Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Update 27

487 views

Published on

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Update 27

  1. 1. Door een tikje op de deur van mijn slaapkamer word ik gewekt uit mijn lichte slaap. Ik kreun. “Lynn? Mag ik binnenkomen?” Ik trek de deken van mijn hoofd af en antwoord niet, wetend dat Dagmar toch wel binnenkomt. Fel licht stroomt door de ramen mijn kamer binnen, de dag is alweer een poosje aan de gang.
  2. 2. Dagmar opent voorzichtig de deur en komt binnen. “Zou je zo niet eens uit bed komen, Lynn? Het is al bijna half één.” Ik haal mijn schouders op. De behoefte om uit mijn bed te komen heb ik namelijk totaal niet. Het is zaterdag, een van de weinige dagen dat ik in bed kan blijven liggen, dus van die mogelijkheid neem ik het liefst volop gebruik. Zin om iets anders te doen dan slapen heb ik toch niet.
  3. 3. Ik draai me om, en hoor Dagmar achter me zuchten. Na een paar seconden hoor ik de deur sluiten, wat betekent dat ik weer alleen ben met mijn gedachten. Ik voel een steekje van schuld in mijn buik. Het is niet makkelijk voor Dagmar om zowel voor Mariska als voor mij te zorgen. Voor Mariska weer bij ons woonde was ik al niet erg vrolijk, maar het is er alleen maar erger op geworden, en dat doet Dagmar pijn.
  4. 4. Ze denkt dat het haar schuld is, omdat Mariska nu weer bij ons woont. Dat mijn somberheid daardoor komt. Maar dat is natuurlijk niet zo. Nu het uit is met Danny en ik Tirza niet meer spreek kan het me echt niets schelen waar Mariska zich bevindt, al is het in de kamer naast me, zoals nu. En het is niet alsof ik veel last van haar heb. Integendeel, ze zegt amper nog een woord.
  5. 5. Sinds ze weer bij ons woont komt ze haar kamer niet meer uit. Dagmar brengt haar haar eten, en haalt het vuile servies weer op. De enige keren dat ik haar slaapkamerdeur hoor, is als ze naar de badkamer gaat, verder niet. Ze weet nog steeds niet wat ze met de baby wil doen, volgens Dagmar, die er naar gevraagd heeft. Het enige wat ze doet is rouwen om Alexander en slapen, heel veel slapen.
  6. 6. Dagmar maakt zich zorgen om haar, en natuurlijk ook om de baby. Ze wil Mariska meenemen naar het ziekenhuis, om haar te laten onderzoeken, maar dat is haar tot nu toe nog niet gelukt. En dan heeft ze ook nog haar depressieve nichtje als een zombie door het huis lopen. Nee, Dagmar heeft het niet makkelijk.
  7. 7. Ik zucht. Me schuldig voelen kan er ook nog wel even bij. Ondanks mijn voornemen om niet te gaan zwelgen in zelfmedelijden, ben ik dat toch gaan doen. Daarom draai ik me nu ook weer om en sluit ik mijn ogen. Slapen, dat is de enige remedie tegen alle ellende. ~*~
  8. 8. Helaas eindigt elk weekend wel een keer, en op maandagochtend moet ik me alweer vroeg mijn bed uit slepen. Elke dag kost het me meer moeite, maar tot nu toe is het me elke keer gelukt. Op de automatische piloot kleed ik me aan en pak ik mijn spullen in, en met een broodje pindakaas in mijn hand loop ik naar de bushalte. Onderweg gooi ik het broodje in de bosjes. Honger heb ik niet.
  9. 9. Op school spreekt niemand me al meer aan, en ook de leraren hebben het ondertussen opgegeven om mij bij hun lessen te betrekken. Tirza zit nog wel naast me, maar praten doen we niet. De dag lijkt eindeloos lang te duren, maar uiteindelijk gaat dan toch de laatste bel, en haast ik me naar de bushalte om de bus te halen. Als ik thuis kom staat Dagmars auto niet op zijn vaste plek. Verbaasd loop ik naar binnen. Ik kan me niet herinneren dat Dagmar me heeft verteld dat ze vanmiddag weg zou gaan.
  10. 10. Eenmaal binnen zie ik dat Dagmar op de bank ligt te slapen. Hè? Waarom is haar auto dan weg? Zou Mariska haar kamer uit zijn gekomen? Dat lijkt me niet erg waarschijnlijk, maar het zou natuurlijk best kunnen. Even blijf ik twijfelend staan, maar dan wint mijn nieuwsgierigheid het, en loop ik de trap op naar boven.
  11. 11. Ik klop op de deur van de logeerkamer, maar krijg geen gehoor. Na nog een keer kloppen zonder antwoord open ik de deur voorzichtig. De kamer is leeg, Mariska is nergens te bekennen. Ik check de badkamer – ook leeg. Waar zou ze dan heen zijn? Iets zegt me dat dit niets goeds kan betekenen, en ik loop weer naar beneden.
  12. 12. “Dagmar,” zeg ik zachtjes als ik de trap af stap. Ik loop om de bank heen en raak Dagmar voorzichtig op haar schouder aan. “Dagmar, wakker worden.” “Huh?” Dagmar schrikt op en kijkt me slaperig aan. “Wat is er?” “Mariska is weg,” zeg ik. Dagmar komt overeind. “Wát zeg je?”
  13. 13. Ik plof naast Dagmar neer op de bank. “Je auto is weg, en ze is niet op haar kamer of in de badkamer. Dus ze is weg. En ik heb er geen goed gevoel over.” “Nee, ik ook niet…” zegt Dagmar, en ze heeft een ongeruste blik op haar gezicht. “Waar kan ze in ’s hemelsnaam zijn?” vraag ik.
  14. 14. Dagmar denkt even na, maar dan worden haar ogen groot. “De abortuskliniek!” “Wát?” zegt ik verbaasd. “Ze had het vanochtend over een abortus. Ze zat voor zich uit te staren op het bed en zei dat ze een abortus wilde. Dat Alexander haar het nooit zou vergeven als ze het kindje zou laten komen.” “Wat een onzin!” roep ik uit.
  15. 15. Dagmar knikt. “Ik dacht dat ze weer gewoon wat riep, zoals ze de hele tijd doet, maar kennelijk niet. Ik durf er heel wat om te verwedden dat ze nu in het ziekenhuis is.” “Jeetje,” zeg ik met een zucht. “We moeten er heen, Lynn, we kunnen haar niet zo maar een abortus laten plegen.” “Ik denk niet dat ze haar dat zomaar laten doen,” zeg ik.
  16. 16. “Misschien niet, maar ze is ook in geen staat om naar huis te rijden, zeker niet als ze haar die abortus weigeren.” Dagmar staat op. “Ga je mee?” vraagt ze, en ze kijkt me smekend aan. Ik zucht. “Oké. Maar hoe gaan we? Want Mariska heeft jouw auto meegenomen, en die van haar staat bij het appartement.” Een week geleden heeft Dagmar hem daar naar terug gebracht, omdat hij bij ons niet op een parkeerplek stond, en Mariska dus een boete zou kunnen krijgen.
  17. 17. “Met de bus dan maar,” zegt Dagmar en ze kijkt op haar horloge. “Kom gauw, dan kunnen we de bus van half vier nog halen.” Ik zucht nog een keer en loop achter Dagmar aan de deur uit. Op een drafje komen we bij de bushalte aan, waar de bus net aan komt. We stappen in, en de bus rijdt weg. De hele reis zit Dagmar ongeduldig met haar vingers te spelen.
  18. 18. Als we eindelijk bij het ziekenhuis zijn, sleurt Dagmar me mee naar binnen, richting de balie. Ik herken de receptioniste van de tijd dat Mariska hier lag. Ze heeft nog steeds hetzelfde irritante glimlachje op haar gezicht. “Waar zit de abortuskliniek?” vraagt Dagmar buiten adem. “Op de derde etage, in de westelijke vleugel,” antwoordt de receptioniste.
  19. 19. Dagmar rent al naar de liften, en ik wil achter haar aan rennen als ik Tirza zie zitten op een van de bankjes in de hal. Ze kijkt Dagmar verbaasd na. Ik blijf stokstijf staan als ze me aankijkt. Moet ik naar haar toe gaan? Ik voel een enorme drang om dat wel te doen, en dus loop ik langzaam op haar af.
  20. 20. “Hoi,” zeg ik ongemakkelijk als ik bij het bankje tot stilstand kom. “Hee,” antwoordt Tirza. “Wat is er aan de hand?” voegt ze er ongerust aan toe. Ik twijfel. “Lang verhaal.” “O,” zegt Tirza teleurgesteld en ze kijkt weg.
  21. 21. Even ben ik verbaasd, maar dan snap ik dat ze denkt dat ik haar weer wil buitensluiten. Ik voel dat mijn hart een sprongetje maakt. Ik wil helemaal niet dat ze dat denkt. Ik wil haar helemaal niet meer buitensluiten. Ik heb er schoon genoeg van. “Waarom ben jij hier?” vraag ik, terwijl ik naast Tirza op het bankje ga zitten.
  22. 22. Ze kijkt me verbaasd aan. “Wil je dat echt weten?” Ik knik. “Ja.” “Oké.” Tirza is even stil, en ik voel haar ogen op mijn gezicht terwijl ze me bestudeerd. “Mijn broertje heeft z’n been gebroken met voetballen. Mijn ouders zijn nog met hem bij orthopedie, hij moest z’n been in het gips hebben.”
  23. 23. “Tjonge. Dat zal hij vast niet leuk vinden,” zeg ik. “Nu kan hij zaterdag niet mee doen.” Tirza lacht, een geluid waar ik gelijk een beetje van opfleur. “Nee joh, hij vindt het geweldig! Hij praatte net al over wie er allemaal op z’n gips mogen tekenen. Ik kon het gewoon even niet meer aanhoren, daarom ben ik hier gaan zitten.” Ik lach ook, en ik ben er zelf verbaasd over. Ik heb al in geen dagen meer gelachen.
  24. 24. Dan ben ik ineens weer serieus. “Het spijt me zo, Tirza,” zeg ik, en mijn stem begint te trillen. “Ik – ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik had je niet zo buiten moeten sluiten. Maar… Ik zag jou gelukkig zijn met Martijn, en met je familie en ik kon het gewoon niet meer aan. Ik was zo jaloers, en daardoor haatte ik mezelf. Het deed gewoon zo’n pijn.” Ik haal even diep adem. “Maar nu zie ik in dat het stom was. Denk je dat we het weer goed kunnen maken?”
  25. 25. Tirza kijkt me aan, en ik zie bij haar ook tranen in haar ooghoeken glinsteren. “Ik snap het als je het niet wilt,” zeg ik, en ik kijk weer weg. “Ik ben echt een trut geweest.” Tirza schudt haar hoofd. “Natuurlijk niet. Je had het gewoon moeilijk. Ik kan me echt niet voorstellen wat ik gedaan had als ik jou was geweest. Natuurlijk wil ik het goedmaken, gek wijf.”
  26. 26. Ik glimlach door mijn tranen heen. “Oké. Het spijt me echt, Tirza. Ik had ze gewoon allemaal even niet meer op een rijtje denk ik.” Tirza lacht. “Is dat ooit anders geweest?” “Pfft.” Ik geeft Tirza lachend een stomp tegen haar schouder. “Maar even serieus,” zegt Tirza dan. “Wat is er aan de hand? Waarom ben je hier en waarom rende Dagmar zo snel naar de liften?”
  27. 27. “Zoals ik al zei, dat is een lang verhaal,” zeg. “Ik heb alle tijd,” antwoordt Tirza, en haar gezicht zie ik dat ze het meent. “Oké. Maar hou je vast, hoor, je zult denk ik wel schrikken,” zeg ik. Dan haal ik diep adem en vertel ik Tirza alles wat er de afgelopen tijd is gebeurd. Van het moment dat ik besloot om haar buiten te sluiten tot nu, hier in het ziekenhuis.
  28. 28. Als ik klaar ben met mijn verhaal knippert Tirza even met haar ogen. “Wow,” zegt ze dan. Ik knik. “Zeg dat wel.” “Zwanger? Serieus? Van Robert? God, wat erg voor je,” zegt Tirza. Ik voel iets warms binnenin me. Dit heb ik gemist. Tirza, die alleen maar denkt aan hoe ik me eronder voel, en alleen mij troost. Ik ben blij dat ik haar weer terug heb.
  29. 29. Op dat moment hoor ik Dagmars stem, en ik kijk op. Samen met Mariska loopt ze naar ons toe. Tirza en ik staan tegelijk op. Dagmar kijkt even verbaasd naar Tirza, maar ze heeft geen tijd om te vragen wat Tirza hier doet. “Wat is er gebeurd?” vraag ik. Ik kijk Mariska even aan, maar die staart alleen maar voor zich uit.
  30. 30. “Ze wilde inderdaad een abortus plegen, maar zoals jij al verwachtte lieten ze dat niet toe. De procedure is dat ze je eerst weer naar huis sturen voor een paar dagen bedenktijd, en sowieso wilden ze Mariska in deze staat niet behandelen. Ze hebben wel een baarmoederonderzoek gedaan.” Ik knik. “Oké. En nu?”
  31. 31. “Nu gaan we naar huis, en gaan we eens goed praten over hoe het nu verder moet. Zo kan het niet langer, dat zei de dokter ook.” Ik knik weer. “Ja. Dat snap ik.” “Zullen we dan maar gaan?” vraagt Dagmar. “Leuk om je even te zien trouwens, Tirza, al is het onder deze omstandigheden,” voegt ze er aan toe.
  32. 32. Tirza knikt, nog steeds verbijsterd over alles wat ze net gehoord heeft. “Nou, ik moet er weer vandoor, geloof ik. Zie ik je morgen op school?” vraag ik hoopvol. “Natuurlijk,” antwoordt Tirza, en ze slaat haar armen om me heen. Ik glimlach als ze me weer los laat. “Ik ben blij dat alles weer goed tussen ons is.” “Ik ook,” zegt Tirza. Daarna loop ik met Dagmar en Mariska naar de parkeerplaats, en rijden we in stilte terug naar huis.
  33. 33. De volgende dag kom ik redelijk vrolijk terug uit school. Nu alles weer goed is tussen Tirza en mij voel ik me al een stuk beter. Natuurlijk is nog niet alles goed, ik mis Danny nog enorm, en thuis is alles ook nog een puinhoop, maar dat ik er weer met mijn beste vriendin over kan praten helpt een hoop. Als ik het huis binnen kom zie ik Dagmar en Mariska allebei op de bank zitten.
  34. 34. Dagmar kijkt op als ze me hoort. “Hee,” zegt ze. “We hebben nieuws.” “Nieuws?” vraag ik, en ik loop om de bank heen. “Zijn de uitslagen van het onderzoek binnen gekomen?” Dagmar knikt. “Ja.” Ze kijkt even naar Mariska. “Zeg jij het of zeg ik het?” “Zeg jij het maar,” antwoordt Mariska zachtjes. Ik kijk van de een naar de ander. “Wat is er aan de hand? Is het zo erg?”
  35. 35. “De dokter zei dat Mariska door het auto- ongeluk schade aan haar baarmoeder heeft opgelopen, iets wat ze toen niet hebben onderzocht. Ze kan zwanger worden – zoals nu wel is bewezen – maar ze kan de baby niet negen maanden lang dragen. De baby zou dat niet overleven, en voor haarzelf zou dat ook erg gevaarlijk zijn,” vertelt Dagmar.
  36. 36. “Wow,” zeg ik. “Dan wordt het zeker weggehaald?” Dagmar knikt. “Dat is de enige mogelijkheid.” Ik kijk naar Mariska, maar ik kan geen verandering aan haar zien. Nog steeds de emotieloze zombie die ze nu al is sinds ze hier woont. Zou ze de uitslag van het onderzoek erg vinden? Vast niet, nu krijgt ze haar abortus tenminste.
  37. 37. “Wanneer gaat het gebeuren?” vraag ik. “Morgenochtend om elf uur.” Ik knik. “Oké. Wow. Dat is al best snel.” Dagmar knikt en daarna is het even stil. “Ik ga naar boven,” zeg ik dan, en zonder nog iets te zeggen loop ik de trap op.
  38. 38. Op mijn kamer ga ik met opgetrokken benen op mijn bed zitten. Een abortus, dus. Ik krijg geen broertje of zusje. Ik zal niet de zus van het nichtje van Danny worden. Na die gedachten voel ik me enorm schuldig, want ik besef me dat ik de uitslag van het onderzoek absoluut niet erg vind. Integendeel, ik ben er blij om. Wat voor vreselijk mens ben je dan? Ik laat me achterover op mijn bed vallen en sluit mijn ogen. Wat een gedoe.
  39. 39. Wordt Vervolgd

×