“Jesaja 53:8,9”




              Voorganger: Ds. den Admirant
                Organist: Johannes de Vries
Daar juicht een toon

         ELB 122
   Lied voor de dienst
Daar juicht een toon (EL 122)   t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
Daar juicht een toon (EL 122)   t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
Daar juicht een toon (EL 122)   t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
Daar juicht een toon (EL 122)   t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
“Jesaja 53:8,9”




              Voorganger: Ds. den Admirant
                Organist: Johannes de Vries
Zalig, die in Christus sterven

          Gezang 267: 1
  Ter nagedachtenis aan zr Liewes
Zalig, die in Christus sterven,
de doden, die de hemel erven,
voor wie Hij woning heeft bereid.
Na de nacht van strijd en zorgen
aanschouwen zij de eeuwge morgen,
ontwakend tot onsterflijkheid.
Van moeiten rusten zij.
Hun lijden is voorbij.
Halleluja,
bij 's Vaders troon
wacht hen de Zoon
hun werken volgen hen als loon.
“Jesaja 53:8,9”




              Voorganger: Ds. den Admirant
                Organist: Johannes de Vries
De steen, die door de
  tempelbouwers
    Psalm 118: 8 en 9
Psalm 118 (LvdK)   t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK)   t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK)   t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Psalm 118 (LvdK)   t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
Stil gebed
        Votum en Groet

    Ere zij de Vader en de Zoon
        En de Heilige Geest,
 Als in den beginne, nu en immer,
En van eeuwigheid tot eeuwigheid.
                Amen.
Ik weet dat mijn Verlosser leeft

             JdH 113
1
Ik weet, dat mijn verlosser leeft
Dit is het, wat mij troost hier geeft.
Hij leeft, die voor mij stierf.
Hij leeft! Dit maakt mij altijd blij.
Hij leeft! Mijn Heiland, die voor mij
een levenskroon verwierf.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
2
Hij leeft in majesteit omhoog.
Hij leeft! Op Hem rust steeds mijn oog.
Mijn Heiland pleit voor mij!
Zijn liefde vult mijn kinderhart.
Hij leeft! Dit neemt weg al mijn smart.
Mijn Heiland leeft voor mij.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
3
Hij leeft! Verrezen uit het graf!
Hij leeft! Die 't leven voor mij gaf!
Ik zing van Hem, Die leeft.
Hij leeft. Die mij zo teer bemint.
Hij leeft! Die mij, Zijn dierbaar kind.
het eeuwig leven geeft..
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
4
Hij leeft! Waar Hij ons plaats bereidt.
Haast komt Hij weer in heerlijkheid.
Dit geeft tot juichen stof.
Wat vreugd' is die verzeek'ring mij,
dat mijn Verlosser leeft voor mij;
Zijn naam zij eeuwig lof.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
5
Gij, die nog niet voor Jezus leeft,
neemt aan het leven, dat Hij geeft.
Geen leven zonder Hem!
Hij leeft! Hij roept u: "Komt tot Mij!"
Hij leeft! o, vlucht nu aan Zijn zij,
dan leeft ook gij voor Hem.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
Hij leeft! Hij leeft!
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
Jeremia 31:31-34

             HSV
Lezing van de belofte van hert
       Nieuwe Verbond
31 Zie, er komen dagen, spreekt de
HEERE, dat Ik met het huis van Israël en
met het huis van Juda een nieuw
verbond zal sluiten,
32 niet zoals het verbond dat Ik met hun
vaderen gesloten heb op de dag dat Ik
hun hand vastgreep om hen uit het land
Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij
verbroken hebben, hoewel Ík hen
getrouwd had, spreekt de HEERE.
33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na
die dagen met het huis van Israël sluiten
zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in
hun binnenste geven en zal die in hun
hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn
en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
34 Dan zullen zij niet meer eenieder zijn
naaste en eenieder zijn broeder
onderwijzen door te zeggen: Ken de
HEERE, want zij zullen Mij allen kennen,
vanaf hun kleinste tot hun grootste toe,
spreekt de HEERE. Want Ik zal hun
ongerechtigheid vergeven en aan hun
zonde niet meer denken.
Het is volbracht

    ELB 117:1
allen:




Het is volbracht (EL 117)   t. & m. G. Kendrick, v. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Het is volbracht (EL 117)   t. & m. G. Kendrick, v. E. & R. Zuiderveld-Nieman
Exodus 20:1-17

       HSV
  Tien Geboden
1 Toen sprak God al deze woorden:
2 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het
land Egypte, uit het slavenhuis, geleid
heeft.
3 U zult geen andere goden voor Mijn
aangezicht hebben.
4 U zult voor uzelf geen beeld maken,
geen enkele afbeelding van wat boven in
de hemel, of beneden op de aarde of in
het water onder de aarde is.
5 U zult zich daarvoor niet neerbuigen,
en die niet dienen, want Ik, de HEERE,
uw God, ben een na-ijverig God, Die de
misdaad van de vaderen vergeldt aan de
kinderen, aan het derde en vierde
geslacht van hen die Mij haten,
6 maar Die barmhartigheid doet aan
duizenden van hen die Mij liefhebben en
Mijn geboden in acht nemen.
7 U zult de Naam van de HEERE, uw
God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE
zal niet voor onschuldig houden wie Zijn
Naam ijdel gebruikt.
8 Gedenk de sabbatdag, dat u die
heiligt.
9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw
werk doen,
10 maar de zevende dag is de sabbat van
de HEERE, uw God. Dan zult u geen
enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch
uw dochter, noch uw slaaf, noch uw
slavin, noch uw vee, noch uw
vreemdeling die binnen uw poorten is.
11 Want in zes dagen heeft de HEERE de
hemel en de aarde gemaakt, de zee, en
al wat erin is, en Hij rustte op de
zevende dag. Daarom zegende de HEERE
de sabbatdag, en heiligde die.
12 Eer uw vader en uw moeder, opdat
uw dagen verlengd worden in het land
dat de HEERE, uw God, u geeft.
13 U zult niet doodslaan.
14 U zult niet echtbreken .
15 U zult niet stelen.
16 U zult geen vals getuigenis spreken
tegen uw naaste.
17 U zult niet begeren het huis van uw
naaste. U zult niet begeren de vrouw van
uw naaste, noch zijn slaaf, noch zijn
slavin, noch zijn rund, noch zijn ezel,
noch iets wat van uw naaste is.
De Heer heeft Jakob uitverkoren

           Psalm 147: 7
Psalm 147 (LvdK)   t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1562
Psalm 147 (LvdK)   t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1562
Gebed
8 april:
Jezus is nieuw leven
•Aan het kruis is Hij gestorven,
    •na drie dagen opgestaan.
•Levend staat Hij in ons midden:
 •‘Hoor, ik noem je bij je naam!’
•In een wereld vol van vragen,
  •in ons leven met soms pijn,
•heeft Hij alle schuld gedragen,
    •wil Hij Levenskoning zijn.
•Heel de wereld moet het weten:
    •Jezus, Hij is opgestaan.
•Ook aan jou geeft Hij het leven:
•‘Hoor, Hij noemt je bij je naam!’.
Wij gaan, tot straks!!
Lukas 23:49-56 en 24:1-9

          HSV
49 En al Zijn bekenden stonden op een
afstand, ook de vrouwen die Hem samen
gevolgd waren van Galilea, en zagen dit aan.
50 En zie, daar was een man van wie de
naam Jozef was, een raadsheer, een goed en
rechtvaardig man.
51 Deze had niet ingestemd met hun
voornemen en handelwijze. Hij kwam uit
Arimathea, een stad van de Joden, en
verwachtte ook zelf het Koninkrijk van God.
52 Deze ging naar Pilatus en vroeg om
het lichaam van Jezus.
53 En toen hij het van het kruis
afgenomen had, wikkelde hij het in fijn
linnen en legde het in een graf dat in een
rots uitgehouwen was, waarin nog nooit
iemand gelegd was.
54 En het was de dag van de
voorbereiding en de sabbat brak aan.
55 En ook de vrouwen die met Hem uit
Galilea gekomen waren, volgden en
zagen het graf en hoe Zijn lichaam erin
gelegd werd.
56 En toen zij teruggekeerd waren,
maakten zij specerijen en mirre gereed.
En op de sabbat rustten ze
overeenkomstig het gebod.
1 En op de eerste dag van de week
gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar
het graf en brachten de specerijen mee
die zij gereedgemaakt hadden, en
sommigen gingen met hen mee.
2 Zij nu vonden de steen afgewenteld
van het graf.
3 En toen ze naar binnen gegaan waren,
vonden zij het lichaam van de Heere
Jezus niet.
4 En het gebeurde toen ze daarover in
twijfel waren, zie, twee mannen stonden
bij hen in blinkende gewaden.
5 En toen zij zeer bevreesd werden en
het gezicht naar de grond bogen, zeiden
die tegen hen: Waarom zoekt u de
Levende bij de doden?
6 Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.
Herinner u hoe Hij tot u gesproken
heeft, toen Hij nog in Galilea was:
7 De Zoon des mensen moet
overgeleverd worden in handen van
zondige mensen en gekruisigd worden
en op de derde dag opstaan.
8 En zij herinnerden zich Zijn woorden.
9 En toen zij teruggekeerd waren van
het graf, berichtten ze dit alles aan de elf
discipelen en aan alle anderen.
Christus onze Heer verrees

     Gezang 215: 1,2 en 3
allen:




Christus, onze Heer, verrees (LvdK 215)   v. anoniem; m. London 1708
Christus, onze Heer, verrees (LvdK 215)   v. anoniem; m. London 1708
Christus, onze Heer, verrees (LvdK 215)   v. anoniem; m. London 1708
Christus, onze Heer, verrees (LvdK 215)   v. anoniem; m. London 1708
Christus, onze Heer, verrees (LvdK 215)   v. anoniem; m. London 1708
Christus, onze Heer, verrees (LvdK 215)   v. anoniem; m. London 1708
Prediking: Jesaja 53:8,9
8 Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen,
en wie zal Zijn leeftijd uitspreken?
Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden.
Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem
geweest.
9 Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld,
en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest,
omdat Hij geen onrecht gedaan heeft
en geen bedrog in Zijn mond geweest is.
Kroont Hem met gouden kroon

           JdH 720
Kroon Hem met gouden kroon
het Lam op zijne troon!
Hoor, hoe het hemels loflied al
verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak! Mijn ziel en zing
van Hem, die voor u stierf.
En prijs Hem in all' eeuwigheen
die 't heil voor u verwierf.
Kroon Hem, der liefde Heer!
Aanschouw Hem, hoe Hij leed.
Zijn wonden tonen 't gans heelal
wat Hij voor 't mensdom deed.
De eng'len om Gods troon,
all' overheid en macht,
zij buigen dienend zich terneer
voor zulke wond're pracht
Kroon Hem, de Vredevorst!
Wiens macht eens heersen zal
van pool tot pool, van zee tot zee.
't Klinke over berg en dal.
Als alles voor Hem buigt
en vrede heerst alom,
wordt d'aarde weer een paradijs.
Kom, Here Jezus, kom!
Dankgebed en voorbede
Collecte

1e: Kindertehuis Horeb
  2e: Eigen gemeente
allen:




U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
U zij de glorie (EL 132)   t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
Zegen

3x Amen
U zij de glorie

    ELB 132
Fijne Paasdagen




                               Vanavond 19:00
                                     Ds. Bijleveld
           “Hij is hier niet, Hij is opgewekt!!”

Jesaja 53:8,9

  • 1.
    “Jesaja 53:8,9” Voorganger: Ds. den Admirant Organist: Johannes de Vries
  • 2.
    Daar juicht eentoon ELB 122 Lied voor de dienst
  • 3.
    Daar juicht eentoon (EL 122) t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
  • 4.
    Daar juicht eentoon (EL 122) t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
  • 5.
    Daar juicht eentoon (EL 122) t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
  • 6.
    Daar juicht eentoon (EL 122) t. E. Gerdes; m. H.A.C. Malan
  • 7.
    “Jesaja 53:8,9” Voorganger: Ds. den Admirant Organist: Johannes de Vries
  • 8.
    Zalig, die inChristus sterven Gezang 267: 1 Ter nagedachtenis aan zr Liewes
  • 9.
    Zalig, die inChristus sterven, de doden, die de hemel erven, voor wie Hij woning heeft bereid. Na de nacht van strijd en zorgen aanschouwen zij de eeuwge morgen, ontwakend tot onsterflijkheid.
  • 10.
    Van moeiten rustenzij. Hun lijden is voorbij. Halleluja, bij 's Vaders troon wacht hen de Zoon hun werken volgen hen als loon.
  • 11.
    “Jesaja 53:8,9” Voorganger: Ds. den Admirant Organist: Johannes de Vries
  • 12.
    De steen, diedoor de tempelbouwers Psalm 118: 8 en 9
  • 13.
    Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 14.
    Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 15.
    Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 16.
    Psalm 118 (LvdK) t. J. Wit; m. 1543 / Genève 1551
  • 17.
    Stil gebed Votum en Groet Ere zij de Vader en de Zoon En de Heilige Geest, Als in den beginne, nu en immer, En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
  • 18.
    Ik weet datmijn Verlosser leeft JdH 113
  • 19.
    1 Ik weet, datmijn verlosser leeft Dit is het, wat mij troost hier geeft. Hij leeft, die voor mij stierf. Hij leeft! Dit maakt mij altijd blij. Hij leeft! Mijn Heiland, die voor mij een levenskroon verwierf.
  • 20.
    Hij leeft! Hijleeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft. Hij leeft! Hij leeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
  • 21.
    2 Hij leeft inmajesteit omhoog. Hij leeft! Op Hem rust steeds mijn oog. Mijn Heiland pleit voor mij! Zijn liefde vult mijn kinderhart. Hij leeft! Dit neemt weg al mijn smart. Mijn Heiland leeft voor mij.
  • 22.
    Hij leeft! Hijleeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft. Hij leeft! Hij leeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
  • 23.
    3 Hij leeft! Verrezenuit het graf! Hij leeft! Die 't leven voor mij gaf! Ik zing van Hem, Die leeft. Hij leeft. Die mij zo teer bemint. Hij leeft! Die mij, Zijn dierbaar kind. het eeuwig leven geeft..
  • 24.
    Hij leeft! Hijleeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft. Hij leeft! Hij leeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
  • 25.
    4 Hij leeft! WaarHij ons plaats bereidt. Haast komt Hij weer in heerlijkheid. Dit geeft tot juichen stof. Wat vreugd' is die verzeek'ring mij, dat mijn Verlosser leeft voor mij; Zijn naam zij eeuwig lof.
  • 26.
    Hij leeft! Hijleeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft. Hij leeft! Hij leeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
  • 27.
    5 Gij, die nogniet voor Jezus leeft, neemt aan het leven, dat Hij geeft. Geen leven zonder Hem! Hij leeft! Hij roept u: "Komt tot Mij!" Hij leeft! o, vlucht nu aan Zijn zij, dan leeft ook gij voor Hem.
  • 28.
    Hij leeft! Hijleeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft. Hij leeft! Hij leeft! Ik weet, dat mijn Verlosser leeft.
  • 29.
    Jeremia 31:31-34 HSV Lezing van de belofte van hert Nieuwe Verbond
  • 30.
    31 Zie, erkomen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, 32 niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE.
  • 31.
    33 Voorzeker, ditis het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
  • 32.
    34 Dan zullenzij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.
  • 33.
  • 34.
    allen: Het is volbracht(EL 117) t. & m. G. Kendrick, v. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 35.
    Het is volbracht(EL 117) t. & m. G. Kendrick, v. E. & R. Zuiderveld-Nieman
  • 36.
    Exodus 20:1-17 HSV Tien Geboden
  • 37.
    1 Toen sprakGod al deze woorden: 2 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft. 3 U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
  • 38.
    4 U zultvoor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. 5 U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten,
  • 39.
    6 maar Diebarmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen. 7 U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.
  • 40.
    8 Gedenk desabbatdag, dat u die heiligt. 9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, 10 maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.
  • 41.
    11 Want inzes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die. 12 Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft. 13 U zult niet doodslaan. 14 U zult niet echtbreken .
  • 42.
    15 U zultniet stelen. 16 U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste. 17 U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn slaaf, noch zijn slavin, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is.
  • 43.
    De Heer heeftJakob uitverkoren Psalm 147: 7
  • 44.
    Psalm 147 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1562
  • 45.
    Psalm 147 (LvdK) t. J.W. Schulte Nordholt, J. Wit; m. Genève 1562
  • 46.
  • 50.
    8 april: Jezus isnieuw leven
  • 51.
    •Aan het kruisis Hij gestorven, •na drie dagen opgestaan. •Levend staat Hij in ons midden: •‘Hoor, ik noem je bij je naam!’
  • 52.
    •In een wereldvol van vragen, •in ons leven met soms pijn, •heeft Hij alle schuld gedragen, •wil Hij Levenskoning zijn.
  • 53.
    •Heel de wereldmoet het weten: •Jezus, Hij is opgestaan. •Ook aan jou geeft Hij het leven: •‘Hoor, Hij noemt je bij je naam!’.
  • 54.
    Wij gaan, totstraks!!
  • 55.
  • 56.
    49 En alZijn bekenden stonden op een afstand, ook de vrouwen die Hem samen gevolgd waren van Galilea, en zagen dit aan. 50 En zie, daar was een man van wie de naam Jozef was, een raadsheer, een goed en rechtvaardig man. 51 Deze had niet ingestemd met hun voornemen en handelwijze. Hij kwam uit Arimathea, een stad van de Joden, en verwachtte ook zelf het Koninkrijk van God.
  • 57.
    52 Deze gingnaar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. 53 En toen hij het van het kruis afgenomen had, wikkelde hij het in fijn linnen en legde het in een graf dat in een rots uitgehouwen was, waarin nog nooit iemand gelegd was. 54 En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat brak aan.
  • 58.
    55 En ookde vrouwen die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zagen het graf en hoe Zijn lichaam erin gelegd werd. 56 En toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de sabbat rustten ze overeenkomstig het gebod.
  • 59.
    1 En opde eerste dag van de week gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar het graf en brachten de specerijen mee die zij gereedgemaakt hadden, en sommigen gingen met hen mee. 2 Zij nu vonden de steen afgewenteld van het graf.
  • 60.
    3 En toenze naar binnen gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet. 4 En het gebeurde toen ze daarover in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen in blinkende gewaden. 5 En toen zij zeer bevreesd werden en het gezicht naar de grond bogen, zeiden die tegen hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden?
  • 61.
    6 Hij ishier niet, maar Hij is opgewekt. Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft, toen Hij nog in Galilea was: 7 De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.
  • 62.
    8 En zijherinnerden zich Zijn woorden. 9 En toen zij teruggekeerd waren van het graf, berichtten ze dit alles aan de elf discipelen en aan alle anderen.
  • 63.
    Christus onze Heerverrees Gezang 215: 1,2 en 3
  • 64.
    allen: Christus, onze Heer,verrees (LvdK 215) v. anoniem; m. London 1708
  • 65.
    Christus, onze Heer,verrees (LvdK 215) v. anoniem; m. London 1708
  • 66.
    Christus, onze Heer,verrees (LvdK 215) v. anoniem; m. London 1708
  • 67.
    Christus, onze Heer,verrees (LvdK 215) v. anoniem; m. London 1708
  • 68.
    Christus, onze Heer,verrees (LvdK 215) v. anoniem; m. London 1708
  • 69.
    Christus, onze Heer,verrees (LvdK 215) v. anoniem; m. London 1708
  • 70.
    Prediking: Jesaja 53:8,9 8Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen, en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden. Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest. 9 Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond geweest is.
  • 71.
    Kroont Hem metgouden kroon JdH 720
  • 72.
    Kroon Hem metgouden kroon het Lam op zijne troon! Hoor, hoe het hemels loflied al verwint in heerlijk schoon.
  • 73.
    Ontwaak! Mijn zielen zing van Hem, die voor u stierf. En prijs Hem in all' eeuwigheen die 't heil voor u verwierf.
  • 74.
    Kroon Hem, derliefde Heer! Aanschouw Hem, hoe Hij leed. Zijn wonden tonen 't gans heelal wat Hij voor 't mensdom deed.
  • 75.
    De eng'len omGods troon, all' overheid en macht, zij buigen dienend zich terneer voor zulke wond're pracht
  • 76.
    Kroon Hem, deVredevorst! Wiens macht eens heersen zal van pool tot pool, van zee tot zee. 't Klinke over berg en dal.
  • 77.
    Als alles voorHem buigt en vrede heerst alom, wordt d'aarde weer een paradijs. Kom, Here Jezus, kom!
  • 78.
  • 79.
  • 80.
    allen: U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 81.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 82.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 83.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 84.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 85.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 86.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 87.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 88.
    U zij deglorie (EL 132) t. J.W. Schulte Nordholt; m. G.F. Händel
  • 89.
  • 90.
    U zij deglorie ELB 132
  • 91.
    Fijne Paasdagen Vanavond 19:00 Ds. Bijleveld “Hij is hier niet, Hij is opgewekt!!”