Your SlideShare is downloading. ×
Update 1
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Update 1

213
views

Published on


0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
213
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Inleiding Lynn woont bij haar tante Dagmar in een huis aan zee. Toen ze nog heel jong was, een jaar of twee nog maar, is ze daar gedumpt door haar ouders. Ze konden Lynn er niet bij hebben. Ze wilden reizen, de wereld zien, en met een kind erbij ging dat niet zo makkelijk. Lynn was dan ook eigenlijk een ongelukje. Maar Lynn heeft het goed bij haar alternatieve tante die altijd klei onder haar nagels heeft, in ieder geval nu nog… ~*~
  • 2. “Aargh!” met een kreet van frustratie gooi ik mijn mobiel op mijn bed. Wéér geen bereik! Het is ook altijd hetzelfde hier in dit gat! En ik had nog wel beloofd dat ik Tirza, mijn beste vriendin, zou bellen. Eigenlijk had ik dat ook niet moeten beloven, met dat wispelturige bereiksignaal hier, maar dan nog! Soms haat ik het om hier te wonen…
  • 3. Ik loop naar het raam en kijk uit over de zee. Meteen is mijn mening weer veranderd. Hoeveel ik het soms ook haat, ik hou er toch van om hier te wonen. Ik heb een haat- liefdeverhouding met deze plek. Het is hier prachtig, en ik heb hier zoveel goede herinneringen verworven, maar het is zo ver verwijderd van de ‘bewoonde wereld’.
  • 4. En deze plek herinnert me er altijd aan dat mijn ouders me niet wilden… Dat ze me afstonden aan Dagmar, mijn tante, omdat ze zelf wilden reizen en de wereld bekijken. Egoïstische… Ik maak mijn zin - ook al zeg ik hem maar in mijn hoofd - maar niet af. Dan zouden er een hoop nare woorden in mijn hoofd opdoemen. Het is niet zo dat ik mijn ouders haat, al scheelt het niet veel. Maar ik doe niet aan haten, dat heeft mijn tante mij geleerd.
  • 5. Zoals zoveel dingen die ze me heeft geleerd. Zíj en niet degenen die bedoeld waren om dat te doen. Ongeveer een keer in het jaar komen ze langs, soms vaker, en dan nemen ze een cadeautje voor me mee. Ze denken dat dat alles maar goed maakt, maar dat kunnen ze wel vergeten. Elke keer als ze er zijn ben ik enorm chagrijnig. En zij hebben maar niks door. Dan zeggen ze weer tegen Dagmar: ‘Ach, een echte puber, hè, dat heb je met die leeftijd!’ Maar dat zeggen ze nu al jaren. En ik bén eigenlijk helemaal geen echte puber. Dat zal wel komen doordat ik niet in een normaal gezin ben opgegroeid.
  • 6. Ik kijk op de klok, nog ongeveer twee uur tot het donker wordt. Ik kan nog mooi even zwemmen, het is nog lekker warm. Ik loop naar mijn kledingkast en trek mijn nieuwe bikini aan. Ik heb hem een paar weken geleden met Tirza gekocht, tijdens een van mijn weinige tripjes naar de stad. Ik ben er erg trots op, en heb hem al vaak gebruikt. Dat krijg je, als je aan zee woont en het de hele zomer door heerlijk weer is.
  • 7. Ik loop naar beneden, waar Dagmar, zoals gewoonlijk, bezig is met haar pottenbak…ding. Ze kijkt op als ze de tweede tree van onder hoort kraken en glimlacht. “Ga je nog even zwemmen?” Ik knik. ‘Ja, het is nog prachtig weer. Zonde om het niet te doen!’ “En gelijk heb je,” zegt Dagmar. “Misschien kom ik zo ook nog wel even, als ik deze vaas af heb.” Ik glimlach. Dat gebeurt waarschijnlijk niet. Als Dagmar bezig is, vergeet ze de tijd. Daarom zitten er ook massa’s magnetronmaaltijden in de koelkast, ze vergeet bijna altijd om eten te koken, wat ze ook niet zo goed kan.
  • 8. Nee, áls er al gekookt wordt, ben ik degene die het doet. Ik hou van koken en bakken. Ik ben ook van plan om naar de hotelschool te gaan, na het atheneum. Tja, dan heb ik voor niks atheneum gedaan, maar dat kan me niks schelen. Ik ga gewoon doen wat ik leuk vindt, net als Dagmar.
  • 9. Ik loop voorzichtig de zee in. Het water is nog aardig koud, het is pas een paar dagen lekker warm. Officieel is het ook nog geen zomer. Het is pas begin juni, maar nu dus al lekker warm. En dan grijp ik altijd meteen mijn kans om te gaan zwemmen. Heerlijk vind ik dat, in het water voel ik me altijd lekker onbezorgd. Het water werkt verfrissend, ik voel me als een veertje zo licht, en mijn gedachten lijken met het water weg te stromen. Hetzelfde heb ik met de wind. In de winter en de herfst ben ik ook vaak op het strand te vinden, maar dan om uit te waaien.
  • 10. Ik had gelijk, Dagmar komt niet meer het water in, en een uurtje later kom ik het water weer uit. Ik loop vrolijk naar ons huisje toe, mijn stemming is helemaal omgeslagen. Ik ril een beetje, ik ben nog helemaal nat. Stom om mijn handdoek te vergeten. Zometeen moet ik met voeten vol zand en druipend van het zeewater het huis door. Dat wordt weer een smeerboel. En bij ons is de regel: “De rommel die je maakt, moet je ook weer opruimen”. Dat wordt dus weer dweilen.
  • 11. Binnen is Dagmar inderdaad nog bezig met haar vaas. Ze merkt het niet eens dat ik binnenkom, en ik loop gelijk door naar boven, naar de badkamer. Daar neem ik een warme douche, om het zoute zeewater af te spoelen. Ik douche kort, nog geen tien minuten, zoals altijd. Dat vindt Tirza zo raar aan mij, en Dagmar ook. Ze begrijpen niet dat ik zo kort kan douchen. Zij blijven beiden altijd minstens een half uur onder de douche staan. Ik niet. Als ik uitgebreid schoon wil worden neem ik wel een bad, dan kan je tenminste zitten.
  • 12. In mijn kamer trek ik mijn pyjama alvast aan. Ik ga nog lang niet naar bed, maar ik vind het lekker om me met mijn pyjama aan lekker op de bank te nestelen en een leuke film te kijken. In de tv-gids las ik vanochtend dat Notting Hill erop is vanavond. Een klassieker hier in huis, ik heb hem dan ook al zeven keer gezien.
  • 13. Beneden is Dagmar inmiddels klaar – eindelijk. Ze is haar handen aan het wassen, met een stortvloed aan zeep, zoals gewoonlijk. Ik loop naar de koelkast. “Zal ik maar eten gaan koken?” Dagmar knikt. “Lijkt me een goed idee, ik rammel! Er moet nog wat spul zijn om spaghetti te maken. Als jij daar tenminste zin in hebt?” Ik knik. “Ja, goed idee. Dan begin ik er maar eens aan.”
  • 14. “Ik ga eens even op zoek naar Elmo, ik heb hem vandaag nog niet gezien,” zegt Dagmar, de kamer door kijkend. Elmo is onze kat. We hebben hem nu vijf jaar, we vonden hem toen hij rondstruinde op het strand, als kitten, ontzettend vermagerd. Door zijn mooie rode vacht en zijn prachtige, lieve, bruine oogjes, waren wij meteen verkocht. We twijfelden niet en namen hem meteen in huis. Het beestje zat het liefste binnen, knus op de bank of op zijn eigen plekje. Maar vandaag had ik hem nog niet gezien. Vanochtend, voor ik naar school ging niet, en sinds ik thuis ben ook niet meer.
  • 15. Ik begin aan de spaghetti, terwijl Dagmar het huis doorloopt, Elmo’s naam roepend. Ik maak me geen zorgen. Het gebeurt wel vaker dat Elmo even van zijn geloof afstapt en de hele dag langs het strand struint, op zoek naar aangespoelde visjes, of lekker in het zand rollend. Dat zal vandaag ook wel het geval zijn. Behendig snijd ik de groenten in kleine stukjes, en daarna roer ik ze, samen met de saus, tot een goed gemengd geheel.
  • 16. Even later, terwijl ik het gasfornuis heb aangedaan, om de spaghetti en de saus te koken, komt Dagmar weer beneden. Ik zie de bezorgdheid in haar ogen. “Hij is ook niet boven,” zegt ze ietwat nerveus. Ik haal mijn schouders op. “Dan zal hij wel buiten zijn. Maak je maar geen zorgen, heus, hij komt wel weer terecht. Hij is wel vaker een dagje buiten. Zometeen loopt hij ons vast weer voor de voeten.” Dagmar knikt. “Je zal wel gelijk hebben…”
  • 17. Dagmar loopt naar de bank en pakt nog even de roman waar ze in bezig was. Ik ga verder met het eten, en even later is het klaar. Zorgvuldig leg ik de spaghetti op twee borden, en ze die op tafel. De rest zet ik op het aanrecht – ik maak altijd veel te veel. “Kom je eten?” vraag ik, en Dagmar legt snel haar boek weg.
  • 18. We gaan aan tafel zitten, en beginnen aan de maaltijd. Dagmar zegt me netjes dat het haar lekker smaakt, maar verder verloopt dat maaltijd in stilte. Ik heb wel een vermoeden wat haar dwars zit. “Zit je nou nog steeds over Elmo te piekeren?” vraag ik haar. Ze knikt. “Ja. Ik weet het, Lynn, ik moet me niet zo aanstellen, maar hij blijft nooit zo lang weg. En het is al donker.” Ik glimlach. Dagmar geeft zo veel om die rode kater, het is haar kindje. Net als ik, eigenlijk. Ze vertelt me zo vaak dat ze mij als haar dochter ziet, en dat ze zoveel van me houdt. De andere kant op werkt dat ook zo. Zij is de enige moederfiguur in mijn leven, en die rol vervult ze heel goed.
  • 19. “Dat jij overal tegenaan loopt in het donker wil nog niet zeggen dat Elmo dat ook doet,” zeg ik lachend. “Het is een kat, en je weet het, die komen altijd op hun pootjes terecht,” voeg ik eraan toe om haar gerust te stellen. Dagmar lacht ook, en knikt. Ze kijkt me even aan, met ogen vol liefde, en richt ze dan weer op de spaghetti. Ik besluit om een ander onderwerp aan te snijden. “Vanavond komt Notting Hill op tv, wat denk je, zullen we ons er weer eens aan wagen?” vraag ik, al wetend wat het antwoord is. “Dat lijkt me een heel goed plan! Het is alweer een poosje geleden.”
  • 20. Ik knik. “We kunnen ook meteen die maskertjes uitproberen die ik laatst heb gekocht. Dat moeten we nog steeds doen.” “Jouw ideeën staan mij wel aan,” zegt Dagmar met een knipoog. Ik grijns. Dat wordt vanavond weer een gezellige avond. Het is vrijdag, morgen dus geen schooldag, en ik kan wat langer opblijven. Doordeweeks ga ik altijd om half elf naar bed, ook al ben ik al zestien. Ik heb mijn slaap hard nodig, en ik kan ’s ochtends al amper mijn bed uitkomen. Als ik nog later naar bed zou gaan, zou het helemaal een ramp zijn. Gelukkig kan ik morgen heerlijk uitslapen.
  • 21. Na het eten wast Dagmar af, en ik zoek de maskertjes op. Ze liggen ergens op mijn kamer – ik weet alleen niet meer waar. Na enig zoeken vind ik ze in een la van mijn klerenkast, en ik neem ze mee naar beneden. Na de rommel op ons gezicht te hebben gesmeerd doen we de tv aan, precies op tijd voor het begin van de film. We nestelen ons op de comfortabele bank en voor ik het weet ben ik verdiept in de film.
  • 22. Om elf uur kruip ik mijn bed in, doodmoe van de drukke, lange schooldag. De film was leuk, zelfs voor de achtste keer, en het was een gezellige avond. Elmo hebben we nog steeds niet gezien, en ik geloof dat Dagmar zich weer zorgen begint te maken. Als hij er morgenochtend nog niet is, zal ik eens gaan zoeken, maar voor nu maak ik me geen zorgen. En met nog allemaal gedachten die door mijn hoofd spoken, val ik in slaap.
  • 23. De volgende ochtend kom ik rond elf uur nietsvermoedend beneden. Ik ben opgewekt – het is prachtig weer en een heel weekend ligt nog voor me uitgestrekt. Ik zie dat Dagmar niet in de kamer is, en ik loop naar het terras. Daar zit ze, in de schaduw, want in de zon is het al erg warm, en Dagmar verbrandt zo’n beetje in een minuut. “Goeiemorgen,” zegt ik vrolijk.
  • 24. Ik laat me naast haar neerzakken op de tuinbank en kijk haar onderzoekend aan. Ze ziet er niet erg vrolijk uit en reageert niet op mijn begroeting. “Dagmar? Wat is er?” vraag ik. Ze kijkt op. “Elmo is nog steeds niet terug.” Ik zucht. “Ik ga hem wel zoeken, nadat ik wat gegeten heb.” Dagmar knikt dankbaar. “Oké. Dankjewel, lieverd.”
  • 25. Na vlug een boterham naar binnen te hebben gewerkt, ga ik op pad. Ik struin langs het water, op zoek naar de rode kater die mij zo dierbaar is. Hij zal hier vast ergens in de buurt zijn. Verderop is een beschut plekje, waar hij graag zit. Ik loop fluitend nog een paar honderd meter door, mijn ogen oplettend over het strand gaand.
  • 26. Even later hoor ik luid gemiauw. Even verderop staat een boom, en door het beschutte bladerdek heen vang ik een glimp op van de rode vacht van Elmo. Ik glimlach, het beestje is vast in de boom geklommen en durft er nu niet meer uit te komen. Ik ren naar de boom toe en zie twee angstige oogjes naar me staren. Elmo begint nog luider te miauwen als hij ziet dat ik het ben. Behendig klim ik de boom in, en neem Elmo voorzichtig onder mijn arm. Dan klim ik de boom weer uit.
  • 27. “Hé, gekkie, durfde je er niet meer uit?” zeg ik tegen Elmo, terwijl ik hem liefdevol knuffel. Dankbaar miauwt de kater en hij likt mijn neus. Ik lach en zet hem weer neer. “Kom maar, dan gaan we naar huis. Dagmar is erg bezorgd om je!” Samen lopen we terug naar het huis, een kilometer verderop.
  • 28. “Ik heb ‘m gevonden, hoor!” zeg ik vrolijk als ik via de achterdeur naar binnenloop, met Elmo achter me aan. Dan zie ik dat Dagmar aan het bellen is, en nieuwsgierig blijf ik staan wachten tot ze klaar is. “Oké. Tot vanmiddag dan maar,” is het laatste wat Dagmar zegt voor ze ophangt. Verbaasd kijk ik haar aan. “Tot vanmiddag? Wie was dat?”
  • 29. Dagmar loopt naar me toe en kijkt me aan. “Dat was je moeder. Je ouders komen vanmiddag langs.” In een seconde slaat mijn vrolijke stemming om. Daar heb ik dus helemaal geen behoefte aan. Het liefst zou ik ze nooit meer zien. Langzaam knik ik. “Ik weet dat je het niet leuk vindt, Lynn, maar het zijn wel je ouders,” zegt Dagmar zachtjes. “Nou, zo voelt het anders niet! Ze komen maar één keer per jaar langs! Leuke ouders heb je dan…”
  • 30. “Ik weet dat je het niet leuk vindt als ze langskomen en dat je ze liever niet zou zien. Ik vind het ook erg naar om te zien hoe ze je behandelen, maar ik kan er niks aan doen. En bekijk het van de zonnige kant, als ze nu komen, zullen ze daarna waarschijnlijk een jaar niet meer verschijnen.” Ik knik. “Tja, zo kun je het ook zien. Weet je, jij bent zo anders dan je zus!” zeg ik.
  • 31. Dagmar glimlacht en geeft me een knuffel. “Jij ook,” fluistert ze zachtjes. Ik ben blij dat ze dat zegt. Ik wil op geen enkele manier op mijn ouders lijken en ik zie nu al op tegen de komende middag. Ze zullen weer zo opgewekt doen, en doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ze mij achterlaten bij Dagmar en er zelf op uit trekken. Maar ik zal zeker niet opgewekt doen. Ze zullen het weten ook, dat ze niet gewild zijn in dit huis…
  • 32. Wordt Vervolgd