Capturing of my Soul 3

354 views

Published on

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Capturing of my Soul 3

  1. 1. De volgende ochtend werd ik wakker om kwart voor zes. De hele nacht had ik slecht geslapen, omdat ik maar bleef woelen. De hele nacht bleef het geluid bij, mijn hoofd stroomde vol, vol met vragen. Vragen die ik nog niet kan beantwoorden.
  2. 2. Het piep-geluid bleef me bij, samen met wat de tieners allemaal deden. Maar het raarste van allemaal, was dat toen ik thuis kwam, was dat mijn ouders niet boos waren. Ze gaven me geen preek, stuurden mij niet naar boven. Het enige wat ze deden, was kijken naar het achtuurjournaal, en wat woorden mompelen.
  3. 3. Toen ben ik naar boven gegaan, begonnen aan mijn huiswerk, in bad gegaan, en toen stond ik op het punt naar bed te gaan, hoorde ik het weer. Het piepgeluid. Weer bleef het een paar minuten lang aanhouden, en weer hoorden ik tieners langs mijn huis lopen, allemaal richting huis.
  4. 4. Snel strijk ik mijn pony glad en kijk of mijn haren nog netjes in twee staarten zaten. Ik heb besloten om maar eens wat anders te doen dan een staart of los. Ik kijk of mijn make-up goed is aangebracht en ik loop naar beneden.
  5. 5. Mam heeft al een boterham voor me gemaakt, en ze kijkt me doordringend aan als ik mijn eerste hap neem. Mijn ouders beginnen een gesprek en ik hou me gedeisd. Ik heb wijs besloten om uit te gaan zoeken wat dat piepgeluid betekent, en dat kan alleen als ik me gedeisd hou.
  6. 6. Ik ga uitzoeken waarom dat piepgeluid er is, waarom al die tieners dan het huis verlaten en waarom mijn ouders gisteren zo gebiologeerd naar de TV staarde. En vandaag ga ik na school de bibliotheek bezoeken. Voor informatie over de stad waar ik in woon, want ik heb het gevoel dat ik daar moet zoeken.
  7. 7. Als ik net mijn boterham op heb, hoor ik de schoolbus aanrijden. Snel gris ik mijn lunchtrommel, zeg gedag tegen mijn ouders en verlaat het huis. Als ik vandaag weer te laat zou komen, kan ik vanmiddag niet naar de bibliotheek. Ik stap in en laat me opgelucht op een bank vallen.
  8. 8. Rond half vier kom ik bij de bibliotheek aan. Al sinds ik klein ben, kom ik hier geregeld. Maar ongeveer twee jaar geleden, ging ik steeds minder naar de bieb. Totdat ik helemaal niet meer ging. En dat vond de bibliothecaresse erg jammer. Ze was als een tante voor mij.
  9. 9. Ik ben dan ook erg benieuwd hoe ze zal gaan reageren als ze meer weer ziet, na één jaar. Ik heb nu al geen zin in de confrontatie met Natascha Middels. De bibliothecaresse. Ik loop zwijgend het trapje op en haal diep adem. Op hoop van zege. Dan duw ik de deur open en stap naar binnen
  10. 10. Het eerste wat ik zie, is een lege hal, en dan hoor ik Natascha. Ze roept iets, maar dat vervliegt me. Ik draai me om naar de balie en ik zie dat ze haastig overeind komt. In dat ene jaar ben ik heel erg veranderd maar iemand zoals Natascha vergeet geen mensen. Maakt niets uit hoe ze eruit zien.
  11. 11. Ze komt op me af, en slaat armen om me heen. Ik haar gezicht een fractie van een seconde en ik zie haar vertrouwde gezicht weer. De grote ogen, en de langgerekte mond, die veel te groot lijkt voor een vrouw als Natascha. Ze drukt mij tegen haar aan. Opgelaten sla ik ook mijn armen om haar heen.
  12. 12. "Hallo, Natascha," kerm ik. Ze laat me los en bekijkt me goed. "Je ziet er goed uit, Luna Zanden. Maar verklaar me eerst waarom je hier al bijna een heel jaar niet geweest bent!" De uitdrukking op het gezicht van Natascha verandert van genegenheid naar ingehouden woede. Ik krimp in elkaar. Dit was te verwachten!
  13. 13. "Nou, het spijt me heel erg, Natascha. Ik weet dat ik beloofd had dat ik heel vaak zou komen, maar na een tijdje kreeg ik het gewoon te druk met vrienden, familie en natuurlijk school. Maar, hee, nu ben ik er toch," zeg ik. Natascha knikt en kijkt me vragen aan. Alsof ze daarmee wilt zeggen, wat kom je hier dan doen?
  14. 14. "Ik ben hier, nu, op dit moment," hakkel ik. "Omdat ik informatie voor school nodig heb. Iets wat ik niet heb kunnen vinden op school. Informatie voor een project over deze gemeenschap." Tijdens school heb ik deze smoes verzonnen. Hoe kan ik nou vertellen over het geluid en merkwaardige gedrag van de tieners.
  15. 15. Natascha knikt, maar blijft desondanks gekwetst kijken. Dit kan ik niet hebben, ze geeft me een enorm schuldgevoel maar ik gooi het weg. "Je zoekt dus informatie over NortonCity? Dan moet je boven zijn, bij de studie- en geschiedenisboeken. Boven op de tafel vind je een lijst met tekens die aangeven welk onderwerp je zoekt. Volgens mij moet je het teken van NortonCity hebben."
  16. 16. Ik knik beleefd en draai me om naar de trap. Ik kan langer oogcontact met Natascha niet meer hebben. Onderweg bedenk ik me op wat voor soort titels ik moet zoeken. Die tekens zijn wel handig maar ik moet wel de juiste boeken vinden, en ik weet bijna zeker dat er honderden boeken zijn over NortonCity, tenslotte is dit de bibliotheek van NortonCity.
  17. 17. Boven aangekomen, loop ik gelijk naar de ruimte waar alle boekenkasten staan. Beneden staan nog een paar boekenkasten met boeken voor volwassenen en kinderen, hier staan de boeken voor studenten en leergierige mensen. Ik vraag me af waar ik moet beginnen.
  18. 18. Ik loop naar de eerste boekenkast en bekijk de bovenste plank. Ik zie een boek met daarop NortonCity. Ik trek het boek van de plank en na één blik op de voorkant, zet ik het terug. Boeken voor toeristen, bah.
  19. 19. Na een kwartiertje een paar boekenkasten te bekeken hebben, zak ik neer in een stoel. Eindelijk heb ik een boek gevonden die voldoet aan de eisen. Een boek over de geschiedenis van NortonCity. Hierin kan ik wel wat vinden daarover. Opmerkelijk bevonden gebeurtenissen.
  20. 20. Op het boek staat in krullerige, vergulde letters, "NortonCity, een society vol perfectie". Dat wekt mijn interesse. Want dat de mensen in Norton perfect zijn en zich perfect gedragen, viel me al heel erg op. En de voorkant en achterkant hebben het boek uitgelegd. Dit is het boek wat ik zocht.
  21. 21. Ik neem plaats aan de studeertafel en sla het boek open. Meteen valt me de vergeelde pagina`s op, met de gerafelde randen. Alsof iemand moeite gedaan had, om dit boek te verscheuren maar ook om zo lang mogelijk te bewaren. Op de eerste bladzijde staat een foto van een klein stadje, met een paar hooggeplaatste mensen op de voorgrond. Daarachter staat een grotere groep boeren in vuile vodden.
  22. 22. De vrouwen met grote rokken keken op de foto hooghartig en de mannen met de dure pakken staarden geniepig op de foto. De boeren maakten een verdwaasde indruk en ze leken wel gehypnotiseerd. Dan sla ik de pagina om. Op die pagina staat niets behalve "I-P". Verbaasd sla ik de pagina om en dan verschijnen er grote teksten voor mijn neus.
  23. 23. Ik probeer alles overzichtelijk te lezen, maar het is gewoonweg te veel. En als ik de oorzaak van het geluid. Maar ik word niets wijzer. Ik besluit bijna om het boek terug te zetten en verder te zoeken, als ik een interessante tekst tegen kom. Vluchtig lees ik de tekst en mijn ogen worden groot van ongeloof en onbegrip.
  24. 24. "Al eeuwen lang regeren de imunisten over NortonCity. Zij hebben de stad grootgebracht tot wat het nu is. Ze hadden grootse plannen. Ze zouden een belangrijke handelsfunctie krijgen. Ze zouden een belangrijk punt in de streek worden. Maar door de komst van hen, verging alles tot as. Zij, die het ras onzuiver maakte, behoorden tot Satan`s leger. Hun taak is om zuiver bloed te bezoedelen. Hun taak is om iedereen die God`s geluk genoot uit te roeien. Hun plan lukte totdat de imunist Matthew Alours het juiste beschermmiddel vond. De Norton society was gered. Maar zij gingen niet weg. De pallisten bleven."
  25. 25. Een strenge winter was aangebroken, en voerde families terug in hun huizen. Van regelrechte hokken tot herenhuizen. Elke familie zocht warmte en liefde bij de haard. En ook deze avond zaten 4 personen rond een marmeren tafel vlak bij de haard die een warme gloed verspreidde. 1783
  26. 26. De vier mannen waren druk in gesprek. Ze hadden allemaal een duur pak aan, en het was duidelijk te zien, dat de man aan het einde van de tafel het meeste gezag had. Hij sprak zacht, en de andere mannen luisterden aandachtig naar hem, en hielden hun mond. Zijn blonde haren staken af tegen het meubilair en zijn jas was nieuw.
  27. 27. Ze probeerden het probleem van NortonCity op te lossen, maar tot nu toe was dat geen succes. Al maanden hadden ze de ene manier na de andere geprobeerd om het op te lossen, maar met weinig succes. Ze begonnen de hoop op te geven terwijl het probleem zich verspreidde als een zwarte vlek.
  28. 28. Ze hadden iets nodig, een middel, een oplossing. Dan zouden ze niet meer hoeven te vrezen voor hun kinderen, familie en hun eigen bloed. Al weken waren de pallisten bezig. Ze waren voortgekomen uit die 'monsters' en het werden er met de minuut meer. Onrein waren ze, ze vernielden huizen, vermoorden kinderen met heilig bloed maar weg gingen ze niet.
  29. 29. De man die aan het einde van de tafel zat, sprak zacht tegen zijn gasten. "Mijn beste heren, al weken zijn ze bezig. Het loopt nu enorm uit de hand. Ik heb jullie hier heen gebracht om met mij de oplossingen te bespreken. Ik zie niets anders dan het uitroeien van de pallisten," zei Jaques Seqouil, de hoogste heer van NortonCity, en in het gesprek.
  30. 30. Onverwachts ging de deur open. Een man stapte naar binnen met wallen onder zijn ogen. Desalniettemin zag hij er opgetogen uit. Je kon direct zien dat hij iemand was uit een lagere klasse. Zijn kleren waren duidelijk versleten en gekreukt. Aan zijn laarzen zaten stukken modder die hun sporen achter lieten in het tapijt. In zijn hand hield hij iets vast.
  31. 31. De vier mannen aan de tafel sloegen geen acht op hem, het leek wel alsof ze hem niet eens zagen. Alsof hij maar een verschijning was. Maar de man had door dat ze hem negeerde en schoof de overgebleven stoel naar achter en nam plaats erop. De mannen hielden op met praten en keken de indringer aan. Uiteindelijk nam Jaques het woord.
  32. 32. "Matthew Alours, wat heb jij hier te zoeken," sprak hij vol minachting. Zijn ogen schoten vuur en zijn mond was een onaangename streep. De man naast Matthew Alours draaide zijn hoofd weg, alsof hij besmettelijk was. De andere 2 mannen keken hem nieuwsgierig aan. Wat voor soort man drong binnen in een intiem gesprek en nam zonder iets te zeggen plaats aan dezelfde tafel.
  33. 33. "Goedenavond, meneer Seqouil, ik weet dat ik hier niet gewenst ben, maar ik hen groots nieuws. Nieuws dat ik U liever persoonlijk kom brengen, voordat het in verkeerde handen zou vallen," sprak Matthew Alours. Hij keek recht in de ogen van Jaques en sloeg geen acht op de andere 3 mannen. De man schuin tegen over Matthew Alours ademde sissend uit.
  34. 34. "Het zou natuurlijk weer iets zijn voor die verdomde pallisten om onschuldige mensen aan te vallen zolang het maar in hun voordeel werkt," zei de man rechts van Jaques Seqouil. "Connor, mijn beste man, ik weet wat die pallisten zouden doen, maar dat geeft Alours het recht niet om hier gewoon binnen te komen, zonder respect voor mij, de landheer of een van mijn waardige gasten," sprak Jaques kil.
  35. 35. Connor schudde zachtjes zijn hoofd en keek naar de man tegenover hem. Die weigerde nog steeds Matthew Alours aan te kijken. Opeens begon de man rechts van Connor te praten. "Connor heeft gelijk, maar die man is het niet waard," sprak hij met een Russisch accent. "Ah, mijn beste Vikram, jij denkt beter te weten dan ik, wie het waard is en wie niet, maar vergeet niet dat ik de familie Alours persoonlijk kende," sprak Jaques.
  36. 36. "Maar, Heer, de enige reden dat ik U zo respectloos onderbreek, is omdat ik een oplossing heb gevonden voor Uw probleem met de pallisten. Na weken research te hebben gedaan, was ik tot een conclusie gekomen. Uitroeien heeft weinig zin, ze vermenigvuldigen zich te vaak. Maar er is een nog een oplossing, ingewikkeld maar efficiënt. Zelfs in de toekomst zal het werken. Dat kan ik U verzekeren," zei Matthew Alours.
  37. 37. Na dat gezegd te hebben, viel er een stilte. De vier andere mannen keken hem vragend aan en zelfs Jaques vergat dat Matthew van lagere klasse was en toonde interesse. Matthew glimlachte en zei: "Ik heb uitgevonden dat we de pallisten kunnen beïnvloeden, door middel van een middeltje dat we in hun bloed doen. Zo hebben wij volledige controle over de pallisten en weten we meteen wie een pallist is en wie een imunist."
  38. 38. "Onmogelijk, hoe wil je dat allemaal gaan regelen," viel de man naast Matthew Alours uit. Geschokt keken Jaques en Vikram naar de man. Connor keek nog steeds naar Matthew. "Echt waar?" fluisterde hij. Matthew knikte en de man naast Matthew sloeg met zijn vuist op tafel. "Ik weet niet wat jij denkt, Raivon, maar ik wil graag mijn tafel heel houden," siste Jaques. Raivon, de man naast Matthew leek verrast maar ook boos.
  39. 39. "We kunnen het proberen," bracht Vikram uit en Connor knikte. Jaques wreef met zijn hand over zijn kin en dacht diep na. Raivon leek als enige kwaad en zijn bedenkingen te hebben bij de oplossing van Matthew. "We kunnen het proberen, ik weet dat Matthew een man van zijn woord is, zijn familie wellicht niet, maar hij wel. Ook is hij een bevoegd wetenschapper. Matthew, laat ons morgen maar zien wat je oplossing inhoudt," zei Jaques hartelijk. Van zijn afgunst naar Matthew was niets meer te merken.
  40. 40. Connor stond op, en zei: "Meneer Seqouil, ik stel voor om nu te gaan. Laat is het nog niet. Hoe eerder we de juiste oplossing hebben, des te beter." Zijn ogen fonkelden en Jaques keek ongemakkelijk. Vikram liet duidelijk weten wat hij ervan vond en knikte heftig. Raivon had zijn armen over elkaar geslagen en keek nors.
  41. 41. Jaques beet op zijn lip. s`Avonds waren de pallisten in hun element en brachten reine zielen naar de duivel. Hij wilde niet weg gaan, zijn vrouw en kinderen alleen laten. Hij wist wel zeker dat ze zouden toeslaan als hij even weg was. Hij schudde zijn hoofd, en bleef zitten. Daarop liep Connor de kamer uit en Vikram keek moeilijk naar het vuur. Matthew geloofde dat zijn werk hier was gedaan en stond ook op. De drie mannen waren in gedachten verzonken en sloegen geen acht meer op Matthew, die de kamer uit sloop met een opgewekt gevoel.
  42. 42. Zuchtend doe ik het boek dicht. Veel wijzer word ik niet uit het stuk tekst, maar het wekt wel vraagtekens op. Matthew Alours, die naam ken ik ergens van. Peinzend staar ik uit het raam. Dan weet ik het, de familie Alours, zij moeten de afstammelingen van Matthew Alours zijn. Hij deed blijkbaar een grote ontdekking en waarschijnlijk is hij daardoor beroemd, rijk en geliefd geworden. 2009
  43. 43. Vooral als je ziet hoe de Alours familie vandaag de dag leeft. In het grootste landhuis, met veel spullen om zich heen die duidelijk veel geld gekost hebben. Maar de familie zelf heb ik nog nooit ontmoet. Ik weet dat het een getrouwd stel is, James en Kathy Alours. En volgens mij hebben ze ook nog een zoon, maar die heb ik nog nooit gezien.
  44. 44. Waarschijnlijk zit hij op een of andere dure internaat ver weg van NortonCity. Gelukkig dat ik hem nog nooit gezien heb, ik wil wedden dat de arrogantie en hooghartigheid van hem afstralen en hem egoïstisch zullen maken. Verbitterd zet ik het boek terug maar halverwege bedenk ik me. Als ik het boek meeneem, kan ik het thuis bestuderen en eventueel internet raadplegen.
  45. 45. Ik moet weten wat die tekst betekent. Ik loop naar beneden naar Natascha en leg zwijgend het boek op de balie. “Wil je die lenen?” zegt ze terwijl ze het boek in zich opneemt. Ik knik en neem aanstalten om mijn pasje te pakken. Maar ze is me te snel af. Ze tikt mijn naam in het ledenbestand en zorgt ervoor dat ik de verantwoordelijkheid krijg over het boek gedurende zoveel dagen.
  46. 46. `Veel plezier,” zegt ze en ze trekt een gezicht. Ik voel woede opborrelen. Waaraan heb ik dit verdiend, waarom doet ze zo? Ik graai het boek van de tafel en loop hooghartig de bibliotheek uit.
  47. 47. s`Avonds zit ik op de bank. Ik heb me gedoucht, omgekleed, gegeten en andere onbelangrijke dingen. Mijn haren hangen rond mijn gezicht en ik heb mijn vrolijke kleren verwisseld voor een trui en een donkere spijkerbroek. Dan sta ik op van de bank. Ik heb een heel plan uitgedacht.
  48. 48. Omdat ik te nieuwsgierig ben, ga ik deze keer op zoek naar waar het geluid vandaan komt. Ik ga dit op de bodem uitzoeken. Ik draaf het huis uit, zonder de deur op slot te doen. Ik weet dat het nu kwart voor acht is, als mijn vermoedens juist zijn, moet het geluid dadelijk komen. Ik loop naar het park, en ga naar de plek waar ik voor het laatst het geluid heb gehoord.
  49. 49. Ik stop en kijk vragend om me heen. Wat nu? Ik maak aanstalten om weg te lopen, na vele minuten, als het geluid er weer is. Ik spits mijn oren, en loop behoedzaam op het geluid af. Kom op, deze keer ga ik het ontrafelen. Ik loop, en ik loop, maar geluid is te kort, om het helemaal te volgen.
  50. 50. “Bah,” vloek ik. “En nu?” vraag ik mezelf hardop af. Ik neem de omgeving in mij op en probeer te ontdekken waar het mogelijk vandaan komt. Langzaam neem ik een stap in de richting die naar mijn gevoel klopt. Ik bal mijn vuisten. “God, waarom blijft dat geluid niet aanhouden?” gil ik. Ik begin nijdig te worden. Normaal doe ik niet zo, maar nu, ik had me er een beetje op verheugd, maar niets!
  51. 51. Dan zegt mijn intuïtie me waar ik heen moet. Ik bijt op mijn lip, maar waarom? Mijn intuïtie heeft het toch altijd goed, toch? Dan neem ik toch die stap en loop de kant op wat naar mijn gevoel de juiste kant is.
  52. 52. Na aanhoudend dezelfde kant te hebben uitgelopen, stuit ik op een kleine heuvel. Zo klein dat het net een bult is. Een ondergronds tunneltje, maar dan andersom. Geïnteresseerd bekijk ik het heuveltje. Die heb ik nog nooit gezien, hoewel ik mijn hele leven in NortonCity woon. Dan merk ik, geschokt, deze heuvel is aangelegd.
  53. 53. Waarschijnlijk om iets te verbergen of om aan het oog te onttrekken, gok ik. De heuvel is ‘bekleed’ door bomen, donkere grote bomen. Ik loop omhoog, me (soms) optrekkend aan de laaghangende takken. Dan zie ik opeens iets glinsteren in het licht van de maan. Ik knijp mijn ogen samen en tuur naar de glinstering.
  54. 54. Ik klim nog meer omhoog, en reik naar een tak. Ik pak hem vast en trek hem weg. Dan verstijf ik. Voor mij is plotseling een enorm gebouw opgedoemd. Hij is helemaal grijs met ramen die het maanlicht weerspiegelen. Er brandt geen enkel licht en het gebouw ziet er donker uit. Rond het gebouw ligt een muur. Maar de muur is niet hoog genoeg om het gebouw te laten verbergen.
  55. 55. Mijn mond zakt open, en onwillekeurig moet ik grijnzen. Dus ze verbergen hier inderdaad iets. Ik wil naar voren lopen, als ik een takje hoor breken, en dat komt zeker niet door mij. Spichtig kijk ik om me heen, en loop soepel naar de bomen. Ik maak me klein en verken de omgeving.
  56. 56. Iemand is hier, dat voel ik. Dan, plotseling onverwacht, voel ik een hand op mijn schouder. Ik schrik en draai me snel om. Ik kom overeind, maar halverwege breek ik die beweging af. Ik kijk in de ogen van iemand waarvan ik het totaal niet verwachte.

×