zijn voldoende voorzieningen aanwezig. Richtlijnen: - Authenticatie is persoonsgebonden, gekoppeld aan rollen en kan plaatsvinden in een single-sign-on constructie - Autorisatie van gebruikers, voor softwarefuncties en gegevens, wordt generiek ingericht, is rolgebaseerd en kan gekoppeld worden aan organisatie-eenheden - Databases (en andere backend-systemen) zijn verantwoordelijk voor de consis- tentie van de gegevens en valideren deze waar nodig. Op de gebruikersinterface (frontends) worden gegevens ook gevalideerd, voornamelijk ten behoeve van het gebruikersgemak - Gegevens kunnen na een bepaalde termijn gearchiveerd worden. Deze gegevens blijven bij voorkeur doorzoekbaar en kunnen indien nodig worden teruggezet naar de operationele omgeving - Middels een backup kan een volledig herstelbare kopie van de systeemomgeving wordt gemaakt. Een dergelijke backup kan worden gemaakt met behulp van standaard tools die daarvoor op de markt zijn. Een backup kan worden gemaakt zonder dat het systeem tijdelijk niet beschikbaar is - Mutaties kunnen beknopt en volledig gelogd worden. Dit is per gegevenssoort instelbaar. - Alle softwarecomponenten voorzien in gemakkelijk raadpleegbare technische logging - Een eventueel gebruikte servicebus beschikt over voldoende monitoring en logging functionaliteit.
  • 760.
    72 ARCHITECTUUR TECHNISCHE STANDAARDEN De toepassing van technische standaarden is van groot belang in de Triple A- architectuur. Door gebruik te maken van standaarden die gangbaar zijn in de BVE sector wordt zo veel mogelijk gewaarborgd dat de voor Triple A ontworpen en gerealiseerde systemen kunnen worden geïntegreerd met elkaar en met bestaande systemen die binnen een instelling worden gebruikt. Ook de mogelijke aansluiting op andere initiatieven binnen de sector is van groot belang, variërend van e-portfo- lio en het electronische leerdossier tot aan de overheidsservicebus. Hieronder zijn standaarden benoemd die gebruikt worden in de BVE sector, waar we ons in deze architectuur aan conformeren. Om te komen tot de keuze voor deze standaarden is gebruik gemaakt van de volgende bronnen in de sector. - NORA De Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA) heeft tot doel een betere samenwerking, aansluiting van processen en uitwisseling van gegevens te realise- ren binnen de Nederlandse overheid door optimaal gebruik te maken van ICT. Zie http://www.e-overheid.nl/data/files/architectuur/NORAv2_0.pdf. - OCW en Forum standaardisatie Het Ministerie van OC&W heeft een start gemaakt met de ontwikkeling van een sectorarchitectuur voor het onderwijs. Dit is een specifieke invulling van de NORA, gericht op het onderwijsveld. Ten aanzien van de te hanteren standaarden wordt daarin verwezen naar de lijst met standaarden die is opgesteld door het Forum Standaardisatie. Zie http://www.forumstandaardisatie.nl/ - Kennisnet De stichting Kennisnet is het expertisecentrum voor ICT en onderwijs. De stichting behartigt de belangen van de Nederlandse onderwijssector op het gebied van ICT, biedt hulpmiddelen bij het maken van keuzes voor ICT-producten en diensten en levert educatieve diensten en producten om het leren te vernieuwen. Specifiek op het terrein van de uitwisselbaarheid van leerobjecten heeft Kennisnet een over- zicht van te hanteren standaarden opgesteld. Zie http://standaarden.kennisnet.nl/ - EduStandaard De vereniging EduStandaard beheert de gemaakte afspraken en standaarden in het onderwijsveld. Zie http://www.edustandaard.nl/
  • 761.
    ARCHITECTUUR 73 - ICTU De stichting ICTU is de ICT uitvoeringsorganisatie van de Nederlandse overheid, met als werkveld de zogenaamde elektronische overheid. Binnen de ICTU lopen een aantal programma’s, waaruit in een aantal gevallen voor het onderwijsveld relevante standaarden en richtlijnen voortkomen. Zie http://www.ictu.nl/ - ROC-i-Partners ROC-i-partners is het samenwerkingsverband tussen ROC’s, AOC’s en vakscholen met als doel kennisdeling te bevorderingen tussen deze instellingen op het gebied van ICT- en informatievoorziening. Met name de werkgroepen Stekkers en Archi- tectuur zijn in het kader van standaarden en richtlijnen relevant. Zie http://www.roc-i-partners.nl/ Op basis van de bovengenoemde bronnen is een lijst opgesteld van standaarden die relevant zijn voor de Triple A architectuur. Deze lijst is als volgt opgebouwd. - In de kolom Bron in de sector wordt verwezen naar één van de hiervoor genoem- de bronnen waarvan de betreffende standaard afkomstig is - In de kolom Toepassingsgebied wordt aangegeven voor welke functie of toepas- sing de betreffende standaard van toepassing is - In de kolom “Standaard” wordt aangegeven wat de exacte naam of omschrijving van de standaard is - In de kolom Beherende organisatie is aangegeven welke organisatie (specificaties van) de standaard beheert - In de kolom Specificaties wordt verwezen naar de locaties waar de specificaties zijn te vinden. Triple A baseert zich op de specificaties die aldaar te vinden zijn. De standaarden zijn in de volgende categorieen onderverdeeld: - Beveiliging, authenticatie en autorisatie - Presentatie - Bestands- en opslagformaten - Gegevenslogistiek - Gegevenssemantiek
  • 762.
    74 ARCHITECTUUR Beveiliging, authenticatie, autorisatie Nr Bron in de Toepassingsge- Standaard Beherende Specificaties sector bied organisatie S1 OCW, Forum IT-beveiliging NEN-ISO 27001 NEN http://www2.nen.nl/nen/servlet/dispatcher.Dispatcher? standaardisatie id=BIBLIOGRAFISCHEGEGEVENS&contentID=224997 S2 OCW, Forum IT-beveiliging NEN-ISO 27002 NEN http://www2.nen.nl/nen/servlet/dispatcher.Dispatcher? standaardisatie id=BIBLIOGRAFISCHEGEGEVENS&contentID=249401 S3 Kennisnet Uitwisseling van Security Assertion OASIS http://www.oasis-open.org/specs/index.php#samlv2.0 authenticatie- Markup Language gegevens van (SAML) v2.0 gebruikers. S4 Kennisnet Uitwisselen van Web Services IBM http://www.ibm.com/developerworks/library/ authenticatie- Federation Language specification/ws-fed/ gegevens in en tussen federaties. S5 NORA Authenticatie Leightweight Direc- http://tools.ietf.org/html/rfc4511 tory Access Protocol (LDAP) Opmerking: Ten aanzien van S3 en S4 is het voldoende als één van beide standaar- den wordt ondersteund. Presentatie Nr Bron in de sector Toepassingsgebied Standaard Beherende Specificaties organisatie S6 OCW, Forum standaardi- Overheidswebsites Webrichtlijnen ICTU http://www.webrichtlijnen.nl/ satie, ICTU programma Overheid heeft antwoord S7 NORA Vormgeving websites Cascading Stylesheets W3C http://www.w3.org/Style/CSS/ (CSS) S8 NORA Weergave webpagina’s Hypertext Markup Langu- W3C http://www.w3.org/MarkUp/ age (HTML) Opmerking: S6 is een eis voor zover het publiek toegankelijke webpagina’s betreft. Voor webpagina’s in het algemeen is het wenselijk de richtlijnen te hanteren voor zover deze van toepassing zijn.
  • 763.
    ARCHITECTUUR 75 Bestands- en opslagformaten Nr Bron in de Toepassingsgebied Standaard Beherende Specificaties sector organisatie S9 OCW, Forum Uitwisseling van reverseerbare Open Document Format (ODF) OASIS http://www.iso.org/iso/en/ standaardisatie, documenten ISO 26300 CatalogueDetailPage.Catalogue NORA Detail?CSNUMBER=43485&scop elist=PROGRAMME S10 OCW, Forum Lange termijn archivering, Portable Document Format NEN, Adobe http://www.adobe.com/nl/ standaardisatie, Uitwisseling niet-reverseerbare (PDF), NEN-ISO 19005 products/acrobat/adobepdf.html NORA documenten S11 OCW, Forum Gebruik van grafische docu- ISO/IEC 15984 Portable Net- ISO/IEC, http://www.w3.org/TR/PNG/ standaardisatie menten (‘lossless’ compressie) work Graphics (PNG). W3C binnen ODF-documenten S12 OCW, Forum Gebruik van grafische docu- ISO/IEC 10918 Joint Photograp- NEN, W3C http://www.w3.org/Graphics/ standaardisatie menten (‘lossy’ compressie) hic Experts Group (JPEG). JPEG/itu-t81.pdf binnen ODF-documenten S13 OCW, Forum Recordmanagement/Archivering Recordmanagement NEN-ISO NEN standaardisatie 15489:2001
  • 764.
    76 ARCHITECTUUR Gegevenslogistiek Nr Bron in de sector Toepassingsgebied Standaard Beherende Specificaties organisatie S14 NORA Communicatie tussen HyperText Transfer Protocol W3C http://www.w3.org/Protocols/ webclient en webserver (Secure), (HTTP(S)) rfc2616/rfc2616.html http://tools.ietf.org/html/ rfc2595 S15 OCW, Forum Service aanroep middels Simple Object Access W3C http://www.w3.org/TR/soap/ standaardisatie, NORA bericht Protocol (SOAP) S16 NORA Localisering/directory van Universal Description, Disco- http://www.uddi.org/ webservices very and Integration (UDDI) S17 NORA Services Web services W3C http://www.w3.org/2002/ws/ S18 NORA Webservices definitie Web Service Description W3C http://www.w3.org/TR/wsdl Language (WSDL) S19 NORA Berichten Extensible Markup Language W3C http://www.w3.org/XML/ (XML) S20 NORA Berichtdefinities XML Schema (XSD) W3C http://www.w3.org/XML/ Schema S21 NORA Formattering en opmaak Extensible Stylesheet W3C http://www.w3.org/Style/ van XML-berichten Language (XSL) XSL/ S22 NORA Transformatie van XML- XSL Transformation W3C http://www.w3.org/TR/xslt berichten tbv opmaak en parsen van berichten S23 NORA Raamwerk voor de uitwisse- Electronic Business using http://www.ebxml.org/ ling van zakelijke gegevens eXtensible Markup Language op basis van XML (ebXML) S24 ICTU programma Over- Aansluiting op overheids- Koppelvlakstandaard WUS ICTU http://www.overheidsser- heidsdienstenplatform servicebus voor aansluiting op over- vicebus.nl/fileadmin/OSB/ (Overheids-servicebus) heidsservicebus op basis van OSB_Koppelvlak_standaard_ WSDL, UDDI en SOAP WUS_v0.92.pdf S25 ICTU programma Over- Aansluiting op overheids- Koppelvlakstandaard ebMS ICTU http://www.overheidsservice heidsdienstenplatform servicebus voor aansluiting op over- bus.nl/fileadmin/OSB/OSB_ (Overheids-servicebus) heidsservicebus op basis van ebMS_Koppelvlak_ ebMS en ebXML Standaard_v0.91.pdf S26 NORA Webservices orkestratie Business Process Execution OASIS http://www.oasis-open. Language for Web Services org/committees/tc_home. (BPEL) php?wg_abbrev=wsbpel
  • 765.
    ARCHITECTUUR 77 Gegevenssemantiek Nr Bron in de Toepassingsgebied Standaard Beherende Specificaties sector organisatie Competenties S27 Kennisnet Landelijk samenstel van alle Competentiegerichte Colo http://kwalificaties.colo.nl/smartsite. vastgestelde kwalificatiedos- kwalificatiestructuur MBO shtml?id=HOME_2007 siers S28 Kennisnet Europees Kwalificatiekader European Qualification EU http://ec.europa.eu/education/lifelong- voor levenslang leven Framework learning-policy/doc44_en.htm Leerdossiers S29 OCW, Uitwisselen van competen- IMS Reusable Definition of IMS http://www.imsglobal.org/competencies/ Kennisnet ties en leerdoelen Competency or Educational index.html Objective Specification (RDCEO) S30 Kennisnet Uitwisselen van IEEE Reusable Competency IEEE http://www.ieeeltsc.org/working-groups/ competenties Definitions (RCD) wg20Comp/wg20rcdfolder/ Diploma’s S31 Kennisnet Vastleggen en uitwisselen Europass EU http://europass.cedefop.europa.eu/europass/ kwalificaties en competen- home/hornav/Downloads/navigate.action ties middels Europass CV, Taalpaspoort, Mobiliteit, Certificaat- en Diploma- supplement Educatieve content S32 Kennisnet Interoperabiliteit, toeganke- ADL Sharable Content ADL http://www.adlnet.gov/downloads/ lijkheid en hergebruik van Object Reference Model downloadpage.aspx?ID=237 educatieve content (SCORM) S33 Kennisnet Interactie tussen digitaal Afspelen van educatieve Edu- http://contentketen.kennisnet.nl/deafspraken/ leermateriaal en de leer- content (SCORM-RT) Standaard overzicht_van_afspraken/afspelen omgeving in Nederland S34 Kennisnet Verpakken van digitale IMS Content Packaging IMS http://www.imsglobal.org/content/ conten. packaging/index.html S35 Kennisnet, Verpakken van digitaal Content Packaging (o.b.v. Edu- http://www.edustandaard.nl/afspraken/002 Edu- leermateriaal in Nederland; IMS Content Packaging en Standaard Standaard voor les- & bronmateriaal SCORM 2004) (Resource variant) en individueel afspeelbaar (Afspeel variant) Leerlijnen S36 Kennisnet Vastleggen en uitwisselen IMS Learning Design IMS http://www.imsglobal.org/learningdesign/ van leerplannen index.html S37 Kennisnet Rangschikken van leer- IMS Simple Sequencing IMS http://www.imsglobal.org/simplesequencing/ activiteiten index.html
  • 766.
    78 ARCHITECTUUR Nr Bron in de Toepassingsgebied Standaard Beherende Specificaties sector organisatie Leerdossiers S38 Kennisnet Digitaal overdragen leerling- Digitaal Overdrachts Dossier http://www.vdod.nl/internet/webpages/ gegevens van primair naar (DOD) standard.asp?pageId=10 voorgezet onderwijs. S39 Kennisnet Digitale uitwisseling van Elektronisch leerdossier http://www.eldvo.nl/cms/cm/docs/ leerdossiers in de hele (ELD) Concept%20standaard%20ELD%200_2.pdf onderwijsketen. S40 OCW, Uitwisseling lerende- Learner Information IMS http://www.imsglobal.org/profiles/index. Kennisnet gegevens Package (LIP) html S41 Kennisnet Data uitwisseling in de Schools Interoperability SIF http://specification.sifinfo.org/ PK-12 instructie- en Framework Implementation Implementation/2.0/ administratieomgeving. S42 Kennisnet Uiwisseling van informatie IMS Enterprise Services IMS http://www.imsglobal.org/es/index.html van personen en groepen S43 ROC-i Uitwisseling deelnemerge- Berichtdefinities werkgroep ROC-i http://www.roc-i-partners.nl/folder/roci/ gevens t.b.v aanmelding en stekkers werkgroepen/2007%20werkgroep%20stek- inschrijving kers%20oplevering%20berichten%20en%20 services%20augustus%202007.xls S44 Kennisnet Interoperabiliteit tussen IMS Learning Tools IMS http://www.imsglobal.org/ leersystemen Interoperability (LTI) toolsinteroperability2.cfm S45 Kennisnet Uitwisseling van leer- IMS Learning Information IMS http://www.imsglobal.org/enterprise.cfm gegevens Services (LIS) Metadata S46 OCW Metadata voor archief- Metadata NEN-ISO 23081 NEN bescheiden S47 OCW, Metadata van leerobjecten IEEE Standard for Learning IEEE http://www.ieeeltsc.org/standards/1484-12 Kennisnet Object Metadata (LOM) -1-2002/ S48 Kennisnet, Metadata van educatieve Content-zoekprofiel Edu- http://www.edustandaard.nl/afspraken/001 Edu- content in Nederland PO-VO-BVE Standaard Standaard (obv IEEE-LOM) S49 Kennisnet Metadata van resources Dublin Core Metadata http://dublincore.org/ Initiative (DCMI) S50 Kennisnet Uitwisselen van vocabulaires IMS Vocabulary Definition IMS http://www.imsglobal.org/vdex/index.html Exchange (VDEX) Portfolio’s S51 Kennisnet Uitwisseling van e-portfolio’s IMS ePortfolio IMS http://www.imsglobal.org/ep/index.html S52 Kennisnet Uitwisseling van e-portfolio’s NTA 2035:2008 E-portfolio NEN http://e-portfolionl.nen.nl in Nederland NL (obv IMS ePortfolio)
  • 767.
    ARCHITECTUUR 79 Nr Bron in de Toepassingsgebied Standaard Beherende Specificaties sector organisatie Repositories S53 Kennisnet Interactie tussen harvester OAI-PMH OAI http://www.openarchives.org/pmh/ en aanbiedende repository voor verzamelen van metadata S54 Kennisnet, Interactie tussen harvester Metadata harvesting Edu- http://www.edustandaard.nl/afspraken/003 Edu- en aanbiedende repository (obv OAI-PHM) Standaard Standaard voor verzamelen van metadata in Nederland S55 Kennisnet Interactie tussen zoekap- SRU/SRW LoC htttp://www.loc.gov/standards/sru plicatie en aanbiedende repository voor het zoeken in Metadata S56 Kennisnet, Interactie tussen zoek- Opvragen van metadata Edu- http://www.edustandaard.nl/afspraken/004 Edu- applicatie en aanbiedende (obv SRU/SRW) Standaard Standaard repository voor het zoeken in metadata in Nederland. Vragen, toetsen, assessments S57 Kennisnet Uitwisseling items, testen IMS Question & Test Inter- IMS http://www.imsglobal.org/question/index. en resultaten operability html#version2.1 S58 Kennisnet Uitwisseling items, testen en Afspraak digitaal toetsen Kennisnet http://digitaaltoetsen.kennisnet.nl/ resultaten in Nederland (obv IMS QTI) Zorggegevens S59 Kennisnet Medisch dossier van Elektronisch Kinddossier http://www.ekd.nl/uploaded/FILES/htmlcon kinderen binnen de jeugd- (EKD) tent/Basis%20Dataset%20JGZ%20v2.0.xls gezondheidszorg Financiele gegevens S60 NORA Financiele uitwisseling eXtensible Business Repor- http://www.xbrl-nederland.nl/ middels XML ting Language (XBRL) Ten aanzien van S47 en S48 (IEEE-LOM en het content zoekprofiel) geldt, dat deze standaard van toepassing is op de verwijzing naar een electronisch leerobject van- uit de onderwijscatalogus Ten aanzien van S50 (VDEX) geldt, dat deze standaard van toepassing is op het definiëren van de structuur van de onderwijscatalogus. Deze wordt bij voorkeur conform VDEX of een andere op XML gebaseerde structuur te gedefinieerd.
  • 769.
    COLOFON Triple A, Eerstedruk 2009 Tekst en tekstredactie: Triple A, Zoetermeer Fotografie: Beeldsmaak Amersfoort Vormgeving en opmaak: Linda van Drie, Amersfoort, Opmaak: Sonja Kamer, Amersfoort Druk: Drukkerij Wilco, Amersfoort Op het gebruik van dit materiaal is een Creative Commons Licentie van toepassing. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/nl/ om deze licentie te bekijken.
  • 770.
    Triple A ontwerp& onderzoek Paletsingel 30 2718 NT Zoetermeer Tel: 079 - 329 65 99 www.tripleaonderwijs.nl