• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Presenteren 5 De Performance
 

Presenteren 5 De Performance

on

  • 744 views

Onderdeel van een complete cursus presenteren (5 delen)

Onderdeel van een complete cursus presenteren (5 delen)

Statistics

Views

Total Views
744
Views on SlideShare
744
Embed Views
0

Actions

Likes
1
Downloads
20
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Presenteren 5 De Performance Presenteren 5 De Performance Presentation Transcript

    • Presenteren 5 Aantrekkelijk en boeiend presenteren ‘De performance’
    • Wetten van aandacht ‘ Wat trekt meer de aandacht’
      • ‘ sterke prikkel’ > heftige dingen
      • ‘ vertrouwd’ > comfort zone
      • ‘ geordend’ > goed georganiseerd
      • ‘ Groot’ > de ruimte gebruiken
      • ‘ Bewegend’ > fysieke dynamiek
      • Begin & eind > de spanningsboog
      • Bekend & Nieuw > 70% & 30%
    • Wat boeit?
      • Recente gebeurtenissen
      • Ongewone zaken
      • Nieuwe ontwikkelingen
      • Spanning
      • Verdriet en geluk
      • Concreet
      • Persoonlijk
    • De Non-verbale presentatie ‘ aantrekkelijkheid’
      • Lichaamshouding
      • Gezichtsuitdrukking
      • Oogcontact
      • Handen / gebaren
      • ‘ Bewegen’
      • Uiterlijke verzorging
      • Kleding
      • Ruimtegebruik
      • Tijd
      • Voorbereiding
    • Lichaamshouding ‘de basis’
      • Rechtop / fier
      • Gekeerd naar het publiek
      • Oogcontact met het publiek
      • Handen ‘aan het werk’
      • Voeten 10 cm van elkaar
      • enthousiasme
    • Gezichtsuitdrukking ‘expressief’
      • Oogcontact
      • (‘kijken in 4 vakken’)
      • Glimlach
      • Emoties laten zien
      • Goed verzorgd gezicht
      • Geen cabaret!
    • Handen gebruiken ‘gebarentaal’
      • Praten met je handen
      • ondersteunend
      • expressief
      • Niet:
      • op de rug
      • in de zakken
      • voor je kruis
      • ‘ Friemelen’
    • Uiterlijke verzorging ‘eerste indruk’
      • Verzorgde kleding
      • ‘ Passend bij’
      • Gepoetste schoenen
      • Schoon
      • Jasje & Blouse (+ stropdas)
      • ‘ Dress for Succes’
      • Niet ‘te’ bont / netjes
      • Bedrijfsstijl / beroepsgroep
      • ‘ Under’- en ‘Over’-dressed
      • Zwart en rood = macht
    • Stemgebruik ‘de toon die de muziek maakt’
      • Spreek harder dan normaal
      • Spreek langzamer
      • Varieer in tempo en geluid
      • Articuleer
      • Gebruik intonatie
      • Gebruik stiltes / pauzes
    • Taalgebruik ‘woorden die werken’
      • Begrijpelijke, korte zinnen
      • Persoonlijk stijl: ik-jij
      • Herhaal uzelf
      • ‘ Stevig’ neerzetten
      • Werkwoorden
      • ‘ vragen’ werken
      • Metaforen ‘werken’
      • Geen:
      • moeilijke woorden
      • stopwoorden
    • De kracht van de Retorische vraag
      • Bouwplan van de presentatie vanuit vragen:
            • Waarom zijn we hier?
            • Wat is nu het probleem
            • Waarom is hier nog niets mee gebeurd
            • Wat stel ik nu voor?
      • Activeert het publiek
      • Hersenstimulator
      • (Laat een korte pauze vallen)
    • De kracht van beelden en verhalen
      • Zijn veelzeggend
      • Stimuleren de fantasie
      • Raken diepere lagen in de mensen
      • Werken helend
      • ‘ wekken’
      • ‘ Kapstok’
      • Blijven hangen
    • Humor
      • Ironie
      • Anekdote
      • Grappige tegenstelling
      • ‘ understatement’
      • Overdrijving
      • Zelfspot
      • Woord of zinspelingen
    • De Kunst van het Overtuigen
      • Aristoteles (384-322 v. Chr.) Retorica
      • Logos
          • De goede argumenten; zindelijk argumenteren
          • Logische ordening
      • Pathos
          • Inspelen op emoties
          • Blijdschap / verdriet / verlangen / afkeer
      • Ethos
          • Beroep op waarden en normen; rechten/plichten
          • Het Goede. Ware en Schone
    • De zes wetten van beïnvloeden ‘Robert B. Cialdini’
      • Wederkerigheid
        • ‘ iets ontvangen > doet geven’
      • Autoriteit
        • deskundigen weten de weg
      • Commitment en Consistentie
        • we willen trouw zijn aan onszelf
      • Schaarste
        • we willen dat waar weinig van is
      • Sympathie
        • tegen een sympathiek iemand zeggen we graag ja
      • Sociale bewijskracht
        • als anderen het ook doen zal het wel goed zijn
    • ‘Smalltalk’
      • Schept contact / aanvliegroute
      • Ondersteunt het contact
        • Goede openingszin:
          • Actualiteit
          • Compliment
        • Onderwerp wat de ander interesseert
        • Leuke ‘roddel’ voor beiden
        • Geen ‘beladen’ onderwerpen
    • Nog één keer ‘Geloofwaardigheid en Vertrouwen’
      • Zorg voor je publiek
          • Leef je in in je publiek; toon empathie
          • Toon respect voor hun gevoelens en posities
          • Stel je dienstbaar op
          • In taalgebruik / stijl / humor / waarden
      • Zorg voor jezelf
          • Durf te zijn wie je bent
          • Open / oprecht / integer
          • Autoriteit / deskundigheid
          • Assertief / krachtig / weerbaar
          • Eigen stijl: serieus / humor
      • In Kop / Romp / Staart
    • Omgaan met vragen
      • Luister goed naar de vraag; checken
          • ‘ heb ik u goed begrepen….’
      • Herhaal de vraag voor heel de zaal
      • Reageer altijd vriendelijk
          • ‘ dit is een boeiende vraag..’
      • Richt je op heel de zaal
      • Ga niet in discussie
          • ‘ er zijn nog meer vragenstellers..
      • Blijf de regie in handen houden
      • Herhaal de kern van je boodschap
      • Blijf eerlijk en oprecht
          • ‘ deze vraag zou ik zo niet kunnen beantwoorden…’
    • Soorten vragen en reacties
      • Soorten vragen
      • Informatieve vragen
          • Verduidelijking
          • Meer informatie
      • Kritische vragen
          • Andere ‘feiten’
          • Andere meningen
      • ‘ Pak’vragen
          • ‘ Ik ben slimmer’
          • Overdrijven
          • Uit de tent lokken
          • Voor gek zetten / belachelijk maken
      • Wat te doen?
      • Kijken en luisteren
      • Doorvragen
          • Kunt u de vraag toelichten?
      • Reflecteren
          • ‘ U ziet het heel anders?’
          • ‘’ Bedoelt u..?
      • Isoleren / parkeren
          • Humor
          • Mag deze discussie onder vier ogen?
    • Presenteren De kerncompetenties
      • Zorg voor je verhaal
      • ‘ De boodschap’
      • Zorg voor je publiek
      • ‘ Sympathie’
      • Zorg voor jezelf
      • ‘ Impact’
      • De Kop
      • ‘ Een vliegende start’
      • De Romp
      • ‘ Body Building’
      • De Staart
      • ‘ Eind Goed al Goed’
    •