1Hoe sprong mijnhart hoog op in mij,toen men mij zeide: "Gord u aanom naar des HEREN huis te gaan!Kom ga met ons en doe als wij!"Jeruzalem, dat ik bemin,wij treden uwe poorten in,
20.
u, Godsstad, mogenwij ontmoeten!Jeruzalem, van ver aanschouwd,wel saamgevoegd en welgebouwd,o schone stede, die wij groeten.
21.
3Bidt heil toeaan dit Vredesoord:dat die u mint bevredigd zij,dat vrede in uw wallen zij,gezegend zij uw muur en poort!Jeruzalem, dat ik bemin,wij treden uwe poorten in
22.
om u metvrede te ontmoeten!Om al mijn broeders binnen u,om 's HEREN tempel wil ik u,o stad van God, met vrede groeten.
23.
BemoedigingengroetEre zij deVader en de ZoonEn de Heilige Geest,Als in den beginne, nu en immer,En van eeuwigheid tot eeuwigheid.Amen.
1O Heer dieonze Vader zijt,vergeef ons onze schuld.Wijs ons de weg der zaligheid,en laat ons hart, door U geleid,met liefde zijn vervuld.
27.
2Geef dat uwroepstem wordt gehoord,als eenmaal bij de zee.Geef dat ook wij uw nodend woordvertrouwen, volgen ongestoord,op weg gaan met U mee.
28.
5Dat ons geendrift en pijn verblindt,geen hartstocht ons verwart.Maak Gij ons rein en welgezind,en spreek tot ons in vuur en wind,o stille stem in 't hart.
U wil ikkennenEen rivier vol van vredeOpwekking 88
31.
Een rivier volvan vrede,een rivier vol van vrede,een rivier vol van vrede in mijn hart.Een rivier vol van vrede,een rivier vol van vrede,een rivier vol van vrede in mijn hart.
32.
Een fontein volvan blijdschap,een fontein vol van blijdschap,een fontein vol van blijdschap,in mijn hart.Een fontein vol van blijdschap,een fontein vol van blijdschap,een fontein vol van blijdschap,in mijn hart.
33.
Ik heb liefals mijn Jezus,ik heb lief als mijn Jezus,ik heb lief als mijn Jezus,in mijn hart.Ik heb lief als mijn Jezus,ik heb lief als mijn Jezus,ik heb lief als mijn Jezus,in mijn hart.
34.
Een rivier volvan vrede,een fontein vol van blijdschap,ik heb lief als mijn Jezus,in mijn hart.Een rivier vol van vrede,een fontein vol van blijdschap,ik heb lief als mijn Jezus,in mijn hart.
22 Wanneer u allegeboden die ik u geef zorgvuldig naleeft, en u de HEER, uw God, liefhebt, hem bent toegedaan en de weg volgt die hij wijst, 23 dan zal hij ter wille van u al die volken, die groter en machtiger zijn dan u, verdrijven en hun land aan u in bezit geven.
38.
24 Elk stuk gronddat u zult betreden is voor u. Uw gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de rivier de Eufraat tot aan de zee in het westen.
39.
25 Er zal niemandzijn die tegen u kan standhouden. De HEER, uw God, laat in het land dat u binnengaat iedereen van angst voor u beven, zoals hij u heeft beloofd. 26 Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen zegen en vloek.
40.
27 Zegen, als ugehoorzaam bent aan de geboden van de HEER, uw God, zoals ik ze u vandaag voorhoud. 28 Vloek, als u zijn geboden niet gehoorzaamt en afwijkt van de weg die ik u vandaag wijs en achter andere goden aan loopt die u eerst niet kende.
41.
29 Wanneer u straksdoor zijn toedoen in het land aankomt dat u in bezit zult nemen, moet u op de Gerizim de zegen uitspreken, en op de Ebal de vloek. 30 (Deze bergen liggen ten westen van de Jordaan, ter hoogte van Gilgal, vlak bij de eiken van More. Ze zijn te bereiken over de weg die door het gebied van de Kanaänieten in de Jordaanvallei naar het westen loopt.)
42.
31 Straks steekt ude Jordaan over om het land binnen te gaan dat de HEER u zal geven. Wanneer u het in bezit hebt genomen en er woont, 32 leef dan alle wetten en regels die ik u vandaag voorhoud strikt na.
11 Op weg naarJeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. 12 Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan.
45.
13 Ze verhieven hunstem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’ 14 Toen hij hen zag, zei hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Terwijl ze gingen werden ze gereinigd. 15 Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem.
46.
16 Hij viel neeraan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan. 17 Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen?
47.
18 Wilde niemand andersterugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’ 19 Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’
1Gij die gelooft,verheugt u samen,'t is God, die trouw zijn kerk bewaart!Die hoop zal nimmer ons beschamen:de Heer is God en zijns is de aard.Zijn woord heeft vrede, heil bereidvan eeuwigheid tot eeuwigheid!
50.
3Nabij of ver,wij zijn verbonden:één Heer en één geloof, één doop,één Geest is tot ons neergezonden,en één is aller liefd' en hoop.Wij bidden en wij danken saâm,wij roemen in één Vadernaam.
1Als op 'szee de stormwind om u loeit,als ge tevergeefs uw arme hart vermoeit,tel uw zegeningen, tel ze één voor één,en ge zegt verwonderd: Hij liet nooit alleen.
54.
KOORTel uw zegeningen,tel ze één voor één,Tel ze allen en vergeet er geen.Tel ze, tel ze alle noem ze één voor één,en ge ziet Gods liefde dan door alles heen.
55.
3Als ge zietop and'ren met veel geld en goed,weet, uw Hemelvader geeft u overvloed.Tel uw zegeningen, voor geen geld te koop,schatten in de hemel zijn uw blijde hoop.
56.
KOORTel uw zegeningen,tel ze één voor één,Tel ze allen en vergeet er geen.Tel ze, tel ze alle noem ze één voor één,en ge ziet Gods liefde dan door alles heen.
57.
4Zo in allemoeiten, zorgen zonder tal,wees toch nooit ontmoedigd, God is overal.Tel uw zegeningen, eng'lenluist'ren toe,troost en hulp schenkt Hij u, volg dan blij te moe.
58.
KOORTel uw zegeningen,tel ze één voor één,Tel ze allen en vergeet er geen.Tel ze, tel ze alle noem ze één voor één,en ge ziet Gods liefde dan door alles heen.
1. Vrede zij U,vrede zij u. Gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook U. Vrede zij U, vrede zij u, Gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook U.
67.
2. Blijft in mijnvrede, blijft in Mij. Mijn Woord moet in U zijn, dat maakt u vrij. Blijft in mijn vrede, blijft in Mij. Mijn Woord moet in U zijn, dat maakt u vrij.
68.
3. Ontvangt mijn Geest,heilige Geest Hij zal u leiden, weest niet bevreesd. Ontvangt Mijn Geest, heilige Geest Hij zal u leiden, weest niet bevreesd.
69.
4. Vrede zij U,vrede zij u. Gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook U. Vrede zij U, vrede zij u, Gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook U.