Capturing of my Soul 6
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Capturing of my Soul 6

on

  • 279 views

 

Statistics

Views

Total Views
279
Views on SlideShare
265
Embed Views
14

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

1 Embed 14

http://lj-toys.com 14

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Capturing of my Soul 6 Presentation Transcript

  • 1. Als ik thuis kom, keil ik de sleutels op de grond, enstorm de trap op. Het kan me niet schelen of mijnouders er wel of niet zijn, en of ik straf krijg. Ik rukmijn slaapkamerdeur open, en klik het licht aan. Ikloop naar mijn kast, als ik plotseling verstijf. Mijnmoeder, in pyjama, zit op mijn bed te wachten. Haarblik is boos, nee, furieus.
  • 2. “Hoi,” zeg ik met een kleine stem. Ik blijf staan, nietin staat om me zelfs maar mijn handen te bewegen.“Luna,” haar handen trillen en haar stem is hard enkil, “Waar kom jij in Godsnaam vandaan?” Ik blijfmijn moeder aan kijken, op een of andere manierword ik gedwongen in haar ogen te kijken.
  • 3. “Heb je al enig idee hoe laat het is?” dondert haarstem. Ik krimp in elkaar. Op dit moment heb ikliever een boze vader voor me staan. Hij is altijd watmilder dan mam. “Laat,” piep ik. Mijn moeder vliegtovereind en stapt boos op mij af. Ik deinsachteruit, en voel dat de angst mij de baas wordt.“Luna,” sist mijn moeder.
  • 4. “Eerst nablijven, en nu loop je ook nog gewoonweg, terwijl je geacht wordt thuis te blijven,” zegtmijn moeder boos. “Maar,” verdedig ik me, “Julliewaren er niet, dus ik dacht, dat, dat ik…” “Dat jewat? Dat je gewoon weg kont gaan. Heb je wel enigidee hoe onverantwoordelijk je bent,” roept mam uit.
  • 5. Ik slik, mijn handen trillen. “Heb jeverantwoordelijkheid?” Ik zwijg, ik kan en wil nietszeggen. “Luna, hoe langer je zwijgt, des te erger jehet maakt,” roept mijn moeder. Ze interpreteert mijnstilzwijgen als dwarsheid. “Nee,” fluister ik, na eenstilte, waarin ik en mam elkaar aankijken.
  • 6. “Wat nee?” barst mam uit. “Bedoel je dat jeonverantwoordelijk bent, of dat je gewoon wat zegt,”tiert mam. Ik kan dit niet meer houden. Tranenbranden achter mijn ogen. Ik knijp mijn ogendicht, in een poging de tranen te voorkomen. “Kijkme aan,” tiert ze verder. “Ik praat tegen je, begrijpje,” gaat ze verder.
  • 7. “Nee, je praat niet, je schreeuwt,” zeg ik hard. Mijnangst maakt plaats voor woede. “Ik doe één keer ietsfout, en meteen is het alsof ik de wereld hebopgeblazen,” roep ik uit. Ik bal mijn vuisten. Mamkijkt me aan alsof ik haar geslagen heb. “Wat? Heb jewel door wat je zegt!?” roept ze uit. Ik sla mijnarmen over elkaar.
  • 8. “Ja, dat heb ik door,” zeg ik. “Je moest nablijven en jebent een hele avond weg geweest, dat is minstens zoerg als de wereld opblazen.” Mam gooit haar armenin de lucht. “Je weet niet eens wat belangrijk is,”roep ik uit. “O, nee? Nou, ik weet wel wat belangrijkis, en dat is straf.”
  • 9. “Wat? Wil je me soms geen zakgeld meer geven?”zeg ik boos, mijn armen nog steeds over elkaar.“Nee, jongedame, een maand niet meer naar buiten.Alleen school, dat is de reden dat jij nog naar buitenkomt,” zegt mijn hard. Ik voel ongeloof opwaaien.“Een- een maand?” fluister ik verbaasd. “Ja, dat hebje goed begrepen. En dat gaat nu in, waag je je tochongevraagd buiten, wordt het verdubbeld,” sist mijnmoeder.
  • 10. Ze loopt mijn kamer uit, en slaat de deur achter zichdicht. Ik loop naar de deur en draai me om. Ik laatme omlaag zakken langs de muur. Tranen wellenweer op in mijn ogen. “Waarom?” fluister ik. Tranenlopen nu over mijn wangen. „Onrechtvaardig,‟ klinktin mijn hoofd, „Oneerlijk‟. Ik neem de moeite niet ommijn tranen weg te vegen.
  • 11. Minutenlang zit ik tegen de muur. Tranen blijvenmaar lopen. Ik huil niet hard op, maar de tranenblijven komen. Na een tijdje dwalen mijn gedachtenaf naar Matthew. Matthew Alours. Ik zucht, ik hadnooit van mijn leven verwacht dat ik hem zou zien.Ik had gedacht dat hij ver weg zat op een internaat.
  • 12. „Matthew Alours had een ontdekking gedaan,‟ flitstdoor mijn hoofd. Die Matthew had jaren geledengeleefd, en ervoor gezorgd dat zijn afstammelingenin rijkdom leefde. „En nu is er een nieuwe MatthewAlours. Wat zal hij doen?‟ Ik kom overeind en loopde badkamer in. Ik kijk in de spiegel en veeg detranen van mijn gezicht.
  • 13. Even later klim ik in bed, en laat mijn hoofd rustenop mijn kussen. “Opgesloten, voor een maand. Watnu?” fluister ik tegen mezelf. “Wat nu?” En dan valik in slaap.
  • 14. De volgende dag, ik stap moe de schoolbus uit. Debus rijdt meteen weg, en ik zie dat mam me alopwacht bij de deur. Met hangende schouders loopik naar de deur die mam openhoudt. “Naarbinnen, Luna,” zegt ze. Er kan geen glimlach ervanaf, en net als ik dat wil zeggen, slik ik mijnwoorden in.
  • 15. Ik loop naar binnen en stamp de trap op.“Nee, Luna, eerst kom je gezellig bij me zitten. Wijmoeten even praten,” zegt ze zacht, maar toch goedverstaanbaar. Ik zucht en draai me om. Mijn moedergaat aan tafel zitten, en ik ga schuin tegenover haarzitten. “Luna, je moet wel weten dat ik het ook nietleuk vind om ze te moeten doen.”
  • 16. Ik haal mijn schouders op. Ik probeer haar niet aan tekijken. “Luna, kijk me alsjeblieft aan,” zegt ze zacht.Door haar stem klinkt spijt en warmte. Ik kijk in haarogen. “Als je je gewoon even rustig aandoet, ben jezo van je straf af. En ik geef eerlijk toe dat ik eenbeetje onredelijk ben, maar ik trek de straf nietin, nog niet.”
  • 17. “Ik begrijp het,” lieg ik. “Maar kan ik nu naar bovengaan, ik heb heel veel huiswerk te doen, en ik wilvanavond nog even naar Paulien bellen.” Mijnmoeder kijkt verbaasd, maar herstelt zich en knikt. Ikkom overeind en loop weer naar boven. Ik doe mijndeur open, en loop naar binnen.
  • 18. Ik laat me vallen op mijn bed, en denk aan mijn straf.„Een maand opgesloten in een huis. Ik moet hieruit.‟Beneden wordt er gebeld, ik sla er geen acht op.Zuchtend pak ik mijn boeken en sla ze open. Ik beginnet met Frans, als mijn moeder mijn deuropendoet, en de kamer binnenkomt. “Luna, er isiemand aan de deur voor je.”
  • 19. Fronsend kijk ik op, en denk na of ik iemandonwetend heb uitgenodigd. “Hij zegt dat je meemoet komen voor een huiswerkgroepje. Blijkbaarheb jij gezegd dat je straf hebt, en dat je daarom nietmee kon komen,” zegt mam. Snel denk ik na, en danbesluit ik maar gewoon te bevestigen. “Ja, dat klopt.Maar ik dacht dat je dat niet leuk zou vinden, als ikgewoon zou gaan,” lieg ik.
  • 20. “En waarvoor is dit huiswerkgroepje?” vraagt zeargwanend. “Wiskunde,” antwoord ik vlug.“Nou, waar wacht je dan op?” roept mijn moederuit. “Jouw punten voor wiskunde zijn nooit de bestegeweest. Vlug, pak je spullen, oké? Alleen voorvandaag geldt de straf niet,” antwoordt ze erknipogend aan toe.
  • 21. Vlug gris ik wat spullen bij elkaar, en loop tevredenmijn kamer uit. Maar dan vraag ik me af wie er voormij aan de deur staat. Rustig loop ik naar beneden enik zie dat een jongen op de bank zit. Hij heeft bruineharen, en kijkt rustig voor zich uit. “Matthew?”vraag ik, maar dan voel ik de ogen van mijn moederin mijn rug. “Ik wist niet dat jij ook meedeed,” roepik verstandig uit.
  • 22. “Ook hallo,” lacht hij. “Zullen we gaan, ik denk nietdat de rest het leuk vindt dat we hun laten wachten!”Ik knik, en zwaai naar mam. “Dag, lieverd,” glimlachze. Iets te overdreven, vind ik, maar ik sla er geenacht op. “Rond het eten thuis zijn, Luna,” zegt zevoor ik de deur uit loop. Ik lach even naar mam, enloop de deur uit.
  • 23. Buiten juich ik zacht en spring in de rug vanMatthew. “Hoe wist je dat ik gered moest worden,”vraag ik lief. Hij lacht, en houdt mij vast. “Vandaagzag je er echt sikkeneurig uit, en ik heb zoiets gisterook moeten meemaken. Maar de geweldige ik weetnatuurlijk zich overal uit te draaien,” zegt Matthew.
  • 24. “Bleh, wat een onzin,” lach ik. Nu ik buiten ben, kanhet me niet schelen dat Matthew mij heeft opgezocht.Ik klim van zijn rug af, en begin te lopen. “Wat ga jedoen?” vraagt hij verbaasd. “Lopen,” zeg ik. Hijkomt achter me aan, en loopt naast me. “Waar gaanwe dan heen?” vraagt hij, met een twinkeling in zijnogen.
  • 25. “Gewoon, lopen. Weg van huis, mijn gevangenisvoor de komende maand,” glimlach ik. “Wat? Eenmaand?” vraagt Matthew ongelovig. Ik knik, enstop. Ik plant mijn handen in mijn zij, en kijk hemveelbetekenend aan. “Wat is jouw vonnis gewordendan?” vraag ik. Hij schiet in de lach, maar al snelwordt hij weer serieus.
  • 26. “Alleen een preek, en meteen naar bed. Mijn oudersgeven mij al lang geen straf meer. Daarvoor ben ikveels te ondeugend. Vroeger ging ik dan ook altijdweg, als ik straf had,” zegt hij, terwijl hij zijnschouders ophaalt. “Goh, het zou toch zo fijnzijn, om jou te zijn,” zeg ik. “Nou, je kunt al in iedergeval blij zijn dat ik je weggehaald heb.”
  • 27. “Ja, oké, dat klopt,” geef ik toe, “De timing wasperfect.” Hij lacht naar me, en ik voel iets buitelen inmijn maag. Snel loop ik verder. “Heb je al enig ideewaar je heen loopt?” vraagt Matthew als hij meingehaald heeft. “Nee, maar ik volg gewoon mijnneus,” antwoord ik. “Weet je zeker dat die de juistekant opwijst?” vraagt hij, lachend.
  • 28. “Hee,” roep ik zogenaamd verontwaardig uit. Ikwrijf over mijn neus, en Matthew giert het uit. Ik lachmee, en dan kijk om me heen waar we zijn. De wegloopt langs de kerk, herinner ik me. “Zullen we dekerk ingaan?” vraag ik. Matthew, die eerst heeftzitten lachen, kijkt verbaasd op. “Wat? Staat hier eenkerk dan?”
  • 29. “Ja, maar daar hoeven we niet naar toe, hoor,” lachik. “Is hier ergens een park?” vraagt hij.“Ja, hier, deze kant op.” Ik pak zijn arm en sleur hemmee. Mak als een lammetje volgt Matthew me. Ik rende straat over en ren naar het park toe. Vlak bij devijver laat ik hem los, en kijk om me heen. “Voor eenmeisje heb je redelijk veel kracht,” lacht Matthew.
  • 30. “Ooh, haha,” zeg ik sarcastisch. “Wat? Het is eencompliment,” zegt Matthew. “Oké,” glimlach ik naarhem. Dan wordt hij rood, en wendt zijn blik af. Watheeft dat te beteken? Maar ik besteed er verder nietveel aandacht aan. Ik loop naar het bankje en ga eropzitten. Matthew gaat voor me, op de grond, zitten.
  • 31. “En wat als mijn moeder ontdekt dat ik gelogenheb?” vraag ik na een stilte. “Luna, je moet niet zopeinzen maar genieten van de middag,” zegtMatthew, terwijl hij gaat liggen op zijn rug. “Dat kanik niet, ik ben zo`n paniekerig gevalletje,” grijns ik.“Dan zal ik je moeten leren chillen,” is het antwoordvan Matthew.
  • 32. “Zeg, kom er eens bij liggen,” zegt Matthew, en hijkomt overeind. Hij reikt me zijn hand aan, en iktwijfel. „Dan lig ik erg dicht bij hem,‟ vind ik. Maar iksla alle twijfel uit de bocht en neem de hand aan.Even voel ik een vonk in onze handen maar dantrekt hij me van de bank. Ik slaak een gil, en dan ligik naast hem op de grond.
  • 33. “Hoe wist je eigenlijk dat ik hier woonde?” vraag iknadat we allebei zwijgend naar de hemel kijken.“Wil je dat echt weten?” vraagt hij. “Ja,” antwoordik. “Nou, ik zat ook in de bus, maar ik ben lateruitgestapt. Ik wou perse weten waar je woonde. Dusliep ik weer naar jouw huis, en ik zag dat je het nietleuk vond om onderdrukt te worden.
  • 34. Dus ik verzon een simpel smoesje en belde aan, alsofik jou kwam ophalen voor een huiswerkclubje,” zegtMatthew na een tijdje. “Toen jij de trap af kwam, hadik door dat mijn smoesje gelukt was, ik had gedachtdat je zou zeggen dat je van niets wist. Maarblijkbaar wilde je daar maar al te graag weg.” “Maarwaarom ga je eigenlijk met me om?” vraag ik na eenstilte.
  • 35. “Waarom niet?” reageert Matthew fel, en hij komtkrachtig overeind. “Waarom wel?” breng ik er tegenin. “Nou, je bent aardig, leuk en knap,” zegtMatthew. Ik bloos en kijk weg. “En ook omdat ikgeïnteresseerd ben in jou. Je hebt iets, iets waardoorik alles van je wil weten,” zegt Matthew met eenlichte twijfeling in zijn stem.
  • 36. “Interesseer ik jou?” vraag ik ongelovig. Niet tegeloven, wat is dit? “Ja, toen ik jou zag in hetnablijflokaal, vroeg ik me af wat jij daar deed,” zegtMatthew, “Het komt niet vaak voor dat daar eennieuw iemand komt. Toen kwam ik jou ook nogtegen, gister, iets wat ik totaal niet verwachte.”
  • 37. Ik zucht zachtjes, en kijk naar de hemel, die opeensbewolkt is. “Is er iets?” vraagt Matthew. “Nee, er isniets,” glimlach ik naar hem. Even kijkt hijbedenkelijk naar de hemel, en staat dat op. “Komop, laten we gaan. Zo te zien gaat het zo meteenregenen.” Hij steekt zijn hand naar me uit. Ik negeerzijn uitgestoken hand en kom overeind.
  • 38. “Waar gaan we dan heen?” vraag ik, als ik sta. Hijhaalt zijn schouders op, en begint te lopen. “Die kantop is naar de begraafplaats,” zeg ik tegen zijn rug.“Leuk toch,” lacht hij. Hij pakt mijn hand en trekt memee. “Kom maar gewoon mee, het gaat dadelijkregenen,” zegt hij. Ik laat me gewoon meevoeren.
  • 39. Al snel, na een paar minuten lopen, komen we uit bijde begraafplaats. Hij duwt het hek open en loopt hetkerkhof op. Even twijfel ik, kerkhoven heb ik nooitleuk gevonden, maar dan volg ik hem. “Kom jijvaker hier,” vraagt Matthew, als we een tijdjezwijgend hebben gelopen. “Nee, ik kan niet tegenbegraafplaatsen. Ik krijg er een eng gevoel van,”antwoord ik.
  • 40. “Ik bescherm je wel,” glimlacht Matthew flauwtjes.Ik lach zachtjes, en loop verder. Overal om mij heenstaan graven. De meeste zijn oud, en vies.. “Liggenhier alleen maar rijke mensen?” hoor ik Matthewzeggen. “Zou kunnen, voor een graf heb je geldnodig. Vroeger was dat een luxe, hoor,” zeg ik, als ikme omdraai naar hem.
  • 41. “Waarom vraag je dat?” vraag ik. Matthew kijktverbaasd op, en twijfel valt van zijn gezicht af telezen. “Wat?” vraag ik. “Dat zie je aan de „I‟ op hungraven,” zegt Matthew. “‟I‟? Wat bedoel je daar noumee?” vraag ik, terwijl ik naar het graf loop waarMatthew bij staat.
  • 42. “Imunisten,” zegt Matthew duister. Maar ik heb allang geen aandacht meer voor Matthew. Het grafheeft inderdaad een „I‟ erop staan, in derechterbovenhoek. Aandachtig bestudeer ik het. Ikwrijf er met mijn vinger over, en kom overeind.“Raar,” fluister ik.
  • 43. Dan loop ik verder. “Waar ga je naar toe?” vraagtMatthew verbaasd. “Gewoon even verder lopen,”zeg ik nonchalant. Dan stop ik bij een graf. De aardeis vers rond het graf, en er liggen allemaal versebloemen. Niet veel, maar wel vrolijke bloemen. Erligt een lint bij. “Lieve Amelia, rust in vrede,” luidthet lint.
  • 44. Dan zie ik dat er een portret van een vrouw bij hetgraf ligt. Ik pak het op, en zie een blonde vrouw metblauwe ogen naar mij lachen. “Amelia vanAmerongen,” zegt Matthew, en ik schrik. Ik was ineen seconde vergeten dat Matthew er ook nog was.“O mijn God,” roept Matthew opeens uit. “Wat?”vraag ik, verbaasd door zijn uitbarsting.
  • 45. “Je… Je lijkt ontzettend op haar,” zegt hij met groteogen. Geschokt kijk ik hem aan, en draai langzaamom naar de foto. Ik kijk nog eens naar de foto. Danvoel ik een rilling door mijn lichaam gaan.“Inderdaad,” fluister ik.
  • 46. ~*~Hier eindigt het verhaal over Luna, omdat ik het nooit af hebkunnen maken.Mijn spel crashte, en dus is er nooit een einde gekomen.