Methodiek in dePraktijk MWDMET403 4EC MWDMET403 4EC Instrumentele en Normatieve Professionaliteit integreren van de praktijk en theorie van het maatschappelijk werk.
2.
De wereld inje spreekkamer Met name de normatieve component van ons beroep. Wat vinden maatschappelijk werkers dat hun opdracht is, hun taak? Welke (politieke) opvattingen schuilen er achter hun optreden? Welke keuzes worden er gemaakt? Of moeten er gemaakt worden?
3.
Werkplaatsbijeenkomsten 8x 100 minuten ca. 25 deelnemers Hoorcolleges 8 x 50 minuten ca. 60 deelnemers
4.
Opdracht om vraagstukkente ontwerpen Normatief en Instrumenteel Objectief, subjectief, sociaal Vraagstukken uitwerken in groep van 5à6 studenten Experimenteren met simulaties -Eigen (zelf)onderzoek Resultaat van dit proces in een document + Procesverslag = deel1 van de toets Werkplaats
5.
Benodigdheden Relevante (stage)praktijkReflectief vermogen Kennis van theoretische denkmodellen Kennis van methodische aspecten Nieuwsgierigheid en ambitie Passie voor het beroep Discipline en concentratie
Essentie methodisch werkenBasismodel Methodisch Werken Eclectisch Integratief werken verduidelijken Komen tot Overkoepeling en ontwikkelen eclectisch integratieve houding
18.
Deel 1 =Kaderstellend Deel 2 = Visie Deel 3 = Interactioneel en eclectisch Deel 4 = Probleeminhoudelijk en eclectisch Deel 5 = De fasen Deel 6 = Analyse-schema Opzet
19.
Bootsma Sorteermachine omhet werk van MW te toetsen Het objectieve (feitelijke) Het subjectieve (de beleving) Het sociale (moreel, opvattingen over normen en waarden)
20.
Bootsma Waar komje deze drie werelden tegen? in de situatie in het probleem van de cliënt in de relatie tussen cliënt en werker in de reflectie op het beroepshandelen
21.
Bootsma Bootsma vat dit samen in drie vragen rond zorgvuldig hulpverlenen Waarover praat ik met mijn cliënten? Hoe doe ik dat? Wanneer grijp ik wel of niet in en wat zijn mijn overwegingen daarbij?
22.
De Mönnink Profileringmaatschappelijk werk door heldere theorie en concrete aanpak Op drie niveaus Individueel Omgeving Maatschappij
Missie van maatschappelijkwerk Psycho/Somatisch - Sociaal functioneren Snijvlak privé - publiek, de situatie, binnen en buiten Empowerment: werken aan de toerusting van de cliënt, zijn handelingsvermogen en controlemogelijkheden Cliënt-Situatiegerichte Hulp
Taakgebieden Werken met/voorcliënten Werken in een arbeidsomgeving Samenwerking ex- en intern Werken aan professionaliteit en professionalisering Jezelf ontwikkelen in het beroep Bijdragen aan ontwikkeling van het beroep als geheel
27.
De cliënt alsburger Autonome individuele vrijheid Sociale rechten en plichten Plicht tot betrokkenheid en partcipatie Ieder mens heeft behoefte aan verzorging èn de plicht om anderen te verzorgen
Waardenkaders Fasen Metavisieeclectisch-integratief Ideologie e.d. over o.a. communicatie beïnvloedingsprocessen en leerprocessen Kennis/Theorie Visie Referentiekaders Mens Gedrag Maatschappij Kennis/Theorie Blz 73
31.
Fasen Interactioneel ProbleeminhoudelijkProbleemafwikkeling Cliëntontwikkeling Interactieafwikkeling Initiatief cliënt Activerende rol mwer Meer zelfsturing cliënt Zelfsturing contactlegging, initiatief/sturing mwer Afbouw werkrelatie wel/niet bereid tot hulp wel/niet bewust van probleem of acceptatie bereid tot hulp bewust van probleem en acceptatie bereid tot aanpakken daadwerkelijk stappen zetten Intake Handhaving nieuwe aanpak probleemanalyse doelformulering strategiebepaling uitvoering probleemspecifieke interventies afsluiting evaluatie
Noodzaak tot KritischeReflectie Verantwoording Richting geven aan handelen Ontwikkeling professionaliteit
34.
Invalshoeken KRP Normatieve (inhoudelijk of substantieel) Instrumentele (werkt het?) en hoe komt het dat het werkt? (technisch) Klopt het? Normatieve heeft de regie over de instrumentele
Editor's Notes
#14 Wanneer we over werkmodellen nadenken (nabootsingen van de onzichtbare werkelijkheid) en dus over methodiek, dan kunnen we een soort OERmodel verzinnen. Een model dus wat in alle gevallen bruikbaar is. Een beweging in je denken en handelen die feitelijk en noodzakelijk plaatsvindt in je hoofd om tot een actie te komen. Zo’n model is het model van Veening, dat ik zo genoemd heb omdat ik het heb opgepikt van een oude leermeester van mij Eite Veening. Dat was overigens geen hulpverlener. Hij ontwikkelde dit model om zindelijk en zorgvuldig te kunnen voor- en nadenken bij het hulpverleningswerk. In dit Oermodel vind je ingrediënten die je in elke hulpverleningsgerecht nodig hebt om bv. Verantwoording af te leggen, of vooraf te bepalen hoe en wat je gaat aanpakken. Als je je dit patroon eigen maakt zul je in allerlei situaties je juiste gegevens en bronnen kunnen oproepen om tot een keuze voor je handelen te komen of achteraf deze keuze te kunnen verantwoorden. De zeshoek werk als volgt. Op de onderste punt schrijven we het begrip SITUATIE. (KLIK) De situatie omvat alles waarmee een hulpvrager te maken heeft. Haar leven, gedachten, omstandigheden, voorouders, kinderen, sexe, gezondheid, intelligentie en vul zelf maar verder aan. Deze lijst is oneindig. Je cliënt zou je dan ook nooit “alles” kunnen vertellen. Dat is namelijk te veel omvattend, laat staan dat jij het als luisteraar allemaal zou kunnen bevatten. In plaats daar van vertelt deze persoon je een gedeelte van dat “alles”. En dan begint het spannend te worden. Want wie en wat bepaalt nu welk deel en hoeveel verteld wordt? Waartoe vertelt iemand haar verhaal aan jou?? Meestal met de verwachting dat je iets doet. Een reactie, een handeling. Dat is echter het eind van een reeks gebeurtenissen in je hoofd. We gaan die gebeurtenissen een naam geven en zien wie welke invloed heeft. Op de rechteronderpunt zetten we dus het begrip HANDELEN. We verstaan hieronder alles wat je doet of nalaat in reactie op het verhaal van je cliënt.