Elise Heyvaert
                                                                                       0476/21.68.80
                                                                            1 LLO, OG 5, PP 4e leerjaar
                                                                              Begeleider: Warni Koers




                              Leerreflectie module actief leren

Actief leren, wat is dat nu juist? Een module in onze opleiding, dat is zeker. Een hoop werk, leerstof
en theorieën komen op ons af. Actief leren is ook leren, maar wat leren we in de module? Leren wat
actief leren is? Hoe actief te leren? Of zijn we op dit eigenste moment actief aan het leren?
De bedoeling van de module is dat we dit actief leren ook effectief toepassen tijdens de actieve
leerdag.

Ik denk dat we met onze groep in dat opzet geslaagd zijn. De leerdag was niet alleen heel leuk, maar
ook leerrijk voor de kinderen. Het is een fantastisch gevoel wanneer een kind van 10 jaar op het eind
van de dag tegen je zegt wat die allemaal geleerd heeft. Zeker wanneer dit precies de kern van de les
was, de hoofdbedoeling van alle activiteiten. En de kinderen vonden onze activiteiten nog leuk ook

De eerste dag van de module was het een beetje zoeken. Wat is de bedoeling, wat moeten we doen?
De ervaring rond Lotte actief was ook een beetje dubbel. Aan de ene kant vond ik het verhaal heel
leuk maar de activiteiten vond ik iets minder. Ik had wel al een beter zicht op wat we moesten gaan
doen binnenkort, dus dat heb ik dan wel bijgeleerd. Vanaf dan begon alles wel steeds duidelijker te
worden.
Tijdens de hoorcolleges maakten we de overstap van fundamenteel leren naar actief leren. Het is de
bedoeling dat wij als leraren van de toekomst de kinderen actief gaan laten leren. Hoe dan? Door op
de kinderen in te spelen enhen te betrekken bij de les. Dit doen we door hen uit te dagen, voor
voldoende afwisseling in de werkvormen te zorgen en rekening te houden met verschillen tussen
kinderen.
Om dus van actief leren te kunnen spreken moeten aan drie voorwaarden voldoen worden. De
leerling moet leerenergie voelen stromen, moet worden uitgedaagd en moet op verschillende,
creatieve en afwisselende manieren benaderd worden.

Ten eerste spreekt men van leerenergie wanneer iemand zich in een bepaalde toestand bevindt die
wordt gekenmerkt door een geconcentreerd, aangehouden en tijdvergeten bezigzijn, waarbij de
motivatie uiterst hoog zit. Wanneer die persoon iets met betrokkenheid doet, ervaart hij/zij de
dingen op een intense wijze, voelt hij/zij de energie stromen en ervaart hij/zij een gevoel van
voldoening. Om tot die voldoening te komen ervaart de persoon een soort van exploratiedrang: de
bewegings- en activiteitsdrang, de experimenteerdrang, de competentie- en weetdrang van mensen.
De persoon beweegt zich aan de de grens van zijn/haar mogelijkheden.




AL_Leerreflectie (Ehb)
                                                                                                          1
Elise Heyvaert
                                                                                      0476/21.68.80
                                                                           1 LLO, OG 5, PP 4e leerjaar
                                                                             Begeleider: Warni Koers


We hebben ook gezien hoe je die leerenergie bij de leerlingen kan opwekken. Je moet je les en
activiteiten aan vijf kenmerken laten voldoen. Je moet ervoor zorgen dat er een goede sfeer is, je
moet op het niveau van het individuele kind werken, je moet werkelijkheidsnabij werken, je moet
kinderen iets laten doen en je moet hen initiatief laten nemen.
We hebben tijdens onze leerdag vanaf het eerste moment voor een goede sfeer gezorgd door hen
onmiddellijk in het thema onder te dompelen. Tijdens het vertellen kon iedereen zijn zegje doen en
vrijuit praten, zo kregen we een goede en leuke relatie met de kinderen.
We hebben de activiteiten zo ontworpen dat ze heel veel vrijheid hadden. We hadden bijvoorbeeld
een opdracht waarbij ze een triomfboog maakten en deze versierden met belangrijke zaken uit hun
leven. Meer richtlijnen hadden we niet gegeven en zo kregen we veel verschillende resultaten. We
hadden veel activiteiten waarbij de kinderen effectief iets deden, bijvoorbeeld samen een koepel
maken, een lauwerkrans maken, een spel spelen, …

Om ervoor te zorgen dat ze ook effectief iets leren moet je de kinderen uitdagen. De leraar en de
leeromgeving rond het kind moeten stimulerend aanwezig zijn. We moeten de kinderen uitdagen om
zich in te zetten en meer te willen weten. Deze uitdaging ligt in de zone van naaste ontwikkeling, dat
is het verschil tussen wat een leerling al zelfstandig kan en wat de leerling kan met ondersteuning
van een meerwetende partner.

Tenslotte moeten de leerlingen de dingen die ze op school geleerd hebben ook spontaan kunnen
toepassen buiten de school. Daarvoor is het belangrijk dat ze gevarieerde oefeningen in gevarieerde
situaties krijgen. Zo krijgen ze een idee van de breedte van de situaties waarin het geleerde kan
toegepast worden.

Actief leren betekent dus dat je het onderwijs op een bepaalde manier moet aanpakken zodat de
kinderen een bepaald proces meemaken en op die manier zal je een bepaald effect bereiken.

       Hoe het onderwijs aanpakken?

        Werkelijkheidsnabij werken: aansluiten bij de leefwereld van de kinderen, bij hun interesses.
        Activiteit: kinderen moeten doen , bewegen, manipuleren, …
        Uitdaging: kinderen in de zone van naaste ontwikkeling brengen.
        Initiatief: kinderen krijgen verantwoordelijkheid en mogen initiatief nemen.
        Sfeer: sfeerschepping, magie en spanning creëren.

        Welk proces maken de kinderen mee?
        Betrokkenheid: een hoge vastberaden concentratie, aan de grens van de mogelijkheden,
        vanuit een exploratiedrang en zich kenmerkend door een intense leerenergie.

        Welk effect zal je bereiken?
        Fundamenteel leren: het leren is diepgaand
        Kennisconstructie: eigen kennis construeren, in samenspraak met anderen (sociaal-
        constructivisme) en kennisproductie: het creatief aanwenden van kennis.


AL_Leerreflectie (Ehb)
                                                                                                         2
Elise Heyvaert
                                                                                       0476/21.68.80
                                                                            1 LLO, OG 5, PP 4e leerjaar
                                                                              Begeleider: Warni Koers


Maar weten wat actief leren inhoudt is natuurlijk niet genoeg. Het was onze opdracht om deze pure
theorie om te zetten in concrete praktijk. We kregen hiervoor een klein zetje om goed te vertrekken,
namelijk de inspiratieboxen rond het thema architectuur. Toch was ik niet echt geïnspireerd of
aangesproken door de voorwerpen in de dozen. Ik had het gevoel dat je er alle kanten mee op kon.
Dus hebben we tijdens het eerste ontwerpatelier ervoor gekozen om heel specifiek te gaan werken.
We kozen om het thema architectuur te situeren bij de Romeinen. We moesten eerst zoveel
mogelijk te weten komen over dat thema, zodat we onze leerinhouden konden afbakenen en er
activiteiten konden bij zoeken. Wanneer we al wat concrete inhoud hadden, gingen we naar onze
modulebegeleider. We kregen feedback en gingen hiermee opnieuw aan de slag. Dat deden we een
aantal dagen lang. Tijdens de ontwerpateliers merkte ik op dat we ook steeds kritischer nadachten
over de activiteiten. Welke intelligentie(s) spreken we aan? Welke werkvormen?
Werkelijkheidsnabij? Wat heeft het te maken met de rode draad in ons verhaal? Zo kwamen we
uiteindelijk tot de, naar ons gevoel, beste activiteiten.

Wanneer alles op papier stond, moesten we het ook gaan omzetten in de klas. Dit viel heel goed
mee! Ik merkte dat actief leren inderdaad een must is wanneer je iets wil overbrengen aan kinderen.
Het is niet alleen leuk maar je brengt ook iets aan en ze nemen dit hopelijk mee. Naast de focus op
actief leren is het ook nog maar eens gebleken hoe belangrijk structuur en klasmanagement zijn.

Wat ik zeker en vast wil meenemen naar de volgende stages:
- De leerlingen medeverantwoordelijk maken voor de activiteiten, hun werk en de sfeer in de groep;
- Als ik mijn les voorbereid ervoor zorgen dat die les genoeg werkelijkheidsnabij is;
-Over een grote voorraad ideeën, voorbeelden en materialen beschikken;
- Voor voldoende afwisseling in werkvormen zorgen.

Ik heb heel wat bijgeleerd tijdens de module, zeker in functie van de stage die er binnenkort
aankomt. Ik hoop dat ik mijn stageklas ook actief kan laten leren met evenveel resultaat.




AL_Leerreflectie (Ehb)
                                                                                                          3

Leerreflectie

  • 1.
    Elise Heyvaert 0476/21.68.80 1 LLO, OG 5, PP 4e leerjaar Begeleider: Warni Koers Leerreflectie module actief leren Actief leren, wat is dat nu juist? Een module in onze opleiding, dat is zeker. Een hoop werk, leerstof en theorieën komen op ons af. Actief leren is ook leren, maar wat leren we in de module? Leren wat actief leren is? Hoe actief te leren? Of zijn we op dit eigenste moment actief aan het leren? De bedoeling van de module is dat we dit actief leren ook effectief toepassen tijdens de actieve leerdag. Ik denk dat we met onze groep in dat opzet geslaagd zijn. De leerdag was niet alleen heel leuk, maar ook leerrijk voor de kinderen. Het is een fantastisch gevoel wanneer een kind van 10 jaar op het eind van de dag tegen je zegt wat die allemaal geleerd heeft. Zeker wanneer dit precies de kern van de les was, de hoofdbedoeling van alle activiteiten. En de kinderen vonden onze activiteiten nog leuk ook De eerste dag van de module was het een beetje zoeken. Wat is de bedoeling, wat moeten we doen? De ervaring rond Lotte actief was ook een beetje dubbel. Aan de ene kant vond ik het verhaal heel leuk maar de activiteiten vond ik iets minder. Ik had wel al een beter zicht op wat we moesten gaan doen binnenkort, dus dat heb ik dan wel bijgeleerd. Vanaf dan begon alles wel steeds duidelijker te worden. Tijdens de hoorcolleges maakten we de overstap van fundamenteel leren naar actief leren. Het is de bedoeling dat wij als leraren van de toekomst de kinderen actief gaan laten leren. Hoe dan? Door op de kinderen in te spelen enhen te betrekken bij de les. Dit doen we door hen uit te dagen, voor voldoende afwisseling in de werkvormen te zorgen en rekening te houden met verschillen tussen kinderen. Om dus van actief leren te kunnen spreken moeten aan drie voorwaarden voldoen worden. De leerling moet leerenergie voelen stromen, moet worden uitgedaagd en moet op verschillende, creatieve en afwisselende manieren benaderd worden. Ten eerste spreekt men van leerenergie wanneer iemand zich in een bepaalde toestand bevindt die wordt gekenmerkt door een geconcentreerd, aangehouden en tijdvergeten bezigzijn, waarbij de motivatie uiterst hoog zit. Wanneer die persoon iets met betrokkenheid doet, ervaart hij/zij de dingen op een intense wijze, voelt hij/zij de energie stromen en ervaart hij/zij een gevoel van voldoening. Om tot die voldoening te komen ervaart de persoon een soort van exploratiedrang: de bewegings- en activiteitsdrang, de experimenteerdrang, de competentie- en weetdrang van mensen. De persoon beweegt zich aan de de grens van zijn/haar mogelijkheden. AL_Leerreflectie (Ehb) 1
  • 2.
    Elise Heyvaert 0476/21.68.80 1 LLO, OG 5, PP 4e leerjaar Begeleider: Warni Koers We hebben ook gezien hoe je die leerenergie bij de leerlingen kan opwekken. Je moet je les en activiteiten aan vijf kenmerken laten voldoen. Je moet ervoor zorgen dat er een goede sfeer is, je moet op het niveau van het individuele kind werken, je moet werkelijkheidsnabij werken, je moet kinderen iets laten doen en je moet hen initiatief laten nemen. We hebben tijdens onze leerdag vanaf het eerste moment voor een goede sfeer gezorgd door hen onmiddellijk in het thema onder te dompelen. Tijdens het vertellen kon iedereen zijn zegje doen en vrijuit praten, zo kregen we een goede en leuke relatie met de kinderen. We hebben de activiteiten zo ontworpen dat ze heel veel vrijheid hadden. We hadden bijvoorbeeld een opdracht waarbij ze een triomfboog maakten en deze versierden met belangrijke zaken uit hun leven. Meer richtlijnen hadden we niet gegeven en zo kregen we veel verschillende resultaten. We hadden veel activiteiten waarbij de kinderen effectief iets deden, bijvoorbeeld samen een koepel maken, een lauwerkrans maken, een spel spelen, … Om ervoor te zorgen dat ze ook effectief iets leren moet je de kinderen uitdagen. De leraar en de leeromgeving rond het kind moeten stimulerend aanwezig zijn. We moeten de kinderen uitdagen om zich in te zetten en meer te willen weten. Deze uitdaging ligt in de zone van naaste ontwikkeling, dat is het verschil tussen wat een leerling al zelfstandig kan en wat de leerling kan met ondersteuning van een meerwetende partner. Tenslotte moeten de leerlingen de dingen die ze op school geleerd hebben ook spontaan kunnen toepassen buiten de school. Daarvoor is het belangrijk dat ze gevarieerde oefeningen in gevarieerde situaties krijgen. Zo krijgen ze een idee van de breedte van de situaties waarin het geleerde kan toegepast worden. Actief leren betekent dus dat je het onderwijs op een bepaalde manier moet aanpakken zodat de kinderen een bepaald proces meemaken en op die manier zal je een bepaald effect bereiken. Hoe het onderwijs aanpakken? Werkelijkheidsnabij werken: aansluiten bij de leefwereld van de kinderen, bij hun interesses. Activiteit: kinderen moeten doen , bewegen, manipuleren, … Uitdaging: kinderen in de zone van naaste ontwikkeling brengen. Initiatief: kinderen krijgen verantwoordelijkheid en mogen initiatief nemen. Sfeer: sfeerschepping, magie en spanning creëren. Welk proces maken de kinderen mee? Betrokkenheid: een hoge vastberaden concentratie, aan de grens van de mogelijkheden, vanuit een exploratiedrang en zich kenmerkend door een intense leerenergie. Welk effect zal je bereiken? Fundamenteel leren: het leren is diepgaand Kennisconstructie: eigen kennis construeren, in samenspraak met anderen (sociaal- constructivisme) en kennisproductie: het creatief aanwenden van kennis. AL_Leerreflectie (Ehb) 2
  • 3.
    Elise Heyvaert 0476/21.68.80 1 LLO, OG 5, PP 4e leerjaar Begeleider: Warni Koers Maar weten wat actief leren inhoudt is natuurlijk niet genoeg. Het was onze opdracht om deze pure theorie om te zetten in concrete praktijk. We kregen hiervoor een klein zetje om goed te vertrekken, namelijk de inspiratieboxen rond het thema architectuur. Toch was ik niet echt geïnspireerd of aangesproken door de voorwerpen in de dozen. Ik had het gevoel dat je er alle kanten mee op kon. Dus hebben we tijdens het eerste ontwerpatelier ervoor gekozen om heel specifiek te gaan werken. We kozen om het thema architectuur te situeren bij de Romeinen. We moesten eerst zoveel mogelijk te weten komen over dat thema, zodat we onze leerinhouden konden afbakenen en er activiteiten konden bij zoeken. Wanneer we al wat concrete inhoud hadden, gingen we naar onze modulebegeleider. We kregen feedback en gingen hiermee opnieuw aan de slag. Dat deden we een aantal dagen lang. Tijdens de ontwerpateliers merkte ik op dat we ook steeds kritischer nadachten over de activiteiten. Welke intelligentie(s) spreken we aan? Welke werkvormen? Werkelijkheidsnabij? Wat heeft het te maken met de rode draad in ons verhaal? Zo kwamen we uiteindelijk tot de, naar ons gevoel, beste activiteiten. Wanneer alles op papier stond, moesten we het ook gaan omzetten in de klas. Dit viel heel goed mee! Ik merkte dat actief leren inderdaad een must is wanneer je iets wil overbrengen aan kinderen. Het is niet alleen leuk maar je brengt ook iets aan en ze nemen dit hopelijk mee. Naast de focus op actief leren is het ook nog maar eens gebleken hoe belangrijk structuur en klasmanagement zijn. Wat ik zeker en vast wil meenemen naar de volgende stages: - De leerlingen medeverantwoordelijk maken voor de activiteiten, hun werk en de sfeer in de groep; - Als ik mijn les voorbereid ervoor zorgen dat die les genoeg werkelijkheidsnabij is; -Over een grote voorraad ideeën, voorbeelden en materialen beschikken; - Voor voldoende afwisseling in werkvormen zorgen. Ik heb heel wat bijgeleerd tijdens de module, zeker in functie van de stage die er binnenkort aankomt. Ik hoop dat ik mijn stageklas ook actief kan laten leren met evenveel resultaat. AL_Leerreflectie (Ehb) 3