Geneesmiddelen bij ouderen
Farmaceutisch zorgproces
Farmacotherapie bij ouderen
Problemen door geneesmiddelen
Therapie (on-) trouw
Gevolgen van therapieontrouw
Signalen van therapieontrouw
Determinanten
Interventies
You Tube Filmpje
•https://www.youtube.com/watch?v=HjQ7MSJ
nfVs&feature=player_detailpage
5.
Waar gaan wehet over hebben?
• Geneesmiddelen bij ouderen
• Farmaceutisch zorgproces
• Farmacotherapie bij ouderen
• Problemen door geneesmiddelen
• Therapie (on-) trouw
• Gevolgen van therapieontrouw
• Signalen van therapieontrouw
• Determinanten
• Interventies
6.
Geneesmiddelen en ouderen
•30% van 70-80- jarigen ≥ 5 geneesmiddelen
• Gunstig effect levensverwachting en kwaliteit
van leven.
• Vooral chronisch middelen voor primaire en
secundaire preventie.
• Polyfarmacie
Farmaceutisch zorgproces
• Hetgeheel van zorgverleningsactiviteiten dat de
patiënt nodig heeft om:
- op het juiste moment
- over het juiste geneesmiddel
- in de juiste toedieningsvorm
- en in de juiste dosering te beschikken,
- voorzien van de juiste begeleiding en
informatie.
10.
Fasen farmaceutisch zorgproces
1.Geneesmiddel wordt voorgeschreven.
2. Geneesmiddel wordt afgeleverd.
3. Geneesmiddel wordt gebruikt door patiënt /
geneesmiddel wordt toegediend door
zorgverlener.
4. Geneesmiddel wordt geëvalueerd.
5. Geneesmiddel wordt gestopt, veranderd of
gecontinueerd.
Farmacotherapie bij ouderen
Specialekennis en aandacht vereist!
• Veranderde lichaamssamenstelling
• Homeostase
• Comorbiditeit
• Veranderde presentatie
• Meervoudig medicijngebruik
• Onvoldoende kennis zorg voor ouderen in het
algemeen, farmacotherapie in het bijzonder
Problemen door geneesmiddelen
HospitalAdmissions Related to Medicines
studie:
- 41.000 ziekenhuisopnames / jaar ivm
geneesmiddelenbijwerkingen
- 46% (19.000) hiervan was potentieel
vermijdbaar
- Kosten: 85 miljoen euro
HARM studie, 2006
Risicopatiënten
• Therapieontrouw
• Verminderdecognitie
• Verminderde nierfunctie
• Niet zelfstandig wonen
• Meerdere aandoeningen in de medische
voorgeschiedenis
• Polyfarmacie
HARM studie, 2006
17.
Therapietrouw
Therapietrouw: is hetgewillig en blijvend volgen van de door een
arts voorgeschreven behandeling door een patiënt.
Men kan onderscheiden:
Compliance: De mate waarin een patiënt het door een zorgverlener
eenzijdig verstrekte therapie-advies opvolgt.
Adherence: De mate waarin het gedrag van de patiënt correspondeert
met adviezen van de zorgverlener, die met de patiënt zijn
overeengekomen. De patiënt heeft de keus om
therapietrouw gedrag te vertonen.
Persistence: In hoeverre de patiënt het geneesmiddelgebruik volhoudt.
18.
Concordantie:
Een weloverwogen afspraaktussen patiënt en zorgverlener over leefwijze en/of
gebruik van medicatie.
Nodig:
- Inbreng arts en patiënt noodzakelijk.
De zorgverlener:
- dient open te staan en respect te hebben voor de zorgen, wensen, overtuigingen en
verwachtingen van de patiënt en
- goed te communiceren over het effect, de wijze van gebruik en eventuele
bijwerkingen van de medicatie.
De patiënt:
- Heeft een eigen verantwoordelijkheid,
- Maakt zelf belangrijke keuzes − waarbij de zorgverlener een ondersteunende rol kan
spelen −
- Is daardoor beter in staat therapietrouw te zijn
(Sabaté, 2003).
19.
Therapieontrouw
Niet-intentionele therapieontrouw (onbewust)
•Vergeetachtigheid
• Complexiteit van behandeling en/of schema’s
• Onvoldoende structuur
• Kennisgebrek
• Onherkenbaarheid van het geneesmiddel
(preferentiebeleid)
• Analfabetisme, slechte visus
• Kosten van een behandeling
Gebu.artsennet.nl/Archief/Tijdschriftartikel/Therapietrouw-2.htm; 49-55
20.
Therapieontrouw
Intentionele therapieontrouw (bewust)
•Subjectieve normen en attitude over ziekten en
bijwerkingen
• Asymptomatische aandoening (geen perceptie)
• Last van bijwerkingen
• Eigenwijs
Therapie-ontrouw is bewuste keus en logisch voor patiënt
Gebu.artsennet.nl/Archief/Tijdschriftartikel/Therapietrouw-2.htm; 49-55
21.
Gevolgen van therapieontrouw
•De therapie heeft niet het gewenste effect;
• Resistente bacteriën en virussen;
• Hoge kosten gezondheidszorg;
• Vertekening van de therapie;
• Toename morbiditeit;
• Toename mortaliteit (mogelijk).
22.
Signalen van therapieontrouw
Depatiënt:
• Identificeert de medicatie door keur en vorm;
• Zoekt excuses;
• Kan niet zeggen hoe hij ze inneemt;
• Weet niet waar het voor is;
• Haalt medicijnen onregelmatig van de apotheek;
• Opent de verpakking om medicijn te bekijken ipv het etiket te lezen;
• Onduidelijke - en wisselende effecten van behandeling;
• Niet op afspraken verschijnen;
• Niet aan afspraken houden.
• “Het is toch allemaal rotzooi”.
23.
Meten van therapietrouw
•Vragenlijsten
• Patiëntenrapportage / dagboek
• Tabletten tellen
• Aflevergegevens van de apotheek opvragen
• Bloedspiegel prikken
• Meten van fysiologische parameters (bijv. RR, P)
• Electronische meetsystemen
Patiëntgerichte factoren
- Functionelebeperkingen;
- Sensitieve beperkingen;
- Cognitieve beperkingen;
- Psychische problemen, met name depressie;
- Vroegere therapie (on-) trouw;
- Onvoldoende inzicht in ziekte, behandeling en prognose;
- Onvoldoende geloof in het voordeel van de behandeling;
- (Angst voor) bijwerkingen;
- Onvoldoende sociale steun / isolatie;
- Self-efficacy (motivatie).
Klok T. et al. NTvG 2009;153:A420
26.
Behandeling- behandelaar
gerelateerde factoren
-Onvoldoende kennis bij artsen en verpleegkundigen;
- Complexiteit en de duur van behandeling;
- Onvoldoende follow up / begeleiding;
- Slechte arts-patiënt relatie;
- Gevolgen polyfarmacie;
- Interacties tussen verschillende middelen;
- Asymptomatische ziekte;
- Bijwerkingen medicatie.
Klok T. et al. NTvG 2009;153:A420
27.
Factoren gerelateerd aande
gezondheidszorgsetting
• Opleidingen onvoldoende ingericht op multimorbiditeit en complexe
problematiek
• Beroepsrichtlijnen aandoeningsgericht en weinig aandacht voor betrekken
van patiënt.
• Onduidelijk welke factoren moeten worden meegewogen.
• Overzicht ontbreekt van alle beschikbare informatie en beheersmaatregelen
rondom polyfarmacie.
• ICT systemen onvoldoende geschikt voor polyfarmaciepatiënten
• Communicatie tussen de eerste- en tweedelijnszorg wordt als suboptimaal
beschouwd wat betreft overdracht van medicatiegegevens.
Klok T. et al. NTvG 2009;153:A420
28.
Factoren gerelateerd aanafleveraars
• Gebrek aan kennis;
• Onvoldoende faciliterende ICT-systemen;
• Suboptimale communicatie wat betreft
medicatieoverdracht;
• De samenwerking tussen huisarts en apotheker niet
optimaal;
• Lang niet altijd wordt door de arts voldaan aan de
wettelijke verplichting om in bepaalde gevallen de
reden van voorschrijven of de nierfunctie op het recept
te vermelden. Apotheker beschikt daardoor niet altijd
over alle relevante informatie.
29.
Interventies algemeen
• Schepeen sfeer van vertrouwen
• Stel open, niet-sturende vragen
• Wees alert op signalen
• Maak onderscheid tussen soorten therapieontrouw
• Wees alert op de valkuil dat je jouw patiënt goed
kent.
• Reserveer tijd
• Let op specifieke medicatie
30.
Interventies algemeen
• Anamnesegericht op medicatie gebruik
(zie bijlage);
• Overleg wensen van de patiënt en de mantelzorger;
• Inschatting adequate therapietrouw;
• Oefenen in het ziekenhuis en goede overdracht naar
de Thuiszorg of zorginstelling;
• Overleg arts bij het voorschrijven;
• ≥ 5 medicijnen: overnemen of blijvende controle.
31.
Filmpje:
wat moet jeweten over therapietrouw?
https://www.youtube.com/watch?v=Z3Tejue-
EjQ
• Een beoordelingvan de farmacotherapie door
- patiënt (of mantelzorg/verzorgenden),
- arts en
- apotheker.
• Op basis van een periodieke, gestructureerde,
kritische evaluatie van de medische-,
farmaceutische- en gebruiksinformatie.
• Maatstaf bij de beoordeling zijn de individuele
behoeften van een patiënt t.a.v. zijn of haar
geneesmiddelgebruik.
Medicatiebeoordeling
34.
Gegevens over
• Degebruikte medicatie,
(medicatieoverzicht van de apotheek);
• Medische gegevens (medische
voorgeschiedenis, (contra)indicaties,
intoleranties en meetwaarden) en
• Gegevens van de patiënt (verkregen uit een
farmacotherapeutische anamnese).
Nodig voor medicatiebeoordeling
35.
De START-criteria :
ScreeningTool to Alert doctors to Right Treatment).
• Op evidence gebaseerde voorschrijfadviezen voor
ouderen
• Bij regelmatig voorkomende aandoeningen.
• De START-criteria zijn een hulpmiddel bij het
uitvoeren van de farmacotherapeutische analyse
in de medicatiebeoordeling.
START criteria
• STOPP-criteria:
Screening Toolof Older People’s Prescriptions.
• Klinisch significante criteria voor potentieel
ongeschikte geneesmiddelen bij oudere
patiënten.
• Geen verbodslijst maar een hulpmiddel bij het
uitvoeren van de farmacotherapeutische analyse
van de medicatiebeoordeling.
STOP-criteria
1. Welke medicatie(inclusief zelfzorgmiddelen)
neemt de patiënt daadwerkelijk in?
Gebruik: Gestructureerde medicatie anamnese
2. Welke bijwerkingen zijn aanwezig en wat zijn
de alternatieven om deze te voorkomen?
3. Welk geneesmiddel ontbreekt ?
Gebruik: Richtlijnen en
START criteria: Screening Tool to Alert doctors to Right
Treatment
Medicatie beoordeling
40.
4. Welke middelenzijn overbodig?
Is voor indicatie juiste middel voorgeschreven?
Gebruik: STOPP criteria: Screening Tool of Older Peoples Prescriptions
5. Maak een lijst van de resterende
geneesmiddelen
Zijn er klinisch relevante interacties te
verwachten?
6. Moet de dosis worden aangepast?
Gebruik: klaring (klaring ≤50 ml/min)
Medicatie beoordeling
41.
7. Moet doseerfrequentieworden aangepast?
Tips:
• Probeer doseerfrequentie zo laag mogelijk te houden
• Probeer geen halve tabletten voor te schrijven
• Overweeg combinatiepreparaten voor te schrijven
• Adviseer zo nodig hulpmiddelen
8. Maak een definitieve medicatielijst en
bespreek deze met de patiënt en de
mantelzorger.
Medicatie beoordeling
42.
• Anamnese gerichtop medicatie gebruik
• Overleg wensen van de patiënt en de
mantelzorger;
• Maak inschatting adequate therapietrouw;
• Oefen in het ziekenhuis
• Goede overdracht naar de Thuiszorg of
zorginstelling;
• Overleg met huisarts bij het voorschrijven;
• ≥ 5 medicijnen: overnemen of blijvende controle
Algemene interventies ziekenhuis
Samenvattend
• Geneesmiddelen bijouderen
• Farmaceutisch zorgproces
• Farmacotherapie bij ouderen
• Problemen door geneesmiddelen
• Therapie (on-) trouw
• Gevolgen van therapieontrouw
• Signalen van therapieontrouw
• Determinanten
• Interventies
Individueel maatwerk!
Oorzaak & aanpak: multifactorieel !
45.
Kernpunten
• Medicatie bijouderen geeft relatief veel
problemen
• Veel is te voorkomen
• Communicatie essentieel
• Richt je op een beperkt aantal risicomiddelen
• Gebruik check-lists
Cognitieve problemen
• Helemaalovernemen;
• Uitzetten;
• Medicatie op rol
• Wekkerdoosje (let op gebruiksvriendelijkheid,
www2.anbo.nl/keuzewijzer/)
• Vaste plaats;
• Zichtbare plaats uitgezette doosje, wegbergen van de
rest van de medicijndoosjes.
• SMS alert
50.
Functionele en sensorischestoornis
Kan de patiënt:
• De medicijnen uit de verpakking krijgen?
• De insulinepen verdraaien?
• De inhalatiemedicatie instellen en gebruiken?
• Potjes met kinderveilige sluiting opendraaien?
51.
Functionele en sensorischestoornis
• Laat de medicijnen eventueel door de
apotheek in gemakkelijk te openen potjes
doen;
• Neem contact op met patiëntenvereninging
voor tips bijvoorbeeld hulpmiddelen bij
inhaleren, gebruik insulinepen, oogdrupppels.
52.
Interventies behandeling- behandelaar
gerelateerd
Maakelkaar attent op:
• Streven naar maximaal drie maal daags
inname maar liever minder;
• Niet meer dan vijf medicijnen per dag geven;
• Betrek hierbij ook de niet voorgeschreven
medicatie (OTC medicatie)
53.
Interventies hulpverlenergerelateerd
Onderzoek aande hand van de anamnese:
• Verkrijgen van de medicatie;
• Uitzetten van de medicatie;
• Innemen van de medicatie;
• Motivatie;
• Kennis en inzicht over medicijnen;
• Sociale steun.
54.
Interventies hulpverlenergerelateerd
• Geefinformatie;
• Houd rekening met copinggedrag;
• Oefen alle verschillende deelhandelingen;
• Constateer waar de problemen zitten en
intervenieer daar waar het nodig is;
• ≥ 5 medicijnen: blijf van tijd tot tijd
controleren (bijv. elk half jaar)
55.
Samenvattend
• Geneesmiddelen bijouderen
• Farmaceutisch zorgproces
• Farmacotherapie bij ouderen
• Problemen door geneesmiddelen
• Therapie (on-) trouw
• Gevolgen van therapieontrouw
• Signalen van therapieontrouw
• Determinanten
• Interventies
Individueel maatwerk!
Oorzaak & aanpak: multifactorieel !
Editor's Notes
#48 Functionele beperkingen;
Sensitieve beperkingen;
Cognitieve beperkingen;
Psychische problemen, met name depressie;
Vroegere therapie (on-) trouw;
Onvoldoende inzicht in ziekte, behandeling en prognose;
Onvoldoende geloof in het voordeel van de behandeling;
(Angst voor) bijwerkingen;
Self-efficacy (motivatie).